You are on page 1of 12

Voorwoord van de directie Is het nog leuk in de energiemarkt?

Openheid van zaken
Waarde lezer, Al  enkele  jaren  publiceert  de  Nederlandse  Energie  Maatschappij  (“NLE”)  haar  jaarverslag  op  een   manier  die  wij  zelf  zouden  aanduiden  als  “aantrekkelijk  opgemaakt”.  Inhoudelijk  echter  viel  er   voor u als lezer – afgezien van het uiteraard machtig interessante cijfermateriaal – geen eer te behalen aan het jaarlijkse voorwoordje van de directie en het directieverslag. Die tekst eindigde immers   steevast   met   een   “Medewerkers   bedankt!”-variant waarna nog enkele hoopgevende woorden voor de toekomst volgden. Eerlijkheidshalve was het een journalist die ons erop attendeerde dat het wellicht aardig zou zijn als wij jaarlijks onze mening zouden gaan spuien over de stand van zaken in de energiemarkt. In dat geval zou er voor hem ook wat te schrijven zijn over ons jaarverslag. Dit bleek  precies  op  z’n  plek  te  vallen  met  de  fase  waarin  NLE  zich   nu bevindt: wij willen onze plek claimen in de markt als sympathieke uitdager. Daar hoort bij dat wij openheid van zaken willen geven in een doorgaans zeer gesloten sector. Zie het maar als een verlengstuk van onze missie: het openbreken van de energiemarkt. De stand van zaken in de energiemarkt in alle openheid, versie 1. Terugkoppeling door u, lezer, is zeer welkom. Hopelijk is hiermee een traditie geboren. Dit jaar willen we u meenemen in een tweetal grote ontwikkelingen die de energiemarkt op dit moment in hun greep houden. Grote ontwikkelingen I: overcapaciteit Enkele jaren geleden kregen wij van collega-energiebedrijven op gezette tijden en op zurige toon   te   horen:   “jullie   hebben  geen   bestaansrecht,   want   jullie   hebben   geen   productie”.   Eerlijk   gezegd hebben we in die tijd wel eens getwijfeld of deze lieden geen gelijk zouden kunnen krijgen. Wij vroegen ons af of we niet binnen een bepaalde tijd onder de vleugels van een grote internationale producent moesten kruipen. Geen enkel Europees energiebedrijf voorzag in die tijd namelijk (wij ook niet) wat er in 2012 en verder aan de hand zou zijn met de energiemarkt in Europa: er is gewoonweg te veel productie van energie (overcapaciteit dus).

1

NLE heeft géén eigen productie, dus wij hebben op dit moment veel plezier in de energiemarkt. Wij kopen onze elektriciteit en ons gas in op de handelsmarkten waar een overaanbod is. Hierdoor  kunnen  wij  met  name   de  elektriciteit  ‘voor  weinig’  (alles  is  relatief)  kopen.  De  CEO’s   van de traditionele energiebedrijven zitten op dit moment sip uit het raam te kijken naar hun financieel   weinig   rendabele   kolencentrale   of   hun   gascentrale   die   ‘uitstaat’   omdat   aanzetten   méér kost. Hoe heeft deze overcapaciteit nu kunnen ontstaan? Wij schetsen een paar ontwikkelingen die daarvoor essentieel zijn. De opkomst van schaliegas Een tijdje geleden leek het er nog sterk op dat de Verenigde Staten afhankelijk zouden worden van het buitenland voor de import van gas. Het gas dat uit normale (doorgaans genoemd: conventionele) gasbellen wordt gewonnen, raakte op. Internationaal opererende energiebedrijven speelden daarop in. Gas zou hét schaarse energieproduct worden. Er werden gascentrales bijgebouwd, grootschalig geïnvesteerd in gasopslag en ook grote investeringen vonden plaats om gas te gaan exporteren in vloeibare vorm (via zogeheten LNG terminals). Waar de Europeanen echter onvoldoende rekening mee hielden, is dat Amerikanen natuurlijk nooit afhankelijk willen worden van het buitenland voor hun energievoorziening. Er bestond al zoiets als schaliegas (gas dat niet in een bel zit, maar opgeslagen in poreuze steenlagen), maar daartegen bestonden bezwaren omdat het niet rendabel zou zijn. Bovendien werd de winning ervan beschouwd als milieuonvriendelijk. De Amerikanen hebben echter in no time een enorme hoeveelheid concessies verleend aan bedrijven   om   schaliegas   te   gaan   winnen.   Deze   winning,   genaamd   ‘fracking’   (nota   bene   een   oorspronkelijk Nederlandse vinding), gebeurt door onder grote druk een soort zeepsop in de poreuze steenlagen te spuiten waardoor het gas naar boven komt. Door deze ontwikkeling hebben de Amerikanen ineens weer volop gas. De verwachting is zelfs voor de komende paar honderd jaar. Door die plotse vergroting van het aanbod is de gasprijs in de VS in korte tijd enorm gedaald. Amerikaanse bedrijven betalen nog maar een derde van de prijs die Europese bedrijven betalen en ook een stuk minder dan bedrijven in Azië. Hoewel er inmiddels ook al tegengeluiden ontstaan die   deze   ‘schaliegasrevolutie’   een   bubbel   noemen, lijken de Verenigde Staten zich op te maken voor een industriële renaissance: energieintensieve bedrijven overwegen om hun lage-lonen-fabrieken weer terug te brengen naar het homeland omdat de energiekosten de lagere arbeidskosten overstijgen.

2

Er wordt daarnaast ook al gesproken over schalie-olie, hetgeen zou kunnen betekenen dat de VS over enkele jaren onafhankelijk is van het Midden-Oosten voor haar oliebehoefte. Wat dat kan betekenen voor de wereldorde, daar wagen wij in alle bescheidenheid geen voorspelling aan. Het zou naar onze mening echter geen slecht idee zijn om in de regering een staatssecretaris voor energie aan te wijzen. De energievoorziening namelijk, grijpt meer dan ooit in op allerlei geopolitieke en economische ontwikkelingen die iedere Nederlandse burger in potentie raken. De Duitse Energiewende Hoewel onze Oosterburen in veel opzichten culturele overeenkomsten met Nederland vertonen, verschillen we  op  een  wezenlijk  punt:  ‘groen’  zijn  is  in  Duitsland  een  veel  breder  en   dieper gedragen gevoel dan bij de gemiddelde Nederlander het geval is. Illustratief daarbij is dat, toen energiebedrijf Delta aankondigde een nieuwe kerncentrale te willen bouwen, er een protestdemonstratie in Zeeland volgde van enkele honderden oude hippies die ternauwernood hun kinderen hadden kunnen overtuigen mee te komen, terwijl er in Duitsland na de ramp in Fukushima honderdduizenden ‘Grünen’   de   straat   op   gingen   om   de   sluiting van de kerncentrales in Duitsland te eisen. Bondskanselier Merkel ging daarin mee: alle Duitse kerncentrales moeten in 2022 gesloten zijn en er wordt via subsidies (in het leveringstarief) grootschalig geïnvesteerd in duurzame opwekking zoals wind op land, wind op zee en zonnepanelen. Duitsland heeft dit eenzijdig besloten, van de ene op de andere dag. Het was in die zin wel wat netter geweest als ze dit even Europees, of in ieder geval met hun buurlanden, hadden afgestemd. In de afgelopen jaren zijn namelijk de netten van de verschillende Noord-Europese landen aan elkaar geknoopt. Duitse stroom kan hier in Nederland ook het net op. En dat is dus precies wat de additionele overcapaciteit veroorzaakt: als het in Duitsland hard waait én de zon schijnt, dan wordt er in Duitsland zoveel stroom opgewekt, dat het Duitse elektriciteitsnet dat niet aankan (elektriciteit kan immers (nog) niet grootschalig worden opgeslagen). Het ken net, zeg maar. In de zomer van 2012 zijn er daardoor momenten geweest dat grote hoeveelheden stroom over het Duitse net ons land kwam invliegen. En dat ging zó hard, dat er bijna een zogeheten blackout volgde op het Nederlandse net. Ook de stroomprijs vloog hierdoor naar beneden, omdat iedereen die het van het net af wilde halen (zoals energieleveranciers zonder eigen productie) bijna geld toe kreeg om het af te nemen. Omdat Duitsland dóórgaat met haar Energiewende, gaan dit soort effecten naar onze verwachting alleen nog maar toenemen.

3

Bijbouw van capaciteit in Nederland Je zou verwachten dat verstandige bedrijven, bij het vooruitzicht op overcapaciteit, besluiten om geen extra centrales neer te zetten en dat ze wachten tot ofwel het aanbod inzakt (omdat verouderde centrales worden gesloten) ofwel de vraag toeneemt (door de aantrekkende economie). Helaas voor de traditionele energiebedrijven, maar dat werkt in de wereld van grootschalige productie niet zo. Daarmee zijn lange termijn-investeringsbeslissingen gemoeid, die bijna 10 jaar vooruitkijken vergen. En laat het nu net bijna een decennium geleden zijn, dat het kabinet Balkenende-II grote internationale energiebedrijven van harte uitnodigde om hier in Nederland en masse kolencentrales te komen neerzetten. Bij de hieruit resulterende lage energieprijs zou de Nederlandse industrie gebaat zijn én het zou ons landje minder afhankelijk van buurlanden maken voor de stroomvoorziening. Het kan verkeren. Inmiddels staan er maar liefst drie enorme kolencentrales (één aan de Waddenzee (!) in de Eemshaven en twee op de Maasvlakte in Rotterdam) klaar om in gebruik genomen te worden. Goed voor stroomvoorziening met kolen voor miljoenen Nederlandse huishoudens. En de bedrijven van wie die kolencentrales zijn, weten nu al dat ze het geïnvesteerde geld (dat gaat om miljarden) niet meer gaan terugverdienen op afzienbare termijn. Dat komt door de geschetste overcapaciteit en bovendien doordat diezelfde overheid die de bedrijven vier kabinetten geleden enthousiast uitnodigde om hier hun vervuilende centrales  te  komen  neerzetten,  ze  ‘overnight’  verraste  met de invoering van een kolenbelasting. En  dat  terwijl  de  energiesector  net  een  paar  weken  daarvóór  een  zogeheten  ‘Green  Deal’  met   de regering had gesloten, waarin van overheidswege werd beloofd dat er geen kolenbelasting zou komen in ruil voor steeds meer bijstook van biomassa. Hebben   wij   als   NLE   ‘medelijden’   met   onze   collega’s   die   hun   miljardeninvesteringen   nu   zien   verdampen? Daarover kunnen we kort zijn: nee. Wij zijn van mening dat zij destijds zelf het (ongetwijfelde gecalculeerde) risico hebben genomen om grootschalig te gaan investeren in opwekking door vervuilende kolen. Ook in die jaren dat ze de investeringsbeslissing maakten, konden ze zien aankomen dat de maatschappelijke weerstand tegen kolenproductie zou gaan toenemen. Waar wij echter wel een zeker begrip voor kunnen opbrengen, is dat deze grote energiebedrijven niet zomaar de portemonnee gaan trekken om voor de Nederlandse overheid en samenleving de transitie naar een duurzame energievoorziening te betalen, zonder dat er een oplossing is voor hun blinkend nieuwe, maar onrendabele centrales. In de wandelgangen van de sector wordt veel, heel veel gehuild over het feit dat de bedrijven aan   productie   (van   oudsher   hun   meest   ‘sexy’   bedrijfsonderdeel)   niets   meer   verdienen.   Maar   niemand wil dat verhaal horen, want energiebedrijven worden door beleidsmakers en publiek steevast onsympathiek en ongeloofwaardig gevonden (daar hebben wij zelf ook nog wel eens last van). En dan wordt het toch nog wel een beetje een deerniswekkend verhaal. Dit laatste betekent een mooi bruggetje naar de andere grote ontwikkeling: de transitie naar duurzaam.

4

Grote ontwikkelingen II: transitie naar duurzaam Toen wij met NLE in 2005 begonnen, leerden we binnen een jaar dat de modale Nederlandse consument in die tijd a.) niets begreep van energie en er eigenlijk ook intrinsiek geen interesse in  had  en  b.)  bij  uitstek  ‘groendenkend’  was,  totdat  het  hem  in  de  portemonnee  raakte. Uit deze bevindingen vloeide voort dat NLE haar positionering koos als ultieme prijsvechter, een keuze waarvan wij tot op de dag van vandaag geen spijt hebben. Wij hebben ons in eerste instantie  sterk  gemaakt  om  energie  wat  minder  ‘low  interest’  te  laten  zijn  en  wij  zetten  ons  in   voor meer begrijpelijkheid van energiecontracten en –nota’s. Echter, de laatste jaren zien wij – ook vanuit de Nederlandse consument – een maatschappelijke ontwikkeling die wel degelijk vraagt om een overgang (transitie) naar een duurzame energievoorziening. Dat komt in Nederland tot nog toe echter volstrekt niet van de grond. Wij als NLE zien dit met lede ogen aan, omdat wij – ook vanuit persoonlijke overtuiging – van mening zijn dat een dergelijke transitie nodig én verstandig is, zowel uit oogpunt van ingrijpen in de   ‘climate   change’   als   het   verminderen   van   onze   nationale   afhankelijkheid   van   ondemocratische staten voor brandstofvoorziening. In   de   meeste   discussies   en   publicaties   wordt   ‘zwalkend   overheidsbeleid’   aangeduid   als   belangrijkste reden dat Nederland achterop ligt met haar transitie ten opzichte van de landen om ons heen. En inderdaad, het feit dat ieder kabinet weer met een eigen (mogelijke) nieuwe subsidie, nieuwe verplichting of nieuw alternatief beleid kwam, onder rücksichtslose afschaffing van al het voorgaande beleid, is enorm schadelijk geweest voor onder meer het investeringsklimaat in duurzame energieopwekking in Nederland. Echter, wij zien als NLE nóg een reden dat in Nederland de energietransitie niet van de grond komt. Die reden ligt geheel buiten de overheid en is wellicht nog wezenlijker dan het onzekere overheidsbeleid: in ons land wordt – kennelijk in heviger mate dan in onze buurlanden – de transitiediscussie volledig gegijzeld door twee facties die niet met elkaar kunnen praten en niet naar   elkaar   willen   luisteren.   Laten   we   ze   chargerend   de   ‘fossiele   lobby’   en   de   ‘donkergroene   lobby’  noemen.  Wij  zullen  hierna  de  voornaamste  kenmerken  van  deze  beide  soorten  partijen   schetsen. Deze beschrijving legt de reden waarom ze niet met elkaar praten zonder verdere duiding bloot.

5

De fossiele lobby De fossiele lobby wordt gekenmerkt en geleid  door  bepaalde   ‘old  school’  vertegenwoordigers   van de traditionele energiebedrijven: enorme, vaak internationaal opererende concerns die in de afgelopen tientallen jaren de energievoorziening van alle burgers voor hun rekening namen. Vaak komen deze bedrijven uit een thuisland waar zij voorheen een monopoliepositie innamen. In de afgelopen jaren hebben deze bedrijven, zonder uitzondering, miljarden geïnvesteerd in grootschalige fossiele opwekking, zoals gas, steenkool en zelfs bruinkool. De maatschappelijke roep om meer duurzaamheid en meer controle door de consument zelf (die daartoe zijn eigen energie wenst op te wekken) hebben deze organisaties niet, althans niet tijdig, zien aankomen. Bovendien worden deze organisaties geleid door bestuurders met een – to put it mildly – technocratische inslag. Deze (meestal) mannen kunnen nog steeds tranen in hun   ogen   krijgen   van   het   wonder   der   techniek   dat   een   kolencentrale   nu   eenmaal   is.   “Een   prachtige  dag:  geen  zon,  geen  wind”  is  in  dat  kader  een  illustratieve  ui tspraak die wij letterlijk uit de mond van een kolenproducent hebben gehoord. In Nederland hebben deze ondernemingen voor hun investeringsdrang in meer centrale fossiele opwekking aanvankelijk een vruchtbare voedingsbodem gevonden. Dit werd bij de voorgaand beschreven ontwikkeling al beschreven. Nederland heeft niet, zoals Denemarken, ingezet op windenergie of, zoals Duitsland op zonne-energie. Nee, Nederland heeft, vooruitlopend op de komst van de grote nieuwe kolencentrales, voor haar verduurzaming in hoofdzaak ingezet op zogeheten  ‘biomassa’.  Wat  dat  meestal  is?  Hout.  Houtsnippers,  die   meegestookt  worden  met   de vervuilende kolen. En omdat biomassa mínder CO2 uitstoot is dan kolen, mag dat volgens nationale   (en   Europese)   regelgeving   ‘duurzaam’   worden   genoemd. Wij hebben daar als NLE toch een ander gevoel bij. Het zijn bedrijven zoals hierboven beschreven die de investeringen hebben gedaan in de nieuwe kolencentrales in Nederland. Binnen deze bedrijven lijkt zich (we drukken ons voorzichtig uit) langzaam een  ‘verlichte  stroming’  te  ontwikkelen  dat  ze  moeten  méédoen  aan  de  transitie  naar   duurzaam. Wat ze in hoofdzaak tegenhoudt, is de interne fossiele lobby. Die blijft benadrukken dat ze hun geld hebben gezet op de centrales die nu niemand meer wil en waar ze geen geld aan verdienen. Er wordt daardoor nauwelijks meer geïnvesteerd en voor nieuwe (duurzame) investeringen bestaat door de overcapaciteit geen verdienmodel meer. De kennis en ervaring van deze oude productiebedrijven in de energievoorziening is volgens ons noodzakelijk om relatief snel tot de daadwerkelijke energietransitie te komen. Daarvoor moet Nederland   dus   eerst   uit   de   beschreven   ‘kolenimpasse’   zien   te   komen.   En   daarvoor   is   een   constructieve, oplossingsgerichte dialoog met andersdenkenden nodig, zoals partijen die zich primair op verduurzaming richten.

6

De donkergroene lobby Wie is er nou tegen verduurzaming? Niemand toch? Onderzoeken onder de Nederlandse bevolking wijzen uit dat maar liefst tachtig procent van de Nederlandse burgers vindt dat Nederland (meer) moet inzetten op verduurzaming. Tot zover prachtig natuurlijk. En, zoals gezegd, volledig door ons als NLE onderschreven. Wij zien decentrale opwekking als een van de voornaamste ontwikkelingen om te komen tot verduurzaming van de energievoorziening. In 2012   heeft   NLE   daarom   haar   eigen   zonnepanelenactie   op   touw   gezet,   met   de   naam   ‘IK   ZEG   ZON’. In Nederland bestaat een groot aantal organisaties en (burger)initiatieven die op een verstandige en vaak slimme manier bezig zijn met verduurzaming. Zij werken aan groene oplossingen die tegelijkertijd beter zijn voor het milieu maar die ook betaalbaar blijven voor de energieverbruiker. Deze welwillende partijen, die essentieel zijn voor de energietransitie, worden volledig overschreeuwd door de donkergroene lobby: een groep, in absolute omvang beperkt, die is gaan   geloven   dat   de   Nederlandse   burger   moet   worden   gered   van   het   ‘fossiel   complot’   dat   is   gesmeed door de energiebedrijven, met hulp van een kwaadwillende overheid. Zij zijn bij uitstek de partij die zich in de media en bij beleidsmakers roert als de stem van duurzaam Nederland. We schetsten al, onder de beschrijving van de fossiele lobby, dat volgens ons oplossingsgerichtheid en een constructieve houding noodzakelijk zijn om met de verschillende stakeholders tot een energietransitie te komen. Dat is echter het probleem van de donkergroene lobby. Die ontbeert, net als de fossiele lobby, deze essentiële eigenschappen. NLE is behoorlijk actief op het politieke vlak. Wij hebben ons hierbij tot dusverre hoofdzakelijk gericht op meer en eerlijke marktwerking (zie ook het hierna volgende directieverslag), maar hierdoor zitten wij ook regelmatig in overleggen en gremia waar de energietransitie ter tafel komt. De donkergroene lobby frustreert dit soort bijeenkomsten veelal door individuen te sturen die niet willen cq. kunnen luisteren en zelfs een uitgesproken paranoïde houding aannemen jegens aanwezige vertegenwoordigers van energiebedrijven of overheid. Tijdens een recente bijeenkomst in het kader van het energieakkoord dat wordt voorbereid bij de SER stelden wij vast (om heel eerlijk te zijn ook wel een beetje tot ons genoegen) dat een persoon die zich in een ruimte vol vertegenwoordigers van de donkergroene lobby voorstelde als werkend bij een groot energiebedrijf, werd bejegend alsof hij de antichrist zelve was. Daarna werd de hele zaal overtuigd door een complotdenker uit de donkergroene lobby dat – op basis van  informatie  waarover  deze  man  “nog  niets  kon  loslaten”  – binnen nu en vijf jaar de olieprijs met  300  procent  zou  stijgen.  Navraag  leerde  dat  deze  zelfbenoemde  visionair  van  ‘schalie’  nog   nooit had gehoord. Oplossing Als Nederland nu eindelijk wil accelereren in de transitie naar een duurzame energievoorziening, dan stellen wij voor een transitieplatform te creëren waar noch de fossiele lobby,  noch  de  donkergroene  lobby  een  podium  krijgt.  Als  vertegenwoordigers  van  de  ‘verlichte  

7

stroming’   uit   de   bestaande   en   nieuwe   energiebedrijven,   samen   met   vertegenwoordigers   van   organisaties en bedrijven die serieus en verstandig met verduurzaming bezig zijn, met elkaar oplossingen kunnen bedenken met oog voor historisch gegroeide én toekomstige belangen, dan zou het zomaar kunnen dat daar iets prachtigs uitkomt. Dit betekent echter wel dat een groot deel van de huidige gesprekspartners van beleidsmakers op dit vlak, aan vervanging toe is. -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Genoeg gesmuld van deze energie-inzichten nu. De regelgeving gebiedt ons ook nog een directieverslag in min of meer vast stramien bij u neer te leggen. Dit volgt hierna.

8

Directieverslag
De directie van de onderneming biedt hierbij haar jaarrekening aan voor het boekjaar dat geëindigd is op 31 december 2012. Algemeen De  Nederlandse  Energie  Maatschappij  (“NLE”)  heeft  als  doel  om  de  Nederlandse  markt  voor  de   levering van elektriciteit en gas aan kleinverbruikers en zakelijke afnemers open te breken. Punt. In 2012 heeft NLE haar missie vervuld door voor het zoveelste jaar sinds ons bestaan wéér groei met dubbele cijfers te laten zien. Deze groei is in 2012 onder meer gerealiseerd door het winnen van een aantal grote inkoopcollectieven. Bovendien zorgde het gebruik van dit voor NLE relatief indirecte kanaal voor een welkome vermindering van benodigde managementdruk die inzet van directe wervingskanalen met zich meebrengt. Een welhaast obsessieve focus op de verbetering van de klanttevredenheid van NLE was het gevolg. Besloten werd het bedrijf voor een groot deel te gaan managen op de zogeheten  ‘Net  Promotor  Score’  (een  meetinstrument  dat  vastlegt  in  hoeverre  je  klanten  bereid   zijn jou als bedrijf aan te bevelen). Daarbij werd iedereen die voor NLE werkt, doordrenkt van het nut en de noodzaak van onze missie. Deze ontwikkeling resulteerde in een verbetering – binnen een tijdspanne van een luttele tien maanden – van de Net Promotor Score van -45 begin maart 2012, tot -19 begin januari 2013. Dat is voor een energiebedrijf, zelfs op wereldwijde schaal, een uitzonderlijke prestatie (in alle bescheidenheid  uiteraard,  want  we  kwamen  ‘van  ver’).  De  stijging  van  de  NPS  loopt  echter  ook   in   2013   dóór.   Wij   verwachten   op   dit   gebied   een   soort   klein   ‘Wirtschaftswunder’   te   k unnen bewerkstelligen. Ook onze medewerkers zijn ervan overtuigd dat NLE de beste prijs én de beste klantenservice van Nederland kan leveren. Gewoon. Omdat onze missie dit vereist. Tenslotte is NLE in 2012 serieus gestart met activiteiten in de zakelijke markt. Vooralsnog is gekozen   voor   benadering   van   uitsluitend   kleinzakelijke   afnemers.   Onder   het   adagium   ‘Voor   ondernemers,   door   ondernemers’   hadden   we   vanaf   medio   2012   de   ‘flow’   te   pakken.   Onze   verwachting is, gegeven de resultaten tot nog toe, dat het marktaandeel dat we kunnen veroveren in de zakelijke markt, dat van de consumentenmarkt nog gaat overstijgen. Openbreken dus. En ter formele informatie: NLE heeft een 100%-belang in de Nederlandse Verkoop Maatschappij (NLSales) B.V., in Double Sigma B.V. (handelend onder de naam NLInfo) en in NLE Zakelijk B.V.. De resultaten van deze dochtermaatschappijen worden geconsolideerd in deze jaarrekening. Vanuit NLSales worden de grootschalige verkoopactiviteiten ten behoeve van NLE georganiseerd. In NLInfo vindt (software)ontwikkeling plaats ten bate van processen en systemen van de Nederlandse Energie Maatschappij.

9

Financieel Gelukkig stond het jaar 2012 niet in het teken van een systeemmigratie, zoals in 2011 het geval was.   Conform   onze   missie   en   dus   ‘business   as   usual’   investeerden   wij   dit   jaar   in   verdere   klantgroei en scherpe tarieven voor onze bestaande klanten. Het resulteerde in een groei met 196.000 nieuwe klanten (100.000 elektriciteit, 96.000 gas). De groei van de omzet hield in procentuele zin geen gelijke tred met de groei in klanten. Dit werd veroorzaakt door de zachte winter van eind 2012 en de relatief lage verkoopprijzen aan bestaande en nieuwe klanten. Gelukkig hield de stijging van de bedrijfskosten óók geen gelijke tred met de stijging in het aantal klanten. Hierdoor zijn de operationele kosten per klant fors gedaald, terwijl de klanttevredenheid steeg. Door deze verbetering van de tevredenheid en daarmee   van   de   zogeheten   ‘omloopsnelheid   debiteuren’   genereerden   we   bovendien   de   sterkste kasstroom sinds het bestaan van onze onderneming. De kas is daarmee genoegzaam gevuld om onze verdere groeiambities en plannen op het gebied van innovatie in te vullen. Risicobeheer In  het  kader  van  risicobeheersing  dekt  de  onderneming  risico’s  ten  aanzien  van  de   ontwikkeling van prijzen op de energiemarkt af door het inkopen van afgeleide producten. Ter afdekking van het prijsrisico op verkoopcontracten, waarin de verkoopprijs voor gas en elektriciteit vaststaat gedurende de looptijd van de overeenkomst worden door de Nederlandse Energie Maatschappij op termijn gas en elektriciteit aangekocht door middel van termijncontracten. Deze inkoopcontracten zijn aangegaan en blijven in stand met als enig doel het daadwerkelijk verkrijgen van gas en elektriciteit in overeenstemming met het verwachte verbruik van klanten. Een groot deel van de termijncontracten gas zijn gedurende het boekjaar afgesloten   tegen   variabele   prijzen.   Om   de   risico’s   in   variabele   kasstromen   als   gevolg   van   prijswijzigingen te beperken, zijn de variabele prijzen in deze termijncontracten grotendeels afgedekt door middel van swaps. Compliance De Nederlandse Energie Maatschappij past de Gedragscode Consument en Energieleverancier 2009 toe uit hoofde van haar lidmaatschap bij de branchevereniging Energie-Nederland. Daarnaast leeft NLE de Gedragscode Telemarketing strikt na en onderschrijft zij sinds kort vanuit haar lidmaatschap bij De Klantenservice Federatie (KSF) het convenant 'Zelfregulering kwaliteit van klantenservice'. Milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen Ook dit jaar investeerde NLE niet in kolencentrales of zette zij plannen op stapel voor de bouw van nieuwe kerncentrales. Daarmee alleen al ondernam NLE in 2012 ten opzichte van de meeste van haar concurrenten een stuk milieubewuster en maatschappelijker verantwoord. Over   onze   eerste   stappen   in   de   markt   voor   ‘transitie   naar   duurzaam’,   met   het   IK   ZEG   ZON project,  hebben  wij  onder  ‘Openheid  van  zaken’  al  bericht.

10

Een rol van NLE die voor mensen buiten de energiemarkt bijzonder onderbelicht blijft, is onze actieve lobby in het belang van de energie-afnemer. Hiertoe neemt NLE onder meer zitting in het bestuur van Energie-Nederland en vervult zij de bestuursvoorzittersrol in VOEG, een branchevereniging die hoofdzakelijk de belangen van nieuwe toetreders behartigt. Vanuit deze lobby heeft NLE in 2012 samen met onder meer de Consumentenbond en grootafnemers belangenorganisatie VEMW een brief gestuurd aan de informateurs met handreikingen voor versterking van het Nederlandse energiebeleid. Dat wij op een goede dag samen met de Consumentenbond brieven aan beleidsmakers zouden sturen, is een mijlpaal die wij in onze beginjaren niet hadden durven voorspellen. Speerpunten binnen onze lobby zijn onder meer: transparantie in de markt, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van een begrijpelijke en vergelijkbare energienota, vrijheid van prijsvorming (afschaffing van tariefregulering, althans van de huidige uitvoeringswijze daarvan), aanpakken   van   ‘professionele   wanbetalers’   ten   gunste van kwetsbare klantgroepen door middel van het ontwikkelen van een schuldenregister, het verbeteren van het systeem van laagdrempelige geschillenbeslechting in de markt en het slechten van doorgroeibarrières voor nieuwe toetreders in de markt (vanuit onze missie). Noemenswaardig is wellicht nog het feit een aantal medewerkers van NLE op persoonlijke titel hun   sociale   én   zakelijke   netwerk   mobiliseerden   voor   het   goede   doel   ‘Wereldouders’.   Samen   werd een benefiet-kindergala georganiseerd. Doel was de realisatie van een kinderziekenhuis op zonne-energie in Haïti. Dankzij de gulle donaties van de aanwezige (zaken)relaties wordt het ziekenhuis in 2013 gebouwd en in gebruik genomen.

Management en personeel Door de jaren waarin NLE voornamelijk bekend was van haar telemarketingactiviteiten en irritante reclamecampagnes, merken wij dat mensen bij NLE vaak een beeld hebben van een bedrijf dat ergens op een nuffig industrieterrein in een oude hangar Nederland bestookt met haar opdringerige boodschap. Als deze mensen echter daadwerkelijk een bezoek afleggen aan ons kantoor, dan spreken zij doorgaans hun verrassing uit over de positieve, open en energieke sfeer die er hangt. Daarom hebben wij in 2012 besloten om in 2013 naar buiten te gaan brengen wie wij zijn. Als eerste stap is door middel van een medewerkerstevredenheidsonderzoek input gevraagd aan onze medewerkers over wie zij vinden dat ze zijn. Dit heeft geresulteerd in een cultuurvizier cq. Merkkompas. De waarden uit dit kompas zullen worden verwerkt in al onze interne en externe communicatie vanaf medio 2013. Dit jaar geven wij ten slotte voor het eerst invulling aan de verplichting om het aantal medewerkers ook per afdeling weer te geven. Ergens vinden wij dat dit niet rijmt met het uitgangspunt dat wij wars zijn van functietitels en bureaucratie. De grootte van de organisatie vereist echter wel een zekere structuur. Die vindt u op pagina 37.

11

Onderzoek en ontwikkeling Wij vinden dat we vernieuwend moeten zijn om onze missie uit te kunnen voeren. Maar we zijn wel eerlijk: innovatie door NLE is tot nog toe met name tot uiting gekomen in allerlei spraakmakende mediacampagnes en onderscheidende proposities. In 2012 heeft NLE met succes een begrijpelijk en gepersonaliseerd energiecontract gelanceerd (ontwikkeld in 2011). Dit wordt inmiddels door onze klanten gewaardeerd met een 8,0. Dat smaakte uiteraard naar meer. Daarom hebben we in 2012 een begrijpelijke energienota ontwikkeld. Wij hopen dat deze in 2013 al in productie kan worden genomen. Dat ligt echter moeilijker omdat hiervoor een flinke bult regelgeving moet worden aangepast. Een voorbeeld van de begrijpelijke energienota ligt in ieder geval bij minister Kamp. De lobby is door NLE derhalve vol en vooralsnog succesvol ingezet. Voorts start NLE in 2013 met innovatie in bredere zin. De inhoud van deze spannende ontwikkelingen kunnen wij helaas - uit concurrentieoverwegingen - nog niet met u delen.

Toekomst De beoogde doorontwikkeling van de activiteiten op de markt voor (klein-)zakelijke afnemers zal gepaard gaan met een groei van het personeelsbestand en investeringen in met name acquisitiekosten. Deze investeringen liggen in lijn met die in 2012 en zullen, mede dankzij de sterke liquiditeitspositie van de onderneming, niet leiden tot een externe financieringsbehoefte. De directie van NLE ziet de toekomst van de onderneming enerzijds - zeker ten opzichte van de meeste   van   haar   collega’s   - met bijkans euforische gevoelens tegemoet. Anderzijds geeft het inzicht in het reilen en zeilen bij deze collega-bedrijven reden tot alertheid. Immers, de uitsluitende levering van (fossiel opgewekte) energie lijkt aan het einde van haar levenscyclus. Gelukkig heeft een jonge, dynamische organisatie als NLE de veerkracht om snel en adequaat op dergelijke ontwikkelingen in te spelen. U hoort nog van ons. Rotterdam, 26 maart 2013

Harald Swinkels Algemeen directeur

Pieter Schoen Algemeen directeur

P.S. Wij bedanken onze medewerkers dit jaar wel persoonlijk

12