You are on page 1of 7

Voorbeeld om ICT te integreren in de lerarenopleiding 1.0 Inleiding Het integreren van ICT in de lerarenopleiding is een complex proces.

In dit artikel beschrijf ik een fictief voorbeeld waarin de stappen staan waarop het proces om ICT te integreren in de lerarenopleiding zou kunnen verlopen. Het artikel is voorbeeld bedoeld als beeldvorming voor opleiders en managers hoe het proces van integratie van ICT in een lerarenopleiding zou kunnen verlopen. Ik begin eerst met het benoemen van de aspecten die belangrijk zijn om mee te nemen. Ik gebruik daarvoor het SQD-model van Tondeur et al (2012). Daarna beschrijf ik hoe de ontwikkeling van een lessenreeks waarin ICT geïntegreerd is zou kunnen verlopen. 2.0 SQD-model Tondeur et al (2012) hebben een meta-etnografische aanpak gebruikt om kwalitatieve studies te bestuderen. Ze hebben door deze aanpak een model kunnen opstellen waarin ze laten zien welke sleutelthema’s van belang zijn om ICT te int egreren in de lerarenopleiding. Deze onderzoekstechniek staat bekend onder SQD (Synthesize Qualitative Data). In het model hieronder (figuur 12) zijn de twaalf thema’s die de onderzoekers zijn tegengekomen samengebracht.

Figuur 1: SQD Model to prepare pre-service teachers for technology use.

Deze twaalf thema’s zijn gericht op: de daadwerkelijke voorbereiding van de leraar in opleiding: =(thema’s 1 tot en met 7) en de randvoorwaarden die nodig zijn op het

instituutsniveau (thema’s 8 tot en met 12). Ik zal per thema aangeven wat hier precies onder wordt verstaan. Het eerste thema is aligning theory and practice. Dit betekent dat je studenten een theoretische basis geeft voor het gebruik van een ICT-middel. Leraren in opleiding moeten begrijpen waarom ze dit middel moeten inzetten in de klas. Thema 2 is using teacher educators as role models: een leraar (lerarenopleider en praktijkopleider) ICT zien gebruiken in de les is een belangrijke motivator om het zelf ook in de les te gaan gebruiken. Het blijkt dat lerarenopleiders weinig ervaring hebben met het gebruik van ICT in hun onderwijs. Ze zijn te weinig rolmodel. Thema 3 is: reflecting on attitudes about the role of technology in education. De houding van leraren in opleiding ten opzichte van ICT in het onderwijs is negatief. Je moet gesprekken voeren over de rol van ICT in het onderwijs om er voor te zorgen dat er een positievere houding ontstaat ten opzichte van de rol van ICT in het onderwijs. Thema 4 is learning technology by design: studenten moeten leren hoe ze ICT in het onderwijs kunnen integreren door zelf lessen te ontwerpen. Thema 5 is collaborating with peers: samenwerken met medestudenten levert een veilige omgeving op waarin je vragen kunt stellen en ideeën uit kunt wisselen. Samenwerken in een online samenwerkingsomgeving kan aanvullend zijn. Thema 6 is scaffolding authentic technology: ICT uitproberen in de stage is een belangrijke stap om te kijken of wat je hebt bedacht, werkt. Belangrijk is dat leraren in opleiding bij de uitvoering ondersteund worden bij de voorbereiding en de planning. Samenwerking tussen de opleiding en het werkveld is hierbij ook belangrijk. Thema 7 is moving from traditional assessment to continuous feedback: de manier waarop je het gebruik van ICT kunt toetsen, is door kijken hoe een student door de jaren heen ICT in zijn lesgeven integreert. Het aanleggen van een ICT-portfolio is een manier waarop dit kan. Thema 8 is technology planning and leadership: het is belangrijk om op schoolniveau een visie op het gebruik van ICT te hebben. Bij het ontwikkelen van deze visie is het belangrijk om samen te werken met alle betrokkenen, dat er ondersteuning is op zowel technisch als inhoudelijk gebied, dat de eindgebruikers (lerarenopleiders) geprofessionaliseerd worden en dat de visie regelmatig geüpdate kan worden. Het management moet een leidende rol spelen om het belang van ICT in het onderwijs te benadrukken. Thema 9 is co-operation within and between institutions: samenwerking van vaksecties met ICT-coaches is belangrijk. Ook samenwerking met werkveld is belangrijk. Thema 10 is staff development: lerarenopleiders moeten worden bijgeschoold. Lerarenopleiders moeten training krijgen om duidelijk te maken hoe ze ICT in hun onderwijs kunnen opnemen. Dit kan door het houden van workshops, gemakkelijke toegankelijke consultants en het delen van informatie. Thema 11 gaat over access to resources: toegang hebben tot de middelen (hardware, software, leermaterialen, naslagwerk) is belangrijk. Je moet overal toegang hebben tot computers en niet alleen in het computerlokaal. Het gebruik van laptops zorgt bijvoorbeeld voor gemakkelijke toegang tot ICT. Het helpt ook als je studenten wijst op waar ze bronnen kunnen vinden die hen verder kunnen helpen. Tot slot thema 12: systematic and systemic change efforts: ICT integreren vraag om een systeemverandering. De rol van de ICT-coördinator is hierbij belangrijk. Hij overlegt met de vakdocent om ICT te

integreren in het onderwijs. Ze werken samen en niet apart. Dat is geen uitzondering maar een onderdeel van het curriculum. De 12 thema’s zijn niet los van elkaar te zien maar moeten met elkaar gecombineerd worden om er voor te zorgen dat ICT op een goede manier geïntegreerd kan worden in de lerarenopleiding. In het overkoepelende model (figuur 12) komt naar voren. 3.0 Ontwikkeling van een lessenreeks In deze paragraaf laat ik zien hoe de ontwikkeling zou kunnen verlopen bij het samenstellen van een lessenreeks waarbij ICT geïntegreerd wordt binnen de lerarenopleiding. Ik ga hierbij uit van de ideale situatie (pabo A). Ik begin met het beschrijven van de context. Daarbij maak ik gebruik van de thema’s 8 tot en met 12 uit het SQD-model van Tondeur et al (2012). Daarna beschrijf hoe studenten leren om ICT en rekenen te integreren. Daarbij maak ik gebruik van thema’s 1 tot en met 7 uit het SQD-model van Tondeur et al (2012). 3.1 Context Pabo A heeft in het beleidsplan opgenomen dat ICT een integraal onderdeel is van de opleiding. Opleidingsdocenten moeten rolmodel zijn in het gebruik van ICT en studenten leren hoe ze ICT in hun eigen onderwijs kunnen inzetten. Dat moet in alle onderdelen van de opleiding terugkomen. Een belangrijke ontwikkeling in het basisonderwijs waar pabo A mee te maken krijgt is de invoering van de wet op Passend Onderwijs. Het management geeft een ontwikkelgroep opleidingsdocenten opdracht om na te denken wat dit betekent voor het opleidingsprogramma. Aan deze ontwikkelgroep voegt het management experts vanuit verschillende disciplines toe: onderwijskundigen, vakexperts, en ICT-experts. Deze groep verkent wat nodig is voor het opleidingsprogramma. De groep komt met het volgende advies: neem het model van handelingsgericht werken (Pameijer, Van Beukering, & De Lange, 2009) als uitgangspunt en laat studenten hier ervaring mee opdoen in alle jaren van de opleiding. Biedt vanuit het onderwijskundig perspectief de kaders en achtergronden aan, ga vanuit de vakken na op welke manier zijn aan kunnen sluiten bij de onderwijsbehoeften van leerlingen en zorg ervoor dat de inzet van ICT ondersteunend en verrijkend is voor de leraar en leerling op de basisschool. De ICT-experts uit de ontwikkelgroep verkennen wat de mogelijkheden zijn voor de inzet van ICT. Zij nemen hierbij de stappen uit het model van handelingsgericht werken als uitgangspunt: waarnemen, begrijpen, plannen en realiseren. In de fase van het waarnemen en begrijpen komt onder andere het werken met een digitaal leerlingvolgsysteem in beeld. In de fase van het plannen en realiseren komt naar voren dat de inzet van educatieve software, het digibord en digitaal leermateriaal een waardevolle bijdrage kan leveren. De ontwikkelgroep stemt in een werkveldbijeenkomst met de opleidingscholen de plannen van de pabo af met het werkveld. Daaruit komt naar voren dat veel scholen bezig zijn om zich te oriënteren op de invoering van handelingsgericht werken. Gezamenlijk stellen de aanwezigen vast hoe ze studenten kunnen opleiden: wat

verwachten we van eerstejaars studenten enzovoort. De ICT-experts overleggen met het werkveld hun bevindingen. Daaruit komt naar voren dat veel scholen al werken met een digitaal leerlingvolgsysteem, educatieve software, het digibord en inzet van digitaal leermateriaal. Scholen geven ook aan dat ze dit nog niet in zetten ten behoeve van het handelingsgericht werken. Veel gebruikte pakketten zijn de programma’s Parnassys en CITO LOVS (digitaal leerlingvolgsysteem), Ambrasoft en Rekentuin (educatieve software), Prowise en Gynzy (digibordprogramma’s). Scholen hebben weinig ervaring met het zelf maken van digitaal leermateriaal maar zijn wel benieuwd naar de mogelijkheden. De ontwikkelgroep bereidt een studiedag voor over passend onderwijs. De ICT-experts krijgen de opdracht om verder te kijken naar de ICT-mogelijkheden. Ze nemen daarom contact op met de verschillende bedrijven die de producten in de markt zetten. Ze spreken met alle partijen. Uitgangspunt daarbij is: studenten ervaringen laten opdoen met de verschillende producten in het kader van handelingsgericht werken. Met de makers van Parnassys wordt afgesproken dat zij een demo-school klaarzetten waarmee studenten kunnen oefenen met de fasen van het waarnemen en begrijpen. Met de makers van Ambrasoft wordt afgesproken dat de studenten toegang krijgen tot de educatieve software zodat ze voor een fictieve klas het leerkrachtprogramma kunnen verkennen en daarmee oefenen voor de fasen plannen en realiseren. Met de makers van Prowise en Gynzy wordt afgesproken dat alle studenten toegang krijgen tot de materialen zodat ze kunnen oefenen met het maken van materialen voor de fase realiseren. De ontwikkelgroep organiseert nu een studiedag waarbij collega’s worden uitgenodigd. Op deze studiedag krijgt iedereen uitleg over passend onderwijs en het model van handelingsgericht werken. Ook worden de resultaten van het overleg met het werkveld voorgelegd. De collega’s maken ook kennis met de verschillende digitale programma’s die op de basisscholen worden gebruikt. Aan het eind van de studiedag geven de collega’s, net zoals de mensen uit het werkveld, aan wat de studenten in de verschillende jaren van de opleiding zouden moeten kunnen beheersen. De ontwikkelgroep overlegt met elkaar wat er uit de sessie met het werkveld en de sessie met collega’s is gekomen. Conclusie is dat studenten in het eerste en tweede jaar zich vooral gaan richten op het waarnemen en begrijpen. Studenten uit het derde en vierde jaar gaan ook aan de slag met de fasen plannen en realiseren. Voor deze fasen worden voor de studenten opdrachten geformuleerd. Bij elke opdracht wordt gekeken op welke manier ICT daarbij een rol kan spelen. Opdracht voor het eerste jaar is dat studenten leren waarnemen. Ze kijken naar de ontwikkeling van een leerling uit hun klas op sociaal, cognitief en creatief gebied. Ze geven hierover een presentatie. Ze maken daarbij gebruik van het digibordprogramma Prowise zodat ze hier al vaardig in worden. De tweedejaars studenten krijgen twee opdrachten. Ze gaan gesprekken voeren met twee leerlingen over hun onderwijsbehoeften. Om dit gesprek voor te bereiden moeten ze informatie verzamelen uit verschillende bronnen. Onder andere uit het digitaal leerlingvolgsysteem en het

leerkrachtdeel van de educatieve software. De tweede opdracht voeren studenten uit tijdens de rekenles op de opleiding. Ze houden een interactieve nabespreking op het digibord. In het derde jaar is de opdracht dat studenten de hele cyclus van handelingsgericht werken doorlopen. Doel is om een groepsoverzicht en groepsplan op te stellen voor een vak. Voor het groepsoverzicht moeten studenten weer gebruik maken van het digitaal leerlingvolgsysteem en de gegevens uit de educatieve software. In het groepsplan moeten studenten voor de juiste leerlingen oefenprogramma’s, waaronder educatieve software, kunnen inzetten, verrijkingsopdrachten kunnen formuleren, waaronder digitale verwerkingsopdrachten en extra hulp bieden aan leerlingen die moeite hebben een bepaald onderwerp, onder andere met behulp van het digibord. In het vierde jaar herhalen de studenten de opdracht uit het derde jaar en verbinden de manier van werken aan de visie van hun school en hun eigen visie op onderwijs. Ze geven daarbij ook expliciet aan welke rol ICT daarin speelt. Nadat doelen en opdrachten zijn geformuleerd wordt onderwijs samen met de collega’s verder voorbereid. De opleiding besluit om de opdrachten jaar voor jaar in te voeren. Te beginnen bij jaar 1. Per jaar worden ontwikkelteams samengesteld waarin de lessen worden voorbereid. Elk ontwikkelteam bestaat uit een expert op het gebied van onderwijskunde, de vakinhoud en ICT. Het ontwikkelteam van jaar 1 besluit om verschillende lessen te besteden aan de ontwikkeling van kinderen. In aparte bijeenkomsten zullen studenten aan de slag gaan met het leren werken van het presentatiemiddel Prowise. Het ontwikkelteam van jaar 2 besluit om voor de opdracht rondom de interactieve nabespreking lessen te organiseren waarbij studenten eerst kennis maken met de interactieve nabespreking, daarna leren hoe ze die in het digibordprogramma moeten voorbereiden en tot slot in een derde gezamenlijke bijeenkomst bij klasgenoten een interactieve nabespreking op het digibord houden. Bij de tweede opdracht is het idee dat de studenten gezamenlijk lessen krijgen van de vakexpert en de ICT-expert. Zo leren ze werken met het leerlingvolgsysteem en met de educatieve software en leren ze de gegevens direct te interpreteren vanuit de leerlijnen van de verschillende vakken. Het ontwikkelteam van jaar 3 besluit om lessen te maken die gericht zijn op het maken van een groepsoverzicht en groepsplan en het kunnen ontwikkelen en inzetten van ondersteunend materiaal en verrijkingsmateriaal hierbij. Het ontwikkelteam van jaar 4 tenslotte zet in op het ontwikkelen van aanbod waarin studenten nadenken over de visie op onderwijs. 3.2 Integreren van ICT en rekenen We zoomen verder in op jaar 3. In jaar 3 leren studenten op pabo A hoe ze een groepsoverzicht en groepsplan kunnen opstellen en uitvoeren. Ze leren daarbij ook hoe ze ondersteunend en verrijkingsmateriaal kunnen inzetten en ontwikkelen. In de lessen van onderwijskunde krijgen de studenten uitleg over het handelingsgericht werken, het groepsoverzicht en het groepsplan. In de lessen van rekenen en Nederlands krijgen de studenten uitleg over de ontwikkeling van leerlingen op deze vakgebieden en welke

onderwijsbehoefte deze leerlingen hebben. Ze leren ook hoe ze leerlingwerk kunnen analyseren en een diagnostisch gesprek met een leerling kunnen voeren. Ze leren ook welke materialen al beschikbaar zijn voor de sterke en zwakke leerlingen. Zij krijgen aanbod van de vakexperts rekenen en Nederlands. Zij krijgen ook gezamenlijk aanbod van de vakexperts rekenen en Nederlands met de vakexperts ICT. In deze gezamenlijke lessen gaan studenten aan de slag met het werken met een digitaal leerlingvolgsysteem, educatieve software en het ontwikkelen van digitaal leermateriaal. In de lessen waarin studenten leren werken met het digitaal leerlingvolgsysteem krijgen ze de opdracht om op basis van de ingevoerde toetsen, observaties en gesprekken de onderwijsbehoeftes van de leerlingen te formuleren. In de lessen waarin studenten kennis maken met de educatieve software leren studenten op basis van de onderwijsbehoeften van de leerlingen, hen toe te voegen aan de juiste oefeningen die beschikbaar zijn in de educatieve software. In de lessen waarin studenten zelf digitaal leermateriaal leren ontwerpen leren studenten om zelf opdrachten klaar te zetten voor leerlingen die meer uitdaging aankunnen. Maken van digitaal leermateriaal We zoomen nog een keer in. Nu op de les rondom het maken van digitaal leermateriaal. Tijdens de lessen rondom het zelf maken van digitaal leermateriaal leren de studenten wat voor verschillende digitale leermaterialen er zijn. Uitgangspunt is dat de inzet van het type digitaal leermateriaal afhankelijk is van het leerdoel dat je wilt bereiken. De aangepaste taxonomie van Bloom (Anderson & Krathwohl, 2001) is hierbij het uitgangspunt. De studenten krijgen voorbeelden te zien van verschillende digitale leermaterialen. De student moet hierbij aangeven bij welke leerlingen uit zijn klas dit leermateriaal, qua onderwijsbehoefte, aansluit. Een voorbeeld van dit digitale leermateriaal is de webquest treinmachinist (Van Galen & Van Velthoven, nb) waarin het gaat over het leren gebruiken van grafieken. Studenten discussiëren over de vraag waarom dit geschikt is voor deze leerling. Ze onderbouwen dit door gebruik te maken van hun kennis op het gebied van leerlijnen en onderwijsbehoeften. Omdat in de bijeenkomst ook theorie over het inzetten van webquests is behandeld (Dodge, 1997) geven studenten ook vanuit die kant hun mening. Studenten krijgen daarna de opdracht om in tweetallen zelf een webquest op te zetten. Deze opdracht wordt in de vorm van een webquest aan de studenten aangeboden. De webquest die de studenten maken moet verantwoord worden vanuit de leerlijnen, de onderwijsbehoefte van een specifieke groep leerlingen uit de klas en de kenmerken van een webquest. Doel is dat de webquest ingezet wordt in het groepsplan van de klas. Studenten leveren de opzet van hun webquest in via de elektronische leeromgeving. De vakexperts en de ICT-experts geven hier online feedback op. In de praktijk geeft de praktijkopleider feedback en tips op het uitvoeren van de webquest. Nadat de studenten in de praktijk de webquest hebben uitgeprobeerd beschrijven ze in een reflectieverslag wat ze hiervan hebben geleerd. Dit reflectieverslag wordt onderdeel van het digitaal portfolio waarin de studenten hun competenties bewijzen.

4.0 Bronnen Anderson, L.W. (Ed.), Krathwohl, D.R. (Ed.), Airasian, P.W., Cruikshank, K.A., Mayer, R.E., Pintrich, P.R., Raths, J., & Wittrock, M.C. (2001). A taxonomy for learning, teaching, and assessing: A revision of Bloom's Taxonomy of Educational Objectives (Complete edition). New York: Longman. Dodge, B. (1997). About Webquests opgehaald op 7 februari van http://webquest.sdsu.edu/about_webquests.html Pameijer, N., Van Beukering, T. De Lange, S. (2009). Handelingsgericht werken: een handreiking voor het schoolteam. Leuven: Acco. Tondeur, J., van Braak, J., Sang, G., Voogt, J., Fisser, P., & Ottenbreit-Leftwich, A. (2011). Preparing pre-service teachers to integrate technology in education: A synthesis of qualitative evidence. Computers & Education, Van Galen, G., Van Velthoven, W. (nb). Treinmachinist 1 opgehaald op 7 februari 2013 van www.fisme.science.uu.nl/toepassingen/03310/treinmachinist1/inleiding.html.