Alternatieven voor ‘Veldzicht’

Een ander zicht op het veld
RAPPORTAGE

29 mei 2013

Alternatieven voor ‘Veldzicht’
Een ander zicht op het veld

Inhoud 1. Inleiding
1.1 Aanleiding 1.2 Leeswijzer

Pagina 1
1 2

2. Sociaal-economische gevolgen voor de ‘regio Hardenberg-Hoogeveen’
2.1 Inleiding 2.2 De feiten op een rij 2.3 Op weg naar een krimpregio

3
3 4 6

3. Ontwikkelingen in de vraag
3.1 Tbs-opleggingen 3.2 Ontwikkelingen GGZ

9
9 10

4. De overwegingen bezien
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 Inleiding De noodzaak tot reductie van capaciteit Regionale arbeidsmarkt Bedrijfsvoering Resocialisatie Specialismen Ontbrekende overwegingen

12
12 12 13 14 15 16 16

5. Conclusies 6. Alternatieven voor Veldzicht
6.1 Inleiding 6.2 Denkbare alternatieven (geen bedden toebedeeld) 6.3 Denkbare alternatieven (wel bedden toebedeeld)

18 19
19 19 22

Bijlagen.

1. Inleiding

1.1 Aanleiding Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna VenJ), meer specifiek de Dienst Justitiële Inrichtingen (hierna DJI), heeft de opdracht € 340 miljoen te bezuinigen. Deze bezuiniging moet 2018 structureel ingeboekt zijn. Onderdeel in het Masterplan DJI 2013-2018 is de forensische zorg. Binnen deze sector moeten er 528 bedden worden afgebouwd in de periode 2013 - 2018 en het budget voor de forensische zorg moet worden teruggebracht van € 725 miljoen tot € 602 miljoen in 2017. Hiertoe heeft de staatssecretaris van VenJ een convenant gesloten met GGZ Nederland en de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland1. In het Masterplan is aangegeven dat DJI bij drie van de dertien forensisch psychiatrische centra (hierna FPC) geen tbs-gestelden meer zal plaatsen. Meer specifiek gaat het om de FPC’s Oldenkotte en 2Landen (beiden particuliere inrichtingen) en FPC Veldzicht2. In de begeleidende brief bij het Masterplan geeft de staatssecretaris aan dat hij met de sector overeengekomen is dat het de voorkeur verdient om gericht te snijden in de capaciteit, in plaats van overal een beetje te korten. GGZ Nederland heeft hier als volgt op gereageerd3: ‘GGZ Nederland betreurt de sluiting van instellingen en de gevolgen die dit heeft voor personeel en patiënten, maar beseft tevens dat bij teruglopende capaciteit pijnlijke keuzes gemaakt moeten worden’ […] ‘er zijn bij de totstandkoming van het meerjarenakkoord geen afspraken gemaakt over de precieze verdeling van de capaciteit, over instellingen of over het land, en over de manier waarop de bezuiniging bij de instellingen wordt ingevuld’. Inmiddels is de nodige beroering ontstaan onder de medewerkers en het management van de betrokken inrichtingen. Ook de politiek op zowel lokaal als landelijk niveau begint zich te roeren. De media volgen het een en ander op de voet. Binnenkort vindt het plenaire debat plaats in de Tweede Kamer over het Masterplan DJI. Dit adviesrapport is geschreven in opdracht van de gemeente Hardenberg en richt zich primair op de situatie van Veldzicht. Wij begrijpen dat de gemeente een belang heeft in deze, met name het werkgelegenheidsbelang uit te drukken in sociale en economische termen. In dit rapport presenteren wij de onderhavige situatie zo feitelijk mogelijk.

1 2 3

Meerjarenovereenkomst Forensische Zorg - 2013 tot en met 2017, ondertekend op 3 april 2013. Masterplan DJI 2013-2018 en begeleidende brief van het Ministerie van VenJ, 22 maart 2013. Brief van GGZ Nederland aan de vaste commissie voor VenJ van de Tweede Kamer, Schriftelijke inbreng

Masterplan DJI, 22 april 2013.

1

1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 werken wij het vanuit gemeentelijk perspectief belangrijkste criterium uit, zijnde het werkgelegenheidsaspect. Hoofdstuk 3 beschrijft de ontwikkelingen aan de vraagzijde. In hoofdstuk 4 gaan wij in op de andere criteria uit het Masterplan. In hoofdstuk 5 vermelden wij de conclusies van het feitenonderzoek. Hoofdstuk 6 presenteert een aantal alternatieven voor Veldzicht.

2

2. Sociaal-economische gevolgen voor de ‘regio Hardenberg-Hoogeveen’

2.1 Inleiding De bekendmaking van de voorgenomen sluiting van Veldzicht heeft geleid tot grote verontwaardiging en onbegrip bij de inrichting zelf en bij (de inwoners van) de gemeente Hardenberg. Veldzicht is één van de grootste tbs-klinieken in Nederland en kent als ‘instituut’ een meer dan honderdjarige geschiedenis met diepe wortels in de gemeenschap. Het behoort momenteel tot de ‘top vijf’ van werkgevers in de gemeente Hardenberg. Naast de voorgenomen sluiting van Veldzicht dreigt ook Penitentiaire Inrichting (PI) De Grittenborgh in Hoogeveen gesloten te worden (hierna PI Hoogeveen). Beide instellingen liggen op circa 15 kilometer afstand van elkaar. Als gevolg van de voorgenomen sluitingen verdwijnen circa 700 banen. Dit is bijna 20% van het totale landelijke banenverlies als gevolg van het Masterplan DJI4. De indirecte werkgelegenheid, gekoppeld aan Veldzicht en PI Hoogeveen, wordt door de gemeenten Hardenberg en Hoogeveen geschat op zo’n 350 fte5. Niet alleen wonen veel werknemers van Veldzicht in Balkbrug en Hoogeveen, de indirecte werkgelegenheid zorgt ook voor de nodige bedrijvigheid en levendigheid in een reeds kwetsbare regio, met een vergrijzende bevolking, een oplopende werkloosheid en eenzijdige economische structuur. Die kwetsbaarheid komt onder meer tot uitdrukking in het volgende:
 

De groei van het inwoneraantal in de gemeente Hardenberg is aan het afvlakken. De werkgelegenheid voor middelbaar en hoger opgeleiden is vooral te vinden bij de gemeente, het streekziekenhuis en Veldzicht. De economische structuur van de gemeenten Hardenberg en Hoogeveen is voornamelijk landbouw en industrie.

Dat de regio wederom wordt geraakt op het gebied van werkgelegenheid blijkt uit het volgende: De gemeente Hardenberg heeft in de afgelopen jaren met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna COA) intensief onderhandeld over de herontwikkeling van het voormalige opvangcentrum De Eik in Slagharen. Het COA heeft echter op 7 mei jl. besloten de herontwikkelingsplannen definitief stop te zetten, omdat het financieel niet haalbaar is om De Eik te verbouwen voor huisvesting van maximaal 520 asielzoekers6. De met de plannen gemoeide werkgelegenheid (ongeveer 300 banen) in de gemeente Hardenberg is hierdoor verdampt.

4 5 6

Het aantal banen dat verdwijnt als gevolg van het Masterplan DJI is 3.700 (3.400 fte). Masterplan DJI 2013-2018/Factsheet, opgesteld door de gemeente Hardenberg, april 2013. Zie http://www.destentor.nl/regio/hardenberg/geen-asielzoekers-in-slagharen-1.3807955.

3

Op de website van het COA wordt verder gemeld dat de vreemdelingenketen (samenwerking tussen IND, COA en Dienst Terugkeer en Vertrek) een bezuinigende taakstelling opgelegd heeft gekregen en dat vanuit deze taakstelling verdergaande samenwerking op het gebied van gezamenlijke huisvesting onlangs als een van de speerpunten is aangemerkt. Toegespitst op ’De Eik‘ zijn de mogelijkheden beperkt of niet mogelijk7. Opgemerkt wordt dat de vreemdelingenketen tevens onder de directe verantwoordelijkheid valt van het Ministerie van VenJ. 2.2 De feiten op een rij Woonplaatsen van de medewerkers

60% van de medewerkers van FPC Veldzicht (te Balkbrug) en circa 45% van de medewerkers van PI Hoogeveen woont in de regio Zuid-Drenthe/Noord-Overijssel. De genoemde medewerkers van Veldzicht (490) wonen voor een groot deel in de gemeenten Hardenberg (197) en Hoogeveen (89). De overige medewerkers van Veldzicht wonen hoofdzakelijk in de drie noordelijke provincies en Overijssel. De genoemde medewerkers van PI Hoogeveen (206) wonen deels in de gemeenten Hoogeveen (69) en Hardenberg (21). De overige medewerkers van PI Hoogeveen wonen in de drie noordelijke provincies.

Werkloosheidscijfers De werkloosheid in zowel de provincies Overijssel als Drenthe ligt boven het landelijk gemiddelde van 7,9% (januari 2013). In de gemeente Hoogeveen ligt dit percentage op 14,1%, in de gemeente Hardenberg op 7,6%. (Het aantal werklozen in de gemeente Hardenberg is in de afgelopen twee jaren - 2011 en 2012 - toegenomen met 428 mensen in absolute zin. In een percentage uitgedrukt is dit een toename van ruim 27%.) Scholingsniveau medewerkers

Het scholingsniveau van de medewerkers van Veldzicht (490) is als volgt verdeeld: ‫־‬ ‫־‬ ‫־‬ WO/HBO: 150 medewerkers. MBO: 200 medewerkers. LBO: 140 medewerkers.

Het scholingsniveau van de medewerkers van PI Hoogeveen (206) is als volgt verdeeld: ‫־‬ ‫־‬ ‫־‬ WO/HBO: 41 medewerkers. MBO: 144 medewerkers. LBO: 21 medewerkers.

7

Zie http://www.coa.nl/nl/nieuws/geen-herontwikkeling-de-eik-slagharen.

4

Toegang tot werk

De gemeente Hardenberg scoort laag op het gebied van bereikbaarheid van banen (plek 321 op landelijke schaal). De gemeente Hoogeveen scoort op dit gebied op vergelijkbaar niveau met de gemeente Hardenberg. De groep medewerkers op WO/HBO-niveau (van Veldzicht) lijkt weinig tot geen uitzicht te hebben op een andere baan in de hoogwaardige zorg. “Scholing en werkervaring van deze medewerkers sluiten minder goed aan bij de arbeidsmogelijkheden in de regio waar de vacatures zich voornamelijk bevinden in de technische en industriegroepen”, aldus het Werkgeversberaad Hardenberg-Ommen. Ook de groep medewerkers op MBO- en LBO-niveau (van Veldzicht) lijkt nauwelijks perspectief te hebben op de arbeidsmarkt. Het arbeidsmarktperspectief voor het gros van de medewerkers van PI Hoogeveen is vergelijkbaar met dat van Veldzicht.

Gevolgen van voorgenomen sluitingen Veldzicht en PI Hoogeveen8
Werkloosheidscijfers Januari 201311 Na sluiting Veldzicht Na sluiting PI Hoogeveen Indirecte werkgelegenheid (factor 0,5) 2.277 mensen (= 8,7%)
 

Gemeente Hardenberg9 1.983 mensen (= 7,6%) 177 mensen extra 19 mensen extra 98 mensen extra

Gemeente Hoogeveen10 3.246 mensen (= 14,1%) 80 mensen extra 62 mensen extra 71 mensen extra

3.459 mensen (= 15,0%)

Het landelijke gemiddelde werkloosheidspercentage is momenteel 7,9%. De sluiting van Veldzicht (490 medewerkers) zorgt voor 177 extra werklozen in de gemeente Hardenberg en 80 extra werklozen in de gemeente Hoogeveen. De sluiting van PI Hoogeveen (206 medewerkers) zorgt voor 62 extra werklozen in de gemeente Hoogeveen en 19 extra werklozen in de gemeente Hardenberg.

8 9

De aanname is dat 90% van de medewerkers niet van werk naar werk zal stromen. 1% werkloosheid staat in de gemeente Hardenberg gelijk aan 261 mensen. 1% werkloosheid staat in de gemeente Hoogeveen gelijk aan 230 mensen. De werkloosheidscijfers zijn afkomstig van het UWV.

10 11

5

Het verdwijnen van de indirecte werkgelegenheid zorgt voor een verdere stijging in de werkloosheidscijfers. Deze stijging is gelijkgesteld aan de helft van de verandering door de (gecombineerde) sluitingen van Veldzicht en PI Hoogeveen. De indirecte werkgelegenheid wordt door de gemeenten Hardenberg en Hoogeveen geschat op een factor 0,5.

2.3 Op weg naar een krimpregio Officieel staat de regio Hardenberg/Hoogeveen niet te boek als een krimpregio12. Bij krimpgebieden is er sprake van een structurele bevolkingsdaling (en huishoudensdaling). Deze term wordt gebruikt voor de regio’s Noord- en Oost-Groningen, Zuid-Limburg en Zeeuws Vlaanderen13. De gemeente Hardenberg ligt niet in een krimpregio, maar wel ingeklemd tussen twee zogeheten anticipeergebieden: gebieden die op termijn met bevolkingsdaling te maken zullen krijgen. De regio’s in kwestie zijn Twente en Oost-Drenthe. Door de voorgenomen sluitingen van zowel Veldzicht als PI Hoogeveen zullen de werkloosheidcijfers voor de gemeenten Hardenberg en Hoogeveen substantieel stijgen. De aanname lijkt gerechtvaardigd dat een zeer beperkt percentage medewerkers van Veldzicht van ‘werk naar werk’ kan stromen. In de brief van het Werkgeversberaad Hardenberg-Ommen aan de Tweede Kamer wordt gesteld dat “de getroffen medewerkers de regio zullen verlaten met alle gevolgen van dien” […] “over het algemeen zijn het juist de hooggekwalificeerde medewerkers op de arbeidsmarkt die een spin-offeffect genereren richting lager geschoold personeel”. Een ongestructureerd proces van diverse ongewenste effecten kan hierdoor in werking treden. De kans is aanwezig dat de kleuren op de kaart van Nederland, weergegeven op pagina 8, hierdoor enige correctie behoeven in de nabije toekomst.
Oorzaken bevolkingsdaling De bevolking in krimpgebieden daalt of verandert van samenstelling doordat: er minder kinderen geboren worden, gezinnen met kinderen naar grotere steden gaan en jongeren en hoogopgeleiden naar grotere steden gaan.

12

Bij krimpgebieden is er structurele bevolkingsdaling en huishoudensdaling. Bij anticipeergebieden wordt er Zie http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bevolkingskrimp/oorzaken-en-gevolgen-bevolkingskrimp.

bevolkingsdaling verwacht.
13

6

Gevolgen bevolkingsdaling Doordat jongeren verhuizen naar grotere steden vergrijst de bevolking in de krimpgebieden. Een gemeente met veel oudere inwoners kan minder aantrekkelijk zijn voor bedrijven. Bedrijven gaan zich ergens anders vestigen. Daardoor is er minder werk en gaan nog meer jongeren naar de grote steden. Andere gevolgen zijn onder andere: minder scholen, dalende huizenprijzen, minder zorgvoorzieningen, minder omzet voor winkeliers en bedrijven, minder sportfaciliteiten, minder bezoekers voor theater, bioscoop of concerten en minder reizigers in bus of trein .
14

Motie Heijnen Als reactie op de vernieuwing van de rijksdienst en een reductie van 12.000 formatieplaatsen die daarmee gepaard zou gaan, van 2008 tot 2011, is een motie ingediend door Pierre Heijnen (PvdA). De Kamer verzocht de regering om ‘deze taakstellingen niet onevenredig te doen neerslaan in de verschillende provincies in ons land en -als het kan- de provincies met de hoogste werkloosheid te ontzien’15. Zoals beschreven ligt de werkloosheid in de oostelijke provincies Drenthe en Overijssel boven het landelijk gemiddelde. Als het Masterplan wordt uitgevoerd, betekent dit een afname van 880 formatieplaatsen voor Oost-Nederland, een veel grotere daling dan in andere regio’s. Alleen in de regio Amsterdam verdwijnen meer formatieplaatsen. (In de regio Noord moet een afname van 320 formatieplaatsen worden gerealiseerd, grotendeels ingevuld door de sluiting van PI Hoogveen.) Dit wijst erop dat bij het opstellen van het Masterplan geen rekening is gehouden met de Motie Heijnen.

14 15

Zie http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bevolkingskrimp/oorzaken-en-gevolgen-bevolkingskrimp. Motie Heijnen kst-31490-17.

7

8

3. Ontwikkelingen in de vraag

3.1 Tbs-opleggingen Aantal opleggingen De historische ontwikkelingen rondom tbs laten sterke fluctuaties in de cijfers door de jaren heen zien. Eind jaren negentig schommelde de instroom van het aantal tbs-gestelden met bevel tot verpleging rond 150. Van 2000 tot 2004 steeg dit aantal tot circa 225, om vervolgens weer te dalen tot 115 in 200816. Recente gegevens tonen een verdere daling in de instroom17; het aantal tbs-opleggingen met verpleging is de laatste jaren sterk gedaald naar 93 opleggingen in 201218. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van VenJ heeft onderzoek gedaan naar de oorzaken van deze daling. De voornaamste oorzaken zag het WODC in de volgende ontwikkelingen: het aantal delicten waarna gemiddeld gezien vaak tbs volgt, neemt af, met als gevolg een daling van het aantal tbs-opleggingen. Bovendien wordt een dalende trend gezien in het aantal pro justitia onderzoeken (onderzoek naar het geestesvermogen van de verdachte) dat leidt tot tbs-advies, hoewel het aantal aangevraagde pro justitia onderzoeken juist toeneemt. Een mogelijke oorzaak hiervan is een toenemend aantal verdachten dat weigert mee te werken aan een dergelijk onderzoek. Dit kan ertoe leiden dat geen uitspraak kan worden gedaan ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid, waardoor de kans op tbs-advies wordt verkleind. In de praktijk komt opleggen van tbs dan zelden voor. Tevens blijken rechters vaker te kiezen voor een alternatief voor tbs en met name voor plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (pz-maatregel)19. Muis en Van der Geest (2009), stellen dat de toegenomen behandelduur van gemiddeld vijf naar meer dan acht jaar leidt tot minder tbs-opleggingen door rechters. Een andere verklaring zien zij in het feit dat “het vertrouwen in tbs als strafrechtelijke maatregel de laatste jaren in de gehele justitiële keten is afgenomen” als gevolg van politieke druk en veel media-aandacht voor tbs. Dit uit zich in minder aanvragen, minder onderzoeken, minder medewerking van verdachten en minder tbsopleggingen20. Het aantal opleggingen van tbs met voorwaarden is in het afgelopen jaar toegenomen met circa 30% ten opzichte van het jaar daarvoor. Patiënten met tbs met voorwaarden worden niet in FPC’s behandeld.

17 18 19 20

Motie Heijnen kst-31490-17. Forensische Zorg in getal 2008-2012, DJI, 2013. Memorandum Daling oplegging tbs met dwangverpleging, WODC, 2011. TBS uit de gratie, Muis en van der Geest, 2009.

9

In geval van tbs-oplegging moet de verdachte zich laten verplegen in een psychiatrisch ziekenhuis of gebruik maken van ambulante zorg. Tbs met voorwaarden kan alsnog omgezet worden in tbs met verpleging. Het percentage waarbij dit gebeurt is sterk gedaald, van 20% in 2008 naar 3% in 2012. De maximale duur van tbs met voorwaarden is in 2008 verhoogd van vier naar negen jaar21. Zo is ook de toezichtsperiode bij de voorwaardelijke beëindiging van tbs met dwangverpleging eveneens verhoogd van vier naar negen jaar. De gemiddelde intra- en transmurale verblijfsduur is sinds 1995 toegenomen. De verblijfsduur van de personen die zijn uitgestroomd in het jaar 1995 kwam uit op gemiddeld 5 jaar. In 2008 is de verblijfsduur op basis van uitstroomgegevens opgelopen tot gemiddeld 8,5 jaar22. Ontwikkeling capaciteit In de afgelopen jaren is de capaciteit toegenomen, van 1.944 plaatsen in 2008 tot 2.077 plaatsen in 2012. Mede hierdoor is het aantal passanten (justitiabelen die in een penitentiaire inrichting wachten op opname in een FPC) sterk afgenomen van 120 in 2008 naar 27 in 2012. De gemiddelde wachttijd in dagen is sinds 2008 zeer sterk gedaald (van 312 naar 88). Sinds 2011 is een lichte daling ingezet in de capaciteit, als gevolg van de afgenomen populariteit van tbs. Om de destijds verwachte stijging van de benodigde capaciteit op te vangen, is in de afgelopen jaren door middel van tenders tijdelijke capaciteit toegekend door DJI. In het Masterplan wordt geen rekening gehouden met het beëindigen van deze tijdelijke capaciteit. 3.2 Ontwikkelingen GGZ Verschillende onderzoeken laten zien dat de vraag naar forensische GGZ de afgelopen jaren fors gestegen is. Professionele zorg voor psychische gezondheidsproblemen is de laatste jaren toegankelijker geworden. GGZ Nederland ziet dit als één van de redenen voor de toename in de vraag. In 2011 heeft het Ministerie van VWS een bestuurlijk akkoord gesloten met GGZ Nederland, beroepsorganisaties, verzekeraars en cliëntenorganisaties. Hierin is afgesproken dat er meer GGZ in de buurt van de patiënt wordt aangeboden. Bovendien wordt een afname van tweedelijnszorg gerealiseerd, wat een afname van 30% van het aantal bedden in GGZ-instellingen tot 2020 inhoudt, meldt de Landelijke Huisartsen Vereniging. Om dit op te vangen vindt ambulantisering van de zorg plaats, dat wil zeggen dat ook de tweedelijns zorg in de wijk, dichter bij de patiënt, wordt aangeboden. Tevens wordt een groter deel van de zorg in de eerste lijn gegeven. Het streven is dat patiënten niet te snel naar gespecialiseerde GGZ worden doorverwezen23.

21 22

Forensische Zorg in getal 2008-2012, DJI, 2013. Criminaliteit en rechtshandhaving 2008 – ontwikkelingen en samenhangen, Ministerie VenJ, Landelijke Huisartsen Vereniging, zie http://lhv.artsennet.nl/Actueel/Nieuws6/Nieuwsartikel/Overzicht-

Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum, Kalidien S.N., Eggens A.Th.J., 2009.
23

landelijke-ontwikkelingen-GGZ.htm.

10

In het adviesrapport ‘Stoornis en delict’24 reikt de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg de voorwaarden aan voor een succesvolle invoering van de Wet forensische zorg (Wfz) en de Wet verplichte GGZ (WvGGZ), op een zodanige manier dat een integrale keten van forensische zorg kan ontstaan. Daarmee levert het een bijdrage aan het opheffen van het schot tussen forensische zorg en verplichte ggz. Als gevolg hiervan wordt een betere behandeling van mensen mogelijk met ernstige psychische aandoeningen, omdat niet langer het delict maar juist de stoornis als aangrijpingspunt wordt genomen. Door de scheiding van titel en bed kan de patiënt op het juiste bed terecht komen. Daarmee kunnen dus ook ‘civiele’ titels in Veldzicht ondergebracht worden.

24

Stoornis en delict, Forensische en verplichte geestelijke gezondheidszorg vormen een keten, Raad voor de

Volksgezondheid & Zorg, 2012

11

4. De overwegingen bezien

4.1 Inleiding In het Masterplan DJI 2013 d.d. 22 maart 2013 is besloten tot een capaciteitsreductie. Daarbij zijn vier overwegingen benoemd die een rol spelen bij de politieke overweging waar die capaciteitsreductie moet worden gerealiseerd. Dit zijn:
   

regionale arbeidsmarkt bedrijfsvoering resocialisatie specialismen.

Daarbij wordt in het Masterplan aangegeven dat met de sector is overeengekomen om gericht te snijden in de capaciteit, in plaats van overal een beetje te korten (de ‘kaasschaafmethode’). Dit betreft de Meerjarenovereenkomst Forensische zorg 2013 tot en met 2017 d.d. 3 april 2013 tussen VGN, GGZ Nederland en de staatssecretaris van VenJ. Op basis van dit afwegingskader heeft DJI besloten rijkskliniek FPC Veldzicht te sluiten. In dit hoofdstuk bezien we allereerst de gestelde noodzaak tot capaciteitsreductie en daarna de verschillende overwegingen die zijn gehanteerd in de besluitvorming om Veldzicht te sluiten. Vervolgens benoemen we een aantal relevante elementen die niet meegenomen lijken te zijn in de afweging die heeft geleid tot het besluit om Veldzicht te sluiten. We sluiten dit hoofdstuk af met een aantal tussenconclusies. 4.2 De noodzaak tot reductie van capaciteit In het Masterplan wordt verondersteld dat het aantal tbs-opleggingen gedurende 2014-2018 gelijk blijft op 100 opleggingen per jaar. Dit is bij benadering het huidige niveau.

De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming heeft een verband gelegd tussen een oplopende duur van het tbs-verblijf in de afgelopen jaren en een daling van het aantal opgelegde tbs-maatregelen25. Ook andere onderzoeken wijzen hierop26. Dit zou kunnen betekenen dat een afname van de tbs-duur leidt tot een toename van de vraag naar bedden. Het Masterplan gaat wél uit van een daling van de tbs-duur, maar niet van een toename van de vraag.

25

“Door de oplopende duur van het tbs-verblijf dreigt de maatregel steeds minder in verhouding te staan tot de

ernst van de gepleegde feiten. De rechter zou steeds vaker een vrijheidsstraf boven de tbs-maatregel verkiezen”. Bron: De oplopende duur van de tbs, Advies van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, 17 februari 2011.
26

Zie ook paragraaf 3.1.

12

De druk op forensische zorg zal waarschijnlijk groeien door afbouw van andere voorzieningen in aanpalende sectoren (bijvoorbeeld GGZ, GW, Reclassering, WMO en AWBZ).

4.3 Regionale arbeidsmarkt “Om zoveel mogelijk medewerkers van werk naar werk te kunnen begeleiden en daarmee de frictiekosten zo laag mogelijk te kunnen houden. Krimpregio’s hebben daarbij bijzondere aandacht.”27 Dit punt is uitgebreid behandeld in hoofdstuk 2 van dit rapport. Hieronder de belangrijkste aanmerkingen op het gehanteerde criterium:

Uitsluiting op basis van dit criterium zou betekenen dat medewerkers van Veldzicht op eenvoudiger wijze aan passend alternatief werk kunnen worden gebracht dan medewerkers van de andere FPC-instellingen en dus dat de arbeidsmarkt voor dergelijke competenties ruimer is in de omgeving van Veldzicht. Dit wordt bestreden door de gemeente Hardenberg en omliggende gemeenten. De in het Masterplan gehanteerde definitie van Krimpregio is onduidelijk. Hiermee bestaat het risico dat meer wordt gekeken naar ‘postcode beleid’ dan naar werkelijke problemen. Als reactie op de vernieuwing van de rijksdienst en een reductie van 12.000 formatieplaatsen die daarmee gepaard zou gaan, van 2008 tot 2011, is een motie ingediend door Pierre Heijnen (PvdA). Zie ook paragraaf 2.4. Als het Masterplan wordt uitgevoerd, betekent dit een afname van 880 formatieplaatsen voor Oost-Nederland, een veel grotere daling dan in andere regio’s. Alleen in de (qua werkgelegenheid veel grotere) regio Amsterdam verdwijnen meer formatieplaatsen. Dit wijst erop dat bij het opstellen van het Masterplan onvoldoende rekening is gehouden met de Motie Heijnen. Op regionaal niveau ontstaat een groot probleem doordat op 15 km afstand een penitentiaire inrichting sluit (PI Hoogeveen). De inrichting in Hoogeveen valt net in een andere regio, waardoor de sluiting van beide klinieken niet in hun onderlinge samenhang lijkt te zijn bekeken, maar wel een cumulatief effect heeft op de werkgelegenheid in dit gebied. Een belangrijk deel van de medewerkers van Veldzicht woont in de noordelijke krimpregio’s. Hiermee is in de afweging geen rekening gehouden.

27

Uit het Masterplan DJI 2013-2018.

13

4.4 Bedrijfsvoering “Gegeven de bezuinigingsopdracht is het kostenniveau een belangrijk criterium. Het gaat daarbij om de kosten van de huisvesting, omvang van de totale capaciteit (operationele en reservecapaciteit), efficiëntie en flexibele inzet van de capaciteit en groeipotentie van de inrichting. Mogelijkheden tot meer samenwerking over de sectoren heen spelen hierbij een belangrijke rol.”28

De in het Masterplan opgenomen specificering van het criterium bedrijfsvoering bevat meerdere componenten. Hoe deze componenten zich tot elkaar verhouden is onduidelijk. Voor de component omvang van de totale capaciteit is het niet duidelijk op welke wijze dit is meegewogen. Wordt een minimum schaalgrootte gehanteerd? Of juist een maximum? De gevraagde flexibele inzet van de capaciteit lijkt strijdig met het besluit in het Masterplan om de reservecapaciteit af te schaffen. Sluiting zou kapitaalvernietiging betekenen. In verband met de status van Rijksmonument en de geavanceerde beveiliging van de panden en het terrein is alternatieve aanwending, zeker in de huidige vastgoedmarktsituatie, op korte termijn niet te verwachten. Met betrekking tot groeipotentie is ook geen nadere toelichting gegeven. Gaat het om mogelijke groei van het aantal bedden en/of groei in fysieke zin door het aantrekken van extra grond en het plaatsen van extra gebouwen? Veldzicht is een ruim opgezette instelling, waardoor het aantal bedden op eenvoudige en relatief goedkope wijze kan worden uitgebreid zonder concessies te doen aan het uitgangspunt van humaniteit. Of gaat het om financieel groeipotentieel? Met andere woorden; is Veldzicht financieel gezond? Veldzicht is (door ons) op financieel gebied vergeleken met andere tbs-klinieken29 30. Hieruit komt naar voren dat het resultaat uit gewone bedrijfsvoering van Veldzicht positief is, en ten opzichte van de andere instellingen, hoger is dan gemiddeld31 (+42%). Ook is de rentabiliteit van het eigen vermogen (+244%), totale vermogen (+170%) en omzet (+38%) ten opzichte van de andere instellingen hoger dan gemiddeld. De current ratio32 van Veldzicht is gemiddeld ten opzichte van de andere instellingen (-12%). De solvabiliteit33 van Veldzicht is hoger dan gemiddeld (+47%) vergeleken met de andere klinieken.

28 29

Uit het Masterplan DJI 2013-2018. De jaarrekeningen uit 2011 van de 12 verschillende tbs klinieken zijn met elkaar vergeleken. Om de cijfers

onderling vergelijkbaar te maken is gewerkt met kengetallen. Alle cijfers uit de jaarrekeningen zijn gedeeld door de gefinancierde capaciteit (aantal bedden) van de instellingen.
30

De jaarrekeningen over 2012 zijn nog niet gepubliceerd. Veldzicht heeft in 2012 ten opzichte van 2011 (per Een afwijking tot 25% ten opzichte van het gemiddelde van de klinieken is in het onderzoek als gemiddeld Current ratio = vlottende activa/kortlopende schulden. Solvabiliteit = eigen vermogen/totale vermogen *100%.

bed) een iets lager (maar nog steeds positief) resultaat en een verbetering van de liquiditeit en solvabiliteit.
31

beschouwd.
32 33

14

Met betrekking tot efficiëntie kan gesteld worden dat Veldzicht iets beter dan gemiddeld scoort, met een relatief korte behandeltijd van circa 7 jaar34. Volgens het Masterplan bedraagt de gemiddelde behandeltijd nu 10 jaar. DJI streeft naar een gemiddelde behandelduur van 8 jaar. Per bed bedragen de gemiddelde kosten van Veldzicht € 176.553, tegenover € 177.877 bij andere klinieken35.

Hieronder een overzicht van de belangrijkste financiële indicatoren:
2012 Veldzicht Resultaat uit gew one bedrijfsvoering per bed Rentabiliteit van eigen verm ogen van totale verm ogen van om zet Liquiditeit current ratio Solvabiliteit Totale lasten per bed personeelslasten per bed afschrijvingslasten per bed overige lasten per bed Gerealiseerde formatie Aantal Bedden (gefinancierde capaciteit) € 8.343 47,1% 15,8% 4,3% 1,56 33,4% € 183.783 € 118.210 € 7.120 € 58.453 424 219 2011 Veldzicht € 14.332 160,0% 30,9% 7,4% 0,97 19,3% € 176.553 € 113.658 € 6.825 € 56.070 394 229 2011 Gem iddelde referentiegroep € 10.064 46,6% 11,4% 5,4% 1,10 13,2% € 177.877 € 126.506 € 9.281 € 41.739 872 401 Afw ijking t.o.v. referentiegroep 42% 244% 170% 38% -12% 47% -1% -10% -26% 34% -55% -43%

4.5 Resocialisatie “Vanuit het oogpunt van recidivereductie is het van belang zoveel mogelijk met ketenpartners samen te werken om zo positieve (nazorg)effecten te realiseren. Bij de spreiding van de inrichtingen is daarom zo veel mogelijk aangesloten bij de tien Politieregio’s.”36

De geprognosticeerde spreiding van de FPC’s over Nederland veroorzaakt een ‘witte vlek’ door de sluiting van Veldzicht. Het zwaartepunt komt te liggen in de Randstad. Dit lijkt eerder aan te sluiten bij de spreiding van woonplaatsen van gedetineerden over het land dan bij de spreiding van de politie als ketenpartner, zoals aangegeven in vorenstaand criterium.

34

Bron: Jaarverslag 2012 van FPC Veldzicht. Het betreft een ongewogen gemiddelde van meerdere

behandelingsvormen. De overige instellingen hebben volgens hun jaarverslagen een langere gemiddelde behandeltijd.
35

Per bed heeft Veldzicht ten opzichte van andere instellingen gemiddelde personeelslasten (-10%), lagere

afschrijvingslasten (-26%) en hogere overige lasten (waaronder huisvestingslasten) van +34%. Per saldo komt dit neer op totale kosten per bed die vergeleken met andere instellingen gemiddeld zijn (-1%).
36

Uit het Masterplan DJI 2013-2018.

15

In geval van tbs-oplegging wordt bij de plaatsing van de verdachte rekening gehouden met de woonplaats van de slachtoffer(s), om te voorkomen dat dader en slachtoffer elkaar kunnen treffen. Hiermee is in het Masterplan geen rekening gehouden. Het aansluiten bij de spreiding van patiënten vanwege resocialisatie-overwegingen is voor gedetineerden in het gevangeniswezen een logische keuze. Onduidelijk is of dit voor tbspatiënten ook geldt, of dat hiervoor juist binding met de vrije ruimte en de natuur succesfactoren zijn. Resocialisatie gaat over het langzaam wennen aan de maatschappij. In de Randstad is dat lastiger door de drukte en de grotere hoeveelheid prikkels en verleidingen (met name drugs) waar patiënten (een groot deel heeft verslavingsproblemen) aan worden blootgesteld.

4.6 Specialismen “Bij de keuze van te sluiten inrichtingen wordt rekening gehouden met de landelijke spreiding van specialismen en het in stand houden van specifieke expertise met behoud van kwaliteit, bijvoorbeeld bij psychiatrische zorg aan gedetineerden.”37

Veldzicht behandelt, als enige instelling in Nederland, ongewenste vreemdelingen met een tbsstatus met gedragsstoornissen. Veldzicht behandelt tevens verstandelijk beperkten met ernstige gedragsstoornissen, vrouwen en autisme. Daarnaast heeft Veldzicht, ook als enige FPC in Nederland, een afdeling met een aantal complexe psychosomatische patiënten. Veldzicht beschikt over een intensive care unit. Slechts twee andere inrichtingen (Van Mesdag en Kijvelanden) beschikken ook over een dergelijke unit. Veldzicht behandelt extreem vlucht- en beheersgevaarlijke patiënten (hiervoor heeft Veldzicht een aparte erkenning).

Door de specifieke specialismen en de behandeling van complexe problematiek van patiënten vormt Veldzicht daarmee in feite een ‘last resort’ in het veld. In het Masterplan is niet aangegeven hoe omgegaan wordt met het instandhouden van de specialismen. Als dit door andere instellingen moet worden overgenomen, zal dit zeker investeringen vergen op het gebied van kennis, ervaring en/of huisvesting en faciliteiten. Er is geen (zichtbare) voorziening getroffen die deze overname mogelijk maakt. 4.7 Ontbrekende overwegingen

In de Meerjarenovereenkomst Forensische Zorg 2013-2017 is aangegeven dat afbouw van capaciteit zorgvuldig moet geschieden, met oog voor (onder andere) patiënten. Hoe de zorg voor patiënten wordt gewaarborgd en of dit element een rol gespeeld heeft bij de keuze om Veldzicht te sluiten, is onduidelijk.

37

Uit het Masterplan DJI 2013-2018.

16

Het overbrengen van patiënten naar andere inrichtingen leidt tot substantiële extra kosten als gevolg van een gemiddeld 1 à 2 jaar langere behandelduur. Daarnaast ontstaan extra kosten voor overdracht en borging van zorg en kennis van het ene behandelteam naar het andere. Het is onduidelijk of met deze extra kosten rekening is gehouden bij de afwegingen in het Masterplan en of hiervoor voorzieningen zijn getroffen. Cijfers over aantallen uitbraken, wegblijvers en weglopers per instelling zijn niet meegewogen. In het Masterplan wordt uitgegaan van een aanpassing van wet- en regelgeving. Onduidelijk is of de hiermee gemoeide kosten zijn betrokken in de afweging. Ook is onduidelijk wat moet gebeuren als de beoogde aanpassingen van die wet- en regelgeving niet gerealiseerd worden. Het wordt niet duidelijk of en hoe kwaliteit en specialisme als afzonderlijke criteria in de afwegingen zijn meegenomen. Dit standpunt wordt grotendeels bevestigd door de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (hierna RSJ): “het is wel belangrijk daarbij zorg te dragen voor voldoende gespecialiseerde behandelvoorzieningen (bijvoorbeeld gericht op lichtverstandelijk beperkten, vreemdelingen en detentieongeschikten) en voor zo veel mogelijk regionale spreiding. De Raad zou dit als criteria bij de uitwerking van het akkoord terug willen zien, en de huidige ervaring en expertise van de rijksklinieken daarbij nadrukkelijker in de afweging betrokken willen zien.”38 Voor de toekomst is het vorenstaande extra problematisch aangezien kwaliteit een cruciaal onderdeel vormt van de in te voeren prestatiebekostiging in de forensische zorg.

 

38

Brief van de RSJ aan staatssecretaris Teeven van het Ministerie van VenJ, Advies Masterplan DJI 2013-

2018, 2 mei 2013.

17

5. Conclusies

Op basis van het feitenonderzoek trekken wij de volgende conclusies:

De werkgelegenheid in de regio (Hardenberg-Hoogeveen) krijgt, als gevolg van de voorgenomen sluitingen van Veldzicht en PI Hoogeveen, een gevoelige klap. Mogelijk wordt mede daardoor de weg ingeslagen naar een krimpregio. De (deel)criteria zijn op veel punten onvoldoende toegelicht en uitgewerkt om te kunnen herleiden hoe de afweging heeft plaatsgevonden en op welke wijze Veldzicht hierin is meegenomen. Door het ministerie zijn geen onderliggende berekeningen verstrekt. In het Masterplan staat weinig feitelijke informatie over de prestaties, doelmatigheid en spreiding van alle klinieken. Voor (deel)criteria die wel concreet genoeg zijn om te kunnen beoordelen geldt in een aantal gevallen dat de criteria arbitrair zijn toegepast en in andere gevallen dat Veldzicht op die criteria zeker niet slechter scoort dan andere instellingen. Of en hoe kwaliteit en specialisme in de afweging zijn meegenomen wordt niet aangegeven. Tenslotte lijkt een aantal wezenlijke elementen met substantiële financiële consequenties niet te zijn meegenomen in de overweging.

 

Al met al kan onvoldoende vastgesteld worden wat de sluiting van Veldzicht concreet oplevert, zowel op de korte termijn als op de lange termijn. En of de sluiting van Veldzicht het beste alternatief is om de beoogde effecten te realiseren.

18

6. Alternatieven voor Veldzicht

6.1 Inleiding Uit de voorgaande hoofdstukken blijkt dat de onderbouwing van de voorgenomen keuze om FPC Veldzicht te sluiten onduidelijk is, dat niet inzichtelijk is gemaakt welke bijdrage de sluiting van FPC Veldzicht precies kan leveren aan de bezuinigingsdoelstelling en of dit het beste alternatief is. Daarom wordt in dit hoofdstuk een voorzet gegeven voor een aantal mogelijke alternatieven, die kunnen worden meegenomen in de afweging. Centrale vraag hierbij is of DJI bij haar standpunt blijft dat er geen bedden worden toebedeeld aan FPC Veldzicht, of niet. De alternatieven voldoen aan de volgende condities:
   

Passend binnen de bezuinigingsdoelstellingen, dat wil zeggen budgetneutraal in de breedte. Passend binnen de werking van het Meerjarenakkoord Forensische Zorg. Het wegredeneren van bezuinigingen (‘not in my backyard’) bij Veldzicht is niet aan de orde39. Sluiten aan op ontwikkelingen in het veld.

6.2 Denkbare alternatieven (geen bedden toebedeeld) Vier alternatieven In het huidige Masterplan worden in totaal geen bedden toebedeeld aan FPC Veldzicht. Als dit het geval blijft, dan is het zelfstandig blijven voortbestaan als Rijkskliniek onmogelijk. Wij onderscheiden vier alternatieven voor Veldzicht die in dat geval het overwegen waard zijn: 1. Opgaan in één rijkskliniek samen met FPC Oostvaarderskliniek. 2. Zelfstandig privatiseren. 3. Privatiseren en samenwerking met GGZ- en/of VG-instelling. 4. Een geheel private sector.

39

Er wordt momenteel actie gevoerd met slogans als ‘Bezuinigingen oké, Veldzicht sluiten NEE!!!’. Zie

http://www.steunveldzicht.nl/.

19

Overzicht op hoofdlijnen In de volgende tabel zijn de alternatieven op hoofdlijnen weergegeven:
Positie Veldzicht 1 Opgaan in één rijkskliniek Samenwerking Maatregelen Financieel 40 effect

Samen met FPC Oostvaarderskliniek

 

Inkoop van bedden door DJI bij Veldzicht als onderdeel van de combinatie Veldzicht/Almere. Borging en versterking van behandelspecialismen door clustering. Beperking van het aantal bedden. Bezuinigingen door het snijden in de gezamenlijke overhead. Inkoop van bedden door DJI bij Veldzicht (als particuliere inrichting). Beperking van het aantal bedden. Bezuinigingen door het snijden in overhead. Bezuinigingen door niet langer deelnemen aan SSC van DJI. Inkoop van bedden door DJI bij Veldzicht (als particuliere inrichting). Beperking van het aantal bedden. Integratie in de keten van forensische zorg. Bezuinigingen door het snijden in de gezamenlijke overhead. Bezuinigingen door niet langer deelnemen aan SSC van DJI. Inkoop van bedden door DJI bij Veldzicht(als particuliere inrichting). Beperking van het aantal bedden. Een ‘level playing field’ voor de forensische psychiatrische zorg kan hierdoor worden gerealiseerd. Besparingen bij zowel DJI (Directie Forensische Zorg) als het kerndepartement. Meer gestroomlijnde zorginkoop. Bezuinigingen door het snijden in overhead. Bezuinigingen door niet langer deelnemen aan SSC van DJI.

+

2

Privatiseren

Geen

  

++

3

Privatiseren

Met een GGZen/of VG-instelling

  

+++

4

Een geheel private sector

 

++++

  

40

In bijlage 2 is de inschatting van het financieel effect verder uitgewerkt.

20

De alternatieven gewogen 1. Opgaan in één rijkskliniek. In dit alternatief gaat Veldzicht samen met FPC Oostvaarderskliniek. Werkgelegenheid blijft deels behouden. Verwacht mag worden dat er synergievoordelen ontstaan (zowel zorginhoudelijk als op gebied van bedrijfsvoering) door het samengaan van beide klinieken. Zo ontstaan bijvoorbeeld mogelijkheden om te snijden in gezamenlijke overhead. Kennis en expertise en behoud van behandelcapaciteit voor complexe patiënten wordt versterkt door dat de krachten van de twee organisaties worden gebundeld. De doorstroming van patiënten zal niet noemenswaardig veranderen in dit alternatief. Afhankelijkheid van DJI blijft bestaan (beleid, governance, ondersteuning vanuit SSC en inkoop beddencapaciteit), evenals de bereidheid van de Oostvaarderskliniek om samen te gaan. 2. Privatiseren. Veldzicht gaat in alternatief 2 verder als zelfstandige particuliere kliniek. Werkgelegenheid blijft deels behouden. Bijdrage aan bezuiniging is groter dan bij 1, omdat DJI geen andere kosten meer hoeft te maken dan de pure inkoop van zorg. De directe aansturing van en verantwoordelijkheid voor Veldzicht vallen weg bij DJI. Dit betekent ook dat de huidige afspraken en (hoge) kosten met betrekking tot deelname aan het SSC van DJI komen te vervallen. Veldzicht zal hier voor een deel zelf andere kosten voor terugkrijgen. Een grotere besparing wordt bij SSC van DJI verwacht. Afhankelijkheid beperkt zich vooral tot DJI, die bereid moet zijn capaciteit in te kopen (hiervoor is het van belang dat Veldzicht een goede prijskwaliteitverhouding blijft bieden). 3. Privatiseren en samenwerking met een GGZ- en/of VG-instelling. In alternatief 3 privatiseert Veldzicht en gaat samen(-werken). Werkgelegenheid blijft behouden. Bijdrage aan bezuiniging is naar verwachting groter dan bij 1 en 2, omdat DJI geen andere kosten meer hoeft te maken dan inkoop van zorg en ten opzichte van scenario 2 synergievoordelen en schaalvoordelen op overhead kunnen worden gerealiseerd. Immers, ook hier geldt dat de huidige afspraken en (hoge) kosten met betrekking tot deelname aan de SSC van DJI komen te vervallen en leiden tot besparingsmogelijkheden bij DJI. Daarnaast krijgt Veldzicht op onderdelen hier zelf kosten voor terug, echter door samenwerking met een of enkele andere partijen ontstaat hier tegelijkertijd synergievoordeel. Behoud kennis en expertise en behoud van behandelcapaciteit voor complexe patiënten wordt versterkt door dat de krachten van de twee organisaties worden gebundeld. Bovendien ontstaat de mogelijkheid om de doorstroming van patiënten soepel te organiseren omdat het vanuit één punt wordt aangestuurd. Afhankelijkheid van andere partijen is groter: van DJI (inkoop zorg), evenals de bereidheid van GGZ- en/of VG- instellingen om samen te werken.

21

4. Een geheel private sector. Het vierde alternatief is een situatie waarin er geen sprake meer is van rijksklinieken. Er zijn dan alleen nog maar particuliere inrichtingen. Dit alternatief gaat uit van privatisering en het mogelijk samengaan van de huidige twee rijksklinieken. Een geheel private sector biedt niet alleen dezelfde voordelen als alternatief 2. Ook hier zijn er synergievoordelen (zowel zorginhoudelijk als op gebied van bedrijfsvoering) te verwachten door het samengaan van beide klinieken. Het bijkomend voordeel is dat er één ‘level playing field’ voor de forensische psychiatrische zorg kan worden gerealiseerd. Dit maakt verdere besparingen bij zowel DJI (Directie Forensische Zorg) als bij het kerndepartement mogelijk, vooral bij de SSC. Op in ieder geval twee plekken in het Ministerie van VenJ ontstaan (aanvullende) bezuinigingsmogelijkheden: bij de Directie Sanctie- en Preventiebeleid (onderdeel van DGJS) en de Directie Forensische Zorg (onderdeel van DJI), vanwege het volgende: ‫־‬ ‫־‬ Minder beleidsambtenaren op het gebied van de forensische (psychiatrische) zorg. Minder uitvoerende ambtenaren (‘zorginkopers’) die zich bezig houden met vraagstukken over de aard en hoeveelheid van de benodigde forensische zorg en de plaatsing van mensen op basis van een overeenkomst in één van de instellingen (aanbod en kwaliteit van diensten is immers bekend per instelling). Een extra bezuiniging gekoppeld aan het vervallen van de directe aansturing van en verantwoordelijkheid voor (nu nog) twee rijks-FPC’s).

‫־‬

Afhankelijkheid is even groot als in alternatief 2. Redenerend vanuit het oogpunt van effectiviteit, efficiency en transparantie is dit alternatief aantrekkelijk. Dit geldt niet alleen aan de zijde van de beleidsmaker en de zorginkoper, maar ook aan de zijde van de inrichtingen zelf. Daarenboven bestaan er niet langer twee regimes in één en dezelfde deelsector van de zorg. In de wet is momenteel nog vastgelegd dat er Rijkskliniek(en) moeten zijn. Voor elk hiervoor genoemd alternatief geldt dat als gevolg van instandhouding van Veldzicht geen extra investeringen elders nodig zijn om de specifieke kwaliteit en expertise die Veldzicht momenteel bezit daar op te bouwen. Er is nog geen onderzoek gedaan naar de hoogte van deze investeringskosten. Verwacht mag worden dat deze kosten substantieel zullen zijn gezien het specifieke karakter. Het verdient aanbeveling om deze besparingsmogelijkheid nader te onderzoeken. 6.3 Denkbare alternatieven (wel bedden toebedeeld) Zoals in paragraaf 3.1.2 reeds aangegeven, is in het Masterplan geen rekening gehouden met het beëindigen van de tijdelijke capaciteit die via tenders is toebedeeld door DJI. Hierdoor is feitelijk tijdelijke capaciteit omgezet in vaste capaciteit, en vervolgens deze extra vaste capaciteit op andere

22

plekken afgebouwd. Als ervoor gekozen zou worden om eerst de tijdelijke capaciteit af te bouwen (ook bij FPC Veldzicht), kan hiermee in belangrijke mate de beoogde daling van het aantal bedden worden gerealiseerd. Dat zou betekenen dat ook FPC Veldzicht met haar vaste capaciteit door kan. In dat geval achten wij continuering als zelfstandige rijksinstelling, maar dan op kleinere schaal, haalbaar. Naast afbouw van de tendercapaciteit kunnen op beperkte schaal efficiencyvoordelen worden gerealiseerd. Uiteraard is het ook in het scenario waarin wel bedden worden toebedeeld en Veldzicht in afgeslankte vorm verder gaat mogelijk om te gaan samenwerken en/of te gaan privatiseren. Daarmee kunnen nog extra bezuinigingsmogelijkheden worden gerealiseerd.

23

Bijlage 1
Geraadpleegde documenten

Bijlage 1 - Geraadpleegde documenten

 

Aanvraag IAU Hardenberg (J. de Goeij, juli 2012) Advies oplopende duur Tbs (Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, 17 februari 2011) Brief aan Inspectie voor de Gezondheidszorg voor Gelderland en Overijssel (A.H. Heck, 16 april 2013) Brief van GGZ Nederland aan de vaste commissie voor VenJ van de Tweede Kamer, Schriftelijke inbreng Masterplan DJI, 22 april 2013 Brief inzake invoering prestatiebekostiging forensische zorg (F. Teeven, 14 juni 2012) Brief Masterplan DJI aan Tweede Kamer (F. Teeven, 22 maart 2013) Brief van de RSJ aan staatssecretaris Teeven van het Ministerie van VenJ, Advies Masterplan DJI 2013-2018, 2 mei 2013 Conceptrapport Mogelijke Bezuinigingen op Forensische Zorg (Arteria Consulting, maart 2013) Criminaliteit en rechtshandhaving 2008 – ontwikkelingen en samenhangen, Ministerie VenJ, Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum, Kalidien S.N., Eggens A.Th.J., 2009 Dashboard FPC versie Jaarverslag 2011 (3 oktober 2012) Document 20130419 Sava Hoorzitting DG (3 mei 2013) Oorzaken en gevolgen krimp (www.rijksoverheid.nl, 12 mei 2013) Overzicht anticipeer- en krimpregio’s (Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninrijksrelaties (mei 2013) Forensische zorg in getal 2007 – 2011 - DJI (mei 2012) Forensische zorg in getal 2008 – 2013 – DJI (mei 2013) FPC Veldzicht Inspectiebericht vervolgonderzoek (Inspectie Ministerie Veiligheid en Justitie, 25 oktober 2012) http://www.destentor.nl/regio/hardenberg/geen-asielzoekers-in-slagharen-1.3807955 http://www.coa.nl/nl/nieuws/geen-herontwikkeling-de-eik-slagharen http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bevolkingskrimp/oorzaken-en-gevolgenbevolkingskrimp Interimbesluit forensische zorg (F. Teeven & E.I. Schippers, 23 december 2010) Jaardocument 2011 concern GGzE (mei 2012)

  

 

   

  

  

 

1

                        

Jaardocument 2011 Stichting Arkin (mei 2012) Jaardocument 2011 Stichting Pro Persona (15 mei 2012) Jaarrapportage 2011 FPC 2landen (april 2012) Jaarrekening 2011 FPC 2Landen (11 april 2012) Jaarrekening 2011 Stichting Arkin (29 mei 2012) Jaarrekening 2011 Trajectum-Hoeve Boschoord (15 mei 2012) Jaarverantwoording 2011 FPC de Kijvelanden (mei 2012) Jaarverslag 2011 De Forensische Zorgspecialisten (mei 2012) Jaarverslag 2011 FPC de Oostvaarders Kliniek (april 2012) Jaarverslag 2011 FPC De Rooyse Wissel (27 april 2012) Jaarverslag 2011 FPC Dr. S. van Mesdag (23 april 2012) Jaarverslag 2011 FPC Veldzicht (1 maart 2012) Jaarverslag 2011 GGZ Drenthe (mei 2012) Jaarverslag 2011 Pompestichting (juni 2012) Jaarverslag 2012 FPC Veldzicht (maart 2013) Jaarverslag en jaarrekening 2011 Stichting Oldenkotte (15 mei 2012) Kamerbrief over resultaten zorgoverleg (E.I. Schippers & M.J. van Rijn, 24 april 2013) Landkaart Forensische Zorg (DJI, 2011) Maatschappelijk jaardocument 2011 Trajectum (mei 2012) Marktscan Forensische zorg met strafrechtelijke titel (Nederlandse Zorgautoriteit, juni 2012) Masterplan DJI (Dienst Justitiële Inrichtingen, 22 maart 2013) Masterplan DJI 2013-2017 Factsheet (Gemeente Hardenberg, april 2013) Meerjarenovereenkomst Forensische Zorg (Ministerie Veiligheid en Justitie, 3 april 2013) Memorandum 2011-1 Daling opleggingen tbs met dwangverpleging (WODC, 2011) Kamerstuk 31490-17 Vernieuwing van de rijksdienst motie Heijnen (Tweede kamer der StatenGeneraal,17 maart 2009) Nieuwsartikel overzicht landelijke ontwikkelingen GGZ (Landelijke Huisartsen Vereniging, 9 april 2013) Overeenkomst Tender Veldzicht (16 november 2012)

2

  

Overeenkomst vervoer Trajectum en Veldzicht (24 januari 2012) Overzicht Projecten huisvesting, onderhoud en huurcontracten (11 april 2013) Persbericht Zorgakkoord biedt zorgsector beter perspectief dan regeerakkoord (Brancheorganisaties Zorg, 24 april 2013) Plan van aanpak Terbeschikkingstelling en Forensische zorg in strafrechtelijk kader (september 2008) Q&A bij Masterplan DJI (maart 2013) Resocialisatie als proces (Expertisecentrum Forensische Psychiatrie, 25 mei 2011) Schriftelijke inbreng Masterplan DJI GGZ Nederland (P.M. van Rooij, 22 april 2013) Stoornis en delict, Forensische en verplichte geestelijke gezondheidszorg vormen een keten, Raad voor de Volksgezondheid & Zorg, 2012 Tbs uit de gratie (Muis & van der Geest, 2009) Tender toekenning bedden Veldzicht (DJI, maart 2007) Tweede kamer vragen en antwoorden inzake Masterplan DJI (Jadnanansing & Hessing-Puts, 29 april 2013) Uitdraai eerste prestatie indicator doelmatigheid tbv het jaarverslaggesprek (G. van Gemert, 26 april 2013) Verslag Implementatiegroep personele effecten Masterplan (Dienst Justitiële Inrichtingen, 26 april 2013) WOZ-waarde gebouwen (R. Tingen, 4 april 2013)

   

  

3

Bijlage 2
Uitwerking financieel effect

Bijlage 2 – Uitwerking financieel effect

Veldzicht

SSC

DJI / Departement

Totaal

Alternatief 1: Opgaan in 1 rijkskliniek - besparing op overhead - besparing op primair proces - besparing op huisvesting - besparing op beleid - besparing totaal + + + O +++ O O O O O O O O O O + + + O +++

Alternatief 2: Privatiseren - besparing op overhead - besparing op primair proces - besparing op huisvesting - besparing op beleid - besparing totaal ++ ++ O +++ +++ O O O +++ O O O + + ++ ++ ++ + +++++++

Alternatief 3: Privatiseren en samengaan - besparing op overhead - besparing op primair proces - besparing op huisvesting - besparing op beleid - besparing totaal +++ +++ O +++++ +++ O O O +++ O O O + + ++ +++ +++ + +++++++++

Alternatief 4: Een geheel private sector - besparing op overhead - besparing op primair proces - besparing op huisvesting - besparing op beleid - besparing totaal +++ +++ O +++++ ++++ O O O ++++ + O O +++ ++++ ++++ +++ +++ +++ ++++++++++ +++

(+ betekent (mate van) besparingsmogelijkheid, 0 = geen substantiële besparingsmogelijkheid. - = extra kosten)

1

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful