You are on page 1of 17

Radio Navigation

Aantekeningen

1 Lesson 1 (28 februari 2012)


1.1 Electro-Magnetic (EM) Waves
! ! Een condensator (GB: capicitor) neemt elektrische energie op. Een spoel (GB: coyle) neemt magnetische energie op.

De interactie tussen de condensator en de spoel, zorgt voor een wave. Oscillator: alles wat een golf voortbrengt. ?
Figuur 1 Simple Wave

Als de frequentie van oscillation te hoog is, dan wordt het electro-magnetic field met een enorme snelheids-loop de ruimte in geduwd. Zoals bij een schuine dipoolantenne. Polarization: Dit is de richting van de elektrische veldlijnen. ! Verticale polarisatie: elektrische veldlijnen in het verticale vlak. ! Horizontale polarisatie: magnetische veldlijnen in het horizontale vlak.

Figuur 2 Polarized EM Wave

1-1

Bij radiocommunicatie dienen zowel de sender als de receiver voor optimale ontvangst, f allebei horizontaal, f allebei verticaal te zijn.

Figuur 3 Vertical & Horizontal Loops

Er is nog een derde vorm van polarisatie: Circular polarization: het elektrische veld draait dan om de voortplantingsrichting heen. Sommige satellieten (bijv. GPS) & radars gebruiken circular polarization. GPS gebruikt een spiral antenna voor het uitzenden van zijn signaal. ! De belangrijkste informatie zit in het electrische veld. Daarom tekent men een wave ook vaak enkel zoals in figuur 4 getekend.

Hierbij:

= Lambda in meters = T (periode) in seconden

Figuur 4 Electric field

Frequentie (F): aantal golven in een seconde (Hz).

De elektrische golf plant zich voort met de lichtsnelheid (c). o c = 300.000 km/s = 162.000 NM/s o c=Fx

1-2

Beste ontvangst bij: Propagation: voortplanting.

Figuur 5 Sinusode en een Cosinusode met een gradencirkel

Propagation path:

- Ground waves

- Surface waves - Space waves

- Direct - Earth Reflected

- Sky waves(ionosfeergolven) (MF/HF) Attenuation: afvlakking van de golven.

2 Lesson 2 (1 maart 2012)


2.1 Re-, Diffraction
! Refraction: o Breking, als iets van een: Dichte stof losse stof Breking van de normaal af. Losse stof Dichte stof Breking naar de normaal toe. Diffraction: o Over/door een obstakel heen. Radiogolven kiezen in principe de weg met de minste weerstand. Bijvoorbeeld door gaten en over bergen.

Figuur 6 Propagatie van een Radiogolf door een gat

2-3

Laag D E Es F1 F2

ca. ca. ca. ca. ca.

Hoogte 50 - 100 km 100 - 130 km 100 km 200 km 250 - 400 km

Opmerking overdag aanwezig, ionisatie overeenkomstig met zonnestand overdag aanwezig, ionisatie overeenkomstig met zonnestand treedt sporadisch in de zomer op overdag aanwezig, versmelt 's nachts met de F2-laag overdag en 's nachts aanwezig

De structuur van deze lagen verandert per uur, per dag, per seizoen, per jaar en plaats op de aarde. ! ! ! ! ! De geoniseerde laag absorbeert de energie van radiogolven en maakt ze zwakker. HF (High Frequency)- reflecteerd (skywave) (nacht: lager HF-, overdag: hoger HF-gebruik). MF- reflecteerd minder, gebruikt ook surface wave. LF- wordt geabsorbeerd, meestal door laag D. VLF-, UHF- gaan door de lagen heen.

Figuur 7: ionosferische lagen

Figuur 8: ionosferische laag met de popagatie van de Radiogolven

2-4

2.2 Modulation
! Modulation: o het proces waar informatie in een Radio Frequency Electromagnetic (RF-EM) wave wordt gezet.

Figuur 9: gemoduleerde RF-EM waves

AM (amplitude modulation): o De amplitude verandert naarmate de amplitude van de info (audio frequency) verandert. Oscillator: o Creert een frequentie die de Radio Wave uitkleedt -> de-modulation. FM (frequency modulation): o De carrierwave (CW) heeft een constante amplitude. ! De frequentie van de frequency modulated wave neemt toe bij een toename van de amplitude van de info(AF: Audio Frequency). Voordelen: FM heeft minder last van Static Interference (minder noise) o Static Interference: elektriciteit door wrijving; lading. Nadeel: FM ontvangen is ingewikkeld. PM (pulse modulation): o PAM: Pulse Amlitude Mod. o PDM: Puls Duration Mod. o PPM: Puls Place (Pos) Mod.

! !

Figuur 10: pulsed modulations

2-5

3 Lesson 3 (2 maart 2012)


3.1 Antennas
! Verticale dipool antenne o Straalt in alle richtingen Stralingsdiagram (richting + veldsterkte) is circulair (omnidirectional: in alle richtingen). Lobe: gebied om de antenne waar ontvangst zit.
Figuur 11: 3D-stralingsdiagram dipool antenne, Lobe.

Loop antenne o Maat van de sterkte van het signaal: e = e2 e1 o Nadeel: zowel geen ontvangst op 0 als op 180. Ambiguity twijfel.
Figuur 12: Dipole polar diagram

Parabolic antenna o F: waveguide.

Figuur 13: parabolic antenna

Flat plate (phase array) antenna o Wordt gebruikt bij moderne weer radars. Voordeel: minder side lobes.

3-6

ADF: o Ontvanger (Loop + Verticale antenne) Automatic Direction Finder (richtingsontvanger aan boord A/C). Functie: ADF is een systeem waarmee de richting of de peiling van een radiozender bepaald kan worden. o ADF gebruikt een loop + verticale antenne. De combinatie van deze twee antennes creren een hartvormig richtingsdiagram (cardiode: rechter bolling in figuur 14). Deze cardiode heeft n max. en n min. punt in de ontvangst. o De minimale ontvangst bij de inkeping zit aan de kant van de zender, de linkerkant dus.

Figuur 14: Cardiode als resultante van de twee richtingsdiagrammen van de loop + verticale antenne

NDB: o Zender Non Directional Beacon (dit is de Tx die op de grond staat). Functie: NDB bestaat uit een zender die naar alle richtingen (omni-directional) radiogolven uitstraalt.

Figuur 15: ADF gauge indication aircraft location in relation to the NDB

3-7

Frequency: 190 KHz 1750 KHz (LF-MF) IDENT: 2 of 3 letters morse code A1A of A2A ! ! A1A = niet hoorbaar. o Om deze hoorbaar te maken: Wordt er BFO (Beat Frequency Oscillation) gebruikt. A2A = wel hoorbaar.

4 Lesson 4 (5 maart 2012)


4.1 ADF (freq selection 190 1750 KHz)
Loop antenne Automatic Direction Finder, heeft een: ADF: ANT-mode: Verticale Antenne (sense antenne)

automatische peiling mode. hier is alleen sense antenne met de ontvanger verbonden, nu is alleen de identificatie hoorbaar.

A1A: niet hoorbaar (ontvangst van een ongemoduleerd signaal). BFO: Beat Frequency Oscillator - Deze setting zorgt ervoor dat de A1A wl hoorbaar wordt. R B I: Relative Bearing Indicator (Fixed Card) ADF-indicators: R M I: Radio Magnetic Indicator (rotating background) hoek tussen de hoek tussen het langsas en MN (Magnetic North) en het station. het station.

RB (Relative Bearing): MB (Magnetic Bearing):

MB = MH + RB
M. HDG (Magnetic Heading): de hoek tussen MN en de langsas van het vliegtuig.

Figuur 16: ADF terms

4-8

QDR: o QDM: o QTE: o QUJ: o

MB MB TB TB

van station (NDB)

AF.

naar station (NDB) TOE. van station (NDB) AF.

naar station (NDB) TOE.

Figuur 17: verschil tussen TRUE en MAG

Magnetic variation: is de hoek vanaf MN tot het TN. Magnetic deviation: is de hoek vanaf MN tot het CN (kompas noorden). Fouten die optreden bij ADF (max 5) 1. Kwadrantal error door de fuselage (:romp van A/C). a. Deze fout wordt automatisch gecompenseerd. i. Reflectie van radiowaves via metal van de eigen romp, waardoor een verkeerde bearing wordt aangegeven. 2. Te grote bank angle. 3. Statische lading (door wrijving). 4. Bliksem (antenne zal zich altijd op de bliksem richten). 5. Berg-effect (reflective van de radiowaves via een berg). 6. Kust-effect (door de breking van het water). 7. Interference met andere zenders (vooral s nachts). 8. Gebrek aan foutmelding (fault flag: geen foutmelding mogelijk). 9. Nacht-effect. a. Interference van eigen golven, waardoor de golven elkaar verzwakken.

4-9

5 Lesson 5 (6 maart 2012)


5.1 VDF
-

Figuur 18: ADCOCK Antenna

VDF o VHF Direction Finding 30 MHz 300 MHz o Grondpeilers worden in de luchtvaart gebruikt om de richting van een vliegtuig te peilen via een testcall van het vliegtuig. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van VHF R/T band (118 MHz 137 MHz). De info wordt doorgegeven aan de vlieger in de vorm van een QDM of QDR. Dit systeem wordt veel gebruikt bij Search & Rescue operaties. Op het ground station wordt gebruik gemaakt van een CRT (Cathode Ray Tube)-display en een ADCOCK Antenna.

QGH o Radio Direction-Finding Letdown Procedure ATC interpreteert de VDF-procedure

Figuur 19: A typical high-altitude fighter aircraft QGH procedure

Range VHF R = 1,23 (H1 + H2) Range in NM; Vlieghoogte in ft; Hoogte antenne vanaf MSL in ft. Nauwkeurigheid tot +/- 2 +/- 5 +/- 10 > 10

Class A B C D

Figuur 20: Classification of bearings

5-10

5.2 VOR
VOR o VHF Omnidirectional Range Functie: Bepalen van de richting vanuit het baken naar het vliegtuig. Aanvliegen van het baken langs een gewenste baan. Positie bepalen. Ontvangst van ATIS info (Automatic Terminal Info Service). Frequency: 108 MHz 118 MHz. Polarisatie: Horizontaal.

Figuur 22: Schematische aanduidingen VOR's

Figuur 21: VOR met een DME in het midden

95% van de tijd is de afwijking van een VOR, minder dan 5. ! DVOR minder dan 0,5 afwijking.

Figuur 23: Cone-of-confusion

5-11

1.

VOR ground station straalt twee signalen uit: a. Een is het Reference Signal : 30 Hz FM gemoduleerd. i. Deze heeft gelijke fasen in alle richtingen. b. De andere is het Variable Signal: 30 Hz AM gemoduleerd. i. Deze heeft verschillende fasen, die afhankelijk zijn van de richting. Variable Signal heeft gelijke fasen met REF (reference) signal, alleen op MN. Het faseverschil bepaalt de radiaal!

5-12

6 Lesson 6 (7 maart 2012)


6.1 VOR
VOR (VHF Omnidirectional Finder) gebruikt 2x 30 Hz modulation frequency: o Een 30 Hz FM: als reference signal. o Ander 30 Hz AM: als variable signal. VOR straalt 360 radialen uit. o Een radiaal loopt altijd van de VOR naar buiten (bv. Naar een A/C) VOR zender (Ground Station) o 2 antennes: loop antenna; vertical antenna Hierdoor worden er twee signalen uitgezonden. o LIMACON: Een draaiend, hartvormige richtingsdiagram. (het is dus geen cardiode!) In de ontvanger wordt door middel van het LIMACON signaal, een variable signal van 30 Hz gemaakt. o Wat inhoudt dat het LIMACON signaal naast een referentie signaal wordt gelegd en het fase-verschil tussen deze twee signalen de radiaal waar de ontvanger zich op bevind zal zijn. Geeft mijn RMI (Radio Magnetic Indicator) aan: 000 dan komt het LIMACON signaal uit radiaal 180. VOR indicators o VOR indicator o HSI (OBI: Omnidirectional Bearing Indicator); (Horizontal situation indicator).

Figuur 24: VOR indicator

6-13

Figuur 25: wat geeft je VOR-indicator aan?

Figuur 26: HSI

6-14

Full needle deflection bij de VOR-indicator is 10, dus: 5 per bolletje. 2,5 per bolletje. 2 per bolletje.

7 Lesson 7 (8 maart 2012)


7.1 VOR types
C VOR: o Conventional VOR Frequency: 112-113 MHz Nadeel: Last van multipath errors (site errors) T VOR: o Terminal VOR Frequency: 108-112 MHz Range (aprox.) = 25 NM o Worden op de luchthavens opgesteld, werken met een relatief lager vermogen. VOT: o Test VOR Voor test doelen. Straalt Radial 000 uit in alle richtingen. o CRS geselecteer op 000 laat FROM zien, f CRS 180 laat FROM zien. D VOR o Doppler VOR Reference frequency: 30 Hz AM Variable frequency: 30 Hz FM 50 of 52 antennes zenden om de beurt een signaal uit. De antennes zijn geplaats op een cirkel met een diameter van ongeveer 13m. Vanuit het Vliegtuig gezien, lijkt het dat de antenne draait met een snelheid van 30 keer per seconde. Dit is de beweging ten opzichte van het vliegtuig. Dopplereffect/Doppler shift: Als de zender en ontvanger ten opzichte van elkaar een relatieve snelheid hebben, dan komt er een frequentie verandering bij de ontvangst die het dopplereffect of doppler shift wordt genoemd.
Figuur 26: DVOR

7-15

ident VOR: o Is standaard, 7x per minuut. Op iedere frequentie voor VOR 1020 Hz AM gemoduleerd o 2 0f 3 letter morse code

Question: Actual QDM= 330 HDG= 60 Requiered QDM = 350 What is the intercept HDG?

Answer: De standaard intercept hoek die wij hanteren is 45. Nu pakken wij de Requiered QDM, want op die radiaal willen we uiteindelijk op gaan vliegen. Dus: 350 - 45 = 305

7-16

8 Lesson 8 (13 maart 2012)

8-17