You are on page 1of 5

‘ De verminderde toerekeningsvatbaarheid’ van terbeschikkinggestelden.

Inleiding Iemand krijgt tbs als hij of zij lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis der geestvermogens. Bovendien, zo schrijft het Wetboek van Strafrecht (WvSr) voor, moet die persoon ook een gevaar zijn voor de samenleving; anders gezegd: er mag geen gevaar voor herhaling zijn. Als men in aanmerking komt voor tbs, kunnen er drie varianten uitgesproken worden: -Iemand krijgt alleen tbs. In incidentele gevallen gebeurt dit soms; -Iemand krijgt naast gevangenisstraf ook een terbeschikkingstelling. Zo iemand is dan ‘verminderd toerekeningsvatbaar’. Men wordt dan verplicht opgenomen in een Rijksinrichting van Justitie. Dit noemt men wel dwangverpleging; -Iemand krijgt een voorwaardelijke tbs. D.w.z. dat iemand gedwongen opgenomen wordt in een psychiatrische instelling of andere instelling (verslavingskliniek bv.) voor tenminste 2 jaar. Een dergelijke instelling is niet van Justitie. Wat te doen met veroordeelde criminelen die verminderd toerekeningsvatbaar zijn? ‘Ja’, zult U zeggen, ‘dat is niet zo moeilijk, want het WvSr bepaalt dat ze dan een gevangenisstraf en ook nog een tbs krijgen’. Eerst de gevangenisstraf en dan de tbs. Dat is zo, maar de gang van zaken is vaak onduidelijk, soms volkomen onduidelijk. Daarbij geeft het 2e vereiste n.l. ‘een gevaar voor de samenleving mocht zo iemand weer vrijkomen’ soms de doorslag. Is het psychiatrisch onderzoek dan zo onduidelijk? Dat ook weer niet, maar ik zal aan de hand van praktijkvoorbeelden en de rechtspraak illustreren wat er aan de hand kan zijn. Het eerste speelt in België en is zeer recent. In Nederland en België werken we met dezelfde psychiatrie. Het betreft Kim de Gelder. Kim de Gelder vermoordde een weduwe (moeder van 6 dochters), een kleuterleidster en 2 kleuters in 2009. Het proces is zojuist afgerond. De vraag die voorafgaand aan het proces vooral speelde was of Kim de Gelder nu wel of niet bij zinnen was toen hij voorafgaand aan zijn daad en op het moment zelf zijn daden pleegde. Of: was hij nou toerekeningsvatbaar of niet? Dat is een heel gedoe geweest. Twee deskundigen van de verdediging meenden van wel. Zij vonden dat hij onder invloed van psychoses handelde. Twee anderen van het OM meenden van niet. Het verdict van de rechtbank was op 4 mei 2012: wel toerekeningsvatbaar. Dat vond de Kamer van Inbeschuldigingstelling ook. De Gelder en zijn advocaat dachten derhalve van niet. Hij kwam toen voor het Assisenhof waar een jury oordeelt over de straf. Na de uitspraak van de rechtbank op 4 mei ’12 is er opnieuw een onderzoek geweest: 2 gerechtspsychiaters vonden hem wel toerekeningsvatbaar en zijn advocaten opnieuw niet, omdat hij leed aan heftige zware schizofrene psychoses. De uitkomst van dat onderzoek was op 12 maart 2013. Het verschil zit hem in de beoordelingen van de psychiatrische stoornissen van Kim de G. Kim de Gelder werd op 22 maart ’13 tenslotte door het Hof van Assisen te Gent veroordeeld tot een gevangenisstraf van levenslang. ‘Hij had controle over zijn daden, daarom wordt hij niet geïnterneerd ‘(zo heet de tbs met dwangverpleging in België). Daar wordt het ‘het proces van de psychologen en psychiaters genoemd’. België kent echter de gedeeltelijke ontoerekeningsvatbaarheid niet……. Anders Breivik Hetzelfde zagen we bij de Noorse massamoordenaar Anders Breivik. Enkele deskundigen meenden dat hij wel een erg benauwend (politiek) idee-fixe had en van daaruit gedreven

werd, waaruit geen weg terug was, andere vonden hem bij zijn volle verstand toen hij zijn aanslagen (o.a. op Utôya) pleegde. Het verdict van de rechtbank op 24 aug. 2012 gaf daar de doorslag: hij is volkomen toerekenbaar. De maximale straf werd geëist van 21 j. (die additioneel met 5 j. verlengd kan worden. daarna is verlenging steeds weer mogelijk). In Nederland moeten in zo’n geval in ieder geval een psycholoog en een psychiater verplicht geraadpleegd worden die de dader onderzoeken, zo eist het WvSr. Meestal gebeurt dat in het PBC (Pieter Baan Centrum) of een andere forensisch psychologisch-psychiatrische observatiekliniek van het gevangeniswezen. Laten we en paar Nederlandse voorbeelden nemen: Allereerst (uiteraard) Volkert van der Graaf, bekend van de moord op Pim Fortuyn in het Mediapark te Hilversum. Het PBC constateerde dat Volkert van der G. aan een obsessief compulsieve stoornis lijdt. D.w.z. als iemand een idee, een fantasie heeft waarin hij stellig gelooft, hij dit ook ten uitvoer zal brengen. Het idee neemt zijn gedachten dwangmatig in beslag om dat te volbrengen. Verder dacht het PBC dat hij in de toekomst geen gevaar meer voor de maatschappij zou vormen. Gezien dit laatste vonniste de rechtbank ook geen levenslang, zoals geëist was, maar 18 j. gevangenisstraf. De stoornis was ook niet dermate dat een tbs vereist was. Deskundigen meenden tijdens en na het proces dat Volkert leed aan de ziekte van Asperger, maar het PBC had dit al onderzocht en kwam niet tot die conclusie. Nu kan men zich wel afvragen waarom geen tbs opgelegd werd. Er was een stoornis en dat hij geen gevaar meer voor de samenleving zou vormen of dat zich en soortgelijke herhaling zou voordoen was misschien op dat moment niet aan de orde, maar een paar jaar later was daar toch de Partij voor de Vrijheid (zowel Fortuyn als de PVV vreesden voor islamisering van Nederland). Een straf + tbs had wel gekund… de zaak Baflo De 27-j Alasam S. gaat helemaal door het lint als hij te horen krijgt dat zijn asiel is afgewezen. S. kwam uit Benin en verbleef in een asielzoekerscentrum. Hij vermoordde daarop zijn Nederlandse vriendin en een motoragent die hij tegenkwam. Uit onderzoek blijkt dat S. lijdt aan psychoses. Dat zou voor ontoerekeningsvatbaarheid pleiten. Volgens zijn advocaat is S. ‘knetterpsychotisch’. De rechtbank te Groningen zegt plompverloren: ‘Uit wat wij uit het getoonde kunnen opmaken is dat niet zo’. Het vonnis van de rechtbank op 5-32013 te Groningen luidt 28 jaar en geen tbs. Hoger beroep wordt mogelijk nog ingesteld. En zo gebeurde het ook: niet door het OM, maar door verdachte. Dat dient op een nog nader te bepalen tijdstip voor het gerechtshof te Leeuwarden. de zaak Benno L. Benno L. was badmeester in Den Bosch. De rechtbank te Den Bosch veroordeelde Benno L. tot een gevangenisstraf wegens misbruik van tientallen zwakbegaafde meisjes in het zwembad. Hij maakte er soms ook foto’s van die hij later nog eens bekeek. Hij ging dus niet naar het PBC. Wel gaven 2 deskundigen hun oordeel: geen tbs. Het Openbaar Ministerie (OM) ging in hoger beroep bij het Hof, omdat de rechtbank geen tbs had opgelegd. Er werden 2 extra deskundigen ingeschakeld om het gevaar op herhaling in te schatten. Het OM eiste, omdat die extra 2 ook geen kans op recidive aanwezig achtten, daarop 10 j. cel. Het vonnis van het Hof kwam tenslotte uit op 6j. en geen tbs. Je zult Benno L. over een jaar of 4 wel met argusogen bekijken als hij langs of in het kinderbad loopt. Hij is inmiddels vrij, wilde zich in een klein dorp in het Zuid-Nederland

vestigen en zat daar al, maar de gemeenschap keerde zich tegen hem. Hij heeft nu de Duitse nationaliteit. Waar hij nu verblijft weet ik niet, wel in Nederland. ‘Ik kan de Duitse grens overgaan wanneer ik daar behoefte aan heb’, zo zei hij. Ook bij verlenging van de tbs speelt dit een rol. De rechtbank te Breda werd de vraag voorgelegd of de tbs van een persoon uit de Pompe–inrichting te Nijmegen verlengd moest worden. Dat speelde op 23 maart 2009. Deskundigen van de Pompe- kliniek hadden aangedrongen op verlenging van 2 jaar wegens nog aanwezige waan- en persoonlijkheidsstoornissen. Het PBC had dat indertijd in 1994 geconstateerd. Zo was hij in de Pompe-kliniek terechtgekomen. De rechter vond echter geen persoonlijkheidsstoornis of andere stoornis meer aanwezig en liet hem vrij. Dat verschil is opmerkelijk. Het is, in dit geval bij verlenging; maar er zijn vonnissen waarbij geen straf + tbs opgelegd wordt, terwijl er toch een persoonlijkheidsstoornis, hoe dan ook, geconstateerd werd. Ik kom daar nog op terug, maar blijkbaar wegen de zwaardere persoonlijkheidsstoornissen anno 2013 sterker dan de wat mindere. Een ander voorbeeld: Een 49-j. man uit Oss werd in 2010 door de rechtbank te Den Bosch veroordeeld voor het doodsteken van zijn ex-vrouw tot 10 j. gevangenisstraf + tbs. Het PBC verklaarde dat de man weliswaar verminderd toerekeningsvatbaar was, maar achtte de kans op herhaling gering. De man had een persoonlijkheidsstoornis en was ook depressief. Het Hof sprak een celstraf van 12-j. uit en vond tbs niet nodig. ‘Hij moet wel behandeld worden, maar dat kan ook na zijn straf’, vond het Hof. Het PBC tilt blijkbaar zwaar aan de kans op herhaling (zagen we hierboven ook al), maar de rechter vindt dat blijkbaar niet en eist een langere straf. Zeer opmerkelijk is de uitspraak dat de man wel na zijn straf behandeld kan worden. Vooral omdat we een systeem hebben van straf en daarna tbs, waarin de dader altijd eerst zijn straf uit moet zitten en daarna pas echt behandeld wordt. Dat roept uiteraard vragen op. Niet alleen of een behandeling uitgesteld kan worden, maar of een behandeling dan nog wel effectief is?. Wat gebeurt er eigenlijk tijdens een behandeling: hoe ziet die eruit? Dat is nu echter niet aan de orde, maar komt waarschijnlijk nog. volgende voorbeeld: Een 24-j. man uit Breda wordt veroordeeld door de rechtbank tot 5 j. cel wegens 2 pogingen tot geweld in Staphorst en Ede. Het PBC zegt: ‘De man heeft een niet te behandelen persoonlijkheidsstoornis, daarom geen tbs’. ’De man heeft behoefte aan rust en regelmaat, een zinvolle tijdsbesteding en begeleiding bij het maken van de juiste keuzes’. De man had eerder al een jeugd-tbs gehad (plaatsing in een Penitentaire Inrichting), maar had deze blijkbaar niet volledig afgerond. Het Hof vond dat de man deze tijd eerst moest uitzitten Pas dan kan hij deze straf uitzitten en worden begeleid.. Het Hof: geen tbs. Blijkbaar kunnen niet alle psychische of psychiatrische stoornissen worden behandeld . Een volgende moeilijkheid is het verband tussen het feit en de ziekelijke stoornis (op te maken uit de zinsnede van 37lid 1 WvSr: ‘degene aan wie een strafbaar feit wegens een gebrekkige

ontwikkeling of een ziekelijke stoornis van de geestvermogens niet kan worden toegerekend’. En ook art.37a lid 1 bevat een omstreden woord namelijk: ‘tijdens het begaan van het feit’. Het gaat om het woord ‘tijdens’. Die ziekelijke stoornis moet dus ‘tijdens’ het plegen bestaan en ook moet er een causaal verband zijn tussen de ziekelijke stoornis en het strafbare feit. ‘Tijdens’ wordt door de HR ruim genomen: van zeg een aantal maanden tot bv een half uur voor het begaan van het feit. Niet dus in een vlaag van verstandsverbijstering op het fatale moment. Het causaal verband lijkt vaak moeilijker te bewijzen; zo heeft de Hoge Raad (HR) eens geoordeeld dat het bestaan van gelijktijdigheid van de ziekelijke stoornis en het begaan van het feit al voldoende was. In 1999(NJ –‘99-435) bepaalde de HR dat in het vonnis het causaal verband wel moet worden toegelicht. een ander voorbeeld: de Tolbert-zaak Avi C. verkeerde in een amfetaminepsychose d.w.z. Avi was verslaafd aan amfetaminen en verkeerde daarbij ook nog eens in een psychose. De advocaat betoogde voor het Hof dat hij tijdens het plegen van het delict leed aan een amfetamineverslaving en ook gebukt zou gaan onder een narcistische persoonlijkheid e.a. Dit zou de opzet om zijn kinderen te doden helemaal vertroebeld hebben. Hij was in de war, handelde meer in een impuls en aangezien voor doodslag opzet vereist is, kan men daar in dit geval moeilijk van spreken. Het Hof oordeelde anders: opzet d.w.z. voorwaardelijk opzet is hier aan de orde. ‘Verdachte kon weten dat dit (gebruik) riskant gedrag zou opleveren. De feiten kunnen verdachte wel worden toegerekend, zij het in licht verminderde mate door zijn persoonlijkheidsstoornis. Avi kreeg van het Hof te Leeuwarden 18j. en geen tbs wegens doodslag op zijn 2 kinderen. De HR meende dat het vonnis onvoldoende gemotiveerd was en verwees de zaak terug naar het Hof te Arnhem. Die vonniste tenslotte 15 j. + tbs (licht ontoerekeningsvatbaar) wegens doodslag I.h.a. meent de HR, dat is vaste regel, dat, indien iemand t.g.v. genomen drugs of alcohol of beide stoffen, iemand in een roes letsel toebrengt of nog erger, die persoon gewoon gestraft moet worden, omdat hij zichzelf in die positie gemanoeuvreerd heeft. medewerking verdachte Het Hof te Amsterdam was van mening dat een verdachte schuldig was aan het neerschieten op korte afstand van een ander persoon en eiste een gevangenisstraf van 8 j. De verdachte weigerde mee te werken aan een persoonlijkheidsonderzoek. Dan zou je een hogere straf verwachten, maar dat gebeurde niet. Het Hof sprak toch een tbs uit. (21-3-2003). Dat is tot nu toe een ongebruikelijke gang van zaken. Als de verdachte niet mee wil werken aan een onderzoek naar zijn psychische gesteldheid, is het onbegonnen werk om een psychologische en/of psychiatrische rapportage te maken. Het PBC heeft dan ook menigmaal geen rapport uit kunnen brengen, hoewel dat gevraagd was. Het is echter niet aan de verdachte om te bepalen dat bv. een observatie niet doorgaat. De rechtbank of het Hof nemen de beslissing. Als er geen psychiatrische observatie gemaakt kan worden, kan er bv. een gedragsobservatie plaatsvinden. Echter voor het beoordelen van de geestesgesteldheid wordt het vreselijk moeilijk. Om die situatie nu in te dammen (de verdachte zegt: ‘Ik werk niet mee aan zo’n onderzoek’) komen er nu nieuwe regels. Ook om vroegere onderzoeksrapporten van gedragsdeskundigen of vroegere opnames in zo’n geval mee te laten wegen. Als die er tenminste zijn. De staatssecretaris Dhr. F. Teeven komt in de loop van 2013 met voorstellen. aantallen: Het aantal tbs’ers dat een straf + tbs opgelegd krijgt daalt inmiddels gestaag. Het aantal mensen met een tbs alleen is misschien 2 of 3 per jaar. Dit betreft vaak mensen met een ‘gebrekkige ontwikkeling‘

Men moet dan denken aan zwakzinnigen of echte krankzinnigen. Krankzinnigen kunnen ook binnen een KZ-gesticht iemand vermoorden. Zwakzinnigen plegen een enkele keer een ernstig misdrijf. Een zwakzinnige jongen die op een boerderij zijn vader met een bijl bewerkte bv. De rechter kan dan straf + tbs opleggen. Meestal ziet hij dan af van de straf en legt hij alleen een tbs op (d.w.z. tijdelijk ter observatie in een psychiatrische inrichting of een andere inrichting, dat kan volgens art. 37 a lid 2 WvSr). Er is nog een andere mogelijkheid: de tbs met voorwaarden of met aanwijzingen De veroordeelde wordt dan niet ter verpleging in een tbs-kliniek opgenomen, maar de rechter geeft echter wel aanwijzingen betreffende het gedrag Voor de naleving ervan wordt een instelling door de rechter aangewezen (art. 38 en 38a WvSr). Zo’n aanwijzing voor gedrag kan bv. een ambulante behandeling zijn , maar ook kan hij veroordeelde in een inrichting laten opnemen zoals in een psychiatrische inrichting of een verslavingskliniek (voor een gokverslaving bv.). Aan de instelling wordt dan de opdracht gegeven de tbs ’er bij de naleving van de voorwaarden (aanwijzingen) hulp en steun te verlenen. Dit aantal bedroeg in 2008: 53; in 2009: 53; in 2010: 113 en in 2011: 50. Dat blijkt toch ca. 63 per jaar. Om de instroom in de TBS te verminderen is in 2010 een wet ingevoerd : ‘Wet Plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige Daders’. Dit is geen kliniek dus. Verder zijn er mensen die op hun tbs- plaats in een inrichting wachten de zgn. tbs-passanten. De tbs is voor hen al begonnen, maar er is nog geen plek. Ook dit aantal daalt. Eerder hadden we in 2004 de ‘Wet Strafrechtelijke Opvang Verslaafden’. Door deze wetten is het aantal tbs’ers gedaald. Ik geef U de cijfers: Volgens het rapport ‘Forensische Zorg’, van het Min. van Justitie uit mei 2012 , is het totaal aantal mensen met een tbs+ straf in 2008: 165; in 2009; 124; in 2010 37; en in 2011: 50. In de tbs-klinieken van waren er in 2006 slechts 13 onbezette plaatsen. Mocht dit aantal oplopen, dan zou er een tekort ontstaan en loopt ook de wachttijd op. Vervolgens werd de capaciteit uitgebreid en in 2010 ontstond er een overcapaciteit van 179. Maar toen daalde het aantal veroordeelde tbs’ers al. De wachttijd bedraagt thans 100 dagen. In de wacht staan 30 mensen. De rechter is dus minder tbs gaan opleggen. En niet alleen omdat er geen plek was. De capaciteit nam juist toe… Dat komt deels door de nieuwe wetten, maar ook omdat de rechter anders is gaan denken over de tbs. Hierboven zagen we af en toe een voorbeeld. Zo is de rechter minder geneigd bij ‘een persoonlijkheidsstoornis’, welke dan ook, een straf + tbs op te leggen. Hoe kan dit en wat is er anders geworden? Door alle rechtspraak en de verschillende wetswijzigingen is er van de tbs + straf, de verminderde toerekeningsvatbaarheid, flink afgeknabbeld.. Men kan zich afvragen of deze vorm nog wel zin heeft. Het betreft hooguit zo’n 70 mensen per jaar. Afschaffing zou waarschijnlijk ook een ook een stuk goedkoper zijn. Bovendien vermijd je de ook vaak tegenstrijdige onderzoeksrapporten. Echter.. wat doen we met die 70 mensen? Hoe doen ze dat in het buitenland ?; en hoe kan het dat die rapporten/adviezen zo tegenstrijdig zijn? Dat is wellicht voor een volgende keer. (wordt vervolgd met deel 2) Nico van Bruggen, criminoloog te Utrecht, maart 2013.