You are on page 1of 1

Slavernij door de ogen van kinderen

deel 2

Slaven hadden niets te zeggen
Willemstad – Elk jaar herdenken we op Curaçao de afschaffing van de slavernij. Dit jaar is de herdenking extra bijzonder. De afschaffing van slavernij gebeurde in het Nederlandse Koninkrijk op 1 juli 1863. Dat is dus 150 jaar geleden! Daarom wordt in het hele jaar 2013 stil gestaan bij de geschiedenis en kijken we vooruit naar de toekomst. Dat doen we onder meer met een tiendelige serie artikelen in de kranten. Dit is het tweede deel. In de krantenserie bekijken we wat de slavernij op Curaçao heeft betekend. Daarbij hebben we vooral aandacht voor de rol van kinderen. Volgens veel wetenschappers zijn ertussen 1500 en 1850 meer dan 11 miljoen mensen van Afrika per boot naar Amerika en het Caribisch gebied vervoerd. Daaronder waren miljoenen kinderen. Maar ook werden veel kinderen als slaaf geboren. Het leven als kind in de slaventijd was zwaar. Voor moeder én kind. Kindersterfte Als een kind werd geboren moest de moeder vaak snel daarna weer gaan werken. Ze bond dan de pasgeboren baby op haar rug en werkte op die manier op de plantage of in het huis van de eigenaar. De kindersterfte was in die tijd heel hoog. Op Curaçao bereikte maar éen op de zeven slaafkinderen de leeftijd van twaalf jaar. In Suriname, waar ook heel slaven verbleven en veel plantages waren, werd maar de helft van de slaafkinderen twaalf jaar. De rest overleed voor die tijd. De meeste kinderen overleden in de eerste jaren van hun leven omdat ze heel ziek waren geworden. De slavernijperiode duurde meer dan tweehonderdvijftig jaar, van ongeveer 1600 tot 1863. Dat betekent dat vele generaties van hetzelfde gezin als slaaf opgroeide. De slaven werden van Afrika naar Curaçao en andere landen in het Caribisch gebied en Suriname gebracht. Van daaruit werden veel slaven doorvervoerd, waaronder Amerika. De slaven werden vervoerd met schepen. Daarop waren ook veel kinderen.

over hun naam

Wanneer Afrikanen aankwamen in wat de Nieuwe Wereld werd genoemd kregen zij een naam van hun eigenaar. Plantagehouders in Suriname gaven hun alleen voornamen, bijvoorbeeld Gerrit, Deugd, September of Hertog. Op Curaçao kregen slaven wel achternamen. Onder meer Navarro en Martis kwamen veel voor. Maar ook kregen sommige slaven de achternaam van een plantage, zoals Brakkeput, Christoffel, Muizenberg, Santa Rosa, Zeelandia of Vredelust. Er zijn nog families waarvan de geschiedenis is te achterhalen tot de plantages waar hun voorouders hebben gewerkt en gewoond. Zo liggen de wortels van de familie Cijntje op de plantage Savonet. Stammoeder is Francijntje, die in 1860 op 92-jarige leeftijd is overleden. Bij de afschaffing van de slavernij drie jaar later kregen haar afstammelingen de achternaam Cijntje.

Verkoop van een slavin, illustratie uit P.J. Benoit. 1893

Opgroeien in slavernij
Kleding en schoeisel De eigenaren deelden af en toe voedsel uit en lappen stof. Voor kinderen vanaf vijf jaar zat er linnen bij. Jongere kinderen liepen meestal in hun blootje. In Suriname waren schoenen voor slaven verboden. Op Curaçao mochten slaven slippers of sandalen dragen. kaar, die samen een soort dorp vormden. Onderwijs Kinderen van slaven hadden lange tijd geen recht op onderwijs. Ze behoorden tot de meester toe. Als die dat belangrijk vond, kregen de kinderen wel onderwijs in godsdienst. Kinderen werden, net als volwassenen, vooral gezien als handelswaar. Kinderen leerden dan ook al vanaf jonge leeftijd allerlei ‘zaken voor later’. Zo leerden meisjes van zes tot dertien jaar allerlei eenvoudige huishoudelijke taken van hun moeder of oudere slavinnen. Jongens en meisjes hielpen op de plantages bij het voederen van dieren en het begieten van groentebedden. Ook liepen zij mee met volwassen slaven en werkten mee bij het wieden van onkruid en het zaaien van maïs. Sommige kinderen leerden timmeren, metselen of schoenmaken, maar de meeste kinderen werden later slaaf in het veld. Anderen moesten sjouwen in de haven of werden matroos. Meisjes werden meestal naaister, kokkin, wasvrouw, mandenmaakster en soms ‘yaya’, ofwel kinderoppas van de kinderen van hun meester. Als slaven werden gestraft, werd er ook gekeken naar hun leeftijd. Zo kregen kinderen onder de zes jaar niet meer dan zes slagen. Maar meisjes en jongens werden dus wel geslagen. Terugkijken Er zijn mensen die zich afvragen waarom we eigenlijk terug moeten kijken naar het slavenverleden. Waarom zouden we eigenlijk nog praten of lezen over slavernij? Waarom is het interessant om terug te kijken? Dit soort vragen zijn heel logisch. Mensen zeggen: ‘ach, het is toch al lang geleden’. Dat is wel zo. Maar de gevolgen van de slavernij spelen nog steeds een rol in ons dagelijks leven. Kijk maar op Curaçao. Onze taal, het Papiamentu is ontstaan in de slaventijd en de periode daarna. Maar als er een les is te leren uit de slavenperiode, is dat het verschil dat toen werd gemaakt tussen blanke mensen (‘de meesters’) en donkere mensen (‘de slaven’) nergens op is gebaseerd. Iedereen is gelijk. Huidskleur maakt niet uit. Het is dan ook niet goed mensen anders te behandelen vanwege hun huidskleur. Dat is misschien wel de belangrijkste les die we kunnen leren van de slavenperiode.

Negerfamilie, tekening TH. Bray 1850

De meeste slaven die bij de afschaffing van de slavernij in 1863 hun vrijheid kregen, hadden weinig te vertellen over de achternaam die hen op dat moment werd toebedeeld. Hun voormalige eigenaar bepaalde onder welke naam zij werden ingeschreven. Soms kregen slaven dezelfde achternaam zonder dat ze familie waren. Terwijl slaven van een en dezelfde familie vaak een andere achternaam kregen omdat ze niet meer als familie samenwoonden maar doorverkocht waren

naar een andere eigenaar. De slaven hadden niet alleen niets te zeggen over hun naam. Ze hadden verder helemaal weinig te zeggen over hun leven. Ze moesten werken en zich aan allerlei regels houden. Op overtreding van regels stonden zweepslagen. Ook voor kinderen. Kinderen die opgroeiden in de slaventijd leerden niet lezen of schrijven, dat veranderde een beetje in de periode voor de afschaffing. Maar ook na de afschaffing duurde het nog een hele tijd voor alle kinderen

op Curaçao naar school konden en leerden lezen en schrijven (Voor het schrijven van de artikelen zijn er citaten gebruikt van ‘Slavernij Dichtbij’ van het Tropenmuseum Amsterdam, ‘Kind aan de Ketting, Opgroeien in slavernij toen en nu’ van Aspha Bijnaar en de website ‘Curacao calling’.)

PRIJSVRAAG
In het eerste deel van de serie werd de vraag gesteld: ‘Op Curaçao heeft honderden jaren slavernij bestaan. Er waren landbouwplantages en er werd zout gewonnen. In het artikel wordt een voorbeeld genoemd van overblijfselen van de slavernij op BandaBou. Wat wordt er genoemd? Weet jij waar je het voorbeeld kunt vinden?’ De winnaar van deze prijsvraag is Sharon Vega Garcia. Sharon heeft een pakketje Raak Kindercola en een Curaçao Cultuurgids & Agenda 2013 gemaakt door Sinaya Wolfert gewonnen.

Op Curaçao bereikte maar éen op de zeven slaafkinderen de leeftijd van twaalf jaar
Huis Meestal woonden kinderen bij hun moeder. Soms was ook hun vader in huis, net als andere familieleden zoals een oma, een nicht of neef. Slaven mochten niet trouwen. Op de plantages woonden slaven in hutjes bij el-

De prijsvraag voor deze keer gaat over de achternamen op Curaçao. In het artikel over ‘Namen en regels’ worden verschillende achternamen genoemd die te maken hebben met de slaventijd. Onder meer werden mensen vernoemd naar gebieden, zoals Brakkeput en Muizenberg, die vroeger werden gebruikt als plantages voor slaven. Ken jij nog achternamen die te maken hebben met de slaventijd? Stuur je antwoord op voor 30 juni en maak kans op een leuke prijs. Je kunt mailen naar: m.pandt@naam.an

NAAM
Dit is de tweede bijdrage in een serie van tien die in heel 2013 zal worden geplaatst in de dagbladen van Curaçao. Het is een initiatief van NAAM, dat staat voor National Archeological - Anthropological Memory Management. Doel van NAAM is het verspreiden van kennis over de cultuurgeschiedenis en het culturele materiële en immateriële erfgoed van Bonaire, Curacao, Saba, St. Eustatius en St. Maarten en het versterken van de culturele identiteit van

de bevolking. NAAM is gevestigd aan het Johan van Walbeeckplein 13 in een groot wit gebouw; de voormalige bibliotheek van Curaçao. Het is leuk om er eens een kijkje te nemen. De serie is speciaal geschreven voor jongeren, om ze op de hoogte te brengen van onze geschiedenis. De serie komt tot stand met dank aan: Fish Eye Media Productions, PRGV 100% Creatie, Bonochi B.V., EWT en Prince Victor.

Voor meer info: www.naam.an