You are on page 1of 5

Begint de Gemeente in Handelingen 2?

enkele gedachten

Onder evangelische christenen is het gemeengoed om te denken dat de


Gemeente (de Kerk) ontstaan is vanaf de Pinksterdag, beschreven in Han-
delingen 21. Hiermee wijken zij af van de in veel Reformatorische kerken
gehuldigde gedachte dat de Gemeente bestaat "vanaf Adam".
Een belangrijk - zo niet hét belangrijkste - kenmerk van de Gemeente vin-
den we in Efeze 3:5-7. In deze verzen wordt gesproken over

"... de verborgenheid van Christus - die in andere geslachten de zonen van de


mensen niet bekend is gemaakt....: dat zij uit de volken mede-erfgenamen zijn
en mede-ingelijfden en mededeelgenoten van de belofte in Christus Jezus door
het evangelie... "

Kern van de handelwijze van God nu in deze tijd is dat er geen onder-
scheid (meer) is tussen de gelovige Jood en de gelovige heiden en dat zij
samen de Gemeente vormen. Dit was een verborgenheid, door de Heer
geopenbaard door middel van de bediening van de apostel Paulus en an-
dere apostelen.
Straks zal de Heer de draad met Zijn aardse volk weer oppakken. Daarvan
lezen we ondermeer in Romeinen 11:25,26

Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend is, opdat u niet
wijs bent in eigen oog, dat er voor een deel over Israel verharding is gekomen,
totdat de volheid van de volken is ingegaan; en zo zal heel Israel behouden
worden, zoals geschreven staat ’Uit Sion zal de Redder komen; Hij zal de god-
deloosheden van Jakob afwenden.

In Handelingen 2 kunnen we niets ontdekken over de Gemeente als ver-


borgenheid. Integendeel, er wordt vermeld dat hetgeen op de Pinksterdag
gebeurde een vervulling was van een profetie van Joël, uit het Oude Testa-
ment! Leest u maar in Handelingen 2:16

"Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joël... ".

1 Korinthe 12:13
Maar 1 Korinthe 12:13 dan? Op dit vers wordt vaak een beroep gedaan
door hen die menen dat bij de uitstorting van de Heilige Geest de Ge-
meente begonnen is. In dit vers lezen we het volgende:

"wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden hetzij Grie-
ken, hetzij slaven hetzij vrijen, en ons allen is van één Geest te drinken gege-
ven".

1
Zie voor een belangrijke onderbouwing van deze gedachte: Chafer, Systematic Theology
IV blz 45v.
Begint de Gemeente in Handelingen 2? 2

In dit vers wordt duidelijk gemaakt dat iedere gelovige ("wij allen"), onge-
acht afkomst, deel heeft aan de Heilige Geest.

Precies hetzelfde vinden we in Johannes 7:37-39

En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus daar en riep aldus:
Als iemand dorst heeft, laat hij bij Mij komen en drinken! Wie in Mij gelooft, zo-
als de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.
Dit nu zei Hij van de Geest, die zij die in Hem geloven, zouden ontvangen;
want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet was verheerlijkt.

Zie ook Efeze 1:13,14

in Wie (= Christus) ook u, toen u het woord van de waarheid, het evangelie
van uw behoudenis, hebt gehoord – in Wie u ook, toen u geloofd hebt, verze-
geld bent met de Heilige Geest van de belofte, die het onderpand is van onze
erfenis, tot de verlossing van de verkregen bezitting, tot lof van zijn heerlijk-
heid.

Hier staat dat de gelovige verzegeld is met de Heilige Geest. Wanneer ge-
schiedt dat: bij de bekering.

Uit niets blijkt dat 1 Korinthe 12:13 verwijst naar de gebeurtenis van de
Pinksterdag. Trouwens, daarbij was ook een beperkte groep van gelovigen
betrokken (zie Handelingen 1:15; 2:1,41).
Het dopen door de Geest tot het Lichaam van Christus geschiedt wanneer
iemand tot geloof komt. En dat ongeacht afkomst; zonder onderscheid
dus.

Wanneer begint de Gemeente dan wel?


Ik weet eerlijk gezegd niet of dit zo'n goede vraag is. Wellicht is het beter
om ons af te vragen wanneer we een verandering van Gods handelen kun-
nen ontdekken. In het Oude Testament handelde God met en door Zijn
aardse volk Israël. Als we een duidelijke schriftplaats kunnen vinden waar-
in Israël terzijde wordt gesteld, dan hebben we een belangrijke stap gezet.
En, is er zo'n schriftplaats te vinden? Ik denk het wel, namelijk Handelin-
gen 28:23-29 (SV)

En als zij hem een dag gesteld hadden, kwamen er velen tot hem in zijn woon-
plaats; denwelken hij het Koninkrijk Gods uitlegde, en betuigde, en poogde hen
te bewegen tot het geloof in Jezus, beide uit de wet van Mozes en de profeten,
van des morgens vroeg tot den avond toe.
En sommigen geloofden wel, hetgeen gezegd werd, maar sommigen geloofden
niet.
En tegen elkander oneens zijnde, scheidden zij; als Paulus dit ene woord ge-
zegd had, namelijk: Wel heeft de Heilige Geest gesproken door Jesaja, den pro-
feet, tot onze vaderen,
Zeggende: Ga heen tot dit volk, en zeg: Met het gehoor zult gij horen, en
geenszins verstaan; en ziende zult gij zien, en geenszins bemerken. Want het
hart dezes volks is dik geworden, en met de oren hebben zij zwaarlijk gehoord,
en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen
Begint de Gemeente in Handelingen 2? 3

zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zij zich beke-
ren, en Ik hen geneze.
Het zij u dan bekend, dat de zaligheid Gods den heidenen gezonden is,
en dezelve zullen horen. En als hij dit gezegd had, gingen de Joden weg, veel
twisting hebbende onder elkander.

In deze tekst haalt de apostel Paulus de belangrijke profetie van Jesaja aan
(Jesaja 6:9,10). Het is de laatste keer (chronologisch gezien) dat deze pro-
fetie wordt aangehaald, als veroordeling van het volk Israël. De andere ke-
ren dat deze profetie wordt aangehaald zijn Mattheüs 13:13-15; Markus
4:11,12; Lukas 8:10; Johannes 12:39,40 en Romeinen 11:8.

Handelingen 28:23-29 zouden we2 een "grenspaal der bedelingen" kunnen


noemen, namelijk een definitieve afbakening tussen Gods handelen met
Israël en Zijn nieuwe weg met de Gemeente3. Het is veel gelovigen in dit
verband niet duidelijk waarom het boek Handelingen überhaupt in de Bij-
bel is opgenomen. Ik denk dat dit boek het ongeloof van het volk Israël -
zelfs na de dood en opstanding van hun Messias - wil duidelijk maken en
waarom God nu (zij het tijdelijk) een andere weg is ingeslagen.

Enkele dingen wil ik in dit verband nog opmerken:


1. Het boek Handelingen beschrijft een overgangsperiode, namelijk van
de bedeling van de wet (“Israël”) naar de bedeling van de genade
(“Gemeente”). Daarom bevat dit boek geen specifiek gemeentelijke
waarheid. Dit is met name van belang voor hen die menen dat we
"terug moeten gaan naar Handelingen voor de oorspronkelijke ge-
meente".
2. Reeds gedurende de rondwandeling van de Here Jezus op aarde is
een omslag te bespeuren in Gods handelen: "Want al de profeten en
de wet hebben geprofeteerd tot Johannes toe" (Mattheüs 11:13) en
"De wet en de profeten gaan tot Johannes; sinds die tijd wordt het
evangelie gepredikt van het Koninkrijk Gods" (Lukas 16:16). In een
ander verband ga ik nog wel op deze schriftplaatsen in.
3. Handelingen 28:23-29 is niet de enige plaats waar wordt gesproken
over de verwerping van Israël. Er is zelfs veel voor te zeggen dat
deze verwerping eerder heeft plaatsgehad dan Handelingen 28. Dat
blijkt uit de grondtekst van Handelingen 28:28 4 en uit andere brie-
ven, die onbetwist geschreven zijn vóór de gebeurtenissen van Han-
delingen 28. Ik denk dan onder meer aan Romeinen 11:11-15, waar
gesproken wordt van de reeds plaatsgehad hebbende val van Israël

2
In navolging van C.H. Welch, die echter veel te ver gaat in zijn conclusies.
3
Dat Handelingen 28:23-29 een belangrijke grens aangeeft, is niet alleen de gedachte
van ultra-dispensationalisten als Bullinger en Welch. Precies hetzelfde vinden we bijvoor-
beeld ook bij de ‘gematigde’ dispensationalist McClain, “The Greatness of the Kingdom”,
blz. 422.
4
Dit zou kunnen blijken uit de tijdsvorm van “is gezonden” (een aoristus), waaruit volgt
dat het heil al eerder is gezonden aan de heidenen. De betekenis is dan dat Paulus hier
aan de Joden in Rome iets bevestigd, dat in het verleden heeft plaatsgehad.
Begint de Gemeente in Handelingen 2? 4

als volk, en aan 1 Tessalonikers 2:16, waar de apostel schrijft over de


toorn die over de Joden5 is gekomen.
4. Een veel gemaakte denkfout bij dit onderwerp is dat een bedeling
wordt gezien als een tijdsaanduiding, terwijl het juist ziet op een wij-
ze van handelen van God. Ook dit punt hoop ik in een ander artikel
uit te werken.
5. Een andere denkfout ziet op het gebruik van beeldspraak in de
Schrift. In deze discussie (omtrent het “ontstaan van de Gemeente”)
zie ik vaak dat een te zwaar accent wordt geplaatst op het beeld van
het Lichaam. Dit terwijl het beeld van het lichaam juist ziet op de
eenheid van alle gelovigen met hun Hoofd, de Here Jezus.
6. Uit het feit dat Handelingen 28 een omslagpunt is (of zou zijn) in
Gods handelen met Israël hebben sommige overijverige Bijbelstu-
denten de conclusie getrokken dat de brieven die de apostel Paulus
schreef vóór Handelingen 28 een andere gemeente betreffen dan
die daarna. Volgens deze uitleg zijn alléén de brieven die de apostel
Paulus schreef ná Handelingen 28 voor ons, te weten "de Gemeente
die Zijn lichaam is". Ik denk dat deze gedachte te ver gaat, al was
het alleen al omdat de Here God in Zijn wijsheid geen data boven de
boeken van het Nieuwe Testament heeft gezet. Wel kan gesteld wor-
den dat de "late brieven van Paulus" specifiek Gemeentelijke waar-
heden bevatten die in andere brieven niet voorkomen: onder meer
de hierboven aangehaalde eenheid van Jood en heiden in een nieuw
Lichaam, de Nieuwe Mens van Efeze 2.

De basis
Als we de Brieven van de apostel Paulus lezen (en hij is de eerste bron als
het gaat om zaken van de Gemeente), dan zien we dat de grondslag voor
de Gemeente is gelegd door het volbrachte werk van de Here Jezus. Zie
onder meer Kolossers 1:18-20

En Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente, Hij die het begin is, de eerst-
geborene uit de doden, opdat Hij in alle dingen de eerste plaats zou innemen.
Want het behaagde de hele Volheid in Hem te wonen en door Hem alle dingen
tot Zichzelf te verzoenen, na vrede gemaakt te hebben door het bloed van zijn
kruis, door Hem, hetzij de dingen op de aarde, hetzij de dingen in de hemelen.

en Efeze 2:13-17

Maar nu, in Christus Jezus, bent u die vroeger veraf was, nabij gekomen door
het bloed van Christus. Want Hij is onze vrede, die die beiden een gemaakt en
de scheidsmuur van de omheining weggebroken heeft, toen Hij in zijn vlees de
vijandschap, de wet van de geboden die in inzettingen bestaat, te niet gedaan
had, opdat Hij die twee in Zichzelf tot een nieuwe mens zou scheppen, vrede
makend, en die beiden in een lichaam met God zou verzoenen door het kruis,
terwijl Hij daardoor de vijandschap gedood heeft.
En Hij is gekomen en heeft vrede verkondigd aan u die veraf was, en vrede aan
hen die nabij waren.
5
De Joden in het algemeen, en dat vanwege het feit dat de Joodse leiders in Judea de
Here Jezus hadden verworpen. Het ongeloof van de leiders wordt het gehele volk aange-
rekend. Vergelijk in dit verband ook Mattheüs 21:43.
Begint de Gemeente in Handelingen 2? 5

Let op de nadruk die in deze teksten wordt gelegd op "het kruis van Chris-
tus" (dat is: Zijn verlossingswerk).

We dienen de geleidelijke openbaring van dit nieuwe plan van God in de


'Handelingenperiode' niet uit het oog verliezen en niet te snel strakke lij-
nen gaan trekken. De ultra-dispensationalisten zijn daarin net zo "fout" als
zij die geloven in het ontstaan van de Gemeente bij Handelingen 2.

H.A.K.