-1

-

De Messias-Monarch

1 – Het herstel van het koningschap
Het is verbazingwekkend dat zo weinig overeenstemming bestaat over de nieuwe wereldorde en komende heilstijd vanuit een bijbels perspectief. Gods nieuwe wereldorde is blijkbaar een geheim plan door God van alle eeuwigheid ontworpen (1 Kor. 2:7), wat ons er niet van weerhoudt daarover te spreken. De New Age beweging spreekt daar ook over, maar dan vanuit een anti-Bijbels en Godsvijandig wereldbeeld. Nieuwe Wereld Orde, afgekort als NWO, is daarom een besmette term, net als het Duizendjarig Vrederijk. Adolf Hitler en zijn nazi’s droomden van een duizendjarig rijk, een term die is ontleend aan het boek Openbaring. (Op. 20) Het is maar welke lading je eraan geeft. Gods plan door de eeuwen doorloopt stadia, ook wel aangeduid als ‘dagen’ of ‘eeuwen’. Volgens scribent komt de wereld pas tot zijn gelukzalige eindbestemming op de achtste dag, ook wel de rustdag van het volk van God genoemd (Hebr. 4:8-10), waarbij het achtste symbool staat voor de aanvang van een totaal nieuwe cyclus. Denk maar aan de structuur van het octaaf in de muziek. Nu staat het vrederijk voor de deur, gekend als de zevende dag. In deze benadering staat elke dag voor duizend jaar, te beginnen bij Adam. De zevende begint dus in het jaar Anno Mundi 6.001 (na Adam). Volgens een gangbare opvatting werd Christus aan het eind van de vierde dag of het vierde millennium na Adam geboren en derhalve zitten we nu rond het jaar Anno Mundi 6.000. Uit de term duizendjarig blijkt dat het een tijdelijk rijk zal zijn. In dat vredevolle intermezzo zal de messias-monarch, ook wel de grote monarch geheten, op zijn troon zitten. Volgens veel Christenen zal dat Jezus Christus zelf zijn. Maar hoe valt dat te rijmen met de tijdelijkheid van dat rijk en de grote beroeringen aan het eind daarvan? Want aan het eind wordt Satan voor een korte tijd ontbonden. (Op. 20:2-3) Neen, Jezus Messias zal pas zelf het heft in handen nemen in de volgende periode, allegorisch voorgesteld als het hemels Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt. (Op. 21:2) Dan pas zullen alle tranen zijn gewist, want dan is al het oude voorbij. (Op. 21:4) Ons onderwerp echter is de zevende dag.

-2-

Twee Messiassen? Sommigen nemen aanstoot aan het feit dat naast Jezus nog een tweede Messias wordt verkondigd, omdat daarmee geweld zou worden gedaan aan de evangelische boodschap. De Messias-Monarch is toch wel wat anders dan de Messias, zoon van God. Jezus Christus is onze voorspreker bij de Vader in wien wij toegang hebben tot het hemelse Heiligdom. (Hebr. 6:19-20 en hfst 9) Dat zou ik niet van de Messias-Monarch durven zeggen. De naam Christus is de Griekse vertaling van het Hebreeuwse Messias, ook wel vertaald als Gezalfde, een term die in het Oude Testament ook voor koningen van Judah werd gebruikt, zoals in 1 Samuël 26 voor koning Saul. Josia, een van de laatste koningen van Judah, werd in de vlakte van Megiddo geveld, waarover grote rouw werd bedreven. In Klaagliederen 4:20 staat naar aanleiding van deze gebeurtenis: “De adem van onze neuzen, de Heere Messias, is in hun groeven gevangen, van welken wij zeiden: wij zullen te midden van de heidenen onder Zijn schaduw leven.” De Heere Messias, hierboven, is de letterlijke vertaling uit het Hebreeuws, maar meestal, om misverstanden te voorkomen, staat er: “de gezalfde des Heeren”. Deze tekst wordt soms op een andere gezalfde geprojecteerd, op Adam, de eerste mens. Jezus wordt gezien als de tweede Adam of tweede mens (Adam betekent ook mens), overeenkomstig 1 Korintiërs 15:22, 45: “Zoals allen sterven in Adam, zo zullen ook allen in Christus herleven. (…) In die zin staat geschreven: ‘de eerste mens, Adam, werd een levend wezen’, de laatste Adam werd een levendmakende geest.”

De messiasvorst van de zevende dag zal een mens zijn, maar allesbehalve een gewoon mens, wat de titel al aangeeft. Omdat de Joden niet in de Godmens Jezus geloven, moeten zij wel in de verwachting leven van een nog komend vorst die zich van Hem, de Godmens, onderscheidt. En dat hoeft niet bij voorbaat een verkeerd standpunt te zijn. Vanuit de belofte dat de messias uit Israël voortkomt, is het niet meer dan logisch dat deze vorst, evenals Jezus, afstamt van Abraham. De vraag waar dit artikel zich op richt is welke geloofspapieren deze vorst zal kunnen overleggen. De Joodse traditie geeft uiting aan het geloof in de komst van twee messiassen. De eerste, zou Messias Ben Jozef zijn (ben = zoon van), bekend staande als de lijdende dienstknecht. In Sukka (51B, 52A, 53A) worden twee messiassen genoemd in de volgorde waarmee Christenen vertrouwd zijn: de lijdende messias en de glorierijke onder zijn teken (het Kruis). Bittere rouw is van node, zegt de Talmoed , vanwege het doden van de eerste messias, Zoon van Jozef. Hij zou de voorloper van de goede messias zijn, Zoon van David. De Joden herkennen in de Zoon van Jozef degeen die de profeet Zacharia beschrijft als “zij zullen over Hem rouwklagen dien zij doorstoken hebben”. Sukka verwijst naar de lijdende dienstknecht Messias als het spreekt over de weeklacht over de enige zoon die doorstoken is. In deze tekst is de verschijning zo slecht dat hij de beli-

De Grote Monarch

-3-

chaming van de kwade neiging lijkt (yetzer ha-ra). Dit is correct want Jesaja 52:14 zegt van Hem: “Alzo verdorven was zijn gelaat, meer dan van elk mens, en zijn vorm, meer dan van mensenkinderen.” Tijdens het Duizendjarig Vrederijk zal Israël het leidersvolk zijn geworden, niet uit eigen verdienste, maar uit de wil van God, want God houdt zich altijd aan zijn beloften. Dat werd onderstreept tijdens Maria’s lofzang, toen zij in verwachting was: “(God mijn redder) heeft zich Israël, zijn knecht, aangetrokken, gedachtig zijn barmhartigheid – gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen – voor Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheid.” (Luc. 1:54-55) Het is duidelijk dat bij een herstel van het koningschap over Israël, de plaats van Israël in de wereld een andere zal zijn geworden. Zij zal dan qualitate qua leidersvolk zijn geworden. Dat er eerst nog twee ‘dagen’ galuth (verbanning) zouden komen, konden de apostelen niet bevroeden, want na een zestal weken door de meester zelf te zijn geïnstrueerd vroegen ze, in de wetenschap dat Jezus onmiddelijk daarna ten hemel zou gaan: “Heer gaat U in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?” (Hand. 1:6-9) Reeds dit wijst erop dat de leerlingen wisten dat de messias-monarch een andere is dan Jezus zelf. Immers, Jezus voer op ten hemel en dus kon hijzelf niet de zittende vorst zijn. Nu, op de derde dag, is er een wederopstanding van land en volk als zekerste voorbode van het herstelde koningschap!

Om het Evangelie te aanvaarden i.pv. hun geloof in twee Messiassen… Tijdens het bewind van de negende eeuwse koning Karel de Kale – de Heilige Roomse keizer en koning van West Francia – veroordeelde de bisschop van Amulo het Joodse geloof openlijk als “bijgelovig”. Hij droeg alle Christenen op deze dwaling uit gedachten van de Joden bannen en hen te dwingen het Evangelie te aanvaarden in ruil voor hun geloof in de twee Messiassen, de ene als afstammeling van David en de andere van Jozef. Opmerkelijk is dat de bisschop in zijn documenten klaagt dat de Joden door hun welsprekendheid tijdens presentaties en onderwijzingen meer indruk op hun toehoorders maakten dan andersom de preken van de Christenen, zoals hij met eigen ogen had kunnen vaststellen. En dit was inderdaad geen vergissing; want waar het lot van de Joden verbeterde, zoals tijdens het bewind van Lodewijk de Vrome – die net als zijn vrouw Judith de Joden eerde, en wel zodanig dat hij om hen terwille te zijn hun vrije dag van zaterdag naar zondag verschoof – toen veel Christenen naar de synagoges kwamen om naar de rabbijnen en de geleerden onder hen te luisteren die graag uit de geschriften van Philo en Flavius citeerden in plaats van uit het Evangelie, en daar tevens van de Joodse geleerden een uitleg hoorden van de Schrift, zoals Rhabanus Maurus van Fulda in zijn commentaar op de Bijbel erkent. (Bron: “The Babylonian Talmud” vertaald door Michael Rodkinson: Religious Disputes, Vol. 1, Book 10)

2 – De laatste zal de eerste zijn
“Uw Koninkrijk kome” is een van de opmerkelijkste gebeden. Het gaat over de vervulling van Gods koninkrijk op aarde, over de vestiging van het vrederijk, als de zwaarden in ploegscharen zullen zijn omgesmeed. Maar er is geen koninkrijk zonder koning! De Heer, koning der koningen, zal deze koning aanstellen, die van een gezegende lijn zal komen, een uitverkoren lijn die via zijn voorgeslacht zal kunnen worden getraceerd. De Bijbel heeft veel genealogische lijsten en met reden! Maar er is één genealogische lijn die ontbreekt, die van de lijn van Zerach, die het eerstgeboorterecht kreeg. De andere lijn van zijn tweelingbroer Peres is die van Jezus. De verborgen lijn van Zerachs nageslacht herbergt mijns inziens de sleutel tot het mysterie van de eigenlijke identiteit van de vredevorst. De tweeling Zerach en Peres zijn door aartsvader Juda verwekt, zodat heel hun nageslacht aanspraak kan maken op een koninklijke afkomst. Behalve van diens geboorte horen wij

-4-

niets meer van Zerach, die het eerstgeboorterecht kreeg omdat hij als eerste zijn vuistje uitstak (uit de baarmoeder). Direct daarna trekt zijn handje terug, maar niet voordat een scharlaken draad rondom zijn pols was gebonden om het knaapje later te kunnen herkennen. Hij ging blijkbaar terug in het geboortekanaal – wat normaal een physiologische onmogenlijkheid is. “Maar hij trok zijn hand weer terug, en daar kwam zijn broer tevoorschijn. ‘Hoe ben jij doorgebroken? Op jou is de breuk!’, zei zijn moeder. Hij kreeg de naam Peres. Daarna kwam zijn broer tevoorschijn met om zijn hand het scharlaken koord; en hij werd Zerach genoemd.” (Gen. 38:29-30) Zerach breekt de baarmoeder, maar daarna verbergt hij zich daarin, wat het perfecte beeld geeft van zijn afstammingslijn. Peres, die de baarmoeder niet had gebroken, breekt als eerste uit om de voorvader van de koningen van de stam van Juda te worden, te beginnen bij David, krap zevenhonderd jaar later. Peres, wiens naam ook breker betekent, vertegenwoordigt de messias bij zijn eerste komst. Hij is de baanbreker voor het koninkrijk van de hemel. In de Midrash Rabbah noemt Tamar hem Peres om aan te geven dat de messiaskoning, ‘de Breker’, op zekere dag uit hem zou voortkomen. (Gen. Rabbah 85:14) Zerach, wiens naam dageraad betekent, verzinnebeeld de messias bij zijn tweede komst. Voordat de uiteindelijke verlossing gloort moest Jezus Messias eerst de randvoorwaarden veiligstellen. Zerach, de eerste, zal de laatste koning van Israël worden en zijn meest glorierijke. De profeten spreken over de grote vervulling van de messiaanse eeuw als het aanbreken van de dageraad, volgens Jesaja 60:1-3: “Sta op en schitter, want uw Licht is gekomen, en de heerlijkheid van de Heer gaat op (zarach) over u. Want zie, duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties, maar over u zal de Heer opgaan, en zijn luister zal over u gezien worden. En de volkeren zullen tot uw licht komen en koningen tot de glans, die over u is opgegaan (zarach).” Indien de vredevorst van Zerachitische afkomst is, waarom wordt hij dan in de profetieën de Zoon van David genoemd, David die van de Pereslijn komt? Dat is omdat hij geheel omkleed zal zijn met Christus. Wegens deze omkleding met Hem, die het voorbeeld par excellence is van de Zoon van David, is de bloedlijn secundair geworden. Niet dat het er niet meer toe doet, want beide lijnen zijn nauw aan elkaar verwant. Bovendien kunnen ze zich weer op een later tijdstip in de geschiedenis met elkaar hebben vermengd, hetgeen buiten ons blikveld ligt.

-5-

Dat hier sprake is van twee verschillende personen en niet van slechts één persoon met twee functies, volgt uit de profetieën van Jeremia en de Psalmen. Jeremia 23:5-6 leest: “Ziet, de dagen komen, spreekt de Heer, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit toeken, die als koning een wijs beleid zal voeren en die op aarde recht en gerechtigheid zal doen. In Zijn dagen zal Juda verlost worden en Israël zeker wonen. En dit zal Zijn naam zijn: De Heere onze gerechtigheid.” De door God geschonken Zerachitische koning wordt terecht de aan David toegekende Spruit genoemd, wat past bij de door Jeremia geformuleerde belofte in verzen 23:5 en 33:15. Let wel, er is niet, zoals in veel Nederlandse vertalingen, sprake van een aan David ‘verwekte’ spruit, maar van een aan David ‘toegekende’ spruit (er staat letterlijk in het Hebreeuws: spruit ten behoeve van David opgericht). Ditzelfde wordt in Jesaja 4:2 “de Spruit des Heeren” genoemd en in Zacharia 3:8 “Mijn dienaar, de Spruit” of kortweg “Spruit” in Zacharia 6:12. Deze teksten worden gewoonlijk op Jezus Christus toegepast, wat op zichzelf geen verkeerde uitleg is, want de man die geheel met Christus is omkleed en de Christus zelf handelen in al hun ondernemingen eendrachtig samen; immers zal de mens met Christus omkleed de volmaakte dienaar zijn. Aldus zal de laatste de eerste zijn geworden! Waarom zijn deze profetieën zo moeilijk te begrijpen? God verbergt zijn bedoelingen niet alleen voor ons, maar ook voor zijn tegenstander. Ook beschermt Hij de Zerachitische afstammelingen tegen aanslagen door ze onder een verhullende mantel te bedekken. Het geheim dat de Zerachitische afstamming omgeeft, heeft te maken met de eeuwenlange samenzwering tegen het door God ingestelde koningschap, naar de beroemde Psalm 2: “De koningen der aarde stellen zich op en de vorsten beraadslagen tezamen tegen de Heer ‘en’ Zijn Gezalfde, zeggende: Laat ons ‘hun’ banden verscheuren en ‘hun’ touwen van ons werpen.” In deze verzen zijn de Heer en zijn Gezalfde twee onderscheiden personen. Professor Pinchas Lapide (1922-1997), de befaamde Joods nieuwtestamenticus en kenner van de Heilige Schrift, wees op 24 december 1987, tijdens een radioprogramma voor de Bayerische Rundfunk, op de politieke dimensie van de grote monarch, in de Joodse traditie gekend als de Zoon van David: «« De ‘Zoon van David’ van de Farizeeën impliceert een compleet politiek program. Hij moet een ‘heilspoliticus’ als David zijn. Dus de beloften vervullen die aan David zijn gedaan, namelijk dat zijn geslacht, zijn dynastie voor eeuwig de troon van Israël zou bezetten. Maar als David moet hij ook een strijder zijn en evenals David ook zijn vijanden overwinnen. »» (uitgegeven in het Nederlands: “Het bezit van de waarheid: het einde van de dialoog”, p. 99) Tot slot wijs ik nog op de profetie van de heilige Franciscus van Paule (1416-1507), die de biechtvader was van koning Lodewijk XI. Zijn voorspellingen zijn bewaard gebleven in zijn brieven aan Simon van Liména, heer van Montalte: «« In het gehele universum zal nog slechts één grote paus en één grote monarch zijn. Het rijk van de monarch zal tot aan het einde der tijden duren. Er zullen dan nog slechts twaalf koningen zijn, een keizer en een paus en een gering aantal prinsen, en allen zullen heiligen zijn. De monarch zal de grote stichter zijn van een nieuwe religieuze orde, die zich van alle andere onderscheidt en in drieën is onderverdeeld [de militaire cavalerie, de religieuze priesters en de hospitaalridders], en deze zal de Kerk het meest van dienst zijn terwijl zij ook de allerlaatste zal zijn. Dankzij hun bijstand zal de koning de sekte van Mohammed volledig vernietigen, alle ketters uitroeien en alle tirannieën beëindigen. Hij zal gewapenderhand een groot koninkrijk overwinnen [het koninkrijk in het Oosten], zodat er nog maar één kudde en één herder zal zijn en de hele wereld tot de heilige levenswandel zal zijn gebracht. »» (aangehaald in “Demain…?” van Baron de Novaye – Lethielleux, Paris # geheel herziene druk 1934, p. 88)

-6-

3 – Een door leed getinte generatie
We vestigen onze aandacht op de slag bij Ai, beschreven in Jozua 7, wat de enige plaats is waar de Bijbel een afstammeling van Zerach noemt. Jozua, die het volk Israël aanvoerde bij de verovering van het beloofde land, neemt eerst Jericho in. Vervolgens trekt hij naar de stad Ai. Deze verovering was minder eenvoudig. Zijn mannen kregen eerst een geduchte aframmeling en Jozua kon niet begrijpen waarom. Dan wordt ontdekt dat Achan, zoon van Charmi, zoon van Zabdi, zoon van Zerach, in het geheim van het verbannene (herem) had gepakt. Bij Jericho was plundering uitdrukkelijk verboden, want de eerstelingen van de verovering van het beloofde land waren voor God. Als straf wordt Achan afgevoerd om samen met zijn familie te worden gestenigd. De ban, niet de straf zelf, wordt van het huis van Achan tot het huis van Zerach uitgebreid. Tot op heden blijft de ban op Zerachs huis van kracht, volgens de regel dat wie van het verbannene neemt en zo deelgenoot wordt aan de schatten van de vijand die God waren ‘toegewijd’, het verloren volk vergezelt en mede verbannen wordt. Dit moet worden gezien in de betekenis van de Hebreeuwse term herem, wat ofwel een vervloeking (bar-ak) inhoudt door afscheiding van God, ofwel een zegening en uitverkiezing (opnieuw bar-ak) door een verwijdering uit de menselijke gemeenschap met het oog op een toewijding aan God. De Talmoed leert (Sanh. 6:2) dat Achans bekentenis een overwinning was op zijn kwade neiging; de beloning voor deze bekentenis was dat zijn ziel voor de toekomende eeuw zou worden bewaard, terwijl die voor de tegenwoordige verloren ging. Men kan daarom Jozua 7:25 als volgt uitleggen: “De Heer stort u heden - maar niet voor de toekomst - in het verderf.” De bijbelpassage zelf leest: “De Heer zal u ‘deze dag’ beroeren. En heel Israël stenigde hem met stenen, en nadat zij gestenigd waren, hebben ze Achan en zijn familie met vuur verbrand. En zij richtten over hem een grote steenhoop op, die nog altijd bestaat.”

Zijn herem hoeft dus niet als een vervloeking te worden gezien, maar als een toewijding aan God, “een apart zetten in dienst van heiliging”, een zogenaamde kedushah ten bate van de navolgende generaties van de mensheid. Achan werd na zijn steniging in het dal Achor begraven, een enorm diep dal. De Zerachieten zijn zo diep gezonken dat ze een ‘in leed getinte’ generatie zijn geworden en totaal uit het zicht verdwenen. Ze zijn als de lamedwaw, wat een typisch Joodse uitdrukking is om iets dergelijks aan te geven. Indien deze heilige en lijdende mensen niet bestonden, leert de Talmoed, zou de wereld vergaan. De

-7-

Talmoed zegt dat de wereld in stand wordt gehouden door de aanwezigheid van minstens 36 rechtvaardigen of heiligen, maar niemand weet wie ze zijn! (Sanh. 97b, Sukka 45a) In het Hebreeuws staat de letter lamed voor 30 en waw voor 6. Laat ons de betekenis van Achor bestuderen, een woord dat is afgeleid van aacher, wat moeite betekent, alswel verdriet, pijn, pijnigen, aangevallen worden, en tenslotte: getinte generatie. Getinte generatie is een typisch Hebreeuws ideoom en wijst op ‘door leed getinte’ personen, een beeld zo levendig vertolkt in Psalm 88. Ik vraag mij af of in de afstammingslijn van Zerach een verbindingslijn wordt getoond van een getinte generatie die in verdriet en pijn is voortgebracht. Wij mogen stellen dat dit een heilige lijn is, de lijn van Gods lamed-waw, die zijn afgezonderd om van de verbanningsvloek te verlossen die op het mensdom drukt. Sta er eens bij stil, een soort koninklijke lijn, alhoewel niet van een letterlijk koningschap, maar van een voorbededienst die roept om het herstel van Gods theocratie; in het gebed des Heeren smeken wij “Uw koninkrijk kome”. De lamed-waw hebben een afstammingslijn als tegenwicht op die andere lijn van de vervloekte en kwade raadsheren. Als groep hebben zij weerstand geboden tegen die andere groep, terwijl zij metaforisch het kruis van de Zoon ophieven. In deze heffingsdaad hebben zij de Heer – van alle tijden – omhoog geheven in Zijn misvormde en lijdende positie, tot op de hoogten van de Almachtige. Deze hoogten worden tegen de laagte van het diepe dal van Achor geplaatst. In deze heffingsdaad wordt dit hoge toevluchtsoord, dat onder de bescherming van de Almachtige staat, aan alle voorgaande generaties aangeboden die in de mist van sombere onbepaaldheid en eenzaamheid hebben gedwaald. De Zoon zal deze lijn van Gods lamed-waw uit het dal Achor trekken samen met de menigten die daar vertoeven en daar tot op de huidige dag gekluisterd zijn. (Op. 6:9) Als de Almachtige zich openbaart, zullen de ogen worden geopend van hen die zich rondom Hem hebben geschaard. Dan zal blijken dat de Zerachieten, die de Zoon hebben verheerlijkt, in dienst van het Verbond hebben gearbeid voor het herstel van het koninkrijk onder de duurzame dynastie van de Zonnekoning. (Psalm 89:36-37) Dat nu is de betekenis van Achor.

4 – De scepterbelofte
De belofte staat dat “De scepter niet van Juda zal wijken noch de wetgever van tussen zijn voeten totdat Shilo komt.” (Gen. 49:10) Dit waren Jakobs laatste woorden aan zijn zoon Juda voordat hij stierf. Silo is een plaats in het deel van Efraïm of tienstammengebied in het noorden van Palestina. Het was het religieuze centrum van de twaalf stammen in de tijd van de Rechters (in de 14e t/m 12e eeuw vóór Christus). In een modern bijbelcommentaar uit 2005 van de ‘Union for Reform Judaism’ van Gunther Plaut en David Stein staat in de voetnoot betreffende Genesis 49:10: “Een Joodse traditie, uitgaande van de veronderstelling dat Jakobs zegening een eindtijdprofetie is, zegt dat Shilo betekent dat de messias als een nieuwe David uit het huis Juda zou komen (…) Indien we ons aan de masoretische tekst houden kan dit het best worden verklaard als: ‘Totdat Juda in Shilo zal komen aanbidden’, dat wil zeggen TOTDAT DE NOORDELIJKE EN ZUIDELIJKE KONINKRIJKEN VERENIGD ZIJN.” Shilo betekent de uitgezondene en wordt in deze profetie als de messias gezien. We herkennen hier ook de plaatsvervanger, de messiaskoning, die volgens deze overlevering over beide koninkrijken zal regeren. Het zij vermeld dat het noordelijke koninkrijk der tien stammen sinds de Babylonische ballingschap is zoekgeraakt. Maar het is niet verdwenen of in de volken opgegaan. Als God de ban opheft, zal het ongetwijfeld weer worden teruggevonden en aldus zijn eindbestemming vinden. De scepter die wordt overhandigd is het embleem van koninklijke waardigheid. De Christenen zeggen dat de scepter van Juda (de Joden) verleden tijd is omdat Jezus reeds is gekomen. Dit is gedeeltelijk waar. Hij is inderdaad als de lijdende dienstknecht, Zoon van Jozef, gekomen, maar wij kijken nog steeds uit naar de glorievolle verschijning van de Zoon van David als de messiaskoning over alles en iedereen zal hebben gezegenvierd.

-8-

Wie Shilo is en waar hij zich bevindt is nog onbekend. Het shiloïtisch koningschap is de vervulling van Ezechiël 17:24: “Alle bomen van het veld zullen weten dat Ik, de Heer, de hoge boom vernederd heb en de lage verheven, de groene boom verdroogd en de droge boom heb laten bloeien.” Heeft wat gedaan? De HOGE van de troon gestoten en de LAGE op de troon gezet, want deze bomen stellen immers de afstamming van de koninklijke takken van Israël voor. Dit houdt in dat God, in onze tijd, de kroon van de Davidische of Peres lijn heeft afgenomen om die op het hoofd van de vredevorst te plaatsen behorende tot de Zerachitische lijn. In de nasleep van deze gebeurtenis zal het spreekwoord betreffende Israël worden ontkracht (volgende drie verzen 18:1-3): “De vaders hebben onrijpe druiven gegeten en de tanden van de kinderen zijn slee geworden.” In deze tijd dus zullen wij getuige zijn van Shilo’s glorievolle openbaring. Hubert Luns
[gepubliceerd in “Profetisch Perspectief”, winter 2010 – No 69] Artikel, gedeeltelijk gebaseerd op een niet-gepubliceerd manuscript van Jacqueline Wels uit 1986.

Zie ook de uitgebreide versie van dit artikel:
“De Geneaologieën van Jezus & Gods Koninkrijk op Aarde”

Nota bene: De grote monarch zal samen heersen met de grote paus. In mijn artikel “Kerk in Ballingschap” staat geschreven: “De conclusie dringt zich op dat Petrus met Christus wederkomst mee zal terugkeren om in het Vrederijk de dienstdoende hogepriester te zijn of paus. Dat is ook de tijd dat de overige apostelen als koningpriester over de aarde zullen heersen.”