Kader Abdolah 

De Koran 
een vertaling 

DE GEUS

Deze vertaling is gebaseerd op de Arabische versie van de Koran en op een aantal Perzische en Nederlandse vertalingen. 
Nederlandse vertaling © Kader Abdolah, 2008
Omslagontwerp Berry van Gervven
Omslagillustratie © Jerénimo Alba/BrunoStock
Druk Koninklijke Wöhrmann nv, Zutphen
ISBN 978 90 445 0913 7
Nur 301
Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van De Geus Bv, Postbus 1878, 4801 BW Breda, Nederland.
Telefoon: 076 522 8151. Internet: www.degeus.nl

Inleiding 
Allah is alwetend, zegt Mohammad.
Kader Abdolah is onwetend.
Ik heb het boek met veel liefde behandeld, want het was het boek van het huis van mijn vader en van geliefde mensen die ik persoonlijk gekend heb.
Als iets in mijn uitleg en verwerking niet klopt, dan is dat te wijten aan mijn onwetendheid en aan mijn liefde voor het proza van Mohammad. Ik gebruik de naam Mohammad zoals hij in de Koran geschreven wordt, en uit respect voor de profeet.
Deze vertaling kunt u zien als een wandeling door de Koran: ik heb geprobeerd u als lezer mee te nemen naar alle hoeken van het boek. Er bestaan al vijf vertalingen in het Nederlands. U kunt die natuurlijk altijd raadplegen. Ik buig mijn hoofd voor de enorme inspanningen van de vertalers.
Ik heb hun werk altijd gekoesterd, met respect behandeld en het een mooie plek in mijn bibliotheek gegeven.
Ik moet hier ook een paar dingen bekennen: Het is onmogelijk om de Koran te vertalen; de schoonheid van Mohammads taal gaat in dat proces verloren.
Alle zinnen van de Koran zijn suggestief. Je kunt ze op verschillende manieren vertalen, en je maakt fouten.
Ik beken dat ik veel fouten gemaakt heb. Het kon ook niet anders. Zonder die fouten kon ik niet door.
Er zijn veel onduidelijkheden in de Koran, maar ik heb er alles aan gedaan om de teksten een beetje duidelijker te maken. Ik vind het heel jammer dat ik de oorspronkelijke smaak, de geur en het gevoel van de woorden van Mohammads vertelling niet aan u kan meegeven. Toch heb ik een gat in de muur gemaakt waardoor u nu naar de tuinen van Mohammad kunt kijken. Het doet Kader Abdolah goed dat hij zo iets van het goddelijke proza van Mohammad aan zijn lezers kan laten zien. Geniet ervan.
De werkwijze
Ik heb het boek rechtstreeks uit de oorspronkelijke Arabische Koran van mijn vader vertaald.
Steeds als ik een zin had vertaald, bekeek ik direct vier Perzische vertalingen en vervolgens de vijf Nederlandse vertalingen. Daarnaast heb ik de vijfdelige middeleeuwse uitleg van de grote korankenner Tabari geraadpleegd en als basis gebruikt. Bij alles wat ik niet begreep, zocht ik naar zijn mening, want zijn oordeel was altijd puur en oorspronkelijk.
Als ik er dan nog niet uit kwam, pakte ik de telefoon en vroeg ik mijn bejaarde oom Aga Djan om advies.
Zonder zijn interpretaties en uitleg zou ik verdwaald zijn in het boek.
Naast hem heb ik ook de oeroude gelovige mannen en vrouwen van de familie geraadpleegd, de mannen en vrouwen die als oude bomen zijn, bomen die bij harde wind als eerste op de grond zullen vallen.
Ik dank hen, ik dank hen voor hun grote harten.
De volgorde van de hoofdstukken, de soera’s.
In de Koran komen vele herhalingen voor.
Dat hoort bij het karakter van het boek. De Koran is een vertelling, en hij was bedoeld voor de analfabete mensen. De herhaling was noodzakelijk in die tijd.
Hoewel ik veel herhalingen heb weggehaald, bleef een deel van de herhalingen onvermijdelijk.
Ik heb een viertal buitengewone beslissingen genomen.
Mohammad heeft twee soorten vertellingen of soera’s.
De eerste zijn de vertellingen ontstaan tijdens zijn verblijf in Mekka en de tweede zijn de vertellingen ontstaan tijdens zijn verblijf in Medina.
Er zijn tweeëntachtig soera’s uit Mekka en tweeëndertig uit Medina.
De samenstellers van de Koran hebben alle soera’s door elkaar gehaald, zodat de historische volgorde verdwenen is. Daardoor ontstaat er een soort chaos in het boek, maar die chaos creéert wel een goddelijke sfeer.
Ik heb de soera’s terug in hun historische volgorde gezet, opdat we de ontwikkeling van Mohammad en zijn Koran beter kunnen volgen. Daarnaast heb ik voor de meeste soera’s een inleiding geschreven om de weg naar de kern van de tekst makkelijker te maken. Omdat de vertaling van de Koran op deze manier alleen hier mogelijk was, heb ik voor het eerst in 1400 jaar het boek van een andere omslag voorzien: een mooie roodbruine Hollandse tulp.
Om de nieuwe identiteit van het boek te onderschrijven, heb ik vijf elementen toegevoegd die aan het begin van elke soera staan: de koe, de tulp, de windmolen, de regen en de klomp. (NB waren niet te scannen, staan er dus niet bij)
Ter vereeuwiging van mijn proza, heb ik een soera aan de Koran toegevoegd, soera 115.
Ik wil meteen bekennen dat mijn werk in de lijn van de oude Perzische literatuurtraditie ligt. Grote Perzische meesters als Hafez, Saadi, Khayam en Rumi hebben de Koran elk op hun eigenzinnige manier.
Tot slot.
De Koran is de afgelopen veertienhonderd jaar de inspiratiebron geweest van de grote oosterse dichters, schrijvers en architecten. De wortels van de gehele Arabische en oosterse literatuur liggen diep in dit boek.
De Nederlandse vertaling van de Koran kan op haar beurt een bijdrage leveren aan de Nederlandse literatuur. Tot nu toe hebben de Nederlandse schrijvers, dichters en kunstenaars hun inspiratie in de Bijbel gezocht, nu mogen ze de Koran erbij pakken. Het is een oud en geheimzinnig oord voor hen.
Het proza van deze vertaling is het proza van Mohammad ebne Abdollah en Kader Abdolah samen. Het is anders dan wat men gewend is in de Lage Landen.
Ik wens u een goede reis door de Koran en door het boeiende leven van Mohammad.
Lees, en bewonder het.
Dat Mohammad ebne Abdollah blij moge zijn met deze vertaling. 
Met ontzag en trots. 
Kader Abdolah

N A M E N L I J S T
(Staat achterin het boek, maar voor E-readers handig om eerst te lezen)

Ik gebruik bewust de ene keer de spelling van namen zoals ze in de Koran voorkomen en dan weer de spelling van namen zoals ze in de Bijbel voorkomen.
In onderstaande lijst zet ik voor het begrip van de lezer de schrijfwijze van een aantal namen uit de Koran naast die van de Bijbel.
Ajoeb                  Job
Dawoed              David
Edris                   Henoch
Elias                    Elia
Emran                 Anna (moeder van Maria)
Ghabiel               Kain
Habiel                 Abel
Haroen                Aaron
Hud                     Eber
Ibrahim                Abraham
Isa                       Jezus
Ishaaq                 Isaäk
Ismaiel                Ismael
Jahja                    Johannes (Iahja wordt in de Koran ook een enkele keer gebruikt voor Jezus)
Jakoeb                Jakob
Joenes               Jona
Joesef                Jozef
Lajja                    Lea
Loet                    Lot
Medin                 Midjan
Noeh                   Noach
Oria                     Uria
Rahil                   Rachel
Saba                  Sheba
Saleh                  Shelah
Shoeib               Jetro
Soleiman           Salomo
Taloet                  Saul
Zakkaria             Zacharias
Zolkafl                 Ezechiél

1    (Klomp)
De gesloten druppel
Al jaren wachtte Mohammad op een teken van boven. Hij dacht dat Allah op de zevende verdieping van de hemel woonde, dat Hij hem zag en hem als boodschapper zou kiezen. Mohammad werd veertig en nog altijd wachtte hij ongeduldig, maar blijkbaar dacht niemand in de hemel aan hem.
Op een nacht zat hij weer in afwachting op de top van de berg Hera, Toen hij in een moment van ontroering naar de lucht keek, zag hij een straal licht als een vallende ster op hem afkomen Het licht nam de gedaante aan van een engel met vleugels en landde naast Mohammad op de rots.
Het was de engel Ghabriël, de bode van Allah!
Geschrokken stond Mohammad op.
De engel toonde hem een korte tekst en zei: 'Eqra Mohammad! Lees voor! ’
'Ik kan het niet’, antwoordde Mohammad. 
De soera spreekt ook over een vijand van Mohammad, Aboe Djahl. Hij gooit een steen naar Mohammad en verwondt diens hoofd als hij aan het bidden is. 
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Mohammad! Lees voor!
Lees voor in de naam van Allah, de Schepper.
Geschapen heeft Hij de mens uit een enkele gesloten druppel bloed.
Lees voor! Jouw God is de dierbaarste.
Hij die de mens met de pen onderwees.
Die hem leerde wat hij niet wist. 
De mens komt in opstand als hij zich een beetje zelfstandig voelt.
Maar hij keert altijd terug tot zijn Schepper.

2
Hebben jullie de man gezien die onze dienaar verhindert te bidden?
Weet hij niet dat Allah alles ziet?
Als hij niet stopt, zullen wij hem bij de lok op zijn voorhoofd pakken.
Dat leugenachtige, schuldige hoofd.
Laat hem clan zijn makkers maar roepen.
Wij zullen de bewakers van de hel aanroepen.
Mohammad! Luister niet naar die man. Bid en kom dichterbij.

2    (Koe) 

De pen
`Noen walgalam wa ma jastaroen.' 
Met deze woorden begint de oorspronkelijke soera.
De tekst opent met de letter N (noen) en er wordt een plechtige belofte gedaan aan de pen.
Het is een van de mooiste soera’s van de Koran, want Allah zweert bij de pen en bij de inkt.
De letter N (noen) heeft geen duidelijke betekenis, maar maakt de bezwering geheimzinnig.
Allah zweert bij de pen en meteen zweert Hij bij wat met de pen geschreven wordt.
Zo steekt Hij Mohammad een hart onder de riem.
Deze eed wordt als het kroonjuweel van de Koran gezien, want het toont een ruimdenkende Allah, die zweert bij 'wat de boodschapper ook schrijft’.
De Koran heeft honderdveertien vertellingen, ook wel soera’s genoemd.
Tweeëntachtig van deze soera’s zijn in Mekka geopenbaard. De overige tweeëndertig in de stad Medina.
De vertellingen uit Mekka zijn zacht poëtisch, lyrisch, ritmisch en onderzoekend.
Het zijn de soera’s die Mohammad aan het begin van zijn missie vertelt, in een tijd waarin hij nog geen macht heeft en niet in geweld gelooft.
Maar als hij naar Medina vlucht, verandert zijn taal volledig Daar krijgt hij macht, pakt hij het zwaard op en krijgen zijn woorden een harde lading.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Noen (N.)
Bij de pen en bij wat je ermee schrijft.
En bij de elegantie van je Schepper, nee, Mohammad, je bent niet gek.
Je toont juist waardig gedrag.
Jou wacht een grote, eeuwigdurende beloning.
Gauw zul jij zien en gauw zullen zij zien wie er gek is.

2
Mohammad! Luister vooral niet naar die leugenaar, die zielige edenzweerder.
Hij kletst, hij is achterbaks.
 Hij houdt de mensen van het goede pad af.
Hij is een zondaar.
Hij is gewelddadig.
Hij is een bastaard.

3
Wanneer Onze tekenen worden voorgelezen, zegt hij: ‘Dit zijn allemaal oude fabels.’
Hij doet dit omdat hij rijk is en zonen heeft.
Maar binnenkort zullen Wij met een zwaard een teken op zijn gezicht zetten.

4
Waarlijk! Wij stellen de ongelovigen op de proef, net zoals Wij de twee zonen van de fruitboer op de proef hebben gesteld.
Zijn zonen hadden besloten om het fruit van hun tuin vroeg in de morgen te gaan plukken, zodat de armen hen niet zouden zien. En ze hadden geen voorbehoud gemaakt. Ze hadden niet gezegd: ‘Ensha'allah: als Allah het ons toelaat.°
Daarom lieten Wij hun tuin door het noodlot treffen, terwijl ze nog in slaap waren. Zo werd hun tuin veranderd in een hoop as. ’s Ochtends, toen ze wakker waren, zeiden ze tot elkaar: ‘We moeten meteen naar de tuin gaan om het fruit te plukken.’ Ze wisten niet wat er gebeurd was.
Ze gingen stiekem weg terwijl ze afspraken: “We laten geen behoeftige in onze tuin toe.’
5
Toen zij de tuin zagen, schrokken ze en zeiden: °O, we zijn dwaalgeesten !’
En de een zei tot de ander: “We zijn beroofd. Had ik je niet op het hart gedrukt dat we “ensha’allah” moesten zeggen?
Ze overlaadden elkaar met verwijten en zeiden: ‘O, wee ons. We zijn laatdunkend geweest.’
Daarna wendden ze zich tot God: “Geprezen zij de Schepper. We waren onrechtvaardig. Misschien zult Gij ons een betere tuin dan deze geven.’

6
Zo straffen We de ongelovigen in dit leven. En de straf na de dood zal nog erger zijn. Maar voor de vrome mensen zijn er de tuinen van geluk.
Nee, Wij zullen de gelovigen niet gelijk behandelen aan de ongelovigen.
Mohammad, zeg tegen hen: “Wat is er gebeurd met jullie, waarom doen jullie zulke dingen? Hebben jullie misschien geen boek waarin jullie het allemaal kunnen lezen?’
Laat de ongelovigen aan Ons over.
Wij zullen hen geruisloos vernietigen.
Wij geven hun nu nog de ruimte om te doen wat ze willen.
Maar Ons voornemen staat vast.

7
Dus heb geduld, Mohammad. En wacht op het oordeel van je Schepper, en wees niet als de man die in de buik van de vis ongeduldig, boos en ontredderd tot zijn God riep.
Je weet dat als God hem niet geholpen had, hij vernederd op een barre plek terecht gekomen zou zijn.
Mohammad! Wanneer de ongelovigen jou Onze tekenen zien voordragen, willen ze je met hun blikken slaan. Ze zeggen: “Hij is gek!’
Maar je bent niet gek, Mohammad. En de Koran is een waarschuwing voor de mensen.

3   (Windmolen)

De in een deken gehulde
Het is nacht. Mohammad ligt onder een deken. De engel Ghabriël verschijnt en hij schudt hem wakker: 'Jij die onder de deken ligt, sta op. ’
Hij vraagt Mohammad om een deel van de nacht wakker te blijven om de soera’s van de Koran te reciteren.
Hij zegt: ‘Mohammad, wij hebben je de Koran niet gegeven om er de hele dag mee te lopen, het boek onder de mensen te brengen en daardoor blaren op je voeten te krijgen. Neem de rust van de nacht en draag daarna de verzen voor.’

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Jij die een deken over je hoofd hebt getrokken.
Sta op, halverwege de nacht of iets daarvoor.
Zeg dan de verzen van de Koran rustig, mooi en duidelijk op. Mohammad, Wij vertrouwen je belangrijke woorden toe.
’s Nachts opstaan is een bijzondere belevenis en doet het Woord krachtiger werken.
Je hebt gedurende de dag veel andere dingen te doen. Neem daarom de rust van de nacht. Laat alles achter je, gedenk Allah en wees volledig bij Hem.

2
Hij is de Schepper van het oosten en van het westen. Er is geen God dan Hij, vraag Hem daarom om je te beschermen.
Verdraag geduldig alles wat de ongelovigen zeggen en neem beleefd afstand van hen.
En laat Mij alleen met de leugenaars, die een plezierig leven denken te hebben.
Wij hebben hier vuur en kettingen voor hen klaargelegd.

3
Mohammad! Je Schepper weet dat jij met een groep van je volgelingen soms tweederde van de nacht bidt. Soms de helft van de nacht en soms eenderde ervan.
Allah bepaalt de lengte van de nacht en van de dag. Hij weet dat jullie die niet kunnen verlengen.
Zeg daarom zo veel uit de Koran op als jullie kunnen.
Wellicht zijn enkelen van jullie ziek, anderen zijn op reis, en nog anderen strijden voor Allah.
Kies dus een eenvoudige soera en draag die voor zolang het jullie goed uitkomt.
Bid vijf keer per dag, schenk een deel van je inkomen weg en verstrek zuivere leningen in naam van Allah. Hij zal alles in veelvoud aan jullie teruggeven.
Verricht goede daden en vraag vergiffenis aan Hem.
Hij is lief en Hij vergeeft.

4  (Tulp)

De ommantelde
Mohammad is net in de grot Hera aangewezen als boodschapper.
Aarzelend, bezweet en verloren gaat hij terug naar huis.
Zijn vrouw ziet hem gebroken in de deuropening staan. Ze voelt meteen wat er gebeurd is. Zij trekt zijn jas over zijn hoofd, leidt hem binnen en laat hem zijn hoofd op haar schoot leggen.
Dan verschijnt de engel Ghabriël opnieuw en zegt: Jij, de ommantelde! Sta op! En begin!’

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Jij die een jas over je hoofd hebt getrokken.
Sta op en waarschuw.
Verkondig dat je Schepper groot is.
Trek schone kleren aan.
Vermijd de afgoden.
Streef niet naar meer.
En heb geduld, op weg naar je God.

2
Wanneer er op de bazuin wordt geblazen, breekt er een moeilijke dag aan voor de ongelovigen.
Laat Mij dan alleen met de mens die Ik geschapen heb.
Ik heb hun veel vermogen en zonen gegeven.
Toch willen ze nog meer van Mij.
Maar niets daarvan, zij Verzetten zJeh tegen Onze tekenen.
Spoedig zullen Wij hen zwaar bestraffen.

3
Kijk! De ongehoorzame mens verzint en wikt en weegt.
Verleid is hij.
Vervloekt is hij.
De mens kijkt om zJeh heen, fronst knorrig, rekt zijn hals uit en zegt: ‘Dit is niet meer dan goochelarij.’
Dat zijn de woorden van de mens.
Spoedig zal Ik hem roosteren in het vuur.
Wil je weten wat het vuur is? Het laat niets achter en het laat niets ontsnappen. Het verschroeit de huid.
En het wordt bewaakt door negentien bewakers.

4
Bij de maan.
Bij de nacht als de zon weg is.
En bij de dageraad als hij stralend komt.
Dit is een der grootste gebeurtenissen.
Een waarschuwing voor de mens.
Waarom willen ze toch niet luisteren?
Ze lijken ezels die voor een leeuw vluchten.
Zeker! Ze vrezen niet, maar ze zijn gewaarschuwd.
En ieder mens is verantwoordelijk voor wat hij doet.

5    (Regen)

Al Fateha 
Deze soera is een van de belangrijkste soera’s van de Koran. Het is een tekst die de moslims zeventien keer per etmaal opzeggen als ze zich naar Mekka richten. Namelijk twee keer ’s ochtends voor zonsopgang, vier keer ’s rniddags, vier keer laat op de dag drie keer aan het begin van de avond en vier keer laat op de avond.
De gelovigen zeggen deze woorden altijd en overal tijdens het maken van belangrijke beslissingen: ‘Besrnellahe rahrnane rahi1n.’ ‘In de naam van Allah. Hij is lief. Hij geeft. Hij vergeeft.’
Zelfs de gelovige bruidegom die voor het eerst met zijn bruid het bed deelt, zegt het zachrjes voordat hij haar aanraakt.
Ook de bruid zegt het in zichzelf als ze hern ontvangt.
Het zijn de meest gebruikte woorden van gelovige leerlingen voordat ze aan een examen of toets beginnen. Het zijn de eerste woorden van de gelovige die zijn auto start.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alef Lam Miem.
Alle lof voor Hem, de Maker van de werelden.
De Koning van het leven na de dood.
We bidden tot U en we vragen alleen Uw hulp.
Leid ons op het juiste pad.
Naar de weg van degenen aan wie Gij genade schonk, niet naar de weg van hen die Gij niet mag, noch naar die van de dwalenden.

6   (Klomp)

Het Boek in den Beginne
Het Boek in den Beginne ligt bij Allah.
Allah kent alle geheimen van de wereld en elke berekening heeft Hij met eigen hand in dat boek genoteerd
‘Ik hen ongeletterd, ’ beweerde Mohammad, ‘Ik kan niet lezen en niet schrijven. De teksten die ik aan jullie vertel, zijn niet van mij. Ze stammen allemaal uit het Boek in den Beginne.'

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Bij de hemel waar de hoge torens zijn.
Bij de beloofde dag.
Bij de getuige en bij wat als getuigenis wordt verklaard.
Dood aan hen die een kuil van vuur maakten.
Een vuur van hout.
En dood aan hen die naast de kuil stonden, getuige waren van wat zij de gelovigen aandeden en toekeken.
Zij namen wraak op hen omdat ze in Allah geloofden.

2
De straf van je God is groot.
Hij is het die met de schepping begon en die kan herscheppen.
Hij is de Eigenaar van het heelal.
En Hij doet wat Hij wil.
Heeft het verhaal van die legers jullie nog niet bereikt?
Die van de farao en Thamoed?

3
De ongelovigen blijven alles ontkennen.
Maar God omvat hen.
Zeker! De Koran is een majestueus geschrift.
En het vindt zijn oorsprong in het Boek in den Beginne.

7   (Koe)

Een touw van vezels
Aboe Lahab was de oom van Mohammad.
Hij was een van zijn gezworen vijanden en fel tegenstander van zijn Koran.
Zijn vrouw had ook een hekel aan Mohammad.
Aboe Lahab vond Mohammad een schande voor hun stam
En hij deed er alles aan om hem tegen te houden.
Eens beraamde hij een plan om Mohammad te doden.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Kapot zijn de handen van Aboe Lahab.
Hijzelf mag ook te gronde gaan.
Zijn bezit en zijn daden, ze zullen hem niet baten.
Hij wordt gebracht naar een laaiend vuur.
Ook zijn vrouw, die hout draagt voor het vuur.
Met om haar nek een touw geweven van de vezels van een dadelboom.

8   (Windmolen)

Als het dooft ‘Koran’ was een nieuw Arabisch woord. Mohammad deelde beetje bij beetje zijn openbaringen mee en noemde ze samen de Koran
Ook het woord ‘islam’ werd in die periode voor het eerst gebruikt. Islam kreeg de betekenis ‘Geef je over! ’
‘Aan wie moeten we ons overgeven ?’ vroegen de mensen.
‘Aan Allah.' zei Mohammad.
‘Hoe moeten we ons Allah voorstellen ?’
‘Het stukje “la" in het woord “Allah" betekent “nee" of “niet meer". Allah is dus Eén en niet meer. Hij heeft geen vader en geen moeder. Hij heeft geen behoefte aan eten. Niemand lijkt op Hem. En Hij lijkt op niemand.
Hij is niet leeg van binnen. 
Soms snijdt Hij een stukje van de nacht af en voegt dat aan de dag toe. En andersom.’

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Wanneer de zon duister wordt.
Wanneer de sterren doven.
Wanneer de bergen in beweging komen.
Wanneer de hoogzwangere en geliefde kamelen in de steek 
worden gelaten.
Wanneer de wilde beesten bij elkaar worden gebracht.
Wanneer de zeeén ziedend omhoogkomen.
Wanneer de zielen worden samengebracht.
Wanneer aan de meisjes wordt gevraagd voor welke zonde zij 
levend begraven zijn.
Wanneer de hemel in stukken uiteenvalt.
Wanneer het vuur van de hel wordt opgestookt.

Wanneer het paradijs gereed wordt gemaakt.
En wanneer de geschriften waarin de daden van iedereen be
schreven zijn, worden geopend.
Dan zal iedereen weten wat hij gedaan heeft. 

2
Ik zweer het bij de terugkerende sterren, die hun loop beëindigen 
en ondergaan.
En bij de nacht wanneer deze verdwijnt.
En bij de morgen wanneer deze verschijnt.
Dit zijn de woorden van een uitmuntende boodschapper, die een 
bijzondere plaats naast Allah heeft, die gehoorzaam is en be
trouwbaar.
Nee, Mohammad is niet gek.
Hij heeft de engel Ghabriél bij de heldere horizon ontmoet.
En de engel geeft de volledige boodschap door.

Waar gaan jullie heen?
De boodschap is niets anders dan een vermaning voor de we
reldbewoners. Voor hen die op zoek zijn naar de juiste weg.

9   (Tulp)

De nachtster

In de cultuur waarin Mohammad geboren was, werden de meeste 
zaken mondeling overgeleverd
Het boek en de pen waren voorbehouden aan de elite van Mekka,
De dichters zetten een kruk op het marktplein, stapten erop en 
droegen hun gedichten uit het hoofd voor.
Met het verzamelen van de teksten van de Koran veranderde de 
orale traditie in een schrijfcultuur. De Koran werd een boek voor 
iedereen.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Bij de hemel en de nachtster.
Hoe weet je wat de nachtster is?
Het is een stralende ster.
Over elke ziel wordt gewaakt.
De mens moet beseffen waaruit hij gemaakt is.
Gemaakt is hij van springend vocht dat uit de rug van de vader 
naar de ribben van de moeder loopt.
Waarlijk, Hij is in staat om de mens weer terug te roepen.
Op een dag dat de geheimen worden onthuld.
Dan zal de mens machteloos zijn en heeft hij geen helper.


Bij de hemel waaruit de regen valt. 
Bij de grond, gespleten door een plant. 
De Koran is een allesbeslissende vertelling.
En het boek is geen verzinsel.
Ze beramen een list.
En ik beraam ook een list.
Maar Mohammad! Geef de ongelovigen nog even de tijd!

10    (Regen)

Hij is de Allerhoogste
Uit het niets riep Mohammad: ‘Allaho Akbar! Allah is groot!’ Hij zei: ‘La ilaha ella Allah: er is maar Eén en dat is Allah.'
De vorm en de samenstelling van zijn zinnen waren nieuw.
Mohammad zei: ‘Salam eleikom! Mijn salam voor jou.’
Geen Arabier had eerder iemand begroet met Salam eleikom.
(Naar Aasha, de grote dichter in de tijd van Mohammad)

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Herhaal de naam van je Schepper, de Allerhoogste.
Hij die alles geschapen heeft en het al bestiert.
Hij die het lot bepaalt en de weg wijst.
Hij die het gewas voortbrengt.
En die het daarna droog en dor maakt.

2
Mohammad!
Wij zullen je gauw leren lezen zodat je niet vergeet wat God wil. Hij kent de geheimen en wat openbaar is.
Wij maken je taak eenvoudig.
Waarschuw de mensen, opdat de waarschuwing helpt.

3
Jullie kiezen voor het huidige leven.
Maar het leven na de dood is beter en voor de eeuwigheid.
Dit staat ook in de vorige hemelse boeken vermeld.
In de geschriften van Ibrahim en Mozes.

11   (Klomp)

De nacht
Mohammad vertelt soms in de ik-vorm. Zijn twee ikken bestaan uit zijn eigen ik en de Ik van Allah.
De lezer weet niet altijd wie het woord voert Allah of Mohammad. Soms vertelt de profeet in de hij—vorm. En met ‘hij’ bedoelt hij zowel zichzelf als Allah.
Ook vertelt hij in de wij—vorm. Met ‘wij’ bedoelt hij soms zichzelf ,soms Allah.
Hij gebruikt verschillende perspectieven door elkaar waardoor hij bewust of onbewust een heilige verwarring in zijn werk creëert: de gedachten van de lezer gaan alle kanten op. Zo stijgen de vertellingen in de Koran boven het menselijke uit.
Een gewoon mens doet het zo niet, Mohammad wel. Zo wordt zijn Koran goddelijk en geheimzinnig
(Naar de middeleeuwse gedichtenbundel Hafez, van Shams edine Shirazai)

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Bij de nacht wanneer hij alles bedekt.
En bij de dag wanneer hij schittert.
En bij Hem die het mannelijke en het vrouwelijke heeft geschapen.
Jullie streven op verschillende wijze.
Voor wie geeft en vreest en rechtvaardig is, zullen Wij de weg naar het geluk banen.
Maar voor wie niet geeft en wie zelfgenoegzaam en niet rechtvaardig is, zullen Wij de weg naar de ellende wijzen.
En als hij te gronde gaat, kan zijn bezit hem niet baten.

2
Het is Onze taak om de mens te leiden.
Het leven van nu en het leven na de dood behoort tot Ons.
Wij waarschuwen jullie.

12    (Koe)

Vroege morgen
‘Mohammad, vertel verhalen. Zet de mensen aan het denken en blijf herhalen’, zegt Allah tegen Mohammad.
Bij elke stap die hij neemt, bij elke beweging die hij maakt, zegt hij: ‘Besmellahe rahmane rahim: Allah is lief, Allah geeft. Allah vergeeft. ’
Ook herhaalt Mohammad onophoudelijk de levensverhalen van de oude profeten.
Door die herhalingen trekt hij ieders aandacht één richting op, naar Allah.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Bij de vroege morgen.
Bij de tien nachten.
Bij even en oneven.
En bij de nacht wanneer hij verdwijnt.
Is daarin geen teken voor hen die verstand hebben?

Weten jullie nog niet wat jullie Schepper met het oude volk Ad gedaan heeft?
Het volk had grote paleizen met pilaren. 
Verheven gebouwen die nergens anders te vinden waren.
En met het oude volk Thamoed dat huizen in de rotsen maakte. En met de farao, de heer der pinnen.
Zij waren allemaal onderdrukkers, die dood en verderfzaaiden in hun land.
Daarom liet God de zweep der straf op hen neerdalen.
Hij weet alles.

2
Wanneer God de mens op de proef stelt door hem iets te geven, Zegt de mens: ‘God heeft me verheven.’
Maar wanneer God hem op de proef stelt door zijn brood te beperken, verliest hij zijn geduld en zegt: ‘God heeft me vemederd.’
Nee, niets daarvan.
Jullie doen niets voor de wezen.
En jullie voeden de behoeftigen niet.
En jullie verteren begerig het erfdeel in zijn geheel.
En jullie hechten te veel aan bezittingen.

3
Maar jij, de ziel die de rust gevonden heeft!
Keer terug tot Mij.
Wees een van Mijn dienaren.
En betreed Mijn paradijs.

13    (Windmolen)

De stralende dag
Na de eerste ontmoeting met de engel Ghabriël wacht Mohammad drie jaar lang op een nieuw teken, maar er gebeurt niets. Blijkbaar heeft niemand in de hemel tijd voor hem.
Mohammad is gebroken en er rijst twijfel of hij een echte profeet is en of hij de engel waarlijk ontmoet heeft.
Heeft hij het zich ingebeeld?
Dan, op het punt van radeloosheid, verschijnt de engel weer.
Hij stelt Mohammad gerust.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Bij de stralende dag.
En bij de nacht waarin men rust.
Mohammad ! Je Schepper heeft je niet verlaten en is je niet vergeten. Het leven hierna zal echt beter zijn voor jou dan dit leven. Hij zal jou verheffen zodat je je gelukkig voelt.
Heeft Hij jou niet als wees gevonden en onderdak gegeven?
Heeft Hij jou niet verdwaald gevonden en begeleid?
Heeft Hij jou niet behoeftig gevonden en voorspoed gegeven?
Spreek de wezen nooit hard toe.
Stuur de bedelaar niet weg.
En spreek met eerbied over de gaven van je God.

14   (Tulp)

De verruiming
Deze soera komt in de tijd dat Mohammad geen twijfels meer heeft en een bekend man geworden is in Mekka.
Hij voelt zich een ware profeet en het is alsof hij alles aankan.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Mohammad!
Hebben Wij jouw hart niet ruimer gemaakt?
En de zware last die op je schouders rustte, niet weggenomen?
En hebben Wij jou niet bekend gemaakt?
Onthoud! Na een moeilijke tijd breekt altijd een makkelljke tijd aan.
Wanneer je rust gevonden hebt, richt je dan tot je Schepper en concentreer je op het gebed.

15   (Regen)

De tijd en het leven
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Bij de tijd en het leven.
De mens berokkent zichzelf schade.
Behalve zij die geloven en goede daden doen en elkaar aanzetten tot rechtvaardigheid en elkaar manen tot geduld.

16   (Klomp)

De hard dravenden
Het proza van de Koran is het dak van de Arabische taal. Niemand kan hoger reiken, niemand kan kornen met iets wat nog krachtiger is, niets brengt meer geheimen dan de Koran.
Het is geen mensenproza. Het is het proza van Allah En het staat allemaal in het Boek in den Beginne.
(Naar Naged Andelesi de korankenner)

 In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Bij de dravende, vechtende paarden, die kort en snel ademen.
En bij de vonken die ze uit hun hoeven slaan.
En bij de strijders in de vroege morgen.
Die dan stof doen opwerpen.
En zich zo samen een weg banen, midden door de slagorde.
De mens is ondankbaar ten opzichte van zijn Schepper.
En hij weet het zelf
En hij is gierig en bezitterig.
Weet hij dan niet dat alle graven worden omgewoeld?
En dat de geheimen worden onthuld?

17   (Koe)

Een wonderlijke vijver
Een groot deel van de Koran handelt over de joden.
Soms direct, vaak indirect. Mohammad en de joden zijn met elkaar verbonden.
Zonder de aanwezigheid van de joden in Mekka, en met name in Medina, had Mohammad nooit zijn missie kunnen voltooien en zijn droom kunnen verwezenlijken.
Medina was in handen van de joden, De Arahieren voelden zich ondergeschikt in hun eigen land en in hun eigen stad. De joden hadden een boek en een profeet, maar de Arabieren hadden niets. Mohammad speelde in op het ongenoegen en gaf de Arabieren de Koran en daarmee een sterke eigen identiteit.
Hij vocht tegen de joden om de Arabieren van zijn leiderschap te overtuigen. Pas toen hij de joden in Medina verslagen had, accepteerden de Arabieren Mohammad als de boodschapper.
(Naar Abolfazle Beehaghi, een middeleeuwse dichter)

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Mohammad!
We hebben jou een wonderlijke vijver van overvloed gegeven.
Lofprijs dan je God en breng Hem offers.
Niet jij, maar je vijanden sterven uit.

18   (Windmolen)

Nog meer willen
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Jullie hebzucht houdt jullie bezig. 
Tot jullie in jullie graf worden gestopt.
Wees gewaarschuwd! Spoedig zullen jullie het weten.
Wees nogmaals gewaarschuwd!
En wee jullie, als jullie met eigen ogen alles aanschouwen.
Ja, kijk goed.
Op die dag worden jullie ondervraagd over de verkwiste gaven.

19   (Tulp)

Geven
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Heb je goed gezien wie dit geloof ontkent?
Dat is hij die de wees wegstuurt.
Hij die geen brood aan de armen geeft.
Wee daarom de gelovigen.
Die slordig zijn met hun gebed.
Of die ermee te koop lopen.
En niet willen geven.

20   (Regen)

De ongelovigen
Hoeveel profeten heeft Allah gezonden? Het zijn er honderdvierentwintigduizend!
Het begon met Adam. Na hem kwamen er nog vele, zoals Ad, Hud, Saleh, Ishaaq, Shoeib, Ajoeb, Edris, Elias, Joenes, Noeh, Jokoeb, Joesef, Mozes, Dawoed, Soleiman, Zakkaria, Jahja, Ibrahim, Ismaiel en Jezus.
Mohammad is de laatste der profeten. Hij houdt niet op verhalen te vertellen, want Allah heeft hem gezegd: ‘Mohammad, vertel verhalen en blijf ze herhalen. Zet de mensen aan het denken. ’
Daarom vertelt Mohammad:
'Eva, de vrouw van Adam, baarde tweemaal een tweeling
Beide keren een zoon en een dochter.
Hun zonen heetten Habiel en Ghabiel. 
Habiel had de aarde lief. Hij verzamelde zaadjes, plukte fruit en kwam met groenten thuis.
Ghabiel had de dieren lief. Hij sprong op de rug van paarden, verzorgde koeien en slachtte ze als het nodig was.

Adam gaf de tweelingzus van Ghabiel als vrouw aan Habiel en de tweelingzus van Habiel aan Ghabiel.
Ghabiel wilde met zijn eigen tweelingzus trouwen, Maar hij kreeg haar niet en zo begon hij haat te koesteren.
Toen de vrouw van Habiel hem een zoon baarde, werd Ghabiel woedend van jaloezie en doodde hij Habiel met een steen.
Hij wist niet wat hij met het lijk van zijn broer moest doen. Toen zag hij een kraai met een walnoot in zijn snavel. De vogel groef een kuiltje in de grond en verstopte er de walnoot in.
Ghabiel volgde dat voorbeeld, hij groef een gat en verstopte daarin het lijk van zijn broer.’ 

Mohammad vertelt nog een verhaal:
‘Shees was de zoon van de zoon van de zoon van Habiel. 
Hij was de eerste echte profeet, want nu er zo veel mensen op aarde waren, was er iemand nodig om hen te leiden. Shees waarschuwde de mensen tweehonderdzeventig jaar lang Maar hij kreeg niemand op het rechte pad. Want de mensen hadden honger en ze moesten zich voortdurend weren tegen de dieren. Ze hadden geen tijd voor God. Bovendien wist Shees zelf niet precies wat God was.’ 
(Naar Aboe Ali Sina) 

Mohammad vertelt ook:
‘Duizend jaar lang kwamen er geen profeten meer Er was nog altijd geen sprake van een god, zelfs niet van een afgod.
De mensen waren bang voor alles: voor de dood, voor ziektes, voor de nacht en voor kou, maar ze wisten niet wat ze eraan moesten doen. Te midden van die grote onwetendheid ging de mens Edris op een verhoging staan en riep: “Mensen, Ik ben een boodschapper van God "
Maar de mens kon zich nog niet volledig verstaanbaar rnaken, de taal was pril en ontoereikend, Daarom lukte het Edris niet zijn boodschap over te brengen aan zijn volk. Toen hij stierf had hij geen enkele volgeling ’

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Mohammad, zeg: ‘O, jullie ongelovigen.
Ik dien niet wat jullie dienen.
En jullie dienen niet wat ik dien.
En ik zal niet bidden waarvoor jullie bidden.
En jullie zullen niet bidden waarvoor ik bid. 
Jullie geloof is voor jullie.
Mijn geloof is voor mij.’

21   (Klomp)

De olifanten
Mohammad is in het jaar 570 na Christus geboren.
Precies in die tijd viel de koning van het buurland Habashe de stad Mekka binnen. De koning en zijn krijgsheren reden op olifanten. Hij wilde de Kaabé vernietigen
Maar God stuurde vluchten vogels om het leger van de koning te verpletteren.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Hebben jullie niet gehoord wat God met het leger der olifanten gedaan heeft?
Heeft Hij hun plan niet verijdeld?
Heeft Hij niet vluchten vogels naar hen gestuurd om hen te stenigen met kleine steentjes?
Zo maakte Hij hen onschadelijk als gekauwd stro.

22   (Koe)

Het morgenlicht
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Mohammad!
Zeg: ‘Ik neem mijn toevlucht tot de Schepper van het morgenlicht.
Tegen het kwaad van alles wat Hij geschapen heeft.
En tegen het kwaad van de nacht wanneer hij nadert.
En tegen het kwaad van de heksen die in de knopen blazen.
En tegen het kwaad van hen die jaloers zijn.'

 23   (Windmolen)

De mensen
De mens woont op de aarde.
Evenals de djinns.
De djinns zijn onzichtbaar, zei Mohammad.
Ze hebben hun eigen leven en hun eigen profeten.
De djinns kunnen de mensen horen en zien, maar de mensen kunnen hen niet zien of horen.
Ze zijn overal in grote aantallen aanwezig
Overdag rusten ze uit langs de rivier in verlaten huizen en in oude badhuizen, maar zodra het donker is, komen ze massaal naar buiten.
De djinns denken dat de mensen blind zijn. Wanneer ze een mens zien aankomen, zeggen ze tot elkaar: ‘Ga aan de kant, er komt een blinde aan.’

De djinns stappen in verschillende gedaantes het leven van de mensen binnen.
Daar sprong plotseling een zwarte hond tevoorschijn. Hij veranderde opeens in een kraai en vloog weg. Wie of wat was hij?
Een djinn.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Ik neem mijn toevlucht tot de Schepper der mensen.
Bij de Koning der mensen.
Bij de God der mensen.
Tegen het kwaad van hen die stiekem en verleidelijk fluisteren.
Zij die in het innerlijke van de mensen lispelen.
Zowel de djinns als de mensen.

24    (Tulp)

De overgave
Alles in de hemelen en op de aarde looft Allah
‘Ook de stenen die op de grond liggen?’  vroegen de mensen.
‘De stenen die op de grond liggen, de bergen, de sterren, de maan, de bomen en de zon: ze lofprijzen Allah allemaal. ’ ‘
En het harde ijzer?’ vroegen de mensen.
‘Ook het ijzer ’
‘Waarrm horen we het ijzer dan niet? ‘
De mens is met beperkingen geschapen. Hij kan niet alles waarnemen,’ zei Mohammad,

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Mohammad!
Zeg: ‘Allah is Eén.
Allah is Hij is niet verwekt en Hij verwekt niet.
En er is niemand aan Hem gelijk.’

25   (Regen)

De ster
Allah wilde Mohammad persoonlijk ontmoeten.
Hij stuurde een wit paard met vleugels om hem te halen en ontving Mohammad op de zevende verdieping van de hemel. Daar spraken ze met elkaar achter gesloten deuren.
Toen ze klaar waren, gaf de engel Ghabriël Mohammad een rondleiding door het paradijs.
Op een pad kwam Mohammad Mozes tegen. De profeet met de stok spreidde lachend zijn armen, omhelsde Mohammad en kuste hem op zijn hoofd.
lets verderop trof hij Soleiman onder een amandelboom met een groep dieren om hem heen: ‘Dag Mohammad!’
En in een tuin met geurige bloemen ontmoette hij Jezus. De jonge gezellinnen zetten lachend een kroon van kleurrijke bloempjes op zijn hoofd.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Bij de ster op het moment dat hij valt,
Jlullie medemens Mohammad is niet verdwaald, ook niet misleid.
En hij praat niet naar eigen wil.
En het is niets anders dan een duidelijke openbaring.
De engel Ghabriël heeft het hem geleerd.

2
Allah is scherp. Hij bezit kracht.
Hij stond aan de verst gelegen horizon.
Hij kwam dichterbij en Hij daalde neer.
Tot een afstand van twee bogen, of minder.
Hij openbaarde Mohammad wat Hij openbaren moest.
Diens hart loog niet over wat hij gezien heeft.

3
Betwisten jullie wat hij gezien heeft?
Waarlijk! Hij heeft Hem gezien bij de boom Sadr aan de verwijderde horizon naast de tuinen van geluk, toen de boom bedekt was met het licht waarmee hij bedekt zou moeten zijn.
Mohammad keek niet weg en ook tuurde hij niet.
Waarlijk! Hij zag de geweldige tekenen van zijn Schepper.

4
Hebben jullie de afgoden Lat en Ozza gezien en de andere, de derde, Menat?
Behoren de dochters aan Allah en de zonen aan jullie? Dan is het een onrechtvaardige verdeling.
Het zijn slechts namen die jullie en jullie voorvaderen aan hen hebben gegeven.
Zij die niet in het leven na de dood geloven, geven vrouwelijke namen aan de engelen. Hoewel zij hun afgoden mannelijke namen geven.
Hun kennis is gebaseerd op vermoedens. Zij zijn onwetend.

5
Mohammad! Draai je gezicht weg van hen die niet aan Ons denken en slechts met dit leven bezig zijn.
Alles in de hemelen en op aarde is van Hem.
Zij die berouw tonen van kleine en grote zonden, worden door God vergeven.
Hij kende jullie al uit de tijd dat Hij jullie uit de aarde maakte en jullie nog in de buiken van jullie moeders zaten.
Hij weet wie godvrezend is en wie niet. Reken jezelf daarom niet zomaar tot de vrome mensen.

6
Niemand zal de zonden van een ander dragen.
En de mens krijgt wat hij wilde krijgen.
En hij ziet spoedig het gevolg van zijn daden.
Dat hij daar volledig voor wordt beloond.
Dat uiteindelijk alles bij Hem terugkeert.
Dat Hij het is die doet lachen en doet huilen.
Dat Hij het is die doet sterven en doet leven.
Dat Hij een mannelijk en een vrouwelijk deel gemaakt heeft uit de zaadjes die neervallen.
Dat Hij het leven na de dood mogelijk maakt.
Dat Hij de sterren heeft gemaakt en het heelal.
Dat Hij het oude volk Ad vemietigde, niets van het volk Thamoed overliet en daarvoor al het volk van Noeh van de aardbodem had gevaagd.
Hij deed de oude steden teniet en bedekte hen met dat waarmee ze bedekt zouden moeten worden.
Over welke gaven van Allah willen jullie nog twijfelen?
Mohammad is een waarschuwer in de rij van de eerdere waarschuwers.

7
Wat komen moest, is onderweg.
Verbazen jullie je dan nog over deze tijding?
Lachen jullie? Huilen jullie niet?
Kniel voor Allah en lofprijs Hem.

26  (Klomp)

Hij keek boos
Een blinde bedelaar ging vaak bij Mohammad langs.
Op een keer toen hij zijn huis binnenging, was Mohammad in gesprek met een groep rijke handelaren uit Mekka.De bedelaar riep: ‘Mohammad, heb je nog iets voor me te leren vandaag?’Mohammad vond het niet prettig dat de bedelaar in de aanwezigheid van de vooraanstaande mannen van Mekka zo met hem praatte. Daarom keek hij boos en gebaarde zijn knecht hem weg te sturen.De bedelaar vertrok bedroefd.
Later had Mohammad een knagend schuldgevoel.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Hij keek boos en wendde zich af.Omdat de blinde man bij hem langskwam.
Misschien wilde hij zijn leven beteren.
Of misschien was hij op zoek naar de juiste weg. En zou je hem kunnen helpen.
Waarom houd je je wel bezig met hen die jou niet nodig denken te hebben, hoewel je niet verantwoordelijk bent voor hun daden?
En iemand die zo graag tot je komt, stuur je weg.

2
Mohammad, dat mag niet!
Dit is een waarschuwing!
En wie wil, mag er een les uit trekken.
Het staat genoteerd in de dierbare geschriften.
Geschreven door de verheven engelen die Ons citeren.

3
Wee de mens die ondankbaar is.
Wij hebben hem uit een enkele druppel gemaakt en naar mooie verhoudingen gevormd.
Vervolgens effenen Wij voor hem de weg.
Daarna laten Wij hem sterven en begraven.
Waarna Wij hem weer terug doen keren.
Nee, de mens luistert toch niet.
Kijk naar het voedsel.
Wij hebben water in overvloed laten neervallen.
Wij doen de aarde openbarsten.
Wij laten graan op hem groeien.
En groenten en olijfbomen, dadelbomen, volgroeide tuinen, fruit en gras, voor jullie en jullie dieren.

4
Maar wanneer de Kreet wordt geslaakt zal de mens van zijn broer, van zijn moeder, van zijn vader, van zijn echtgenote en zijn zonen wegvluchten.
Op die dag worden sommige gezichten vrolijk. Ze zullen lachen.
Maar andere gezichten worden somber. Dat zijn de gezichten van de ongelovigen.

27   (Koe)

De nacht van de Ghadr
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Wij hebben de Koran in de nacht van de Ghadr neergezonden.
En hoe weten jullie wat de nacht van de Ghadr is?
De nacht van de Ghadr is beter dan duizend maanden.
In die nacht dalen Ghabriël en de andere engelen neer met goedkeuring van Allah om de dromen van de mensen te verwezenlijken.
Het is de nacht van vreugde en gezondheid tot in de vroege morgen.

28  (Windmolen)

De zon
Er zijn zeven bewegende sterren in de hemel En er zijn duizenden en duizenden vaste sterren.
‘En de maan en de zon ?’ vroegen de rnensen aan Mohammad,
‘De maan stopt in achtentwintig huizen. Elke nacht staat hij in een ander huis.
De zon kent twaalf huizen, hij verandert elke maand van huis.’

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Bij de zon en wanneer hij schijnt.
En bij de maan wanneer hij hem volgt.
En bij de dag wanneer hij wordt belicht.
En bij de nacht wanneer hij alles bedekt.
En bij de hemel en bij wie hem zo hoog heeft gebouwd.
En bij de aarde en bij wie hem zo weids heeft gemaakt.
En bij de ziel en bij wie hem heeft gevoed en hem het slechte en het goede heeft meegegeven.
Geluk heeft degene die de ziel rein houdt en zij die hem vernederen worden zelf vemederd.

2
Het volk van Thamoed ontkende alles.
Toen de ellendigste onder hen in opstand kwam, zei de boodschapper van God tegen hen: ‘Dit is een kamelin van God. Laat haar vrij. En laat haar drinken.’
Maar ze verklaarden hem voor leugenaar en sneden de pezen van de kamelin door.
Daarom vernietigde God hen allemaal en maakte hun land met de grond gelijk.

29   (Tulp)

De vijgen
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Bij vijgen en olijven.
Bij de berg Sinai.
En bij Mekka, de stad van de vrede.
De mens hebben Wij in de mooiste verschijning gecreëerd.
Daama lieten Wij hem oud en zwak worden.
Alleen zij die geloven en goede daden verrichten, krijgen een beloning voor de eeuwigheid.
Jij mens! Hoe kom je aan het oordeel om alles te verloochenen?
Is God niet degene die het beste kan oordelen?

30   (Regen)

De stam Ghoreish
De stam Ghoreish was een van de belangrijkste Arabische volkeren  van het land.
De wijze mannen van die stam waren vroeger de sleutelhouders van de Kaabé.
Mohammad behoorde tot die stam en naast hem zijn er ook veel grote kaliefen uit dezelfde familie voortgekomen. 

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Voor de eenheid van de stam Ghoreish.
En voor hun bescherming gedurende hun zomer- en wintertochten.
Laten zij dan de Eigenaar van dit huis lofprijzen.
Die hen brood geeft tijdens de hongersnood en die hen veilig stelt in tijden van gevaar. 

31   (Klomp)

Alghareto
In de naam van Allah
Hij is Iief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alghareto. Wat is een Alghareto?
Hoe kun je weten wat een Alghareto is?
Het is een dag waarop mensen als uiteengejaagde vlinders zullen zijn.
En de bergen als gekaarde wol.
Wiens weegschaal op die dag ver uitslaat, zal een gelukkig bestaan leiden.
Maar voor wie licht weegt, wordt de hel zijn moeder.
En hoe herken je een Alghareto?
Het is als woedend vuur.

32  (Koe)

De opstanding
Allah zweert dat de dag van de opstanding plaats zal vinden.
Hij die de mens uit een vallende druppel heeft gemaakt, is in staat om de losse beenderen na de dood weer bij elkaar te brengen.
Wee zij die niet luisteren. 

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Ja! Ik zweer het bij de dag van de opstanding.
Ik zweer het bij de ziel die zichzelf verwijt.
De mens denkt dat Wij zijn kapotte beenderen niet kunnen helen. Zeker wel. Wij maken hem opnieuw tot zijn vingertoppen toe. Ze vragen wanneer de dag van de opstanding plaatsvindt.
Zeg: 'Wanneer de ogen verbaasd kijken naar de maan die duister wordt, en als de zon en de maan in elkaar opgaan en een worden.’
Op die dag zal de mens zeggen: ‘Waarheen kan ik vluchten?’
Zeg: ‘Nergens! Er is geen toevluchtsoord.’
Daarna wordt iedereen ingelicht over wat hij gedaan heeft en wat hij nagelaten heeft.
De mens is zijn eigen bewijs.

2
Mohammad! Haast je niet! Beweeg je tong niet zo snel wanneer je de woorden uitspreekt tijdens een openbaring.
Wij zijn het die de woorden aan jou geven. Neem eerst in alle rust Onze woorden over en pas wanneer Wij klaar zijn met de verkondiging, mag jij haar openbaren. Verdere uitleg is aan Ons.

Op die dag zullen sommige gezichten opgewekt en vrolijk worden en sommige gezichten zullen donker en bedrukt worden.
Als de laatste adem de keel bereikt, rijst de vraag: ‘Wie kan hem genezen? Wie zal het bezweren?’
Dan weet de mens dat de tijd van de scheiding gekomen is.
En het ene been wrijft tegen het andere been.
Dan wordt men naar zijn Schepper teruggevoerd.

3
Hij heeft dan niets gegeven aan de behoeftigen, en hij heeft niet gebeden.
En hij heeft de boodschapper voor leugenaar uitgemaakt en hij is toen weggelopen.
Hij is dan trots naar zijn familie gegaan.
Wee diegene! Wee diegene en nog eens wee diegene!
Denkt de mens dat hij aan zichzelf overgelaten is?
Was hij soms niet de druppel die daar viel?
Die daarna een klonter bloed werd die Hij vervolmaakte.
Waar Hij man en vrouw van maakte?
Is zo’n Schepper soms niet in staat om de doden weer tot leven te roepen?
Het is een van de grootste gebeurtenissen.

33   (Windmolen)

De roddelaar
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Gewaarschuwd zij elke kwaadsprekende roddelaar.
Ieder die meer en meer bezit vergaart en het voortdurend telt.
Hij denkt dat zijn bezit hem de eeuwigheid geeft.

Hij is gewaarschuwd!
Hij zal in de Alhotme gegooid worden.
Wat is de Alhotme?
Het is Gods vuur, dat de harten verteert en hen zal omsluiten met hoge kolommen.

34   (Tulp)

De uitgezondenen
Mohammad suggereert dat er altijd twee engelen met je meelopen.
De ene loopt voor je, de andere loopt achter je. Ze noteren alles wat je doet.
En als je doodgaat en begraven wordt, komen er twee engelen bij je langs.
Ze stellen allerlei vragen. Onder andere vragen ze: ‘Hoe ben je aan je geld gekomen ? Is het rein geld of heb je het onwettig bijeengebracht? Of hoorde je misschien tot de ontkenners ?’
Wee de ontkenners, de leugenaars op de dag des oordeels.
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Bij de uitgezondenen die achter elkaar komen.
Bij de hevige stromen.
Bij de winden die de wolken wijd verspreiden.
Bij zij die de scheiding maken tussen goed en kwaad.
Bij de engelen die de boodschap brengen van de waarschuwing en de rechtvaardiging.
De straf die jullie aangezegd is, zal ten uitvoer gebracht worden.

2
Wanneer de sterren doven.
Wanneer de hemel barst.
Wanneer de bergen versplinteren.
Wanneer de boodschappers bij elkaar komen.

Op welke datum is de dag des oordeels vastgelegd?
En wat weet jij over de dag des oordeels?
 Wee de ontkenners, de leugenaars op die dag!

3
Hebben Wij al niet enkele volkeren vernietigd?
Hebben Wij in plaats van hen niet andere volkeren voortgebracht?
Wij zullen hetzelfde doen met de huidige zondaars.
Wee de ontkenners, de leugenaars op die dag.

4
Hebben Wij jullie niet gemaakt uit een nietige druppel? Die Wij op een degelijke plek hebben neergelegd? Voor een bepaalde termijn.
Wee de ontkenners, de leugenaars op die dag.

5
Hebben Wij de aarde niet uitgestrekt gemaakt, voor zowel de levenden als voor de doden?
Hebben Wij de hoge bergen niet op de aarde gevestigd? En hebben Wij jullie geen heerlijk water te drinken gegeven?
Wee de ontkenners, de leugenaars op die dag.

6
Ga heen naar de straf die jullie altijd ontkenden.
Ga heen naar de rook die drie vertakkingen heeft, die geen schaduw werpt en die geen bescherming biedt tegen de hitte.

Kijk! Het vuur werpt vonken omhoog, soms zo groot als kastelen, en soms zo groot als gele kamelen.
Wee de ontkenners op die dag.
Het is een dag waarop ze niet spreken; er wordt hun geen kans gegeven om hun spijt te betuigen.
Wee de ontkenners, de leugenaars op die dag.

7
Het is de dag des oordeels waarop Wij jullie en de vroegere volkeren samenbrengen.
En als jullie weer een plan hebben beraamd, gebruik dat dan tegen Mij.
Wee de ontkenners, de leugenaars op die dag.
Maar zij die vreesden, zullen in de heerlijke schaduwen en bij de bronnen terechtkomen waar fruit binnen handbereik is.
Eet en drink. Gezondheid!
Maar wee de ontkenners op die dag.

35   (Regen)

Gha
De Gha is de eenentwintigste letter van het Arabische alfabet en de vierentwintigste letter van het Perzische alfabet; en klinkt als ‘Ghaf’.
Sornmige hoofdstukken van de Koran beginnen met één, twee of drie letters, zoals Alef(A) Lam (L) Miem (M) of met Ha (H) Miem (M) of met Ta (T).
Sornmigen menen dat die letters geen betekenis hebben, anderen beweren dat ze juist heel belangrijk zijn, en weer anderen benadrukken dat ze zelfs heilige codes van de Koran zijn.
Een rniddeleeuwse uitleg van Abolfath luidt: ‘Gha of Ghaf is een van de sleutels tot het geheim van de schepping van de aarde. ’

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Ghaf.
Bij de prachtige Koran.
Waarlijk! Zij verbazen zich dat er een boodschapper uit hun midden is gekomen.
De ongelovigen zeggen: ‘Het kan niet. Het moet een wonder zijn. Zullen we na de dood weer terugkeren naar het leven, terwijl we tot stof geworden zijn? Het is een onwaarschijnlijke wedergeboorte.’

2
Wij weten wel wat de aarde met hun lichamen doet wanneer ze begraven worden. Alles staat in het Boek in den Beginne dat bij Ons ligt.
Maar hebben ze dan niet naar de hemel boven hun hoofd gekeken, hoe Wij hem zo groot gebouwd hebben en hoe Wij hem versierd hebben. Hoe compleet hij is en geen enkele barst vertoont?

3
Wij hebben de aarde uitgespreid en de bergen er stevig op neergezet. En Wij hebben er vele soorten planten en gewassen op doen groeien.
Wij hebben gezond en heerlijk water uit de hemel laten vallen en daarmee tuinen en graan voortgebracht. En hoge dadelbomen met tros na tros verrukkelijke dadels.
Allemaal ten behoeve van de mens.
Op die manier brengen Wij dode grond weer tot leven.
En op dezelfde manier laten Wij jullie terugkeren na de dood.

4
Zijn Wij dan soms zwak geweest tijdens Onze eerste schepping? Nee, daar is geen sprake van. Waarom twijfelen ze dan aan Onze nieuwe schepping, de terugkeer van de doden?

5
Wij hebben de mens gemaakt en Wij zijn dichter bij hem dan zijn eigen slagader. Wij weten wat zijn lichaam hem toefluistert.
Op de dag des oordeels, wanneer de beide engelen, waarvan de een zijn goede daden genoteerd heeft en de ander zijn slechte daden, hem ontvangen, kan hij geen woord meer uitbrengen.
En de roes van de dood zal de waarheid tonen, en dat is precies waar de mens voor vreesde.

6
Op die dag wordt er op de bazuin geblazen, het is de aankondiging van de dag van de grote straf.
En iedereen zal met een begeleider en een getuige komen.
En er zal tegen hen worden gezegd: ‘Je geloofde dit niet. Je zag het niet aankomen. Nu nemen Wij het gordijn weg voor je ogen.
Heden zie je alles beter.’

7
Allah zal zeggen: ‘Ik ben niet onrechtvaardig geweest tegenover jullie. Ik had jullie meer dan eens gewaarschuwd. En vandaag wordt de beslissing niet door Mij herzien.
 Ik zal de hel vragen: “Ben je nu goed gevuld?”
En de hel zal antwoorden: “Zijn er nog meer?"’

8
Maar voor de vrome mensen worden de tuinen van het paradijs dichterbij gebracht. Dat hebben Wij hun beloofd.
Er wordt tegen hen gezegd: ‘Salam. Welkom. Loop verder. Deze dag is het begin van de eeuwigheid.'
Ze krijgen daar alles wat ze verlangen. En Wij hebben nog meer voor hen.

9
Wij hebben de hemelen en de aarde en alles wat daartussen bestaat in zes dagen gemaakt en Wij werden niet moe.
Mohammad! Heb geduld! Verdraag wat ze tegen je zeggen! En bid je Schepper om zonsopgang en zonsondergang. En de nacht. En wacht tot de oproeper je vanaf een dichtbij gelegen plek aanroept. Zij zullen de kreet horen. Het is het begin van het leven na de dood.

10
De aarde zal openbarsten en de doden zullen uit hun graven komen. Dat is gewoon voor Ons. Want Wij zijn het die doen leven en doen sterven. En tot Ons is de terugkeer.

11
Wij horen alles wat zij zeggen.
En jij, Mohammad, het is jouw taak niet om hen te dwingen.
Waarschuw hen met de Koran.

36    (Klomp)

De stad Mekka
God sprak tot Ibrahim: ‘Ga en bouw een huis voor Mij.
Ibrahim had inmiddels een zoon, Ismaiel. Ibrahim zei: ‘Mijn zoon. Korn me helpen. God heeft me de opdracht gegeven om een huis voor Hem te bouwen.’
Samen pakten ze hun schoppen en houwelen en beklommen de berg Safa, op zoek naar de plek waar God ooit een waterbron deed ontspringen voor Hadjar, de rnoeder van Ismaiel. 
Maar ze konden de plek niet vinden. Er streek een kraai neer op de grond en het dier deed alsof hij water dronk. Zo gaf hij de plek aan. Ibrahim en zijn zoon Ismaiel gingen onafgebroken aan het werk. Ze bouwden vier muren waarvan de lengte, de breedte en de hoogte gelijk waren.
Toen ze moe waren, rustten ze in de schaduw van een van de muren. Terwijl Ibrahim nog een dutje deed, maakte Ismaiel een wandeling door de bergen. Daar vond hij een grote, bijzondere, zwarte steen.
‘Vader, korn!’ riep hij. ‘Hier ligt een steen die u nog nooit gezien hebt. ’
God had die zwarte steen uit de hemel laten vallen voor Zijn eigen huis.
Vader en zoon rolden de steen met veel moeite naar het huis en plaatsten die in de muur aan de oostzijde.
Met die steen kreeg het huis een fraai aanzien. En ze noemden het huis 'Kaabé’: de Kaabé.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Mohammad!
Ik zweer bij deze stad.
Mekka, waarin jij woont.
Bij vader Ibrahim en bij wie hij verwekt heeft, Ismaiel.
Het is waar, Wij hebben de mens in ellende geschapen.

Denkt de vijand van Mohammad soms dat niemand macht over hem heeft?
Hij zegt: ‘Ik heb veel bezit weggegeven voor de bestrijding van Mohammad.' 
Denkt hij dat niemand hem in de gaten heeft gehouden?
Hebben Wij soms niet twee ogen voor hem gemaakt?
En een tong en twee lippen?
Hebben Wij hem dan niet naar de twee wegen gewezen, naar goed en kwaad?
Maar hij koos zelf niet voor een Aghabe.
Weten jullie wat een Aghabe is?
Het is de vrijlating van een slaaf.
Het is het geven van eten tijdens de hongersnood.
Het is de verzorging van een wees die bloedverwant is.
Zij die goede daden verrichten, worden beloond.
Maar zij die Onze tekenen verloochenen, worden op een afgesloten plek omringd door laaiend vuur.

37    (Koe)

De maan
De ongelovigen eisten telkens iets nieuws van Mohammad.
En ze plaagden hem orndat hij geen wonder kon verrichten.
‘Mohammad! Scheur de maan in twee stukken als je een echte profeet bent’, zeiden ze.
Mohammad richtre zich tot de maan, stak zijn armen in de lucht, praatte binnensmonds met Allah en plots werd de maan in twee delen gescheurd.
Een deel van de maan ging aan de top van de berg Ghoieghan staan en het andere deel aan de top van de berg Aboeghis.
Hoewel Mohammad dit wonder voor hen verricht had, zeiden ze: ‘Het is pure tovenarij. hij is een goochelaar. Een leugenaar.’
En ze zetten kinderen aan om stenen naar hem te gooien.
Mohammad werd verdrietig, beklom de berg Hera, ging in de grot zitten en huilde.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Het uur nadert en de maan is in twee delen gescheurd.
Maar als zij een wonder zien, wenden ze zich af en zeggen: 'Het is tovenarij.'

2
Ze blijven weigeren. Ze verklaren alles voor leugens en ze volgen hun lusten. Maar alles kent een einde.
Er zijn al berichten tot hen gekomen over het vreselijke einde van de andere volkeren. Een leerzame wijsheid, maar het heeft niet geholpen.
Mohammad!
Wend je dus van hen af en wacht op de dag waarop de oproeper hen voor het afgrijselijke uitnodigt.

3
Dan zullen ze uit hun graven naar buiten komen, terwijl ze naar de grond kijken alsof ze opgejaagde sprinkhanen zijn.
Ze zullen zich haasten tot de oproeper en tot elkaar zeggen: ‘Het wordt een zware dag.’

4
Voor het hun tijd was, had het volk van Noeh hun boodschapper voor leugenaar verklaard. Ze zeiden dat hij gek was en verjoegen hem.
Hij riep tot God: ‘Help me! Ik ben verslagen. Ik heb mijn hoop verloren.’
Wij openden de poorten van de hemel en lieten water naar beneden vallen. En Wij deden de aarde openbarsten zodat waterbronnen begonnen te stromen.
Toen vroegen Wij Noeh om in het schip te stappen dat met planken en pinnen gebouwd was. En het schip kwam onder Onze ogen in beweging.
Het was een beloning voor hem die verstoten was.
Laat dit een teken van Ons zijn. Is er iemand die er lering uit trekt?
Kijk hoe Mijn straf voor hen was.
Wij hebben de Koran als vermaning in een simpele taal gezonden.
Maar is er iemand die ernaar wil luisteren?

5
Het volk Ad verklaarde Onze boodschapper voor leugenaar.
Kijk hoe Mijn waarschuwing en Mijn straf was.
 Het werd een noodlottige dag voor hen. Wij zonden een aanhoudende koude woeste wind, die hen wegrukte als waren zij ontwortelde dadelbomen.
Wij hebben de Koran als vermaning in een simpele taal gezonden. Maar is er iemand die ernaar wil luisteren?

6
Het volk Thamoed verklaarde hun waarschuwer ook voor leugenaar.
Wij stuurden die zonderlinge kamelin naar hen toe. Zo hebben Wij hen op de proef gesteld.
Ze achtervolgden de kamelin en sneden haar pezen door.
Kijk hoe Mijn straf voor hen was.
Wij zonden een doodskreet over hen waarop zij als dorre takken werden waarmee je een schutting maakt.
Wij hebben de Koran als vermaning in een simpele taal gezonden.
Maar is er iemand die ernaar wil luisteren?

7
Het volk van Loet verklaarde hun boodschapper voor leugenaar.
Wij hadden hen gewaarschuwd, maar ze toonden toch hun begeerte aan de gasten van Loet.
Kijk wat Onze straf voor hen was.
Wij maakten hen blind. En op de vroege morgen viel er een regen van steen over hun stad. Wij zeiden: ‘Proef de straf!’
Wij hebben de Koran als vermaning in een simpele taal gezonden.
Maar is er iemand die ernaar wil luisteren?

8
Wij stuurden Onze waarschuwers ook naar de farao’s. Maar ze hebben al Onze wonderen voor leugens verklaard.
Wij troffen hen op de wijze van een machtige overwinnaar.

9
Mohammad!
Wij hebben alles naar maat geschapen.
Ons bevel is eenmalig en wordt in een oogwenk uitgevoerd.
Wij hebben hun soortgenoten vernietigd. Maar is er iemand die er iets van wil leren?
Alles wat zij gedaan hebben, is genoteerd, van klein tot groot.
Maar zij die vrezen, zullen gauw in de tuinen van geluk langs de rivieren wandelen. Naast de almachtige Koning.

38   (Windmolen)

De letter s
In deze soera worden delen uit het leven van de oude profeten verteld. 

Op een dag landde een mooie vogel in het venster van het huis van de profeet Dawoed. Hij liep zachtjes naar het venster om het vogeltje te pakken, rnaar het beestje spreidde zijn vleugels. Plots viel de blik van Dawoed op een naakte, schone vrouw in het rneer. 
‘Wie is die vrouw ?’ vroeg Dawoed, onder de indruk. 
Ze was de vrouw van zijn vijand Oria en ze was altijd onbereikbaar geweest voor Dawoed
Toen Oria omkwam in de oorlog trouwde Dawoed rnet diens vrouw en ze kregen een kind: Soleiman.
Later werd Soleiman een profeet en hij sprak in de taal der dieren.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Bij de Koran, het raadgevende.
Ja, de ongelovigen hebben valse trots en ze zijn hardnekkig.
Ze verbazen zich dat er een boodschapper uit hun midden tot hen is gekomen.
En de ongelovigen zeggen: ‘Wil hij van al die goden één God maken? Hoe komt het dat onder ons de Koran aan Mohammad is geopenbaard?
Ja, ze twijfelen aan Mijn wil.
Nee, ze hebben Mijn straf nog niet geproefd.

2
Mohammad, bezitten zij misschien de schatkamers van jouw Schepper? Jouw God, de Machtige, de Geweldige.
Of zijn zij misschien de koningen der hemelen en aarde en wat er tussen beide is?
Als dat zo is, laat ze dan via ladders naar boven komen.
Daar zullen ze verslagen en vernederd worden.

3
De volkeren van Noeh, Ad en de farao werden allemaal gegrepen door een doodskreet. Deze mensen staat niets anders te wachten. Mohammad! Verdraag geduldig wat zij zeggen en gedenk de profeet Dawoed.
We temden de bergen om samen met hem ’s avonds en ’s ochtends te neuriën. Zo ook de vogels die bij hem langsgingen en hem gehoorzaamden.
Wij maakten zijn koninkrijk sterk en gaven hem de wijsheid en de macht om te oordelen.
Heb je het verhaal van de mannen gehoord die over zijn muur klommen en hoe Dawoed schrok?
Ze zeiden: ‘Vrees niet. We hebben ruzie. Een van ons heeft de ander onrecht aangedaan. Oordeel dus naar waarheid. Dit is mijn broeder en hij heeft negenennegentig schapen. lk heb maar één schaap. Hij wil meer, hij zegt: “Geef je ene schaap aan mij." Zo krijgt hij macht over mij.’
Dawoed zei: ‘Je hebt gelijk. Hij doet je onrecht aan als hij om je schaap vraagt.’
Dawoed voelde dat Wij hem op de proef hadden gesteld. Daarom knielde hij en vroeg om vergiffenis.
Wij hebben het hem vergeven en hij werd een van onze naasten.
O, Dawoed! Wij hebben jou als Onze kalief op aarde aangewezen. Oordeel dus naar de waarheid. En volg je lusten niet. Anders word je hard gestraft.

4
Mohammad! We hebben de hemelen en de aarde en al wat er tussen is niet voor niets geschapen. De Koran die Wij aan jou hebben gegeven, is een uitzonderlijk boek. Laat de mensen over de verzen nadenken.

5
En Wij gaven Soleiman aan Dawoed. Een bijzonder en gehoorzaam mens.
Op een avond werden er een paar mooie renpaarden van het edelste ras voor hem geleid.
Soleiman sprak: ‘O, ik was zo ingenomen met de paarden dat ik mijn gebed vergat en de zon onder de sluier verdween.'
Hij begon de paarden over hun benen en nek te strelen.
Wij stelden Soleiman op de proef door een dood paard op zijn troon te gooien. Hij toonde berouw en zei: ‘God, vergeef me. En geef me een koninkrijk dat niemand zal toekomen na mijn dood.’
Wij gaven de wind het bevel Soleiman te gehoorzamen.
Ook hebben Wij de duivels die goed konden duiken dienend aan hem gemaakt. Andere duivels hebben Wij geketend als gevangen arbeiders. En Wij zeiden: ‘Dit is Ons geschenk. Geef zonder twijfel aan wie je nog wilt, of bewaar het voor jezelf’

6
Mohammad! Gedenk de profeet Ajoeb en hoe hij tot Zijn Schepper riep: ‘Ik kan het niet meer! De Satan heeft mij veel ellende bezorgd.’
Wij zeiden: ‘Stamp met je voet op de grond. Nu heb je schoon water om te dopen en om te drinken.’
Wij gaven hem zijn familie en zijn mensen terug.
En Wij zeiden: ‘Ajoeb! Breek je belofte niet. Neem een paar jonge takken en sla je vrouw een keer.’
Ajoeb was een bijzonder mens. Hij was geduldig.

7
En gedenk Ibrahim, Ishaaq en Jakoeb, mannen met macht en inzicht. Wij hebben hun een goede eigenschap gegeven: ‘Denken aan het leven na de dood.’
Zij waren voor Ons de uitverkorenen. De goede mensen.
Gedenk Ismaiel, Elias, en Zolkafl.
De deuren van de tuinen van geluk staan wijd open voor deze bijzondere mensen. Daar gaan ze liggen op rustbanken en vragen om fruit en wijn. En er zullen verlegen gezellinnen naast hen komen zitten.
Het is precies wat jullie beloofd is. Een oneindige gunst voor de gelovigen. Hun die niet gehoorzamen wacht een vreselijk einde. De hel van vuur! Dat is een slechte rustplaats. Daar drinken ze kokend water en onrein vocht.

8
Mohammad!
Zeg tegen hen: ‘Ik ben slechts een waarschuwer en er is geen God naast de oppermachtige Allah. Hij is één!’
Zeg: “Het is groot nieuws, maar jullie willen het niet horen. Ik weet niets over de vergadering van de hoogsten in de hemel en ook niet waarover gesproken wordt. Ik ben slechts een boodschapper.'

9
Mohammad, zeg: ‘Ik vraag jullie geen loon. En ik heb de Koran niet zelf bedacht. Het is niets anders dan een waarschuwing voor de mens. Jullie zullen er spoedig achter komen.’

39   (Tulp)

De verhogingen
Mozes was een van de profeten. Hij ging met zeventig wijze mannen van zijn volk de bergen in om te bidden.
Hij nam afstand van de groep en klom hoger de berg op. Daar ontmoette hij God en sprak met Hem.
Toen hij terugkeerde, vertelde hij zijn verhaal aan de wijze mannen, maar zij zeiden: ‘Wij moeten de stem van God met onze eigen oren horen. Anders geloven we jou niet.’
Mozes nam hen mee en ze hoorden de stem van God.
Ze zeiden: ‘We willen Hem ook met onze eigen ogen zien. ’
Toen werden ze getroffen door een bliksem en ze kwamen allen om.

Mohammad is verdrietig omdat de mensen niet naar hem luisteren. Hij opent deze soera met een troostzin voor zichzelf.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alef Lam Miem Sad.
Mohammad! Het belangrijkste is het boek dat naar jou is gestuurd, wees dus niet verdrietig en teleurgesteld omdat je ermee waarschuwt.

2
Toen Wij de mens geschapen hadden, vroegen Wij de engelen om voor Adam te knielen. Iedereen deed het, uitgezonderd Satan.
‘Waarom doe je niet wat Ik je beveel?’ zei God.
‘Ik ben beter dan Adam. Gij hebt mij uit vuur gemaakt, en hem uit klei’, zei Satan.
‘Jij gaat naar beneden! Uit het paradijs! Je bent klein en nietig.’
‘Nu Gij me hebt vemederd, ga ik op de weg van de mensen staan om hen een verkeerd pad op te sturen. Ik zal vanaf hun linkerkant, vanaf hun rechterkant, van voor en van achter op hen afkomen en Gij zult hen niet meer dankbaar vinden.’
‘Weg! Ik veracht je, verdwijn! Ik zal de hel met jou en je aanhang vullen! En jij, Adam, blijf met je vrouw in het paradijs wonen. Eet wat je ook maar wilt, maar kom niet te dicht bij deze boom. Anders ben jij straks ook een van hen die niet gehoorzamen.' zei God.

3
Satan begon zijn werk door Adam en Eva zich te laten schamen voor wat van hun lichaam nog onbedekt was. En hij probeerde hen te verleiden: ‘God heeft die boom voor jullie verboden om te voorkomen dat jullie beiden engelen worden en voor eeuwig blijven leven.’
En hij zwoer dat hij het allemaal goed bedoelde. Hij praatte door tot ze van de vrucht van de boom proefden en hun schaamte zichtbaar werd. Ze trachtten zich met bladeren te bedekken.
God riep: ‘Had Ik jullie deze boom niet verboden? Had Ik niet gezegd dat de Satan jullie vijand was? Weg! Naar beneden. Naar de aarde! Jullie blijven daar tot jullie tijd om is en jullie sterven. Daarna worden jullie weer tot leven gewekt en hierheen gevoerd.’

4
Jullie, kinderen van Adam! We hebben voor jullie kleren bedacht om je schaamte te bedekken en ook om elegant te zijn. Maar de beste kleding is jullie vroomheid.
Kinderen van Adam! De Satan is je vijand. Laat hem je niet misleiden zoals hij met Adam en Eva deed. De Satan en zijn aanhangers hebben jullie in de gaten, zij zien jullie, maar jullie zien hen niet.

5
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Zoals Hij jullie in het begin gemaakt heeft, zo zal Hij jullie terugroepen.
Voor elk volk is een tijd vastgesteld. Als het hun tijd is, wordt hun geen uur langer verleend, ook wordt er geen uur vervroegd.’
Voor hen die Onze tekens leugens hebben genoemd, worden de poorten van de heme! niet geopend en ze zullen niet in het paradijs komen, tenzij een kameel door het oog van een naald kruipt.
Hun bed en hun kleren zullen van vuur zijn.
Maar zij die geloven, komen in het paradijs terecht en ze zullen daar altijd blijven.
En zij die naar het paradijs gaan, zullen tegen hen die naar de hel gaan, zeggen: ‘We hebben de beloften van God waar bevonden. Hebben jullie Zijn beloften ook waar bevonden?’
En er zal een hoge muur als scheiding tussen beiden zijn. En op de muur zullen mannen staan die iedereen van gezicht kennen. Ze roepen tegen hen die naar het paradijs gaan: ‘Welkom! Salam aan jullie! Treed de tuinen van geluk binnen. Er is geen angst en niets om verdrietig van te worden.’
De bewoners van de hel zullen de bewoners van het paradijs smeken: ‘Mogen we wat water van jullie?’
Ze zullen antwoorden: ‘God heeft het voor jullie verboden.’

6
Jullie God is het die de hemelen en de aarde in zes dagen heeft geschapen. Daarna vestigde Hij Zich op Zijn troon en begon de rest van Zijn koninkrijk vorm te geven.
Hij liet de dag de nacht bedekken en de nacht de dag terwijl ze elkaar haastig najagen. En Hij maakte de zon, de maan en de sterren die naar Hem luisteren.
Geprezen zij God. Hij is de Maker van het heelal.

7
Hij is het die de winden vooruitstuurt als aankondiging van Zijn regen. Zij drijven de wolken naar de dode gronden.
En Wij laten er dan water op vallen. En daarmee laten Wij vruchten komen. Zo doen Wij ook met de doden.

8
En zo ging het tot Wij Noeh tot zijn volk zonden. En hij zei: ‘Mijn volk! Prijs God. Er is geen andere dan Hij.
Ik vrees voor jullie de straf van de grote dag.’
De hoofden van zijn volk zeiden: ‘We zien duidelijk dat je verdwaald bent.’
Hij zei: “Mijn volk, ik ben niet verdwaald, maar ik ben een boodschapper van God, de Maker van de wereld.’
Ze bestempelden hem als leugenaar, maar Wij redden hem en hen die met hem in de ark waren. De rest lieten Wij verdrinken.

9
Wij zonden Hud tot het volk Ad.
Hij zei: ‘Prijs God. Er is geen andere God dan Hij!’
De hoofden van zijn stam zeiden: ‘We zien duidelijk dat je een dwaas bent en een leugenaar!’
Hud zei: “Mijn volk! Er is niets van dwaasheid in mij, maar ik ben een boodschapper van God, de Maker van de wereld. Herinneren jullie je hoe Hij jullie tot opvolgers van het volk van Noeh maakte? Hij heeft jullie meer gegeven. Gedenk Gods gunsten. Dan zal het jullie misschien goed gaan.’
Ze zeiden: ‘Ben je alleen hier gekomen om dit aan ons te vertellen? Dat we God moeten aanbidden en de goden moeten verlaten die onze vaderen aanbaden? Als je de waarheid spreekt, laat ons dan je grote goddelijke straf zien.’
Toen redden Wij Hud en allen die met hem waren. En Wij trokken de rest tot en met de laatste aan toe met de wortels uit de grond.

10
Daarna stuurden Wij Saleh tot het volk Thamoed.
Hij zei: ‘Mijn volk! Prijs God. Er is geen andere God dan Hij ! Er is een duidelijk teken van God voor jullie gekomen. Deze kamelin is van God, een wonder voor jullie. Laat haar in rust eten op Gods grond en doe haar geen kwaad, anders worden jullie ongenadig gestraft. En gedenk hoe Hij jullie tot opvolgers maakte van het volk Ad. Hij heeft jullie een land gegeven waar jullie grote vestingen hebben gebouwd en waar jullie in de rotsen van de bergen huizen hebben gemaakt. Herinner jullie Gods zegeningen en pleeg geen misdrijf op aarde.’
De hoofden van zijn stam zeiden: ‘We geloven die Saleh niet.’
Toen minachtten ze Gods woord. Ze achtervolgden de kamelin, brachten haar om en ze zeiden: ‘Nu jij, Saleh! Als je een echte profeet bent, laat ons dan iets voelen van die ongenadige straf waar je het over had.’
Ze werden gegrepen door een aardbeving en ze werden ’s ochtends in hun huizen dood gevonden. Saleh liet hen achter en ging ervandoor.

11
Toen was Loet aan de beurt.
Hij zei: ‘Mijn volk! Iullie doen iets wat nog niemand voor jullie heeft gedaan. Jullie slapen lustig met mannen in plaats van vrouwen. Iullie zijn een schandelijk volk.’
Het antwoord van zijn volk was: ‘Stuur Loet en zijn aanhang weg van de stad, het zijn mannen die zich rein willen houden.’
Wij redden Loet en zijn familie, behalve zijn vrouw die achterbleef. 
En We lieten het stenen over hen regenen. Kijk dan wat de zondaars overkomen is.

12
Wij zonden Shoeib tot het volk Medin.
Hij zei: ‘Mijn volk! Prijs God. Er is geen andere God dan Hij. En voor jullie is er een duidelijk teken van God gekomen. Ga daarom eerlijk om met de weegschaal en het gewicht. Geef de mensen niet minder van de dingen die van hen zijn. En zaai geen verderf op de aarde.’
De hoofden van zijn stam zeiden: ‘Shoeib! We zullen jou en je aanhang uit de stad verdrijven als jullie niet terugkeren naar het geloof van onze vaderen.’
Shoeib zei: ‘Als we dat doen, hebben we gelogen tegen God. We vertrouwen Hem. We zullen alles aan Hem overlaten. Hij bepaalt het. Hij is alwetend.’
De hoofden van de stam zeiden: ‘Als iemand Shoeib volgt, behoort diegene tot de verliezers.’
Ze werden getroffen door een aardbeving en ze werden ’s ochtends dood gevonden in hun huizen. En het leek alsof zij die Shoeib voor leugenaar hadden uitgemaakt, daar nooit gewoond hadden.

13
Daarna zonden We Mozes met zijn wonderen naar de farao.
En hij zei: ‘Farao, ik ben een boodschapper van God. En ik heb een duidelijk teken voor jullie meegebracht. Laat de Israelieten met mij meegaan.’
De farao zei: ‘Laat je teken zien!’
Mozes gooide zijn wandelstok op de grond en het werd een kronkelende slang.
De hoofden van farao’s volk zeiden: ‘Hij is een slimme tovenaar. Hij wil de Egyptenaren uit hun land verdrijven.’ De farao zei: ‘Wat is dan jullie voorstel?’
Zij zeiden: ‘Houd hem en zijn broer een tijdje hier en ontbied alle kundige tovenaars van het land.'  
De tovenaars kwamen en ze zeiden: ‘Mozes, wil jij als eerste je stok werpen, of wil jij dat wij beginnen?’
Mozes zei: ‘Eerst jullie!’
Ze wierpen touwen op de grond en ze begonnen de ogen van de mensen te betoveren zodat de aanwezigen in een buitengewone toestand van angst en verwondering gebracht werden.
En Wij zeiden tegen Mozes: ‘Nu is het jouw beurt.’
Mozes gooide zijn wandelstok, die in een grote slang veranderde en alles opslokte wat de anderen getoverd hadden.
Zo mislukte hun oplichterij, en behoorden ze tot de verliezers. Ze knielden voor Mozes en zeiden: ‘We geloven in jouw God!’
De farao zei: ‘Hoe kunnen jullie Hem volgen als ik jullie nog geen toestemming heb gegeven? Zweren jullie wellicht samen om de bewoners van deze stad te verdrijven? Ik zal jullie ongenadig bestraffen. Ik zal jullie rechterhand en linkervoet doen afsnijden en andersom. Daarna zal ik jullie allemaal laten ophangen.’
De hoofden van farao’s volk zeiden nu: ‘Wilt u Mozes en zijn volk onbestraft laten, zodat zij in dit land verderf kunnen zaaien en u en uw goden negeren?’
De farao antwoordde: ‘We zullen hun zonen doden en hun vrouwen als slavinnen gebruiken.’
Mozes zei tegen zijn volk: ‘Vraag God om hulp en toon geduld, want de grond is van God. En Hij zal het geven aan wie Hij wil.’
Ze zeiden: ‘Mozes, we hebben altijd in ellende gewoond voordat jij kwam en ook nadat jij kwam.’
Mozes zei: ‘God gaat jullie vijand mogelijk vernietigen en jullie als hun opvolgers kiezen. Hij zal laten weten wat jullie moeten doen.’

14
Wij straften farao’s volk met hongersnood en droogte en met ziektes voor hun akkers opdat ze misschien de waarschuwing zouden begrijpen. Maar als ze weer even voorspoed hadden, zeiden ze dat het door henzelf kwam. Als ze weer door ellende werden getroffen, gaven ze Mozes en zijn volk de schuld.
Ze zeiden tot Mozes: ‘Welk wonder je ook verricht, we zullen je toch niet volgen.’
Wij stuurden een storm naar hen toe, en sprinkhanen en luizen, en kikkers, en zelfs de dood. Nog wilden ze niet gehoorzamen. Pas toen ze de last niet meer konden dragen, zeiden ze: ‘Mozes! Vraag je God om de straf te beéindigen. Als je het doet, zullen we je volgen en we zullen de Israëlieten met jou laten gaan.’
Toen Wij een einde maakten aan de straffen, volgden ze Mozes voor korte tijd, maar zodra de ellende weer vergeten was, stak het verzet tegen hem de kop weer op. Wij namen wraak en verdronken hen tot de laatste man in de zee.
En Wij gaven het vernederde volk het oosten en het westen van het land met onze zegening. Wij vernietigden de farao en zijn volk met al hun kunstwerken, en paleizen en glorie. De lsraëlieten lieten Wij door de zee lopen naar de veilige kusten. Daar kwamen ze een volk tegen dat afgoden diende.

15
Zij riepen: ‘Mozes! We willen een God, net als die van hen.’ Mozes zei: ‘Waar hebben jullie het over? Iullie zijn een onwetend volk. God heeft jullie net van de farao’s verlost, die jullie zonen doodden, die jullie dochters als slavinnen gebruikten.'  
Vervolgens vroeg Mozes om een ontmoeting met Ons. Wij beloofden een ontmoeting van dertig nachten en Wij voegden daar nog tien nachten aan toe.
En toen Mozes op de afgesproken tijd kwam, zei hij: ‘God, toon U! Opdat ik naar U kan kijken.’
‘Mozes, je zult Mij niet zien, maar als je Mij waarlijk wilt zien, kijk dan naar die berg. Als jij op je plek blijft staan, dan zul je Mij zien.’
Mozes keek naar de berg, en toen God Zich wilde laten zien, vielen de rotsen als gruis uit elkaar. En Mozes viel bewusteloos op de grond. Toen hij weer bij kennis was, zei hij: ‘Het berouwt me. Gij zijt prachtig.' 

16
In afwezigheid van Mozes maakte zijn volk van hun goud en juwelen een kalf dat loeide.
Toen Mozes met zijn door God gegeven geboden terugkwam, was hij verontwaardigd. Hij gooide de stenen tafelen op de grond, waardoor ze in stukken braken. Hij pakte zijn broer Haroen bij diens hoofd en trok hem naar zich toe.
Haroen smeekte: ‘Mozes, jij zoon van mijn moeder. Dit volk heeft me kapotgemaakt en bijna gedood. Maak onze vijanden niet blij. Lever mij niet aan hen uit!’
Toen Mozes wat rustiger werd, verzamelde hij de brokstukken van de tafelen. Ze waren een leidraad voor hen die naar de juiste weg zochten.
En Mozes koos zeventig mannen uit zijn volk die Ons daadwerkelijk wilden zien. Maar ze werden gegrepen door een aardbeving.

17
In Mozes’ volk was een groep rechtvaardigen. Wij verdeelden hen in twaalf stammen. Toen ze aan Mozes water om vroegen, zeiden Wij tegen Mozes: °Sla met je stok tegen de rots.’ Hij deed het en er ontsprongen twaalf bronnen. En elke stam wist welke bron voor hem was.
En Wij lieten de wolk een schaduw op hen werpen en Wij stuurden hun manna en gebraden kwartels.
Zij deden Ons geen onrecht aan, ze deden zichzelf onrecht aan. En toen het volk de waarschuwing was vergeten, hebben Wij de rechtvaardigen gered en de rest hard gestraft.
Omdat ze minachtten wat voor hen verboden was, hebben Wij hen in apen met een staart veranderd, hen weggejaagd en vernederd.
Zo ging het tot Wij de berg Toer boven hun hoofd deden rijzen als een grote wolk, ze dachten dat hij op hen zou vallen. En Wij zeiden dat ze het boek dat ze van ons gekregen hadden, in acht moesten nemen. Misschien zouden ze zo de juiste weg vinden.

18
Mohammad! Vertel hun het verhaal over de man aan wie We Onze tekenen gaven, maar die wegliep. Hij volgde de Satan en verdwaalde. Als Wij hadden gewild, hadden Wij hem verheven, maar hij koos voor het aardse leven. Ie kunt hem vergelijken met een hond die zijn staart laat hangen als je hem aanvalt, en dat ook doet als je hem met rust laat.
Dat is het verhaal van hen die Onze tekenen verloochenen.
Vertel hun dus dit verhaal, misschien zal het hen aan het denken zetten.

Mohammad, zeg: ‘Ik heb geen zeggenschap over wat er gebeurt en ik heb geen nut of nadeel voor mezelf Behalve wat God met mij voorheeft. Als ik de geheimen zou kennen, had ik veel goeds bereikt, en zou ik geen ellende hebben gehad. Ik ben niet meer dan een boodschapper van Allah en doe alleen wat Hij mij vraagt.’ Hij is het die Adam uit klei geschapen heeft, en zijn vrouw Eva uit hem maakte, opdat hij naast haar rust zou vinden. Toen hij met Eva sliep, voelde ze een lichte last. Ze besteedde er geen aandacht aan, maar toen de last zwaar werd, richtte ze zich tot God en vroeg of Adam en zij een kind mochten hebben. God gaf hun een kind. Later bedachten hun nakomelingen iemand die op geljjke hoogte met God stond.

19
Mijn Koning is Allah die dit boek gezonden heeft. De afgoden die jullie in plaats van Hem prijzen, zijn niet in staat om jullie te helpen, ook zichzelf niet. En als je ze om hulp roept, horen ze je niet. Ze kijken naar je, maar ze zien je niet. Keer de onwetenden dus je rug toe. En als de Satan je verleidt, zoek je toevlucht dan tot God. Hij is alhorend. Alwetend.
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Ik volg alleen wat mij wordt geopenbaard door God.’
Gelovigen! Zwijg en luister aandachtig als de Koran wordt voorgelezen. Misschien zal Hij jullie Zijn bescherming geven. En denk aan God, wenend en met vrees in je hart, maar in alle rust in de vroege morgen en in de nacht.

40   (Regen)

De djinns
In onderstaande soera wordt een verhaal over een groep djinns verteld, die midden in de nacht op pad gaan. Op een gegeven moment horen ze een man met een mooie stem een tekst reciteren. Ze gaan onder zijn raam staan en blijven stilletjes naar hem luisteren. Ze vinden de woorden ongewoon en goed en ze zijn echt onder de indruk van de manier waarop de man het voordraagt.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Mohammad, zeg: ‘Mij is geopenbaard dat een groep der djinns geluisterd heeft, en dat ze tot elkaar hebben gezegd: "We hebben wonderlijke woorden gehoord die naar de juiste weg leiden, en wij geloven erin. We zullen niemand naast onze Schepper plaatsen.
Hij heeft geen vrouw en geen zoon.
Hij is de Majesteit en Hij is groot.'  

2
De dwazen onder ons vertellen onzin over God.
Wij vinden dat de djinns noch de mensen leugens over Allah mogen verspreiden.
Onder de mensen zijn mannen die hun toevlucht zoeken bij de mannelijke djinns om meer zonden te kunnen begaan.
En ze denken, net als anderen, dat niemand na de dood opgewekt zal worden.

3
Vroeger gingen we de hemel in en zochten we manieren om hooggeplaatsten te beloeren, maar we stuitten overal op sterke bewakers en brandende stenen.
We gingen ergens zitten om stiekem de gesprekken af te luisteren, maar wie dit doet, wordt bekogeld met gloeiende stenen.

4
Sinds wij de Koran gehoord hebben, geloven we.
En wie in zijn Schepper gelooft, hoeft niet meer te vrezen voor schande en smaad. 
Sommigen van ons hebben zich in handen gegeven van God, maar sommigen zijn de weg kwijt.

5
Alle moskeeën behoren aan Allah. Bid daarom tot niemand anders dan tot Hem.
Toen Mohammad zich tot Allah richtte om Hem aan te roepen, vielen ze hem bijna aan.
Mohammad, zeg: ‘Ik roep alleen mijn Schepper aan. Hij is één.’
Zeg: ‘Uit mezelf heb ik geen macht om jullie schade toe te brengen, ook geen macht om jullie op het juiste pad te krijgen.’
Zeg: ‘Er is niemand die mij tegen God in bescherming kan nemen en nergens buiten Hem kan ik toevlucht vinden.’
Zeg: ‘Ik weet niet of de aangekondigde straf dichtbij is of dat deze uitgesteld is door God.’
Hij is het die de geheimen kent, die Zijn geheimen aan niemand toont, behalve aan de boodschapper die Hij daarvoor kiest. En Hij laat een bewaker voor hem en een bewaker achter hem lopen.
Hij omvat alles. Hij weet de hoeveelheid van alles.

41   (Klomp)
Já Sin
De Koran lijkt een chaotisch boek.
Er zit geen logische volgorde in de vertellingen, de stukjes lijken willekeurig aan elkaar te zijn geplakt. Daardoor begrijp je niet altijd waar het over gaat. Djahid, een taalkundige in de periode waarin de islam in opkomst was, schrijft echter: ‘Ik zie geen chaos in zijn soera’s. Ik vergelijk zijn proza met dadeltrossen die hoog in de bomen hangen. Mohammad vertelt iets, maar breekt halverwege zijn verhaal af en begint over iets anders. Precies een tros dadels die zich vertakt, maar toch compleet blijft en een eenheid vormt. Neem het hoofdstuk “De tafel”. Hij begint met het vee, dan schakelt hij over naar de drie-eenheid, dan spreekt hij over de wijn, dan praat hij over gokken, dan schuift hij Maria naar voren, dan rekent hij af met de joden, vervolgens gaat hij het paradijs in en loopt hij naar de hel, orn weer terug te keren naar de tafel, naar Jezus. Elk verhaal is een takje van een tros. ’
Een ander voorbeeld van die manier van vertellen is de soera Já Sin ’.
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Já Sin.
Bij de Koran, bij de Wijsheid.
Mohammad! Jij bent een profeet. Zonder twijfel.
Je volgt het juiste pad. De Koran is een openbaring van de dierbare Vergevende.
Opdat je een onwetend volk waarschuwt dat nog nooit een waarschuwing heeft gekregen.
De meesten van hen worden gestraft, want ze geloven niet.
Wij hebben zware kettingen om hun nek gelegd en hun handen geboeid achter hun nek zodat hun kin omhoog wijst, terwijl ze naar beneden proberen te kijken.
Wij hebben een muur voor hen geplaatst en een muur achter hen, een sluier voor hun ogen zodat ze niets kunnen zien.
Voor hen maakt het niet uit of je hen waarschuwt of niet. Ze zullen toch nooit geloven.
Je kunt alleen hen waarschuwen die de Koran volgen en Allah in hun hart vrezen.

2
Wij brengen de doden opnieuw tot leven en Wij beschrijven alles wat ze in hun leven gedaan hebben, ook hun voetsporen. Alles is in het Boek in den Beginne genoteerd.

3
Hebben ze niet gezien hoeveel volkeren Wij voor hen vernietigd hebben? En dat ze allemaal naar Ons terug Worden gebracht?

Wij roepen de dode aarde telkens opnieuw tot leven en Wij brengen er graan uit voort, zodat ze ervan kunnen eten. Dat is een teken voor hen.
En We hebben dadeltuinen en druiventuinen gemaakt en bronnen laten ontspringen. Opdat zij van vruchten zouden kunnen eten en ook zouden eten van wat zij met hun eigen handen hebben verbouwd. Willen zij dan nog niet dankbaar zijn?

4
Rein is Hij die alles in paren geschapen heeft. Alles wat uit de aarde komt, man en vrouw en wat zij nog niet kennen.
De nacht is ook een teken. Kijk! Wij trekken de dag weg en dan komt alles in het donker te staan.
En de zon loopt naar zijn rustplaats. Het is het besluit van de Almachtige.
En voor de maan hebben Wij vaste plaatsen bepaald, totdat hij verdwijnt en zich weer naar het leven keert als een dode dadeltak die weer tot leven komt.
Het past niet bij de zon om de maan achterna te zitten. Ook past het niet bij de nacht om de dag in te halen. Ze bewegen elk in een eigen baan langs het hemelgewelf

5
Het kan ook een teken voor hen zijn dat Wij de mens in een volgeladen schip deden varen.
En dat Wij ook iets hebben geschapen waarop zij kunnen varen. En dat, als Wij willen, Wij hen kunnen laten verdrinken. Niemand zal gered worden, tenzij Wij dat doen door onze edelmoedigheid.

6
Wanneer hun wordt gezegd: ‘Geef van wat Allah je gegeven heeft!’ dan antwoorden ze: ‘Waarom moeten wij geven? Allah kan het zelf doen.’
Of ze zeggen: ‘Mohammad! Wanneer komt de dag des oordeels dan als je oprecht bent?’
Hen zal een dodelijke kreet overvallen, juist op het moment dat ze ruziën. Zonder dat ze tijd krijgen om een testament op te maken of even naar hun familie terug te gaan. 
Op de dag des oordeels wordt er op de bazuin geblazen. Ze komen uit hun graven overeind en lopen naar hun Schepper terwijl ze mopperen: ‘O wee. Wie heeft ons wakker gemaakt?’

7
Op die dag zullen zij die in het paradijs terechtkomen zich heel gelukkig voelen. Zij zitten met hun echtgenotes op de banken op de schaduwrijke plekken.
En er is fruit voor hen en ze krijgen wat zij ook maar verlangen. Salam! Dit is de welkomstgroet van Allah voor hen.
Er wordt geroepen: ‘Jullie schuldigen! Ga aan de kant staan!’
Had Ik jullie, kinderen van Adam, niet gewaarschuwd dat jullie de Satan niet moeten volgen? Dat hij een vijand was? En dat jullie Mij zouden moeten prijzen?
Dit is de hel waarvoor jullie zijn gewaarschuwd. Ga daarin om te boeten voor wat jullie gedaan hebben.

8
Wij verzegelen vandaag hun mond, maar hun handen zullen alles aan ons vertellen en hun voeten zullen getuigen van wat ze gedaan hebben.
Indien Wij zouden willen, dan zouden Wij ze blind kunnen maken. Zij zouden zich dan naar de weg haasten, maar waar zouden ze heen kunnen als ze niet kunnen zien?
En als Wij zouden willen, dan zouden Wij ze ter plekke mach- teloos kunnen maken zodat ze niet meer vooruit of achteruit zouden kunnen gaan.
Ook de lichamen van wie Wij een lang leven geven, zullen Wij tot verval laten komen. Willen ze dan nog niet nadenken?

9
Wij hebben Mohammad geen dichtkunst geleerd en het past ook niet bij hem. Wat hij vertelt, is een waarschuwing uit een duidelijk sprekende Koran.

10
Hebben mensen dan niet gezien dat Wij met Onze machtige handen ook de kuddedieren hebben gemaakt?
Wij hebben ze voor hen getemd, zodat sommige dienen om op te rijden, en andere om te gebruiken.
Willen ze dan nog niet dankbaar zijn?
Ze dienen andere goden buiten Allah, in de hoop dat zij geholpen zullen worden. Maar die goden kunnen niemand helpen, al staan ze met een leger voor hen klaar.
Dus, Mohammad! Laat ze je niet verdrietig maken met hun woorden. Wij weten wat zij verbergen en wat zij openlijk doen.

11
Heeft de mens dan niet nagedacht over het feit dat Wij hem uit een druppel geschapen hebben? Kijk hoe hij rebelleert, en hoe hij zich als een vijand van Ons gedraagt, hoe hij vergeet hoe hij gemaakt is.
Ze vragen: ‘Wie kan onze vergane beenderen weer tot leven roepen?’
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Hij, die hen voor de eerste keer gemaakt heeft, zal hen weer tot leven roepen. Hij weet alles van de gehele schepping.
Hij maakt vuur uit een groene boom, zodat je er gebruik van kunt maken. Is Hij die de hemelen en de aarde geschapen heeft dan niet bij machte om hun gelijke te scheppen? Natuurlijk wel. Hij is een alwetende Schepper.
Als Hij iets wil, zegt Hij alleen: “Wees!” En het wordt.
Glorie zij Hem van wie alles is en tot wie alles zal terugkeren.´

42   (Koe)

De onderscheiding
Het is een belediging van Mohammad als we zeggen dat het proza van de Koran niet van hem, maar van Allah is.
Neem de soera’s over de gezellinnen in het paradtjs.
Mohammad zegt: ‘En zij die vreesden, zullen op die dag hun geluk vinden.
Ze komen in de tuinen terecht waar druivenbomen zijn en meisjes met jonge borsten, allemaal van gelijke leeftijd. En gevulde bekers.’
Vergelijk nu dit proza van Mohammad met de lyriek van Salomo in het oude Testament:
‘Mijn liefste.
Zie, gij zijt schoon.
Uw twee borsten zijn als twee welpen, tweelingen van een ree, die onder leliën weiden.’

Het is allebei mensentaal
(Naar Ali Dashti een bewonderaar van Mohammad in de derde islamitische eeuw)

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Gezegend is Hij die de Koran naar Zijn dienaar Mohammad neergezonden heeft, opdat hij de wereld kan waarschuwen.
Hij die het koninkrijk van de hemelen en de aarde toekomt.
Hij die geen zoon heeft en geen echtgenote.
Hij die alles gemaakt heeft en alles een precieze maat heeft gegeven.

2
Maar mensen hebben in plaats van Allah tot andere goden hun toevlucht genomen. Afgoden die niets kunnen maken, die zelf gemaakt zijn, die geen macht hebben over zichzelf en geen macht hebben om te doen doden, te doen leven of te doen terugkeren. De ongelovigen zeggen: ‘De Koran is een leugen. Mohammad heeft hem zelf verzonnen en hij heeft daarbij hulp van andere mensen gekregen.’
Maar dat zijn leugens.
Zij zeggen: °Hij heeft allemaal oude mythes laten opschrijven en ze worden dag en nacht aan hem voorgelezen.'

Mohammad, zeg hun: ‘Allah heeft het gezonden, Hij die de geheimen van de hemel en van de aarde kent. Hij is liefdevol en vergevend.’
De ongelovigen zeggen: ‘Wat voor een profeet is deze man? Hij eet en hij wandelt op de markt rond. Waarom is er geen engel met hem meegestuurd, zodat ze ons samen kunnen waarschuwen?
Of waarom wordt hem geen goudschat gestuurd en waarom heeft hij geen tuin om zijn vruchten te nuttigen?’
En zij die niet willen geloven, zeggen: ‘Jullie volgen een man die betoverd is.’
Mohammad, luister niet naar hen. Ze zijn verdwaald en ze zullen de weg niet vinden.

3
Gezegend is Hij die, als Hij het wil, aan jullie iets beters zal geven. De tuinen van geluk waar de rivieren onderdoorstromen.
Voor hen die Onze soera’s leugens noemen, hebben Wij een laaiend vuur gereedstaan.
Wanneer ze dit laaiende vuur uit de verte zien, horen ze ook zijn gegrom en gekerm. En als ze met geketende handen en voeten in een enge plek in het vuur worden gegooid, beginnen ze te smeken en te huilen.
Huil vandaag niet één keer, maar huil vele keren.

4
Mohammad, zeg hun: “Wat is beter voor jullie, dit of de tuinen van geluk waar je voor eeuwig verblijft en waar je krijgt wat je wilt? Dit is de belofte van Allah.' 
Mohammad! Alle profeten die Wij voor jou hebben gestuurd, aten en wandelden rond op de markt, net als jij.
Mohammad. Je Schepper ziet alles.

5
Zij die er niet op hopen om Ons te ontmoeten, zeggen: ‘Waarom komen de engelen niet naar beneden. Waarom kunnen we onze Schepper niet zien?’
Zulke mensen zijn te hooghartig en ze zijn te ver gegaan met hun vragen.
De dag dat ze de engelen zien, is geen goede dag voor hen. De engelen zullen zeggen: ‘Hooghartige misdadigers! We zullen jullie en jullie lelijke daden tot stof maken en verstrooien.’
Maar zij die naar het paradijs gaan, zullen op die dag een heerlijke plek hebben waar rust heerst.
Op die dag wordt de hemel door de wolken opengespleten en de engelen zullen naar beneden komen.
Op die dag is Allah de ware Koning van het heelal.

6
De ongelovigen vragen waarom de Koran niet in één keer werd gezonden? Waarom elke keer een stukje?
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Het is wat het is. Wij hebben het zo gedaan om je hart te strelen en het voor jou draaglijk te maken.’

7
Wij gaven Mozes het boek en Wij stelden zijn broer Haroen aan als zijn raadgever.
Toen zeiden Wij : ‘Ga heen naar het volk dat Onze tekenen ontkent.’
Daarna vernietigden Wij dat volk.
En Wij lieten het volk van Noeh verdrinken toen ze de profeten voor leugenaars uitmaakten.
Ook vernietigden Wij Ad, Thamoed, Al Ras en nog vele andere volkeren.
Ondanks dat lopen de mensen langs de stad waar ooit een kwaadaardige regen van vuur gevallen is.
Zien zij het niet? Nee, ze verwachten niet dat ze naar Ons terug worden gebracht.

8
Mohammad! Als zij jou tegenkomen, lachen ze je uit. Ze roepen: ‘Is dit de man die Allah als boodschapper heeft gestuurd ?’
Straks, als ze worden gestraft, zullen ze weten wie afgedwaald was.
Mohammad! Ie kunt geen pleitbezorger zijn voor hen die hun eigen lust beschouwen als hun god.
Of denk dat de meesten van hen luisteren of nadenken?
Ze zijn als dieren. Ze zijn afgedwaald.

9
Als Hij het had gewild, dan had Hij de zon, de maan en de sterren zo gemaakt dat ze niet konden bewegen.
Nadat Wij de zon als richtpunt hebben aangesteld, trekken Wij hem vervolgens langzaam naar Ons terug.
Allah is het die de nacht als een deken voor jullie heeft gemaakt en het slapen als rust, en de dag voor jullie beweging.
Hij is het die de wind als de verkondiger van de regen stuurt.

10
Wij laten uit de hemel schoon water vallen, om daarmee een dode streek tot leven te brengen en om mensen en dieren er in groten getale van te laten drinken.
Wij hebben dit vaak verteld, misschien zullen mensen er iets van leren, maar de meeste mensen zijn ondankbaar.
Als Wij het gewild hadden, dan zouden Wij voor elke stad een profeet gezonden hebben.
Mohammad! Luister niet naar de ongelovigen en voer een grote strijd tegen hen.

11
Allah heeft twee zeeén in elkaar laten vloeien. De ene zoet en heerlijk en de andere zout en bitter. En Hij heeft tussen beide een afscheiding gemaakt.
Hij is het die de mens uit het water heeft geschapen en hem familiebanden en contacten heeft gegeven.
Mohammad! Je Schepper kan alles.
Jou hebben Wij alleen als boodschapper en waarschuwer gestuurd.
Zeg tegen hen: ‘Ik vraag jullie geen loon. Als iemand de weg naar Allah neemt, dan is het mij genoeg.’

12
Mohammad! Zoek je steun bij Allah, Hij die niet sterft. En prijs Hem!
Hij is op de hoogte van de zonden van de mensen.
Hij is het die de hemelen en de aarde, en wat ertussen bestaat, in zes dagen gemaakt heeft. Daarna ging Hij op Zijn troon zitten.
Hij vergeeft.

13
Als je tegen de ongelovigen zegt: ‘Bid tot de vergevende God.’
Dan zeggen ze: ‘Wie is die vergevende?’
Gezegend zij Hij die hoge torens in de hemel heeft gemaakt en die daarin de lantaam en een lichtgevende maan heeft geplaatst.

14
De dienaren van Allah zijn degenen die bescheiden rondlopen op de aarde.
En als de onwetenden ze toespreken, zullen ze nederig zeggen: ‘Heil’. En zij zijn het die de nacht doorbrengen terwijl ze knielen en weer opstaan voor Allah.
Zij die zeggen: ‘Allah wendt de bestraffing van de hel van ons af Het is een zware straf, en het is een slechte plek.’
Zij die als ze iets weggeven niet overdrijven, maar ook niet gierig zijn.
Zij die geen andere God prijzen dan Allah en geen ziel doden die God onaantastbaar heeft verklaard, tenzij het rechtmatig is.
En zij die geen overspel plegen.

15
Allah is vergevend en liefdevol.
Wie spijt heeft en goede daden doet, die toont waarlijk berouw aan God.
En zij die zeggen: `God, laat onze vrouwen en kinderen als het licht in onze ogen zijn en maak ons tot voorbeeld voor de gelovigen.’ Zij komen in het paradijs terecht, voor het geduld dat ze getoond hebben. Ze worden daar met ‘Sa1am’ ontvangen, en zullen daar voor eeuwig blijven. O, het is een mooie plek.

43   (Windmolen)
De Maker
Mohammad had slapeloze nachten en hij kon het niet aanzien dat de mensen in zijn omgeving de afgoden van steen en hout in de Kaabé vereerden.
Hij zag het als zijn roeping om deze afgoden uit de weg te ruimen.

De eerste afgod werd gemaakt door Djamshid.
Djamshid was de eerste Perzische koning. 
Hij was knap en zijn naam betekent: ‘de man die de schoonheid van de zon heeft’.
Djamshid regeerde over het oosten en het verre westen van de aarde.
Toen hij achthonderd jaar geheerst had, dacht hij: ik ben zo groot en zo machtig dat niemand me kan verslaan, Ik doe alles, ik kan alles. Ik ben blijkbaar de god op aarde.
Hij gaf het bevel om zeven beelden van zichzelf te laten maken, een van goud, een van ijzer, een van koper, een van messing, een van gele steen, een van marmer en een van rode steen.
Deze beelden stuurde hij naar de zeven hoeken van zijn koninkrijk met het doel dat zijn volk hem trouw zou blijven dienen.
Deze traditie werd later overgenomen door andere culturen.

Het beeld dat hij van rode steen had laten maken, kwam bij het volk van de profeet Noeh terecht. 
(Uit Het leven van de oude Perzische koningen)

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Geprezen zij Allah, de Maker van de hemelen en de aarde, die de engelen tot boodschappers gemaakt heeft. De engelen met twee vleugels, of drie, of vier. Hij voegt aan de schepping toe wat Hij wil. Hij kan alles.

2
Allah is het die de winden zendt om de wolken in beweging te brengen. Dan worden ze meegenomen naar een dode plek op aarde om de grond weer tot leven te roepen.
De herrijzenis vindt op dezelfde manier plaats.
Wie vereren wil, moet zich tot Allah wenden. De schone woorden stijgen naar Hem op en Hij prijst de goede daden.
Maar zij die slechte plannen bedenken, worden hard gestraft en hun plannen mislukken.
Allah heeft jullie uit aarde gemaakt, eerst uit cen druppel en daarna heeft Hij jullie vrouwelijk en mannelijk gemaakt. Geen enkele vrouw raakt zwanger zonder dat Hij het weet. En niemands leven wordt verlengd en niemands leven wordt verkort of het staat in het Boek in den Beginne genoteerd.

3
De beide zeeën zijn niet gelijk, de ene is lekker zoet om van te drinken en de andere is bitter zout, en toch eten jullie uit beide vers voedsel en halen jullie er sieraden uit om te dragen. Jullie zien de schepen die de zee openscheuren. Dat is opdat jullie op zoek gaan naar jullie deel uit zijn overvloed. Misschien zullen jullie zo dankbaar zijn.
Hij verbergt de nacht gedurende de dag en de dag gedurende de nacht. Hij heeft de zon en de maan getemd en vastgelegd wanneer ze verschijnen.
Zo is Allah en het koninkrijk is van Hem.
Anderen die jullie buiten Hem aanroepen, hebben niets, ze hebben zelfs geen macht over een dadelvelletje.
Als jullie hen aanroepen, horen ze jullie niet en als zij jullie horen, kunnen ze geen antwoord geven.

4
O mensen! Jullie hebben niets, jullie hebben behoefte aan God. Maar God heeft niemand nodig. Hij is rijk.
Als Hij wil, verwijdert Hij iedereen en maakt Hij een nieuwe schepping. Dat is niet moeilijk voor Hem.
Wie zich reinigt, reinigt zich voor zichzelf.
De blinde is niet gelijk aan de ziende. Noch het donker aan het licht. Noch de koelte van de schaduw aan de hitte, ook zijn de levenden niet gelijk aan de doden.
God doet horen wie Hij wil, maar jij, Mohammad, jij kunt hen die in de graven liggen niet doen horen.
Jij bent slechts een waarschuwer. Wij hebben jou als een boodschapper van de blijde tijding gezonden. Er is geen volk of het heeft een boodschapper gehad.
Indien zij je als een leugenaar bestempelen, vergeet dan niet dat anderen hetzelfde deden met de oude profeten.
Toen heb lk de ongelovigen aangepakt, en zie wat Ik met hen heb gedaan.

5
Heb je niet gezien hoe Ik water uit de lucht laat neervallen en daarmee vruchten in verschillende soorten en ldeuren voortbreng? Ook de bergen hebben verschillende lagen: witte en rode, zwarte en ravenzwarte. 
Ook de mensen en de lopende en gevleugelde dieren bestaan uit verschillende soorten en kleuren.
Allah is geweldig.

6
Ongetwijfeld mogen zij die de Koran lezen en bidden, en heimelijk en openlijk geven van wat Wij hun gegeven hebben, hopen dat Allah hen daarvoor zal belonen. Hij zal hen volledig belonen. En nog meer. Hij beloont en vergeeft. Ze zullen in de tuinen van geluk terechtkomen waar ze armbanden van goud en parels dragen en hun kleding van zijde is.
Zij zullen zeggen: ‘Geprezen zij Allah, die verdriet van ons heeft weggenomen en die ons een plek voor de eeuwigheid heeft gegeven waar we ons nooit zullen vervelen.’
Maar zij die ongelovig zijn, komen in de hel terecht, waar ze niet doodgaan en waar de pijn niet ophoudt. Zo straffen Wij hen die ondankbaar zijn.

7
Mohammad! Zeg: ‘Hebben jullie goed naar die afgoden gekeken? Toon mij eens iets wat ze gemaakt hebben. Hebben ze soms meegewerkt aan het maken van de hemel? Heeft Hij hun ooit een boek gegeven? Nee.'
Zien die mensen niet hoe het afgelopen is met hen die voor hen leefden en die sterker waren dan zij? Er is niets in de hemelen en op de aarde dat Allah klein kan krijgen. Hij is almachtig. Hij is alwetend.
Indien Allah de mensen voor hun daden zou straffen, zou Hij niemand op aarde overlaten, maar Hij geeft hun tijd tot hun vastgestelde termijn. En als hun tijd voorbij is, dan weet Allah wat Hij met hen moet doen.

44   (Tulp)

Maria
Maria stond naakt in de rivier. Opeens verscheen er een knappe man.
Maria schrok en rende naar de struiken om zich te verstoppen.
‘Wees niet bang, Maria,’ riep de man, ‘ik ben de engel Ghabriël. Ik kom om je een kind te geven.’
De engel wist Maria over te halen, verleidde haar achter de dadelbomen en maakte haar zwanger.

Maria baarde een zoon die Jezus heette.
Later werd Jezus door God gekozen als profeet.
Hij werd gekruisigd en gedood, Maar hij kwam weer tot leven
Hij was de enige profeet die levend naar God terugkeerde.

Voor zijn dood had Jezus zijn apostelen toevertrouwd: ‘Ik heb een blijde boodschap. Na mij zal een profeet uit een Arabische stam komen die Ahmad (Mohammad) heet. Mensen zullen hem echter als leugenaar bestempelen. Ze zullen hem pijn doen, hij zal veel verdriet hebben, maar hij zal zijn missie voltooien En hij is de laatste profeet. Na hem zal er geen boodschapper meer komen. ’
‘Wat is zijn teken ?’ vroegen de apostelen aan Jezus.
‘Hij draagt een teken van de maan op zijn linkerschouder ’
(Uit de levens van de profeten, naar Aboe Ashaaq Ibrahim, een middeleeuwse dichter)

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Kaf Ha Ya Ein Sat.
Dit is het verhaal van jouw God over Zijn onderdaan Zakkaria. Heimelijk praatte Zakkaria met zijn God: 'God, mijn botten zijn broos geworden en mijn hoofd grijs en in mijn gebeden heb ik nooit eisen gesteld!
Mijn vrouw is kinderloos en ik wil nakomelingen hebben als ik sterf. God! Schenk me een opvolger, zodat hij erfgenaam zal zijn van mijn geslacht en dat van Jakoeb. En maak hem een goed mens.’
God zei: ‘Jij, Zakkaria! We kondigen jou een zoon aan, zijn naam is Isa. En niemand heeft deze naam ooit gedragen.'
Zakkaria antwoordde: ‘Hoe zou ik een zoon kunnen krijgen als mijn vrouw onvruchtbaar is en ikzelf oud en zwak ben geworden?’
God zei: ‘Zo is het. Het is eenvoudig voor Mij. Ik heb jou ook geschapen uit het niets.’
Hij zei: ‘God, geef me dan een teken.’
God zei: ‘Jouw teken is dat je drie nachten niet spreken kan.’ Zakkaria liep naar zijn volk en hij gebaarde: ‘Prijs God!
’s Morgens! En ’s avonds!’

2
God zei: ‘Jij, Isa! Houd het hemelse boek krachtig vast! En spreek de naam van Maria uit en vertel hoe zij van haar familie wegging naar het oosten en hoe ze een doek als afscherming van haar gezicht liet hangen.’ 
Salam zij met Isa op de dag waarop hij geboren werd, op de dag waarop hij sterft en op de dag waarop hij weer tot leven komt. 

3
Wij stuurden Ghabriël tot Maria in de gedaante van een beminnelijk mens.
Maria zei: 'Ik neem mijn toevlucht tot God.’
Hij zei: ‘Ik ben Ghabriël, de boodschapper van je God en ik kom je een zoon geven.’
Maria zei: ‘Hoe kan ik een zoon krijgen als nog geen man me aangeraakt heeft? Ik ben geen onzedige vrouw.’
Hij zei: ‘Het is wat het is. God heeft dit gezegd: “Voor Mij is het eenvoudig. We zullen het als een wonder voor de mensen laten zijn. Een geschenk van onze kant, en het is een voldongen feit.” ’

4
Maria trok zich met Ghabriël terug op een verafgelegen plek en ze raakte zwanger.
 De pijn van de bevalling trok haar naar de stam van een dadelboom, en ze zei: ‘O, was ik maar gestorven, was ik maar vergeten.’
Ghabriël riep: ‘Wees niet verdrietig. Je Schepper heeft een beek onder jou laten stromen. Schud de stam van de boom, dan zullen verse dadels over je vallen.
Eet, drink en wees gelukkig, en als je iemand tegenkomt, zeg dan: “Ik praat vandaag met niemand, voor God."’ 

5
Maria nam haar kind op en ging naar haar volk.
Ze zeiden: ‘O, Maria, je hebt iets gedaan wat ongepast is. Jij, zuster van Haroen, je vader was geen slechte man en je moeder geen onkuise vrouw.’
Zwijgend wees Maria naar haar kind.
Ze zeiden: ‘Hoe kunnen we spreken met een kind in de wieg?’
Het kind zei: ‘Ik ben een dienaar van Allah. Hij heeft me het boek gegeven en mij gekozen als profeet.
En Hij heeft mij voor altijd zijn zegen gegeven.
Salam zij met mij op de dag waarop ik geboren ben, op de dag waarop ik sterf en op de dag waarop ik weer naar het leven terugkeer.’

6
Mohammad! Dat was het verhaal van Isa, de zoon van Maria. En het zijn belangrijke woorden, zonder twijfel.
Het past niet bij Allah om een zoon te hebben. Hij staat daarboven.
Als Hij iets wil, zegt Hij slechts: “Wees!’ En het wordt.

7
Mohammad, haal Ibrahim aan, een eerlijk mens en profeet.
Ibrahim zei tot zijn vader: ‘Vader! Waarom bid u tot iets wat niet kan horen, niet kan zien en niets voor u heeft?
Vader, mij is iets geopenbaard wat u niet geopenbaard is. Volg mij dan! Ik zal u op het juiste pad leiden.
Vader, dien Satan niet, want Satan verzette zich tegen God. Ik vrees dat God u hard zal straffen.’
De vader van Ibrahim zei: ‘Jij, Ibrahim! Zweer je onze goden af? Als je daar niet mee stopt, zal ik je stenigen. Verlaat me voor een lange tijd!'
Ibrahim zei: ‘Salam zij met u. Ik zal mijn God vragen om u te vergeven. Hij is lief voor mij. En ik zal afstand nemen van u en van wat jullie aanbidden buiten God om.’
En toen Ibrahim zich van zijn vader en van hun goden losmaakte, gaven Wij hem Ishaaq en Jakoeb. En Wij maakten ze allebei tot profeten.

8
Mohammad, vermeld ook Mozes. Hij was een profeet en een rechtschapen mens.
Wij riepen hem naar de rechterzijde van de berg en Wij lieten hem dichterbij komen om met hem te kunnen praten. En Wij gaven hem uit welwillendheid zijn broer Haroen als profeet.
En vermeld Ismaiel. Hij was ook een boodschapper en hij kwam zijn beloften na. 
Vermeld Edris. Hij was oprecht als mens en als profeet en Wij leidden hem naar een hoge plaats. 

9
Dat waren allemaal profeten uit het nageslacht van Adam, nazaten van hen die met Noeh in het schip waren en nakomelingen van Ibrahim en Ismaiel.
Als de tekenen van God aan hen werden voorgelezen, knielden ze eerbiedig op de grond en ze huilden. Na hen kwamen anderen die het gebed verwaarloosden en hun lusten volgden. Op hen wacht de verloedering, tenzij ze tot inkeer komen en goede daden verrichten.
Zij gaan de tuinen van geluk binnen. Het is de plek die Allah aan zijn dienaren beloofd heeft.
Allah komt zijn beloften na. In de tuinen horen ze geen onzin, maar alleen salam. En hun eten staat ’s morgens en ’s avonds voor hen klaar.

10
Geprezen zij Allah.
Alles is van Hem, wat voor ons is, wat achter ons is en wat daartussen ligt. En Hij vergeet niets.
Hij is de Schepper van de aarde en de hemelen en van alles wat er tussen beide is.
Dien Hem!
En wees geduldig in Zijn dienst.

11
En de mensen vragen: ‘Komen wij weer tot leven nadat we dood zijn gegaan?’
Denken de mensen er soms niet over na dat Wij hen geschapen hebben toen zij nog niets waren?
Mohammad! Bij jouw Schepper! Wij zullen hen en de demonen samenbrengen. Dan laten Wij hen op hun knieën naar de hel komen.

12
Mohammad! Haast je niet voor hen. Wij tellen hun dagen af.
Tot de dag waarop Wij de gelovigen als dierbare gasten naar het paradijs brengen. En de schuldigen in een kudde dorstig naar de hel voeren.
Ze worden door niemand verdedigd, tenzij ze door hun geloof een belofte van God hebben gekregen.

13
Ze zeggen dat God een zoon heeft. Het is een verbazingwekkend gerucht. De hemel zal scheuren, de aarde zal barsten en de bergen zullen in stukken vallen omdat ze een zoon voor God verzinnen. Het is verre van Hem om een zoon te hebben.
Alles wat op de aarde en in de hemelen is, dient Hem.
Hij heeft het allemaal geteld en Hij kent de uitkomst.
En op de dag des oordeels komen ze allemaal een voor een bij Hem langs.
Mohammad! Wij hebben de Koran simpel in je eigen taal verteld, opdat je de blijde tijding aan de gelovigen kunt brengen en de zondaars daarmee kunt waarschuwen.
Wij hebben vele volkeren vemietigd. Zie je soms nog een van hen? Hoor je soms nog een voetstap van hen?

45   (Regen)

Taha
Toen Mozes tegen de farao in opstand kwam en God de farao vernietigde, kreeg Zahhak, een Perzische koning, de ruimte om de wereld te veroveren Hij was een tiran. Hij had zijn vader gedood om zijn kroon te verwerven. Zijn koninkrijk hield drieduizend jaar stand. Hij pleegde misdaden tegen zijn eigen volk en zette andere volkeren onder druk
Op een nacht, toen hij op zijn troon zat, kropen er twee zwarte slangen uit zijn schouders.
Zahhak schrok en sneed de slangen van zijn schouders, maar de slangen kwamen op dezelfde plek terug. 
Onder Zahhak leefden de Perzen in angst en ze wachtten op redding. 
Opeens stond een van de mannen van het volk op en riep: ‘Ik ben Zarathoestra, een boodschapper van Ahoeramazda. ’
(Naar de vertelling van Abolghasem Ferdosi duizend jaar geleden)

Maar in de tekst van de soera gaat het om Mohammad. Steeds als hij verdrietig en ongeduldig is, zegt Allah: ‘Mohammad, haast je niet! Heb geduld! Bid tot Mij, prijs Mij en je zult gelukkig worden.’

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Wij hebben je de Koran niet geopenbaard om je ongelukkig te maken. Het is slechts een waarschuwing voor de vrezenden.
Een openbaring van Hem die de hoge hemelen en de aarde gemaakt heeft.
De Vergevende die op de troon van het heelal ging zitten.
Alles is van Hem, alles wat op de aarde en in de hemelen is en wat er tussen ligt en wat er onder de grond zit.
En Hij kent het geheim en het verborgene.
Er is één God en het is Allah. En Hij heeft mooie namen.

2
Mohammad! Wij vertellen je de rest van Mozes’ verhaal.
 Hij zag vuur in de berg en zei tot zijn mensen: ‘Blijf staan! Ik zie vuur. Ik ga er een deel van halen of misschien zal ik daar een teken vinden.’ 
Toen hij bij het vuur was, hoorde hij een stem: ‘Mozes! Ik ben het. Jouw God. Doe je schoenen uit. Je bent in de heilige vallei Toewa. En Ik heb je uitgekozen. Luister dus naar wat je geopenbaard wordt. Ik ben Allah. En er is geen God dan Ik. Bid dus tot Mij om Mij te gedenken. Mozes, wat heb je in je rechterhand?' 
‘Het is de stok waarop ik leun en die ik gebruik om bladeren af te slaan voor mijn schapen.’
‘Mozes! Gooi hem op de grond’, zei God.
Mozes wierp zijn stok neer. Het werd een kronkelende slang.
‘Pak hem en wees niet bang,’ zei God, ‘Wij brengen hem terug in zijn oude vorm. Stop je hand in je kraag. Hij zal wit worden zonder ziekte. Zo laat Ik iets van Onze grote wonderen zien. Ga naar de farao, hij verzet zich tegen Mij.’
Mozes zei: ‘Mijn Schepper, maak mijn borst ruimer en maak mijn werk gemakkelijker en maak de knoop in mijn tong los, zodat ze me beter kunnen verstaan. En maak me sterk met mijn broer Haroen.’
God zei: ‘Mozes! Wij voldoen aan je wensen. Wij hebben je eerder ook geholpen. Toen Wij aan je moeder openbaarden: doe hem in een mand. En gooi hem in de rivier. De stroom zal hem naar de oever brengen zodat een vijand van Mij en een vijand van hem het kind vindt en meeneemt.’

3
Toen Mozes bij de farao kwam vroeg de farao: ‘Mozes, wie is je Schepper?’
Mozes zei: ‘Mijn Schepper is Hij die aan alles een juiste vorm gegeven heeft en vervolgens alles leidde.’
'Hoe is het met de volkeren van vroeger afgelopen?’
Mozes zei: ‘Die kennis ligt bij mijn God in het boek. Mijn God dwaalt niet en vergeet niet.’

4
Hij heeft de aarde als een wieg voor jullie gemaakt en de wegen en het water dat uit de hemel valt, waardoor er vele soorten gewas groeien.
Eet en weid je vee.

5
Wij hebben jullie uit aarde geschapen. Wij brengen jullie terug naar de aarde en Wij halen jullie er daarna voor de tweede keer uit.
Wij hebben Onze wonderen aan de farao laten zien, maar hij oordeelde dat het leugens waren die hij weigerde te geloven. Hij zei: ‘Mozes, je bent hier gekomen om ons uit ons land te verdrijven met je tovenarij. Weet, we zullen met even grote tovenarij terugkeren op een nog te bepalen dag.'
Mozes zei: ‘Laten we daarvoor een feestdag kiezen waarop iedereen aanwezig zal zijn.’

6
Op die afgesproken dag wierpen de tovenaars van de farao hun touwen, die als slangen over de grond kropen. De angst sloeg Mozes om het hart.
Wij zeiden: “Mozes, wees niet bang. Werp je stok. Die zal hun slangen opeten.’
En zo gebeurde het. De tovenaars knielden en zeiden: “We loven de God van Mozes en Haroen.’

7
En Wij openbaarden aan Mozes: ‘Neem Mijn dienaren midden in de nacht mee en baan voor hen een droge weg door de zee. Wees niet bang voor de vijand, noch voor de zee.’
De farao achtervolgde Mozes en zijn volk, maar de zee overspoelde de farao en diens leger.

8
Het volk vervolgde zijn weg. Toen Mozes terugkwam, nadat hij zich een tijdje had afgezonderd, zei God: ‘Wij hebben je volk in jouw afwezigheid op de proef gesteld. En Sameri heeft hen misleid.’
Sameri maakte gouden sieraden voor hen en een kalf dat loeide.
Hij zei: ‘Dit is jullie God en de God van Mozes.’
Mozes werd boos om wat er gebeurd was. Hij sprak harde woorden tegen zijn broer: ‘Haroen! Waarom heb je niets gedaan toen je hen zag dwalen? Heb je mijn bevel genegeerd?’
Haroen zei: ‘Jij, de zoon van mijn moeder, trek mij niet zo aan mijn baard en het haar op mijn hoofd. Ik vreesde dat je zou zeggen: Haroen heeft in het Israëlische volk een scheiding teweeggebracht omdat hij niet naar Mozes luisterde.’
Mozes vroeg: ‘En wat heb jij te vertellen, Sameri?’
Hij zei: ‘Ik zag iets wat niemand kon zien. Vervolgens nam ik een handvol aarde uit de voetafdruk die Ghabriël had achtergelaten en ik voegde dat toe aan het beeld van het kalf.’
Mozes zei: ‘Ga weg, Sameri! Kom niet in mijn nabijheid! Dat is je straf.’

9
Mohammad! Wij vertellen jou over de volkeren van eertijds en Wij hebben je de Koran ter herinnering gegeven.
 
Als de mensen je vragen over de bergen, zeg hun dan: 'Mijn Schepper zal ze allemaal vernietigen en verstrooien en Hij zal de grond als een kale vlakte achterlaten, geen kuil en geen glooiing zal er meer te zien zijn.’
Op die dag volgt iedereen het geluid van de bazuin van Israfiël, de Oproeper. Alle stemmen worden gedoofd in de aanwezigheid van God en je zult alleen het gedempte geluid van voetstappen horen.
De hoofden zullen zich buigen voor de Levende en de Bestaande.
Wij hebben de Koran neergezonden in de vorm van een Arabisch boek en Wij hebben daarin vele malen gewaarschuwd. Opdat zij zullen vrezen.
Groot is Allah. Hij is de ware Koning.

10
Mohammad! Haast je niet met het reciteren van de Koran voordat de openbaring ervan voltooid is.
En zeg voortdurend: “God, geef me meer kennis.’
Wij hadden Adam van tevoren gewaarschuwd, maar hij sloeg het in de wind. Wij vonden hem zwak en bevolen de engelen: ‘Kniel voor Adam!’ Iedereen deed het, behalve de Satan. Hij weigerde.
Wij zeiden tegen Adam: ‘Dit is een vijand voor jou en voor je vrouw. Weersta zijn verleidingen. Anders word je ongelukkig.’
Toch fluisterde de Satan: ‘Jij, Adam! Za! ik je de boom des levens laten zien en het koninkrijk dat niet vergaat?’
Zo aten Adam en Eva beiden van het verboden fruit. Hun schaamte werd voor hen zichtbaar en ze bedekten zich met bladeren.

11
Mohammad!
Blijf rustig onder wat zij zeggen! En bid tot je Schepper voor de zonsopgang en voor de zonsondergang, en prijs Hem in de delen van de nacht en in de twee delen van de dag.
Mohammad! Nodig je familie uit voor het gebed. En blijf volhouden.
We vragen niets van je, Wij zijn het die je onderhouden.
Zeg: ‘Iedereen wacht ai jullie mogen ook afwachten, maar dan zullen jullie zien wie de mensen van het goede pad waren.’

46   (Klomp)

De herrijzenis
In zijn vertellingen heeft Mohammad het steeds over de herrijzenis: ‘We keren allen terug ’
En zijn tegenstanders vallen hem lastig: ‘Keren onze voorvaderen ook terug, zij die stof en beenderen zijn geworden?’
In deze soera gaat Mohammad nog een stap verder. Allah zegt: ‘Wij brengen jullie in nieuwe gedaantes terug, maar jullie weten het niet ’
We komen dus allemaal in nieuwe vormen terug naar het leven, maar wij zullen onszelf niet herkennen.
Mohammad verbaast zich erover dat mensen deze simpele zaak niet begrijpen: ‘Kijk naar de druppels die uit jullie lichamen neervallen.
Waarom denken jullie niet na? Jullie zitten in die druppels verborgen, zo komen jullie weer terug naar het leven ’

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Als de grote gebeurtenis plaatsvindt, kan niemand die meer als leugen afdoen.
Het wordt een vernedering voor sommigen en eervol voor anderen.

2
Wanneer de aarde door een zware beving door elkaar wordt gcschud en de bergen worden verbrijzeld zodat ze als stof worden verstrooid, dan worden jullie in drie groepen verdeeld.

3
De groep van de rechterzijde. Wie zullen ze zijn en hoe zullen ze zich voelen?
De groep van de linkerzijde. Wie zullen zij zijn en hoe zullen zij zich voelen?
De derde groep zijn de eerstgekomenen. Het zijn dierbaren die dicht bij God zullen komen.
Ze worden naar de tuinen van geluk gebracht. Waar ze op de rustbanken, die met juwelen bewerkt zijn, tegenover elkaar gaan zitten.
Daar zullen de eeuwig jong blijvende jongelingen kannen en bekers wijn rondbrengen die uit de stromende bron wordt gehaald.
Van die wijn zullen ze geen hoofdpijn krijgen, ook geen roes.
En er wordt fruit gebracht, waarvan ze mogen kiezen wat ze het liefst hebben.
En vlees van gevogelte waar ze ook maar lust toe hebben.
En er zijn reine meisjes met mooie, sprekende zwarte ogen. Het lijkt alsof ze goedbewaarde parels zijn.
Als beloning voor hun goede daden.
Daar zullen ze geen roddel horen en geen zondige woorden, maar: ‘Salam! Salam!’

4
Hoe zal de groep van de rechterzijde zich voelen?
Zij zullen naar de stekelloze lotusbomen en bananenbomen gebracht worden in de uitgestrekte schaduwen langs stromend water en ze worden voorzien van overvloedig fruit. Alles in ruime mate, alles in vrijheid.
En er zijn dierbare meisjes. Wij hebben deze tedere gezellinnen tot een wonderlijke schepping gemaakt. Het zijn trouwe beminnende maagden van eenzelfde leeftijd.
Allemaal bedoeld voor de groep van de rechterzijde, die uit de eerstgekomenen en de later gekomenen bestaat.

5
Hoe zal de groep van de linkerzijde zich voelen?
Ze zullen in een hete storm en kokend water terechtkomen. In de schaduw van een wolk van zwarte rook, die niet fris is en niet aangenaam.
Voordien woonden deze mensen in welvaart en ze volhardden in grote zonden.
Ze vroegen: ‘Als we dood zijn en tot stof zijn geworden en onze botten zijn verrot, zullen wij dan weer terugkeren naar het leven?
Ook onze voorvaderen?’
Mohammad, zeg: ‘Ja, zij die eerder zijn gekomen en zij die later zijn gekomen, worden bijeengebracht op een vastgestelde dag.'
Daarna zullen jullie zondaars, jullie die alles voor leugens verklaarden, eten van de zaqqumboom en jullie buiken ermee vullen.
Vervolgens zullen jullie kokend water drinken, als dorstige kamelen.
Het is jullie beloning op de dag des oordeels.

6
We hebben jullie geschapen, maar waarom wilden jullie het niet toegeven?
Hoe zien jullie het zaad dat uit jullie lichaam neervalt?
Hebben jullie die druppels geschapen of Wij?
Wij hebben het tijdstip van jullie dood vastgesteld.
En Wij hebben de macht om anderen in plaats van jullie voort te brengen en jullie in nieuwe gedaantes terug te brengen.

7
Jullie kennen de eerste schepping.
Waarom willen jullie er niet van leren?
Wat denken jullie als jullie zaaien?
Zijn jullie het die het laten ontkiemen of zijn Wij het die het laten ontkiemen?
Als Wij willen, kunnen Wij alles tot stoppels maaien. En dan blijven jullie zuchten en zeggen: ‘We zijn getroffenen. We zijn machteloos. Wij hebben niets meer.’

8
Hoe kijken jullie aan tegen het water dat jullie drinken?
Zijn jullie het die het uit de wolken laten vallen of zijn Wij het?
Als Wij willen, kunnen Wij het guur en koud maken.
Waarom zijn jullie niet dankbaar?

9
En wat denken jullie van het vuur dat jullie maken?
Zijn jullie het die de boom ervoor doet groeien, of zijn Wij het?
Wij hebben het vuur als teken gemaakt en tot nut van de woestijnbewoners.
Lofprijs je God. Verheven is Zijn naam.

10
Ik zweer het bij de sterren op het moment dat ze verdwijnen, en dat is een zware eed als je beseft dat deze Koran dierbaar is.
Een door Allah beschermd boek.
Niemand mag het aanraken, behalve zij die hun handen gewassen hebben.
Dit is een verkondiging van de Maker van het heelal.
Minachten jullie deze openbaring?
Ontkennen jullie het brood dat Wij jullie geven, in plaats van dankbaar te zijn?

11
Wanneer de dood jullie grijpt en de laatste adem de keel bereikt en jullie machteloos toekijken, op dat moment zijn Wij dichter bij de dood dan jullie. Maar jullie zien het niet.
Ik breng de adem terug wanneer jullie alsnog de waarheid spreken.

12
Salam aan hen die aan de rechterzijde staan.
Maar als jullie tot de ontkenners behoren, zal kokend water jullie beloning zijn.
Dit is de waarheid waaraan geen twijfel is.
Lofprijs dan je God.
Hij is groot.

47   (Koe)

De dichters
Hoewel deze soera de titel ‘De dichters’ draagt; gaat alleen de laatste passage over de dichters.
Mohammad, die als jongeman de dichters bewonderde, haatte hen nu. Want ze belaagden hem onophoudelijk met hun spottende gedichten die de mensen gemakkelijk onthielden en aan elkaar doorgaven.

Deze soera vertelt verder over de 0ude profeten.
Toen in Egypte, Palestina, Libanan, Habashe, Medin en Jeruzalem, profeten als Loet, Hud, Ibrahim, Ismaiel en Mozes de mensen op het juiste pad probeerden te krijgen, kende de Perzische geschiedenis ook een profeet: Zarathoestra.
Deze Perzische profeet had een boek dat de naam Avesta droeg.

In de Avesta stond het volgende:
In den beginne was Ahoeramazda.
Hij leefde in een onbegrensde ruimte van licht.
Ahoeramazda bezat alle kennis.
Om zijn wereld te scheppen, veranderde hij het onstoffelijke in materie.
Hij maakte vuur van licht wind van vuur, water van wind en de aarde van water.
In de kern van dit alles deed hij water, maar ook vuur.

Hij maakte eerst de hemel, groot en onbeperkt; in de vorm van een ei.
Hij maakte blijdschap met behulp van de hemel, want hij achtte blijdschap een noodzakelijk bestanddeel voor het mengsel waarmee hij de mens wilde vormen.
Ahaera bedacht de koe. De koe was groot, haar kleur was wit en zij straalde als de maan.
Ahaeramazda schiep gras voor de koe en het was hoog, zonder vertakkingen, zonder beschermende laag, zonder stekels, maar knapperig, zoet en groen.
Uiteindelijk maakte hij Kyumars.
Kyumars betekent ‘het stervende leven’. Het is de naam van de eerste mens.

Later stierf Kyumars een natuurlijke dood. Na zijn overlijden bracht zijn lichaam acht elementen voort: goud, zilver, ijzer, koper, zink, lood, kwik en diamant. 
Het goud bleef veertig jaar onder de grond liggen, daarna groeide er een plant met grote takken uit. De takken maakten zich los van hun stam en kwamen in beweging Ze veranderden in mensen. Het was niet duidelijk te onderscheiden wie man was, wie vrouw en wie de geest van Ahaeramazda in zich droeg.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Ta Sin Miem.
Dit zijn de tekenen van het duidelijk sprekende boek.
Mohammad, misschien richt je jezelf te gronde omdat zij niet willen geloven.
Als Wij het willen, kunnen Wij een wonder uit de hemel laten komen zodat hun nek buigt van nederigheid.
Toch wenden zij zich af en ze noemen de koranteksten leugens.
Ze willen een teken van Allah zien?
Zien ze soms niet hoeveel voortreffelijke soorten Wij doen groeien op de aarde?
Dat is toch een teken, maar de meesten van hen willen niet geloven.
Zonder twijfel is je Schepper machtig en vergevend. Jullie willen nog meer tekenen hebben? Luister dan.

2
God zei tot Mozes: ‘Ga naar die misdadige farao! En zeg: “Willen jullie God niet vrezen?"’
Mozes zei: “God! Ze zullen me van leugens beschuldigen. Ik krijg het dan benauwd en dan weigert mijn tong. Vraag ook Haroen om met mij mee te gaan. De farao heeft me voor een misdaad aangeklaagd. Ik vrees dat ze me zullen doden.’
God zei: ‘Zo is het niet. Ga er beiden met Onze wonderen heen.
Wij zijn bij jullie en Wij luisteren. Ga dus naar de farao en zeg dat je de boodschapper van de Maker van de wereld bent. Laat het volk van Israël met je meegaan.’

3
Mozes deed wat God hem vroeg. De farao antwoordde: ‘Hebben wij jou niet als een van ons opgevoed? Heb je een lange tijd van je leven niet bij ons doorgebracht? Je bent ondankbaar, Mozes.’
Mozes zei: ‘Ik deed het toen ik nog dwaalde en omdat ik bang was vluchtte ik voor jullie. Maar mijn God, de Schepper van de wereld, heeft me inzicht gegeven en mij tot een van de profeten gekozen.’
De farao zei: ‘De Schepper van de wereld? Wie is dat?’
Mozes antwoordde: 'Hij is de Maker van de hemelen en de aarde en wat er tussen beide is.’
De farao zei tot zijn mensen: ‘Horen jullie wat hij zegt?’
Mozes zei kalm: ‘Hij is jullie Schepper en de Schepper van jullie voorvaderen!’
‘De profeet die tot jullie is gezonden, is waarlijk gek’, riep de farao. 
Maar Mozes bleef onverstoorbaar: ‘Hij is de Schepper van het oosten en van het westen en wat er tussen beide is.’
De farao verloor zijn geduld: ‘Als je een andere God dient, zal ik je gevangennemen.'
‘Ook als ik u een duidelijk teken geef?’ vroeg Mozes.
‘Doe het als je de waarheid spreekt!’
Mozes wierp daarop zijn wandelstok op de grond. Deze veranderde in een grote slang.
Toen toonde hij zijn hand aan de aanwezigen: die was opeens wit!
De farao riep: ‘Hij is niet meer dan een handige goochelaar.’

4
Toen Mozes met zijn volk uit Egypte vluchtte, werden ze door de farao en zijn manschappen achtervolgd. Bij de zee aangekomen openbaarden Wij aan Mozes: ‘Sla met je stok op de zee!’
Meteen splitste de zee zich en elk deel werd als een grote rotswand. Wij lieten de farao en zijn leger dichtbij komen. Wij redden Mozes en de mensen die met hem waren en Wij lieten de achtervolgers verdrinken.

5
Dat was een duidelijk teken, maar de meesten van hen wilden niet geloven.
Je Schepper is machtig en vergevend.
Mohammad! Vertel ze het levensverhaal van Ibrahim.
Ibrahim zei tot zijn vader en zijn volk: ‘Tot wat bidden jullie?
Ze zeiden: ‘Wij bidden tot de afgoden en we zullen zijn als hun onderdanen.'
Ibrahim zei: ‘Horen die afgoden jullie soms als jullie hen loven?
Hebben jullie baat van hen of schaden zij ?’
Ze zeiden: ‘Nee, maar we hebben gezien dat onze vaderen hetzelfde deden.’
Ibrahim zei: ‘Hebben jullie en jullie vaderen nooit nagedacht over wat jullie aanbidden? Weet! Die afgoden zijn voor mij vijanden, maar de Schepper van de wereld is geen vijand. Hij is het die mij geschapen heeft, die mij leidt, die me doet sterven en die me opnieuw tot het leven terug laat keren.’
Waarlijk, dit is een teken, maar de meesten van hen wilden niet geloven.
Je Schepper is machtig en vergevend.

6
Het volk van Noeh bestempelde de profeten als leugenaars.
Zo ging het tot hun broeder Noeh tot hen zei: ‘Willen jullie niet vrezen? Ik ben een oprechte profeet. Vrees dan God en volg mij. Ik ben niets dan een boodschapper.'
Ze zeiden: ‘Noeh, als je niet ophoudt, word je gestenigd.’
Wij redden Noeh en degenen die met hem in dat volgeladen schip zaten. Daarna lieten Wij degenen verdrinken die achtergebleven waren.
Waarlijk, dit is een teken, maar de meesten van hen wilden niet geloven.
Je Schepper is machtig en vergevend.

7
Het volk van Ad bestempelde de profeten als leugenaars.
Hun broeder Hud zei tot hen: ‘Willen jullie niet vrezen? Ik ben een oprechte profeet. Vrees God en volg mij! 
Bouwen jullie op elke verhoging een gebouw voor jullie eigen gemak?
Maken jullie kastelen in de hoop dat jullie voor eeuwig blijven leven? Als jullie iemand aanpakken, pakken jullie hem gewelddadig aan. Vrees God en volg mij. Vrees Hem. Want alles wat jullie hebben, heeft Hij aan jullie gegeven. Hij heeft jullie geholpen met vee, zonen, tuinen en bronnen. lk waarschuw jullie voor de straf op een vreselijke dag.'
Ze zeiden: ‘Het maakt ons niet uit of je tot ons preekt of niet. Dit hebben we al eerder gehoord en we worden niet gestraft.’
Ze bestempelden hem als leugenaar en Wij vernietigden hen.
Waarlijk, dit is een teken, maar de meesten van hen wilden niet geloven.
Je Schepper is machtig en vergevend.

8
Het volk van Thamoed heeft de profeten als leugenaars bestempeld.
Hun broeder Saleh zei tot hen: ‘Willen jullie niet vrezen? Ik ben een oprechte profeet. Vrees dan God en volg mij!
Denken jullie dat jullie voorgoed hier blijven wonen tussen deze tuinen, bronnen, weilanden, dadelbomen vol mooie bloesems en in de huizen die jullie zo kundig in de bergen hebben gemaakt?
Vrees dan God en volg mij.’
Ze zeiden: ‘Saleh! Je bent betoverd! Je bent een gewoon mens zoals wij. Kom anders met een wonder als je de waarheid spreekt’
Saleh zei: ‘Hier! Deze kamelin is mijn wonder. Zij drinkt op een vaste tijd, en jullie drinken op jullie vaste tijd. Doe haar geen pijn, anders worden jullie gestraft op de Grote Dag.'
Toch achtervolgden ze de kamelin en ze sneden haar pezen door.
Later kregen ze er spijt van, maar ze werden gegrepen door de straf.
God is machtig en vergevend.

9
Het volk van Loet bestempelde de profeten als leugenaars.
Hun broeder Loet zei tot hen: ‘Willen jullie niet vrezen? Ik ben een oprechte profeet. Vrees dan God en volg mij!
Nemen jullie de mannen en laten jullie je vrouwen achter, die God voor jullie gemaakt heeft? Nee, jullie zijn een zondig volk.’
Ze zeiden: ‘Loet! Als je niet ophoudt, zullen we je verbannen.’
Loet zei: ‘Ik verafschuw wat jullie doen. God! Red mij en mijn familie van wat zij met ons willen doen.’
Wij redden Loet en zijn familie, behalve de oude vrouw van Loet, zij bleef. Toen vernietigden Wij de anderen en Wij lieten een regen van stenen vallen. Vreselijk was die straf.
Waarlijk, dit is een teken, maar de meesten van hen wilden niet geloven.
God is machtig en vergevend.

10
Het volk van Leike bestempelde de profeten als leugenaars.
Hun broeder Shoeib zei tot hen: ‘Geef de volle maat en niet minder; weeg goed met de weegschaal. En breng geen ellende op de aarde en vrees Hem, Hij die zowel jullie als jullie voorvaderen geschapen heeft.’
Ze zeiden: ‘Shoeib! Je bent betoverd. Je bent een gewoon mens zoals wij zijn en je bent bovenal een leugenaar. Laat dan eens een deel van de hemel op ons neervallen als je de waarheid spreekt.’
Shoeib zei: ‘Mijn Schepper is op de hoogte van wat jullie doen.’
En ze maakten hem tot leugenaar. Ze werden gegrepen door de straf van de schaduw van een wolk die op hen neerviel. Waarlijk, dit is een teken, maar de meesten van hen wilden niet geloven.
God is machtig en vergevend.

11
Mohammad! De betrouwbare engel Ghabriël heeft de Koran in delen naar beneden gebracht en in jouw geest geplaatst, opdat jij de waarschuwer zou zijn. In mooi Arabisch. Het is eerder in de oude heilige schriften van andere volkeren vermeld. Is het voor de ongelovigen nog niet genoeg bewijs dat de Israëlische geleerden het allang hiervoor wisten?

12
Mohammad! Wij hebben nooit een volk vernietigd dat geen waarschuwer kende.
Zeg tegen hen: ‘Neem geen andere God naast Allah, anders word je gestraft.’
Mohammad! Waarschuw je familie! Wees vriendelijk voor hen die je volgen. En als ze toch niet naar je willen luisteren, zeg dan: ‘Ik neem afstand van wat jullie doen.’ En stel je vertrouwen in de grote Vergevende. Die je ziet wanneer je opstaat en wanneer je rondloopt tussen hen die bidden. Hij hoort alles.Hij weet alles.

13
Zal ik jullie vertellen op wie de duivel neerdaalt?
Hij daalt neer op iedereen die leugens verspreidt en op iedereen die zijn oor leent aan die zondige geruchten, want velen van hen zijn leugenaars.
Zij die verdwaald zijn, volgen de dichters. Heb je niet gezien dat ze wanhopig rondlopen? En dat zij zeggen wat ze niet moeten doen?
Zij die zondigen, zullen spoedig de gevolgen merken.

48    (Windmolen)
De mieren
De volgelingen van Mohammad stelden vragen aan hem: ‘Wie heeft de spiegel bedacht?’
‘De spiegel is een kunstwerk van Allah. Hij houdt van de spiegel en bekijkt zichzelf erin. Allah leerde de profeet Soleiman hoe hij een spiegel kon maken’
En ze vroegen hem ook: ‘Wat is de liefde ?’
‘Toen Allah de mens uit klei maakte, voegde Hij iets van Zijn eigen ziel aan hem toe. Volgens mij was dat liefde’, zei Mohammad.
‘Wat had Soleiman aan de koningin van Saba geschreven ?’ vroegen de volgelingen.
‘Soleiman had de koningin niet gezien en hij kon nog niet onder de indruk van haar schoonheid zijn. Hij schreef een nobele brief die enigszins hard van toon was: de koningin aanvaardt mijn geloof of ik kom met mijn leger.’
Later, toen de koningin van het land Saba die woorden vernam, stuurde zij hem een antwoord: ‘Ik zal naar u toe komen om naar u te luisteren. ’
Soleiman zei tegen zijn djinns: ‘Begeleid haar, ik zal haar goed ontvangen, ’
De djinns hadden echter hun bedenkingen. Ze vreesden dat Soleiman zijn hart zou verliezen zodra hij haar zou zien. In een poging haar komst tegen te houden, zeiden ze: ‘We maken ons zorgen, zij is een raar wezen. Haar benen lijken op die van een ezel’
Soleiman zei: ‘Ik zal iets verzinnen om haar benen niet te hoeven zien. ’
Hij vroeg de djinns om de gang van zijn paleis met spiegelende glazen platen te bedekken, er water onder te laten stromen, er waterplanqes in te leggen en er visjes in te laten zwemmen.
De koningin van Saba kondigde zich aan en Soleiman riep: ‘Treed binnen!’
Ze dacht dat Soleimans paleis onder water stond Ze deed haar schoenen uit en ontblootte haar benen.
Soleiman keek en zag dat de djinns gelijk hadden.  Soleiman zei tegen zijn djinns: ‘Bedenk iets. Help haar haar benen te ontharen. 

De djinns beraadden zich tegen hun zin. Ze maakten een zalf en boden die de koningin aan toen ze in bad lag. Ze nam de zalf aan en onthaarde haar benen.
Toen Soleiman haar daama zag, kon hij geen weerstand meer aan de koningin bieden.
(Dit verhaal wordt vermeld in Tafsire, de uitleg van de Koran door Tabari)

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Ta Sin.
Dit zijn de tekenen van de Koran, een boek dat klare taal spreekt.
Een richtlijn met een mooie boodschap.
En jij, Mohammad! Jij krijgt de Koran van de Alwijze en de Alwetende.

2
Mozes zei tot zijn mensen: ‘Ik zie een vuur. Ik ga kijken wat het is en ik zal wat vuur voor jullie meebrengen om warm te worden.’
Toen hij dicht bij het vuur kwam, werd hem toegeroepen: ‘Mooi is Hij die in het vuur is en wie er dichtbij staat. Zuiver is God, de Maker van de werelden. Mozes! Ik ben het, God, de Wijze, de Almachtige.'

3
Wij gaven kennis aan Dawoed en Soleiman en ze zeiden allebei: “Lof zij God die ons boven anderen verheven heeft.’
Soleiman volgde Dawoed op. Hij regeerde over een groot land.
Djinns, mensen, de wind en de vogels waren zijn dienaren. Hij begreep de taal van de vogels. Hij sprak met de wind en hij had een wonderring aan zijn vinger. God had hem dat alles geschonken.
Toen Soleiman met zijn leger van djinns, mensen en vogels in de vallei van de mieren kwam, zei een mier: ‘O, mieren, ga jullie woningen binnen opdat Soleiman en zijn leger jullie niet achteloos vertrappen.’
Soleiman hoorde het en hij glimlachte. Hij richtte zich tot de vogels en zei: ‘Hoe komt het dat ik mijn bode, de vogel Hodhod, niet zie? ls hij misschien afwezig? Ik zal hem hard straffen, ik zal hem slachten of hij moet duidelijk uit kunnen leggen waar hij was.’
Het duurde niet lang of Hodhod verscheen en hij sprak tot Soleiman: ‘Ik weet iets wat jij nog niet weet. Ik kom net uit het land Saba. Ik heb de koningin gezien en ze had alles, waaronder een wonderlijke troon. En ik zag dat zij en haar volk zich bogen voor de zon in plaats van voor God.’
Soleiman zei: ‘We zullen zien of jij de waarheid spreekt of dat je liegt. Neem deze brief mee en laat die naast haar vallen. Trek je dan terug en kijk hoe ze reageert.’
De koningin van Saba zei tegen de wijze mannen die haar advies gaven: ‘Raadgevers, er is een nobele brief tot mij gekomen. Hij is van Soleiman en de aanhef luidt: “In de naam van God de Liefdevolle, de Vergevende.”
Hij vraagt me hem te gehoorzamen.
Wijzen! Ik heb jullie raad nodig. Zonder jullie goedkeuring zal ik geen besluit nemen.’
Zij antwoordden: ‘We zijn sterk en we kunnen groot geweld gebruiken tegen deze Soleiman, maar u beslist. Zeg wat u wilt.’
Ze zei: ‘De koningen vernielen alles als ze een land veroveren, ze vernederen de dierbaren van het volk. Zo zullen ze ook zeker doen met ons, maar ik ga Soleiman een geschenk sturen. En we zullen zien met welk antwoord onze boodschappers terugkeren.'

4
Toen de boodschappers bij Soleiman kwamen en Soleiman het geschenk zag, zei hij: ‘Willen jullie me hiermee lastigvallen? Weet dat wat God me gegeven heeft, beter is dan wat jullie aan mij willen geven. Ik zie dat jullie blij zijn met dit geschenk. Keer terug! Wij zullen met een leger komen waaraan niemand weerstand kan bieden. We zullen jullie volk vernederen en we zullen het kleineren.’
Toen de koningin van Saba de harde woorden van Soleiman hoorde, stuurde ze hem een brief: ‘Ik zal naar u komen om te horen wat u te zeggen hebt.’

5
Soleiman wendde zich tot zijn raadgevers: ‘Wie van jullie kan mij haar troon brengen voordat zij hier is?’
Een bejaarde djinn zei: ‘Ik heb het gedaan voordat u de kans krijgt op te staan.’
Een van hen, een belezen man, zei: ‘Ik zal u in een oogwenk haar troon brengen.’
Soleiman stemde in en de troon van de koningin van Saba stond meteen voor hem.
Hij zei: ‘Maak haar troon onherkenbaar. We zullen zien of ze hem herkent.’

6
Toen de koningin van Saba kwam, werd haar gevraagd: ‘Lijkt uw troon misschien op deze?’
Ze zei: ‘Deze lijkt sprekend op die van ons.’
Men verzocht haar het paleis te betreden.
Toen de koningin de vloer zag, dacht ze dat het een plas water was en ze ontblootte haar benen.
Soleiman zei: ‘Het is geen water, de vloer is gemaakt van glas en spiegels.’
Vol bewondering zei de koningin: ‘Wij zijn van tevoren over uw macht op de hoogte gebracht. We leggen ons lot in uw handen.’

49   (Tulp)

De verhalen
Na Ibrahim kwam Loet.
Loet was een neef van Ibrahim Na Loet kwam Shoeib. Hij was een verre nakomeling van de oudste dochter van Loet.
Shoeib werd de profeet van zijn volk Medin.
De handelaren van Medin deden zaken met handelaren van Palestina en Libanon.
Het waren ook handelaren van Medin die Joesef (Jozef) uit de waterput haalden. Medin was tevens het volk waartoe Mozes zijn toevlucht had genomen.
De oude Shoeib leefde nog tien jaar nadat Mozes in zijn huis kwam wonen en nog zeven jaar nadat Mozes het huis verliet omdat hij van God de opdracht had gekregen om de farao’s te waarschuwen.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Ta Sin Miem.
We verhalen nogmaals over Mozes en de farao.
De farao pleegde misdaden in zijn land. Hij verdeelde de bevolking in verschillende groepen en hij verdrukte de Israëlieten.
Hij doodde hun zonen en hij liet alleen de vrouwen leven. Mozes behoorde tot het volk van de Israëlieten.

2
Wij zeiden tot de moeder van Mozes: ‘Zoog hem en als je voor zijn leven vreest, leg hem dan in een mand en laat de rivier hem meevoeren. Wees niet bang en ook niet verdrietig. Wij brengen hem naar jou terug en Wij maken hem tot profeet.’
De moeder van Mozes volgde Mijn raad op. Mozes werd gevonden en naar het hof van de farao gebracht. De farao gaf Mozes een plaats in zijn huis, niet wetend dat het kind later zijn vijand zou worden.

3
De vrouw van de farao zei: ‘Hij is als licht in mijn ogen en ook in die van u. Dood hem niet, mogelijk zal hij ons tot nut zijn. We kunnen hem als zoon aannemen.’

4
Het hart van Mozes’ moeder verloor alle hoop nadat ze Mozes op de stroom had laten wegdrijven. Ze hoorde niets meer over haar zoon en uit ongeduld verklapte ze bijna haar geheim.
Ze zei tot haar dochter: ‘Ga kijken waar hij terecht is gekomen.’
Mozes’ zus hield alles in de gaten, zonder dat iemand iets vermoedde.
Uit voorzorg hadden Wij het kind geleerd om de borst van anderen te weigeren.
Toen de zus dat zag, ging ze naar de vrouw van de farao en zei: ‘Ik ken een familie die hem kan voeden en die voor hem zal zorgen.’
Zo stuurden Wij de kleine Mozes terug naar zijn moeder, opdat haar ogen zouden schitteren van geluk en ze niet meer verdrietig zou zijn.
En zodat de belofte van God bewaarheid werd.

5
Toen Mozes volwassen werd en sterk, gaven Wij hem wijsheid en kennis. Op een dag zag hij in de stad twee mannen met elkaar vechten. De ene was van zijn eigen volk en de andere van het volk van de farao. De man die van zijn eigen volk was, riep hem om hulp. In een opwelling sloeg Mozes de andere man met de vuist en hij viel dood neer.

6
Niet lang na dit voorval rende een man van de andere kant van de stad naar Mozes toe en riep: ‘O, Mozes, de leiders hebben besloten je te doden. Vlucht!’
Bang ontvluchtte Mozes de stad en nam de wijk naar Medin. Hij zei tot zichzelf: ‘Misschien leidt God me in de goede richting.’

7
Toen hij bij de waterput van Medin kwam, vond hij een groep mannen die hun kudde water gaven. Twee vrouwen wachtten met hun kudde achter hen.
Hij zei: ‘Waarom staan jullie hier?’
Ze zeiden: ‘We moeten wachten tot de herders weg zijn. Onze vader is oud.’
Mozes drenkte hun kudde, daarna ging hij in de schaduw staan en zei bij zichzelf: ‘God, wat Gij mij ook geeft, ik heb het nodig.’

8
Toen kwam een van die vrouwen terug en zei verlegen: ‘Mijn vader Shoeib heeft u uitgenodigd om u te belonen omdat u onze kudde water gaf.’
Toen Mozes tot Shoeib kwam en hem zijn verhaal vertelde, zei Shoeib: ‘Vrees niet, Mozes! Je bent ontkomen aan een onderdrukt volk.’
Een van zijn dochters zei: ‘Vader, vraag hem om voor ons te werken, hij is de beste die u kunt hebben. Hij is sterk en betrouwbaar.’
Shoeib zei tot Mozes: ‘Ik geef je een van mijn dochters, op voorwaarde dat je acht jaar voor mij werkt, en het mag ook tot tien jaar uitlopen.'

9
Na de afgesproken termijn vertrok Mozes met zijn gezin.
Tijdens hun tocht zag hij vuur in de berg. Hij zei tegen zijn gezin: ‘Blijf hier wachten. Ik zie een vuur in de verte. Ik ga kijken wat het is, misschien kan ik wat vuur voor jullie halen om jullie te verwarmen.’
Toen hij dicht bij het vuur kwam, hoorde hij een stem uit een boom die op een gezegende plek stond: ‘Mozes, Ik ben het, God,de Maker van de wereld. Werp je stok op de grond!’
Mozes deed het, maar toen hij zag dat de stok zich als een slang bewoog, draaide hij zich om en vluchtte.
De stem riep: ‘Mozes! Keer terug! En vrees niet, je bent veilig.
Stop je hand in je kraag en hij zal wit worden zonder ziek te zijn. Je hand en je stok zijn twee tekenen van jouw God voor de farao en zijn raadgevers. Ze zijn onderdrukkers.'

10
Toen Mozes Onze duidelijke tekenen liet zien, zei de farao: ‘Mijn raadgevers. Ik ken geen andere God dan ikzelf. Hamoen, schuif klei in het vuur. Bak stenen, en maak een hoge toren voor mij, zodat ik de God van Mozes kan zien. Hij is een leugenaar.'

11
Veel later dan Mozes stuurden Wij Mohammad.
En de ongelovigen zeiden: ‘Waarom is hem niet hetzelfde gegeven als wat aan Mozes gegeven is?’
Ze zeiden: ‘De Tora en de Koran zijn toverteksten die elkaar volgen. En we geloven niet in die geschriften.'
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Breng me dan een boek dat beter leiding geeft dan die beide boeken. Dan zal ik dat volgen.’ Maar als ze geen antwoord geven op je vraag, weet dan dat ze hun lusten volgen.

12
Neen, ze luisterden niet en Wij vemietigden vele steden waarin de bewoners dronken waren van welvaart. Kijk, hun huizen waarin bijna niemand meer woont zijn er nog en Wij waren het die alles erfden.
Mohammad! Je Schepper zou toch geen stad vemietigen voordat Hij een boodschapper met een geschrift daarnaartoe gestuurd zou hebben om de mensen te waarschuwen?
En Wij hebben alleen die steden vemield waarvan de bewoners misdaden hadden gepleegd.

13
Mohammad, zeg: ‘Denk eens na! Als Allah de nacht tot het eindeder tijden door laat lopen, welke God kan jullie dan licht brengen? Willen jullie niet luisteren?’
Zeg: ‘Als Allah de dag tot het einde der tijd door zal laten lopen,welke God is er dan die een nacht voor jullie kan brengen om daarin te rusten? Willen jullie dat niet inzien?’
Allah vergeeft en het komt door zijn toegeeflijkheid dat Hij de nacht en de dag voor jullie gemaakt heeft om erin te rusten en om naar je brood te gaan zoeken uit Zijn overvloed. Daarvoor mogen jullie dankbaar zijn.

14
Gharoen behoorde tot het volk van Mozes en hij onderdrukte zijn mensen. Wij hadden hem zo veel schatten gegeven dat zijn sleutels door een groep sterke mannen moesten worden gedragen.
Zijn volk zei tot hem: ‘Wees niet zo blij ! God houdt niet van mensen die onnodig blij zijn. Zoek liever het toekomstige leven met het vermogen dat God jou gegeven heeft. Vergeet ook je deel van deze wereld niet, en geef zoals God jou gegeven heeft. En zaai geen verderf op aarde.’

15
Gharoen zei: ‘Ik heb alles door mijn kennis verdiend.’
Wist hij soms niet dat God voor hem al vele volkeren had vernietigd die sterker en rijker waren dan hij?
Gharoen kwam met zijn glans en pracht tot zijn volk. Zij die van het aardse leven hielden, zeiden: “Ach, was ons maar hetzelfde gegeven dat aan Gharoen is gegeven. Hij is overladen met geluk.’
Wij stopten Gharoen en zijn huis diep in de grond. En er was niemand om hem te helpen.
Wie goede daden verricht, wordt beloond en wie misdaden pleegt, wordt gestraft als Gharoen.

50   (Regen)

De nachtreis 
Deze soera is een verwijzing naar een opmerkelijke reis van Mohammad
Eigenlijk is het een wonderlijke fantasiereis van Mohammad van Mekka via Jeruzalem naar de zevende verdieping van de hemel, waar Allah woont.
Allah nodigt Mohammad uit om bij Hem langs te gaan. En Allah leidt Mohammad rond in Zijn huis, over Zijn binnenplaats. Het is een wandeling met Zijn Meester door Diens koninkrijk 
Deze soera vermeldt het alleen maar. Mohammad geeft geen details van zijn reis prijs.
Hij heeft verteld dat hij in een van de tuinen van het paradijs de profeten Noeh, Ibrahim, Soleiman, Mozes, Jakoeb en Jezus heeft ontmoet en met hen heeft gesproken.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Zuiver is Hij die Zijn bode in de nacht vanuit de Heilige Moskee in Mekka naar de Verre Moskee in Jeruzalem voerde. Wij hebben die plaats glorie gegeven om de boodschapper zo enkele van Onze tekenen te laten zien.

2
Als je goeddoet, dan doe je dat voor jezelf en als je slecht doet, dan is dat ook voor jezelf.
De mens zoekt het slechte, net zoals het goede. De mens handelt in haast.
Wij hebben de nacht en de dag als twee tekenen gemaakt. We wissen de nacht om de dag te laten komen, zodat jullie je brood kunnen verdienen, kunnen rekenen en de jaren kunnen tellen. 
Wij hebben alles duidelijk geschapen. 
En Wij hebben het lot van elk mens om zijn nek gehangen en op de dag des oordeels zullen Wij hem het overzicht van zijn daden voorhouden: ‘Lees het!’

3
Je schepper heeft je bevolen: ‘Dien niemand buiten Hem! En behandel je ouders goed. En als een van hen bij jou oud wordt, of beiden, zucht dan nooit. Dank hen nooit af en praat zacht met hen. Omarm hen met de vleugels van de nederigheid en vraag je God om zich over hen te ontfermen, zoals ze zich over jou hebben ontfermd toen je klein was. 
En geef je verwanten waar ze recht op hebben, ook de amen en de reizigers.
Leg je hand uit gierigheid niet op je nek, maar open je hand. Niet te wijd, anders krijg je er spijt van.

4
Dood je kinderen niet uit angst voor armoede. Wij zijn het die hen voeden. Het is een grote misdaad als je hen doodt. En pleeg geen ontucht, het is een slechte daad, afgrijselijk. 
Kom niet aan het bezit van een weeskind. Ga eerlijk met de weegschaal om en geef de volle maat als je weegt; weeg met een zuivere weegschaal. Dat is beter voor je. 
Volg niet iets wat je niet kent, want je ogen en je oren zijn verantwoordelijk. Loop niet hooghartig rond op de aarde, want je kunt de aarde niet klieven en ook niet hoger dan de bergen komen.’ In deze Koran hebben Wij over allerlei levenszaken gesproken opdat de ongelovigen er misschien lering uit zouden trekken, maar het werkt niet. Hun afkeer groeit alleen maar.

5
Mohammad, zeg tegen hen: ‘De zeven hemelen en de aarde en alles wat daarin en tussen zit, loven Allah. En er is niets wat Hem niet prijst. Hij is vergevend en geduldig.’
Mohammad! Wanneer jij de Koran voorleest, trekken Wij een gordijn tussen jou en hen die niet geloven. Wij trekken een doek over hun hart en over hun oren, zodat ze het niet kunnen begrijpen. Als jij de God in de Koran de Enige noemt, keren ze je hun rug toe in afkeer. 
Wij weten goed hoe ze naar je luisteren wanneer ze naar je luisteren en Wij weten wanneer ze heimelijk met elkaar praten. Ze zeggen: ‘Kijk! jullie volgen een betoverde man.'

6
Mohammad! Zie je waar zij je mee vergelijken? Ze zijn afgedwaald en ze kunnen de weg niet vinden. 
Ze zeggen: ‘Zullen we echt als een nieuwe mens opgewekt worden nadat wij botten en stof zijn geworden?’ 
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Het maakt niet uit, al waren jullie van steen of ijzer geworden.’Ze zullen zeggen: ‘Wie zal ons dan doen terugkeren?’
Zeg: ‘Hij die jullie eerst geschapen heeft.’ 
En dan zullen ze hun hoofd schudden en vragen: ‘Wanneer is het?’
Zeg: ‘Mogelijk gauw.’
Mohammad, zeg tegen mijn dienaren: ‘Spreek klare taal, want de Satan stookt onder hen. De Satan is de grootste vijand van de mens.’
Er is geen stad of Wij vernietigen of bestraffen hem op de dag des oordeels. Dit staat in het Boek in den Beginne.

7
Zo ging het, tot Wij tegen de engelen zeiden: ‘Kniel voor Adam.’
Iedereen deed het, behalve de Satan. Deze zei: ‘Ik? Knielen? Voor iemand die Gij uit klei hebt geschapen?’
Jullie Schepper is Hij die de schepen voor jullie over de zee doet varen, opdat jullie je bestaan in Zijn schat kunnen zoeken, want Hij is zorgzaam.
En wanneer jullie op zee in gevaar komen, horen jullie niets van de afgoden. Hij is het die jullie veilig aan land brengt. Maar jullie wenden je af na de redding. De mens is ondankbaar.
Denken jullie dat jullie echt veilig zijn als Hij een deel van het land waarop jullie staan doet instorten? Of als hij een hevige zandstorm over jullie hoofd laat razen? 
Of denken jullie echt veilig te zijn als Hij jullie weer naar zee stuurt en Hij een harde storm laat waaien die jullie doet verdrinken?

8
Wij hebben de kinderen van Adam van de anderen gescheiden en hen naar het land en over de zee gedragen. Wij hebben hun goede vruchten te eten gegeven en hun verkozen boven alles wat Wij geschapen hebben. 
Mohammad! Verricht je gebed bij de ondergang van de zon tot aan het donker van de nacht. En lees de Koran bij dageraad. En blijf een deel van de nacht wakker als een verplichting. Misschien zal God je een waardige plek geven. En zeg: ‘God, laat me waarachtig naar binnen gaan en laat me waarachtig naar buiten gaan en versterk me met iets van uw eigen kracht.’

9
En ze vragen jou naar de geest.
Zeg tegen hen: ‘De geest is iets wat tot de kennis van mijn Schepper behoort, en van die kennis is jullie weinig gegeven.'
Zeg: ‘Als de mens en de djinn bij elkaar komen om een boek als deze Koran te schrijven, dan kunnen ze dat niet, ook al steunen ze elkaar. In deze Koran hebben Wij herhaaldelijk voorbeelden gegeven, maar de meeste mensen zijn toch ondankbaar.’ 
Mohammad! Ze zeggen tegen jou: ‘We zullen je niet geloven totdat je voor ons een bron uit de grond laat ontspringen, of tot jij een tuin met dadelbomen en druivenbomen maakt en water tussen de bomen door laat stromen, of tot je de hemel, zoals jij die beschrijft, in stukken op ons laat vallen, of tot jij met Allah en de engelen samenkomt, of tot jij een huis en juwelen van God hebt of tot jij tot in de hemel klimt.’ 
Ze zeggen: ‘We zullen niet geloven in je hemelreis, tenzij je vandaaruit een boek voor ons stuurt dat we kunnen lezen.’ 
Mohammad, zeg: ‘Groot is mijn Schepper. Ik ben slechts een mens, een gewone boodschapper.'
Zeg: ‘Roep Allah aan of roep Rahman aan. Het maakt niet uit, hoe je Hem ook aanroept, Hij heeft toch de mooiste namen.’ 
Mohammad, bid niet te luid en niet te zacht, maar kies voor een middenweg.
En zeg: “Lof zij Allah, die geen kind heeft. Die Enig is in Zijn koninkrijk en die geen vriend behoeft.’ 
Zeg: ‘Allah is groot!’

51  (Klomp)

Joenes(Jona)
In de geschiedenis van de wereld is er geen profeet geweest die zijn volk in de steek gelaten heeft, op Joenes na, Hij was een nakomeling van Had en zijn moeder was een dochter van het volk van Israël.
Joenes praatte veertig jaar lang op zijn volk in om hen op het goede pad te krijgen. Maar zij zeiden: ‘Onder geen voorwaarde zullen wij jou volgen. ’
Ze beledigden hem en deden hem pijn. Joenes was ongeduldig, hij gaf het op en vroeg God meerdere malen om zijn volk te straffen.
‘Heb geduld, Joenes. Voor alles is een tijd’, zei God.
Maar Joenes kon het niet meer verdragen en boos verliet hij zijn volk.
Hij wist niet waar hij heen moest, tot hij bij de zee kwam en zag dat een groep mensen op het punt stond met een schip weg te varen. En hij ging met hen mee. 

Het schip voer drie dagen en drie nachten, op de vierde dag werd het onverwachts donker. Een grote vis dook op uit het water en hield het schip tegen. Niemand wist wat te doen, Een wijze man zei: ‘Er is iemand op dit schip die een zonde heeft begaan, We moeten hem 
overboord gooien, anders maakt de vis het schip kapot ’
Joenes wist dat de vis voor hem kwam. Hij sprong in het water en de vis slokte hem op.

Joenes zat negenendertig dagen gevangen in de buik van de vis.
Op de veertigste dag zwom de vis naar land en gaf Joenes zijn vrijheid terug. Er werd tegen hem gezegd: ‘Joenes, ga weer naar je volk, ze zijn verdrietig zonder jou. En leer geduld te hebben.’
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alef Lam Raa.
Dit zijn de verzen van het Boek der Wijsheid.
Is het verbazingwekkend dat Wij een man uit hun eigen midden als onze gezant hebben gekozen om hen te waarschuwen?
Een man van wie ongelovigen zeiden: ‘Hij is een tovenaar.’

2
Allah is het die de aarde en de hemelen in zes dagen schiep.
Daarna ging Hij op zijn troon zitten om de werking van het heelal te regelen.
Jullie keren allemaal terug naar Hem voor verantwoording; dat is Zijn belofte. 
Dat is Allah. Prijs Hem.
Hij is het die aan de zon licht gaf en de maan liet stralen en er verschillende fasen aan gaf, opdat jullie de jaren kunnen tellen en ermee kunnen rekenen.
God heeft dat alles uit rechtvaardigheid gedaan.
In het verschil van dag en nacht, en in alles wat God in de lucht en op de aarde geschapen heeft, zijn duidelijke tekenen te zien voor hen die nadenken.

3
Zij die geloven en goede daden verrichten, zal God leiden naar het paradijs, waar de rivieren onder de tuinen door stromen en waar de mensen in geluk zullen wonen.
Hun aanroep is daar: ‘We prijzen u.’
En hun groet: ‘Salam!’
En ze besluiten met: ‘Geprezen zij de Koning der werelden!’

4
Als de mens ergens last heeft, roept hij Ons aan; op zijn zij liggend, zittend, of staand.
En als Wij zijn pijn wegnemen, gaat hij weer zijn gang, alsof hij Ons niet aangeroepen had.
En als Onze heldere verzen voorgedragen worden, zeggen ze: ‘Kom met een andere Koran. Of verander de teksten.’
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Het is niet aan mij om iets uit mezelf te vertellen. Ik volg alleen wat aan mij geopenbaard wordt. Ik vrees voor de straf.’
Zeg: ‘Als God het niet wilde, dan zou ik jullie de verzen niet voordragen. Ik heb toch een leven lang onder jullie gewoond?
Waarom denken jullie niet na?’

5
Ze zeggen: ‘Waarom wordt aan Mohammad geen wonder geopenbaard als teken van zijn Allah ?’
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Alleen Allah weet het geheim.
Wacht dus af! Ik wacht ook met jullie af’
Zeg: ‘Onze engelen noteren alles wat jullie bedenken.’
Allah laat jullie rondreizen over land en over zee.
Wanneer ze op de schepen zitten en een aangename wind hen meevoert en ze er plezier in hebben, vergeten ze God. Maar zodra het erg hard waait en de golven van alle kanten komen en ze de dood in de ogen kijken, dan roepen ze God aan: ‘Red ons! We betuigen onze dank!’
Als ze gered zijn en ze voet aan land hebben gezet, beginnen ze weer gemene dingen te verzinnen.

6
O, mensen, weet! Jullie slechte daden zullen slechts tegen jullie werken. Het genot van het leven is kort, jullie keren allemaal terug.
Het verhaal van het leven lijkt op het water dat Wij uit de lucht laten vallen. Het laat gewassen groeien die mensen en dieren eten.
De aarde wordt versierd met bloemen, bloesems en planten. En de mensen denken dat ze er zeggenschap over hebben.
Op een nacht, of op een dag, valt Onze beslissing, en We maken de aarde dan tot een stoppelveld, alsof er nooit iets anders stond.
Zo laten we Onze tekenen zien aan hen die nadenken.

7
Voor hen die goede daden verrichten, is er dat moois en nog meer. Op hun gezicht zal geen laag van pijn en vernedering zitten. 
Zij zijn het die in de tuinen van het paradijs gaan wonen. 
Maar bij wie slechte daden begaan, zal een laag van vernedering op het gezicht kleven. Niemand kan hen tegen God beschermen.
Het is alsof hun gezicht met stukjes van de nacht bedekt is. Ze zijn de vaste bewoners van het vuur.

8
Mohammad, vraag: ‘Wie geeft jullie brood vanuit de hemel en de aarde? Wie heeft macht over jullie oren en ogen? Wie laat het levende uit het dode voortkomen en het dode uit het levende? En wie regelt de werking van het heelal?’
Ze zullen zeggen: ‘Allah.’
Zeg: “Waarom luisteren jullie dan niet!’
Mohammad, vraag aan hen: ‘Is er iemand tussen jullie afgoden die kan creëren en kan laten terugkeren ?’
Zeg: ‘Alleen Allah is het die dat kan! Waarom kiezen jullie dan toch nog voor een verkeerd pad?’

9
Het is niet zo dat deze Koran niet van Allah is en dat een ander het verzonnen heeft.
Dit boek is een bevestiging van de andere oude, hemelse boeken.
Daar past geen twijfel bij.
Maar de ongelovigen zeggen: ‘Mohammad heeft het zelf bedacht.’
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Laat een tekst zien die gelijk is aan de Koran. Als je de waarheid spreekt!’
Iets wat ze niet kunnen bevatten, noemen ze leugens.
Als ze jou leugenaar noemen, zeg: ‘Mijn daad is mijn daad. En jullie daad is jullie daad. Jullie staan los van wat ik doe en ik sta los van wat jullie doen.’
Onder hen zijn er die doen alsof ze naar je luisteren, maar hoe kun je die doven doen horen?
En er zijn sommigen onder hen die doen alsof ze naar je kijken, maar hoe kun je die blinden doen zien?
Weet echter: ze worden allemaal naar Ons teruggebracht.

10
Voor elk volk is er een boodschapper.
De ongelovigen zeggen: ‘Als je de waarheid spreekt, vertel ons dan wanneer de dag des oordeels komt.’
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Ik weet het niet. Ik kan niets uit mezelfvertellen, alleen dat wat Allah wil. Aan elk volk is een einde toegeschreven. Als hun tijd komt, wordt het geen uur uitgesteld, ook geen uur vervroegd.’
Vraag hun: ‘Hoe kun je weglopen als je ’s nachts in je slaap getroffen wordt door Zijn straf of overdag als je aan het werk bent?’

11
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Waarmee jullie ook bezig zijn, waarin jullie je ook verdiepen en wat jullie ook doen, alles wordt door Ons gezien.’
Voor Allah blijft nog niet het allerkleinste op de aarde of in de hemel verborgen. Alles, klein of groot, staat in het scheppingsboek, in het Boek in den Beginne.
Zeg: ‘Allicht! Alles en iedereen in de hemelen en op de aarde is van Allah.’
Maar wat zij als God volgen, is een illusie.
God heeft de nacht gemaakt om daarin te rusten. En de dag om te zien.
Daarin zitten tekenen voor hen die nadenken.

12
De ongelovigen zeggen: ‘God heeft een kind.'
God is puur. Hij heeft niemand nodig. Alles in de hemelen en op de aarde is van Hem.
Ze zeggen iets waar ze niets van begrijpen. Daar hebben ze geen reden voor.
Waarom plak je iets aan God waarvan je niets weet?
Jullie keren allemaal terug naar Hem.
En je wordt hard gestraft voor de leugens die je verspreidt.
Mohammad! Vertel hun het verhaal van de profeet Noeh toen hij tot zijn volk zei: ‘O, mijn volk, als jullie mijn woorden en Gods tekenen blijven ontkennen en mij leed blijven bezorgen, dan neem ik mijn toevlucht tot God.'
En ze beschuldigden hem van leugens!
Wij redden hem en degene die met hem in het schip waren. En We lieten hen verdrinken die Onze tekenen negeerden.
Zie dus hoe het einde is voor hen die gewaarschuwd waren.

13
Na Noeh hebben Wij anderen als gezanten naar hun volk gestuurd met Onze tekenen. Maar die volkeren wilden er niets van weten.
Daarop zonden Wij Mozes en Haroen met hun wonderen naar de farao en zijn hoofden, maar zij legden alles naast zich neer.
Ze waren een misdadig volk.
Toen ze onze duidelijke tekenen zagen, zeiden ze: ‘Het is pure tovenarij.’
Maar Wij lieten de Israëlieten recht door de zee gaan.
De farao en zijn leger vervolgden hen uit vijandschap. Toen het water de farao verraste, zei hij: ‘Ik geloof in God, in wie de Israëlieten geloven. En ik geef me over.’
Nu pas? Terwijl je je eerder tegen alles verzette?
Heden zullen Wij jou redden en je lichaam op de rotsen gooien opdat het een waarschuwing wordt voor hen die na jou komen.

14
Waarom, behalve dan het volk van de profeet Joenes, is er geen ander volk geweest dat tot geloof kwam?
Toen het volk van Joenes tot geloof kwam, beëindigden Wij hun straf en Wij lieten ze genieten van het leven tot hun tijd kwam.
Mohammad, zeg: ‘Kijk naar Onze tekenen in de hemelen en op de aarde!’
Maar deze tekenen zeggen hun die niet geloven niets.
Verwachten zij iets anders dan de straf van de mensen die voor hun tijd gestorven zijn?
Zeg: ‘Wachten jullie maar af! Ik wacht met jullie af’
Dan redden Wij Onze boodschappers en ook hen die geloofden.
Het is Onze plicht om hen te redden.
Zeg: ‘Mensen! Als jullie twijfelen over mijn geloof, weet dan dat ik jullie afgoden niet dien. Ik bid tot Allah, die je doet sterven als je tijd gekomen is. Mij is gevraagd om een van de gelovigen te zijn.
Aanvaard dan dit zuivere geloof en neem afstand van de ongelovigen.
Wees geen aanbidder van iets wat je niet baten en niet schaden kan. Als je het toch doet, dan ben je wreed.’
Mohammad, zeg: ‘Mensen! De waarheid van God is tot jullie gekomen. Wie voor het juiste pad kiest, kiest het ten bate van zichzelf. En wie dwaalt, dwaalt ten nadele van zichzelf. Ik ben jullie bewaker niet.’
Mohammad! Volg wat je geopenbaard wordt. En wacht geduldig af tot Allah Zijn oordeel geeft.
Hij is de grootste van hen die oordelen.

52   (Koe)

Hud
Na Joenes kwam Ajoeb, het toonbeeld van geduld.
God mocht Ajoeb graag En hij bereikte veel door zijn vermogen om af te wachten. Hij was geliefd bij zijn volk en kan veel mensen naar het goede pad leiden.

Na Ajoeb kwarn Gezr.
Gezr was niet zijn echte naam.
De mensen hadden hem die naarn gegeven.
Gezr betekent: ‘Hij die alles groen maakt ’
Als Gezr over droge grond liep, werd de grond groen.
Hij had water uit de eeuwige bron gedronken, daardoor is hij onsterfelijk en zal hij tot het einde der tijden blijven leven.
Gezr verwezenlijkte de drornen van de mensen.
Als men iets wenste, maakte Gezr het rnogelijk.
Vooral wie naar Mekka wilde reizen en geen geld had, vroeg Gezr orn hulp. Hij regelde het dan.

Na Gezr kwam Noeh.
Na Noeh kwam Hud.
Hij was de profeet van het volk Ad.
Hud was een directe nakomeling van Zina, de dochter van Noeh
De mensen van het volk Ad waren lang en sterk Ze woonden op een plek in de bergen tussen Yaman en Sham en hun huizen waren uit de 
rotswanden gehouwen.

Het volk Ad vereerde afgoden en had van hen grote afbeeldingen in de bergen gebeiteld.
Hud waarschuwde zijn volk zevenenveertig jaar lang, maar ze luisterden niet.
Hud zei: ‘Mijn volk, volg me, anders worden jullie getroffen door een harde straf ’
Zij antwoordden: ‘We wonen in onverwoestbare huizen, niets kan ons treffen. ’
God liet de bergen beven zodat de mensen moesten vluchten.
Toen ze op de vlakte aankwamen, liet God acht dagen en zeven nachten een harde, koude wind waaien. De mensen stortten als ontwortelde bomen op de grond en hun stevige huizen bleven leeg achter in de bergen.
Tweehonderd jaar later koos God Saleh uit en zond hem met een bijzondere kamelin naar zijn volk Maar ook naar hem wilde niemand luisteren. Ze doodden zijn kamelin. 
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alef Lam Raa.
Dit is een boek van de Alwetende, van wie de tekenen duidelijk en onherroepelijk zijn.
Dien dan alleen Allah. Ik ben een verkondiger van goede berichten en een waarschuwer van Hem.
Jullie keren allemaal terug naar God. En Hij kan alles.
Toch proberen de ongelovigen hun geheimen voor Hem te verbergen. Ze trekken hun kleren over hun hoofd.
Vergeefs! Allah weet alles wat ze verbergen en wat ze tonen. Hij weet wat er in een hart zit.

2
Er is geen wezen op de aarde wiens leven niet bij Allah rust. Hij zorgt voor alles.
Hij weet waar je staat en waar je uitrust.
Alles staat in het Boek in den Beginne.
Hij is het die de hemelen en de aarde in zes dagen heeft gemaakt, terwijl Zijn troon op het water stond.
Mohammad, onder druk krijg je soms de aanvechting om een deel van de soera’s weg te laten.
Je hart wordt benauwd als ze zeggen: ‘Had er dan niet een goudschat voor hem kunnen neerdalen? Of had een engel hem niet kunnen begeleiden?’
Mohammad! Jij bent slechts een waarschuwer.
God bekommert Zich om alles.

3
Of zij zeggen: ‘Mohammad heeft de Koran verzonnen.’
Zeg tegen hen: ‘Kom dan met tien verzonnen soera’s die gelijk zijn aan die van de Koran. En roep dan iedereen buiten Allah aan om hulp! Als je de waarheid spreekt.
Maar als je het niet kan, weet dan dat Allah het schrift met Zijn kennis neergezonden heeft. En dat er geen God is dan Hij.’
Twijfel dan niet! Het is de waarheid van God, maar de meeste mensen willen het niet geloven.
En wie is er verderfelijker dan de persoon die God met een leugen verbindt?
Zij hebben die schade aan zichzelf toegebracht. Zij zijn de verliezers.

4
Maar zij die geloven en zich aan God overgeven, zijn de toekomstige bewoners van het paradijs, waar ze tot in de eeuwigheid zullen doorbrengen. Deze twee groepen kun je vergelijken met de blinden en doven aan de ene kant en de zienden en de horenden aan de andere kant. 
Zijn ze dan gelijk?
Waarom willen ze het dan niet weten?

5
We zonden de profeet Noeh tot zijn volk. Hij zei: ‘Ik ben een waarschuwer! Bid tot niemand dan God!’ 

Hij zei tot zijn volk: ‘Ik vraag jullie niets. Mijn beloning ligt bij God. En ik zal hen die het geloof aanvaard hebben, niet verlaten. 
Ze zullen God ontmoeten. Maar ik zie jullie als een onwetend volk. 
Ik zeg niet dat ik Gods schatkamer bij mij heb. Ook weet ik niets van de geheimen. En ik zeg niet dat ik een engel ben. Nee, ik weet niets, maar God weet alles.’
Ze zeiden: ‘Jij, Noeh, je hebt altijd met ons getwist. En het was echt een lange twist. Nou, als je de waarheid spreekt, kom dan maar met de straf waarmee je ons zo vaak hebt gedreigd.’ 
Hij antwoordde: ‘Alleen Allah zal het doen als Hij wil. En jullie kunnen er niet aan ontsnappen. Hij is jullie God en jullie worden naar Hem teruggestuurd.’
Ze zeiden: ‘Zie je, hij heeft weer iets verzonnen.’ 
Hij antwoordde: ‘Als ik het verzonnen heb, is het mijn zonde en zal ik daarvoor gestraft worden. Maar ik houd me buiten jullie zonde.’ 
En er werd het volgende aan hem geopenbaard: ‘Noeh! Van je volk zal niemand meer het geloof aanvaarden behalve zij die al geloofden. Wees dus niet verdrietig over wat zij gedaan hebben. 
Bouw het schip volgens onze openbaring en onder Onze ogen. En praat niet meer met Mij over hen die niet luisteren. Ze zullen verdrinken.’
Noeh bouwde het schip. Telkens als de leiders van zijn volk langsliepen, lachten ze hem uit. 
Noeh zei: ‘Wij bespotten jullie later, zoals jullie nu ons bespotten. 
Gauw zullen jullie weten tot wie de straf zal komen en wie vernederd wordt en wie een blijvende straf ondergaat.'
Toen Ons besluit viel en het water steeg, zeiden Wij: ‘Laad van elke diersoort één paar in, neem ook je familie en de gelovigen mee in je boot.’ Maar er waren niet veel gelovigen.
En Noeh zei tegen zijn mensen: ‘Scheep u in. In naam van God zal het schip varen en voor anker gaan.’

6
Het schip nam hen mee over golven hoog als bergen. En Noeh riep nog tot zijn zoon: ‘O, mijn zoon, kom, ga met ons mee. Blijf niet bij de ongelovigen!’ 
Hij antwoordde: ‘Ik zal snel mijn toevlucht zoeken bij een berg die me zal beschermen tegen het water.'
Noeh zei: ‘Heden houdt niets stand tegen Gods bevel.’
Een hoge golf kwam tussen hen beiden en zijn zoon verdronk, net als alle anderen.

7
En er werd gezegd: ‘Aarde, trek je water terug! Hemel, stop met de regen!’
Het bevel werd opgevolgd. Het schip rustte op de berg Djoedi.

En Noeh richtte zich tot zijn God en riep: ‘God! Mijn zoon behoort tot mijn familie. En Uw belofte is ook waar. Gij zijt de beste die oordelen kan.'
Er werd geantwoord: ‘Noeh, jouw zoon behoort niet tot je familie. Zijn daden waren niet goed. Vraag Mij niet iets waarvan je de waarheid niet kent. Ik vermaan je: schaar je niet bij de onwetenden.’
Noeh zei: ‘God! Ik neem mijn toevlucht tot U als ik met iets zit waarvan ik geen kennis heb.’
Er werd geantwoord: ‘Daal af uit het schip met Onze salam en zegening voor jou en voor de mensen die met jou zijn en voor de volkeren die uit deze mensen voortkomen. Ze mogen nu onze toegeeflijkheid hebben, maar later worden ze hard gestraft. Het is een geheim dat we met je delen.’

8
Tot de Thamoed zonden We hun broeder Saleh.
Hij zei: ‘Mijn volk! Aanbid God! Er is geen andere God dan Hij.
Hij heeft jullie uit de aarde laten komen en op de aarde laten wonen. Bekeer je tot Hem. Vraag Hem om vergeving. Mijn God is dicht bij jullie, Hij hoort jullie.’ 
Ze zeiden: ‘O, Saleh! Ie was tot heden een van ons. We hadden onze hoop op jou gevestigd. Nu verbied je ons te dienen wat onze vaderen dienden? We twijfelen aan jouw oproep!’ 
Saleh zei: ‘Mijn volk! Dit is de kamelin van God. Een wonder voor jullie. Laat haar dus vrij op de aarde lopen. En doe haar geen kwaad. Anders treft jullie binnenkort een zware bestraffing.'
Maar ze luisterden niet, ze achtervolgden de kamelin en ze brachten haar ter dood.
Saleh zei: ‘Leef en geniet nog drie dagen.’ 
Ons besluit viel en Wij redden Saleh en zijn aanhang van de vernedering. 
En zij die onrecht hadden aangedaan, werden door een doodskreet gegrepen in hun huizen. 
Toen de dag aanbrak, waren ze dood. Alsof ze er nooit waren geweest.
Vervloekt  zij de Thamoed!

9
Onze engelen brachten Ibrahim het blijde bericht.
Ze zeiden: ‘Salam!
Ibrahim groette: ‘Salam !’
En het duurde niet lang of hij zette hun een gebraden kalf voor. 
Maar toen hij merkte dat zij met hun handen niet naar het eten reikten, vond hij hen vreemd. Hij vreesde. 
Ze zeiden: ‘Wees niet bang! We zijn gezonden tot het volk van Loet.’
Sara, de vrouw van Ibrahim, die bij hem stond, lachte van geluk toen we haar het goede nieuws brachten dat ze zwanger zou raken en dat ze Ishaaq zou baren en dat Jakoeb na Ishaaq zou komen.

10
 Sara zei: ‘Het is een wonder. Hoe kan ik een kind baren? Ik ben een oude vrouw en mijn man is ook oud. Het is verbazingwekkend.'
De engelen zeiden: ‘Verbaas je je over de beslissing van God? Zijn zegeningen zijn voor jullie, de bewoners van dit huis. 
Hij is prachtig. Hij zij geprezen.’

11
Toen de angst Ibrahim verliet en de blijde boodschap tot hem doordrong, begon hij met Ons te discussiéren over het volk van Loet.
Ibrahim was zonder meer zachtmoedig en lief. 
Wij zeiden: ‘Ibrahim! Stop! God heeft Zijn beslissing genomen. 
Dat volk krijgt een onveranderbare straf.’

12
Tot het volk Medin zonden Wij hun broeder Shoeib. 
Hij zei: “Mijn volk! Aanbid God! Er is geen andere God dan Hij.
En leg niet minder dan het ware in de weegschaal. Ik zie jullie in welvaart. Ik vrees voor jullie straf op de grote dag.
Mijn volk! Ga eerlijk om met maat en gewicht, geef de mensen  niet minder dan hun werkelijke koopwaar en zaai geen verderf in dit land.
Mijn volk! Laat jullie ruzie met mij jullie niet zo ver brengen dat jullie iets overkomt wat het volk van Noeh, of het volk van Hud, of het volk van Saleh overkwam. Het volk van Loet is niet ver van jullie. 
Vraag Hem dus vergeving. Hij is liefdevol en vergevend.'

13
Ze zeiden: ‘Shoeib! We begrijpen niet veel van wat je zegt. We zien je als de zwakste onder ons. Was het niet voor je stam, dan hadden we je al gestenigd. Ie verdient geen respect van ons.’
Shoeib zei: ‘Mijn volk! Is mijn stam belangrijker voor jullie dan God? Hebben jullie Hem als iets onbelangrijks naast jullie gegooid?
Weet! Mijn God is op de hoogte van alles wat je doet.
Mijn volk! Doe wat je wil. En ik doe dat ook. We zullen gauw zien wie door een vernederende straf getroffen wordt. En wie de leugenaar is.
Wacht af. Ik wacht samen met jullie af.’
Toen Ons besluit viel, redden Wij Shoeib en zijn aanhang, maar zij die onrecht deden, werden gegrepen door de kreet van de dood. ’s Morgens lagen ze roerloos in hun huizen. Alsof ze er nooit geweest waren.
Vervloekt zij het volk van Medin!

14
Mohammad! Blijf volhouden! En verricht het gebed aan de beide uiteinden van de dag en in de delen van de nacht. En wees geduldig, want Allah laat je loon niet verloren gaan. 
Mohammad!
Alle levensverhalen van de profeten die Wij je vertellen, zijn bedoeld om je moed te geven.
Zeg tegen hen die niet gelovenz ‘Doe wat je wilt. Wij doen dat ook. En wacht af! Wij wachten ook af.’ 
De geheimen van de aarde en de hemelen zijn van Allah. Alles keert terug naar Hem. Prijs Hem en leg je vertrouwen in Hem. Hij is niet achteloos over wat je doet.

53   (Windmolen)

Joesef (Jozef)
Dit is in meerdere opzichten een liefdesverhaal. Het is een joods-christelijke tekst die een Arabische gedaante heeft gekregen.
Ibrahim was oud geworden, zo ook zijn vrouw Sara 
Op een dag stonden er twee gasten onaangekondigd voor hun deur.
Het waren twee knappe heren. Ibrahim ontving hen. Sara maakte eten en zette het voor hen neer. Maar ze tastten niet toe.
Het waren vreemde gasten, hun gedrag was ongewoon.
Ibrahim maakte zich zorgen, hij dacht: ze eten niet ze drinken niet en ze zijn zuinig met woorden. Wie zijn deze mannen?
‘Wij zijn engelen, Ibrahim’, zei een van hen, ‘We hebben een blijde boodschap voor je. Je vrouw Sara zal een zoon baren.
Toen Sara dit hoorde, slaakte ze een kreet van verbazing: ‘Ik? Maar ik ben al oud.’

Sarah baarde Ishaaq.
Hij volgde Ibrahim op, leefde honderdtachtig jaar en kreeg vele kinderen.
Na Ishaaq kwam zijn zoon Jakoeb.
Op jonge leeftijd droomde Jakoeb dat hij met zijn nicht Rahil getrouwd was, dat hij veel kinderen van haar kreeg en dat hij rijk was.
Nu was hij volwassen. Hij pakte zijn stok en reisde naar het huis van zijn oom nabij Iraq.
Zeven jaar lang werkte hij voor zijn oom, maar hij kreeg Rahil niet.
In plaats daarvan moest hij met haar oudere zus Lajja trouwen.
Pas na veertien jaar kon hij Rahil huwen. En Rahil baarde Joesef voor hem.
Op een dag zei de jonge Joesef tegen zijn vader Jakoeb: ‘Vader, ik heb over elf sterren gedroomd. En over de maan. En de zon. Ze bogen voor mij. ’
Jakoeb zei: ‘Je hebt het niet voor niets gedroomd. Vertel het aan niemand! Zwijg erover. ’
De broers van Joesef die achter de deur stonden, hoorden het. 
Ze zeiden: ‘Joesef, de zoon van onze vader, wil onze koning worden. ’
Ze besloten dat te verhinderen. Ze namen hem mee en gooiden hem in een waterput. 
De engel Ghabriël kwam bij de jongen in de waterput en zei: ‘Joesef, wees niet bedroefd. Straks zullen ze je redden en word je koning van Egypte. ’
Joesef wordt gered en hij komt in het huis van de machtigste man van Egypte terecht. Later, als hij een knappe jongeman is, wordt Zoleega verliefd op Joesef. 
De soera gaat over de liefde van Zoleega voor Joesef.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alef Lam Raa.
Dit zijn de tekenen van het Boek in den Beginne. Wij hebben het in het Arabisch gezonden opdat jullie na kunnen denken. 
Wij vertellen de allermooiste verhalen in deze Koran, terwijl je voorheen van niets wist.
Op een dag zei Joesef tegen zijn vader: ‘O vader! Ik heb over elf sterren gedroomd en over de zon en de maan en ik zag ze zich voor mij buigen.'
Jakoeb zei: ‘O, mijn zoon! Vertel je droom niet aan je broers. Anders zullen ze gemene plannen beramen. De Satan is duidelijk de vijand van de mens.
Ik zie dat God je wil uitverkiezen en Hij zal je leren om dromen uit te leggen. Jouw God is alwetend en wijs.’

2
De broers van Joesef zeiden: ‘Zo te zien zijn Joesef en onze jongste broer Benjamin bij onze vader meer geliefd dan wij, terwijl wij allemaal broeders zijn. Onze vader dwaalt.'

‘Dood Joesef. En laat hem ergens achter op een afgelegen stukje land. Dan zal jullie vader alleen voor jullie zijn’, zei een van hen. 
‘Dood Joesef niet!’ zei een ander, ‘maar gooi hem in een waterput. 
Als er dan een karavaan langskomt, zal men hem vinden.’

3
Ze zeiden: ‘Vader, waarom vertrouwt u Joesef niet aan ons toe, terwijl we hem toch liefhebben? Laat hem morgen met ons meegaan. Hij kan zich vermaken en spelen en we zullen op hem letten.’
Jakoeb zei: ‘Ik voel verdriet als jullie hem meenemen. Ik vrees dat een wolf hem opeet als jullie niet goed op hem letten.’ 
Ze zeiden: 'We zijn een sterke groep, als een wolf hem op zou eten, zouden we inderdaad onwaardige verliezers zijn.’

4
Toen Joesef uiteindelijk met hen meeging, voerden ze hun plan uit om hem in de waterput te gooien. Wij openbaarden hem: ‘Joesef! Wees niet verdrietig! Je zult je broers over een aantal jaren over deze zaak vertellen zonder dat ze het door hebben.’ 
’s Nachts gingen ze huilend bij Jakoeb langs en zeiden: ‘Vader! We waren bezig met een wedloop en we lieten Joesef bij onze spullen achter en toen heeft een wolf hem verslonden. Ach, ook al vertellen we de waarheid, u zult ons toch niet geloven.’ 
En ze hadden stiekem wat bloed op Joesefs kleren gesmeerd. 
Jakoeb zei: ‘Jullie wellust bracht jullie tot die daad. Nu moet ik veel geduld hebben!’

5
Dit was wat er gebeurde. Er was een karavaan in aantocht en men stuurde een knecht om water te halen. De knecht liet zijn emmer neer in de put. Hij riep: ‘Goed nieuws! Hier zit een jongen.’ 
De broers verkochten Joesef voor een paar zilveren munten, want ze hechtten geen waarde aan hem. Als een stuk koopwaar verstopten ze Joesef tussen hun spullen. En God zag alles. 
De Egyptenaar die hem gekocht had, zei tot zijn vrouw Zoleega: ‘Geef hem een goede plek. Misschien is hij nuttig. Of we kunnen hem als ons kind aannemen.’
Zo vestigden Wij Joesef in dat land en Wij onderwezen hem in de uitleg van dromen. 
God weet wat Hij doet, maar de mensen weten het niet. 
Toen Joesef een jongeman was, gaven Wij hem kennis en een goed vermogen om te oordelen.
6
Zoleega, de vrouw van het huis waar Joesef woonde, vroeg hem om zijn liefde. Ze deed de deuren op slot en zei: ‘Kom!’ 
Joesef antwoordde: “Zoek je toevlucht tot God. Je man is mijn heer en hij heeft me een goed onderdak gegeven.’ 
Maar zij wilde hem hebben, en hij had haar ook gewild, als hij Gods teken niet had gezien. 
Zo hebben Wij het kwaad van hem afgewend. Want hij was een uitverkorene.

7
Toen ze iemand aan het slot hoorden morrelen, spoedden ze zich naar de deur. Zoleega scheurde Joesefs hemd van achteren open toen ze zag dat het haar echtgenoot was die voor de deur stond. 
Zij zei vals: ‘De straf voor iemand die kwade bedoelingen met je vrouw heeft, is niets anders dan de gevangenis. Of een pijnlijke vergelding.’
Joesef zei: “Zij wilde mij verleiden!’ 
Een getuige zei: ‘Als zijn hemd van voren is gescheurd, dan spreekt zij de waarheid en liegt hij. Maar als zijn hemd van achteren is gescheurd, dan spreekt zij leugens en hij vertelt de waarheid.´
Toen haar man zag dat het hemd van achteren gescheurd was, zei hij : ‘Het is een vrouwenlist. En de listen van vrouwen zijn verbazingwekkend. Joesef! Vergeet dit. En jij, vrouw, vraag vergiffenis!’

8
Er waren vrouwen in de stad die zeiden: ‘De vrouw van Aziz heeft aan haar knecht liefde gevraagd. Zij is verliefd.’ 
Toen Zoleega van het geroddel hoorde, nodigde zij de vrouwen uit voor een maaltijd. Ze gaf aan ieder een mes en ze zei toen tot Joesef: ‘Laat je zien.’ 
Toen de vrouwen hem zagen, vonden ze hem fantastisch. Ze sneden zich achteloos in hun handen en ze zeiden: ‘Bij God. Dit is geen mens maar een dierbare engel.’ 
Zoleega zei: ‘Dit is degene over wie jullie mij verwijten hebben gemaakt. Ik vroeg hem inderdaad om liefde, maar hij weigerde het. En als hij me niet geeft wat ik hem vraag, zal hij in de gevangenis terechtkomen en hij zal vernederd worden.’
Joesef zei: “God! De gevangenis is mij liever dan wat zij me vraagt. Als Gij haar list niet afwendt, zal ik buigen.’
God verhoorde hem, en wendde haar list van hem af.

9
En zo werd Joesef gevangengezet. 
En met hem gingen ook twee jonge slaven de gevangenis in. Een van hen zei: “Ik zag mezelf in een droom druiven tot wijn persen.’ 
De andere zei: ‘Ik zag mezelf brood boven op mijn hoofd dragen waarvan de vogels pikten. Joesef verklaar het ons!’ 
Joesef zei: ‘Er zal geen voedsel tot jullie komen voordat ik de uitleg van jullie dromen bekend heb gemaakt. Mijn God heeft het me geleerd. 
O, mijn medegevangenen. Een van jullie zal zijn heer wijn schenken, maar de andere zal gekruisigd worden en de vogels zullen van zijn hoofd eten.’ 
En hij zei tot degene van wie hij wist dat hij vrij zou komen: ‘Noem mijn naam bij je heer.’
Maar de Satan deed het hem vergeten. Zo bleef Joesef enkele jaren in de gevangenis.

10
Op een dag vertelde de koning van Egypte: ‘Ik heb over zeven vette koeien gedroomd die door zeven magere koeien werden opgegeten. En ook over zeven groene aren en zeven droge aren. O, jullie raadgevers! Leg mijn droom uit!’ 
Ze zeiden: ‘Het zijn dwaze dromen en wij kunnen ze niet verklaren.’ 
Een van de aanwezigen was de slaaf die bij Joesef gevangen had gezeten. Hij zei: ´Ik kan u een verklaring bezorgen.´ 
De farao stemde in en de slaaf zocht Joesef op in de gevangenis.
Hij zei tot Joesef: ‘Leg mij de betekenis uit van zeven vette koeien die door zeven magere koeien worden opgegeten en van zeven groene aren en zeven andere die droog waren. Ik zal je uitleg aan hen brengen die op mij wachten.’ 
Joesef zei: ‘Blijf zeven jaar zoals gewoonlijk zaaien, en bewaar je rijke oogst, op een klein deel na dat jullie eten. 
Dan komen er zeven moeilijke jaren waarin jullie van het een zullen eten dat van tevoren bewaard is. 
Daarna zal er een jaar komen waarin het gaat regenen en de mensen zullen weer olijven persen.’

11
De farao hoorde de uitleg van Joesef en zei: ‘Breng die man hier!’ 
En toen hij met Joesef gesproken had, zei hij: ‘Vanaf vandaag krijg je een plaats bij ons, je hebt ons vertrouwen.’ 
Joesef zei: ‘Benoem me tot de toezichthouder over de voorraadschuren van het land, want ik ben een kundige bewaker.’
Zo vestigden Wij Joesef in het land, zodat hij kon doen wat hij wilde.

12
De broers van Joesef kwamen naar de voorraadschuren. Hij herkende hen, maar zij herkenden hem niet. Toen hij ze hun deel gaf, zei hij: ‘Breng me jullie jongste broer. Zien jullie niet dat ik jullie het volledige deel geef en dat ik de beste gastheer ben? Maar als jullie hem niet meebrengen, dan krijgen jullie niets meer van mij.’
Ze antwoordden: ‘We proberen zijn vader zover te krijgen om hem mee te laten gaan. Het zal ons vast lukken.’ 
Joesef zei tot zijn dienaren: ‘Stop hun geld terug tussen hun bezittingen. Ze zullen het zien als ze thuiskomen en ze zullen waarschijnlijk terugkeren.´

13
Toen de broers weer bij hun vader waren, zeiden ze: “Vader! Ze hebben ons een maat minder gegeven. Zend dus onze jongste broer met ons mee, zodat we die maat kunnen krijgen. We zullen goed over hem waken.’
Jakoeb zei: ‘Ik vertrouw jullie niet. Dat heb ik al een keer gedaan. 
God is de beste bewaker.’
Op het moment dat ze hun spullen uitpakten, vonden ze hun geld. Ze zeiden: ‘O, vader! Wat willen we nog meer? Ons geld is aan ons teruggegeven. We kunnen weer koren voor onze familie halen. We zullen op onze broer letten en we krijgen nog een extra kameellast.’
Jakoeb zei: ‘Ik zal hem nooit met jullie mee laten gaan, tenzij jullie bij God zweren dat jullie hem bij me terugbrengen.´Ze zwoeren bij God en Jakoeb zei: ‘God weet wat we hebben afgesproken.’
En hij voegde eraan toe: ‘Mijn zonen. Ga niet door één poort naar binnen, ga door verschillende poorten naar binnen hoewel ik niets tegen Gods wil kan doen. Ik heb mijn vertrouwen op Hem gesteld. Wie Hem vertrouwt, moet Hem blijven vertrouwen.’ 
Ze gingen de stad binnen zoals hun vader hun gevraagd had, maar dit veranderde niets aan Gods wil. 
Toen ze bij Joesef kwamen, ontving hij zijn jongste broer Benjamin apart en hij zei: ‘Ik ben je broer Joesef. Wees niet verdrietig.’
Nadat hij de anderen hun deel gegeven had, verstopte hij een beker tussen de spullen van Benjamin. 
Een knecht riep: ‘Hé, jullie van de karavaan. Jullie zijn dieven!’ 
De broers van Joesef zeiden: ‘Hoezo?! Wat mis je?’ 
´De beker van de farao is zoek.’
De broers van Joesef zeiden: ‘Bij God! We zijn niet gekomen om kwaad te doen in dit land. We zijn geen dieven.’ 
De  voorbijgangers vroegen zich af wat de straf op zo’n diefstal zou zijn. 
De broers van Joesef zeiden: ‘Als de beker bij een van ons wordt gevonden, is hij een dief en mag hij daarvoor gestraft worden.’ 
De knecht begon in hun zakken te zoeken. Als laatste keek hij in Benjamins zak en haalde de beker tevoorschijn. 
Die valstrik hebben Wij Joesef ingefluisterd, anders kon hij volgens de wet van de koning zijn broer niet vasthouden. 

14
De broers zeiden: ‘Zoals Benjamin steelt, zo heeft zijn broer vroeger ook gestolen.’
Maar Joesef deed alsof hij het niet gehoord had. Hij zei in zichzelf:
“Jullie zijn nog met die misstap bezig en God weet het.’
Ze zeiden: ‘O, heer, hij heeft een bejaarde vader, neem een van ons in zijn plaats. U bent een oprecht persoon.’
Joesef zei: ‘Bij God, we sluiten niemand anders op dan de persoon bij wie we de beker gevonden hebben.’
Teleurgesteld trokken ze zich terug om zich te beraden. 
De oudste zei tegen de anderen: ‘Ik zal dit land niet verlaten totdat ik toestemming van mijn vader heb.
Keer terug naar vader en zeg: “Vader, uw zoon heeft gestolen. En we hebben alleen hetgeen gezegd dat we wisten. Waarlijk, we konden het geheim niet weten. Vraag het de mensen van die stad en van de karavaan. We vertellen de waarheid.'  
Zo gingen ze zonder Benjamin terug naar huis en ze vertelden het verhaal aan hun vader.

15
Jakoeb zei bedroefd: ‘Jullie hebzucht leidde jullie tot die daad. Nu heb ik veel geduld nodig. Wellicht zal God mijn zonen bij mij terugbrengen. Hij is almachtig.' 
En hij wendde zich van hen af en zei: ‘Ik heb verdriet over Joesef’ 
Zijn ogen werden blind van smart. 
Ze zeiden: ‘Uw pijn wordt uw dood, vader.' 
Hij zei: ‘Ik klaag over mijn verdriet alleen bij God. Mijn zonen. 
Ga en zoek Joesef en zijn broer, want ik heb van God iets gehoord wat jullie niet weten.’

16
Toen zij bij Joesef kwamen, zeiden ze: ‘O, heer! Wij en onze familie hebben met veel tegenspoed te kampen. We hebben een geringe hoeveelheid geld bij ons, maar geef onze broer terug.’ 
Joesef zei: ‘Weten jullie nog wat jullie met je broer Joesef gedaan hebben, toen jullie nog onwetend waren?’ 
Pas nu herkenden ze hem. ‘Ben jij Joesef?!’ 
Hij zei: ‘Ja, ik ben Joesef En dit is mijn broer.’ 
Ze zeiden: ‘God heeft je boven ons verkozen. We zijn fout geweest.’ 
JIoesef zei: ‘Heden wordt jullie niets verweten. God moge jullie vergeven. Hij is liefdevol. Neem nu dit overhemd van mij en trek het over de ogen van mijn vader, dan zal hij weer kunnen zien. En breng al je familie bij mij!’

17
Later, toen de karavaan in Egypte was aangekomen, zei hun vader tegen zijn reisgenoten: ‘Jullie moeten me niet voor gek verklaren, maar ik ruik de geur van Joesef’
Ze zeiden: ‘Bij God! Je dwaalt nog altijd in je oude gedachten.’ 
Toen de verkondiger van het goede nieuws kwam, trok hij het overhemd over Jakoebs ogen en hij kon weer zien. 
Hij zei: ‘Heb ik jullie niet verteld dat God me iets verteld heeft wat jullie niet wisten?’

18
Bij het weerzien omarmde Joesef zijn ouders en zei: ‘Welkom in Egypte! Met Gods wil. Hier ben je veilig!’

54   (Tulp)

De stad Alhadjr
Allah mocht de duivel want hij bleef God aanbidden. Hij deed zo overdreven dat de engelen misprijzend naar hem keken. Maar Allah amuseerde zich. De duivel was Hem dierbaar. 
Toen Allah de mens creëerde, werd Hij verliefd op zijn eigen schepping. Dat wekte jaloezie bij de duivel. 
De duivel had verwacht dat Allah de aarde aan hem en Zijn nazaten zou geven, maar Allah deelde de aarde toe aan Adam. En Hij schiep zelfs een vrouw uit de zijde van Adam om het leven voor hem aangenamer te maken. De duivel werd bijna blind van haat. Maar omdat Allah een zwak voor de duivel had, gaf Hij hem toestemming om met Adam naar de aarde te gaan. 
(Naar Sjeeg Ahmad Gazaie Razi)

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alef Lam Raa.
Dit zijn de tekenen van de Koran.
Wij hebben geen stad vernietigd buiten de vastgestelde tijd.
De tijd van een volk komt niet te vroeg, ook niet te laat.
De ongelovigen zeiden: ‘O, jij, naar wie de Koran gezonden is, jij bent gek. Had je niet met engelen kunnen komen als je de waarheid spreekt?’
Wij zenden de engelen alleen als het nodig is, maar als de engelen komen, is de tijd van die mensen voorbij.

2
Mohammad! Wij hebben de Koran gezonden en Wij zullen erover waken.
Al voor jouw tijd hebben Wij profeten gestuurd naar de oude volkeren. Maar er kwam geen profeet tot hen of zij vernederden hem.
Al zouden Wij voor hen een deur in de lucht openen waardoor ze hoog in de hemel zouden kunnen gaan, dan nog zouden ze zeggen: ‘Onze ogen zijn beneveld. We zijn betoverd.’

3
Wij hebben in de hemel sterrentorens gemaakt en Wij hebben ze mooi versierd voor de toeschouwers. En Wij hebben ze beschermd tegen de vervloekte Satan; elke Satan die stiekem dicht bij de hemel kwam om af te luisteren, werd achtervolgd door een brandende meteoriet.

4
En Wij hebben de aarde uitgebreid en de bergketens erop aangebracht. 
Wij hebben er allerlei belangrijke dingen doen groeien in de juiste vorm.
Wij zorgen voor het nodige voedsel en voor hen die jullie niet onderhouden.
Er is niets of zijn schatkamer ligt bij Ons. En Wij zenden het voedsel in de benodigde hoeveelheden.

5
En Wij sturen zwangermakende winden en Wij doen water uit de lucht vallen, waarmee Wij jullie dorst lessen, want zelf kunnen jullie het niet vergaren. 
Wij zijn het die leven geven en doen sterven en Wij zijn de erfgenaam van het geheel.
En Wij kennen degenen die voor jullie kwamen en hen die na jullie zullen komen. 
Mohammad! Jouw schepper zal ze allemaal bij elkaar brengen. 
Hij is alwijsl Hij is alwetend!

6
Wij hebben de mens uit een oud, droog, stinkend stuk modderklei gemaakt. Daarvoor maakten Wij de djinn uit een puur vuur zonder rook. 
Mohammad! Zo ging het tot jouw Schepper tegen de engelen zei: ‘Ik ga de mens uit stinkende modderklei maken. En als Ik ermee klaar ben en iets van Mijn geest in hem geblazen heb, kniel dan voor hem!’ 
De engelen knielden samen voor de mens, maar de Satan deed het niet. 
God zei: ‘O, Satan! Wat is er met je? Waarom kniel je niet?’ 
De Satan zei: ‘Ik ben niet zo dat ik ga knielen voor een mens die Gij uit stinkende modderklei gemaakt hebt.’
God zei: ‘Weg hier, verworpene. Je bent vervloekt tot de dag des oordeels.’ 
De Satan zei: ‘Mijn Schepper! Geef me de tijd tot de dag waarop de mensen na hun dood opgewekt worden.’ 
God zei: ‘]e krijgt de tijd.’
De Satan zei: ‘Mijn heer! Nu Gij me misleid hebt, zal ik de mensen op de aarde misleiden.’
God zei: ‘Weet dat je Mijn ware dienaren niet bereiken kunt, behalve hen die verdwaald zijn. En de hel is de plaats waar ze elkaar zullen treffen.
Weet! De hel heeft zeven poorten en elke poort is bestemd voor een bepaalde groep. 
Maar de gelovigen komen in de tuinen van geluk terecht waar de bronnen opwellen.
Er wordt tegen hen gezegd: “Treed er in gezondheid en vrede binnen.”
Wij zullen alle wrok uit hun borsten wegnemen. Ze gaan op de rustbedden tegen over elkaar zitten. Ze worden daar niet moe en Ze worden niet weggestuurd.´

7
Mohammad, zeg tegen mijn dienaren dat Ik een aardige God ben, maar dat Ik ongenadig straf. 
Mohammad, vertel hun over de gasten van Ibrahim toen ze als engelen bij hem binnengingen. 
De engelen zeiden: ‘Salam!’ 
Ibrahim zei: ‘Ik ben bang. Wie zijn jullie?’ 
Ze zeiden: ‘Wees niet bang. We hebben goed nieuws. Je krijgt een wijze zoon.’ 
Ibrahim was op zijn hoede: ‘Verkondigen jullie me zulk goed nieuws terwijl ik bejaard ben? Wat betekent dit ?’ 
Ze zeiden: ‘Wees niet wanhopig. Het is een waar bericht.’ 
‘Wat zoeken jullie hier verder?’ vroeg Ibrahim. 
Ze zeiden: ‘We komen voor het volk van Loet.’

8
Toen de engelen bij Loet binnengingen, zei Loet: ‘Ik ken jullie niet.’ 
Ze zeiden: ‘We hebben iets voor je meegenomen waaraan je mensen twijfelden. We hebben de waarheid voor je meegenomen. En we zijn oprecht.’ 
De mannen van de stad kwamen in het huis van Loet. 
Loet zei: ‘Mannen! Het zijn mijn gasten. Breng me niet in verlegenheid! Vrees God en verneder mij niet. Hier zijn mijn dochters.’

9
Mohammad! Dat volk was blindelings verdwaald. 
Bij zonsopgang werden ze gegrepen door een doodskreet. En Wij haalden in de stad het onderste boven. En Wij lieten een regen van kleiblokken op hen vallen. De ruïne van die stad is nog duidelijk zichtbaar aan kant van de weg.

10
Ook de mensen van de stad Alhadjr waren onrechtvaardig. Ze noemden de profeten leugenaars. Wij hebben ook op hen wraak genomen. Ze hadden in de bergen huizen gemaakt om veilig te zijn, toch werden ook zij gegrepen door de doodskreet in de vroege morgen. 
Mohammad! Jouw schepper is de Alwetende. 
En Wij hebben jou de grote Koran gegeven.
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Ik ben een duidelijk sprekende waarschuwer.´ 
Dus kondig luidop aan wat je geopenbaard is en wend je af van hen die niet geloven. 
Wij weten dat je verdriet hebt om wat zij zeggen, maar blijf doorgaan tot je dood komt. 

55   (Regen)

Het vee
Namroed was koning in een land op de plaats waar nu Egypte ligt. Hij heerste als een tiran en diende de afgoden. Azar, zijn beeldhouwer, maakte die afgoden voor Namroed.
De sterrenkundigen waarschuwden de koning: ‘Er wordt een kind geboren dat later de afgoden zal vernietigen. En hij zal jou om het leven brengen.’
Namroed beval om alle pasgeboren zonen te doden. 
De vrouw van Azar was zwanger, ze baarde een zoon die ze Ibrahim noemde. Om haar kind te beschermen tegen de mannen van Namroed nam ze hem mee naar de bergen. 
Op een nacht, toen de kleine Ibrahim voor het eerst in zijn leven de grot verliet, werd hij getroffen door de schoonheid van de nacht vol sterren.
‘Wat is dit? Van wie is dit?’ vroeg hij verwohderd. 
Er verscheen een heldere ster en in de verte klonk een stem: ‘Haza Rabbi van Hem, van je Schepper.’ 
De ster verdween en Ibrahim zei: ‘Ik houd niet van wat verdwijnt.’
Toen kwam de maan op en dat gaf Ibrahim troost.

Toen Ibrahim groot was, verliet hij de bergen. En toen hij een sterke man geworden was, sloeg hij de afgoden kapot. 
Koning Namroed liet een groot vuur maken, zodat alle vlammen hoog als de grote bergen oplaaiden. En hij gaf het bevel om Ibrahim in dat vuur te gooien.
God zei tot het vuur: ‘Wees koud!’
Het vuur werd koud en op die plek groeiden later bomen, planten en bloemen.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Geprezen zij Allah, die de aarde en de hemelen gemaakt heeft, en de donkerte en het licht tot stand heeft gebracht. 
Toch zijn er mensen die naast Hem andere goden bedenken. 
Hij is het die jullie uit klei heeft gemaakt, en de lengte van jullie leven en jullie dood heeft vastgesteld. Toch twijfelen jullie. 
Maar Hij is God en Hij kent al jullie geheimen. 

2
Hebben ze er nooit bij stilgestaan hoeveel volkeren Wij hebben vernietigd? De volkeren aan wie Wij macht hadden gegeven die Wij aan jullie niet hebben gegeven. 
En Wij hebben veel regen over hen laten vallen en rivieren voor hen doen stromen. 
Maar toch straften Wij hen met de dood voor hun zonden en Wij lieten nieuwe volkeren ontstaan. 

3
Mohammad! Ook al hadden Wij een boek met papier op je neer laten dalen, zodat zij het met hun eigen handen aan zouden kunnen raken, dan nog zouden ze gezegd hebben: het is tovenarij. 
En ze zouden zeggen: ‘Waarom daalt er dan geen engel neer tot hem?’ 
Maar als Wij een engel gestuurd zouden hebben, zou dat het einde geweest zijn. Ze zouden geen kans meer gekregen hebben. 
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Reis eens rond op de aarde en kijk hoe het uiteindelijk is afgelopen met de leugenaars.' 
Vraag hun: ‘Van wie is wat op de aarde en in de hemelen is ?’
En leg uit: ‘Alles is van God, die de toegeeflijkheid aan zichzelf toegeschreven heeft.
Van Hem is wat er in de nacht en op de dag beweegt en rust. En Hij hoort alles.’
Zeg: ‘Hoe kun je een andere beschermer kiezen dan God? Hij, die de maker van de hemelen en van de aarde is? Hij, die iedereen zijn brood geeft, maar Zichzelf niets geeft?’
Zeg: ‘Hij heeft me opdracht gegeven om Hem als eerste te loven.
En om niet een van de aanbidders van de afgoden te zijn.’
Leg uit: ‘Je moet bang zijn om Hem niet te gehoorzamen.'
Vraag: ‘Wiens getuigenis is het beste ?’
Zeg: ‘God, die tussen ons en jullie getuigt, heeft deze Koran aan mij geopenbaard opdat ik jullie en iedereen die het bereikt daarmee waarschuw.’
Vraag: ‘Willen jullie echt getuigen dat er naast God nog andere goden zijn?’
Zeg: “Ik getuig niet.’
Leg uit: ‘Hij is Eén, en waar jullie mee bezig zijn, daar houd ik me buiten.’

4
De onrechtvaardigen zullen nergens geluk vinden. Ze zijn leugenaars.
Ze zeggen dat er geen leven na de dood is, en dat ze niet tot leven geroepen kunnen worden als ze eenmaal dood zijn.
Het leven op aarde is niets anders dan een spel, maar het leven na de dood is het beste voor hen die geloven.
Mohammad, Wij weten dat hun leugens je verdrietig maken. Ze weten dat je niet liegt, maar ze willen Gods woord verwerpen.
Vroeger was het ook zo, ze beschuldigden de oude profeten van leugens. Maar de profeten bleven geduldig doorgaan met hun missie en ze verdroegen het leed totdat Onze hulp tot hen kwam.
Mohammad! We hebben je van het leven van de andere profeten op de hoogte gesteld. Er is niemand die Gods woord veranderen kan. Maar als je hun afkeer toch niet meer dragen kunt, graaf dan een tunnel in de grond of maak een hoge ladder naar de hemel om voor hen een wonder te halen.
Doe dat dan als je kunt. Maar je bent daartoe niet in staat. Dus wees niet een van de dwazen!

5
Alleen zij die waarlijk luisteren, horen de boodschap.
God zal de doden opwekken en ze zullen allemaal naar Hem terugkeren.
En zij zeiden: ‘Is het voor God niet mogelijk om een teken naar Mohammad te zenden?’
Mohammad, zeg: ‘God is in staat om een teken neer te laten dalen, maar de meesten van hen weten het niet.'
Er is geen beest op de aarde en geen vogel die een gemeenschap heeft zoals die van jullie.
Ze hebben in het boek niets verzuimd.
Zij zullen allemaal terugkeren naar God.
Zij die Onze woorden leugens noemen, zijn doof en stom en ze dwalen in het donker.

6
Mohammad, zeg: ‘Denk na. Welke God gaat jullie helpen als God het licht van je ogen wegneemt, je doof maakt, en je hart verzegelt?’
Kijk hoe Wij de tekenen duidelijk en samenhangend verklaren. 
Toch wenden ze zich af.
Zeg: ‘Denk na! Wie zullen er vemietigd worden, anders dan de onrechtvaardigen als Gods straf onverhoeds en onomwonden tot jullie komt?’
Leg hun uit: ‘Ik zeg niet dat Gods schatten bij mij te vinden zijn en dat ik het verborgene ken noch zeg ik dat ik een engel ben. Ik doe niets anders dan de opdracht vervullen die ik van boven krijg.
Is de blinde gelijk aan de ziende? Waarom denken jullie niet na ?’
Zeg: ‘Mij is het verboden om degenen te dienen die jullie in plaats van God dienen. Ik volg jullie lusten niet. En als ik het doe, kom ik op een verkeerd pad en zal ik dwalen.’
Vertel hun: ‘Ik heb een duidelijk teken van mijn God, hoewel jullie het leugens noemen. Ik ben niet bij machte om te geven wat jullie met alle geweld van mij willen. Als ik macht had, dan zou de zaak tussen ons allang beslecht zijn. Het oordeel is alleen bij God.
Hij kent de onrechtvaardigen beter.’

7
Zeg: ‘De sleutels van het verborgene liggen bij Hem. En alleen Hij weet het. En Hij weet wat op het land en in de zee is. En er valt geen blad van een boom of Hij weet het. En er is geen korrel onder de lagen van de grond, niets vochtigs en niets droogs of het staat in het Boek in den Beginne.
En Hij is het die je geest in de nacht weghaalt en die weet wat je overdag gedaan hebt. Dan wekt Hij jullie weer en het gaat zo door totdat je tijd om is. Daarna keren jullie allemaal terug naar Hem.
En krijgen jullie te horen wat je in je leven gedaan hebt.’
Zeg: ‘Hij heeft de macht over zijn dienaren. En Hij stuurt bewakers voor jullie, om jullie daden te registreren. En als de dood een van jullie treft, wordt hij gehaald.
God neemt de beslissing en Hij rekent snel af.’
Vraag hun: ‘Wie zal jullie redden van de duisternis, van de bedreigingen op het land en van de zee?’

8
Het ging zo door tot Ibrahim tegen zijn vader Azar zei: ‘Beschouwt u de afgoden als God? Ik zie dat u en uw volk duidelijk de weg kwijt zijn.’
Wij lieten Ibrahim het koninkrijk der hemelen en der aarde zien opdat hij bij hen zou behoren die niet twijfelden.
Toen de nacht hem bedekte, zag hij een ster. Hij zei: ‘Dit is mijn God.’ Maar toen de ster onderging, zei hij: ‘Ik houd niet van hen die verdwijnen.’
Toen hij de maan zag opkomen, zei hij: ‘Dit is mijn God.’ Maar toen hij afdaalde, zei hij: ‘A1s God mij niet leidt, zal ik behoren tot hen die dwalen.'
En toen hij de zon zag opkomen, zei hij : ‘Dit is mijn God. Hij is groter.’ En toen hij weer onderging, zei Ibrahim: ‘Mijn volk, ik heb niets met jullie afgoden. Ik richt me tot Hem die de hemelen en de aarde gemaakt heeft.'
Mohammad, vraag hun: ‘Wie heeft het boek neergezonden dat Mozes als licht en leidraad openbaarde en waarvan jullie sommige delen verbergen?’
Zeg: ‘God! En laat hen dan met hun woordspelletjes alleen achter.’
Wij hebben een gezegend boek gestuurd, als getuige van water al eerder was.

9
God is het die de zaadkorrels en de pitten doet splijten. Hij wekt de levende uit de dode en de dode uit de levende.
Zo is God, hoe kun je dan een verkeerd pad inslaan?
Hij is het die een barst in de nacht maakt om de morgen te brengen en hij heeft de nacht rustgevend gemaakt. Hij heeft de zon en de maan gemaakt om de tijd te berekenen.
Het is de afbakening van de macht. Hij is alwetend.
Hij is het die de sterren heeft gemaakt, opdat je je weg over zee en op het land in het donker kunt vinden. Onze tekens zijn duidelijk zichtbaar voor hen die inzicht hebben.
En Hij is het die jullie uit één lichaam heeft laten ontstaan en daarna is er een verblijfplaats in de rug van je vader en een verblijfplaats in de buik van je moeder gemaakt. 
Hij is het die water uit de lucht doet vallen.
Wij hebben daarmee allerlei gewassen laten groeien. En Wij hebben uit groene takken blaadjes laten schieten waarin wij verpakte zaadkorrels voortbrachten. En uit de dadelbomen bloesems, de hangende dadeltrossen, en ook de druiventuinen en de olijfbomen en de  granaatappelbomen die voor een deel op elkaar lijken en voor een deel niet.
Kijk naar hun vruchten als ze rijp zijn, daarin zitten tekenen voor hen die geloven.

10
Ze hebben God als gelijke van djinns bedacht, terwijl Hij zelf die djinns geschapen heeft. 
En uit onwetendheid hebben ze dochters en zonen voor Hem bedacht.
Allah is heilig en Hij staat boven alles wat zij Hem toedichten. 
Hoe kan Hij een zoon hebben als Hij niet eens een vrouw heeft?
Allah is de oorzaak van alles. De ogen zien Hem niet, maar Hij ziet de ogen.

11
Moet ik dan een ander dan God als getuige vragen, terwijl Hij het is die het boek onovertroffen en duidelijk naar jullie toegezonden heeft? Wees dus niet een van die twijfelaars.
En als je in Zijn tekenen gelooft, eet dan alleen van dat waarover Gods naam is uitgesproken tijdens het slachten. 
En eet niet van dat waarover Gods naam niet vermeld is, want dat is duidelijke ongehoorzaamheid.
Mohammad, zeg: ‘Mijn volk, doe wat je wilt. Ik doe het ook. Dan zullen we zien wie de beloning van het laatste verblijf krijgt.’

12
En zij hebben een deel van hun akkeropbrengst en hun vee voor God opzij gezet. En ze zeggen: ‘Dit is voor God. En dit voor onze afgoden.’
Er komt niets van dat afgodendeel bij God terecht. Integendeel, ze geven van Gods deel aan hun afgoden.
Ze denken dat de afgoden hen op die manier zullen vergeven voor het doden van hun kinderen.
Mohammad, laat ze alleen met hun leugens. 
Ze zeggen: ‘Wat in de buik van dit vee zit, is uitsluitend voor de mannen. Maar als het dood is, is het voor iedereen.’
Ze worden gauw bestraft voor hun gedrag, want God is alwijs. 
Zij die hun kinderen doden, zijn de verliezers. Ze dwalen en vinden de juiste weg niet.
God is het die de tuinen met gestutte en ongestutte bomen heeft laten ontstaan en de dadelbomen en het gewas met verschillende vruchten en de olijfbomen en de granaatappelbomen die op elkaar lijken of van elkaar verschillen.
Eet de vruchten ervan als het zover is, maar vergeet de armen niet tijdens de oogst.
Eet, maar verkwist het niet. Want God houdt niet van hen die verkwisten. 
En Hij heeft onder de dieren lastvee en slachtvee geschapen. Eet wat God aan je gegeven heeft en volg de Satan niet. Hij is duidelijk je vijand.

13
Mohammad, leg hun uit: ‘Acht dieren in paren zijn voor jullie geoorloofd: van de schapen twee. Van de geiten twee.’
Zeg: ‘Heeft Hij de mannelijke verboden of de vrouwelijke, ofwel wat de vrouwelijke in haar buik heeft ?’
Als jullie het beter weten, vertel het me dan.
‘Twee van de kamelen. Twee van de koeien.’ 
Waarom liegen jullie om de mensen op een verkeerd pad te krijgen?
Leg uit: ‘In alles wat mij geopenbaard is, zie ik niets wat je niet nuttigen kunt. Behalve het vlees van een dood beest. Of stromend bloed. Of varkensvlees, want dat is een gruwel. Of vlees van een offer waarbij tijdens het slachten opzettelijk de naam van een ander dan God aangeroepen is. Maar als je in een noodsituatie verkeert, is het toegestaan. God is vergevend.’

14
Aan de joden hebben Wij het volgende verboden: ‘Elk soort beest dat klauwen heeft. 
Voor hen is ook het vet van een koe, schaap en geit verboden, uitgezonderd het vet in de rug van die dieren, of het vet dat aan hun darmen vastzit, of aan hun botten.’ 
Dit hebben Wij hun opgelegd als straf omdat ze zo inhalig zijn.

15
Mohammad, zeg: ‘Kom dichtbij zodat ik jullie kan vertellen wat God jullie verboden heeft: 
Het is verboden om God met iets te vereenzelvigen. 
Verboden om je ouders slecht te behandelen.
Verboden om je kind uit armoede te doden. Wij zijn het die je brood geven en brood voor je kinderen.
Verboden om ongepaste daden uit te voeren, hetzij in het Openbaar, hetzij in het geheim. 
Verboden om een mens te doden die God onaantastbaar heeft verklaard, behalve als de wet anders bepaalt. 
Verboden om aan het bezit van een weeskind te komen.
Ga eerlijk om met de weegschaal. En wees onpartijdig als je getuigt of als je het recht uitspreekt, zelfs als het over een bloedverwant gaat.
Wij vragen niemand iets buiten zijn kunnen te doen. Dit is de juiste weg. Mijn weg!’

16
Wie iets goeds doet, wordt daarvoor tien keer beloond. En wie iets kwaads doet, wordt alleen gelijk aan zijn daad gestraft. 
Mohammad, vertel hun: “Mijn God heeft me op het rechte pad gebracht, naar het geloof van Ibrahim.'
Zeg: ‘Mijn gebed, mijn leven en mijn dood zijn voor God, de Maker van het heelal.’

56   (Klomp)

Rij aan rij
Van al die duizenden profeten voelde Mohammad zich bij de profeet Ibrahim het meest thuis. 
Mozes was van de joden. Jezus was van de christenen. Dawoed en Soleiman waren van bijna iedereen. Maar Ibrahim was bijzonder, hij had de Kaabé gemaakt.
Hij had Mekka altijd liefgehad.
En Mekka had Ibrahim geborgenheid gegeven. De stad bood Hadjar, de jonge vrouw van Ibrahim, en haar zoon Ismaiel onderdak.
De bergen van Mekka gaven Hadjar en haar zoon water toen ze bijna van dorst waren bezweken. 
Ibrahim wilde zijn lievelingszoon Ismaiel in de bergen van Mekka offeren.
Maar Allah liet een schaap naar Ibrahim lopen, zodat hij zijn zoon niet hoefde af te staan.
Ibrahim hoorde dus bij Mekka, hij hoorde bij de Kaabé. En Mohammad nam een voorbeeld aan hem.
Ibrahim, Mekka, de Kaabé en de bergen vormden een eenheid om Allah te dienen.
Mohammad, Mekka, de Kaabé en de bergen vormden dezelfde eenheid om Allah te dienen. Mohammad wilde iets afmaken waartoe Ibrahim niet in staat was.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Bij de engelen die zich rij aan rij opgesteld hebben. 
En bij hen die terechtwijzen.
En bij hen die de Koran voorlezen. 
Het is waar. Jullie Schepper is één. 
De Maker van de hemelen en de aarde en van alles wat er tussen beide is.
En de Maker van de plek waar de zon opkomt. 
Wij hebben de laagste verdieping van de hemel met de sterren versierd. En beschermd tegen de opstandige satans, zodat zij niet naar de vergadering van de allervoornaamsten op de bovenverdieping kunnen luisteren. 
Ze worden van alle kanten afgeweerd, verjaagd en bestraft.
Als er een toch stiekem afluistert, wordt hij door een vlammende, vallende ster achtervolgd.

2
Mohammad! Vraag die ongelovigen wat moeilijker te scheppen is: de schepping van hen of de schepping van andere grote dingen die we gemaakt hebben. 
De mens hebben Wij uit klei gemaakt. 
Ja, je bent verwonderd, Mohammad, maar zij lachen je uit. 
Als ze gewaarschuwd worden, trekken ze zich er niets van aan. 
En als ze iets wonderlijks zien, lachen ze nog meer en zeggen: ‘Het is tovenarij. Wanneer we dood zijn en tot niet meer dan stof en beenderen zijn geworden, worden we dan weer opgewekt? En onze voorvaderen ook?
Mohammad, zeg: ‘Ja!’

3
Breng de onrechtplegers en hun vrienden bij elkaar en alles wat zij buiten God dienen en leid hen dan naar de hel. 
Zo doen Wij dat met de misdadigers.
Toen tegen hen werd gezegd: ‘Er is geen God dan Allah’, reageerden ze uit de hoogte en ze zeiden: ‘Moeten we onze goden voor een gekke dichter als Mohammad opgeven?!’ 
Jullie zijn de proevers van de grote pijn.
Maar voor de oprechte bedienden van Allah staat het volgende klaar: alle soorten fruit, en ze worden verwelkomd in de tuinen van geluk met rustbanken tegenover elkaar. 
Voor hen worden bekers rondgebracht met vloeiende wijn, helder wit en heerlijk. 
Ze krijgen er geen hoofdpijn van en ze worden niet dronken. 
Voor hen zijn er mooie, gehoorzame maagden met ogen, groot als eieren.

4
Is dit een meer gepaste ontvangst dan de ontvangst met de zaqqumboom? Die boom groeit op de bodem van de hel. De vrucht daarvan is als de koppen van de satans. De ongelovigen moeten ervan eten en vullen hun buik ermee. Vervolgens krijgen ze een brouwsel van kokend water. Dan zijn ze klaar om naar de hel gebracht te worden.
Ze hadden hun vaderen zien dwalen, en Wij hadden waarschuwers tot hen gezonden. Toch snelden ze hun vaderen achterna. 
Kijk dan hoe het einde is van hen die niet hebben geluisterd. 

5
Noeh riep Ons te hulp, en Wij redden hem en zijn mensen van groot gevaar. Daarna deden we de anderen verdrinken. 
Salam zij met Noeh en alle bewoners van de wereld. 
Ibrahim was een volgeling van hem. 
Hij zei tot zijn vader en zijn volk: ‘Wat is het dat jullie dienen?! 
Verkiezen jullie valse goden boven Allah? Hoe denken jullie dan over de Schepper van de wereld?’
Hij wierp een blik naar de sterren en zei: ‘Ik voel me verre van waar jullie mee bezig zijn.’ 
Zij keerden hem de rug toe en lieten hem alleen achter. 
Hij richtte zich tot de afgoden en zei: ‘Waarom eten jullie niets? 
Waarom praten jullie niet?’ 
En hij begon hen met zijn rechterhand te slaan. 
De mensen renden naar hem toe. 
Ibrahim zei: ‘Dienen jullie iets wat jullie zelf hebben bedacht? 
Terwijl God jullie en alles om jullie heen geschapen heeft?’ 
Ze zeiden: ‘We maken een hoog vuur en daar gooien we je dan in!’
Ibrahim zei: ‘Op die manier ga ik tot mijn God.’ 
Ze smeedden een complot tegen hem, maar Wij verijdelden het en vernederden hen.

6
Toen verkondigden Wij hem een blijde tijding: de komst van een zoon. 
Toen het kind groot was, zei Ibrahim tot hem: ‘O, mijn zoon, ik heb gedroomd dat ik jou offerde. Vertel me! Wat zou ik moeten doen ?’
Zijn zoon zei: ‘O, Vader! Doe wat u bevolen is. U zult mij geduldig vinden.’
Toen zij zich aan Gods wil overgaven en Ibrahim zijn slapende zoon op de grond legde, riepen Wij hem toe: ‘Ibrahim! Ie hebt de droom werkelijkheid gemaakt. We belonen je. Het was een zware beproeving. In plaats van hem aanvaarden Wij een ander offer.'
Salam zij met Ibrahim! 
En Wij kondigden hem goed nieuws aan van Ishaaq, een boodschapper.
Wij prezen hem en Ishaaq. 

7
Ook Elias was een van de boodschappers. 
Hij zei tegen zijn volk: ‘Vrezen jullie niet? Willen jullie Baal blijven dienen en de Schepper vergeten? God, de Maker van jullie en de Maker van jullie voorvaderen?’ 
Ze bestempelden hem als leugenaar. 
Salam zij met Elias. Hij was een van Onze beste volgelingen. 
Ook Loet was een van de boodschappers. 
Wij redden hem en zijn gezin, behalve zijn vrouw, die achterbleef. 
En We vernietigden de anderen. 
’s Morgens en ’s avonds lopen jullie langs de ruines. Willen jullie dan nog niet verstandig worden? 

8
Joenes behoorde ook tot de boodschappers. Hij vluchtte met een vol schip. Een grote vis slokte hem op. Hij verdiende die vernedering. Indien hij geen berouw had getoond, dan zou hij in de buik van die vis zijn gebleven tot de dag waarop iedereen gewekt zou worden. Wij gooiden hem op een leeg strand en hij was ziek. 
Wij lieten een pompoenstruik boven hem groeien. Toen stuurden Wij hem als een boodschapper naar zijn volk.

9
Mohammad, vraag hun of jouw Schepper dochters heeft, terwijl zij zonen hebben. Hebben Wij de engelen vrouwelijk geschapen terwijl zij er getuige van waren? 
Op valse toon zeggen ze: ‘Heeft Allah kinderen verwekt?’ 
Ze zijn leugenaars. 
Heeft God soms dochters boven zonen verkozen? Hoe komen jullie aan zulke dingen? Hebben jullie misschien bewijs? Laat het dan zien als je de waarheid spreekt. 
Ze veronderstellen een gelijkenis tussen Allah en de djinn. 
Maar Allah staat boven alles wat zij Hem toedichten. 
Willen ze zo snel mogelijk Onze bestraffing zien? 
Als die op hun huis neerdaalt, zal dat een slechte dag voor hen zijn.
Mohammad, zeg dat de engelen zeggen: ‘Ieder van ons heeft een bestemde plaats. Wij zijn het die rij aan rij staan. En wij zijn het die Hem lofprijzen.’
Mohammad! Keer hun de rug toe voor een tijdje. 
Zuiver is je Schepper, de Overwinnaar. 
En salam zij met de boodschappers. 
En lof aan Allah, de Maker van de wereld.

57   (Koe)

Logman
Logman was een oude filosoof. Als slaaf had hij met zijn wijsheid zijn vrijheid gekocht.
Van God mocht hij kiezen tussen het profeetschap en de wetenschap.
Hij koos voor de wetenschap. En hij maakte faam.
En de mensen stelden hem vragen: ‘Wat is het bitterste voor de mens ?’
‘Armoede’, zei Logman.
‘Wat is het heerlijkste voor de mens ?’
‘Vermogen ’
‘Wat is het slechtste voor de mens ?’
‘Een ondeugende vrouw. ’
‘Wat is het verdrietigst voor de mens ?’
‘Het moment van de dood. ’
‘Wat is groter dan de zee ?’
‘Een groot hart ’
‘Wat brandt pijnlijker dan vuur?’
‘Jaloezie’, antwoordde Logman.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alef Lam Miem.
Dit zijn de tekenen van het boek vol wijsheid.
Onder de mensen zijn er die met zoete praatjes de anderen op een verkeerd pad willen brengen. Ze worden vernederend gestraft.
En wanneer Onze teksten aan hen worden voorgelezen, draaien ze hun gezicht hooghartig weg alsof zij het niet gehoord hebben, alsof ze doof zijn.
Mohammad! Kondig hun een pijnlijke bestraffing aan.
Allah is almachtig. Allah is alwijs.

2
Hij heeft de hemelen gemaakt met pilaren die niet zichtbaar zijn. 
Hij heeft de bergen aan de grond vastgemaakt, zodat de aarde jullie niet aan het wankelen kan brengen. 
Hij heeft allerlei dieren over de aarde verspreid, Hij heeft water uit de hemel laten vallen en Hij heeft talrijke uitmuntende soorten laten groeien.
Dit is de wereld van Allah. Dus laat Mij zien wat de andere goden gedaan hebben.

3
Wij hebben wijsheid aan Logman gegeven, en Logman gaf raad aan zijn zoon.
Logman zei: ‘Mijn zoon, bedenk niets als deel van Allah, want dat is een groot onrecht!’
Wij hebben de mens de raad gegeven om voor zijn ouders te zorgen.
Jullie moeders hebben jullie gedragen terwijl ze almaar zwakker werden en twee jaar borstvoeding gaven. 
Bedank Mij en je ouders!
Maar als je ouders je aanzetten om iets of iemand aan Mij toe te voegen, moet je niet naar hen luisteren. Blijf bij hen in dit leven, maar kies voor de weg van hen die Mij volgen, want jullie keren allemaal terug tot Mij. 
Logman zei: ‘Mijn zoon! Weet! Al is je daad zo klein als een mosterdzaadje en al is het in een rots of in de hemel, of op de aarde, Allah zal het vinden. Hij ziet alles.’ 
Logman zei: ‘Mijn zoon! Prijs Allah! En geef En heb geduld met wat je overkomt. Geduld is een groot goed.’ 
Logman zei: ‘Draai je gezicht niet weg van de mensen en loop niet hooghartig op de aarde rond, want Allah houdt niet van arrogante mensen.’
Logman zei: ‘Mijn zoon! Wees gematigd! En temper je stem, want de lelijkste stem is als het harde gebalk van een ezel.’ 
Mohammad, wees niet bedroefd om hen die ongelovig willen blijven. Ze worden allemaal naar Ons teruggebracht. Dan zullen Wij ze laten zien wat ze gedaan hebben. Allah weet wat ze in hun harten hebben. Wij zullen hen een tijdje laten genieten, maar daarna zullen We hen beetpakken voor een harde vergelding.
Als jij hun vraagt wie de hemelen en de aarde heeft gemaakt, zullen ze zeggen: ‘Allah.’
Zeg: ‘Lof zij Allah!’

5
Alles in de hemelen en op de aarde is van Allah. Hij is de Rijke, Hij heeft niets nodig. Maar velen weten dat niet.
Als alle bomen op de aarde pennen waren en de zee inkt en nog zeven zeeën die te hulp schieten, dan waren ze nog niet genoeg om Allah mee te beschrijven.
Jullie schepping en jullie terugkeer vormen een eenheid. Allah is alwijs.

6
Mohammad! Heb je niet gezien hoe Allah de nacht laat overvloeien in de dag en de dag laat overvloeien in de nacht? Hoe Hij de zon en de  maan getemd heeft, zodat ze elk een vaste termijn hebben, en dat Hij op de hoogte is van wat jullie aan het doen zijn? 
Weet je niet hoe de schepen door Allah op zee bewegen om jullie iets van Zijn tekenen te laten zien? 
Daarin zit zonder twijfel een les voor hen die geduld hebben en dankbaar zijn.
Zodra ze door golven, hoog als bergen, getroffen worden, roepen Ze Allah aan, maar als Hij hen redt en veilig aan land brengt, volgen slechts enkelen het rechte pad. Anderen verloochenen Onze tekenen.

7
Mensen, vrees je Schepper! En vrees de dag waarop geen vader zijn zoon meer kan helpen en geen zoon zijn vader. Gods waarschuwing is indringend. 
Laat het alledaagse leven jullie niet misleiden, en laat de Satan jullie niet bedriegen. 
Alleen Allah heeft kennis over het latere leven en Hij is het die de regen laat vallen. Hij weet wat er in de buik van een moeder zit en niemand weet wat hem de volgende dag te wachten staat. 
Allah weet alles.

58   (Windmolen)

Het volk Saba
Taloet was een rechtvaardige koning Toen zijn dood naderde, wees hij zijn moedige en wijze schoonzoon Dawoed aan als zijn opvolger.
De Israëlieten waren ook gelukkig met die keuze.
Dawoed was een nakomeling van Jakoeb, van Ishaaq en van Ibrahim. Later werd hij uitverkoren als profeet.
Dawoed had rood haar en groene ogen die soms blauw schitterden, bovendien bezat hij een mooie stem. God had niemand eerder zo’n prachtige stem gegeven. 
Als hij zong, hielden de mensen, de vogels en de dieren hun adem in om naar hem te luisteren. 
Dawoed was de eerste mens die een harnas droeg. 
De engel Ghabriël leerde hem het ijzer te smelten en het in vorm te gieten. Tijdens gevechten droeg hij zijn harnas onder zijn kleren en niemand was van zijn geheim op de hoogte. 
Hij werd de sterkste en geheimzinnigste koning van de wereld. 
God schonk hem een zoon, die de naam Soleiman kreeg.
In deze soera wordt het levensverhnal van Soleiman weer opgepakt. 
Toen Soleiman stierf wist niemand dat, want hij bleef gewoon op zijn benen staan.
Een houtworm merkte het als eerste op.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Geprezen zij Allah. Alles op de aarde en in de hemelen is van Hem. 
Hij zij ook geprezen in het latere leven.
Hij weet wat de aarde in gaat en wat eruit komt en wat uit de hemelen naar beneden valt en wat naar de hemelen opstijgt. Hij is liefdevol en vergevend.

2
De ongelovigen zeggen dat de dag des oordeels niet tot hen zal komen. 
Zeg tegen hen: ‘Hij zal zeker komen! Bij Allah, die het verborgene kent, hij zal tot jullie komen.’
Er is niets in de hemelen en op de aarde dat Hem ontgaat. En er is niets zo klein of zo groot, of het staat duidelijk in het Boek in den Beginne vermeld.

3
De ongelovigen zeggen: ‘Zu1len we jullie bij een man brengen die beweert dat jullie weer tot leven zullen komen na de dood, als jullie vergaan zijn? 
Liegt hij over zijn God, of is hij gek geworden?’ 
Mohammad! Kijken ze soms niet naar de hemel en naar de aarde Voor hen en achter hen?
Indien Wij willen, kunnen Wij hen de aarde intrekken, of laten Wij een deel van de hemel op hen vallen. 
Daarin zit een les voor hen die zich tot God wenden. 

4
Wij hebben iets van Onszelf aan de profeet Dawoed gegeven. En Wij zeiden: ‘Bergen, zing samen met hem lof! Vogels, jullie ook!’ 
Wij maakten het ijzer buigbaar voor hem. 
En Wij zeiden: “Maak lange harnassen, meet het vlechtwerk goed af en werk precies. Want Ik zie alles.’ 
Voor Soleiman temden Wij de wind zodat hij er ’s ochtends en ’s avonds een maanreis mee kon afleggen. 
Ook hielpen Wij hem het koper te smelten. En er was een groep djinns die voor hem werkte. Als een van hen Ons bevel weigerde, deden Wij hem het vuur proeven. 
Ze maakten alles voor hem wat hij wilde: gebedshuizen, standbeelden, grote schalen die als waterbekken dienden en grote staande ketels. En Wij zeiden: ‘Volk van Dawoed, wees dankbaar.’ Maar weinigen waren dankbaar.

5
Toen Wij Soleiman lieten sterven, merkte alleen een houtworm dat hij dood was. De worm begon zijn wandelstok op te vreten. 
Pas toen Soleiman op de grond viel, werd het de djinns duidelijk dat hij dood was. Als ze het verborgene hadden geweten, zouden ze niet zo lang in die vernederende omstandigheid waren blijven werken.

6
Het volk Saba had een wonder tussen hun woningen: twee tuinen, een aan de linkerzijde en een aan de rechterzijde. Wij zeiden tot hen: ‘Eet van wat jullie Schepper aan jullie gegeven heeft. En toon je dankbaarheid. Jullie hebben een schone stad en een vergevende Schepper.’
Maar ze wendden zich af. Daarom zonden Wij een woeste overstroming over hen. En Wij veranderden die twee prachtige tuinen tot twee barre vlakten met smakeloos fruit, tamarisken en een paar lotusstruiken. Ze werden gestraft omdat ze ondankbaar waren. 
En tussen hen en de steden waarin Wij geluk voor hen hadden gebracht, hadden Wij mooie dorpen op korte afstand van elkaar geplaatst zodat het reizen voor hen aangenaam zou zijn en Wij zeiden: ‘Reis veilig, dag en nacht.’
Maar ze zeiden: ‘God! Maak de wegen lang en de reizen ver.’ 
Ze deden zichzelf onrecht aan. Wij maakten hen als mensen uit sprookjes en Wij maakten hen tot stof. Daarin zit een les voor hen die geduldig zijn. 

7
Mohammad, vraag aan hen: ‘Wie geeft jullie wat je nodig hebben uit de hemelen en de aarde?’ 
Antwoord: ‘Allah!’ 
Zeg: ‘Jullie worden niet ondervraagd over de slechte dingen die anderen hebben gedaan en de anderen worden niet ondervraagd over wat jullie hebben gedaan.’ 
Zeg: ‘Onze Schepper zal iedereen bijeen roepen; dan zal Hij Zijn oordeel geven. Hij is de alwetende Rechter.’ 
Wij hebben jou alleen als een waarschuwer en verkondiger van blijde tijdingen gezonden. Maar de meeste mensen begrijpen het niet. Ze zeggen: ‘Wanneer komt die dag van je oordeel dan, als je de waarheid spreekt?’
Zeg tegen hen: ‘Hij komt. Geen uur eerder. Geen uur later.´
En wanneer zij de bestraffing zien, kunnen ze hun spijt niet meer verbergen. Wij zullen zware kettingen om hun nekken leggen.

8
Het is altijd zo geweest. Wij zonden een waarschuwer naar de steden en de rijken onder hen zeiden: ‘We geloven niet in jullie.´
En ze zeiden: ‘We zijn rijk, wij hebben vele nazaten en we worden niet gestraft.’
Mohammad, zeg: ‘Mijn Schepper voorziet ruimschoots in het levensonderhoud van wie Hij wil, maar Hij beperkt het ook. De meesten begrijpen het echter niet.’
Jullie rijkdom en jullie kinderen kunnen jule niet in Onze nabijheid brengen.

9
Als Onze duidelijke teksten aan hen worden voorgelezen, zeggen ze: ‘Deze man wil jullie alleen maar weerhouden van wat jullie voorvaderen gewoon waren te dienen.’ 
Ze zeggen: ‘Het is niets anders dan bedriegerij.’
En: ‘Duidelijk tovenarij.’
Hadden Wij hun niet eerder boeken gegeven die ze konden bestuderen? Hadden Wij voor jou geen andere profeet tot hen gezonden?
Maar zij bestempelden Onze andere profeten als leugenaars. 
En je weet hoe Mijn straf voor hen was.

10
Zeg: ‘Ik raad jullie aan om één ding te doen. En ga met z’n tweeën of een voor een voor Allah staan en denk dan na! Mohammad is geen dwaas. Hij waarschuwt alleen voor een harde straf.’ 
Zeg: ‘lk heb jullie geen loon gevraagd. Mijn loon ligt bij Allah. Hij weet alles. Hij kent alle geheimen!’ 
Zeg: ‘Als ik dwaal, dan dwaal ik door mezelf. Maar als ik de juiste weg volg, komt het door wat Allah mij geopenbaard heeft. Hij luistert en Hij is dichtbij.” 

59   (Tulp)

Groep na groep
Arabieren hebben van oudsher hun liefde en hun haat in dichtvorm geuit. Een gedicht werd altijd als een zwaard gehanteerd. 
Mohammad weet hoe gevoelig de Arabische stammen zijn voor hun taal en hun tradities. Daarom benadrukt hij overal dat de Koran een Arabisch boek is.
Hij wist dat de stamhoofden alleen met krachtige poëzie te overtuigen waren.
Maar hoe kon hij dichten als hij lezen noch schrijven kon?
En vooral, hoe kon hij met poézie komen die krachtiger zou zijn dan die van de Arabische meesters?
Mohammad wist zeker dat hij niet in staat was zulke gedichten te maken Maar toen hij uiteindelijk met zijn meesterlijke verzen kwam, zei iedereen: ‘Mohammad, hoe kom je aan die taal?’ 
‘Het is niet van mij, ’ zei hij, ‘het komt uit het Boek in den Beginne dat bij Allah ligt. Ik krijg de verzen door en ik vertel ze in de mooie Arabische taal ’ 
De Koran was er dus speciaal voor de Arabieren om hun eer en trots te waarborgen.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Dit boek heeft Allah gezonden. Hij is wijs!
Mohammad! Wij hebben dit boek naar de waarheid aan je geopenbaard. Dien dus Allah en houd je geloof zuiver voor Hem.

2
Allah leidt geen leugenaars.
Als Allah een zoon had gewild, dan had Hij er een gekozen uit wat Hij geschapen heeft.
Lofprijs Hem. Hij is één. Hij is almachtig. 
Hij heeft de hemelen en de aarde naar waarheid geschapen. Hij dekt de nacht toe met de dag en Hij dekt de dag toe met de nacht.
Hij heeft de zon en de maan getemd. leder beweegt binnen een vastgestelde tijdspanne.

3
Hij maakte jullie uit één ziel. Toen creëerde Hij zijn vrouw daaruit. En Hij schiep acht soorten dieren voor jullie. En Hij maakte jullie in de buik van jullie moeders, schepping na schepping in drie fasen duisternis. Dat is Allah, jullie Maker. En het koninkrijk is van Hem.
Hoe komt het dat jullie toch verdwaald raken?
Is iemand die diep in de nacht, soms knielend, soms staande God aanbidt, iemand die zich zorgen maakt over het latere leven en hoopt op vergeving van zijn God, gelijk aan degene die dat niet doet?
Zeg: ‘Zijn zij die weten gelijk aan hen die niet weten ?’ 
Alleen zij die wijs zijn, trekken er lering uit. 
Mohammad, zeg: ‘Mensen! Vrees Allah. Zij die in dit leven goeddoen, krijgen goedheid terug. De aarde is ruim.’ 
Zeg: ‘Mij is bevolen om Hem te dienen. Ik vrees de grote straf.’

4
Zeg: “Dien wat jullie ook willen dienen buiten Hem. De echte verliezers zijn zij die zichzelf en hun familie schade toebrengen op de dag des oordeels. 
Op hun hoofd zal de schaduw van een stapelvuur vallen en onder hun voet zal een stapelvuur ontstaan. Dat is precies waar Allah de mensen voor waarschuwt.
Vrees Allah!’
Voor hen die hun Schepper vrezen, zijn kamers waarboven nog andere kamers gebouwd zijn en waar de rivieren onderdoor stromen. Allah verloochent Zijn beloften niet.

5
Zien jullie dan niet dat Hij water uit de lucht laat vallen en in de aarde laat doordringen? Dan doet Hij allerlei soorten gewas ontkiemen in verschillende kleuren. Dan droogt Hij ze. En je ziet ze geel worden en dan breekt Hij ze in stukken. Daarin ligt een les voor hen die nadenken.

6
Allah heeft de mooiste teksten in de vorm van een boek neergezonden, teksten die vaak op elkaar lijken en dikwijls worden herhaald, opdat de godvrezenden er kippenvel van krijgen. Ze zullen rust in hun huid en in hun hart voelen als ze aan Hem denken. 
Wij hebben in deze Koran allerlei voorbeelden aan de mensen getoond, zodat ze er een les uit kunnen trekken. Het is een duidelijk geschrift in de Arabische taal, opdat men tot God moge komen.

7
God geeft een voorbeeld van een slaaf die een paar bazen heeft die altijd met elkaar ruziën en een slaaf die één baas heeft. Zijn deze twee slaven gelijk? 
Geprezen zij Allah. Maar de meeste mensen begrijpen het niet. 
Mohammad! Jij zult doodgaan. Zij zullen ook doodgaan. En dan mogen jullie in de aanwezigheid van Allah jullie ruzie voortzetten.

8
Mohammad, zeg: ‘Allah is mij genoeg!’
Zeg: ‘Mijn volk! Doe wat jullie willen. Ik zal ook doen wat ik wil.
Dan zullen we zien wie vernederd wordt en wie een langdurige straf krijgt.’ 
Mohammad! Wie het goede pad volgt, doet het voor zichzelf. En wie dwaalt, dwaalt voor zichzelf. Ie bent hun bewaker niet. 
Allah pakt de ziel van hen die sterven af Ook van hen die slapen en nog niet gestorven zijn. Dan houdt Hij hen die dood zijn tegen en zend de rest weg tot hun tijd is gekomen. 
Daar zit er een les in voor hen die nadenken. 

9
Zeg! ‘O, Allah! Gij, Maker van de hemelen en de aarde.
Gij, Kenner van het verborgene en het zichtbare. 
Gij oordeelt tussen de mensen over dat waarover zij het niet met elkaar eens zijn.’
Weten zij misschien niet dat Allah ruim geeft aan wie Hij wil en dat Hij minder geeft aan wie Hij wil? Dat is een teken voor hen die willen geloven.
Mohammad, zeg: ‘Mensen! Als jullie losbandig zijn geweest, moeten jullie toch de hoop niet verliezen. Want Allah vergeeft zonden. Hij is lief, Hij vergeeft. Keer dus terug naar Allah en geef je over, voordat het te laat is en de grote straf je treft! 

10
Op de dag des oordeels zullen jullie mensen zien wier gezicht zwart is geworden. Dat zijn degenen die over God hebben gelogen. 
En is de hel niet de juiste plek voor geweldplegers? 

11
Allah is de Maker van alles en Hij waakt over alles. Hij heeft de sleutels van de hemelen en de aarde. Zij die Onze tekenen hebben genegeerd, behoren tot de verliezers. 
Zeg tegen hen: 'O, jullie onwetenden! Bevelen jullie mij soms om een ander dan Allah te dienen?’ 
Mohammad! Aan jou en aan de oude profeten is geopenbaard dat als je een andere God in plaats van Allah dient, je daad vruchteloos zal zijn. En je zult een verliezer zijn. 
Dus: dien Hem en wees dankbaar! 

12
De dag des oordeels zal komen, dan wordt er op de bazuin geblazen en de hemelen worden opgerold door Zijn hand en iedereen in de hemelen en op de aarde zal flauwvallen op de grond, tenzij God het anders wil. Dan wordt er voor de tweede keer op de bazuin geblazen en zullen ze overeind komen. Ze wachten en kijken. En de aarde schittert door het licht van zijn Maker. En het boek wordt gebracht en de profeten komen tevoorschijn en er wordt tussen de mensen geoordeeld naar de waarheid en er wordt niemand onrecht aangedaan. 
Daarna worden de ongelovigen groep na groep naar de hel gebracht en als ze daar zijn aangekomen, worden de poorten geopend en de bewakers zullen tot hen zeggen: ‘Waren er geen boodschappers tot jullie gekomen? Heeft niemand jullie gewaarschuwd? Loop verder! En blijf hier voor eeuwig. Wat een afschuwelijke verblijfplaats.’
En zij die Allah hebben gevreesd, worden groep na groep naar het paradijs gebracht. Als ze daar zijn aangekomen, worden de poorten geopend en de bewakers zullen tot hen zeggen: ‘Salam! 
Welkom! Loop verder en blijf hier voor eeuwig!’ 
En je zult de engelen zien die gezamenlijk naar de troon lopen om Allah te bewonderen. Zij zeggen: ‘Lof zij U, de Maker van de werelden.’

60   (Regen)

De Vergevende
Wanneer Allah iets wil, zegt hij alleen: ‘Wees!’ En het zal worden. 
Hij is het die de viervoeters voor ons geschapen heeft.
Hij is het die de wegen voor ons gemaakt heeft. 
Maar waarom? Waarvoor? 
Mohammad heeft een bijzondere kijk op de wereld. 
Hij ziet de viervoeters als voertuigen om ons naar onze dromen te rijden. 
Hij ziet de wegen niet als door de mensen gemaakt, maar als door Allah gebaande paden. 
En een weg is niet zomaar een route, het is een middel om onze dromen te bereiken, 
Mohammad rijdt op een kameel over een weg en hij weet waarom hij op die kameel rijdt en waarom hij die weg neemt. Alles is erop gericht om Mohammad de mogelijkheid te geven Mekka te veroveren. 
Alle kamelen, alle wegen lopen naar de Kaabé.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Ha Miem.
Dit boek is door Allah gestuurd, de Geliefde, de Geweldige.
Elk volk dat besloot zijn boodschapper te grijpen, werd door Mij gegrepen. En zie hoe vreselijk Mijn straf voor hen was.

2
Allah toont Zijn tekenen aan jullie. Hij stuurt brood uit de hemel.
Hij staat boven alle rangen, de Maker van het heelal. Hij openbaart het woord aan wie Hij wil, om te waarschuwen voor de dag van de ontmoeting. 
Op die dag blijft niets verborgen voor Hem.
Er wordt geroepen: ‘Heden! Van wie is het Koninkrijk?’
En er wordt gezegd: ‘Van Allah. De Enige. De Almachtige.' 

3
God kent het verraad in de ogen en wat de harten verborgen houden.
Hij oordeelt naar de waarheid, maar de afgoden kunnen niets beslissen. Hij ziet, Hij hoort alles.

4
Ongetwijfeld is de schepping van de hemelen en de aarde groter dan de schepping van de mens, maar de meeste mensen weten het niet. 
Een ziende en een blinde zijn niet gelijk, evenmin zijn een gelovige en een ongelovige gelijk. 
Jullie Schepper zegt: ‘Roep Mij en Ik zal jullie horen.’ 
Maar de meeste mensen geloven niet. 
Het uur zal komen, daar is geen twijfel aan. En zij die het gebed verloochend hebben, zullen snel met vernedering naar de hel gebracht worden.

5
Allah heeft de nacht voor jullie gemaakt om te rusten. En de dag als een verlicht uitzicht. 
Hij geeft, maar de meeste mensen zijn niet dankbaar.
Hij is de Maker van alles. Hoe komt het dat jullie toch voor een verkeerde weg kiezen?
Allah is het die de aarde als rustplaats voor jullie gemaakt heeft en de hemel als dak. 
En die jullie vorm heeft gegeven, met schone gelaten. 
En die jullie gezond eten heeft gegeven. 
Mohammad, zeg: ‘Mij is het verboden om hen te dienen die jullie dienen. Mij is bevolen te buigen voor de Maker van het heelal.' 
Hij is het die jullie gemaakt heeft van aarde, daarna van een druppel, daama van een klonter bloed. Iullie komen als kind ter wereld en daarna groeien jullie tot jullie oud worden. Sommigen van jullie gaan vroeg dood en anderen blijven tot de vastgestelde tijd. Misschien kunnen jullie er iets van leren.

6
Hij is het die leven geeft en doet sterven. Als Hij iets wil, zegt Hij alleen: ‘Wees!’ En het wordt. 
Zij die het Boek verloochenen, zullen de gevolgen daarvan ondervinden.
Ze zullen met een ijzeren ketting om hun nek naar kokend water worden getrokken. Daarna worden ze in het vuur van de hel gegooid. Dan wordt tegen hen gezegd: ‘Waar zijn de afgoden om jullie te helpen?’

7
Mohammad! Voor jouw tijd hebben Wij andere boodschappers gezonden. Over sommigen van hen hebben Wij jou verteld, maar over anderen niet. En geen boodschapper was in staat om een wonder te doen zonder de wil van Allah. En wat Allah wil, wordt. 
En de leugenaars zullen verloren zijn.
Hij is het die voor jullie viervoeters geschapen heeft. Op sommige kunnen jullie rijden en sommige dienen als voedsel. Daarbij hebben jullie veel baat. Rijdend op die dieren bereiken jullie je dromen. Zo ook met de schepen. 
Allah heeft Zijn tekenen aan jullie laten zien. Welke van die tekenen kunnen jullie ontkennen?

61   (Klomp)

Het is geschreven
De hemel was eerst een stapel rook
Allah zei tot de rook:'Gehoorzaam Mij! Gewillig of onwillig!’
De rook luisterde gewillig.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Ha Miem.
Dit boek is door Allah gezonden. 
Een boek dat in een mooie taal verteld is. 
Een Arabische tekst voor hen die weten.
Als drager van een blijde tijding en een waarschuwing. Maar de meeste mensen negeren het boek, ze horen de tekst niet. Ze zeggen: ‘Onze harten zijn vergrendeld en onze oren zijn doof en er hangt een gordijn tussen ons en jou. Dus doe wat je wilt, dat doen wij ook.’

2
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Ontkennen jullie Hem? Hij, die de aarde in twee dagen heeft gemaakt? En bedenken jullie echt iemand die een deel van Hem zou zijn? Hij is toch de Maker van het heelal? 
Hij heeft de bergen als stevige pinnen in de grond gezet, en de aarde gezegend. Hij bedekte hem in vier dagen met water, eten en gewas. Daarna begon Hij met de hemel, die eerst als een stapel rook was, en Hij zei tegen de hemel en de aarde: “Heden! Gehoorzaam Mij! Gewillig of onwillig!"
En zij zeiden: “We luisteren gewillig."’

3
Van die stapel rook maakte Hij in twee dagen een hemel met zeven verdiepingen. En Hij liet zijn bevel op elke verdieping gelden.
Hij versierde de laagste verdieping met lantaarns, die ook werden beschut. Dat was het besluit van Allah. Hij is machtig.’
Maar, Mohammad! Als de mensen zich toch afwenden, zeg dan tegen hen: ‘Ik waarschuw jullie voor een bliksem zoals die de volken van Ad en Thamoed trof.'

4
Het volk van Ad kwam in opstand en zei: ‘Niemand is machtiger dan wij.’
Hebben ze dan niet gemerkt dat Allah, die hen gemaakt heeft, machtiger is?
Wij zonden hun een koude wind om hen de straf van dit leven te laten voelen. Maar de bestraffing na de dood is een grote vernedering.
Wij leidden het volk van Thamoed naar het goede pad, maar zij wilden liever dwalen. Ze werden voor hun daden gegrepen door de bliksem.
Er komt een dag waarop de vijanden van Allah in groepen naar de hel worden gebracht. Daar zullen hun oren, hun ogen en hun huid getuigen over wat ze gedaan hebben.
Ze zullen tot hun huid zeggen: ‘Waarom getuig je tegen me?’
Hun huid zal antwoorden: ‘Allah heeft ons doen spreken. Hij kan alles laten spreken. Hij is het die jullie gemaakt heeft en nu heeft Hij jullie allemaal teruggeroepen. Jullie hadden niet verwacht dat wij, jullie ogen, jullie oren en jullie huid, tegen jullie zouden spreken. Jullie dachten dat Allah niet wist waar jullie mee bezig waren.’

5
Goed en kwaad zijn niet gelijk. Weer het kwade af met iets goeds. 
Dan zul je zien dat je vijand je vriend wordt.
Als de Satan je wil verleiden, vraag Allah om hulp. Hij hoort alles.
En onder Zijn tekenen behoren de nacht, de dag, de zon en de maan. Kniel dus niet voor de zon en de maan, maar kniel voor Hem die ze gemaakt heeft.
En tot Zijn tekenen behoort dat jij de aarde levenloos ziet, maar wanneer Hij water zendt, komt hij weer in beweging en groeit. Hij die hem weer tot leven roept, roept ook de doden weer tot leven.
Hij kan alles.

6
Zij die de Koran ontkennen, zijn niet onbekend bij Ons. Het is een dierbaar boek waarin geen onechtheid voorkomt, niet nu, niet later. Het is een zending van de geprezen wijsheid.

7
Mohammad! Er is niets tot je gezegd wat niet reeds tot de oude profeten gezegd is. Als Wij de Koran in een onbekende en lelijke taal hadden gemaakt, zouden zij zeker gezegd hebben: ‘Hadden zij dat boek niet beter kunnen schrijven? Een vreemdtalig boek van een Arabier?’
Mohammad, zeg: ‘De Koran is een leidraad voor de gelovigen, en een genezing, maar zij die niet geloven, hebben verstopte oren. Zij zijn het die van een verre plek worden aangeroepen.'

8
Wie goed doet, doet het voor zichzelf, en wie kwaad doet, keert Zich tegen zichzelf. Allah doet Zijn eigen mensen geen onrecht aan. De kennis van het hiernamaals ligt bij Hem. En geen enkel graantje verlaat zijn schil zonder Zijn besluit. En geen vrouw raakt zwanger en baart zonder dat Hij het weet.

9
De mens wordt nooit moe om voor het goede te bidden, maar zodra hem iets slechts overkomt, verliest hij zijn hoop en raakt hij in twijfel.
Als Wij de mens veel geven, wendt hij zich hooghartig af en gaat hij zijn eigen gang. Maar zodra hij door iets kwaads wordt getroffen, begint hij weer met zijn lange gebeden.
Mohammad, zeg: “Kijk toe! De Koran is van Allah. En als jullie het ontkennen, wie dwaalt er dan meer dan jullie?’
Hij omvat alles.

62  (Koe)

Beraad!
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Ha Miem.
Aa! Sa! Ghaf!
Mohammad! Op deze manier openbaart Hij zich aan jou en ook aan de andere profeten die voor jou waren.
Over hen die de afgoden als God aanbidden, waakt Allah, maar jij bent hun bewaker niet.
Wij hebben de Koran in het Arabisch aan je geopenbaard, opdat je Mekka, de Moeder der steden moge waarschuwen.

2
Ze hebben de afgoden als beschermers tot zich genomen, hoewel Allah de ware beschermer is. Hij die de doden tot leven brengt.
Hij heeft macht over alles.
En waarover tussen jullie ook tweedracht bestaat, het oordeel behoort aan Allah. Mohammad, zeg: ‘Zo is Allah en ik heb mijn vertrouwen in Hem gesteld en ik richt me tot Hem. Hij is de Maker van de hemelen en de aarde. Voor jullie behoefte heeft Hij paren gemaakt uit jullie eigen soort. En ook voor viervoeters uit hun eigen soort. Hij ziet alles. Hij hoort alles. Er is niets met Hem te vergelijken.
Hij heeft de sleutels van de hemelen en van de aarde. Hij geeft ruim aan wie Hij wil en Hij geeft minder aan wie Hij wil. Hij kan alles.'

3
Daarom, Mohammad, roep Mij aan en blijf volharden zoals je bevolen is. En volg hun lusten niet maar zeg: ‘Ik geloof in elk boek dat Allah gezonden heeft. En mij is bevolen om rechtvaardig te zijn. Allah is onze Schepper en jullie Schepper. Onze daad is van ons en jullie daad is van jullie. Verder is er geen enkele woordenwisseling tussen jullie en ons. Allah zal ons bij elkaar roepen om Zijn oordeel te geven. We keren allemaal terug tot Hem.'

4
God is nauwgezet met Zijn mensen. Hij geeft aan wie Hij wil. Hij is groots en bemind.
Mohammad, zeg: ‘Wie de oogst van het leven na de dood wil,diens oogst zullen Wij vergroten. En wie de oogst van dit leven wil, aan hem zullen Wij ook geven, maar in het leven na de dood krijgt hij niets.
Maar zij die geloven en goede daden hebben verricht, komen in de tuinen van het paradijs terecht, waar alles voor hen klaar ligt.
Dat is het grote geschenk.’

5
Mohammad, zeg: ‘Daar vraag ik geen loon voor, behalve liefde voor mijn naasten. Voor wie iets goeds doet, zullen wij goedheid laten toenemen.’
Ze zeggen dat Mohammad op een leugenachtige manier allerlei dingen verzonnen heeft over Allah. 
Weet! Als Allah wil, verzegelt Hij jullie hart, maar Hij zal de leugens vernietigen en de waarheid met Zijn eigen woorden overeind houden.
Hij weet wat in de harten leeft. ·

6
Hij is het die van Zijn mensen het berouw aanvaardt en de zonden vergeeft en weet wat zij aan het doen zijn.
Hij is het die de regen zendt nadat jullie de hoop verloren hebben.
En Hij ontvouwt Zijn toegeeflijkheid. Hij is de geprezen Beschermer.
De schepping van de hemelen en de aarde en de dieren die Hij over beide heeft verspreid, hoort tot Zijn tekenen.
En Hij heeft macht om ze weer bij elkaar te brengen als Hij wil.

7
Elke ellende die jullie treft, komt door jullie eigen handen. Toch vergeeft Hij vele dingen. En jullie hebben geen uitweg op aarde en geen andere toeverlaat dan Allah.

8
En tot Zijn tekenen behoren de schepen als bewegende bergen in de zee.
Als Hij wil, houdt Hij de wind tegen, zodat hij niet meer bewegen kan. Daar zit een. les in voor hen die nadenken. 
Of Hij kan de mensen in het schip vernietigen om wat zij gedaan hebben, maar nee, Hij vergeeft.
En Hij vergeeft ook hen die zware zonden en losbandigheid mijden.
Ook hen die vergeven als ze woedend zijn.
Ook hen die gehoor geven aan hun Schepper en het gebed verrichten.
Ook hen die beraadslagen met elkaar.
Ook hen die geven van wat Wij aan hen gegeven hebben.
Ook hen die weerstand bieden wanneer hun onrecht wordt aangedaan.
De vergelding van een slechte daad staat aan die daad gelijk. Maar wie vergeeft, zal beloond worden door Allah. Hij houdt niet van wrede mensen.
Toch mag hun die vergelding zoeken, niets verweten worden.
Maak hun verwijten die wreed zijn en onrecht plegen op aarde. 
Hun wacht een harde straf. Je zult zien hoe ze vernederd naar het vuur worden gebracht, terwijl ze uit hun ooghoeken kijken.
Mohammad! Je bent hun bewaker niet als zij zich afwenden. Je geeft alleen de boodschap door.

9
Het koninkrijk der hemelen en aarde is van Allah.
Hij schept wat Hij wil.
Hij geeft een dochter aan wie Hij wil.
Hij geeft een zoon aan wie Hij wil.
Of hij schenkt een dochter en een zoon aan wie Hij wil.
Of Hij maakt onvruchtbaar wie Hij wil.
Hij kan alles.
Het past niet bij de mens dat Allah tot hem spreekt anders dan door een openbaring, of van achter een gordijn, of via een engel.
En Hij zendt wat Hij wil. Hij is groot. Hij is wijs.

10
Mohammad!
Wij hebben aan jou een boek uit Onze eigen geest geopenbaard. Jij wist niet wat een geschrift betekende en wat een geloof was. Maar We maakten het als licht waarmee Wij leiden wie Wij willen.
Ongetwijfeld leid jij de mensen op het goede pad. Het pad van Allah.
Alles keert terug naar Allah.

63   (Windmolen)

Sieraden en pracht
De ongelovigen zeggen dat Allah dochters heeft. Hij wordt kwaad op hen. Hoe durven ze God dat toe te dichten, terwijl zij zelf liever zonen hebben dan dochters?
Bovendien: waar heeft God dochters voor nodig, wezens die van sieraden houden en niet kunnen vechten als het nodig is?

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Ha Miem.
Bij het duidelijke boek. Wij hebben het in de Arabische taal gemaakt, zodat jullie er misschien iets van kunnen leren.
Het is een groot boek, vol wijsheid, en het komt voort uit het Boek in den Beginne dat bij Ons is.
Moeten Wij dit boek aan jullie voorbij laten gaan, omdat jullie een buitensporig volk zijn?

2
Mohammad! Als je hun vraagt wie de hemelen en de aarde gemaakt heeft, zullen zij zeggen:
‘De Machtige, de Geweldige heeft alles geschapen.’
Ja, Hij is het die de aarde als een wieg voor jullie heeft gemaakt.
En die op aarde wegen voor jullie heeft gemaakt opdat jullie misschien jullie eigen weg kunnen vinden.
En die water uit de lucht laat vallen, waarmee Hij dode grond weer tot leven roept. Zo worden jullie ook teruggeroepen.
En die verschillende levenssoorten in paren heeft gemaakt. En die schepen heeft gemaakt en de viervoeters, waarop jullie kunnen rijden.
Als jullie erop plaatsnemen, zeg dan: ‘Glorie zij Hem, die dit voor ons gedaan heeft. We waren zelf niet in staat om hen tam te maken. We zullen allemaal tot Hem terugkeren!’

3
Maar de mens is ondankbaar. 
Zij maken sommigen van Zijn eigen dienaren aan Hem gelijk. Zo hebben ze dochters voor Hem verzonnen.
Hoe komt het dat Hij dochters moet nemen, terwijl zij zonen mogen hebben?
Wanneer een van hen het goede bericht ontvangt dat hij een dochter heeft gekregen, wordt zijn gezicht grauw van schaamte.
Zo bedrukt is hij.
Engelen? Dochters voor God? Dochters die gewend zijn aan sieraden en pracht en niet kunnen vechten?

4
Zij zeggen dat de engelen vrouwelijke wezens zijn. Hoe weten zij dat? Waren ze soms aanwezig toen de engelen werden geschapen?
En ze zeggen: ‘Waarom is deze Koran niet aan een belangrijke man van de stad geopenbaard, maar aan Mohammad?
Wat heeft het met hen te maken? Delen zij soms de toegeeflijkheid van God uit? Nee! Wij zijn het die hun brood onder hen verdelen en Wij verkiezen sommigen boven anderen, opdat de een van de kracht van de ander gebruik mag maken.

5
Als er geen gevaar was dat gelovigen en ongelovigen een eenheid zouden vormen, dan hadden Wij de daken van de huizen van de ongelovigen van zilver gemaakt, en hun ladders, en hun deuren. 
En Wij zouden hun rustbanken met sieraden versierd hebben waarop ze met pracht zouden kunnen leunen.
Maar dat alles is alleen het genot van dit leven. Het latere leven is voor hen die vrezen.
Mohammad! Houd vast aan wat je geopenbaard is. Het is een waarschuwing voor jou en jouw volk. Aan jullie zal gauw rekenschap worden gevraagd.

6
Wij stuurden Mozes met Onze wonderen naar de farao en zijn raadgevers. Hij zei: ‘Ik ben de boodschapper van de Maker van het heelal.’
Maar ze lachten hem uit.
De farao richtte zich tot zijn volk: ‘O, mijn volk! Behoort de heerschappij van Egypte niet aan mij toe? Heb ik misschien geen macht over de rivier de Nijl, die onder mijn paleis stroomt? Wie is beter? Ik of deze man, die zelfs niet goed praten kan? Waarom zijn hem geen gouden armbanden gestuurd?
Waarom zijn er geen engelen met hem mee gestuurd om hem te begeleiden ?’
Zo misleidde de farao zijn volk en Wij deden hen allemaal verdrinken.

7
Mohammad!
Toen de zoon van Maria als voorbeeld werd genoemd, begon je volk meteen hardop te lachen. Ze zeiden: ‘Zijn onze goden nu beter, of hij ?’
De zoon van Maria was een gewoon mens aan wie Wij een zegening schonken.
En Wij hebben hem tot een voorbeeld voor de Israëlieten gemaakt.
Hij is een teken van het leven na de dood. Daaraan mogen jullie nooit twijfelen.

8
O, mijn dienaren! Op de dag van het oordeel is er geen vrees voor jullie, ook geen verdriet.
Jullie die in onze tekenen geloofden, gaan met jullie vrouwen gelukkig het paradijs in.
Er worden gouden kommen op bladen voor jullie gebracht en jullie krijgen wat jullie wensen en jullie krijgen wat jullie zien en er is een overvloed aan fruit waarvan jullie kunnen eten.
Maar de schuldigen blijven voor altijd in de hel. Wij hebben hun geen onrecht aangedaan, ze hebben zichzelf onrecht aangedaan.
Zij denken dat Wij hun geheimen niet kunnen horen.
Zeker wel, Wij horen alles. Onze engelen lopen met hen mee en noteren alles.

9
Mohammad, zeg: 'Als God een kind zou hebben, dan was ik de eerste die hem diende.’
Maar Allah staat boven wat zij Hem verwijten.
Hij is de God van de hemelen en de God van de aarde.
Mohammad, als je roept: ‘Allah! Deze mensen zullen niet geloven.’
Zeg dan ‘Salam’ tegen hen. En laat hen!

64   (Tulp)

De rook
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Ha Miem.
Bij het duidelijk sprekende boek. Wij hebben het op een gezegende nacht geopenbaard.
Het is een boek, een geschenk van je God.
Wij hebben het gezonden. Het is een bevel van Ons. Wij zijn de Waarschuwer.

2
Er is geen God dan Hij. Hij doet leven. Hij doet sterven. Hij is jullie God en de God van jullie voorvaderen.
Hij is de Horende, de Wetende.

3
Nee! Ze luisteren niet, ze vermaken zich met hun besluiteloosheid.
Maar wacht op de dag waarop dikke rock uit de hemel verschijnt die de mensen zal grijpen. Het wordt een pijnlijke bestraffing.
Ze zullen zeggen: ‘God, neem deze straf van ons weg. Nu geloven wij.
Hoe kan deze les leerzaam zijn voor hen die een profeet met een duidelijk boek hebben gehoord? Ze wendden zich van hem af en zeiden: ‘Hij is bezeten. Hij heeft het van andere mensen geleerd.’

5
Voor hun tijd hadden Wij farao’s volk op de proef gesteld. Wij zonden Mozes, een dierbare profeet.
Daarna zeiden Wij tot Mozes: ‘Ga ’s nachts met Mijn dienaren weg. Jullie worden achtervolgd. Trek door de zee en blijf kalm.
Wij zullen de farao en zijn leger doen verdrinken.’

6
Farao’s volk liet vele tuinen en bronnen achter. Ook akkers en mooie huizen. En alles waarmee ze gelukkig waren. Wij lieten een ander volk alles overnemen. Zo was het. En de hemel en de aarde huilden niet om hen.

7
Wij redden de Israëlieten van een vernederende bestraffing. Van die misdadige farao.
En Wij hebben hen bewust uitverkoren boven de andere volkeren.

8
De dag des oordeels is de afgesproken dag voor iedereen. De dag waarop geen vriend zijn vriend zal helpen. Niemand zal een helpende hand naar je uitsteken, behalve Allah. Hij is een liefdevolle overwinnaar.
De zondaars moeten van de zaqqumboom eten op die dag. En het zal als gesmolten ijzer in hun buiken kolken.

9
Er wordt geroepen: ‘Pak de misdadigers en sleur hen in het laaiende vuur.’
En er wordt gekookt water over hun hoofd gegooid en gezegd;
‘Proef dit! Jullie die dachten dat jullie groot waren en dierbaar.
Het is precies waar jullie aan twijfelden.'

10
Maar zij die geloofden, worden naar de tuinen en bronnen gebracht waar ze lichte, zijden hemden zullen dragen.
Zo is het en zij zullen samen zijn met mooie gezellinnen met grote ogen. En ze zullen elk soort fruit waar ze zin in hebben eten en ze worden met schone meisjes met mooie grote ogen verenigd. En ze zullen de dood niet meer ervaren.
Het is een geschenk van Ons.

11
Mohammad! Wij hebben de Koran simpel gemaakt in jouw taal.
Misschien zullen ze ervan leren. 
Wacht af! Zij wachten ook af.

65  (Regen)

Zij die neerknielden
Herhaaldelijk noemt Mohammad de schepen als een teken van Allah.
Hij ziet drie wonderen die Allah gecreëerd heeft om schepen in beweging te brengen.
Hij heeft de winden getemd,
Hij heeft het water getemd en Hij heeft het vloeibaar gemaakt.
Hij heeft het hout zo getemd dat het in het water blijft drijven.
Iemand die zulke magische dingen kan bedenken, is almachtig.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Ha Miem.
Dit is een boek, gezonden door de Alwetende: de overwinnaar Allah.
Voor hen die geloven zijn er onmiskenbare tekenen in de hemelen en op de aarde.
In jullie zelf en in de dieren die Hij over de aarde verspreid heeft.
Ook in de nacht en de dag, die elkaar volgen.
En in het water dat Hij doet neervallen en waarmee Hij de aarde doet herleven die dood was.
En in het besturen der winden zijn tekenen voor hen die nadenken.

2
Mohammad! Wat willen ze nog weten voordat ze gaan geloven?
Als jij hun over Onze tekenen vertelt, drijven ze er de spot mee.
Wacht! De hel verwacht hen.

3
Allah is het die de zee voor jullie heeft getemd, opdat de schepen kunnen varen op Zijn bevel en opdat jullie naar Zijn overvloed gaan zoeken.
Misschien zullen jullie dankbaar zijn.

4
Mohammad! Wij hebben jou op de weg van het oorspronkelijke geplaatst. Volg die dus! En geef geen gehoor aan de lust van de Onwetenden.
Ze zeggen: ‘Er is niets meer dan dit huidige leven. We leven en we sterven en het leven zelf doet ons teniet.’
Maar daar hebben ze geen kennis van. Ze verzinnen maar wat. 
En wanneer onze duidelijke tekenen voor hen worden voorgedragen, zeggen ze slechts dit: ‘Roep dan Onze voorvaderen terug naar het leven als je de waarheid spreekt.’
Zeg tegen hen: ‘Het is Allah die jullie doet leven en doet sterven.
Daarna verzamelt Hij jullie op de dag des oordeels waarover geen twijfel is.’
Maar de meeste mensen begrijpen het niet.

5
Op de dag des oordeels wordt elk volk tot het boek geroepen en ze zullen knielen. En er wordt tegen hen gezegd: ‘Heden worden jullie beloond voor wat jullie gedaan hebben. Dit is Ons boek, waarin jullie daden opgetekend zijn.’

6
Daarna wordt tegen de ongelovigen gezegd: ‘Vandaag is er geen uitweg meer voor jullie en niemand kan jullie helpen omdat jullie de spot hebben gedreven met de woorden van God. En omdat het tegenwoordige leven jullie heeft misleid.’ 
Lof aan Allah. Hij is de Maker van alles. Hij is de Almachtige.
De Wijze.

66   (Klomp)

De zandheuvels
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Ha Miem.
Dit boek komt van Allah, de Wijze.
Zeg: ‘Hebben jullie goed naar de afgoden gekeken die jullie in plaats van God aanroepen?
Willen jullie me eens laten zien wat zij op aarde geschapen hebben? Hebben ze meegewerkt aan het maken van de hemelen?
Laat dan een boek van vroeger zien of een teken van de kennis als jullie de waarheid spreken.
En wie is verder afgedwaald dan hij die iets aanbidt wat niet in staat is om te reageren op zijn aanroep?’

2
Wanneer Onze duidelijke teksten aan hen worden voorgelezen, zeggen ze: ‘Mohammad heeft ze zelf bedacht. Het is tovenarij.’
Zeg: ‘Als ik het zelf verzonnen heb, dan weet God het. Hij is een goede getuige voor jullie en mij. Hij is de Vergevende.'
Zeg: ‘Ik ben geen uitzonderlijke boodschapper onder de profeten. En ik weet niet wat met mij en met jullie wordt gedaan. Ik volg alleen wat aan mij geopenbaard wordt. Ik ben slechts een helder sprekende waarschuwer.’

3
En Wij hebben de mens de raad gegeven om zijn ouders goed te behandelen. Zijn moeder heeft hem met moeite gedragen tijdens de zwangerschap. Zij heeft hem met pijn gebaard. Het dragen en spenen duurde dertig maanden lang.
Pas wanneer hij de leeftijd van veertig jaar bereikt, zegt hij: ‘God, breng mij ertoe om dank te betuigen voor de weldaad die Gij aan mij en aan mijn ouders hebt bewezen. En dat ik goede daden moge verrichten. Ik richt me tot U en ik geef me over.’
Wij vergeven de zonden van zulke mensen en ze komen in het paradijs terecht.


Maar wie tot zijn ouders zegt: ‘Jullie beiden! Hoe kunnen jullie tegen mij zeggen dat ik na mijn dood terug naar het leven keer terwijl voor mij al zo veel mensen zijn gestorven en niemand teruggekomen is ?’  
Beide ouders zeggen: ‘Wee jij! Geloof in God. Zijn belofte is waar.’  
Hij zegt: ‘Het zijn allemaal oude vertellingen van vroeger.’  
Zulke mensen worden tezamen met de djinns hard gestraft voor de slechte behandeling van hun ouders. Zij zijn de verliezers.  

5  
Mohammad!  
We stuurden een groep djinns om naar jou te luisteren wanneer je de Koran voordroeg.  
Toen zij bij je waren, zeiden ze tot elkaar: ‘Wees stil!’ 
En ze luisterden aandachtig. Toen het afgelopen was, en ze terug naar hun eigen volk gingen, zeiden ze dit: ‘O, volk! Wij hebben de teksten van een boek horen voorlezen dat na het boek van Mozes is geopenbaard. Het is een navolging van de oude boeken. En het leidt naar de juiste weg.  
O, volk. Volg de weg van Allah en geloof in Hem, opdat jullie zonden worden vergeven en jullie een grote bestraffing wordt bespaard.’  


Mohammad, zeg: ‘Hebben jullie er nooit aan gedacht dat de Maker van de hemelen en de aarde ook bij machte is de doden tot leven te brengen?’ 
Waarlijk! Hij kan alles..'


Heb geduld, Mohammad, zoals de oude profeten die standvastig waren!  
Wacht af Mohammad! 

67  (Koe)

De winden
De mens zweert bij God of bij de heiligen.
Maar als Allah wil zweren, zweert Hij bij:
De pen
De vijgen
De olijven
De wolken
De nacht
De wind
En bij het licht
En bij de schepen die soepel in de zee voortvaren.
Hij zweert bij de dingen die Hij zelf heeft gemaakt.

Maar waar zweert Mohammad bij?
Hij zweert bij Allah en bij de wonderlijke dingen die hem bezighouden:
Bij de honing!
Bij de getallen, de even en oneven getallen.
En bij de zwangere wolken vol regen.

In deze soera zweert Allah bij de heftig opjagende winden dat de dag des oordeels waar is.
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1  
Bij de winden die zich verspreiden,  
Bij de zwangere wolken, 
En bij de schepen die soepel voortbewegen,  
En bij de engelen die de bevelen verdelen,  
Wat aan jullie verkondigd is, is waar. 
En de dag des oordeels is een feit. 


En bij de hemel met zijn vele lagen, jullie hebben uiteenlopende meningen. 
Weg met de leugenaars die in onwetendheid en vergetelheid verkeren.  
Ze vragen elke keer: ‘Wanneer zal de dag des oordeels zijn?’  
Zeg tegen hen: ‘Dat zal zijn op de dag waarop jullie met het vuur worden gestraft.'
Proef dan de straf waarvoor jullie zo ongeduldig waren.  


Op de aarde zijn tekenen voor hen die het echt willen weten. Ook   in jullie eigen lichaam, als jullie goed kijken. 
Ook in de hemelen die de bron van jullie brood is.  
Ja! Bij de Maker van de hemelen en de aarde, de terugkeer is net zo wezenlijk als dat jullie spreken.  

4  
Wij hebben de hemelen met Onze kracht gemaakt. Wij zijn machtig. 
En Wij hebben de aarde uitgespreid. Kijk hoe voortreffelijk Wij het hebben gedaan.  
En Wij hebben alles in paren gemaakt. Misschien kunnen jullie ervan leren. ‘ 
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Haast je tot Allah. En neem geen andere god naast Hem!
En zeg: ‘Ik ben slechts een duidelijk sprekende boodschapper.'
Er is geen boodschapper gekomen of zijn volk heeft gezegd: ‘Hij is een bezetene. Hij is een goochelaar.’
Mohammad! Draai je gezicht dus van hen weg. Je bent niet verantwoordelijk voor hen.
Maar blijf waarschuwen. Het zal helpen.

6
Ik heb de djinns en de mensen slechts geschapen om Mij te prijzen.
Ik heb niets aan hen gevraagd. Ook niet om Mij te onderhouden.
Ik geef ze hun brood.

68    (Windmolen)

Het allesbedekkende
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Heb je het verhaal van het allesbedekkende gehoord?
Op die dag zullen de hoofden vernederd naar de grond kijken.
Gebroken, pijn lijdend en zuchtend.
Ze komen in het vuur terecht.


Kijken zij soms niet naar een kameel en zien ze niet hoe bijzonder het dier geschapen is? 
En naar de hemel, hoe hoog hij gebouwd is? 
En naar hoe de bergen tot stand zijn gekomen? 
En naar de aarde, hoe hij uitgespreid is?

3
Mohammad! Waarschuw dan!
Je bent geen waker over hen.
Maar een waarschuwer.
De afrekening is aan Ons.

69  (Tulp)

Kahaf 
Een paar mannen die vanwege hun gelooof achtervolgd werden, zoeken hun toevlucht in de grot Kahaf. Ze hebben een hond bij zich.
Van vermoeidheid vallen ze in slaap. En de hond waakt over hen.
Als ze wakker worden, zien ze dat ze oud zijn geworden en hun baarden lang en grijs zijn gegroeid.
Een van hen neemt een munt en gaat heimelijk naar de stad. Hij ziet dat alles veranderd is.
Ze hebben driehonderd jaar geslapen.  
Mohammad vertelt dit verhaal en andere verhalen.  

In de naam van Allah  
Hij is lief  
Hij geeft  
Hij vergeeft  

1
Lof zij Allah die het boek aan zijn dienaar heeft geopenbaard. Een boek dat geen fouten bevat.
Een stevig boek om de mensen te waarschuwen voor een harde straf en ook om de gelovigen te berichten over een goede beloning; dat er voor hen een plek is waar ze voor eeuwig zullen blijven.
En om degenen te waarschuwen die zeggen: ‘Allah heeft een kind genomen.’
Ze begrijpen niet wat ze zeggen, hun vaderen ook niet.
Het is een groot woord dat uit hun mond komt. Maar een leugen.

2
Mohammad, wellicht ga je dood van verdriet omdat ze niet in dit boek geloven.
Wij hebben alles gemaakt wat er op de aarde is om de mensen op de proef te stellen, en Wij zullen alles in dode stof veranderen. 
Mohammad! Denk jij dat het verhaal van de mannen van Kahaf een vreemd verhaal is in vergelijking met onze wonderen?

3
Toen de mannen van Kahaf hun toevlucht in de grot zochten, zeiden ze: ‘God, verleen ons Uw genade!’
Wij bedekten hun ogen en oren voor jaren met een gordijn.
Toen maakten Wij hen wakker om te zien wie van hen beter de tijd kon berekenen. Dit is hun verhaal:
'Wanneer de zon opkwam, zag je die verdergaan naar de rechterkant van de grot. En wanneer de zon onderging, zag je hem op de linkerkant, terwijl de mannen van Kahaf in een ruimte daartussen lagen.
Het was alsof ze wakker waren, terwijl ze sliepen en Wij wentelden hen naar rechts en naar links. En hun hond had zijn poten uitgestrekt voor de opening van de grot.
Als je hen zou zien, zou je je gezicht afwenden en vluchten uit angst.
Wij hebben hen wakker gemaakt om ze elkaar vragen te laten stellen. Een van hen zei: “Hoe lang waren we in de grot?"  
Er werd geantwoord: “Een dag of een deel van de dag."  
Nog anderen zeiden: “God weet het beste hoelang we hier zijn gebleven. Laten we een van ons heimelijk met een zilveren munt naar de stad sturen om te kijken wat het reinste voedsel is."’  

4  
Op die manier lieten Wij de mensen zichzelf ontdekken en ze begonnen er met elkaar over te discussiëren.  
Sommigen zeiden: ‘Bouw iets over hen heen. Hun God weet wat het beste voor hen is.’  
Zij die wisten wie ze waren, zeiden: ‘We zullen een tombe voor hen maken.’  
Sommigen zullen zeggen: ‘Het waren drie mannen en de vierde was hun hond.’  
Anderen zullen zeggen: ‘Het waren vijf mannen, de zesde was hun hond.'  
Iedereen raadde naar het geheim. Weer anderen zullen zeggen:  
‘Zeven mannen waren het, en de achtste was hun hond.’  
Mohammad, zeg: ‘Mijn God weet hun aantal. En een beperkt aantal mensen. Discussieer er dus niet verder over en vraag er niets meer over!’  

5
Mohammad! Zeg nooit: ‘Ik ga het morgen doen’, zonder erbij te zeggen: ‘Ensha’allah: als God het wil!’ En denk altijd aan God!  
De mannen bleven driehonderd jaar in hun grot en ze voegden er nog negen jaar aan toe.  
Zeg: ‘Allah weet het best hoelang ze daar verbleven. Hij kent de geheimen van de hemelen en de aarde. Hij is de Ziende en Horende.’  
Mohammad: ‘Lees voor uit de schrift die je geopenbaard is. Er is niemand die Zijn woord veranderen kan.'

6
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Deze waarheid komt van je God.
Wie wil, mag geloven, wie niet wil, mag ongelovig blijven, maar voor hen die slechte daden plegen, hebben Wij een vuur klaargemaakt dat hen omsingelt. Als ze om een slok water smeken, wordt hun gesmolten metaal gegeven, als water dat hun gezichten verbrandt. Het is een slechte drank en een slechte plek.
De beloning aan hen die geloven en goede daden hebben verricht, zullen Wij niet vergeten. Ze komen in de tuinen van geluk terecht waar de rivieren onderdoor stromen. Ze lopen daar in groene zijden jurken, met mooie armbanden van goud en ze rusten op de banken. Het is een mooie beloning op een mooie plek.’

7
Mohammad! Maak voor hen een vergelijking, zeg: ‘Het leven is als water dat Wij uit de lucht laten vallen en dat zich mengt met planten en bloemen, die vervolgens droge stengels worden die de wind op een ochtend meeneemt.’

8
Op de dag dat Wij de bergen in beweging brengen en je de aarde ziet zwellen, zullen Wij de mensen uit hun graven laten komen.
En Wij zullen niemand achterlaten.
Ze worden in een rij voor Ons gebracht.
En het boek wordt hun voorgelegd. De schuldigen schrikken ervan: ‘O! Wat voor een boek is dit?
Kijk! Alles wat we gedaan hebben, staat erin. Alle kleine en grote dingen.’

9
In deze Koran hebben Wij voorbeelden genoemd van wat oude Volkeren is overkomen. De mens is een grote ruziezoeker.
Wij vernietigden alle steden waarin de bewoners gewelddadig waren.
En zo ging het, tot Mozes tegen zijn knecht zei: ‘Ik zal niet stilzitten tot ik de plek bereik waar de beide zeeën bij elkaar komen, al moet ik er oneindig lang voor lopen.’  
Toen ze de plek bereikten waar de beide zeeën elkaar troffen, vergaten ze hun vis, die zijn weg vond in de zee en wegzwom. 
Nadat ze nog een stukje verder waren gelopen, zei Mozes tegen zijn knecht: ‘We zijn moe van deze reis. Breng ons het maal.’ 
De knecht zei: ‘Heb je het niet gemerkt? Toen we bij die rots uitrustten, vergat ik de vis. En deze vond zijn weg in de zee op een verbazingwekkende manier. Dit deed de Satan met mij.’ 
Mozes zei: ‘Dit is de plek waar we naar zochten.’  
Toen keerden ze om en volgden hun voetsporen.  

10  
Mohammad! Ze stellen je vragen over Zolghamain, de heerser die twee horens op zijn helm draagt.
Zeg tegen hen: “Ik zal jullie zijn verhaal vertellen.  
Wij hadden Zolgharnain welvaart en macht gegeven op aarde en toegang tot alles.  
Hij vervolgde zijn weg tot hij de zon in het westen bereikte en hij zag de zon alsof deze in een bron van modder onderging. Op die plek trof hij een volk.  
Wij zeiden: “Zolgharnain! Je bestraft hen of je behandelt hen goed.
Hij zei: “Wie onrecht pleegt, wordt gestraft. Wie gelooft en goede daden verricht, wordt beloond." 
En hij liep verder tot hij de plaats van de zonsopgang bereikte, daar vond hij een volk voor wie Wij geen bescherming tegen de zon hadden gemaakt. Zo was het en Wij waren op de hoogte van waar hij mee bezig was.
Hij vervolgde weer zijn weg tot hij tussen twee bergen kwam. Daar vond hij een volk dat nauwelijks een taal verstond. Ze zeiden: “Jij, Zolgharnain, luister. Het volk van Jadjoedj en Madjoedj gebruikt geweld en brengt ellende op de aarde. Wil jij een muur tussen ons en hen optrekken als wij de kosten betalen?”
Hij zei: "De welvaart die God aan mij gegeven heeft, is beter. Help mij maar met mankracht, dan zal ik zorgen voor een muur tussen jullie en hen. Breng mij brokken ijzer." En hij vulde de ruimte tussen de beide bergen met ijzer. Toen zei hij: “Blaas!"
En toen het ijzer vuur werd, zei hij: “Breng mij gesmolten koper om eroverheen te gooien."
Het volk van Jadjoedj en Madjoedj was niet in staat om over de muur heen te komen of er een gat in te slaan.
Hij zei: “Het is een geschenk van mijn God!"’

11
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Als de zee inkt was voor de woorden van Allah, dan zou de zee leegraken voordat Zijn woorden eindigen.’
Zeg: ‘Ik ben slechts een mens als jullie. Alleen mij is geopenbaard dat jullie God één God is.
Wie zijn Schepper wil ontmoeten, moet niets of niemand naast Hem bedenken.’

70  (Regen)

De bijen
Mohammad had een dichterlijke kijk op de wereld, En zijn fantasie was onbegrensd. 
De zonsopgang maakte een onuitwisbare indruk op hem, en hij ging bijna onder met de zonsondergang. Hij zag alles anders. Hij zag de schaduwen van links en rechts God lofprijzen.
Hij keek verwonderd naar alles en hij zag overal de sporen van Allah.
Maar waarom zagen de anderen die tekenen niet? vroeg Mohammad zich af.

In de naam van Allah  
Hij is lief  
Hij geeft  
Hij vergeeft  


Allahs verordening komt, daarvoor hoef je je niet te haasten. 
Vrees Mij dan! 
Hij heeft de hemelen en de aarde oprecht geschapen. Hij staat boven wat ze ook naast Hem bedenken. 
Hij heeft de mens uit een druppel gecreéerd, maar de mens zoekt onheil.
Hij heeft het vee geschapen waawan jullie warmte en nut hebben, en waarvan jullie eten.  
Voor jullie zit er schoonheid in wanneer je je vee ’s avonds na het grazen naar huis brengt en wanneer je ze in de vroege morgen weer meeneemt om te weiden.  
Ze dragen jullie lasten naar bestemmingen die je alleen met veel moeite bereiken kunt.
Ook heeft Hij paarden, muildieren en ezels geschapen waarop je kunt rijden en mee kunt pronken.  

2
Hij is het die uit de hemel water stuurt om te drinken en waarmee de gewassen groeien waarvan je je vee laat eten.  
Hij doet daarmee jullie olijven, dadels, druiven, en allerlei andere vruchten groeien. 
En Hij temt de nacht, de dag, de zon, de maan en de sterren voor jullie. Daar zitten zonder twijfel tekenen in voor hen die nadenken. 
Hij is het die de zee temde, zodat je er verse vis uit kunt eten en er de sieraden die je draagt uit kunt halen. En jullie zien de schepen die op de zee varen opdat jullie in Zijn overvloed kunnen delen. 
Misschien kunnen jullie dankbaar zijn.  
Hij plaatste de bergen op de aarde zo dat bevingen voorkomen worden. En rivieren en wegen om jullie richting te kunnen vinden. En door de sterren bepalen jullie de juiste weg.
Is Hij die schept gelijk aan degene die niet schept?
Waarom trekken jullie er geen lering uit?
Want wat zij als goden zien, kunnen niets scheppen, die goden zijn zelf geschapen. Ze zijn levenloos en hebben geen verband met het leven. En ze weten niet wanneer ze opgewekt worden. Jullie God is één.

4
Mohammad! We hebben voor jouw tijd de mannen gezonden aan wie Wij een openbaring hadden gegeven. We zonden hen met wonderen en boeken.
Bevraag degenen die de schriften in hun bezit hebben als je het niet weet.
Wij hebben aan jou de Koran geopenbaard, opdat je de mensen kunt uitleggen wat naar hen neergezonden is. Misschien zullen ze dan gaan nadenken.

5
Mohammad! Achten de mensen die slechte daden plegen zich veilig als God ze onverwachts in de grond stopt? Of als de straf hen treft uit een hoek waarvan ze het niet verwachten? Of dat Hij hen tijdens hun handelsreis grijpt zonder dat ze het tegen kunnen houden?
Of dat Hij hun in hun angsten treft. Jouw Heer is toch meelevend en lief?
Zien ze soms niet hoe de schaduwen zich naar links en rechts buigen voor Allah?

6
Allah heeft gezegd: ‘Neem geen twee goden. Er is slechts één God!’
Van wat Wij aan hen hebben geschonken geven ze een deel weg aan de onwetende afgoden.  
En ze verzinnen dochters voor Allah, geprezen zij Hij. En ze houden hun zonen, die ze zo graag willen voor zichzelf. Wanneer een van hen hoort dat zijn vrouw een dochter heeft gebaard, wordt zijn gezicht donker van woede. En hij verbergt zich voor zijn volk vanwege het slechte nieuws. Zal hij het meisje nederig behouden? Of zal hij haar levend begraven?
Welnee, slecht is hun oordeel. Een slechte beschrijving van het oordeel geven zij die niet geloven in de dag des oordeels. 
Een mooie beschrijving is die van God.
Indien God de mensen voor al hun zondige daden zou bestraffen, dan bleef er op de aarde niemand meer over. Maar Allah geeft hun een vaste tijd en als hun termijn verlopen is, wordt die geen uur uitgesteld of vervroegd. Allah is alwijs!

7
God liet water uit de lucht vallen en daarmee wekte Hij de aarde op toen hij dood was. Daar zit een teken in voor hen die zien.
En er zit een les in de kuddedieren; in hun buik geven wij zuivere melk uit het mengsel van uitwerpselen en bloed.
Van druiven en dadels maken jullie wijn en lekkere gerechten.
Daar zit een teken in voor hen die nadenken. 
En jouw God gaf inspiratie aan de bijen om een korf voor zichzelf te bouwen in de bergen, in de bomen en in de hoge huizen. En Hij zei: ‘Eet dan van alle soorten vruchten en volg de weg van je Schepper!’  
Uit hun buiken komt geneeskrachtig sap in verschillende kleuren voort. Daar zit een teken in voor hen die nadenken.  

 8  
Vergelijk Allah dus niet met de afgoden. God weet en jullie weten niet.
Allah maakt een vergelijking: een slaaf die geen macht heeft en iemand aan wie Wij veel macht hebben gegeven, zijn die gelijk?
Allah maakt een vergelijking tussen twee mannen: een van hen is stom. Hij kan niets en hij is een last voor zijn meester, waar hij hem ook been stuurt, hij brengt niets goeds mee. Is hij dan gelijk aan iemand die zelf de juiste weg volgt?
Allah kent het geheim van de hemel en de aarde. En de dag des oordeels kan in een ogenblik geregeld worden of nog korter. Allah kan alles.

9
God heeft jullie uit de buik van jullie moeder gehaald toen jullie onwetend waren. Ook heeft Hij jullie oren, ogen en een hart gegeven. Misschien kunnen jullie zo dankbaar zijn.
Kijken jullie eens hoe de vogels in de lucht vliegen. Alleen Allah kan ze zo in de lucht houden. Daar zit een teken in voor hen die geloven.

10
En Allah heeft van jullie huizen een plaats om te rusten gemaakt. Hij heeft van de huid van het vee tenten voor jullie gemaakt. Jullie kunnen die dragen als je reist. 
Van het haar, de wol en de pels van het vee heeft hij huisraad voor jullie gemaakt voor een bepaalde tijd.
Allah heeft van alles wat Hij geschapen heeft, schaduwen voor jullie gemaakt. En Hij heeft grotten in de bergen voor jullie gemaakt. Hij heeft kledingstukken voor jullie gemaakt om jullie tegen de warmte en de kou te beschermen en ook kledingstukken die jullie tegen elkaars geweld beschermen.
Zo maakt Hij Zijn gaven compleet voor jullie. Misschien zullen jullie je nu overgeven aan God.

11
Kom je afspraken na, als je een overeenkomst met Allah sluit. En breek je woord niet.
Wees niet als de vrouw die spon en die als haar spinsel sterk was, het rafel voor rafel lostrok. 
Verkwansel je verdrag met Allah niet. Wat bij God is, is beter voor jou.
Wat bij jou is, vergaat. Maar wat bij Allah is, blijft.

12  
En wanneer je de Koran leest, zoek je bescherming bij God tegen die vervloekte Satan. Hij heeft geen macht over hen die geloven.  
De Satan bereikt slechts hen die hem mogen en hen die een gelijke aan God bedenken.  

13 
Eet dan van wat Allah jullie als voedsel gegeven heeft, maar eet rein en wees dankbaar.  
De dode beesten, het bloed, en het varkensvlees zijn verboden.  
Ook het vlees van een beest waarbij tijdens zijn slachting de naam van een ander dan Allah is geroepen.  
Maar als het moet, dan mag het. Allah is vergevend.  
En voor de joden blijft verboden wat Wij eerder hebben verteld.  
We doen hun geen onrecht aan. Zij doen zichzelf onrecht aan.  

14  
Ibrahim was een voorbeeld, hij volgde het zuivere geloof en hij behoorde niet tot de volgelingen van de afgoden. 
Hij was dankbaar voor Gods gave en God verkoos hem en leidde hem op de juiste weg.  
En Wij gaven hem alle goeds in het leven en hij bleef een uitverkorene in het leven na de dood.  
Mohammad! Toen hebben Wij jou gevraagd om Ibrahims weg te volgen. 
Wees geduldig en niet verdrietig!  

71   (Klomp)

Noeh (Noach)
Djamshid, de eerste Perzische koning, had zeven afbeeldingen van zichzelf laten maken. En hij had ze naar de zeven hoeken van zijn grote rijk gestuurd. 
De afbeelding van rode steen was bij het volk van Noeh terechtgekomen. Dat volk had nog vele andere beeltenissen van afgoden gemaakt.
Noeh was een bedreven redenaar, hij kon goed debatteren.
Negenhonderd jaar lang waarschuwde hij zijn volk, maar niemand wilde naar hem luisteren.
Uiteindelijk zeiden de mensen tot hem: ‘Noeh, je bent bezeten!’
Vaders namen hun zonen bij de hand, liepen naar hem toe, richtten hun wijsvinger naar hem en zeiden tegen hun zonen: ‘Kijk! Hij is gek en hij vertelt onzin. Als ik dood ben, mag je niet naar hem luisteren. ’
Het ging zover dat ze besloten om Noeh te doden.
Ondanks alles wist Noeh een groep mensen achter zich te krijgen.
Tachtig mensen waren bij hem aan boord van zijn schip toen het begon te stormen.
(Naar De levens van de profeten)

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Wij zonden Noeh tot zijn volk en Wij zeiden tot hem: ‘Waarschuw hen voordat ze getroffen worden door de grote straf.’
Noeh zei: ‘O, mijn volk. Ik ben een oprechte boodschapper. Vrees God, aanbid Hem en volg mij. Hij zal jullie zonden vergeven.’

2
Na een tijdje zei hij tot God: ‘O, mijn Schepper. Ik heb mijn volk dag en nacht vermaand, maar ik heb hen alleen maar weggejaagd door mijn waarschuwingen.
Wanneer ik tot hen praat, stoppen ze hun vingers in hun oren, ze verbergen zich in hun kleren en ze blijven hardnekkig alles weigeren. Toch blijf ik hen steeds waarschuwen en ik praat met hen in het openbaar en in het geheim.
Ik heb tot hen gezegd: “Vraag vergiffenis aan jullie Schepper.
Hij zal dan de hemel in overvloed over jullie doen regenen.
Hij zal jullie vermogen en zonen geven.
Hij zal voor jullie tuinen doen groeien en rivieren doen stromen.
Wat is er gebeurd met jullie dat jullie Zijn glorie niet vrezen? Hij heeft jullie in verschillende fasen gemaakt.
Hebben jullie nooit nagedacht over hoe Hij de hemelen in zeven lagen heeft geschapen?
En hoe Hij de maan daarin heeft laten schitteren en hoe Hij er de zon als een stralende lantaam in geplaatst heeft?
En hoe Hij jullie als een plant uit de grond heeft laten groeien?
En hoe Hij jullie weer in de grond terug doet keren? En hoe Hij jullie dan opnieuw uit de grond laat komen?
Hij heeft de aarde als een tapijt voor jullie uitgerold opdat jullie zijn brede wegen mogen bewandelen." ’

3
Noeh zei: ‘God! Ze luisteren toch niet naar mij. Ze volgen alleen hun afgoden die hun bezit en hun kinderen schande brengen. Ze hebben een gemeen plan bedacht. En ze blijven alsmaar de namen van hun afgoden roepen: Wod! Sawa! Iagoes! Iagoegl En Nasr!’
Wij hebben hen daarom laten verdrinken. En ze zullen naar een mur gebracht worden, waar niemand hen kan helpen. En Noeh zei: ‘God, laat geen enkel spoor van de ongelovigen op aarde achter.
God, vergeef mij en mijn ouders en iedereen die mijn huis binnenloopt.’

72  (Koe)

Ibrahim (Abraham)
Koning Namroed beschouwde zichzelf als god op aarde Hij gaf het bevel om Ibrahim in het vuur te gooien, maar het vuur werd koud en in plaats daarvan groeiden er bomen, planten en bloemen.
Namroed besloot de strijd aan te gaan met de God van de hemel. Hij liet een hoge ladder maken. Hij pakte zijn zwaard en klom de ladder op. Maar de God van de hemel liet Zich niet zien.
Namroed besloot God diep in de hemel te gaan zoeken. Hij beval de geleerden een toestel voor hem te maken waarmee hij kon vliegen.
Men bedacht iets spectaculairs, een oervliegtuig; een bijzonder soort koets eerder. Er werden vier krachtige adelaars met lange, stevige touwen aan de vier hoeken van een speciale koninklijke rieten stoel vastgebonden. Namroed pakte zijn zwaard en nam plaats in de stoel, Men hing vier stukken rauw vlees op korte afstand boven de koppen van de adelaars. De adelaars sloegen hun vleugels uit en probeerden het stukje vlees te bemachtigen. Zo trokken ze de koets diep de hemel in. Maar de God van de hemel was nergens te vinden. 
(Naar de vertelling van de grote Perzische dichter Ferdosi)

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alef Lam Raa.
Wij hebben je een boek geopenbaard.
En Wij hebben geen profeet gezonden, anders dan in de taal van zijn eigen volk.
Wij zonden Mozes Onze wonderen.
Hebben jullie nooit over het volk van Noeh, Ad en Thamoed gehoord? Noch over de andere volkeren die niemand kent behalve Allah?
Hun profeten kwamen met duidelijke tekenen, maar de mensen legden hun handen op de monden van de profeten en zeiden:
‘Stil! We geloven niet in jullie missie. En we twijfelen ernstig aan jullie woorden.’
Hun profeten zeiden: ‘Twijfelen jullie aan God, de Maker van de hemelen en de aarde? Twijfelen jullie over Hem die jullie na een vaste tijd terug laat keren?’
Ze zeiden: ‘Jullie zijn gewone mensen, zoals wij en jullie willen ons tegenhouden om te dienen wat onze vaderen dienden. Als het anders is, breng ons dan duidelijk bewijs.’
Hun profeten zeiden: ‘Het is waar. We zijn gewone mensen net als jullie. En we zullen de pijn dragen die jullie ons aandoen.’
En zij die niet geloofden, zeiden: ‘We zullen jullie zeker het land uitzetten, tenzij jullie terugkeren tot ons geloof.’
Maar God openbaarde aan Zijn profeten dat Hij de onrechtplegers zou vernietigen.

2
Zo gaat elke gewelddadige vijand te gronde.
Hun wacht de hel en er wordt gelig water aan hen gegeven dat zij slok voor slok moeten drinken tot zij het niet meer kunnen slikken. De dood zal van alle kanten tot hen komen, maar zij gaan niet dood. Er wacht hun nog een zware straf. 
Het verhaal van hen die God niet geloven, is dat hun daden als as op een stormachtige dag komen te liggen: er zal niets van overblijven.
lvlaar zij die geloven en goede daden hebben verricht, komen in de tuinen van geluk terecht, waar de rivieren onderdoor stromen en waar ze voor eeuwig kunnen blijven. Daar is hun groet: “Salam !’
Mohammad! Heb jij niet gehoord hoe Allah een mooi woord vergelijkt met een mooie boom waarvan de wortels diep in de grond liggen en de takken hoog in de lucht staan en die van tijd tot tijd vruchten geeft met de toestemming van Allah?
En een lelijk woord is als een lelijke boom die ontworteld is.
Allah maakt deze gelijkenissen voor de mensen, misschien zullen ze daar lering uit trekken.

4
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Zij die iets of iemand naast Allah verzinnen, zullen in de hel terechtkomen. En de hel is een slechte plek.’
Allah is het die de hemelen en de aarde heeft geschapen en die uit de hemel water heeft doen vallen, waardoor granen en vruchten voortgebracht worden. En Hij heeft de zee voor jullie getemd om er met schepen op te varen naar Zijn bevel en Hij heeft de rivieren voor jullie getemd en Hij heeft de zon en de maan voor jullie gedwongen in hun vaste loop. En Hij heeft de nacht en de dag getemd.
Als je Allahs gunsten wil tellen, dan kun je die niet opsommen, maar de mens is onrechtvaardig en ondankbaar.

5
En zo ging het tot Ibrahim zei: ‘Mijn God, maak deze plek veilig en weerhoud mij en mijn kinderen ervan om de afgoden te dienen.
Deze goden hebben inderdaad vele mensen misleid. O, mijn Heerser! Wie mij volgt, die is van mij en U beslist over wie mij niet gehoorzaamt. U bent vol medelijden en vergeving. O, mijn heerser! Ik heb enkele van mijn dierbaren in een vallei doen wonen zonder water en gewas. Ik vraag U, laat mensen vriendelijk met hen omgaan en geef hun te eten.’
Ibrahim zei: ‘Onze Heerser! Gij weet wat we in het geheim en wat we openlijk doen.
Niets in de hemel en op de aarde is voor God verborgen.
Geprezen zij God die mij ondanks mijn ouderdom Ismaiel en Ishaaq geschonken heeft. Waarlijk, Gij hoort de gebeden.’

Mensen! Op de dag waarop de hemel en de aarde er anders uit zullen zien dan nu en waarop de doden zullen verrijzen, zullen jullie de schuldigen zien, vastgeketend met kettingen. Hun kleren zijn van teer en het vuur vlamt uit hun gezichten.
Het is een verkondiging voor julIie, opdat jullie mogen weten dat Hij één is.

73   (Windmolen)

De profeten
Mohammad noemde herhaaldelijk de namen van tientallen oude bekende en onbekende profeten als Loet Hud, Edris, Gezr, Joenes, Dawoed, Mozes en Jezus, maar hij heeft nooit de Perzische profeet Zarathoestra in zijn vertellingen vermeld. 
De naam Zarathoestra bestaat uit twee delen:
‘Zarata’, wat ‘goud’ betekent.
En ‘thoestra’, wat ‘het licht van’ betekent.
Zarathoestra is dus ‘het licht dat van goud komt’.
En goud symboliseert de Perzische god Ahoerumazda.
De god van het goede Zarathoestra kent drie pijlers in zijn leer:
Goede woorden.
Goede daden.
Goede gedachten.
De Avesta, het heilige boek van Zarathoestra, was ooit het boek van het oude Perzische Rijk.
De Perzen praktiseerden de leer van Zarathoestra totdat Mohammad met de Koran kwam, 
De aanhangers van Mohammad vielen het Perzische Rijk binnen, vernielden de gebedshuizen van Zarathoestra en vernietigden de avesta’s. Ze dwongen de Perzen om de islam als geloof en de Koran als boek te aanvaarden.
De Perzen wisten tweehonderd jaar lang hevig verzet te bieden, maar uiteindelijk zwichtten ze en accepteerden ze de Koran. Het geloof van Zarathoestra werd door de islam verbannen.
(Naar Tweehonderd jaar stilte van Sharog Meskoeb)

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
De dag des oordeels nadert, maar de mensen leven nog altijd in achteloosheid.
Ze praten in het geheim met elkaar: ‘Is deze Mohammad niet een mens zoals jullie? Waarom volgen jullie zijn tovenarij dan?’
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Mijn God weet elk woord dat in de hemel en op de aarde gezegd wordt. Hij is alhorend. Alwetend.’
“Nee,’ zeggen ze, ‘zijn vertellingen zijn dwaze dromen. Hij heeft het verzonnen. Nee, hij is een dichter. Laat hem dus met een Wonder komen, net als de oude profeten.’

2
Mohammad! Wij hebben de hemel en de aarde niet gemaakt om Ons te vermaken.
Als Wij een spel hadden willen maken, dan zouden Wij dat hebben gedaan. 
Maar Wij slaan het echte tegen het valse en zo maken Wij het valse kapot. Wee, jullie, voor jullie valse beweringen. 
En Wij hebben voor jouw tijd geen profeet gezonden zonder hem te openbaren dat er geen God is dan Ik. Prijs Mij dus.

3
De ongelovigen hebben bedacht dat de hemel en de aarde samen een gesloten massa waren. Wij hebben hemel en aarde toen uit elkaar gehaald. Alles wat leeft hebben Wij uit water gemaakt.
Willen ze dan toch nog niet geloven?
Wij hebben op de aarde stevige bergen gezet die niet zouden wankelen. En Wij hebben er brede wegen gemaakt. Misschien zullen ze de juiste weg vinden.
En Wij hebben de hemel als een beschermend dak gegeven, maar ze wenden zich van deze tekenen af.
Van Ons is de nacht, de dag, de zon en de maan. En ze bewegen allemaal in een bepaalde baan.
leder levend wezen gaat dood en zal tot Ons wederkeren.

4
Mohammad! De ongelovigen spotten met je als zij je tegenkomen. Ze zeggen: ‘Is dit de man die die lelijke dingen over jullie goden zegt?’
De mens is met haast geschapen. Ik zal gauw Mijn tekenen laten zien. Maar vraag Mij niet om Me te haasten. 
Ze vragen: “Wanneer komt de dag van het laatste oordeel? Als je oprecht bent?’
Nee! De dag des oordeels zal plotseling tot hen komen en hen verrassen. Ze zullen verbijsterd om zich heen kijken, ze kunnen die dag niet wegsturen en ze krijgen ook geen uitstel. En ze kunnen het vuur niet afhouden van hun rug en van hun gezicht.

5
Mohammad! Zeg tegen hen: ‘Ik waarschuw jullie door openbaringen, maar de doven horen het niet als ze gewaarschuwd worden.’
Wij zullen de weegschalen klaarzetten op de dag des oordeels. En er wordt niemand onrecht aangedaan. Al gaat het om het gewicht van een mosterdzaadje, Wij wegen goed.

6
Deze Koran is een gezegende waarschuwing die Wij geopenbaard hebben.
Wij hebben vroeger al aan Ibrahim een innerlijke rijpheid gegeven. Tot hij tot zijn vader en zijn volk zei: ‘Wat zijn deze stenen beelden die jullie vereren?’
Ze zeiden: ‘Wij hebben gezien dat onze vaderen deze ook vereerden.’
Hij zei: ‘Jullie en jullie vaderen handelden verkeerd.’
Ze zeiden: ‘Heb je ons de waarheid gebracht of speel je met ons?’
Hij zei: ‘Jullie Schepper is de Maker van de hemel en de aarde. En ik ben een getuige.'
En hij zei bij zichzelf: bij God, ik zal iets tegen jullie goden bedenken.
Hij sloeg al hun afgoden kapot, behalve de grootste.
Ze zeiden: ‘Wie heeft dit met onze goden gedaan?
Ibrahim, was jij het?’
Hij zei spottend: ‘Nee, ik heb het niet gedaan. Die grootste god heeft het gedaan.’
Ze zeiden: ‘Verbrand hem.’
Wij zeiden: ‘O, vuur, word koud! En geef geluk aan Ibrahim!’

7
Wij redden hem en Loet en Wij stuurden ze naar het land dat Wij gezegend hadden voor de hele wereld.
Wij schonken hem Ishaaq als zoon en Jakoeb als kleinzoon.
Gedenk de profeet Noeh, toen hij riep en Wij hem en zijn familie redden uit de grote ramp.

8
Gedenk de profeet Dawoed en de profeet Soleiman, toen ze oordeelden over de akker waar de schapen van iemand een nacht lang hadden gegraasd. Wij waren getuige van hun oordeel.
Wij schonken beiden kennis en wetenschap.
Wij kregen de bergen en de vogels zover dat zij Ons samen met Dawoed prezen. Wij waren het die dat deden.
Wij leerden Dawoed hamassen te maken, zodat hij zich kon beschermen.
Zijn jullie nog niet dankbaar?

9
En Wij kregen de wilde wind zover dat hij op Soleimans bevel naar het gezegende land ging en de djinns ervoor wegdoken.
Wij kunnen alles. Wij weten alles.
Gedenk de profeet Ajoeb. Toen Wij zijn gebed verhoorden, gaven Wij hem zijn familie terug en namen Wij zijn pijn weg.
Gedenk de profeten Ismaiel, Edris en Zolkafl, die allen geduldig waren.
Gedenk de profeet Joenes in de buik van de vis nadat hij boos was weggegaan omdat hij dacht dat hij aan Ons kon ontkomen. Uit de duisternis van de buik riep hij: ‘Er is maar één God en dat zijt Gij. Ik prijs U!’
Gedenk de profeet Zakkaria. Toen Wij zijn gebed verhoorden, gaven Wij hem Jahja.
Gedenk ook Maria, de vrouw die kuis bleef. Wij bliezen iets van Onze geest in haar en Wij maakten haar en haar zoon als twee wonderen voor de wereld.
Dus loof Mij.

10
'Mohammad! De dag komt waarop Wij de hemel zullen oprollen als een beschreven vel papier, zoals Wij de schepping zijn begonnen, zullen Wij weer alles terug laten keren. Het is een belofte die Wij nakomen.
Wij hebben jou uit toegeeflijkheid voor de wereld gezonden.
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Het is mij geopenbaard dat jullie God één is !’ Maar als zij zich toch afwenden, zeg dan: ‘Ik heb het jullie duidelijk gezegd. En ik weet verder niet of de dag des oordeels vroeg komt of laat.
Alleen Hij weet alles.'

74   (Tulp)

De gelovigen
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Het is waar, de gelovigen worden gelukkig.
Zij die in hun gebed nederig zijn.
Zij die niets met geklets en onzin te maken willen hebben.
Zij die een deel van hun inkomen aan God af kunnen staan.
Zij die bewaren wat hun wordt toevertrouwd. Zij die alleen hun eigen vrouwen beminnen en hun slavinnen. Maar zij die meer dan dat willen, zijn overtreders.

2
Het is waar! We hebben de mens geschapen uit een stukje klei.
Dat plaatsten Wij in de vorm van een druppel op een betrouwbare plek. Daarna veranderden Wij de druppel in een klonter bloed.
Vervolgens zetten Wij het bloed om in weefsel. Toen vormden Wij beenderen uit deze vleesklomp. En Wij bedekten alle beenderen met weefsel. Zo brachten Wij een nieuwe schepping voort.
Allah is de Schepper.

3
Jullie sterven en op de dag des oordeels worden jullie weer opgewekt.
Wij hebben de hemel met zeven verdiepingen boven jullie hoofd geschapen, en Wij zijn nooit nalatig geweest wat betreft de schepping.

4
Wij hebben met mate water uit de lucht laten vallen en het op de aarde laten rusten. Wij zijn ook in staat om het te doen verdwijnen.
Met dat water brachten Wij tuinen met dadelbomen en druiventakken voort, waaraan jullie veel vruchten vinden.
Ook een boomsoort die op de berg Sinai groeit. Deze geeft olie, en een saus voor hen die eten.
In de kuddedieren is ook een teken van onze macht voor jullie te zien. Wij geven jullie te drinken van wat er in hun buiken zit, jullie eten van hun vlees, en jullie rijden op hen.

5
En Wij zonden Noeh tot zijn volk. Hij zei: ‘Mijn volk! Dien God!
Er is geen enkele God buiten Hem.’
De hoofden van zijn volk zeiden: 'Hij is slechts een mens zoals jullie. Maar hij wil uitblinken. Als God dat had gewild, dan had Hij wel engelen naar jullie gestuurd. Wat hij zegt hebben wij nooit van onze voorvaderen gehoord. Wacht af! Hij is gek.’
Noeh zei: ‘God, help me, nu ze me zo negeren.’
Wij openbaarden aan hem: ‘Bouw het schip onder Ons toezicht!
Wanneer Ons besluit valt en het kolkende water gaat spuiten, breng dan van elke diersoort een paar aan boord van het schip.
Ook je familie. Maar spreek Mij niet over hen die onrecht plegen.
Als jij en je familie aan boord zijn, zeg dan: "God! Breng me naar een gezegend oord. Wie dit doet, is almachtig."’

6
Wij brachten daarna een ander volk voort. Ook voor hen hebben Wij een profeet aangesteld.
De hoofden van zijn volk zeiden: ‘Deze man is slechts een mens zoals jullie. Hij eet wat jullie eten en hij drinkt wat jullie drinken.
Als jullie naar hem luisteren, zijn jullie verliezers. Hij zegt dat als je sterft, en tot stof en beenderen wordt, dat je daarna weer opgewekt zult worden. Onmogelijk, het is onmogelijk wat hij zegt. Er is geen ander leven dan dit leven. We leven, en we sterven, maar we worden niet opgewekt. Hij is een man die leugens verzint. We geloven hem niet.’ 
Hij zei: ‘God, help me! Ze verklaren me voor leugenaar!’
God zei: “Spoedig zullen ze er spijt van krijgen.’
Toen werden ze gegrepen door de kreet van de dood.

7
Daarna brachten Wij andere generaties voort.
Geen volk komt te vroeg aan zijn dood, en geen volk te laat.
Telkens wanneer er een profeet tot een volk kwam, verklaarde men hem tot leugenaar.
Vervloekt zij het volk dat de profeten niet wil geloven.
Daarna zonden Wij Mozes en zijn broer Haroen.
En Wij hebben Maria en haar zoon als twee wonderen voortgebracht.
En Wij plaatsten ze op een rustige heuvel, waaronder water stroomde.
Jullie, boodschappers! Eet van reine zaken en doe goede daden. Ik weet wat jullie doen.
Weet! Jullie volkeren vormen samen één volk. En Ik ben jullie God. Vrees Mij!

8
Wij belasten niemand boven zijn vermogen, en Wij hebben een boek dat de waarheid spreekt.
Ze worden niet onrechtmatig behandeld, maar hun hart is nalatig jegens dit boek. Ze zijn met anderen dingen bezig, maar zodra Wij hun rijken straffen, huilen ze om hulp.
Huil niet vandaag. Je wordt toch niet geholpen door Ons. Mijn tekst is al aan je voorgelezen, maar je wendde je af.

9
Hij is het die oren, ogen en het hart voor jullie geschapen heeft.
Toch betuigen weinigen Hem dank.
Hij is het die jullie op aarde heeft voortgebracht en jullie worden naar Hem teruggeleid.
Hij is het die doet leven en doet sterven en van Hem is het verschil tussen nacht en dag. Wil je nog steeds niet bij jezelf te rade gaan?
Mohammad! Zeg tegen hen: ‘Weten jullie van wie de aarde is en al wat daar op is?’
Ongetwijfeld zullen ze zeggen: ‘Van Allah!’
Zeg: ‘Waarom trekken jullie er dan geen lering uit?’
Zeg: “Wie is de Maker van de zeven hemelen en het grote heelal?’
Ongetwijfeld zullen ze zeggen: ‘Allah! Allah heeft alles gemaakt.’
Zeg tegen hen: ‘Willen jullie Hem dan niet als je Beschermer hebben? Waarom laten jullie je misleiden ?’

10
Wij hebben hun de waarheid gebracht, maar ze zijn leugenaars.
Allah heeft geen zoon genomen, en er is geen andere God naast Hem. Anders zou elke God zijn schepping boven de schepping van de anderen stellen. Maar Allah is verheven boven alles wat zij Hem toeschrijven.
Allah kent alles wat verborgen ligt en alles wat zichtbaar is.
Hij is boven alles verheven.
Mohammad! Wij zijn bij machte om alles aan jou te laten zien wat Wij gezegd hebben.
Zeg: ‘God, ik neem mijn toevlucht tot U als de Satan mij iets influistert.’

11
Wanneer op de dag des oordeels op de bazuin wordt geblazen, zal er geen familieverband meer tussen de mensen bestaan. En ze zullen niet meer naar elkaar vragen.
Zij van wie de weegschaal zwaar is, zijn gelukkig.
En zij van wie de weegschaal licht is, hebben zichzelf beschadigd.
Ze blijven voor eeuwig in de hel.
Hun gezicht wordt zo door het vuur verbrand dat het samentrekt.
Er wordt gezegd: ‘Zijn Onze teksten je soms niet voorgelezen en heb jij ze misschien niet leugens genoemd?’
Ze zullen zeggen: ‘God! We waren dwalende mensen. Haal ons weg uit deze hel.’
God zal zeggen: ‘Stil! Praat niet tot Mij en blijf in de hel!
Of denken jullie soms dat Wij jullie voor niets geschapen hebben en dat jullie niet tot Ons terug worden gebracht ?’
Nee, de ongelovigen zullen het geluk niet vinden.
Zeg: ‘Mijn schepper! Vergeef en wees genadig. Gij zijt de meest vergevende.'

75   (Regen)

Wacht
Zij die Gods tekenen zien, knielen om Hem te prijzen.
Ze zijn de gelovigen, ze zijn niet hooghartig en ze verlaten hun bed in de vroege morgen om zich neer te buigen voor de Schepper van het heelal.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alef Lam Miem.
Dit is een boek dat gezonden is en er is geen twijfel aan dat het van de Schepper van de wereld is.
Maar ze zeggen: ‘Mohammad heeft het zelf gemaakt.'
Nee, Mohammad! Het is de waarheid van je Schepper opdat jij je volk, tot wie nog geen profeet was gekomen, kunt waarschuwen. 
Blijf hen waarschuwen, misschien zullen ze toch voor het juiste pad kiezen.

2
Allah is het die de hemel en de aarde en wat er tussen beide is in zes dagen geschapen heeft. Daarna zette Hij zich op de troon. 
Jullie hebben geen redder buiten Hem. Willen jullie nog niet luisteren?
Jij regelt vanuit de hemel de zaken op de aarde. Daarna keert alles terug naar Hem op een dag die net zo lang is als duizend jaar volgens jullie berekening.
Hij kent het zichtbare en het onzichtbare. Hij is geweldig.

4
Alles wat Hij gemaakt heeft, heeft Hij goed gemaakt.
Hij maakte de mens uit klei. Daarna maakte Hij hem stevig en blies iets van Zijn eigen geest in hem en Hij maakte ogen, oren en een hart. Daarna maakte Hij zijn nakomelingen uit een druppel. Kijk, hoe gering jullie dankbaarheid is.

5
En ze vragen: ‘Is het echt mogelijk dat we weer tot leven komen als we geheel verloren zijn in de aarde?’
Zeker! Maar ze geloven niet dat ze Allah zullen ontmoeten.
Mohammad, zeg: ‘De engel van de dood pakt jullie ziel af en dan worden jullie teruggebracht naar de Schepper.’

6
En Mijn belofte wordt verwezenlijkt. Ik zal de hel vullen met djinns en mensen. Proef het vuur, want jullie waren de ontmoeting met deze dag vergeten. Nu zijn Wij jullie ook vergeten.
Proef daarom het eeuwige vuur voor wat jullie gedaan hebben.

7
In Onze tekenen geloven alleen zij die als ze eraan herinnerd worden, knielen om Allah te prijzen en zij die niet hooghartig zijn. 
Zij staan op van hun bed om hun Schepper in hoop en vrees aan te roepen en zij geven van wat Wij hun gegeven hebben.
Nee, niemand weet hoeveel licht in hun ogen zal schitteren als beloning voor wat ze gedaan hebben.
Is iemand die gelooft soms gelijk aan iemand die niet gelooft?
Ze zijn zeker niet gelijk.
Zij die goede daden doen, zullen in tuinen verblijven. Maar zij die niet geluisterd hebben, komen uiteindelijk in het vuur terecht. En als ze proberen te ontsnappen, worden zij teruggegooid met de woorden: ‘Proef het vuur dat je ontkende.’

8
Voordat de grote straf komt laten Wij hen in dit leven al een beetje van de straf proeven. Misschien bezinnen ze zich.
Maar wie is er koppiger dan hij die gewaarschuwd is en zich dan toch afwendt?
Wij zullen wraak op hen nemen.

9
Zien ze soms niet dat Wij al vele volkeren voor hun tijd hebben vernietigd? Denken ze niet na als ze langs de ruines van die huizen lopen?
Zien ze soms niet dat Wij het water op de dode aarde laten vallen en er dan gewassen op laten groeien waarvan zij en hun dieren eten? Denken ze soms niet na?

10
Ze zeggen: ‘Mohammad! Als je de waarheid vertelt, wanneer komt die dag van je oordeel dan ?’
Zeg: ‘De dag des oordeels is lang niet in jullie voordeel.’
En dan wend je je gezicht van hen af en wacht. Zij wachten ook.

76   (Klomp)

De berg
Allah zweert bij Altoer en daarmee bedoelt Hij de berg Sinai; waar Mozes God ontmoet heeft.
‘Mozes! Ik ben het. Jouw God. Doe je schoenen uit!’

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Bij de berg.
En bij een boek,
geschreven op een uitgerold perkament,
en bij het opgeknapte huis,
bij de hoge hemel zonder dak,
bij de zee die vol van vuur is:
de straf van je God zal geschieden.
En niemand kan die tegenhouden.

2
Op de dag waarop de hemel onrustig zal worden en de bergen in beweging zullen komen:
Wee de leugenaars!
Dit is het vuur waarin jullie niet wilden geloven.
Is dit vuur nu echt of is het weer tovenarij? Of kunnen jullie het niet goed zien?
Ga erin! Het maakt niet meer uit of jullie geduld hebben of niet.

3  
Zij die vreesden, komen in het paradijs.
En ze zullen achterovergeleund op de rustbanken zitten die voor hen in rijen zijn klaargezet.  
Wij zullen hen met gezellinnen verenigen, die sprekende, mooie ogen hebben.
Daar eten ze van fruit en gevogelte en hun bekers gaan van hand tot hand. Dit zal niet leiden tot onzinnige praatjes en het begaan van zonden.
En de jonge bedienden zullen met hen omgaan alsof zij verborgen parels zijn.

4
O, Mohammad! Bij de toegeeflijkheid van God, je bent geen bezetene en ook geen waarzegger. Dus vermaan hen! 
Ze zeggen: ‘Hij is een dichter. We wachten en we zullen zien wat de dood met hem doen.'
Zeg: ‘Wacht! Ik wacht ook.’ 

5
Of ze zeggen: ‘Hij verzint zijn vertellingen. Ze zijn allemaal van hemzelf’
Nee, Mohammad, ze geloven niet.
Laat hen dan met een tekst komen die gelijk is aan die van de Koran, als ze de waarheid spreken.
Zijn ze soms uit het niets geschapen? Of zijn zij de scheppers van zichzelf?
Of zijn zij het die de hemelen en de aarde gemaakt hebben?  
Of bezitten zij misschien de schatten van God?  
Of hebben zij soms een lange ladder waarop ze klimmen om de geheimen daarboven af te luisteren?  
Of beschikken ze over het Boek in den Beginne dat bij Ons ligt en   schrijven ze daaruit alles over? 
Of zijn ze bezig om een donker plan te smeden? Hun list wordt echter altijd tegen henzelf gebruikt.

6
Als er een stuk uit de hemel gevallen is, zeggen ze: ‘Het is een wolk.’
Laat hen, Mohammad! Totdat ze door de dag des oordeels worden getroffen waarna zij bewusteloos op de grond vallen en niemand hen kan helpen.
Wij zien jou, Mohammad! Heb geduld. Tot aan Ons oordeel. 

7
Prijs je Schepper wanneer je opstaat!
’s Nachts en ook op het moment waarop de sterren verdwijnen.

77   (Koe)

Het koninkrijk
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Gelukkig Hij die het koninkrijk van de wereld in handen heeft.
Hij heeft macht over alles.
Hij is het die de dood en het leven gecreëerd heeft om jullie op de proef te stellen en te bepalen wie van jullie het beste is.
Hij is de geliefde overwinnaar.

2
Hij is het die de hemelen in zeven verschillende verdiepingen heeft gemaakt.
Aan Zijn schepping ontbreekt niets.
Kijk dan eens of je een fout in Zijn werk kunt ontdekken.
Kijk dan nog een keer om of je een gaatje kunt zien.
Kijk dan nog twee keer om, tot je ogen moe worden.

3
Waarlijkl Wij hebben de lucht van de hemel met lantaarns versierd.
En Wij gebruiken die lantaarns ook om de satans te verjagen.
Of jullie nu in het geheim met elkaar praten of in het openbaar.
Hij weet de inhoud van de gesprekken.
Hij is teder. Hij is alwetend.
Hij is het die de aarde voor jullie getemd heeft.
Loop dus over de aarde en eet van Zijn gaven.
Uiteindelijk keren we allemaal terug tot Hem.

4
Denken jullie dat jullie echt veilig zijn en dat Hij die in de hemel is, jullie zal redden als de aarde plotseling begint te beven?
Denken jullie dat jullie echt veilig zijn voor Hem die in de hemel is, dat Hij geen storm van zand zal zenden?
Dan mogen jullie weten hoe Mijn waarschuwing luidt.

5
Kijken jullie soms niet naar de vogels boven jullie hoofd? Hoe zij hun vleugels uitspreiden en hoe ze hun vleugels intrekken?
Is er iemand anders dan de gevende Allah die hen in de lucht laat zweven?
Hij begrijpt alles.

6
Mohammad, zeg:
‘Hij is het die jullie geschapen heeft.
En voor jullie ogen, oren en een hart heeft gemaakt.
Wat zijn jullie toch ondankbaar.’
Zeg: ‘Hij is het die jullie uit de aarde geschapen heeft.
En jullie tot Hem laat wederkeren.’

7
Mohammad! Ze vragen wanneer het laatste oordeel dan komt.
Zeg tegen hen: ‘Ik weet het niet. De kennis daarover ligt bij Allah.
Ik ben slechts een waarschuwer.’
Zeg: ‘Hij vergeeft. Wij geloven in Hem en wij hebben ons vertrouwen in Hem gesteld. En jullie zullen er gauw achter komen wie in dwaling verkeert.’
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Als water de grond in gaat en verdwijnt, wie van jullie is dan in staat het smakelijke, stromende water terug te brengen?’

78   (Windmolen)

De alhagge
Wat is ‘alhagge’?
Het is een nieuw woord, dat Mohammad een beladen betekenis heeft gegeven 
Er wordt uitgelegd wanneer de dag des oordeels aanbreekt. 
En hoe die dag eruit zal zien. En hoe de mensen het weten.
Een engel zal op een bazuin blazen, zodat alle doden van de wereld hem zullen horen. 
En de doden zullen overeind komen en hun graven verlaten.
Sommigen zullen blij zijn en vermoeden dat ze in het paradijs terecht zullen komen, maar anderen zullen somber en achterdochtig  zijn, want ze weten wat hun te wachten staat.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
De alhagge.
Wat is de alhagge?
Het is iets wat plaats zal vinden.
Maar hoe kunnen jullie weten wanneer het plaatsvindt?

2
Wanneer er eenmaal op de bazuin wordt geblazen, is de grote gebeurtenis daar.
De aarde en de bergen worden hevig geschud en in één klap vernietigd.
En de hemel zal barsten en in stukken op de grond vallen, want alles mist op die dag samenhang.
De engelen gaan aan weerszijden van de hemel staan.
En de troon van Allah wordt door acht engelen gedragen.

3
Dan worden jullie naar Hem gebracht. En geen geheim zal voor jullie verborgen blijven.
Wie het overzicht van zijn leven in zijn rechterhand krijgt gedrukt, zal met een gelukkig hart zeggen: ‘Kom! Lees dit. Ik wist zeker dat ik de gevolgen van mijn daden zou zien.’
Hij wordt naar een mooi leven in de tuinen geleid, waar de vruchten van de bomen binnen handbereik zijn.
En er wordt tegen hen gezegd: ‘Salam! Eet en drink! Dat alles is voor jullie goede daden.' 

4
Maar zij die het overzicht van hun leven in de linkerhand gedrukt krijgen, zullen somber zeggen: ‘Wee mij, was mij dit maar niet gegeven. Had ik maar niet geweten wat erin staat. O, was ik maar voor eeuwig in het graf gebleven. Mijn bezittingen hebben mij niet gebaat. En mijn macht is verdwenen.’
Er wordt gezegd: ‘Pak hem en bind hem vast. En neem hem mee naar de hel. En leg hem dan aan een ketting van zeventig el lang.
Want hij geloofde toch niet in God. En hij gaf niets aan de behoeftige.
Heden heeft hij geen vrienden. Ook geen eten, behalve dan dit gelige sap dat alleen de misdadigers nemen.’

5
Ik zweer bij alles wat jullie zien en bij alles wat jullie niet zien dat wat de dierbare boodschapper zegt de oorspronkelijke woorden zijn.
Het zijn geen woorden van een dichter.
Waarom geloven jullie niet?
Het zijn ook geen woorden van een waarzegger.
Waarom geloven jullie niet?
Zijn woorden zijn een zending van de Schepper van het heelal.
Als Mohammad iets van zichzelf aan Onze woorden toegevoegd had, zouden Wij hem bij zijn rechterarm hebben vastgepakt en zijn halsader hebben doorgesneden.
En niemand onder jullie had hem kunnen redden.

6
Dit is een boek, een waarschuwing voor hen die willen luisteren.
En Wij weten dat er mensen onder jullie zijn die het voor een leugen houden.
En Wij weten dat het gewetenswroeging voor de ongelovigen is.
Maar het is de waarheid, de juiste zekerheid.
Geprezen zij dus de naam van de Schepper.

79   (Tulp)

De trap naar de hemel
Allah maande Mohammad om geduld te hehben: ‘Wacht, Mohammad! Wacht!’
Mohammad bleef volharden dat Allah de ongelovigen zwaar zou straffen.
En de tegenstanders plaagden hem, zetten hem onder druk en zeiden: ‘Laat jouw Allah stenen uit de hemel vallen. Laat Hij ons stenigen als Hij kan ’
Mohammad had niets te vertellen als zij hem zo uitdaagden. Hij zei alleen tot zichzelf heb geduld, Mohammad
Zijn geduld was toch niet voor eeuwig.
In Mekka wachtte hij omdat hij nog zwak was en geen macht had.
In Medina wachtte hij niet meer. Zijn geduld was op. Hij pakte zijn zwaard en begon tegen de ongelovigen te vechten.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Ze vragen over de straf die zal komen.
Die geen ongelovige tegen kan houden.
Het is een straf van Allah, die de trap naar de hemel beheert.
Waarlangs de engelen en de geesten naar Hem zullen gaan, op een dag die vijftigduizend jaar zal duren.
Dus heb geduld, Mohammad.
Zij zien de straf ver weg.
Maar Wij zien hem heel dichtbij.

2
Het gebeurt op een dag waarop de hemel er als gesmolten metaal zal uitzien.
En de bergen als bonte wol.
En niemand zal zich iets over het lot van zijn verwanten afvragen, hoewel ze elkaar duidelijk kunnen zien.
De zondaars zullen bereid zijn om hun zonen te offeren om zichzelf vrij te kopen.
Om hun vrouwen en hun broers te offeren.
En ook hun ouders, die hun toeverlaat waren.
En iedereen die op de aarde is.
Niets daarvan!
Het is een laaiend vuur.
En het rukt de huid van je hoofd los.
En het pakt iedereen die het geloof geweigerd heeft.
Iedereen die bezittingen vergaarde en er niets van weggaf.

3
De mens is rusteloos.
Wanneer hij door een ongeluk wordt getroffen, toont hij geen geduld.
En wanneer hij door geluk wordt getroffen, wordt hij gierig.
Behalve zij die bidden.
En zij die in hun gebeden volharden.
En zij die een deel van hun vermogen opzijleggen voor de behoeftigen.
En zij die in de dag des oordeels geloven.
En zij die voor de straf van God vrezen.
En zij die alleen slapen met hun eigen vrouwen of hun eigen slavinnen. Dat wordt hun niet verweten. Maar wie een vrouw buiten deze regel begeert, is een overtreder.
En zij die eerlijk omgaan met wat hun als onderpand wordt gegeven.
En zij die hun beloften nakomen.
En zij die rechtvaardig getuigen.
Zij zijn het die met genoegen in de tuinen van het paradijs worden ontvangen.

4
Mohammad, hoe komt het dat de ongelovigen zich opeens van alle kanten in groepen tot jou haasten?
Willen ze misschien de tuinen van geluk in gaan?
Niets daarvan.
Waarlijk, Wij zijn het die hen geschapen hebben en ze weten goed waarvan Wij hen gemaakt hebben.
Wij zweren bij de Schepper van het oosten en het westen dat Wij machtig zijn, dat Wij in hun plaats een beter volk zullen brengen.

5
Mohammad! Laat hen dus kletsen en zich vermaken tot de beloofde dag.
De dag waarop zij zich uit hun graven naar buiten zullen haasten, alsof ze voor een offer naar hun afgoden gaan.
Zij kijken angstig naar de grond en het stof van vernedering zit op hun gezicht.
Dat is de dag die hun beloofd is.

80    (Regen)

Het bericht
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Wat vragen ze aan elkaar?
Ze vragen naar het grote bericht.
En wat is hun probleem?
Niets. Ze zullen het weten.
Nogmaals, ze zullen het weten.

2
Hebben Wij niet de aarde als een wieg gemaakt?
En de bergen als grote pinnen?
Wij hebben jullie in paren geschapen.
Wij hebben de slaap voor jullie rust bestemd.
Wij hebben de nacht als een kledingstuk voor jullie gemaakt.
Wij hebben de dag gemaakt, zodat jullie op zoek kunnen gaan naar brood.
Wij hebben boven jullie hoofd de hemelen met zeven verschillende verdiepingen gemaakt, met een stralende lantaarn erin.
Wij laten regen overvloedig uit de wolken vallen. Om daarmee planten en graan voort te brengen en volgroeide tuinen.
De dag des oordeels is bepaald op een vaste tijd.
De dag waarop op de bazuin wordt geblazen.

3
En zij die vreesden, zullen op die dag hun geluk vinden.
Ze komen in de tuinen terecht waar druivenranken zijn en meisjes van dezelfde leeftijd met jonge borsten.
En gevulde bekers.
Het is een beloning van Allah: een toepasselijk geschenk.

81  (Klomp)

De engelen des doods
God zweert bij de engelen die de ziel uit de dode lichamen komen halen.
Hij zweert bij hen die de ziel met een beetje geweld uit het lichaam van de ongelovigen zullen trekken.
En bij hen die de ziel voorzichtig uit de lichamen van de gelovigen zullen trekken.
Hij zweert bij alle soorten engelen des doods.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Bij hen die de ziel met geweld uitrukken.
En bij hen die hem met genoegen uitrukken.
En bij hen die zweven.
En bij hen die de leiding hebben.
En bij hen die handig zijn.
De dag waarop de aarde begint te beven en niet ophoudt.
Op die dag zullen de harten trillen en de ogen op de grond gericht zijn.
De ongelovigen zegen: ‘Zullen we echt terugkeren naar het aardse leven? Zelfs als al onze beenderen gebroken zijn?’
Ze zeggen: ‘Als dat zo is, dan zullen we allemaal kapot wederkeren.’

2
Zijn jullie moeilijker te scheppen, of de hemelen die Hij gemaakt heeft?
Hij bouwde het plafond ervan hoog en Hij versierde het.
Hij maakte de nachten donker en de dagen licht.
Hij maakte de aarde groot en weids en Hij liet water stromen en gras groeien. Voor jullie en voor jullie dieren.
En Hij maakte de bergen stevig.

3
Mohammad, ze stellen allerlei vragen, maar je bent niet in staat om een antwoord te geven.
Je bent alleen een waarschuwende boodschapper.
Allah weet alles.

82   (Koe)
De dag der bestraffing
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft
1
Wanneer de hemel wordt verscheurd.
Wanneer de sterren vallen.
Wanneer de zeeën in elkaar overlopen.
Wanneer de graven opengegooid worden.
Dan weet iedereen wat hij gedaan heeft en wat hij nagelaten heeft.

2
O, mens! Wat heeft jou zo hooghartig gemaakt tegenover je Schepper, die jou geschapen heeft, die jou evenwicht heeft gegeven, die jou gevormd heeft naar hoe Hij het wilde? Het is niet zo dat jullie aan de dag der bestraffing kunnen ontkomen.
Er zijn engelen die jullie in de gaten houden, ze weten wat jullie doen en ze noteren alles. 

3
Wat weten jullie over de dag der bestraffing? 
Nogmaals, wat weten jullie over de dag der bestraffing?
Het is een dag waarop niemand iets voor een ander mag doen.
Het is de dag van Allah.

83   (Windmolen)

Het barsten
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Wanneer de hemel barst.
En naar zijn Schepper luistert.
Zoals het behoort.
En wanneer de aarde open wordt gebroken.
En naar de Schepper luistert.
Zoals het behoort.
O, mens!
Je doet je best op weg naar je Schepper.
En je zult Hem ontmoeten.

2
Iedereen die het verslag van zijn leven in zijn rechterhand gedrukt krijgt, zal een gemakkelijke afrekening krijgen.
En hij zal vrolijk naar zijn familie lopen.
Maar iedereen die zijn rapport in zijn linkerhand gedrukt krijgt, zal meteen beginnen met jammeren.

3
Maar nee!
Ik zweer bij het rode licht van de zon aan het begin van de avond.
En bij de nacht en bij alles wat hij verbergt.
En bij de maan wanneer hij vol is.
Dat jullie van een periode naar een andere periode worden gebracht.
Maar hoe komt het toch dat zij niet willen geloven?
Dat ze niet willen buigen wanneer de Koran aan hen wordt voorgedragen?
Allah weet wat ze denken.
Mohammad! Jij! Waarschuw hen!

84   (Tulp)

Rome
Mohammad spreekt over Rome, maar hij bedoelt Byzantium. De Perzen hebben het Byzantijnse Rijk verslagen, maar Mohammad voorspelt dat de Perzen op hun beurt het hoofd zullen moeten buigen.
En inderdaad, het Perzische Rijk werd in drie weken tijd vemietigd. Niet door de Byzantijnen, maar door het jonge leger van de islam.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alef Lam Miem.
De Romeinen zijn verslagen, in het dichtbij gelegen land. Maar na hun verlies zullen ze weer gaan winnen, binnen enkele jaren. De beslissing is bij Allah, vroeger of later. En op zo’n dag zullen de gelovigen zich gelukkig voelen.
Het is Allahs belofte en Hij komt altijd Zijn belofte na, maar de meeste mensen weten het niet. Ze kennen alleen de buitenste glimp van het leven.

2
Denken ze soms niet bij zichzelf dat Allah de hemelen en de aarde en wat tussen beide is, werkelijk geschapen heeft voor een vastgestelde termijn?
Hebben ze soms niet op de aarde rondgereisd om te kijken hoe het met de anderen afgelopen is? Zij waren machtiger dan hen.
Zij ploegden de grond dieper en bouwden meer. Ook tot hen waren de profeten met wonderen gekomen. Toch was het Allah niet die hun onrecht aandeed, maar ze deden zichzelf onrecht aan.

3
Allah is begonnen met de schepping, daarna zal Hij het allemaal terugbrengen. Ook jullie worden teruggevoerd tot Hem.
Lofprijs dus Allah wanneer jullie de avond en de ochtend binnengaan.
Hem zij de lof van de hemelen en de aarde. Ook in de namiddag en ’s avonds.
Allah brengt levenden uit de doden voort, en Hij verdrijft de dood uit de levenden. Hij wekte de aarde tot leven toen hij dood was.
Op dezelfde manier worden jullie ook opgewekt na de dood.

4
Een van Allahs tekenen is dat Hij jullie uit aarde gemaakt heeft en dat jullie je daarna verspreid hebben over de aarde.
Een van Zijn tekenen is dat Hij uit jullie eigen midden echtgenotes voor jullie heeft gemaakt om bij hen rust te vinden. En Hij heeft liefde en vriendschap onder jullie gebracht.
Een van Zijn tekenen is dat Hij de hemelen en de aarde heeft gemaakt en ook de verschillende talen en kleuren. Daarin zit zonder twijfel een les voor hen die nadenken.
Een van Zijn tekenen is dat jullie ’s nachts slapen en overdag op zoek gaan naar Zijn overvloed.
Een van Zijn tekenen is dat Hij de donder als vrees en als hoop toont. En dat Hij water uit de lucht laat vallen waarmee Hij de aarde weer tot leven wekt na diens dood.
Daarin is ongetwijfeld een les voor hen die nadenken.
Een van zijn tekenen is dat de hemelen en de aarde onder Zijn bevel staan. En wanneer Hij jullie oproept, komen jullie van onder de aarde tevoorschijn.
Hij is het die de Schepping voortbrengt en terug laat keren. En het is zo gemakkelijk voor Hem.
In Zijn schepping komt geen verandering. Dit is een blijvend geloof maar vele mensen weten het niet.
Richt je tot Hem. Vrees Hem! En prijs Hem!
Een van Zijn tekenen is dat Hij de winden als boodschappers van goed nieuws stuurt, opdat Hij jullie van Zijn overvloed laat proeven. En opdat de schepen op Zijn bevel in beweging komen om jullie op zoek te kunnen laten gaan naar Zijn gunst. Zo zullen jullie misschien dankbaar zijn.

5
Allah is het die de winden uitzendt om de wolken te verplaatsen
Hij verspreidt ze zoals Hij wil. Hij scheurt ze in stukken, je ziet de regendruppels uit hun midden komen en Hij laat ze vallen op wie Hij wil. Zo maakt Hij hen gelukkig, ook al hadden ze hun hoop verloren.
Kijk naar de sporen van Allahs toegeeflijkheid, hoe Hij de aarde terug naar het leven roept nadat hij dood was.
Allah is het die de doden tot leven roept. Hij kan alles.

6
Toch, als Wij een warme wind sturen en zij dan de grond geel zien worden, verliezen ze weer hun geloof .
Maar Mohammad! Ie kunt de doden niet doen horen en de doven evenmin wanneer ze zich afwenden.
Je kunt ook de blinden niet op het juiste pad krijgen als ze dwalen.

7
Allah is het die jullie als zwak schept, en na de zwakte sterk maakt.
En na die sterkte komt weer zwakte en ouderdom.
Allah doet wat Hij wil. Hij kan alles.

8
Mohammad! Wij hebben in deze Koran allerlei voorbeelden voor de mensen genoemd, maar als je met een wonder tot hen komt, zullen ze zeggen: ‘Je bent een leugenaar.'
Wees dus geduldig! En weet dat Allahs belofte waar is. En laat hen je niet aan het twijfelen brengen.

85   (Regen)

De spin
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alef Lam Miem.
Denken mensen soms dat zij met rust zullen worden gelaten als ze eenmaal zeggen: ‘Wij geloven’, en dat ze niet beproefd zullen worden?
Ook anderen die voor hen waren, hebben Wij blootgesteld aan een toets. Allah kent de leugenaars en ook hen die oprecht zijn.
Wie de ontmoeting met Allah verwacht, weet dat de vastgestelde tijd komt. Allah hoort alles.

2
Mohammad! Wij hebben de mens aangeraden zijn ouders goed te behandelen. Maar als zij willen dat jij iemand met Mij op gelijke hoogte plaatst, dan hoef je hen niet te gehoorzamen. jullie keren allemaal terug tot Mij en Ik zal jullie laten zien wat jullie gedaan hebben.

3
Het is waar. Wij hebben Noeh tot zijn volk gezonden en hij woonde, op vijftig jaar na, duizend jaar onder hen. Toen werden ze gegrepen door een overstroming, maar Wij redden Noeh en de mensen in zijn schip. En Wij stelden die redding tot een symbool voor allen op de wereld.

4
Ibrahim zei tot zijn volk: ‘Jullie dienen afgoden die geen macht hebben om jullie brood te geven. Dien God! Vrees Hem en vraag Hem om je brood. En dank Hem, want jullie worden allemaal naar Hem teruggebracht.’
Het antwoord van Ibrahims volk was slechts het volgende: ‘Dood Ibrahim! Of zet hem in brand!’
Maar God redde hem van het vuur. Daarin zit een les voor hen die nadenken.

5
Mohammad! Een profeet heeft slechts één plicht: de boodschap doorgeven.
Zeg: ‘Denken jullie soms niet na over hoe Allah de schepping tot stand heeft gebracht en hoe Hij alles weer terug laat keren?’
Het is zo eenvoudig voor Allah.
Zeg: ‘Reis rond op de aarde en kijk hoe Hij de terugkeer mogelijk maakt.’
Allah kan alles.
En jullie in de hemelen en op aarde hebben geen andere uitweg dan Allah. `

6
En Loet!
Hij zei tot zijn volk: ‘Jullie zijn met iets smerigs bezig, met iets wat nog niemand in de wereld voor jullie gedaan heeft. Slapen jullie met mannen? Snijden jullie de natuurlijke weg `af? Ondernemen jullie verwerpelijke dingen in jullie kringen?’
Het antwoord van zijn volk was slecht. ‘Laat je God ons straffen als je de waarheid spreekt!’
Wij lieten een straf over zijn volk neerdalen en Wij vernietigden hen. In dit verhaal zit een les voor hen die nadenken.

7
En Shoeib! Hij zei tegen zijn volk Medin: ‘Doe geen kwaad op aarde. Dien God en wacht op de laatste dag.'
Maar ze bestempelden hem als leugenaar.
Ze werden gegrepen door een aardbeving. En zo vond men hen de volgende morgen dood in hun huizen.
Zo ook de volkeren Ad en Thamoed! Jullie kunnen het aan de ruïnes van hun huizen zien.
Ook Gharoen en de farao en Hamoen, tot wie Mozes met de duidelijke tekenen kwam, maar ze bleven misdaden plegen op aarde.
Wij grepen eenieder voor zijn zonde, en ze konden niet ontsnappen.
Onder hen waren degenen aan wie Wij een storm van zand stuurden.
Onder hen waren degenen die door de doodskreet werden gegrepen.
Onder hen waren degenen die Wij diep in de grond trokken.
Onder hen waren degenen die Wij deden verdrinken.
Toch was het Allah niet die hun onrecht aandeed, maar zij deden zichzelf onrecht aan.
Het verhaal van die menen kun je vergelijken met de spin die een huis maakt en denkt dat het het sterkste huis van de wereld is.
Wij maken de vergelijkingen, maar alleen zij die kennis hebben, zullen ze begrijpen.

8
Allah heeft de aarde en de hemelen geschapen en daarin zit een les voor hen die nadenken.
Mohammad! Lees voor uit dat wat jou uit het Boek reeds geopenbaard is en verricht je gebed.
Het is waar! Het gebed houdt af van het verwerpelijke. Dat is het belangrijkste.
Denk aan Allah. Hij weet wat jullie aan het doen zijn.

9
Mohammad! Wij hebben het boek naar jou gestuurd. Voor die tijd kon je geen boek lezen en ook niet schrijven.
Toch zeggen ze: ‘Waarom is hem dan geen wonder gestuurd door zijn Schepper?’
Zeg: ‘De wonderen zijn bij Allah. Ik ben slechts een waarschuwer!’
Is het voor hen dan niet genoeg dat Wij tot jou het boek hebben gezonden dat aan hen voorgelezen wordt?
Daarin zit zonder twijfel een les voor hen die nadenken.
Zeg: ‘Allah is getuige, en dat is voldoende.’

10
O, jullie gelovigen! Mijn aarde is groot en breed. Dien Mij dus! 
Iedereen zal de smaak van de dood proeven. Dan worden jullie tot Mij teruggebracht.
Zij die geloven en goede daden verrichten, komen in de mooie, hoge plekken van het paradijs terecht waar rivieren onderdoor stromen en ze zullen daar tot in eeuwigheid blijven.

11
Allah zorgt voor jullie en ook voor de dieren. Want er zijn veel dieren die zich niet kunnen verzorgen. Allah weet alles. Hij hoort alles.
Mohammad! Als jij die mensen vraagt wie de hemelen en de aarde gemaakt heeft, wie de zon en de maan heeft getemd, zullen ze zeker zeggen: ‘Allah.’
Hoe kunnen zij dan voor een verkeerd pad kiezen?
En als je ze vraagt wie water uit de hemel op de dode aarde heeft laten vallen om hem daarmee tot leven te wekken, zullen ze zeker zeggen: “Allah.’
Zeg dan: ‘Alle roem zij Allah!’

86   (Klomp)

Zij die ondermaats geven
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Wee zij die met de weegschaal knoeien.
Wanneer zij iets van de mensen voor zichzelf wegen, wegen ze met de volle maat.
Maar wanneer ze iets van zichzelf voor de mensen wegen, wegen ze ondermaats.
Weten ze niet dat ze ooit terugkeren na hun dood?
Op de dag waarop de mensen voor de Schepper van de wereld zullen staan.

2
Maar zo simpel is het niet.
De verslagen van de overtreders staan in Sedjin.
Weet je wat Sedjin is?
Het is een volgeschreven schrift.
Wee de overtreders op die dag.
Zij die wanneer hun Onze tekenen worden voorgedragen, zeggen: ‘Allemaal fabels van vroegere volkeren.’

3
Maar zo simpel is het ook niet.
De rapporten van de vrome mensen zijn in Elien.
En weet je wat Elien is?
Het is een volgeschreven schrift, waarvan de getuigen de naasten van Allah zijn.
Deze vrome mensen worden naar de rustbanken geleid.
Je ziet geluk van hun gezichten stralen.
Aan hen wordt heerlijke wijn te drinken gegeven, waarvan het zegel van muskus is.
Het komt uit de bron van Tasniem, waar alleen de naasten van Allah uit drinken.

4
De ongelovigen lachten vroeger de gelovigen uit.
Wanneer ze langsliepen, wenkten ze elkaar en zeiden kalm: ‘Zij zijn dwaalgeesten.’
En wanneer ze terug naar huis gingen, maakten ze grapjes over hen.
Maar vandaag lachen de gelovigen de ongelovigen uit, die zuchtend naar de rustbanken kijken.

87  (Koe)

De koe
‘De koe’ is een van de belangrijkste soera’s van de Koran, waarin veel wetten zijn opgenomen die door de gelovigen worden nageleefd.
De tekst gaat verder over een woelige tijd voor Mohammad. Vooral over zijn confrontatie met de joden, die hem uitdaagden en vernederden.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alef Lam Miem.
Dit is een boek waar geen twijfel bij past. Een gids voor de vrome mensen.
Voor hen die in het geheim geloven, die bidden, die een deel van wat Wij aan hen hebben gegeven aan een ander geven.
En die geloven in dit boek en in de andere boeken die eerder zijn geopenbaard en vast geloven in het leven na de dood.
Zulke mensen worden geholpen door Allah en vinden hun weg.

2
Voor de ongelovigen maakt het niet uit of je ze waarschuwt of niet. Doof, stom en blind zijn ze. Hun verhaal lijkt op dat van hen die een hoog vuur aangestoken hebben. Als hun omgeving verlicht is, dooft God plotseling hun vuur, zodat ze in het donker blijven en niets kunnen zien. Doof, stom en blind zijn ze en niets kan ze helpen.
Of tijdens harde regen wanneer het verschrikkelijk dondert: uit angst voor de dood stoppen ze hun vingers in hun oren. Als het door bliksem even licht wordt, lopen ze verder en als het weer donker is, blijven ze bang staan.

3
God kan alles. Hij heeft de aarde als een kleed voor je gemaakt en de lucht als een dak boven je hoofd. En Hij liet water uit de hemel vallen, en daaruit liet Hij vruchten voortkomen. Allah is Eén.
Mohammad! Vertel het goede nieuws aan hen die jou geloven als je zegt dat er voor hen tuinen zijn waaronder de rivieren stromen.
En dat er schone metgezellen en metgezellinnen zijn voor hen, en dat ze voor de eeuwigheid daar mogen blijven.

4
Hoe durfden jullie God te verloochenen toen je dood was, terwijl Hij je leven gaf. Hij zal je doen sterven en Hij zal je weer tot leven roepen en dan ga jij terug naar Hem. 
Hij is het die al wat op de aarde is voor jullie heeft gemaakt.
Daarna heeft Hij de lucht gecreëerd en bouwde Hij zeven hemelen. Hij weet alles.

5
Israëlieten, vragen jullie mensen goede daden te verrichten en vergeten jullie daarbij jezelf?
Terwijl je je Tora leest, denk je niet na.
O, Israëlieten, vergeet niet: Ik verkoos jullie boven iedereen en Ik gaf jullie alles.
Wees bang voor de dag waarop niemand de ander zal helpen.
Denk terug aan de tijd dat Wij jullie bevrijdden van de farao die jullie martelde, die jullie zonen doodde en alleen jullie dochters in leven liet.
Vergeet niet dat Wij de zee voor jullie spleten en jullie redden en de farao lieten verdrinken.
Denk eraan dat jullie met Mozes veertig nachten afgesproken hadden. Zodra hij weg was, begonnen jullie het kalf te prijzen.
We gaven Mozes een boek om jullie de goede richting te wijzen.
Vergeet niet dat jullie zeiden: ‘Mozes! We geloven je niet totdat we God met eigen ogen zien.’
En het donderde en jullie zagen de bliksem met jullie eigen ogen.
En als Mozes voor zijn volk om water vroeg, zeiden Wij: ‘Sla met je wandelstok tegen de rots.’ Toen begon er water vanuit twaalf plekken te stromen.
Wij zeiden: ‘Eet en drink van wat Wij aan jullie gegeven hebben, maar bezorg geen ellende.’
Jullie zeiden tegen Mozes dat jullie nog meer wilden hebben en dat jullie geen genoegen konden nemen met slechts één soort spijs. Jullie vroegen om groente, komkommers, knoflook, linzen en uien.
Mozes zei: ‘Jullie willen iets wat minder waard is dan wat jullie gekregen hebben?’
Zo riepen zij Gods woede over zich af. Ze werden arm en vernederd.

6
De joden zeggen: ‘De christenen zijn niet oprecht.’ En de christenen zeggen: ‘De joden zijn niet oprecht.’ Terwijl ze allebei hetzelfde boek lezen.
God zal over hen oordelen na hun dood.
Er zijn geen grotere misdadigers dan degenen die de moskeeën vernielen en de naam van Allah daar niet laten horen.
Ze zullen tijdens het leven worden gestraft en ook na hun dood.

7
Het oosten en het westen zijn van God. Waarheen je je ook richt: je richt je tot God.
De christenen zeggen: ‘God heeft een zoon.’ Dat is niet waar.
Allah is zuiver. Alles wat op de aarde en in de lucht is, is van Hem.
Niemand is Zijn zoon.
Hij is de Schepper van de aarde en de hemelen. Als Hij iets wil, zegt Hij enkel “Wees’ en het wordt, en het is.

8
De onwetenden zeggen: “Waarom praat Allah niet met ons zonder een tussenpersoon? En waarom laat Hij geen wonder aan ons zien ?’
Mohammad! De onwetenden zeiden dezelfde dingen in de oude tijden.
Ze horen thuis in de hel. Je wordt niet verantwoordelijk gesteld voor hen.
De joden en de christenen zullen nooit blij met je zijn, tenzij je hun geloof volgt.
Mohammad! Vertel het hun voor de zekerheid: er is maar éénweg, de weg naar Allah.
En als jij toch met de kennis die je van Ons gekregen hebt, hen gaat volgen, dan kan niets je tegen Ons beschermen.
O, Israëlieten, denk aan alles wat Ik jullie geschonken heb en dat Ik jullie boven iedereen gekozen heb. En vrees de dag waarop niemand jullie beschermt.

9
Net zoals toen Ibrahim samen met Ismaiel de Kaabé bouwde en ze zeiden: ‘God! Aanvaard dit van ons. En maak van onze nazaten een gelovig volk en wijs hun de weg die ze moeten volgen. En kies een profeet uit hun midden die hen met het boek en met wijsheid naar een beter leven zal leiden. Gij zijt alwetend!’
Dus! Van welke plek je ook komt, richt je tot de Heilige Moskee, de Kaabé.
En waar je ook bent, richt je tot de Kaabé.
Wees bang voor niemand, maar vrees Mij.
Dus, denk aan Mij, dan denk Ik aan jullie.

10
Jij, die gelooft! Zoek hulp door gebed en geduld. God blijft bij hen die geduld hebben.
Zij die voor God zijn gestorven, zij zijn niet dood, ze leven nog, maar jullie weten het niet.

11
We stellen jullie op de proef door angst, honger, door schade aan jullie bezittingen en door schade aan jullie lichamen, maar wie geduld toont, heeft Onze zegen.
Degenen die door de dood en de schade getroffen worden, zeggen: ‘Enna lellah en enna eleihe radjoen: we zijn van God, en we keren terug naar God.' Zij zijn het die hun weg hebben gevonden.

12
Jullie, gelovigen!
Eet van alle reine spijzen die Wij aan jullie gegeven hebben.
Ik verbied jullie kadavers, bloed, varkensvlees, en een dier dat niet uit naam van Allah geslacht is. Maar hij die geen keus heeft, en geen overtreder is, en niet uit hebzucht handelt, mag het tot zich nemen. Want God is gevend en vergevend.
Gelovigen! Het is jullie plicht om, als jullie vermogen hebben, een testament achter te laten. Je bent verplicht om rekening te houden met jullie vader en jullie moeder en jullie verwanten.
Als iemand met het testament knoeit, wordt hem een vergrijp aangerekend. God ziet alles.
Gelovigen! Het is jullie plicht om te vasten.
Voor hen die niet kunnen: voorzie een arme van eten.
Ook vasten is goed voor jullie. Ramadan is de maand waarin de Koran als gids geopenbaard is. Als jullie ziek zijn of op reis, kunnen jullie later vasten. God wil het jullie makkelijk maken, niet moeilijk.
Mohammad! Als mensen naar Mij vragen, vertel hun dat Ik dicht bij hen ben tijdens de maand ramadan. Als ze Me roepen, hoor Ik hen, en als ze iets vragen, geef Ik het hun.
Gelovigen!
Jullie kunnen met jullie vrouwen naar bed gaan tijdens de nachten van ramadan. Jullie vrouwen zijn jullie hemden en jullie zijn hun hemden.
Slaap dus met hen en vraag hun waarvoor God jullie toestemming heeft gegeven. Eet en drink totdat de witte ochtenddraden uit de zwarte nachtdraden naar buiten komen.

13
Mohammad! Ze stellen je vragen over de maandbloeding. Vertel hun dat het lijden is. Onthoud je dus van vrouwen tot ze zich gewassen hebben en weer rein zijn.
God houdt van reine mensen.
Je vrouw is je akker, je mag zelf weten hoe je je akker binnengaat, Mohammad! Ze vragen je over de wijn en het gokken.
Vertel hun dat in beide zowel grote zonde als veel voordeel zit voor de mensen.
Maar de zonde weegt voor hen zwaarder dan het voordeel.

14
God is de koning van hen die geloven.
Wie niet gelooft, staat aan de zijde van Tagoet, de duivel.
Heb je het verhaal van de koning Namroed niet gehoord, die met de profeet Ibrahim over God redetwistte?
Ibrahim: “Mijn God is het die leven geeft en die laat doodgaan.'
Namroed: ‘Ik doe hetzelfde. Ik dood en ik geef leven.'
Ibrahim: ‘God laat de zon uit het oosten opkomen. Jij, Namroed, laat de zon dan eens uit het westen opkomen, als je kunt.’
Namroed zweeg verbijsterd.
God kan alles.
Op een dag wendde Ibrahim zich tot zijn God: ‘Laat me zien hoe Gij de doden weer terug naar het leven brengt.’
God zei: ‘Hoezo, geloof je Me niet?’
Ibrahim zei: ‘Jawel, ik vraag het alleen om wat rust te krijgen.’
God zei: ‘Vang dan vier vogels, dood ze, snij ze in stukken, meng ze, leg op de verschillende bergen een stuk van de vogels. Roep ze dan. Ze zullen naar jou toe komen vliegen.’
God is alwetend.

15
Gelovigen! Geef een deel van je bezit weg.
Weggeven lijkt op zaaien, je strooit een zaadkorrel en die komt als zeven aren terug, met voor jou honderd nieuwe korrels in elke aar.
God is buitengewoon gul.
Zij die geven, lijken op een fruittuin in de glooiing van een heuvel.
Die ontvangt veel regen en geeft twee keer zo veel vruchten.
Schenk iets van je bezit en van wat de grond je geeft.
Waag het niet om het slechtste deel weg te geven, geef het beste deel. God ziet alles.

88   (Windmolen)

De oorlogsbuit
Bij het eerste gevecht van Mohammad met zijn vijanden, heeft hij zijn aanhang een overwinning beloofd, met veel buit. Ze winnen de oorlog, maar dat gaat ten koste van veel doden aan hun eigen kant en de buit is niet noemenswaardig. Daarom ontstaat er een ruzie.
Voor de tweede aanval vraagt Mohammad God om engelen als versterking voor zijn jonge onervaren leger te sturen. God willigt zijn verzoek in en stuurt duizend engelen die een voor een aan het front verschijnen De vijand wordt op grootse wijze verslagen en Mohammads leger maakt veel buit.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
In de naam van Allah, Hij is liefdevol en vergevend.
Mohammad! Ze vragen je over de buit. Zeg: ‘De buit is van God en Zijn boodschapper. Vrees en maak onderling geen ruzie.’
Gedenk dat God jullie had beloofd dat de buit van een van de twee aanvallen voor jullie was. Maar jullie kozen voor de gemakkelijkste weg, voor de weerloze karavaan, hoewel God Zijn woord wilde verspreiden en de ongelovigen tot en met de laatste wilde vernietigen.

2
Gedenk dat toen jullie God om versterking vroegen en Hij jullie hoorde, Hij sprak: ‘Ik zal jullie versterken met duizend engelen die achter elkaar zullen komen.’ 
Hij deed het alleen om jullie gerust te stellen. Want zonder Zijn wil is een overwinning onmogelijk.
Gedenk dat Hij jullie daarna liet bedwelmen door een zacht gordijn van slaap en Hij water uit de lucht liet vallen om jullie te wassen.
God zei tegen de engelen: ‘Ik sta achter jullie. Ga! Vecht! Versterk de gelovigen. En Ik zal straks de harten van de vijand met angst vullen.
Sla! Snij hun halzen door en snij de toppen van hun vingers af !’
Wie zich tegen God en zijn boodschapper verzet, wordt op die manier gestraft. God straft hardhandig.

3
Jullie, die gelovenl Als je met de vijand wordt geconfronteerd en zij met velen zijn, dan mag je nooit vluchten. Wie dat doet, krijgt de hel als zijn huis.
Tenzij je vlucht om weer aan te kunnen vallen.
Tenzij je vlucht om je bij een andere groep aan te sluiten.
Weet! Jij bent niet degene die hen doodt, God doodt hen.
Jij bent niet diegene die een boog schiet. Maar God schiet.
Niet vergeten! Toen jullie een kleine groep waren, arm en bang dat de ongelovigen jullie uit jullie huizen zouden verdrijven, kwam Hij jullie te hulp. Hij gaf jullie onderdak, eten en buit. Dus prijs Hem.
Niet vergeten! De vijand bedacht voortdurend gemene plannen om jullie te doden, om jullie te doen vluchten. Zij maakten plannen en Allah maakte plannen. Maar Hij is de slimste plannenmaker.

4
Als je in God gelooft en in wat Hij tijdens die slag deed, weet dan dat een vijfde deel van elke oorlogsbuit voor God, voor zijn gezant, zijn verwanten, de wezen en de armen is.
Niet vergeten! Jullie waren bij de dichtstbijgelegen kant van het dal en zij bij de verafgelegen kant van het dal terwijl de ruiters en de karavaan beneden jullie waren. Toen hadden jullie onderling een afspraak gemaakt om hen aan te vallen, en toch deden jullie het niet. Maar God had besloten om er een einde aan te maken, besloten om te doden wie gedood zou moeten worden en in leven te laten wie in leven zou moeten blijven. God hoort alles. God weet alles.
Niet vergeten! God heeft hen in jullie gedachten, voor jullie ogen, in een klein aantal getoond, hoewel ze met velen waren. Want als Hij hen in hun ware omvang had getoond, waren jullie bang geworden, en was er onenigheid tussen jullie ontstaan, zodat jullie niet meer zouden duwen vechten. Hij beschermde jullie. God weet wat zich in de harten afspeelt.

5
Weet! Dat toen jullie met de oorlog begonnen, Hij jullie in hun ogen gering in aantal liet lijken, want Hij wilde er definitief een einde aan maken.
Weet! Hij is het die alles regelt.
Dus blijf vechten als je met de vijand geconfronteerd wordt, zelfs als ze met velen zijn.
Wie op God rekent, moet weten dat God niet te overwinnen is.
De engelen zullen in het gezicht en op de rug van de ongelovigen slaan en als zij hen komen halen, zullen ze zeggen: ‘Straks proef je het vuur!’
God is wreed als Hij straft.

6
Laat de ongelovigen niet denken dat ze snel klaar zijn met ons. Ze kunnen alleen langs ons ontsnappen, want er is geen andere uitweg.
Sta dus altijd paraat met alle mogelijke strijdkrachten, met paarden, met wapens en mondvoorraad waarmee je Gods vijanden bang maakt en ook anderen buiten hen die jullie nog niet kennen.
En als zij tot vrede neigen, neig jij ook tot vrede en reken daarbij op God.
God hoort alles.
God weet alles.

7
Mohammad! Zet de gelovigen aan tot gevecht.
Weet! Als er twintig onder jullie zijn die vasthoudend blijven vechten, zullen jullie tweehonderd mannen onderuit kunnen halen.
En als er onder jullie honderd vasthoudenden zijn, kunnen jullie duizend mannen verslaan.
Nu heeft God het een stukje gemakkelijker gemaakt voor jullie, want Hij weet dat er een zwakte in jullie zit. Dus blijf vastberaden vechten!
Als honderd van jullie standvastig vechten, dan overwinnen ze tweehonderd van hen. En als duizend van jullie standvastig vechten, verslaan ze er tweeduizend.
God is met hen die blijven volharden.

8
Zij die het geloof hebben aanvaard en hun huis en haard hebben achtergelaten om voor God te vechten en zij die hun eten en onderdak hebben gegeven, zijn elkaars kameraden en vormen een eenheid. Voor hen die geloofden, maar niet wilden vertrekken, hoeven jullie geen verantwoording te nemen, tenzij ze toch naar Medina gaan, of om bescherming vragen tegen de ongelovigen.
Als jullie niet naar deze waarschuwingen luisteren, zal er groot oproer en opstand ontstaan in het land. Want zij die niet gelovig zijn, vormen een front.
Zij die alles achter hebben gelaten en zij die hun onderdak verleend hebben, dat zijn de ware gelovigen. Voor hen is er vergeving en rein eten.
God weet alles.

89  (Tulp)

Het Volk Emran
Zakkaria, Maria en haar moeder Emmn behoorden tot het volk Emran.
Maria baarde Jezus, de nieuwe profeet. Het verhaal is door Mohammad in een Arabische vorm gegoten.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alef Lam Miem.
Er is niets op de aarde en in de lucht waar God niets van weet.
De bezittingen en de kinderen van de ongelovigen kunnen hen niet beschermen tegen Gods woede. De ongelovigen worden allemaal als hout voor het vuur van de hel gebruikt. 
Precies wat God met de farao deed. God straft ongenadig.
Vertel de ongelovigen dat ze gauw zullen gaan knielen in de hel. 
En dat het een verschrikkelijke plaats is.

2
De mensen houden van aangename dingen, zoals vrouwen, zonen en van veel bezit, zoals goud, zilver, raspaarden, vee en grond. Het zijn allemaal geneugten van het leven en God gunt het jullie.
Maar Mohammad, vertel dit aan hen: ‘Willen jullie nog meer, nog betere zaken?
Voor de gelovigen zijn er tuinen waaronder de riviertjes stromen, waarin ze met reine metgezellen en metgezellinnen voor de eeuwigheid zullen blijven wonen.’

3
God is rotsvast en onpartijdig. De engelen en de ware geleerden getuigen dat er geen andere God is dan Allah.
De enige door God gekozen religie is de islam.
Vraag aan degenen aan wie een boek is gegeven en de christenen of ze de islam willen aanvaarden of niet.
Als ze zich overgeven, dan volgen ze het juiste pad. Doen ze dat niet, dan hoef je verder niets te zeggen. Allah ziet alles.
Mohammad, vertel hun: ‘Als je van God houdt, volg me dan!
God zal van je houden. Hij hoort alles en is alwetend.’

4
En zo ging het, tot de vrouw Emran zei: “God, ik draag wat ik in mijn buik heb, aan U op. Neem het van me aan, Gij zijt alwijs en Gij hoort alles.’
Maar toen ze gebaard had, zei ze: ‘God, ik heb een dochter ter wereld gebracht. Een zoon is anders dan een dochter. Ik heb haar Maria genoemd. Ik zoek mijn toevlucht tot U voor haar en voor haar nazaten.’
God aanschouwde Maria en Hij vertrouwde haar aan Zakkaria toe.
Elke keer dat Zakkaria bij Maria langskwam, zag hij dat er spijzen en vruchten stonden.
Hij zei: ‘Maria, hoe kom je hieraan ?’
Maria zei: ‘God stuurt ze. Hij geeft aan iedereen die wil.’

5
Toen bad Zakkaria en zei: ‘God, Gij hoort alles. Geef me goede nazaten van Uzelf’
Tijdens zijn gebed hoorde Zakkaria van engelen dat hij een zoon zou krijgen die Jahja zou heten.
Zakkaria zei: ‘God, hoe kan ik een zoon hebben als ik al oud ben en mijn vrouw geen kinderen meer kan baren?’
God zei: ‘God kan alles.’
Zakkaria zei: ‘Geef me dan een teken.’
God zei: ‘Je teken is dat je drie dagen met niemand kunt praten, behalve met gebaren. En gedenk God.'

6
Mohammad! Wij vertellen je nu een van de geheimen van het verborgene. Je was er niet bij toen ze hun pennen op de grond gooiden om te kijken wie van hen de voogdij van Maria zou krijgen. En je was er ook niet bij toen ze twijfelden.

7
Zakkaria was nog aan het bidden toen de engelen bij Maria langsgingen: ‘O, Maria, God heeft je uitverkoren. Hij heeft nieuws voor je in Zijn naam. Ie baart een kind, zijn naam zal zijn Isa, de zoon van Maria en hij zal al in zijn wieg praten met de mensen.'
Maria zei: ‘God, hoe kan ik een kind krijgen als geen man me nog heeft aangeraakt?’
Ze zeiden: ‘God kan alles wat Hij wil. Hij beslist, dan zegt hij “Wees!" en het wordt en het is.’
En Hij zal hem het boek geven. De messias zal als gezant naar de Israëlieten gaan, hij zal ze zeggen: ‘Ik zal aan jullie een wonder laten zien van mijn God. Ik maak een vogel uit klei, en hij vliegt.
Ik kan doden levend maken. Dus volg me!’

8
Jezus is voor Allah dezelfde als Adam. God schiep Adam uit aarde en zei: ‘Wees!’ En hij werd. En hij was.
Laat, als jullie me niet geloven, onze zonen en jullie zonen, onze vrouwen en jullie vrouwen, onszelf en jullie bij elkaar komen. Laten we ons dan tot God richten en Zijn vloek vragen over wie er liegt.

9
God is de koning van de hemel en van de aarde en Hij kan alles.
Voor hen die nadenken ligt er een wonder verscholen in de schepping van de dag en de nacht en in hoe ze elkaar afwisselen.
En voor hen die staand, op hun rug of op hun zij liggend aan God denken.
En voor hen die weten dat dit alles niet voor niets gemaakt is. 

90   (Regen)

De partijen
Het grootste deel van deze soera gaat over de oorlogen van Mohammad tegen het leger van Mekka en zijn problemen met de joden die niets van de Koran van Mohammad wilden weten. Hij vertelde de joden dat de inhoud van de Koran gelijk stond aan die van de Tora en de Bijbel. Maar ze zeiden dat dat niet waar was; dat hun God niets met Allah te maken had. Daar reageerde Mohammad woedend op: ‘Alles is hetzelfde, maar jullie hebben veel van de Torateksten veranderd, jullie hebben vele delen van de oorspronkelijke teksten verwijderd. Jullie hebben stukken verborgen en vergeten. De rest van de soera handelt over de vrouwen en het recht van de vrouwen. In deze soera wordt bepaald dat de vrouwen een sluier rnoeten dragen ’
Mohammad is te ver gegaan met vrouwen, hij wil steeds een nieuwe hebben, Hij is weer verliefd geraakt op een vrouw: dit keer op de vrouw van zijn aangenomen zoon, Zeeëd. De geruchten zijn hardnekkig en Allah komt met nieuwe maatregelen.
Allah waarschuwt hem: ‘Het is genoeg geweest; Mohammad !’

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Profeet! Vrees God, luister niet naar de huichelaars.
En volg wat je geopenbaard wordt. Allah weet wat je aan het doen bent.
Heb vertrouwen in Hem! Hij is goed als beschermer.

2
Gelovigen! Herinneren jullie je Allahs ingreep toen de vijand van alle kanten kwam? Toen zonden Wij een storm en engelen als onzichtbare strijders. Allah ziet alles wat jullie doen.
Weten jullie het nog? Toen jullie van boven en van beneden werden bestookt, toen jullie ogen scheel van angst werden en toen jullie harten in jullie keel klopten. Toen jullie allerlei dingen over Allah begonnen te verzinnen.
Dat was het moment van de beproeving en jullie werden stevig door elkaar geschud.

3
Mohammad, zeg hun: ‘Wegvluchten voor de dood of het gevecht zal jullie niet baten. Jullie kunnen van jullie rust slechts een korte tijd genieten.’
Zeg: ‘Wie zal jullie tegen Allah beschermen als Hij iets goeds of kwaads voor jullie heeft?’
Allah kent hen die tegenwerken en hen die zeggen: ‘Reken op ons!’ maar ze vechten niet echt als de strijd aanbreekt.
Zodra het gevaar komt, kijken ze doodsbang met rollende ogen, maar als het gevaar geweken is, gebruiken ze harde woorden om hun oorlogsbuit binnen te halen.
Zij zijn het die niet geloven, en Allah kent ze en Hij maakt hun handeling vruchteloos. Het is zo gemakkelijk voor Hem.

4
Allah heeft de ongelovigen teruggeroepen in hun drift zodat ze niets konden bereiken. Hij is sterk.
Hij trok de mensen van de Tora naar beneden van hun vestingen.
En Hij stopte angst in hun harten, zodat jullie een groep van hen konden doden en een groep van hen gevangen konden nemen. Ze hadden de vijand geholpen.
Hij liet jullie hun grond, hun huizen en hun spullen erven, ook een land waarin jullie nog nooit een voet hadden gezet. Allah heeft macht over alles.

5
Jij, Mohammad, zeg tot je vrouwen: ‘Als jullie dit huidige leven en zijn toegiften willen hebben, kom dan, ik zal jullie betalen en jullie vervolgens vriendelijk laten gaan. Maar als jullie Allah, Zijn boodschapper en het latere leven willen hebben, dan heeft Allah een grote beloning voor jullie.
Vrouwen van de profeet! Elk van jullie die iets losbandigs doet, wordt twee keer zo zwaar gestraft. Het is zo gemakkelijk voor Allah. En ieder van jullie die iets goeds doet, wordt twee keer zo veel beloond.’
Vrouwen van de profeet! Jullie zijn niet te vergelijken met andere vrouwen. Praat daarom niet verleidelijk, zodat een zwakkeling begeerte in zijn hart krijgt. Praat in gepaste taal. Blijf in jullie huizen en toon je schoonheid niet als de vrouwen van vroegere tijden, de tijden van onwetendheid.
Vrouwen van de profeet! Gehoorzaam God en Zijn gezant. Allah wil jullie alleen beschermen tegen het kwaad.

6
De moslimmannen en moslimvrouwen, de gelovige mannen en vrouwen, de oprechte mannen en vrouwen, de geduldige mannen en vrouwen, de nederige mannen en vrouwen, de gevende mannen en vrouwen, de vastende mannen en vrouwen, de kuise mannen en vrouwen, de aan God denkende mannen en vrouwen, voor hen heeft Allah een grote beloning.

7
Het past een gelovige man of vrouw niet om, wanneer Allah en Zijn profeet over een zaak een uitspraak hebben gedaan, vervolgens toch hun eigen weg te gaan.
Wie Allah en Zijn profeet niet gehoorzaamt, dwaalt ontegenzeggelijk.
Mohammad, toen jij tot je aangenomen zoon Zeeëd zei: ‘Houd je vrouw bij je. En vrees Allah’, toen verborg je iets in je hart wat Allah later openbaar zou maken. Je was bang voor de mensen, terwijl je bang voor Allah had moeten zijn.
En toen Zeeëd het contact met zijn vrouw verbrak, verenigden Wij jou met haar als je vrouw. Opdat er voor de andere mannen geen belemmering zou zijn om met de vrouw van hun aangenomen zoon te trouwen als zij van hem gescheiden was. Allahs wil moet worden uitgevoerd.
Voor de profeet moet er geen twijfel zijn over wat God hem voorgeschreven heeft. Het is de wil van Allah, die ook vroeger werd nageleefd.
Vrouwen! Mohammad is de vader van jullie mannen niet, maar hij is een boodschapper van Allah en de laatste boodschapper. En Allah is op de hoogte van alles.

8
Gelovigen, gedenk Allah veelvuldig.
Prijs Hem ’s morgens en ’s avonds.
Hij groet jullie en Zijn engelen doen dit ook om jullie van de duisternis naar het licht te brengen.
Hij is lief voor de gelovigen.
Hun begroeting is: ‘Salam!’ op de dag waarop ze Hem zullen ontmoeten.
En Hij heeft een mooie beloning voor hen.

9
Jij, profeet!
Wij hebben jou als getuige, als boodschapper, als waarschuwer en als verkondiger van goed nieuws gezonden.
Ook als een oproeper tot Allah in Zijn naam, als een lichtgevende lantaam.
Verkondig de gelovigen dat ze van Hem een groot geschenk zullen krijgen.
En luister niet naar de ongelovigen en de huichelaars! Negeer hun lelijke taal en stel je vertrouwen in Allah. Hij regelt alles.

10
Jij, die gelooft! Wanneer je met een gelovige vrouw trouwt en haar daama niet meer wilt, dan hoef je voor haar geen wachttijd in acht te nemen als je niet met haar naar bed bent geweest, maar geef haar een toepasselijk geschenk en laat haar vriendelijk gaan.
Jij, profeet!
Wij hebben je vrouwen toegestaan.
De vrouwen aan wie je hun bruidsschat gegeven hebt.
En slavinnen, die Allah als oorlogsbuit aan jou gegeven heeft.
En de dochters van je ooms van je vaderskant.
En de dochters van je ooms van je moederskant.
En de dochters van je tantes van je vaderskant.
En de dochters van je tantes van je moederskant, die met je meegekomen zijn.
En elke gelovige vrouw die zich aan de profeet wil geven. Deze regel geldt alleen voor jou en niet voor de andere mannen.

11
Mohammad!
Je mag elk van je vrouwen verlaten als je wilt en je mag hen bij je houden als je wilt. En je mag hen weer begeren als je wilt. In al die gevallen bega je geen zonde.
Het is de bedoeling dat ze zich gelukkig voelen en niet bedroefd zijn en tevreden zijn met wat je aan hen geeft.
Allah weet wat jij in je hart hebt. Hij weet alles en Hij is geduldig.
Mohammad! Je mag verder geen vrouwen hebben en je mag ze niet ruilen voor andere vrouwen, zelfs niet als je hen mooi vindt en je hen wilt hebben, met uitzondering van hen die je slavinnen zijn.
Allah ziet alles.

12
Jullie, gelovigen!
Treed de huizen van de profeet niet binnen tenzij jullie uitgenodigd zijn voor het eten.
Ga daar niet van te voren wachten tot het eten klaar is, maar treed binnen op het moment dat je naar binnen gevraagd wordt.
En wanneer jullie gegeten hebben, ga dan weer weg en blijf daar niet zitten praten, want dat doet de profeet pijn. Hij schaamt zich om het tegen jullie te zeggen.
Maar Allah schaamt zich niet. Hij zegt de waarheid.
En als jullie iets aan zijn vrouwen willen vragen, vraag het dan van achter een gordijn.
Het is beter voor jullie hart en ook voor hun hart.
Het past niet dat jullie de profeet van Allah lastigvallen. En het is niet toegestaan dat jullie ooit met zijn vrouwen trouwen na zijn dood.
Allah keurt dat af.
En jullie mogen in zijn huis niets stiekem doen.
Vrees Hem. Hij ziet alles.
Allah en Zijn engelen groeten Mohammad.
Ook jij die gelooft! Groet hem en zeg ‘Salam’!

13
Jij, Mohammad!
Zeg tot je vrouwen, je dochters en de gelovige vrouwen hun hoofd met een sluier te bedekken. Zo worden ze niet herkend en niet lastiggevallen.
Als de huichelaars van Medina niet stoppen met hun roddels, dan zullen Wij jou tegen hen laten optreden.
Vervloekt zijn ze. Waar zij ook zijn, ze moeten gedood of gevangengenomen worden. Dat is Allahs wil en daar komt geen verandering in.

14
Gelovigenl
Vrees Allah! En spreek zuivere taal!
Wie Allah en Zijn profeet gehoorzaamt, bereikt een groot geluk.
Wij hebben de hemelen, de aarde en de bergen als waarnemers gevraagd, maar zij weigerden die taak te vervullen, ze waren er te bang voor.
De mens aanvaardde het.
Maar hij was onwetend en wreed.

91  (Klomp)

Zij die op de proef worden gesteld
Mohammad en zijn aanhang vluchtten van Mekka naar Medina.
Die stad zou het centrum van zijn bewind worden.
Naarmate hij meer bekendheid kreeg, sloten meer mensen zich bij hem aan.
Een van de interessante gebeurtenissen was de vlucht van een groep vrouwen uit Mekka Ze lieten hun mannen achter en ontsnapten naar Medina om bij Mohammad te zijn.
Er waren veel vrouwen onder hen die als spion voor de Raad van Mekka werkten. Deze vrouwen probeerden met een aanhanger van Mohammad te trouwen, zodat ze dichter bij Mohammad kwamen om hem te kunnen bespioneren.
Mohammad had zijn aanhang nadrukkelijk gevraagd om op die vrouwen te letten. Maar toch waren die vrouwen welkom als ze bij Allah zwoeren dat ze geen handlangers van Mekka waren, dat ze voor het geweld van hun mannen gevlucht waren, dat ze niet voor een van Mohammads mannen kwamen en dat ze alleen vanwege het geloof in Allah waren ontsnapt.
Een van die vrouwen heette Sareh, ze was een prostituee. Ze had Mekka verlaten en was op kapotte voeten Medina binnengegaan Ze had Mohammad persoonlijk ontmoet en had tegen hem gezegd: ‘Ik verdiende mijn brood met dansen op straat, maar ik wilde het niet meer. Laatst dacht ik alleen aan jou en jouw Koran. Ik wil jou toebehoren. ’
Zij zwoer drie keer bij Allah, bij Zijn Koran en bij Zijn profeet. Zo kreeg zij toegang tot Mohammads aanhang. En omdat ze mooi was, trouwde ze met een van Mohammads naasten.
Toen Mohammad zijn leger voorbereidde om Mekka aan te vallen, vluchtte deze vrouw uit Medina weg om de Raad van Mekka te waarschuwen.
Mohammad kwam erachter en stuurde drie ruiters achter haar aan.
De volgende dag kwam hij met een nieuwe soera, ‘Almomtahene: Zij die op de proef worden gesteld’.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Gelovigen! Jullie, die voor Mij en Mijn genoegen jullie huizen in Mekka hebben verlaten en naar Medina zijn gegaan, sluit geen vriendschap met Mijn vijanden.
Zij zijn het die jullie geloof hebben verworpen.
Zij zijn het die jullie en de boodschapper verbannen hebben, alleen omdat jullie in Allah geloofden.

2
Als jullie voor Mij strijden, zoek dan geen contact met hen in het geheim.
Ik weet wat jullie openlijk doen en wat jullie in het geheim doen.
Wie het toch doet, is van het juiste pad afgedwaald.

3
Als die ongelovigen de overhand krijgen, zullen ze als vijanden tegenover jullie staan. En ze zullen jullie met hun handen en met hun woorden slaan.
Ze willen graag dat jullie weer ongelovig worden.
Vrees! Op de dag des oordeels kunnen jullie je verwanten en je kinderen niet helpen.
Alleen Allah beslist over hen. En Hij is op de hoogte van wat zij doen.

4
Het is wel mogelijk dat Allah tussen jullie en jullie vijanden een vriendschap tot stand zal brengen.
Want Hij kan alles, en Hij vergeeft.
Hij weerhoudt jullie er niet van om goede contacten te hebben met hen die niet tegen jullie gevochten hebben, en met hen die jullie niet uit jullie huizen verdreven hebben.
Allah houdt van rechtvaardige mensen.

5
Maar Allah ontzegt jullie het contact met hen die tegen jullie hebben gevochten en jullie uit jullie huizen verdreven hebben.
Allah ontraadt jullie om zulke mensen te mogen.
Wie het toch doet, is een ongelovige.

6
Jullie, gelovigen! Wanneer de gevluchte vrouwen uit Mekka tot jullie komen, stel hen dan op de proef.
Allah weet over de waarheid van hun geloof.
Als jullie denken dat ze echt gelovig zijn, stuur hen dan niet terug naar de ongelovigen, want deze vrouwen behoren nu tot ons en ze zijn onwettig en verboden voor de ongelovige mannen.
Ook zijn ongelovige mannen verboden voor deze vrouwen.Maar vergoed de onkosten die hun echtgenoten voor hen hebben gemaakt.

7
Jullie, die geloven! Het is jullie toegestaan om met deze vrouwen te trouwen, maar pas als jullie hun bruidsschat betaald hebben.
En houd niet vast aan jullie huwelijksrelaties met ongelovige vrouwen.
Zo heeft Allah het gewild.

8
En als jullie vrouwen naar de ongelovigen gaan, vraag hun dan de onkosten te betalen die jullie voor hen gemaakt hebben.
Zo heeft Allah het gewild.
Hij is alwijs.
Hij is rechtvaardig.

9
Als van jullie kant een vrouw naar de ongelovigen overloopt en jullie weten de onkosten terug te krijgen, deel die dan met de mannen van wie hun vrouwen weggelopen zijn en die nog geen vergoeding hebben kunnen terugkrijgen.
Vrees Allah.

10
Jij, Mohammad! '
Als de vrouwen bij jou langskomen om jou trouw te zweren, om te zweren dat Allah één is, dat zij niet stelen, dat zij niet vreemdgaan, dat zij hun kinderen niet doden, dat zij geen kind door bedrog verkregen hebben en dat zij jouw bevel niet negeren, aanvaard dan hun eed van trouw en vraag Allah hen te vergeven. 
Allah is vergevend.

11
Gelovigen! Sluit geen vriendschap met degenen op wie Allah kwaad is.
Zij hebben geen hoop op het leven na de dood zoals ongelovigen geen hoop meer hebben voor hen die in het graf liggen.

92   (Koe)

De vrouwen
Mohammad had vijftien vrouwen. Zij deelden hun bed met hem. Ze heetten Ghadidje, Soede, Ajeshe, Salame, Hafsé, Zeenab, Djorieh, Hahibé, Safije, Meemane, Fateme, Hend, Asma, Hable en Dosije.
Mohammad ging om de beurt bij hen langs. Maar de vrouwen ruilden onderling van beurt of gaven hun beurt aan een van de andere vrouwen.
Ook waren er twee slavinnen die Mohammad af en toe bezocht: Rayhane en Magoes.
De vrouwen die hij als geschenk kreeg, mocht hij voor zichzelf houden Een van hen was Mariet, een mooi geschenk van de koning van Habashe.
Bovendien mocht hij ook slapen met vrouwen die hem hun lichaam aanboden.

Maar Ajeshe, de jongste vrouw van Mohammad, gedroeg zich alsof ze boven alle andere vrouwen van Mohammad was verheven.
Ik ben bevoorrecht om vijf redenen, zei ze:
1. Mohammad was man eerste man en mijn laatste man.
2. Mohammad duldde niemand naast zich als hem een soera geopenbaard werd, maar mij wilde hij op zulke beslissende momenten wel in zijn nabijheid.
3. Toen zijn vijanden Mohammad vanwege mij wilden breken, werd hem een soera geopenbaard waarin vijftien citaten over mij staan. Zo zullen mensen me tot in de eeuwigheid herinneren.
4. Als Mohammad ziek was, kwam hij altijd in mijn huis in mijn bed liggen.
5. Toen Mohammad stierf, stierf hij in mijn bed.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Mensen, vrees de God die jullie allemaal uit één enkel lichaam heeft geschapen.
Vrees! Maak de bezittingen van de wezen niet op. En meng hun geld niet met je eigen geld. God ziet alles. Het is een grote zonde.
Als je niet weet hoe je met weesmeisjes moet omgaan, kies dan voor één of twee, of drie of vier van hen en trouw met hen.
Maar als je bang bent dat je hen niet rechtvaardig kunt behandelen, neem dan genoegen met een van hen.
Geef gewillig de vrouwen hun beloofde trouwgeld. Maar als ze dat niet willen hebben en ze het uit eigen vrije wil aan jou geven, mag je het gerust voor jezelf houden.
Wees voorzichtig met en wees rechtvaardig voor de weesmeisjes.
Beproef of ze klaar zijn voor een huwelijk. Als dat niet zo is, geef hun dan hun bezit terug. Allah ziet alles. Let op dat je hun geld niet verteert.
En laat voor de zekerheid een aantal getuigen aanwezig zijn als je hun bezit teruggeeft.
Wie het geld van de wezen verteert, verteert vuur in zijn buik.

2
Met betrekking tot kinderen geeft Allah het volgende aan: een zoon erft als twee dochters. Als er echter alleen dochters zijn, en ze zijn met meer dan twee, dan is tweederde van de erfenis voor hen.
Maar als er slechts één dochter is, dan is de helft van de inboedel voor haar.
Als de gestorvene kinderen heeft, erven de ouders elk eenzesde van wat hij nalaat.
Maar als hij geen kinderen heeft, dan krijgt zijn moeder eenderde, behalve als hij broers heeft, dan erft de moeder eenzesde.
Het is je plicht volgens Allah. Het zijn Gods regels. 
Wie Zijn profeet gehoorzaamt, komt in de tuinen van geluk terecht, waar de rivieren onderdoor stromen en waar men voor altijd kan blijven. Maar wie niet wil luisteren, komt voor eeuwig in een vuur.

3
En wat jullie vrouwen aangaat, als een van hen een ernstige fout heeft begaan, moeten daar vier mannen van kunnen getuigen. Pas als die het bevestigen, mag je haar opsluiten in haar kamer tot ze doodgaat, of tot God een uitweg biedt.
Je kunt hen berispen om hun lelijke daad, maar als ze berouw hebben, laat hen dan met rust, want God is lief en Hij vergeeft.

4
Mannen, je mag vrouwen niet tegen hun zin erven. En je mag ze niet tegen hun zin als je vrouw thuishouden. Je mag geen geweld gebruiken om iets wat je aan hen hebt gegeven terug te krijgen, behalve als ze iets fout hebben gedaan. Behandel hen goed en als ze je niet bevallen, moet je weten dat er veel dingen in het leven zijn die ons niet bevallen, maar dat God er toch iets goeds in heeft gelegd. Allah is alwijs.

5
Mannen, als je in plaats van je eigen vrouw een andere vrouw wilt hebben, vraag dan niet terug wat je aan haar gegeven hebt.
Immers, hoe kun je het terugvragen als je met haar geslapen hebt, en je haar het jawoord hebt gegeven!

6
Mannen, de volgende vrouwen zijn verboden voor jullie:
De vrouwen van je vader. Het is een walgelijke daad als je aan hen komt. Ook je moeder, je dochters, je zusters, je tantes, de dochters van je broers, de dochters van je zusters, je zoogmoeder, de dochters van je zoogmoeders, de moeder van je vrouwen, de dochters van je vrouwen, de vrouwen van jullie zonen, alsmede twee zusters tegelijk en getrouwde vrouwen, behalve de slavinnen over wie jullie beschikken.

7
Mannen! Als iemand van jullie niet in staat is om het huwelijk met een vrije gelovige vrouw te bekostigen, is het beter om met een gelovige slavin te trouwen. Jullie horen bij elkaar. En God is op de hoogte van je oprechte beslissing.
Kies dan voor een van hen die kuis is, die geen contact met een ander in het geheim heeft gehad. En als je met haar trouwt, en zij vervolgens overspel pleegt, geldt voor haar de helft van de straf van een vrije vrouw.
Deze regel is voor wie bang is om te zondigen.
God wil alles voor jullie gemakkelijker maken, want de mens is zwak. God is alwetend.

8
De mannen zijn boven de vrouwen gesteld, want God heeft de een boven de ander verkozen, en omdat ze over hun vermogen beschikken.
De beste vrouwen zijn zij die gehoorzamen en die waken over wat bij hen verborgen ligt. God weet alles.
Maar als er vrouwen zijn over wier gehoorzaamheid jullie je zorgen maken, praat dan eerst met hen, waarschuw hen. Als het niet helpt, neem afstand van hen in bed. En als het nog niet helpt, sla ze.
Als zij jullie daarna gehoorzamen, dan mag je hun verder niets aandoen. God is groot!
Maar als jullie bang zijn dat er ruzie gaat oplaaien, vraag dan bemiddeling door iemand van haar familie en iemand van je eigen familie. God is alwetend.

9
God doet niemand onrecht aan en als je een goede daad begaat, geeft Hij je twee keer zo veel terug. God geeft. 
Je kunt niets voor God verbergen.
God vraagt jullie nadrukkelijk om de spullen van anderen die bij je in bewaring liggen, aan hen terug te geven. En dat je rechtvaardig bent als je over mensen oordeelt. Luister naar God. Hij hoort alles. Hij ziet alles.

10
Zij die Onze woorden negeren, zullen Wij in het vuur laten branden. Telkens als hun huid totaal verbrand is, krijgen ze een nieuwe huid opdat ze de daadwerkelijke straf kunnen voelen. God kan alles.
Maar voor hen die Ons volgen, zijn er de tuinen van geluk waaronder de rivieren stromen, waar ze voorgoed mogen blijven met de gezellen en de gezellinnen die in de schaduw van de bomen voor hen klaarstaan.

11
Mohammad, vertel hun dat het genot van het leven beperkt is, dat het hiernamaals beter is.
Dat ze op geen enkel moment onrechtvaardig worden behandeld.
Dat waar ze ook zijn, zelfs in de sterke hoge kastelen, de dood hen zal bereiken. 
Vertel hun dat elke gunst die hen treft, van God komt, maar dat al het slechte dat hun overkomt, door henzelf komt.
Er is geen God behalve Allah. Hij is het die jullie bij elkaar brengt voor de dag des oordeels. Daaraan is geen twijfel mogelijk. Wie is eerlijker dan Allah?

12
Gelovigen! Wees op je hoede voor de schijnheiligen, voor die huichelaars. Ze hopen dat jullie ongelovig worden zoals zij ongelovig zijn. Dus neem geen van hen als vriend. Tenzij ze zich volkomen aansluiten bij jullie en naar jullie komen.
Maar als zij zich afwenden en als zij niet van jullie afblijven, en als zij jullie geen vrede aanbieden, en als zij toch geweld willen gebruiken, pak hen dan waar jullie ze ook tegenkomen en dood hen. Tegen deze mensen heeft God jullie de vrije hand gelaten.

13
Gelovigen, als jullie voor God op reis gaan, kijk dan goed uit. 
Iedereen die voor God zijn huis verlaat en met de gelovigen meegaat, zal veel kansen krijgen. En er is overal onderdak voor hen.
En iemand die zijn huis en haard voor de profeet van God verlaat en dan zijn dood tegenkomt, zal God extra belonen. God is gevend.
En als je op reis bent en je vreest dat zij je zullen slaan tijdens je gebed, verkort dan je gebed en ga ervandoor, want de ongelovigen zijn je vijanden.

14
Mohammad, als je tussen je volgelingen staat en je wilt met hen bidden, houd je zwaard dan bij je. Je volgelingen moeten ook hun zwaard dragen. En je moet het zo regelen dat als jullie je buigen tijdens het gebed, er een groep achter jullie staat om de omgeving in de gaten te houden.
De ongelovigen wachten geduldig op het moment dat jullie onachtzaam zijn op je wapen en ze jullie onverhoeds kunnen overvallen.
God heeft een zware, machtige straf bedacht voor de ongelovigen.

15
Gelovige! Als je klaar bent met je gebed, blijf dan toch denken aan God wanneer je weer staat, wanneer je weer zit, en wanneer je weer op je zij ligt.
Wat God zegt, is waar en niemand is rechtvaardiger dan Hij. 
Iedereen die een misdrijf begaat, wordt gestraft. En iedereen, man of vrouw, die een goede daad verricht, gaat naar het paradijs.
Alles in de hemelen en alles op de aarde is van God, en Hij overheerst alles.

16
Mohammad, ze vragen jou om opheldering over de vrouwen.
God spreekt klare taal. En de regels staan in het boek dat voor jullie gelezen wordt, daarin wordt geschreven over de weesmeisjes van wie jullie het bezit verteren en met wie jullie niet willen trouwen.
Wees oprecht met de wezen, want God weet wat je doet.
Als een vrouw merkt dat haar man afstand van haar neemt, dat hij haar negeert, dan is het beter voor beiden om tot een schikking te komen, want verzoening is de beste weg. Maar de mens is geneigd tot hebzucht.
Je kunt je vrouwen nooit gelijk behandelen, zelfs als je dat graag zou willen, maar je mag een van je vrouwen niet plotseling negeren of verlaten als je zin in een andere vrouw krijgt. Want op die manier laat je haar in een onzekere situatie achter, hoewel zij nog je vrouw is. Het is beter om een vredige oplossing te zoeken.
God ziet alles.
O, mensen! Als Hij wil, kan Hij jullie allemaal vemietigen, en zet Hij anderen neer. Hij kan alles.

17
Schijnheiligen willen God misleiden, maar God misleidt hen. 
Tijdens het gebed komen ze lui en ongeinteresseerd overeind, ze zijn huichelachtig, ze denken niet aan God.
Gelovigen! Neem de ongelovigen niet als vriend.
De huichelaars worden op de laagste verdieping van de hel in het vuur geworpen, en niemand zal hen ooit helpen.
God houdt niet van lelijke woorden, behalve van iemand die onrechtmatig behandeld is.
God is alwetend. Hij hoort alles.

18
Zij die in de Tora geloven, eisen dat je voor hen een boek uit de hemel laat komen.
Ze hebben Mozes nog iets vreemders gevraagd. Ze vroegen hem om God aan hen te laten zien.
Toen werden ze allemaal getroffen door een verwoestende bliksemschicht.
Vervolgens namen ze het kalf als God aan, hoewel ze duidelijke tekenen gezien hadden. Maar Wij schonken hun vergiffenis en Wij gaven Mozes een duidelijk mandaat.
We verhieven de berg Toer hoog boven hen omdat ze dat wilden.
En Wij zeiden: ‘Buig je voorover en ga eerbiedig de poort binnen.’
Wij zeiden: ‘En je mag geen overtredingen begaan op de sabbat!’
En Wij sloten met hen een hecht verdrag, maar ze verbraken dat verdrag en ze deden wat ze wilden.
Vanwege hun leugens en hun ongeloof en vanwege het verbreken van het verdrag, en omdat ze zonder enig recht de profeten doodden, en vooral omdat ze gemene, onbeschofte woorden over Maria uitspraken, heeft God hun hart verzegeld.
Ze zeggen: ‘We hebben Isa, de zoon van Maria, gedood.’
Maar ze hebben hem niet gedood, en ze hebben hem niet gekruisigd. Dat werd hun voorgehouden, maar ze vergissen zich.
Het is een hersenschim.
Ze hebben vast en zeker Isa niet gedood.
God heeft hem naar de hemel gehaald. God kan alles.

19
Jullie, die in de Bijbel geloven, ga niet te ver in je geloof. En zeg niets dan de waarheid over God.
Jezus is de zoon van Maria en de gezant van God. God liet Zijn woord in Maria vallen en het werd vlees.
Dus leg jullie neer bij God en Zijn gezanten en zeg niet: ‘De Almachtige is drie in een: de vader, de zoon en de heilige geest.’
Houd daarmee op! Het is beter voor jullie.
God is één. Het is verre van Hem om een kind te hebben.
Het hemelgewelf en de aarde zijn van Hem. En Zijn regels zijn duidelijk.
Hij is alwetend.

93   (Windmolen)

De echtscheiding
De vrouwen leefden in moeilijke omstandigheden omdat ze geen rechten hadden. En het werd hun nog moeilijker gemaakt wanneer de mannen niet meer samen met hen wilden wonen. De mannen regelden eenzijdig een echtscheiding en ze stuurden hun vrouwen met lege handen de deur uit
Met deze soera probeerde Mohammad orde in die ordeloosheid te scheppen.
Hij komt met duidelijke regels en zegt dat wie deze regels niet nakomt een vijand is van Allah.

Mohammad had zelf vijftien vrouwen. Met dertien van hen sliep hij, maar met de twee anderen sliep hij niet. Ze waren oud, hij had hen in huis genomen om zijn kinderen te verzorgen Maar hij scheidde van geen van zijn vrouwen.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
O, boodschapper!
Als jullie van jullie vrouwen willen scheiden, doe dit dan tijdens hun maandelijkse bloeding. Bereken de tijd precies.
Vrees Allah en stuur hen niet weg uit hun woningen.
Het is beter dat zij niet weggaan, tenzij ze iets onaanvaardbaars gedaan hebben.
Dat is een duidelijke bepaling van God.
Wie deze bepaling overtreedt, beschadigt onterecht zichzelf.
Je weet het niet, maar misschien zal Allah vooruitgang in jullie zaak brengen.

2
Wanneer het einde van hun wachttijd nadert, laat hen dan welwillend thuisblijven of scheid van haar op een nette manier.
Laat twee eerlijke mensen onder jullie getuigen. Het is een waarachtige getuigenis voor Allah, een waarschuwing voor hen die in Allah en in de dag des oordeels geloven.
Voor wie Allah vreest, laat Hij een uitweg vrij.
En Hij zal zijn brood geven uit een hoek waaruit de mens het helemaal niet verwacht.
Voor wie zijn vertrouwen op God stelt, is God voldoende.
Allah weet wat iedereen doet en Hij heeft voor alles een maat gesteld.

3
De vrouwen onder jullie die niet meer op een bloeding hopen, hebben een wachttijd van drie maanden.
Dit geldt ook voor de vrouwen die hun bloeding nog niet hebben gehad.
De wachttijd van de zwangere vrouwen duurt totdat ze van hun kind bevallen zijn.
Voor hen die Allah vrezen, maakt hij het gemakkelijk.
Dit is de bepaling die Allah naar jullie neergezonden heeft.
Van wie vreest, zal Hij de zonden vergeven en hij zal worden beloond.

4
Geef hun dan een woning, naar jullie vermogen, eenzelfde als waarin jullie zelf wonen, en doe hen geen pijn om het nog moeilijker voor hen te maken.
En wanneer zij zwanger zijn, onderhoud hen dan tot ze hun kind krijgen.
En als zij hun kind borstvoeding geven, betaal hun daarvoor en probeer samen tot een rechtvaardige oplossing te komen.
Maar als het voor jullie beiden toch te moeilijk wordt, laat dan een andere vrouw het kind voeden.
De rijken moeten naar hun vermogen ruimhartig aan hun gescheiden vrouwen geven.
De armen moeten een bijdrage geven van wat God hun gegeven heeft.
Allah vraagt niemand meer dan wat Hij hem gegeven heeft.
Zo zal Hij het probleem voor jullie draaglijk maken.

5
Allah is het die de zeven hemelen heeft geschapen en ook de aarde.
Zijn bevel daalt daarop neer, opdat jullie mogen weten dat Hij machtig is.
Hij omvat alles met Zijn kennis.

94   (Tulp)

Het licht
Tijdens elke oorlog neemt Mohammad een van zijn vrouwen mee.
Dit keer is het de beurt aan Ajeshe. Maar op de terugweg, als de karavaan na een pauze weer vertrekt, verstopt de vijftienjarige Ajeshe zich achter een zandheuvel en de karavaan vertrekt zonder haar. De vijanden van Mohammad maken hem kapot en de dichters drijven de spot met hem:  'Mohammad, jouw jonge Ajeshe had een afspraakje achter de zandheuvel ’
Precies na deze gebeurtenis komt Mohammad met harde wetten voor de vrouwen.
Sindsdien moeten de vrouwen zich bedekken en binnenblijven.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Dit is een soera die Wij geopenbaard hebben, die Wij verplicht hebben gemaakt.
Wij hebben duidelijke tekenen doorgegeven opdat jullie ervan kunnen leren.
Sla elke vrouw en elke man die onwettig de liefde bedrijft met honderd zweepslagen. En heb geen medelijden met hen als je in Allah gelooft en in de dag des oordeels.
Tijdens hun berisping moet er een groep gelovigen aanwezig zijn. 
De ontuchtige man mag met geen ander trouwen dan met een ontuchtige vrouw of met een ongelovige.
En de ontuchtige vrouw mag ook met geen ander trouwen dan met een ontuchtige man of met een ongelovige.

2
Zij die de getrouwde fatsoenlijke vrouwen beschuldigen van overspel en niet met vier getuigen komen, sla hen met tachtig zweepslagen. Van hen moeten jullie later geen getuigenis aanvaarden. Zij zijn foute mensen. 
En zij die hun eigen vrouwen beschuldigen van ontucht zonder dat ze andere getuigen hebben dan zichzelf moeten vier keer in de naam van Allah zweren dat ze de waarheid spreken en de vijfde keer moeten ze zeggen: ‘Allahs vloek moge op mij rusten als ik lieg!’
Maar de straf van de vrouw wordt niet uitgevoerd als ze vier keer in de naam van Allah zweert dat haar man liegt, en als ze de vijfde keer zegt: ‘De woede van Allah zij over mij als mijn man de waarheid spreekt en ik lieg.’
Allah is vergevend. Anders wordt het moeilijk voor jullie.
Zij die roddels hebben verspreid, zitten tussen jullie.
Als de genade van Allah niet bestond, zouden jullie getroffen zijn door een harde bestraffing in dit leven en ook in het latere leven. 
Jullie namen die roddels met jullie tongen over en jullie vertelden het met jullie monden door, zonder er enige kennis van te hebben. Jullie dachten dat het onbelangrijk was, maar voor God was het afschuwelijk.
Toen je het hoorde, had je slechts hoeven zeggen: ‘Het heeft niets met mij te maken, ik kan er niets over zeggen. Gij zijt geprezen.
Het is een grote beschuldiging.'
Zij die graag willen dat roddels zich onder de gelovigen verspreiden, worden in het leven en na het leven zwaar gestraft.
Allah weet, maar jullie weten niet.

4
Zij die eerbare vrouwen die geen kwaad kennen, van losbandigheid beschuldigen, worden vervloekt in dit leven en in het latere leven. Hun wacht een harde bestraffing.
Op een dag zullen hun tong, hun handen en hun voeten getuigen van wat ze gedaan hebben. Op die dag zal God bepalen wat ze verdienen en ze zullen begrijpen dat Allah de waarheid kent.

5
De duivelse vrouwen zijn voor de duivelse mannen en de duivelse mannen zijn voor de duivelse vrouwen en de goede vrouwen zijn voor de goede mannen en de goede mannen voor de goede vrouwen. Zij zijn gezuiverd van alles wat anderen over hen zeggen.
Voor hen is er vergeving en er zal goed voor hen worden gezorgd.

6
O, jij die gelooft! Treed de huizen van anderen niet binnen zonder dat je het gevraagd hebt of de bewoners 'Salam !’ hebt gezegd. Dat is beter voor jou. Misschien zullen jullie er iets van leren.
En als je in het huis niemand treft, ga dan niet verder voordat je toestemming hebt gekregen.
En als er tegen je wordt gezegd: ‘Ga terug !’ dan ga je terug. Dat is zuiver.
Allah weet wat je openlijk doet en wat je verborgen houdt.

7
Mohammad, zeg tot de gelovige mannen dat zij hun ogen neerslaan en hun kuisheid bewaren. Dat is zuiver voor hen. Allah weet alles.
En zeg tot de gelovige vrouwen dat zij hun ogen neerslaan en dat ze hun kuisheid bewaren. Dat zij van hun sieraad niet meer laten zien dan wat gewoonlijk al zichtbaar is. Dat ze hun sluiers over hun borsten laten hangen en dat ze hun sieraad aan niemand laten zien anders dan aan hun mannen, hun vaders, hun zonen, de zonen van hun mannen, hun broers, de zonen van hun broers, de zonen van hun zusters, de vrouwen van hun eigen geloof, hun mannelijke bedienden die geen behoefte aan vrouwen hebben, en de kinderen die nog niet op het lichaam van vrouwen letten.
Mohammad, zeg tegen vrouwen dat ze niet hard met hun voeten op de grond moeten stampen, om te voorkomen dat het verborgen sieraad van hun voeten zichtbaar wordt.

8
Gelovigen! Help de mensen die voor je werken met elkaar te trouwen, ook je deugdzame slaven en slavinnen.
Als ze arm zijn, zal God hen rijk maken uit Zijn overvloed. Allah is alomvattend en alwetend.
Zij die geen kans hebben om te trouwen, moeten hun kuisheid bewaren totdat Allah hun rijk maakt van Zijn goedheid.
Geef je slaven een vrijbrief als ze om hun vrijheid vragen en geef ze iets van jouw giften aan Allah.
En dwing je slavinnen niet om met een ander te slapen om zo geld door hen te verdienen.
We hebben jullie duidelijke tekenen en voorbeelden gezonden van de volkeren die voor jullie zijn verdwenen en lessen gegeven voor hen die ervan willen leren.

9
Allah is het licht van de hemelen en de aarde.
Zijn licht kun je vergelijken met een nis waarin een lantaarn staat.
En de lantaarn staat in een glas, en het glas straalt als een schitterende ster. De lantaarn brandt met olie van een gezegende boom, een olijfboom noch oostelijk, noch westelijk. De olie geeft al licht zonder dat vuur hem aangeraakt heeft. Licht boven licht.

10
De daden van de ongelovigen zijn als een luchtspiegeling in de woestijn. Een dorstige ziet water, maar als hij op die plek is, vindt hij niets. Maar hij vindt Allah die hem op zijn daden afrekent en Allah kan snel rekenen.
Of ze zijn als duisternis in een diepe zee die met een golf bedekt is, met daarop nog een andere golf waar ook de wolken weer boven staan. Duisternis boven duisternis. Wanneer iemand zijn hand uitsteekt, kan Hij die nauwelijks zien. Er is geen licht voor hen.

11
Heb je soms niet gezien dat alles in de hemelen en op de aarde Allah prijst, ook de vogels met hun uitgespreide vleugels? Elk van hen kent zijn eigen gebed. Allah weet alles.

12
Het koninkrijk der hemelen en van de aarde is van Allah.
Heb je niet gezien dat Allah de wolken in beweging brengt, ze verzamelt en dan tegen elkaar drukt zodat je grote regendruppels uit hun midden ziet komen? En hoe Hij hagel uit de wolkenbergen laat vallen? Hij slaat daarmee iedereen die Hij wil en wendt Zich af van wie Hij wil.

13
Allah keert de nacht en de dag om. Daarin zit een les voor hen die het kunnen waarnemen.
En Allah heeft elk dier uit water geschapen. Er zijn er die op hun buik liggen, en er zijn er die op twee poten lopen en er zijn er die lopen op vier poten. Allah maakt wat Hij wil. Hij kan alles.

14
Jullie, gelovigen! Laat je slaven en je slavinnen en degenen uit jullie midden die nog minderjarig zijn, drie keer je toestemming vragen als ze binnen willen komen wanneer je je kleren uit hebt om je te wassen voor het ochtend—, het middag— en het avondgebed: drie tijden waarop jullie niet  geheel gekleed zijn.
Op andere momenten is het geen probleem, want ze zijn altijd aanwezig in jullie omgeving.
Zo maakt Allah zijn tekenen duidelijk aan jullie.

15
Wanneer jullie kinderen hun kindertijd verlaten, dan moeten ook zij toestemming vragen voordat ze ergens binnengaan, net zoals anderen voor hen dat deden.

16
Voor oudere vrouwen die geen hoop meer hebben op een huwelijk, is het geoorloofd dat ze hun chador afdoen, als ze maar niet willen pronken met hun sieraad. Maar het is beter voor hen als zij zich toch bedekken. God ziet alles. God weet alles.

17
De blinde wordt het niet kwalijk genomen, de manke wordt het niet kwalijk genomen, de zieke wordt het niet kwalijk genomen en ook jezelf wordt het niet kwalijk genomen als je in je eigen huis eet, in het huis van je vader, in het huis van je moeder, in de huizen van je broers, in de huizen van je zusters, in de huizen van de broers van je vader, in de huizen van de zusters van je vader, in de huizen van de broers van je moeder, in de huizen van de zusters van je moeder, in de huizen waarvan je de sleutels hebt of in het huis van een vriend.
En je mag zelf weten of je samen met anderen of alleen eet.
Maar als je een huis binnengaat, roep dan ‘Salam’. Het is gezegend en God vindt het mooi.
Zo maakt Allah zijn tekenen voor jullie duidelijk. Misschien kunnen jullie ervan leren.

18
Weet! Alles wat in de hemelen en op de aarde is, is van Allah.
Hij weet waar jullie mee bezig zijn en wanneer jullie naar Hem terug worden gebracht.
Hij weet alles.

95   (Regen)

De woordenwisseling
Er was een ouderwetse stammenwetgeving waardoor de man van zijn vrouw afstand mocht nemen zonder dat er een formele echtscheiding plaatsvond. Deze wet werd ‘Alzohar’ of de ‘Rug-wet’ genoemd.
Bij deze wet zei de man tegen zijn vrouw: 'Je rug is net zoals de rug van mijn moeder. Ik mag dus niet meer met jou naar bed gaan.’
Het was een diepe belediging waarmee de man opeens afstand nam van zijn vrouw met het excuus dat haar lichaam voor hem verboden was.
Een van de vrouwen die op die manier door haar man verstoten was, ging bij Mohammad langs om haar beklag te doen.
Mohammad zei tegen haar: ‘Het is de wet en je bent nu verboden voor hem. ’
De vrouw begon met Mohammad te discussiëren en maakte ruzie met hem: “Hoe durf je dit te zeggen. Veertig jaar lang heb ik die man. Geef me raad. Ik kan het er niet bij laten. ’
Maar Mohammad had geen raad voor haar.
De vrouw zette Mohammad onder druk om haar met Allah in contact te brengen.
De woordenwisseling met Mohammad leverde niets op. Bedroefd ging ze terug naar huis. Ze at niet meer, sliep niet meer, huilde en riep Allah om hulp.
Een paar dagen later kwam Mohammad met een nieuwe soera: 'Almodjadele: De woordenwisseling.'

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Mohammad!
Allah heeft die vrouw gehoord die een woordenwisseling met je had over haar man, en bij Allah klaagde.
Hij hoort jullie. Hij weet alles.

2
De mannen onder jullie die de Rug-wet gebruiken om zich van hun vrouwen te scheiden, moeten weten dat hun vrouwen hun moeders niet zijn.
Hun moeders zijn de vrouwen die hen gebaard hebben.
Deze mannen zeggen iets lelijks. Ze liegen. 
Toch is Allah vergevend.

3
Maar de mannen die de Rug—wet hebben gebruikt, er nu spijt van hebben en hun vrouwen terug willen hebben, moeten een slaaf vrijlaten voordat ze weer samen kunnen zijn.
Dit is een raad van Allah voor jullie en Hij is op de hoogte van alles wat jullie doen.

4
Als iemand geen slaaf heeft om vrij te laten, dan mag hij in plaats daarvan twee maanden achter elkaar vasten voordat ze weer samenkomen.
En als iemand dit ook niet kan, dan moet hij zestig behoeftigen eten geven.
Het is een bepaling door Allah.
Wie het niet doet, wordt zwaar gestraft.
En wie zich tegen God en zijn boodschapper verzet, zal vernederd worden. Net zoals degenen die voor hen waren vemederd.
Daarvoor hebben Wij duidelijke tekenen neergezonden.

5
Gelovigen! Wanneer er in de bijeenkomsten aan jullie wordt gevraagd om ruimte te geven, geef dan ruimte. Zo geeft Allah jullie ruimte in de tuinen van het paradijs.
En als er gezegd wordt ‘Sta op’, sta dan op. Dan zal Allah jullie verheffen in een hogere rang.
Hij is op de hoogte van alles wat jullie doen.

6
Gelovigen! Als jullie een geheim persoonlijk aan de profeet willen vertellen, geef dan eerst iets weg voordat jullie bij hem langsgaan.
Zo is het beter voor jullie.
Maar als jullie niets hebben om te schenken, dan is Allah vergevend.

96   (Klomp)

Verboden
Als Mohammad buitenshuis met andere vrouwen sliep, kreeg hij problemen met zijn eigen vrouwen. Ze maakten ruzie met hem of ze negeerden hem in bed.
Op een dag als hij, nadat hij met een mooie slavin heeft geslapen, naast zijn jonge vrouw Ajeshe in bed kruipt, begint deze te huilen. De hele nacht slaapt ze met haar rug naar hem toe.
De tweede jonge vrouw van Mohammad was Hahé.
Hafsé had een mooie slavin, Mari Ghebti genaamd.
Wanneer Hafsé eens weg is, slaapt Mohammad met Mari in het bed van Hafsé
Hafsé komt onverwacht thuis en betrapt hen. Ze is zo kwaad dat ze al zijn vrouwen en Mohammad zelf bij zich roept en voor een grote ruzie zorgt.
De volgende dag legt Mohammad zichzelf met een bittere smaak in zijn mond, een verbod op om met andere vrouwen te slapen. Later krijgt hij spijt van zijn beslissing en hij verwijt zichzelf dat hij voor de druk van zijn echtgenotes bezweken is. Hij breekt zijn eed. 

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Jij, boodschapper!
Waarom verbied je jezelf iets wat Allah je toestaat? Doe je het misschien om je vrouwen tevreden te stellen?
Allah is aardig en vergevend.
Allah geeft jullie de ruimte om jullie eden te breken.
Hij is jullie Schepper. En Hij weet alles.

2
Het ging eigenlijk zo. Mohammad vertrouwde een geheimpje aan een van zijn vrouwen, Ajeshe, toe. Zij vertelde het echter door aan Hafsé, een van zijn andere vrouwen. En Allah maakte het openbaar.
Mohammad vertelde een deel van wat hij wist aan Ajeshe en verzweeg het andere deel.
Ze zei tegen hem: ‘Hoe weet jij dit? Wie heeft het je verteld?’
Mohammad zei: ‘Hij die alles weet heeft me op de hoogte gesteld.’

3
Als jullie, beide vrouwen, je tot Allah richten en spijt betuigen, dan was het een fout van jullie harten en zal Hij jullie vergeven. 
Maar als jullie tegen Zijn boodschapper samenzweren, dan beschermt Hij Zijn boodschapper. Bovendien zullen de engel Ghabriël, de gelovigen en de andere engelen hem samen steunen.

4
Indien Mohammad zich van jullie scheidt, zal Zijn Schepper hem misschien nog betere vrouwen geven. Kuise, gelovige vrouwen die luisteren, die niet hoogmoedig zijn, die bidden, die vasten en die weduwe of nog maagd zijn.

5
Gelovigen!
Bescherm jezelf en je familie tegen een vuur waarvan de mensen en de stenen de brandstof zijn. Een vuur dat door de enge boosaardige engelen die naar Allah luisteren wordt bewaakt en die doen wat Hij hun beveelt.
O, ongelovigen, toon op de dag des oordeels geen berouw, jullie worden toch gestraft voor wat jullie gedaan hebben.
O, gelovigen!
Toon berouw uit de grond van je hart, misschien zal Hij jullie zonden vergeven en zal Hij jullie naar de tuinen van het paradijs brengen, waar de rivieren onderdoor stromen.

6
Jij, boodschapper!
Vecht tegen de ongelovigen en de huichelaars en bestrijd hen met alle kracht. Ze zullen allemaal in de hel terechtkomen.
En het is een slechte plek voor hen.

7
Allah geeft twee voorbeelden van ongelovige vrouwen.
De vrouw van de profeet Noeh was een ongelovige, evenals de vrouw van Loet. Ze waren de vrouwen van twee van Onze beste mensen. Maar zij hebben beiden hun mannen bedrogen.
Daarom hielden Noeh en Loet hun mond toen God hun echtgenotes zwaar strafte. Tegen deze vrouwen wordt gezegd: ‘Jullie beiden! Loop met de anderen het vuur in!’

8
Allah geeft ook een voorbeeld van een gelovige vrouw.
De vrouw van de farao. Zij die in een moeilijke situatie leefde, zei tot God: ‘Mijn Schepper! Geef me een woning bij U in het paradijs. En bevrijd me van de farao en wat hij doet.’

9
En Maria, de dochter van Emran, is een ander goed voorbeeld. Zij bewaarde haar kuisheid en Wij bliezen er Onze ziel in. En ze werd zwanger van Jezus.
Ze geloofde de woorden en de boeken van God en ze luisterde.

97  (Koe)

De aardbeving
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Wanneer de aarde bij de laatste beving door elkaar wordt geschud.
En zijn lasten, de doden, afwerpt.
En de mens zegt: ‘Wat is er gebeurd met hem?
Op die dag zal de aarde zijn geheimen bekendmaken naar het bevel van Allah.
Op die dag zullen de mensen in verschillende groepen naar voren worden geleid en zullen hun vroegere daden aan hen worden getoond.
Wie maar een beetje goed heeft gedaan, die zal het aanschouwen.
En wie een beetje kwaad heeft gedaan, die zal het ook aanschouwen.

98    (Windmolen)

Het ijzer
Het ijzer is hard. Allah leerde de profeet Dawoed om het ijzer te smelten, opdat hij er een harnas mee zou kunnen maken.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alles wat op de aarde en in de hemelen is, prijs Allah.
Hij is de geliefde Overwinnaar.
Hij is de Koning der hemelen en der aarde.
Hij doet leven en Hij doet sterven. Hij kan alles.
Hij is het begin, en het einde, het innerlijke en het uiterlijke.
Hij heeft kennis over alles.

2
Hij is het die de aarde en de hemelen in zes dagen geschapen heeft.
Hij ging daarna op Zijn troon zitten.
Hij weet wat de aarde binnengaat en weet wat uit de aarde naar buiten komt.
En wat uit de hemel naar beneden komt en wat naar de hemel opstijgt.

3
Hij is overal waar jullie ook zijn en Hij ziet alles wat jullie doen.
Hij trekt de nacht over de dag en Hij trekt de dag over de nacht.
En Hij kent de geheimen van de harten.

4
Geloof in Allah en in Zijn boodschapper en geef!
Het is waar! Zij die geven wacht een grote beloning.
Wat is er gebeurd met jullie dat jullie toch niet in God geloven?
Hij is het die de Koran als een leidraad tot Zijn onderdaan heeft gezonden om jullie van het donker naar het licht te brengen.
Weet! Allah is lief voor jullie.

5
Maar wat is er gebeurd met jullie dat jullie toch niet willen geven om Allah, hoewel de erfenis van de hemelen en de aarde aan Hem is?
Zij die zich voor de overwinning op Mekka gegeven hebben en gevochten hebben, staan niet gelijk aan anderen. Zij zijn hoger in rang dan degenen die zich pas na de overwinning hebben gegeven en hebben gevochten.
Allah weet alles.
Wie een ander een zuivere lening geeft, zal Hij twee keer zo veel teruggeven.

6
Op de dag dat jullie de gelovige mannen en vrouwen zien terwijl hun licht links en rechts van hen straalt, is dat een geluksteken. Ze lopen dan naar de tuinen van geluk, en ze zullen daar voor eeuwig blijven.
Op dezelfde dag zullen de huichelaars, man en vrouw, tegen de gelovigen zeggen: ‘Willen jullie even wachten, zodat we een beetje van jullie licht kunnen gebruiken?’
Dan wordt er tegen hen gezegd: ‘Ga terug! En zoek zelf naar licht.’
Er wordt een muur tussen hen opgetrokken met een deur erin.
Aan de binnenkant van deze deur zie je de glorie, maar aan de buitenkant van de deur zie je de bestraffing.
De huichelaars zullen tegen de gelovigen aan de andere kant van de muur roepen: ‘Waren wij niet met jullie?’
Ze zullen antwoorden: ‘Jawel. Maar jullie zijn bedrogen door jullie begeerte, en misleid door jullie dromen. Voortdurend twijfelden jullie aan alles en volgden de Satan tot jullie door de dood werden gegrepen.’

7
Weet dat Allah de aarde na zijn dood weer tot leven brengt. Hij heeft Zijn tekenen duidelijk voor jullie uiteengezet zodat jullie ervan kunnen leren.

8
Weet dat het leven van nu een spel van vermaak, pracht, hoog hartigheid en verlangen naar meer bezittingen en meer kinderen is.
Het is te vergelijken met een regen die aangenaam is voor de boer vanwege de groei van zijn gewas. Maar later raken de planten verdroogd, je ziet ze geel worden en dan worden ze kort en stekelig.
Het tegenwoordige leven is slechts een bedrieglijk genot zoals het leven van die planten.
Haast je dus voort naar de tuinen van geluk die voor de eeuwigheid zijn en ze zijn groot als de hemelen en de aarde.

9
Klaag daarom nooit over wat jij verloren hebt. 
En juich niet om wat je gekregen hebt.
Want Allah houdt niet van hovaardige mensen.
Vooral niet van hen die niets geven.
Hijzelf heeft niets nodig. Hij geeft.
De mannen en de vrouwen die zuivere leningen geven, worden twee keer zo veel beloond.

10
Wij hebben het ijzer gestuurd, het ijzer waar een harde kracht in zit en dat veel nut voor de mensen heeft.
Allah geeft, en Zijn geven kent geen grenzen.

99   (Tulp)

Mohammad
Jezus had tegen zijn apostelen gezegd: “Na mij zal een Arabische profeet komen die Ahmad (Mohammad) heet en hij zal de laatste profeet zijn.’
‘Aan wat voor teken is Ahmad te herkennen ?’ vroegen de apostelen. 
‘Hij heeft een teken van de maan op zijn linkerschouder, antwoordde Jezus.
Vijfhonderdzeventig jaar later werd Mohammad in Mekka geboren.
Zijn moeder heette Amené.
Het was een vreugdeloze bevalling voor Amené, want haar man was pas overleden.
Maar de vroedvrouw riep: ‘Amené, huil niet. Je zoon heeft een teken van een jonge maan op zijn schouder. Het zal hem rijkdom en geluk brengen,' 
De stam waarin Mohammad geboren was, heette Ghoreish. Het was een van de belangrijkste stammen van Mekka. Al eeuwenlang werd de leider van Ghoreish benoemd tot sleutelhouder van de Kaabé. Het was een functie van groot aanzien en de leider kreeg toegang tot de geheimen van de Kaabé.
De grootvader van Mohammad was sleutelhouder. Mohammad ging als kind regelmatig met hem mee naar de Kaabé, die Ibrahim en zijn zoon Ismaiel ooit als huis voor God gebouwd hadden. Nu stonden er talloze afgoden in.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Zij die de waarheid weigeren en de mensen van Allahs weg afleiden, hun daden zal Hij veronachtzamen.
Maar zij die geloven, zal Hij hun fouten vergeven.

2
Gelovigen! Wanneer jullie in gevecht zijn met de ongelovigen, dood hen dan met een nekslag.
Als jullie overwinnen, gijzel hen en bind hen goed vast.
En wanneer het gevecht gestreden is, laat hen dan vrij met of zonder losprijs.

Zo is het en dat is Gods regel. Als Hij zou willen, zou Hij zelf wraak op hen nemen.
En zij die voor Allah gedood hebben, hun daad wordt beloond.
Zij worden naar het paradijs gebracht.

3
Hebben de ongelovigen niet rondgereisd op aarde en niet gezien hoe het einde van degenen was die niet luisterden? God vernietigde hen allemaal.
De ongelovigen maken gebruik van de schijn van het leven. Ze eten en slapen als kuddedieren.
Mohammad! Wij hebben vele steden vemietigd die groter en sterker waren dan de stad die jou liet ontsnappen. En er was geen helper voor hen.

4
De gelovigen komen in de tuinen van geluk terecht, waar rivieren van zuiver en gezond water stromen en ook rivieren van smakelijke melk, heer
lijke wijnen en rivieren van zuivere honing en waar allerlei soorten fruit zijn.
Is een eeuwig leven  in zulke tuinen te vergelijken met een eeuwig verblijf in de hel?
Het zijn de ongelovigen die niet over de Koran willen nadenken en die hun harten op slot hebben gedaan.
Hoe zullen zij het ervaren wanneer de engelen hun ziel komen halen, terwijl ze op hun ruggen en gezichten slaan?
Komt het omdat zij de afgoden volgen, wat Allah kwaad maakt?
En haten wat Hij liefheeft?

6
Het huidige leven is spel en vermaak. Maar als jullie geloven en vrezen, zal Hij jullie belonen.

7
Geef een deel van jullie vermogen weg en wees niet gierig. Wie gierig is, is gierig ten opzichte van zichzelf.
Allah heeft niets nodig, maar jullie zijn behoeftig.
En als jullie niet luisteren, zal Hij een ander volk in jullie plaats zetten. En zij zullen niet net als jullie zijn.

100   (Regen)

De donder
Mohammad noemde zichzelf` een Arabische profeet en de laatste profeet van de wereld. Hij bracht alle Arabische stammen samen onder de groene vlag van zijn beweging
Mohammad was zes toen zijn moeder stierf en zijn grootvader nam zijn opvoeding op zich Hij was vijfentwintig jaar oud toen hij met de rijkste vrouw van Mekka trouwde, zij was vijftien jaar ouder dan hij.
Regelmatig beklom Mohammad ’s nachts de berg Hera, Hij was veertig toen hij op een nacht bevend, bevreesd en bezweet thuiskwam en tegen zijn vrouw zei: ‘De bewoners van de hemel hebben contact met mij opgenomen. ’ 
Vanaf dat moment begon hij aan een missie die drieëntwintig jaar lang duurde.
In Mekka zetten de mensen hem onder druk door te zeggen dat hij geen profeet was, dat hij geen wonder kon verrichten.
Mohammad zei machteloos: ‘Ik weet niet waarom ik geen wonder kan verrichten. Alleen God weet het.’

Toen de machthebbers van Mekka hem wilden doden, vluchtte hij naar Medina. Gebleken was dat zijn zachte woorden niet hadden gebaat. En zijn geduld had ook niets opgeleverd. Eenmaal in Medina greep hij naar het zwaard en begon hij harde woorden te spreken:
‘Jullie willen een wonder van mij? De Koran is een wonder. Het is de moeder van alle boeken van de wereld. Aan wie dat tegenspreekt zal mijn zwaard antwoord geven.’

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alef Lam Miem Raa.
Dit zijn de verzen van het boek. En alles wat door God gezonden is, is waar, maar de meeste mensen geloven het niet.
God is het die de hemelen liet verrijzen, zonder steunpilaren die je kunt zien. Daarna zette Hij zich op zijn troon en Hij temde de maan en de zon, zodat elk in een vaste baan liep. Hij regelt de werking van de wereld.

2
Hij is het die de aarde uitbreidde en bergen en rivieren maakte en Hij maakte van elke vruchtsoort twee stukjes als één paar, en Hij deed de nacht de dag bedekken.
En op de aarde zijn er naast elkaar gelegde lappen grond en druiventuinen en korenvelden en dadelbomen, gelijk en ongelijk, die allemaal als één geheel water ontvangen. Dat zijn de tekenen voor hen die nadenken.

3
Zij die niet geloven, zeggen: ‘Had hem dan geen wonder gestuurd kunnen worden van zijn Allah?’
Maar Mohammad! Je bent slechts een boodschapper en voor elk volk is er één boodschapper.
God weet wat een zwangere draagt, hoe de baarmoeders afnemen en hoe zij groeien. Bij Hem heeft alles een maat.

4
Hij is het die het verborgene en het zichtbare kent.

Het maakt Hem niet uit of iemand stiekem praat of hardop. Of in het donker van de nacht of in het daglicht beweegt. Hij weet alles.
Er zijn engelen die voor en achter de mensen lopen om alles waar te nemen.

5
Hij is het die de bliksem gebruikt om angst te veroorzaken en hoop. En die de zware wolken laat komen.
En de donder looft Zijn glorie, en de engelen prijzen Hem uit vrees en Hij stuurt de bliksem en daarmee pakt Hij wie Hij maar wil. Allah is wreed in Zijn straffen!
De afgoden die zij in plaats van God prijzen, horen hen niet. Je kunt het vergelijken met iemand die zijn handen in een waterbron steekt om te drinken, maar ziet dat de bron droog is.

6
Alles wat in de hemelen en op de aarde is, looft God gewillig of onwillig. Ook hun schaduwen in de morgen en in de avond.
Mohammad! Vraag aan hen: ‘Wie is de Schepper van de hemelen en de aarde?
En zeg: ‘Allah!’
Vraag aan hen: ‘Waarom kiezen jullie dan voor afgoden die niet eens macht over zichzelf hebben?’
En zeg: ‘Zijn de blinde en de ziende gelijk? Zijn het donker en het licht gelijk?’
Zeg: ‘Allah is de Maker van alles. En Hij is Eén. Hij is de machtigste!’
Hij laat water uit de hemel vallen zodat de rivieren, schuimdragend, gaan stromen. Ook uit alles wat men in het vuur zet om sieraden of gereedschappen van te maken, komt schuim vrij. Zo scheidt God de waarheid en de valsheid van elkaar. Het schuim gaat verloren, maar het nuttige deel blijft. Zo vergelijkt Allah de dingen met elkaar.

7
Zij die voor God geduld hebben getoond, het gebed hebben verricht, en met het goede het slechte hebben afgewend en een deel hebben weggegeven van wat Wij hun hadden gegeven, zij krijgen een goede eindbestemming. Ze belanden in de tuinen van geluk waar de engelen van alle kanten zullen komen om hen te verwelkomen: ‘Salam aan jullie voor jullie geduld. O, wat een mooi einde.’
Maar zij die op de aarde verderf hebben gezaaid, worden vervloekt. Hun wacht een vreselijk einde.

8
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Hij is mijn Allah! En er is geen God dan Hij. Ik stel mijn vertrouwen op Hem en ik keer terug tot Hem.
En ook al zou er een Koran zijn waardoor de bergen in beweging komen, de aarde in stukken valt, en de doden tot spreken komen, dan nog zullen ze er niet in geloven.’
Aan hen die geloven zijn de tuinen van geluk beloofd, waar de rivieren onderdoor stromen en waar fruit en schaduw eeuwig zijn.
Mohammad, zeg tegen hen die niet geloven: ‘Het is mij bevolen om Allah te dienen en aan Hem geen gelijke toe te voegen. Ik roep iedereen tot Hem. En ik keer terug naar Hem.'
Zo hebben Wij de Koran als een oordeel in het Arabisch geopenbaard. En als jij na de kennis die tot je gekomen is, toch nog je lusten volgt, dan heb je geen bescherming tegen God.’
Allah vernietigt wat Hij wil en Hij bevestigt wat Hij wil.
En het boek in den Beginne ligt bij Hem.

101   (Klomp)

Hij is verheven
De ongelovigen zeiden: ‘Mohammad is een oor. De Perzische dichters leren hem zulke dingen ’
God zei: ‘Wij leren het hem! Wij die geven. Wij die vergeven.’
Met ‘hem’ bedoelt Allah zowel Mohammad als de mens.
Want Hij maakte de mens. En Hij leerde hem praten.
Allah vertelt verder over de schepping van de mens.
Maar Hij noemt eerst Mohammad, dan pas de mens.
Bovendien heeft Hij ook andere wezens leren praten: de maan, de zon, de sterren, de zeeën, de schepen en ook de kamelen. ze vereren Allah.
Toch heeft Hij de mens een bijzondere plek gegeven in zijn schepping. Hij heeft boodschappers tot hen gezonden. Als ze luisteren, krijgen ze 
de meisjes die leunend op groene kussens, zittend op sierlijke tapijten in luisterrijke tenten in het paradijs op hen wachten.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij is geeft
Hij vergeeft

1
Hij onderwees Mohammad de Koran.
Hij maakte de mens. Hij leerde hem praten.
De zon en de maan bewegen volgens Zijn berekening.
De bomen en planten buigen zich voor Hem.

2
Hij heeft de hemel hoog gebouwd en Hij heeft regels voor het meten en het wegen opgesteld opdat jullie de maat niet verkeerd hanteren.
Ga dus eerlijk om met de weegschaal en weeg niet gierig.
En Hij heeft de aarde voor de levende wezens gemaakt.
Op aarde is er fruit en er zijn dadelbomen.
En geurige kruiden en graan.
Jullie! Mens en djinn! Welke geschenken van jullie Schepper ontkennen jullie nog?

3
Hij heeft de mens geschapen uit klei, zoals aardewerk.
En Hij heeft de djinn geschapen uit de vlam van het vuur.
Welke geschenken van jullie Schepper ontkennen jullie nog?

4
Hij is de Koning van het oosten en van het westen.
Welke geschenken van jullie Schepper ontkennen jullie?
Hij heeft de twee zeeën bij elkaar gebracht. Maar er is een afscheiding tussen beide, zodat ze niet in elkaar vervloeien.
Uit beide komen parels en koralen.
Welke geschenken van jullie Schepper ontkennen jullie nog?

5
En tot Hem behoren de grote schepen die als bergen voortbewegen in de zee.
Welke geschenken van jullie Schepper ontkennen jullie nog?
Alles op de aarde sterft uiteindelijk. Alleen het dierbare aangezicht van God blijft.
Welke geschenken van jullie Schepper ontkennen jullie nog?
Alles wat op de aarde en in de hemelen is, vragen jullie aan Hem.
En Hij houdt Zich er elke dag mee bezig.
Welke geschenken van jullie Schepper ontkennen jullie nog?

6
Jullie, djinns en mensen! Wij zullen gauw met jullie afrekenen.
O, djinns en mensen, als jullie in staat zijn om de aarde en de hemel te verlaten, probeer dit dan. Maar zonder Mijn bevel kunnen jullie niet weg.
Welke geschenken van jullie Schepper ontkennen jullie nog?

7
Er zal een gloeiend vuur zonder rook en gloeiende rook zonder vuur losgelaten worden over jullie en jullie zullen niet in staat zijn om het tegen te houden.
Welke geschenken van jullie Schepper ontkennen jullie nog?

8
Wanneer de hemel barst en als hete olie en een rode bloem wordt, op die dag worden er geen vragen aan djinns en mensen gesteld over hun zonden.
Welke geschenken van jullie Schepper ontkennen jullie nog?

9
De schuldigen worden aan een merkteken herkend. Dan worden ze bij de lokken op hun voorhoofd en hun voeten naar de hel getrokken.
En ze zullen in kokend water heen en weer lopen.
Dit is de hel die jullie voor leugen verklaarden.
Welke geschenken van jullie Schepper ontkennen jullie nog?

10
Maar voor hen die vreesden zijn er twee tuinen.
De bomen van de tuinen hebben veel takken.
Welke geschenken van jullie Schepper ontkennen jullie nog?
In beide tuinen stromen twee bronnen.
Welke geschenken van jullie Schepper ontkennen jullie nog?
En alle soorten fruit zijn er in paren.
Welke geschenken van jullie Schepper ontkennen jullie dan?

11
Zij die in die tuinen terechtkomen, gaan op rustbanken van tapijt zitten die aan de binnenkant met brokaat zijn gevoerd en de vruchten van de bomen hangen laag, zodat ze makkelijk geplukt kunnen worden.
Welke geschenken van jullie Schepper ontkennen jullie dan?

12
En er zijn meisjes die hun blik neerslaan, met wie nog geen mens of djinn geslapen heeft.
Ze zijn als robijnen en koralen.
Welke geschenken van jullie Schepper ontkennen jullie dan?

13
Er zijn nog twee andere tuinen.
Diep groen.
Met twee springende waterbronnen.
En er is fruit, en er zijn dadelbomen en granaatappelbomen.
Ook oogverblindende meisjes, schoonheden die apart in tenten zitten.
Ze zitten daar leunend op groene kussens en prachtige tapijten.
Geen mens of djinn heeft hen nog aangeraakt.
Welke geschenken van jullie Schepper ontkennen jullie nog?
Allah is verheven. Gezegend is Zijn naam.

102   (Koe)
De mens
Nadat Allah de mens Adam van klei had gemaakt, liet Hij hem zeven dagen zitten waar hij zat. Daarna stuurde Hij hem een stoel van rood goud waarin juwelen verwerkt waren. En een kleed van zijde. En een kroon.
Adam kleedde zich aan, zette de kroon op en ging op de stoel zitten.
Allah vroeg de zevenhonderdduizend engelen en de Satan om voor Adam te knielen. Alle engelen knielden, maar Satan bleef staan.
‘Ik doe het niet, ’ protesteerde hij, ‘ik sta hoger dan die mens. U hebt mij uit vuur gemaakt en hem van een laag donkere aarde ’ Vervolgens duwde hij met zijn hand op de maag van Adam en zei: ‘De maag van deze mens is leeg van binnen. Hij is niet volmaakt. Daar zit zijn zwakke plek. Hij is kwetsbaar. Waarom verkiest U hem boven ons ?’
‘Ik heb hem de honger naar kennis gegeven, ’ antwoordde Allah, ‘en Ik heb iets van Mezelf in hem achtergelaten.'
'Wat?! Wat hebt U in hem achtergelaten ?’ vroegen de zevenhonderdduizend engelen.
‘De liefde misschien’, giste de engel Ghabriël
De engelen tilden de mens met zijn stoel op hun schouders en brachten hem naar het paradijs.
De schepping was toen twaalfhonderdveertig jaar oud,
(Naar Aboe Ashaaq Ibrahim bin Mansver bin GalafNeeshab0eri)

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Was er niet een periode waarin de mens niet noemenswaardig was?
Wij hebben de mens uit een gemengde druppel gemaakt.
Wij hebben hem horend en ziend gemaakt om hem op proef te stellen.
Wij hebben hem op de goede weg gestuurd, of hij nu dankbaar was of niet.
En Wij hebben voor de ontkenners een laaiend vuur en kettingen klaargemaakt.

2
Maar de goede mensen zullen een plek krijgen in het paradijs.
Ze zullen geleund op de rustbanken in de heerlijke schaduwen van de bomen uitrusten, daar waar geen sprake is van warmte en kou.
En de schaduwen zullen dicht bij hen blijven met het fruit binnen handbereik.
Er worden zilveren borden en schalen aan hen aangereikt met kruiken en bekers van schitterend glas in mooie vormen.
Ze zullen een soort drank krijgen die naar gember smaakt, uit een bron die Salsabiel heet.

3
Bij hen gaan jongens rond die voor eeuwig jong blijven. Als je naar hen kijkt, denk je dat ze pasgestrooide parels zijn.
En wanneer je daar een wandeling maakt, zul je een groot koninkrijk zien met een oneindige welvaart.
Zij zullen doorzichtige kleren van groene zijde dragen met zilveren armbanden en hun Schepper zal hun reine wijn schenken.
En Hij zal zeggen: ‘Dit is jullie beloning. Ik dank jullie voor jullie goede daden.’

4
Mohammad! Wij hebben de Koran in delen aan jou geopenbaard.
Wacht dus geduldig het oordeel van je Schepper af en luister niet naar de zondaars.
Gedenk Allah ’s morgens en ’s avonds.
Kniel voor Hem een deel van de nacht.
En bid tot Hem een deel van de nacht.

103   (Windmolen)

Het bewijs
Dit is een soera uit Medina die tijdens Mohammads worsteling met de joden geopenbaard is.
Mohammad was nu iemand geworden in Medina, een echte profeet, een man met zwaard, maar de joden wilden niets met hem te maken hebben. Hun mening stond vast: ‘Hij is geen profeet en zijn Koran is een leugen.’
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
De ongelovigen, zij die een boek hebben, de joden, en de dienaren van de afgoden die geen boek hebben, wilden niet ophouden tot er een duidelijk bewijs tot hen kwam:
“Mohammad is een boodschapper van Allah die zuivere teksten voordraagt, waarin grote woorden worden gesproken.'

2
Zij die een boek hadden, waren eerst niet verdeeld totdat het beslissende woord tot hen kwam.
En hun was slechts gevraagd om Allah te dienen, te geven, en dit zuivere geloof te volgen.
Dit is de beste godsdienst.
De ongelovigen die een boek hebben en degenen die geen boek hebben, komen samen in de hel.
Daar blijven ze voor eeuwig.
Ze zijn de slechtsten der schepping.

104  (Tulp)

Doen verdrijven
De leider van de joodse stam Bani Nazier was een van de gezworen vijanden van Mohammad
Bij een bezoek van Mohammad aan deze joodse stam beraamde hij een plan om Mohammad te doden, maar Mohammad kwam achter het plan en hij wist te ontsnappen.
Het geduld van Mohammad met de joden raakte op en hij nam een beslissing die hij al lang wilde nemen.
Htj gaf de joden één dag de tijd om de stad te verlaten. Elke familie mocht zo veel bezittingen meenemen als één kameel kon dragen, En ze moesten hun goud en geld achterlaten,
De joden negeerden het bevel en ze trokken zich terug achter hun stadsmuur en deden de poort dicht. Een week lang wachtte Mohammad, maar ze bleven in hun huizen zitten en ze wilden niet weg.
‘Hoe langer jullie verzet, hoe zwaarder jullie straf ’
Nu moesten drie families hun bezittingen samen op slechts één kameel laden. Dit was een nieuw bevel van Allah.
De joden luisterden niet en ze wisten het nog twee weken vol te houden.
Mohammad deed iets wat hij niet had moeten doen, Hij stak al hun dadelbomen in brand, en vernielde zo hun dadelakkers. Het deed de joden pijn en dit brak hun verzet.
‘Ga weg, anders zet ik ook jullie huizen in brand, en nu mogen jullie niets meer meenemen. Het is een nieuw bevel van Allah. ’
De joden konden niet langer standhouden, ze vernietigden hun eigen huizen, trokken de ramen uit de muren, en maakten hun eigen spullen kapot om maar niets voor Mohammads aanhang achter te laten. Daarna verlieten ze hun stad met lege handen.
Maar terwijl ze weggingen, sloegen hun vrouwen hard op de trommels en ze juichten om te laten zien dat Mohammad hun geest niet kon breken.
Later ontstond er een discussie binnen de aanhang van Mohammad; ze hadden de levende bomen niet moeten verbranden. Mohammad kwam met een nieuwe soera: ‘Allah heeft het bepaald: als het nodig is, zijn de levende bomen en dode bomen gelijk.'
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alles wat in de hemelen en op de aarde is, prijs Allah.
Hij is een wijze overwinnaar.
Hij is het die de ongelovigen massaal uit hun huizen en uit hun vertrouwde omgeving verdreven heeft.

2
Ze dachten niet dat ze weg hoefden te gaan. Ze dachten dat hun muren hen zouden beschermen tegen Allah.
Maar de bestraffing van Allah kwam uit een onverwachte hoek.
En Hij plaatste angst in hun harten zodat ze hun eigen huizen met hun eigen handen en met de handen van de gelovigen verwoestten.
Jij, die ziet! Trek daar een les uit.

3
Als Allah niet besloten had om hen te verbannen, dan had Hij hen nog harder gestraft in het leven.
Hun wacht toch de bestraffing van het vuur.
En dat komt omdat zij zich blijven verzetten tegen Allah en tegen Zijn boodschapper.
Waarlijk, wie zich tegen Allah verzet, wordt zwaar gestraft.

4
Gelovigen! De mooie dadelbomen die jullie kapot hebben gemaakt of de andere dadelbomen die jullie hebben laten staan, het vond allemaal met de goedkeuring van Allah plaats. Want Hij wilde op die manier de verzetplegers vernederen.
Gelovigen! Alles wat Allah van hun vee als buit aan Zijn boodschapper heeft gegeven, is niet voor jullie, want jullie hebben daar niet voor gevochten. Deze overwinning kwam door de schrik die Allah in hun harten joeg.
Allah laat zijn profeten heersen over wie Hij wil.
Hij heeft macht over alles.

5
Daarom, de buit die Allah voor Zijn boodschapper beschikbaar heeft gemaakt, behoort aan Allah, aan de profeet, aan zijn naaste familie en ook aan de armen, de wezen, en de reizigers. Zo zal deze buit niet in de handen van de rijken komen.

6
Neem wat de boodschapper aan jullie geeft.
En blijf af van datgene wat hij jullie ontzegt.
En vrees Allah.
Want Hij is hard als Hij straft.

7
Als Wij deze Koran op een berg hadden neergezonden, hadden jullie die berg zijn nederigheid kunnen zien tonen en zien barsten uit vrees voor Allah.
Het zijn de voorbeelden die Wij noemen, misschien zullen zij ervan leren.

8
Hij is Allah.
Hij is één, de Koning.
Hij is gevend en vergevend en weet van alles wat zichtbaar is en van alles wat onzichtbaar is.
Hij is lief, de Overwinnaar en de Stichter van vrede.
Hij is de Machtige, de Krachtige en de Gever van veiligheid.
Hij is de Maker van alle schepselen.
Hij heeft de mooiste namen.
En alles in de hemelen en op de aarde prijst Hem.

105  (Regen)

Hadj
Mohammad beweert altijd en overal dat hij ongeletterd is, dat hij uit zichzelf niet in staat is om de vertellingen van de Koran te verzinnen en op te schrijven.
Onophoudelijk herhaalt hij: “Niets is van mij, alles is van Hem.’
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
O, jullie!
Vrees de aardbeving van het uur tijdens de dag des oordeels. Het zal verschrikkelijk zijn.
Het is een dag waarop je ziet dat de moeders hun zuigelingen vergeten en de zwangere vrouwen hun last laten vallen, Ie ziet de dronken mensen, maar ze zijn niet dronken, het komt door de dag. De bestraffing van Allah is erg hard.

2
O, mensen! Als jullie twijfelen over de opwekking, bedenk dan dat Wij jullie uit aarde hebben gemaakt, daarna uit het zaad, daarna uit een klonter bloed en daarna uit een stukje vormloos vlees om Onze macht aan jullie te laten zien.
We laten het voor een bepaalde tijd in de buik van de moeder blijven. Daama laten Wij jullie eruit als een kind en doen Wij jullie opgroeien.
Sommigen onder jullie gaan dood en sommigen worden zo ontzettend oud dat ze alles vergeten wat ze ooit geleerd hebben.
En je ziet de aarde levenloos liggen, maar zodra Wij er water op laten vallen, komt hij weer tot leven. Hij wordt opnieuw groen en brengt allerlei mooie planten voort.

3
Het uur komt en er is geen twijfel aan. En God zal de doden laten opstaan uit hun graven.
Zij die goede daden hebben verricht, worden naar de tuinen van geluk gebracht waar rivieren onderdoor stromen.
Allah kan alles en Hij doet wat hij wil.
Wie denkt dat Allah hem niet in dit leven en niet in het latere leven zal helpen, laat hem dan een touw om zijn nek doen en het naar de hemel trekken en het daarna afsnijden. Laat hem dan kijken of deze daad zijn woede wegneemt.

4
Zien zij soms niet dat alles in de hemel, alles op de aarde, de zon, de maan, de sterren, de bergen, de bomen, de dieren en vele mensen zich voor Allah buigen?
Waarom trekken ze er dan geen lering uit?

5
Voor hen die ongelovig willen blijven, worden kleren van vuur gemaakt. En er wordt gloeiend heet water over hun hoofden gegooid, zodat hun huid en alles in hun buik wordt gekookt.
En er liggen ijzeren knuppels voor hen klaar. Telkens als zij uit angst en verdriet vluchten, worden ze weer teruggebracht met de woorden: ‘Je moet dit nog proeven.’
Maar de gelovigen worden naar de tuinen van geluk gebracht waaronder de rivieren stromen. Ze krijgen daar gouden armbanden. Ze worden gesierd met parels en hun kleding is daar van zijde.

6
Mohammad!
Zo ging het tot Wij Ibrahim de plaats van de Kaabé aanwezen. En Wij zeiden: ‘Stel niemand op gelijke hoogte met Mij. En houd Mijn huis schoon voor hen die de rondgang maken, voor hen die opstaan en voor hen die buigen. En roep de mensen voor de hadj. 
Ze zullen te voet, of op magere kamelen uit verre streken tot jou komen.
Laat ze zich eerst schoonwassen, en laat ze hun offers brengen en dan een rondgang maken om de Kaabé. 
Wie iemand naast Allah verzint, zal door de vogels of door de wind meegevoerd worden naar een verre verlaten plek.’

7
Het offeren van de grote kamelen hebben Wij voor jullie als een heilig teken voor Allah beschouwd en er zit iets goeds in voor jullie.
Roep de naam van Allah wanneer de offerkamelen geketend klaarstaan. En als ze op hun zij op de grond gedrukt worden. Eet van hen en geef hun vlees weg aan wie daarom vraagt en aan wie daar niet om vraagt.
De kamelen hebben Wij voor jullie getemd. Hun vlees en bloed is niet voor Allah, maar voor jullie. Prijs dan Allah. Mohammad! Zij verklaren jou tot leugenaar, vroeger verklaarden zij ook al andere profeten tot leugenaar. Ik gaf hun ruimte, Ik greep hen daarna onverwachts. Kijk hoe Ik vroeger de anderen bestrafte.
Hoeveel steden heb Ik al niet vernietigd omdat daar de bewoners misdaden pleegden? Hoeveel muren en daken zijn al niet ingestort? Hoeveel waterputten liggen er niet droog en kapot bij en hoeveel hoge kastelen zijn niet leeg en verlaten achtergebleven? 
Hebben die ongelovigen misschien nooit rondgereisd op de aarde om het met hun harten te begrijpen en met hun oren te vernemen?
Ze dringen er bij jou op aan om de bestraffing te bespoedigen.
Allah komt ongetwijfeld Zijn belofte na. Maar één dag bij Allah is als duizend jaar volgens jullie berekening.
Mohammad! Zeg tegen hen: ‘Mensen! Ik ben alleen een duidelijk sprekende waarschuwer. En ik zei wat ik zeggen moest.’
Allah is lief Hij vergeeft.

8
Hij laat de nacht overgaan in de dag en de dag overgaan in de nacht.
Hij is de Grote, de Verhevene.
Zie je soms niet dat Allah water uit de hemel laat vallen, waardoor de aarde verkwikt wordt en groen? Hij is inderdaad alwetend en teder.
Alles in de hemel en op de aarde is van Hem. Hij is de Rijke en Hij heeft niets nodig.
Zie je soms niet dat Hij alles op de aarde voor jullie getemd heeft, ook de schepen die alleen op Zijn bevel de zee op gaan? En dat Hij de sterren vasthoudt, zodat ze niet op de grond vallen?
Maar de mens is ondankbaar.
Hij is het die jullie leven heeft gegeven. Hij zal jullie doen sterven en Hij zal jullie wederom tot leven brengen.
Mohammad! Roep de mensen daarom tot je God. En indien zij met je ruziën, zeg dan: ‘Allah is op de hoogte van wat jullie doen!
En alles is in het Boek in den Beginne vermeld.’

9
Jullie, mensen! Zal ik jullie iets vertellen?
De afgoden die jullie in plaats van God aanbidden, zijn niet in staat om zelfs maar een vlieg te scheppen, al zouden ze daartoe allemaal samenwerken. En als een vlieg iets van hen pakt, zijn ze ook niet in staat om het terug te pakken. De vlieg en de afgod zijn allebei zwak.
Allah is sterk!
Prijs hem.
Strijd voor Hem!
En neem je toevlucht tot Hem.
Hij is je Schepper!
Wat een mooie Schepper!

106   (Klomp)

De huichelaars
Het woord ‘monafegh’ of huichelaar was een nieuw woord dat Mohammad voor het eerst gebruikte. Het duidde een groep mensen aan die in zijn gezicht zeiden: ‘We zijn met jou, Mohammad’
Maar achter zijn rug om spraken ze lelijke woorden.
Deze soera was een reactie op de uitspraak van een stamleider die Abdolah bin Beni heette.
Hij had tegen Mohammad gezegd: ‘Ik volg je, en wat je ook beveelt, ik zal het doen. Ik bid, ik geef, ik vast en ik vecht met je mee tegen je vijanden.’
Maar toen Mohammad weg was, wendde hij zich tot zijn stam en zei: ‘Deze Mohammad kun je vergelijken met een hond die je in je huis hebt; die je voedt, die je verzorgt, tot hij je opeens opeet!’
Mohammad was woedend op die mensen, en hij noemde ze onzichtbare vijanden die gevaarlijker waren dan de vijanden die openlijk met een zwaard tegen hem vochten.
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Mohammad! Wanneer de huichelaars bij jou langskomen, zeggen ze: ‘We getuigen dat je een echte boodschapper van Allah bent.'
Maar Allah getuigt dat zij leugenaars zijn.
Allah heeft hun getuigenis niet nodig. Hij weet dat jij Zijn boodschapper bent.
Ze zweren om zich te kunnen verschuilen, zodat ze de anderen kunnen weghouden van de weg naar Allah.
Kijk hoe slecht het is wat zij doen.

2
Het komt doordat ze eerst het geloof hebben aanvaard en daarna weer ongelovig geworden zijn.
Hun harten zijn verzegeld en zij begrijpen het niet meer.
Als je naar hen kijkt, verbaas je je over hun lichamen. Ook wanneer zij praten en je naar hen luistert.
Ze lijken meer op aangeklede houten balken.

Bij elke kreet denken ze dat het tegen hen bedoeld is.
Hoe kunnen ze zo verdwaald zijn?
Mohammad! Let op! Ze zijn je vijanden.
Moge Allah hen vervloeken.
3
Wanneer tegen hen wordt gezegd: ‘Kom! De boodschapper van Allah zal voor jullie om vergiffenis vragen’, wenden ze hun gezicht af en zie je ze hooghartig weglopen.
Hen maakt het niet uit of je voor hen om vergiffenis vraagt of niet, Allah zal hen toch niet vergeven.
Hij leidt huichelaars niet.

4
Zij zijn het die zeggen: ‘Geef niets aan hen die met Mohammad zijn. Zo lopen ze misschien van hem weg.’
Zij zegen dit terwijl de schatten van de hemelen en van de aarde allemaal van Allah zijn, maar de huichelaars begrijpen het niet. Zij zeggen: ‘Als we terugkeren naar Medina, zullen de machtigen daar de zwakken wegsturen.'
Maar de huichelaars begrijpen niet dat de eer voor Allah, voor Zijn profeet en voor zijn volgelingen is.

5
O, jullie die geloven! Laat jullie bezittingen en jullie kinderen jullie niet afleiden van het denken aan God.
Wie dat doet, is een verliezer.
O, gelovigen! Geef voordat de dood jullie grijpt.
Geef van wat Wij aan jullie gegeven hebben.
Allah zal de dood van niemand tegenhouden.
En Hij weet waar jullie mee bezig zijn.

107  (Koe)  
De kamers! De mensen praatten altijd hardop en ze scholden elkaar vaak uit; Ze lieten Mohammad zijn zin niet afmaken en ze praatten dwars door hem heen, zodat zijn stem niet meer hoorbaar was.
Mohammad verbeterde de omgangsvormen van zijn volk en hij kwam telkens met een nieuwe regel.
Onaangekondigd liepen mensen als kamelen elkaars huizen binnen.
Mohammad kwam met een regel: ‘Doe dit niet! Indien je ergens naar binnen loopt, roep dan hoorbaar “Salam" zodat de bewoners horen dat er iemand aankomt: ’
Hij verkondigde zijn wijzigingen altijd door een nieuwe openbaring. 
In dit hoofdstuk gaat het over praten met elkaar: ‘Praat rustig Beheers je. En weet dat Allahs woord altijd voorrang heeft. Je praat dus op een manier waardoor Zijn woord duidelijk gehoord kan worden.’
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
O, jullie die geloven! Verhef je stem niet boven de stem van de boodschapper, en praat niet hard zoals jullie onder elkaar praten.
Zij die in de aanwezigheid van de boodschapper rustig praten, zijn degenen die door Allah worden beloond.

2
Mohammad! Zij die je van achter de deur van de kamer roepen, hebben geen verstand.
Het zou beter voor hen zijn te wachten totdat je hen buiten ontvangt. Toch is Allah vergevend.

3
O, gelovigen! Als een slechte persoon met een bericht tot jullie komt, moeten jullie goed opletten of het bericht wel klopt, opdat jullie niet in onwetendheid mensen beschadigen en spijt krijgen van wat jullie gedaan hebben.

4
Weet dat de boodschapper van Allah onder jullie is. Als hij voortdurend gehoor aan jullie wensen geeft, zullen jullie er problemen mee krijgen.
Maar Allah heeft het geloof in jullie harten plezierig gemaakt. En zonden en woede onplezierig.

5
Mensen! Als twee groepen gelovigen ruzie met elkaar hebben, sluit dan vrede tussen hen. Maar als een van beide de rechtmatigheid overtreedt, bestrijd dan die groep tot zij zich weer aan Gods wil overgeven. Oordeel dan onpartijdig over hen. Allah houdt van de rechtvaardigen.
De gelovigen zijn elkaars broeders. Breng dus verzoening onder jullie broeders. En vrees Allah.

6
O, mensen! Het moet niet zo zijn dat de ene groep de andere groep beledigt. Misschien is de ene groep wel beter dan de andere.
Ook vrouwen mogen andere vrouwen niet beledigen. Misschien zijn sommige vrouwen beter dan andere.
Mensen! Spreek geen kwaad over elkaar.
En geef elkaar geen slechte bijnamen. Wie dat doet, is kwaadaardig.

7
Gelovigen! Neem afstand van verdenkingen, want vele van deze gissingen zijn zonde.
Bemoei je niet met elkaars zaken. En roddel niet achter de rug van anderen. Iullie zijn broeders. Is het goed als iemand het vlees van zijn dode broer met plezier eet? Dat is toch walgelijk. 
Vrees Allah. Hij vergeeft!

8
O, mensen. Wij hebben jullie als man en vrouw geschapen en Wij hebben jullie tot verschillende volkeren en stammen gemaakt opdat jullie elkaar beter leren kennen.
Waarlijk! De vroomste onder jullie is de dierbaarste voor Allah.
Hij weet alles.

9
De Arabische woestijnbewoners zeggen: °Wij geloven!’
Zeg tot hen: ‘Jullie geloven niet helemaal. Want het geloof heeft jullie harten nog niet bereikt.’
Zeg: ‘Of willen jullie misschien aan Allah laten weten wat geloof is? Terwijl Hij alles weet wat er in de hemelen en op aarde is.’

10
Mohammad! Ze menen dat je hen dankbaar moet zijn nu ze je willen volgen. 
Zeg tegen hen: ‘Geen dankbaarheid van mijn kant. Integendeel, jullie moeten Allah dankbaar zijn dat Hij jullie naar het geloof geleid heeft, indien jullie oprecht zijn.'
Allah kent de geheimen van de hemelen en van de aarde. Hij ziet alles. 

108  (Windmolen)

De dag van de wroeging
Deze soera gaat over de onophoudelijke discussie van de tegenstanders van Mohammad over het leven na de dood.
Wie in die terugkeer gelooft, komt in het paradijs terecht en wie het verloochent, wacht de hel.
Verder vertelt Mohammad dat Allah de wereld in zes dagen gecreëerd heeft en het op de zevende dag afgelopen zal zijn met alles.
Dan wordt iedereen teruggeroepen.
Mohammad ziet elke dag als duizend jaar, hij vertelt zijn aanhang:
'Toen ik geboren werd, was er zesduizend jaar verstreken van het leven. Er is niet zo veel tijd over, de zevende dag komt gauw daarom ben ik de laatste boodschapper. ’
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alles wat in de hemelen en op de aarde is, prijs Allah.
Zijn koninkrijk is de waarheid en het past bij Hem om geprezen te worden.
Hij kan alles.

2
Hij is het die jullie geschapen heeft, alleen sommigen van jullie zijn gelovig en sommigen zijn ongelovig.
En Allah weet alles wat jullie doen.

3
Hij heeft de hemelen en de aarde naar waarheid geschapen. Hij heeft jullie in verschillende vormen gecreeerd en Hij heeft voor jullie mooie gezichten gemaakt. 
En uiteindelijk keert alles terug naar Hem.

4
Hij weet wat er in de hemelen en op de aarde is. Hij weet wat jullie verbergen en wat jullie openlijk doen. Hij kent de geheimen van de harten.
Hebben jullie de verhalen van de ongelovige mensen van vroeger niet gehoord? Hoe Wij hen hebben gestraft, en hoe ze ten onder gingen?
Toen hun boodschappers met duidelijke tekenen tot hen kwamen, zeiden ze: “Een sterfelijk mens wil ons leiden? Moeten we naar jou luisteren?’
Zo werden ze ongelovig.

5
De ongelovigen denken dat ze na hun dood nooit opgewekt zullen worden.
Zeg tegen hen: ‘Integendeel. Bij mijn Schepper! Jullie worden teruggeroepen. En jullie worden op de hoogte gesteld van wat jullie gedaan hebben. Het is zo gemakkelijk voor Allah.'
Geloof dus in Allah en in Zijn boodschapper en in het licht, de Koran, die Hij verzonden heeft. 
Hij weet alles wat jullie doen.

6
De dag waarop Hij jullie bij elkaar zal brengen voor het laatste oordeel, dat is de dag van de wroeging.
Van hen die in Allah geloven en goede daden verrichten, worden hun zonden vergeven en ze zullen naar de tuinen gebracht worden waar de rivieren onderdoor stromen. En daar zullen ze voor de eeuwigheid blijven.
Het is een mooie plek voor hen.
Maar zij die Allahs tekenen ontkennen, komen in het vuur terecht, en daar zullen ze voor eeuwig blijven. 
Het is een slechte plek voor hen.

7
Gehoorzaam Allah en gehoorzaam Zijn profeet. Maar als jullie toch niet willen luisteren, berust dan in Onze profeet om zijn boodschap alleen duidelijk door te geven. Verder niets.
Er is geen God buiten Allah, en de gelovigen moeten hun vertrouwen enkel in Hem stellen.

8
Gelovigen! Sommige vrouwen en sommige kinderen van jullie zijn inderdaad juHie vijanden. Wees op je hoede voor hen. 

Maar als jullie hen toch vergeven, dan zal Allah hen ook vergeven. 

Hij is lief. Hij vergeeft.

9
Gelovigen! Jullie bezittingen en jullie kinderen zijn als een last voor jullie.
De grote beloning is bij Allah.
Vrees dus God, luister en geef.
Wie om Allah een zuivere lening aan anderen geeft, zal door Hem twee keer zo veel terugontvangen.
Hij is vriendelijk.
Hij waardeert.
Hij zal jullie vergeven.
Hij ziet het zichtbare en het onzichtbare.
Hij is de wijze Alwetende.

109   (Tulp)

De rij
Deze soera is in Medina geopenbaard toen Mohammad met een zwaard en met harde hand zijn vijanden bestreed.
Hij had een bevel gegeven om de ongelovigen ongenadig te doden tijdens het gevecht, maar sommigen van zijn strijders aarzelden.
Mohammad zei: ‘Sla hen genadeloos dood! Tenzij ze roepen: “La ilaha ella Allah!" Dan zijn ze van ons en mag je hen niet doden. ’
De soera gaat verder over Jezus, toen hij wonderen verrichtte om de Israëlieten te overtuigen. Over dat hij uit de klei een vogel maakte en de vogel liet vliegen, rnaar de Israëlieten zeiden: ‘Leugens! Allemaal klaarblijkelijke goochelarij. ’
Verder staat er een citaat in deze soera dat een wezenlijke betekenis heeft gehad voor Mohammads missie.
Het haalt Jezus aan; het verkondigt de komst van de boodschapper Mohammad.
Jezus heeft het over Ahmad, die zal komen, die hem zal opvolgen.
En met Ahmad bedoelt hij Mohammad, want beide namen hebben dezelfde betekenis.
Maar deze verkondiging staat niet in de Bijbel, daarom was Mohammad kwaad op de priesters van zijn tijd.
Hij beweerde dat zij de Bijbel naar hun hand hadden gezet, dat zij vele essentiële teksten geschrapt en vele zondige passages toegevoegd hadden.

Mohammad zei dat de priesters juist de verkondiging van Jezus geschrapt hadden en dat ze de drie—eenheid verzonnen hadden.
‘De Bijbel is de oorspronkelijke Bijbel niet meer’, zei hij.
Jezus is de zoon van Allah niet.
Jezus is niet gekruisigd.
Jezus is niet herrezen.
Maar Jezus heeft verkondigd dat Mohammad zou komen en dat hij de laatste boodschapper zou zijn.
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alles in de hemelen en op de aarde prijst Allah.
Hij is lief. Hij is wijs.
O, jullie die gelovenl Waarom zeggen jullie iets wat jullie niet doen?
Allah ziet het als een vijandigheid dat jullie iets zeggen en het vervolgens niet doen.
Allah houdt van hen die schouder aan schouder in een rij op Zijn weg vechten alsof zij een stevig gebouwde muur zijn.

2
Jezus, de zoon van Maria, zei: ‘O, jullie Israëlieten! lk ben de boodschapper van God tot jullie. Om te bevestigen wat er voor mijn tijd in de Tora stond, en om het blijde bericht te verkondigen dat er een boodschapper na mij komt, wiens naam Ahmad is.’
Maar toen hij met duidelijke wonderen tot hen kwam, zeiden ze: “Het is pure goochelarij.'

3

Zeg, wie is onrechtvaardiger dan zij die leugens voor Allah verzinnen?
Ze willen het licht van Allah met hun w00rden doven, maar Allah laat Zijn licht ontvlammen. Of de ongelovigen het nu leuk vinden of niet.

4
Hij heeft Zijn boodschappers op het juiste pad gestuurd met een waar geloof, 0m alle andere godsdiensten te overtreffen.
Ook al staat dat de ongelovigen niet aan.

5

O, jullie die geloven! Wees Gods helper net zoals toen Jezus, de zoon van Maria, tot zijn apostelen zei: ‘Wie van jullie helpt me op weg naar God?’
De apostelen zeiden: ‘Wij zijn allemaal de helpers van God.’
Toen volgde een deel van de Israëlieten Jezus terwijl het andere deel weigerde.
Wij hielpen de gelovigen tegen hun vijanden en zo kregen ze de overhand.

110   (Regen)

Vrijdag
Er worden twee onderwerpen behandeld in deze tekst.
Eerst de joden, en deze keer op niet mis te verstane toon.
De joden deden alles om Mohammad onderuit te halen, om zijn missie te ondermijnen, om hem als een analfabeet af te schilderen.
Met deze tekst slaat Mohammad hard terug.
Hij zegt tegen de joden: 'Als jullie zo veel van God houden, wens dan de dood om zo bij Hem te gaan wonen in Zijn paradijs. Maar jullie, joden, doen dat niet ,jullie houden zo van dit leven en zo van handel en zo van munten en goud dat jullie vele misdaden begaan.’
Het tweede onderwerp is het vrijdagsgebed: ‘Sluit de winkels en bid.
Ga pas daarna op zoek naar je brood!’
In de islamitische wereld is men bereid gehoor te geven aan dit bevel van Mohammad.
Na veertienhonderd jaar sluiten de moslims nog altijd hun winkels op vrijdag en gaan ze massaal bidden. 
En het vrijdagsgebed had een politieke bedoeling De leider sprak (en spreekt) het volk toe en gaf (en geeft) zijn mening over belangrijke zaken in de landelijke politiek en de wereldpolitiek. 
Het spreekgestoelte van de vrijdagsgebeden werd vroeger als belangrijkste podium gebruikt.
Mohammad bedacht het vrijdagsgebed en nog steeds wordt het overal in de islamitische landen met dezelfde oorspronkelijke intentie beleefd.
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Alles in de hemelen en op de aarde prijst Allah.
Hij is de geliefde, wijze Koning.
Hij is het die een boodschapper uit het midden van een ongeletterd volk gekozen heeft opdat hij Zijn tekenen aan hen doorgeeft, hen zuivert, en hun wijsheden leert.
Waarlijk, het was een volk dat voorheen verdwaald was.
En Hij heeft nog andere boodschappers gezonden voor anderen.
Hij is een wijze Overwinnaar.

2
Het is een geschenk van Allah dat Hij geeft, aan wie Hij wil.
Allah geeft, en Zijn gift is groot.

3
Het verhaal van hen aan wie de Tora is gegeven en van hen die haar niet naleven, is gelijk aan het verhaal van een ezel die boeken draagt.
De ezel weet ook niet wat hij draagt.
Ja, het is een slechte vergelijking voor hen die de tekenen van Allah ontkennen.
En Allah zal een misdadig volk niet leiden.

4
Mohammad, zeg tegen hen: ‘O, jullie joden! Als jullie denken dat alleen jullie de vrienden van God zijn, wens dan de dood als jullie de waarheid spreken.’
Maar dat zullen ze nooit doen vanwege wat ze eerder met hun handen gedaan hebben.
En Allah weet alles.
Mohammad, zeg tegen hen: ‘De dood waarvoor jullie vluchten, zal jullie zeker achterhalen en beetpakken. Daarna worden jullie naar de Alwetende gebracht, die zowel het zichtbare als het onzichtbare kent.
En Hij zal jullie laten zien wat jullie in het leven gedaan hebben.’

5

O, gelovigen!
Wanneer jullie voor het vrijdagsgebed worden opgeroepen, haast jullie dan om Allah te gedenken.
Laat de handel liggen. Weet! Zo is het beter voor jullie.
Ga pas als het gebed afgelopen is weer uiteen en op zoek naar jullie brood uit Zijn oneindige toegeeflijkheid.
Gedenk Allah. Zo mogen jullie misschien het juiste pad vinden.

6
Mohammad! Maar zodra ze weer goederen of vermaak zien, gaan ze gehaast weg en laten ze je alleen staan.
Zeg tegen hen: ‘Wat bij Allah is, is beter dan handel en vermaak.’

111   (Klomp)

Het vredesakkoord
De absolute overwinning van Mohammad, de verovering van Mekka, liet nog even op zich wachten. De boodschap van de missie van Mohammad ging enkel over de afgoden, hij wilde ze niet aanvaarden. Hij vond het beschamend dat de mensen goden van steen dienden.
Hij wilde Mekka veroveren met als doel de afgoden te breken en de Kaabé aan zijn Allah te geven.
Na jarenlange strijd bereikte hij een compromis met de machthebbers van Mekka. Ze besloten elkaar voorlopig met rust te laten.
Mohammad zou de karavanen die uit Mekka kwamen niet meer aanvallen.
De kameraden van Mohammad waren woedend op hem voor het sluiten van dit vredesakkoord, toch zwoeren ze hem trouw.
Mohammad wist dat het akkoord de start van zijn absolute overwinning was. Hij had de staart van de koe in handen gekregen, nu wilde hij de koe helemaal. En hij wist dat hij die zou krijgen.
Na het sluiten van dit vredesakkoord mochten Mohammad en zijn aanhang naar Mekka reizen om hun families te bezoeken, ook mochten ze de heilige plekken betreden. 
Mohammad zag het als een grote overwinning.
Hij zei tot zijn aanhang: ‘Ik weet wat jullie nog niet weten.’
Daarmee doelde hij op de naderende verovering van Mekka.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Mohammad! Wij hebben weer voor een doorbraak in je missie gezorgd. En Wij zullen je naar een duidelijke overwinning leiden.
Het is Allah die rust aan de harten van de gelovigen geeft.
De troepen van de hemel en aarde behoren Hem. Hij is wetend.
Hij is wijs.

2
Mohammad! Wij hebben jou als verkondiger van blijde tijdingen gezonden en als waarschuwer, opdat zij in God en in Zijn profeet geloven en opdat zij Hem hoog houden, Hem eren en Hem lofprijzen in de morgen en in de avond.
Zij die jou trouw zweren, zweren trouw aan Allah en Hij legt Zijn handen op hun handen.
Maar wie zijn woord breekt, breekt het tegen zichzelf.

3
De Arabische woestijnbewoners die niet wilden meevechten, zullen zeggen: ‘Het spijt ons. Onze familie en onze bezittingen belemmerden ons. Vraag vergiffenis voor ons.’
Dit belijden ze met hun mond, maar in hun hart is het anders.
Ze dachten dat de profeet en zijn aanhang niet meer terug zouden keren naar hun huizen en hun verwanten. Maar zij vergisten zich en ze werden een verloren volk.

4
Zeg tegen die woestijnbewoners: ‘Wij hebben voor de ongelovigen een laaiend vuur klaargezet.'
God vergeeft wie Hij wil en Hij bestraft wie Hij wil.
Wanneer jij en je mannen op weg zijn om een buit te veroveren, zeggen zij: ‘We volgen jullie.’
Zeg tegen hen: ‘Nee! Jullie kunnen ons niet volgen, want Allah heeft het zo besloten!’
En zij zullen zeggen: ‘Jullie gunnen het ons niet.’
Zeg tot die woestijnbewoners die achter zijn gebleven: ‘Binnenkort worden jullie gevraagd om tegen een misdadig volk te vechten. Als jullie meedoen, zal Allah jullie belonen. Maar als jullie weigeren zoals jullie vaker gedaan hebben, zal Hij jullie zwaar straffen.’

5
Waarlijk, Allah was blij toen je volgelingen je trouw zwoeren onder die boom. Hij wist wat ze dachten, bracht rust in hun harten en Hij zou hun spoedig belonen met een duidelijke overwinning.
Er is nog een andere zege met een grote buit die jullie nog niet verkregen hebben, maar Allah heeft er Zijn hand op gelegd. Allah is machtig.

6
In Mekka hadden de mensen zonden begaan. Ze hielden jullie tegen toen jullie de Heilige Moskee in wilden gaan en ze lieten jullie offers hun bestemming niet bereiken.
Indien in Mekka geen gelovigen waren, en als zij geen schade zouden oplopen, en als de ongelovigen apart zouden staan, zouden Wij het bevel gegeven hebben om de stad binnen te vallen om die ongelovigen pijnlijk te bestraffen.

7
Waarlijk! Allah heeft de droom van Zijn profeet bijna verwezenlijkt zodat jullie na het sluiten van de vrede veilig en zonder angst, met geschoren hoofden em kortgeknipte haren de Heilige Moskee in kunnen gaan.
Allah weet wat jullie nog niet weten. En Hij zal jullie binnenkort de overwinning brengen.
Hij is het die Zijn profeet met een boek als leidraad en een ware godsdienst gezonden heeft om dit geloof boven alle andere godsdiensten te laten staan.
Allah is getuige. En dat is genoeg!

8
Mohammad is de boodschapper van Allah. En zij die met hem zijn, zijn hard tegen de ongelovigen, maar aardig onder elkaar.
Je ziet hen buigen en knielen voor Allah en hun gebedstekenen zijn in hun gezicht zichtbaar.
In de Tora en in de Bijbel zijn zij beschreven als zaadjes die ontkiemen en geleidelijk groter en sterker worden. Als ze stevig aan hun tak zitten, verrassen ze de boer en ze maken hem gelukkig.
Allah heeft de gelovigen een grote beloning beloofd.

112   (Koe)

De tafel
De discipelen van Isa zeiden: ‘O, Isa, zoon van Maria, kan jouw heer tot ons een tafel uit de hemel laten neerdalen?’
Isa zei: ‘Vrees God als jullie Hem geloven. ’
Zij zeiden: ‘We willen iets te eten en we willen weten dat jij de waarheid vertelt;’
Isa zei: ‘God, onze Heer, laat een tafel op ons neerdalen.'
Mohammad grijpt deze discussie tussen Jezus en zijn leerlingen aan om zijn regels over de spijzen uiteen te zetten.
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Gelovigen, kom je plicht na.
Het vlees van de kuddebeesten is toegestaan voor jullie, maar er zijn enkele verboden. Het volgende mogen jullie niet eten: De beesten die natuurlijk dood zijn gegaan. Varkensvlees. Bloed van een beest. En het vlees van een dier waarbij tijdens zijn slachting de naam van Allah niet aangeroepen is.
Ook het vlees van het verstikte, het gewurgde, het met een stok of een steen doodgeslagene, en het van een verhoging doodgevallen beest.
En het vlees dat door een wild beest aangevreten is.
En het vlees van een beest dat voor de afgoden geofferd is.
Maar toch, als iemand door honger gedwongen wordt, dan is God vergevend.
Het is een schande als je je bezondigt aan dit soort vlees.
Maar als je in een situatie belandt waarin je gedwongen wordt, dan vergeeft God. Hij is lief.

2
Mohammad, ze vragen je wat hun toegestaan is van al het eetbare.
Zeg! Alle reine spijs en drank.
En alles wat een jachtdier voor je vangt.
En de beesten die je getemd hebt met de kennis die God je gegeven heeft.
Maar vergeet niet dat je de naam van Allah moet vermelden wanneer je ze slacht.
Heden is al het reine voedsel toegestaan. Ook is de spijs van hen die een boek hebben, toegestaan. En jullie spijs aan hen.

3
En jullie mogen trouwen met kuise vrouwen van hen die een boek hebben, op voorwaarde dat je hun trouwgeld betaalt en je hen goed behandelt en dat je niet stiekem met een andere vrouw gaat.

4
Gelovigen! Als je gaat bidden, was dan je gezicht en was je handen tot aan de ellebogen. En trek je vochtige hand over je hoofd en van je grote teen tot de enkels.
Maar als je ziek bent en je je niet kunt wassen, of als je op reis bent en er is geen water, of als je met een vrouw slaapt en je vindt geen water, mag je je handen op wat schone aarde drukken en dan je handen over je gezicht halen. Het is voldoende, want God wil het niet moeilijk voor jullie maken. Hij wil enkel dat jullie schoon zijn. 
En vrees God! Hij weet wat je doet.

5
Zij die zeggen dat Jezus, de zoon van Maria, God op aarde is, zijn zeker ongelovig.
Vertel hun wie God tegen zou kunnen houden als Hij beslist om Jezus en zijn moeder en de gehele bevolking van de aarde te verwijderen.
Allah is de heerser van aarde en de heme] en van al wat tussen die beide is.

6
Mozes zei tegen zijn volk: ‘Gedenk Gods welwillendheid dat Hij onder jullie profeten heeft uitgekozen. En dat Hij sommigen van jullie tot koningen maakte en jullie gaf wat Hij aan geen ander volk heeft gegeven.
Mijn volk! Ga het heilige land binnen dat God jullie beloofd heeft en keer het niet de rug toe, anders ben je een verliezer.’ 
Ze zeiden: “Mozes! Er woont daar een gewelddadig volk, zolang zij daar zijn, zullen we er niet binnengaan. Pas als zij vertrekken, gaan we naar binnen.'
Twee mannen van hen die vroom waren en van wie God hield, zeiden: ‘Vertrouw God als je gelovig bent. Ga door de poort naar binnen. Zodra jullie binnen zijn, is de overwinning aan jullie.’ 
Ze zeiden: ‘Mozes! Zolang zij daar zijn, zullen we nooit naar binnen gaan. Ga jij maar eerst met je God en vecht tegen hen. Wij blijven hier wachten.’
Mozes zei: ‘God! Ik heb geen controle meer over mijn volk, ik heb alleen nog maar gezag over mezelf en mijn broer. Scheid ons tweeën van die mensen.’ 
God zei: ‘Als het zo is, wordt het voor hen verboden. Veertig jaar lang zullen ze over de aarde dwalen. Dus houd je niet bezig met hen die niet luisteren. En vertel hun het verhaal van Habiel en Ghabiel, de twee zonen van Adam. Toen ze elk een offer brachten en dat van Habiel werd aangenomen, en dat van Ghabiel niet, zei Ghabiel tegen Habiel: “Ik zal je doden!"
Habiel zei: “God aanvaardt alleen het offer van goede mensen. Al steek je je hand uit om me te doden, je moet weten dat ik mijn hand niet zal uitsteken om jou te doden. Want ik vrees de God van de wereld.
Ik hoop dat je de zonde van je daad en mijn zonden op je schouder draagt, zodat je in de hel terechtkomt. Dat is je eigen verdienste." 
De kwade geest van Ghabiel dwong hem zijn broer te doden. 
En hij werd een der verliezers.
Toen zond God een kraai, die met zijn snavel en klauwen een kuiltje in de grond groef om Ghabiel te laten zien hoe hij het lijk van zijn broer in de grond kon stoppen.
Toen hij de kraai zag, zei hij: “Wee mij. Ben ik in staat om als die kraai het lijk van mijn broer in de grond te stoppen?" 
En hij had meteen berouw.’ 
Daarom hebben we de Israëlieten duidelijk gemaakt dat als iemand een mens doodt, het is alsof hij alle mensen doodt. Behalve als het wegens de vergelding van een moord is of voor hen die verderf zaaien op de aarde.
En dat als iemand een ander laat leven, het is alsof hij alle mensen laat leven.
De straf van hen die tegen God en  zijn profeet vechten en van hen die op de aarde verderf zaaien, is dat ze gedood of opgehangen worden, of dat hun handen en voeten, de ene rechts, de andere links eraf gehakt worden. Of dat ze het land worden uitgezet.
Maar als ze op tijd berouw tonen, is God vergevend.

7
Gelovigen, kies geen vriend uit degenen die grappen maken en lacherig doen, als je aan het bidden bent. Het maakt niet uit of ze in een boek geloven of ongelovig zijn.
En niet uit degenen die als jullie oproepen tot het gebed, beginnen met grappen en spottemij.
Het zijn mensen die geen verstand hebben. 
Mohammad, zeg: ‘Waarom doen jullie dat? Waarom zo veel haat? Alleen omdat we in God geloven en in het boek dat op ons neergedaald is en in de boeken die voor ons neergezonden zijn?
Het komt omdat jullie allemaal zondig zijn en de weg kwijt zijn.’ 
Zeg: ‘Zal ik jullie over degenen vertellen die God ongenadig gestraft heeft? Over hen die God vervloekt heeft, hen op wie God erg kwaad is, hen die aan de afgoden geloven. God heeft hen in varkens en apen met staarten veranderd.
Ze zijn de slechtste dwaalgeesten.'
Gelovigen! Als die mensen bij jullie zijn, zeggen ze: ‘Wij geloven ook.’ Maar ze komen met ongeloof bij jullie langs en ze gaan met ongeloof bij jullie weg. 
God weet alles.
Velen van hen zijn bezig met zonde, ze zijn despoten, ze zijn woekeraars en ze verdienen hun geld met woekerrente.
Het is erg slecht wat ze doen. 
Waarom houden hun rabbijnen en schriftgeleerden hen niet af van de zondige woorden, het geld verdienen en van het verteren van het geld dat ze op slinkse wijze verdienen? 
Ze zijn met ontoelaatbare daden bezig. 

En de joden zeggen: ‘Gods handen zijn gebonden. Hij heeft beperkingen, Hij kan niet veel geven.’
Gebonden zijn hun eigen handen! 
Vervloekt zijn zij voor wat ze zeggen. 
Gods handen zijn wijd open. En Hij geeft, hoe Hij geven wil.

God houdt niet van onruststokers.
Maar als zij die in een boek geloven ons volgen, dan zullen We hun zonden vergeven en hen naar de tuinen van geluk brengen.

8
Sommigen zeggen dat Jezus, de zoon van Maria, God op aarde is.
Zij zijn ongelovigen.
Maar Jezus zelf heeft altijd gezegd: ‘Israëlieten, aanbid God die mijn God en jullie God is.’
Dus aan wie iemand bedenkt die op gelijke hoogte staat met Allah, is het paradijs verboden. Hij komt in de hel terecht.
Wie beweert dat Allah een van drie is, is ongelovig. Er is slechts één God.
En als zij niet ophouden met wat ze beweren, dan worden ze in het vuur geworpen.
Jezus is niet anders dan een gezant van God aan wie de andere gezanten zijn voorgegaan.
En zijn moeder was een goede vrouw en zij beiden aten voedsel, net als alle andere mensen.
Kijk hoe we alles voor hen verduidelijken, en kijk hoe ze toch weigeren te luisteren.
God hoort alles.

9
Gelovigen! Waardeer het goede eten dat God aan jullie gegeven heeft en overtreed Zijn regels niet.
Eet wat geoorloofd is en vrees God. 
Gelovigen! Wijn, gokken, loterijen en afgoden zijn allemaal de zaken van de Satan. Vermijd ze dus.
De Satan wil met wijn en geluksspellen wrok en haat zaaien tussen jullie. De Satan wil jullie zo bezighouden dat jullie geen tijd meer hebben voor God en gebed. 

10
Zeevoedsel en zeejacht is toegestaan, maar jacht op het land is verboden als je op bedevaart bent. 
God straft ongenadig en Hij is lief tegelijk. De profeet is slechts een gezant, maar God weet alles wat jullie openlijk of in het verborgene doen.
Mohammad! Vertel dat slechten en fatsoenlijken niet gelijk zijn, zelfs als je je verbaast over de hoeveelheid slechten.
Vraag niet naar de dingen waar je het benauwd van krijgt als je het antwoord weet. Bewaar je vragen tot de woorden van de Koran weer neerdalen. Daar krijg je je antwoord. 
God laat het verleden bij het verleden. Hij vergeeft.

11
Gelovigen! Houd vast aan je geloof zelfs als heel de wereld er verkeerd mee bezig is. Zij die dwalen kunnen je geen schade berokkenen als je op het goede pad bent. 
Uiteindelijk keren we allemaal terug naar Allah. 
Als de dood een van jullie treft, moeten er twee getuigen uit jullie midden aanwezig zijn om je laatste woord aan hen te kunnen vertellen. Maar indien de dood je op reis treft, mag je twee anderen die niet van jullie zijn als getuigen erbij roepen. En als je twijfelt of ze eerlijk zijn, moet je hun vragen om na het gebed bij God te zweren dat ze hun eerlijkheid voor geen prijs zullenverkopen en dat zij de goddelijke getuigenis niet zullen vervalsen. 
God leidt de slechte mensen niet.

12
Op een dag zal God alle profeten bij elkaar roepen en vragen: ‘Hoe hebben jullie je volk behandeld ?’
Ze zullen zeggen: ‘God, we weten het niet. Gij kent alle geheimen.’ 
Zo zei God tegen Jezus: ‘Jij, de zoon van Maria! Denk aan wat Ik jou en je moeder heb gegeven toen Ik jou, als door een wonder, in je wieg liet spreken.
Denk eraan dat Ik je onderwees, en dat Ik je de wijsheid gaf en de Tora en de Bijbel. 
En denk eraan dat je met Mijn wil van een bloem een vogel maakte en dat je erin blies en dat hij als een vogel vloog.
En dat je met Mijn wil de blinden en melaatsen genas. 
Denk eraan dat je met Mijn wil de doden uit hun graf terug naar het leven bracht.
En toen je je wonderen aan de Israëlieten toonde, heb Ik je in bescherming genomen tegen het geweld van hen die zeiden dat het niets dan tovenarij was.’ 
En zo ging het tot de discipelen zeiden: ‘Jezus, de zoon van Maria, kan je God voor ons wat hemels eten laten neerdalen?’
Je zei: ‘Vrees je God als jullie gelovig zijn.’ 
Maar ze zeiden: ‘We willen ervan eten tot ons hart er rust van krijgt en dat wij zeker weten dat je ons de waarheid vertelt. En zo zullen we getuigen zijn.’ 
Jezus, de zoon van Maria, zei: ‘God, stuur ons wat eten uit de hemel opdat het een wonder van U mag zijn en een feest voor ons en voor de nakomelingen.’
God zei: ‘Ik zal het doen, maar als een van jullie ongelovig blijft, dan zal Ik diegene straffen zoals Ik nog niemand gestraft heb'.
En zo zei God tegen Jezus: ‘Jij, de zoon van Maria, heb jij misschien tegen de mensen gezegd dat ze jou en je moeder als twee goden naast God mogen prijzen?’
Hij antwoordde: ‘Het past niet bij mij om zoiets te zeggen. Gij zoudt het zeker geweten hebben als ik het gezegd zou hebben. Want Gij weet alles wat ik in mijn binnenste bewaar en ik weet niets van U. Gij kent alle geheimen. Ik heb hun niets gezegd behalve dat wat Gij mij gevraagd hebt om te zeggen. Ik heb gezegd: “Prijs God die mijn God is en jullie God."
Toen ik leefde stond ik tussen hen in en was ik getuige. En toen Gij mij liet sterven, was Gij de bewaker van hen en Gij was getuige. Als Gij hen straft, dan zijn ze Uw onderdanen. En als Gij hen vergeeft, dan zijt Gij de machtige.'
God zei: ‘Vandaag is een dag waarop de daad van de waarachtigen zal baten. Voor hen zijn er de tuinen van geluk waaronderdoor de rivieren stromen en ze zullen voor eeuwigheid daar blijven wonen.’
God kan alles.

113  (Windmolen)

Het berouw
Mohammad is niet meer die eenzame man. Hij is niet meer die man die uit Mekka naar Medina vluchtte, ook niet die man die slechts een groep slavinnen op blote voeten had die hem volgden.
Mohammad is nu een veldheer, een bedenker van sluwe plannen om de vijand onderuit te halen.
Hier gaat het over de wroeging En Mohammad laat er geen enkele twijfel over bestaan: 'Geloof in Allah. Betuig spijt. Laat alles achteren ga mee!’
Hij is boos, hij beslist wat er gebeurt, en hij is ervan overtuigd dat hij Mekka zal veroveren. Hij ziet zijn droom binnen handbereik.
Daarom spreekt hij de taal van een overwinnaar.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Hier, de beëindiging van een verdrag dat door Allah en Zijn boodschapper met de dienaren van de afgoden gesloten is!
Jullie mogen nog vier maanden in het land zijn, maar weet dat er geen uitweg voor jullie is, dat jullie niet kunnen vluchten van Allah.
God ontmaskert de ongelovigen.
Het is een bekendmaking van God en Zijn boodschapper! God en Zijn gezant hebben geen geduld meer met hen die de goden van steen blijven prijzen.
Het is beter voor jullie om berouw te tonen. je hebt nog tijd!
Maar als de vier heilige maanden voorbij zijn, dood dan de vereerders van de afgoden, waar je hen ook tegenkomt! Loer overal op hen! Neem hen in gijzeling! Maar als ze berouw tonen, het gebed verrichten en een deel van hun vermogen afstaan, laat hen dan vrij. God is vergevend.

2
Waarom moeten God en Zijn gezant het verdrag met die ongelovigen respecteren?
Waarom moet het zo zijn? Want als de ongelovigen de overhand krijgen, dan houden zij zich aan geen enkel contract, geen enkele familierelatie.
Ze stemmen vriendelijk in met hun monden, terwijl ze in hun hart weigeren. De meesten van hen zijn niet betrouwbaar.
Ze verkopen Gods woord voor een geringe prijs en ze houden de mensen af van Zijn weg. Hun manier van handelen is erg verkeerd.
Ze willen geen enkele band met een gelovige. Het zijn overtreders. 

3
Willen jullie dan niet strijden tegen hen die hun beloften niet nakomen, die hun beloften breken?
Waarom moeten we niet vechten tegen hen die de boodschapper van Allah uit zijn huis verdreven hebben, zij die jullie mishandeld hebben?
Zijn jullie bang voor hen? 
Wees alleen bang voor Allah!
Vecht tegen hen tot God hen bestraft door jullie handen en hen ontmaskert.
Strijd tegen hen! God zal jullie helpen om hen te verslaan. 
En zo zal Hij de pijn van de gelovigen verzachten. En zo zal Hij de woede en de onrust uit hun hart wegnemen.
God is alwetend!

4
Zij die het geloof hebben aanvaard, hun huis hebben verlaten, mee zijn gegaan zonder hun bezittingen en in eigen persoon voor God vechten, hebben de hoogste rang bij God. 
God beloont hun met de tuinen van geluk waar ze voor altijd zullen blijven.
Jij, die gelooft! Neem geen contact op met je vader en je broers als ze het ongeloof boven het geloof kiezen.
Wie dat doet, is niet van Ons.

5
Mohammad, zeg tegen hen: ‘Als je vader, je broers, je zonen, je vrouwen, je stam, je bezittingen die je vergaard hebt, je handel waarover je je zorgen maakt dat die failliet gaat, je huizen waar je je lekker in voelt, je liever zijn dan God en Zijn boodschapper, wacht dan af tot Allah met Zijn straf komt!’
God leidt zulke mensen niet.

6
Allah heeft jullie in vele veldslagen geholpen. Ook in Honain, toen jullie met velen waren en jullie je verwonderden over jullie grote aantal en verzekerd waren van de overwinning. Toch hielp het jullie niet en het liep anders. De aarde, met al zijn ruimte, werd te benauwd voor jullie en te eng. Iullie keerden om en wilden op de vlucht slaan.
Toen gaf Allah rust in het hart van Zijn boodschapper en Hij stuurde hulp, een leger van engelen die jullie niet zagen. Zo strafte Hij de vijand buitengewoon.
Dat was de wraak op hen die niet geloven!

7
O, jij die gelooft! De ongelovigen zijn onrein! Laat ze de Heilige Moskee niet binnenkomen. En als jullie bang zijn voor armoede, omdat zij niet met jullie handelen, dan zal God jullie rijk maken met Zijn toegeeflijkheid als Hij wil. 
Gelovigen! Strijd tegen hen die een boek hebben, maar niet in Allah geloven, noch in de laatste dag.
De joden zeggen: ‘Ezra is Gods zoon.’ 
De christenen zegen: ‘Jezus is Gods zoon.’
Het is fout wat ze beweren. Moge God hen doden. Hoe kunnen ze voor zo’n weg kiezen, zo afwijken? 
Er is niemand naast Hem. Allah is alleen.
Allah is Eén.

8
Gelovigen! Weet! Vele priesters en monniken vreten de bezittingen van de mensen op door bedrog en ze misleiden hen op hun weg naar God.
Zij die goud en geldmunten vergaren en er niets van weg willen geven voor God, waarschuw hen voor een zware straf.
Er komt een dag waarop hun goud en geld verhit zullen worden in het vuur van de hel om daarmee hun voorhoofd, hun zijden en hun rug te verbranden. 
Tegen hen wordt gezegd: ‘Proef! Dit is precies wat je voor jezelf vergaard had.’

9
Weet! God heeft een jaar in twaalf maanden gesplitst toen Hij de aarde en de lucht maakte. Vier van die maanden zijn heilig, de verboden maanden. 
Weet! Onze godsdienst is de juiste. Bestrijd dus samen de ongelovigen zoals zij jullie bestrijden.
God blijft bij jullie.

10
O, jij die gelooft! Wat is er gebeurd met je?! 
Waarom blijf je, als je wordt gevraagd om naar het front te gaan om voor Allah te vechten, als lood op de grond liggen?
Is het zo dat je dit leven boven het leven na de dood verkiest? Het leven van nu is niets waard in vergelijking met het latere leven.
Als jullie niet gaan vechten, zal Hij jullie pijnlijke straffen geven. 
Hij zal jullie verwijderen en zal in plaats van jullie een ander volk voortbrengen.
Allah kan alles!

11
Als jullie Zijn profeet niet willen helpen, zal Allah hem helpen, net als de andere keren toen men hem wilde doden en hij met een metgezel, Aboebakar, naar de bergen vluchtte.
Ze zochten hun toevlucht in de grot. Hij zei tegen zijn metgezel: ‘Wees niet bedroefd. Allah is met ons!’
God liet zijn rust op hem neerdalen. Een spin verscheen en maakte de opening van de grot dicht, zodat de mannen die hen achtervolgden hen niet konden zien. 
Allah kan alles!

12
Mohammad, zeg: ‘Jullie krijgen niets buiten wat God voor jullie beschreven heeft. Hij is de Beschermer.’ 
Zij zweren bij God dat ze van jullie zijn. Maar ze zijn niet van jullie. Ze zijn gewoon bang. Als ze een grot, een hol, een schuilplek, een ondergrondse weg vinden om in te kunnen gaan, dan zullen ze daar haastig in kruipen.
Onder hen zijn sommigen die de profeet pijn doen. Ze zeggen: ‘Hij is een oor. Hij luistert naar iedereen. En hij gelooft wat hij hoort.’
Zeg tegen hen: ‘Hij is een oor, maar hij luistert naar Allah. En zijn luisteren is goed voor jullie.'
Zij die de boodschapper beledigen, worden pijnlijk gestraft. 
De schijnheiligen zijn bang dat er een soera tegen hen wordt geopenbaard waarin hun hart bloot wordt gelegd. 
Zeg tegen hen: ‘Lach maar, Allah zal openbaar maken waar jullie bang voor zijn.’
Als je hun vraagt ‘Waarom doen jullie zo?’ zullen ze zeggen: ‘We lachten niemand uit. We praatten met elkaar en we maakten grapjes onder elkaar om onszelf te vermaken.’ 
De schijnheilige mannen en vrouwen horen bij elkaar. Ze zijn ontuchtig. Allah heeft ze vervloekt.

13
God heeft de gelovige mannen en vrouwen de tuinen van geluk beloofd waaronder de rivieren stromen en waar ze in schone huizen voor eeuwig gaan wonen. 
Mohammad strijdt tegen de ongelovigen en tegen de huichelaars en behandelt hen hard, want de hel wacht op hen.

14
Als een soera wordt geopenbaard: ‘Geloof in Allah! En strijd samen met Zijn gezant!’ zullen de rijken onder hen zeggen: ‘Laat ons maar thuisblijven met hen die thuiszitten.’
Ze zijn blij dat ze thuisblijven, hun hart is als huichelaar verzegeld, maar ze merken het niet.
Ze willen niet voor Allah strijden. Ze zeggen dat ze niet tegen de hitte kunnen.
Zeg tegen hen: ‘Later zullen jullie proeven hoe heet de hel is.’ 
Nu mogen ze minder lachen en meer huilen om de vergelding die op hen wacht.
Mohammad! Als zij je een andere keer vragen of ze nu met je mee mogen strijden, zeg dan: ‘Jullie mogen niet mee. Vooral niet met mij. Jullie zullen met mij tegen geen vijand strijden, want jullie zijn het die eerst thuis wilden blijven, blijf dan maar thuis met hen die thuis horen te blijven.’
Mohammad! Bid nooit voor het lijk van een van hen. Ga nooit naar hun graf. Want ze hebben God en Zijn gezant verloochend en zijn ongelovig doodgegaan.

15
Van de armen en zieken wordt niet verwacht dat ze een bijdrage geven.
Ook is er niets tegen hen die tot jou kwamen om een paard te vragen om mee te kunnen gaan, en jij zei: ‘Ik heb geen paard. En ik kan niets vinden om jullie op te laten rijden.’
Zij gingen met tranen in de ogen terug.
Ze hebben geen schuld, maar het probleem zijn de rijken die alles hebben, maar toch thuis willen blijven.
Onder de Arabieren uit de woestijn en de Arabieren in Medina zijn vele schijnheiligen bij wie huichelen in hun aard zit. Mohammad, je kent hen niet, Wij kennen hen. Wij zullen hen twee keer bestraffen. Daarna wacht hun nog een ontzaglijke straf. 
En er zijn anderen onder hen die hun fouten hebben toegegeven en berouw hebben. Wellicht zal God hen vergeven. Allah is vergevend.
Neem een deel van hun eigendom als aalmoes en maak ze op die manier rein en bid voor hen. Je gebeden zullen hun rust geven.
Allah hoort alles.

16
Het past niet bij Mohammad en de gelovigen vergeving te vragen voor de dienaren van de afgoden, zelfs als ze hun familieleden zijn. En vooral niet als ze degenen zijn die zeker in de hel terecht zullen komen.
De profeet Ibrahim vroeg alleen vergeving voor zijn vader omdat hij het hem beloofd had, maar toen het hem duidelijk werd dat hij een vijand van God was, maakte hij zich los van zijn vader. En hij droeg geduldig zijn pijn.

17
Allah heeft van de gelovigen hun leven en hun bezittingen gekocht in ruil voor een plek in het paradijs. Zo kunnen ze doden en gedood worden voor God. 
En wie komt zijn beloften beter na dan Allah?
Wees dus blij met de zaken die je met Allah gedaan hebt.
Het is de grote triomf.
De aarde en de lucht behoren tot Gods koninkrijk. Hij doet leven en Hij doet sterven. 
En je hebt niemand behalve Hem.

18
Het past de bewoners van Medina en de Arabieren uit de woestijn niet dat ze het bevel van Mohammad om te strijden negeren. 
Het moet niet zo zijn dat ze achterblijven en hem alleen laten. Of dat zij hun eigen leven boven Mohammads leven verkiezen. 
Wie voor Allah strijdt, lijdt geen pijn, wordt niet moe, krijgt geen dorst en geen honger.
Voor elke stap die de gelovigen tegen de ongelovigen ondernemen, worden ze beloond. Doen de gelovigen een inval die de ongelovigen woedend maakt, pakken ze iets van hen, brengen ze hun schade toe; het wordt allemaal gezien, het wordt allemaal beloond.
Dus, jij die gelooft! Vecht tegen de ongelovigen die dicht bij jullie zijn. Laat ze je hardheid proeven. 
En weet dat Allah met jou is!

19
Als er een soera geopenbaard wordt, dan kijken de ongelovigen elkaar aan: ‘Ziet iemand ons?’
En als niemand hen ziet, dan wenden ze hun gezichten af en verdwijnen ze.
‘Komt er iemand aan?’ 
En als er niemand komt, beginnen ze hardop te lachen.
Ze zijn ziek in hun hart, ze stapelen onreinheid op onreinheid. 
Ze sterven als ongelovigen.
Zien zij dan niet dat ze een of twee keer per jaar door ziektes en hongersnood op de proef worden gesteld? Ze leren er niets van.
Ze tonen geen berouw.

20
Tot jullie is een profeet uit jullie midden gekomen, iemand die pijn lijdt voor jullie, iemand die aan jullie denkt. Mohammad! Als ze je toch blijven negeren, zeg dan: ‘Allah is genoeg voor mij. Hij is Eén. Ik reken op Hem. En Hij is de Maker van het heelal.’

114   (Tulp)

De overwinning
Toen Mohammad Mekka veroverde, aurzelde hij geen moment om de Kaabé te betreden en de afgoden te vernietigen.
Hij sloeg een van de beelden eigenhandig kapot, de rest liet hij over aan zijn volgelingen. Het puin werd weggeruimd. Hij zuiverde de Kaabé en doopte hem opnieuw als het Huis van Allah. 
Habel, de grootste afgod, hield hij achter. Later, toen hij de eerste moskee van Mekka bouwde, gaf hij opdracht de afgod Habel voor de deur van de moskee te begraven, opdat iedereen die de moskee binnenging, over de god Habel zou lopen.

In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

1
Mohammad! Wanneer de overwinning komt.
En jij de scharen mensen ziet die het geloof in Allah aanvaarden.
Lofprijs dan je Schepper en vraag Hem om vergiffenis.
Hij vergeeft.

115   (Regen)

De boodschapper
In de naam van Allah
Hij is lief
Hij geeft
Hij vergeeft

Toen Mohammad bezweek, was hij op het hoogtepunt van zijn geluk. Hij werd bevangen door een hoge koorts. Toen de koorts zakte, hleek Mohammad erg verzwakt. 
Uitgeput leunde hij op de binnenplaats tegen de muur.
Hij wilde naar het huis van zijn jongste vrouw Ajeshe gebracht worden. In haar bed wilde hij sterven.
Ajeshe keek hem aan en huilde zachtjes.
Het duurde niet lang of Mohammad legde zijn hoofd in de schoot van Ajeshe en prevelde iets.
“Wat zei je, mijn lief?’ vroeg Ajeshe.
Door zijn tranen heen keek Mohammad haar aan.
Hij glimlachte en stierf.
Ajeshe trok haar groene doorzichtige sluier over zijn gezicht en zei stil: ‘De boodschapper is weg ’

BRONNEN1
De Koran in de vertaling van Fred Leemhuis. Een mooie, eerlijke en betrouwbare vertaling. Eerste editie 1989.

2
De heilige Qor’aan.
Een zorgvuldige vertaling.
Onder auspiciën van wijlen Hazrat Mirza Bashir-Ud-Din Mah-mud Ahmad. Eerste editie 1953.

3
De Koran.
Een gewaagde vertaling om dichter bij het proza van Mohammad te komen.
Door prof.dr. J.H. Kramers (1891-1951) en bewerkt door drs. Asad Jaber en dr. Johannes J.G. Jansen.

4
En de edele Koran
a) Alkoran Alkarim, een meesterlijke vertaling met uitleg van Mohieddin Mehdi Elahi Ghomsheie.
b) Korane Karim, een fijne vertaling met uitleg van Bahaeddin Ghoramshahi.
c) Koran Madjid, de oude Perzische vertaling en uitleg van Ghadjeh Abdollah Ansari.
d) Koran, de middeleeuwse majesteitvertaling in Tafeire van Tabari.
e) Uitleg van de Koran, van de middeleeuwse filosoof Abdollah Anasari.
f) De Koran, de oude oorspronkelijke versie, met veel aantekeningen van mijn oom Aga Djan.
g) Het leven van Mohammad, de profeet van de islam, in het Perzisch van M.A. Ghalili.
h) Mohammad, een profeet die we opnieuw moeten leren kennen, in het Perzisch van Zabiholah Mansoeri.

1. De laatste profeet, in het Perzisch van Abbas Shoeshtari.
2. De profeet; in het Perzisch van Zeenolabedin Rahnema.
3. Islam in Iran, van de Russische schrijver Ilyia Petrochovsky.
4. Ajeshe na de dood van Mohammad, van Zabiholah Mansoeri, naar het boek van de Duitse schrijver Kurt Fischer.
5. De regeringsvormen in Iran na de islam, van Gh. Ensafpoer.
6. Twintig jaar van Mohammads leven, van Ali Dashti.
7. Het licht van de Koran, van Mahmoed Taleghani.
8. Latajef altawajejf van Ahamad Golchin Maani.
9. De Statenbijbel.
10. De Tora.
11. De Avesta, van Zarathoestra.
12. Nahdjolbalaghe, van Ali ebne Aboetaleb, de schoonzoon van de profeet Mohammad.
13. Een uitleg van Nahdjolhalaghe, van Djawas Fazel.
14. De middeleeuwse geschiedenis, van Beehaghi.
15. Duizend jaar Perzisch proza, van Karim Keshawarz.
16. Twee eeuwen stilte, van Gh.H. Zarrinkoeb.
17. De middeleeuwse reisboeken van Naser Ghosro naar Mekka en Medina.
18. De uitleg van een paar soera’s van de Koran, van Mehdi Bazarghan.
19. De uitleg van soera ‘Al Fateha’, van ayatollah Motahari.
20. De boeken van Ali Shariati over de islam in Iran.
21. Almodjam, een onderzoek naar de oude Arabische poëzie.
22. Research in Ancient Iran and Avesta, van M. Mirshahi.
23. Aieen Moghah, een onderzoek naar de oude Perzische religies, van Hashem Razi.
24. Soware ghiaai, verbeeldingen, in de Perzische poëzie. 
25. De geschiedenis van het Perzische sociale leven, van Morteza Rawandi.
26. De middeleeuwse uitleg over het liefdesverhaal van Joesef en Zoleega in de Koran.
27. De levens van de profeten, Perzische vertalingen van profetenlevens.
28. 'Ibrahims leven', in Tafsire, de uitleg van de Koran door Tabari.
29. De middeleeuwse uitleg over het verhaal van Dawoed en Soleiman in de Koran, van Ghazai Razi.
30. Het verhaal van de profeten van Adam tot Mohammad, van A.M. Gharmaroedi.
31. Joesef en Zoleega uit Haft Orang van Nezami. 
32. Dawoed en Soleiman uit de serie Meesterlijk Perzisch proza.
33. Asrar Altohied van Mohammed bin Monnavar.
34. Zahak uit Shahname Ferdosi.
35. Ibrahim uit De levens van de profeten.

M I J N  DA N K
Mijn dank gaat uit naar de volgende personen in mijn omgeving die de manuscripten met veel betrokkenheid hebben gelezen en het voorzien van aantekeningen en suggesties hebben teruggegeven. 
Dena, voor haar zorgvuldige lezen en checken van de manuscripten.
Sholé, voor haar liefde voor de Koran. En voor haar scherpe blik, haar commentaar en haar waakzaamheid, zodat ik bij de oorspronkelijke tekst ben gebleven.
Guido, die het manuscript van De Koran met geduld zin voor zin nagekeken heeft.
Bahar, die veel typewerk gedaan heeft. 
Natuurlijk Ad van den Kieboom, redacteur van uitgeverij De Geus, voor zijn persoonlijke betrokkenheid en discipline tijdens onze samenwerking. En niet te vergeten alle medewerkers van De Geus voor wat ze voor de twee boeken gedaan hebben. 
Grote dank gaat uit naar de wijzen van mijn familie in het vaderland. Ik ben blij dat ze mijn boeken niet kunnen lezen. Ik weet niet of ze zich gelukkig zullen voelen met mijn aanpak.
Vast wel. Ze hebben altijd vertrouwen in mij gehad. En ik heb hun vertrouwen nooit geschonden.

Inleiding Allah is alwetend, zegt Mohammad. Kader Abdolah is onwetend. Ik heb het boek met veel liefde behandeld, want het was het boek van het huis van mijn vader en van geliefde mensen die ik persoonlijk gekend heb. Als iets in mijn uitleg en verwerking niet klopt, dan is dat te wijten aan mijn onwetendheid en aan mijn liefde voor het proza van Mohammad. Ik gebruik de naam Mohammad zoals hij in de Koran geschreven wordt, en uit respect voor de profeet. Deze vertaling kunt u zien als een wandeling door de Koran: ik heb geprobeerd u als lezer mee te nemen naar alle hoeken van het boek. Er bestaan al vijf vertalingen in het Nederlands. U kunt die natuurlijk altijd raadplegen. Ik buig mijn hoofd voor de enorme inspanningen van de vertalers. Ik heb hun werk altijd gekoesterd, met respect behandeld en het een mooie plek in mijn bibliotheek gegeven. Ik moet hier ook een paar dingen bekennen: Het is onmogelijk om de Koran te vertalen; de schoonheid van Mohammads taal gaat in dat proces verloren. Alle zinnen van de Koran zijn suggestief. Je kunt ze op verschillende manieren vertalen, en je maakt fouten. Ik beken dat ik veel fouten gemaakt heb. Het kon ook niet anders. Zonder die fouten kon ik niet door. Er zijn veel onduidelijkheden in de Koran, maar ik heb er alles aan gedaan om de teksten een beetje duidelijker te maken. Ik vind het heel jammer dat ik de oorspronkelijke smaak, de geur en het gevoel van de woorden van Mohammads vertelling niet aan u kan meegeven. Toch heb ik een gat in de muur gemaakt waardoor u nu naar de tuinen van Mohammad kunt kijken. Het doet Kader Abdolah goed dat hij zo iets van het goddelijke proza van Mohammad aan zijn lezers kan laten zien. Geniet ervan. De werkwijze Ik heb het boek rechtstreeks uit de oorspronkelijke Arabische Koran van mijn vader vertaald. Steeds als ik een zin had vertaald, bekeek ik direct vier Perzische vertalingen en vervolgens de vijf Nederlandse vertalingen. Daarnaast heb ik de vijfdelige middeleeuwse uitleg van de grote korankenner Tabari geraadpleegd en als basis gebruikt. Bij alles wat ik niet begreep, zocht ik naar zijn mening, want zijn oordeel was altijd puur en oorspronkelijk. Als ik er dan nog niet uit kwam, pakte ik de telefoon en vroeg ik mijn bejaarde oom Aga Djan om advies. Zonder zijn interpretaties en uitleg zou ik verdwaald zijn in het boek. Naast hem heb ik ook de oeroude gelovige mannen en vrouwen van de familie geraadpleegd, de mannen en vrouwen die als oude bomen zijn, bomen die bij harde wind als eerste op de grond zullen vallen. Ik dank hen, ik dank hen voor hun grote harten. De volgorde van de hoofdstukken, de soera’s. In de Koran komen vele herhalingen voor. Dat hoort bij het karakter van het boek. De Koran is een vertelling, en hij was bedoeld voor de analfabete mensen. De herhaling was noodzakelijk in die tijd. Hoewel ik veel herhalingen heb weggehaald, bleef een deel van de herhalingen onvermijdelijk. Ik heb een viertal buitengewone beslissingen genomen. Mohammad heeft twee soorten vertellingen of soera’s. De eerste zijn de vertellingen ontstaan tijdens zijn verblijf in Mekka en de tweede zijn de vertellingen ontstaan tijdens zijn verblijf in Medina. Er zijn tweeëntachtig soera’s uit Mekka en tweeëndertig uit Medina. De samenstellers van de Koran hebben alle soera’s door elkaar gehaald, zodat de historische volgorde verdwenen is. Daardoor ontstaat er een soort chaos in het boek, maar die chaos creéert wel een goddelijke sfeer. Ik heb de soera’s terug in hun historische volgorde gezet, opdat we de ontwikkeling van Mohammad en zijn Koran beter kunnen volgen. Daarnaast heb ik voor de meeste soera’s een