You are on page 1of 5

Therapeutisch tweerichtingsverkeer: golven of rimpelingen in je leven?

1 Johan Van de Putte Soms maak je iets mee en besef je dat je leven niet meer helemaal hetzelfde zal zijn, al kan je niet precies voorzien hoe zich dat zal uiten. En soms realiseer je je dat je anders bent gaan kijken naar iets, of anders gaan denken en voelen dan vroeger. Ik reflecteer dan soms op welke ervaringen daar misschien wel een rol in gespeeld hebben. Mijn kijk op PTSS (Posttraumatische Stress-Stoornis), rouw en depressie is veranderd door gesprekken die ik met een papa en een mama gehad heb met een kind dat een einde gemaakt had aan zijn leven. Teveel en te lang onrechtvaardigheid en onverschilligheid meegemaakt op school. Doordat zij hun ervaringen met me gedeeld hebben, heb ik dingen ingezien die ik zonder hen niet had kunnen zien. O.a. dat het geven van een diagnose zoals PTSS, gecompliceerde rouw, depressie, … niet enkel bijdraagt tot erkenning en hoop. Deze woorden waren door hen ervaren als een aanfluiting van de waarde van hun kind en hun relatie ermee, als een miskenning van de (niet breed erkende) onrechtvaardigheden die hun kind ertoe gedreven hadden om zijn leven los te laten, en als een trivialiseren van de impact die dit op hun leven had. Dat in die woorden (‘PTSS’, ‘gecompliceerde rouw’, ‘depressie’) een oproep vervat zit: tot ‘verwerken’, tot ‘succesvol rouwen’, tot ‘herstellen van depressie’. En dat er iets in die oproep zat dat bijdroeg aan hun lijden. En ook dat die woorden, concepten en de veronderstellingen die er aan vast zitten hulpverleners aanzetten tot gesprekken en voorstellen die hen nog meer isoleerden.

Al bijna 25 jaar probeer ik door het voeren van therapeutische gesprekken iets te betekenen voor mensen wiens leven overschaduwd wordt door soms grote moeilijkheden, zorgen, toestanden. Vaker dan vroeger mijmer ik over effecten die diezelfde therapeutische gesprekken ook op mij hebben, op mijn werk en op mijn leven. Dit artikel gaat niet enkel over krachtgerichte gesprekken of over narratieve therapie maar vóór ik weer eens – op papier nu - ga mijmeren over effecten van therapeutische gesprekken op mijn werk en leven, moet ik toch iets schrijven over het soort helpende gesprekken dat ik probeer te voeren. En dat iets is dat ik niet enkel ruimte creëer waarin mensen uitdrukking kunnen geven aan datgene dat een schaduw werpt over hun leven (en aan de effecten daarvan, hoe ze staan tegenover die effecten, en waarom). Ik schep óók (en veel) ruimte om sprankelende ervaringen, initiatieven, expressies samen met mijn gesprekspartners te exploreren. Ik druk daar veel interesse naar uit: naar het hele concrete ervan, de sociaal-relationele geschiedenis waarin ze gebed zijn, de vormen van kennen en kunnen die spelen, de effecten ervan, maar ook de intenties en waarden die ermee verbonden zijn.

1

Artikel geschreven voor Psychiatrie & Verpleging (in druk)

Therapeutisch tweerichtingsverkeer?

1

En zo ondersteun ik vaak mensen om betekenis te geven aan (op het eerste gezicht) kleine initiatieven en gebeurtenissen uit hun leven die nooit in verhaal gebracht zijn maar die zo soms een betekenis krijgen die er een heel ander licht op werpt: zo komen o.a. uitingen van doorzetten, van vastberadenheid, van strijd en protest, van verbondenheid, enzovoort aan het licht. Deze gebeurtenissen en akten raken soms belangrijke verhaallijnen, hoop en doelen, andere identiteiten en vele vormen van kunnen en kennen en levensvaardigheden die niet onderkend waren. En zo ben ik getuige van veel ontroerends. Bijv. hoe iemand de hoop op een beter leven niet losgelaten heeft ondanks veel dat die hoop ontmoedigde. Bijv. hoe iemand bepaalde waarden trouw gebleven is ondanks weinig steun hiervoor. Bijv. het rijke en diepe van de band die iemand heeft met een ander (zelfs al is die persoon biologisch niet meer in leven). Bijv. van hoe betekenisvol een (op het eerste gezicht ‘gewoon’) gebaar - zoals een uitdrukking van erkenning, van steun, van waardering, van solidariteit - kan zijn voor iemand. Wanneer een autobestuurder remt om me het zebrapad te laten oversteken, krijgt die steeds een bedankje. Steeds is er dan die associatie met die ethisch gevoelige meneer, met wie ik helpende gesprekken gehad heb. Ooit zei hij me iets over dit soort oversteeksituaties. Hij mijmerde toen luidop: was dit misschien wel het hoogste dat we kunnen doen om de wereld een beetje te verbeteren? Iemand bedanken voor het opschorten – eventjes – van zijn eigenbelang, zodat dat die daar wat plezier kon in scheppen: en dat die geneigd zou zijn om dat nog eens te doen?

Het is gebruikelijk om de (correcte) relatie tussen hulpverlener en de persoon in de cliëntpositie voor te stellen als één waarin de hulpverlener haar kunnen / kennen / betrokkenheid inzet om een positieve invloed uit te oefenen op het leven van de persoon in de cliëntpositie. In die voorstelling stelt de hulpverlener zich weliswaar open voor de invloed van haar gesprekspartner maar haar eigen leven verandert niet fundamenteel in en door de therapeutische relatie. Een therapeut die zou rondbazuinen dat haar leven veranderd is door de contacten die ze gehad heeft met een persoon in de cliëntpositie zou de verdenking op zich kunnen laden dat zij ‘een probleem heeft met het handhaven van gepaste, professionele grenzen’. Een jonge vrouw – jaren geleden - vertelde me over de betekenisvolle band die ze gehad had met een grootvader van haar. Bijzonder was dat haar grootvader al gestorven was toen zij geboren werd. Zijn partner – haar oma dus – was haar (ge)liefde levenslang trouw gebleven en introduceerde hem tot alle mensen die op haar pad kwamen. Natuurlijk ook tot haar kleindochter. Zo wist deze van piepjong af dat haar opa haar heel graag zou gezien hebben en dit was voor haar een doorleefde realiteit. Eén waar ze steun uit putte toen haar leven recent overhoop gehaald was. Was het kort na dit gesprek dat ik mijn zoontje iets vertelde over wat mijn papa (die hij nooit persoonlijk gekend heeft) volgens mij leuk aan hem zou gevonden hebben? En over wat voor opa hij zou geweest zijn?

Therapeutisch tweerichtingsverkeer?

2

Een van de effecten van deze eenrichtingsmanier van voorstellen is dat hulpverleners zich niet aangemoedigd voelen om stil te staan bij de vraag: ‘welke invloed hebben therapeutische gesprekken en contacten met deze persoon op mij en mijn leven (gehad)’? Zo worden kansen op kostbare ontdekkingen gemist en evenveel gelegenheden tot verrijking van onze ontwikkeling als mens en als hulpverlener. Bij Michael White (1997), een van de vaderen van de narratieve therapie, heb ik voor het eerst vraagtekens gevonden bij het vanzelfsprekende van de eenrichtingsvisie. Zo vroeg hij zich o.a. af of de eenrichtingskijk niet bijdraagt tot de kwetsbaarheid van therapeuten voor burn-out. Deze vraagtekens moeten een diepe indruk gemaakt hebben op me want nu ik de bijdrage van White – na zovele jaren – herlees, besef ik hoe ze de weg vrijgemaakt hebben voor ‘iets anders’. Ik ben zeker niet de enige die durft stellen dat ik heel waardevolle dingen (des mensen en des levens) niet geleerd heb tijdens mijn studie psychologie, psychotherapieopleidingen en ook niet in professionele boeken van geleerde mensen. Vele en belangrijke dingen heb ik geleerd door de openhartigheid en het vertrouwen dat mensen in de cliëntpositie opgebracht hebben t.o.v. mij. Deze openhartigheid en dit vertrouwen is geen vanzelfsprekendheid: dit opbrengen is een hele verwezenlijking en als we dit beseffen, kunnen we nog meer waardering opbrengen voor het voorrecht dat we genieten wanneer mensen in de cliëntpositie ons in hun leven toelaten. Hoe is ons leven anders dankzij het feit dat mensen dit doen? Mensen in de cliëntpositie stellen ons voor aan belangrijke figuren uit hun leven. Wat zijn de rimpelingen van die ontmoetingen in ons werk en ons leven? Nooit zal ik vergeten hoe een mama – op mijn uitnodiging – haar pas overleden zoontje aan me voorstelde. Ze bracht voor me in reliëf wat voor jongetje hij geweest was, wat hij graag gedaan had, wat anderen bijzonder aan hem gevonden hadden. En ze vertelde me wat voor mama ze voor hem had proberen zijn, en wat voor relatie ze met elkaar gehad hadden. En wanneer en hoe ze hem dicht bij zich voelde. En welke plaats ze hem verder in haar en hun leven wilde geven. En nog veel meer en ontroerende dingen. Toen ik haar op het einde van het gesprek begon te bedanken voor wat ik ervaren had als niet vanzelfsprekend, als ‘ne cadeau’ besefte ik dat mijn leven verrijkt was dankzij de ontmoeting met dat jongetje dat ik nooit fysiek zou ontmoeten. Ik heb dat ook uitgedrukt. Hoe heeft dit gesprek me in staat gesteld om enkele jaren later een groep ouders toe te spreken met allemaal een kind gestorven ten gevolge van kanker? En om anders te luisteren naar 2 ouders die me achteraf voorstelden aan hun baby, wiens hoofdje getatoeëerd stond op hun voorarm? Is het denkbaar dat er rimpelingen van dit gesprek overgelopen zijn in mijn leven? In mijn relatie tot de sterfelijkheid van mijn kinderen?

Stel: iemand vertelt je dat zijn beroep met zich meebrengt dat hij vaak op reis gaat, met verschillende mensen, in gebieden die nieuw zijn voor hem en hen. Hij weet op voorhand nooit wat ze gaan meemaken. Stel: je zou hem vragen of die avonturen en ervaringen een invloed hebben op zijn leven? En hij zou antwoorden: ‘Ja, natuurlijk, de ontmoetingen met de mensen, de relaties die je aangaat, de welkome en de nietwelkome verrassingen, wat je leert, … dat alles (en meer) heeft een grote invloed op

Therapeutisch tweerichtingsverkeer?

3

je leven’. Zou dit je verrassen? Is het werk van een hulpverlener die helpende gesprekken probeert te hebben niet hetzelfde? Zeg nooit zomaar kat tegen een kat. Een mevrouw – alleenstaande mama van een zoon – vond het belangrijk om voor haar zoon een thuis te bieden waar hij zich steeds welkom voelde. In een gesprek waarin we verkenden waar zij deze waarde opgepikt had, en ook de vaardigheden die ze inzette om dit waar te maken, botsten we eerst op haar overheersende ervaring van het omgekeerde toen ze zelf kind was. Toen ze verder zocht, herinnerde ze zich de huiskat, en hoe die haar als kind verwelkomde en een warm gevoel gaf door tegen haar benen aan te komen wrijven en op haar schoot te komen liggen. Zou ik de bijdrage van onze katten aan ons leven op net dezelfde manier kunnen waarderen zonder dit gesprek?

Een therapeutische praktijk die me dierbaar geworden is, bestaat eruit dat ik soms een document creëer voor de persoon in de cliëntpositie. Zo’n document geeft erkenning voor belangrijke ontwikkelingen in het leven van de persoon en voor nieuwe conclusies over wie hij (ook) is en waar zijn leven over gaat. Zo’n document draagt bij aan de ervaring van echtheid, belang en authenticiteit van deze ontwikkelingen en inzichten. Eén soort therapeutisch document overloopt het hele proces van gevoerde gesprekken. Soms verwoord ik daar ook iets van de effecten van de gesprekken op mijn leven. ‘Het heeft me deugd gedaan om in contact te komen met je eerlijkheid, je snelle gezond verstand, de manier waarop je met mensen omgaat en wat mensen daar aan hebben, je respect voor kinderen, je openheid, je gezonde koppigheid, je verlangen naar geluk, je wil om uit het leven te halen wat er in zit, je levenskracht, je wijsheid. Dat iemand van 25 jaar, met zo’n stuk pijn in de levensgeschiedenis, blijk kan geven van zoveel wijsheid, heeft mij geraakt en geleerd dat wijsheid niets met leeftijd te maken heeft.’

Natuurlijk moeten in de therapeutische ontmoeting de personen in de cliëntpositie centraal staan, en de mensen die van belang zijn voor hen, en niet de persoon van de therapeut. Maar is het ethisch wel zo smetteloos om te doen – voor onszelf en de personen die ons consulteren – alsof alle echte invloed in 1 richting gaat? En is het niet mogelijk om er zorg voor te dragen dat de persoon centraal staat en toch ook erkenning te bieden voor de realiteit dat ons werk en ons leven geraakt wordt door deze ontmoetingen? Ik heb 6 jaar gewerkt op een psychiatrische afdeling voor mensen die zich op angsten/ of depressieterrein bevonden. Ik heb in die periode vele mensen ontmoet die erg leden. Velen waren beroofd van hun vermogen om creatief te denken, om hoop te ervaren, om initiatieven te nemen. Ik vroeg me soms af of ik in staat zou zijn om – in gelijkaardige omstandigheden - mezelf op de been te houden, om mezelf in leven te houden, om dingen uit te proberen, om een sprankeltje hoop te durven koesteren. Ik weet het niet. Misschien dat de herinneringen aan sommigen me – mocht het zover

Therapeutisch tweerichtingsverkeer?

4

komen2 - wat steun en inspiratie gaan geven: herinneringen aan hen als persoon, herinneringen aan stappen die ze gezet hebben. Tegen sommigen heb ik dat op het einde van onze reeks gesprekken ook gezegd. Ik heb in die periode ook soms aan de zijde gestaan van mensen om hen aan te moedigen om angsten te trotseren die bijna alle levensruimte hadden ingenomen. Ik steunde dan op gedragstherapeutische ideeën en praktijken om hen te navigeren naar terug wat meer levensvrijheid. Ik vroeg me vaak – ook luidop - af: ‘Johan, zou jij de moed kunnen opbrengen om op deze manier een angst te trotseren die ook zoveel impact op jouw leven zou gewonnen hebben’? Eén effect van deze vraag was dat het mijn nieuwsgierigheid aanwakkerde: ‘Hoe was deze persoon in staat om dit te doen? Waar haalde zij de moed (der wanhoop), de volharding, de bereidheid… vandaan om deze stappen te zetten?’ Dit gaf soms aanleiding tot een gesprek dat haar verder bracht. En ook mij. Hoe meer mensen je ontmoet die belangrijke en unieke stappen zetten, hoe meer mensen je als psychotherapeut kan ‘oproepen’ in de ruimtes waar je mensen in de cliëntpositie ontmoet. Je therapeutisch repertoire wordt meerstemmiger en je aanwezigheid wordt veelvoudiger, met de stemmen en de aanwezigheden van mensen die je vroeger ontmoet hebt. Dit kan een reële en belangrijke steun betekenen in moeilijke omstandigheden. Vanuit mijn narratieve inspiratie krijgt dit soms de concrete vorm dat ik – met toestemming van de betrokken personen – inzichten, perspectieven, ervaringen van mensen die ooit de cliëntpositie ingenomen heb, deel met mensen die nu worstelen met bepaalde kwesties. Maar manieren van zijn en stappen die mensen gezet hebben kunnen ook gaan spelen buiten de grenzen van therapeutische ontmoetingen. Hoe kan het anders?

Literatuur Michael White (1997). Narratives of therapists’ lives. Adelaide: Dulwich Centre Publications. Links www.krachtgerichtegesprekken.be www.narratievetherapie.be

2

En dat is weer een van die dingen die je leert wanneer je het voorrecht hebt dat mensen je consulteren i.v.m. levenskwesties: dat je beseft dat het leven alle richtingen uit kan gaan en dat je niet kan weten hoe je het er vanaf gaat brengen wanneer ‘things get tough’.

Therapeutisch tweerichtingsverkeer?

5