You are on page 1of 34

De Hidjaab en de bewijzen voor het bedekken van het gezicht

In de Naam van Allah de Barmhartige, de Genadevolle En de Salaat en de Salaam van Allah zij over onze Profeet Mohammed, zijn Metgezellen en zij die hen in leiding volgen. Vervolgens: Weet - moge Allah je genadig zijn - dat de Hidjaab van de Moslima een onderwerp is waar de Moslim geleerden over verschilden in twee uitspraken: De eerste: Het gezicht en de handen (en de voeten) van een vrouw zijn geen 'Aurah, het bedekken van dezen is niet verplicht, maar wel aanbevolen en ze wordt ervoor beloond. De tweede uitspraak: De vrouw is geheel 'Aurah, ze is verplicht alles te bedekken, inclusief de handen en het gezicht. En dit is de correcte uitspraak, zoals we zullen aantonen. Ze waren allen overeengestemd dat het bedekken van het gezicht beter is, ze verschilden alleen omtrent zijn verplichting. Behalve voor de Moeders van de Gelovigen, de vrouwen van de Boodschapper van Allah salAllahu 'alayhi wa salam. Voor hen was het verplicht hun gezichten en gehele lichamen te bedekken, zonder verschil van opinie hierover. Hoewel de Moslims verschilden over het bedekken, was de situatie in de Islamitische gebieden dat de vrouwen niet onbedekt hun woningen verlieten. Integendeel, ze bedekten hun gezichten voor een periode die langer dan 1300 jaar heeft voortgeduurd: Sinds het gebod op de Hidjaab in het vijfde jaar van de Hidjrah tot aan het begin van de 20e eeuw. Het onbedekken begon voornamelijk na de val van de Ottomaanse staat, nadat deze werd verdeeld en gekoloniseerd. Met de steun van de bezetter, werd er opgeroepen tot de emancipatie van de vrouw, zoals dat wordt genoemd. Het onbedekken begon in Egypte en verspreidde over de Islamitische wereld, totdat het zover kwam dat de bedekking van het gezicht werd verwijderd en daarna van andere lichaamsdelen. 1. Aboe Haamid Al-Ghazzaalie heeft gezegd: "Het is nog steeds zo door de tijden heen: Dat de mannen hun gezichten onbedekt laten en dat de vrouwen bedekt met de Niqaab naar buiten gaan." (Ihyaa 'Uloem Ud-Dien 1/ 729) 2. Aboe Hayyaan Al-Andalusie: "En zo is ook de gewoonte in de steden van Andalusi: Er is niets van de vrouwen te zien, behalve n oog van haar." (Al-Bahr Al-Mohiet 7/ 250) 3. Al-Haafidh Ibn Hadjar heeft gezegd: "Het is nog steeds de gewoonte van de vrouwen - verleden en heden - dat ze hun gezichten bedekken van vreemde mannen." En een aantal pagina's verderop: "De voortdurende handeling dat de vrouwen toegestaan zijn hun woningen te verlaten voor de moskeen, de markten en de reizen, bedekt met de Niqaab, zodat de mannen hen niet zien." (Fath al-Baarie 9/ 337) 4. Al-Mawza'ie Ash-Shaafi'ie heeft gezegd: "De handeling van de mensen is nog steeds hiervolgens verleden en heden in alle gebieden - dat ze het toelaten voor de bejaarde vrouw om haar gezicht onbedekt te laten en het niet toelaten voor de jonge vrouw, en ze zien het als 'Aurah en Moenkar (slechte zaak)." (Taysier al-Bayaan 2/ 1001) 5. Al-Imaam al-Nawawie heeft gezegd: "En al-Imam (Al-Haramain) beargumenteerde dit met de overeenstemming van de Moslims om de vrouwen te weerhouden dat ze onbedekt naar buiten gaan." (Rawdat Ut-Taalibien 5/ 366-367) 6. Ibn Rislaan heeft gezegd: "De overeenstemming van de geleerden om de vrouwen te weerhouden dat ze met het gezicht onbedekt naar buiten gaan, vooral als er veel zondaren zijn." ('Awn alMa'boed 12/ 162)

De Geleerden van de Eerste Uitspraak Zagen het Bedekken bij Fitnah als Verplicht: 1. Al-Imaam Al-Qortobie heeft gezegd: "En Ibn Khoewayz Mandaad van onze geleerden heeft gezegd: "Als de vrouw mooi is en er Fitnah gevreesd wordt van haar gezicht en handen, dan is het haar verplicht dit te bedekken. En als ze bejaard of lelijk is, is het toegestaan dat ze haar gezicht en handen onbedekt laat." (Al-Djaami' Li-Ahkaam al-Qoer-aan 12/ 229) 2. Al-'Allaamah 'Abd Al-'Aziez Bin Baaz: "Als het gezicht en de handen versierd zijn met kohl en verf (zoals Henna) en dergelijke van de soorten van versieringen, dan is het onbedekt laten van beiden verboden met de Idjmaa' (consensus)." (Madjmoe' al-Fataawaa 4/ 309) 3. Az-Zarqaanie zegt in zijn uitleg van de Moewatta van Imaam Maalik: "Omdat het toegestaan is voor een vrouw die in staat is van Ihraam dat ze haar gezicht bedekt met de intentie zichzelf te bedekken tegen het kijken van mensen. Beter gezegd: Het is verplicht als ze weet of denkt dat dit Fitnah zal teweegbrengen voor haar, of dat er naar haar wordt gekeken met genot." (2/ 234) 4. Al-Hattaab heeft gezegd: "Weet dat als er van een vrouw Fitnah gevreesd wordt, het voor haar verplicht is dat zij haar gezicht en handen bedekt, dit zei Al-Qaadie 'Abd Al-Wahhaab en Ash-Shaykh Ahmad Zarroeq vermeldde deze van hem in Sharh Ar-Risaalah. En dit is zeer duidelijk, dit is wat verplicht is voor haar." (Mawaahib al-Djaliel 1/ 499) 5. Al-'Allaamah Ahmad Ibn Ghoenaym Ibn Saalim Al-Maalikie heeft gezegd: "Behalve als ze behoort tot degenen waarvoor Fitnah wordt gevreesd, dan is het bedekken voor haar verplicht." (Al-Fawaakih al-Dawaanie 1/ 431) 6. Ibn Qaasim Al-Baghdaadie heeft gezegd: "De verplichting van het bedekken van beiden in het leven is niet omdat ze 'Aurah zijn. Nee, in meeste gevallen vanwege de angst voor Fitnah." (AlHaashiyah 'Ala Tuhfat al-Muhtaadj 3/ 115) 7. Al-'Allaamah Ahmad al-Dardier heeft gezegd: "De 'Aurah van een vrije vrouw bij een man die vreemd voor haar is - dat wil zeggen geen Mahram van haar - is het gehele lichaam, behalve het gezicht en de handen. Wat betreft deze twee, ze zijn geen 'Aurah, en ook al is het verplicht ze te bedekken, vanwege de angst voor Fitnah." (Djawaahir al-Ikliel 1/ 41) 8. Ibn Nudjaim: "Onze geleerden zeiden: De jonge vrouw wordt in onze tijd weerhouden haar gezicht onbedekt te laten bij de mannen, vanwege de Fitnah." (Al-Bahr al-Raaq 1/ 284) 9. En in "Al-Moentaqaa": "De jonge vrouw wordt weerhouden van het onbedekt laten van haar gezicht, zodat het niet tot Fitnah zal leiden. En in onze tijd is het weerhouden Waadjib, beter gezegd: Fard, vanwege de overwinnende slechtheden." (Moedjma' Al-Anhar 1/ 81) 10. Al-'Allaamah At-Tahtaawie: De jonge vrouw weerhouden het onbedekt te laten, vanwege de angst voor Fitnah, niet omdat het 'Aurah is." (Al-Haashiyah 'Alaa Miraaqie Al-Falaah 161) 11. En in "Doerr Al-Moentaqaa": "Daarom wordt zij weerhouden haar gezicht onbedekt te laten bij de mannen, vanwege de Fitnah." (1/ 81) 12. 'Alaa al-Dien 'Aabidien heeft gezegd: "En de jonge vrouw wordt weerhouden haar gezicht onbedekt te laten, vanwege de angst voor Fitnah." (Al-Hadiyyah Al-'Alaayyah 244) 13. Al-'Allaamah Mohammed Anwar Al-Kashmierie heeft gezegd: "Het onbedekken is volgens de Maddhab toegestaan bij veiligheid tegen Fitnah. En de lateren oordeelden met het bedekken van deze, vanwege de slechte situatie van de mensen." (Fath al-Baarie 1/ 254) 14. Al-Imaam al-Nawawie heeft gezegd: "En al-Imam (Al-Haramain) beargumenteerde dit met de overeenstemming van de Moslims om de vrouwen te weerhouden dat ze onbedekt naar buiten gaan." (Rawdat al-Taalibien 5/ 366-367)

15. Ibn Rislaan heeft gezegd: "De overeenstemming van de geleerden om de vrouwen te weerhouden dat ze met het gezicht onbedekt naar buiten gaan, vooral als er veel zondaren zijn." ('Awn alMa'boed 12/ 162) 16. Al-'Allaamah Mohammed Ibn Saalih al-'Oethaymien heeft gezegd: "En daarom heb ik bij een aantal van de latere (geleerden) de uitspraak gezien: Dat vanwege de grote Fitnah, de geleerden van de Moslims overeengestemd zijn over de verplichting van het bedekken van het gezicht. Zoals de schrijver van Nail al-Awtaar vermeld heeft van Ibn Rislaan." Totdat hij zei: "Ik zeg: Ook al zouden we zeggen dat het gezicht onbedekt laten toegestaan is, is het zo dat de religieuze verantwoordelijkheid het vergt dat we niet zeggen dat het toegestaan is in deze tijd waarin de Fitan zich hebben vermeerderd, en dat we het verbieden, vanwege de wegen die naar het verbodene leiden. Terwijl datgene wat duidelijk is van de bewijzen uit het Boek van Allah en de Soennah van Zijn Boodschapper salAllahu 'alayhi wa salam, dat het onbedekt laten van het gezicht verboden is uit zichzelf, en niet vanwege de wegen die naar het verbodene leiden." (Fataawaa 'Oelamaa Al-Balad Al-Haraam 11151116) 17. Al-'Allaamah 'Abd al-'Aziez al-Raadjihie heeft gezegd: "De geleerden zijn overeengestemd dat in tijden van Fitnah het gezicht bedekken verplicht is. Zelfs zij die het toestaan dat het gezicht onbedekt blijft, ze zeggen: Bij Fitnah is het bedekken van het gezicht verplicht. En zijn er grotere Fitan dan die van deze tijd?" (Website van de Shaykh: www.sh-rajhi.com) Hierbij weet men dat het onbedekken van het gezicht verboden is, ook al waren er geen andere bewijzen. Want de geleerden zijn overeengestemd dat het kijken naar een vrouw met gevoelens verboden is, en ook omgekeerd. En als het zo is dat de mannen hun ogen niet neerhouden, of daarvoor wordt gevreesd, dan is de enige manier om het kwade te verhinderen, dat de vrouw haar gezicht bedekt. Dit is zeer duidelijk, walhamdulillah. En daarnaast hebben sommige geleerden aangegeven dat er een Idjmaa' 'Amalie heeft plaatsgevonden onder de vrouwen van de gelovigen, met betrekking tot het bedekken van de gezichten, en Allah de Verhevene weet het best. Al-Imaam Muslim levert over in zijn Sahih van de Boodschapper van Allah, dat hij heeft gezegd: "Degene van jullie die een Moenkar (slechte zaak) ziet, laat hem die dan veranderen met zijn hand. Indien hij niet in staat is, dan met zijn tong. Indien hij niet in staat is, dan met zijn hart en dit is de zwakste vorm van geloof." Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah heeft gezegd: "En dat de vrouwen hun gezichten onbedekken, in een situatie dat vreemde mannen hen zien, is niet toegestaan. Het is aan de gezagvoerder om het goede te gebieden en deze Moenkar en anderen te verbieden." (Madjmoe' al-Fataawa 24/ 219) En Al-'Allaamah 'Abd Al-'Aziez Bin Baaz heeft gezegd: "En wat de vrouwen in deze dagen doen, van het onbedekt laten van het hoofd, nek, borst, de armen, de schenen een deel van de dijbenen, dan is dit Moenkar met Idjmaa' (consensus) van de Moslims." (Madjmoe' al-Fataawaa 4/ 309) Daarom hebben we een kort schrijfwerk samengesteld, met de bewijzen uit de Qoer-aan en de Soennah die bewijzen: Dat de Moslima verplicht is haar gezicht, handen en haar gehele lichaam te bedekken, in bijzijn van vreemde mannen. Weldra zullen de kuise en oprechte zusters gehoor geven aan het gebod van hun Heer. We vragen Allah de Genadevolle dat Hij hen leidt naar de Hidjaab, zodat zij gelukkig zullen zijn in dit leven en het Hiernamaals. Aamien. Walhamdulillah.

Hoofdstuk 1 Allah de Verhevene heeft gezegd: "O jullie die geloven! Betreedt de woningen van de Profeet niet, behalve als jullie toestemming is gegeven voor een maaltijd, (en dan) niet (zo vroeg) dat jullie wachten op zijn voorbereiding. Maar indien jullie zijn uitgenodigd, betreedt dan, en als jullie de maaltijd hebben genomen, vertrekt dan, zonder te zitten voor gepraat. Voorwaar, dit is lastig voor de Profeet en hij schaamt zich voor jullie, maar Allah schaamt zich niet voor de waarheid. En als jullie hen (zijn vrouwen) om iets vragen, vraag hen dan van achter een Hidjaab. Dat is reiner voor jullie harten en hun harten." Het Vers. (AlAhzaab 33: 53) Al-Haafidh Ibn Kathier, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Zijn openbaring vond plaats in de ochtend van de bruiloft van de Boodschapper van Allah salAllahu 'alayhi wa salam met Zaynab Bint Djahsh, waarbij Allah de Verhevene haar huwelijk Zelf heeft geregeld. Dit was in Dhie-l Qa'dah in het vijfde jaar, volgens de opinie van Qataadah, Al-Waaqidie en anderen. Aboe 'Oebaydah Ma'mar Ibn Al-Moethanna en Khaliefah Ibn Khayyaat beweerden dat dit in het derde jaar was, en Allah weet het best." (Tafsier al-Qoer-aan al-'Adhiem 6/ 451) De Hidjaab van de Moeders van de Gelovigen Op gezag van Anas ibn Maalik, moge Allah tevreden over hem zijn, dat hij heeft gezegd: "Toen de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam Zaynab huwde, treedden de mensen (zijn woning) binnen, ze hadden gegeten en bleven daarna zitten en kletsen. Hij deed alsof hij wilde opstaan, maar ze stonden niet op. Toen hij dit zag, stond hij op, en nadat hij opstond, stonden andere mensen op en de rest bleef zitten. De Profeet salAllahu 'alayhi wa salam wilde (daarna) binnenkomen en zag dat de mensen nog steeds zaten, daarna (wat later) stonden ze op en gingen ze weg. Ik informeerde de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam, hij kwam totdat hij binnentrad. Ik wilde naar binnen lopen en hij plaatste de Hidjaab tussen mij en hem. En Allah de Verhevene had neergezonden: "O jullie die geloven! Betreedt de woningen van de Profeet niet." Het Vers. Overgeleverd door al-Bukhari en Muslim. En al-Bukhari levert over op gezag van Anas, hij zei: "'Oemar, moge Allah tevreden over hem zijn, heeft gezegd: Ik zei: O Boodschapper van Allah, de goede en de slechte persoon treden jouw huis binnen, als je de Moeders van de Gelovigen gebood met de Hidjaab? Toen openbaarde Allah het Vers van de Hidjaab." Aboe Dja'far At-Tahaawie heeft gezegd: "Het is toegestaan voor de mensen om naar datgene te kijken van de vrouwen wat niet verboden is: Naar hun gezichten en handen. En dit is voor hen verboden bij de vrouwen van de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam. Het is de opinie van abu Hanifah, Aboe Yoesuf en Mohammed, moge Allah hen genadig zijn." (Sharh Ma'aanie Al-Aathaar 2/ 392-393) Al-Baghawie, moge Allah hem genadig zijn, zegt in zijn Tafsier: "Na het Vers van de Hidjaab, was het voor niemand toegestaan om naar een vrouw van de echtgenoten van de Boodschapper van Allah salAllahu 'alayhi wa salam te kijken, of ze nou bedekt was met de Niqaab of niet met de Niqaab bedekt." (6/ 370) Al-Qaadie 'Iyaad, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "De verplichting van de Hidjaab is waarmee ze zijn uitgezonderd. Dit is verplicht voor hen, zonder verschil van opinie, met betrekking tot het gezicht en de handen. Het is voor hen niet toegestaan om dit te onbedekken bij een getuigenis of iets anders, en noch hun figuren te tonen, ook al zijn ze bedekt, behalve bij de noodzaak van het naar buiten gaan." (Fath al-Baarie 8/ 530) Nadat Haafidh Ibn Hadjar de woorden van al-Qaadi 'Iyaad citeerde, zei hij: "Daarna beargumenteerde hij met wat er is gekomen in "Al-Muwatta": Dat Hafsah toen 'Oemar overleed, de vrouwen haar bedekten, zodat haar figuur niet gezien zou worden en dat Zaynab Bint Djahsh voor haar de koepel boven haar kist zette om haar figuur te bedekken." Einde.

In datgene wat hij vermeld heeft, zit geen bewijs voor wat hij beweerde, van dat dit voor hen verplicht zou zijn. Want, na de dood van de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam bedekten ze zichzelf en verrichten de Tawaaf. En de Metgezellen en zij die na hen kwamen hoorden van hun overleveringen, terwijl ze hun lichamen bedekten, en niet hun figuren. En in de Hadj zijn de woorden van Ibn Djuraydj tegen 'Ataa reeds voorbij gegaan, toen hij de Tawaaf van 'Aashah aan hem vermeldde: "Was het voor de Hidjaab of erna?" Hij zei: "Ik heb dit na de Hidjaab meegemaakt." In de laatste overlevering die deze volgt, zal er extra verduidelijking komen hieromtrent." (Fath al-Baarie 8/ 530) Al-Bukhari levert over op gezag van 'Aashah, moge Allah tevreden over haar zijn, dat ze heeft gezegd: "Nadat de Hidjaab verplicht werd gesteld, ging Saudah naar buiten voor haar behoeftes, ze was een grote vrouw en iedereen die haar kende kon haar herkennen. 'Oemar ibn al-Khattaab zag haar en zei: Saudah! Bij Allah, je kunt jezelf niet verstoppen van ons, dus verzin een manier om niet herkend te worden. Ze ('Aashah) zei: Ze keerde terug, terwijl de Boodschapper van Allah salAllahu 'alayhi wa salam in mijn woning was, hij was aan het avondeten en had een bot in zijn hand. Ze kwam binnen en zei: O Boodschapper van Allah, ik ging naar buiten voor mijn zaken en 'Oemar zei dit en dat tegen mij. Ze zei: Daarna openbaarde Allah aan hem, toen het over was had hij de bot nog steeds in zijn hand en had die niet neergelegd. Hij zei: "Jullie hebben toestemming gekregen om naar buiten te gaan voor jullie zaken." En overgeleverd door Muslim. Al-Haafidh Ibn Hadjar, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Als conclusie: 'Oemar, moge Allah tevreden over hem zijn, had er een afkeer van dat vreemde mannen het gezin van de Profeet zouden zien. Totdat hij tegen hem salAllahu 'alayhi wa salam zei: "Bedek jouw vrouwen." Hij bleef dit doen, totdat het Vers van de Hidjaab werd geopenbaard. Daarna wilde hij dat zij hun gehele figuren niet zouden laten zien, zelfs als ze (compleet) bedekt waren. Hij bleef dit doen, maar werd daarvan weerhouden. En gaf hen toestemming om naar buiten te gaan voor hun zaken, zodat het niet moeilijk en lastig zou worden." (Fath al-Baarie 8/531) De Hidjaab is Reinheid De Verhevene zegt: "En als jullie hen (zijn vrouwen) om iets vragen, vraag hen dan van achter een Hidjaab. Dat is reiner voor jullie harten en hun harten." Al-'Allaamah Saalih al-Fawzaan, moge Allah hem behouden, heeft gezegd: "Als iemand zou zeggen: De bedoeling hier is de vrouwen van de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam; zeggen wij: Als de vrouwen van de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam, geboden zijn met de Hidjaab - met hun reinheid en goedheid - hebben de andere vrouwen daar meer recht op. Daarnaast heeft Allah de Geprezene de reden hiervoor duidelijk gemaakt met Zijn Woorden: "Dat is reiner voor jullie harten en hun harten." En deze reden is algemeen, want reinheid van het hart is nodig voor elk Moslim, man en vrouw. En Zijn Woorden: "Achter een Hidjaab." Betekent: Achter een bedekking van muur, of deur, of kleding, die het lichaam van de vrouwvolledig onzichtbaar maakt van het zicht van de mannen, als bescherming voor hen en voor haar tegen Fitnah." (Al-Moentaqaa 1338) Al-Imaam al-Shawkaanie, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Dat is reiner voor jullie harten en hun harten." Dat wil zeggen: Reiner voor het (hart) tegen de twijfels en de slechte gedachten die de mannen kunnen overkomen omtrent de vrouwen en de vrouwen omtrent de mannen." (Fath al-Qadier 4/ 298) De Rede tot n is als de Rede tot de Gehele Islamitische Gemeenschap Al-'Allaamah Mohammed Naasir al-Dien al-Albaanie, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Als de Wijze Wetgever tot n individu van de (Islamitische) Gemeenschap een rede richt of hem met een wet oordeelt, is deze wet dan algemeen voor de Gemeenschap, behalve als er bewijs is gekomen met de uitzondering? Of is het uitgezonderd voor deze persoon aan wie de rede is toegericht? De geleerden van al-Oesool hebben hierover verschild. En de waarheid is de eerste, en dat is wat alShawkaanie en anderen van de Moehaqqiqien als correct hebben verklaard." (Tamaam al-Minnah 41)

Al-'Allaamah 'Abd al-'Aziez bin Baaz, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "En degene die beweert dat het gebod op de Hidjaab uitzonderlijk is voor de Moeders van de Gelovigen, is verwijderd van de waarheid en van de vele bewijzen afgeweken, die bewijzen voor de algemeenheid, en is van de Woorden van de Verhevene: "Dat is reiner voor jullie harten en hun harten" afgeweken. Want, het is niet toegestaan om te zeggen dat de Hidjaab reiner is voor de harten van de Moeders van de Gelovigen en de mannen van de Metgezellen, buiten degenen die na hen komen. En zonder twijfel dat degenen die na hen kwamen de Hidjaab meer nodig hebben dan de Moeders van de Gelovigen en de mannen onder de Sahaabah, moge Allah tevreden over hen zijn, vanwege het grote verschil tussen hen in de sterkte van geloof en inzicht voor de waarheid." Totdat hij zei: "En omdat de bewijzen van het Boek en de Soennah voor niemand van deze Gemeenschap mogen worden uitgezonderd, behalve met een authentieke bewijs die bewijst op de uitzondering, dus is het algemeen voor de gehele Gemeenschap: In zijn tijd salAllahu 'alayhi wa salam en na hem tot aan de Dag der Opstanding." (Madjmoe' al-Fataawaa 4/ 250) De Uitspraken van de Geleerden en de Moefassirien 1. Al-Imaam ibn Djarier al-Tabarie, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Hij zegt: Als jullie de echtgenoten van de Boodschapper van Allah salAllahu 'alayhi wa salam en de vrouwen van de gelovigen die geen echtgenoten van jullie zijn om iets vragen: "Vraag hen dan van achter een Hidjaab." Hij zegt: Van achter een scherm, tussen jullie en hen, en treedt hun woningen niet binnen." (Djaami' al-Bayaan 20/313) 2. Aboe Bakr Al-Djassaas, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "En deze regelgeving, ook al is die speciaal neergezonden voor de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam en zijn echtgenoten, is de betekenis algemeen, voor hem en voor anderen. Omdat ze geboden zijn hem te volgen en hem als voorbeeld te nemen, behalve waarvoor Allah hem heeft uitgezonderd naast zijn Gemeenschap." (Ahkaam al-Qoer-aan 5/ 242) 3. Aboe-l Hasan al-Maawardie heeft gezegd: "Zij en de rest van de vrouwen werden geboden met de bedekking tegen de ogen van de mannen. En de mannen werden geboden hun ogen af te wenden van de vrouwen." (An-Noekt Wa-l 'Uyoen) 4. Aboe Bakr ibn al-'Arabie, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Dit bewijst dat Allah toestemming heeft gegeven om ze van achter een Hidjaab te vragen als het nodig is, of voor een zaak waarover men een oordeel wil. En de vrouw, alles van haar is 'Aurah, haar lichaam en stem. Het is dus niet toegestaan dit te onbedekken, behalve bij noodzaak, of een bepaalde zaak, zoals: Een getuigenis afleggen tegen haar, of een ziekte in haar lichaam, of haar vragen over haar gezondheidszaken." (Ahkaam al-Qoer-aan 3/ 1579) 5. Al-Imaam al-Shawkaanie, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "En hierin is een handelswijze voor iedere gelovige, en een waarschuwing voor hem dat hij zichzelf toevertrouwt alleen te zijn met iemand die voor hem niet is toegestaan, en zonder Hidjaab met iemand praat die verboden is voor hem." (Fath al-Qadier 4/ 298) 6. Al-Waahidie, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Als jullie de rede willen richten tot de vrouwen van de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam omtrent een zaak, richt de rede dan tot hen van achter een Hidjaab. Voor de openbaring van dit Vers bedekten zij henzelf niet voor de mannen. Nadat dit Vers werd geopenbaard, werd de Hidjaab op hen verplicht gesteld, dit was het Vers van de Hidjaab tussen hen en tussen de mannen. "Dat" dat wil zeggen: De Hidjaab "is reiner voor jullie harten en hun harten" want iedere persoon van onder de mannen en vrouwen, als hij de (ander) niet ziet, onstaat er niets in zijn hart." (Al-Wadjiez) 7. Al-Qortobie, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Alle vrouwen vallen onder de betekenis van dit (Vers), vanwege datgene de basis van de Sharie'ah vergt: Dat de vrouw geheel 'Aurah is, haar lichaam en stem, zoals reeds is voorbij gegaan." (Al-Djaami' Li-Ahkaam al-Qoer-aan)

8. Al-'Allaamah Mohammed al-Amien al-Shinqietie heeft gezegd: "Als je weet van wat we hebben vermeld dat de regelgeving van het Vers van de Hidjaab algemeen is en wat we daarbij hebben vermeld van de Verzen waarin bewijs zit voor het bedekken van het gehele lichaam voor de vrouw van de vreemde mannen, dan weet je dat de Qoer-aan bewijst voor de Hidjaab. En indien het zo was dat het Vers van de Hidjaab uitgezonderd is voor zijn vrouwen salAllahu 'alayhi wa salam, dan is er geen twijfel over dat zij de beste voorbeeld zijn voor de vrouwen van de Moslims in de edele karakteristieken die de volledige zuiverheid inhoudt en die verwijderd zijn van het vervuilen met de onreine twijfels. Dus degene die de vrouwen van de Moslims probeert te weerhouden - zoals de uitnodigers naar het onbedekken, Tabarroedj (het tonen van de schoonheden) en het vrije mixen in deze dagen - van het volgen van hen (De Moeders van de Gelovigen) in deze geopenbaarde edele karakteristieken die de eer beschermt en zuiverheid waarborgt tegen de vuile twijfels, dan is hij een bedrieger tegenover de Gemeenschap van Mohammed salAllahu 'alayhi wa salam, ziek in zijn hart, zoals je ziet." (Adwaa alBayaan 6/ 592) 9. Al-'Allaamah 'Abd al-'Aziez Bin Baaz heeft gezegd: "Dit Vers is een duidelijk bewijs voor de verplichting van de Hidjaab voor de vrouwen tegenover de mannen en dat zij henzelf tegenover hen moeten bedekken. Allah de Geprezene heeft in dit Vers de wijsheid hierachter duidelijk gemaakt, en dat is dat het bedekken reiner is voor de harten van de mannen en de vrouwen, en verder is verwijderd van onzedelijkheid en zijn oorzaken. En dit Vers is algemeen voor de echtgenoten van de Profeet en de rest van de gelovige vrouwen. (Madjmoe' al-Fataawaa 5/ 230-231 Allah de Verhevene heeft gezegd: "Het is geen zonde voor hen (dat zij zich niet bedekken) voor hun vaders, of hun zonen, of hun broers, of hun broers zonen, of de zonen van hun zussen, of hun eigen (gelovige) vrouwen, of hun slaven. En O vrouwen, vrees Allah. Voorzeker, Allah is over alles getuige." (Al-Ahzaab 33: 55) 10. Al-Haafidh ibn Kathier heeft gezegd: "Nadat de Verhevene de vrouwen gebood met de Hidjaab tegenover de vreemde mannen, maakte Hij duidelijk dat het niet verplicht is te bedekken tegenover deze verwanten, zoals Hij hen heeft uitgezonderd in Soerat al-Noer, bij Zijn Woorden: "En dat zij hun Zienah (schoonheden) niet tonen, behalve aan hun echtgenoten, of hun vaders, of de vaders van hun echtgenoten, of hun zonen, of de zonen van hun echtgenoten, of de zonen van hun zussen, of hun eigen (gelovige) vrouwen." tot het einde." (Tafsier al-Qoer-aan al'Adhiem 6/ 456) 11. Al-Imaam al-Shawkaanie, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Voor deze (verwanten), is het voor de echtgenoten van de Boodschapper van Allah salAllahu 'alayhi wa salam en de andere vrouwen niet verplicht om henzelf van hen te bedekken." (Fath al-Qadier 4/ 298)

Hoofdstuk 2 Allah de Verhevene zegt: "O Profeet! Vertel jouw echtgenoten, en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen. Dit is beter, zodat zij bekend zullen zijn en niet lastig gevallen worden, en Allah is de Vergevende, de Genadevolle." (Al-Ahzaab 33: 59) Op gezag van Oem Salamah, dat ze heeft gezegd: "Nadat "Dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen" werd neergedaald, gingen de vrouwen van de Ansaar naar buiten alsof er kraaien op hun hoofden waren, vanwege de kleding." Overgeleverd door Abu Dawud. Sahieh verklaard door al-Albaanie in "Sahieh abie Daawoed" (4101). Djilbaab Djalaabieb: Meervoud van Djilbaab. Shaykh al-Islaam ibn Taymiyyah, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "De Djilbaab is de Moelaa-ah, en dat is wat ibn Mas'oed en anderen de Ridaa noemen. En de gewone mensen noemen het de Izaar. Het is de grote Izaar die haar hoofd en gehele lichaam bedekt. 'Abiedah en anderen hebben aangegeven dat zij die van boven haar hoofd naar beneden brengt, ze toont niets, behalve n oog. En van zijn soort is de Niqaab." (Madjmoe' al-Fataawaa 22/68) Ibn Djarier levert over in zijn Tafsier: "'Ali vertelde mij, hij zei: Abu Saalih vertelde ons, hij zei: Moe'aawiyah vertelde mij, op gezag van 'Ali, op gezag van ibn 'Abbaas, over Zijn Woorden: "O Profeet! Vertel jouw echtgenoten, en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen." "Allah gebood de vrouwen van de gelovigen, als ze voor iets hun woningen verlaten: Dat ze van boven hun hoofden met de Djalaabieb hun gezichten bedekken en n oog tonen." Sommigen hebben deze overlevering zwak verklaard, omdat 'Ali ibn abi Talhah niet heeft gehoord van ibn 'Abbaas, en vanwege 'Abdallaah ibn Saalih. 'Ali ibn abi Talhah Al-Haafidh al-Dhahabie heeft gezegd: "Hij nam de Tafsier van ibn 'Abbaas, moge Allah tevreden zijn met beiden, via Moedjaahid. Hij vermeldt Moedjaahid niet, hij stuurt hem meteen door naar ibn Abbaas." (Miezaan al-I'tidaal 3/ 134) Al-Haafidh As-Suyootie heeft gezegd: "In de Tafsier is er zo veel overgeleverd van ibn 'Abbaas, dat het niet te tellen is. En daarin zijn verschillende overleveringen en wegen. Van onder zijn beste is de weg van 'Ali ibn abi Talhah al-Haashimie. Over deze heeft Ahmad ibn Hanbal gezegd: "In Egypte is een Sahiefah van Tafsier die 'Ali ibn abi Talhah heeft overgeleverd. Als iemand daarvoor naar Egypte zou reizen, zou dat niet veel zijn." Aboe Dja'far heeft het in zijn Naasikh overgeleverd. Ibn Hadjar heeft gezegd: En deze Nuskah was bij abu Saalih, de schrijver van Al-Laith. Hij is overgeleverd door Moe'aawiyah ibn Saalih, op gezag van 'Ali ibn abi Talhah, op gezag van ibn 'Abbaas, moge Allah tevreden zijn met beiden. Hij is bij Al-Bukhari op gezag van abu Saalih, en hij gebruikte deze veel in zijn Sahieh, wat hij Ta'lieq vermeldt van ibn 'Abbaas, moge Allah tevreden zijn met beiden. Ibn Djarier, ibn abi Haatim en Ibn al-Moendhir hebben ervan overgeleverd met tussenpersonen tussen hen en abu Saalih. En sommige mensen zeiden: ibn abi Talhah heeft van ibn 'Abbaas geen Tafsier gehoord, moge Allah tevreden zijn met beiden, hij heeft deze alleen genomen van Moedjaahid of Sa'ied ibn Djubair. Ibn Hadjar zei: "Als je de tussenpersoon kent en die betrouwbaar is, kan het geen kwaad." (Al-Ietqaan 2/ 241) Al-Haafidh ibn Hadjar heeft gezegd: "En op de weg van: Moe'aawiyah ibn Saalih, op gezag van 'Ali ibn abi Talhah, op gezag van ibn 'Abbaas. 'Ali is betrouwbaar en heeft ibn 'Abbaas niet ontmoet, maar hij heeft alleen van zijn betrouwbare collega's genomen. Vanwege dit waren al-Bukhari en ibn abi Haatim gewend van deze Nuskhah te nemen." (Al-'Udjaab Fie Bayaan al-Asbaab 57-58)

Aboe Saalih, 'Abdallaah ibn Saalih Aboe Zoer'ah heeft gezegd: "Hij is bij mij niet iemand die expres liegt en hij was goed in Hadith." Ibn Hibbaan heeft gezegd: "Hij was zelf betrouwbaar. De Manaakier in zijn overleveringen kwamen alleen door een buur van hem. Ik heb ibn Khoezaymah horen zeggen: Hij had een buur en tussen beiden was vijandschap, hij verzon overleveringen op naam van de Shaykh van abu Saalih, die hij schreef met een handschrift lijkend op die van 'Abdallaah en gooide die in zijn huis tussen zijn boeken. 'Abdallaah zou dan denken dat het zijn handschrift was, en ervan overleveren." Ibn 'Adie heeft gezegd: "Bij mij is hij correct in Hadith, behalve dat in zijn overleveringsketens en teksten fouten voorkomen, maar hij deed het niet expres." Al-Haafidh al-Dhahabie heeft gezegd: "En al-Bukhari heeft volgens hetgeen wat correct is van hem overgeleverd in zijn Sahih, maar hij verbergt hem, door te zeggen: 'Abdallaah heeft ons verteld, zonder bijnamen te vermelden, en dat is hem. Ja, al-Bukhari vermelde hem in een Ta'lieq overlevering, en zei daarin: Al-Laith Ibn Sa'd heeft gezegd: Dja'far Ibn Rabie'ah heeft mij verteld, daarna zei hij aan het einde van de Hadith: 'Abdallaah ibn Saalih heeft mij verteld: al-Laith heeft ons verteld, en vermelde hem dus." (Zie Miezaan al-I'tidaal 2/ 440-442) De volgende overleveringen getuigen ervoor: Ibn Djarier levert over in zijn Tafsier: "Ya'qoeb vertelde mij, zeggende: Ibn 'Ulaiyyah heeft ons verteld, op gezag van Ibn 'Aun, op gezag van Mohammed, op gezag van 'Abiedah, over de Woorden van de Verhevene: "O Profeet! Vertel jouw echtgenoten, en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen." Ibn 'Aun toonde het ons met zijn kleding, hij zei: Mohammed toonde het ons met zijn kleding, Mohammed zei: Abiedah toonde het mij met zijn kleding. Ibn 'Aun liet zien met zijn Ridaa door Taqannoe' te doen: Hij bedekte daarmee zijn neus en linkeroog en liet zijn rechteroog zien. En bracht zijn kledingstuk van boven naar beneden, totdat hij die bij zijn wenkbrauw bracht of op zijn wenkbrauw." Deze overlevering is Sahieh. Hij levert over: "Ya'qoeb heeft mij verteld, hij zei: Hashiem heef ons verteld, hij zei: Hishaam heeft ons genformeerd, op gezag van Ibn Sierien, hij zei: "Ik vroeg 'Abiedah over Zijn Woorden: "Vertel jouw echtgenoten, en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen." Hij toonde door middel van zijn kleding: Hij bedekte zijn hoofd en gezicht, en verwijderde zijn kleding van n van zijn ogen." Sahieh. En hij levert over: "Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazied heeft ons verteld, hij zei: Sa'ied heeft ons verteld, op gezag van Qataadah, Zijn Woorden: "Vertel jouw echtgenoten, en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen." "Allah heeft het op hun verplicht gesteld dat als ze naar buiten gaan, Taqannoe' doen over de wenkbrauwen (d.w.z. Het gezicht bedekken). "Dit is beter, zodat zij bekend zullen zijn en niet lastig gevallen worden." De geheerste vrouw (slavin), als zij langsliep zouden ze haar lastig vallen. Daarom verbood Allah de vrije vrouwen dat ze lijken op de slavinnen." Zijn Isnaad is Sahieh. De Moefassirien die het Vers Hebben Uitgelegd met het Bedekken van het Gezicht 1. Al-Imaam ibn Djarier al-Tabarie heeft gezegd: "De Verhevene zegt tegen Zijn Profeet Mohammed salAllahu 'alayhi wa salam: "Vertel jouw echtgenoten, en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen" dat ze met hun kleding niet op de slavinnen lijken. Want die verlieten hun woningen voor hun behoeftes, terwijl ze hun haren en gezichten onbedekt lieten. Maar dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbengen, zodat geen zondaar ze lastig zal vallen met slechte woorden als hij weet dat ze vrije vrouwen zijn." (Djaami' al-Bayaan 20/ 324)

2. Aboe Bakr al-Djassaas heeft gezegd: "In dit Vers zit bewijs dat de jonge vrouw bevolen is haar gezicht te bedekken tegenover vreemde mannen. En dat ze bij het verlaten van de woning bedekking en kuisheid toont, zodat de mensen van twijfels geen hoop in hen zullen hebben. En daarin zit bewijs dat de slavin niet verplicht is haar gezicht en haren te bedekken, omdat de Woorden van de Verhevene: "En de vrouwen van de gelovigen" wat daarvan blijkt is dat Hij de vrije vrouwen bedoelt. En zo is het overgeleverd in de Tafsier: Zodat ze niet lijken op de slavinnen, die niet geboden zijn het hoofd en het gezicht te bedekken. Hij maakte het bedekken een onderscheid, waardoor de vrije vrouwen herkend worden van de slavinnen." (Ahkaam al-Qoer-aan (5/ 245) 3. Aboe Ishaaq al-Tha'labie al-Naysaaboerie heeft gezegd: "De Verhevene heeft gezegd: "O Profeet! Vertel jouw echtgenoten, en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen." Dat wil zeggen dat ze hun buitenkleding neerbrengen, en daarmee Taqannoe' doen en hun gezichten en hoofden bedekken, zodat het bekend zal zijn dat ze vrije vrouwen zijn en niemand hen lastig zal vallen." (Al-Kashf Wa-l Bayaan 8/ 64) 4. Al-Waahidie heeft gezegd: "De Moefassirien hebben gezegd: Ze bedekken hun gezichten en hoofden, behalve n oog, zodat het bekend zal zijn dat ze vrije vrouwen zijn en niet worden lastig gevallen." (Fath al-Qadier 4/ 304) 5. Aboe-l Moedhaffar al-Sam'aanie heeft gezegd: "En de Woorden van de Verhevene: "Dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen." Dat wil zeggen dat ze zich bekleden met de Djalaabieb. En de Djilbaab is de Ridaa. Het is de Moelaa-ah waar de vrouw zich mee bekleedt boven de Dir' en Khimaar. 'Abiedah As-Salmaanie heeft gezegd: De vrouw bedekt zichzelf met haar Djilbaab: Ze bedekt haar hoofd, gezicht en de rest van haar lichaam, behalve n van haar ogen." (Tafsier al-Qoer-aan 4/ 306307) 6. 'Imaad al-Dien al-Tabarie zegt in zijn Tafsier: ""O Profeet! Vertel jouw echtgenoten, en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen." De Djilbaab is de Ridaa. Hij heeft ze geboden hun gezichten en hoofden te bedekken, en heeft dit niet verplicht gesteld op de slavinnen." (4/135) 7. Al-Baghawie zegt in zijn Tafsier: "O Profeet! Vertel jouw echtgenoten, en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen" Meervoud van Djilbaab en dat is de Moelaa-ah, waarmee de vrouw zichzelf bekleedt boven de Dir' en de Khimaar. Ibn 'Abbaas en abu 'Oebaydah hebben gezegd: "De vrouwen van de gelovigen werden geboden hun hoofden en gezichten te bedekken met de Djalaabieb, behalve n oog, zodat het bekend zal zijn dat ze vrije vrouwen zijn." (3/ 376) 8. Az-Zamakhsharie heeft gezegd: "En de betekenis van: "Dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbengen" is dat zij die over henzelf neer brengen, en hun gezichten en buitenkleding ermee bedekken. Er wordt gezegd als de kledingstuk wegschuift van het gezicht van de vrouw: Breng jouw kledingstuk neer over jouw gezicht." (Al-Kashaaf 3/ 274) 9. Ibn 'Atiyyah al-Andalusie heeft gezegd: "De Djilbaab is een kledingstuk die groter is dan de Khimaar. Er werd overgeleverd van ibn 'Abbaas en ibn Mas'oed dat het de Ridaa is. De mensen verschilden over de manier waarop het naar beneden wordt gebracht. Ibn 'Abbaas en 'Abiedah al-Salmaanie zeiden: De vrouw kleedt zich ermee, totdat van haar niets te zien is, behalve n oog om mee te zien. En ibn 'Abbaas zei ook, en Qataadah: Ze kleedt het boven de wenkbrauw en omwikkelt het, daarna brengt zij het over haar neus, ook al zijn haar ogen te zien, maar het bedekt de borst en het grootste gedeelte van het gezicht." (Al-Moeharrar al-Wadjiez 13/ 100) 10. Al-Qortobie heeft gezegd: "Omdat bij de Arabische vrouwen het onbedekken de gewoonte was ze lieten hun gezichten onbedekt, zoals de slavinnen dat doen, wat ervoor zorgde dat mannen naar ze keken en gedachten deed voortbrengen over hen - gebood Allah Zijn Boodschapper salAllahu 'alayhi

wa salam dat hij ze gebiedt dat zij de Djalaabieb over henzelf heen brengen als ze naar buiten wilden gaan voor hun behoeftes." Daarna zei hij: "Djalaabieb is de meervoud van Djilbaab. Het is een kledingstuk die groter is dan de Khimaar. En er is overgeleverd van ibn 'Abbaas en ibn Mas'oed dat het de Ridaa is. En er werd gezegd: Het is de Qinaa'. Het correcte is dat het de kledingstuk is die het gehele lichaam bedekt." (Al-Djaami' Li-Ahkaam al-Qoer-aan 14/ 243) 11. Al-Baidaawie heeft gezegd: ""Dat zij hun Djalaabieb over henzelf neebrengen." Met hun buitenkleding, hun gezichten en lichamen bedekken, als ze voor iets naar buiten gaan." (Anwaar alTanziel 4/ 280) 12. An-Nasafie heeft gezegd: "En de betekenis van: "Dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen" is dat zij die over henzelf neer brengen en hun gezichten en buitenkleding ermee bedekken. Er wordt gezegd als de kledingstuk van het gezicht van de vrouw weg schuift: Laat jouw kledingstuk neerdalen over jouw gezicht." (Madaarik Ut-Tanziel 3/455) 13. Ibn Djazie al-Kalbie heeft gezegd: "Het was de gewoonte bij de vrouwen van de Arabieren dat ze hun gezichten onbedekt lieten, zoals de slavin dat doet. En dit zorgde ervoor dat mannen naar ze keken, daarom gebood Allah hen dat ze de Djalaabieb over henzelf neer brengen en daarmee hun gezichten bedekken." (At-Tashiel Li 'uloem al-Tanziel 3/ 144) 14. Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah heeft gezegd: "Voordat het Vers van de Hidjaab werd geopenbaard, gingen de vrouwen naar buiten zonder Djilbaab, de man zag haar gezicht en haar handen. Toen was het haar toegestaan dat zij het gezicht en de handen toont, en was het toegestaan om er naar te kijken, omdat het toegestaan was het te tonen. Daarna, nadat Allah de Majestueuze het Vers van de Hidjaab openbaarde met Zijn Woorden: "O Profeet! Vertel jouw echtgenoten, en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen" bedekten de vrouwen zich van de mannen." (Madjmoe' al-Fataawaa 22/ 68) 15. Aboe Hayyaan al-Andalusie heeft gezegd: "Over henzelf" omvat hun gehele lichamen. Of "Over henzelf" over hun gezichten, omdat datgene wat van hen toonbaar was in de Djaahiliyyah het gezicht was." (Al-Bahr Al-Mohiet 7/ 240) 16. Al-Haafidh ibn Kathier zegt in zijn Tafsier: "'Ali ibn abi Talhah heeft gezegd, op gezag van ibn 'Abbaas: "Allah gebood de vrouwen van de gelovigen, dat als ze voor iets hun woningen verlaten: Dat ze van boven hun hoofden, hun gezichten bedekken met de Djalaabieb, en n oog tonen." En Mohammed Ibn Sierien heeft gezegd: "Ik vroeg 'Abiedah As-Salmaanie over de Woorden van Allah de Verhevene: "Dat zij hun Djalaabieb over henzelf neebrengen." Hij bedekte zijn gezicht en hoofd, en toonde zijn linkeroog." (6/ 481-482) 17. Al-Biqaa'ie heeft gezegd: ""Neerbrengen" dat wil zeggen dichtbij brengen. "Over henzelf" Dat wil zeggen over hun gezichten en hun gehele lichamen, ze laten daarvan niets onbedekt." (Nadhm al-Durar 15/411) 18. Al-Haafidh al-Suyootie heeft gezegd: "Dit is het Vers van de Hidjaab voor de rest van de vrouwen, daarin zit een verplichting het hoofd en het gezicht over zich heen te bedekken." ('Awn al-Ma'boed Sharh Soenan abi Daawoed 12/ 158) 19. In "Tafsier al-Djalaalain": "Dat wil zeggen: Dat ze een deel daarvan over de gezichten neer laten dalen - als ze naar buiten gaan voor hun behoeftes - behalve n oog." (560) 20. Al-Khatieb al-Sharbienie: ""Neerbrengen" Dichtbij brengen. "Over henzelf" Dat wil zeggen over hun gezichten en over hun gehele lichamen, ze laten daarvan niets onbedekt." (Al-Siraadj alMoenier 3/ 271)

21. Abu al-Su'oed: "Dat wil zeggen dat ze daarmee hun gezichten en lichamen bedekken als ze om een bepaalde reden naar buiten gaan." (Irshaad al-'Aql al-Saliem 7/ 115) 22. Al-'Allaamah Ismaa'iel Al-Barsawie zegt in zijn Tafsier: "De betekenis is dat zij daarmee hun gezichten en lichamen bedekken bij het verlaten van hun woningen voor een zaak, en dat ze niet met het gezicht en lichaam onbedekt naar buiten gaan, zoals de slavinnen, en zodat de dwazen hen niet lastig zullen vallen, denkend dat ze slavinnen zijn." (7/ 240) 23. Al-'Allaamah al-Aloesie: Wat blijkt is dat de bedoeling van: "Over henzelf" over hun gehele lichaam is. En er werd gezegd over hun hoofden of over hun gezichten, omdat het gezicht datgene was wat in de Djaahiliyyah toonbaar was." (Rawh al-Ma'aanie 22/ 89) 24. Al-'Allaamah 'Abd al-Rahmaan ibn Naasir al-Sa'die heeft gezegd: "Dat wil zeggen: Dat ze hun gezichten en borsten bedekken." (Tafsier al-Kariem al-Rahmaan 1/ 672) 25. Al-'Allaamah Mohammed al-Amien Ash-Shinqietie heeft gezegd: "Tot de bewijzen van de Qoer-aan voor de Hidjaab van de Moslim vrouw en dat zij haar gehele lichaam bedekt - zelfs haar gezicht - zijn de Woorden van de Verhevene: "O Profeet! Vertel jouw echtgenoten, en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen." Meer dan n van de geleerden heeft gezegd: De betekenis van "Dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen" is dat ze daarmee hun gehele gezichten bedekken en niets te zien blijft van hen, behalve n oog om ermee te zien. En tot degenen die dit zeiden behoren: Ibn Mas'oed, ibn 'Abbaas, 'Abiedah al-Salmaanie en anderen. Als er wordt gezegd: De Woorden uit het edele Vers, en dat zijn de Woorden van de Verhevene: "Dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen" taalkundig hoeft het niet zo te zijn dat zijn betekenis inhoudt dat het gezicht wordt bedekt, noch is er bewijs gekomen uit de Qoer-aan of de Soennah of Idjmaa' dat aangeeft dat het zo is. En de uitspraak van sommige Moefassirien: Het wordt verreist, wordt tegengegaan door sommigen: Het wordt niet verreist, en hierbij wordt de bewijsvoering van het Vers ongeldig, betreft de verplichting van het bedekken van het gezicht. Het Antwoord: "Dat in het edele Vers een duidelijke maatstaf is die aanduidt dat de Woorden van Allah de Verhevene daarin: "Dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen", onder zijn betekenis valt dat ze hun gezichten bedekken door de Djalaabieb over haarzelf neer te brengen. De vermeldde maatstaf zijn de Woorden van de Verhevene: "Zeg tegen jouw echtgenoten." De verplichting van het bedekken van zijn echtgenoten en dat ze hun gezichten bedekken, daar is geen verschil over onder de Moslims. Doordat de echtgenoten vermeld zijn met de dochters en de vrouwen van de gelovigen, duidt dit op de verplichting van het bedekken van de gezichten door de Djalaabieb neer te brengen, zoals je ziet." (Adwaa al-Bayaan 6/ 586)

Hoofdstuk 3 De Woorden van Allah de Verhevene: "En vertel de gelovige vrouwen dat zij hun ogen neerhouden (van het kijken naar verboden zaken) en over hun geslachtsdelen waken. En dat zij hun Zienah (schoonhed en) niet tonen, behalve wat daarvan toonbaar is." (An-Noer 24: 31) Al-Haafidh Ibn Kathier heeft gezegd: "Dat wil zeggen: Dat ze niets van de Zienah aan de vreemde mannen tonen, behalve wat niet te verbergen is. Ibn Mas'oed heeft gezegd: Zoals de Ridaa en de buitenkleding. Dat wil zeggen: Wat de Arabische vrouwen droegen van de buitenkleding en wat te zien valt onder de buitenkleding, er is geen zonde voor haar hierin, omdat het haar niet mogelijk is dit te verbergen. Het is net zoals wat te zien is van de vrouw haar onderkleding, en wat niet te verbergen is. Met de woorden van ibn Mas'oed, al-Hasan, Ibn Sierien, abu-l Djawzaa, Ibraahiem al-Nakha'ie en anderen. En al-A'mash heeft gezegd, op gezag van Sa'ied ibn Djubair, op gezag van ibn 'Abbaas: "En dat zij hun Zienah niet tonen, behalve wat daarvan toonbaar is." Hij zei: "Haar gezicht, haar handen en de ring. En er werd ongeveer hetzelfde overgeleverd van: Ibn 'Oemar, 'Ataa, 'Ikrimah, Sa'ied ibn Djubair, abu al-Sha'thaa, al-Dahhaak, Ibraahiem al-Nakha'ie en anderen." (Tafsier al-Qoer-aan Al-'Adhiem 6/ 45) Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "De Selef verschilden over de toonbare Zienah in twee uitspraken: Ibn Mas'oed en zij die met hem overeenkwamen zeiden: De buitenkleding. En ibn 'Abbaas en zij die met hem overeenkwamen zeiden: Dat is in het gezicht en de handen, zoals: de kohl en de ring. En volgens deze twee uitspraken verschilden de Foeqahaa (jurisprudentiegeleerden) omtrent het kijken naar een vreemde vrouw. Er werd gezegd: Het is toegestaan zonder gevoelens naar haar gezicht en handen te kijken. Dit is de Maddhab van abu Hanifah en al-Shafi'i, en een uitspraak in de Maddhab van Ahmad. En er werd gezegd: Het is niet toegestaan. En dit is het bekende in de Maddhab van Ahmad, want alles van haar is 'Aurah zelfs haar vingernagel en het is de opinie van Maalik. En de werkelijkheid is: Dat Allah de Zienah verdeeld heeft in twee soorten Zienah: De toonbare Zienah en de Zienah die niet toonbaar is. En Hij heeft het haar toegestaan dat ze haar toonbare Zienah toont aan iemand buiten haar echtgenoot en de Mahaarim (vader, zoon, broer, etc.). Voordat het Vers van de Hidjaab werd geopenbaard, gingen de vrouwen naar buiten zonder Djilbaab, de man zag haar gezicht en handen. Toen was het haar toegestaan dat zij het gezicht en de handen toont, en was het toegestaanom ernaar te kijken, omdat het toegestaan was het te tonen. Daarna nadat Allah de Majestueuze het Vers van de Hidjaab openbaarde met Zijn Woorden: "O Profeet! Vertel jouw echtgenoten, en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen" bedekten de vrouwen zich van de mannen. Totdat hij zei: "Als ze geboden zijn met de Djilbaab, zodat ze niet herkend worden, en dat is het bedekken van het gezicht of het gezicht bedekken met de Niqaab, behoren het gezicht en de handen tot de schoonheden waarmee zij geboden is die niet te tonen aan vreemde mannen. Er bleef voor de mannen niets toegestaan om naar te kijken, behalve de buitenste kledingstuk. Ibn Mas'oed vermeldde de laatste van de twee zaken en ibn 'Abbaas vermelde de eerste van de twee zaken." (Madjmoe' alFataawaa 22/ 68-69) Al-Qaadie Abie Ya'laa, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "De eerste uitspraak is de meest correcte. En dat is wat Ahmad heeft vermeld, hij heeft gezegd: "De toonbare Zienah is de buitenkleding. En alles van haar is 'Aurah, zelfs de vingernagel." Dit vergt het verbod om zonder reden naar iets van de vreemde vrouwen te kijken. Als het is vanwege een reden, bijvoorbeeld dat hij met haar wil trouwen of tegen haar getuigen, dan kijkt hij in beide situaties alleen naar het gezicht. Wat betreft het kijken naar haar zonder reden, dan is dit niet toegestaan, niet met gevoelens, noch zonder, en of het nou het gezicht is, of de handen, of iets anders van het lichaam." (Zaad al-Masier)

Antwoord op de Tafsier van ibn 'Abbaas en zij die hetzelfde zeiden van de Selef: 1. Al-Haafidh Ibn Radjab al-Hanbalie heeft gezegd in zijn "Fath Al-Baarie" (2/ 346): "'Abiedah alSalmaanie heeft de Woorden van Allah de Verhevene: "Dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen" uitgelegd met dat zij die van boven haar hoofd naar beneden brengt, ze toont niets, behalve haar oog. Dit was na de openbaring van de Hidjaab. Voor de Hidjaab vertoonden zij zich zonder Djilbaab en werd er van de vrouw haar gezicht en handen gezien, en dit was wat van haar toonbaar was van de Zienah, met betrekking tot de Woorden van de Verhevene: "En dat zij hun Zienah niet tonen, behalve wat daarvan toonbaar is." Daarna werd zij geboden haar gezicht en handen te bedekken." Al-'Allaamah 'Abd al-'Aziez bin Baaz heeft gezegd: "En wat overgeleverd is van ibn 'Abbaas, moge Allah tevreden zijn over beiden, dat hij: "Behalve wat daarvan toonbaar is" heeft uitgelegd met het gezicht en de handen, dan is de betekenis daarvan: De situatie van de vrouwen voor de openbaring van het Vers van de Hidjaab. Daarna heeft Allah het voor hen verplicht gesteld alles te bedekken, zoals reeds is voorbij gegaan in de Edele Verzen van Soerat al-Ahzaab en anderen. En wat bewijst dat ibn 'Abbaas dit bedoelde, is wat 'Ali ibn abi Talhah op zijn gezag heeft overgeleverd, dat hij heeft gezegd: "Allah gebood de vrouwen van de gelovigen, dat als ze voor iets hun woningen verlaten: Dat ze van boven hun hoofden, hun gezichten bedekken met de Djalaabieb, en n oog tonen." Shaykh al-Islaam ibn Taymiyyah en andere bezitters van kennis en nauwkeurigheid hebben dit aangegeven. En het is de waarheid, waar geen twijfel over is. (Hoekm Us-Sufoer) 2. Al-Haafidh ibn Kathier heeft gezegd: "Het zou kunnen zijn dat dit Tafsier is van de Zienah die ze verboden zijn te tonen." (Tafsier al-Qoer-aan al-'Adhiem 6/ 45) De betekenis zou dan zijn: En dat ze hun Zienah niet tonen: Het gezicht, de kohl, de handen en de ring, behalve wat daarvan toonbaar is: De buitenkleding. 3. De Zienah die van haar te zien is, als ze thuis is met haar Mahaarim: Ibn Djarier levert over, op gezag van ibn 'Abbaas: "De toonbare Zienah: Het gezicht, de kohl op de ogen, de verf op het hand en de ring. Deze toont zij in haar woning aan degenen van de mensen die bij haar binnen komen." Zie voor zijn Isnaad, de overlevering van de Djilbaab. 4. Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Het is bekend dat de Zienah die in de meeste situaties zonder de wil van de vrouw te zien is, de buitenkleding is. Wat betreft het lichaam, het is haar mogelijk deze te tonen en het is haar mogelijk deze te bedekken. De verwijzing van de toonbaarheid naar de Zienah is bewijs dat deze te zien is zonder een handeling van de vrouw. En dit allemaal is bewijs dat datgene wat toonbaar is van de Zienah, de buitenkleding is. Ahmad heeft gezegd: "De toonbaare Zienah is de kleding." En hij heeft gezegd: "Alles van de vrouw is 'Aurah, zelfs haar vingernagel." En er is overgeleverd in een overlevering: "De vrouw is 'Aurah." En dit omvat alles van haar." (Sharh al-'Oemdah 4/ 267-268) Al-'Allaamah Mohammed ibn Saalih Al-'Oethaymien, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Allah de Verhevene verbood het tonen van de schoonheden in zijn algemeen, behalve wat daarvan toonbaar is. En dat is datgene wat zowiezo getoond moet worden, zoals de buitenste kledingstuk. En daarom heeft Hij gezegd: "Behalve wat daarvan toonbaar is." Hij zei niet: Wat zij daarvan tonen." (Risaalat al-Hidjaab) Conclusie: Shaykh al-Islaam heeft gezegd: "Het gezicht, de handen en de voeten, het is haar niet toegestaan dezen aan vreemde mannen te tonen, volgens de meest correcte van de twee uitspraken, tot in tegenstelling wat voor de afschaffing was. Beter gezegd: Ze toont niets, behalve de kleding. (Hidjaab al-Mar-ah Wa Libaasoehaa Fie-Salaah) De Woorden van Allah: "En dat zij hun Khumur over hun Djuyoeb neerbrengen. En dat ze hun Zienah niet tonen, behalve aan hun echtgenoten, of hun vaders, of de vaders van hun

echtgenoten, of hun zonen, of de zonen van hun echtgenoot, of hun broers, of de zonen van hun broers, of de zonen van hun zussen." Het Vers. (An-Noer 24:31) Abu Dawud levert over op gezag van 'Aashah, moge Allah tevreden over haar zijn, dat ze heeft gezegd: "Moge Allah de eerste vrouwen- Emigranten genadig zijn. Nadat Allah: "En dat zij hun Khumur over hun Djuyoeb neerbrengen" had geopenbaard: Scheurden ze hun kleding en bedekten zichzelf daarmee." En overgeleverd door Al-Bukhari. Khimaar Khumur: Meervoud van Khimaar. Al-Haafidh ibn Hadjar: "Waarmee de vrouw haar hoofd bedekt." (Fath al-Baarie 10/ 296) En hij heeft gezegd: "En daarvan komt de Khimaar van de vrouw, omdat het haar gezicht bedekt." (Fath al-Baarie 10/ 48) Shaykh al-Islaam Ibn Taymiyyah heeft gezegd: "De Khumur die het hoofd, gezicht en nek bedekt. En de Djalaabieb, datgene wat boven de hoofden naar beneden worden gebracht, totdat er van degene die ze aantrekt niets te zien is, behalve beide ogen." (Madjmoe' al-Fataawaa 22/ 92) Al-'Allaamah 'Abd al-'Aziez bin Baaz zegt in zijn Fataawaa (5/ 227): "En dat zij hun Khumur over hun Djuyoeb neerbrengen" is duidelijk voor het naar beneden brengen van de Khimaar, van het hoofd naar de borst. Dit is omdat het gezicht deel uitmaakt van het hoofd die verplicht bedekt moet worden: Volgens het verstand, Wetkundig en volgens het begrip. Er is geen enkel bewijs in de Arabische taal die het gezicht uit het begrip "Hoofd" neemt. Zoals er ook geen tekst is gekomen in de Qor-aan en de Soennah die hem daaruit haalt of uitzondert, noch uit het begrip van beiden. En zijn uitzondering volgens sommigen - en hun beweringen - dat het niet de bedoeling is in de algemeenheid van het bedekken, wordt verworpen door de Wetkundige en taalkundige begrip en verweerd door de woorden van de resterende geleerden van de Selef en de lateren. Zoals het ook verworpen wordt door twee stelregels die de geleerden van al-Oesool en Moestalah al-Hadieth hebben verduidelijkt: 1. De eerste van de twee: Dat de Hoeddjah van de bevestiging voorrang krijgt op de Hoeddjah van de ontkenning. 2. De tweede: Dat als een Moebieh en Haadhir tegen elkaar lopen, de Haadhir voorang krijgt op de Moebieh.

Djaib Djuyoeb: Meervoud van Djaib. Shaykh al-Islaam ibn Taymiyyah heeft gezegd: "De Djaib is een opening aan de lengte van de Qamies, als de vrouw de Khimaar over de Djaib zet, heeft ze haar nek bedekt." (Madjmoe' al-Fataawa 15/ 216) Al-'Allaamah Saalih al-Fawzaan heeft gezegd: "De Woorden van de Verhevene: "En dat zij hun Khumur over hun Djuyoeb neerbrengen." Allah gebood de vrouwen dat zij hun Khumur - dat zijn de bedekkers van de hoofden - over de openingen van hun Djuyoeb brengen. Zodat zij hiermee wat te zien is van hun bovenborst bedekken. En dat betekent ook dat ze het gezicht bedekken, want

als de Khimaar van de bovenkant van het hoofd naar beneden wordt gebracht om de bovenborst te bedekken, komt hij langs en over het gezicht. (Al-Moentaqaa 1340)

Hoofdstuk 4 Allah de Verhevene heeft gezegd: "En de Qawaa'id (oude vrouwen) die geen huwelijk verwachten, op hen is geen blaam dat ze hun (buitenste) kleding uit doen, zonder Tabarroedj te doen met hun Zienah (zonder hun schoonheden te tonen). En als ze het laten, is dat beter voor hen." (An-Noer 24: 60) Al-Imaam ibn Djarier al-Tabarie heeft gezegd in zijn Tafsier: "De Verhevene zegt: Degenen die zijn gestopt met het baren van kinderen van de oude vrouwen, ze menstrueren niet, noch kunnen ze kinderen krijgen. Een van hen wordt Qaa'id genoemd. "Die geen huwelijk verwachten." Hij zegt: Zij die de hoop op echtgenootschap hebben verloren, ze hebben geen hoop in het huwelijk. "Op hen is geen blaam dat ze hun (buitenste) kleding uit doen." Hij zegt: Er is geen last op hen en geen zonde als ze hun kledingstukken uitdoen. Hij bedoelt hun Djalaabieb, en dat is de Qinaa' die zich boven de Khimaar bevindt, en de Ridaa die zich boven de kleding bevindt. Er is geen last op hen dat ze dit uitdoen bij de Mahaarim van de mannen en de niet-Mahaarim van de vreemden, zonder hun schoonheden te tonen." (19/ 216) Het Begrip van de Taabi'ien van het Vers Al-Bayhaqie levert over in zijn Soenan, op gezag van 'Aasim Al-Ahwal: "We waren gewoon bij Hafsah bint Sierien binnen te komen en ze had dan de Djilbaab zo aan: Als Niqaab. We zeiden dan tegen haar: "Moge Allah je genadig zijn, Allah de Verhevene zegt: "En de Qawaa'id (oude vrouwen) die geen huwelijk verwachten, op hen is geen blaam dat ze hun (buitenste) kleding uit doen, zonder Tabarroedj te doen met hun Zienah." "En dat is de Djilbaab." Hij zei: "Ze zou dan tegen ons zeggen:" "Wat komt er daarna?" We zeiden dan: "En als ze het laten is dat beter voor hen." Ze zou dan zeggen: "Dit is de bevestiging van de Djilbaab." Zijn Isnaad is Sahieh verklaard door Al-Albaanie in "Al-Djilbaab". 1. Al-Qaadie abi Ya'laa al-Hanbalie, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "In dit Vers zit bewijs dat het voor de oude vrouw is toegestaan, haar gezicht en handen onbedekt te laten bij de mannen." (Zaad al-Masier 6/ 36) 2. Al-'Allaamah Yoesuf ibn 'Abd al-Haadie al-Maqdisie al-Hanbalie, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Het is voor een man niet toegestaan om naar een vreemde vrouw te kijken, behalve naar een oude bejaarde vrouw die niet gewild wordt, of een kleine meisje waarvoor geen gevoelens zijn. En het is voor hem verplicht zijn blik van haar weg te wenden, en het is voor haar verplicht haar gezicht te bedekken als ze naar buiten gaat." (Moeghnie Dhaawie Al-Afhaam 120) 3. Al-Mawza'ie al-Shaafi'ie, moge Allah hem genadig zijn. heeft gezegd: "De Moslims zijn overeengestemd dat het voor de oude vrouwen niet is toegestaan de kleding uit te doen, buiten het gezicht en de handen. Allah heeft de blaam alleen opgeheven voor hen, betreft het gezicht en de handen. Dit bewijst dat de blaam blijvend is bij de niet-ouderen." (Taysier al-Bayaan 2/ 1000) 4.Al-'Allaamah 'Abd al-'Aziez bin Baaz, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "De Geprezene informeert dat de Qawaa'id van de vrouwen dat zijn de oude vrouwen die geen hoop hebben in het huwelijk - er rust geen blaam op hen dat ze hun kledingstukken verwijderen van hun gezichten en handen, indien ze geen Tabarroedj doen met de Zienah. Het wordt hierdoor duidelijk, dat degene die Tabarroedj doet met de Zienah, het voor haar niet is toegestaan haar kledingstuk weg te nemen van haar gezicht, haar handen en dergelijke van haar schoonheden, en dat hierin blaam op haar rust, en ook al is ze een oude vrouw. (Hoekm al-Sufoer)

Hoofdstuk 5 Twijfels en Antwoorden 1. Overleveringen van voor de Hidjaab Al-'Allaamah Mohammed ibn Saalih al-'Oethaymien heeft gezegd: "We moeten weten dat de tijdperk van de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam, uit twee periodes bestaat: De eerste van de twee: Wat voor de Hidjaab was, de vrouwen daarin lieten hun gezichten onbedekt en het bedekken was voor hen niet verplicht. De tweede: Wat na de Hidjaab was en dat is na het zesde jaar. In deze (periode) droegen de vrouwen, moge Allah tevreden over hen zijn, de Hidjaab. En werden zoals Allah de Verhevene Zijn Profeet salAllahu 'alayhi wa salam gebood, dat hij tegen zijn dochters, de vrouwen van de gelovigen en zijn vrouwen moest zeggen: Dat zij hun Djalaabieb over henzelf neer brengen. Ze droegen, moge Allah tevreden over hen zijn, zwarte kleding en toonden niets, behalve n oog. (Fataawaa 'Oelamaa al-Balad al-Haraam 1070-1071) Voorbeeld: Abu Dawud levert over in zijn Soenan: "Ya'qoeb ibn Ka'b al-Antaakie en Moe-ammal ibn al-Fadl alHarraanie hebben ons verteld, ze zeiden: al-Walied heeft ons verteld, op gezag van Sa'ied ibn Bashier, op gezag van Qataadah, op gezag van Khaalid - Ya'qoeb zei: Ibn Durayk - op gezag van Aashah, moge Allah tevreden over haar zijn: "Dat Asmaa bint abi Bakr binnenkwam bij de Boodschapper van Allah salAllahu 'alayhi wa salam, en ze had dunne kleding aan. De Profeet salAllahu 'alayhi wa salam keerde zich van haar weg, en zei: "Asmaa, als een vrouw de menstruatie leeftijd bereikt, is het niet toegestaan om van haar iets te zien, behalve dit en dit en wees naar zijn gezicht en handen." Abu Dawud zei: Deze is Moersal, Khaalid ibn Durayk heeft 'Aashah, moge Allah tevreden over haar zijn, niet ontmoet." Deze Isnaad is zwak: Khaalid Ibn Durayk heeft 'Aashah niet ontmoet, hij is dus Moenqati' (gebroken). Al-Walied deed Tadlies al-Taswiyah en heeft 'an'an gedaan, Sa'ied ibn Bashier is zwak, en Qataadah is Moedallis en heeft 'an'an gedaan. Zie Fataawaa van al-Ladjnah (17/ 162-163). Sommigen hebben geprobeerd deze te versterken met de Moersal van Qataadah, overgeleverd door Abu Dawud in zijn Maraasiel en met de overlevering van Asmaa bint 'Umays, overgeleverd door alBayhaqie. Wat blijkt - en Allah weet het best - is dat er bij de eerste overlevering mogelijkheid is dat Qataadah, Ibn Durayk achterwege heeft gelaten, want hij is Moedallis, het zou dan dezelfde overlevering zijn en kan hierdoor niet als versterker worden genomen. Wat betreft de overlevering van Asmaa Bint 'Umays, die bevat tegenstredigheden in zijn tekst, daarvan: Dat in plaats van de handen, alleen de vingers getoond mogen worden. Daarnaast is het vastgesteld dat Asmaa haar gezicht bedekte van de mannen, zoals je later zult zien, inshaa Allah. Al-'Allaamah Mohammed ibn Saalih al-'Oethaymien heeft gezegd: "Asmaa Bint abi Bakr, moge Allah tevreden over haar zijn, was bij de Emigratie van de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam 27 jaar oud. Ze was oud in leeftijd, het is onwaarschijnlijk dat ze binnenkwam bij de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam, terwijl ze dunne kleding aan had die meer dan het gezicht en de handen beschreef van haar. En Allah weet het best. En indien die authentiek zou zijn geweest, zou het voor de Hidjaab hebben plaatsgevonden." (Risaalat al-Hidjaab) Al-'Allaamah 'Abd al-'Aziez bin Baaz zegt in zijn Fataawaa: "En hierbij weet men dat wat er in sommige overleveringen is gekomen dat sommige vrouwen zich niet bedekten, dit voor de openbaring van het Vers van de Hidjaab was. Het is dus niet toegestaan om ermee te beargumenteren voor datgene Allah heeft verboden. Want het argument ligt in de Naasikh en niet in de Mansoekh, zoals bekend is bij de mensen van kennis en geloof." (3/229) 2. Onduidelijke Overleveringen

Allah de Verhevene heeft gezegd: "Het is Hij die het Boek (de Qoer-aan) naar jou (Mohammed) heeft neergezonden. Daarin zijn Verzen die geheel duidelijk zijn (Moehkamaat), ze zijn de fundamenten van het Boek, en anderen niet geheel duidelijk (Moetashaabihaat). Wat betreft degenen in wiens hart een afwijking is (van de waarheid), ze volgen datgene wat niet geheel duidelijk is daarvan, zoekend naar Fitnah en zoekend naar zijn verborgen betekenissen." (Aal 'Imraan 3: 7) 1. Moehkam, geheel duidelijk. 2. Moetashaabih, niet geheel duidelijk. Al-'Allaamah Mohammed ibn Saalih al-'Oethaymien heeft gezegd: "Maar het zou kunnen dat er overleveringen zijn, waarin datgene is wat erop duidt dat het na de Hidjaab heeft plaatsgevonden. Deze soort zijn degenen waarop antwoord nodig is. Zoals de Hadith van de vrouw uit Khath'am die naar Profeet salAllahu 'alayhi wa salam kwam om een vraag te stellen. En al-Fadl ibn 'Abbaas zat achter hem op zijn rijdier, tijdens de afscheidsbedevaart. Al-Fadl begon naar haar te kijken en zij keek naar hem, en de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam keerde het gezicht van al-Fadl naar de andere kant. En zij die van opinie zijn dat het voor de vrouw toegestaan is haar gezicht onbedekt te laten, hebben deze als bewijs gebruikt. En deze overlevering behoort zonder twijfel tot de overleveringen die Moetashaabih zijn, waarin een mogelijkheid zit dat het toegestaan is (om het gezicht te tonen), en (ook) mogelijkheid zit dat het niet toegestaan is. Wat betreft de mogelijkheid dat het toegestaan is, dat is duidelijk. En wat betreft de mogelijk dat er geen bewijs in zit dat het toegestaan is, dan zeggen wij: Deze vrouw was in staat van Ihraam en wat voorgeschreven is voor de vrouw die in staat is van Ihraam, is dat haar gezicht onbedekt blijft. En we weten niet dat iemand van de mensen naar haar keek, behalve de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam en al-Fadl ibn 'Abbaas. Wat betreft al-Fadl ibn 'Abbaas: De Profeet salAllahu 'alayhi wa salam heeft dit niet van hem goedgekeurd, integendeel, hij keerde zijn gezicht weg. En wat betreft de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam: Al-Haafidh ibn Hadjar, moge Allah hem genadig zijn, heeft vermeld dat de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam toegestaan is naar een vrouw te kijken, of alleen te zijn met haar, wat voor degenen naast hem niet het geval is. Zoals het voor hem toegestaan was om te trouwen met een vrouw zonder bruidschat en zonder voogd, en dat hij meer trouwt dan vier. Allah de Majestueuze heeft voor hem bepaalde dingen verruimd in deze zaken, omdat hij de meeste kuise is van de mensen. Het is niet mogelijk dat bij de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam dingen kunnen voorkomen die bij anderen naast hem kunnen voorkomen, dingen die niet passen bij iemand met goede eigenschappen. Bij deze, de stelregel bij de geleerden is: Dat als er een (andere) uitleg is (voor de overlevering), dat de bewijsvoering daarmee ongeldig wordt. Deze overlevering behoort dan tot de Moetashaabihah. En wat verplicht is voor ons bij de bewijzen die Moetashaabih zijn, is dat wij die brengen naar de bewijzen die Moehkam zijn, die duidelijk aantonen dat het voor de vrouw niet toegestaan is haar gezicht onbedekt te laten. (Fataawaa 'Oelamaa al-Balad Al-Haraam 1113-1114) 3. Aurah in het Gebed en 'Aurah van het Kijken Ibn 'Abd al-Barr, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Aboe Bakr ibn 'Abd al-Rahmaan ibn al-Haarith heeft gezegd: Alles van de vrouw is 'Aurah, zelfs haar vingernagel." Daarna zei ibn 'Abd al-Barr: "Deze uitspraak van abu Bakr treedt buiten de uitspraken van de geleerden, vanwege de Idjmaa' van de geleerden dat de vrouw toegestaan is haar verplichte gebed te verrichten, terwijl haar handen en gezicht onbedekt zijn. Dit allemaal van haar raakt zij de grond mee

aan. En ze zijn overeengestemd dat ze niet met de Niqaab het gebed verricht en dat het haar niet verplicht is handschoenen te dragen in het gebed. En hierin zit de duidelijkste bewijs dat dit van haar geen 'Aurah is." (At-Tamhied 6/ 364) Shaykh al-Islaam ibn Taymiyyah heeft gezegd: "Een groep van de Foeqahaa dacht dat wat in het gebed wordt bedekt datgene is wat wordt bedekt tegen het kijken van de kijkenden, en dat is de 'Aurah. Ze namen datgene wat in het gebed wordt bedekt van Zijn Woorden: "En dat zij hun Zienah niet tonen, behalve wat daarvan toonbaar is. En dat zij hun Khumur over hun Djuyoeb neerbrengen." Daarna heeft Hij gezegd: "En dat zij hun Zienah niet tonen - dat wil zeggen het verborgene - "behalve aan hun echtgenoten." Het Vers. Daarna zei hij: "De vrouw, als zij alleen bidt wordt zij geboden zichzelf te bedekken met de Khimaar, en buiten het gebed is het haar toegestaan om haar hoofd onbedekt te laten in haar huis. Het nemen van de Zienah in het gebed is voor de recht van Allah. Het is niemand toegestaan Tawaaf te verrichten bij het Huis terwijl hij naakt is, zelfs als hij in de nacht alleen zou zijn en naakt het gebed te verrichten, zelfs als hij alleen zou zijn. Het wordt dan duidelijk dat het nemen van de Zienah in het gebed niet voor het bedekken van de mensen is. Dit is iets, en dit is wat anders. Dan als dit het geval is, kan het zijn dat de biddende persoon in het gebed datgene bedekt wat getoond mag worden buiten het gebed. De eerste: Zoals de schouders. Want de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam heeft verboden dat een man het gebed verricht in n kledingstuk, terwijl hij daarvan niets op zijn schouders heeft. Dit is voor het recht van het gebed en het is hem toegestaan zijn schouders onbedekt te laten bij de mannen buiten het gebed. Zo ook de vrije vrouw, ze bedekt zichzelf met de Khimaar in het gebed, zoals de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam heeft gezegd: "Allah accepteert niet het gebed van de vrouw die de menstruatie leeftijd heeft bereikt, behalve met een Khimaar." En ze bedekt zichzelf niet met de Khimaar bij haar echtgenoot, noch bij haar Mahaarim. Het is haar dus toegestaan om de verborgen Zienah aan dezen te tonen, en in het gebed is zij niet toegestaan haar hoofd onbedekt te laten, niet voor dezen en niet voor anderen. Het omgekeerde van dit is het gezicht, de handen en de voeten, het is haar niet toegestaan dezen aan vreemde mannen te tonen, volgens de meest correcte van de twee uitspraken, tot in tegenstelling wat voor de afschaffing was. Beter gezegd: Ze toont niets, behalve de kleding. Wat betreft dit bedekken in het gebed, dan is dat niet verplicht met de overeenstemming van de Moslims, beter gezegd: Ze is toegestaan haar gezicht onbedekt te laten met overeenstemming en ook al behoort deze tot de verborgen Zienah. Zo ook de handen, het is toegestaan beiden in het gebed te tonen volgens de meerderheid van de geleerden, zoals: Abu Hanifah, al-Shafi'i en anderen, en het is n van de overleveringen op gezag van Ahmad. En zo ook de voet, het is toegestaan deze te tonen bij Abu Hanifah, en het is de sterkere (opinie). Totdat hij zei: Samengevat: Het is authentiek overgeleverd en vastgesteld met de Idjmaa', dat het haar niet verplicht is in het gebed de Djilbaab te dragen die haar bedekt als zij in haar huis is, dat is alleen als ze naar buiten gaat. Dan verricht zij het gebed in haar huis, ook al zijn haar haar gezicht, haar handen en haar voeten te zien, zoals zij eerst liepen voor het gebod op het neerbrengen van de Djilbaab over henzelf. De 'Aurah in het gebed is dus niet samengaande met de 'Aurah van het kijken, in geen enkele opzicht. (Hidjaab al-Mar-ah Wa Libaasoehaa Fie-Salaah) 1. Al-Imaam ibn al-Qayyim heeft gezegd: "De 'Aurah bestaat uit twee soorten 'Aurah: Een 'Aurah in het gebed en een 'Aurah van het kijken. Het is toegestaan voor de vrije vrouw om met onbedekte gezicht en handen te bidden, maar het is haar niet toegestaan zo naar de markten te gaan en plaatsen waar mensen bijeenkomen." (I'laam al-Moewaqqi'ien 2/ 80)

2. Al-'Allaamah 'Abd al-Qaadir al-Shaybaanie al-Hanbalie heeft gezegd: "Het gezicht en de handen van een vrije vrouw die de pubertijd heeft bereikt is 'Aurah buiten het gebed, met betrekking tot het kijken, zoals de rest van haar lichaam." (Nail al-Ma-aarib 1/ 39) 3. Al-'Allaamah Mohammed ibn Ismaa'iel al-San'aanie heeft gezegd: "Het is toegestaan haar gezicht onbedekt te laten, omdat er geen bewijs is gekomen omtrent zijn bedekking. En de bedoeling is deze onbedekt laten in haar gebed, zolang een vreemde man haar niet ziet. Dit is haar 'Aurah in het gebed. Wat betreft haar 'Aurah bij het kijken, van een vreemde man die naar haar kijkt, dan is alles van haar 'Aurah." (Subul al-Salaam 1/ 176) 4. Al-Baidaawie heeft gezegd: "Wat uitgezonderd is, is het gezicht en de handen, omdat ze geen 'Aurah zijn. Het meest blijkende is dat dit in het gebed is en niet bij het kijken. Want het lichaam van een vrije vrouw is volledig 'Aurah, het is voor iemand naast de echtgenoot en de Mahram niet toegestaan om naar iets van haar te kijken, behalve vanwege de noodzaak, zoals: Het genezen en bij het afleggen van een getuigenis." (Anwaar al-Tanziel) 5. Al-Shihaab heeft gezegd: "De Maddhab van al-Shafi'i, moge Allah hem genadig zijn, zoals in al-Rawdah en andere (boeken), is dat het gehele lichaam van een vrouw 'Aurah is, zelfs het gezicht en de hand. En er werd gezegd: Het is toegestaan naar het gezicht en de hand te kijken, als er niet gevreesd wordt voor Fitnah. En volgens de eerste, zijn ze beiden 'Aurah, behalve in het gebed, het gebed wordt dus niet ongeldig als men ze onbedekt." En hij heeft gezegd: "En wat hij (al-Baidaawie) heeft vermeld betreft het verschil tussen de 'Aurah in het gebed en daarbuiten, is de Maddhab van al-Shafi'i, moge Allah hem genadig zijn." ('Inaayat al-Qaadie 6/ 363) Sommigen hebben aangegeven dat hierover Idjmaa' is onder de Selef, en Allah weet het best. Al-Mawza'ie al-Shaafi'ie heeft gezegd: "De Selef en de Imaams: Zoals Maalik, al-Shafi'i, abu Hanifah en anderen, hebben niet gesproken, behalve over de 'Aurah van het gebed. Al-Shafi'i en Maalik zeiden: Behalve het gezicht en de handen. En abu Hanifah zei daarbij: De voeten. En ik denk niet dat iemand van hen het zou toestaan voor de jonge vrouw haar gezicht onbedekt te laten zonder reden, noch zou toestaan voor de jonge man naar haar te kijken zonder reden." (Taysier al-Bayaan 2/ 1001) Al-'Allaamah Hamoed ibn 'Abdillaah al-Toewaydjirie heeft gezegd: "De Maddhab die al-Albaanie toegeschreven heeft aan de meerderheid van de geleerden, waaronder abu Hanifah, Maalik, al-Shafi'i en Ahmad in een overlevering op zijn gezag, is alleen betreft het gebed, als de vrouw niet in aanwezigheid is van vreemde mannen." (Al-Saarim al-Mashoer 236) En hij heeft gezegd: "Het correcte is bij de geleerden die zeggen dat het gezicht van de vrouw 'Aurah is, dat het haar niet is toegestaan deze onbedekt te laten bij vreemde mannen. Hen bewijs hiervoor is: Het Boek, de Soennah en de Idjmaa'." (Al-Saarim al-Mashoer 243) Al-'Allaamah 'Abd al-'Aziez bin Baaz, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "En het is bekend dat de vrouw haar gezicht en haar verleidingen bedekt een verplichte zaak is. Wat zijn verplichting bewijst is: Het Boek, de Soennah en de Idjmaa' van de Selef al-Saalih." (Madjmoe' al-Fataawaa 5/226)

De Argumenten van al-Albaanie Allah de Verhevene zegt: "O Profeet! Vertel jouw echtgenoten, en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen (Yoedniena 'Alayhinn). Dit is beter, zodat zij bekend zullen zijn en niet lastig gevallen worden, en Allah is de Vergevende, de Genadevolle." (Al-Ahzaab 33: 59) Argument 1: Al-'Allaamah Mohammed Naasir al-Dien al-Albaanie, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "De tegenstanders - zij die de vrouw extreem behandelen - met aan de top van hen al-Shaykh Hamoed alToewaydjirie, moge Allah hem behouden, blijven zeggen dat de betekenis van Yoednien is, dat ze hun gezichten bedekken. En dit is tegenstrijdig met de beginsel van dit woord: al-Idnaa taalkundig, is het dichtbij brengen." (Ar-Radd Al-Moefhim 7) Antwoord: Al-'Allaamah Boerhaan al-Dien al-Biqaa'ie heeft gezegd: "Yoednien" dat wil zeggen dichtbij brengen. "Over henzelf" Dat wil zeggen over hun gezichten en over hun gehele lichamen, ze laten daarvan niets onbedekt. (Nadhm al-Durar 15/ 411) Al-Khatieb al-Sharbienie heeft gezegd: "Yoednien" Dichtbij brengen. "Over henzelf" Dat wil zeggen over hun gezichten en over hun gehele lichamen, ze laten daarvan niets onbedekt. (AlSiraadj al-Moenier 3/ 271) De Moefassirien hebben dit Vers uitgelegd met het bedekken van het gezicht, zowel de eerste Moefassirien, als de lateren, en zo vinden we het ook terug in de taalgerichte Tafaasier, zoals "AlKashaaf" en "Al-Bahr Al-Mohiet". Al-Zamakhsharie - een expert in de Arabische taal - heeft gezegd: "En de betekenis van: "Dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbengen (Yoedniena 'Alayhinn)" is dat zij die over henzelf neer brengen, en hun gezichten en buitenkleding ermee bedekken. Er wordt gezegd als de kledingstuk wegschuift van het gezicht van de vrouw: Breng jouw kledingstuk neer over jouw gezicht." (Al-Kashaaf 3/ 274) Antwoord van de Geleerden: 1. 'Abdallaah ibn 'Abbaas Ibn Djarier levert over in zijn Tafsier, op gezag van ibn 'Abbaas, over Zijn Woorden: "O Profeet! Vertel jouw echtgenoten, en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen (Yoedniena 'Alayhinn)." "Allah gebood de vrouwen van de gelovigen, dat als ze voor iets hun woningen verlaten: Dat ze van boven hun hoofden, hun gezichten bedekken met de Djalaabieb, en n oog tonen." 2. 'Abiedah al-Salmaanie En hij levert over: "Ya'qoeb vertelde mij, zeggende: Ibn 'Ulaiyyah heeft ons verteld, op gezag van ibn 'Aun, op gezag van Mohammed, op gezag van 'Abiedah, over de Woorden van de Verhevene: "O Profeet! Vertel jouw echtgenoten, en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen (Yoedniena 'Alayhinn)." Ibn 'Aun toonde het ons met zijn kleding, hij zei: Mohammed toonde het ons met zijn kleding, Mohammed zei: Abiedah toonde het mij met zijn kleding. Ibn 'Aun liet zien met zijn Ridaa door Taqannoe' te doen: Hij bedekte daarmee zijn neus en linkeroog en liet zijn rechteroog zien. En bracht zijn kledingstuk van boven naar beneden, totdat hij die bij zijn wenkbrauw bracht of op zijn wenkbrauw.

En hij levert over, op gezag van ibn Sierien, hij zei: "Ik vroeg 'Abiedah over Zijn Woorden: "Vertel jouw echtgenoten, en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen (Yoedniena 'Alayhinn)." Hij toonde door middel van zijn kleding: Hij bedekte zijn hoofd en gezicht, en verwijderde zijn kleding van n van zijn ogen." 3. Qataadah En hij levert over, op gezag van Qataadah: "Allah heeft op hen verplicht gesteld dat als ze naar buiten gaan, Taqannoe' doen over de wenkbrauwen (d.w.z. Het gezicht bedekken)." 4. Al-Imaam al-Qortobie: "Djalaabieb is de meervoud van Djilbaab. Het is een kledingstuk die groter is dan de Khimaar. En er is overgeleverd van ibn 'Abbaas en ibn Mas'oed dat het de Ridaa is. En er werd gezegd: Het is de Qinaa'. Het correcte is dat het de kledingstuk is die het gehele lichaam bedekt." (Al-Djaami' Li-Ahkaam al-Qoer-aan 14/ 243) 5. Shaykh al-Islaam ibn Taymiyyah: "De Djilbaab is de Moelaa-ah, en dat is wat ibn Mas'oed en anderen de Ridaa noemen. En de gewone mensen noemen het de Izaar. Het is de grote Izaar die haar hoofd en gehele lichaam bedekt. 'Abiedah en anderen hebben aangegeven dat zij die van boven haar hoofd naar beneden brengt, ze toont niets, behalve n oog. En van zijn soort is de Niqaab." (Madjmoe' al-Fataawaa 22/68) 6. Al-Haafidh ibn Radjab al-Hanbalie: "'Abiedah al-Salmaanie heeft de Woorden van Allah de Verhevene: "Dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen (Yoedniena 'Alayhinn)" uitgelegd met dat zij die van boven haar hoofd naar beneden brengt, ze toont niets, behalve haar oog. Dit was na de openbaring van de Hidjaab. Voor de Hidjaab vertoonden zij zich zonder Djilbaab en werd er van de vrouw haar gezicht en handen gezien, en dit was wat van haar toonbaar was van de Zienah, met betrekking tot de Woorden van de Verhevene: "En dat zij hun Zienah niet tonen, behalve wat daarvan toonbaar is." Daarna werd zij geboden haar gezicht en handen te bedekken." (Fath al-Baarie 2/ 346) Argument 2: Al-Albaanie, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Het is authentiek bevestigd van ibn 'Abbaas dat hij zei over Zijn Tafsier: "Ze brengt de Djilbaab dicht bij haar gezicht, en slaat hem er niet omheen." Overgeleverd door abu Dawud in zijn Masaael, en wat hieraan tegenstrijdig is, is oftewel Shaadh of zwak." (Al-Radd al-Moefhim 8) Antwoord: Al-'Allaamah al-Albaanie gebruikte deze overlevering als Tafsier voor het Vers, en als bewijs dat het gezicht geen 'Aurah is. En de werkelijkheid is dat deze overelevering geen Tafsier is van het Vers, maar betreft de vrouw die in staat is van Ihraam. Want de vrouw die in staat is van Ihraam is verboden haar gezicht te bedekken met datgene wat op zijn maat is afgesteld, maar ze is wel geboden haar gezicht te bedekken als er vreemde mannen in de buurt zijn, door de kledingstuk naar haar gezicht te brengen, zoals we later zullen aantonen, inshaa-e Allah. We gaan terug naar de bron van de overlevering: Abu Dawud zegt in zijn Masaael: "(Hoofdstuk:) Wat de vrouw aandoet in haar Ihraam." Daarna levert hij over: "Ahmad (ibn Hanbal) heeft ons verteld, hij zei: Yahyaa en Roeh hebben ons verteld, op gezag van ibn Djuraydj, hij zei: 'Ataa heeft ons genformeerd, hij zei: abu al-Sha'thaa heeft ons genformeerd, dat ibn 'Abbaas, moge Allah tevreden zijn over beiden, heeft gezegd: "Ze brengt de Djilbaab dicht bij haar gezicht en slaat hem er niet omheen."

Roeh zei in zijn overlevering: "Ik zei: "Hoe slaat zij hem er niet omheen?" Hij liet me zien, zoals de vrouw haar Djilbaab aandoet. Daarna liet hij me zien, wat op haar wang is van de Djilbaab. Hij zei: "Ze laat het hangen en slaat het om haar gezicht, zoals het naar beneden wordt gebracht op haar gezicht."" Conclusie: Er is in deze overlevering niets dat aanduidt dat het gezicht bedekken niet verplicht is, integendeel. Argument 3: Ibn Djarier levert over van ibn 'Abbaas, dat hij heeft gezegd over het Vers: "Het neerbrengen (Idnaa) van de Djilbaab, is dat ze Taqannoe' doet, en het wikkelt om haar voorhoofd." En hij levert over, op gezag van Qataadah: "Allah heeft op hen verplicht gesteld, dat als ze naar buiten gaan, Taqannoe' doen over de wenkbrauwen." Al-Albaanie gebruikte deze twee overleveringen als bewijs dat het gezicht geen 'Aurah is, omdat volgens hem al-Taqannoe' het bedekken van het hoofd is, zonder het gezicht. De Uitspraken van de Geleerden: 1. Al-Bukhari levert over op gezag van al-Barraa, moge Allah tevreden over hem zijn, dat hij heeft gezegd: "Er kwam een man naar de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam, die Moeqanna' was in metaal. Hij zei: "O Boodschapper van Allah, zal ik strijden of Moslim worden?" Hij zei: "Wordt Moslim, daarna strijden." Hij werd Moslim en streed, en werd daarna gedood. De Boodschapper van Allah salAllahu 'alayhi wa salam zei: "Hij verrichte weinig, en werd veelvuldig beloond." Al-Haafidh ibn Hadjar zei over Moeqanna': "Dat is een beschrijving van het bedekken van zijn gezicht met wapenuitrusting." (Fath al-Baarie 6/ 25) 2. En hij zei ergens anders over al-Taqannoe': "Dat is het bedekken van het hoofd en het grootste deel van het gezicht met de Ridaa of iets anders." (10/ 274) 3. Abu Dawud levert over op gezag van 'Aashah, moge Allah tevreden over haar zijn, dat ze heeft gezegd: "Moge Allah de eerste vrouwen Emigranten genadig zijn. Nadat Allah: "En dat zij hun Khumur over hun Djuyoeb neerbrengen" had geopenbaard: Scheurden ze hun kleding en bedekten zichzelf daarmee." En overgeleverd door Al-Bukhari. Al-Haafidh ibn Hadjar, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Zijn woorden: "Ze bedekten zichzelf daarmee." Dat wil zeggen: Ze bedekten hun gezichten. De manier waarop dat wordt gedaan, is dat ze de Khimaar op haar hoofd zet. Ze gooit het van de rechterkant over de linkerschouder, en dat is al-Taqannoe'" (Fath al-Baarie 8/ 498) 4. In de overlevering van 'Abiedah al-Salmaanie, moge Allah hem genadig zijn: "Ibn 'Aun liet zien met zijn Ridaa door Taqannoe' te doen: Hij bedekte daarmee zijn neus en linkeroog en liet zijn rechteroog zien. En bracht zijn kledingstuk van boven naar beneden, totdat hij die bij zijn wenkbrauw bracht of op zijn wenkbrauw." 5. Abu Ishaaq al-Tha'labie al-Naysaaboerie heeft gezegd: "Dat wil zeggen dat ze hun buitenkleding neerbrengen, en daarmee Taqannoe' doen en hun gezichten en hoofden bedekken, zodat het bekend zal zijn dat ze vrije vrouwen zijn en niemand hen lastig zal vallen." (Al-Kashf Wa-l Bayaan 8/64) 6. Al-Zamakhsharie heeft gezegd: "Dat de vrouw een deel van haar Djilbaab en een deel daarvan laat zakken over haar gezicht, door Taqannoe' te doen, zodat ze zich onderscheidt van de slavin." (Al-Khashaaf 3/ 274)

Argument 4: Al-Albaanie heeft gezegd: "De Khimaar is alleen de bedekker van het hoofd, en niet van het gezicht." (Al-Radd al-Moefhim 13) En hij heeft gezegd: "In het kort: De Khimaar en al-I'tidjaar als ze individueel worden vermeld, betekent alleen het bedekken van het hoofd. Degene die het bedekken van het gezicht erbij voegt, dan is hij trots en weerspannig, vanwege wat reeds is voorbij gegaan van de bewijzen." (Al-Radd al-Moefhim 25) Antwoord: De Khimaar taalkundig, is de bedekker van het hoofd, daar verschillen we niet over met Shaykh alAlbaanie. Maar het gezicht behoort tot het hoofd. Al-'Allaamah 'Abd al-'Aziez bin Baaz zegt in zijn Fataawaa (5/ 227): "En dat zij hun Khumur over hun Djuyoeb neerbrengen" is duidelijk voor het naar beneden brengen van de Khimaar, van het hoofd naar de borst. Dit is omdat het gezicht deel uitmaakt van het hoofd die verplicht bedekt moet worden: Volgens het verstand, Wetkundig en volgens het begrip. Er is geen enkele bewijs in de Arabische taal die het gezicht uit het begrip "Hoofd" neemt. Zoals er ook geen tekst is gekomen in de Qoer-aan en de Soennah die hem daaruit haalt of uitzondert, noch uit het begrip van beiden. En zijn uitzondering volgens sommigen - en hun beweringen - dat het niet de bedoeling is in de algemeenheid van het bedekken, wordt verworpen door de Wetkundige en taalkundige begrip en verweerd door de woorden van de resterende geleerden van de Selef en de lateren. Zoals het ook verworpen wordt door twee stelregels die de geleerden van al-Oesool en Moestalah al-Hadith hebben verduidelijkt: 1. De eerste van de twee: Dat de Hoeddjah van de bevestiging voorrang krijgt op de Hoeddjah van de ontkenning. 2. De tweede: Dat als een Moebieh en Haadhir tegen elkaar lopen, de Haadhir voorang krijgt op de Moebieh. Al-Haafidh Ibn Hadjar zei over de Khimaar: "Waarmee de vrouw haar hoofd bedekt." (Fath alBaarie 10/ 296) En hij zei: "En daarvan komt de Khimaar van de vrouw, omdat het haar gezicht bedekt." (Fath alBaarie 10/ 48) Shaykh al-Islaam ibn Taymiyyah heeft gezegd: "De Khumur die het hoofd, gezicht en nek bedekt. En de Djalaabieb, datgene wat boven de hoofden naar beneden worden gebracht, totdat er van degene die ze aantrekt niets te zien is, behalve beide ogen." (Madjmoe' al-Fataawaa 22/92) Argument 5: Al-'Allaamah al-Albaanie heeft gezegd: "Velen van de extreme tegenstanders beweren dat de Djilbaab waarmee men is geboden in het Vers van al-Ahzaab, de betekenis is van de vermeldde Hidjaab in het andere Vers: "Vraag hen dan van achter een Hidjaab." En dit is een verbazende fout, waar hun kennis hen heeft gebracht. Want het eerste Vers bevat geen bewijs dat het gezicht en de handen 'Aurah zijn. Tot in tegenstelling van het andere Vers, want het is omtrent de vrouw, als ze zich in haar woning bevindt, want meestal is ze daarin niet bedekt met de Djilbaab en met de Khimaar, ze gaat dus niet zo naar de vragensteller, tot in tegenstelling, wat sommigen van hen, die geen manieren hebben, in deze tijd doen. Shaykh al-Islaam ibn Taymiyyah heeft over deze onderscheid gesproken, hij zei in al-Fataawaa (15/ 448): "Het Vers van de Djalaabieb is met de buitenkleding, als ze van de woningen naar buiten gaan. En het vers van de Hidjaab is betreft het aanspreken in de woningen." Ik zeg: In geen van beide Verzen zit iets dat aanduidt dat het bedekken van het gezicht en handen verplicht is. (Al-Radd al-Moefhim 10)

Antwoord: Al-'Allaamah Mohammed al-Amien al-Shinqietie, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Het Antwoord: Dat in het edele Vers een duidelijke maatstaf is die aanduidt dat de Woorden van Allah de Verhevene daarin: "Dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen", onder zijn betekenis valt dat ze hun gezichten bedekken door de Djalaabieb over haarzelf neer te brengen. De vermeldde maatstaf zijn de Woorden van de Verhevene: "Zeg tegen jouw echtgenoten." De verplichting van het bedekken van zijn echtgenoten en dat ze hun gezichten bedekken, daar is geen verschil over onder de Moslims. Doordat de echtgenoten vermeld zijn met de dochters en de vrouwen van de gelovigen, duidt dit op de verplichting van het bedekken van de gezichten door de Djalaabieb neer te brengen, zoals je ziet." (Adwaa al-Bayaan 6/ 586) Dit Vers bewijst dat de Hidjaab van de Moeders van de Gelovigen, moge Allah tevreden over hen zijn, hetzelfde is als de Hidjaab van de rest van de gelovige vrouwen. Alle drie groepen: De echtgenoten van de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam, zijn dochters en de vrouwen van de gelovigen werden geboden met hetzelfde gebod. Wat betreft zijn vrouwen salAllahu 'alayhi wa salam, voor hen is dat het bedekken van het gezicht, zonder verschil van opinie hierover. Dit bewijst dat allen geboden zijn, met het bedekken van het gezicht Hiernaast: Als er in beide Verzen, het Vers van de Djilbaab en het Vers van de Hidjaab, geen bewijs zit voor het bedekken van het gezicht, dan blijft nog alleen het Vers uit Soerat al-Noer over: "En vertel de gelovige vrouwen dat zij hun ogen neerhouden (van het kijken naar verboden zaken) en over hun geslachtsdelen waken. En dat zij hun Zienah (schoonheden) niet tonen, behalve wat daarvan toonbaar is. En dat zij hun Khumur over hun Djuyoeb neerbrengen." En zoals bekend is, haalt al-Albaanie hier ook geen bewijs uit voor de verplichting van het bedekken van het gezicht. Noch is er een gebod te vinden in de Soennah. De vraag is dan: Waar is het gebod van het bedekken van het gezicht, met betrekking tot de Moeders van de Gelovigen? Dit allemaal duidt aan dat de opinie die al-'Allaamah al-Albaanie, moge Allah hem genadig zijn, heeft gekozen een zwakke opinie is, die de bewijzen van de Qoer-aan en de Soennah, en de uitspraken van de Moehaqqiqien onder de geleerden tegengaan. En bij Allah ligt het Succes. Hoofdstuk 6 Andere Bewijzen voor het Bedekken 1. Al-Bukhari en Muslim leveren over op gezag van 'Aashah, moge Allah tevreden over haar zijn, dat ze heeft gezegd: "Safwaan ibn al-Moe'attil al-Soelamie al-Dhakwaanie liep achter het leger. In de ochtend kwam hij b ij mijn plaats aan en zag de schaduw van een slapende persoon. Hij herkende mij toen hij mij zag, en hij zag mij voor de Hidjaab. Ik werd wakker door zijn Istirdjaa' ("We komen van Allah en tot hem keren we terug") nadat hij mij herkende, en bedekte mijn gezicht met mijn Djilbaab. Bij Allah, wij hebben met geen enkele woord gesproken, en ik heb van hem geen woord gehoord, behalve zijn Istirdjaa'." "Dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen." "Bedekte mijn gezicht met mijn Djilbaab." Al-'Allaamah 'Abd al-'Aziez al-Raadjihie heeft gezegd: "In de overlevering zit bewijs dat voor de Hidjaab, de vrouwen hun gezichten onbedekt lieten. Daarna, na de Hidjaab, werd het bedekken van het gezicht verplicht." 2. Abu Dawud levert over van Oem Salamah, moge Allah tevreden over haar zijn, dat ze heeft gezegd: "Nadat "Dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen" werd geopenbaard,

gingen de vrouwen van de Ansaar naar buiten alsof er kraaien op hun hoofden waren, vanwege de kleding." Sahieh verklaard door al-Albaanie in "Sahieh abi Dawud" (4101). En 'Abd al-Razzaaq levert over in zijn Mosannaf, met de bewoordening: "Nadat dit Vers werd geopenbaard: "Dat zij hun Djalaabieb over henzelf neerbrengen" gingen de vrouwen van de Ansaar naar buiten alsof er kraaien op hun hoofden waren door de rust, en over hen heen droegen ze zwarte kleding." 3. Nadat de Boodschapper van Allah salAllahu 'alayhi wa salam, Safiyyah Bint Huayy huwde, zeiden de Moslims: Een van de Moeders van de Gelovigen of wat zijn rechterhand bezit (d.w.z. Slavin). Ze eiden: Als hij haar bedekt, dan behoort ze tot de Moeders van de Gelovigen, en als hij haar niet bedekt, dan behoort ze tot wat zijn rechterhand bezit. Toen hij klom (op de rijdier), maakte hij plaats voor haar achterin en plaatste de Hidjaab tussen haar en tussen de mensen. Overgeleverd door al-Bukhari en Muslim. Al-Imaam ibn al-Qayyim, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Wat betreft het verbod op het kijken naar een oude, lelijke, vrije vrouw en dat het toegestaan is bij een slavin die uitblinkt in schoonheid, dan is dit een leugen over de Wetgever. Waar heeft Allah dat verboden, en dit toegestaan?! Allah de Geprezene heeft enkel gezegd: "Zeg tegen de Gelovigen dat zij hun ogen afwenden (van het kijken naar verboden zaken)." (Al-Noer 24:30) En Allah en Zijn Boodschapper hebben de ogen geen toestemming gegeven om naar de slavinnen die in schoonheid uitblinken te kijken. En als er door het kijken naar een slavin gevreesd wordt voor Fitnah, dan wordt het voor hem verboden, zonder enige twijfel. De twijfel is alleen ontstaan, doordat de Wetgever de vrije vrouwen geboden heeft om hun gezichten te bedekken van de vreemde mannen. Wat betreft de slavinnen, op hen heeft Hij dit niet verplicht gesteld. Maar dit is betreft de gewone, werkende slavinnen. Wat betreft de concubine slavinnen, waarvan de gewoonte is over hen te waken en hen te bedekken, waar hebben Allah en Zijn Boodschapper het voor hen toegestaan dat ze hun gezichten onbedekt laten in de markten, de wegen en de plaatsen waar mensen bijeenkomen, en de mannen toestemming hebben gegeven om te genieten van het kijken naar hen?! Dit is een duidelijke fout over de Sharie'ah. Deze fout werd herhaald, doordat sommige Foeqahaa hun woorden hoorden: De vrouw is volledig 'Aurah, behalve haar gezicht en handen. En de 'Aurah van de slavin is wat meestal niet te zien is, zoals de buik, de rug en de scheen. Hij dacht dat wat meestal te zien is, zijn regelgeving is als het gezicht van de man. En dit is alleen betreft het gebed, en niet met het kijken. Want de 'Aurah bestaat uit twee soorten 'Aurah: Een 'Aurah in het gebed en een 'Aurah van het kijken. Het is toegestaan voor de vrije vrouw om met onbedekte gezicht en handen te bidden, maar het is haar niet toegestaan zo naar de markten te gaan en plaatsen waar mensen bijeenkomen. (I'laam alMoewaqqi'ien 2/ 80) 4. Toen de de Boodschapper van Allah salAllahu 'alayhi wa salam de vrouwen gebood om naar het 'Ied gebedsplaats te gaan, werd er gezegd: "O Boodschapper van Allah, iemand van ons kan geen Djilbaab hebben." Hij zei: "Dan geeft haar zuster, haar een Djilbaab om te dragen." Overgeleverd door al-Bukhari en Muslim. Al-'Allaamah Mohammed ibn Saalih al-'Oethaymien heeft gezegd: "Deze overlevering bewijst dat de gewoonte bij de vrouwen van de Metgezellen was, dat de vrouw niet naar buiten gaat, behalve met een Djilbaab, en dat zonder deze ze niet naar buiten kon gaan. Daarom vermeldden ze, moge Allah tevreden over hen zijn, deze probleem aan de Boodschapper van Allah salAllahu 'alayhi wa salam, nadat hij hen had geboden om naar het 'Ied gebedsplaats te gaan. De Profeet salAllahu 'alayhi wa salam maakte duidelijk duidelijk hoe ze dit probleem konden oplossen: Dat haar zuster haar een Djilbaab geeft om te dragen. En hij gaf hen geen toestemming om naar buiten te gaan zonder Djilbaab, terwijl het gaan naar de 'Ied gebedsplaats voorgeschreven is en waar de mannen en vrouwen mee geboden zijn. (Risaalat al-Hidjaab) 5. Abu Dawud levert over op gezag van 'Aashah, moge Allah tevreden over haar zijn, dat ze heeft gezegd: "Moge Allah de eerste vrouwen Emigranten genadig zijn. Nadat Allah: "En dat zij

hun Khumur over hun Djuyoeb neerbrengen" had geopenbaard: Scheurden ze hun kleding en bedekten zichzelf daarmee." En overgeleverd door al-Bukhari. Al-Haafidh ibn Hadjar, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Zijn woorden: "Ze bedekten zichzelf daarmee." Dat wil zeggen: Ze bedekten hun gezichten. De manier waarop dat wordt gedaan, is dat ze de Khimaar op haar hoofd zet. Ze gooit het van de rechterkant over de linkerschouder, en dat is al-Taqannoe'" (Fath al-Baarie 8/ 498) 6. Op gezag van ibn Mas'oed, moge Allah tevreden over hem zijn, dat de Boodschapper van Allah salAllahu 'alayhi wa salam heeft gezegd: "De vrouw is 'Aurah, als ze naar buiten gaat, doet de Shaytaan Istishraaf bij haar." Overgeleverd door al-Tirmidhie. En Sahieh verklaard door al-Albaanie in "Sahieh At-Tirmidhie" (936) Al-'Allaamah al-Moebaarakfoerie, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Zijn woorden: "De vrouw is 'Aurah." Er werd gezegd in Madjma' al-Bihaar: "Hij beschreef de vrouw als 'Aurah, dat is omdat als ze te zien is, er voor haar wordt geschaamd, zoals er voor de 'Aurah wordt geschaamd als het te zien is. En de 'Aurah is de Saw-ah en alles waarvoor men schaamt als het te zien is." En er werd gezegd: Ze is een persoon van 'Aurah. "Als ze naar buiten gaat, doet de Shaytaan Istishraaf bij haar." Dat wil zeggen: Hij maakt haar schoonschijnend in de ogen van de mannen. En er werd gezegd, dat wil zeggen: Hij kijkt naar haar, om haar te doen afdwalen en (anderen) door haar te doen afdwalen. De basis in Istishraaf, is het opheffen van de ogen om naar iets te kijken en het plaatsen van de hand boven de wenkbrauw. De betekenis is dat het slecht is dat de vrouw naar buiten gaat en gezien wordt. Als ze naar buiten gaat, dan kijkt hij naar haar om haar te doen afdwalen door middel van anderen en anderen te doen afdwalen door middel van haar, om beiden of n van hen in Fitnah te doen belanden. Of hij bedoelt met de Shaytaan, een Shaytaan van onder de mensheid van de zondaren, hij noemde hem zo als vergelijking." (Toehfat al-Ahwadhie 3/ 337) Al-Tabaraanie levert over in "al-Awsat" met de bewoordening: "De vrouw is 'Aurah, als ze naar buiten gaat, doet de Shaytaan Istishraaf bij haar. En ze is het dichtst bij haar Heer, als ze zich in het binnenste van haar woning bevindt." Sahieh verklaard door al-Albaanie in "alSahieha" (2688) En al-Tabaraanie levert over van ibn Mas'oed, moge Allah tevreden over hem zijn, dat hij heeft gezegd: "Iemand van hen zegt: "Ik ga naar mijn familie." Dan doet de Shaytaan Istishraaf bij haar, totdat ze zegt: "Niemand heeft me gezien, behalve dat hij me leuk vindt." En in een overlevering: "Je komt langs niemand, behalve dat hij jou leuk vindt." Aboe Bakr al-Khallaal levert over: "Harb heeft ons genformeerd, hij zei: Mohammed ibn abie Bakr heeft ons verteld, hij zei: Ziyaad ibn al-Rabie' heeft ons verteld, op gezag van Saalih al-Dihaan, op gezag van Djaabir ibn Zayd: Dat hij het afkeurde dat een vrouw haar Khoeff (leren sok) toonbaar maakte. En zou zeggen: "Het beschrijft haar voet." "Mohammed ibn al-Hasan ibn Haaroen heeft ons genformeerd, hij zei: Mohammed ibn al-Sabaah heeft ons verteld, hij zei: 'Abdillaah ibn Radjaa heeft ons verteld, op gezag van ibn 'Idjlaan, op gezag van Samie, op gezag van abi Bakr ibn 'Abd al-Rahmaan, hij zei: "Alles van de vrouw is 'Aurah, zelfs haar vingernagel." "Harb ibn Ismaa'iel heeft mij genformeerd, hij zei: 'Iesaa ibn Mohammed heeft mij verteld, hij zei: ibn abi Maryam heeft ons verteld, hij zei: "Alles van de vrouw is 'Aurah, zelfs haar vingernagel." "Mansoer ibn al-Walied heeft mij genformeerd, dat Dja'far ibn Mohammed hen heeft verteld, hij zei: Ik heb abu 'Abdillaah (Ahmad ibn Hanbal) horen zeggen: "Alles van de vrouw is 'Aurah, zelfs haar vingernagel."

"Mohammed ibn 'Ali heeft mij genformeerd, hij zei: Mihn heeft ons verteld: "Ik vroeg Ahmad over een man die met zijn ex-vrouw eet. Hij zei: "Nee, hij is een vreemde man. Het is voor hem niet toegestaan om naar haar te kijken, hoe kan hij dan met haar eten? Kijkt hij naar haar handen?! Dit is voor hem niet toegestaan." "Mohammed ibn 'Ali heeft mij genformeerd, dat Mihn hen heeft verteld, hij zei: "Ik vroeg Ahmad over de vrouw, moet ze haar Khoeff bedekken. Hij zei: "Ja." Ik zei: "Waarom?" Hij zei: "Omdat het haar voet beschrijft." 7. De Boodschapper van Allah salAllahu 'alayhi wa salam heeft gezegd: "Als iemand van jullie een vrouw ten huwelijk vraagt, dan rust er geen blaam op hem dat hij naar haar kijkt. Alleen als hij naar haar kijkt vanwege de huwelijksaanzoek, en ook al weet ze het niet." Overgeleverd door Ahmad. En zijn Isnaad werd Sahieh verklaard door al- Albaanie in "al-Sahiehah" (97) Al-'Allaamah Mohammed ibn Saalih al-'Oethaymien, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "De bewijsvoering hieruit is dat de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam de blaam - en dat is de zonde - voor de huwelijksaanzoeker uitzonderlijk, heeft opgeheven, als hij naar de vrouw kijkt die hij ten huwelijk vraagt, met voorwaarde dat zijn kijken voor het huwelijksaanzoek is. Dit bewijst dat de niethuwelijksaanzoeker zondig is met het kijken naar een vreemde vrouw, onder elke situatie." (Risaalat al-Hidjaab) 8 .Op gezag van 'Abdallaah ibn 'Oemar, moge Allah tevreden zijn over beiden, dat de Boodschapper van Allah salAllahu 'alayhi wa salam heeft gezegd: "Degene die zijn kleding uit trots over de grond sleept, Allah zal niet naar hem kijken op de Dag der Opstanding." Oem Salamah zei: "O Boodschapper van Allah. Wat moeten de vrouwen met hun onderkleden doen?" Hij zei: "Ze verlengen het met een handbreedte." Ze zei: "Maar dan zijn haar voeten te zien." Hij zei: "Ze verlengen het met een armbreedte, niet meer dan dat." Overgeleverd door al-Tirmidhie, hij zei: Deze Hadith is Hasan Sahieh. En werd Sahieh verklaard door al-Albaanie in "Sahieh al-Tirmidhie" (1731) Al-'Allaamah Mohammed ibn Saalih al-'Oethaymien heeft gezegd: "En ik verbaas me ook van mensen die zeggen: Het is voor de vrouw verplicht dat zij haar voeten bedekt, en het is toegestaan dat zij haar gezicht onbedekt laat. Wat heeft meer recht bedekt te worden? Is het begrijpelijk dat we zeggen dat de perfecte Islamitische Wet, die gekomen is van Iemand die Alwijs is en Iemand die van alles op de hoogte is, het voor de vrouw verplicht dat zij de voet bedekt, en het haar toestaat het gezicht onbedekt te laten? Het Antwoord: Nooit. Dit is tegenstrijd. Want de interesse van de mannen voor het gezicht is meer en meer dan hun interesse in de voeten." (Fataawaa 'Oelamaa al-Balad alHaraam 1114) 9. De Boodschapper van Allah salAllahu 'alayhi wa salam heeft gezegd: "De vrouw (in Ihraam), draagt geen Niqaab en handschoenen." Shaykh al-Islaam ibn Taymiyyah, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: Dit is n van de dingen die aantonen dat de Niqaab en de handschoenen bekend waren bij de vrouwen die niet in staat waren van Ihraam. En dat houdt in: Het bedekken van hun gezichten en handen." (Madjmoe' al-Fataawaa 15/ 216) Al-Imaam Mohammed ibn Ismaa'iel al-San'aanie, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "De betekenis is niet dat zij haar gezicht en handen niet bedekt, zoals er wordt gedacht. Het is verplicht ze te bedekken, maar niet met de Niqaab en de handschoenen." (Al-Haashiyah 'Ala al-'Uddah Sharh al-'Umdah 3/ 476) Al-'Allaamah 'Abd al-'Aziez bin Baaz heeft gezegd: "En dit behoort tot de grote bewijzen dat de vrouw haar gezicht bedekte in haar gewone leven. En de betekenis van: "De vrouw draagt geen Niqaab en handschoenen." Dat wil zeggen: Wat gemeten, verscheurd en genaaid is voor het gezicht, zoals

de Niqaab, en voor de handen, zoals de handschoenen. De betekenis is niet dat zij haar gezicht en handen niet bedekt, zoals sommigen dachten. Het is verplicht ze te bedekken, maar niet met de Niqaab en de handschoenen." (Madjmoe' al-Fataawaa 5/ 232-233) 10. Op gezag van 'Aashah, moge Allah tevreden over haar zijn, dat ze heeft gezegd: "De rijders reden ons voorbij, terwijl wij in staat van Ihraam waren met de Boodschapper van Allah salAllahu 'alayhi wa salam. Als ze dicht bij ons waren bracht ieder van ons haar Djilbaab van haar hoofd naar haar gezicht en als ze ons voorbij waren lieten we deze onbedekt." Overgeleverd door Ahmad, abu Dawud en ibn Maajah. Zijn Isnaad werd Hasan verklaard door alAlbaanie in "al-Djilbaab". Al-'Allaamah Mohammed ibn Saalih al-'Oethyamien heeft gezegd: "In haar woorden: "Als ze dichtbij ons waren", ze bedoelt: De rijders. "Bracht ieder van ons, haar Djilbaab over haar gezicht" is bewijs op de verplichting van het bedekken van het gezicht, omdat in de Ihraam deze onbedekt moet blijven. Als er geen sterkere reden was dan het onbedekt laten, zou die onbedekt moeten blijven, zelfs bij de rijders. En de verduidelijking hieromtrent is dat het onbedekt laten van het gezicht tijdens de Ihraam verplicht is voor de vrouwen bij de meeste geleerden. En wat verplicht is wordt niet tegengegaan, behalve door datgene wat verplicht is. Als het bedekken van het gezicht niet verplicht was bij vreemde mannen, zou het laten van datgene wat verplicht is, van het (gezicht) onbedekt laten tijdens de Ihraam niet toegestaan zijn." (Risaalat al-Hidjaab) Aboe Bakr ibn al-'Arabie al-Maalikie, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "Dat is omdat het bedekken van haar gezicht met de Burqa' verplicht is, behalve tijdens de Hadj. Ze laat dan iets van haar Khimaar zakken naar haar gezicht, zonder het volledig erop te plaatsen." ('Aaridat al-Ahwadhie 4/ 56) 11. Asmaa bint abi Bakr, moge Allah tevreden zijn over beiden, heeft gezegd: "We bedekten onze gezichten van de mannen en hiervoor kamden we onze haren, in de Ihraam." Overgeleverd door ibn Khoezaymah en al-Haakim. Sahieh verklaard door al-Albaanie in "al-Djilbaab". 12. Imaam Maalik levert over in zijn Muwatta: Op gezag van Hishaam ibn 'Oerwah, op gezag van Faatimah bint al-Moendhir: "We bedekten onze gezichten terwijl we in staat waren van Ihraam, en terwijl we met Asmaa bint abi Bakr al-Siddieq waren." Zijn Isnaad is Sahieh. Al-'Allaamah 'Abd al-'Aziez bin Baaz heeft gezegd: "De geleerden van de Selef zijn overeengestemd dat de Moslima verplicht is haar gezicht te bedekken en dat het 'Aurah is. Het haar verplicht is deze te bedekken, behalve voor een Mahram (vader, zoon, broer, etc). Ibn Qoedaamah heeft gezegd in "al-Moeghnie": "De vrouw, haar Ihraam is in haar gezicht, als ze het nodig vindt brengt ze (de kledingstuk) naar haar gezicht." Samengevat: Het is voor de vrouw verboden haar gezicht te bedekken tijdens haar Ihraam, zoals het voor een man verboden is zijn hoofd te bedekken. Behalve wat overgeleverd is van Asmaa, dat zij haar gezicht bedekte terwijl ze in staat was van Ihraam. En al-Bukhari en anderen hebben overgeleverd dat de Profeet salAllahu 'alayhi wa salam heeft gezegd: "De vrouw draagt geen Niqaab en handschoenen." Maar als zij het nodig vindt haar gezicht te bedekken vanwege mannen die dichtbij haar langslopen, dan brengt ze de kledingstuk van boven haar hoofd naar haar gezicht, vanwege wat overgeleverd is op gezag van 'Aashah, moge Allah tevreden over haar zijn, dat ze heeft gezegd: "De rijders reden langs ons, terwijl wij in staat van Ihraam waren met de Boodschapper van Allah salAllahu 'alayhi wa salam. Als ze dicht bij ons waren bracht ieder van ons haar Djilbaab van haar hoofd naar haar gezicht en als ze ons voorbij waren lieten we deze onbedekt." De vrouw die in staat is van Ihraam is alleen verboden van de Burqa, de Niqaab en datgene wat op hen lijkt, wat speciaal gemaakt wordt voor het bedekken van het gezicht. Ze is niet verboden van de bedekking in het algemeen.

Ahmad heeft gezegd: "Het is haar alleen toegestaan (de kleding) van boven naar haar gezicht te brengen en het is haar niet toegestaan de kleding van beneden naar boven te brengen." Einde (van Al-Moeghnie). En ibn Rushd heeft gezegd in "al-Bidaayah": "En ze zijn overeengestemd dat de Ihraam van de vrouw in haar gezicht is en dat het haar toegestaan is haar hoofd en haren te bedekken, en dat het haar toegestaan is haar kledingstuk bij haar gezicht te brengen van boven haar hoofd. Ze brengt die heel rustig naar beneden, waarmee ze zich bedekt tegen het kijken van mannen naar haar." (Einde van al-Bidaayah) En zo verder van de woorden van de geleerden. Van dit en dergelijke wordt genomen dat de geleerden van de Islam zijn overgeengekomen dat de vrouw haar gezicht onbedekt laat in Ihraam, en ze zijn overeengekomen dat ze die verplicht moet bedekken bij aanwezigheid van mannen. Omdat het onbedekt laten van het gezicht in de Ihraam verplicht is, is zijn bedekking daarbuiten nog verplichter." (Madjmoe' al-Fataawaa 5/ 231-232) En al-'Allaamah 'Abd al-'Aziez bin Baaz, moge Allah hem genadig zijn, heeft gezegd: "En vanwege dit, weet men dat de vrouw verplicht is zichzelf en haar gezicht te bedekken. En dat het haar verboden is, iets van haar lichaam te tonen en wat op haar zit van de soorten schoonheden, behalve wat daarvan toonbaar is bij nood of zonder intentie, zoals reeds is verduidelijkt. Dit verbod is er om Fitnah te voorkomen. En wie iets anders zegt of ernaar uitnodigt heeft een fout gemaakt en is van de Wetkundige bewijzen afgeweken. Het is niemand toegestaan om de begeertes te volgen of de culturen die tegenstrijdig zijn aan de Wetten van Allah de Geprezene en Verhevene. Dat is omdat de Islam de ware Religie is en de Leiding, en de Rechtvaardigheid in alles. En daarin zit de oproep tot de edele eigenschappen en de goede daden, en het verbod op wat hieraan tegenstrijdig is van de slechte eigenschappen en daden." (Madjmoe' al-Fataawaa 5/ 233) De Comit van Grote Geleerden Vraag: Wat is de Islamitische kleding met betrekking tot een vrouw? Antwoord: De Islamitische kleding met betrekking tot de vrouw: Is dat ze haar gehele lichaam bedekt van de mannen, behalve de Mahaarim. Met ruime kleding, wijd, niet doorzichtig en die geen versieringen bevat. En dat ze haar gezicht bedekt van de mannen, omdat haar gezicht de plaats van Fitnah is. Volgens de Woorden van Allah de Verhevene: "En als jullie hen om iets vragen, vraag hen dan van achter een Hidjaab. Dat is reiner voor jullie harten en hun harten." En de bedoeling van de Hidjaab is de bedekking die het gehele lichaam van een vrouw van de mannen bedekt, waaronder haar gezicht. En de Verhevene heeft gezegd: "En dat zij hun Khumur over hun Djuyoeb brengen." De Khimaar is de bedekker van het hoofd. Allah de Geprezene gebood deze boven de bovenborst te brengen en dat is de opening van de Djaib bij de borst. En dit vergt dat deze langs het gezicht komt en deze bedekt. En zo verder de bewijzen die duidden op de verplichting van de Hidjaab. En bij Allah ligt het succes. De Salaat en de Salaam van Allah zij over onze Profeet Mohammed, zijn volgelingen en zijn Metgezellen. (24/ 15-16) Lid: Bakr Aboe Zayd Lid: 'Abd al-'Aziez Aal al-Shaykh Lid: Saalih al-Fawzaan Lid: 'Abdallaah ibn Ghoedayyaan Vice-voorzitter: 'Abd al-Razzaaq 'Afiefie Voorzitter: 'Abd al-'Aziez bin 'Abdallaah bin Baaz

Einde van de Hidjaab. En Allah weet het best. En de Salaat en de Salaam van Allah zij over onze Profeet Mohammed, zijn Metgezellen en zij die hen in leiding volgen. Walhamdoelillaah. Het Permanente Comit Vraag: Vanaf welke leeftijd is het voor een meisje verplicht om de Hidjaab te dragen? En is het voor ons verplicht dat we het verplicht stellen op de studenten en ook al als ze er een afkeer van hebben? Antwoord: Als het meisje de pubertijd heeft bereikt, dan wordt het voor haar verplicht om te kleden met datgene haar 'Aurah bedekt, waaronder het gezicht, hoofd en de handen, of ze nou een studente is of niet. Het is aan de voogd over haar zaken, om haar daarmee te gebieden, ook al heeft ze er een afkeer van. En hij hoort hen hiermee te gebieden, voordat ze de pubertijd hebben bereikt, zodat ze ermee gewend raakt en voor haar gemakkelijk wordt om het te dragen. En bij Allah ligt het succes, en de Salaat en de Salaam van Allah zij over onze Profeet Mohammed, zijn volgelingen en zijn Metgezellen. (17/219-220) Lid: 'Abdallaah ibn Qu'oed Lid: 'Abdallaah ibn Ghudayyaan Vice-voorzitter: 'Abd al-Razzaaq 'Afiefie Voorzitter: 'Abd al-'Aziez bin 'Abdallaah bin Baaz Vraag: De overheidsscholen in Groot-Brittanni zijn gemengd, de jongens en meisjes volgen gezamenlijk lessen. En ze verplichten (de kinderen) te douchen en te zwemmen in n plaats, de meisjes zijn dan naakt bij het douchen of half naakt. Sommige geleerden hebben geoordeeld dat als de meisjes jong zijn, het geen kwaad kan. Wat vindt de edele Shaykh ervan. En wat is de Islamitische kleding voor een jonge meisje, en op welke leeftijd wordt het voor een meisje verplicht de Hidjaab te dragen? Antwoord: Het vrije mixen van jongens en meisjes bij het studeren is verboden. En zo is ook het gemixt naakt douchen en zwemmen verboden, of ze nou klein of groot zijn. Omdat hierin oorzaken zijn tot Fitnah en het zien van de 'Auraat. En omdat het leidt naar slechtheden en het verrichten van slechte daden. En bij Allah ligt het succes, en de Salaat en de Salaam van Allah zij over onze Profeet Mohammed, zijn volgelingen en zijn Metgezellen. (12/ 168-169) Lid: 'Abdallaah ibn Qu'oed Lid: 'Abdallaah ibn Ghudayyaan Vice-voorzitter: 'Abd al-Razzaaq 'Afiefie Voorzitter: 'Abd al-'Aziez bin 'Abdallaah bin Baaz Vraag: De Moslim die zijn vrouw niet gebiedt met de Hidjaab en zo ook zijn dochters, wordt hij als een echte Moslim geacht?

Antwoord: De Hidjaab van de vrouw is verplicht en het laten is een zonde met betrekking tot de vrouw, en haar voogd die in staat is de Hidjaab verplicht op haar te stellen. Als hij hierover onachtzaam is en in staat is, dan wordt hij hierdoor zondig geacht en minder in zijn geloof, en hij wordt niet ongelovig. En bij Allah ligt het succes, en de Salaat en de Salaam van Allah zij over onze Profeet Mohammed, zijn volgelingen en zijn Metgezellen. (17/ 196-197) Lid: 'Abdallaah ibn Qu'oed Lid: 'Abdallaah ibn Ghudayyaan Vice-voorzitter: 'Abd al-Razzaaq 'Afiefie Voorzitter: 'Abd al-'Aziez bin 'Abdallaah bin Baaz Vraag: Een vrouw heeft een vader die erachter is gekomen dat zij zichzelf bedekt van de mannen en heeft daarom de contact met haar verbroken. Wat is het oordeel hierover? Antwoord: Als de situatie is zoals vermeld, dan zal het haar niet schaden dat haar vader de contact met haar heeft gebroken. Beter gezegd: Dit is hem niet toegestaan, omdat haar handeling gehoorzaamheid is aan Allah en het laten van de Hidjaab is een zonde, er is dus geen gehoorzaamheid aan een schepsel bij ongehoorzaamheid aan de Schepper. En hij is zondig, vanwege datgene hij heeft gedaan, moge Allah hem leiden. En bij Allah ligt het succes, en de Salaat en de Salaam van Allah zij over onze Profeet Mohammed, zijn volgelingen en zijn Metgezellen. (1/ 540) Lid: 'Abdallaah ibn Qu'oed Lid: 'Abdallaah ibn Ghudayyaan Vice-voorzitter: 'Abd al-Razzaaq 'Afiefie Voorzitter: 'Abd al-'Aziez bin 'Abdallaah bin Baaz Vraag: Hoe hoort de vrouw te bidden als er met haar vreemde mannen zijn, bijvoorbeeld in Masjid alHaraam? En zo ook tijdens de reis, als er op de weg geen moskee is met een gebedsruimte voor de gezinnen? Antwoord: De vrouw, het is haar verplicht haar gehele lichaam te bedekken in het gebed, behalve het gezicht en de handen. Maar als ze het gebed verricht en in haar buurt vreemde mannen zijn die haar kunnen zien, dan is het voor haar verplicht om haar gehele lichaam te bedekken, waaronder het gezicht en de handen. En bij Allah ligt het succes, en de Salaat en de Salaam van Allah zij over onze Profeet Mohammed, zijn volgelingen en zijn Metgezellen. (7/ 339-340) Lid: 'Abdallaah ibn Ghudayyaan Vice-voorzitter: 'Abd al-Razzaaq 'Afiefie Voorzitter: 'Abd al-'Aziez bin 'Abdallaah bin Baaz

Fataawaa al-'Allaamah Saalih al-Fawzaan, moge Allah hem behouden De Islamitische Hidjaab: http://www.alfawzan.ws/AlFawzan/Fata...px?PageID=5843 De Bewijzen voor de Complete Hidjaab: http://www.alfawzan.ws/AlFawzan/Fata...px?PageID=5448 Jong Meisje draagt Hidjaab vanaf 7 jaar: http://www.alfawzan.ws/AlFawzan/Fata...px?PageID=4129 Kleur Hidjaab: http://www.alfawzan.ws/AlFawzan/Fata...px?PageID=6390 Verbod Hidjaab in Bilaad al-Koeffaar en de Hidjrah: http://www.alfawzan.ws/AlFawzan/Fata...px?PageID=7151 Verbod Hidjaab op school: http://www.alfawzan.ws/AlFawzan/Fata...px?PageID=7098 http://www.alfawzan.ws/AlFawzan/Fata...px?PageID=2044
Vertaald door broeder Mohamed ibn 'Abdallaah