You are on page 1of 9

Geldigheid

1-Corinthiers 11:1 Betreft: 1 Ko 1-16 Naar aanleiding van les 17 van de B-4 kursus die handelt over 1 Ko. 11: 2-16 zijn in de loop van de tijd heel wat vragen gesteld en opmerkingen gemaakt. Al deze vragen zijn apart beantwoord. Daardoor overlapten de antwoorden elkaar soms gedeeltelijk We willen nu trachten daar één geheel van te maken waarbij zoveel mogelijk herhalingen worden voorkomen. Wel behandelen we de vragen na elkaar en geven we door kopjes een indeling aan. Vragen over de geldigheid Vraag 1: Het is een bekend feit dat Paulus als menselijk persoon vrouwen minacht. Zijn persoonlijke mening gelijkstellen met Gods woord is onjuist. Zijn woorden hebben bij menige man de gedachte gewekt dat vrouwen geen denkende wezens zijn en alleen goed om kinderen te krijgen en met elk middel (ook geweld) overheerst te worden. Is de vrouw bij God minder in tel dan de man? Antwoord: Mening van Paulus of gebod van God. Feiten moeten aangetoond worden. Aangezien we ten aanzien van Paulus over geen andere bronnen beschikken dan de Bijbel, is de enige terechte vraag: wat getuigt de Schrift? Welnu o.a. andere dit: - dat Paulus niet alleen Aquila, maar ook zijn vrouw Priscilla vermeldt en dat minstens zo vaak als haar man. En dat zij met haar man aan Apollos de weg des Heren duidelijker uitlegt (Hd 18: 1,2, 23-28 e.a.p.); - dat hij in Rm 16 een groot aantal groeten laat overbrengen of overbrengt waaronder veel groeten van vrouwen, waarvan hij hun kwaliteiten vaak erbij noemt. - dat de apostel daarbij begint met een heel eervolle vermelding van Febe wat haar dienst voor de gemeente in Kenchreeën betreft. Daarom sorry voor de vraagsteller, maar de beschuldiging dat Paulus vrouwen minacht raakt kant noch wal. Het gaat in 1 Ko 11 niet om de persoonlijke mening van Paulus, maar om een instelling die hij geeft als apostel van Jezus Christus. Van een persoonlijke mening is wel sprake in 1 Ko 7: 25 v.v. Het gaat daar over de waarde van het ongetrouwd zijn. Paulus laat daar echter duidelijk uitkomen dat het om zijn gevoelen gaat en legt daarbij niemand wat op, maar is zeer terughoudend in het geven van zijn opinie. Als de woorden van Paulus bij mannen de indruk hebben gewekt dat een vrouw geen denkend wezen is, dan bewijst dat alleen dat deze mannen de naam denkend wezen niet waard zijn. Overigens is dit een onbewezen stelling. Dat er mannen zijn geweest en nog zijn, die discriminerend over de vrouw denken, kan niet ontkend worden, maar door welke dingen laten ze zich dan leiden? Is dat niet zuiver hun manlijk ego dat opspeelt? In ieder geval geeft het onderwijs van Paulus geen enkele grond voor de hierboven genoemde gedachte. Zulke mannen moeten Ef 5: 25 v.v. maar eens goed lezen. Zoals in het bovenstaande is aangegeven, vermeldt God in de Bijbel diverse vrouwen met ere. De vrouw is beslist niet een tweede-rangs-wezen. Man en vrouw zijn beiden volwaardig mens, maar ze nemen in de schepping elk een eigen plaats in. Daarbij is de man het hoofd, maar dat betekent niet dat de vrouw inferieur zou zijn. Vraag 2: Moeten we deze voorschriften niet als tijdgebonden beschouwen? Er is immers in de loop van de tijden zoveel veranderd. Wij lopen toch niet meer in dierenvellen zoals Adam en Eva. Antwoord: Wanneer is iets tijdgebonden? Inderdaad lopen wij niet meer zo gekleed als Adam en Eva of als de aartsvaders. Maar er is ook nergens in de bijbel een voorschrift te vinden dat we ons met dierenvellen moeten kleden. Over wat

slechts wordt van vrouwen gezegd dat ze zich niet opzichtig moeten tooien (zie 1 Pt 3: 1-6) en zich niet onbeschaamd moeten kleden (zie 1Tm 2: 9-11). Maar als mens op aarde is er wel degelijk onderscheid tussen man en vrouw. God doet dat in zijn Woord. Daar gaat het in 1 Ko 11: 1-16 om. van het voorschrift in 1 Ko 11 gegeven heeft God nooit in later tijd gezegd. Ze zijn daarom van blijvende waarde en niet tijdgebonden. niet wij hebben het recht het voor tijdgebonden te verklaren. de man zou geen man zijn (in de praktijk) als er geen vrouw was (vs. Antwoord: . Bovendien lezen we in 1 Tm 4: 4 dat we alles wat God geschapen heeft mogen nuttigen.13). Daarbij is de man geschapen als de heerlijkheid Gods. Het gaat dus om tradities van mensen. Neem uit de vele voorschriften van de wet bijvoorbeeld het verbod om onreine dieren te eten. Ook wordt er niet precies gezegd hoe de hoofdbedekking eruit moet zien. Er is dus sprake van tijdsorde. Dat onderscheid dat in de scheppingsorde begrepen is. maar de vrouw om de man geschapen. Er is dus een verschil in orde wat bestemming of doel betreft. Dat bedoelen we als we spreken van scheppingsorde. maar dat ze wat op haar hoofd doet. De volgende verzen brengen als het ware het juiste evenwicht aan. Vraag 3: In Gl 3:28 staat toch dat in Christus noch man noch vrouw is. Er zijn zeker tijdgebonden geboden in de bijbel. Ze is net als hij een nieuwe schepping in de Heer. Dan hebben wij dus geen recht het voor tijdgebonden te verklaren. Dan hebben de voorschriften van 1Ko 11 voor de christen toch hun betekenis verloren? Antwoord: Positie in Christus. Deze beide verzen doen de vorige verzen echter niet te niet. De nadruk ligt niet op wat een vrouw op het hoofd doet als ze bidt of profeteert. Dat ziet op afhankelijkheid. De verhouding van de Gemeente tot Christus komt in alle drie de boven genoemde punten met die van Eva tot Adam overeen. Ze is geestelijk niet een ander wezen dan de man. Dit voorschrift geldt dan ook voor ons niet meer. Niet wij hebben het gebod van God opgeheven. Onze positie op aarde met de daaraan verbonden verantwoordelijkheden mag dus niet verward worden met onze positie in Christus Vraag 4: In vers 2 is sprake van 'overleveringen'. Daar komt trouwens nog iets bij. in vers 3 lezen we namelijk dat de man het hoofd van de vrouw is. Laat de vrouw dan uit de man zijn. De man werd dus niet om de vrouw. God heeft bij de schepping van man en vrouw een bepaalde orde in acht genomen.voor kleding we moeten dragen wordt in de Bijbel niet gesproken. (b) Ook schiep God de vrouw met het doel dat ze de man tot hulp zou zijn. En het voorschrift van het lange haar en de hoofdbedekking berust op deze verhouding. maar eerst de man. Uit het Nieuwe Testament weten we dat God bij de schepping van man en vrouw het beeld van Christus en de Gemeente voor ogen had. die God in de schepping heeft neergelegd ( zie ook vers 9-11).15). toen de vrouw. De vrouw is niet een andere kind van God dan de man. tegengesproken hebben. In 1 Ko 11 wordt geen modevoorschrift gegeven. In het Nieuwe Testament lezen we dat wij als gelovigen van de nieuwe bedeling niet meer onder de wet zijn ( Rm 6: 14. zowel physiek als psychisch. (a) God heeft niet man en vrouw tegelijk en onafhankelijk van elkaar geschapen. In Christus is man noch vrouw. dat het opgeheven is. De scheppingsorde. God alleen heeft dat recht. Ze zijn zonder de voorgaande namelijk niet denkbaar. Maar niet wij maken uit of iets tijdgebonden is. We spreken daarom van 'scheppingsorde'.14). Welnu. de voorschriften hier gegeven zijn gebaseerd op de onveranderlijke scheppingsorde van God. Wanneer dit niet het geval was zou Paulus zich in twee brieven die in ontstaanstijd vlak bij elkaar liggen. Want de man is in de Heer zonder de vrouw net zo min iets als de vrouw zonder de man (vs. Nu zou de man zich kunnen verheffen boven de vrouw en dat is de bedoeling niet. (c)Verder werd Eva uit de man geschapen en niet zoals Adam rechtstreeks uit de aarde. Welnu. is toch ook bij de bekering niet opgeheven of veranderd? Welnu zo is ook het verschil in positie als schepselen niet opgeheven en die scheppingsorde wil God in de Gemeente tot uiting gebracht zien. de vrouw daarentegen als de heerlijkheid van de man.

. Bovendien zegt hij van eenzelfde soort inzetting die hij de Korinthiërs geeft.Overleveringen. zoals dat wel gebeurt met de oproep tot heilige wandel? Antwoord: Waarom alleen in deze brief? Paulus geeft in zijn brieven niet een in volgorde opgestelde kerkleer en evenmin een systematische kerkordening.als voor de gelovigen in Korinthe destijds. dat is beslist niet een puur menselijke traditie!. die daar heersten en antwoordt hij op vragen.) voor zo'n gemeente van belang is. Het is dus gegeven in verband met een wantoestand.Kennelijk hebben de Korinthiërs dat niet bedacht en hielden ze er geen rekening mee. In vers 33 van dit hoofdstuk zegt Paulus dat de Korinthiërs op elkaar moesten wachten om gezamenlijk het avondmaal te eten. Wanneer Paulus hier spreekt over overleveringen. De apostel geeft namelijk aanwijzingen die op zichzelf van gewicht zijn. Dat beginsel is niet veranderd. Zo spreekt hij in vers 23 ook over overlevering en dat betreft dan de instelling van het avondmaal. Het voorschrift van de hoofdbedekking is echter niet afhankelijk van de vraag of er wanorde heerste en wat voor wanorde dat dan was. de vrouw de heerlijkheid van de man. Zo schrijft hij aan Korinthe met het oog op afwijkingen. De Bijbel is organisch ontstaan. Wanneer we spreken over overleveringen en tradities dan denken wij aan zaken die naast de Bijbel van geslacht op geslacht zijn doorgegeven. Vraag 6: Als de verordening van de hoofdbedekking van zo wezenlijk belang zou zijn geweest. Aan andere gemeenten behoefde hij dat (nog) niet te doen. die God in de schepping gelegd heeft. Zoals gezegd houdt het verband met de orde.vertaling heeft hier 'overleveringen' staan.) en de toestand in de diverse gemeenten (de brieven van het N. Zo kennen we in het christendom de overleveringen die van geslacht op geslacht zijn doorgegeven en waaraan men (vooral de Rooms-katholieke kerk) haast eenzelfde gezag gegeven heeft als aan de Bijbel. dat het 'een gebod des Heren' is (zie 1 Ko 14: 37). die hem zijn gesteld. Maar dat is wat anders dan dat Paulus om tijdelijk een janboel op te heffen een voorschrift zou geven. waarom stelt Paulus daar andere gemeenten dan niet van op de hoogte. Ze deden dat namelijk niet en maakten er een braspartij van. Op zulke overleveringen (in dit geval Joodse) doelt de Heer Jezus als Hij het heeft over de overleveringen van de ouden (Mk 7: 8). Hier in 1Ko 16: 2 gaat het om dat wat God aan Paulus door inspiratie bekend gemaakt heeft en wat hij op zijn beurt doorgeeft of overlevert aan de gemeente. dat voor ons zijn waarde zou hebben verloren. Het betreft dus beslist niet puur menselijke meningen. heeft hij het niet over dergelijke eigenmachtige overleveringen van mensen die men naast de Bijbel stelt.T. Welnu. maar dit voorschrift geldt voor ons net zo goed. maar in de tekst zelf staat daarover niets. Vaak wordt bij dit gedeelte het brutale optreden van sommige Griekse vrouwen aangehaald (zo ook bij vs.is buiten kijf. Vraag 5: Is het voorschrift om het hoofd te bedekken alleen voor de Korinthiërs bedoeld omdat het daar een janboel was? Waarom zouden zusters dat nu nog moeten doen? Antwoord: Reden. De NBG. Hij brengt daarbij beginselen naar voren die niet van tijdelijke waarde zijn.. Wat hij schrijft heeft echter gezag voor alle gemeenten (zie ook Ko 4: 16) . andere vertalingen geven het woord met 'inzettingen' weer. In zover had Paulus inderdaad wat te corrigeren.wanorde? Dat er in de gemeente te Korinthe wanordelijke toestanden heersten. omdat die afwijkingen zich daar niet voordeden. Daarbij is de man het beeld en de heerlijkheid van God. Een voorschrift in die tijd om wanorde te korrigeren geldt voor ons nu om wanorde te voorkomen. namelijk dat Christus het hoofd is van iedere man en de man het hoofd van de vrouw. dat wil zeggen: de schrijvers spreken onder de leiding van Gods Geest over dat wat in verband met de toestand van Israël destijds (het O.T. Zulke overleveringen wijzen we als gezagsbron af.14).

afgebeeld. Ook nu nog is die traditie volop in ere. Soms worden daar mannen afgebeeld met haar tot aan de schouder.d. Van de Romeinen weten we dat ze in het algemeen kort haar droegen. Waarom schrijft hij dan hier dat juist vrouwen zich behoren te sieren met een hoofdbedekking? Antwoord: Contra joods gebruik? (a) Dat de Joodse mannen in het algemeen geen lang haar droegen.. Ieder moet dan toch voor zichzelf weten wat hij ermee doet? Antwoord: Niet twisten.Vraag 7: Paulus was een Jood en a) vroeger hadden Joden toch ook wel lang haar? b) en Joodse mannen droegen toch juist een keppeltje bij het bidden. In beide gevallen had het lange haar een symbolische betekenis. Vraag 9: Moeten we ons om de kwesties van haar en hoofdbedekking nu wel zo druk maken? Er staat immers dat we daar niet over moeten twisten. blijkt hieruit dat bij de Nazireërgelofte (Nm 6) het voorschrift hoorde. Paulus bedoelt dit: als iemand het hier niet mee eens is en er meent over te kunnen twisten. Ook de priesters moesten lang haar hebben en dat maakt opnieuw duidelijk dat lang haar voor mannen onder Israël een uitzondering was. De zin van het voorschrift maakt Paulus in 1 Ko 11 duidelijk en die heeftzoals al meerdere malen gezegd. Ook het voorschrift aan de priesters gegeven laat zien dat men niet in het algemeen gesproken lang haar droeg. Vraag 8: Droegen de mannen in de tijd van het OT en NT niet lang haar? Zo worden ze tenminste in kinderbijbels e. kreeg ik ten antwoord dat men dit niet wist. Het innerlijk geloofsleven is toch veel belangrijker/ . De bedoeling van deze tekst is heel anders dan de vraag suggereert. maar als men normaal al lang haar had dan zou de Nazireeër pas opvallen als zijn haar uitzonderlijk lang zou zijn en dat is niet aannemelijk. namelijk dat de man het eerst geschapen is en het hoofd is van de vrouw. Wij hebben niet de gewoonte om over het Woord te twisten. Weliswaar mocht er in dat geval niets van het haar afgeknipt worden. Immers wordt van de nazireeërs als bijzonderheid vermeld dat ze het haar moesten laten groeien. dat men het haar moest laten groeien. Het is dus niet zo. dan moet hij bedenken dat wij niet de gewoonte hebben te twisten. als je daarover gaat twisten ga je duidelijk tegen God in. De tekeningen in kinderbijbels hebben uiteraard geen gezag. Je zou het ook zo kunnen zeggen: De zaak waarom het gaat is duidelijk. Op een vraag van mij aan het Nieuw Israëlitisch Weekblad waarop dit gebruik stoelde en van wanneer het dateerde. die echter niet teruggaat op de Bijbel. Je kunt de haardracht in oude tijden nagaan op inscripties uit die tijd.te maken met de scheppingsorde. Dat is de houding die de gemeenten Gods moet kenmerken. maar het te gehoorzamen. Vraag 10: Moeten we ons over een zo uiterlijke kwestie nu wel zo druk maken. Aan zoiets doen de gemeenten Gods niet mee. Antwoord: Afbeeldingen in kinderbijbels. Anderzijds zijn er diverse afbeeldingen van Assyrische en Semitische mannen met kort haar. De stelling dat mannen in de tijden van OT en NT altijd lang haar droegen is dus niet correct. bijv. dat Paulus de zaken nu omkeert en in plaats van de mannen aan de vrouwen een hoofdbedekking voorschrijft. Het sprak van onderworpenheid en toewijding (b)Het dragen van een hoofdbedekking door Joodse mannen is een oude traditie. Assyrische koningen..

We kijken dan alleen ernaar hoe iemand eruit ziet en dat is niet gezond. Het persoonlijk vasthouden aan voorschriften die met het uiterlijk te maken hebben is niet wettisch. maar op hardop voorgaan in gebed. Vraag 11: Gaat het in vers 3 om een echtpaar? En zo niet wat houdt het hoofdschap van de man over de vrouw dan in? Antwoord: Echtpaar of algemene verhouding? Er wordt in zo algemene termen gesproken dat wel gedacht moet worden aan man en vrouw in het algemeen en niet enkel aan een echtpaar. Daarbij is de man lichamelijk en psychisch anders dan de vrouw en omgekeerd. In die zin is de vrouw al de heerlijkheid van de man. van hoofdschap. hoe konden ze dan het bijzondere van hun man-zijn laten uitkomen? Ik bedoel dat niet sexueel. Daarbij zijn uiterlijke zaken niet onbelangrijk. zou je een dergelijke aanduiding verwacht hebben. ze is er voor de man. zullen we dus toch moeten proberen een verklaring in algemene zin te vinden. Dit is ook begrijpelijk. De man neemt daarbij een plaats van leiding. De vrouw neemt een plaats van hulp in. die dan bijzonder opgaat voor het huwelijk. Nu zijn er echter mannen en vrouwen. de vrouw. En dan uiteraard hardop. In andere plaatsen. Dat geloofsleven vertaald zich echter in ons gedrag. Ten vierde dat aanwijzingen waar men persoonlijk voor verantwoordelijk staat. dat de Heer Jezus geen vrouw tot het apostelschap heeft geroepen. we geen dwingende uitleg moeten geven om gelovigen daaraan te binden. dat een vrouw aan elke man onderworpen is en hem moet gehoorzamen. Vraag 12: Geldt dit voorschrift ook het privégebed. Welnu. Aangezien God ons hier bepaalde dingen voorhoudt hebben we daar rekening mee e houden. dat ze alle aandacht krijgen en daardoor de kwestie van het innerlijk in gedrang komt. maar van die voorschriften het een en het al maken. wordt over 'eigen ' man of 'eigen ' vrouw gesproken (Ef 5: 22. Dat konden ze dan niet. Natuurlijk komt dat veel en veel sterker en mooier uit in een huwelijk.. dat het uiteindelijk op ons innerlijk geloofsleven aankomt. Uit de tekst mogen we niet concluderen. maar gewoon in de meest algemene zin. Het is een dienst. Je ziet bijv. Wat een saaie wereld zou een mannenwereld zijn. Eveneens dat bij ouderling en diaken in 1Tm 3 enkel over mannen gesproken wordt. Als dat hier de bedoeling was. Hoewel wat de apostel schrijft heel bijzonder uitkomt in het huwelijk. Dat laatste is niet iets wat iemand voor zichzelf doet. moeten we ze voor het geweten van de gelovigen laten. waar duidelijk een echtpaar is bedoeld. anders is er gevaar dat we tot wetticisme vervallen. op het privégebed.Antwoord: Uiterlijk zaken minder belangrijk ? Het moet voor ons vaststaan. dat het bidden dat er in één adem mee genoemd wordt. Ook in vers 7 wordt niet gezegd.28). als er alleen maar mannen waren. dat de vrouw de heerlijkheid van haar eigen man is. Als er op bepaalde uiterlijke zaken gewezen is (liefst in een persoonlijk gesprek). Daarbij zijn een paar dingen erg belangrijk: Ten eerste dat we van deze voorschriften of aanwijzingen een goede uitleg geven en daarbij niet verder gaan dan dat wat de Schrift zegt. wat is het een 'opfleuring' van het mannenbestaan dat er een ander soort mens is. niet het gemeenteleven moeten gaan beheersen. leidt tot wetticisme. Hieruit volgt. dat de vrouw in de gemeente niet een heersende positie moet innemen. Het betekent. Ten tweede dat we in zaken waar verschil van mening mogelijk is is omdat ons kennen maar beperkt is. in als beeld en heerlijkheid van God. Ten derde dat we niet zo op uiterlijke dingen moeten hameren. het gebed in het gezin en het bidden van man en vrouw samen? Waar heeft het nu wel en waar heeft het niet mee te maken? Antwoord: Voor welk gebed geldt het? In vers 5 is sprake van bidden en profeteren. Als teken dat de man het hoofd is en de vrouw aan hem 'onderdanig' draagt de . die ten behoeve van anderen verricht wordt. niet ziet op de persoonlijke omgang met God. Het betreft niet de persoonlijke omgang met God.

Dat is niet een zaak van een ogenblik in verband met een bepaalde dienst. Commentaar: ook dit is slechts een overweging. want er staat niet met zoveel woorden. Het is erg moeilijk daarin een uitspraak te doen.vrouw lang haar. Anderzijds spreekt Paulus vanaf hoofdstuk 10 wel over de gemeente en ons gedrag als leden daarvan.om zo te zeggen. Het feit. Vandaar dat we in dit hoofdstuk het dragen van lang haar en het bedekken van het hoofd aan elkaar gekoppeld vinden. Commentaar: er staat echter heel persoonlijk 'iedere vrouw die bidt of profeteert' en dat is beslist niet hetzelfde als: 'iedere vrouw die aanwezig is bij de eredienst van de christenen'. anderzijds moeten we er voor waken het niet tot in de details van het christelijk leven te willen doortrekken. Wanneer echter een vrouw openlijk optreedt is het lange haar niet voldoende en moet ze zich het hoofd dekken. Vraag 13: Slaat dit vers ook op het bidden in de samenkomsten van de christenen? Antwoord: Ook in de samenkomst/kerkdienst? Over de vraag of dit voorschrift ook inhoudt dat zusters in de samenkomsten bij het gezamenlijk bidden het hoofd bedekt moeten hebben. Het is echter evenmin hard te maken dat het niet behoeft. De één meent dat de vrouw in dat geval wel iets op het hoofd moet zetten. We kunnen het terrein naar twee kanten vrij goed afbakenen.) zou kunnen lijken dat ze de plaats van de man inneemt. werk onder kinderen of iets dergelijks. We zouden in onze tijd kunnen denken aan clubwerk. (3) Het lange haar is een blijvend symbool van de onderworpenheid van de vrouw. Nu zit het voorgaan in gebed aan tafel met de kinderen er . Hard te maken is dat echter niet. maar nogmaals het lijkt erop dat we met een meer naar buiten tredende dienst te maken hebben. dat de vrouw daar moet zwijgen. Dit voorschrift is dan ook zonder meer bindend voor de zusters in de samenkomsten.a. de andere is van oordeel dat Paulus dat niet bedoelt en dat hij denkt aan een meer openbare dienst. Zeker niet zoals al gezegd aan het privégebed of het bidden als echtgenoten. dan is het lange haar niet voldoende. dat de zusters in de gemeentelijke samenkomst het hoofd bedekt moeten hebben. nee het is een altijd aanwezig teken. We moeten het voorschrift van de hoofdbedekking van de vrouw niet achteloos aan de kant schuiven. Er staat dat ze het hoofd moeten dekken als ze bidden of profeteren We komen dan ook de volgende opvattingen tegen: (1) De term 'bidden of profeteren' omvat de hele eredienst van de gemeente. Als een zuster de overtuiging heeft dat het ook slaat op voorgaan aan tafel met de kinderen. Het is dus niet 'hard' te maken dan een vrouw zich tijdens de samenkomst van de Gemeente het hoofd moet dekken. Daarover hoefde Paulus dus niet te schrijven. dat het bidden op één lijn gesteld wordt met profeteren geeft immers aan. Hij geeft hier alleen een extra voorschrift voor het optreden van zusters buiten de samenkomsten. want 1 Ko 14 geeft aan. Op grond daarvan zouden zusters de 'veiligste' weg kunnen kiezen door een hoofdbedekking te dragen als de gemeente tot God nadert met lof en aanbidding. Laten we echter oppassen voor dwingend iets voor te schrijven in zaken waar de bedoeling van de Schrift niet zonder meer duidelijk is. Het kan geen dienst zijn in een samenkomst van de gemeente. Dat lange haar geeft dat ook in de samenkomsten aan. dat het voorschrift niet elk gebed zonder uitzondering betreft. En dat lange haar is voor de vrouw een eer. We zullen dus aan de hand van het geheel van voorschriften in 1 Ko 11-14 moeten trachten het terrein van toepassing van dit voorschrift te vinden. maar moet zij zich het hoofd dekken. (2) Het was de gewoonte dat zusters in de samenkomst van de gemeente het hoofd gedekt hadden. zijn de meningen verdeeld. Wanneer een vrouw echter door voorgaan in gebed of door profeteren een dienst vervult waardoor het (voor de engelen o. Dat mogen we trouwens in geen enkel geval.net tussen in. laat ze dan in die huiselijke situatie ook iets op haar hoofd doen. Dat maakt het aannemelijk dat we dit bidden en profeteren toch wel moeten zien als iets in connectie met de gemeente. Uit het voorgaande volgt dat het niet waarschijnlijk is dat hier gedacht wordt aan gezinssituaties. Het is niet zo eenvoudig precies uit te maken op welke dienst en op welke omstandigheden 1 Ko 11: 5 betrekking heeft. Paulus geeft namelijk geen heenwijzing naar een bepaalde situatie. Dat is te begrijpen. . Commentaar: die gewoonte laat zich niet uit de bijbel afleiden en voor pasbekeerde heidenen zou het toch gewenst zijn dat Paulus hen dat onderrichtte. Laten we er echter voor op passen elkaar wetten op te leggen of elkaar te verketteren. zusterkringwerk.

En dat met het oog op de engelen. bijbelbespreking. God zegt dat de vrouw haar hoofd schande aandoet als ze ongedekt tot God bidt. Zijn man zijn kwam zonder de vrouw in geen enkel opzicht uit. dat de man eerst man werd toen de vrouw op het toneel verscheen. de dierenwereld of de plantenwereld. Vragen naar de betekenis Vraag 15: Wat betekenen de verzen 11 en 12 eigenlijk? Antwoord: Man-vrouw. Welnu. Dit kan dus schande zijn voor haarzelf of schande voor de man. Of wij het als schande ervaren doet er niet toe. Het is echter veel aannemelijker dat Paulus heeft willen zeggen. terwijl dat bij de man wel gebeurt. Paulus gaat nog eens terug naar de schepping. In de voorafgaande verzen gaat het om de plaats die man en vrouw als schepselen in de scheppingsorde van God innemen. En wat de konsekwenties daarvan zijn voor het gedrag van mannen en vrouwen bij het bidden en profeteren. het kan ook een algemeen geldende regel zijn. ze horen bij elkaar. Het woord 'natuur' kent heel veel omschrijvingen. maar dat de natuur ons dat leert. volgens de ander op de man. Welnu dat geldt ook voor de geestelijke sfeer waarin man en vrouw verkeren. 'In de Heer' zijn ze ook op elkaar aangewezen. karakter. Het gaat er echter om. Omgekeerd is de man door de vrouw. Vraag 14: Is het lange haar niet de hoofdbedekking waar in dit hoofdstuk over gesproken wordt? Antwoord: Is het lang haar de hoofdbedekking? Uit vers 7. Hij benadrukt dat de vrouw niet los van de man ontstaan is. doopsamenkomst. Spreken we over 'de' natuur dan doelen we op dat wat in algemene zin kenmerkend is voor het geheel van de schepping. N. het mensenleven. werkbespreking. Het haar is dus de bedekking niet. Onze gevoelens kunnen namelijk afgestompt wezen. Dat kenmerkende kan in de aard van de dingen liggen. Veelal laat men dat erop slaan dat alle mannen (behalve Adam natuurlijk) door een vrouw het levenslicht hebben gezien. Vraag 16: Wat bedoelt Paulus met 'de natuur'? Op welke wijze blijkt uit de natuur. dat het uit de natuur blijkt. . maar uit de man genomen is.In ieder geval moeten we niet doorslaan en stellen dat de zusters bij elke gelegenheid (lezing. Er staat niet.B. Het eerste is echter in zoverre waar. Elk mens en elk dier heeft zijn eigen natuur. maar voor een vrouw een sieraad is. In de scheppingsorde horen man en vrouw bij elkaar. enz.zo denkt men daarover. onder de mensen is het gewoon regel dat lang haar voor een man niet past.) het hoofd gedekt moeten hebben. dat ze een kaal hoofd krijgt.8 blijkt dat er naast het lange haar over hoofdbedekking wordt gesproken. Voor die tijd was hij slechts mens zonder nadere aanduiding. dat een vrouw praktisch nooit zo aan haaruitval lijdt. geaardheid. Het kan doelen op de geaardheid van het geschapene. Volgens de een ziet 'haar hoofd' op haar lichamelijk hoofd. Dat ligt om zo te zeggen vast. dat het natuurlijk gevoelen van de mens vanaf de schepping meegekregen heeft. Ze zijn op elkaar aangewezen en vormen niet twee losstaande exemplaren van het mensenras. dat lang haar voor een man een schande en voor een vrouw een eer is? Antwoord: De natuur.

eert de schilder door zijn schilderij te bewonderen. de man het eerst geschapen (dus rangorde in tijd) b. Zo is de vrouw wat haar schepping zelf betreft en wat het doel van haar schepping aangaat tot heerlijkheid van de man. We noemen de vrouw 'het schone geslacht' en dat niet ten onrechte. De man moet niet geëerd worden doordat zijn heerlijkheid de aandacht trekt. ieder heeft graag een fatsoenlijke bos haar. moet dan getoond worden. ze zou niet tenvolle uitkomen en dat moet juist wel. Vraag 19. Wat betekent 'om der engelen wil'? Antwoord: Om de engelen. maar de vrouw om de man geschapen.Een vrouw met een kaal hoofd of afgeschoren haar is 'geen gezicht'. hebben te maken met de scheppingsordening.Als een vrouw bidt of profeteert kan ze de heerlijkheid van God niet laten zien. leert deze handeling dat men een kaal hoofd een schande voor een vrouw vond. Let op dat vers 14 terugslaat op vers 6 b ! ! Dat de natuur ons dit ook nu nog leert bleek wel na de 2e wereldoorlog. En nog steeds is de man in dat opzicht Gods heerlijkheid. Voor een man is het minder leuk om kaal te zijn. Niet de glorie van een mens. maar de vrouw indirect uit de man (rangorde in oorsprong) c niet de man om de vrouw. Het is duidelijk dat de verklaring in beide gevallen 'parallel' moet lopen. Omgekeerd staat lang haar voor een man 'verwijfd' Vraag 17: Er staat dat de man de heerlijkheid van God is en de vrouw de heerlijkheid van de man. De voorschriften hier gegeven. Als we de verklaring van het eerste weten. Als hij het hoofd zou bedekken dan zou hij die heerlijkheid toedekken. Hoeveel te meer zullen ze gejuicht hebben en God verheerlijkt hebben toen God Adam schiep. Toen God de aarde grondvestte. Vraag 18: Waarom moet nu de man het hoofd niet dekken bij het bidden en de vrouw wel? Antwoord: Heerlijkheid van de man. Als er nu staat dat de vrouw de heerlijkheid van de man is. Wat wordt daarmee bedoeld? Antwoord: Heerlijkheid Gods. Als zij bidt of profeteert en ze heeft niets op haar hoofd dan zou alle aandacht vallen op de glorie van de man en dat moet niet. Ze kan echter wel voorkomen dat de heerlijkheid van de man op de eerste plaats komt te staan en dat door haar hoofd te bedekken. want ze is de heerlijkheid van de man. maar voor de man is het echt geen schande. Het is als het ware een pronkstuk waardoor God geëerd wordt. In het scheppen van man en vrouw komt uit dat God aan beide een specifieke plaats gegeven heeft. moeten we het tweede op eenzelfde wijze verklaren. De vrouw is echter de heerlijkheid van de man. Welnu. de vrouw is uit de man geschapen en dat tot zijn hulp. de man is als schepsel voortgekomen uit de hand van God. Dus rangorde in doelstelling De man is het hoofd van de vrouw en daarin wordt gesymboliseerd dat Christus het hoofd is van de Gemeente. dan moet dat ook betekenen dat zij tot zijn eer is. de man. in alles moet Gods heerlijkheid naar voren komen. Deze Thessalonikers waren door de dienst van Paulus tot geloof gekomenen dat rekent God de apostel tot eer. Wat een eer voor de man dat er zulk een wezen tot zijn hulp is. Op soortgelijke wijze noemt Paulus de gelovigen te Thessalonika 'onze heerlijkheid' (zie 1Th 2: 20 en 19). Ieder die dat schilderij ziet. Welnu. Zo is de 'Nachtwacht' van Rembrandt 'de heerlijkheid van deze schilder'. Er staat dat de man het beeld en de heerlijkheid van God is. Nee.Met deze scheppingsorde en haar symbolische betekenis houdt de wereldling geen . Afgezien van de vraag of die daad goed te keuren was. de man rechtstreeks geschapen. Toen werden namelijk de zogenaamde 'moffenmeiden' kaalgeschoren. Als een man een openbare dienst verricht dan treedt hij als beelddrager van God op en moet de heerlijkheid van God in hem gezien worden. God heeft: a. juichten de engelen (zie Jb 38: 7 waar ze 'morgensterren' en 'zonen Gods' genoemd worden.

Er is één plaats in deze wereld waar God die scheppingsordening per se wil zien uitkomen en dat is de Gemeente.B. De engelen kunnen in deze wereld Gods gedachten niet zien uitkomen. .rekening. voor hen is het enige toneel waar ze zichtbaar worden voorgesteld. Terwille van de engelen moeten de zusters dus het hoofd gedekt hebben N. Het heeft dus niet te maken met occulte verleiding of iets dergelijks. de Gemeente.