You are on page 1of 30

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties

Sectorrapport 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Inhoud

Voorwoord Inleiding Visie op Nederland Samenvatting Interview met Ad de Graaf ROC’s, Hogescholen en Universiteiten Interview met Henk van Heuven Woningcorporaties Interview met Martin Bontje Zorg-care Zorg-cure Leeswijzer Colofon

3 4 5 9 10 13 15 18 20 23 25 27 29

2

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Voorwoord

Geachte lezer, De Nederlandse economie bevindt zich, net als in de rest van de wereld, in slecht weer. Tekenen van herstel zijn nog nauwelijks zichtbaar en politici, economen, bankiers en ondernemers zijn allen op zoek naar de juiste aanpak om de crisis te keren. In dit moeilijke speelveld bevindt ook u zich. U begeeft zich op het snijvlak van mens, markt en maatschappij waar de economische neergang haar invloed heeft. De sectoren zorg, onderwijs en woningcorporaties staan voor grote uitdagingen. De economische situatie komt bovenop de veelheid aan veranderingen waar u al mee te maken heeft zoals meer concurrentie, grotere transparantie en aangescherpte kwaliteitseisen. Deze veranderingen bieden nieuwe mogelijkheden voor u, maar vragen ook om nieuwe strategische keuzes en ondernemerschap. Als publiek ondernemer zult u scherp aan de wind moeten zeilen om goed om te gaan met alle veranderingen. Uiteraard moet u nu nog meer dan normaal op de kosten letten zoals van huisvesting en arbeid. Maar let ook goed op een efficiënt werkkapitaal- en balansbeheer, gedegen risicomanagement, goede kwaliteit en uw governance structuur. Het belangrijkste is echter dat u zich blijft richten op uw klanten. Na een woord van dank aan Ad de Graaf (directeur HBO-raad), Martin Bontje (lid RvB Uvit) en Henk van Heuven (directeur Aedes) voor hun bijdragen, wens ik u veel succes in deze uitdagende tijden!

Miriam Dragstra Directeur Public Banking ABN AMRO Bank N.V.

3

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Inleiding

Sectorpublicaties hebben een lange geschiedenis binnen ABN AMRO. Reeds begin jaren zeventig zag een voorloper van Visie op Sectoren (kortweg VOS) het daglicht. Waren in de eerste decennia de sectoranalyses alleen voor intern gebruik, vanaf 2004 worden ze voor een breed publiek voornamelijk via internet aangeboden. In Visie op Sectoren 2009 vindt u de visie van ABN AMRO op trends, ontwikkelingen en onze vooruitzichten voor de Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties. De “Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties” begint met de visie van ABN AMRO op de Nederlandse economie. Vervolgens treft u een korte samenvatting aan, die gevolgd wordt door een interview met Ad de Graaf directeur van de HBO Raad en de analyse over ROC’s, HBO’s, Universiteiten. De analyse over Woningcorporaties wordt voorafgegaan door een interview met Henk van Heuven, directeur van Aedes. Tenslotte is er een interview over de zorgsector met Martin Bontje (lid RvB Uvit), waarna twee analyses volgen: Zorg - care en Zorg - cure. Elke brancheanalyse bestaat uit twee pagina’s met een beschrijving van de bedrijfstakdynamiek en de vooruitzichten, maar bevat tevens een veelheid aan cijfers. De lezer krijgt hiermee inzicht in de trends, ontwikkelingen, vooruitzichten en andere (bedrijfs) economisch gerelateerde vraagstukken, die relevant zijn voor een branche. De VOS 2009 is samengesteld op basis van talrijke bronnen. Er zijn zowel openbaar toegankelijke bronnen als eigen informatiebronnen gebruikt. Veel informatie is publiekelijk toegankelijk. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is een welbekende bron voor cijfers. Ook hebben we gebruik gemaakt van de kennis en ervaring van brancheorganisaties in Nederland, diverse onderzoeks- en adviesbureaus en overheidsinstanties. Wij hopen dat deze publicatie u stimuleert om met ABN AMRO en uw collega ondernemers van gedachte te wisselen over de uitdagingen voor uw sector in Nederland.

4

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Visie op Nederland

Nederlandse economie in zware recessie
In 2008 is de economische groei sterk teruggevallen. In het tweede en derde kwartaal was al sprake van krimp van de economie – zowel in de eurozone als in Nederland. De situatie werd nog grimmiger in het najaar van 2008 toen alom duidelijk werd dat de gevolgen van de kredietcrisis veel ernstiger waren dan eerder was gedacht. Voor 2009 worden nu zeer negatieve groeicijfers verwacht. En ook voor 2010 verwachten we (gemiddeld) nog geen groei. Bovendien zijn de risico’s groot. Het is zeker niet uitgesloten dat de correctie op de in eerdere jaren ontstane en nu geknapte bubbels nóg sterker is en de economie in een nóg diepere recessie terechtkomt. De afkoeling van de wereldeconomie begon al in de eerste helft van 2008. De groei - met name die in de VS - stond trouwens al vóór het begin van 2008 onder druk door de sterke terugval op de Amerikaanse huizenmarkt. Verder zorgde de in de zomer van 2007 begonnen kredietcrisis voor de nodige onzekerheid. Vervolgens liep de olieprijs in de eerste helft van 2008 op tot een recordhoogte. Dat zette de koopkracht in veel landen onder druk en daarmee de groei van de particuliere consumptieve bestedingen. In de loop van het jaar vertraagde de groei van de wereldeconomie van 4,3% jaar-op-jaar (j-o-j) in het eerste kwartaal tot net boven nul in het laatste kwartaal. Tezamen met de wereldeconomie liet ook de wereldhandel een afkoeling zien. Deze was trouwens al zichtbaar vanaf de nazomer van 2007 Eind vorig jaar – nadat de kredietcrisis weer . in alle hevigheid was opgelaaid - leek de wereldhandel compleet in te storten. In de maanden november tot januari kromp de handel ruim 6% per maand. Als gevolg daarvan lag het volume van de wereldhandel bij het begin van dit jaar zo’n 17% onder het niveau van begin 2008!

Sterke groeivertraging Nederlandse economie
In 2006 en 2007 draaide de Nederlandse economie heel goed. Het bruto binnenlands product (BBP) nam die jaren met gemiddeld 3,5% toe. In 2008 viel de groei terug naar 2%. Daarmee deed ons land het in die jaren duidelijk beter dan de eurozone als geheel. Vooral in het laatste deel van 2007 was de groei hoog. In feite was vrijwel de hele gemiddelde groei van 2008 al gerealiseerd in 2007 Dat zet de Nederlandse prestatie in een wat ander licht. We zien dit ook als we naar de . kwartaalcijfers kijken van 2008. In het eerste kwartaal steeg het BBP nog met 0,6% ten opzichte van het voorgaande kwartaal (k-o-k). Maar in de periodes daarna kromp de economie – en ook nog eens steeds harder: van -0,1% k-o-k in het voorjaar naar -1,0% in het slotkwartaal.

5

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Visie op Nederland

Economische groei Nederland
2,5% 2,0% 1,5% 1,0% 0,5% 0,0% -0,5% -1,0% 01 02 03 groei k-o-k (l.a.) 04 05 06 07 groei j-o-j (r.a.) 08 5% 4% 3% 2% 1% 0% -1% -2%

De afkoeling van de economie in de loop van het jaar wordt verklaard door de terugval bij vrijwel alle bestedingen. De consumptie stagneerde in het grootste deel van het jaar. Dat werd waarschijnlijk mede veroorzaakt door de forse inflatiestijging in het eerste halfjaar die de koopkracht onder druk zette. Alleen in de laatste maanden van het jaar namen deze bestedingen weer toe. De investeringen deden het aanvankelijk nog goed, maar in het tweede halfjaar eiste het afgenomen producentenvertrouwen, dat leed onder de dure olie en euro, zijn tol en gingen de investeringen dalen. De uitvoer kwam in het voorjaar onder druk. De vertraging van de wereldhandel en de alsmaar duurder wordende euro deden de uitvoer afnemen. Vooral tegen het eind van het jaar gingen de investeringen en de uitvoer onderuit. De toename van de consumptie voorkwam een nóg forsere krimp van de economie.

Stand begin 2009 - vooruitzichten
Waar staan we nu? Als we kijken naar de verschillende vertrouwensindicatoren, de barometers van het economisch weerbeeld, dan wijzen die op een heel slechte start van 2009. Eind vorig jaar hebben deze indicatoren een enorme duikvlucht gemaakt naar niveaus die we sinds de recessie van begin jaren tachtig niet meer hadden gezien. In het eerste kwartaal zijn deze indicatoren weliswaar gelukkig niet veel meer gedaald, maar doorgaans lagen ze in maart toch nog altijd op een iets lager peil dan eind vorig jaar. Vertrouwensindicatoren zijn gebaseerd op enquêtes. Daarmee zijn het ‘zachte’ cijfers. De eerste ‘harde’ cijfers van dit jaar waren echter ook slecht. Zo bleek dat het volume van de Nederlandse goederenuitvoer in januari 14% was gedaald ten opzichte van begin 2008. En ook de industriële productie liet in de eerste twee maanden met -12% j-o-j een enorme daling zien. De dramatische ontwikkeling sinds eind 2008 zien we ook terug bij de bezettingsgraad van het machinepark van de industrie. Tussen oktober en januari daalde de bezetting van 83% naar krap 77%. Ten slotte lag de ontvangst van nieuwe orders in de industrie ongeveer een derde lager dan begin 2008. Aan de neergang lijkt dus nog geen eind te komen.

6

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Visie op Nederland

Bezettingsgraad industrie
88% 86% 84% 82% 80% 78% 76% 74% 72% 70% 90 92 94 96 98 00 02 04 06 08 09

Gelet op de enorme afname van de wereldhandel, zien we de Nederlandse uitvoer eveneens sterk dalen in 2009. De flink geslonken orderportefeuilles in de industrie bevestigen deze verwachting voor de verslechterde buitenlandse afzet. Bij de particuliere consumptie is sprake van verschillende, tegen elkaar in werkende factoren. De contractlonen nemen gemiddeld met ongeveer 3% toe. Veel cao’s zijn vorig jaar afgesloten toen voor 2009 nog een inflatie van ruim 3% werd voorzien. De inflatie is echter hard gedaald en komt waarschijnlijk gemiddeld onder de 1% uit. Dat levert een flinke koopkrachtverbetering op voor de werkenden. Daar staat tegenover dat de werkloosheid, die overigens tot en met de eerste maanden van het jaar slechts licht is toegenomen, sterk zal stijgen. Dat is juist nadelig voor het beschikbaar inkomen in ons land. Bovendien zal het toenemende verlies aan banen het consumentenvertrouwen verder onder druk zetten. Daardoor gaat men mogelijk meer sparen in plaats van besteden. De particuliere consumptie zal dit jaar wellicht gelijk blijven of licht afnemen. Door de slechte afzetperspectieven, vooral in het buitenland, staan de investeringen onder zeer zware druk. De bezettingsgraad is al drastisch afgenomen. Winsten zullen teruglopen deels als gevolg van een stijging van de arbeidskosten per eenheid product. De afname van de werkgelegenheid volgt immers met vertraging de afname van de productie. Daarbij komt dat de banken hun leenvoorwaarden hebben aangescherpt. (Maar de kredietverlening aan nietfinanciële bedrijven is in de eerste twee maanden van 2009 wel iets toegenomen.) We gaan er daarom van uit dat de investeringen mogelijk met dubbele cijfers zullen afnemen.

Rente is fors verlaagd
Toen afgelopen najaar het financiële systeem in grote problemen kwam, hebben de centrale banken ingrijpende maatregelen genomen. Zo zijn de rentes in veel landen fors verlaagd. In de VS heeft de Fed haar rente teruggebracht naar bijna 0%. De ECB heeft weliswaar de rente in mindere mate omlaag gebracht, maar toch is ook hier de belangrijkste beleidsrente, de refi-rente, met 3 procentpunt verlaagd naar 1,25% in april. En alom wordt verwacht dat deze rente op korte termijn naar 1% wordt gebracht. De refi-rente is het tarief waartegen banken geld kunnen lenen bij de ECB. Sinds afgelopen najaar kan dat zelfs onbeperkt. Want in het kader van het steunen van de bancaire sector heeft de ECB het gebruikelijke maximum aan de toewijzing van liquide middelen tijdelijk laten vervallen. Onlangs heeft de ECB bekendgemaakt dat deze maatregel minstens tot na het einde van dit jaar van kracht blijft - en zo nodig nog

7

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Visie op Nederland

langer. Een ander rentetarief van de ECB is de depositorente. Tegen deze rente kunnen banken middelen die ze (tijdelijk) over hebben, ‘parkeren’. Dat levert hun nu nog maar 0,25% op. Centrale banken buiten de eurozone hebben ook andere, niet-conventionele maatregelen genomen. De Fed bijvoorbeeld heeft twee nieuwe beleidsinstrumenten ingezet: kredietversoepeling (credit easing) en kwantitatieve verruiming (quantitative easing). Het eerste instrument betreft het aankopen door de Fed van schuldtitels uit de private sector. Bij het tweede instrument koopt de Fed staatsobligaties op. De bedoeling is dat daarmee ook de langere rentes naar beneden gaan. De ECB heeft aangekondigd ook met nieuwe nietconventionele maatregelen te komen. Welke dat zullen zijn, heeft ze nog niet gezegd. Door de sterke afkoeling van de economie zijn de lange rentes met name eind 2008 duidelijk naar beneden gekomen. We hebben het hier over het rendement op staatsobligaties. Het rendement op bedrijfsobligaties ligt daar sinds het begin van de kredietcrisis en vooral sinds het weer oplaaien daarvan in het afgelopen najaar, een stuk boven. Maar ook deze rentes zijn wat gedaald. In het eerste kwartaal heeft de neerwaartse trend niet doorgezet. Toch is er een redelijke kans dat de lange rente in de komende maanden iets verder zal dalen. Zo zit de economie voorlopig nog in een recessie. En indien de Fed haar aankopen van staatsobligaties verder gaat opvoeren, zal de rente in de VS wat dalen. Dat kan ook de lange rente in de eurozone meetrekken, zij het in mindere mate. In de tweede helft van het jaar kunnen de lange rentes weer iets oplopen.

Forse krimp in 2009
Hoe lang de recessie zal aanhouden en hoe diep die zal zijn, is moeilijk te zeggen. Bij eerdere bankcrises bleek dat de economie enkele jaren nodig had om daarvan te herstellen, ten koste van een flinke economische krimp. En we mogen niet vergeten dat we nu te maken hebben met een mondiale crisis, niet een nationale. Maar centrale banken en regeringen hebben stevige tegenmaatregelen genomen. En we gaan ervan uit dat deze maatregelen gaan werken. We verwachten dat de Nederlandse economie dit jaar heel fors zal krimpen – met 3 à 5%. Later in het jaar of in 2010 kan aan de krimp een eind komen dankzij de genoemde stimulans van de monetaire en begrotingsmaatregelen voor de wereldeconomie. Maar de gemiddelde groei in ons land zal in 2010 waarschijnlijk nog negatief zijn. Toch zou dit betekenen dat in vergelijking met eerdere bancaire crises in de wereld de schade voor de economische groei deze keer wat lager uitvalt. Dat tekent dan ook tegelijkertijd het negatieve risico dat aan ons scenario kleeft. In dit verband wijzen we ook op de forse daling van de inflatie. In maart was deze in de eurozone gedaald naar 0,6% - van 4% in de zomer van 2008. In ons land lag het cijfer in maart met 2,0% hoger. Vooral de ontwikkeling van de olieprijzen, en in mindere mate van de voedselprijzen, was voor de daling sinds afgelopen zomer verantwoordelijk. En dat geldt ook voor de verdere inflatiedaling die we voorzien – óók in Nederland. Maar de recessie drukt de prijzen eveneens. Daardoor zou de inflatie in de zomer tijdelijk onder de nul kunnen uitkomen. Maar of het daarbij blijft? Door de recessie is er een ongekend grote onderbezetting in de economie aan het ontstaan. Die zal de inflatie drukken. We weten echter niet hoe groot het deflatoire effect daarvan kan zijn.

8

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Samenvatting

De complexe omgeving waarin zorginstellingen, onderwijsorganisaties en woningcorporaties zich begeven, kenmerkt zich door verschuivingen in de relaties tussen markt, overheid, politiek en burger. Traditionele kaders maken steeds meer plaats voor nieuwe situaties met andere spelregels en brengen onzekerheden met zich mee. Daarbij komt de toenemende druk om de kwaliteit en prestaties van de dienstverlening te verhogen. Dit zorgt voor een dynamisch speelveld. Deze gemeenschappelijkheid, maar ook de verbondenheid tussen zorg, onderwijs en woningcorporaties onderling heeft geleid tot één document, namelijk Visie op Sectoren. In dit document kunt u onze visie lezen, waarbij wij rekening houden met de ontwikkelingen die gaande zijn. Voor de zorg geldt een verdere uitbreiding van de prestatiebekostiging in de cure en care voor de komende jaren. Daarmee samenhangend ontstaat een toenemend belang tot kostenbesparende en verantwoorde investeringen. Tegelijkertijd zijn transparantie, kwaliteit, veiligheid en innovatie speerpunten. Voor onderwijs zijn binnen ROC’s, hogescholen en universiteiten een viertal thema’s van belang: onderwijskwaliteit, internationalisering, blijvend leren en innovaties. Voor de corporaties zijn de beperking van de borgingsgrens, het inflatievolgend huurbeleid en het achterblijven van verkopen de belangrijke ontwikkelingen. Dit betekent een toenemende druk op de kasstromen waardoor hier strakker op moet worden gestuurd. Samenvattend vraagt dit van de drie sectoren creativiteit en ondernemerschap om de uitdagingen waarvoor zij staan aan te gaan.

9

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Ad de Graaf, directeur HBO-raad

‘De top van het onderwijs moet hoger, de basis moet breder’
Ad de Graaf: ‘Ongeacht de crisis moeten we in het onderwijs blijven werken aan de verbetering van de kwaliteit. De top moet hoger, de basis moet breder en hóger. We willen méér mensen een zo hoog mogelijke opleiding laten genieten. Dat is ook logisch, Nederland wil een kenniseconomie zijn. Maar er zit een inherente spanning tussen die twee doelstellingen: een hoge participatie van mensen in het hoger onderwijs kan de kwaliteit onder druk zetten. Dat is nog een lastige uitdaging. De vraag is: tot waar lopen die twee doelstellingen samen op? En: hoe voorkom je dat ze elkaar gaan bijten?’ ‘De twee doelstellingen gaan een flink stuk samen op bij de associate degree, het experiment voor een tweejarig programma dat qua niveau tussen het mbo-4 en de Ad de Graaf bachelorgraad ligt. In Europees verband noemt men mbo-4 niveau 4 en de bachelorgraad niveau 6. In het buitenland bestaat al langer een niveau daartussen: een short-cycle high education, niveau 5. In Nederland is niveau 5 nu de associate degree: zeer geschikt voor mensen die al werken en niet meer vier jaar naar een hogeschool willen. Wellicht wordt de associate degree op veel grotere schaal ingevoerd. Als je het aantal niveaus differentieert, zou je best wel eens meer studenten kunnen trekken. En bij de associate degree staat dat volgens mij niet op gespannen voet met kwaliteitseisen.’ ‘Bij de Pabo, die studenten opleidt tot leerkrachten voor de basisschool, zie je dat de doelstellingen kwaliteit en kwantiteit elkaar wel enigszins zijn gaan bijten. We hebben jaren geleden die toestand gehad over de reken- en taaltest. Dat te veel Pabo-studenten na het eerste jaar moesten afhaken omdat ze niet voldoende scoorden voor die twee testen. Overigens: het niveau daarvan was de beste 20% van de Cito-toets. Dat is toch niet te veel gevraagd, voor mensen die later in het basisonderwijs zelf taal- en rekenlessen moeten gaan geven. Nu is de afgelopen vier, vijf jaar de instroom voor Pabo’s gedaald van 10.000 naar achtduizend studenten. Je mag aannemen dat die daling van maar liefst tweeduizend studenten voor een deel te maken heeft met de beeldvorming rondom die reken- en taaltoets. Als de instroom zó laag wordt, dat basisscholen een gebrek aan leerkrachten gaan krijgen, ontstaat er een druk om meer studenten toe te laten. Die druk kan weer ten koste gaan van de kwaliteit, bijvoorbeeld omdat de eisen naar beneden gaan. Er blijft altijd spanning bestaan tussen kwantiteit en kwaliteit.’ ‘Selecteren aan de poort is uit den boze in Nederland. De politiek vindt dat niet goed. Door een dergelijke selectie daalt het aantal nieuwe studenten, en toch zijn er situaties waarin ik er voorstander van ben. Het vak wiskunde is geschrapt in het HAVO en VWO-profiel cultuur en maatschappij. Wij vonden dat jammer en stelden voor om dan in ieder geval het vak rekenen

10

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties

op te nemen, want met het profiel cultuur en maatschappij kun je worden toegelaten op lerarenopleidingen. Dat wilde men niet. Toen heeft de HBO-raad gesteld: we willen selectie aan de poort om te veel uitval te voorkomen. Dat voorstel is werkelijk weggehoond door de Tweede Kamer.’ ‘Mensen zullen in economisch slechtere tijden eerder de neiging hebben om te kiezen voor stabiele sectoren als gezondheidszorg en onderwijs. Dat is mooi, en het idee van minister Donner om mensen die hun baan kwijtraken toe te geleiden naar het onderwijs, is uitstekend, op voorwaarde dat ze dat wel uit overtuiging doen. Zonder een goede motivatie wordt het niets in het onderwijs.’ ‘We zien mooie ontwikkelingen in het onderwijs. De academie voor design en vormgeving in Eindhoven is wereldvermaard. De creative industry is één van de speerpunten in het beleid van het ministerie van Economische Zaken. Het innovatie platform volgt dit ook met warme belangstelling. In de creative industry gaat het om het leggen van een link tussen techniek en vormgeving. Een keuze voor een academie voor beeldende kunsten in de toegepaste sfeer, in de ontwikkelingssfeer past heel goed in een moderne economie – net zo goed als de keuze voor ICT-opleidingen. Het aantal studenten techniek in het hoger onderwijs is gestegen, de campagnes hebben effect gehad. Neem de opleiding gaming, die niets te maken heeft met computerspelletjes spelen, maar gaat over alles wat erbij komt kijken om games te ontwikkelen. Dat is een populaire opleiding die heel goed past bij de huidige tijd.’ ‘Als straks de crisis achter de rug is, worden we weer geconfronteerd met een krapte op de arbeidsmarkt. Je wint de economische ratrace tussen landen alleen met een hoog gekwalificeerde beroepsbevolking. Daarvoor is een goed stelsel nodig voor een Leven Lang Leren. En zo’n stelsel ontbreekt nog. EVC staat voor Erkenning van eerder Verworven Competenties. Wat iemand heeft geleerd in zijn werk of privéleven, kan worden vastgelegd in een ervaringscertificaat. Het bedrijfsleven had behoefte aan EVC-trajecten. Het geeft mensen een betere manier om zich te presenteren op de arbeidsmarkt. Het is een goed initiatief, alleen krijgt de beroepsbevolking er geen hoger kennisniveau door. Wat wél werkt, is dat mensen eerder aan een vervolgopleiding gaan beginnen omdat ze met een ervaringscertificaat vrijstelling kunnen krijgen voor bijvoorbeeld de helft van de vakken. Kijk, dat zet zoden aan de dijk. Zo combineer je kwaliteit en kwantiteit.’

Tips van Ad de Graaf Tip 1
Universiteiten moeten, net zo goed als hogescholen en ROC’s de kwaliteit van het onderwijs verbeteren; zowel qua intensiteit als qua aandacht voor begeleiding van studenten. Het is de bedoeling dat op universiteiten het onderwijs net zo belangrijk wordt gevonden als het onderzoek.

11

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties

Tip 2
Hogescholen moeten investeren in de kwaliteit van docenten. Een echte professional is steeds bezig met ontwikkeling, een leven lang leren. Die houdt de nieuwste ontwikkelingen in zijn of haar vak bij, maar is ook bezig met het belang van de student en zorgt voor een goede begeleiding. Een docent aan de hogeschool moet het als een schande ervaren als de tentamencijfers pas na drie maanden beschikbaar zijn, in plaats van na drie weken. Een professional moet het als een schande ervaren als een eerstejaars student stopt met zijn studie zonder dat de docent dat zag aankomen. Dan heb je dus te ver van de student af gestaan. Een uitval van 17% van de eerstejaars op de hogescholen – dat is veel te hoog.

Tip 3
In het competentiegerichte middelbaar beroepsonderwijs moet er een herwaardering komen voor het verwerven van kennis. Nu ligt het accent nog te veel op het verwerven van competenties, dat is echt doorgeslagen. Er moet een beter evenwicht komen tussen stimuleren om zelf te leren en de kenniscomponent. Het behoort tot de pedagogische verantwoordelijkheid van de school om leerlingen kennis bij te brengen. Een mbo’er moet later, in de beroepspraktijk, voldoende in staat zijn om te reflecteren op het eigen handelen en niet alleen maar vaardigheden toepassen.

HBO-raad: positieversterking van hogescholen
De HBO-raad is de belangen- en werkgeversvereniging van Nederlandse hogescholen die door de overheid bekostigd worden. De raad werkt, met een groot netwerk, aan positieversterking van hogescholen. De HBO-raad wil de maatschappelijke betekenis van hogescholen optimaliseren en vormt zelf een kennis- en informatiecentrum. De raad is het platform waarin hogescholen samenwerken.

12

Visie op Sectoren 2009

Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
ROC’s, hogescholen en universiteiten
Investeren in kwaliteitsverhoging met als doel betere onderwijsresultaten Hoge ambities en veel plannen, maar beperkte beschikbaarheid van geld Schaarste vergt creativiteit en ondernemerschap Branchebeschrijving
De 70 ROC’s, AOC’s en vakscholen hebben een divers en breed aanbod aan opleidingen. Bij alle opleidingen in het MBO staat de aansluiting met de praktijk voorop. Hogescholen hebben de afgelopen 10 jaar het merendeel van de groei van het aantal hoger opgeleiden voor hun rekening genomen. Universiteiten staan niet alleen voor succesvolle studenten, maar ook voor succesvolle onderzoekers. De universiteiten zetten zich in om de positie van het Nederlandse onderzoek te verstevigen en kennisproducten via ondernemerschap naar de markt te brengen.

Trends en ontwikkelingen
Trends en ontwikkelingen zijn onder te verdelen in vier thema’s, namelijk kwaliteit, internationalisering, blijvend leren en tot slot innovatie, samenwerking en duurzaam ondernemerschap. In het huidige onderwijsbeleid ligt de nadruk op het verhogen van het opleidingsniveau en de kwaliteit van het onderwijs. Daarmee moet het onderwijs beter aansluiten op de hogere eisen die onze kenniseconomie stelt. Tevens is Nederland onderdeel van een globaliserende economie. Studenten zijn mobieler geworden en universiteiten en hogescholen hebben internationale aspecten een plek gegeven in het curriculum. Een economie die concurrerend moet zijn door innovatie en hoogwaardige dienstverlening stelt steeds hogere eisen aan kennis, creativiteit en ondernemerschap. Onderdeel hiervan is het breder inzetbaar maken en houden van werknemers. Daarbij vraagt de huidige recessie om bij-, her- en omscholing van een groot aantal werknemers en is blijvend leren de nieuwe norm. Het onderwijs en onderzoek vormen een belangrijke schakel in de dialoog om met de omgeving op zoek te gaan naar nieuwe innovatieve en duurzame vormen van waardecreatie voor de zakelijke en maatschappelijke vraagstukken.

Onze visie
Een beroepsbevolking met een hoog kennisniveau, creativiteit en innovatief en ondernemend vermogen vormt de belangrijkste grondstof van onze economie. Hierin vindt het tertiair onderwijs een nieuwe urgentie om verder te gaan op het al eerder ingeslagen pad van intensivering van onderwijs, relaties en het creëren van een uitdagende leeromgeving waar deelnemers/studenten zich thuis voelen. Het verwachte tekort aan hoogopgeleide werknemers wordt door de huidige recessie op korte termijn verstoord. Op langere termijn zal dit tekort zich wel degelijk aftekenen. Een ander effect van de recessie is dat de vraag naar om-, bij- en herscholing zal toenemen. Mensen zullen worden uitgedaagd meer verantwoordelijkheid te nemen voor hun werkorganisatie en samenleving als geheel. Daarbij past een maximale ontplooiing, waarbij gebruik wordt gemaakt van hun talent en drijfveren. De nieuwe norm ‘een leven lang leven’ valt niet meer te ontkennen.

Kerngegevens Aantal ROC’s: 70 Aantal HBO’s: 41 Aantal universiteiten: 13

Websites www.mboraad.nl www.hbo-raad.nl www.vsnu.nl www.minocw.nl 13
Visie op Sectoren 2009

Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
ROC’s, hogescholen en universiteiten
Ontwikkeling van het aantal deelnemers per onderwijssector
• Aantal deelnemers in po & vo blijft redelijk stabiel. • Belangstelling voor hoger onderwijs neemt sterk toe. • Groei in HBO is voor een groot deel afkomstig uit doorstroom vanuit MBO.
index (1998=100) 120 140

Bron: Rapport Kennis in kaart 2008

130

110

100

90 1998 PO 1999 VO 2000 2001 MBO 2002 HBO 2003 WO 2004 2005 2006 2007

Doorstroom van MBO naar HBO
• De doorstroom vanuit MBO naar HBO is de laatste jaren sterk toegenomen tot ruim 67% in 2007
100%

Bron: Rapport Kennis in kaart 2008

80%

37%

41%

45%

49%

52%

53%

52%

60%

13% 20% 19% 18% 16% 16% 16%

40% 50%

20%

39%

36%

33%

32%

32%

32%

0% 2001 2002 2003 2004 2005 Directe instroom 2006 2007

Geen instroom

Indirecte instroom

Ontwikkeling van het aantal studenten en afgestudeerden
• Aantal studenten en afgestudeerden in wo blijft toenemen • Deze grafiek laat zien dat het opleidingsniveau van Young Professionals hoger ligt dan van de generaties voor hen die deel uit maken van de beroepsbevolking
400 350 300 250 200 150 100 50 0 1950 1960 MBO 1970 1980 HBO 1990 2000 WO 2001 2002 2003 2004

Bron: CBS

2005

2006

2007

Baten per type onderwijsinstelling
• ROC’s zijn voor hun geldstromen het meest afhankelijk van de rijksoverheid en de lokale overheid omdat zij geen collegegeld ontvangen. • In het hoger onderwijs is een gedeelte van de rijksbijdrage prestatiegerelateerd. Daar zitten variabelen in als het aantal instromende studenten, het aantal behaalde diploma’s en het aantal promoties. • Universiteiten ‘verdienen’ meer dan de andere opleidingen aan werk in opdracht van derden.
40% 79% 66% 20% 100% 17% 80% 4% 9% 6% 19%

Bron: CBS
7% 18% 8%

60%

67%

0% ROC Rijksbijdragen Baten werk in opdracht HBO Collegegeld WO Overige baten overheidsbijdragen

14

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Henk van Heuven, directeur bij Aedes

‘De woningmarkt moet worden vlot getrokken’
Henk van Heuven: ‘Het jaar 2009 zal in het teken staan van de boel op gang houden. Het is een lastige tijd, maar woningcorporaties zoeken naar allerlei mogelijkheden om de volkshuisvestingsdoelstellingen te realiseren. Een idee waar ik moeite mee heb, en dat onder anderen is geopperd door het kabinet, is om koopwoningen die zijn ontwikkeld door commerciële partijen en waarvoor geen kopers zijn gevonden, te laten overnemen door woningcorporaties die ermee de huurmarkt op zouden moeten gaan. Het probleem is: dergelijke woningen zitten vaak in een duur huursegment, en die raak je niet zo gemakkelijk kwijt. Dus als een aankoop niet past in het voorraadbeleid van een woningcorporatie, moet ze ook niet verplicht worden gesteld om dat te doen. Aedes vindt: de corporaties zijn er niet om de problemen van andere partijen op te lossen.’ ‘De achtergrond van het idee is dat commerciële ontwikkelaars een project pas daadwerkelijk gaan bouwen als minstens 70% van de woningen vooraf is verkocht. Als commerciële ontwikkelaars dat percentage niet halen, dan zullen ze niet bouwen. En vanwege de crisis gebeurt dat steeds vaker. En woningcorporaties bouwen zo ongeveer op voorraad. Ik zeg het een beetje zwart wit, maar het komt er ongeveer op neer dat corporaties bouwen, en Henk van Heuven dan kijken hoeveel er verkocht wordt, om de rest van de huizen te verhuren. Dus ik snap dat het kabinet dacht: is het geen goed idee dat corporaties ook de niet verkochte woningen van commerciële partijen in de verhuur gaan nemen? Dat zou de minister van WWI natuurlijk een prettige stimulans voor de bouwproductie vinden, in deze barre tijden waarin de vraag naar nieuwbouw woningen, althans op korte termijn, enorm is gekelderd.’ ‘Begrijp me goed, als een corporatie een aanbod van een commerciële partij om koopwoningen over te nemen voor de huurmarkt, vindt passen in haar portfolio en strategie, dan zal ze daar best op in gaan.’ ‘Er zijn ontwikkelingen die helemaal niets met de kredietcrisis van doen hebben, waardoor onze sector moeite heeft om te investeren in projecten. De kasstromen, die indicator zijn om op te sturen en sinds 2007 belangrijker zijn dan de solvabiliteit, staan flink onder druk. En daarmee ook de investeringsmogelijkheden en -volumes van corporaties. Het rekensommetje is dat iedere euro op de kasstroom, een investering van tien euro kan betekenen.’ ‘Drie ontwikkelingen hebben de kasstromen onder druk gezet. Allereerst het beleid van dit kabinet, om geen huurverhogingen toe te staan die boven de inflatie uitgaan. Het lastige voor

15

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties

corporaties is dat nu die inflatie laag is, door prijsontwikkelingen in sectoren waar wij weinig mee te maken hebben. Denk aan de groenteboer, de bakker en de schoenmaker. Terwijl zaken waar we wel mee te maken hebben – personeel, bouwen, en onderhoud plegen – al jarenlang duurder worden met een percentage dat boven de inflatie ligt. Het is dus flink inleveren voor ons. Aedes vindt echt dat er een vorm van huurliberalisatie moet plaatsvinden. Je ziet nu in sommige wijken mensen wonen die in de CAO er 3,5% hebben bijgekregen, terwijl de inflatie maar 1,5% was, en hun huurverhoging dus ook. Dat is vreemd.’ ‘Dan de tweede rem op kasstromen: de Vogelaarheffing. In 2008 is er 75 miljoen geheven bij corporaties. Aedes is tegenstander, niet omdat we geen goed werk willen ondersteunen in Vogelaarwijken, of dat het bedrag te hoog zou zijn, maar vanwege de wijze waarop is besloten het geld bij elkaar te krijgen, met een heffing.’ ‘De derde ontwikkeling is de vennootschapsbelasting die sinds 2008 integraal is opgelegd aan corporaties. Minister Bos verwacht uit de vennootschapsbelasting 500 miljoen euro te ontvangen. Als je dat rekensommetje erop loslaat, dan betekent dat 5 miljard minder investeringsmogelijkheden. Voeg daarbij die twee andere remmende ontwikkelingen die ik noemde, en het is duidelijk dat onze investeringsruimte aardig is ingeperkt. Terwijl het hard nodig is dat we meer bouwen. Alle corporaties bij elkaar hebben in 2008 iets meer woningen gesloopt en verkocht, dan dat we nieuw gebouwd hebben. Dat moet anders.’ ‘Om in 2010, 2011, als het economisch weer waarschijnlijk wat minder zwaar is, de sector weer flink op weg te helpen, zou iets gedaan moeten worden aan de woningmarkt die nu totaal op slot zit. Die moet echt hoog nodig worden vlot getrokken. Nu krijgen mensen van 25 tot 35 jaar met een laag inkomen nauwelijks toegang tot de woningmarkt. Omdat mensen met een inkomen, waarmee ze best zouden kunnen kopen, of een duurder huis zouden kunnen huren, vaak in een goedkope huurwoning wonen. Er is weinig doorstroming. Ook al omdat we te weinig bouwen en de woningen die we bouwen soms te weinig aansluiten op de behoeften. Met name eengezinswoningen moeten er meer komen.’ ‘De woningmarkt kan op twee manieren worden vlot getrokken. De huren zouden geliberaliseerd moeten worden, zodat mensen een impuls krijgen om de koopmarkt op te gaan. En aan de koopkant van de markt zou er iets veranderd moeten worden aan de aftrek van de hypotheekrente, waarna de prijzen van huizen een minder hoge vlucht zullen nemen.’ ‘Aedes vindt echt dat de overheid de crisistijd zou moeten gebruiken om de doorstroming van de woningmarkt voor eens en voor altijd te regelen. Dat zou onze uitgangspositie voor als de crisis voorbij is, flink verbeteren.’

Tips van Henk van Heuven Tip 1
Een woningcorporatie moet vooral vast blijven houden aan de uitgestippelde strategie. Als dat bijvoorbeeld anticyclisch bouwen is, dan doe je dat, maar anders niet.

16

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties

Tip 2
Begin zeker in deze tijden niet aan projecten die je financiële polsstok te boven gaan. Laat je niet verleiden tot financieel onverantwoorde projecten.

Tip 3
Blijf vooral dingen doen die duurzaam zijn. Eigenlijk hoef ik dat niet te zeggen, want corporaties bouwen altijd voor de langere termijn, zo’n veertig jaar.

Brancheorganisatie Aedes
De brancheorganisatie voor woningcorporaties, met 450 leden, is Aedes. Nederlandse woningcorporaties hebben in totaal 2,4 miljoen woningen in bezit (ongeveer eenderde van de hele voorraad), waarvan de waarde, zo berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek, ongeveer 350 miljard bedraagt. De oorspronkelijke taken van corporaties zijn het bouwen, verhuren en beheren van sociale huurwoningen. Tegenwoordig houden woningcorporaties zich ook bezig met het bouwen van koopwoningen en het verbeteren van de leefbaarheid van de buurten. Bovendien zorgen zij voor de huisvesting van ouderen, gehandicapten en personen die zorg of begeleiding behoeven

17

Visie op Sectoren 2009

Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Woningcorporaties
Toenemende druk op kasstromen De hoogte van de borgingsgrens van het WSW leidt tot problemen Corporaties zoeken naar alternatieven als overheidsbeleid niet wijzigt Branchebeschrijving
De meeste huurwoningen in ons land zijn in eigendom van woningcorporaties. Nederland telt ongeveer 455 corporaties. Ongeveer driekwart van de huurwoningen in Nederland en ruim eenderde van het totale woningbestand is in handen van woningcorporaties (circa 2,4 miljoen woningen). Naast het bouwen, verhuren en beheren van sociale huurwoningen houden corporaties zich ook bezig met het bouwen van koopwoningen en het verbeteren van de leefbaarheid van buurten. In 2008 heeft de sector in totaal circa EUR 10 miljard geïnvesteerd.

Trends en ontwikkelingen
Woningcorporaties maken zich terecht zorgen om de situatie waarin zij nu zitten. Zorgen om de toenemende druk op de kasstromen, de beperking van de borgingsgrens, het inflatievolgend huurbeleid en het achterblijven van verkopen. En dan hebben we het nog niet gehad over de Vogelaarheffing en de integrale vennootschapsbelastingplicht. Ook de prijs van het kapitaal is veranderd. Alles tezamen maakt dat corporaties de komende periode scherper moeten sturen op kasstromen. Dit heeft tot gevolg dat investeringen opnieuw worden bekeken, het belang van rentemanagement toeneemt en andere oplossingen gevonden moeten worden om de druk op de kasstromen te verlagen, zodat de financierbaarheid niet in het geding komt. Naast de zorgen zijn ook positieve elementen te benoemen. Corporaties hebben ruim 32.000 nieuwbouwwoningen gerealiseerd en 17.000 woningen verkocht. De investeringen voor nieuwbouw, onderhoud, leefbaarheid en energiebesparende maatregelen zijn toegenomen. Hierdoor neemt het woongenot en de leefbaarheid in buurten en wijken toe. Of de opgaande lijn van de investeringen in (maatschappelijk) vastgoed en leefbaarheid de komende jaren door de huidige regelgeving voortgezet kan worden is een vraag waarop het antwoord waarschijnlijk niet zo moeilijk is. ABN AMRO ziet het als een gemiste kans als het kabinet in deze moeilijke tijden niet de mogelijkheid benut om al, dan niet tijdelijk, de sector en daarmee de economie te stimuleren.

Onze visie
ABN AMRO is van mening dat corporaties in de afgelopen 2 jaar geconfronteerd zijn geweest met politieke besluiten die niet altijd in het belang van de volkshuisvesting zijn genomen. Door de politieke wijzigingen is de financiële druk op de kasstromen gestegen en tevens het belang van langdurige positieve kasstromen voor het WSW en het CFV toegenomen. Als op één thema vanuit twee perspectieven druk wordt uitgeoefend dan ontstaat ‘pijn’. Voor een aantal corporaties vertaald de pijn zich in negatieve kasstromen, beperking faciliteringsruimte en het moeten aantrekken van ongeborgde financiering, omdat de borgingsgrens niet toereikend meer is. Oplossingen kunnen worden gezocht in het stop zetten van de Vogelaarheffing, verlagen van de aflossingsfictie van het WSW of het verhogen van de borgingsgrens. ABN AMRO vindt dat het Kabinet, zeker in deze zware tijden, woningcorporaties kan inzetten om de economie op het terrein van de bouw en de woningmarkt een positieve impuls te geven. Zoals het er nu naar uitziet zullen corporaties zonder deze extra impuls een pas op de plaats maken betreffende projectontwikkeling en/of herstructurering, hetgeen niet wenselijk is. Afspraken met gemeenten komen in het geding doordat de afgesproken plannen niet kunnen worden uitgevoerd. ABN AMRO signaleert dat corporaties op zoek zijn naar wegen om geplande projecten toch te starten als er geen beweging komt vanuit de overheid.

Kerngegevens Aantal woningcorporaties: 455 Aantal woningen: 2,4 miljoen Aantal medewerkers: 28.000 Aantal nieuwbouwwoningen: 32.400 Aantal verkochte woningen: 18.000 Investeringen totaal: EUR 9,1 mrd Investering onderhoud: EUR 4,1 mrd Gemiddelde maandhuur: EUR 400

Websites www.aedesnet.nl www.cfv.nl www.wsw.nl www.vrom.nl
Visie op Sectoren 2009

18

Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Woningcorporaties
(On)rendabel deel woongelegenheden voor eigen verhuur
• Bij huurwoningen is het onrendabel deel het grootst met 28%. • Bij overige woongelegenheden bedroeg de onrendabele top 14%. • Opvallend is de lage onrendabele top in verzorgingstehuizen.
20% 0% Huurwoningen Overige woongelegenheden Eenheden in verzorgingstehuizen 60% 100%

Bron: Centraal Fonds Volkshuisvesting

80%

40%

Onrendabel deel van de investering

Rendabel deel van de investering

Borgbare en niet borgbare investeringen (2006-2009)
• Koopwoningen vormen de belangrijkste component van de niet borgbare investeringen. • Het aandeel niet borgbare investeringen wordt groter in de totale investeringen.
2006-2007

Bron: Waarborgfonds Sociale Woningbouw
2008-2009 22% 29%

78%

71% Niet borgbare investeringen Borgbare investeringen

Verdeling faciliteringsvolume
• Op basis van de berekende kasstromen is het faciliteringsvolume voor 2008-2010 EUR 28,5 miljard. • Eind 2007 bedroeg het afgegeven faciliteringsvolume EUR 22,1 miljard, waarvan EUR 13 miljard aan investeringen en EUR 9 miljard aan herfinancieringen. • Van de EUR 22,1 miljard vinden de meeste borgbare investeringen in de Randstad plaats.
Aantal corporaties 32 91 173 76 44 10 4 427

Bron: Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Berekende faciliteringsvolume 0 tot 10 miljoen tussen EUR 10 miljoen en EUR 50 miljoen tussen EUR 50 miljoen en EUR 100 miljoen tussen EUR 100 miljoen en EUR 250 miljoen tussen EUR 250 miljoen en EUR 500 miljoen tussen EUR 500 miljoen en EUR 1 miljard

per corporatie Totaal bedrag x EUR 1 mrd 0 0,4 4,3 5,4 6 3,4 2,6 22,1

Kasstroom operationele activiteiten
• Daling van de kasstroom wordt verwacht als gevolg van huurbeleid, integrale VPB en piek in de onderhoudskosten. • De te betalen VPB loopt naar EUR 320 miljoen in 2012, dit bedrag zal toenemen.
x 1 mrd EUR 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0 2006 2007

Bron: Waarborgfonds Sociale Woningbouw

2008

2009

2010

2011

2012

prognose kasstroom uit 2007 aangepast kasstroom prognose uit 2007

prognose kasstroom uit 2006

19

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Martin Bontje, lid Raad van Bestuur UVIT

‘Zorgverzekeraars willen niet meer alles overal inkopen ’
Martin Bontje: ‘De invloed van de crisis op de zorgsector is fors. Geld lenen en terugbetalen is minder gemakkelijk geworden. Zorgverzekeraars, die vanwege hun verzekeringsverplichtingen redelijk forse reserves moeten hebben, zijn geraakt in hun solvabiliteit. De beleggingen zijn minder waard geworden, verzekeraars moeten nu aan solvabiliteitsherstel doen. We moeten onze kosten beheersen, en dus opletten wat we voor zorg betalen. Dat proces was al aan de gang, maar is nu nog eens versterkt. Om het in jargon te zeggen: we moeten de schadelast terugdringen.’ ‘De financiële crisis zal ook gevolgen hebben voor de Zorgverzekeringswet. De eigen bijdrage zal denk ik wel omhoog gaan. Er gaan dingen uit het pakket. Om de kosten van zorgverzekeraars terug te dringen doen we al meer controles en onderhandelen we scherper. De grootste verandering is dat zorgverzekeraars niet meer per se alles overal willen inkopen. Veel ziekenhuizen zijn uit kostenoverweging tot de slotsom gekomen dat ze meer moeten focussen, meer specialistisch werken. Sommige dingen wel doen, andere dingen niet. Ook de klant, de verzekerde, de patiënt, accepteert het dat hij voor iets Martin Bontje ingewikkelds niet naar het ziekenhuis in de omgeving kan. Iets verder reizen levert betere zorg op.’ ‘Als een patiënt er niet meer voor kan kiezen om zeer specialistische zorg te ondergaan in het kleine, perifere ziekenhuis, dan is dat een beperking van de keuzevrijheid, dat is waar. Maar is het niet vreemd dat we het gewoon vinden dat je voor een openhartoperatie bij een specialistisch ziekenhuis moet zijn, terwijl je een andere ingewikkelde operatie met een hoog risico wél in een kleiner ziekenhuis laat doen? Bij de verzekerde, de patiënt, groeit dit besef. Ziekenhuizen die op het punt staan te investeren, merken dat het lastiger is om financiering rond te krijgen. Het is een goede zaak dat ziekenhuizen goed onderbouwde ondernemingsplannen moeten hebben, willen ze financiering krijgen. Maar ik heb ook gezien dat banken een in mijn ogen sterk businessplan niet wilden financieren, en dat vind ik bevreemdend.’ ‘Ik zie de komende vijf jaar een aantal positieve ontwikkelingen, die onder meer te maken hebben met gereguleerde marktwerking. Er gaat een verschuiving plaatsvinden van de tweedelijns zorg (waar ziekenhuizen onder vallen) naar de eerstelijns (denk aan huisartsen). We gaan op een andere manier naar de zorg kijken. Nu financieren we ziekenhuizen, we

20

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties

financieren huisartsen, we financieren fysiotherapeuten, en ga zo maar door. Je ziet een trend dat steeds meer gedacht wordt: het financieringsvehikel, dat moet de patiënt worden. Als je kijkt naar een diabetespatiënt, die gebruik maakt van de huisarts, het ziekenhuis, de fysiotherapie en ook nog veel medicijnen slikt, dan zeggen zorgverzekeraars: wij financieren de keten en niet alle losse onderdelen apart. We willen ook die keten afrekenen op zijn resultaten voor de patiënt. Dat is een heel andere manier van denken en het zal ook lastig zijn om te realiseren. Maar toch ben ik ervan overtuigd dat dat de toekomst is.’ ‘Bij de geestelijke gezondheidszorg, GGZ, is de financieringssystematiek veranderd. Vroeger kreeg een instelling netjes iedere maand zijn budget. Dat is niet meer zo, en daardoor is meer werkkapitaal nodig, soms wel 75% van de omzet. Dat is ook wel veel, zeker vergeleken met vroeger, maar toch denk ik dat qua continuïteit GGZ-instellingen allemaal gezond zijn, op een enkel zwart schaap na.’ ‘Als we kijken naar de care, dan kan het in deze tijd niet uitblijven: de overheid gaat de omvang van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), nu 22 miljard euro, verkleinen. Nu de Tweede Kamer de vermogenstoets heeft tegengehouden, zijn er eigenlijk nog maar twee manieren over. Eén: alle zorgmogelijkheden van de AWBZ blijven bestaan, maar mensen gaan wel een eigen bijdrage betalen. Twee: schrappen in het AWBZ-pakket. Wat je eruit haalt, moet je dan niet overhevelen naar de Zorgverzekeringswet of naar de gemeenten, want dan blijven de collectieve lasten net zo hoog. Dat is een bezuiniging van nul, dat is vestzak, broekzak.’

Wat zou er uit de AWBZ gehaald moeten worden?
‘De gehandicaptenzorg en de chronische geestelijke gezondheidszorg zou ik in grote lijnen zo laten, marktwerking kan maar zeer ten dele een rol spelen in deze sectoren. Blijft over de ouderenzorg, die zou uit de AWBZ gehaald kunnen worden.’ ‘Ik vind dat het overhevelen van de huishoudelijke hulp uit de AWBZ naar de WMO, een verschralend effect heeft gehad. Als de doelstelling was: minder geld uitgeven aan de zorg, dan is dat gelukt, het scheelt 200 miljoen. Maar het effect is wel dat nu alle thuiszorginstellingen op hun rug liggen, waardoor er een enorme druk op het AWBZ-budget komt om die organisaties overeind te houden. Gemeenten zijn enorm trots op zichzelf dat ze de aanbestedingen voor huishoudelijke hulp zo goedkoop hebben geregeld. Maar dat is alleen mogelijk geweest doordat thuiszorgorganisaties te lage tarieven hebben gerekend. Zij wilden op korte termijn succes boeken, vervolgens bleek dat de kosten voor hen te hoog waren. Je ziet het nu overal gebeuren: zodra thuiszorgorganisaties kunnen, zeggen ze hun WMOcontracten met de gemeentes op. Gemeentes komen nu bij schoonmaakbedrijven terecht. Dat noem ik verschraling van de zorg. Want die bieden alleen huishoudelijke hulp, zonder daarbij een oudere in de gaten te houden door zich af te vragen: heeft die nog andere zorg nodig? Dat laatste gebeurt niet meer.’

21

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties

Tips van Martin Bontje Tip 1
Professionaliseer het toezicht op zorginstellingen. Ik denk dat het besef moet komen bij zorginstellingen dat toezicht houden geen erebaantje meer kan zijn. Dat is het vaak wel: de lokale notabelen, de notaris, de wethouder, de huisarts, het gemeenteraadslid, zitten in de Raad van Toezicht van het ziekenhuis. En dat is vreemd. Raden van bestuur en raden van toezicht moeten zich realiseren dat de wereld waar deze sector in werkt, heel complex en dynamisch is. Zeker nu met de gereguleerde marktwerking. Het vergt zeer veel deskundigheid en alertheid, om goed toezicht te kunnen houden. Als het fout gaat bij een ziekenhuis, dan gaat het ook veel sneller fout dan vroeger. Daar hebben we een aantal voorbeelden van in de krant kunnen lezen. Je kunt niet van een lokale huisarts verwachten dat die goed toezicht kan houden op een instelling met een omzet van twee-, driehonderd miljoen. Daar heb je ondernemers voor nodig, mensen die zelf bedrijven geleid hebben van die omvang.

Tip 2
Haal de ouderenzorg uit de AWBZ, en breng dat onder in de aanvullende verzekering. Liever één grote ingreep, dan allemaal kleine maatregelen, waardoor de zorg versnipperd raakt en patiënten benadeeld kunnen worden. Dat stelt zorgverzekeraars in staat om alternatieven aan te bieden.

Tip 3
Verbeter de manier waarop ziekenhuizen bestuurd worden. Je hebt een Raad van Toezicht, een Raad van Bestuur en een medische staf. En die Raad van Bestuur, voorgezeten door de directeur, kan in mijn ogen onvoldoende besturen zoals ze dat zou moeten doen. Als de medische staf het niet eens is met de Raad van Bestuur, dan legt de Raad van Bestuur altijd het loodje. Het is geen goed teken dat een directeur van een ziekenhuis gemiddeld maar 2,8 jaar aanblijft.

UVIT is marktleider zorgverzekeringen
UVIT, marktleider in de zorgverzekeringen, is ontstaan uit een samenwerking tussen Univé, VGZ, IZA en Trias. Medio 2009 wordt de nieuwe concernnaam Univé. In totaal hebben 4,2 miljoen Nederlanders een zorgverzekering bij UVIT. Dat is een kwart van de Nederlandse bevolking. De schadeverzekeringstak van Univé heeft ook nog ruim 800.000 verzekerden.

22

Visie op Sectoren 2009

Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Zorg-care
De verzekering voor langdurige zorg (AWBZ) zal sterk gewijzigd worden de komende jaren Zorgaanbieders hebben focus op kwaliteit, veiligheid, efficiency en verantwoorde investeringen De transitie naar meer ondernemerschap vraagt om daarbij passende besturing en toezicht Branchebeschrijving
Het gaat hier om de sectoren verpleeghuiszorg, thuiszorg, gehandicaptenzorg en langdurige geestelijke gezondheidszorg. Via de AWBZ zijn deze risico’s verzekerd. De AWBZ is een volksverzekering, wat betekent dat alle inwoners van Nederland verplicht zijn deel te nemen. Het gaat om zware medische risico’s en om chronische aandoeningen, die op individuele basis niet op te brengen zouden zijn. AWBZ-zorg wordt gecontracteerd door de zorgkantoren. Cliënten kunnen er voor kiezen om via persoonsgebonden budgetten (PGB) zorg in te kopen.

Trends en ontwikkelingen
Binnen de gezondheidszorg wordt het meeste geld uitgegeven aan de langdurige zorg. De stijging van de premies AWBZ zullen nu en in de toekomst sterk beteugeld moeten worden. Transparantie ten aanzien van de uitgaven zal bereikt moeten worden door overheveling van delen naar de Zorgverzekeringswet (ZvW) en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Zo is de kortdurende geestelijke gezondheidszorg overgegaan naar de Zorgverzekeringswet (ZvW) en de Huishoudelijke Hulp naar de WMO. Meer onderdelen zullen volgen. Naast overheveling zal tegelijkertijd meer privaat geld zijn intrede doen om de AWBZ betaalbaar te houden. Dit zal onder andere via de uitbreiding van eigen bijdragen plaatsvinden. De invoering van prestatie-bekostiging per 1 januari 2009 heeft tot doel de kwaliteit van zorgverlening te bevorderen en de stijging van de uitgaven in de hand te houden. Voorheen ontvingen zorginstellingen een geldbedrag op basis van beschikbare capaciteit, namelijk het aantal bedden. Vanaf nu bepaalt de ‘zorgzwaarte’ de hoeveelheid en welke zorg een cliënt nodig heeft. De regels voor toelating zijn versoepeld, waardoor steeds meer nieuwe aanbieders gemakkelijk de markt op kunnen komen. Vanaf 2009 is het bouwregime voor de AWBZ afgeschaft. Toestemming voor bouw is daarmee verleden tijd; in navolging zal de nacalculatie op rente en aflossing voor financieringen geleidelijk afgebouwd worden. Zorginstellingen lopen meer risico’s op vastgoedinvesteringen.

Onze visie
De grote uitdaging voor de komende jaren is dat de groep mensen, die ernstige beperkingen kent of chronische zorg nodig heeft, gebruik kan blijven maken van de AWBZ. Pakketmaatregelen zijn noodzakelijk om de AWBZ betaalbaar te houden en ervoor te zorgen dat de wet de juiste doelgroep bereikt. Mensen zonder matige of ernstige beperkingen kunnen in veel gevallen hun zorg zelf organiseren. De gemiddelde burger betaalt EUR 320 maandelijks aan AWBZpremie via zijn loonstrookje. De AWBZ zal nader onderzocht moeten worden of middelen goed besteed worden en op welke punten aanpassingen nodig zijn. Delen van de AWBZ zullen dan ook naar de ZvW, de welzijnswet (WMO) of het maatschappelijke verkeer verschoven worden. Het is bovendien te verwachten dat de overheid vaker met efficiency kortingen zal komen. Zorginstellingen zullen op zoek moeten gaan naar besparingen en tegelijkertijd in geval van investeringen eigen financiële verantwoordelijkheid moeten nemen. Tegelijkertijd moet de kwaliteit van zorgverlening op peil blijven of verhoogd worden. Kwaliteitsindicatoren gaan een belangrijkere rol spelen in de externe verantwoording. Reputatierisico’s nemen hierdoor toe. Nieuwe toetreders zullen concurrerender worden. Tenslotte zal slimme inzet van ICT ten behoeve van goede management informatie en het gebruik van innovatieve oplossingen voor cliënten, hard nodig zijn. Ook kan dit helpen het dreigende tekort aan arbeidskrachten op te vangen.

Kerngegevens Totale uitgaven gezondheidszorg: EUR 74.104 mln Uitgaven aan Care / AWBZ: EUR 22.972 mln Uitgaven aan verpleging en verzorging: EUR 12.635 mln Uitgaven aan gehandicaptenzorg: EUR 5.973 mln Uitgaven aan langdurige geestelijke gezondheidszorg: EUR 1.834 mln Uitgaven overig incl. persoonsgebonden budgetten: EUR 2.527 mln 23

Websites www.minvws.nl www.nza.nl www.wfz.nl www.vektis.nl
Visie op Sectoren 2009

Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Zorg-care
Uitgaven aan de care en cure
• De uitgaven aan de care zijn van 2006 naar 2007 met circa 5,0% gestegen. • 42% van de zorguitgaven gaat naar de care; het overige deel gaat vrijwel geheel naar de cure (52%). • De kosten van de aanvullende zorgverzekering beslaan 6% van de totale kosten.
Care (AWBZ) 42% Cure (ZvW) 52% Aanvullende zorgverzekering 6%

Bron: CBS

Procentuele verdeling uitgaven deelsectoren AWBZ
• Meer dan de helft van de uitgaven aan care zijn de uitgaven voor ouderenzorg (EUR 12.653 mln); dit is 55% van de totale uitgaven. • De gehandicaptenzorg is de tweede grote deelsector met uitgaven van ca. EUR 6 mrd; dit is 26% van de totale uitgaven. • De persoonsgebonden budgetten maken een steeds groter deel uit van de totale uitgaven; voor 2009 heeft het ministerie van VWS hier maximaal 2.280 miljoen voor gereserveerd.
Gehandicaptenzorg 26% Langdurige geestelijke gezondheidszorg 8% Overige/ PGB 11%

Bron: Vektis

Verpleging en verzorging 55%

AV-ratio en resultaat van de gehandicaptenzorginstellingen in Nederland in 2007
• In plaats van solvabiliteit wordt de AV-ratio veel gehanteerd in de zorg. De AV-ratio geeft het weerstandsvermogen weer, gedeeld door de totale omzet. • Ieder punt in de grafiek representeert een • Het merendeel van de gehandicaptenzorginstellingen heeft een AV-ratio tussen de 0% en 25% en een resultaat, i.e. winst gedeeld door de omzet, tussen de -5% en +5%.
Resultaat (%) 10% 5% 0% -5% -10% -15% -10% 0% AV-ratio (%) 10%

Bron: ABN AMRO Benchmarktool

gehandicaptenzorginstelling.

20%

30%

40%

Aandeel per leeftijdscategorie in totale kosten gezondheidszorg
• De groep tussen de 45-64 jaar is verantwoordelijk voor het grootste aandeel in de totale zorguitgaven. • Aan het begin en eind van het leven is de gemiddelde zorgconsumptie per inwoner het grootst. Boven de 75 jaar stijgen de gemiddelde kosten sterk (EUR 13.000 en hoger).
25%

Bron: RIVM, ABN AMRO Public Banking
35.000 24% 30.000 25.000 15% 12% 10% 6% 10% 10.000 20.000 15.000

20%

20%

15%

10%

5% 2% 0 1-14

0%

0 15-24 25-44 45-64 65-74 75-84 85+ Aandeel in totale kosten per categorie (l.as) Gem. kosten per jaar inwoner (r.as)

24

Visie op Sectoren 2009

in EUR

5.000

Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Zorg-cure
De prestatiebekostiging voor ziekenhuizen is in 2009 uitgebreid tot gemiddeld 34% van de omzet De nacalculatie op rente en aflossing van vastgoed wordt geleidelijk afgebouwd De transitie naar meer ondernemerschap betekent een daarbij passende besturing en toezicht Branchebeschrijving
De curatieve zorg is gericht op behandeling en genezing. In de eerste lijn wordt dit uitgevoerd door huisartsen, apothekers, tandartsen etc. Tot de tweede lijn, waar patiënten terecht komen na doorverwijzing, behoort de medisch specialistische zorg. Deze wordt geleverd door Instellingen voor Medisch Specialistische Zorg, zoals ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra. De curatieve zorg wordt gefinancierd door de zorgverzekeraars via de Zorgverzekeringswet. Voor iedere Nederlandse ingezetene geldt een verplichte keuze voor een zorgverzekering.

Trends en ontwikkelingen
De ziekenhuizen lopen voorop in de transitie naar een stelsel met meer vrijheid en ondernemerschap. Vanaf 1 januari 2009 is voor een gemiddeld ziekenhuis zo’n 34% van de omzet vrij onderhandelbaar. Deze zorg valt onder het B-segment. Daarnaast bestaat er een A-segment (gemiddeld 66%), waarbij aan de omzet nog budgetgarantie geboden wordt. Commerciële initiatieven hebben de laatste jaren in aantallen een vlucht genomen, maar blijven relatief klein ten opzichte van het bestaande ziekenhuisaanbod. Vooral op het B-segment begint er concurrentie tussen ziekenhuizen en met nieuwe toetreders, zoals zelfstandige behandelcentra, te ontstaan. De komst van nieuwe toetreders geeft aanleiding voor discussies ten aanzien van normen voor kwaliteit en vernieuwing van zorgprotocollen. De plannen zijn om de budgetsystematiek in de komende jaren geleidelijk aan af te schaffen. De regelgeving over bouw is per 1 januari 2008 afgeschaft. Dit betekent dat ziekenhuizen nu risico lopen op een deel van de kapitaalgerelateerde kosten in het B-segment. Er geldt een afbouwtraject naar volledige risicodragendheid van vastgoed in het B-segment. Voor kapitaalgerelateerde kosten in het A-segment bestaat nog nacalculatie, maar anticipatie op een groter wordend B-segment is geboden. De NZa is van plan om experimenten met winstuitkering toe te laten staan. Op termijn wil men meer privaat geld toestaan om de sterke stijging van de collectieve zorguitgaven af te kunnen remmen.

Onze visie
Geleidelijk aan wordt de budgettering van de medisch specialistische zorg afgeschaft. Ruimte voor ondernemerschap en het nemen van eigen verantwoordelijkheid komen hiervoor in de plaats. Een aantal veranderingen liggen hieraan ten grondslag, zoals de geleidelijke invoering van prestatiebekostiging, periodieke efficiency kortingen vanuit de overheid, strakkere financiële afspraken met zorgverzekeraars, de afschaffing van de regulering rondom bouwprojecten en verlaging van de drempels voor nieuwe toetreders. Deze ontwikkelingen leiden tot kansen maar ook tot toename van de risico’s. Ziekenhuizen moeten ervoor zorgen dat er grip blijft op operationele processen in de interactie tussen bestuur en medisch specialisten, het hebben van betrouwbare management informatie en ICT en het professioneel uitoefenen van de financiële functie. De versterking van de sturende rol van de patiënt via wet- en regelgeving wordt uitgebreid, o.a. door meer transparantie in het zorgaanbod af te dwingen. Reputatierisico’s nemen hierdoor toe. Kwaliteit en vooral patiëntveiligheid krijgen meer aandacht. De invoering van het EPD laat nog op zich wachten, maar er is een urgentie om de zorgverlening tussen de diverse beroepsbeoefenaren beter op elkaar af te stemmen. De eerste lijn wordt sterker gepositioneerd om via preventie ziektes te voorkomen en zorguitgaven te temperen. Tenslotte is innovatie en ICT nodig om niet achterop te geraken op het buitenland, de werkdruk in ziekenhuizen te verlichten en meer efficiencywinst te bereiken.

Kerngegevens Totale uitgaven gezondheidszorg: EUR 74.104 mln - basisverzekering / cure: EUR 28.569 mln Uitgaven aan ziekenhuizen en medisch specialisten: EUR 17.982 mln Uitgaven aan geneesmiddelen: EUR 5.055 mln Uitgaven aan huisartsen: EUR 2.055 mln Uitgaven aan hulpmiddelen: EUR 1.187 mln Uitgaven aan tandartsenzorg: EUR 543 mln Uitgaven aan paramedische zorg: EUR 534 mln 25

Websites www.minvws.nl www.nza.nl www.wfz.nl www.cbs.nl
Visie op Sectoren 2009

Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Zorg-cure
Zorguitgaven groeien ten opzichte van voorgaand jaar
• De totale uitgaven aan gezondheidszorg en welzijnszorg zijn met 5,1% gestegen tussen 2006 en 2007. • De uitgaven in de zorgsector nemen doorgaans harder toe dan de stijging van het BBP . • De laatste jaren loopt de stijging van de uitgaven weer wat op, maar nog niet zoals in de jaren 2001 en 2002. Toen was er een jaarlijkse stijging van bijna 12%.
14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0% 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006v 2007v

Bron: CBS

Uitgaven aan aanbieders van zorg 2007
• In de gezondheidszorg gaat verreweg het meeste geld om in de ziekenhuiszorg en medisch specialistische zorg, EUR 17.982 mln. Dit is 63% van de totale schadelast van de basisverzekering. • De uitgaven aan geneesmiddelen volgen met een bedrag van 5.055 mln, dit is 18% van het totaal. • Het curatieve deel van de geestelijke gezondheidszorg is per 1 januari 2008 overgeheveld van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet.
Tandartsen zorg 2% Paramedische zorg 2% Overige 4%

Bron: Vektis

Hulpmiddelen 4% Huisartsen zorg 7% Geneesmiddelen 18% Medisch specialistische zorg 63%

Resultaat en AV-ratio van de algemene ziekenhuizen in 2007
• AV-ratio is het weerstandsvermogen gedeeld door de totale omzet. • Het merendeel van de algemene ziekenhuizen heeft een AV-ratio tussen de 5% en 15%. • Het merendeel van de algemene ziekenhuizen heeft een resultaat (winst gedeeld door de omzet) tussen de -5% en 5%.
Resultaat (%) 15% 10% 5% 0% -5% -10% -15% -10%

Bron: ABN AMRO Benchmarktool

-5%

0% AV-ratio (%)

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

Gemiddelde percentuele verdeling omzet ziekenhuiszorg naar A-segment en B-segment
• De invoering van een vrij onderhandelbaar deel van de ziekenhuisomzet, B-segment, neemt gestaag toe: van 10% in 2007 naar 34% in 2009. • De medisch specialistische productie die valt onder de budgettering, het A-segment, neemt af ten gunste van een
in mln EUR 40% 100% 10% 20%

Bron: NZa

80%

34%

60% 90%

80% 66%

stijging van het ‘vrije’ deel.

20%

0% 2007 A segment B segment 2008 2009

26

Visie op Sectoren 2009

Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Leeswijzer

Deze leeswijzer geeft u inzicht in de opbouw van de brancheanalyses en geeft bovendien een verklaring van enkele veel gebruikte termen. De brancheanalyses bestaan uit twee volledige pagina’s. Op de eerste pagina staan achtereenvolgens de volgende onderdelen:

De eerste pagina van de brancheanalyse

• Drie bullets
De drie bullets bovenaan de pagina geven de kern van de analyse weer. In drie korte zinnen wordt een kernachtige samenvatting van de brancheanalyse weergegeven.

• Het blok ‘Branchebeschrijving’
Het blok ‘Branchebeschrijving’ geeft een beknopte omschrijving en definitie van de branche. De belangrijkste karakteristieken van de branche worden hierin beschreven.

• Het blok ‘Trends en ontwikkelingen’
Het blok ‘Trends en ontwikkelingen’ gaat in op de huidige ontwikkelingen in de branche. De tijdspanne van dit blok ligt in veel gevallen tussen maart 2008 en maart 2009. In dit blok wordt in sommige gevallen ook enkele jaren teruggekeken om de huidige ontwikkelingen en trends beter te kunnen begrijpen.

• Het blok ‘Onze visie’
Het blok ‘Onze visie’ geeft de visie over de branche weer van de sector economen van ABN AMRO Sector Research. De analyse heeft betrekking op het huidige jaar (2009) en in sommige gevallen het komende jaar (2010).

• Het blok ‘Kerngegevens’
Het blok ‘Kerngegevens’ geeft een overzicht van de meest relevante (economische) variabelen die kenmerkend zijn voor de branche. De gegevens hebben betrekking op 2008, tenzij anders vermeld. Bij het zoeken naar de gegevens voor dit blok is gebruik gemaakt van een veelheid van bronnen. Er is vooral gebruik gemaakt van de gegevens van het CBS, maar tevens zijn andere bronnen geraadpleegd, zoals brancheorganisaties, onderzoek- en adviesbureaus, kranten, tijdschriften, internet en overheidsinstanties (waaronder product- en bedrijfschappen, ministeries).

De tweede pagina van de brancheanalyse

Op de tweede pagina van de brancheanalyse staan vier verschillende figuren. In de donkere balk boven de figuren staat de titel van de figuur in het betreffende blok, inclusief een bronvermelding. In veel gevallen heeft ABN AMRO Sector Research eigen bewerkingen en ramingen gemaakt met behulp van de gegevens van de genoemde dataleverancier. Indien een dergelijke bewerking heeft plaatsgevonden, dan staat dit vermeld in de donkere balk. De figuren

Een vaste rubriek voor de meeste branches op de tweede pagina is werkkapitaal MKB

op pagina 2 hebben betrekking op economische ontwikkelingen. Onderwerpen die hier onder andere kunnen worden behandeld zijn: omzetontwikkeling, kostenontwikkeling, exploitatiebeeld, exportontwikkeling, aantal bedrijven, werkgelegenheid, marktaandelen, en dergelijke. Een vaste rubriek voor de meeste branches op deze pagina is werkkapitaal. De gegevens wat betreft werkkapitaal zijn afkomstig uit de database van ABN AMRO en bewerkt door de afdeling Sector

27

Visie op Sectoren 2009

Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Leeswijzer

Research. De gegevens met betrekking tot het werkkapitaal MKB hebben betrekking op de periode 2003-2007 Voor 2008 waren helaas nog geen gegevens beschikbaar. .

Waar staan de letters ‘r’ en ‘v’ voor in de figuren?

In de figuren treft u regelmatig een letter ‘r’ of ‘v’ achter het jaartal aan. In deze gevallen staat de ‘r’ voor een raming (op basis van beschikbare gegevens t/m bijvoorbeeld november 2008 is een inschatting gemaakt voor de rest van het jaar). De ‘v’ staat voor voorspelling en betreft de verwachting van de betreffende sector econoom van ABN AMRO Sector Research. Tot slot van deze leeswijzer een opsomming van enkele veel gebruikte termen in deze publicatie, inclusief de definitie volgens ABN AMRO (afdeling Sector Research).

Veel gebruikte termen, inclusief definities

• Bandbreedte voorspelling
Bij sommige branche-analyses wordt een voorspelling gegeven van de omzet in 2009. ABN AMRO Sector Research heeft deze voorspelling gemaakt op basis van beschikbare informatie en data van de betreffende branche. De voorspelling van de omzet wordt hierbij weergegeven binnen een 5%-punts bandbreedte, met als uitersten ‘meer dan 15% groei/krimp’.

• Definitie ZZP
ZZP-er staat voor Zelfstandige Zonder Personeel. Het begrip kent nog geen éénduidige definitie. Een ZZP-er heeft geen personeel in loondienst, heeft meerdere opdrachtgevers, verricht het werk meestal in dienstverband, neemt werkzaamheden onder eigen verantwoording zelfstandig voor zijn rekening en is daar qua inkomen volledig van afhankelijk.

• Definitie MKB
MKB staat voor Midden- en KleinBedrijf. In deze publicatie hanteren we als definitie voor MKB de volgende veel gebruikte tabel: Categorie onderneming middelgroot klein micro Werknemers < 250 < 50 < 10 Jaaromzet ≤ € 50 mln. ≤ € 10 mln. ≤ € 2 mln. of jaarlijks balanstotaal ≤ € 43 mln. ≤ € 10 mln. ≤ € 2 mln.

• Definitie FTE
FTE staat voor ‘full-time-equivalent’. Eén fte staat voor een volledige werkweek van 38 uur.

• Definitie werkkapitaal en onderdelen.
Werkkapitaal wordt in deze publicatie gedefinieerd als voorraden + debiteuren – crediteuren. Voorraaddagen is het aantal dagen dat de voorraad in magazijn ligt. Debiteurendagen is het aantal dagen dat een verstuurde factuur open staat voordat de factuur wordt voldaan door de afnemer. Crediteurendagen is het aantal dagen dat een ontvangen factuur open staat, voordat wordt betaald aan leveranciers.

• Definitie BBP
Bruto Binnenlands Product is de totale waarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten in een bepaalde periode.

28

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties
Colofon

De Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties is een uitgave van ABN AMRO. Deze publicatie is geschreven door ABN AMRO Sector Research op verzoek van ABN AMRO Sector Advisory.

Sectoranalyse
ABN AMRO Public Banking

Macro economische analyse
Nico Klene (nico.klene@nl.abnamro.com) ABN AMRO Economisch Bureau Senior Econoom

Interviews
Joep Auwerda Journalist/tekstschrijver

Commercieel contact
ABN AMRO Public Banking Eric Zwaart – Sector Manager Onderwijs (030-2327315) Linze Dijkstra – Sector Directeur Zorg (030-2327389) Geert Eijsink – Sector Manager Zorg (030-2327747) Astrid van Arum – Sector Manager Woningcorporaties en publieke sectoren (030-2327354)

Distributie
Website: www.abnamro.nl/onderwijs www.abnamro.nl/woningcorporaties www.abnamro.nl/zorg Telefoon: 0900-0024 (EUR 0,10 per minuut)

29

Visie op Sectoren 2009

Visie op Zorg, Onderwijs & Woningcorporaties

Disclaimer:
De in deze publicatie neergelegde opvattingen zijn gebaseerd op door ABN AMRO Sector Research betrouwbaar geachte gegevens en informatie, die op zorgvuldige wijze in onze analyses en prognoses zijn verwerkt. Noch ABN AMRO, noch functionarissen van de bank kunnen aansprakelijk worden gesteld voor in deze publicatie eventueel aanwezige onjuistheden. De weergegeven opvattingen en prognoses houden niet meer in dan onze eigen visie en kunnen zonder nadere aankondiging worden gewijzigd.

© ABN AMRO mei 2009
Deze publicatie is alleen bedoeld voor eigen gebruik. Het gebruik van tekstdelen en/of cijfers is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Verveelvoudiging en/of openbaarmaking van deze publicatie is niet toegestaan, behalve indien hiervoor schriftelijk toestemming is gekregen van ABN AMRO. De teksten zijn afgesloten op 23 maart 2009.

30

Visie op Sectoren 2009