You are on page 1of 9

Inleiding Filmgeschiedenis Hoorcollege aantekeningen Hoorcollege 1: Onderwerpen filmstijlen. Vele filmgeschiedenissen, er is niet maar 1.

Is altijd afhankelijk van het perspectief waaruit men het analyseert of bekijkt. Hebt verschillende invalhoeken, verandering in: - Stijl - Esthetiek - Economisch, grote bedrijven. - Technologische geschiedenis - Sociale en culturele geschiedenis. Historisch onderzoek gaat over: wie, wat, waar, wanneer, hoe, waarom? Gaat om het verklaren van relaties en processen, hier zijn meerdere interpretaties mogelijk. Gebroerders Lumiere Lasco was de eerste die beweging suggereerde. - Toverlantaarn - Fotografie - Optisch speelgoed. Toverlantaarn: een dia projector, met glasplaatjes met een afbeelding erop die voor een lamp werden gehouden. Het komt uit rond de 17e eeuw (1671) en is van veel invloed op de cultuur. De toverlantaarn werd voornamelijk gebruikt binnen huiselijke kringen, het was een tijdsbesteding van de gegoede burgerij. Ook educatief werk het ingezet op scholen of in de kerk. Kon ook voor propaganda gebruik worden (rode kruis). Ook een commercile voorstellingen, het zelfde als vroege filmgeschiedenis, de nadruk was op amusement = winst. Dit gebeurde wel op de kermis waar ze rondtrokken met de toverlantaarn. Bekende verhalen werden getoond. Ze deden een beroep op de voorkennis van het volk, vaak sprookjes, legendes, actualiteiten, historische tableaus of exotische oorden. Vroege film vs Toverlantaarn. - Beide hadden genres, waren ook erg belangrijk. - Zo ook genre pornografie (1900) - Het waren geen statische voorstellingen, er kwam beweging in later. Optisch speelgoed: Al het speelgoed die mensen konden kopen/ gebruiken die de illusie van beweging demonstreerde. Het Phi effect = snel afwisselende beelden die door de snelheid als 1 afbeelding/ beweging worden beschouwd. Zoetroop (1834), praxinoscoop (1878), Optisch theater van Reynaud (1892) Fotografie: - 1826 begin op glas of metaalplaat door J.N. Nipce. - 1840 negatief, er zijn dus meerdere afdrukken mogelijk. (zoals toverlantaarns) - 1870 90 Verdere ontwikkeling van het fototoestel + afdrukprocedure op plaat (Lumiere) - 1890 Eastman ontwikkeld Kodak camera met celluloid filmrolletjes, belangrijke fotografen Muybridge. (is een paard in galop ooit met 4 benen van de grond?) Etienne- Jules Marey- ontwikkeld het fotografisch geweer. Beide hadden een fascinatie met beweging vastleggen. Naaimachine maakte gelijkmatig transport van de film bij opname en weergave mogelijk. ??? Lumiere neemt het idee van de naaimachine over, het stopzetten van beeld en naaien/steek zetten. Montage? Vroege film apparaten zijn gericht op individuele shows, projectie voor de massa. Apparaten (penny arcades) in de stations, lobbys, het is een show voor eventjes amusement.

De eerste commerciele voorstelling was door de gebroeders Lumire op 28 december 1895. Cinematografie, ze dachten dat film als amusement een kort leven zou leiden. Hier goed fout gedacht.

Hoorcollege 2: Vroege film: is de begin periode. Het medium moet nog een plek veroveren op de markt. 1895 1905 Vanaf 1906 - 1917 gaan dingen verschuiven, steeds meer fictie film, begin van een overgangs fase. Deze fase wordt op 2 manieren beeindigd. Na 1917 zijn het de Amerikanen die de filmwereld veroveren. Hiervoor zijn het voornamelijk Europese. 1900 hier werd de film voor het eerst vertoond. Rond trekkende bioscopen of vertoners/ operateurs. Ze reizen rond op voornamelijk kermissen in het zomer seizoen. Vaak bioscoop tenten. In de winter geven ze ook wel voorstellingen in cafs, restaurants en buurt huizen. Bedrijfstrategie: ze hadden een programma dat niet wijzigde en dus zochten ze steeds een nieuw publiek. I 1912-1915 kwamen vaste bioscopen behalve in het Noorden. Daar nog steeds rondtrekkend. Bekende Exploitanten: Christiaan Slieker, Carl Welte, Alber Freres (Gebroeders Mullens, ze deden ook filmproductie) Jean Desmet stapt al vroeg over op vast bioscopen en vervolgens belangrijke distributeur. Vroege periode, de technologie is deel van het spektakel. Hoort ook wel bij de voorstelling, dan kon je er een kaartje voor kopen en kreeg je een rondleiding. Bedrijfsstrategie: regelmatig een nieuw programma voor hetzelfde potentiele publiek. Alleen rendabel in grote theater, vooral in de grote steden. Vaste klanten en toeristen! Klein onderdeel van gemengd programma in vaudeville/ varit. Duitsers en Engelse waren hierin groter! Rotterdam en Amsterdam was het nog wel maar minder luxe, was relatief duur in NL. Programma bestond uit verschillende dingen, worstelwedstrijden, bioscoop kracht jongleurs.. Gaan er van uit dat ze middenklasse publiek trekken. Esthetiek van vroege film, ook wel een andere film taal. Primitieve film werd het ook wel genoemd = nu vroege cinema. Kernidee: vroege film gaat het niet om het verhaal maar om de attractie van het bewegende beeld. De visuele attractie. 1895 - 1905. Tom Gunning: 1 meest vroege film waren non-fictie films, het waren actualiteiten, travelogues. 2 Als het fictiefilms betrof was het verhaal niet essentieel. Conclusie: het tonen van beelden was belangrijker dan het vertellen van verhalen tot 1905/6 1903-1905 verschuiving van non fictie naar fictie films! De basis wordt gelegd voor massaproductie van films, filmfabrieken. Fransen zijn de koplopers hierin. Vooral Pathe Freres. Hier ontstaat een standaardisering. - Hoe vertel je verhalen met film? Titels en tussentitels worden veel gebruikt. Inspelen op de voorkennis van het publiek (sprookjes, actualiteit, genres, verhalen net als de toverlantaarn) explicatie in de zaal. Muziek en geluidseffecten. Overgangsfase: 1906 1917. Narratieve film wordt dominante filmvorm. Montage, belichting, miseenscene komen in dienst te staan van de vertelling. Er komen nieuwe vormen van montage. Continuity systeem zodat de continuteit voor de kijker duidelijk is.

Overlap kwam vaak in film voor. (life of an American Fireman) tussentitels in andere taal waren normaal. Duits of Engels. Eerste Paralel montage (van pathe): Le cheval emballe.

Hoorcollege 3, 14-02-12 Periodisering - 1895 1905 vroege cinema of attraction - 1906 1917 Bioscoop geschiedenigs Specialisatie binnen de filmgeschiedenis (sociaal history of cinema) meer de sociale kant van de film geschiedenis. Legt de nadruk minder op de film, maar mee rop de context waarin ze vertoond worden. Centrale vraag: Wat betekent het voor het publiek om naar de bioscoop te gaan? 1905 Economische basis wordt gelegd voor de doorbraak van het bioscoopbedrijf. Een verschuiving van non fictie naar ficitie maakt massa productie beter mogelijk! Filmverhuur ipv film verkoop zo gaat het van nationaal naar internationaal. - Oude model: Producent verkoop de films die hij gemaakt heeft. Dat doet hij aan exploitanten of reisbioscopen. - Nieuwe model: De producent die verkoopt zijn film aan een verhuurkantoor. Er komt een tussenpersoon in beeld, hij koopt de rechten en verhuurt vervolgens een film voor een korte tijd. Grote voordeel voor de exploitanten, ze hoeven maar weinig te investeren, minder kosten en een breder aanbod. Verhuurkantoren kunnen dochterondernemingen zijn maar ook onafhankelijk. Pathe als marktleider Pathe was de marktleider, ze hadden een uitgebreid distributie netwerk in Europa en de VS. Ze begonnen ook al vroeg met standaardisatie in hun productie proces. Stabieler toevoer van hogwaardige nieuwe films cruciaal voor de exploitatie van een vaste bioscoop. 1906/7 is er een explosieve toename van vaste bioscopen in Europa en Noord Amerika. Het programma was dan voornamelijk film. Begon in de grote steden, daarna ook in de kleine steden en dorpen. Vanaf 1909/10 was de bouw van echte bioscoopgebouwen, daarvoor was het in bestaande gebouwen (schouwburg of winkelcentrum) Nickelodeon boom ( 1906 1909) Stuiver bioscopen! Nickel =5 cent, Odeon = theater! Storefronts (in bestaande panden, geen grote zalen, meestal niet meer dna 300 zitplaatsen) Idee was dat mensen na een uur weer weg gingen, een hoge omloopsnelheid van publiek. Ze hadden regelmatig een nieuw programma om de 2/3 dagen. Ze gingen heel vaak. Lieten veel korte films zien. Zorgde voor veel onrust, sommige mensen vonden het alles behalve onschuldig. 1880/1920 Industrialisatie, een snelle groei van grote steden. Nieuwe migratiegolf, dit keer komen ze uit oost en zuid europa. Eerder kwamen ze uit Engeland, Duitsland, Scandinavie en Ierland. Nu komen ze binnen met een totaal andere achtergrond. Zwarte migratie heeft niet veel invloed om de discussie van de bioscoop, gescheiden bioscopen. Er was vrees bij een deel van de Protestante meerderheid (WASP, White AngloSaxon Protestants) dat .. Andere Europeanen hebben een ander religieuze achtergrond, Katholieken uit zuid Italie/ Polen en Oost Europese Joden. Ook spreken ze geen Engels en vestigen zich vooral in de steden , ze zijn niet genteresseerd in het vestigen op het platte land, en zijn werkzaam in de fabrieken. Ze creeeren sociale onrust, de verstedelijking en industrialisatie. Stakings golven beginnen in de industrie. Arbeiders eisen betere werkomstandigheden, betere lonen (afschaffing van de stukloon), recht op een vakbond, kortere werkdagen. Stakingen worden

georganiseerd, op Haymarket Riots 1886 (uit de hand gelopen staking waarin meerdere arbeiders overlijden) dit wordt op 1 mei herdacht, de dag van de arbeid. Conflicten op gebied vrijetijdsbesteding. Bioscopen zijn een bron van conflict. De middenklasse vind dat de lage klasse zich niet op de goede manier amuseert. Ze beginnen zich er mee te bemoeien: Strijd tegen drankgebruik, Temperance movement: een strenge controle op het drankgebruik. Mannen gingen dan eerst naar de kroeg zodra ze hun loon hadden en niet naar hun gezin. Ook vreesde ze dat het populaire amusement een slechte invloed zou hebben op de smaak en moraal van de arbeiders. (Film, dans, variete) Ook wilde ze een behoud van de zondagsrust. Dominante dynamiek: Arbeiders <> middenklasse en de overheid. Dansstijlen: Animal dances. Commercieel amusement bioscoop. Pathe was populair, melodramas werd door iedereen massaal bezocht, art for arts sake werd door de arbeiders niet bezocht. White slavery: bioscopen werden meisjes dan gerekruteerd om de prostitutie in te gaan. Probleem Amerikanen als het gaat om bioscopen. De 1e generatie migranten en hun kinderen vormden hoofdmoot van het publiek. Veel bioscoop exploitanten waren allochtone afkomst. Voornamelijk door Oost-Europese Joden. Het aanbod bestond ook vooral uit Europese films, met name de Pathe films. Dit is een ongewenste situatie, de Amerikanisering van de migranten gebeurd zo niet echt. Opinie stukken verschijnen in de krant, er zijn echte Amerikaanse films nodig! Wordt geroepen voor echt hele Amerikaanse films met ideen en door Amerikanen geproduceerd. (1908/1910) Deze roep kwam een aantal mensen heel goed uit, vooral de Amerikaanse producenten. Zij hadden de markt verloren aan Pathe, dus zagen ze er iets in om zo meer controle te krijgen op de thuismarkt. Ze gingen veel nauwer samenwerken ipv elkaar in de haren zaten! Ze gingen meer economische samenwerken. Het moet voldoen aan het idee van fatsoenlijk amusement zoals de middenklasse (WASP) het ziet. Het imago moest verbeterd worden naar een respectabel iets. Edison, Biograph en Vitagraph. Imagoverbetering doen ze door: Economische samenwerking, zelfcensuur, verburgerlijking van filmstijl, verburgerlijking van de bioscoopervaring. Edison en Biograph vormen opeens een kartel op basis van patenten, Eastman Kodak doet daar ook aan mee. Pahte is ook lid van de club maar heeft een zwakke positie want ze hebben geen patenten. Het doel ervan is om een controle te beheren van de gehele bedrijfstak, het versterken van de positie Amerikaasne bedrijven op thuismarkt. (minder buitenlandse concurrente. Het principe: Alleen distributeurs die aangesloten waren mochten ze distribueren. Je mocht ze alleen projecteren moest je elke week 2 dollar betalen aan Edison en Biograph voor het gebruik van het projectie apparaat. Verzet kwam, the independents zij vormen later de basis voor Hollywood en opperen op de zelfde manier als een kartel. Hier zitten heel veel immigranten. Ze deden zelf aan censuur om zo invloed van de overheid te voorkomen. Voornamelijk de buitenlandse films zijn hier de dupe van. Moesten met de censuur door een hele reeks MPPC? Verburgelijking van de film. De personages krijgen meer diepgang, er ontstaan complexere verhalen. Een roman als voorbeeld. Doorbraak van de feature film. De films zijn Moralistisch opvoedend, het is educatief dit voldoet aan de WASP normen en waarden. Er zit een les in de film, niet meer gewoon gezellig lachen, vooral van hard werken en maatschappelijk omhoog kruipen. Krijgen veel Amerikaanse genres, Western. Amerikaanse onderwerpen. The American Dream: Mary Pickford en Douglas Fairbanks.

Kunst op het witte doek. Verfilmingen van bekende verhalen/ romans en toneelstukken. (Shakespeare bijvoorbeeld) Bijbelfilm en historische films, ook feature films. Erg overdreven manier van acteren! Geschiedenis, Italianen waren erg goed in historische spektakel films, voornamelijk over Rome. Begin jaren 10 werden deze gemaakt en gedistribueerd! Bioscopen moeten respectabel worden om een breed en kapitaalkrachtig publiek te trekken. De winkels met gammele stoelen wordt vervangen voor mooie gebouwen. De belangrijkste doelgroep is de middenklasse. Een betere winst en een betere sociale imago van de bioscopen. Picture palaces worden gebouwd. Luxe inrichtingen, vaak een nieuwbouw of gerenoveerde schouwburgen. Nep bladgoud, mooie rode tapijten, goede behandeling: de klant is Koning!! Rond de 1000 tot 5000 zitplaatsen. Er was een groot orkest van de 50 tot 100 musici. Programmas van 2 tot soms 3 uur. Niet alleen maar films maar ook muziek en highclass vaudeville. Entree prijzen hangen af van de buurt, hoe groot het paleis is. Van 15 cent tot 2 dollar. De film is wel belangrijk maar het gaat om alles samen. We do not sell tickets to the movie but to theater. Uitbraak WW1 legt de Europese film industrie plat. VS filmindustrie wordt door Amerikanen gedomineerd. Amerikanen gingen massaal naar de bios, 85% 1x per week. Het is een respectabel amusement geworden voor alle lagen van de bevolking. Filmpaleizen zijn de grote inkomsten bron. NL: Bioscoop paleizen komen ze ook. We hebben wel een trage ontwikkeling van de vast bioscoop. Pas in 1910/11. Weinig bioscopen met vaak relatief kleine zalen! Weinig luxe bioscooppaleizen en als ze gebouwd worden is het ook meer groot dan luxe. Nederlanders gaan ook minder naar de bioscoop dan andere Europeanen. (dit is nog steeds zo) Waarom?: De bioscoop sloot slecht aan bij de verzuilde structuur van Nederland. Radio en TV paste heel goed in de zuilen, dit kan thuis, gezellig. Protestanten doen het nog minder goed bij bioscopen dan de katholieken. We hadden geen nationale filmproductie! Toegangsprijzen of die hoger lager dan in GB en VS? Bioscoop werd nooit een respectabel amusement voor de middenklasse. Hoorcollege 4, 16-02-12 Europese Avant Garde- was de elite. Duitsland: expressioneimse, abstacte animatie, nieuwe zakelijkheid. Frankrijk: impressionisme, surrealisme, dadaisme Sovjet Unie: Demontageschool. Belangrijk is het constructivisme. Een nieuwe stroming die rond 1913. Het ging niet om persoonlijk gevoel maar het gaat uiteindelijk om de positie van het beeld, puur grafisch. Kunst staat in dienst van de maatschappij. Constructivisme doet mee aan communistische idealen. Kunst is politiek geladen en ingezet om het communisme te propaganderen. Een kunstwerk is te vergelijken met een machine. De compositie van technische vormelementen. Kunstwerk ontstaat door middel van montage. Constructivisme is de ban op meeste deelterreinen van de kunst (want arbeiders snappen er niks van, dat kan niet). De rol van de kunstenaar in de nieuwe samenleving. Kunstenaars zijn de culturele arbeiders. (filmmakers ook) Hun taken zijn propaganda maken voor de communistische revolutie, deels ongeletterd omdat er ongeletterd publiek is. Ze leveren hun bijdrage aan de modernisering van de Russische samenleving. Halverwege jaren 20 herstelt de Russische economie. De film productie rukt weer een beetje aan. Artistiek vernieuwend, aantrekkelijk voor een breed publiek en politiek inhoudelijk doeltreffend/propaganda voor de maatschappij. De middelste lukt niet, mensen willen geen avant garde films zien maar gewoon vermaak.

Russische avant Garde houden zich voornamelijk bezig met film stijl en film taal. Vooral intresse in film techniek! En dan montage. Montage genereert de betekenis en daar moet het om gaan. Waren het niet altijd met elkaar eens over hoe. Lev Kuleshov. Vatte de filmkunst op in de zin van hoe het publiek beelden interpreteerde. Hij bedacht het Kuleshov experiment (1919). Een experiment dat later erg beroemd is geworden. Het combineren van beelden roept een betekenis op, die in elk van de beelden afzonderlijk niet besloten ligt. Beelden krijgen pas betekenis wanneer ze geplaats worden in een kader. Kuleshov was zelf gecharmeerd van Hollywood filmmaking. De continuitiy editing, vond hij veel vaart geven aan film! Zijn films zijn dan ook door de Amerikaanse film benvloed. Genre van de achtervolgingsfilm wordt gekopieerd. Acrobatische stunts. Gaat niet om een letterlijke school maar is een stroming! Eisenstein, montage kon abstracte ideen overbrengen. Belangrijk theoretisch geschrift van Eisenstein is: Film Form, hier schetst hij montage technieken. Metrische montage, ritmische montage en intellectuele montage etc. Het gaat hier om zwijgende films dus gaat puur om beelden. Vertov, speelfilm = nicotine voor het volk. Objectiever dan beperkte menselijke waarneming dagelijks leven betrapt. Hij filmde graag stiekem het dagelijks leven. Kenmerken Sovjet montage: gebruikt veel en zeer diverse vormen van montage. Sociale en poltieke onderwerpen. Realistische settings. Typage van personages. . Veel van de montage films worden nu beschouwd als klassiekers. Onderdeel van Canon. Worden nu gezien als de meest vernieuwende stroming van die tijd. Contemporaire receptie = toendertijd. Anti-sovjet houding Westerse mogendheden, ze hebben Eisenstein bijvoorbeeld verboden bang voor de invloed die het zou hebben. Katholieke zuiden werd de film wel toegelaten maar werden en dingen uit weggeknipt. keuring in Nederland censuur en aanpassingen Potemkin Kenmerken socialistisch realisme. Begrijpelijk voor proletariaat. Optimistisch van toon, positieve held die als voorbeeld dient. Het was een weerspiegeling van de realiteit van het socialisme. Lees geidealiseerde weergave zoals machthebber vonden dat de sovjet samenleving er uit zou moeten zien. Stalin: socialistische realistische kunstenaars zijn ingenieurs van de ziel. - De sociaal realistische films waren bijvoorbeeld: Chapayev, een volksheld van na de revolutie.

Hoorcollege 5, 21-02-12 Duitse cinema na WO I Republiek van Weimar 1918-1933. Nazi van 1933-1945 dit besproken in Geschiedenis medialandschap. Duitse film is grootste concurrent naast Hollywood op de internationale markt, voor WO I waren het de Fransen. De Europese filmindustrie was voor 50% Duits. De sterke positie kwam door de politieke, artistieke- en economische factoren. Politieke factor: Dec 1917 komt er een reorganisatie van de Duitse Filmindustrie op initiatief van legerleiding en de regering. Voorheen bestond de filmindustrie uit allemaal kleine bedrijven, na de reorganisatie is het 1 groot bedrijf, UFA Universum Film Aktiengesellschaft. Ze waren voor het grootste deel in handen van de staat (dit was tot 1921) en werden daardoor ook voorzien van

voordelen, belasting etc. Ze hadden een geheim doel: propaganda maken voor Duitsland naar zowel binnen als het neutrale buitenland. Naast de UFA werd nog een bedrijf opgezet, de EMELKA, dit was niet een groot bedrijf en ook niet in handen van de staat. Beide bedrijven waren gericht op verticale integratie. Economische factor: Marksituatie na WO I. Duits verbod op import van buitelandse films, dit was vanwege de hoge reparatie kosten die Duitsland waren opgelegd na de oorlog. Hierdoor ontstond een hyperinflatie! Het Duitse geld was binnen no time niks meer waard. De economie donderde in elkaar dus voor buitenlandse filmimporteurs waren de Duitse films spotgoedkoop. Dit zorgt voor veel vraag naar Duitse films, opkomst export films in Duitsland. Stimuleert de omzet van de amusements sector, omdat geld binnen de kortste keren niks meer waard was gaven mensen het na de hoognodige uitgaven het direct uit. Dit ging dan naar de amusement sector, massaal naar de film. Er werden voorlichtingsfilm gemaakt tegen prostitutie, die trok veel kijkers. Hierdoor werden er nog meer educatieve films gemaakt, het leverde geld op. Zo werden pikante films de wereld in gebracht. De titel suggereerde pikante films maar er was verder weinig te zien. Veel Duitse films kwamen naar NL, op een gegeven moment te veel, sommige te pikant en NL zette de rem er op. Bescherming van eigen cinema behoud en reputatie schade voor de bioscoop. UFA merkte dat de reputatie schade met educatieve films te maken had. Dus gingen ze een nieuw imago opbouwen door hoogstaande producten te maken. Die artistiek waren, geheel eigen esthetiek. Strategie sloot aan bij de Duitse oorlogspropaganda uit WO I: we vechten voor de Duitse cultuur behoud. Regisseurs kregen veel ruitmte, zowel artistiek en financieel. (Duits theater productie) 1919/1920 was de doorbraak van Das Kabinet.. Dr Caligari, een hele artistieke film in stijl, decor, acteren. Het was ontleent aan het expressionisme. Een stijl van al voor WO I in de schilderkunst, met felle kleuren, angstige & benauwde sfeer. Dit sloeg over naar het theater en wordt de belangrijkste stroming. Het was geen realistisch sfeer, maar overdreven gebaren & bewegingen, het uitschreeuwen van emoties. Was maatschappelijk kritisch via de vader/zoon thematiek. De zoon komt in opstand tegen zijn vader. Zoon = het volk, vader = de staat. Deze thematiek kwam niet in films voor, UFA was immers de staat. Caligari werd een groot succes. Expressionisme was al mainstream stijl dus werd makkelijk geaccepteerd. Werd voor de film ook vooraf goed reclame voor gemaakt dus massaal naar de film. Calligari werd ook buiten Duitsland populair, In de VS sloot hij goed aan vanwege het horror genre wat daar toen net populair was, In frankrijk (1921/1922) vond het aansluiting bij het elite publiek. Zijn artistiek bezig met dada en avant-garde kunst. Calligari wordt kunst, canon van art-cinema/ filmclub cirvuit. Expressionisme in film - 1/6 - Duitsland was ook goed in Historische spektakel films. Zaten vol met massascenes en stuntwerk. Hielp om de reputatie omhoog te krijgen. Historische verhalen werden belangrijk gezien. - Kamemerspiele films nadruk op psychologie van de personages, leven van alledag. Geen fantastische of mythische verhalen. Deze stond ook hoog aangeschreven. - Strasse Films Sociaal realisme en stedelijke omgeving. Soort sociale studie aan sociale problematiek van vooral steden. Sociaal en economisch serieuze films. Alle 4 de genres waren voor het opkrikken van de status door de UFA. In 1925 1927 De Duitse filmindustrie zit in grote financiele problemen. Hyperinflatie is weg door het geld wat de VS stort. Nieuwe import quota in 1925 is meer buitenlandse films 50%.

Afzet van Duitse films krimpt want films exporteren is duurder geworden. UFA produceert zichzelf ook financieel kapot met het expressionisme, rode cijfers omdat ze teveel uitgaven. De VS was hun redding, ze investeren veel geld in de UFA, waarop Duitsland wel met Amerikaanse bedrijven een nieuw bedrijf in Duitsland op moeten zetten. PARUFAMET, zo worden Amerikaanse films onder Duitse vlag ondergebracht en onderduiken ze de import quota. Er komt ook een nieuwe hoofdredacteur van UFA, hij reorganiseert naar een VS bussines model. Producent wordt verantwoordelijk voor het geld en niet regisseur. Duitse acteurs en regisseurs vertrekken naar VS, heeft op dit moment nog geen politieke reden. - Authentiek Duitsland: Duitse films worden steeds mee als de VS, meer amusement, de kunst verdwijnt bijna. Komt van de geluidsfilm is dit, Acteurs worden niet als roddel object gezien er wordt over ze gesproken als Kunstler. Geen priv informatie vrijgegeven zoals in de VS waar ze roddelonderwerpen zijn. - Buitenlandse acteurs worden er bij betrokken om zo publiek uit andere landen te binden aan de Duitse film. - Eigenheid na 1925 is ze gaan ook weer artistiek bezig na 1925 (Dit komt door invloed van de Russische films die doorbreken in 1925, Eisenstein) Zo ook Neue Sachlickeit 1925-1930. Oppervlakte van de werkelijkheid, hoge artistieke status. - 1933 Einde Weimar, films geen radicale breuk daarna, wel amusement en artistieke films blijven komen. Geen communistische meer.

Hoorcollege 6, 23-02-12 Introductie van de geluidsfilm. Al heel snel experimenten met geluid. Geluid was echter niet sterk genoeg om een hele zaal te vullen. Ook de samenloop met beeld is erg moeilijk. Dit blijft een struikelblok. Edison Kinetophone verbeterd grammafoonsysteem. 1913. Hij trekt de stekker eruit. Een van de grote doorbraken in geluid is Lee de Forest: uitvinder oa radiobuis. Optisch geluid = geluidsspoor op filmstrook. Western Electric: dochteronderneming van AT&T (soort KPN TNT) geen overheidsinstelling. Het is een research & development + productie van telefoontoestellen. Doen ook experimenteren, op 2 manieren. Geluid op film en geluid op plaat. In 1922 grote doorbraak van geluid op plaat, elektromagnetisch geluid, sound on disc. Proberen de commercile potentie van deze nieuwe geluidsopname en weergave te onderzoeken. Dan via radio en geluidsfilm. Gaan op zoek naar een partner in de filmindustrie. Geen grote bedrijven heeft er zin in, heeft te maken met Edison die het niet gelukt was. Grote bedrijven: Paramount/ Publix, Loew/ MGM, First Nation. Little Five: Universal, Fox, Film Booking Office RKO, Producers Distribution Corporation (1924-28), Warner Bros. Komt horizontale en verticale integratie. Alle activiteiten in de keten worden ondergebracht in 1 bedrijf, productie, distributie en vertoning. Zo maximale controle over de markt en maximale toegang tot de consument. Jaren 10 zijn het de bioscopen die het initiatiefnemen qua integratie. Bioscoop ketens Schaalvoordelen, minder concurrentie, sterke onderhandelingspositie! Ze waren allemaal begonnen als kleine bedrijven. Het waren bijna allemaal immigranten, concurrenten maar ook nauwe samenwerking: Kartel. Oligopolie. Big three: waren volledig verticaal gentegreerd. Little Five: weinig bioscopen 20th cencury FOX, RKO en Warner bros gaan over naar de BIG three (door investeringen in geluidstechnologie)

Warner Brothers: 4 broers, zijn begonnen met een klein bioscoopje in Chicago. Gaan werken aan vergroting krijgen steun van Goldman Sachs. Willen verticale expansie, betere studio kwaliteiten, betere productie faciliteiten, internationaal distributienetwerk, eigen bioscoop keten. Technologische innovatie: zijn op zoek naar samenwerking met Western Electric op terrein van geluidsfilm. Reden investeren geluidstechnologie: Niet om lange geluidsfilms te maken!! Bedoelt voor korte films voor het voorprogramma. In plaats van varitartiesten. Opname voor de hoofdfilm qua muziek. Het was een bezuinigingsidee. Een standaardisering. Verdere mechanisering van amusementsaanbod van de bioscoop ervaring. Tekenen een exclusiviteitscontract met Western Electric, voor het systeem waar ze aan werken voor geluidsapparatuur. Want doorbraak na doorbraak. Heet Vitaphone, binden artiesten aan zich zodat ze alleen voor hun opnames maken. Enthousiast ontvangen door de vakpers en het publiek maar de meeste bioscoop eigenaren durven de dure investering niet aan. Probleem voor Warner & AT&T want zitten met torenhoge schulden en weinig omzet. A&T breekt het contract open en Warners heeft geen exclusiviteit meer. Alle Hollywood studios mogen nu ook de technologie van Western Electric kopen en gebruiken. Het keerpunt voor de geluidsfilm 6 oktober 1927 is de Jazz Singer. Na deze film gaat de verspreiding heel snel. Aantal sterren van zwijgende film kunnen overgang naar talkies niet maken. Hollywood gaat op zoek naar nieuwe acteurs en inspiratie bronnen. Broadway musical, radio-comedy, varittheater. Europa Vanaf 1919 begin verspreiding geluidsfilms, gaat langzamer dan in de VS. Ontwikkeling van geluidsystemen door grote elektronica concerns maar ook kleine lokale systemen. 1930: Europa exclusieve domein van Tobis-Klangfilm (kartel). Versnelde overschakeling van bioscopen op geluidsfilm. NL bloeiperiode: Taalbarrieres, desintegratie van internationale filmmarkt. Verbetering marktpositie nationale filmindustrieen. Ongunstig voor Hollywood en de UFA (Duitsland). Goede bescherming voor de nationale productie. Tijdelijke oplossing voor taalproblemen: zang en muziek films. Decentralisatie (Hollywood studios in Europa), Simultaanversies = zelfde scenario/decors etc meerdere talen verfilmd. Duurt een paar jaar maar de uiteindelijke oplossing is ondertiteling.