You are on page 1of 34

Voorwoord

In dit blokboek tref je de doelstellingen, de invulling en de vormgeving van het onderwijsblok Apotheker en geneesmiddel aan. Modern onderwijs staat in het teken van samen op reis. De onderwijsinstelling maakt duidelijk wat er geleerd moet worden en zorgt ervoor dat de omgeving stimulerend en uitdagend is. Van studenten wordt verwacht dat ze actief aan het onderwijs deelnemen en maximaal gebruik maken van de mogelijkheden die hen geboden worden. Het onderwijsblok Apotheker en geneesmiddel heeft als belangrijke doelstelling nieuwe studenten in de farmacie enthousiast te maken voor een vak waar het geneesmiddel, maar ook de patint centraal staat. We zullen dat doen aan de hand van verschillende onderwijsvormen. Er zullen taken uitgewerkt worden, er komt een parade langs van vele betrokkenen rondom het geneesmiddel (patint, arts, industrie, apotheker, etc), we zullen praktisch werken. Kortom, een grote variatie van onderwijs waarbij kennismaking met het vak, nadenken over waar het op dit moment om gaat in de farmacie en de geneesmiddelenwereld in ruime zin, en zelf een oordeel vormen over de ethische aspecten die rondom het geneesmiddel spelen, centraal staan. Het geneesmiddel is een fascinerend thema. Wij willen met dit onderwijsblok jullie iets van die fascinatie meegeven. Later als je bent afgestudeerd en werkzaam bent in patintenzorg, industrie of wetenschappelijk onderzoek blijft dat een belangrijk uitgangspunt. In dit blok willen we daar een eerste basis voor leggen.

Veel succes en leerplezier! Prof. dr. H.G.M. Leufkens Voorzitter blok FA-101

Inhoudsopgave

Inhoud 1. Algemene informatie 1.1 Contactpersonen 1.2 Plaats in het curriculum 1.3 De opbouw van dit blok 1.4 Leerdoelen 1.5 Rooster en groepsindeling 2. Probleemgestuurd onderwijs: de taken 2.1 Aandacht voor probleemgestuurd onderwijs 2.2 Toelichting op de taken Oefentaak Taak 1: De pil als staafje? Taak 2: Van kwaal tot erger Taak 3: Geneesmiddelgerelateerde problemen zijn divers Taak 4: Klein of benauwd oftewel kind als proefkonijn?! Taak 5: Farmaceutische zorg van onbetaalbare waarde?! 3. Werkcollege geneesmiddelen 4. Farma Parade 4.1 Inhoud 4.2 Voorbereiding 4.3 Programma 5. Ethiek 6. Jaarproject mondelinge communicatie 6.1 Inleiding 6.2 Doelstelling 6.3 Opzet van het Jaarproject 6.4 Achtergrondinformatie 7. Practicum recepteerkunde en analyse 8. Materialen en voorzieningen 8.1 Onderwijsmateriaal 8.2 Aan te schaffen materiaal 8.3 Literatuur in het studielandschap 8.4 Internetadressen 8.5 Artikelen op Blackboard 8.6 Blackboard

Pagina 5 5 6 7 8 9 10 10 11 11 12 13 14 15 16 18 19 19 19 20 22 23 23 23 23 24 25 26 26 26 26 27 27 27

9. Toetsing en beoordeling 9.1 Actieve inzet 9.2 Toetsen 9.2.1 Schriftelijke algemene toets en schriftelijke toets recepteerkunde en analyse 9.2.2 Vaardigheidstoetsen 9.2.2.1 Praktische toets 9.2.2.2 Rekentoets 9.3 Eindcijfer blok 9.4 Aanvullende toets 9.5 Beroep 9.6 Bekendmaking cijfers Bijlage 1: Werkcollege geneesmiddelen Bijlage 2: Reglement praktische toets blok FA-101 Bijlage 3: Voorbeeld toetsrecept Bijlage 4: Richtlijnen labjournaal Bijlage 5: Voorbeeld diagnostische rekentoets

28 28 29 29 29 29 30 31 31 32 32

1. Algemene informatie
1.1 Contactpersonen Voorzitter Prof. dr. Bert Leufkens Cordinator Dr. Marjon ten Hoor-Suijkerbuijk e-mail: M.E.G.tenHoor@uu.nl PGO docenten docentnaam Drs. Chiel Ebbelaar Dhr. R. Bartels Dhr. Hans Hilbers , Drs. Tamara Koehler, Dr. Marjolein de Ruwe, Dr. Judith Scheerens, Dr. Joris Verster, Drs. Milja de Vries Drs. Henk de Jong Drs. Willem van de Spijker Communicatiedocent (interviewtraining) Dr. Marjon ten Hoor-Suijkerbuijk Docent rekenvaardigheden (rekentoets) Dr. Herre Talsma,

e-mail C.F.Ebbelaar@uu.nl C.E.Bartels.uu.nl H.W.Hilbers@uu.nl T.C.Koehler@uu.nl M.J.deRuwe@uu.nl J.Scheerens@uu.nl J.C.Verster@uu.nl M.I.J.deVries@uu.nl H.A.W.deJong@uu.nl W.A.vandeSpijker@uu.nl

e-mail H.Talsma@uu.nl

Practica recepteerkunde en analyse Vragen met betrekking tot het recepteerkunde practicum kun je richten aan: Drs.Ivonne Gorissen, e-mail: i.m.m.gorissen@uu.nl Afmelden voor het recepteerkunde practicum bij Nel van Dongen (tel 030-2536881) e-mail: N.vanDongen@uu.nl) Cordinator van het practicum analyse: Drs. Stefan Koppenaal,

e-mail: S.Koppenaal@uu.nl

Voor informatie of vragen kun je terecht bij de blokcordinator, Marjon ten Hoor. Via Blackboard kun je ook je vragen stellen, echter met name als die vraag ook voor je mede-studenten van belang kan zijn.

1.2 Plaats in het curriculum Het blok Apotheker en geneesmiddel is een van de eerste twee blokken die in de bachelor Farmacie gegeven worden. In de eerste week vindt een algemene introductie plaats, waarbij kennis wordt gemaakt met het departement, de medewerkers en de medestudenten en vindt ook de start van beide blokken plaats. In de resterende 9 weken staan de verschillende onderdelen van het blok ingeroosterd, in het AD-timeslot. Wanneer het blok met een voldoende wordt afgerond, worden 7,5 ECTS-punten toegekend. Er gelden voor dit blok geen specifieke toelatingseisen. Door het volgen van blok FA-101 krijg je inzicht in de werkzaamheden en taken van een apotheker. Daarnaast maak je kennis met de wereld van de farmacie: de patinten en regelingen in de gezondheidszorg, maar ook de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen, onderzoeken die hiervoor gedaan worden en de maatschappelijke gevolgen (rechten en ethische aspecten), die medicijnen met zich meebrengen. De kennis en vaardigheden die je in de loop van het curriculum opbouwt, kun je hierdoor beter plaatsen in de context van het toekomstige beroep van een apotheker en het omringende werkveld. Tijdens de studie Farmacie zul je niet alleen kennis en inzicht verwerven, ook zul je jezelf allerlei vaardigheden eigen moeten maken. Vaardigheden maken alle deel uit van een specifieke leerlijn, die door de opleiding heen loopt, het onderwijs vindt echter gentegreerd in de blokken plaats. Gedurende je studie ontwikkel je je vaardigheden en houd je de ontwikkeling daarvan bij in je eigen portfolio. Meer informatie hierover, ook over de herkansingsmogelijkheden bij Skills, vind je in de map 'Farmacie studeren ..' en in het blokboek van het tutoraat. In dit blok maak je gelijk al kennis met een aantal van deze vaardigheden (zie tabel). Vaardigheid Informatieverwerking Rekenen Mondelinge communicatie Labvaardigheden Bereidingsvaardigheden Ethiek en Recht
1

Waar komt deze vaardigheid aan de orde


Het opzoeken en beoordelen van bronnen ter verdieping van de zelfstudie bij PGO Rekentoets (tevens tijdens Practicum met de werkcolleges) Interviewtraining Jaarproject mondelinge communicatie (start in periode1)
2 1

Practicum Analyse (P-A) Practicum Recepteerkunde (P-R) / Praktische toets Farma Parade en Werkcollege Ethiek
3

In week 2 vindt een diagnostische rekentoets plaats. Zorgvuldig en goed kunnen rekenen

(k zonder rekenmachine) en het kunnen interpreteren van grafische gegevens zijn essentile vaardigheden voor apothekers. Vandaar deze peiling vroeg in de opleiding. Deze toets vergt verder geen voorbereiding.
2

In week 8 en 9 vindt de training Interviewen plaats als voorbereiding op het Jaarproject

Mondelinge Communicatie. Deze training maakt onderdeel uit van dit blok. Als afsluiting van deze opdracht vindt in blok FA-201 de toets mondelinge communicatie plaats.
3

In week 9 en 10 zijn de Praktische toetsen over het bereidingspracticum gepland.

1.3 De opbouw van dit blok In blok FA-101 maak je kennis met het geneesmiddel, de apotheker en het farmaceutische werkveld. Werkvormen zijn: PGO groepsbijeenkomsten met tussentijds de zelfstudie, werkcolleges, hoorcolleges, practica en trainingen. In dit blok maak je kennis met de methodiek 'de zevensprong', een vorm van probleemgestuurd onderwijs. Deze methode wordt in allerlei blokken gebruikt gedurende de gehele studie. Daarom besteden we in dit blok extra tijd aan deze methode. Bij de eerste groepsbijeenkomst maak je kennis met je onderwijsgroep en oefenen we met de zevensprong. Tijdens de volgende groepsbijeenkomsten bespreek je met de groep onder begeleiding van een docent-begeleider een zogenoemde taak. Tijdens deze bespreking worden leerdoelen geformuleerd, die iedereen daarna zelfstandig uitwerkt. De volgende bijeenkomst wordt de taak met de groep onder begeleiding van de docent-begeleider nabesproken en de nieuwe taak voorbesproken. In totaal zijn er 5 taken en daarnaast is er een werkcollege geneesmiddelen, waarin je kennismaakt met veel gebruikte geneesmiddelen. In zesmaal vindt een serie hoorcolleges plaats, de Farma Parade. Deze Farma Parade dient als achtergrondinformatie bij de taken. Alle sprekers houden zich met farmacie bezig, echter op heel verschillende wijze. Zo maak je kennis met de vele aspecten van de Farmacie: van de industrie als ontwikkelaar, de huisarts als voorschrijver, de apotheker als verstrekker en medicatiebegeleider, tot de patint als gebruiker en tevens de zorgverzekeraar als financier van geneesmiddelen. In de Farma Parade komen ook de onderwerpen Ethiek en Recht aan de orde. Aansluitend wordt tijdens het werkcollege Ethiek een actueel ethisch probleem geanalyseerd en met je onderwijsgroep bediscussieerd volgens een stappenplan, zodat je leert hoe je op een goede manier een beslissing kunt nemen bij ethische dilemma's. Tijdens de practica maak je kennis met het bereiden en analyseren van geneesmiddelen. Bereidingen en de beoordeling van de kwaliteit vormen nog steeds een essentieel onderdeel van het werk in de apotheek en een goede kennis hiervan is belangrijk om later dit proces goed te kunnen begeleiden. Het practicum van blok FA-101 legt een basis voor deze kennis. Je leert hier onder andere capsules te bereiden en deze te controleren op kwaliteit. De practicumopdrachten worden onder begeleiding voorbereid in werkcolleges en gemeenschappelijk nabesproken. Ter ondersteuning worden de theoretische aspecten van het practicum in een hoorcollege behandeld.
Ter informatie, de verhouding tussen contacttijd (taakbesprekingen, Farma Parade, practica, etc.) en zelfstudie (individuele uitwerking) is ongeveer 2:3. Dit betekent dat als je 2 uur les hebt gehad, dat je daarna gemiddeld 3 uur nodig hebt om de stof zelfstandig te verwerken en onder de knie te krijgen. In de praktijk zul je, zeker bij PGO, meer tijd nodig hebben aan zelfstudie. Bij een practicum heb je verhoudingsgewijs meer contacttijd.

In week 9 en 10 zijn twee schriftelijke eindtoetsen: Een algemeen tentamen over alle behandelde onderwerpen, behalve het practicum. Een apart tentamen, waarin de onderwerpen uit de practica met bijbehorende werkcolleges worden getoetst.

1.4 Leerdoelen In de volgende leerdoelen staat beschreven wat je na afloop van dit blok moet kunnen. Kerndoelen uit de PGO taken / werkcolleges en de Farma Parade "Welke geneesmiddelen?" Onderzoek en ontwikkeling De student kan: De definitie van een geneesmiddel geven en begrijpen. De verschillende fasen van ontwikkeling van een nieuw geneesmiddel door de farmaceutische industrie beschrijven (van de ontdekking van de stof tot en met de registratie). Kenmerken en voorbeelden van biologicals noemen. Het belang van de farmaceutische wetenschap voor het ontwikkelen van medicijnen beschrijven. Informatiebronnen (over geneesmiddelen) voor artsen benoemen. De fysiologische processen van de menstruatiecyclus beschrijven en weet ook hoe de verschillende hormonale anticonceptiva werken. "Wat heeft de patint?" Diagnostiek en richtlijnen De student kan: Maagproblemen aan verschillende symptomen koppelen (met speciale aandacht voor ulcus pepticum). Maagmiddelen en hun toepassing noemen. Van verschillende antacida de werking beschrijven en aangeven welk middel de eerste keus is. De gang van de patint door de gezondheidszorg beschrijven. Terminologie die in dit blok aan bod komt begrijpen, zoals o.a. zelfzorg (OTC), drogist vs. apotheek, WHAM vragen, homeopathie vs. allopathie. "Hoe is het gebruik?" Behandeling en compliance De student kan: Aangeven wat wordt verstaan onder medicatiebegeleiding en voorbeelden noemen van farmaceutische patintenzorg (FPZ). De taken en verantwoordelijkheden van een apotheker ten opzichte van andere professionals in de gezondheidszorg beschrijven. Ook kan hij onderscheid maken tussen de werkzaamheden van een openbare, een ziekenhuis- of een industrieapotheker. Beschrijven hoe een apotheker middels medicatiebewaking en voorlichting kan bijdragen aan een beter geneesmiddelgebruik. Ook kan hij verschillende medicatiebewakingssignalen benoemen en beschrijven. Een indeling geven van geneesmiddelgerelateerde problemen. Vormen en oorzaken van therapieontrouw (onder)kennen en oplossingen hiervoor bedenken. "Wie krijgt wat?" Indicaties en bijwerkingen De student weet: Hoe geneesmiddelen bij kinderen worden onderzocht voordat ze op de markt komen (of al op de markt zijn). Hoe bijwerkingen (op de lange termijn) worden opgespoord. Hoe bijwerkingen kunnen worden ingedeeld in verschillende soorten (A-, Ben C-bijwerkingen). Het begrip farmacovigilantie te duiden.

"Wie be(p)(t)aalt?" Financiering De student kan: De partijen die een rol spelen op de geneesmiddelenmarkt aangeven en welk belang zij hebben. Oorzaken noemen van de stijging van de uitgaven aan geneesmiddelen. Aangeven welke maatregelen er genomen worden (door overheid en verzekeraars) om de kosten van geneesmiddelen te beheersen. Beschrijven wat de inkomsten en uitgaven zijn van een apotheek. Internationale verschillen in uitgaven aan geneesmiddelen verklaren. Tevens kan de student: Beschrijven wat een geneesmiddel is volgens juridische maatstaven en heeft ook inzicht in de consequenties van die definitie. Relevante maatschappelijke en ethische aspecten die samenhangen met geneesmiddelengebruik herkennen, en daarover een afgewogen oordeel vormen. Gebruik maken van ICT voor het zoeken naar betrouwbare informatie. Leerdoelen uit de practica / werkcolleges Recepteerkunde en Analyse Basale rekenvaardigheid hebben, het belang inzien van nauwkeurig en juist rekenen en het kunnen interpreteren van grafische gegevens. Nauwkeurig afwegen, oplossen en doorverdunnen van een stof. Basale begrippen uit de farmacie en geneeskunde, die in dit blok aan de orde komen, begrijpen en kunnen toepassen. Opstellen van een analyseplan voor een eenvoudige gehaltebepaling met behulp van UV spectrofotometrie, dit zelfstandig uitvoeren, gegevens verwerken en de resultaten interpreteren. Aspecten rondom de protocollering, bereiding en kwaliteitscontrole van een voorschrift voor capsules beheersen. De basale fysisch-chemische achtergronden van stromings- en mengeigenschappen van vaste stoffen begrijpen en deze kunnen relateren aan de toepasbaarheid van grondstoffen in capsules. Mondelinge communicatie (Jaarproject Interview) - een interview met een chronisch zieke patint houden. basisvaardigheden uit de interviewtraining (en het Jaarproject Interview) gericht kunnen inzetten tijdens een gesprek met de patint (periode 2 e.v.). 1.5 Rooster en groepsindeling Het rooster is op Blackboard te vinden. Ook wijzigingen in het rooster worden via Blackboard gecommuniceerd. De groepen zijn door de afdeling Studiezaken samengesteld. Deze indeling van de groepen staat ook op internet. Voor urgente zaken omtrent de groepsindeling kun je bij de afdeling Studiezaken terecht. PGO onderwijs en Practicum volg je in verschillende groepssamenstellingen: De onderwijsgroepen worden aangeduid met een cijfer (1 t/m 20). De practicumgroepen (A t/m H) bestaan uit verschillende onderwijsgroepen. In deze practicumgroep volg je de Practica met de werkcolleges en nabesprekingen hiervan.

2. Probleemgestuurd onderwijs: de taken


2.1 Aandacht voor probleemgestuurd onderwijs In dit blok maak je kennis met de methodiek de zevensprong, een vorm van probleemgestuurd onderwijs. Om optimaal van deze methode te profiteren wordt er op verschillende momenten tijdens het blok aandacht aan besteed. Ook gaan we er vanuit dat je het hoofdstuk over Probleemgestuurd onderwijs leest in Farmacie studeren, zo doe je dat! Het boek 'Probleemgestuurd leren, een wegwijzer voor studenten' waar naar wordt verwezen, is beschikbaar in het studielandschap. Je docent zal de belangrijkste aspecten van PGO met jullie bespreken (tijdens de PGOtraining) en ook bij de tussentijdse evaluaties kunnen vragen en opmerkingen behandeld worden. Introductie PGO (b1) Deze bijeenkomst wordt gebruikt voor een oefening met Probleem Gestuurd Onderwijs (PGO). Dit is aan het eind van de eerste week. De rol van voorzitter en notulist Tijdens de voorbespreking van taak 1 wordt er dieper in gegaan op de rol van de voorzitter en notulist. Bespreking van het functioneren van de PGO-groep Tijdens de voorbespreking van taak 3 en de nabespreking van taak 5 wordt extra tijd besteed aan het functioneren van de PGO-groep als geheel. Je hebt dan enige ervaring opgedaan met PGO en kunt dus op zinvolle wijze bespreken wat er goed gaat en wat eventuele verbeterpunten zijn. Hoorcollege informatieverwerking In dit hoorcollege krijg je uitleg over de verschillende bronnen die je kunt gebruiken voor de zelfstudie bij PGO, maar ook voor andere onderdelen in het blok. Behandeld wordt welke bronnen er zijn, de keuze van bronnen, het verwerken van de gevonden informatie, het gebruik van laptop en internet en de kwaliteit van informatie op het internet.

10

2.2 Toelichting op de taken Blok FA-101 heeft als doel je een overzicht te geven van de farmaceutische wetenschap, het werk van de apotheker n de partijen waar een apotheker mee te maken krijgt. Sommige taken zijn dan ook bedoeld om een overzicht te geven over een bepaald thema uit de farmacie wereld. Bij andere taken wordt een bepaald onderwerp juist uitgediept aan de hand van een voorbeeld van een aandoening of geneesmiddel. Dat voorbeeld wordt dan diepgaand behandeld. Zo wordt bij taak 1 behandeld hoe geneesmiddelen worden ontwikkeld. Daarbij wordt het voorbeeld van anticonceptie diepgaand besproken. In taak 2 wordt aan de hand van een patint met maagproblemen behandeld hoe het traject van klacht tot behandeling verloopt. Hierbij wordt dus het onderwerp maagklachten diepgaand behandeld. Voor het uiteindelijke gebruik van het geneesmiddel maakt het natuurlijk uit welke klacht hieraan ten grondslag lag en welke keuze voor het geneesmiddel is gemaakt. Taak 3 behandelt op welke manieren een apotheker vorm geeft aan zijn taak medicatiebegeleiding aan de hand van een aantal voorbeelden. Tenslotte hebben taak 4 en 5 beide als doel om een overzicht te geven en worden achtergronden behandeld van geneesmiddelgebruik bij kinderen en farmacovigilantie (bij taak 4) en farmaco-economische aspecten (bij taak 5). Bij de toetsen word je geacht inzicht te hebben in de specifieke voorbeelden (dus bijvoorbeeld kennis hebben van de menstruatiecyclus en maagklachten), maar ook in bredere zin in de overige behandelde thema's.

Oefentaak (PGO-training) Een stekelig voorval Mijnheer Laeven heeft een hobby die de meesten van ons op zijn zachtst gezegd nogal eng vinden. Hij heeft achter in zijn tuin een aantal bijenkorven. Elke ochtend gaat hij even bij zijn bijen op bezoek. Wanneer hij op een morgen achter in de tuin is aangekomen, vergeet hij een van zijn handschoenen aan te trekken en hij wordt door een bij in zijn onderarm geprikt. Hij gaat snel naar huis. Mijnheer Laeven heeft een behoorlijk dikke en pijnlijke onderarm gekregen en besluit naar de apotheek te gaan. Daar constateert de apotheker op de plek, waar de bij geprikt heeft op de onderarm, oedeem en erytheem. Mijnheer Laeven klaagt over jeuk op de steekplek, maar verder voelt hij zich prima. De apotheker raadt een lokaal antihistaminicum aan.

11

Taak 1: De pil als staafje? 12-10-1994 Op de zesde verdieping van het kantorencomplex van een farmaceutisch bedrijf vindt overleg plaats. Het hoofd van de afdeling Research and Development wil graag een nieuwe, originele vorm van anticonceptie ontwikkelen, die echter nog wel steeds werkt via benvloeding van de menstruatiecyclus. Het moet iets zijn dat vooral geschikt is voor vrouwen die geen zin hebben om iedere dag de pil te slikken, of die regelmatig vergeten de pil in te nemen. Hij denkt aan een bepaalde vorm van toediening in het lichaam zodat vrouwen gedurende een paar jaar geen omkijken meer hebben naar hun anticonceptie. Iedereen laat het idee op zich inwerken. Henk (n van de apothekers van het bedrijf) vond het een goed plan, maar vraagt zich af of de kosten die de ontwikkeling met zich mee gaat brengen en de tijd die er voor nodig is wel opwegen tegen het te verwachten commercile resultaat. Vier jaar later Voorafgaand aan een farmacotherapie-overleg tussen huisartsen en apothekers in een gezondheidscentrum in Zeist houdt een artsenbezoeker een inleiding over het nieuwe anticonceptiemiddel Implanon. Tijdens het FTO vragen de huisartsen Manon, een openbare apotheker, naar haar mening over dit nieuwe middel vergeleken met andere hormonale middelen. Zes jaar later

Anticonceptiemiddel Implanon is veilig


Van onze verslaggever
DEN HAAG - De registratie van het anticonceptiemiddel Implanon blijft gehandhaafd. De Europese instellingen voor geneesmiddelregistraties hebben op voorstel van het Nederlandse College ter beoordeling van geneesmiddelen (CBG) bepaald dat het middel veilig en effectief is, 'mits ingebracht op de juiste manier'. Begin dit jaar ontdekte de fabrikant van het anticonceptiestaafje, dat onder de huid van de bovenarm wordt ingebracht, onregelmatigheden bij twee studies die jaren geleden zijn gebruikt om het middel geregistreerd te krijgen. Door Indonesische onderzoekers zou er gerommeld zijn met patintengegevens. [ ] De afgelopen maanden zijn er inspecties gehouden bij de overige onderzoekscentra die betrokken waren bij de studies. Daarbij zijn geen nieuwe onregelmatigheden gebleken. De inspectie voor de gezondheidszorg gaat nog bekijken of het systeem voor de bewaking van studies bij Organon nog aan de eisen voldoet. Volgens directielid H. Reekers van Organon is uit een intern onderzoek van het bedrijf niet gebleken dat er destijds moedwillig fouten zijn gemaakt. [ ] Trouw , 21 oktober 2004

12

Taak 2: Van kwaal tot erger 1 oktober 2006 Sinds een paar weken heeft de heer Pietersen (40 jaar) af en toe last van een pijnlijk, brandend en opgeblazen gevoel in de bovenbuik. Hij heeft er niet veel last van, maar het gaat ook niet over. Meneer Pietersen is een levensgenieter die rookt, van lekker eten houdt en 's avonds meestal een paar glazen wijn drinkt. Hij gebruikt op dit moment geen geneesmiddelen en drinkt geen koffie. Zijn buurman, die ook wel eens last van de maag heeft, raadt hem aan om een homeopathisch middel te gebruiken. Om uit te zoeken wat hij het beste aan zijn maagklachten kan doen, zoekt hij informatie. Hij vindt dat er verschillende maagklachten en diverse maagmiddelen zijn. Hij weet niet wat voor zijn situatie het beste middel is, maar besluit bij de drogist een pakje Rennies te kopen. 15 oktober 2006 Na twee weken heeft de heer Pietersen niet het idee dat de Rennies gewerkt hebben. Zijn dochter heeft hem gezegd het sterkere ranitidine te kopen, want dat heeft haar vorig jaar goed geholpen. Hij besluit de volgende dag even langs de apotheek te gaan voor een zelfzorgadvies. De apothekersassistente stelt hem volgens een vast protocol een aantal vragen en adviseert hem vervolgens naar de huisarts te gaan. 29 oktober 2006 De heer Pietersen bezoekt zijn huisarts en vertelt haar dat hij al enige tijd last heeft van maagklachten. Hij heeft zelf al het n en ander geprobeerd, maar de klachten gaan niet over. Op dit moment gebruikt hij daarom geen zelfzorgmiddelen meer. Gisteren zag hij ineens dat zijn ontlasting een zwarte kleur had, waar hij wel van schrok. De huisarts neemt de anamnese af en komt te weten dat de klachten van meneer Pietersen met name bestaan uit H. Maag, gastro-enteroloog Universitair Medisch Centrum pijn in de bovenbuik. De huisarts Universiteitsweg 3 verwijst meneer Pietersen naar 3516 GA Utrecht de gastro-enteroloog, omdat zij 17-11-2006 vermoedt dat Pietersen een ulcus duodeni heeft.
R/ amoxicilline 500 mg tablet 2x daags 2 tabletten claritromycine 500 mg tablet 2x daags 1 tablet omeprazol 20 mg tablet 2x daags 1 tablet H. Maag De heer T. Pietersen (04-04-1966) Palmboomstraat 12, 3500 XX Utrecht
13

28 stuks

17 november 2006 Na het bezoek aan de specialist komt meneer Pietersen naar de apotheek met bijgaand recept. Hij is verbaasd: waarom heeft hij die antibiotica niet meteen meegekregen bij zijn eerste bezoek aan de apotheek?

14 stuks

14 stuks

Taak 3: Geneesmiddelgerelateerde problemen zijn divers A/ Mevrouw van Alphen, 65 jaar, komt aan de balie van de apotheek met een recept voor ferrofumaraat 2 x daags 200 mg (ijzertabletten). Zij heeft ook calciumtabletten in gebruik tegen osteoporose. Zij wordt geholpen door apothekersassistente Bea. Bij het invoeren van het recept in de computer verschijnt n van de vele medicatiebewakingsignalen op de computer, namelijk een interactiesignaal: IA 140: IJZER + ANTACIDA/CARBONAAT Bij gelijktijdig innemen daalt de absorptie van ijzer. Vertel de patint dat ijzer 2 uur VOOR het antacidum of het carbonaat moet worden ingenomen. Volgens de Nederlandse Apotheek Norm (NAN) moet zij actie ondernemen. Bea is blij dat duidelijk is hoe dit probleem opgelost moet worden. Dit is toch wat makkelijker dan een gesprek n.a.v. het medicatiebewakingsignaal niet aansluitend gebruik. B/ Een op de vier melders stopt met het gebruik van zijn/haar medicijn als gevolg van negatieve ervaringen hiermee. Dit blijkt na bijna 2500 meldingen bij het Meldpunt Medicijnen, een initiatief van IVM (Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik) en een aantal patintenorganisaties. Bij Meldpunt Medicijnen kunnen gebruikers van geneesmiddelen hun ervaringen kwijt. Meestal is een bijwerking de reden waardoor ze stoppen of van geneesmiddel veranderen. Dit gebeurt echter niet altijd in overleg met de huisarts of apotheker en dat is niet verantwoord: het zonder overleg stoppen met medicijnen, zoals antidepressiva, kan grote risicos met zich meebrengen. C/ UTRECHT - Sinds 2007 zijn dertien mensen het slachtoffer geworden van het medicijn methotrexaat omdat dit verkeerd was voorgeschreven. Daarvan zijn er zeven overleden. Dat zegt de brancheorganisatie KNMP in een reactie op de dood van een Utrechtse vrouw eerder dit jaar vanwege een doseerfout met methotrexaat. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) vindt dat de betrokken apotheker in dit geval zo blunderde dat hij voor de medische tuchtrechter is gebracht, aldus een woordvoerder van de IGZ. De vrouw in kwestie had reumaklachten. Om deze klachten te verminderen nam zij achtereenvolgens, elf dagen lang, eenmaal daags het medicijn methotrexaat. De bedoeling was echter, dat zij dit geneesmiddel eens in de week zou innemen. Uiteindelijk is zij volgens de IGZ in het ziekenhuis overleden aan de gevolgen van de overdosering van dit medicijn. (ANP, 19/09/09) D/ Zowel het aanpassen van het medicatievoorschrift volgens eigen inzicht als het strikt volgen van het medicatievoorschrift in combinatie met vasten kunnen leiden tot gezondheidsrisicos. In het kader van FPZ is het project Ramadan en medicijnen opgezet om onjuist en mogelijk risicovol medicijngebruik tijdens de ramadan bij vastende moslimpatinten te verminderen (Aangepast uit: Pharm.Weekbl. 2004; nr.41, blz. 1364 - 1365) E/ Het IVM heeft de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan met Periodieke Medicatiebeoordeling voor bewoners van verzorgingshuizen. Vanwege het veelvuldig voorkomen van polyfarmacie bij deze groep patinten is met medicatiebeoordeling veel winst te behalen. Periodieke Medicatiebeoordeling heeft als doel de medicamenteuze behandeling van de patint te optimaliseren en therapietrouw bij de patint te bevorderen. De kans op geneesmiddelgerelateerde problemen wordt hierdoor verkleind.
http://www.medicijngebruik.nl/themas/periodieke-medicatiebeoordeling-pmbv.html

14

Taak 4: Klein of benauwd oftewel kind als proefkonijn?! Mw. Scheepers komt met haar 8-jarige zoontje Bram naar de apotheek om nieuwe inhalatiemedicijnen te halen. Bram heeft al sinds hij 2 jaar oud was af en toe last van een piepende ademhaling en heeft hier regelmatig medicijnen voor gehad. Op het moment gebruikt hij twee middelen: een luchtwegverwijder, Combivent (gebruik z.n.) [dit is een combinatie van een sympaticomimeticum en een parasympathicolyticum] en een ontstekingsremmer, Flixotide (100 g 2 x daags) [een inhalatieglucocorticod]. Met de klachten gaat het gelukkig goed, maar Brams moeder maakt zich al enige tijd zorgen over iets anders, namelijk het feit dat Bram de kleinste van de klas is. Nu las ze pas ergens dat dat door die pufjes kan komen, hoewel er niets over in de bijsluiter staat. Ze ging er eigenlijk van uit dat de geneesmiddelen die haar kind gebruikt goed onderzocht zijn voordat ze op de markt gebracht mogen worden. De apotheker besluit een melding te doen van een mogelijke bijwerking aan het Lareb, namelijk mogelijke groeiremming ten gevolge van medicijngebruik. Dit soort spontane rapportages zijn tenslotte belangrijk in het kader van de farmacovigilantie. De apotheker vraagt zich af of dit een type B- bijwerking is. Mevrouw Scheepers wil graag van de apotheker weten hoe ze nu nog achter mogelijke bijwerkingen kunnen komen, nu het geneesmiddel al op de markt is.

15

Taak 5: Farmaceutische zorg van onbetaalbare waarde?! David van Ambt ziet als ambtenaar bij het ministerie van VWS de komende verkiezingen met zorgen tegemoet. Hij heeft beloofd om de huidige minister een overzicht te geven over de kosten in farmaceutische zorg in Nederland, maar eigenlijk weet hij hier nog te weinig van om hem een goed advies te geven. Hij zal zich hierin toch snel moeten verdiepen. Volgens de minister zijn we in Nederland elk jaar ruim 60 miljard euro kwijt aan de gezondheidszorg. Hoeveel daarvan wordt eigenlijk aan geneesmiddelen besteed? Is dit bedrag hoog als je het met andere landen vergelijkt? Welke partijen zijn betrokken bij de geneesmiddelvoorziening en hoe kunnen zij zorgen dat deze kosten omlaag gaan? Geneesmiddelen moeten immers wel toegankelijk en betaalbaar blijven. De volgende dag gaat David naar de apotheek en terwijl hij op zijn beurt wacht kijkt hij eens goed om zich heen. Zoveel mensen, dat zal wel betekenen dat er een grote omzet is. Een oude man vertrekt met twee tassen vol geneesmiddelen en zegt iets over einde van het jaar en even inslaan voor mijn polis weer verandert. Aan de balie is een jongedame boos omdat de pil niet meer vergoed wordt. Weer een andere patiint begrijpt niet dat zijn reumamiddel door de fabrikant thuis bezorgd wordt en dat hij hiervoor niet meer bij de apotheek terecht kan. Eindelijk is David aan de beurt en vraagt aan de assistente waarom het toch altijd zolang duurt. Hij krijgt een heel verhaal te horen over het preferentiebeleid en de receptregelvergoeding waardoor er minder geld is voor personeel. Het geneesmiddel dat hij nodig heeft moet besteld worden en het zal weer een andere verpakking zijn dan hij gewend is, dus of hij morgen terug kan komen. Gerriteerd door al het gedoe neemt hij zich voor om eens naar de SFK-cijfers te gaan kijken. Misschien geven die hem wel de informatie die hij nodig heeft. Deze apotheek heeft het gewoon slecht geregeld, al die problemen kunnen toch niet alleen door de bezuinigingen komen?

16

17

3. Werkcollege geneesmiddelen
In dit werkcollege (e1) ga je actief aan de slag met cijfers en feiten over geneesmiddelen. Er zijn vele geneesmiddelen, waar je als apotheker mee te maken kunt krijgen. Maar je kunt niet alle geneesmiddelen kennen. Tijdens dit werkcollege krijg je overzicht over en inzicht in relevante geneesmiddelen voor je farmaciestudie. Bijvoorbeeld: Hoe vaak worden geneesmiddelen voorgeschreven? In hoeverre is er een verband tussen veelvoorkomende aandoeningen en veel gebruikte geneesmiddelen? Voorbereidingsopdracht: De opdrachten van het werkcollege staan in Bijlage 1. Maak de opdrachten 1-3 thuis, voordat het werkcollege plaatsvindt. Bedenk daarnaast welke criteria volgens jou een rol spelen bij het samenstellen van een top tien van meest relevante geneesmiddelen (denk hierbij aan het perspectief van de apotheker, de zorgverzekeraar, de patint, de farmaciestudent). Neem je laptop mee naar het werkcollege!

18

4. Farma Parade
4.1 Inhoud Gedurende zes dagdelen vindt de Farma Parade plaats. In deze parade komen 12 sprekers langs. Alle sprekers houden zich met farmacie bezig, maar wel op een heel verschillende manier. De parade is een actief geheel, er is dan ook uitgebreid de mogelijkheid voor het stellen van vragen en het voeren van discussies. Doel van de Parade is om je te fascineren, enthousiast te maken, mee te nemen in de wonderlijke wereld van het geneesmiddel, de patint, de apotheker, de dokter en vele anderen die zich met farmacie bezighouden. De Farma Parade is een kleurrijke, bonte stoet. Niet iedereen loopt in een logische volgorde. Maar dat is in de werkelijkheid ook niet. De stoet trekt voorbij, maakt lawaai, soms muziek, en laat indrukken achter. Indrukken die tot nadenken moeten aanzetten en tot discussie in de groepsbijeenkomsten waar de taken worden uitgewerkt. De Parade zal ook soms verwarring zaaien omdat de farmacie ingrijpend aan het veranderen is. Vele veranderingen lijken logisch, andere veel minder. Wat de Parade zeker beoogt, is om je in de farmacie door een venster te laten kijken naar de wereld waar je zelf later deel van uit zult maken. Het venster zal niet alles laten zien, sommige delen zijn zelfs nog beslagen, maar door intensief te kijken, en zo nu en dan in verwondering en fascinatie een stukje met de Parade mee te lopen, krijg je een goede basis om goed deel te kunnen nemen aan de andere onderdelen van blok FA-101. De Parade is ook informerend, laat zien hoe de wereld van het geneesmiddel in elkaar zit (zij het niet in alle details). De Parade is in zijn aard vluchtig, de inleiders geven een vignet af, niet meer dan dat. De vignetten samen zijn het behang waartegen de themas die in dit blok aan de orde komen geprojecteerd kunnen worden. 4.2 Voorbereiding Als voorbereiding op de Farma Parade is het zinvol (delen uit) de hoofdstukken uit Het Geneesmiddel te lezen, die relevant zijn voor het onderwerp van die middag. Verder staan er op Blackboard artikelen die raakvlakken hebben met het onderwerp van de sprekers. De Farma Parade sluit aan bij de taak die in die periode wordt nabesproken. Het bijwonen van de Farma Parade kan dus een aanvulling zijn op de zelfstudie, maar nooit de zelfstudie vervangen.

19

4.3 Programma

21 september 13.15 15.00 uur Zorg en toezicht Mevr. J. Koning, vertegenwoordiger reumapatinten Mevr. drs. J.M.M. Hansen, hoofdinspecteur Geneesmiddelen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) Hoe is het om chronisch ziek te zijn? Met welke werkers in de gezondheidszorg krijg je dan te maken? Wat verwacht je dan van hen? Wat verwacht een patint van een apotheker? Als apotheker krijg je hoe dan ook te maken met de inspectie Geneesmiddelen. Hier krijg je een beeld van hoe een dergelijke inspectie in zijn werk gaat. 28 september 11.00 12.45 uur Werking en bijwerking Prof. dr. A.C.G. Egberts, medisch afdelingshoofd apotheek UMC Utrecht Prof. dr. H. Schellekens, Hoogleraar Innovatie in medische biotechnologie Geneesmiddelen hebben een bepaalde werking, maar ook bijwerkingen. Hoe zorgt een apotheker er met zijn team voor dat de patint maximaal baat heeft bij een geneesmiddel? Wat is de werking van een goede apotheker? Wat kunnen de bijwerkingen zijn? Wat komt er allemaal kijken bij het werk in een ziekenhuisapotheek? Wat moet een apotheker weten van biologicals, die veelal d.m.v. biotechnologie geproduceerd worden? Waarin wijken deze geneesmiddelen af van de traditionele middelen? 5 oktober 11.00 12.45 uur Definities en dilemmas Mevr. dr. I. Bolt, Centrum voor Bio-ethiek en Gezondheidsrecht, UU Prof. dr. A.H.L.M. Pieters, Hoogleraar Geschiedenis van de Farmacie Wat mag je en moet je volgens de wet? Hoe kun je ethisch handelen als de wet geen uitsluitsel geeft? Er worden voorbeelden gegeven van ethische kwesties die je kunt tegenkomen in de apotheek. Ook wordt er een beeld geschapen van hoe de Farmacie zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld.

20

12 oktober 11.00 12.45 uur Ontwikkelen en bereiden Prof. dr. H. Vromans, Hoogleraar biofarmacie en director Pharmaceuticals bij Organon Prof. dr. J.A.M. Raaijmakers, Hoogleraar Pharmaceutical Technology Assessment en director Science and Business Development bij GlaxoSmithKline Geneesmiddelontwikkeling is een langdurig en kostbaar proces. Hoe maakt de farmaceutische industrie keuzes in welke middelen wel en welke niet ontwikkeld worden? Wat zijn op dit moment belangrijke nieuwe mogelijkheden? Er wordt gesproken over me too- geneesmiddelen. Is dit een zwaktebod van de farmaceutische industrie? Welke rol speelt een industrieapotheker bij de ontwikkeling en bereiding van geneesmiddelen? 19 oktober 11.00 12.45 uur Economie en geschiedenis van de farmacie Mevr. Prof. dr. mr. M.H. Schutjens, bijzonder hoogleraar Farmaceutisch Recht, UU Dhr. M. Sanders, Afdelingshoofd Vergoeding en doelmatig gebruik, Ministerie van VWS (GMT, geneesmiddelen en medische technologie) Wat is nu eigenlijk een geneesmiddel? Op een steentje zuigen kan helpen bij keelpijn, maar is het een geneesmiddel? En het adverteren voor kruidenthee die zou helpen bij blaasproblemen? Mag je zomaar beweren dat iets helpt? En stel dat meneer S. altijd allerlei klachten en klachtjes heeft en overal wat voor wil hebben, mag ik als apotheker hem dan dropjes meegeven en zeggen dat dit een zeer veilig middel is bij keelpijn, terwijl ik niet zeg dat het gewoon drop is? Wat mag je en moet je volgens de wet? Aan geneesmiddelgebruik zitten onmiskenbaar economische aspecten verbonden. Wat zijn die economische aspecten? Hoe probeert de overheid de kosten van farmaceutische zorg beheersbaar te krijgen? Welke rol spelen zorgverzekeraars daarin? 26 oktober 11.00 12.45 uur Zorg en toekomst Prof. dr. M.L. Bouvy, Hoogleraar Farmaceutische patintenzorg Prof. dr. H.G.M. Leufkens, Hoogleraar Farmaco-epidemiologie en voorzitter van het CBG Is de apotheek nu een winkel waar je heen gaat voor geneesmiddelen of is een apotheek een zorginstelling? En wat voor zorg mag je dan verwachten? Ben je een klant of een patint? Als student aan de universiteit is het interessant om te weten welke rol de wetenschap speelt bij de ontwikkeling en innovatie van de farmacie. Wat voor uitdagende ontwikkelingen zijn er op dit moment gaande?

21

22

5. Ethiek
Een voorbeeld van een ethische kwestie is de vraag of de op de markt gekomen antirookpil Zyban door de overheid vergoed moet worden of niet. In de toekomstige beroepsuitoefening zul je te maken krijgen met zulke kwesties. Het onderwerp ethiek zal daarom gedurende het curriculum een aantal keer aan bod komen. Voorbereiding van de werkgroep ethiek Lees als voorbereiding op deze werkgroep het boek Ethiek in praktijk deel I in zijn geheel (dat is tot en met pagina 63). Dit boek wordt later in de studie ook gebruikt. Verder zal in de Farma Parade op 5 oktober mw. Dr. L.L.E. Bolt verschillende ethische kwesties bespreken die je in de farmaceutische praktijk kunt tegenkomen. Inhoud werkgroep ethiek (b2) Tijdens de werkgroep leer je hoe je op effectieve wijze een casus uit de praktijk kunt bespreken en analyseren: wat is hier het morele probleem, hoe kan ik daarop reflecteren en hoe kan ik tot een goede afweging komen?

23

6. Jaarproject mondelinge communicatie


Interview met een chronisch zieke patint
6.1 Inleiding Hoe is het om patint te zijn (met bijvoorbeeld diabetes, reuma, epilepsie of astma) en misschien wel dagelijks geneesmiddelen te moeten gebruiken? Bij dit jaarproject zoek je antwoord op deze vraag. Je gaat na de nodige voorbereiding in tweetallen twee patinten interviewen die aan een chronische aandoening lijden. De ene keer interviewt de een en maakt de ander aantekeningen, de andere keer andersom. De resultaten van deze interviews worden verwerkt in een verslag. Alles gebeurt in het Nederlands. Het project vindt plaats in verschillende blokken, dus houd de instructies en de roostering voor deze bijeenkomsten steeds goed in de gaten! Het project wordt afgesloten met een toets in periode 4, waarin je communicatieve vaardigheden worden beoordeeld tijdens een interview met een simulatiepatint. 6.2 Doelstelling Het doel van het jaarproject is: Inhoudelijk: Als student farmacie inzicht krijgen in wat het betekent voor een patint om chronisch ziek te zijn en geneesmiddelen te gebruiken. Vaardigheden: In staat zijn om door middel van een open interview feitelijke informatie te verzamelen, maar ook inzicht te krijgen in meningen, ervaringen en gevoelens van een geneesmiddelgebruiker. Zowel tijdens de studie als later in de praktijk zul je met anderen mondeling communiceren: bijv. als apotheker aan de balie, of in gesprekken met artsen en bij een overleg met andere onderzoekers. In de bachelor moet elke student een minimumniveau bereiken op het gebied van mondelinge communicatie. Door middel van een interview met een chronisch zieke (simulatie)patint word je in jaar 1 beoordeeld (niveau 1). Mocht het oordeel onvoldoende zijn, dan kun je via het skillslab extra oefenen, voordat je gaat herkansen voor deze interviewtoets. Voor informatie hierover, zie Blackboard / Skills. In jaar 3 word je nogmaals beoordeeld op je mondelinge communicatie (niveau 2). 6.3 Opzet van het Jaarproject Dit blok (FA-101): Hoorcollege mondelinge communicatie In dit hoorcollege wordt uitleg gegeven over algemene principes van communicatie. Dit wordt toegespitst op het interviewen n de praktijk van de apotheker. Interviewtraining (b3) N deze training is de student zich bewust van: het type vragen dat hij stelt en het effect daarvan hoe zijn luistergedrag (verbaal n non-verbaal) het gesprek kan benvloeden hoe en wanneer je het beste kunt doorvragen het belang van een samenvatting geven (met daarin verwoord hoe de ander e.e.a. ervaren heeft) Voor het te lezen materiaal ter voorbereiding, zie 6.4

24

Periode 2 en 3 (FA-103 en FA-105) Voorbereiding en uitvoering van het interview met een chronisch zieke patint. Voor informatie over de startbijeenkomst en het werkcollege van het jaarproject, zie tijdens bovengenoemde blokken het blokboek (of Blackboard). Zie op Blackboard/ Skills/Mondelinge Communicatie/Jaarproject voor instructies (met daarbij voorbeelden van gespreksfragmenten, o.a. uit voorgaande toetsen). Periode 4 blok (FA-201): Toets interview met een (simulatie)patint Door middel van een interview met een simulatiepatint, die dezelfde aandoening heeft, wordt beoordeeld of je communicatieve basisvaardigheden voldoende zijn. Bij onvoldoende word je verwezen naar het skillslab voor aanvullend onderwijs en herkansing van deze toets. 6.4 Achtergrondinformatie Zowel op Blackboard als in de map Farmacie studeren staat achtergrondinformatie. Lees als voorbereiding op het hoorcollege: Reader communicatie inleidend (Blackboard, farmacie studeren..) Hierin worden de basisprincipes van communicatie uitgelegd plus veel gebruikte begrippen. Hoofdstuk 10 uit: Het geneesmiddel. Buurma H, Beudeker HJ, Jong-van den Berg LTW de, Leufkens HGM. 5e. volledig herziene druk. Elsevier/Bunge, 2009 Lees als voorbereiding op de training interviewen aanvullend de volgende twee stukken: Interviewen (Blackboard, Farmacie studeren..) Een interview is een bepaald soort gesprek. Dit stuk geeft je inzicht in hoe je een interview het beste kunt voorbereiden en uitvoeren. Gespreksvaardigheden (Blackboard, Farmacie studeren..) Gespreksvaardigheden zijn als het ware de gereedschappen die je in kunt zetten om een goed gesprek te hebben, zoals een timmerman zijn gereedschappen inzet bij het maken van een kast of stoel. Afhankelijk van de klus en het doel zul je ander gereedschap moeten inzetten. Je moet dan wel weten welke gereedschappen er zijn en hier ervaring mee opdoen om ze jezelf 'eigen' te kunnen maken. In dit stuk wordt dieper op verschillende vaardigheden ingegaan. Daarbij worden voorbeelden van goed en fout behandeld.

25

7. Practicum recepteerkunde en analyse


Je maakt tijdens de practica kennis met het bereiden en analyseren van geneesmiddelen. Bereidingen en de beoordeling van hun kwaliteit vormen nog steeds een essentieel onderdeel van het werk in de apotheek en een goede kennis hiervan is belangrijk om dit proces later goed te kunnen begeleiden. Het practicum van blok FA-101 legt een basis voor deze kennis. Je leert hier onder andere capsules bereiden en controleren op kwaliteit. Verdere informatie over het practicum staat in de practicumhandleiding. Voor het Reglement praktische toets blok FA-101, zie Bijlage 2. Voor een voorbeeld toetsrecept, zie Bijlage 3. Voor richtlijnen voor een labjournaal, zie Bijlage 4. Vragenuur recepteerkunde (c1) Na alle practica en werkcolleges recepteerkunde is het mogelijk om vragen te stellen aan een docent tijdens dit vragenuur. Dit is niet verplicht.

26

8. Materialen en voorzieningen
8.1 Onderwijsmateriaal In blok FA-101 wordt gebruik gemaakt van dit blokboek. Hier zijn de taken in opgenomen, die gedurende het blok worden uitgewerkt. Verder bevat het blokboek informatie over de opzet van de andere onderdelen van blok FA-101, zoals het werkcollege geneesmiddelen en de Farma Parade. De informatie voor en over het practicum recepteerkunde en analyse vind je in de aparte practicumhandleiding. Deze wordt tijdens de eerste bijeenkomst uitgereikt. 8.2 Aan te schaffen materiaal Buurma H, Beudeker HJ, Jong-van den Berg LTW de, Leufkens HGM. Het geneesmiddel. 5e, herziene druk. Elsevier/Bunge, 2009 Dit boek beschrijft de verschillende aspecten van de rol van het geneesmiddel in de samenleving, waarbij de weg van laboratorium naar patint wordt gevolgd. Het boek bevat veel interessante informatie over het geneesmiddel. Bouwman-Boer Y, Le Brun P, Oussoren C, Tel R, Woerdenbag H.J. Recepteerkunde. 5e. druk. 's Gravenhage 2009 Harris, D.C., Quantitative Chemical Analysis, W.H. Freeman, New York, 2010, 8th ed. Bolt, L.L.E., Verweij, M.F. en van Delden,J.J.M., Ethiek in praktijk, van Gorcum, Assen, 2007, zesde druk. (de vierde volledig herziene druk en vijfde druk zijn ook bruikbaar) Farmaceutisch bereiden in de praktijk 2004 (zie informatie over bereidingsvaardigheden op Blackboard) Een deel van de informatie uit deze boeken zal in blok FA-101 aan de orde komen, maar ook later in het curriculum zullen onderwerpen uit deze boeken behandeld worden. De boeken zijn verkrijgbaar via de studievereniging UP. 8.3 Literatuur in het studielandschap (Went OC020) - Diagnostisch Kompas. Uitgave van de Commissie Farmaceutische Hulp van het College voor zorgverzekeringen - Farmacotherapeutisch Kompas. Uitgave van de Commissie Farmaceutische Hulp van het College voor zorgverzekeringen - Informatorium Medicamentorum. Den Haag: WINAp - Lang de J. Zakwoordenboek der farmacie. Arnhem: Elsevier/koninklijke PBNA, 1997 - Nederlandse Apotheeknorm. Den Haag: KNMP - Standaarden voor zelfzorg. Den Haag: WINAp, 1999 - Vithoulkas G. alles over homeopathie. Van Vliet J (red). Rijswijk: Uitgeverij Elmar bv.;1980 - Moust, J.H.C., et.al., Probleemgestuurd leren, een wegwijzer voor studenten, 4e druk, Wolters

27

8.4 Internetadressen - nhg.artsennet.nl (voor NHG-standaarden) - www.pw.nl - www.fk.cvz.nl (voor farmaceutisch kompas) - www.apotheek.nl - www.drogistentips.nl - www.homeopathie.nl - www.huis-arts.nl - www.kring-apotheek.nl - www.klinische-diagnostiek.nl - www.medischestartpagina.nl - www.vogel.nl - www.sfk.nl (stichting farmaceutische kengetallen) - www.knmp.nl/downloads/organisatie-regelgeving/organisatie-regelgeving-normenen-richtlijnen/nan_2006.pdf (NAN) - www.kinderformularium.nl - www.geneesmiddelenrepertorium.nl/repertorium - Pinkhof. Geneeskundig woordenboek 10e druk. Houten: Bohn Stafleu van Loghum: online via de bibliotheek beschikbaar. 8.5 Artikelen op Blackboard nader in te vullen, zie onder Cursusmateriaal / PGO 8.6 Blackboard De onderlinge communicatie vindt vaak plaats via Blackboard. Je logt hiervoor in met je Solis ID. Adres: Cursus: http://uu.Blackboard.com FA 101 Apotheker en geneesmiddel Algemeen Skills

Op Blackboard vind je ook: Roosterwijzigingen Nieuws Blokboek Powerpointpresentaties van colleges en Farma Parade Een discussieruimte voor de onderlinge communicatie Meest actuele adressen, telefoonnummers en kamernummers van de docenten. Bekijk de site daarom regelmatig! In het David de Wied gebouw zijn plekken waar je toegang tot internet hebt. Mocht je nog niet over internetfaciliteiten beschikken, dan kun je daar de eerste weken terecht.

28

9. Toetsing en beoordeling
9.1 Actieve inzet en aanwezigheid Bij al het onderwijs gaan we er vanuit dat actieve deelname bijdraagt aan het leereffect. Daarom verwachten we dat je actief deelneemt aan alle onderdelen. Mocht je vragen of opmerkingen hebben over de stof of wijze van begeleiding, dan stellen we het op prijs, als je dat eerst met de betreffende docent bespreekt. Na enkele weken is er een knelpuntenbespreking. Dan kunnen de knelpunten ingebracht worden die studenten ervaren. Mocht je vanwege dringende redenen (bijv. ziekte, huwelijk) niet aanwezig kunnen zijn bij een onderdeel, dan verwachten we dat je je tijdig afmeldt bij de betreffende docent (de docent van je onderwijsgroep of de contactpersoon van dat practicum) en zonodig afspraken maakt over hoe je de stof van het gemiste onderdeel in zult halen. PGO In week 2 t/m 7 worden de taken voor- en nabesproken met je onderwijsgroep. Voor het goed functioneren van een groep is ieders aanwezigheid van belang, dus we verwachten dat je aanwezig bent en actief deelneemt aan de besprekingen. Practicum Er wordt verwacht dat je aanwezig bent op de werkcolleges, het practicum en de nabesprekingen. Als je vanwege gegronde redenen niet in staat bent een practicumdagdeel te volgen, kan de gemiste tijd over het algemeen in overleg met de practicumdocenten op een later tijdstip worden ingehaald. In deze gevallen graag afmelden bij Nel van Dongen (recepteerkunde) en bij Stefan Koppenaal (analyse). Tijdens het practicum moeten alle opdrachten worden uitgevoerd. Training interviewen Als je goed voorbereid bent op deze training, dan heb je er meer profijt van (voor achtergrondinformatie, zie 6.4). Indien je vanwege dringende redenen de training interviewen gemist hebt, moet je een vervangende opdracht doen. Hiervoor moet je je melden bij de cordinator van het blok. NB. Je kunt dus niet kiezen tussen de training en de vervangende opdracht.

29

9.2 Toetsen In sommige gevallen (bijvoorbeeld bij dyslexie, handicap, problemen met het Nederlands) kun je extra examentijd krijgen. Daarvoor moet je wel een officile verklaring van de examencommissie hebben. Hiervoor moet je contact opnemen met de studieadviseur, Manon Thijssen (email: science.studad.pharm@uu.nl; zie voor meer informatie de studiegids: het hoofdstuk Speciale regelingen voor specifieke groepen studenten). Het is belangrijk om dit tijdig te regelen en een kopie hiervan in te leveren bij de cordinator van dit blok, zodat deze op de hoogte is. Zorg er ook voor dat je deze verklaring tijdens de examinering bij je hebt. 9.2.1 Schriftelijke algemene toets en schriftelijke toets recepteerkunde en analyse Blok FA-101 wordt afgesloten met twee schriftelijke toetsen. De schriftelijke algemene toets is gebaseerd op de stof die in de PGO-taken, de Farma Parade, het werkcollege, de werkgroep ethiek en de hoorcolleges is behandeld. De schriftelijke toets recepteerkunde en analyse gaat over alles over recepteerkunde en analyse wat tijdens het hoorcollege, de werkcolleges, practica en nabesprekingen aan de orde is gekomen inclusief het onderwerp veiligheid. Gedurende het blok zullen voorbeeldtoetsen worden verstrekt via Blackboard. Tijdens toetsen mag geen gebruik gemaakt worden van grafische rekenmachines. Wanneer je niet kunt deelnemen aan de schriftelijke toetsing dien je dat zo spoedig mogelijk met opgaaf van reden aan de cordinator te melden. Wanneer je voldaan hebt aan alle inspanningsverplichtingen kun je toegelaten worden tot de aanvullende of vervangende toets. NB. Je kunt dus niet kiezen tussen de reguliere toetsing en de aanvullende toetsing. Zie ook de informatie bij het onderdeel aanvullende toetsing (in 9.4). 9.2.2 Vaardigheidstoetsen Tijdens het blok worden enkele vaardigheden getoetst. De uitkomst van deze toetsen is onderdeel van je portfolio. Een onvoldoende score voor deze toetsen heeft geen consequentie voor het behalen van het blok, maar wel voor je portfolio. Bij onvoldoende word je verwezen naar het skillslab, waar je je vaardigheden kunt verbeteren. Je zult in een later stadium opnieuw getoetst worden, je dient je hiervoor zelf bij Skills aan te melden. Om de bachelor af te kunnen ronden, moet het portfolio compleet zijn met een voldoende score voor deze (of de eventueel vervangende) toets. Informatie hierover vind je op Blackboard / Skills. 9.2.2.1 Praktische toets Aan het eind van het blok vindt een praktische toets van het onderdeel recepteerkunde plaats. Tijdens deze toets krijg je een recept met daarop een bepaald voorschrift voor capsules. Een voorbeeld van een dergelijk toetsrecept is te vinden in bijlage 3 van dit blokboek. Het voorschrift moet worden gecontroleerd op mogelijke fouten en onvolledigheden, en daarna worden uitgewerkt op een protocol. Vervolgens moet het preparaat aan de hand van het protocol worden bereid,

30

gecontroleerd, verpakt en getiketteerd. De interne en externe examinatoren beoordelen je theoretische voorbereiding en praktisch werk aan de hand van de criteria op het beoordelingsformulier Bereidingsvaardigheden blok FA-101. Aan de uitwerking en bereiding van het toetsrecept wordt een beoordeling voldoende of onvoldoende toegekend. Voor verder informatie over de praktische toets: zie bijlage 2 reglement praktische toets blok FA-101. Tijdens toetsen mag geen gebruik gemaakt worden van grafische rekenmachines. 9.2.2.2 Rekentoets Het goed en zorgvuldig kunnen rekenen is een belangrijke vaardigheid voor een farmaceut. Ook moet de farmaceut uit grafische gegevens zoals bloedspiegelbepalingen waarin de opname en eliminatie van geneesmiddelen uit het lichaam weergegeven worden, conclusies kunnen trekken. In de rekentoets wordt getoetst in hoeverre je aan de ingangseisen voldoet om gedurende het vervolg van je studie goed te kunnen rekenen en grafische gegevens kunt interpreteren. De toets heeft het niveau van de middelbare school. Voor de toets krijg je een oordeel onvoldoende of voldoende. Zie voor een voorbeeld rekentoets bijlage 5. Tip: gebruik de discussieruimte op Blackboard om te overleggen met en vragen te stellen aan je medestudenten. U mag gedurende deze toets een rekenmachine van het type Casio fx-82ms gebruiken (dus geen grafische rekenmachines). Andere rekenmachines of hulpmiddelen zijn niet toegestaan. Dit geldt ook voor de andere toetsen.

31

9.3 Eindcijfer van het blok Het eindcijfer van blok FA-101 is als volgt opgebouwd: eindcijfer = 0,6* [cijfer schriftelijke algemene toets] + 0,4 * [cijfer schriftelijke toets recepteerkunde en analyse] Het blok is gehaald indien aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan als: het eindcijfer een 5,5 of hoger is; voor de schriftelijke algemene toets een 5,5 of hoger behaald is; voor de schriftelijke toets recepteerkunde en analyse een 5,0 of hoger behaald is; aan alle overige verplichtingen van het blok voldaan is. Als het blok met een voldoende is afgesloten, worden 7,5 ECTS-punten toegekend.

9.4 Aanvullende toets Indien de student aan alle inspanningsverplichtingen tijdens de cursus heeft voldaan, maar hem niettemin geen voldoende is toegekend, maar wel minimaal het eindcijfer 4,0 voor het gehele blok is toegekend, wordt hij in de gelegenheid gesteld een aanvullende of vervangende toets af te leggen. Let wel: er is geen automatisch recht op een aanvullende of vervangende toets. Een student kan door een examinator bij een onvoldoende eindresultaat uitgesloten worden van deelname aan een aanvullende of vervangende toets, indien hij gedurende het blok niet aan alle inspanningsverplichtingen heeft voldaan. Bij het bekend maken van de einduitslag wordt dat door de examinator aan de student meegedeeld. Het recht op een aanvullende of vervangende toets vervalt dus ook wanneer het eindresultaat lager dan 4,0 is. De aanvullende of vervangende toets wordt gehouden in de periode zoals vermeld in de Onderwijs- en examenregeling. Deze aanvullende of vervangende toets is een integraal onderdeel van een blok. De student is verplicht deel te nemen aan de aanvullende of vervangende toets die valt in de periode genoemd in de Onderwijsen examenregeling. Mocht het resultaat hierna niet aan de eisen voldoen, dan dient de cursus opnieuw gevolgd te worden. Ook het niet deelnemen aan de aanvullende toets betekent dat de student het blok over moet doen, tenzij sprake is van persoonlijke omstandigheden of van overmacht. In dit geval kan de student in de gelegenheid gesteld worden een extra aanvullende of vervangende toets af te leggen. Verzoeken hiertoe dienen binnen 20 werkdagen na bekendmaking van de eindcijfers bij de examencommissie te worden ingediend. In dit geval verlangt de examencommissie bewijsmateriaal waaruit blijkt dat deelname aan de reguliere toets niet mogelijk was, genoemd in de Onderwijs- en examenregeling. De student dient een dergelijk verzoek dus met schriftelijk bewijs te kunnen ondersteunen. Indien de omstandigheden van niet kunnen deelnemen van vertrouwelijke aard zijn, kan dit met de studieadviseur besproken worden. De examencommissie beslist dan, op grond

32

van jouw aanvraag en bewijsmateriaal daarbij, of je recht hebt op een extra aanvullende of vervangende toets. Bij toekenning van het verzoek wordt in overleg met de examinator een datum voor een nieuwe aanvullende of vervangende toets vastgesteld. Uitgangspunt hierbij is dat deelgenomen wordt aan een van de reguliere toetsen van het blok. Ook studenten die niet deel hebben kunnen nemen aan de reguliere toets, en na deelname aan de aanvullende of vervangende toets het blok niet met een voldoende hebben kunnen afsluiten, kunnen bij de examencommissie een verzoek indienen voor een extra aanvullende of vervangende toets. Ook dit verzoek dient ondersteund te worden met bewijsmateriaal waaruit blijkt dat deelname aan de reguliere toets niet mogelijk was en binnen 20 werkdagen na bekendmaking van de eindcijfers te worden ingediend. Indien een student voor allebei de toetsen niet aan de norm heeft voldaan, dan vervalt het recht op een aanvullende toets. In uitzonderlijke gevallen kan de voorzitter en/of cordinator van het blok hiervan afwijken. De aanvullende toets bestaat uit een schriftelijke toets. De inhoud van de toets hangt af van welke toets onvoldoende was. Ook in het geval dat aan het eind van het blok voor de afzonderlijke onderdelen voldaan is aan de norm, maar het eindcijfer nog onvoldoende is, moet een aanvullende schriftelijke toets worden afgelegd. (Bijvoorbeeld: voor de algemene toets is een 5,5 behaald en voor de schriftelijke toets recepteerkunde en analyse een 5,1. Het eindcijfer is dan niet hoger dan een 5,5, het blok is dan dus niet gehaald). 9.5 Beroep Bij het College van beroep voor de examens kun je in beroep gaan tegen het toegekende eindcijfer van een blok. De termijn hiervoor is 20 werkdagen na bekendmaking van de eindcijfers. Het is zeer aan te bevelen om de zaak eerst met de examinatoren (cordinator of voorzitter) van het blok, of eventueel met de examencommissie te bespreken. Zie de Studiegids/opleidingstatuut voor nadere informatie. Indien je bezwaar hebt tegen andere beslissingen die in dit blok genomen zijn, kun je contact opnemen met de desbetreffende docent, de cordinator of je tutor. In de gevallen die niet beschreven zijn in het onderdeel TOETSING beslissen de examinatoren van dit blok.

9.6 Bekendmaking cijfers De deelcijfers zullen op Blackboard staan onder vermelding van het studentnummer. Heb je hier bezwaar tegen, geef dat dan vooraf aan de blokcordinator door. Het eindcijfer wordt doorgegeven aan de afdeling studiezaken, die dit bekend maakt via Osiris. In Osiris kun je ze dus zien of officieel geregistreerd staat of je het blok gehaald hebt of niet. Na bekendmaking van de eindcijfers van het blok heb je tijd de toets en de antwoorden in te zien. Daarvoor geldt de volgende procedure. In de week van 28 november kun je de toetsen inzien. In het rooster staat op welke momenten dat is. Je kunt dan zien hoe je toets(en) beoordeeld zijn. Ook kun je

33

middels een formulier vragen om herbeoordeling van een onderdeel van je toets, mocht je het niet eens zijn met de beoordeling. Tot 9 december kun je om een herbeoordeling vragen. Uiterlijk 16 december worden de resultaten van de herbeoordelingen bekend gemaakt.

34