ELECTRICITEITSLEER Hoofdstuk 2a: STATISCHE ELEKTRISCHE VELDEN: de elektrische potentiaal: theorie 2.1 Inleiding 2.

2 De wetten van Maxwell in de vrije ruimte voor de statische toestand. 2.3 Invoeren van de elektrische potentiaal; de vergelijkingen van La Place en van Poisson 2.4 Elektrisch veld en elektrische potentiaal om een elektrische “puntlading” q 2.5 Elektrisch veld en elektrische potentiaal om een willekeurige ladingsverdeling 2.6 De wet van Coulomb 2.7 De energie van het elektrische veld 2.8 Opgaven 2.09 Addendum: de plaatsvector rsf en de vectoroperator ∇

2.1 Inleiding 2.11 Nadat in hoofdstuk 1 de wetten van Maxwell in de vrije ruimte in het algemeen behandeld zijn, zullen we in een aantal hoofdstukken enkele bijzondere gevallen bekijken. In dit hoofdstuk maken we een begin met het behandelen van de statische toestand met de nadruk op het invoeren van de elektrische potentiaal U en het berekenen van U(r), kortweg U en E(r), kortweg E , uitgaande van de velden die door een “puntlading” worden veroorzaakt. Omdat de condensator en de dipool (en quadripool) heel belangrijk zijn, worden die in aparte hoofdstukken behandeld, alhoewel ze tot de statische toestand behoren (behalve de situatie bij het opladen of ontladen van een condensator). 2.12 In macroscopische zin is er in de statische toestand geen bewegende materie. In microscopische zin bewegen de elektronen natuurlijk wel om hun kernen, maar zodanig dat er macroscopisch bezien geen magnetisch veld is omdat we de situatie in de vrije ruimte bekijken, dus zonder magnetiseerbare of polariseerbare materie. In macroscopische zin is er dan alleen een elektrisch veld E, veroorzaakt door stilstaande elektrische ladingen.

FTeW Electriciteitsleer ; collegejaar 2012-2013; hoofdstuk 02; docent o.spong; blz 2 uit 21 ============================================================ 2.13 We zullen zien dat het elektrisch veld E in deze situatie rotatievrij is en daarom mag worden voorgesteld door de gradiënt van een scalarveld. Dit scalarveld heeft de naam “elektrische potentiaal” kortweg “potentiaal” . In dit dictaat zullen we voor de potentiaal het symbool U gebruiken. (Bij de theorie van elektrische netwerken wordt vaak de kleine letter u gebruikt) NOOT: In een volgend hoofdstuk zullen we zien dat ook in de stationaire toestand het veld E kan worden voorgesteld door de gradiënt (of de negatieve gradiënt) van U. 2.14 Verder zullen we zien dat het berekenen van E in het meetpunt op drie manieren kan geschieden: a. door de Wet van Gauss toe te passen, hetgeen alleen in bijzondere gevallen handig is; b. door uit te gaan van de elektrische veldsterkte E om een puntlading (een vector-veld) en dan superpositie toe te passen, dit leidt tot integralen die in principe steeds zijn op te lossen ; c. door eerst de elektrische potentiaal U in het meetpunt uit te rekenen (een scalar-veld) uitgaande van de potentiaal van een puntlading en daaruit het elektrisch veld = (- grad U) te berekenen, hetgeen altijd kan, maar niet altijd de eenvoudigste manier is. 2.15 Om praktische redenen is dit hoofdstuk in twee delen verdeeld: deel 2 in verband met de theorie en deel II in verband met enkele uitgewerkte standaard voorbeelden. 2.2 De wetten van Maxwell in de vrije ruimte voor de statische toestand. 2.21 We gaan ervan uit dat vanaf (t = -∞) tot het moment van meten verplaatsing geweest is van elektrische ladingen zodat er gebieden in de ruimte zijn met ladingen, maar dat vanaf het moment van meten alle materie in macroscopische zin in rust is. De ladingsdichtheid ρe is wel een functie van de plaats maar niet van de tijd en Je is nul (geen stromende

e (in Coulomb/m3) of naar daarvan afgeleide benaderingen met name de dichtheid per oppervlakte-eenheid = ρarea. blz 3 uit 21 ============================================================ ladingen).el of ρA.ds ] S In differentiaalvorm IIa IIc = = 0 0 rot E Div E = = 0 .22 Magnetische monopolen zijn (nog) niet aangetoond. maar geen functie van de tijd. 2.spong.omvat) . Onder die omstandigheden gaan de wetten van Maxwell in de vrije ruimte over in: =================================== In integraalvorm Ia Ib [  E. collegejaar 2012-2013.e (in Coulomb/m2) en per lengte-eenheid = ρs.e (in Coulomb/m). hoofdstuk 02.FTeW Electriciteitsleer . Ook gaan we er van uit dat er “in de vrije ruimte” geen gepolariseerde/polariseerbare dan wel gemagnetiseerde/magnetiseerbare materie is.da ] = (totaal door A omvatte A elektrische lading Qe. Verder zijn E en H in de statische toestand geen functies van de tijd. docent o. (ρ /ε0) .el of ρV. IIB IIc rot H Div H = = 0 0 Verder gelden de Wetten van Gauss : [  ε0 E.ds ] S [  H. . Ook de velden die dan heersen zijn wel een functie van de plaats. NOOT: We kunnen de ladingsdichtheid ρe(r) verdelen naar dichtheid per volume-eenheid = ρVol.

omdat we het stromen van ladingen vanaf (t = -∞) tot het moment van meten hebben toegestaan. 2. Verder geldt ook : [  (qE).da ] = (totaal door A omvatte A magnetische lading Qm.e) die op de lading q wordt uitgeoefend. S stationaire toestand) steeds geldt: [  E. hoofdstuk 02.24 Omdat in de statische toestand is dit veld rotatievrij. maar dat vanaf het moment van meten alle materie in macroscopische zin in rust is.ds ] S = Joule . 2.FTeW Electriciteitsleer .23 Uit metingen blijkt dat er in de statische toestand geen magnetisch veld is indien er geen magnetiseerbare materie is (dus geen permanente magneten). Elk krachtenveld (en ook in de = 0 . maar een uniform H-veld dat eindig is maar zich oneindig uitstrekt. We hoeven in de vrije ruimte in de statische toestand dus alleen naar het elektrisch veld te kijken. Dit is ook theoretisch aan te tonen. docent o. Er zou dan nog een uniform H-veld kunnen zijn (geen functie van de plaats).omvat ) ≡ 0 ============================================== NOOT: Bedenk dat een ruimtelading ρ mogelijk is.spong. blz 4 uit 21 ============================================================ [  μ0 H. collegejaar 2012-2013. zou leiden tot een oneindige hoeveelheid magnetische energie.ds ] S Daarbij is (qE) de kracht (Fq.ds ] = 0 Joule F 0 waarvoor geldt : [  F. omdat in deze toestand zowel Div H als rot H overal nul zijn. Op grond hiervan stellen we dat er in de statische toestand geen (macroscopisch) magnetisch veld is : H is overal nul.

ds = ±  a   dU = ± [U(b)–U(a)] a NOOT: Herlees hoofdstuk 6 van inleiding vectoranalyse. Ga na waarom dat zo is.31 Omdat de circulatie van E nul is. docent o.32 Uit het voorgaande volgt bij ruimtelijk integreren van punt ra = a naar punt rb = b: b b E. Bewezen kan worden dat het omgekeerde ook geldt: indien de rotatie van een vectorveld overal nul is.ds = ± a b (grad U). ook: http://nl. Zie o. Door natuurkundigen wordt het E-veld in de statische toestand “conservatief” en door wiskundigen “rotatievrij” genoemd. is het veld niet meer conservatief. is ook de rotatie (per definitie) nul en mogen we schrijven : E = ± (grad Ψ) . is de rotatie per definitie ook nul (herlees hoofdstuk 8 van inleiding vector analyse). dan kan dit veld geschreven worden als (+/-) de gradiënt van een scalarveld.3 Invoeren van de elektrische potentiaal. 2.a. collegejaar 2012-2013.org/wiki/Potentiaal 2. moeten we stellen: . netto gelijk is aan nul: de hoeveelheid energie van het systeem wordt bij een rondgang geconserveerd. Voor het scalarveld Ψ wordt als regel het symbool U gekozen met de naam “elektrische potentiaal”. 2.wikipedia. Zodra er wrijving optreedt. hoofdstuk 02.33 Aangezien indertijd als uitkomst van de integraal gekozen is voor +[U(a) – U(b)]. 2.spong. blz 5 uit 21 ============================================================ heet in de natuurkunde “conservatief”.FTeW Electriciteitsleer . NOOT: Als de circulatie van een vectorveld nul is. omdat de arbeid die bij rondgang verricht wordt.

spong. collegejaar 2012-2013. Dat betekent tevens dat [U(a)–U(b)] eenduidig vast ligt. Stel dat we in paragraaf 2. Zoek “Volta” op internet ! We kunnen ook stellen dat [U(a)–U(b)] in getalwaarde gelijk is aan de arbeid die het in de ruimte aanwezige elektrische veld E zou verrichten bij het verplaatsen van de eenheidslading ( 1 coulomb) van punt a naar punt b.FTeW Electriciteitsleer . blz 6 uit 21 ============================================================ E = . 2. We kunnen dus spreken van HET potentiaalverschil tussen twee punten.73 . De dimensie van de elektrische potentiaal is dus [joule/coulomb] .35 Indien we de uitdrukking b [U(a)–U(b)] =  E.ds volt a links en rechts met een kleine lading Δq vermenigvuldigen. onafhankelijk van de gekozen weg. docent o. mogen we een punt r0 in de ruimte als referentiepunt kiezen en de potentiaal in dat punt op nul stellen.35 het punt b als referentie punt kiezen en voor het punt a een variabel punt r .(grad U). Dan vinden we : . 2.35 het potentiaalverschil berekenen. hoofdstuk 02. indien het E-veld rotatievrij is. dan wel de arbeid die een uitwendige bron verricht om de eenheidslading vanuit punt b naar punt a te brengen . Dit betekent ook dat E de richting heeft van afnemende U. staat aan de rechterkant de arbeid in joule die het elektrische veld verricht om Δq te verplaatsen van punt a naar punt b . 2. Zie ook paragraaf 2.36 Omdat we in paragraaf 2.ds van punt ra = a naar punt rb = b onafhankelijk is van de gekozen weg van a naar b. Vergelijk dit met het zwaartekrachtsveld: de kracht wijst in de richting van afnemende potentiële energie. Voor deze dimensie is destijds de naam “volt” ingevoerd.34 Beredeneer dat  E.48 en paragraaf 2.

hoofdstuk 02.Ey -> U = = . We moeten bedenken dat de absolute potentiaal altijd geldt ten opzichte van een referentiepunt. 2. ds het bepalen van 3 primitieve functies.z) + f3(x. vaak kortweg de absolute potentiaal. f1(y. In de netwerktheorie is dat als regel het “aardpunt”.Ex -> U = = .z) + f2(x. met name:    Ex dx Ey dy Ez dz + f1(y. in een cartesiaans stelsel. Omgekeerd kunnen we bij bekende E(r) . Bij berekeningen aan vectorvelden moeten de 3 componenten (Ex. U(r) terugvinden uit: het berekenen van een lijnintegraal ∂U/∂x ∂U/∂y ∂U/∂z = . Bij het behandelen van puntladingen kiezen we het “oneindige” als referentie ”punt”. docent o.spong.37 Indien we de absolute elektrische potentiaal U(r) kennen.z) is een functie die alleen van y en z kan afhangen. Zie verder de wiskunde colleges en opgave 2.FTeW Electriciteitsleer . omdat U een scalarveld is .ds r volt In dat geval wordt U(r) de absolute potentiaal ten opzichte van U(r0) genoemd.81 In vele gevallen is U gemakkelijker te berekenen dan E. Ey en Ez in een cartesiaans stelsel) apart worden berekend.Ez -> U = -  E. dan vinden we het elektrisch veld E(r) uit: E = . Bij het optellen van de termen worden combinaties die al voorkomen NIET nogmaals meegenomen. .grad U. blz 7 uit 21 ============================================================ [U(a)–U(b)] = [U(r)–U(r0)] r0 = U(r)=  E.y) Daarbij staat het integraal teken voor onbepaald integreren (het bepalen van de primitieve functie). collegejaar 2012-2013. waar we de potentiaal op nul stellen.

en hebben daaruit de begonnen met uitdrukking voor [U(a)–U(b)] afgeleid. .grad U.ds (mits E rotatievrij is) In dat geval kan aangetoond worden dat moet gelden: E = .38 In sommige boeken wordt de potentiaal U ingevoerd middels de definitie: def [U(a)–U(b)] = b  a E.grad U en div E = (ρ / ε0). docent o.∇}U = 0 Dit is de vergelijking van La Place.∇}U = (ρ /ε0) ================================== {∇.FTeW Electriciteitsleer . In paragraaf 2.grad U. blz 8 uit 21 ============================================================ 2. geldt: {∇. vinden we: div E = .grad U .spong.∇}U = -(ρ /ε0) Dit is de vergelijking van Poisson Op plaatsen waar ρ nul is. In de wiskunde bestaat de neiging om te beginnen met E = . hoofdstuk 02.39 Uitgaande van E = . collegejaar 2012-2013.31 zijn we “aan de andere kant” E = .div grad U =(in een cartesiaans stelsel) = -{∇. ======================================= De vergelijkingen van La Place en van Poisson doen denken aan het zoeken van de homogene oplossing en een particuliere oplossing bij lineaire differentiaalvergelijkingen met constante coëfficiënten . 2. In de natuurkunde bestaat de neiging om de potentiaal U in te voeren middels de hierboven gegeven integraal.

dus ook een puntlading.43 Ga uit van de wet van Gauss volgt dan: [  ε0 E. docent o.5 kiezen we een willekeurig punt en gaan we bovendien over op ruimtelijk verdeelde ladingen. In paragraaf 2. óf cirkelvormig is in vlakken loodrecht op de radialen. met de lading in het centrum. omdat da loodrecht op het oppervlak van de bol staat.omvat)= q Kies nu een bol met straal r om de puntlading. 2. om een willekeurige as. dit laatste is niet toestaan omdat de circulatie van E overal nul is in de statische toestand.42 Bij ronddraaien van een bolsymmetrische lading. Verder mag |E| alleen een functie zijn van r : langs het oppervlak van de bol heeft E overal dezelfde grootte (de richting verandert natuurlijk wel steeds). collegejaar 2012-2013. We zullen dit begrip echter toch hanteren in die zin dat we bedoelen dat de afmeting van de lading verwaarloosbaar klein wordt geacht.41 Strikt genomen kan een elektrische puntlading niet bestaan omdat een eindige lading in een oneindig klein volume op die plaats tot een singulariteit leidt. met het snijpunt van radiaal en vlak als centrum . Ga zelf na waarom dat zo is. mag het elektrisch veld niet veranderen. Dit kan alleen indien het veld óf radiaal gericht is: de werklijn van E valt in ieder punt r0 samen met een radiaal vanuit de oorsprong ( = plaats van de puntlading) naar dat punt. In paragraaf 2. Dan valt ook de werklijn van da samen met een radiaal. . Conclusie: het door ons beschouwde E-veld (puntlading) is radiaalgericht en heeft bolsymmetrie.da ] = (totaal door A omvatte A elektrische lading Qe.spong.4 wordt de “puntlading” in de oorsprong van ons assenstelsel gedacht.FTeW Electriciteitsleer . hoofdstuk 02. blz 9 uit 21 ============================================================ 2. 2.4 Het elektrisch veld en de elektrische potentiaal om een elektrische puntlading q 2.

spong.FTeW Electriciteitsleer . hoofdstuk 02. gaat (1/b) naar nul. vinden we: b b U(a) – U(b) =  E. blz 10 uit 21 ============================================================ In de wet van Gauss gaat (E.47 Als b naar het oneindige gaat. Dan geldt dus: U(a) – U(b) = U(a) – 0 = = U(a) = (q/(4 π ε0)(1/a} .ds = a  b E. met de puntlading q in de oorsprong. met E een constante.ds = a = (q/(4 π ε0)  a (1/r2) dr = NOOT: a = |a| (q/(4 π ε0)( -1/b + 1/a} en b = |b| . 2. (r ≠ 0) 2. Het is daarom gebruikelijk om als referentie punt het oneindige te kiezen. collegejaar 2012-2013. zie ook par. Voor de oppervlakte integraal vinden we dus: eis (ε0 E)  da = totaal omvatte lading = q Daaruit: (ε0 E)( 4 π r2 ) = q Dus: E(r) = [q /(4 π ε0 r2) en (r ≠ 0 ) E(r) = E(r) = [q/(4 π ε0 r2)] er NOOT: Ga na dat we in dit geval zowel E(r) als E(r) mogen schrijven.da) dan over in (E da).45 Voor het potentiaalverschil tussen twee punten (ra = a en rb = b) die we voorlopig op dezelfde radiaal plaatsen. docent o.

48 Uit de manier waarop we U(r)absoluut berekenen volgt dat U(r)absoluut in getalwaarde gelijk is aan de arbeid die het elektrisch veld verricht om de eenheidslading vanuit punt a naar het oneindige te brengen dan wel de arbeid die een uitwendige bron verricht om de eenheidslading vanuit het oneindige naar punt a te brengen. 2.47 Omdat E(r) (= . blz 11 uit 21 ============================================================ Dus: voor de absolute potentiaal in punt ra met het oneindige als referentiepunt geldt: U(a)absoluut = (q/(4 π ε0)(1/a} =(q/(4 π ε0 a) (a ≠ 0) of in het algemeen U(r. NOOT 1: Bij het maken keuze van het zinvol is als puntlading in van opgaven zullen we ontdekken dat de oneindige als referentiepunt alleen alle lading in het eindige zit. collegejaar 2012-2013. 2. Ga zelf na waarom.49 Controleer dat bij een puntlading in de oorsprong voor E(r) en U(r. maar dan moet inderdaad de potentiaal in een referentiepunt (in dit geval het oneindige) op nul gesteld worden.grad U) radiaal gericht is.73 2. Zie ook paragraaf 2. Willen we dus het potentiaalverschil berekenen tussen twee punten die niet op dezelfde radiaal liggen. hoofdstuk 02. zijn de niveau-oppervlakken (equipotentiaal-oppervlakken) van U bolschillen om de oorsprong: U(r)absoluut is langs het oppervlak van een bol om de puntlading.absoluut) = (q/(4 π ε0 r ) (r ≠ 0) Als regel wordt de aanduiding “absoluut” weggelaten. Bij een de oorsprong is dat zeker het geval. NOOT 2: Zie ook paragraaf 2. dan zijn alleen de twee afstanden tot het middelpunt (waar de puntlading zit) van belang.49 . overal constant . docent o.36 en paragraaf 2.FTeW Electriciteitsleer .spong.abs) en (r ≠ 0 ) geldt: .

maar in een willekeurig. maar over een gebied met daarin continu verdeelde lading ρvol(rs). punt rs dan vinden we in een meetpunt rf.p. collegejaar 2012-2013. maar nu met een gebied van ruimtelading (i. dan verdelen we dat gebied in kleine volume delen ΔVol met daarin de ruimtelading (ρvol(rs) ΔVol ).51 Plaatsen we de puntlading q niet in de oorsprong.52 Indien we niet over een puntlading spreken.5 = .01. met nog steeds het oneindige als referentiepunt: E(rf) = [q /(4 π ε0 rsf2)] esf U(rf)abs = [q /(4 π ε0 rsf)] ( |rsf| ( |rsf| ≠ ≠ 0 ) 0 ) rf : de plaatsvector van het meetpunt (field) rs : de plaatsvector van het bronpunt (source) rsf = ( rf . de eenheidsvector in de richting van NOOT : Het behandelen van de plaatsvector rsf hoort thuis bij het onderdeel vectoranalyse. docent o.grad U(r) en div E(r) = 0 Elektrisch veld en elektrische potentiaal om een willekeurige ladingsverdeling 2. hoofdstuk 02. 2. Middels het addendum zijn de hoofdzaken nader toegelicht. Zie fig 2. .spong. blz 12 uit 21 ============================================================ E(r) 2.FTeW Electriciteitsleer .v.rs ) = de plaatsvector vanuit het esf = rsf/|rsf| rsf bronpunt naar het meetpunt. maar in het eindige liggend.

NOOT : Bij verdeling van de lading over een oppervlak (in plaats van over een ruimtelijk gebied) gebruiken we ρarea(rs)(dA)i en bijverdeling langs een lijn: ρline(rs)(dS)i 2.abs) =  [ρ(rs)/(4 π ε0 rsf )]dVol =(1/4 π) =(1/4 π)    [ρ(rs)/(ε0 rsf )]dVol    [div E(rs)/rsf ]dVol NOOT 1: Ga na waarom bij het veld E(rf)in eerste instantie het symbool “≈” is gebruikt en niet “=”. . docent o. (Bedenk dat ΔVol wel klein. hoofdstuk 02. E(rf) ≈ ∑[{ρ(rs) ΔVol esf}/(4 π ε0 rsf2)]i lim {ΔVol}i -> 0 In de limiet gaat de sommatie over in een ruimtelijke integratie en het ”≈“ teken in het ”= “ teken. zoals een puntlading) NOOT 2: Ga goed het verschil na tussen rf.spong. maar niet “oneindig” klein is. In het navolgende schrijven we ρ ipv ρvol. rs en rsf . Het meetpunt rf mag binnen dit gebied vallen.53 Het E-veld in het meetpunt vinden we dan middels het superpositiebeginsel door over het gebied met ruimtelading vectorieel te sommeren. blz 13 uit 21 ============================================================ een puntlading) in de omgeving van rs. Dan vinden we: E(rf) =    [ρ(rs) esf /(4 π ε0 rsf2)] dVol Voor de potentiaal U(rf) vinden we op dezelfde manier nadat de limiet overgang {ΔVol}i -> 0 is uitgevoerd: U(rf. collegejaar 2012-2013.FTeW Electriciteitsleer .

2. heeft de kracht dus dezelfde richting als het E-veld. hoofdstuk 02. .53 Indien we niet een ruimtelading maar een oppervlaktelading beschouwen. dan wordt rsf nul zodra rs en rf samenvallen. dan gaan de volume-integralen over in oppervlakte-integralen. omdat er dan lading in het oneindige is aangebracht.61 In de statische toestand gaat de krachtenwet van Lorentz over in: Fe = qe E Newton Als qe positief is. Bij een puntlading moeten we dus blijven eisen : |rsf | ≠ 0. blz 14 uit 21 ============================================================ Merk met name op dat bij het ruimtelijk integreren om E(rf) te bepalen. 2.spong. Iets soortgelijks indien we lading over een dunne cilinder beschouwen. zodat de betreffende ruimtelijke integralen blijven convergeren. docent o.FTeW Electriciteitsleer . We lossen dit probleem op door om het meetpunt een kleine bolschil B met straal β te plaatsen en het gebied binnen B niet bij het integreren te betrekken. Bij de limietovergang (β –> 0). collegejaar 2012-2013.6 De wet van Coulomb 2. gaan (dVol/rsf2) respectievelijk (dVol/rsf) naar nul. Bij het behandelen van de driedimensionale stootfunctie δ(r) komen we hierop terug. terwijl we in paragraaf 2. alleen de plaatsvector van de bron ( = rs ) verandert en daarbij het gebied met ruimtelading “aftast”. We moeten echter oppassen indien het oppervlak of de cilinder oneindig uitgebreid/lang is.45 (bij het invoeren van de absolute potentiaal) hebben aangenomen dat alle lading in het eindige zit. NOOT 3: Indien het gebied met ruimtelading het meetpunt bevat. Ga na waarom ! Ga ook na waarom we dit NIET bij een puntlading kunnen toepassen.

62 Beide krachten F1. wordt q2 door q1 afgestoten indien beide positief of beide negatief zijn. Omgekeerd trekken ongelijksoortige ladingen elkaar aan. collegejaar 2012-2013. docent o.1 2. Bij loslaten verliest het voorwerp de opgenomen potentiële energie en zet deze om in kinetische energie.1 = q2 E1(r2) = q2 [q1/(4 π ε0 r122)] e12 (r12 ≠ 0 ) Omdat e12 de richting heeft van 1 naar 2.e21.71 Indien we een voorwerp omhoog brengen.2 = q1 E2(r1) = q1 [q2/(4 π ε0 r212)] e21 (r12 ≠ 0 ) Aangezien r12 = r21 en e12 = .dan vinden we voor de kracht F(2 door 1) = F2.2 en F2.1 staan bekend als coulomb krachten en de uitdrukkingen voor deze krachten staan bekend als “de wet van Coulomb”. Meestal wordt de scalar vorm gegeven. die dan luidt dat de wederzijdse kracht die twee puntladingen in de vrije ruimte op elkaar uitoefenen gelijk is aan: |Fcoulomb | = (q1 q2 ) /(4 π ε0 r122) Daarbij geldt dus dat gelijksoortige ladingen elkaar afstoten en ongelijksoortige ladingen elkaar aantrekken.a. .FTeW Electriciteitsleer .2 = . hoofdstuk 02.wikipedia. ook: http://en. krijgen we.spong.1 die q1 uitoefent op q2: F2. blz 15 uit 21 ============================================================ Indien we twee “puntladingen” q1 en q2 op de plaatsen r1 en r2 beschouwen. Zie o.org/wiki/Coulomb's_law 2. zeggen we dat de potentiële energie van dit voorwerp is toegenomen.F 2.7 De energie van het elektrische veld 2. zoals te verwachten was : F1. Ga dat na ! Op precies dezelfde wijze vinden we voor de kracht die q2 uitoefent op q1: F1.

72 Binnen de elektriciteitsleer bestaat een soortgelijk dualisme in denken met betrekking tot geladen deeltjes en het elektrisch en/of het magnetisch veld in de ruimte. maar het principe is uit te breiden tot een onbeperkt aantal. . 2. 2. We stellen de potentiaal in het oneindige op nul en werken in het eindige dus met absolute potentialen . gewerkt worden met de energie van het veld. twee theorieën die WEL essentieel verschillen: die van Newton en die van Einstein. Bij het maken van berekeningen maakt het uiteraard niet uit welke zienswijze gehanteerd wordt.FTeW Electriciteitsleer . met name in de buurt van de lichtsnelheid.spong. Daarbij wordt de arbeid die nodig is om de puntladingen te “assembleren” NIET in beschouwing genomen. blz 16 uit 21 ============================================================ Er zijn echter ook teksten waarbij gesteld wordt dat niet de energie van het voorwerp is toegenomen. maar de energie van het gravitatieveld dat om het samenstelsel (aarde + voorwerp) heerst. hoofdstuk 02. docent o. NOOT: Bij zwaartekrachtsvelden zijn er naast het voorgaande. Bijvoorbeeld: indien een geladen deeltje vanuit het oneindige naar het eindige gebied wordt gebracht (hetgeen in het algemeen arbeid kost) neemt dan de energie van het deeltje toe of is het de energie van het elektrisch veld dat is toegenomen ? In de praktijk worden beide zienswijzen naast elkaar gehanteerd maar zal vaker dan bij het zwaartekrachtsveld. (Alle andere voorwerpen worden dan even niet in beschouwing genomen). In het navolgende gebruiken we 3 puntladingen. collegejaar 2012-2013.73 Een bekend voorbeeld om het voorgaande te verduidelijken bestaat uit het in gedachten transporteren van een aantal puntladingen vanuit het oneindige naar het eindige. Bij het maken van berekeningen komt het verschil echter pas tot uiting bij hoge snelheden.

3 door q3) = joule = .spong. ook : http://en. docent o. hoofdstuk 02. NOOT: r12 = |r1 .3 door q3)] + [q2 (U2.wikipedia.r2| Stap 3 Bij de derde lading q3 (naar r3) wordt de arbeid W3: W3 = q3 [( U3. dan krijgen we: 2 Wtot = 2 W1 + 2 W2 + 2 W3 = 0 + + q2 (U2.2 door q2) + + q1 (U1. In het eindige is er dan geen elektrisch veld en het transporteren van de eerste lading q1 naar r1 kost dan geen arbeid: W1 = 0 joule. blz 17 uit 21 ============================================================ Zie o. Stap 4 Tellen we alle verkregen resultaten bij elkaar op.3 door q3)] . (Zie paragraaf 2. Stap 2 Bij het brengen van de tweede lading q2 naar punt r2 verrichten we de arbeid W2 = q2 (U veroorzaakt door q1 in r2= U2.2 door q2)]= = q3 [q1/(4 π ε0 r13)] + q3 [q2/(4 π ε0 r23)] joule Maar daarvoor mogen we ook schrijven: W3 = q1[q3/(4 π ε0 r13)] + q2[q3/(4 π ε0 r23)] joule = q1 [(U1.1) = = q2 [q1/(4 π ε0 r12)] joule.a.2 door q2) + + q3( U3.1 door q1 + q3(U3.FTeW Electriciteitsleer .48) Maar dat is ook te schrijven als : w2 = q1 [q2/(4 π ε0 r12)] joule = q1 [(U1 door q2 in r1= U1.2)] .org/wiki/Electric_potential_energy Stap 1 We gaan uit van een beginsituatie zonder lading in het eindige.3 door q3)+ q2(U2.1 door q1 + U3. collegejaar 2012-2013.1 door q1) + q1 (U1.

Met name vinden we dan : 2 Wtot ≈ ∑ ρ(r) ΔVol(r) U(r) = lim ΔVol(r) -> 0 .tot NOOT: + q2 U2. waarbij de ladingen niet meer bewegen.FTeW Electriciteitsleer . 2. collegejaar 2012-2013.74 We kunnen nu afstappen van het verplaatsen van puntladingen en overgaan op het verplaatsen van kleine volume elementen ΔVol met daarin ruimtelading ρvol. docent o. Herleesparagraaf 2.tot soortgelijks voor U2.tot en U3.2 door door + q3)] + q2)] .21.1 door q1) +(U2.tot + q3 U3. NOOT: Strikt genomen moeten we nog nagaan of we bij het verplaatsen van ladingen vanuit het oneindige naar het eindige de vóóronderstelling (statische toestand: geen bewegende ladingen) geweld hebben aangedaan.spong.2 door q2) + (U1.tot en iets U1.tot Dit patroon zet zich voort bij het vanuit het oneindige naar het eindige brengen van 4.e = ρ(r).1 door q1) +(U3. We kunnen hieraan ontkomen door het verplaatsen van de ladingen te realiseren in de periode voorafgaand aan het ingaan van de periode van statische ladingen.tot Dan vinden we: 2 Wtot = q1 U1.2 door q2) + (U1. Stap 5 Noem nu (U1. kan achteraf geschieden. Het bepalen van de arbeid die daarbij verricht is. puntladingen. 5 ….tot wordt dus veroorzaakt door alle ladingen behalve q1 ! Iets soortgelijks voor U2.tot en U3.3 door q3)] + q2 [(U2. hoofdstuk 02.3 + q3 [(U3. Het sommeren om 2Wtot te krijgen gaat dan over in het integreren over de ruimte waar de lading vanuit het oneindige naar toe wordt gebracht. blz 18 uit 21 ============================================================ = q1 [(U1.3 door q3) = U1.

(1/r2) en r2. zijn U(r). Onder de voorwaarde r -> ∞ eindige . hoofdstuk 02.spong. E(r)] dVol joule De eerste volume-integraal gaat via de stelling van Gauss over in :  (U(r)E(r)). E(r)] dVol joule Deze uitdrukking geeft aanleiding om aan het elektrisch veld de energiedichtheid toe te kennen van: WE = (ε0/2)E2(r) [joule/m3] . docent o. |E(r)| en da voor zeer grote r evenredig aan (1/r). blz 19 uit 21 ============================================================ =    ρ(r) U(r) dVol In deze integraal kunnen we invullen: div E(r) = ρ(r)/ε0 dus ρ(r) = ε0 div E(r) . da Indien alle lading in het eindige is. naar nul.FTeW Electriciteitsleer .E(r) Ga dat na !) En met [– grad U(r)] = E(r) vinden we uiteindelijk (reken dat na !) 2 Wtot/ε0 =       div (U(r)E(r))dVol + [ E(r). De oppervlakte integraal gaat dan voor ( r -> ∞ ). collegejaar 2012-2013. vinden we dus: Wtot = (ε0/2) en alle lading in het    [ E(r). Ook kunnen we daarna schrijven: U(r) div E(r) = div[U(r)E(r)] – grad U(r).

Toon aaqn dat het antwoord van de lijnintegraal te schrijven is als: [ψ(x0. Bereken de lijnintegraal van (F.ψ(x.spong.z) en (x0.ook http://en. de wegen (x.y0.FTeW Electriciteitsleer .y0.y.z) naar (x0.z) van (Fx dx) + (x0.wikipedia. In fig.y. 7.y0.04 mogen we oppervlak A2 naar oneindig laten gaan.y0. Onderzoek of F rotatievrij is b.a. hoofdstuk 02. 2. ds ) tussen de grenzen (x.z) ].52.z) = (2x + 3y) i + (3x + 2z)j + 2y k a.y.y.z0)_ .z0) NOOT: kies bijv.y.org/wiki/Poynting_vector 2.8 Opgaven 2. Antwoorden: a F is inderdaad rotatievrij .z0) van Fz dz Indien F rotatievrij is.z) van (Fy dy) en (x0.z) naar (x0. gekeken hebben naar een volume integraal voor r –> 0 en in deze paragraaf naar een oppervlakte-integraal voor r-> ∞ .75 Bij het behandelen van magnetische velden zal blijken dat we aan het magnetisch veld de energiedichtheid toe kennen van: (μ0/2)H2(r) [joule/m3] Verder zullen we bij het behandelen van de stationaire toestand het inwendig product van E en J onderzoeken en bij het behandelen van golfverschijnselen de vector van Poynting leren kennen .yo.y.y. blz 20 uit 21 ============================================================ NOOT 1: Ga na dat we in paragraaf 2. noot 2. Zie o. stel dan F = + grad ψ en bereken ψ op een constante na. NOOT 2: Herlees opgave 7. c.74 van hoofdstuk 7 van inleiding vectoranalyse. collegejaar 2012-2013.81 Gegeven is de vector F(x.z) naar (x0. docent o.z): F(x.

docent o.01 bij paragraaf 2.y0. blz 21 uit 21 ============================================================ b Voor de lijnintegraal vinden we: + ( x02 + 3x0 y0 + 2y0 z0) . hoofdstuk 02.spong.09 Addendum: de plaatsvector rsf en de vectoroperator Zie fig 2.FTeW Electriciteitsleer .∇f ψ(rsf) .]-1/2 2(xf – xs) 1 Dus: [(i ∂rsf)/∂fx + ….3x0 y -2y0 z) ψ(x. collegejaar 2012-2013.z) ] 2.y.51 ∇ + c rsf = (xf – xs)i + (yf – ys)j + (zf – zs )k rsf = [(xf – xs)2 + (yf – ys)2 + (zf – zs )2]1/2 Bij het bepalen van de gradiënt van een scalarveld in punt rf ten gevolge van lading(en) in rs.z0)_ .] = [ i(xf – xs) + … ] / rsf = rsf/rsf = esf Probeer door uitschrijven aan te tonen dat geldt ∇s ψ(rsf) = . werkt het differentiëren alleen op rf.y. In cartesiaanse coördinaten vinden we bij een scalarveld dat alleen van de afstand van bron naar meetpunt (= rsf) afhangt: ∇f ψ(rsf) = = (∂ψ/∂rsf) (i ∂rsf) /∂fx + j (∂rsf) /∂fy + k ∂rsf) /∂fz ) Daarbij geldt: (∂rsf) /∂fx) = (1/2)[(xf – xs)2 ….ψ(x.( x2 + 3x y + 2y z) + ( 3x0 y + 2y0 z .z) = x2 + 3 x y + 2 y z + constante Het antwoord van opgave b kunnen we dus ook schrijven als: [ ψ(x0.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful