Vrijdag 18 oktober 2013 Cobouw 184

O P I N I E 15
l jaren wordt gesproken over de aanpak van het uitbuiten van buitenlandse werknemers, een fenomeen dat ook in de bouw veelvuldig voorkomt. Niet alleen in Nederland, maar in heel Europa. Vandaar ook de constante roep om het probleem Europees aan te pakken. Dat moet alleen al omdat het gaat om Europese richtlijnen als de Dienstenrichtlijn, de Detacheringsrichtlijn en de Nalevingsrichtlijn. Die zijn alledrie gemaakt om grensoverschrijdende arbeid te regelen en de regels te handhaven. Het is uiterst teleurstellend dat de Europese Raad van ministers van sociale zaken er deze week in Luxemburg wederom niet in slaagde om spijkers met koppen te slaan. In dit geval ook terecht, omdat het compromis uit de koker van het voorzitterschap de toets der kritiek niet kon doorstaan. Het zou de oplossing van uitbuiting niet oplossen, reden waarom de Europese sociale partners zwaar gelobbyd hebben om aanvaarding van het compromis te verhinderen. Het zou bepaald niet verbazingwekkend zijn als onze eigen minister, Lodewijk Asscher, stiekem de huidige impasse toejuicht. In Europa bestaan twee stromingen. Ten eerste degenen die vrij verkeer van diensten en personen als het hoogste goed zien. Die willen geen belemmeringen op dat punt. En degenen die naast de ene interne markt en het vrije verkeer ook oog hebben voor de bescherming van werknemers, zeker voor hen die over de grens werken. Die laatsten bepleiten dus bestrijding van schijnconstructies en eerlijke loonbetalingen. De huidige Europese impasse zorgt er echter wel voor dat het probleem nog steeds wacht op een oplossing. Asscher zou zich wat dat betreft al verdienstelijk kunnen maken door in elk geval aanbestedende diensten te pressen in hun bestekken bepalingen op te nemen over netjes omgaan met ingehuurd personeel van over de grenzen. Daarmee behoeft niet gewacht te worden op Europees beleid, dat kan morgen al ingevoerd worden. Hij weet zich gesteund door bedrijven die hun maatschappelijke verantwoordelijkheid wel serieus nemen, maar nu tandenknarsend zien dat zij de concurrentie verliezen van hele en halve criminelen die werknemers uitbuiten.

A

commentaar

/ Uitbuiting

Laatste stukje N201

De provincie Noord-Holland legt het laatste stuk van de N201 bij Schiphol aan. Er was verschil van mening over

het stuk grond, maar er is een deal gesloten met projectontwikkelaar Chipshol. Foto: Dijkstra

Bouw vraagt om nieuwe businessmodellen
De bouwsector verandert en de komende decennia draait het om vernieuwingstalent en aanpassingsvermogen. Organisaties die snel anticiperen op de versplinterende klantvraag door nieuwe businessmodellen te ontwikkelen zijn de winnaars van morgen, vindt Menno Lammers.
In de afgelopen decennia hadden veel organisaties in de gebouwde omgeving een gezond business model. Inmiddels hangt de vlag er anders bij als gevolg van drastische veranderingen in de woning- en utiliteitsmarkt, waardoor organisaties ervaren dat hun huidig businessmodel – de grondgedachte van hoe een organisatie gedeelde waarde creëert, levert en behoudt – niet meer werkt. De oorzaak hiervan is onder andere het veranderende consumentengedrag, de financiële bankencrisis, stagnerende woningmarkt, groei aan leegstand van gebouwen, het internet en (gratis) toegang tot informatie, nieuwe technologie en gewijzigde wet- en regelgeving. Nieuwe businessmodellen hebben de kracht om een golf van ontwikkeling in de bouwsector te ontketenen. Hierbij spelen de klanten een essentiële rol, want zij bepalen de economie. Helaas hebben veel organisaties de meest fundamentele vraag uit het oog verloren: is ons product of dienst goed voor onze klant? In de bouwsector weten veel organisaties eigenlijk alleen maar wat ze de markt aanbieden en hoe ze dat doen (bijvoorbeeld een nieuwe woning, of een gerenoveerd kantoor gemodelleerd in BIM). Maar weinig organisaties kunnen benoemen waarom ze activiteiten ondernemen die ze ondernemen. De organisaties die dat wel helder hebben zijn in staat klanten daadwerkelijk aan te spreken en verbinding te maken. De noodzaak om uit te zoeken wat hun ‘waarom’ is, is voor organisaties in de bouwsector alleen nog maar groter geworden. Markten veranderen sneller dan organisaties, aangejaagd door drie factoren: toename van technologische vernieuwing, sterkere versplintering van de klantbehoefte en een platter wordende wereld. In de steeds sneller veranderende tijden zijn de winnaars van vandaag steeds sneller de verliezers van morgen. ‘Agility’, ofwel het vermogen zich snel te kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden, wordt steeds belangrijker voor organisaties. Rijksoverheid, gemeenten, bouwers, installateurs, twee tegenstrijdige eisen aanpakken: strategische helderheid en continuïteit (waarom) en operationele agility en veerkracht (wat en hoe). Waar ga je beginnen? 1. Creëer bewustzijn en betrokkenheid voor de noodzaak van een nieuwe businessmodel en zorg met een diversiteit aan mensen voor relevante kennis op het gebied van klanten, technologie en omgeving; 2. Ontwerp een nieuw businessmodel waarin een unieke waardepropositie beschreven staat, die problemen van klanten oplost en voorziet in klantbehoeften. Werk daarnaast de onderwerpen klantsegmenten, kanalen, klantrelaties, key resources, kernactiviteiten en sleutelpartners uit; 3. Ontwikkel up-to-date verdienmodellen zoals: het abonnementenmodel, freemium, bait & hook, lenen/ ruilen, leasen of intermediair. 4. Investeer in (elkaars) vernieuwingstalent – zoals Lincubator – om de nieuwe businessmodellen en concepten succesvol te maken. Zij zijn de ‘buitenboordmotoren’ van de organisatie die de anderen zullen meenemen naar de nieuwe werkelijkheid. Laat je dan ook niet vangen of kapot maken door het verouderde businessmodel. Verhoog de vitaliteit van je organisatie door in te spelen op trends, het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen en concepten en maak verbinding met vernieuwingstalent. We hebben organisaties nodig met veel aanpassingsvermogen die bovendien innovatief en inspirerend zijn, maar zeker niet minder efficiënt, gedisciplineerd of prestatiegericht. Bent u klaar om de golf van ontwikkelingen in de bouwsector te ontketenen? Menno Lammers BOO|s|T Business Innovation

COLUMN / VULPERHORST
Kopen met korting op Zuid 1.0
Rotterdam-Zuid schreeuwt om gentrification. Alleen dat lukt maar niet. Jongeren en jonge stellen met een wat hogere opleiding en werk willen daar niet wonen. Hoe doorbreek je dat? De oude marketingmatrix biedt uitkomst. Aan het product op Zuid ligt het niet. Er staan in elke straat leuke huizen, vaak juist nog met veel originele details. Aan de prijs ligt het ook niet. Die is laag, niet alleen voor Rotterdamse begrippen, maar zeker voor Randstedelijke. Zelfs als er nog verbouwd moet worden, blijven de prijzen laag. Dan de plaats. Ja, daar wringt hem met name de schoen. Het zijn geen aantrekkelijke buurten voor de genoemde jongeren en jonge stellen. Dat geldt ook voor de positie, zeg maar de vergelijking met andere buurten. Daar zijn de huizen vaak duurder, maar de omgeving wordt als aantrekkelijker ervaren. Dan liever minder huis in zo’n buurt, dan meer huis op Zuid. Als het aan het product en de prijs eigenlijk niet ligt, moeten instrumenten worden bedacht om nieuwkomers toch te verleiden op Zuid te gaan wonen. Het is reëel om nog meer korting op de woning te geven vanwege de buurt. Het is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat er niet één nieuwkomer zich vestigt maar veertig of vijftig tegelijkertijd. Er is schaal nodig om een buurt aantrekkelijk te maken. Eigenlijk was dit de kern van een gewaagd plan van twintig jonge honden die nadachten over RotterdamZuid. Geef een pionier een premie om zich daar te vestigen. En bedenk een systeem dat je veertig tot vijftig huizen in een paar straten of een buurtje tegelijkertijd koopt. Iedereen enthousiast, zelfs specifieke groepen van de beoogde kopers. Alleen nog een suikeroom… De gemeente heeft geen geld, zodat de groep op zoek ging naar een charitatieve instelling. Die deed bijna mee, maar uiteindelijk niet. Het plan schreeuwt om uitvoering. Wie bedenkt de 2.0 versie? Lenny Vulperhorst Adviseur Andersson Elffers felix Utrecht l.vulperhorst@aef.nl

Markten veranderen sneller dan organisaties
architecten, kennisinstellingen, brancheorganisaties en venieuwingsinitiatieven moeten op zoek gaan naar nieuwe aanpasbare waarde-, business- en verdienmodellen. Een verandering van het businessmodel opent namelijk nieuwe perspectieven. We zullen waarde moeten herdefiniëren en op zoek gaan naar het creëren van gedeelde waarde (economisch, ecologisch, sociaal-maatschappelijk) voor alle stakeholders. Innoveren met businessmodellen en trends vraagt wel om kick-ass saints, want voor het verhogen van de vitaliteit van je organisatie moet je

Reageer op de column via mail, twitter of www.cobouw.nl/htcobouw

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful