You are on page 1of 5

Themavak prefrontale hersendysfunctie Hoorcollege 1 groeihormoon / IGF-I deficiëntie Prefrontale cortex Bestaat uit orbifrontaal (persoonlijkheid), ventraal en dorsaal

. Plaats van de executieve functies, dit onderscheid de mens van de dieren. Creativiteit is hoge executieve functie. Storing van executieve functies  moeite met: Impulscontrole, aandacht etc. Prefrontale cortex is laatst klaar met ontwikkeling, bij jongens duurt dit langer dan bij meisjes. Executieve functies zijn pas operationeel in adolescenie. Bij depressie is er minder activatie in de PFC dan bij niet depressieve mensen. Vooral bij de effort demanding tasks hebben depressieve mensen meer moeite om deze uit te voeren. Bij de effortlesss tasks is hier geen verschil. GH  groiehormoon ; IGF  Insulin Growth Factor-I Komt uit de hypofyse. In de PFC bevinden zich receptoren voor GH en IGF. Deze hormonen zijn dus belangrijk voor de ontwikkeling van de hersens en voor de stofwisseling van het lichaam. GH heeft een direct effect op het hart en lever, de lever maakt dan weer IGF wat ook effect heeft op het hart. Groeihormoon is een peptide, keten van aminozuren. GH receptoren in de hersenen zitten in de hippocampal en perihippocampal gebieden, putamen (bij basale ganglia) en hypothalamus. IFG-I receptoren zitten in de PFC, hippocampus (bewust geheugen), cerebellum (procedureel geheugen, onbewust geheugen), putamen (leren) en amygdala (emotioneel geheugen). Effecten van IGF-I op hersens: Aanmaak neuronen Nieuwe bloedvaten Vrijmaken van amyloid-beta Recovery na hersenschaden

GH / IGF-I axis: Schizofrenie Traumatic Brain Injury (TBI) o Schaden aan hypofyse vb. Prader-wili syndrome o Erfelijke ziekte, mensen worden erg dik, geen feedback over eetgedrag  geen verzadigd gevoel door signalen vanuit hypothalamus. Laag IQ, dus ook cognitieve stoornis. Defecte genen op chromosoom 15. o Hebben ook GH deficiency en lage IGF-I levels. o Hoge ghrelin levels  hormoon voor eet stimulatie o Temporale en frontale functis erg aangedaan. Growth hormone Deficiency (GHD) o Isolated  alleen groeihormoon deficiency  Veel vet massa  Laag vetvrij lichaamsgewicht  lage spiermassa en broze botten  Impaired cognitieve functies o Multiple pituitary hormone deficiency (MPHD)  meerdere hormonen

-

5. Autonome disfuncties: Hyperhidrose (zweetaanvallen) Ortostatische hypotensie (lage bloeddruk) Obstipatie Hypersalie (speekselvloed) Potentiestoornissen . 3  stadium 4. metalen. 5 stadia van Hoehn & Yahr  zie sheets : Vroeg  Stadium 1. vallen en moeite met fijne coördinatie. 2. micrografie. en stadium 5 kan je bijna niks meer. maar ze kunnen dit niet vanuit zichzelf. Maar ze kunnen wel bewegen vanuit een externe stimulus. Mannen hebben meer kans op de ziekte. schuifelen. Hij keek naar mensen die buiten liepen en zag dat last hadden van immobiliteit van begin en eind beweging. persoonlijkheid dimensies) Roken en caffeïne lijkt ziekte tegen te gaan Motorische symptomen: Tremor Rigiditeit (spierstijfheid0 Brady/hypokinesie (bewegingstraagheid/armoede) Posturale instabiliteit (verlies houdings-reflexen) Bovenstaande symptomen hebben tot gevolg: maskergelaat.. emotionele stress. platteland/landbouw etc. waarschijnlijk door estrogeen hormoon. Ras Levensgebeurtenissen (trauma.Stadium 1. hij noemde de ziekte in zijn essay destijds shaking palsy (Schud verlamming).- Cognitieve veroudering & dementia Radiotherapie of chemotherapie Hoorcollege 2 ziekte van Parkinson Zieke is ontdekt door James Parkinson in 1817. bron water. 2. Stadium 4 heb je hulp nodig om nog te kunnen bewegen. en 3 kan je nog dingen uit jezelf doen maar wel met moeite. zachte stem. Risicofactoren: Leeftijd Positieve familie geschiedenis Mannelijk geslacht Omgevingsinvloeden  giftige stoffen. 1 tot 2% van 65+ heeft de ziekte van parkinson En na meest voorkomende neurodegeneratieve ziekte Waarschijnlijk minder prevalentie in China en andere aziatische landen en in africanamericans. en aan de grond genageld.

Nigrostriataal baan: Substantie nigra  nucleus accumbuns. Dopamine banen in hersens: Mesolimbisch: Motivationeel & emotioneel gedrag 1. 3. Controleert bewegingen  projecteert op basale ganglia en deel extrapyramidaal). olfactory bulb & autonomic nervous system. serotoninerg en cholinerg). Mesocorticaal: Tegmentum  PFC Tuberoinfundibulaar: - Vroege diagnostische methoden: Kijken naar olfactie. Ook genetische factoren. nucleus basalis of Meynert.Affectieve symptomen: Anhedonie (nergens meer zin in) Apathie (gebrek aan emotie/motivatie) Depressie (reactief en endogeen) Olfactoire symptomen: Geurdetectie Geuridentificatie Geurdifferentiatie Psychologische symptomen: Dementie Depressie Psychose ( door dopamine & endogeen) Verminderde executieve functies Mnemoniche disfunctie (onthouden) Visuo-spatiel disfunctie Bradyfrenie (langzaam denken) Geheugen symptomen Stoornissen in recall en verbal fluency Tijdsaanduiding van gebeurtenissen Pathofysiologie parkinson: Progressieve abnormale degeneratie van dopamine producerende cellen in de substantia nigra (onderdeel van basale ganglia  kernen) & ventrale tegmentum In mindere maten ook degeneratie van andere neurotransmitter systemen (noradrenerg. MPTP (chemische stof) . komt teveel Ach (acetyhlcholine) vrij dit leidt tot stijve spieren. Tekort: parkinson . Tekort van dopamine in deze baan. Lewy bodies  cellen die zich ontwikkelen in zenuwstelsel cellen Aangedane hersengebieden: Substantia nigra. Oorzaak: Oxidatieve stress  vorming van zeer reactieve vrije radicalen in substantia nigra  celdood. cerebral cortex. locus coeruleus. teveel: psychotisch. vroege subtiele motorische stoornisen en cognitieve stoornissen.

Hoorcollege 5 psychopathie Psychopaten hebben geen emoties. (Dramatic. criminal versatility). stamcellen Deep Brain stimulation Hoorcollege 4 forensische psychologie Schade aan orbitofrontaal gebied van de prefrontale cortex leidt tot significante verandering in persoonlijkheid en ook tot agressief gedrag. DA agonisten. besluitvorming en zelf-reflectie zijn allemaal aangedaan bij prefrontale schade. empathie. taalvaardigheid en neuropsychologisch functioneren. MAO-B remmers. genetica. zoals frauderen etc (white-collar criminals) hadden juist betere executieve functies. Dynamisch invloed tussen executieve functies en taal ontwikkelingen leidt tot een bepaalde mate van zelf-regulatie  dit leidt tot (mindere) zelfcontrole  gedragsprolemen. Persoonlijkheidsstoornissen vallen in cluster B van de tweede Axis van de DSM.Behandelijk parkinson: Symptomatisch  Levodopa. in kinderen is dit ODD/ADHD/CD. deze loopt van prefrontaal naar temporaal. Conduct Disorder is de grootste voorspeller voor latere persoonlijkheidsstoornissen. Leeftijd is een belangrijke factor. deel van limbisch systeem (emotie). COMT remmers en neurochirurgische behandeling. Hoe slechter een peroon eraan toe is. sociale cognitie. tussen 17 en 20 jaar stijgt het crimineel gedrag explosief. dit komt omdat op die leeftijd de prefrontale cortex nog niet volledig ontwikkeld is. . YPI. fysiologie (hele lage hartslag in rust  weinig actieve sympatisch zenuwstelsel  weinig arousal  dus opzoek naar arousal/sensation seeking). Risicofactoren van omgeving: Deprivatie van zorg/liefde zorgt voor erge achterstand in ontwikkeling van de hersens en dan met name prefrontale ontwikkeling. Restoratieve behandelijk  Implantatie foetale dopaminerge neuronen. De Uncinate fasciculus is erg aangedaan. aandacht en corticale dikheid dan ‘gewone’ criminelen. Crimineel gedrag in andere vorm. dus hoe erger de schade. Ontwikkeling van antisociaal gedrag: Risicofactoren binnen het kind: Temperament/persoonlijkheid. emotional and erratic disorders). De PCR bevat uit twee factoren: 1: persoonlijkheids kenmerken/karaktereigenschappen & 2: mate van feitelijk gedrag (vb: vroege gedragsproblemen. APSD en PCL-YV. Gedetineerden met de minste inhitibitie/impuls controle reageerde het slechts op de behandling die hiervoor werdt opgezet. Dit zijn behandelingen zoals agressie regulatie. Diagnose van psychopathie wordt gedaan door middel van de PCL-R en PCL-SV (verkorte versie) en voor kinderen. Andere executive functies zoals. individueel én in groepen. empathie. dit is pas het laatste klaar van de ontwikkeling. aandacht. impul controle Persoonlijkheidsstoornissen: disfunctie in gedrag van volwassene. hoe meer geweldadige incidenten ze plegen. werkgeheugen.

Cognitive energetic model: onderactivatie van de cortex. 30% reageert niet goed op de medicatie. geconcentreerd etc. huidgeleiding of EEG. EEG: Een maat van elektrofysiologie in de hersenen  verschillende frequenties duiden op verschillende soorten van de staat van een persoon (dromerig. amygdala.. Via operant conditioneren kan geleerd worden om te gaan hiermee. Er wordt gekeken naar: Hippocampus. psychopathy: ASPD is associated with subtle impairments on executive functions. alvorens de behandeling via neurofeedback begint. Uit verschillende studies blijkt dat medicatie significant helpt tegen ADHD. Neuro imaging: Functionele-MRI heeft een hoge temporele en spatiele resolutie.  Weinig onderzoek is gedaan naar neurologische aspecten van deze stoornissen. langere termijn effecten zijn onbekend en slechte therapietrouwheid (geen zin hebben om de medicatie te gebruiken). .Antisocial personality disorder vs. Hoorcollege 6 ADHD Standaard behandeling voor ADHD  medicatie. Door middel van operant conditioneren wordt geprobeerd meer activatie in het meest aangedane gebied door ADHD te bewerkstelligen. waardoor je specifiek kan kijken naar de hersens (gebieden) en ook specifiek in de tijd veranderingen kan waarnemen. wel veel klinisch maar dat is minder relevant. Superior temporal gyrus (herkennen emoties in gezichten). Neurofeedback: vorm van biofeedback.. Dopamine receptors worden geblokkeerd waardoor er meer dopamine in het brein beschikbaar blijft.). SCP: Slow cortical potential  shift naar minder activiteit. Het is een fysiologische maat gemeten in bv: hartslag. dus duidt op meer EEG golven met lage frequentie en minder volgen met hoge frequentie.