You are on page 1of 11

Comparative Government and Politics

Deel 1 van 4 : Hoofdstuk 1 t/m 4


Ook verkrijgbaar : Deel 2 : Hoofdstuk 5 tot en met 9 Ook verkrijgbaar : Deel 3 : Hoofdstuk 10 tot en met 14 Ook verkrijgbaar : Deel 4 : Hoofdstuk 15 tot en met 18

Bronvermelding:
Titel: Comparative Government and Politics, an introduction Zevende druk Auteur: Rod Hague en Martin Harrop Uitgever: Palgrave MacMillan ISBN: 9780230006379 Aantal paginas boek: 434 Aantal hoofdstukken boek: 18

De inhoud van dit uittreksel is met de grootste zorg samengesteld. Incidentele onjuistheden kunnen niettemin voorkomen. Je dient niet aan te nemen dat de informatie die Students Only B.V. biedt foutloos is, hoewel Students Only B.V. dat wel nastreeft. Dit uittreksel is voor persoonlijk gebruik en is bedoeld als wegwijzer bij het originele boek. Wij raden altijd aan het bijbehorende studieboek erbij te kopen en dit uittreksel als naslagwerk erbij te houden. In dit uittreksel worden diverse verwijzingen gemaakt naar het studieboek op basis waarvan dit uittreksel is gemaakt. Dit uittreksel is een uitgave van Students Only B.V. Copyright 2008 Students Only B.V. Alle rechten voorbehouden. De uitgever van het studieboek is op generlei wijze betrokken bij het vervaardigen van dit uittreksel. Voor vragen kan je je wenden per email aan info@studentsonly.nl.

Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Politiek en overheid De staat Democratie Autoritair bewind pag. 3 pag. 5 pag. 7 pag. 9

www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! Bron : Comparative Government and Politics R. Hague en M. Harrop

Hoofdstuk 1

Politiek en gouvernement

Politiek is de activiteit waarbij groepen tot bindende collectieve beslissingen komen door te pogen hun onderlinge verschillen overeen te brengen. (Miller, 1991) Belangrijkste bestaansredenen: collectief beslissen, door discussie tot compromis kunnen komen en goed beleid tot stand brengen. Gouvernement bestaat uit instituties die verantwoordelijk zijn voor het maken van collectieve beslissingen voor een samenleving. Enger gezien refereert gouvernement naar het top politieke niveau binnen zulke instituties. Classificatie van gouvernementen: Een liberale democratie heeft de leiders gekozen d.m.v. vrije, eerlijke en regelmatige verkiezingen, er is universeel kiesrecht, er zijn constitutionele limieten , de individuele rechten worden verdedigd in onafhankelijke gerechtshoven en er is een heldere grens tussen publiek en privaat. In een autoritaire regime heeft de bevolking geen enkele controle over de leiders, er worden geen (of kunstmatige) verkiezingen gehouden, grote bevolkingsgroepen mogen niet stemmen, er is vaak maar n politieke partij toegestaan en er is nauwelijks communicatie tussen de leiders en de bevolking. NB. Een autoritair regime hoeft niet totalitair (hier staat strakke controle en volledige transformatie van een land voorop) te zijn. In een illiberale (niet volledig liberale) democratie worden eerlijke, maar wel gecontroleerde verkiezingen gehouden en deze verkiezingen leveren meestal geen veranderingen in het bestuur op. Classificatie volgens Aristoteles: Zie: hfdst. 1; blz. 6; comparative government and politics; Hague and Harrop. Governance is collectieve besluitvorming waarbij de overheid soms geen (of geen leidende) rol speelt. Governance is een graadmeter geworden: geeft de effectiviteit van de overheid weer. Effectieve governance is belangrijk voor de economische ontwikkeling van nieuwe democratien. Macht is de capaciteit om bedoelde effecten tot stand te brengen. De term wordt daarom vaak als synoniem voor invloed gebruikt: de impact van n actor op een andere actor. Maar het woord macht refereert ook naar een krachtdadiger gebruik van invloed, bijvoorbeeld d.m.v. dreiging. Machtsinstrumenten zijn (dreiging van) kracht, overhalen, overtuigen, onderhandelen, loyaliteit en misleiding. Autoriteit is het recht te besturen (of te heersen). Autoriteit creert zijn eigen macht voor zover de bevolking accepteert dat de autoritaire persoon het recht heeft beslissingen te nemen. Weber deelde autoriteit in als: Traditionele autoriteit, Charismatische autoriteit en legaalrationele autoriteit. Zie: hfdst. 1; blz. 12; comparative government and politics; Hague and Harrop. Legitimiteit is een breder concept dan autoriteit: als de bevolking de geldigheid van het politiek systeem als geheel (of een specifieke wet) accepteren. Regels kunnen legaal zijn zonder legitiem te zijn.

www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! Bron : Comparative Government and Politics R. Hague en M. Harrop

Profiel van de Wereld: Zie: hfdst. 1; blz. 14; comparative government and politics; Hague and Harrop. De Staat is een politieke gemeenschap gevormd door een territoriale bevolking die onderworpen is aan n overheid. De staat is een unieke institutie, die boven alle organisaties in de samenleving staat, heeft een geweldsmonopolie. Nb. Er is een verschil tussen regering en staat. Daarom zijn (meestal) de functies van staatshoofd en regeringshoofd gescheiden. Soevereiniteit is de ultieme bron van autoriteit in de maatschappij. De soeverein heeft de hoogste en laatste besluitvormer in een samenleving. Interne soevereiniteit: wetgevende macht binnen het territorium. Externe soevereiniteit: internationale erkenning van soevereine territoriale jurisdictie. Een natie is een ingebeelde gemeenschap, meestal een groep met een claim op ene bepaald territoriaal gebied. Een natie wil vaak het recht van zelfbeschikking in dat bewuste thuisland en die doctrine heet nationalisme. Deze doctrine is de sleutelideologie van de 20e eeuw. Het concept van natie is politiek en baseert zich vaak op (soms bedachte) gemeenschappelijke cultuur (gevormd door taal en/of geschiedenis en/of etniciteit en/of religie). Indeling naties en staten: Zie: hfdst. 1; blz. 20; comparative government and politics; Hague and Harrop. Debat: moeten staten multiculturalisme promoten? Zie: hfdst. 1; blz. 19; comparative government and politics; Hague and Harrop.

www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! Bron : Comparative Government and Politics R. Hague en M. Harrop

Hoofdstuk 2

De staat

De moderne staat ontwikkelde zich tussen de 16e en 18e eeuw. Het begrip staat is pas eind 18e eeuw in Europa voor het eerst gebruikt. De moderne staat is een unieke politieke vorm die geheel ander is dan eerdere politieke vormen. Het gaat hier om de soevereine autoriteit om over de bevolking van een bepaald territorium te heersen. Geschiedenis van de staat: In de middeleeuwen domineren in Europa de Romeinse Kerk en het feodalisme. De kerk stond als transnationale autoriteit boven de monarchen, welke meer seculiere vertegenwoordigers waren. Het vele oorlogsvoeren bleek een administratie noodzakelijk te maken. Regelgeving en administratieve patronen werden ingevoerd; de eerste vorm van staatsvorming. (Charles Tilly: the state makes war, war makes the state) 1648 Vrede van Westfalen: belangrijk moment in staatsvorming. Jean Bodin (Franse filosoof leverde de eerste belangrijke bijdrage aan het idee van de staat. Binnen een maatschappij zou n autoriteit de onverdeelde, ongehinderde macht moeten hebben om wetten te maken. Die soeverein was verantwoordelijk voor wetgeving, oorlog en vrede, afspraken, gerechtelijke beroepen en de munteenheid. Thomas Hobbes (Engelse filosoof) ging eenstap verder: die soeverein moest seculier zijn. De autoriteit van de soeverein zou een soort contract tussen rationele individuelen moeten zijn. Als de soeverein de orde niet meer wist te houden dan zou de bevolking ook niet meer verplicht zijn om te gehoorzamen. John Locke (Engelse filosoof) vormde met zijn denken de basis van de liberale visie op de Westerse staat. Hij stelde dat burgers natuurlijke rechten bezitten die beschermd moeten worden door de heersers die regeren d.m.v. de wet. Na de Franse (en ook wel Amerikaanse) revolutie was de theoretische basis van de staat gelegd. 19e eeuw: grenzen worden gevormd, paspoorten ingevoerd, in de tweede helft ontstaat liberlae internationale handel. Landen organiseren binnenlands bestuur beter. 20e eeuw: staten worden meer op zichzelf staande samenlevingen. Twee wereldoorlogen en organiseren van de staat maken het leven duurder; er worden steeds hogere belastingen geheven. Groei van de staat: Zie: hfdst. 2; blz. 28; comparative government and politics; Hague and Harrop Natuurlijke rechten zijn het recht op leven, vrijheid en eigendom. Ze zijn gegeven door God of door de natuur. Het bestaan van deze rechten is onafhankelijk van de regering. Basis liberalisme. Postkoloniale staten De staat ontstond in Europa en werd vervolgens gexporteerd naar de rest van de wereld. Voor de vier golven van dekolonisatie: Zie: hfdst.. 2; blz. 31; comparative government and politics; Hague and Harrop Collapsed state is een staat waarbij de staatsorganisaties verkruimeld zijn en daarna effectief ingenomen door private figuren en subnationale lichamen.

www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! Bron : Comparative Government and Politics R. Hague en M. Harrop

Failed state is een staat waarbij de staat onmogelijk zijn sleutelrol kan spelen, noch zijn geweldsmonopolie binnen het territorium kan handhaven. Profiel: Uganda: Zie: hfdst.. 2; blz. 34; comparative government and politics; Hague and Harrop Globalisering is het proces waarbij de beperkingen van geografie op sociale en culturele arrangementen afnemen en waarbij bevolkingen dat steeds beter gaan beseffen. Steeds vaker worden er grensoverschrijdende beslissingen genomen door Intergouvernementele organisaties (IGOs). Dat zijn organisaties van wie de leden ook staten kunnen zijn. Ze zijn opgericht door middel van verdragen. Een specifieke vorm hiervan zijn regionale organisaties, die samenwerken vanwege gemeenschappelijke (vaak economische) belangen. De Europese Unie is daar een goed voorbeeld van. Tijdlijn EU: Zie: hfdst. 2; blz. 39; comparative government and politics; Hague and Harrop Non-gouvernementele organisaties zijn opgericht door private personen of organisaties. Voorbeelden zijn Rode Kruis, Greenpeace, Rooms-katholieke kerk. Debat: zijn staten uitstervende dinosaurirs? Zie: hfdst. 2; blz. 37; comparative government and politics; Hague and Harrop

www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! Bron : Comparative Government and Politics R. Hague en M. Harrop

Hoofdstuk 3

Democratie

Het begrip democratie ontstond al bij de oude Grieken. Demokratia: heersen door het volk. Toch leven we nu pas in de tijd van democratie. Eind 20e eeuw gingen we van veertig naar meer dan tachtig democratien. Toch is democratie voornamelijk een Westers idee. Directe democratie ontstond in klassiek Athene (461-322 BC). Hier komen alle burgers tezamen om te debatteren en zo tot beslissingen te komen die gaan over gemeenschappelijke belangen. In het oude Athene rouleerde de functies waardoor iedereen op elke positie kwam. Zwak punt: vrouwen, kinderen, buitenlanders en slaven waren gn burgers. Zie: hfdst. 3; blz. 45; comparative government and politics; Hague and Harrop Beraadslagende democratie was een volgend perspectief op democratie, waarbij de nadruk lag op de waarde van publieke discussie onder vrije, gelijke en rationele burgers. Door het voeren van debat nam de kwaliteit van de beslissingen toe. Ook kregen ze hierdoor legitimiteit. Indien er na het debat geen consensus volgde moest er gestemd worden. Zwak punt: sociale ongelijkheid sloot groepen uit. Zie: hfdst. 3; blz. 47; comparative government and politics; Hague and Harrop Representatieve democratie is een vorm van indirecte democratie. Burgers kiezen representatieve burgers die namens de groep willen besturen. Vervolgens worden ze bij de volgende verkiezingen afgerekend op hun verdiensten. Zelfbestuur werd hiermee gekozen bestuur. Bijna alle huidige democratien zijn representatieve democratien. Joseph Schumpeter (1883-1950) stelde dat democratie alleen bedoeld moet zijn om het volk te laten kiezen wie er gaat besturen. Liberale democratie is een vorm van representatieve democratie. Democratie is hier gelimiteerd door constitutionele bescherming van individuele rechten, daarbij inbegrepen het recht op vergadering en samenkomst, eigendom, religie en vrije meningsuiting. Vrije, eerlijke en regelmatige verkiezingen zijn gebaseerd op (soms bijna) universeel kiesrecht Checks and balances in Verenigde Staten: Zie: hfdst. 3; blz. 56; comparative government and politics; Hague and Harrop Illiberale democratie is een vorm van representatieve democratie waarbij de heersers, als ze eenmaal gekozen zijn, besturen met maar enkele limieten en met weinig respect voor de individuele rechten. Om herverkiezing te vergemakkelijken is de president verzekerd van positieve media aandacht en wordt de oppositie het vaak lastig gemaakt van zich te laten horen. Een democratiegolf is een groep van transities waarin niet democratische regimes democratisch worden in een bepaald tijdsbestek. Democratiegolven volgens Samuel Huntington. Zie: hfdst. 3; blz. 53; comparative government and politics; Hague and Harrop

www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! Bron : Comparative Government and Politics R. Hague en M. Harrop

Profiel: Mexico Zie: hfdst. 3; blz. 54; comparative government and politics; Hague and Harrop Een democratie is geconsolideerd als het een geaccepteerd frame gecreerd heeft voor politieke competitie. Huntington stelt dat de ultieme test is of een verslagen macht deze zal overdragen aan de andere macht die de verkiezingen heeft gewonnen. Przeworski stelt echter dat een democratie is geconsolideerd als een bepaald systeem van instituties het enige spel wordt en wanneer niemand zich meer kan voorstellen dat iemand buiten die democratische instituties kan opereren. Debat: Wordt liberale democratie minder democratisch? Zie: hfdst. 3; blz. 50; comparative government and politics; Hague and Harrop

www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! Bron : Comparative Government and Politics R. Hague en M. Harrop

Hoofdstuk 4

Autoritair regime

Autoritair regime is een brede categorie, gebruikt om iedere vorm van niet-democratische bewind te dekken. Sommige auteurs gebruiken de term in een meer beperkte zin, om autoritaire regimes van totalitaire staten te onderscheiden. Afgezien van monarchien is de afwezigheid van een duidelijke opvolgingsprocedure een centraal punt van zwakte van autoritaire regimes. Leiders steunen op de controle van drie bronnen: de militaire macht, patronage (bescherming) en media. Vormen van autoritair regimes: Zie: hfdst. 4; blz. 66; comparative government and politics; Hague and Harrop Communistische staten In tegenstelling tot autoritaire regimes waren de totalitaire regeringen van de 20e eeuw gebaseerd op ideologische omvorming. De Koude Oorlog verwijst naar de strijd tussen de VS en SU die duurde van eind jaren 40 tot het uiteenvallen van de Sovjet Unie in 1991. In dit tijdperk zochten de supermachten ondersteuning waar ze het maar konden vinden, en toonden weinig zorg over de binnenlandse politiek van een bondgenoot. Om het communistische bewind te begrijpen, is het van belang het scherpe onderscheid tussen ideologie en praktijk te zien. Karl Marx (1818-1883) zag een gelijke, klasseloze en stateloze utopie waarin goederen gedistribueerd worden van degene naar hun vermogen naar ieder al naar gelang hun behoefte. De staat zou veranderen van een superieur orgaan naar een maatschappij waar de staat ondergeschikt aan is. Maar om dit te bereiken erkende Marx (1875) dat een tijdelijke periode van een dictatuur van het proletariaat is vereist. Dit werd gebruikt door revolutionairen: Lenin veronderstelde dat de Communistische Partij een beter begrip van de werkelijke belangen van de arbeidersklasse had dan de arbeiders zelf. Hedendaagse communistische bewindvoeringen: China, Cuba, Laos, Noord-Korea, Vietnam. Sleuteldata communisme: Zie: hfdst. 4; blz. 69; comparative government and politics; Hague and Harrop Profiel: China Zie: hfdst. 4; blz. 70; comparative government and politics; Hague and Harrop Fascistische staten zijn typische voorbeelden van totalitair gedachtegoed van de 20e eeuw. Ze hebben zich nooit volledig kunnen ontwikkelen zoals communistische staten, omdat ze niet zo goed georganiseerd waren als de communistische staten. In het fascisme moeten individuen hun ware roeping vinden in het dienen van de staat. De staat is sterk en zelfverzorgend en mobiliseert het volk effectief. Persoonlijke despoten zijn barbaarse en arbitraire heersers die hun onderdanen als slaven behandelen. Hij is de machtsbron waarvan alleen hijzelf, zijn naaste familieleden, naaste loyale volgers en bodyguards profiteren.

www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! Bron : Comparative Government and Politics R. Hague en M. Harrop

Militaire regeringen werden in de tweede helft van de 20e eeuw een belangrijke vorm van autoritair bewind in Afrika, Latijns Amerika en een gedeelte van Azi. Een militaire staatsgreep (putsch) is een aanval van politieke macht door de gewapende krachten of secties daarvan. Hoewel de term beelden van geweld en een ongewenste machtsovername tegen burgers oproepen, vervingen vele coups een militair regime door een ander, waarbij weinig levens verloren gingen en die min of meer uitgenodigd waren door de vorige heersers. De standaard institutionele vorm is een junta (militaire raad), waarbij alle leiders van de diverse takken van het leger vertegenwoordigd zijn door hun generaal. Andere partij staten zijn staten waarbij een politieke partij ontwikkeld wordt om steun te verwerven waardoor verkiezingen gegarandeerd winst op zullen leveren. Bv: Baath partij Saddam Hoessein in Irak. Koninklijke families zie je in de Arabische staten van de Perzische Golf. Het regime is meer autoritair dan totalitair. De heersende familie monopoliseert niet de rijkdom maar laat wat over voor de lagere verbonden families. Er is enig scheiding tussen politiek en religie. Voorbeelden: Bahrein, Koeweit, Qatar, Oman, Saudi Arabie en de Verenigde Arabische Emiraten (UAE).

www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! Bron : Comparative Government and Politics R. Hague en M. Harrop

10

Een Theocratie is een regering door religieuze leiders. Hoewel de meeste Islamitische landen religie en politiek scheiden, is het regime in Iran - gevestigd na de omverwerping van de Shah in 1979 - een recent voorbeeld van een theocratie. Heersende presidenten plegen vaak een autogolpe (self-coup). Dat is een coup gelanceerd door het hoofd uitvoerende macht zelf om zijn controle over het politieke systeem uit te breiden op een buitenconstitutionele manier. Bijvoorbeeld: de president kondigt de noodtoestand af, verwijdert het constitutionele verbod op herverkiezing en breidt zijn macht uit.

www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels ! Bron : Comparative Government and Politics R. Hague en M. Harrop

11