You are on page 1of 52

ZuidelijkAfrikAMAgAZine

maatschappijcultuurreizen

De Masai en andere clichés

maatschappijcultuurreizen De Masai en andere clichés voor jA Ar 06 | jA ArgAng 10 | nuMMe

voor jA Ar 06 | jA ArgAng 10 | nuMMe r 1 | i 5, 50

AfrikAAnse operA in AmsterdAm geen visA voor AfrikAnen de terugkeer vAn AllAn BoesAk etienne vAn Heerden’s LiegfAbriek CHenjerAi Hove over ZimbAbwe

Gezichtsbedrog Hoogspringende Masai,Zulu’s met spe- ren, trotse Nuba – ze zijn de clichés van Afrika.

Gezichtsbedrog

Hoogspringende Masai,Zulu’s met spe- ren, trotse Nuba – ze zijn de clichés van Afrika. In dit nummer hekelt de Britse journalist A.A. Gill de westerse obsessie met de Masai én het vermogen van deze bevolkingsgroep om daar economisch garen bij te spinnen. Fotograaf Nadine Hutton richt haar lens op de Zuid-Afri- kaanse white trash,zoals arme blanken in dat land oneerbiedig genoemd wor- den. De Keniaanse schrijver Binyavanga Wainaina ageert tegen de westerse Afrika-journalistiek. Achter de uiterlijke schoonheid van Nieu-Bethesda, tenslot- te, schuilt een bittere strijd tussen zwart en blank.Wie Afrika wil doorgronden, moet dieper graven. En dus ZAM lezen. De redactie

Inhoud 32 Omslagfoto: Robin Utrecht/ANP
Inhoud
32
Omslagfoto: Robin Utrecht/ANP
De redactie Inhoud 32 Omslagfoto: Robin Utrecht/ANP 13 8 Essay − Nobele Wilden, een westerse droom
De redactie Inhoud 32 Omslagfoto: Robin Utrecht/ANP 13 8 Essay − Nobele Wilden, een westerse droom
De redactie Inhoud 32 Omslagfoto: Robin Utrecht/ANP 13 8 Essay − Nobele Wilden, een westerse droom

13

8 Essay − Nobele Wilden, een westerse droom Waar komt

de westerse obsessie met de Masai, de ultieme Nobele Wilden uit Afrika, toch vandaan?

13

Geen visa voor Afrikanen Afrikaanse professoren, kunstenaars en journalisten hebben steeds meer moeite om een visum voor Nederland te krijgen. De Nederlanders achter uitwisselingsprogramma’s zijn wanhopig.

16

Afrikaanse opera zoekt eigen gezicht De opera over het leven

van Zulu-prinses Magogo komt naar Nederland. Een stap op weg naar een eigen operastijl in Zuid-Afrika.

20

Interview − De terugkeer van Allan Boesak “De mensen

herkennen zich niet meer in het ANC”, zegt Allan Boesak. De wegens fraude veroordeelde dominee, ooit populair strijder tegen apartheid, klaagt de Zuid- Afrikaanse regering aan.

30

Profiel − Etienne van Heerden’s liegfabriek Meedogenloos

ontleedt Etienne van Heerden in zijn romans de samenleving in Zuid-Afrika. Op het internet doorbreekt hij alle taboes.

2 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

20

16

30
30

19

Angola Een lesje Angolese zeden

23

Column Chenjarai Hove Het verdriet van Zimbabwe

24

Nederland Conny Braam - Weg uit de Lekstraat

26

Uganda Aidsbestrijding volgens Bush: totale onthouding

32

In Beeld Arme Afrikanen

37

Zuid-Afrika De onmacht van de oppositie

40

Reizen De woelige onderstroom van Nieu-Bethesda

RUBRIEKEN

4

De Veranda Eerste indrukken in de regio

29

Column Prudence Mbewu Een toffe peer

36

Column Farid Esack Botsing der huichelaars

38

De Swakopmund Observer Tegen de misleiding!

45

De Markt boeken, muziek, film, theater, agenda, aanbiedingen

52

Kunst Johannes Phokela - Chocola

Word abonnee van ZAM! Zie pagina 37

Intussen in Johannesburg

Wie in een ver en warm land woont, heeft veel vrienden. Ze melden zich veelvuldig – per mail, per Skype of, gewoon, aan de deur.“We blijven een week”, roepen ze enthousiast. En:

“Je gaat toch wel mee naar Kaapstad?”Want wie in een ver land woont heeft altijd vakan- tie, denkt men vaak. Ik klaag niet, je kunt ook in de vergetelheid raken en dat is veel erger. Maar de Bij Ons In Deventer Mensen (BOIDM) hangen me een beetje de keel uit. “Wordt de straat hier ‘s avonds afgesloten?” vragen ze eerst voorzich- tig. Dan zeg ik beschroomd dat ik daar na- tuurlijk niet om gevraagd heb, maar dat het nu eenmaal zo was toen we het huis vonden. “Op die manier”, zeggen de BOIDM dan zuinig. Op mijn advies om geen dure dingen onder het open raam te leggen, reageert men krib- biger. Dan komt men met Deventer aanzetten. “Inbraken heb je overal”, voegt men mij toe. Ik durf al lang niet meer te zeggen dat men de was beter niet ‘s nachts buiten kan laten hangen, uit angst voor racist te worden uit- gemaakt. Dan gaan ze erop uit en begint mijn worste- ling. Als zelfbenoemde voorzitter van de Jo- hannesburg Fanclub, zwijg ik liever. Als zorg- zame gastheer meen ik toch enig advies te moeten geven. Geen dure sieraden om je nek. Niet midden op straat uitgebreid op een plat- tegrond kijken.“Dat zal wel loslopen”, hoor ik dan. En dan zou ik wel willen schreeuwen:

“Dit is geen Deventer! Dit is Johannesburg! En dus is er een kans dat je bovenop je beroving ook nog eens in een kofferbak wordt gegooid en naar een open veld gereden, waarna je een groepsverkrachting ondergaat!” Natuurlijk, een schromelijke overdrijving, maar waarom snapt men niet dat de werke- lijkheid iets minder zwart-wit is? bart.luirink@niza.nl

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

3

de veranda

Tekst: Bart Luirink, tenzij anders vermeld

Akelige

gewoontes

In de wachtkamer van de Nederlandse ambas- sade in Pretoria ligt het Holland Handbook. Het geeft de bezoeker van Ons Kikkerlandje een indruk van wat hem of haar te wachten staat. Maar wat een indruk! Als vaderlandslievende Nederlander slik je toch iets weg als je de min- der aangename kanten van je volksaard zo openlijk geadverteerd ziet. In het Engels nog wel. Bij Nederlanders aanbellen moet je nooit doen, adviseert het handboek; Nederlanders

laten zelfs hun eigen kinderen niet binnen als ze vooraf geen afspraak hebben gemaakt. Verder hoef je je van het eten niet veel voor te stellen:

dat bestaat uit door ongewassen handen doorgegeven rauwe vis, die ‘haring’ heet. En dat een vrouw zich na het lezen van het handboek nog in Nederland zou willen vesti- gen, kan helemaal uitgesloten worden: stel je voor dat je daar moet bevallen! Een cartoon van een vrouw met een dikke buik in bed die ‘au’ roept, spreekt duidelijke taal: Nederlandse vrouwen lijden bij het baren, dat is namelijk bij ons de cultuur. Andere culturen houden akelige gewoonten en rituelen geheim; wij lopen er mee te koop. Is het wekken van afschuw deel van het zogehe- ten ontmoedigingsbeleid? “Welnee”, zegt het hoofd van de consulaire afdeling, George van der Velden.“Iedereen heeft natuurlijk zijn eigen mening over wat leuk is en wat niet. Maar we moeten de zaken ook niet rooskleuriger voor- stellen dan ze zijn.” (EG)

ook niet rooskleuriger voor- stellen dan ze zijn.” (EG) Aryan Kaganof maakt eerste ‘mobiele film’ De
Aryan Kaganof maakt eerste ‘mobiele film’
Aryan Kaganof maakt eerste
‘mobiele film’

De Zuid-Afrikaanse filmmaker/schrijver Aryan Kaganof in Nederland ook bekend als Ian

Kerkhof

aan de eerste film ‘geschoten’ met mobiele telefoons. SMS Sugar Man zal ook te zien zijn op telefoon, naast het internet, televisie en bioscoop. Kaganof is enthousiast over de eerste resultaten. Een week voor de opnamen begonnen, kwamen testfilmpjes terug uit het laboratorium waar het materiaal op 35mm was overgezet. Kleur, korrel en contrast za-

legt momenteel de laatste hand

gen er uitstekend uit. Kaganof filmt met de nieuwste gsm’s, de W900i van Sony Ericsson. Zuid-Afrikaanse producers reageren enthou- siast op wat al een ‘revolutionaire doorbraak’ wordt genoemd. Vanwege de lage kosten zou de mobiele film een geweldige impuls kunnen geven aan de ontwikkeling van de Afrikaanse filmindustrie. Kaganof maakte in Nederland naam met Naar de klote!, een film die hij schoot op mini-dv-tape ook als eerste ter wereld.

Congo Quiz

Waarom is de vraag naar coltan zo toegeno- men? Hoe heette de eerste president van het onafhankelijke Congo (nee, niet …)? Hoeveel landen grenzen er aan de DRC? Vragen uit de Congo Quiz, deel van een uit-

er aan de DRC? Vragen uit de Congo Quiz, deel van een uit- gebreid Webdossier Congo

gebreid Webdossier Congo op de website van het Nederlandse instituut voor Zuidelijk Afrika (NiZA). Elke week maken deelnemers kans op een gratis jaarabonnement op ZAM of het nieuwste boek van Conny Braam, Mandela op de Koelkast (zie pagina 24). Ook in het Congo-webdossier: een kleine ge- schiedenis van de Democratische Republiek Congo, een inzoombare landkaart en tijdens de verkiezingsperiode een weblog van radio- maker Henk Weltevreden. Zie www.niza.nl/congo

Foto:Tebogo Letsie /Sunday Times

45 jaar geleden ANC-voorzitter Chief Albert Luthuli krijgt de Nobelprijs voor de Vrede.
45 jaar geleden
ANC-voorzitter Chief Albert Luthuli
krijgt de Nobelprijs voor de Vrede.

Herboren Sophiatown

Jazzmuzikant Hugh Masekela

ontving er zijn eerste trompet en

gaf er zijn eerste concert. Miriam

Makeba en Dolly Rathebe zongen

er de sterren van de hemel. De En-

gelse priester Trevor Huddleston

preekte er tegen de apartheid

– voor een gehoor van zwart

én blank. Sophiatown was hot.

Maar in het begin van de jaren

tachtig maakten de apartheids-

machthebbers er een einde aan.

De buurt werd ontruimd, slegs

vir blankes en herdoopt in het

cynische Triomf. Maar ook dat is

nu weer geschiedenis. Vanaf half

februari heet de wijk weer Sophi-

atown. Het werd gevierd met een

massaal carnaval.

Sophi- atown. Het werd gevierd met een massaal carnaval. Tsotsi-taal is cool Door Tsotsi , de

Tsotsi-taal is cool

Door Tsotsi, de Zuid-Afrikaanse winnaar van de Oscar voor de Beste

Buitenlandse Film, staat de Zuid-Afrikaanse townshiptaal nu in het

middelpunt van de belangstelling. Deze mix van alle elf officiële

talen die het land kent, is rijk aan omschrijvingen. Zo is een coconut

een zwarte die blank probeert te doen; een CD, ook wel rain coat,

een condoom; een double adaptor een biseksueel; en de four five is

een penis. De BMW 3 wordt doorgaans als G-string aangeduid; een

mistress is een lerares; en de shu-marker staat voor een betrouwbare

chauffeur, geheel vrij naar Michael Schumacher.

kiosk

Mozambique Nieuw onderzoek naar

dood Samora

Machel De Zuid-Afrikaanse

regering heeft besloten om het onderzoek naar de dood van de Mozambikaanse president Samora Machel te heropenen. Het vliegtuig dat Machel twintig jaar geleden naar Mozambique vloog, stortte neer op Zuid-Afrikaans grondgebied. ‘Een ongeluk’, beweerde de toenmalige onderzoekscommissie, ingesteld door het blanke minderheidsbewind. ‘Een moordaanslag’, vermoedde de Mozambikaanse regering en Machel’s weduwe Graça, nu echtgenote van Nelson Mandela. Inmiddels zijn er sterke aanwijzingen dat Zuid-Afrikaanse technici destijds vanuit de luchtverkeerstoren van Swaziland met de signalen knoeiden. Ook zou een Russische copiloot, de enige overlevende, begin jaren negentig een flink bedrag van de Zuid-Afrikaanse regering hebben ontvangen. Die betaling zou zijn goedgekeurd door de vroegere minister van Buitenlandse Zaken, Pik Botha.

Nederland Minister bereid tot

onderzoek dr. Rath Minister Hoogervorst van Volksgezondheid is bereid een onderzoek in te stellen naar de praktijken van Dr. Rath in Nederland, indien de Zuid-Afrikaanse regering daarom vraagt. Rath verkoopt in Zuid-Afrika vitamine- preparaten als medicijnen tegen aids; zijn distributiecentrum is gevestigd in Almelo (zie ZAM, winter 2005). Op vragen van het Kamerlid Vendrik (GroenLinks) antwoordt Hoogervorst dat hij weinig van Rath’s handelswijze moet hebben. Hij kan er echter niets tegen doen zonder een formeel verzoek van Zuid-Afrika. NiZA overlegt momenteel met partnerorganisaties in dat land over verdere actie. De Zuid-Afrikaanse minister voor Gezondheid, mevrouw Tshabalala-Msimang, weigerde tot op heden tegen Rath op te treden.

Zimbabwe Chinees verplicht op

universiteiten In het kader van zijn Look East-politiek wil Zimbabwe studenten verplichten om Mandarijns te spreken. Minister van Onderwijs Stan Mudenge maakte dat eind januari bekend. Op deze manier hoopt Zimbabwe de handel en het toerisme tussen beide landen te vergroten. Het voornemen zou al vastgelegd zijn in een samenwerkingsakkoord tussen beide landen. Vorig jaar hoopte president Mugabe van de Chinezen een financiële bijdrage te ontvangen waarmee hij de schulden aan het IMF zou kunnen terugbetalen. De Chinezen scheepten hem echter af met een paar miljoen dollars.

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

5

kiosk

Swaziland Huizen van hennep De teelt

van marihuana in Swaziland kan een zegen worden voor de woningbouw. Nu nog voeren de autoriteiten van het land een wanhopige strijd tegen de hennepboeren, die gemeten per hoofd van de bevolking voor de hoogste marihuanaproductie van zuidelijk Afrika zorgen. “Oogst de plant voordat hij begin maart gaat bloeien en maak er bakstenen van”, zegt André du Plessis, projectcoördinator van InternAfrica, een organisatie ter promotie van ecologisch duurzame huizenbouw. “Zodra de hennep in de baksteen is verwerkt met kalk, kan deze niet meer gerookt worden.” Du Plessis pleit er dan ook voor de hennepteelt te legaliseren. Het zou honderden boeren een duurzame bron van inkomen opleveren.

Zuid-Afrika Carl Niehaus: alweer een

nieuwe baan De voormalige Zuid-Afrikaanse ambas- sadeur in Nederland, Carl Niehaus, is weer van baan veranderd. Na een korte carrière bij de evangelische Rhemakerk in Johan- nesburg, ging Niehaus in april vorig jaar een contract aan voor een leidinggevende functie bij het economische ontwikkelings- agentschap van de provincie Gauteng. Ook daar is hij inmiddels opgestapt. Niehaus wil terug naar het bedrijfsleven, nadat hij eerder voor Deloitte & Touche werkte. Ook zouden gezondheids- problemen Niehaus parten spelen.

Congo Vredesvlag Samen met een nieuwe grondwet presenteerde de Democratische Republiek Congo in februari een nieuwe vlag. De blauwe baan symboliseert het verlangen naar vrede, terwijl de rode en gele banen herinneren aan respectievelijk de vier miljoen doden tijdens de Congolese burgeroorlog, en de minerale rijkdommen waarover het land beschikt. Naar verwachting gaan de Congolezen in juni voor het eerst na ruim veertig jaar naar de stembus. Minder vredelievend verliep de stemming over de nationale vlag in het Mozambikaanse parlement. Ook in Mozambique was de vernieuwing van de grondwet gekoppeld aan vernieuwing van de nationale vlag. Afgelopen december weigerde het regerende Frelimo echter de kalashnikov uit de vlag te verwijderen. De partij wil het geweer handhaven ter herinnering aan de bevrij- dingsstrijd.

6 zuidelijkafrikamagazine 04/2005

45 jaar geleden Tanzania wordt onafhankelijk van Brits koloniaal bestuur, nog zonder Zanzibar.
45 jaar geleden
Tanzania wordt onafhankelijk van Brits
koloniaal bestuur, nog zonder Zanzibar.

Software voor iedereen!

Een Freedom Toaster die software

spuugt. Met dit apparaat is de

Zuid-Afrikaanse multimiljonair

en freelance astronaut Mark

Shuttleworth onlangs op de prop-

pen gekomen. De oranjezwarte

toaster heeft inmiddels zijn weg

gevonden naar tal van Afrikaanse

steden, townships en bibliothe-

ken. Met een simpele druk op de

knop brandt het apparaat liefst

16.000 verschillende software

programma’s op cd. Geen Win-

dows maar Ubuntu-software,

voor niks, vrij van rechten. De

toaster is een groot succes, mede

omdat het downloaden van gratis

software via internet voor veel

Afrikanen nog steeds erg kostbaar

is en veel geduld vereist.

En dan is er sinds kort ook een

‘koelkast’ – een machine waarin

allerlei informatie is opgeslagen

op het gebied van communicatie,

pleitbezorging, teambuilding en-

zovoorts. Voor projecten die zich

geen dure consultants kunnen of

willen permitteren.

“Het lot wil blijkbaar dat Afrika zich ontwikkelt tot een theater van gebakken lucht en
“Het lot wil blijkbaar dat Afrika zich ontwikkelt tot
een theater van gebakken lucht en publieke gebaren.
Maar de indruk dat Afrika zich alleen met hulp
van buiten − van beroemdheden en charitatieve
concerten − van een rampzalige kwelling kan
verlossen, is destructief en misleidend.”
Schrijver Paul Theroux in de International
Herald Tribune, 19 december 2005.

Rita in Afrika

Herald Tribune, 19 december 2005. Rita in Afrika Geen vluchtelingenprobleem is te groot voor Rita Verdonk.

Geen vluchtelingenprobleem is te

groot voor Rita Verdonk. In januari

deed de minister voor Vreemdelin-

genzaken Kenia. Een beleefde chief

werd toegesnauwd dat hij ter zake

moest komen. En de tienduizenden

vluchtelingen kregen het dringende

advies huiswaarts te keren en hun

land op te bouwen.“Een overdo-

sis arrogantie”, aldus schrijfster

Nausicaa Marbe in de Volkskrant.

“Niemand mag een ander de hoop

op een beter leven door migratie

ontnemen. Zelfs geen ijdele hoop.”

Doe-het-zelf-

architectuur van Cascoland

Een Bed and Breakfast als kunstzinnige in- stallatie. Kunstenaar Bert Kramer ontwierp een skeletachtige constructie waarbinnen hij een ‘zacht beeldhouwwerk’ aanbracht. In de visie van Kramer is de constructie de gastheer en de sculptuur binnenin de gast, waarbij de twee elkaar versterken. Kramer’s werk is een van de resultaten van Cascoland, een project waaraan Zuid-Afrikaanse en Nederlandse kunstenaars deelnemen. In sa- menwerking met bewoners van New Cross- roads, een township bij Kaapstad, drukten de kunstenaars in februari hun stempel op de openbare ruimtes van de wijk. Met ge- bruik van lokale materialen en lokaal talent. Begin maart waren de installaties open voor het publiek en kon er ook een overnachting in de Bed and Breakfast geboekt worden. Het werk is vanaf half maart te zien in Kaapstad en vervolgens in Johannesburg en Durban. Meer info: www.cascoland.com

Het werk is vanaf half maart te zien in Kaapstad en vervolgens in Johannesburg en Durban.

de veranda

Foto: Renate de Backere
Foto: Renate de Backere

Vernieuwde ZAM gelanceerd

Onder grote belangstelling werd op 16 december het vernieuwde Zuidelijk Afrika Magazine gelanceerd. In de Amsterdamse Galerie 23 nam de Zuid-Afrikaanse beeldend kunstenaar Moshekwa Langa het eerste exemplaar in ontvangst. Compleet met

snacks van restaurant Kilimanjaro en goede wijn van importeur Poot Agenturen, luidde de bijeenkomst een grote wervingscampagne in. Inmiddels kreeg ZAM welluidende bespre- kingen in de Volkskrant en Trouw en meldden zich bijna tweehonderd nieuwe abonnees.

Waar zijn Ernesto, José en Emanuel?

De verdwijning van drie Angolese jonge voetballers eind oktober leidde tot onrust bij voetbalclub Stormvogels Telstar. Zowel de twee- lingbroers Ernesto en Jose Teixeira (1989) uit Haarlem als de 13-jarige Emanuel Neto Vunge uit Hoofd- dorp speelden bij de club. De Ango- lese jongens, die jaren geleden als ama’s (alleenstaande minderjarige asielzoekers) Nederland binnen- kwamen, woonden de laatste tijd in een begeleid-wonenproject van voogdij-instelling Nidos.“Ik denk dat ze zijn ondergedoken”, zegt Hans de Winter, hoofd opleiding van Stormvogels Telstar. De club uit Velsen-Zuid heeft de andere clubs betaald voetbal op de hoogte

gebracht van de vermissing.“Het zijn talentvolle spelers, dus zou het niet raar zijn als ze bij een club opduiken.” “We denken dat ze herenigd zijn met familie”, zegt Martin Berk, woordvoeder van Nidos.“We heb- ben onlangs bericht gekregen uit de omgeving van de jongens dat het goed met ze gaat.”Waar ze zijn, dat weet Berk niet.“Maar we heb- ben wat gehoord, en dat is al heel wat.” Nidos heeft ‘dagelijks’ te ma- ken met verdwijningen van ama’s. “Ze maken geen kans in de asielpro- cedure. Wanneer ze wat ouder zijn, zie je soms dat het calculerende burgers worden. Lukt het hier niet, dan trekken ze verder.” (MvT)

ze wat ouder zijn, zie je soms dat het calculerende burgers worden. Lukt het hier niet,

zuidelijkafrikamagazine 04/2005

7

Nobele Wilden

Een westerse droom

8 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

De Masai zijn de ultieme Nobele Wilden uit het pure, paradijselijke Afrika. Althans, in de ogen van menig westerling. De Masai laten zich dit imago graag aanleunen, de waarheid is de grote verliezer. Waar komt die westerse obsessie met dit hoogspringende volk toch

vandaan? Tekst: Adrian Gill Foto: Robin Utrecht/ANP

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

9

Essay

wonden van.

Essay wonden van. D e uitgedoofde vulkaan Ngorongoro in Tanzania is een natuurgebied met de hoogste

D e uitgedoofde vulkaan Ngorongoro in Tanzania is een

natuurgebied met de hoogste dichtheid van wild in

tje voor zijn nomadische veehoeders. Ze zijn er vast helemaal opge-

Afrika. Het is een wereldwonder en een attractie van jewelste voor westerlingen op huwelijksreis en groe- pen Japanners, die er rondjes rijden in de hoop taferelen vol bloedige doodsstrijd tegen te komen. Dat rijden onder professionele begelei- ding mag, maar mensen mogen er niet vrij lopen. Met één uitzonde- ring: de Masai, die mogen dat wel. Zij drijven er hun bottige veestapel van waterput naar zoutpan alsof het niets is, leunen ontspannen op hun leeuwendodende speren, en dragen met hun lange rode gewaden, modderige punkkapsels en opvallende sieraden ook algemeen bij aan het pittoreske uitzicht. Toen Julius Nyerere, Tanzania’s eerste president, in het belang van de eenheid van de natie een wet tegen het tribalisme uitvaardigde en het gebruik van een nationale taal gebood, maakte hij bewust een uit- zondering voor de Masai. Sommigen zeggen dat hij die uitzondering maakte omdat de Masai veel te trots waren om hiermee akkoord te gaan; anderen denken echter dat ook Nyerere toen al besefte dat deze groep hartstikke geschikt was als toeristentrekker. Van oudsher bewegen de Masai zich in het grensgebied tussen Kenia en Tanzania, trekkend door de Serengeti en het Masai Mara- natuurreservaat. Het zijn Afrika’s Volendammers: de klompendansers van dit continent. Zoals ze door de natuurgebieden trekken, zo bewe- gen ze zich ook door de verbeelding van de westerling, die traditioneel een patroniserende, sentimentele en koloniale tederheid voelt voor deze statige en lenige veehoeders. Er leeft zelfs een Masai-chief (hoofdman) in Engeland: de 57-jarige antiekhandelaar Graham Pendrill uit Bristol. Hij loopt rond in tradi- tioneel gewaad met een traditionele houten knuppel in zijn hand en wenst aangesproken te worden met de naam Siparo, ‘de dappere’:

mooi gekozen voor een blanke vent van middelbare leeftijd die liefst een pub in Bristol binnenstapt gekleed in niets meer dan kralen en een jurk.

Net als honden_Pendrill’s antropologische ommezwaai vond plaats op vakantie in Kenia, op een dag toen hij een gezelschap ge- harde strijders een lift gaf omdat het regende. In het Masai-dorp aan- gekomen, kletste het gezelschap wat over koeien, Pendrill probeerde een slokje stierenpis, hij werd benoemd tot ere-chief, en van het een kwam zodoende het ander. Hij is nu van plan zijn Engelse huis (twaalf kamers) te verkopen om van de opbrengst een luxueuze puimstenen villa met twintig kamers neer te zetten in Masai-gebied: een cadeau-

Hij is al een keer eerder teruggeweest en vertelde dat ze hem toen blijkbaar al verwachtten: “Net als honden, die weten ook van tevoren al, nog voordat ze hem gezien hebben, dat hun baasje op weg naar huis is.” Leuke vergelijking, Siparo! Hij is niet de enige westerling die besloten heeft ‘wild’ te gaan doen met de Masai. Zeker, de meesten zijn vrouwen van zekere leef- tijd, die de romantiek van de wilde voor een paar weken, soms wat langer, nogal letterlijk nemen. Een Zweedse mevrouw, Corinne Hoff- mann, heeft aan haar avontuur bij de Masai zelfs vier boeken en een film (De blanke Masai) overgehouden. En er doet een verhaal de ronde, mogelijk onwaar, over een lerares klassieke talen die vervroegd met pensioen ging om Masai-huisvrouw te worden. Wat is er toch met de Masai dat de westerlingen, en zeer in het bij- zonder de Engelsen, zo aantrekt? Het lijkt wel alsof er een nobele wilde huist diep binnenin onze plattelandswinkeliers, en, nog iets woester, binnenin diens echtgenote. Ik zelf stuitte voor het eerst op de Masai toen ik bezig was een reisverhaal te schrijven. Ik vroeg mijn gids of het mogelijk was samen met hen het avondmaal te nuttigen. Hij aarzelde en legde uit dat toeristen in het algemeen niet aangemoedigd werden zich te mengen in de aloude tradities en gewoonten van de jurk-mannen – behalve in de speciale souvenirwinkels, de voor toeristen gemaakte dorpen en de dansshows in de grote hotels maar hij zou zien wat hij voor me kon doen. Het lukte en bij het vallen van de avond werd ik naar een kraal gegidst, waar een veeltallige Masai-familie me begroette met warme gastvrijheid en een selectie van handgemaakte kraalwerkjes. Na wat gepraat over het weer, nodigden mijn gastheren me uit naar de eet- kamer, tevens de stal. Daar, tot onze enkels in de prut, troffen we een mager koetje aan, niet veel groter dan een labrador, en met een strak touw om de nek. Een jongeman stootte een nogal botte speer in een uitpuilende ader. Het bloed spoot eruit; een halve pint werd opgevan- gen in een uitgeholde pompoen en vervolgens stevig doorgeroerd ter voorkoming van klonten. Daarna werd de kleverige roerspaan, als was het mammie’s koekdeeglepel, afgestaan aan een dolgelukkig kind. De drinkbeker, die rook als een waszak vol smerige kleren, werd aan me doorgegeven. “Ik dacht dat jullie er gewoonlijk ook melk door- heen roerden”, zei ik zwakjes. “Dat doen we soms ook wel”, zei mijn gastheer, “maar u bent zo’n speciale gast, we dachten dat u het wel puur zou willen hebben.”Nerveus nam ik een slokje warm, dik bloed

10 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

Hij trok een vies gezicht: “Mijn stam zou dat nooit doen.

Weet u wel waarmee ze de drinkpompoen uitspoelen? Stierenpis”

uit de pompoen. Het was verrukkelijk natuurlijk, een soort biefstuk- drankje, en tevens de eerste keer dat ik de gelegenheid had een koe te bedanken voor haar vlees. Ik vroeg mijn gids later of hij wel eens koeienbloed gedronken had. Hij trok een vies gezicht: “Mijn stam zou dat nooit doen. Weet u wel waarmee ze de drinkpompoen uitspoelen? Stierenpis.”

Toppunt van grofheid_Zelfs wie nooit een voet in Afrika gezet heeft, kent de Masai. Ze verschijnen in advertenties voor auto’s met vierwielaandrijving, luchtvaartmaatschappijen en banken (en ontbijt- koek, red.). Ze figureren in modereportages en verhalen over bekende mensen op vakantie. Vooral de Engelsen zijn altijd gek op hen ge- weest. De Masai verpersoonlijkten het wezen van alles wat de Engel- sen wensten te geloven over het wilde Afrika: ze waren lang van stuk, slank en knap om te zien, de ultieme nobele wilden, moedig op het krankzinnige af, jagers en spoorzoekers zonder vergelijk. Elke Masai- jongen moest een leeuw doden om zijn mannelijkheid te bewijzen; leeuwen liepen met een grote boog zelfs om de kleinste Masai-zoon heen. De Masai hadden geen behoefte aan de moderne wereld en wil- den alleen het recht en de ruimte om hun vee te volgen, met behoud van hun simpele, diep-spirituele herderscultuur. Ze geloven dat zij de rechtmatige eigenaren zijn van elke koe op aarde en schonken de Amerikanen er dan ook heel aardig veertien na 9/11. Om een of andere reden raken westerlingen daar ontzettend van onder de indruk. Maar zou het niet als toppunt van grofheid zijn gezien als Hollandse melk- veehouders, uit respect voor de dood van tweeduizend Amerikanen, veertien Friese koeien naar New York hadden verscheept? De waarheid is natuurlijk dat de Masai bij lange na niet zo para- dijselijk zijn als wij zo graag geloven. Ze stappen de moderne wereld net zo vaak in en weer uit als ze hun jurken verwisselen voor de spij- kerbroek; ze zijn net zo geregeld barkeeper in Mombasa als herder in de Serengeti. De romantische westerling slaakt een zucht: wat vrese-

lijk toch dat hun kleurige gewaden made in China zijn, en hun kralen van plastic. Maar hun kralen waren altijd al van plastic, en voordat hun rode lappen in China werden gefabriceerd, kwamen ze uit Lanca- shire. En daarvoor werden ze aangeleverd door lokale gemeenschap- pen die goed in weven waren. Officieel vinden de Masai alleen veehoeden werk dat hen waardig is, maar sommige mannen doen af en toe in het weekeinde toch ook graag werk als male escort, en dan zijn er natuurlijk altijd de lucra- tieve fotosessies. Ze bespreken met hun advocaten de landconflicten die ze tegenwoordig, nu overbegrazing meer en meer erosie veroor- zaakt, hebben met natuurreservaten en landboeren. Als echte herders voelen ze overigens niets dan minachting voor deze landboeren. Hun zelfbeeld is arrogant, agressief en ontbeert elk respect voor wie an- ders is; ze zijn racistisch en in wezen zelfs fascistisch. Een dergelijke groepering zou in het Westen binnen de kortste keren voor het ge- recht belanden. Ze waren en zijn trots, aantrekkelijk, arrogant, ijdel en roekeloos, allemaal eigenschappen die vooral de Engelsen zichzelf zo graag zouden aanmeten. In het Afrika van voor het kolonialisme bestond een wankel even- wicht tussen landbouwers en herders. Direct na hun aankomst keken de Engelsen al neer op de armoedige plantersvolkeren, en voelden ze zich aangetrokken tot de knokploeg. De agressieve, arrogante noma- den waren de Engelse bewondering waardig; de mannen en vrouwen die hun kleren wasten, op hun kinderen pasten, en in hun tuinen werkten, werden ronduit geminacht. Het is daarom dat de Masai en de Zulu – en hun neven, de Matabele in Zimbabwe – een rol spelen in de westerse verbeelding en geen enkele andere Afrikaan. Kolonialen hebben hun wilden graag wild, in een romantisch raamwerk.

Culturele zuiverheid_Er zit natuurlijk ook een scheut masochis- me in het verlangen je eigen wereld te laten wegwuiven door een volk dat zelf weinig anders heeft dan ijdelheid en een troepje zieke koeien. Kolonialisten geloven nu eenmaal graag dat de volkeren die zij aan zich onderwerpen, het veroveren waard zijn. Dit onprettige, suiker- zoete en simplistische ideaal van de Derde Wereld-Übermensch be- staat nu nog in het hoofd van mensen die het over de ‘moedige Zulu’ hebben, en zelfs in dat van Anita Roddick (Body Shop-tycoon, red.) en haar mede-Groenen, die publiekelijk helemaal wee worden van de gedachte aan jagende en voedselrapende stammen in het Amazone- gebied met dertig bedreigde diersoorten in hun haar. De romantische ‘goede wilde’ van Rousseau is op niets gebaseerd. De vergissing die aan dit beeld ten grondslag ligt, is het geloof dat ma-

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

11

De eenzame vrouwen op zoek naar Masai- echtgenoten maken niet

meer dan een beetje zielige indruk. Maar zo onschuldig is het allemaal niet

gischerwijs het meest te leren valt van mensen die het minste weten. Wie traditionele culturen omhelst en juicht over de afwezigheid van verandering en vooruitgang, ontslaat deze cultuur van verantwoor- delijkheid voor zijn ideologie en gedrag. Kindersterfte, draconische rechtspraak, toverdoktersgedoe, bijgelovige gewelddadigheid, vrou- wenonderdrukking en opzettelijke onkunde worden op die manier geaccepteerd in de naam van natuurlijke en culturele zuiverheid. De kolonialisten trokken de rotjongens voor ten nadele van hun slachtoffers; zij bevoordeelden de langen en slanken tegenover de korten en dikken, de lichtergekleurden tegenover de donkeren. Dat gold niet alleen voor Afrika. De Engelsen exploiteerden net zo goed het Indiase kastensysteem, en hielden meer van moslims dan van hindoes omdat de eersten trots en militaristisch waren, en de laatsten vegeta- risch en passief. Honderd jaar lang werden onze buitenlandse missies er met recht van beschuldigd dat ze tot de nok vol zaten met homo-erotische Ara- bisten, vervuld van een diep verlangen Lawrence of Arabia te zijn. Het irrationele en onrechtvaardige aannemen van ‘lievelingetjes’ in de koloniën was een van de meest verderfelijke zonden van de koloniale machten. Het bouwde lagen van bitterheid op en bracht tal van nako- mende generaties in verlegenheid. De Belgen gaven de voorkeur aan de lange, bleke Tutsi’s boven de korte, diepzwarte Hutu’s, waarmee ze een bestaande vijandigheid tussen stammen flink aanscherpten. Nu is het de beurt aan de favoriete Engelse Matabele in Zimbabwe, die het flink te verduren hebben onder Mugabe’s Shona. De verwarde en bloedige verdeling van India (resulterend in een gescheiden India en Pakistan, red.) werd er ook niet bepaald beter op gemaakt door Lord Mountbatten’s sympathie voor de moslims. En zo duurt de romance van de goede wilde en de simpele puur- heid van de plaggenhut voort, met aan beide kanten van de wereld een cultuur die zich blind houdt voor de motieven van de ander.

12 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

Graham Pendrill lijkt maar een onschadelijke gek, en de eenzame vrouwen op zoek naar Masai-echtgenoten maken niet meer dan een beetje zielige indruk. Maar zo onschuldig is het allemaal niet: er staat veel meer op het spel, en dat is het beeld dat het Westen heeft van het moderne Afrika. Het beschouwen van de Masai als perfecte, geluk- kige, natuurlijk evenwichtige Afrikanen is net zoiets als zeggen dat de Amish (een zeer religieuze groepering, red.) de ideale Amerikanen zijn. Afrika is een arm werelddeel dat hard zijn best doet een beetje rijker te worden, niet een verdwaald continent dat teruggeduwd moet wor- den in een valse, paternalistische dagdroom. Oost-Afrikanen hebben ambivalente gevoelens over de Masai. De kleurrijke veehoeders zijn een fantastische toeristische attractie, maar als vals symbool van Afrika doen ze nogal wat schade. Hoe zouden wij ons voelen als iedereen die Engeland bezocht van ons een volksdans in een ouderwetse muts zou verwachten? Natuurlijk zouden velen van ons daar direct aan beginnen als er bussen vol seksbeluste Afrikaanse vrouwen aan kwamen zetten, maar dat is een ander verhaal. Toen mijn avondbloed op was, liep de Masai-hoofdman een eindje met me mee, voor het geval dat er leeuwen waren. “Ik ben overigens niet alleen maar veehoeder, hoor”, zei hij. “Ik geef ook les in Engelse literatuur. Kent u misschien de werken van James Hedley Chase?”

A.A. Gill is schrijver en columnist van de Sunday Times in Londen. Verta- ling en bewerking: Evelien Groenink.

Wilt u reageren? magazine@niza.nl

advertentie

van de Sunday Times in Londen. Verta- ling en bewerking: Evelien Groenink. Wilt u reageren? magazine@niza.nl

Professoren, kunstenaars en journalisten komen Nederland niet in

Een visum is geen reep chocola

komen Nederland niet in Een visum is geen reep chocola I n de gangen van de
komen Nederland niet in Een visum is geen reep chocola I n de gangen van de
komen Nederland niet in Een visum is geen reep chocola I n de gangen van de

I

n de gangen van de Nederland- se ambassade in Pretoria hangt een portret van een Afrikaan. Een zwarte, met kroeshaar,

zonder duidelijke achtergrond of bezittingen. Zonder titel heet het, maar het had beter Zon- der verblijfstitel kunnen heten. Als angstbeeld van elke westerse visumdienst vooral van de Nederlandse, zeggen sommigen had het niet op een toepasselijker plek kunnen hangen. “We weten toch allemaal dat als je uit Afrika komt je op de Nederlandse ambas- sade als shit wordt behandeld”, denderde het november vorig jaar door de Amsterdamse Koepelkerk. De spreker was professor Peter Geschiere, antropoloog met specialisatie Afrika aan de Universiteit van Amsterdam, en de gelegenheid de uitreiking van een Prins Claus-prijs aan de Zuid-Afrikaanse cartoonist Shapiro. Het was niet de plek om eens een

boom op te zetten over het Nederlandse visumbeleid, maar velen in de zaal knikten instemmend. Geschiere vindt niet dat de Europese grenzen voor iedereen opengegooid moeten worden. “Maar er zijn mensen die wél in aanmerking zou- den moeten komen voor een

visum, en die komen er ook niet in”, zegt hij. De hoogleraar, die veel samenwerkt met Afri- kaanse academici, kan de ge- vallen van verspilde tijd, geld en moeite om een Afrikaan te laten overkomen nauwelijks tellen. “Om een student uit Kameroen hier te krijgen voor een uitwisseling is bijkans onmogelijk. Een tijd lang was de Nederlandse ambassade daar gesloten en moesten de studenten per- soonlijk naar Abidjan, in het naburige Ivoor- kust, om daar een visum aan te vragen. Toen de ambassade weer opende, waren er nieuwe eisen. Zo wordt de reisverzekering uit Kame- roen niet erkend, dus sluiten we die in Neder- land af. Maar dan mag je de polis vervolgens niet faxen, nee, ze moeten de originele polis hebben op de ambassade in Kameroen. Als die wegraakt in de post, is het afgelopen.” Uitgenodigde academici zijn in Geschie- re’s ervaring ook wel geweigerd op grond van ‘onduidelijkheden’ in hun papieren. “Maar als je gaat graven, vind je bij iedereen wel onduidelijkheden. Een geboorteplaats die niet klopt. Een verkeerde spelling. Door zoiets kleins gaat je hele evenement de mist in.” Hij heeft over de problemen een aantal malen contact gehad met de visumdienst van Buitenlandse Zaken.“Men schijnt daar te den-

Nederland ziet Afri- kanen liever gaan dan komen. Dat geldt vooral voor asielzoekers, maar ook kunstenaars en studenten worden buiten de deur ge- houden. Menig culturele en wetenschappelijke uitwisse- ling strandt op problemen bij het aanvragen van een visum. Een noodkreet. Tekst:

Evelien Groenink Foto’s: Nicole Segers

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

13

Peter Geschiere:

“We weten toch allemaal dat als je uit Afrika komt je op de Nederlandse ambassade als shit wordt behandeld”

Pauline Burmann:

“Het uitgenodigde talent komt ons land niet meer in”

ken dat alle landen net zo klein zijn als Neder- land. Over het persoonlijk naar Abidjan moeten kreeg ik de vraag waarom dat nou zo moeilijk was. Ik vroeg of ze wel eens op de kaart gekeken hadden. Nee, dat hadden ze niet.” De ironie is, zegt Geschiere, dat “de uitwis- selingsprogramma’s vaak betaald worden door het ministerie van Onderwijs of Ontwik- kelingssamenwerking. En vervolgens worden ze in de wielen gereden door een andere arm van de Nederlandse overheid.”

Onbeschoft_Pauline Burmann, bestuurs- lid van de Thami Mnyele Stichting, ook in Amsterdam, wijdt bijkans al haar vrije tijd aan het organiseren van internationale uitwisselingen en tentoonstellingen van beeldende kunstenaars. De Thami Mnyele Stichting, genoemd naar de tijdens de apart- heid vermoorde kunstenaar, stelt al sinds 1993 Zuid-Afrikaanse kunstenaars in de gele- genheid een tijdje te komen werken, wonen en tentoonstellen in Nederland. “We hebben er sinds die tijd meer dan dertig gehad. Ze hebben allemaal succesvolle tentoonstel- lingen gehad, en zijn opgenomen in de inter- nationale pool van baanbrekende moderne kunstenaars. Maar onze uitwisselingen en tentoonstellingen gaan de laatste tijd soms gewoon niet door, want het uitgenodigde talent komt ons land niet meer in.”

14 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

Burmann geeft het voorbeeld van een Ghanese kunstenaar die door de Nederlandse ambassade in Ghana om bankafschriften werd gevraagd. De man had zelf geen bank- rekening, maar wel een oom die geld op de bank had. “In de veronderstelling dat men wilde weten of er in Ghana wel goed voor hem gezorgd werd, zodat hij na zijn stage in Nederland braaf weer terug zou gaan, liet die man het bankafschrift van zijn oom zien. PAF. Dat was FRAUDE. Zwart stempel. Nu komt hij helemaal nooit Nederland meer in.” En dan was er de schilder uit Malawi, die na een succesvolle stage in Nederland met een tentoonstelling in de fameuze De Pavil- joens in Almere, afreisde naar Londen. Daar kreeg hij te horen dat er wegens groot succes in Nederland een nieuwe tentoonstelling van hem werd georganiseerd. Maar hij mocht niet vanuit Londen terug naar Amsterdam. “Die moest eerst weer naar Malawi, daar een visum aanvragen en vandaar weer terug”, aldus Burmann. “En daar was geen geld voor.” Ze klaagt over de toon van de communicatie met de overheid, in haar geval het ministerie van Justitie. “Zo onbeschoft, daar lusten de honden geen brood van.”

Angst_Carolien Bakker van de Stichting Internationale Culturele Activiteiten (Sica) verwijst droef naar het motto van het Ne-

derlandse internationale cultuurbeleid, dat ‘Nederland Vrijhaven’ luidt.“Nederland moet zich qua kunst internationaal met de top kun- nen meten. Maar dat wordt op twee fronten tegengewerkt. In de eerste plaats door het ministerie van Justitie, dat voor iedereen die langer dan vier weken blijft een werkvergun- ning wil zien. In de tweede plaats zijn het de ambassades, die zelf beslissen over korte be- zoeken. Daar begint de narigheid meestal al.” Ze verzucht: “Je hebt een dagtaak aan al die regelingen. Om van de audities maar te zwij- gen.” Audities? “Ja, die verplichte audities voor Nederlandse en Europese kunstenaars, die Justitie van ons eist voordat we een beroemd- heid van buiten de EU mogen uitnodigen.” Bert Holvast, directeur van de Nederland- se Federatie van Kunstenaarsverenigingen (NFKV), benadrukt dat deze eis onzinnig is:

“Daar waar het gaat om een kleine pool, leidt de verplichting van sollicitatiegesprekken met Nederlandse musici of dansers tot tijdro- vende fake-procedures.” Holvast wijt de pro- blemen aan ‘een ouderwets migratiedenken’. “Het Nederlandse beleid in deze stamt uit de tijd van de immigratie van buitenlandse arbeiders, en is gebaseerd op de angst dat zulke mensen uiteindelijk in de WW of de bijstand komen. Recent komt daar de angst voor de terrorist bij. Er is geen plaats voor het idee dat er ook wel eens buitenlanders zijn

Bert Holvast:

“Er is geen plaats voor het idee dat er ook wel eens buitenlanders zijn aan wie Nederland iets hééft”

Carolien Bakker:

“Je hebt een dagtaak aan al die regelingen”

aan wie Nederland iets hééft, qua kennis- en talent, of dat nu in het bedrijfsleven is, de we- tenschap, het onderzoek of de cultuur.” Hol- vast haalt er een kop bij uit een recent num- mer van het Financieel Dagblad. ‘Nederland verliest strijd om talent’, staat er. “Duidelijker kan ik het niet zeggen.” Maar er zijn lichtpuntjes. Sinds 2002 zijn er gesprekken over de visumproblemen tus- sen kunstenaarsorganisaties en overheid in de zogeheten Projectgroep Kunstenaars en Visa. Bert Holvast: “Er is nu langzaam een besef aan het ontstaan dat we een beleid nodig hebben voor de zogeheten kennis- en innovatiemigratie.” Desondanks is het idee dat je iemand kunt beoordelen op zijn of haar inhoud, en niet op het inkomen, nog niet echt doorgedrongen tot de ministeries, conclu- deert Holvast. Evenmin, zo lijkt het, tot de Nederlandse ambassade in Pretoria. De Zuid-Afrikaanse onderzoeksjournalist Justin Arenstein, voor- zitter van het Forum for African Investigative Reporters (FAIR), ondervond dat toen hij in Amsterdam voor een conferentie werd uitge- nodigd door NiZA. “Ik moest financiële details overleggen die de gebruikelijke eis – laat zien dat je zelf voor je verblijf en terugreis kunt betalen – ver overstegen. Ze wilden mijn bankafschriften zien. Die vallen onder de privacywetgeving. Dat soort gegevens is niet

eens toegankelijk voor mijn eigen overheid. Geen haar op mijn hoofd die eraan dacht ze te verstrekken aan een buitenlandse mo- gendheid.”

Buitengewoon klantvriendelijk_Op

de vraag waarom er in zo’n geval niet even met de uitnodigende instantie in Nederland gecheckt wordt of de visumaanvrager in- derdaad kosher is, reageert het hoofd van de consulaire afdeling in Pretoria, George van der Velden, in eerste instantie wat geprik- keld. “Hoor eens, dat we een compleet dossier moeten hebben – een basispakket van een retourkaartje, voldoende geld voor verblijf, verzekering en een uitnodigingsbrief – geldt voor iedere aanvrager. Je kunt niet even wat vriendjes in Nederland bellen en dan een voorkeursbehandeling verwachten.” Wat vindt hij van de klacht van uitgeno- digde visumaanvragers dat er bovenop het basispakket ‘onmogelijke’ extra eisen worden gesteld, zoals originele verzekeringspolissen die vanuit Nederland overgevlogen moeten worden? “Nou, de aanvragers overdrijven soms ook, hoor. Laatst was er iemand die rondvertelde dat hij de ambassade uit was geschopt. Dat was helemaal niet waar. Onze mensen zijn buitengewoon klantvriendelijk. Wij accepteren ook gefaxte polissen. In Kame- roen kan ik me wel voorstellen dat er zwaar-

dere eisen worden gesteld. Dat is nu eenmaal een hoogrisicoland. Dat wil zeggen, er is daar een relatief hoog percentage visumaanvra- gers dat de boel belazert.” Van der Velden gelooft niet dat er bij de loketten van de visumdienst een angstbeeld bestaat van de Grote Gevaarlijke Zwarte die met alle geweld bij de Nederlandse grenzen vandaan gehouden moet worden. In het geval van een uitgenodigde kunstenaar, journalist of academicus, zegt Van der Velden, valt wel degelijk te praten. “Natuurlijk, als wij het idee hebben dat deze persoon gekend wordt, dan checken wij even met onze handels- of cultu- rele afdeling. Natuurlijk helpt dat.” De Projectgroep Kunstenaars en Visum- plicht heeft de Nederlandse overheid voor- gesteld om het de ambassades in dit opzicht makkelijker te maken, door een lijst ‘betrouw- bare Nederlandse uitnodigende instanties’ op te stellen. “Idealiter zou een ambassade de twijfel en de daaraan verbonden extra eisen laten vallen bij visumaanvragers die een uit- nodiging laten zien van een dergelijke instan- tie”, reageert Van der Velden. “Natuurlijk mag of moet een ambassade dan wel nagaan of die uitnodiging echt is en niet vervalst.” Een Nederlands visum is immers, zoals Pretoria’s ambassadewoordvoerder Fred de Bruin het in de voorbereiding van dit artikel beeldend samenvatte, “natuurlijk geen reep chocola.”

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

15

Afrikaanse opera zoekt eigen gezicht N og steeds zien veel Zuid-Afri- kanen opera als een

Afrikaanse opera zoekt eigen gezicht

N

og steeds zien veel Zuid-Afri- kanen opera als een eurocen-

trische, overbodige, elitaire kunstvorm. De bestaande ope- ragezelschappen kunnen maar moeizaam aan geld komen en moeten voortdurend argumenteren waarom ze een plaats ver- dienen in het huidige culturele leven. Heel anders was dat onder de apartheid. Operage- zelschappen werden in die tijd gesubsidieerd door de staat. Zuid-Afrika leverde in het verleden een handvol wereldberoemde sterren, zoals spin- tosopraan Emma Renzi, coloratuursopraan

16 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

Mimi Coertse en Wagnerzangeres Marita Napier. In recentere jaren zijn de tenoren in opkomst. Internationale lauweren oogstten Johan Botha – die wel doorgaat voor ‘de vier- de tenor’ naast het beroemde drietal Carreras, Domingo en Pavarotti – en Deon van der Walt. De laatste heeft sinds december 2005 een plaatsje in de beruchte Zuid-Afrikaanse mis- daadstatistieken; in die maand werd hij op zijn wijnbouwbedrijf doodgestoken. Het zijn vooral blanke Zuid-Afrikanen die internationale successen vieren. Wil het genre in Zuid-Afrika overleven, dan is het van levensbelang dat er zwarte operasterren

opstaan die in Zuid-Afrika werken én hun naam weten te vestigen in het internationale operacircuit. In dit verband ziet de toekomst er redelijk rooskleurig uit; er bestaat heel wat operatalent onder de Afrikanen. Bovenaan staat Sibongile Khumalo. Zij had al naam gemaakt met Afrikaanse jazz en traditionele muziek, voordat zij moeiteloos de overstap maakte naar de opera. Khumalo treedt regel- matig op met de opera van Kaapstad, heeft gezongen in Duitsland en Noorwegen, en zingt nu ook de titelrol in de opera Princess Magogo Ka Dinuzulu van Mzilikazi Khumalo, de eerste opera in het isiZulu.

Princess Magogo komt naar Nederland! Dat wil zeggen: de opera over het leven van deze

Princess Magogo komt naar Nederland! Dat wil zeggen: de opera over het leven van deze legendarische Zulu prinses. Met de beroemde zangeres Sibongile Khumalo in de titelrol. De opera in Zuid-Afrika schudt haar apartheidsveren

van zich af. Tekst: Daniel Somerville Foto’s: Ruphin Coudyzer

Sibongile Khumalo:

van jazz tot opera

Sibongile Khumalo, die de titelrol prinses Magogo zingt, is als zangeres moeilijk in een hokje te plaatsen. Weinig artiesten zijn zo ongelofelijk veelzijdig als zij. De stem

van de 48-jarige zangeres leent zich voor allerlei genres, van jazz, traditionele Afrikaanse muziek, popmuziek tot opera. Zij heeft een warme alt met voldoende bereik, kracht en beweeglijkheid om dramatische rollen aan te kunnen als Amneris in Verdi’s Aida en Ulrica in Un ballo in maschera, eveneens van Verdi. Khumalo maakte in 1996 haar debuut als operazangeres in Durban als Carmen; sindsdien zong zij in Zuid-Afrika en Europa. Ook weet zij met veel gevoel en het grootste gemak de weg

Ook weet zij met veel gevoel en het grootste gemak de weg in de vocale lijnen

in de vocale lijnen van de

Afrikaanse jazz, getuige haar

cd Sibongile Khumalo, Live

at the Market Theatre. Zij is een grote ster in Zuid-Afrika en heeft gezongen bij heel wat nationale festiviteiten, waaronder de vijfenzeventigste verjaardag van Nelson Mandela en diens aantreden als president in 1994. Ook zong zij het Zuid-Afrikaanse volkslied bij de finale van de wereldbekerwedstrijden rugby in 1995. Voor de Zuid-Afrikaanse componist Mzilikazi Khumalo was zij de logische keuze toen hij solisten zocht voor de uitvoering van zijn twee grote werken. Zij zong eerst in de wereldpremière van zijn oratorium uShaka. En toen hij een opera maakte over het leven van prinses Magogo vroeg hij de zangeres voor de hoofdrol. Overal, op de con- certpodia, in musicals en opera’s en in talloze jazzkrin- gen, wordt de lof gezongen van Khumalo’s toewijding, haar beheersing en haar soevereine muzikaliteit.

Van even groot belang voor de toekomst van de opera is dat er een nationale operastijl wordt gevonden. In alle landen waar de opera een vaste plek in het culturele leven heeft veroverd, is een nationale stijl ontstaan die het enthousiasme weet vast te houden. Wijd en zijd werd verwacht dat Princess Magogo zo’n traditie in gang zou zetten in Zuid-Afrika. Maar inmiddels denkt menigeen dat deze opera een valse start is, veroorzaakt door poli- tieke belangen en artistieke gebreken.

Een nationaliste_De echte prinses Ma- gogo, die in 1984 stierf, was de moeder van

Mangosuthu Buthelezi, de huidige leider van de Inkatha Vrijheidspartij, die vooral aanhang heeft onder Zulu’s. In KwaZulu-Natal, waar de partij nog veel macht heeft, is de prinses een legende vanwege haar rol bij het bewaren van de vertel- en muziektradities van haar Zulu-cultuur. In de opera zit veel muziek ver- werkt die zij componeerde. Het leven van de prinses leek een voor de hand liggende keuze als onderwerp voor een nationale opera: een heldin die muzikaal is én bovendien een nati- onaliste is. Geld voor deze opera kon echter alleen in KwaZulu-Natal worden gevonden, bij Opera

Africa in Durban. Aangezien deze particuliere organisatie voor operaproducties onder lei- ding staat van blanken, zal er ongetwijfeld een flinke dosis diplomatie én vleierij nodig zijn geweest om het project van de grond te krijgen. Daarbij loerde altijd het gevaar van het vervreemden van andere Afrikaanse etni- sche groepen en andere politieke richtingen; de felle botsingen in de jaren tachtig tussen het ANC en de Inkatha Vrijheidspartij zijn nog niet vergeten. Het resultaat is dat de opera weliswaar een nationaal werk is – maar een nationaal werk van KwaZulu-Natal, niet van Zuid-Afrika.

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

17

Prinses Magogo: in dienst van de muziek

De volledige naam van de prinses wier leven genoeg stof opleverde voor een opera, luidt Constance Magogo Sibilile Mantithi Ngangezinye ka Dinu- zulu. Ze werd geboren in 1900 als dochter van een Zulu koning. Typerend is een anekdote ver- teld door Mangosuthu Buthele- zi, befaamd en berucht leider van de Inkatha Vrijheidspartij, voormalig vice-president en minister van Zuid-Afrika. Prinses Magogo is zijn moeder. Als een jonge Zulu vrouw trouwt, vindt er een bijeenkomst plaats met de betrokken families. Tijdens deze Ukukhuluma Ubu- landa geeft de familie van de bruid haar officieel weg aan de familie van de bruide- gom. Daarbij verzekert haar familie dat de bruid volkomen gezond is, als dat tenminste zo is. Als ze een ziekte onder de leden heeft, dan moeten de familie dat eerlijk zeggen. Het verhaal gaat dat de familie van prinses Magogo verzekerde dat ze perfect gezond was. Maar, voegden ze eraan, vergeef haar alstublieft dat ze niet kan stoppen met zingen. Dat was opmerkelijk, want de tradi- tie schreef voor dat een pas gehuwde vrouw niet mag zingen. De aangetrouwde familie kreeg dus te horen dat de prinses zich niet aan dat voorschrift zou storen. De prinses bleef haar hele leven toegewijd aan muziek. Ze componeerde en vertolkte

hele leven toegewijd aan muziek. Ze componeerde en vertolkte zelf klassieke Zulu-muziek, en bespeelde traditionele

zelf klassieke Zulu-muziek, en bespeelde traditionele instrumenten; ze geldt als de laatste klassieke bespeelster van de ugubhu(een boog met één snaar en een kalabas als klankkast). Ze trad op in het openbaar en begeleidde jonge talentvolle zangers. Haar mu- ziek werd een symbool van de Zulu-natie, omdat ze haar melodieën en teksten dikwijls ontleende aan liederen en volksverhalen over het lief en leed van de Zulu’s. In dat leed had de koloniale overheersing van de Zulu-natie een belangrijke plek. Ze verwierf internatio- nale muzikale faam nadat haar optredens in 1937 werden opgenomen door de befaamde etno-musicoloog Hugh Tracey. In de jaren vijftig volgden nieuwe opnames. Zuid-Afri- kanen bewonderen haar vanwege haar bijdrage aan het behoud van de traditionele Zulu-muziek, én vanwege haar moed om de traditionele beperkingen voor vrouwen te doorbreken. In Nederland bestaat sinds kort een muziek- ensemble dat haar naam draagt: het Magogo Kamerorkest. Dit wil de gebaande paden in de klassieke muziek doorbreken en kruisbe- stuivingen aangaan met andere genres. In september start in Tilburg de eerste concert- reeks, dat in het teken staat van de werken van prinses Magogo. Het is de eerste keer dat haar werk in Europa wordt gespeeld. (US)

Dat de componist en de belangrijkste zangeres, de protagonist en de sponsor al- lemaal familie van elkaar zijn, is niet alleen maar toeval. Het hoeft niet direct een teken van nepotisme te zijn, maar het is wel type- rend voor de politieke omstandigheden waar- onder de opera tot stand kwam – een situatie die niet bevorderlijk is voor de schepping van een blijvende nationale operastijl. Toch kreeg de Princess Magogo een krachtig stempel van goedkeuring toen Nelson Mandela in 2003 de opvoering van de opera in het State Theatre in Pretoria bezocht. Diens verschijning ont- lokte bij het publiek een nog enthousiaster

18 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

applaus dan wie van de uitvoerenden op het podium ook.

Toeristisch_Ook muzikaal is de opera pro- blematisch. Terwijl in de orkestbak Afrikaanse instrumenten klinken en Magogo’s muziek nooit ver weg is, is de orkestratie opvallend Europees. Dramatisch volgt het werk de Afri- kaanse orale traditie; het is daarom sterker verwant met de Griekse tragedie – waar de actie buiten het toneel plaatsvindt en aan het publiek wordt verteld door de karakters op het toneel – dan met Europese opera. Dat leidt tot een vrij statisch drama op muziek.

opera. Dat leidt tot een vrij statisch drama op muziek. Wel biedt de vorm veel mogelijkheden

Wel biedt de vorm veel mogelijkheden voor visueel spektakel. De Afrikaanse ceremoniële scènes, vol trommels en dansen zoals je die aantreft in de toeristische cultural villages in heel Zuid-Afrika, zorgen voor de meest gedenkwaardige momenten. Dit betekent dat Princess Magogo helemaal niet oogt als een nationale opera, maar als de geschiedenis van Afrika door de ogen van een bezoeker. Het werk is van grote waarde, laat daar geen twijfel over bestaan. Weinig toehoor- ders bekommeren zich na afloop om de poli- tieke achtergronden en de zwakheden in het werk. Zij genieten van het bijzondere karakter

van de voorstelling en van de uitblinkende ster Sibongile Khumalo. Maar de Zuid-Afri- kaanse opera

van de voorstelling en van de uitblinkende ster Sibongile Khumalo. Maar de Zuid-Afri- kaanse opera wacht nog tot er een echt vernieuwend werk tot stand komt, dat echt het begin vormt van een nieuwe Afrikaanse operastijl.

Princess Magogo is van 13-17 mei te zien in het Muziektheater in Amsterdam. De opera wordt uitgevoerd door African Renaissance Opera Productions uit Durban. De tekst in isiZulu wordt Nederlands boventiteld. Zie de adver- tentie op pagina 44. Meer informatie: www. gastprogrammering.nl

6

Een lesje Angolese zeden

Vlieg altijd met de luchtvaartmaatschappij uit het land van bestemming. Dan ben je er al voor je bent vertrokken. De oude Boeing 747 van Linheas Areas de Angola (TAAG), die geparkeerd staat op Johannesburg International, bruist dan ook als het vaderland.

Passagiers stouwen vloekend hun tassen onder hun stoelen, in het gangpad, in de keukens, en zelfs in het toilet. De bagagerekken zijn eenvoudig te klein voor de koop- zucht van de Angolese elite, op weg naar hun naoorlogse thuisland. En te oud, zoals blijkt als de bak waarin ik mijn computertas heb gelegd met oorverdovend kabaal

afbreekt. De oude Portugees, bril en dikke buik, die net in de stoel naast me is neergeploft, vindt het om te gieren. “Welkom in Angola, vriend”, schreeuwt hij, zoals hij de hele vlucht zal blijven schreeuwen. “Zo gaat dat met ons Latino’s.” Met zijn linkerhand grijpt hij meteen maar mijn rechterdij vast, knijpt even flink en roept: “Je gaat het fantastisch

, tekenend. Wat ik volgens de oude Portugees nodig heb tijdens deze drie uur durende vlucht naar Luanda, is een college in de Angolese zeden. De Boeing zet zich in beweging en de oude Portugees begint zijn verhaal. Hij is niet alleen een oude Portugees, maar ook Angolees, en Braziliaan. In al die landen heeft hij een vrouw, kinderen en een aanzienlijke verzameling maîtresses. “Ik ben grootgrond- bezitter, dus ik kan het me veroorloven.” Het liefst doet hij meisjes van dertien, veer- tien jaar. “Bomba”, gilt de oude Portugees en schuift wild op en neer op zijn stoel. Zo doet hij dat. “Je moet het wel goed aanpakken”, waarschuwt hij. “Ten eerste, je moet ze goed betalen. Ik betaal ze ieder tweehonderd dollar per maand. Geweldig voor die meisjes, want ze willen van alles tegenwoordig. Mobiele telefoons, zonnebrillen, haar- verlenging. Er zijn er die nu medicijnen studeren, of rechten. Allemaal dankzij mij.” De tweede waarschuwing betreft condoomgebruik. “Heel simpel: gebruik ze niet. Daar betaal je tenslotte voor. Ik maak keiharde afspraken. Als ze het zonodig met een ander willen doen, moeten ze condooms gebruiken. Voor de zekerheid stuur ik ze om de paar maanden naar de dokter voor een aidstest.” Ten derde, nooit in eigen huis. “Ik heb in Luanda een tweede huis laten bouwen, niet groot, alleen een slaapkamer en een badkamer. Dan kan ik tijdens de lunch, of na het werk. Bomba!” Er zijn niettemin risico’s. Daar kwam de Portugees vorig jaar achter, toen een vriend hem belde met de merkwaardige mededeling dat hij in Rio de Janeiro een meisje had gezien dat als twee druppels water op hem leek. Ze bleek zijn dochter te zijn; hij had een schoonmaakster op zijn boerderij daar zwanger gemaakt, dertien jaar geleden. Sindsdien is er wel wat veranderd, moet hij toegeven. “Ik doe nu geen meisjes van dertien meer. Ze doen me denken aan mijn dochter. Vijftien is jong genoeg.” De piloot meldt zich over de intercom. Nog tien minuten voor landing. Angola voelt al heel dichtbij.

vinden daar. Heb je wel eens een Angolese vrouw

ongelooflijk

”,

lacht hij veelbe-

Bram Vermeulen

De terugkeer van

Allan Boesak

Interview

De wegens fraude veroordeelde dominee Allan Boesak timmert weer aan de weg. “De armoede in Zuid-Afrika is een tijdbom”, zegt de gevallen coryfee uit de strijd tegen apartheid. “De raciale en etnische scheiding is terug.” Een gesprek zonder bitterheid. Tekst: Marnix de Bruyne

H

ij kan het nog steeds. Als kopstuk in de strijd tegen de

apartheid wist Allan Boesak duizenden mensen te begees- teren – zoals in 1988, toen vijftigduizend demonstranten op het Amsterdamse Mu- seumplein stonden. Nu, tijdens een confe- rentie van de Zuid-Afrikaanse ambassade in Nederland, veren zijn toehoorders opnieuw op als hij het woord neemt. Hij goochelt met intonatie, klemtoon en korte pauzes om zijn betoog kracht bij te zetten. Maar het is vooral de inhoud van zijn speech die opvalt op deze bijeenkomst, die verder wordt beheerst door diplomatie en beleefdheid. “We hebben ernstige problemen met het gebrek aan toewijding van te veel van onze politici. Interne ruzies en strijd om posities komen veel vaker voor dan de behoefte belof- tes te vervullen om de bevolking diensten te bewijzen”, zegt hij. En: “De armoede in Zuid- Afrika is een tijdbom, we kunnen ons niet veroorloven deze te negeren.” En: “De raciale en etnische scheiding is terug.” De 60-jarige dominee en ex-ANC-politicus is een onheils- profeet geworden, die de Zuid-Afrikaanse regering niet spaart. De volgende dag neemt Boesak ontspan- nen plaats voor een gesprek. Hij heeft de tijd:

alleen de IKON wil hem verder nog intervie- wen. In de jaren tachtig was dat totaal an- ders. Toen was Boesak in Nederland een echte media-darling, als een van de leiders van het

20 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

Verenigde Democratisch Front (UDF), een koe- pel van ruim duizend burgerorganisaties, van vakbonden tot wijkcomités, die de apartheid waar mogelijk bestreden. Dat hij goed Neder- lands sprak, dankzij zijn studie aan de Theolo- gische Universiteit in Kampen, vergrootte zijn populariteit nog. Een aanklacht tegen hem wegens fraude maakte daar in 1995 een eind aan. Boesak werd uiteindelijk in 1999 veroordeeld tot zes jaar cel (wat in hoger beroep drie jaar werd) omdat bewezen werd geacht dat hij 400.000 dollar had verduisterd, afkomstig van Deense en Zweeds hulporganisaties. Uiteindelijk ging hij in mei 2000 de cel in, om een jaar later voorwaardelijk vrij te komen. Boesak heeft altijd volgehouden dat hij onschuldig was. Het zoekgeraakte geld zou, met medeweten van de Scandinaviërs – die dat overigens ontkennen – zijn gebruikt voor destijds verboden groeperingen als het ANC. De ANC-top heeft zich echter nooit achter deze lezing geschaard, tot woede van Boesak. Toch is hij nu aanwezig op een bijeenkomst die is georganiseerd door een ambassade van de ANC-regering. “Om je waarheid te zeggen: ik heb me erg verlaten gevoeld. Mensen in de leiding van het ANC wisten preciés wat er aan de hand was. Mij was te verstaan gegeven dat ze de gezamenlijke verantwoordelijkheid op zich zouden nemen; dat ze het publiek zouden uitleggen dat het geld is uitgegeven voor

het ANC en voor ANC-kandidaten. Toen dit uitbleef, toen duidelijk werd dat ze me deze last alleen lieten dragen, maakte me dat erg, erg kwaad.” “Maar ja, het is vier jaar later nu. Het was niet gemakkelijk, maar ik heb de ANC- top vergeven. Ik heb gezegd: als ik iets kan doen om het land te helpen, laat het weten. Daarom ben ik uitgenodigd voor deze con- ferentie. Niet iedereen in het ANC zal het geloven, maar er is geen spoortje bitterheid in mijn leven.”

Geen partijmannetjie meer_De toe-

nadering is beantwoord: vorig jaar verleende president Mbeki Boesak gratie (tot woede van de oppositie), waardoor zijn strafblad werd geschrapt. Het jaar ervoor keerde hij al terug in de schoot van de Verenigende Gereformeerde Kerk van Zuid-Afrika, waarin hij inmiddels hoog in het bestuur zit. Elke zondag preekt hij nu in gemeentes in het hele land en één keer per maand in zijn vaste gemeente Piketberg. Dit is een kleine, arme gemeente, op anderhalf uur rijden van zijn huis in Kaapstad. Boesak geniet ervan geen partijmannetjie meer te zijn, zegt hij. “Er gaat niets boven het gevoel dat ik heb als ik op de kansel sta. En geloof me, de men- sen houden me stevig bij de les, als het gaat om de armoede in het land.” Het is min of meer zijn stokpaardje: de kloof tussen arm en rijk in Zuid-Afrika, die

Foto: Ellen Elmendorp

“De mensen herkennen zich niet meer in het ANC”

Foto: Ellen Elmendorp “De mensen herkennen zich niet meer in het ANC” zuidelijk afrika magazine 01/2006

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

21

door de economische koers van de regering alleen maar groter wordt. “We hebben de theorie van de globalisering kritiekloos omarmd, zonder te beseffen dat de manier waarop deze wordt toegepast, de rijken enorm bevoordeelt. Dat zeggen velen. Maar pas het laatste jaar lijkt de regering hiernaar te luisteren, door nadruk te leggen op econo- mische ontwikkeling voor brede lagen van de bevolking.” Zijn kritiek wordt Boesak niet in dank afgenomen. Niet zonder trots vertelt hij dat een columnist van weekblad Mail & Guardian hem een ‘demagoog van de armen’ noemde en een vooraanstaand lid van de commu- nistische partij citeerde, die zei dat Boesak gedisciplineerd moest worden. “Ik weet dat voormalige collega’s in het ANC blij waren met die column.” De regering van president Mbeki staat erom bekend slecht tegen kritiek te kunnen, maar het blijft Boesak verbazen. Bijna veront- schuldigend zegt hij: “Mijn referentiekader is het Verenigde Democratische Front. In het UDF debatteerden we altijd in alle open- heid over meningsverschillen, over wat de gemeenschappelijke boodschap was en hoe we die moesten verwoorden.” Het ANC daar- entegen is tegenwoordig ‘erg naar binnenge- keerd’, vindt Boesak. Er is een enorm gebrek aan zelfkritiek. We zijn allemaal jaknikkers geworden, zegt een ANC’er uit de partijtop, geciteerd in William Gumede’s recente boek over Thabo Mbeki. Volgens Gumede ligt dat niet zozeer aan Thabo Mbeki, maar aan de re- geerstijl van de mensen die terugkeerden uit ballingschap. Dat kan waar zijn, maar het is niet goed voor de organisatie. De ANC-leiding kan vervreemd raken van haar achterban. Je ziet nu al dat de mensen zich niet meer kun- nen identificeren met het ANC.”

22 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

“Er is een enorm gebrek aan zelfkritiek. We zijn allemaal jaknikkers geworden, zegt een ANC’er uit de partijtop”

Open zenuw bloot_Als voorbeeld noemt hij de protesten tegen de vervolging van ex-vice-president Jacob Zuma, die is aange- klaagd wegens het aannemen van steekpen- ningen. Een groot deel van de ANC-aanhang bleef achter Zuma staan en keerde zich tegen Mbeki, die Zuma vorig jaar ontsloeg. Boesak:

“Als gewone mensen het gevoel hebben dat de leiding niet luistert, dat een kleine elite zich verrijkt terwijl niemand zich bekommert om de armoede, kan Jacob Zuma bijna per ongeluk iemand worden waaromheen men zich verzamelt. Die mensen hoeven het niet per se met hem eens te zijn, noch te vinden dat hij onze volgende president moet wor- den.” De affaire-Zuma legt nog een open zenuw bloot: het gevoel dat de rechterlijke macht in het land niet neutraal is. “Als het vakverbond Cosatu zegt: we betwijfelen of Zuma wel een eerlijk proces krijgt, dan is dat een uiting van wantrouwen tegenover onze democratische instituten. Dat baart zorgen.” Ook Boesak wantrouwt de rechterlijke macht, “en dan heb ik het niet eens over mijn eigen proces.” Volgens hem zijn er nog te veel rechters ‘van de oude garde’ die er de dienst uitmaken. “Begin december zijn twee zwarte mannen veroordeeld tot celstraffen omdat ze eind jaren tachtig mensen ontvoerden in dienst van de apartheidspolitie. Intussen loopt Wouter Basson, [de blanke chirurg] die wegens zijn werk voor de apartheidsrege- ring doctor Death werd genoemd, vrij rond.

Gewone mensen zeggen dan: er is iets funda- menteel verkeerd.” “Sommige zwarte rechters hebben blanke collega’s openlijk beschuldigd van racisme, in de rechtszaal! De regering zegt nu harder te werken aan de transformatie van de rechter- lijke macht. Ze beseft dat het nodig is.” Het brengt het gesprek op Boesaks con- statering dat het denken in raciale termen is teruggekeerd. Om dit toe te lichten, grijpt hij opnieuw terug op zijn tijd in het UDF. “Niemand kan ontkennen dat we daarin een bewonderswaardige graad van non-racia- lisme hadden bereikt. We zijn over etnische vooroordelen gestapt, wat in veel gevallen de garantie was voor ons succes. Maar al na de legalisering van het ANC kwamen de raciale categorieën weer terug. Plotseling had Man- dela het over Afrikanen, kleurlingen, blanken en Indiërs. Voor ons in het UDF was dat een vreemde ervaring. Ik zei tegen Mandela dat ik de noodzaak ervan niet begreep.”

Een prachtige manier_“Kijk, er is

een gerechtvaardigde manier om in raci- ale categorieën te denken. Bijvoorbeeld de manier waarop de regering black economic empowerment (BEE) definieert. Het gaat hierbij om maatregelen, schrijft de regering, die economische gelijkwaardigheid moeten creëren voor mensen uit de voorheen bena- deelde gemeenschappen. Dat is een prach- tige manier om de zwarten, kleurlingen en Indiërs te benoemen. Als blanken na elf jaar

Foto: Ilya van Marne/Hivos

democratie het belang niet inzien van BEE, stellen ze geen belang in de groei van onze gemeenschap in zijn geheel, noch in de groei van de economie. Want hoe meer mensen deel uitmaken van de economie, hoe meer groei er komt – wie dat niet begrijpt, moet hier niet wonen.” “Maar het debat gaat de verkeerde kant op als mensen denken dat sommigen meer recht hebben op welvaart dan anderen. Dat is de culture of entitlement: omdat ik degene ben die ik ben, hoef ik niets te doen en moet jij me wat geven. Je ziet het in sommige delen van de zwarte gemeenschap. Wie die houding heeft, is de notie van non-racialisme van de beweging vergeten. Ook president Mbeki heeft herhaaldelijk tegen die cultuur gewaarschuwd . Maar sommige mensen luisteren gewoon niet.” Het uit zich ook op lokaal niveau, in de gemeentebesturen die het ANC leidt. Cor- ruptie, incompetentie en nepotisme leiden er tot ontevredenheid en protesten. Boesak: “Als bewoners van een dorpie als Hopetown in de Noordkaap – een piepkleine gemeenschap van onderdanige mensen, die nauwelijks politiek bewust zijn – de snelweg blokkeren met brandende autobanden en het stadhuis in brand dreigen te steken, zoals een paar maanden geleden gebeurde, dan moet je wakker worden.” “Elke keer als een ANC-gemeentebestuur faalt, vat ik dat als ANC-lid op als een persoon- lijke belediging. Ik ben immers degene die in de jaren tachtig rondging om de mensen ervan te overtuigen dat die organisatie voor hen zou opkomen. Ach, op papier ziet ons land er geweldig uit. Als iedereen zich maar aan de helft van de wetten en plannen zou houden, zou Zuid-Afrika een fantastisch land zijn. Maar het gebeurt niet. En de mensen die eron- der lijden, zijn de meest kwetsbaren.”

Chenjerai

Hove

Het verdriet van Zimbabwe

Column

T ien jaar terug, in een bus op weg naar mijn geboortedorp, zag ik door

T ien jaar terug, in een bus op weg naar mijn geboortedorp, zag ik door het raam hoe een verkeersagent aan de chauffeur

uitlegde dat zijn banden versleten en dus onveilig waren. De

chauffeur kocht de agent om, recht in ons gezicht, en mocht door. Ik riep dat ik mijn leven niet op het spel ging zetten voor steekpen- ningen. De chauffeur stopte en viste bij mijn medereizigers naar steun. Dat werkte. Waar bemoei je je mee, schreeuwden ze me toe? We reden door en tien minuten later kwamen we als gevolg van een klapband in een graan- veld van Kintye Estate terecht. Een natie door één man gegijzeld - de machtige chauffeur. Apathie, zelfs als je eigen leven op het spel staat; een totale overgave aan het lot, in andermans handen. Wij Zimbabwanen staan ons erop voor de ‘vreedzaamste mensen’ van Afrika te zijn, maar het is beledigend als vreedzaamheid degenereert tot massale apathie. Ik herinner me hoe ooit een vice-president uitriep, dat de mensen op een baviaan zouden stemmen als hun partij zo’n beest kandidaat zou stellen. De toehoorders juichten alsof er net een nieuw economisch reddingsplan was gepresenteerd. Ze maakten zich vrolijk over een belediging aan hun eigen adres, in plaats van deze politicus met eieren te bekogelen. Vandaag wor- den de straatverkopers gedumpt in Belvedere. Je zou verwachten dat ze in opstand komen. Maar nee, de mensen zijn ‘vreedzaam’, zelfs als hen groot onrecht wordt aangedaan. Het verdriet van Zimbabwe is niet alleen zijn regering. Het is ook het volk. Hoe bestaat het dat mensen hun eigen huis vernietigen als hen dat gevraagd wordt? Elders in de wereld zou men de straat opgaan en vechten. Maar niet in mijn land. Ze breken het huis af, gaan op de rotzooi zitten en rouwen. Wij hebben zelf toegestaan dat er een dictatuur in onze tuin groeide. Het is onzin om van de wereld te verwachten dat ze ons helpt. Zolang de mensen hun vernederingen aanvaarden, zijn ze de grootste vijanden van zichzelf. Natuurlijk moeten de sancties van de Europese Unie worden aangescherpt, maar als een aanvulling op de offers die we zélf brengen. Ik denk dat de Zuid-Afrikaanse president Mbeki geen moment aarzelt om onze machthebbers de toegang tot zijn land te weigeren als wíj in opstand komen. Als Zuid-Afrika ons land een week geen elektriciteit levert, zal pre- sident Mugabe verdwijnen, of gedwongen zijn te praten. Simpel. Zoveel gebroken families, zoveel doden, zoveel miljoenen uit hun land verjaagd: we moesten ons schamen. We moeten het machtsmisbruik niet langer toestaan, in plaats van doelloos te mompelen in de beslotenheid van onze huizen.

Chenjerai Hove is schrijver uit Zimbabwe.

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

23

Weg uit de Lekstraat

Conny Braam was eind jaren tachtig de spil van Operatie Vula, een ondergronds netwerk om ANC-leiders Zuid-Afrika binnen te smokkelen. Als ze jaren later verhuist en de geheime Vula-documenten opruimt, doet ze een aangrijpende ontdekking.

T

weeëntwintig jaar lang is de tweede verdieping van num- mer 4 in de Lekstraat mijn thuis geweest. (…) Mijn verdie-

ping [werd] tot hoofdkwartier van het Vula- netwerk. Ik ontving er Zuid-Afrikanen die van een nieuw uiterlijk moesten worden voorzien en rekruteerde er Nederlanders voor onder- duikadressen of koeriersdiensten. Al snel groeide de hoeveelheid paperas- sen, aantekeningen, valse snorren, baarden en pruiken, pasfoto’s, negatieven, reissche- ma’s, berichten in onzichtbaar schrift en plattegronden van Zuid-Afrikaanse steden gemerkt met ontmoetingsplekken voor koeriers. Ik durfde nooit iets weg te gooien, uit angst voor gerommel in mijn vuilniszak- ken op straat. Het werd een probleem alles onzichtbaar te maken voor toevallige be- zoekers of nog erger: inbrekers. Het lastigste obstakel vormde een enorme laptop, waarop ik gecodeerde berichten uit Zuid-Afrika bin- nenhaalde en via Londen doorstuurde naar het hoofdkwartier van het anc. In die dagen was het nog niet gewoon een laptop in huis te hebben, vrienden zouden ervan opkijken en een dief zou zielsgelukkig op de loop gaan met de harde schijf vol belangrijke informa- tie. Verstoppen achter boeken of tussen mijn kleren voldeed niet langer. Bovendien puilden

mijn kasten uit. Vlak voor zijn vertrek naar het Zuid-Afri- kaanse grensgebied zocht ik met André, een timmerman, in het huis naar geschikte plek- ken voor een geheime berging. Die moesten makkelijk toegankelijk zijn omdat ik veelvul- dig en meestal gehaast mijn spullen nodig had. De mogelijkheden waren beperkt, maar toch wist hij in de overvolle kasten vernuftige dubbele bodems te bouwen, die zelfs voor een geoefend oog nauwelijks waren te ontdek- ken. Ook onder de vloeren in de huiskamer en keuken legden we bergruimtes aan. Het gaf me een safe gevoel mijn geheimen onder mijn voeten te weten. Niemand kon erbij, zeker een gelegenheidsdief niet. (…)

Vlak voor de jaarwisseling zou ik verhui- zen. Weg uit de Lekstraat. Een nieuw huis, een unieke gelegenheid me te ontdoen van over- bodig meubilair en prullaria. Ballast genoeg, de grootste verhuisdoos zat toch in mijn hoofd. Ik zette me aan een meedogenloze se- lectie. Wat gemist kon worden moest de gang op. Souvenirs van mijn reizen door Afrika, de geërfde spulletjes van mijn ouders en oud- ste broer, het zelfgemaakte speelgoed voor Tessel, alles liet ik door mijn handen glijden. Nee, dat ging te ver, dat zette je niet bij het oud vuil. De tientallen archiefdozen moesten

Stil zaten we een paar minuten naast het gapende gat. We konden niet weg zonder erin te kijken

natuurlijk allemaal mee. Kleding dan, geen denken aan, iedere broek en jasje herinnerde aan prettige en onprettige tijden. De zwarte leren stoel kon zeker niet weg, de doorgezakte zitting mocht historisch worden genoemd, daarin hadden Tambo, Slovo, Maharaj, Jenkins, Kasrils, de Vula-vrienden en talloze ande- ren gezeten. Ook de blauwe slaapbank niet, hoewel de veren eruit puilden: er waren te veel dierbaren voor een nachtje uitgeput op gestrand. Ik haalde de geheime bergplaatsen leeg, de meeste documenten waren al over- gebracht naar het verzetsmuseum in Zuid- Afrika, toch bleef er nog een torenhoge stapel over. Ik gaf het op, er kon niets weg. Na de verhuizing begon de laatste schoonmaak. Het woningbedrijf eiste dat het huis werd opgeleverd zoals ik het had aan- getroffen. Even leek dat een aantrekkelijke gedachte: de wanden weer zwart verven, alle kamers vol rotzooi stouwen, precies zoals de junkies voor me het hadden achtergela- ten. Uiteindelijk kozen Tessel en ik voor een algehele onttakeling, niets zou nog aan ons herinneren. Samen sloopten we de zelfge- bouwde keuken eruit en alles, maar dan ook alles waarmee het huis in de loop der jaren was opgeknapt. Het fanatieke beuken en breken werd ons afscheidsritueel. Omdat ik naar een totale kaalslag verlangde, trokken we op de laatste ochtend in kamers, keuken en kasten de vloerbedekking weg. Onder mijn kurklinoleum kwamen verschillende lagen oud zeil tevoorschijn, de dessins vertelden

ons hoe diep we in het verleden keken. Maar ook de geschiedenis van het huis

ons hoe diep we in het verleden keken. Maar ook de geschiedenis van het huis moest eraan geloven. Uiteindelijk bleef er niets dan kale vloer- delen in een akelig holklinkend huis. Ik liep nog eenmaal door de kamers en gang, speu- rend naar laatste Legoblokjes en haarspelden. Mijn blik bleef hangen in de open kast die we altijd als garderobe gebruikten. Het viel me op dat vier van de zes vloerplankjes erg dicht tegen elkaar lagen, alsof ze één geheel vormden. Vrijwel onzichtbaar tegen de plint zat een kleine opening. Die was er niet door muizen in gevreten. Ik stak mijn vinger in het gat en trok een luik omhoog. Ik durfde niet in het donkere hol te kij- ken. Tessel, die net de laatste zakken oud zeil naar beneden had gedragen, kwam naast me staan. Ook zij wist direct wat ik had ontdekt. Stil zaten we een paar minuten naast het gapende gat. We konden niet weg zonder erin te kijken. Met een zaklantaarn strekte ik me op de vloer, stak mijn hoofd in de opening

en liet het licht dwalen door de ruimte die tot het eind van de aangrenzende kasten liep. Ik schatte deze schuilplaats op zeker vier bij anderhalve meter. Tessel liet zich erin zakken. Tussen de steunbalken boven haar hoofd en het vloertje was bijna een meter. Door de gehorigheid en een lekkage wist ik dat de ruimte tus- sen de twee verdiepingen niet groot kon zijn, zeker geen meter, dat zou beteke- nen dat de plafonds in de kasten van de benedenver- dieping waren verlaagd. Niet lang nadat ik er kwam wonen had een hoogbejaarde buurvrouw me tijdens een 4-meiherdenking verteld dat er joodse gezinnen op nummer 4 hadden gewoond. Sindsdien was er steeds een vaag plan dat uit te zoeken, maar het kwam er nooit van. Ver- baasd zat ik naast het open gat. Ik had zoveel bergplekken aangelegd, zonder te ontdekken dat er zich al een enorme geheime ruimte onder de vloer bevond. Wie had dit gebouwd? Wie waren tijdens de oorlog de bewoners van deze verdieping geweest en wat was er van hen geworden? Ik keek naar het eind van de gang. Mijn beveiligde deur leek plotseling vijandiger dan ooit. Was daar misschien zacht op geklopt om te waarschuwen voor een raz- zia? Of was de deur door een laars ingetrapt en de onderduikplaats ontdekt? (…)

De gedachte aan de onderduikplek liet me niet met rust. Ik moest weten wie het had aangelegd. Vrienden maakten me attent op een website waar je kon achterhalen of een

woning tijdens de oorlog joodse bewoners had. Het duurde een paar dagen voor ik de moed vond het internetadres in te typen. Op mijn scherm verscheen al snel het zoekresul- taat: Lekstraat in Amsterdam, eronder een lange lijst huisnummers, waarachter de na- men van de bewoners in 1941. De nummering was willekeurig. Helemaal onder aan pagina een bleef mijn cursor hangen op mijn oude adres. In de Lekstraat 4 tweehoog hadden Louis en Bloeme van Kollem gewoond met hun zoontjes Jacob, dertien jaar, en Sal, tien jaar oud. Louis was op 26 januari 1943 overleden in Neukirch. Bloeme, Jacob en Sal waren op 9 juli 1943 in het vernietigingskamp Sobibor omgekomen. Alle drie op dezelfde dag. Dat kon maar één ding betekenen. Ik wilde ze niet zien lopen, maar ik zag ze lopen: de jongetjes houden, ieder aan één kant, de hand van hun moeder vast. (…) Mijn oude straat, mijn adres, mijn eigen ervaringen in het huis zullen nooit meer dezelfde zijn in mijn herinnering. Maar had ik dit alles eerder geweten, dan was ik mis- schien op moeilijke momenten overvallen door een intense triestheid en had deze gruwelijke geschiedenis me achtervolgd en mogelijk verlamd. Ik geef er dan ook de voor- keur aan te geloven dat de goede geesten van Louis, Bloeme, Jacob en Sal me onbewust hebben geïnspireerd en veel energie hebben losgemaakt om de helpende hand te bieden aan mensen die meer dan veertig jaar later nog steeds aan racisme en achtervolging blootstonden.

Deze tekst is afkomstig uit het nieuwste boek van schrijfster Conny Braam, Mandela op de koelkast. Zie aanbieding blz 51.

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

25

Aidsbestrijding volgens Bush

Totale onthouding

Gebruik van condooms helpt aids te voorkomen. Niet aan seks doen ook, en dat is wat de Amerikaanse president Bush en sommige christelijke groeperingen vooral propageren. Het gevolg: in Uganda belanden condooms

in het verdomhoekje. Tekst: Femke van Zeijl

H

et grootste internationale hulpfonds voor de bestrijding

van één enkele ziekte dat ooit door een land op poten is ge- zet. De website van het Amerikaanse State Department vermeldt het niet zonder trots. President George W. Bush trok in 2003 vijf- tien miljard dollar uit voor aidsbestrijding in ontwikkelingslanden, verspreid over vijf jaar. Vijftien landen krijgen extra aandacht van de Amerikanen; twaalf ervan liggen in Afrika. Mozambique, Botswana, Namibië, Zambia, Tanzania en Zuid-Afrika ontvingen in 2004 en 2005 elk ruim honderd miljoen dollar. Maar in plaats van hulde, krijgt dit Presi- dentiële Noodplan voor Aidsbestrijding (Pep- far) vooral kritiek te verduren. De Amerikanen verbinden namelijk nogal wat voorwaarden aan de besteding van het geld. Steen des aanstoots is vooral de eenzijdige nadruk op abstinence, onthouding van seks, als de enige veilige manier om niet besmet te raken met het aidsvirus. Volgens critici rijdt de Verenig- de Staten zo een effectief preventiebeleid in de wielen. In dit verband komt altijd Uganda op tafel, ooit een veelgeciteerd schoolvoor- beeld van hoe je aids moet bestrijden. Seks werd er bespreekbaar gemaakt en condooms werden gemeengoed. Sinds twee jaar echter is die brede aanpak van de baan. In de discus- sie over aidsbestrijding in Uganda overheerst weer de moraal: wie niet getrouwd is, hoort niet te vrijen. De beschuldigende vinger

26 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

wijst naar Pepfar, als oorzaak van deze om- mezwaai. Maar is het Ugandese verhaal zo simpel?

Nauwelijks meer gratis_Zijn moeder

pleegde zelfmoord toen ze hoorde dat haar uitgemergelde zoon aids had. Fred Oboja, seropositief en 30 jaar oud, dacht altijd dat het wel los zou lopen. Nooit gebruikte hij con- dooms. “Ik wou dat ik dat wel had gedaan”, verzucht hij nu. Maar de laatste tijd is de Ugandees in de war. In Isakabisolo, zijn dorp niet ver van de Keniaanse grens, zijn de voor- behoedsmiddelen nauwelijks meer gratis te krijgen, zegt hij: “Blijkbaar heeft de regering besloten dat condooms geen goed idee zijn. Ze zullen wel gelijk hebben.” In Uganda is het condoom uit de gratie. Twee jaar geleden verdwenen de reclame- borden voor condooms uit het straatbeeld en maakten plaats voor reclameborden die ont- houding prediken. De voorbehoedsmiddelen die altijd in overvloed te krijgen waren in het Oost-Afrikaanse land, werden schaars. Volgens de officiële politieke lijn is er in Uganda niets veranderd. Maar wie praat met gewone Ugandezen hoort steeds hetzelfde verhaal hoe de gratis condooms verdwenen uit de ziekenhuizen, militaire kazernes en universiteiten. Zoals het verhaal van vrijgezel Joseph, die zich geregeld laat testen op aids. Tot een paar jaar geleden kreeg de 35-jarige bewaker uit Kampala altijd een doos con-

dooms mee: “Drie maanden geleden kreeg ik alleen het advies niet aan seks te doen. Als ik niet zonder kon, moest ik maar zo snel moge- lijk trouwen.” Wilber Wakabi, verpleger bij de medische staf van de politie in Bugiri in het zuidoosten, mag sinds april 2005 geen con- dooms meer uitdelen – terwijl juist de infec- tiegraad onder politieagenten zorgwekkend hoog is. De prostituees van Naluwerene, aan de stoffige doorgaande weg tussen Nairobi en Kampala, zeggen zich zorgen te maken over de hoge prijzen van de voorbehoedsmiddelen. Catherine Watson geeft de schuld niet alleen aan de Amerikanen. Zij is directeur van Straight Talk, een Ugandese organisatie die via radioprogramma’s en krantjes jongeren informeert over gezondheid en seksualiteit. Op haar bureau ligt de nieuwe Straight Talk- krant. Daarin een keurig stukje met weten- schappelijke feiten over condooms, die de geruchten tegengaan over gaatjes waar het virus doorheen kan. “Vroeger hadden we dat met humor gebracht en veel minder saai, maar tegenwoordig zijn we voorzichtiger. Dat is inderdaad zelfcensuur. Je weet nooit wan- neer je een telefoontje krijgt van het ministe- rie.” Volgens Watson is het Pepfar-geld maar een deel van het probleem. Het is vooral de manier waarop de discussie in Uganda zich ontwikkelde: “De lokale interpretatie van Pep- far gaat verder dan de Amerikanen hadden gedacht.” De VS ziet religieuze organisaties als voorkeurspartners bij de verdeling van het

Foto: Riccardo Gangale

Kampala, Uganda

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

27

Foto: V.l.n.r Riccardo Gangale, Angus Moon en Graeme Williams/South/The Bigger Picture

Gertrude Butanakya
Gertrude
Butanakya

aidsgeld en geven zo het christelijk-moralis-

tische denken een steuntje in de rug: “Het

Amerikaanse beleid heeft bepaalde groepen

mondiger gemaakt. De religieuze organisa-

ties roepen veel harder dan vroeger.”

First Lady_Gelukzalig kijkt het meisje in de

camera: ‘Zij blijft kuis tot het huwelijk, en jij?’

De levensgrote poster is getekend met Of-

fice of the First Lady. De vrouw van president

Museveni, zelf een born again-christen, strijdt

fel voor christelijke waarden en tegen het

condoom. Particuliere organisaties sidderen

voor haar en de problemen die ze hen kan

bezorgen. Ze lopen op eieren en houden zich

ver van controversiële onderwerpen zoals

homoseksualiteit en prostitutie.

In haar kielzog trekt de First Lady tal

van gelijkgezinden mee. Martin Ssempa,

zelfbenoemd pastor van de door hemzelf

opgerichte Makerere Community Church, is

de meest luidruchtige. Vrijdagavond aan het

zwembad op de campus van de hoofdstede-

lijke Makerere Universiteit, spreekt Ssempa

dik duizend studenten toe. “Jullie zijn niet

alleen!” verzekert de Ugandees hen, badend

in het voetlicht. “Jullie doen het juiste door

maagd te blijven, daar hoef je je niet voor

te schamen!” zegt hij met zijn dik aangezet

Amerikaans accent, opgedaan tijdens zijn

studie in Philadelphia.

Prime Time @ the Pool is een show met

reli-hiphop, toneelstukjes en ander ‘non-

seksueel vermaak’ voor de jeugd. De avond

moet jongeren weghouden van het uitgaans-

leven in de hoofdstad. De studenten vinden

Ssempa cool. En allemaal hebben ze zich

heilig voorgenomen niet te vrijen voordat ze

zijn getrouwd. Wel blijkt menigeen een ‘twee-

dehands maagd’: niet eens zo lang geleden

waren ze nog promiscue, maar nu niet meer.

Over condooms weten de academici in spe

28 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

de meest curieuze zaken te melden. Zoals dat

ze kanker veroorzaken en dat er poriën in het

rubber zitten die het virus doorlaten.

Sinds de religieuze organisaties het aids-

debat beheersen, doen veel halve en hele on-

waarheden over het virus de ronde. De donor-

landen, aangevoerd door de Verenigde Staten,

riepen Uganda eind vorig jaar op de discussie

over aidsbestrijding te voeren op basis van

wetenschappelijke feiten. Het lijkt erop dat

ook de Amerikanen zijn geschrokken van de

wending van de discussie. “We geloven sterk

in onthouding van seks voor jongeren tot

achttien jaar. Als je studeert, is het ook niet

onverstandig je te onthouden om je dromen

te verwerkelijken. Maar Pepfar is meer dan

alleen abstinence.” Aldus een vertegenwoor-

diger van USAid, de ontwikkelingsorganisatie

van de Amerikaanse overheid. De richtlijnen

voor ontvangers van Pepfar-geld verbieden de

aanschaf van condooms niet, benadrukt hij.

Ze zijn wel duidelijk over wie de voorbehoeds-

middelen mogen krijgen: condooms zijn niet

voor schooljeugd. “Voor hogere leeftijdsgroe-

pen is er geen bezwaar. Pepfar betaalt ook

voor zo’n twintig miljoen condooms per jaar.

Daar hoor je niemand over.”

Alleen merkmedicijnen_De Canadees

Stephen Lewis heeft zijn kritiek op Pepfar

nooit onder stoelen of banken gestoken. Hij is

speciale VN-gezant op het gebied van hiv/aids

in Afrika en meent dat de Amerikanen wel

degelijk te veel inzetten op seksuele onthou-

ding. Toch noemt hij Uganda een uitzonde-

ring: “Je kunt over het effect van Pepfar niet

generaliseren. In Uganda is de onthoudings-

boodschap overdone, omdat deze steun kreeg

van de president en vooral de First Lady.” In

de meeste andere landen houdt de overheid

vast aan een strategie die condooms omvat,

ondanks het Amerikaanse geld, zegt de VN-

Botswana
Botswana

man: “In Rwanda kondigde het hoofd van de

aidscommissie onlangs de eerste grootscha-

lige condoomcampagne aan. Terwijl daar veel

geld van Pepfar naartoe gaat.”

De voorliefde van de Amerikanen voor

faith-based organisaties geeft wel extra

kracht aan de boodschap van geen seks voor

het huwelijk, erkent hij. “Het is nou eenmaal

een door en door religieus continent.” Zo

moppert de katholieke kerk in Zambia en

Tanzania over de promotie van voorbehoeds-

middelen. “Of ze dat zonder Pepfar niet had

gedaan, is de vraag.”

De bepaling dat er alleen merkmedicij-

nen aangeschaft mogen worden van Pepfar-

geld is hem een doorn in het oog. Lewis: “De

merkmedicijnen, gemaakt door Amerikaanse

fabrikanten, zijn vele malen duurder dan

merkloze aidsmedicijnen. Je kunt van hetzelf-

de geld dus minder patiënten behandelen.”

Toch is er positiefs te melden. In Bots-

wana draagt het Amerikaanse geld bij aan de

caravans die bij wijze van testcentra het land

doorgaan. Pepfar betaalt mee aan antiretro-

virale therapie voor seropositieve Mozambi-

kanen en trainingen van vrijwilligers in Na-

mibië die mensen met hiv begeleiden. Lewis

benadrukt dan ook dat er veel goeds gebeurt

door het Amerikaanse fonds: “Dat kan haast

niet anders als je zo veel geld in die landen

pompt. Maar het effect is veel minder dan

het had kunnen zijn door alle beperkingen

die worden opgelegd.”

De Canadees staat op het punt te ver-

trekken naar Lesotho, een land dat geen

aandachtsgebied is voor de VS. In zijn ogen

verdient het land dat wel. Lesotho treft voor-

bereidingen voor een hiv-testcampagne die

zijn weerga niet kent: “Zevenduizend gezond-

heidswerkers gaan alle deuren langs om een

vrijwillige hiv-test aan te bieden. In het hele

land! Waarom zijn Lesotho, maar ook Swa-

Foto: Ellen Elmendorp

Stephen Lewis
Stephen Lewis

ziland, geen focuslanden voor Pepfar, terwijl die landen worstelen om te overleven en alle hulp kunnen gebruiken?” Bovenal hekelt de VN-gezant het unilate- ralisme dat aan het Amerikaanse aidsfonds ten grondslag ligt. Hij schrijft daarover in zijn boek Afrika – Liefdesverklaring aan een continent in doodsnood, dat in februari in het Nederlands verscheen. De VS draagt betrekke- lijk weinig bij aan het Wereldfonds ter bestrij- ding van Aids, Tbc en Malaria (GFATM). Tegelij- kertijd gaan er miljarden naar het handjevol landen dat Pepfar heeft uitverkoren: “Stel dat ze al dat geld in het Wereldfonds hadden gestoken, wat een fantastische resultaten hadden we dan kunnen boeken!”

Geen hoofdpijn_In de geelrode cabine van de munttelefoon staat een grote doos condooms, zojuist neergezet. Het is de meest bezochte attractie in Igombe, een dorp in het zuidwesten van Uganda: binnen twee uur is de doos leeg. Sinds de gezondheidscentra van de overheid zijn gestopt met gratis condooms uitdelen, is het extra druk bij de telefooncel. Menigeen komt zogenaamd een belletje plegen en steekt dan fluks een doosje in zijn zak. De dorpelingen kunnen ook aankloppen bij Gertrude Butanakya, die zich weinig aan- trekt van de anti-condoomstemming in haar land. Ze heeft via een lokale vrouwenorgani- satie altijd een voorraad in huis. De mensen komen dan zogenaamd voor pijnstillers, lacht de vijftigjarige vrouw, die seropositief is. “Als iemand mij vraagt om een panadol, heeft-ie geen hoofdpijn.” In Igombe is het condoom onverminderd populair.

Stephen Lewis, Afrika - Liefdesverklaring aan een continent in doodsnood. Lemniscaat, 2006. 200 p., e 19,95. ISBN 9056378023.

Prudence

Mbewu

Een toffe peer

Column

A ls alleenstaande hard werkende moeder droom ik natuurlijk van een man die zekerheid biedt:

A ls alleenstaande hard werkende moeder droom ik natuurlijk van een man die zekerheid biedt: een dak boven je hoofd,

een auto, een arm om je heen in moeilijke tijden. Een blanke man is natuurlijk het beste. Die heeft veel geld, het hele jaar door, en geen uitgebreide familie die mee moet eten. Toen er dus vorige week op straat een blanke in een auto vlak voor me stopte en “Hi beautiful” zei, begon mijn hartje sneller te kloppen. Dit was er niet zo een die langs je rijdt, zijn raampje openschuift en je toegromt: “Get in, how much?” Ik denk altijd dat dergelijke mannen je willen laten verkrach- ten door hun hond. Nee, deze sprak een beetje Xhosa en leek een toffe peer. De volgende dag belde hij, of ik zin had bij hem langs te komen, want hij had een cadeautje voor me. Ik vroeg maar meteen wat hij eigenlijk deed. “Fotograaf”, zei hij. Ik vroeg: “Wat voor soort?” En hij zei: “Internet.” Ik suggereerde een uitje in een restaurant. Nee, zei hij, ik moest naar zijn huis komen; hij wou me fotograferen. Hoe fotograferen? Mijn kont. “Wat”, zei ik, “mijn zwarte kont?” Hij zei kwaad dat ik niet met raciale woorden aan moest komen. Even later, toen hij weer kalm was, kwam de aap uit de mouw. “Als je Xhosa’s wilt vangen, moet je vroeg opstaan”, lachte hij. Intussen werd ik heen en weer geslingerd. Kon ik zijn model worden? Of misschien simpelweg even grof geld verdienen? Hij bood me honderd rand. Dat was natuurlijk een belediging. Duizend rand, stelde ik voor, en dan alleen mijn bovenkant. Maar dat vond hij veel te veel gevraagd. Ik realiseerde me later dat ik zo al een aantal keren bijna in de blanke seksindustrie terecht ben gekomen. Toen mijn dochter nog klein was, nam ik haar vaak mee naar audities voor kindermodelletjes voor televisie- en tijdschriftreclame. Op een dag belandden we op een kantoor waar zich ook een kamer met een bed bevond. De baas, een man in een wit pak die op Kenny Rogers leek, legde uit dat de kinderen daar ‘gemasseerd’ wer- den nadat ze op de planken hadden gestaan! En vorige week werden een vriendin en ik in de kroeg benaderd door een heel gezelschap: een zwarte buitenlander, een blanke Zuid-Afrikaan en twee blanke Zuid-Afrikaanse vrouwen. Ze riepen maar steeds dat we zo sexy waren en dat we op een afspraak moesten komen. Toen ik vroeg naar hun visitekaartjes werd de zwarte man nerveus, stond op en liep weg. Als ik er een luxe leven mee zou kunnen leiden, zou ik misschien wel een tijdje in die industrie willen werken. Ik heb zo vaak niets anders dan seks gehad om te verruilen voor geld, eten en kleren, so what’s new? Maar ik ben bang dat je in werkelijkheid afgescheept wordt met honderd rand en op de koop toe aids krijgt. Ik blijf dus mijn kleuters maar voorlezen.

Prudence Mbewu is onderwijzeres in Centurion, Zuid-Afrika.

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

29

De schrijver als liegfabriek

Etienne van Heerden

Profiel

Meedogenloos ontleedt Etienne van Heerden in zijn romans de Zuid-

Afrikaanse samenleving. Tegelijk zitten zijn boeken boordevol fantasie, waardoor de grens tussen waan en werkelijkheid vervaagt. Op het internet doorbreekt hij alle taboes. Tekst: Fenneken Veldkamp

“Z

oals je niet over Israël kunt meepraten zonder Amos Oz gelezen te hebben, of niet over India zonder Salman Rushdie,

of niet over Zuid-Amerika zonder Marquez of Llosa, zo moet je voortaan Van Heerden gele- zen hebben als je iets over Zuid-Afrika wil we- ten”, schreef Herman de Coninck elf jaar gele- den al in NRC Handelsblad. Met zijn nieuwste roman In stede van die liefde bevestigt hij die reputatie. Soms heb je meer aan een roman dan aan een geschiedenisboek als je een land wil leren begrijpen. Dat geldt zeker Zuid- Afrika, waar leugens zo lang de bouwstenen vormden voor de formele geschiedschrijving. Etienne van Heerden, geboren in 1954 in Jo- hannesburg, heeft het van jongs af aan als zijn taak gezien om in het Afrikaans, de taal van de onderdrukker, de werkelijkheid over de Zuid-Afrikaanse maatschappij bloot te leggen. Op 24-jarige leeftijd zette hij de toon met zijn jeugdnovelle Matoli over een zwarte jongen op een plaas (boerenbedrijf), die het geweer van de boerenzoon steelt en zo de ras- sen- en machtsverhoudingen op zijn kop zet. De apartheid was toen op zijn hoogtepunt en de schrijver shockeerde door in het Afrikaans over zo’n omstreden thema te schrijven. Hij doorbrak de literaire Afrikaanse traditie van de plaasroman, waarin de blanke Afrikaner altijd onaantastbaar was. Die patriarchale boerenwereld kende Van Heerden maar al te goed uit zijn jeugd.

Maar met de dood van zijn vader op zijn veertiende, verloor zijn familie de boerderij in de Karoo en verhuisde het gezin naar Stellen- bosch. Etienne was de eerste in negen ge- neraties die géén boer werd. Schrijven deed hij in het geheim: vooral gedichten. Veel van die gedichten slopen clandestien terug naar de Karoo, vertelde hij een paar jaar geleden tijdens de Albert Verwey-lezing in Leiden, en “begonnen voorzichtig met een nieuwe blik het landschap en de mensen af te tasten. Dat kwam vooral door de sfeer bij ons thuis: ge- dane zaken namen geen keer, over het verle- den werd niet gesproken.” Dat zwijgen verbreken werd een missie voor Van Heerden. Hij vond aansluiting bij de Tagtigers, een protestgroep van Afrikaans- talige auteurs als Joan Hambidge en Koos Kombuis, die tegen de apartheid schreven en geïnspireerd werden door het Amerikaanse New Journalism, dat via een mengeling van feiten en fictie de waarheid boven tafel wil krijgen. Ze zagen zich gedwongen een alter- natieve geschiedschrijving op te stellen. Het bracht Van Heerden tot het schrijven van kritische verhalenbundels als My Kubaan (1983), over de verzwegen grensoorlog in Angola, en Liegfabriek (1988), over het P.W. Botha-tijdperk.

Verglijding_Nog steeds, een omwenteling naar democratie later, volgt Van Heerden zijn land met die kritische blik. In zijn nieuwste roman In stede van die liefde legt hij het

hedendaagse Zuid-Afrika meedogenloos vast. De lezer krijgt een beeld van een maat- schappij waarin drugsgebruik en prostitutie, mensensmokkel, armoede en criminaliteit alledaags zijn geworden. Verglijding is een terugkerend woord. Doordat hij niet alleen de Zuid-Afrikaanse binnensteden, maar ook internationale metropolen als New York en Berlijn gedetailleerd beschrijft, tilt hij het boek boven de Zuid-Afrikaanse context uit. Ook waagt hij zich – met succes – aan een eigentijdse stijl: hele passages zijn in sms- vorm geschreven. Van Heerden is gezegend met een aan- stekelijk gevoel voor humor en een rijke fan- tasie. Hij heeft zelf vaak benadrukt dat een schrijver ook een liegfabriek is, die kan verzin- nen wat hij wil. “Vanaf mijn eerste pogingen tot schrijven”, zei hij destijds in Leiden, “ben ik mij bewust geweest van een gevoel dat de scheppingsdaad zich in de sfeer van de mis- daad afspeelt. Nu ik ouder ben, weet ik het zeker: misdaad vloeit als inkt door de vingers van de schrijver.” Het knappe is dat hij die paradoxale aard van zijn schrijven – enerzijds als ‘waarheidscommissie’, anderzijds als ‘lieg- fabriek’ – tot fascinerende literatuur weet te kneden. Het spelen met waan en werkelijk- heid, ook met elementen uit zijn eigen leven, is in wezen zijn belangrijkste signatuur ge- worden. Van Heerden woont met zijn vrouw Kaia, die als arts werkt en aan wie hij zijn boeken altijd opdraagt, en hun twee dochters in het

Foto: Nicole Segers

Foto: Nicole Segers “Misdaad vloeit als inkt door de vingers van de schrijver” oude huis van

“Misdaad vloeit als inkt door de vingers van de schrijver”

oude huis van zijn moeder in Stellenbosch. Aan de Zuid-Afrikaanse westkust heeft hij een huis laten bouwen waar hij zich kan terugtrekken om te schrijven. Het heen en weer pendelen tussen de ‘romanwereld’ en de ‘werkelijke wereld’, zei hij onlangs in een interview, vindt hij psychisch erg inspannend. Vooral als die werkelijke wereld, waarin hij hoogleraar Afrikaans en Neerlandistiek aan de Universiteit van Kaapstad is, in toene- mende mate bureaucratiseert. “De denkrepu- bliek wordt steeds kleiner, we moeten blijven discussiëren!” zo riep hij de academische wereld op. Na zijn studies Afrikaanse letterkunde en rechten in Stellenbosch werkte Van Heerden even als advocaat – ziedaar zijn belangstel- ling voor misdaad – en later bij een reclame- bureau. Teleurgesteld door deze commerciële wereld, die hij ook een liegfabriek noemt, verhuisde hij halverwege de jaren tachtig met vrouw en labrador naar het noorden van

KwaZulu-Natal om les te geven aan de Uni- versiteit van Zululand; later volgde de Rhodes Universiteit in de Oostkaap.

Ook schokkend_Van Heerden is geïntri- geerd door de mogelijkheden van het inter- net. In 1999 richtte hij Litnet op, een veeltalige website waarop schrijvers en lezers discussië- ren over literatuur, politiek en maatschappij. Die veeltaligheid, zo schreef hij bij de oprich- ting, is belangrijk omdat Zuid-Afrika tegen- woordig maar liefst elf officiële talen heeft. Litnet is vernieuwend – en voor oudere generaties Zuid-Afrikanen waarschijnlijk ook schokkend omdat er geen taboes zijn:

homoliteratuur, erotische (hyg) literatuur en een biechthoekje waarin je je duisterste geheimen kwijt kunt, zijn standaard onder- delen. “De dagen voor een eenzijdig literair tijdschrift zijn voorbij”, schreef Van Heerden zelf ter introductie op de site. Litnet heeft niet voor niets als slagzin die boekehuis met baie

wonings meegekregen. Met Litnet wil Van Heerden vooral het debat stimuleren over schrijverschap en taal. Hij werkt daarin nauw samen met een jonge generatie Zuid-Afrikaanse schrijvers, zoals Jaco Botha, Izak de Vries en Sonja Loots. Het moet ook nieuw schrijfwerk stimuleren: jong talent kan gedichten en verhalen naar de ‘online schrijfschool’ sturen en commentaar terugkrijgen van een gerenommeerde schrijf- ster als Marita van der Vyver. De site heeft een fascinerend kettingin- terview tussen (Zuid-)Afrikaanse schrijvers van diverse achtergronden in gang gezet, dat al ruim een jaar loopt. Internationaal doorge- broken auteurs als Damon Galgut, Zakes Mda, Ivan Vladislavic hebben daaraan meegewerkt. Litnet is zo een literair podium geworden waarop grenzen wegvallen: tussen schrijvers van verschillende rassenachtergronden die elkaar voorheen niet kenden, tussen schrijvers en lezers, zelfs tussen artistieke genres. In die zin staat het in één lijn met Van Heerden’s vroegste werk als auteur: het doorbreekt taboes, omarmt progressiviteit en rebelleert tegen de gevestigde orde. Van Heerden heeft, hoewel er soms ook kritiek klinkt, vrijwel alle belangrijke Zuid- Afrikaanse literaire prijzen gewonnen en is tot in Finland vertaald. Zijn werk is eigenlijk té indrukwekkend, schreef een Zuid-Afrikaan- se recensent laatst. Het kan je in zijn boeken wel eens duizelen van de thema’s, karakters en parallellen. Maar Van Heerden staat op eenzame hoogte als oerverteller die de vinger aan de pols van de Zuid-Afrikaanse maat- schappij blíjft houden.

In mei verschijnt In plaats van liefde, de Neder- landse vertaling van Van Heerden’s nieuwste roman.

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

31

32 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

Arme

Afrikanen

Afrikanen Foto’s: Nadine Hutton Arme blanken in Zuid-Afrika moeten alle zeilen bijzetten om te overleven. Goede

Foto’s: Nadine Hutton

Arme blanken in Zuid-Afrika moeten alle zeilen bijzetten om te overleven. Goede huisvesting en goede banen zijn schaars. Diploma’s hebben ze vaak niet. Tijdens de apartheid genoten deze arbeiders nog enige bescherming van de staat, die zorgde voor huizen, banen en uitkeringen. Die voorkeursbehandeling is nu voltooid verleden tijd, de armoede daardoor dieper. Nadine Hutton (1976), fotograaf bij het weekblad Mail & Guardian in Johannesburg, komt zelf uit een familie van ongeschoolde arbeiders in Pretoria. Ze werkte een half jaar aan een fotoserie over het leven van deze verarmde Afrikanen.

een fotoserie over het leven van deze verarmde Afrikanen. Boksbal in het thera- pielokaal voor kinde-

Boksbal in het thera- pielokaal voor kinde- ren in een opvang- centrum voor armen in Booysens, Pretoria. Afreageren op de Zuid-Afrikaanse vlag.

Frikkie Botha (29) woont sinds drie maanden met een vriend in een betonnen afvoerkanaal voor overtollig regenwater onder de snelweg in Mabopane, vlakbij Pretoria.

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

33

Mijn moeder Madeleine Bernardo met kleindochter Alisha in het houten tuinhuisje waar ze woont om

Mijn moeder Madeleine Bernardo met kleindochter Alisha in het houten tuinhuisje waar ze woont om de drukte in haar overvolle huis te ontlopen. In haar sociale huurwoning in Jan Hofmeyer, Pretoria, verblijven kinderen en kleinkinderen die geen eigen huis kunnen betalen.

en kleinkinderen die geen eigen huis kunnen betalen. Oom Hans met twee klein- kinderen. Hij begon

Oom Hans met twee klein- kinderen. Hij begon op zijn land buiten Pretoria een opvanghuis toen naaste familieleden tot armoede vervielen. Hij helpt er nu zeventig mensen en hun kinderen.

Jannie in een straat in Ber- trams. Oorspronkelijk een wijk met sociale woning- bouw voor blanken, nu een van de meest gemengde wijken in Johannesburg. Veel jonge zwarte gezinnen kopen er voor weinig geld een huis.

in Johannesburg. Veel jonge zwarte gezinnen kopen er voor weinig geld een huis. 3 4 zuidelijk
zuidelijk afrika magazine 01/2006 3 5

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

35

F0to: Geert Snoeijer

Farid Esack

Botsing der Huichelaars

F0to: Geert Snoeijer Farid Esack Botsing der Huichelaars D us Moslims worden vermoord, offeren zich op

D us Moslims worden vermoord, offeren zich op en moorden,

allemaal in de naam van Mo- hammed de Profeet - en, blijk- baar, omdat ze simpelweg niet als volwassen mensen kunnen omgaan met vrijheid van meningsuiting? Zitten we midden in de Botsing der Beschavingen? Kunnen de ge- matigde moslims alstublieft opstaan en ons geruststellen? Kalmeren is niet bepaald mijn terrein, maar toch een paar overpeinzingen. Het moorden. Zitten we met het doden op zich, of alleen met het gebrek van moslims (en derdewereldbewoners in het algemeen) om hun activiteiten in deze van deugdelijke PR te voorzien? Waarom hebben hun jongens geen kekke uniformen aan, waarom hanteren ze geen behoorlijk hi-tech precisiewapens? Dan zou het allemaal, net als ‘onze’ stijl van oorlogvoeren, zoveel meer lijken op een span- nend videospel. Vrijheid. Wordt Europa, nu God en heilige geschriften daar niet bepaald modieus zijn, gemotiveerd door strijd voor vrijheid van meningsuiting, of door weerzin tegen wat moslims inspireert? Zou het acceptabeler zijn als ook moslims wetten hadden die je tot tien jaar cel kunnen veroordelen voor een be- paalde ongewenste mening? Holocaust-ont- kenner David Irving zit in een Oostenrijkse gevangenis; Flemming Rose, de redacteur van de Deense krant die de cartoons over Mo- hammed afdrukte, op Miami Beach. Moderne normen en waarden. Ergens in hartje Europa zit een groepje mannen in jurken (met excuus aan echte travestieten) dagelijks de baas te spelen over ons seksuele gedrag, het gebruik van condooms, de beëin- diging van zwangerschap. Als het Duitsland menens zou zijn met het ‘examen moderne waarden’ betreffende vrouwenstrijd, homo- seksualiteit, seksuele en andere vrijheden,

Column

(en er waren dan ook evenveel verschillende reacties als er moslimgemeenschappen en -individuen zijn). Tegelijkertijd moeten we wel vaststellen dat, helaas, de overgrote meerderheid van moslimlanden het wezen van persvrijheid, of wat voor vrijheid dan ook, inderdaad nog steeds niet begrijpt. Maar vrijheid is wel het resultaat van vrijheidsstrijd. De westerse vrijheidsbewegingen hadden in de tijd van de seksuele revolutie alleen te maken met milde tegenwerking van de toenmalige au- toriteiten. Dat was niets vergeleken met de massieve onderdrukking waartegen verge- lijkbare bewegingen in de moslim- en derde wereld moeten opboksen. De lokale tirannen daar zijn immers altijd verbonden geweest met veel sterkere internationale belangheb- benden. Uiteindelijk zijn moslims lang niet de enigen die mensenrechten niet begrijpen. Rechten gaan alleen maar af en toe, en dan ook nog toevallig, over je eigen rechten. In essentie moet de discussie gaan over de rech- ten van de ander. En vooral over de rechten van die ander die ik akelig of bedreigend vind. Als ik vecht voor mijn eigen vrijheid, bewijst dat in het geheel niet dat ik zo’n principiële Verdediger van Mensenrechten ben. Pas als ik het recht van gekken en racisten verdedig om mij te beledigen, toon ik dat ik werkelijk in mensenrechten geloof. Vandaag eist men het hoofd van Flemming Rose, morgen het mijne. Daarom gaat het hier. Ergens in de draden van het volksgericht voor Flemming Rose en de drie jaar cel voor David Irving moet zich nog een verhaal be- vinden: het verhaal van de Botsing der Hui- chelaars.

Farid Esack (Zuid-Afrika) is moslimtheoloog en genderspecialist.

dat moslims tegenwoordig moeten afleggen, dan zouden ze hun beroemdste burger (paus en man-in-jurk) Josef Ratzinger de toegang moeten weigeren. De ideeënstrijd. Het is droevig dat de ruimte voor ideeënstrijd binnen de islam kleiner en kleiner wordt. Tegelijkertijd weet ik dat het binnenin een vacuüm niet gemak- kelijk is daarvoor te pleiten. Als je een mos- limland bezet (Irak), een ander binnenstormt (Afghanistan), kritiekloos de bezetting van Palestina steunt, aan de grenzen iedereen met een Arabisch klinkende naam als ‘extra risico’ brandmerkt, zelfs de luchtvaartmaat- schappijen vraagt extra te letten op passa- giers die geen varkensvlees eten, en dan ook nog eens publiekelijk de meest aanbeden moslimfiguur karikatureert, dan is het wel een beetje een gotspe om te zeggen: “Maar jeetje, waarom bestrijden jullie meningen dan toch niet met meningen?”

De heftige anti-cartoonreactie van mos- lims is meer dan een barbaarse oprisping van een irrationele groep mensen. Zowel de karikaturen als de reactie erop vinden plaats tegen een achtergrond van de macht van jullie lichtere huidskleur, jullie ‘ontwikkelde’ status en een oorlog waaraan jullie landen medeplichtig zijn. Dus het is eigenlijk een probleem van blanke westerlingen? Nee, ook niet. Om te beginnen is er geen Blank Westen, tenminste niet zoals bedoeld door hen wier denken bepaald wordt door het idee van de Botsing der Beschavingen. Er zijn vermen- gingen van wegen, er zijn allerlei grijstinten - uiteindelijk zijn we allemaal een beetje van gemengde afkomst. Ten tweede hebben mos- lims natuurlijk wel de verantwoordelijkheid voor hun eigen reactie op de karikaturen

36 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

energie avontuur schoonheid conflict woede verlangen diversiteit kracht traditie aids toekomst r u i m
energie avontuur schoonheid conflict woede verlangen diversiteit kracht traditie aids toekomst r u i m

energie avontuur schoonheid conflict woede verlangen diversiteit kracht traditie aids toekomst ruimte conflict

zuidelijk afrika magazine spanning

wijsheid honger sensualiteit passie

ZAM ontstijgt het cliché

Wilt u een abonnement?

Profiteer van

de voordeelaanbieding:

drie nummers voor een tientje!

Ga naar www.niza.nl/magazine

Of bel: 020 – 520 6210

De onmacht van de oppositie

6

Het ANC heeft bij de Zuid-Afrikaanse gemeenteraadsverkiezingen van 1 maart opnieuw een monsterzege behaald. Tweederde van de kiezers (66 procent) stemde op de voormalige bevrijdingsbeweging, ruim zeven pro- cent meer dan vijf jaar geleden. De partij behaalde de absolute meerder- heid van 194 in de 283 gemeenten.

Toch is het de vraag of de uitslag een uitdrukking is van grote tevredenheid onder de bevolking. De opkomst was even laag als vijf jaar geleden, opnieuw bleef meer dan de helft van de kiezers thuis. Hoe moet deze klaarblijkelijke desinteresse verstaan worden? Vertegenwoordigers van de sociale bewegingen in Zuid-Afrika beschouwen de non-vote als een uitdrukking van woede over het economische beleid van de regering-Mbeki, dat ze als ‘neoliberaal’ karakteriseren. Maar getuige de uitslag bieden de partijtjes die met deze groeperingen sympathiseren geen interessant alternatief voor het ANC. Anderen achten het opkomstper- centage in lijn met internationale trends en zien de lage opkomst als een uitdrukking van een voortgaande normalisering. Ooit was de inzet van de strijd tegen de apartheid One person, one vote, maar democratie behelst ook het recht om niet te stemmen, zo vindt men. Als dit laatste klopt, dan kan het ANC met enig recht de uitslag zien als een massale ondersteuning van het regeringsbeleid. Per slot van rekening heb- ben miljoenen zwarte Zuid-Afrikanen na de apartheid toegang tot water en elektriciteit verworven en kregen zwangere vrouwen en kinderen gratis gezondheidszorg. In tien jaar tijd zijn er twee miljoen huizen gebouwd. De verwachting is dat de economie dit jaar met zes procent groeit. Volgens cri- tici komt die groei vooral ten goede aan de blanke minderheid en de zwarte middenklasse, die inmiddels drie miljoen zielen omvat. Dat klopt zeker, al lukt het de Zuid-Afrikaanse regering steeds weer om het beleid - dankzij de sensationele stijging van de belastinginkomsten - met een sterke sociale component op te tuigen. Maar ook deze benadering van de uitslag bevredigt niet volledig. Reporta- ges in de internationale media van woedende menigtes in zwarte town- ships aan de vooravond van de verkiezingen getuigden toch van een andere werkelijkheid? Het dramatisch lage opkomstpercentage in Khutsong, niet ver van Johannesburg, geeft een aanwijzing. De spanningen liepen er in de afgelopen maanden hoog op vanwege een voorgestelde gemeentelijke her- indeling. Met de verkiezingen bleef 99 procent van de kiezers thuis, waar- schijnlijk vanwege het ontbreken van elk alternatief voor boosdoener ANC. In Zuid-Afrika houdt links, vooral verenigd in de communistische partij en de vakbeweging, vooralsnog vast aan haar verbond met het ANC. En rechts, verenigd in de Democratische Alliantie of Inkatha, blijft gevangen in een raciale cocon van blank respectievelijk Zulu. Bart Luirink

lijken.

worden beschouwd als weer- gave van het ‘echte Afrika’, en dat moet ook op je stofom- slag staan. daar moet je niet te teergevoelig over doen, want je probeert ze te helpen hulp te krijgen van het wes- ten. Het grootste taboe als je over Afrika schrijft: er dode of lijdende blanken in voor laten komen. dieren daarentegen moeten worden behandeld als afge- ronde, complexe personages. Zij spreken (of grommen terwijl zij trots hun manen schudden) en hebben namen, ambities en wensen. waag het niet ooit iets negatiefs over een olifant of een gorilla te zeggen. olifanten kunnen eigendommen aanvallen, oogsten vernielen en zelfs mensen de dood injagen. kies

lijken.

beschrijf in

detail nog:

naakte

beter

het dramatische moment. jammerklachten doen het altijd goed. Zij mag in de dia- logen nooit iets over zichzelf vertellen; het enige waar zij iets over mag zeggen is haar – onuitsprekelijk – lijden. Zorg in je verhaal ook altijd voor een warme, moederlijke vrouw met een rollende lach, die zich bekommert om jouw welzijn. je noemt haar sim- pelweg Mama. Haar kinderen zijn allemaal in de misdaad beland. deze personages moe- ten om jouw hoofdpersoon heen cirkelen, om je held in een nog beter daglicht te plaatsen. je held, dat ben jij (bij een reportage), of een knappe, tragische internatio- nale bekendheid/aristocraat die het nu voor de dieren opneemt (bij fictie).

stamt altijd uit een nobel volk (niet het soort stammen dat op je geld uit is zoals de Gikuyu, de igbo of de Shona). Hij heeft druipende ogen en staat dicht bij de Aarde. de Moderne Afrikaan is een vetzak, een dief die in het visumkantoor werkt, die het vertikt een werkvergunning te verschaffen aan westerlin- gen die daarvoor in aanmer- king komen en die het zo goed voor hebben met Afrika. Hij staat vijandig tegenover ontwikkeling en pleegt zijn overheidsbaantje te gebrui-

verwijzingen naar Afrikaanse schrijvers of intellectuelen, of spreken over schoolkinde- ren die géén last hebben van een besmettelijke huidziekte of het ebolavirus of die, in het geval van meisjes, geni- taal verminkt zijn.

Loyale Bediende Hou je hele boek sotto voce, samenzwerend met de lezer, hanteer de treurige toon van ik-had-niet-anders-verwacht. Zorg dat van meet af aan duidelijk is dat er op jouw liberale instelling niet het

Afrika? Verplicht onderdeel van je ti- tel: het woord ‘Afrika’, anders

Wie in het Westen een onver- biddelijke bestseller over Afri- ka wil schrijven, doet er goed aan rekening te houden met de heersende waanbeelden over het continent . Verkoop- succes is dan verzekerd, zegt de Keniase schrijver Binya- vanga Wainaina in zijn artikel Hoe schrijf je over Afrika? Zijn tekst vormt een felle aanklacht tegen de mislei- ding van westerse lezers door de berichtgeving over Afrika. Met de snelheid van een Scud- raket heeft het via het inter- net zijn weg naar duizenden lezers gevonden. Wij bieden het de lezers aan als een Afri- kaanse J’accuse.

wel ‘duisternis’ of ‘safari’. ook nuttig zijn woorden

Hoe schrijf je over

Binyavanga Wainaina

kijken en bekeken worden

2 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

nuttig zijn woorden Hoe schrijf je over Binyavanga Wainaina kijken en bekeken worden 2 zuidelijk afrika

met hoofdletters). je hebt ook een nachtclub nodig die Tropicana heet, met rondhangende huurlingen, duivelse nouveau riche Afrika- nen en hoeren en guerrilla’s en expats. en aan het eind van je boek komt altijd nelson

nooit te vermelden dat Afrika

jungle woont bij de inheemse

daarbij altijd de kant van de olifant. de lezer zal niet verder wil- len lezen als je geen melding maakt van het licht in Afrika. en van de zonsondergangen

Mandela die iets zegt over een regenboog of een renaissance.

Het originele artikel is ingekort en verscheen in het tijdschrift Granta, nr. 92, The view from Africa (www.granta. nl). wordt ook gepubliceerd in het tijdschrift Ode.

prima als je meldt dat Afrika

schrijft over de toestand van

volkeren (dat is iedereen die

persoon in de woestijn of de

klein van stuk is), dan is het

overbevolkt is. Als je hoofd-

hemel. Grote, lege ruimten

is altijd groot en rood. er is

de Afrikaanse zonsonder-

flora en fauna, vergeet dan

altijd sprake van een wijde

Afrika is het Land van de

ernstig ontvolkt is geraakt

– wijdse Lege ruimte. Als je

– gang moet er altijd in. die

en wild, daar gaat het om

door Aids en oorlog (mag

want jij geeft om Afrika.

Naakte borsten beschrijf in detail naakte bor- sten (jong, oud, conservatief, net verkracht, groot, klein) of verminkte genitaliën, of ver- grote genitaliën. of wat voor genitaliën dan ook. en lijken. of nog beter: naakte lijken. in het bijzonder rottende naak- te lijken. bedenk dat alles wat je schrijft waarin mensen er vies en ellendig uitzien, zal

over het algemeen werkt de grove penseelstreek het best. Zorg dat de Afrikaanse personages nooit lachen, dat zij niet krom liggen om hun kinderen goed onderwijs te bezorgen, of zich simpelweg weten te redden in doorsnee omstandigheden. Maak dat je aan hen iets kunt aflezen over europa of Amerika in Afrika. Afrikaanse personages moeten kleurrijk zijn, exo- tisch, larger than life – maar van binnen leeg, zonder dialoog, een levensverhaal zonder conflicten, zonder te weten waar zij naartoe wil- len, geen diepte of grillen die de zaak maar verwarren.

Mama onder je personages mag de Aan de Honger bezwijkende Afrikaanse niet ontbreken, die met nauwelijks een hemd aan haar lijf in een vluch- telingenkamp rondloopt, wachtend op de liefdadig- heid van het westen. bij haar kinderen lopen de vliegen over de ogen, ze hebben hongerbuikjes; haar borsten zijn plat en leeg. Zij moet er volkomen hulpeloos uitzien. een verleden mag zij niet hebben, dat leidt maar af van

ken om pragmatische en goedhartige expats dwars te zitten die een organisatie of een beschermd natuurgebied willen opzetten. of het is een intellectueel die in oxford heeft gestudeerd en zich in zijn dure kostuum ontpopt als een politicus met het no- dige bloed aan zijn handen. Het is een kannibaal die van de fijnste champagne houdt en zijn moeder is een rijke medicijnvrouw die in feite de touwtjes in het land in handen heeft.

minste is aan te merken en wacht niet te lang met vertel- len hoeveel je van Afrika houdt, hoe je verliefdheid op dat continent is begonnen en hoe je er niet meer buiten kunt. Afrika is het enige werelddeel waar je van kunt houden – maak daar gebruik van. Zorg dat de lezer ervan doordrongen raakt dat Afrika zonder jouw ingrijpen en jouw belangrijke boek ten dode opgeschreven is. onder je Afrikaanse perso- nages kunnen naakte krij- gers zijn, loyale bedienden, waarzeggers en zieners, wijze oude mannen die in schit- terende afzondering een kluizenaarsbestaan leiden. of corrupte politici, onbehol- pen polygame toeristengid- sen en prostituees met wie je geslapen hebt. de Loyale be- diende gedraagt zich steevast als een zeven jaar oud kind en behoeft een stevige lei- dende hand; hij is bang voor slangen, aardig voor kinde- ren en betrekt jou altijd in zijn ingewikkelde huiselijke drama’s. de wijze oude Man

als ‘guerrilla’, ‘oneindig’, ‘oorspronkelijk’, ‘stam’. Let op: ‘mensen’ gebruik je voor niet-zwarte Afrikanen; als je ‘het volk’ zegt, bedoel je zwarte Afrikanen. Uit den boze is een foto van een goed aangepaste Afrikaan op je omslag of in je boek, tenzij zo’n Afrikaan de nobelprijs heeft gewonnen. een Ak-47, uitstekende ribben, blote borsten: allemaal prima te ge- bruiken. Als er een Afrikaan op moet, zorg dan wel dat je er een hebt die gekleed gaat als Masai, Zulu of dogon. in je tekst moet het over Afrika gaan alsof dat één land is. Het is er heet en stoffig, met gol- vend grasland, enorme kuddes en lange, dunne, hongerende mensen. of het is er heet en vochtig, met kleine mensen die mensapen eten. blijf niet hangen in precieze beschrijvin- gen. je moet in elk geval laten zien dat de Afrikaan één brok muziek en ritme is, en dat hij dingen eet die niemand anders eet. rijst, rundvlees, graan:

niet over hebben. Apenherse- nen, dat is waar de Afrikaanse keuken dol op is, net als op geitenvlees, slangen, wormen en larven en alle mogelijke wildsoorten. Laat vooral zien dat jij zulk voedsel kunt eten zonder een spier te vertrekken, vertel hoe je het zelfs lekker gaat vinden – want jij geeft om Afrika. onderwerpen die taboe zijn:

gewone huiselijke tafere- len, liefde tussen Afrikanen (tenzij er iemand doodgaat),

gewone huiselijke tafere- len, liefde tussen Afrikanen (tenzij er iemand doodgaat), zuidelijk afrika magazine 01/2006 3

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

3

Een ouderwets drama over huizen en asfalt

De woelige onderstroom van

Het dorpje Nieu-Bethesda in de Oostkaap bezit een magische aantrekkingskracht. Toeristen raken betoverd door de kunst en de natuur. Tal van Nederlanders gingen er wonen, in het voetspoor van prinses Irene op zoek naar een harmonieus leven. Maar de idylle is verstoord: blank en zwart staan op voet van oorlog. Tekst: Peter van den Akker

N

ieu-Bethesda gorgelt van tevre- denheid. Overvloedige regenval

heeft de gootjes die de huizen in dit piepkleine dorpje omge- ven, gevuld met water uit de Sneeubergen. Het indrukwekkende irrigatiesysteem is meer dan honderdvijfenzeventig jaar oud en nog in perfecte staat. In Nieu-Bethesda, dat afgele- gen in de halfwoestijn Karoo ligt, lijkt de tijd te hebben stilgestaan. “Pas sinds twee jaar hoor je hier mobiele telefoons afgaan”, ver-

zucht Tita Stoop, een Nederlandse therapeute die zich hier vijf jaar geleden vestigde. Geen straatverlichting die het zicht op de sterren- hemel wegneemt. Geen moderne verharde wegen. Een volmaakte idylle? Tita Stoop moet daar heel erg om lachen. “Zo ziet het eruit”, zegt ze tijdens een rondgang. Dan, zuinig:

“Maar al gauw merk je dat de onderstroom nogal woelig is.” Opeens was er vorig jaar een landbezet- ting. De inwoners van Pienaarsig, een town-

ship op loopafstand van het dorp, waren moe van het wachten op de huizen die de overheid beloofd had. Ze namen het heft in eigen hand. Sindsdien kijkt Tita Stoop niet langer uit op de Sneeubergen en de Spitskop, een van de hoogste bergen van de Oostkaap, maar op een ‘informele vestiging’, zoals de zelfgebouwde hutjes op het braakliggende veld eufemistisch heten. Stoop’s gezicht spreekt boekdelen. De ogenschijnlijk vreedzame coëxistentie tussen de naar schatting zeventig blanken

Foto links: Maryann Shaw/Alamy/The Bigger Picture Foto rechts: Jack Barker/Alamy/The Bigger Picture

Picture Foto rechts: Jack Barker/Alamy/The Bigger Picture Nieu-Bethesda van Nieu-Bethesda en de meer dan duizend
Picture Foto rechts: Jack Barker/Alamy/The Bigger Picture Nieu-Bethesda van Nieu-Bethesda en de meer dan duizend

Nieu-Bethesda

van Nieu-Bethesda en de meer dan duizend zwarten en kleurlingen van Pienaarsig is danig verstoord. De blanke gemeenschap wil het onbedorven karakter van het dorpje in stand houden – geen asfalt, geen straatver- lichting. Dat hoort allemaal bij het door de nieuwkomers geformuleerde ‘omgevingsvo- cabulaire’. Maar voor de mensen uit Pienaar- sig geldt een andere woordenlijst. Die willen juist meer huizen, wel straatverlichting en fatsoenlijk verharde wegen in hun wijk. De straatverlichting is er inmiddels gekomen. Het asfalt en de huizen niet.

Oerchristelijke symboliek_Nieu-Be-

thesda is de afgelopen tien jaar totaal veran- derd. Wat eerst een zieltogend Afrikaner boe- rendorpje was met nog nauwelijks twintig

inwoners, is nu een artistieke nederzetting met honderd zielen, onder wie veel buiten- landers. Het zijn Duitsers, Zwitsers en Ameri- kanen, vertelt Tita Stoop, maar vooral Neder- landers. Ze beaamt dat de aanwezigheid van prinses Irene, die zo’n dertig kilometer buiten Nieu-Bethesda woont, zeker bijdraagt aan de populariteit van het dorp bij Nederlanders met geld en snob-appeal. De nieuwkomers worden vooral getrok- ken door de erfenis van Helen Martins, de meest eigenzinnige bewoonster die Nieu-Be- thesda ooit heeft gekend. Zij was een ‘naïeve’ kunstenaar, die zonder formele opleiding een eigen wereld schiep. Ze maakte in haar huis en haar tuin vele beelden van glas en cement, een amalgaam van oerchristelijke symboliek en fantasieën over leven en dood,

licht en duisternis. Bijna blind, als gevolg van het zonder oogbescherming vermalen van glas dat zij voor haar kunstwerken gebruikte, en lichamelijk verzwakt, dronk de 78-jarige Helen Martins op een donderdagochtend in

1976 caustic soda. Pas drie martelende dagen

later bezweek zij aan de gevolgen van haar gruwelijk gekozen dood. De wereldberoemde toneelschrijver Athol Fugard – die een huis in Nieu-Bethesda

heeft en er begraven wil worden – schreef in

1985 een toneelstuk over Martins’ leven, dat

in 1992 verfilmd werd (Road to Mecca). Dat bracht een stroom nieuwsgierige bezoekers op gang naar Martins’ huis, vanwege de tal- rijke afbeeldingen van uilen omgedoopt tot Uilhuis. Nieu-Bethesda werd een toeristische attractie van betekenis. Martins’ Uilhuis trekt

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

41

Foto: Alamy/The Bigger Picture

Foto: Alamy/The Bigger Picture meer dan duizend bezoekers per maand. Het Uilhuis is een universum van

meer dan duizend bezoekers per maand. Het Uilhuis is een universum van klungelig aandoende plastieken met een formidabele zeggingskracht. Ook het dorpskerkje blijkt Martins’ verbeelding te hebben geprikkeld. In een hoek van de tuin staan cementen kerkjes waarvan de scherpgepunte torenspitsen – zo karakteristiek voor Zuid-Afrika – streng en on- genaakbaar in de blauwe hemel priemen. Bij het grootste exemplaar heeft zij met zwarte verf de torenklok geschilderd. Aan de grootste wijzer is een lang stuk ijzerdraad bevestigd. Dat leidt naar twee mannenbeelden, die aan de draden trekken. Zij willen de tijd tot staan brengen. Zo voelde Helen Martins dat; de tijd zat haar op de hielen. Zij was bang haar werk niet af te kunnen maken.

Niks mee te maken_De constatering

dat blank en zwart in Nieu-Bethesda te- genwoordig op gespannen voet met elkaar staan, maakt de blanke inwoners ziedend. Het pottenbakkersechtpaar Charmaine en Martin Haines wil daarom niks meer met journalisten te maken hebben. Martin Haines begint mij de huid vol te schelden als ik mij aan hem voorstel. Uit zijn tirade begrijp ik dat hij en zijn vrouw uitgerekend vanuit Port Elizabeth naar Nieu-Bethesda verhuisden om een bijdrage te leveren aan de verheffing van de zwarten en kleurlingen van Pienaarsig. Terwijl hij zo tegen mij uitvaart, is hij bezig met het tellen van de maïskolven die een leverancier uit Pienaarsig voor zijn deur heeft uitgestald. “Kijk”, roept Martin, “dankzij mij heeft deze man tenminste een inkomen.”

Dat die Nederlanders ook nog projecten voor de ‘arme zwartjes’ gingen opzetten, maakte het wantrouwen compleet

42 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

Egbert Gerryts heeft sinds 1992 een kof- fieshop annex boekwinkel in Nieu-Bethesda. Hij had genoeg van Pretoria, verlangde terug naar zo’n klein dorpje als waar hij opgroeide. Hij moet eigenlijk wel lachen om het gekra- keel en de heilige verontwaardiging van zijn blanke medebewoners. Zelf wil hij er niks mee te maken hebben. “Kijk,” zegt hij, “de huidige bewoners van Nieu-Bethesda zijn allemaal nieuwkomers uit grote steden. Stuk voor stuk aardige mensen bij wie ik mij pri- ma thuis voel, Maar van gemeenschapszin is geen sprake. Dat kleurt het conflict zoals het nu speelt.” Voor Gerryts is het zo logisch als wat dat daarbij de rassentegenstelling om de hoek komt kijken. Dat is nu eenmaal de erfe- nis van Zuid-Afrika’s geschiedenis, vindt hij.

Het wantrouwen compleet_Voor Tita

Stoop is de bedorven sfeer in Nieu-Bethesda voldoende reden om het dorpje te verlaten. “Je weet hier nu niet meer wie aan welke kant staat, wie je kunt vertrouwen,” vertelt zij. De uitbarsting van anti-blanke gevoelens zorgde ook voor verdeeldheid onder de blan- ke bewoners; de stemming keerde zich tegen de zogenaamde ‘nieuwe Nederlanders’ in de omgeving. Het feit dat kapitaalkrachtige Nederlanders met gemak eigendommen kun-

Foto: Desmond Stewart/iAfrika Photos

Foto: Desmond Stewart/iAfrika Photos nen kopen, zette kwaad bloed bij de blanke Zuid-Afrikanen die in Nieu-Bethesda

nen kopen, zette kwaad bloed bij de blanke Zuid-Afrikanen die in Nieu-Bethesda neer- streken. “Dan wordt er gesproken van neoko- lonisatie en dat ze echt niet zitten te springen om nog meer Nederlanders”, klaagt Stoop. En dat die Nederlanders op de koop toe ook nog goedbedoelde projecten voor de ‘arme zwart- jes’ gingen opzetten, werd ervaren als bedil- zucht en maakte het wantrouwen compleet. Tita Stoop vindt dat zij en haar mede- bewoners ten onrechte worden opgezadeld met de onvrede en woede van de zwarten en kleurlingen van Pienaarsig over het uitblijven van huizen. Evenzeer onterecht vindt zij het verwijt dat de blanke minderheid zijn wil oplegt aan Pienaarsig door moderniseringen

tegen te houden. “Nieu-Bethesda,” zegt zij, “haalt de inkomsten voornamelijk uit toe- risme. Dus als bezoekers het leuk vinden om hier alle sterren te bekijken en over stoffige wegen te rijden, dan kan ik mij voorstellen dat je dat als dorpsbeeld wilt behouden. Ikzelf zou geen bezwaar hebben tegen het asfalte- ren van het pad. We zitten dikwijls met lekke banden en schokbrekers die veel sneller kapot gaan. Maar het gaat gelijk van de witten dit en de blanken dat en de zwarten zus. Onder- tussen vergeet men dat alle blanken die hier wonen belasting betalen. Ze hebben hard gewerkt voor hun huizen. Misschien dat blan- ken iets meer zeggenschap hebben omdat zij hier de inkomsten genereren”, aldus Stoop.

De blanke bewoners van Nieu-Bethesda doen wel een beetje denken aan de man- nenbeelden in de tuin van Helen Martins, verwikkeld in een wanhopige strijd tegen de tijd. Een ouderwets drama. Het gevolg is dat Aunty Evelyne in Pienaarsig nu volledig af- hankelijk is van de eetplek die ze is begonnen. Sinds de tumultueuze landbezetting is dat haar enig overgebleven bron van inkomsten. Ook zij had anti-blanke slogans geroepen en gezegd dat de fik in de blanke bezittingen moest. Daags erna werd ze door haar blanke werkgevers ontslagen. Evelyne wil er niet meer over praten. Zij voelt zich diep gekwetst. “Wat rest mij meer dan mijn lot te leggen in de handen van de Heer”, zegt zij.

Reisinformatie

De vroegste geschiedenis van de neder- zetting Nieu-Bethesda gaat terug tot 1770, toen Afrikaner trekboeren zich er vestigden. Boer B.J. Pienaar wordt beschouwd als de vader van het dorp, dat rondom zijn boerde- rij Uitkyk lag. De naam van Nieu-Bethesda’s township Pienaarsig verwijst nog naar de patriarch. In 1875 vroeg de boerengemeenschap toestemming voor het stichten van een

eigen kerk, omdat men het moe was om elke week zeven uur te moeten rijden om in Graaff-Reinet ter kerke te gaan. Pas in 1887 was de kogel door de kerk en werd het kerk- dorp Nieu-Bethesda gedoopt. Het Uilhuis van Helen Martins is de onbetwiste attractie, naast de imposante natuur en de authentieke sfeer. Nieuw is het Kitching Museum, gewijd aan de fossie- len waaraan de streek zeer rijk is.

Voor een stevige maaltijd Afrikaanse kost is Aunty Evelyne se eetplek in de Kloof- straat in Pienaarsig een aanrader. Tussen de vele Bed & Breakfasts is B&B Somerland de moeite van het vermelden waard. Dit is gevestigd in een van de oorspronkelijke opstallen van Pienaar’s boerderij Uitkyk. Meer informatie: www.nieubethesda. info; www.nieubethesda.co.za; www.owl- house.info.

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

43

op deze markt Boeken 46 Jan van Riebeeck is uit signalementen Muziek 47 De muziek
op deze markt
Boeken
46
Jan van Riebeeck is uit
signalementen
Muziek
47
De muziek van Denise Jannah
Congotronics
Agenda
48
Gezocht
48
Theater
49
Aus Greidanus en Zuid-Afrika
In de prijzen
Film
49
50
Tsotsi wint Oscar
Lezersaanbiedingen
51
Foto: Guy Stubbs/africanpitures.net

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

45 45

boeken

Marlene van Niekerk, Agaat, Querido, Amsterdam, 2006. 584 p., e 22,95. ISBN 90 214 7848 7. van Niekerk, Agaat, Querido, Amsterdam, 2006. 584 p., e Nederlandse vertaling van veelgepre- zen roman van Nederlandse vertaling van veelgepre- zen roman van schrijfster die eerder naam maakte met Triomf. Een ver- nieuwende plaasroman over zieke blanke boerin, die wordt verzorgd door de bruine vrouw Agaat, haar aangenomen dochter en bediende. Een krachttoer van realisme, filosofie en poëzie. Vaak liefdevol, soms weerzinwekkend over de ambivalenties van het Zuid- Afrikaanse leven.

Eutopia, Afrika Calling, Nr. 12, decem- ber 2005, e 15. Eutopia, Afrika Calling , Nr. 12, decem- ber 2005, e “Eigenlijk is het zo dat hoe “Eigenlijk is het zo dat hoe langer Afri- kanen wegblijven, des te Afrikaanser ze worden”, verzucht Garba Diallo in zijn bijdrage aan het Afrika-nummer van Eutopia, een Nederlands tijdschrift in boekvorm, dat per jaar drie keer verschijnt. Een gevarieerde reeks Afrikanen en Afrika-kenners komt aan het woord, on- der wie Mahmood Mamdani, Wole Soyinka, Ali Mazrui, Aminata Traoré. De Afrikaanse identiteit, afhankelijk- heid, migratie,‘slavernij, genocide en rancunepolitiek’ – het komt allemaal aan de orde in dit zeer leesbare ‘internationaal venster op politiek, cultuur en kunst.’ Aanbevolen! Verkrijgbaar in de betere boekhandel of via www.eutopia.nl

Gerrit Schutte, De Vrije Universiteit en Zuid-Afrika 1880-2005. Uitgeverij Meinema, Zoetermeer, 2006. 2 delen, 810 p., e 39,50. ISBN 90 211 4088 8. De Amsterdamse Vrije Universiteit heeft een bijzondere band met Zuid- Afrika. Bijna 400 Zuid-Afrikanen studeerden er sinds 1880, een negentigtal hebben er de doctorsgraad verworven. De apartheid verbrak de eensgezindheid. De complexe relatie tussen Afrikaner intellectuelen en Nederland - van stamverwantschap tot openlijke vijandigheid - komt zeer goed uit de verf. Ook boekstaaft historicus Schutte de geschiede- nis van een invloedrijk deel van de zwarte intelligent- sia die sinds de jaren 1960 door de VU werd gesteund.

sia die sinds de jaren 1960 door de VU werd gesteund. 46 zuidelijk afrika magazine 01/2006

46 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

Jan van Riebeeck is uit

J

an van Riebeeck (1619- 1677) is onlosmakelijk verbonden met de

geschiedenis van Zuid- Afrika. De dienaar van de Verenigde Oost-Indische Compagnie landde in 1652 in de Tafelbaai en bouwde er een verversingsstation. Het vormde het startpunt van de westerse kolonisatie. Benamingen als ‘stichter van Zuid- Afrika’, ‘verkenner in koopmansland’ en ‘vader van de apartheid’ maken duidelijk dat de waardering voor Van Riebeeck’s ‘heldendaad’ nogal uiteen- loopt. Genoeg aanleiding voor histo- ricus Willem-Peter van Ledden om de beeldvorming omtrent Van Riebeeck in Nederland en Zuid-Afrika te recon- strueren. Hij deed dit aan de hand van schoolboeken, (jeugd)literatuur, weten- schappelijke publicaties en kranten. Vermakelijk is zijn studie Jan van Riebeeck tussen wal en schip vooral als het gaat om de verering die de man halverwege de vorige eeuw in Neder- land genoot. In 1952 was de viering van de driehonderdste verjaardag van de landing een nationale aangelegenheid. Er verschenen jeugdboeken en strips, waaronder Kapitein Rob, waarin Van

Riebeeck werd bejubeld als ‘een van Nederlands grootste zonen’. In zijn ge- boortestad Culemborg werd de landing maar liefst drie keer nagespeeld (zie foto). De hype illustreert dat een weer- gave van het verleden soms weinig van doen heeft met feiten. Van Riebeeck’s faam taande daarna snel en inmiddels is hij vrijwel vergeten. Hij leeft slechts voort in zijn geboortestad Culemborg en in een veertigtal straten die naar hem genoemd zijn. In Zuid-Afrika is het hem niet veel beter gegaan.Na een adoratie als aartsvader van de Afrikaner staat, is hij in het democratische Zuid-Afrika verworden tot een voetnoot en is zijn dienstbode Krotoa eigenlijk beroemder dan de man zelf. Zeker, er staat nog een standbeeld van hem in Kaapstad, maar dat is vergane glorie. (Udo Sprang)

Willem-Pieter van Ledden, Jan van Riebeeck tussen wal en schip. Een on- derzoek naar de beeldvorming over Jan van Riebeeck in Nederland en Zuid- Afrika omstreeks 1900, 1950 en 2000. Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2006. 160 p., e 15. ISBN 90 6550 857 0.

en Zuid- Afrika omstreeks 1900, 1950 en 2000. Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2006. 160 p., e 15.

Foto: O. Bodeutsch

Foto: O. Bodeutsch De muziek van… Denise Jannah (49), zangeres en componist Wat klonk er thuis?_

De muziek van…

Denise Jannah (49), zangeres en componist

Wat klonk er thuis?_In ons domineesgezin klonk een breed palet aan stijlen, van Surinaamse kaseko tot klassiek, van jazz tot salsa en gospel. Mijn vader

speelde Bach op het orgel. We zongen altijd, mijn drie zusjes en ik. Meerstem- mig, vanzelf. Die liefde voor meerstemmigheid vind ik terug bij Ladysmith Black Mambazo. Ik ben dol op samenzang en koren zoals het Surinaamse koor Maranatha en de Maastrechter Staar.

Noemt u eens een herinnering aan een Afrikaans liedje

name hoorde ik The Clicksong van Miriam Makeba. Het was op de radio en ik werd er zó blij van. Ik herinner me dat iedereen haar nummers meezong. Ik ook, fonetisch. Wat volgde na uw ontdekking van Makeba?_Dolly Rathebe, de eerste Zuid- Afrikaanse jazz-zangeres. Zij was echt groots, trendsetter, hoewel ze in het buitenland nooit zo bekend was als Makeba. Zij was de eerste zwarte vrouw

die op de cover van een tijdschrift stond, vóór de verharding van de apartheid. Wat is uw ontdekking van de laatste jaren?_Sibongile Khumalo! Een won- derschone stem en een krachtige podiumpersoonlijkheid. In 2002 traden we samen met andere collega’s op voor Nelson Mandela, in Amsterdam. Ze is enorm veelzijdig. In mei komt ze weer naar Nederland, nu voor een opera nota bene. Bent u wel eens in Zuid-Afrika geweest?_Sinds 2000 vijf maal. Heel bijzonder was in 2001 het project Ons Kruispaaie in Stellenbosch met muzikanten als Stef Bos, Frank Boeijen, Laurika Rauch en Koos Kombuis. Twee weken met elkaar muziek componeren, resulterend in drie concerten. Eén grote stoofpot waar we allemaal iets in deden. Laurika bezocht ik vorige maand nog, een heerlijke zangeres. Ze zingt in het Afrikaans, wat ik een hele leuke taal vind. Haar muziek is relaxt – voor met een glas wijn op de bank. Niet als ik nog even vlug moet schoonmaken.

Want dan draait u

iets swingends van Sabaku, een Surinaamse band, of de Cubaanse Celia Cruz, of bebop dan wel hiphop. Marieke van Twillert www.denisejannah.com

Als kind in Suri-

Ik

heb muziek voor elk moment, dus dan bijvoorbeeld

muziek

Congotronics:

Luider dan de stad

E

In de Congolese muziekscene waren de laatste vijftien jaar twee grote trends te

zien. De eerste was een versimpeling van de oude rumba. Parijse studio’s draaiden overuren om de formulemuziek per strekkende kilome- ter af te leveren. De tweede trend was een hang naar nostalgie, mede gevoed door de goedgevulde beurs van de westerse liefhebbers van wereldmuziek, die zich met overgave laafde aan de oude klassiekers. Ondertussen was er in de Congolese hoofdstad Kinshasa iets heel anders gaande. Muzikanten kwamen aan uit de bossen en savannes en namen hun dorpsin- strumenten mee. Dat waren traditionele duimpiano’s (likembe), drums en andere vormen van percussie, en natuurlijk hun eigen zangstemmen. De muziek die ze maakten was volledig traditioneel, bedoeld voor de begeleiding van huwelijk, geboorte en dood. Maar Konono Nr 1 (de oudste en bekendste groep, al zeker 25 jaar actief) en vergelijkbare bands ondervonden één probleem: hun dorpsmuziek verloor het van de her- rie in de stad. Er was maar één oplossing: elektronische versterking. De likembes werden aangesloten op het lichtnet. Metalen auto-onderdelen werden ingezet als percussie en de zangstemmen kwamen voortaan door een megafoon. Het geheel werd op maximaal niveau een stel oude versterkers ingestuurd. Een rauw, grof, hard pulserend geluid werd zo geboren. Nu de vraag: wat moeten we ermee? Het rauwe percussieve geluid is beslist hypno- tiserend. De stukken duren lang, wat hun traditionele functie nog eens benadrukt. Of dat een hele cd kan boeien, lijkt twijfelachtig. Dat pleit tégen de cd Konono Nr 1 en vóór de tweede uitgave, net uit: Congotronics:

buzz ’n rumble from the urb’n jungle. Die heeft twee voordelen: er staan zeven bands op, het geluid is iets gevarieerder en er zit een dvd bij die een paar groepen in repetitie/uitvoering toont. Dat laatste is cruciaal, want Congotronics is muziek die beleefd moet worden, niet beluisterd. Bram Posthumus Meer info: www.crammed.be

beleefd moet worden, niet beluisterd. Bram Posthumus Meer info: www.crammed.be zuidelijk afrika magazine 01/2006 4 7

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

47

agenda

vanaf 26 maart _ Beeldende kunst _ Exposities in Galerie 23 _ Amsterdam Galerie 23 is in korte tijd uitgegroeid tot toonaangevende expositieruimte voor hedendaagse Afrikaanse kunst. Van 26 maart tot 30 april zijn er schilde- rijen en sculpturen van Papa Adama (Burkina Faso) te bezichtigen. Van 7 mei tot 28 mei zijn er de Bankbiljetten van Meschac Gaba (Benin) te zien, en van 4 juni tot 25 juni schilderijen van Hamed Quattara (Burkina Faso). Tussendoor een korte expositie van kunstenaar Guy Nouété (Kameroen) en de Neder- landse fotografe Rachel Corner over migratie. Adres: Nieuwe Herengracht 23, Informatie: www.de40eurogalerie.nl/galerie23.

7 april _ Symposium _ Samenwerken aan gezondheid _ Utrecht Ter gelegen-

heid van de Internationale Dag voor de Gezondheid organiseert Stichting Wemos een symposium over de oorzaken van migratie en de rol van instel- lingen en overheden van rijke landen. Inclusief film en talkshow in het Louis Hartlooper Complex, Tolsteegbrug 1, Utrecht. Informatie: www.wemos.nl.

9-18 april _ Theater _ Black Pinocchio _ Amsterdam Twintig voormalige straat- kinderen uit Nairobi in een spectaculaire theater- productie, geregisseerd door Marco Baliani. Te zien in het Rai Theater.

geregisseerd door Marco Baliani. Te zien in het Rai Theater. 11 april, 16 mei en 13

11 april, 16 mei en 13 juni _ Debat _ Shaping A New Africa _

Nijmegen/Den Haag Discussiëren over de toekomst met Afri- kaanse experts. Op 11 april staat in Lux (Nijmegen) Nepad, het economische herstelprogramma, centraal. Op 16 mei wordt in Madurodam (Den Haag) gepraat over de Afrikaanse stad als katalysator van verandering. Op 13 juni, weer in Lux:‘Negotia- ting Modernity.’ Een initiatief van NiZA, NCDO, SAHAN, Wereld- omroep en Zed Books. Informatie: www.shapinganewafrica.nl.

omroep en Zed Books. Informatie: www.shapinganewafrica.nl. 21-30 april _ Film _ Open Doek Festival _ Turnhout

21-30 april _ Film _ Open Doek Festival _ Turnhout Tien films, een speciaal boek en een colloquium over de opkomst van de Zuid-Afrikaanse cinema maken deel uit van het jaarlijkse Open Doek Festival, georganiseerd i.s.m. de Warande, Utopolis Turnhout en RTV. Meer informatie: www.opendoek.be.

Utopolis Turnhout en RTV. Meer informatie: www.opendoek.be. 22 april _ Manifestatie _ Afrikadag _ Den Haag

22 april _ Manifestatie _ Afrikadag _ Den Haag Hoe kan de gegroeide aandacht voor Afrika worden vastgehouden? Daarover discussiëren Wouter Bos, Astrid Jongerius, Agnes van Ardenne, Pieter van Geel, Patrick Cammaert en anderen op de jaarlijkse Afrikadag van de Evert Vermeer Stichting. Ook: grote informatiemarkt met tientallen organisaties, debatten, workshops, muziek, dans en toneel. Ook acti- viteiten voor de kinderen. Let op: dit jaar in de Haagse Hogeschool van 9.30 tot 16.30 uur. Meer informatie op www.afrikadag.nl.

22 en 23 april _ Muziek _ Vocale tradities uit Afrika _ Utrecht/Amsterdam Ngqoko Women’s Ensemble vertolkt de muziektraditie van de Xhosa uit Zuid- Afrika. De zangeressen produceren diepe bastonen met daarover een boven- toonmelodie. De vrouwen van het Djanet Tourareg Ensemble vertolken traditi- onele muziek uit Mali. Op 22 april in Wereldculturencentrum Rasa, Pauwstraat 13A, Utrecht.(www.rasa.nl). Op 23 april in KIT Tropentheater, Mauritskade 63, Amsterdam (www.kit.nl)

13-17 mei _ Opera _ Princess Magogo _ Amsterdam African Renaissance Opera Productions uit Durban speelt de opera Princess Magogo. Taal: isiZulu, Nederlands boventiteld. Met een hoofdrol voor Mzilikazi Khumalo. In het Muziektheater, Waterlooplein, Amsterdam. (Zie ook blz 16-19.)

17-28 juni _ Muziek _ Amsterdam Roots Festival _ Amsterdam Hét jaarlijkse wereldmuziekfestival vol crossovers tussen world, pop, dance, urban en meer! Het gratis openluchtfestival in het Oosterpark vindt dit jaar op zondag 18 juni plaats; overige concerten in onder meer De Melkweg, Paradiso, Tropentheater en Concertgebouw. Meer informatie: www.amsterdamroots.nl.

vanaf september Opleiding _ Research Master African Studies _ Leiden In september start deze tweejarige cursus, verzorgd door onderzoekers van het Afrika Studiecentrum en docenten van diverse universiteiten. Studenten leren hoe onderzoek kan worden uitgevoerd; in thematische en regionale cursussen bereiden ze eigen onderzoek voor dat kan plaatsvinden in Zuid-Afrika, Zambia, Kenia, Tanzania, Ethiopië, Ghana, Mali of Kameroen, of in archieven in Oxford, Aix-en-Provence, Londen, Tervuren of Den Haag. Meer informatie:

www.ascleiden.nl/research.

gezocht

Bijzonder papiergeld_Verzamelaar

van Afrikaans papiergeld zoekt Zimbabwe ‘Emergency Cargill Bearer Checks’, diverse uitgiftes sinds 2003. Ook zoekt hij protest- geld uitgegeven door het Zuid-Afrikaanse slegs vir blankes-dorpje Orania. Tegen rede- lijke vergoeding. Rinus van Schendelen, tel. 010-4220503, vanschendelen@fsw.eur.nl

Markante kapsels_Voor de Digitale

Kapsalon, onderdeel van de nieuwe Afrika- afdeling van het Tropeninstituut, zoeken de samenstellers frontale portretten van Afrikaanse vrouwen en mannen, meisjes en jongens, met markante kapsels/haar- versieringen. Reacties naar Paul Faber, 020- 5688449 of p.faber@kit.nl

Archieven anti-apartheid_Het Nelson

Mandela Centre for Memory in Johannes- burg stelt een digitaal databestand samen van persoonlijke en institutionele archieven wereldwijd over de solidariteitsbeweging met de strijd tegen apartheid. Beschikt u over of heeft u kennis van zo’n archief, wilt u dat dan melden aan de stichting op lucia@ nelsonmandela.org.

48 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

theater

Herkenbare klassiekers

Dit voorjaar staan Nederlandse en Zuid-Afrikaanse acteurs samen op de planken. Een initiatief van Aus Greidanus, artistiek leider van toneelgroep De Appel.

Aus Greidanus, artistiek leider van toneelgroep De Appel. O p zoek naar samenwerking reisde Greidanus samen

O p zoek naar samenwerking reisde Greidanus samen met

dramaturg Alain Pringels vorig jaar maart door het Zuid-Afri- kaanse theaterlandschap. Het tweetal raakte geïnspireerd door theatermakers die zich ontworsteld hadden aan het writers block dat ontstond na de afschaffing van apartheid. Greidanus: “De belangrijkste thema’s zijn nu het hervinden van identiteit en de afrekening met het verleden. Maar ook het verwerken van de teleurstelling dat er eigenlijk maar weinig is veranderd.” Het Market Theatre in Johannesburg houdt nog steeds een naam hoog op het gebied van interraciaal, vooraan-

staand en kritisch theater. In de townships krijgen oude tradities een nieuw, sterk geën- gageerd leven ingeblazen; hier domineert het totaaltheater, een mengvorm van oral poetry, dans en drama. Blanke theatermakers con- centreren zich rond de film- annex theaterfa- culteiten van de grote universiteiten. Tijdens de zoektocht van Pringels en Greidanus zei toneelschrijver, acteur en regis- seur John Matshikiza wel wat te zien in het aangaan van een dialoog met ex-koloniale machten. Greidanus echter: “We zijn niet naar Zuid-Afrika gegaan als vertegenwoor- digers van een ex-koloniale macht. Het VOC- verleden vonden we niet interessant. Toneel

kent een taalbarrière en dus gingen we kijken in ons eigen taalgebied. Maar het Afrikaans- talige toneel bleek veel te blank en naar bin- nen gekeerd. We wilden natuurlijk wel een zinvolle connectie maken. Hedendaags Zuid- Afrikaans engagement is van hen, daar moet je niet aankomen. Een derde mogelijkheid is historische thema’s te nemen en die boven de nationale geschiedenis te laten uitstijgen. En daar lenen de klassiekers, met hun universele thematiek, zich heel goed voor.” Het resultaat is dat De Appel, in samen- werking met Zuid-Afrikanen, in korte tijd drie toneelvoorstellingen gaat produceren op basis van klassieke stukken. Danton’s dood speelt ten tijde van de Franse revolutie en gaat over de afrekening met het oude bewind. De knecht van twee meesters, een achttiende-eeuwse Italiaanse komedie, laat de underdog zien in zijn of haar strijd voor overleving. Ze zijn te zien tijdens het 06 Festi- val. Daarnaast is er op het 06 Festival plaats voor twee Zuid-Afrikaanse gastproducties van Mike Van Graan en Maishe Maponya en, als er geld voor komt, een groot debat tussen theatermakers. Gitte Postel

Het 06 Festival is van 31 mei tot en met 11 juni 2006 in het Appeltheater in Den Haag. Meer info: www.toneelgroepdeappel.nl

In de prijzen

Kadir van Lohuizen heeft met Diamond Mat- ters, een reportage over diamantwinning en –handel, opnieuw een prijs gewonnen:

bij World Press Photo een tweede prijs in de categorie hedendaagse onderwerpen. * Fred Khumalo en Gerald Kraak zijn co-winnaars van de EU Literary Award,die in februari voor de tweede keer in Zuid-Afrika werd uitge- reikt. Kraak woonde als dienstweigeraar in

de jaren tachtig geruime tijd in Nederland * Het landgoed Soekershof in de Zuid-Afri- kaanse Westkaap heeft begin februari een Fair Trade Label ontvangen vanwege het voorbeeldige personeelsbeleid. Soekershof herbergt ‘s werelds enige botanische tuin met 2400 vetplantsoorten. Het landgoed werd in 2000 overgenomen door Herman van Bon en Yvonne de Wit. Meer info: http://

soekershof.com. * Fotograaf Sven Torfinn, werkend vanuit Kenia, won de Zilveren Camera 2005 voor de beste nieuwsfoto van Nederlandse fotografen, met een zwart-wit- foto van een opgebaard meisje in een vluch- telingenkamp in Tche, Congo. * Jan Banning won bij de Zilveren Camera voor zijn foto’s uit Dickson, Malawi, een eer- ste prijs in de categorie Portretten-series.

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

49

Foto: Ellen Elmendorp

film

Tsotsi: baby redt gangster

De townshipfilm Tsotsi won de Oscar voor de Beste Buitenlandse Film en haalde ook de Nederlandse bioscopen. Eindelijk een goede Zuid- Afrikaanse film zonder zwaar aangezette thema’s.

E

en gewelddadige, 19-jarige crimineel, levend in een town-

verhaal zonder zwaar aangezette thema’s als apartheid, verzoening, schuld, boete en de tegenstelling tussen blank en zwart. In Tsotsi is de beroofde vrouw eens iemand uit de zwarte hogere middenklasse, spreekt de blanke agent die Tsotsi moet opsporen vloei- end Zulu en belt de shebeen-eigenares zelf de politie, die niet (meer) als natuurlijke vijand

schreef Gavin wel veertig versies, verspreid over een jaar”, vertelde de Britse coproducent en scriptredacteur Henriette Fudakowsky, die bij het Rotterdamse filmfestival aanwezig was. De producers stuurden de eindversie van het script stiekem op naar de Zuid-Afrikaanse toneelschrijver Athol Fugard, op wiens gelijk- namige roman uit 1980 de film is gebaseerd. “Fugard was enthousiast: het was de beste filmbewerking van zijn verha- len tot nu toe, schreef hij.” De zogende moeder door wie Tsot- si ‘zijn’ baby laat voeden, is misschien iets te modieus gekleed voor die om- geving, maar verder is het realistische decor overtuigend; en soms, als in de schemering de rookslierten zich boven de krotten vormen, zelfs bijna sprook- jesachtig.“De bewoners werkten goed mee en problemen met criminaliteit hebben we daar nooit gehad”, vertelt Fudakowsky.“We hebben iedereen een keer een maaltijd aangeboden. Maar de ontbijttent voor de crew hebben we later toch maar verplaatst. Voor veel Kliptownbewoners is een ontbijt helemaal niet weggelegd, realiseerden we ons iets te laat. Onze medewerkers gaven in het begin al hun eten weg, terwijl zij toch ook goed moesten eten.” Tsotsi was op 8 maart de openingsfilm van het Amnesty Filmfestival in Amsterdam en draait sindsdien in zo’n veertig bioscopen. Marnix de Bruyne

shipkrot in Gauteng, rooft een auto van een welgestelde vrouw. Als hij wegscheurt, de vrouw bloedend en hysterisch huilend achterlatend, ligt haar baby nog op de achterbank. De jongen neemt hem mee naar huis, wat het begin is van een grote verandering bij hem. Dit verhaal, de kern van de Zuid-Afrikaanse film Tsotsi, maakt op dit moment een zegetocht langs internationale filmpodia. Vorig jaar won de film de publieksprijzen bij de filmfestivals in Toronto, Los Angeles en Edinburgh, dit jaar kreeg hij een Golden Globe-nominatie en als klap op de vuurpijl een Oscar voor beste buitenlandse film. Ook de bezoekers van het Internationaal Filmfestival Rotterdam 2006 omarmden Tsotsi: hij eindigde op de dertiende plaats uit een aanbod van 165 films. En dat voor een film zonder buitenlandse ster- ren en geheel gesproken in tsotsi- of boeventaal – in dit geval de straattaal van de townships van Gauteng. Maar alle eer is terecht. Tsotsi is een bui- tengewoon mooi gefotografeerde speelfilm, goed gespeeld door een grotendeels oner- varen cast. Door de Tsotsi-taal is de film erg geloofwaardig. Heerlijk is de frisheid van de film – al klinkt dat vreemd voor een film met zo veel geweld. Eindelijk een Zuid-Afrikaans

50 zuidelijkafrikamagazine 01/2006

een Zuid-Afrikaans 50 zuidelijk afrika magazine 01/2006 wordt gezien. De film is gedraaid in Kliptown, in

wordt gezien. De film is gedraaid in Kliptown, in Soweto, omdat het zo mooi op een helling ligt.

Gavin Hood, regisseur en scenarioschrij- ver, brak eerder door met het intrigerende rechtbankdrama A Reasonable Man, dat ech- ter topzwaar was door de bovengenoemde typisch Zuid-Afrikaanse thema’s. “Van Tsotsi

aanbieding

2,90 euro korting

Rik Delhaas, De president, de hyena en de kleine hagedis

Heel Oost-Congo denkt aan meneer Ginki als het ’s avonds naar bed gaat. Hij is de enige producent van schuimrubberen matrassen in een gebied zo groot als Frankrijk. Omdat de multinationals zich vanwege de risico’s uit het land hebben terug- getrokken, is Ginki sinds de oorlog in 1996 ook de grootste leverancier van benzine. Veertien tankauto’s rijden dag en nacht op en neer om benzine uit Kenia te halen. Met Congo gaat het slecht, maar meneer Ginki doet goede zaken. In De president, de hyena en de kleine hagedis tekent Rik Delhaas de vaak bizarre verhalen op van mensen wier leven diepgaand beïnvloed werden door de ontwikkelingen op het Afrikaanse continent. Platgewalst door de geschiedenis weten ze vaak een verbluffende creativiteit aan de dag te leggen. Rik Delhaas is verslaggever buitenland bij het programma De Och- tenden van de VPRO-radio en schrijft onder meer voor Trouw en De Groene Amsterdammer.

onder meer voor Trouw en De Groene Amsterdammer . 2,90 euro korting op Rik Delhaas, De
onder meer voor Trouw en De Groene Amsterdammer . 2,90 euro korting op Rik Delhaas, De

2,90 euro korting op Rik Delhaas, De president, de hyena en de kleine hagedis

Contact, ISBN 9025428266 Standaard prijs: e 24,90 Actieprijs:

e 22, 00 Actienummer: 901-09348 U krijgt de korting tegen inlevering van deze bon bij de boekhan- del. De actie loopt van 20 maart tot 20 juni 2006.

12,50 euro inclusief porto

Conny Braam, Mandela op de Koelkast

euro inclusief porto Conny Braam, Mandela op de Koelkast Met de afschaffing van de apartheid kwam

Met de afschaffing van de apartheid kwam voor Conny Braam een einde aan een leven als anti-apartheids- activiste. In Mandela op de koelkast kijkt zij terug op haar betrokkenheid en terloops naar het nieuwe Zuid- Afrika: wat kwam er terecht van de idealen? Geschreven in opdracht van NiZA en uitgebracht door uit- geverij Augustus. Met onder meer:

ontmoetingen met ‘de vijand’, de vroegere doodseskaders van Koevoet; de rol van de BVD in haar leven; de ontvangst van de koninklijke onder- scheiding die ze als vroegere ‘terro- riste’ kreeg.

scheiding die ze als vroegere ‘terro- riste’ kreeg. Steun NiZA met een gift van e 12,50

Steun NiZA met een gift van e 12,50 euro en u krijgt Mandela op de Koelkast thuisgestuurd

Maak e 12,50 over op gironummer 26555 t.n.v. NiZA Amsterdam, o.v.v. ‘Boek Conny Braam’. Indien u via girotel stort, stuur dan tevens uw adresgegevens naar:

magazine@niza.nl.

jaargang 10, nummer 1, voorjaar 2006 Zuidelijk Afrika Magazine (ZAM) wordt uitgegeven door het Nederlands instituut voor Zuidelijk Afrika (NiZA). Het magazine wordt gemaakt door een onafhankelijke redactie, die opereert op basis van een redactiestatuut. De inhoud geeft niet noodzakelijk de standpunten van NiZA weer. ZAM verschijnt vier maal per jaar.

Bezoekadres: Prins Hendrikkade 33, Amsterdam Postadres: Postbus 10707, 1001 ES Amsterdam

Telefoon: 020-5206210 Fax: 020-5206249 E-mail: magazine@niza.nl Website: www.niza.nl/magazine Uitgever: Angeli Poulssen Redactioneel team: Bart Luirink (hoofdredactie, Zuid-Afrika), Udo Sprang (eindredactie), Nicole Segers (beeldredactie) Vaste medewerkers: Peter van den Akker (Zuid-Afrika), Marnix de Bruyne, Pauline Burmann, Evelien Groenink (Zuid-Afrika), Ineke van Kessel, Madeleine Maurick, Bram Posthumus, Anne-Marieke Steeman, Marieke van Twillert

Ontwerp en opmaak: Curve bno, Haarlem Druk: Thieme MediaCenter, Nijmegen ISSN: 1386-4297

abonnementen

Abonneeprijs: e 20,65 per kalenderjaar (Europa: e 26,85; Wereld: e 30,95). Aanmelding op het redactie-adres. Betaling na ontvangst van de acceptgiro. Abonnementen worden per 1 januari automatisch verlengd, tenzij schriftelijk

is opgezegd vóór 1 december.

Adreswijzingen: uitsluitend schriftelijk.

advertenties Azim Koning, magazine@niza.nl Advertentietarieven op aanvraag.

aan dit nummer werkten verder mee:

Renate de Backere, Conny Braam, Ruphin Coudyzer, Ellen Elmendorp, Farid Esack, Ricardo Gangale, Andrew

Gill, Richard Hengeveld, Chenjerai Hove, Nadine Hutton, Ena Jansen, Prudence Mbewu, Angus Moon, Gitte Postel, Geert

Snoeijer, Daniel Somerville, Fenneken

Veldkamp, Bram Vermeulen, Binyavanga

Wainaina, Femke van Zeijl

colofon

zuidelijkafrikamagazine 01/2006

51

Johannes Phokela − Chocola

In het Amsterdamse Van Gogh Museum opende in fe- bruari de grote tentoonstelling Rembrandt-Caravaggio. De Zuid-Afrikaanse kunstenaar Johannes Phokela (1966) laat zich al jaren inspireren door deze Europese schil- dermeesters van de Gouden Eeuw. Phokela laat mensen op een andere manier naar het verleden kijken. “Toen de eerste Europeanen naar Afrika kwamen droegen zij meer kleding dan de Afrikanen, nu is het andersom. Nu zijn de Afrikanen geïrriteerd door Europeanen die half ontbloot in Afrika rondlopen.” De hoofdpersoon in het afgebeelde schilderij Chocolat heeft naast haar Rubens- figuur een zeer moderne witte afdruk van een string. Phokela weet geschiedenis met humor neer te zetten. (Pauline Burmann)