You are on page 1of 21

hangt er in de cel bedrading los en biedt de interne uitvoering van de cel voor de bewoner

mogelijkheden tot zelfverhanging.
3.4.4. Onderhoud van het cellencomplex te Barber
De commissie heeft van verschillende medewerkers begrepen dat, ondanks dat gebreken
werden geconstateerd en gemeld aan de facilitaire dienst van het KPC, of door middel van een
bestelbon werden aangekaart bij de afdeling Financien, herstel van zelfs kleine gebreken
achterwege bleef. De commissie heeft voorts zelf waargenomen dat de ruimte waar de
beveiligingsmedewerkers van Barber gedurende de dienst verblijven niet schoon en opgeruimd
is. Ook in de gang naar de cellen toe stonden ondermeer vuilniszakken. Daardoor ontbreekt
overzicht.
3.4.5. Relatie tussen de beveiligingsmedewerkers van het ceUencomplex en de
wijkteampolitie
Hoewel er al lang onduidelijkheid bestond over de sturings- en verantwoordelijkheidsrelatie,
tussen het wijkteam belast met de (basis)politiezorg enerzijds en het cellencomplex te Barber
met het bewakingspersoneel anderzijds, hebben leidinggevenden van het wijkteam Barber meer
in het verleden wei een duidelijke positie ingenomen door zich daadwerkelijk te bekommeren
om de gang van zaken binnen het cellencomplex. Om die reden is er een periode geweest dat
een teamleider van Barber door de chef wijkteam was aangewezen om de gang van zaken in en
rond het cellencomplex te coordineren. Na een besluit van het hoofd politiedienst KPC, eind
oktober 2012, om de verantwoordelijkheid voor de gang van zaken in het cellencomplex
kennelijk expliciet onder te brengen bij twee functionarissen van het bureau bijzondere
politietaken (BBP) van het KPC, heeft het wijkteam zich 'strategisch' teruggetrokken uit een
zekere mate van (lijn)verantwoordelijkheid v ~ ~   de gang van zaken in het cellencomplex. Er was
vanuit het wijkteam wei de bereidheid om in het cellencomplex in voorkomende gevallen van
urgentie, te assisteren bij de uitoefening van taken. Snel bleek dat door ziekte, opleiding of
anderszins, met enige regelmaat slechts een beveiligingsmedewerker beschikbaar was voor de
dienst in het cellencomplex van Barber.
Er werd dan een beroep gedaan op ondersteuning door het wijkteam Barber wat weer gevolgen
had voor de inzet van de politiezorg door het wijkteam. Het politiepersoneel van het wijkteam is
er uiteindelijk niet gelukkig mee dat het bewakingspersoneel regelmatig moest gaan
assisteren bij verstrekkingen in het cellencomplex. Dit is door de chef wijkteam ook kenbaar
gemaakt aan het hoofd politiedienst.
3.4.6. Extra beveiligiog (door de ME) i.v.m. de detentie van de heer Florentina in het
celleocomplex te Barber
AI eerder is aangegeven dat het cellencomplex te Barber aan de buitenzijde werd beveiligd door
de ME. Aanvankelijk waren de ME'ers opgesteld buiten het complex, maar al snel werd een
positie met beter overzicht ingenomen op een bovenliggend terras gelegen binnen het complex.
Van daaruit werden ook surveillanceronden rondom het complex gelopen en werden de
beveiligingmedewerkers voorts geassisteerd bij de zorg voor arrestanten. De ME opereerde
Voorlopig verslag commissie van onderzoek Page 23
buiten de reguliere politiedienst om en was volledig gericht op de externe beveiliging rond de
heer Florentina en zijn eel.
Een ME-sectiecommandant heeft het cellencomplex op de avond van 6 september nog bezocht.
Omdat de (enige) dienstdoende beveiligingsmedewerker hem meedeelde dat alles in orde was,
heeft hij geen poolshoogte genomen in het cellencomplex zelf. Op de terugweg naar Willemstad
werd hij ge"informeerd over het levenloos aantreffen van de heer Florentina in zijn eel.
Met betrekking tot term 'wachtcommandant' merkt de commissie het volgende op.
Er lijkt binnen het KPC een verwarring of anders een onduidelijkheid te hebben postgevat rand
de benaming 'wachtcommandant' en rond de aanduiding van de beveiligingsmedewerkers in
het cellencomplex.
Voor deze functionarissen worden zelfs verschillende aanduidingen gebezigd die niet steeds de
juiste zijn. De commissie heeft tijdens een interview met een leidinggevende op een gegeven
moment zelfs een begrippenafspraak moeten maken teneinde aan een opeenvolging van
misverstanden in het interview een einde te maken; zelfs daarna ging het nog een paar keer mis.
Het lijkt er op dat door leidinggevenden in het dagelijkse werk doorgaans niet over deze
functionarissen wordt gesproken of geschreven of dat men doorgaans nonchalant met de
benamingen omgaat. Later is aan de commissie door (een deel van) het managementteam van
de politie hierover het volgende bericht: "Wat getracht werd te bereiken (met de
gedachtewisseling over het begrip wachtcommandant) was om aan de commissie duidelijk te
maken dat sinds de reorganisatie in het jaar 2000 het korps de functie of ral van
wachtcommandant niet meer kent. Daarvoor is de teamleider voor in de plaats gekomen. Dus
daar waar wachtcommandant wordt gebruikt is de teamleider ermee bedoeld. Dit geldt ook
voor het wijkteam Barber. Een teamleider of ploegleider geeft operationele leiding gedurende
een achturig dienstverband. In dit geval geeft de teamleider/ploegleider sturing aan de
bevei I igi ngsmedewe rke rs.II
De commissie merkt echter op dat de verwarring zich voordeed ten aanzien van de aanduiding
door betrakkenen van twee types 'wachtcommandant', waarbij het niet steeds duidelijk was of
men daarbij de wachtcommandant van de beveiligingsmedewerkers bedoelde of de teamleider
van de politie die men veelal eveneens met 'wachtcommandant' aanduidde. Tekenend voor
deze verwarring is dat de korpschef tegen de commissie heel stellig zegt dat de politie geen
'wachtcommandant' meer kent maar teamleiders en dat 'wachtcommandant' bij de politie een
ouderwetse term is die niet meer bestaat, terwijl daarentegen een teamleider van de politie te
Barber de commissie vertelt dat in zijn wachtdienst structureel een 'wachtcommandant' onder
hem dient bij de politie. Het prableem is derhalve dat die verbanden voor de rechtstreeks
betrokken functionarissen - al dan niet bewust - onvoldoende duidelijk zijn geweest.
Voor wat betreft de beveiligingsmedewerkers bestaan er verschillende aanduidingen, zoals ex-
stichters, medewerkers van de stichting, beveiligingspersoneel, beveiligingsbeambten, bewakers,
e.a .; de juiste (officiele) term 'beveiligingsmedewerkers' wordt echter zelfs door chefs bij de
politie nauwelijks gebruikt. De eigen supervisor onder de beveiligingsmedewekers wordt de ene
Voorlopig verslag commissie van onderzoek Page 24
keer met 'de wachtcommandant' (meestal), dan weer met 'de oudste' of ook wei met 'de eerste'
aangeduid. Ook de vermeende ploegleider bij de beveiligingsmedewerkers, de op de raosterlijst
eerstgenoemde van een ploeg, wordt ook met 'wachtcommandant' aangeduid zelfs als deze niet
op dienst is en zijn naam aileen op het rooster prijkt, hetgeen de verwarring nog grater maakt.
De verwarring blijkt ook te bestaan ten aanzien van de aansturing van de
beveiligingsmedewerkers. Een deel van het Management van het KPC stelt op schrift dat de
teamleider of ploegleider sturing geeft aan de beveiligingsmedewerkers. Anderzijds is de
commissie ingelicht, ook op schrift door ondermeer een lid van het Managementteam zelf, dat
de aansturing geschiedt vanuit een centraal geplaatste functionaris. De commissie heeft deze
(centrale) functionaris ook gespraken, die zijn centrale plaatsing bevestigt, hetgeen overigens
ook door de beveiligingsmedewerkers zelf bevestigd wordt.
Ook geven de verantwoordelijke politiefunctionarissen te Barber aan dat zij niet
verantwoordel'jjk zijn voor de aansturing van de beveiligingsmedewerkers van het cellencomplex.
De commissie merkt op dat sinds de reorganisatie in het jaar 2000 het korps formeel de
benaming wachtcommandant niet meer kent. De benaming is sindsdien teamleider. Voorts is de
(nieuwe) organisatiestructuur van de politie nog onvoldoende ingebed/geformaliseerd. Het
verandertraject/reorganisatie is opgestart, met als doel de implementatie van het
inrichtingsplan en de uit de consensusrijkswet Politie voortvloeiende uitvoeringsregelgeving,
deze zijn echter nog niet uitgevoerd.
3.5. Nazorg van betrokken functionarissen jegens de nabestaanden van
de heer Florentina
De familieleden hebben naar voren gebracht dat ze niet officieel van de bevoegde autoriteiten
bericht hebben ontvangen van de dood van de heer Florentina. Dit is door de autoriteiten
bevestigd.
Vanuit de politieleiding is als gang van zaken met betrekking tot het in kennis stellen van de
familie van wijlen de heer Florentina het volgende bericht. Officieus (en niet door de politie
bevestigd) werd het bericht over de dood van de heer Florentina kort na het gebeurde
razendsnel via de sociaIe media verspreid. Het lag in de bedoeling van de politie om de familie
persoonlijk te berichten. Vooraleer dat lukte, vernam de leiding dat familieleden van wijlen de
heer Florentina zich naar het Wijkteam Punda hadden begeven. De politie heeft toen
onmiddellijk slachtofferhulp ingeschakeld.
Noemenswaardig is dat de familieleden eveneens hebben aangegeven dat de heer
Florentina zich blij voelde toen hij overgeplaatst werd naar het cellencomplex te Barber; hij
vond het cellencomplex van de KMAR niet prettig. Eveneens is door hen naar voren gebracht dat
de heer Florentina bekend was met het cellencomplex van Barber.
De familie voelt alsof er geen waarde aan hen of aan het leven van de heer Florentina vanwege
de overheid wordt gegeven, terwijl het toch om een mens gaat.
Voorlopig verslag commissie van onderzoek Page 25
Tot  slot  moet  naar  voren  gebracht  worden  dat  volgens  de  familie  het  Bureau  Slachtofferhuip 
hen slechts een  keer heeft benaderd. 
Voor,lopig verslag commissie van  onderzoek 
Page  26 
                                                        - .... 
4. Bevindingen ambtelijke verantwoordelijkheden
De  wettelijke taken van  het ministerie van  justitie vormen  het uitgangspunt  van  aile  ambteHjke 
verantwoordelijkheden  als  bedoeld  in  het instellingsbesluit van  de  commissie.  Op  grond van  de 
Landsverordening  Ambtelijke  bestuurlijke  organisatie  ministerie  van  Justitie  kunnen  de  hierna 
volgende,  voor  de  onderwerpen  van  het  onderzoek van  de  commissie  relevante  taken  worden 
onderscheiden  (artikel  6  Landverordening  houdende  de  vaststelling  van  de  ambtelijk 
bestuurlijke organisatie): 
de  zorg voor het justitiele apparaat; 
de zorg voor de openbare orde, -rust en  -veiligheid en  de  bescherming van 
personen en goederen; 
de  zorg voor de opsporing, vervolging en  rechtshandhaving; 
de  zorg voor het beleid  inzake onder meer de detentiezorg, de vrijheidsbeneming en 
invrijheidstelling. 
De  commissie  heeft er,  om wille van  de duidelijkheid, voor gekozen  om  in  deze tussenrapportage 
eerst  de  belangrijkste  ambtelijke  verantwoordelijkheden  in  beschouwing  te  nemen  die  de 
leidinggevenden  van  de  onder het ministerie  ressorterende  beleids- en  uitvoeringsorganisaties, 
te  weten  het  ministerie  van  justitie,  het  openbaar  ministerie  (OM),  het  Korps  Politie 
(KPC)  en  de Sentro di Detenshon  i Korekshon Kbrsou  (SDKK),  regarderen. 
Daarbij  heeft  de  commissie  niet  uit het  oog  verloren,  dat de  ministeriele verantwoordelijkheid 
ten  aanzien  van  het  OM  slechts  een  zeer  summier  toezicht  component  bevat  waar  het 
bijzondere  beperkingen  betreft die  de  OvJ  op  grond  van  de  wet  in  een  strafzaak  in  het  belang 
van  onderzoek  aan  de  gedetineerde  kan  opleggen.  Denk  in  onderhavig  geval  van  de  heer 
Florentina  aan  de  in  het kader van  het onderzoek opgelegde  beperkingen  als  ontzegging van  de 
uitreiking  van  kranten  en  lectuur;  algemeen  of  individueel  bepaalde  bezoek-,  contact- en 
correspondentieverboden;  een  verbod  op  het voeren  van  telefoongesprekken  en  afzondering, 
welke  allen  van  belang  zijn  op  het  ten  aanzien  van  de  betrokkene  gevoerde  detentieregime. 
De  minister is  niet de  geeigende  autoriteit om  in  dergelijke  gevallen  instructies  met betrekking 
tot de  bejegening van de gedetineerde te geven; een  bezwaar tegen de gegeven beperkingen zal 
aan  de  rechter moeten worden voorgelegd. 
Voorts  merkt  de  commissie  op  dat  het  niet  op  de  weg  van  de  commissie  ligt  om  in  de 
beoordeling  te  treden  van  strafprocesrechtelijke  aangelegenheden  in  een  bepaald  onderzoek, 
die immers het OM en  de  rechter aangaan. 
Wat  de  detentiesituatie  in  algemene  zin  aangaat,  is  de  commissie  er wei  van  uitgegaan  dat de 
sturing  van  het  OM  zijdens  de  minister  op  aangelegenheden  zoals  beveiliging,  bewaking  en 
bejegening  van  arrestanten  in  generale  richtlijnen  niet  tot  strafprocesrechtelijke 
aangelegenheden  behoren. 
Voorlopig verslag commissie van  onderzoek  Page  27 
4.1. Ten aanzien van de minister van justitie
De commissie heeft eerst nagegaan of er zijdens de minister van justitie enige instructie of
aanwijzing, mondeling dan wei schriftelijk, is uitgegaan naar een of meer van de drie
bovengenoemde uitvoeringsorganisaties met betrekking tot de beveiliging, waa ronder de
bewaking, van de heer Florentina en van diens detentie cel.
Het is de commissie gebleken dat geen van de verantwoordelijke leidinggevenden van
genoemde uitvoeringsorganisaties direct of indirect een dergelijke instructie of aanwijzing
hebben gekregen. De minister zelf heeft tegenover de commissie verklaard dat hij een keer
mondeling had kenbaar gemaakt aan de korpschef van het KPC dat de heer Florentina niet in
het KMAR-complex lOU kunnen blijven. Dat moet ongeveer anderhalve maand na de opsluiting
van de heer Florentina in het KMAR-complex zijn geweest. De minister is er daarbij van
uitgegaan dat hij de nodige maatregelen in verband met de komende verplaatsing van de heer
Florentina zonder zijn verdere bemoeienis aan het openbaar ministerie en de politie kon
overlaten.
4.2. Ten aanzien van het openbaar ministerie
De procureur-generaal heeft tegenover de commissie verklaard dat hij een dergelijke instructie
of aanwijzing van de minister ook niet had verwacht, gelet op het hoge samenwerkingsniveau
waarnaar het opsporingsonderzoek van de zaak opgeschaald was.
Zelf had hij ook geen instructies of aanwijzingen met betrekking tot de beveiliging of de
bewaking van de heer Florentina en diens cel aan het KPC of binnen het OM verstrekt, hoewel
hij de veiligheid van de heer Florentina, zowel in extern als in intern verband, wei als behorende
tot zijn lOrg beschouwde. Niettemin ging hij er van uit dat men, wat het treffen van de nodige
maatregelen betreft, van uit zichzelf hun verantwoordelijkheid zou dragen. Die
verantwoordelijkheid is volgens hem neergelegd bij de korpschef van het KPC.
Het was overigens helemaal niet in hem opgekomen dat er een risico bestond dat de heer
Florentina zich zou kunnen verhangen.
Verder acht hij de lOrg van het OM voor eventuele beperkingen in de bejegening van
arrestanten een standaardaangelegenheid; het is voor het OM een aanhoudende zorg om
bijvoorbeeld collusie te voorkomen en in dat verband is het voor het OM dan ook standaard om
dienaangaande instructies aan de politie te verstrekken.
De hoofdofficier van justitie heeft tegenover de commissie verklaard dat hij geen instructies of
aanwijzingen van hogerhand heeft verkregen met betrekking tot de beveiliging en de bewaking
van de heer Florentina. Hij heeft zelf ook geen dergelijke instructies of aanwijzingen gegeven.
Hij vindt dat hij als magistraat niet over de uitvoering van beveiliging gaat, derhalve gaat het OM
niet over de 'hoe'-vraag; dat laat hij aan specialisten over. Hij voelt zich wei verantwoordelijk
voor de 'wat' -vraag, voor lOver het betreft de lOrg voor het waken tegen vluchtgevaar en tegen
liquidatie van een betrokkene.
Voorlopig versJag commissie van onderzoek Page 28
Hij was verbaasd met betrekking tot de beslissing van de rechter-commissaris om de heer
Florentina elders dan in het KMAR-complex te plaatsen. Wat het OM betreft had de heer
Florentina best in het KMAR-complex vast kunnen blijven zitten, desnoods met het risico dat hij
hierdoor later van de zittingsrechter strafvermindering lOU krijgen. De heer Florentina mocht in
het KMAR-complex immers bezoek ontvangen en telefoneren.
In stuurgroep verband (bestaande uit de HOvJ, de chef KPC en de teamchef RST) van het Team
Grootschalige Opsporing (TGO) - een structuur waarin een werkwijze is vastgesteld indien er
sprake is van zware criminaliteit die aan bepaalde criteria voldoet - is na de beslissing van de
rechter-commissaris gesproken over de twee alternatieven, Barber of SDKK; de HOvJ had hierop
voor onderbrenging van de heer Florentina in het comp'lex te Barber gekozen. Daarbij is binnen
de stuurgroep ook de boodschap van extra beveiliging van de heer Florentina aan de politie
afgegeven. De zaaksofficier heeft ook aangegeven dat de beveiligingsmaatregelen op Barber, in
vergelijking met die bij het KMAR-complex, verminderd konden worden. Daar heeft de
hoofdofficier mee ingestemd. De analyse van de KMAR is gebaseerd op de verschillende
veiligheid scenario's die zich voor zouden kunnen doen. De analyse van het KPC berust op
concrete CID informatie. De concrete inlichtingen van CID wezen op een dreiging voor het leven
van de heer Florentina in het SDKK.
Met betrekking tot de in artikel 627 WvSv voor officieren van justitie voorgeschreven bezoeken
aan de detentie inrichtingen, heeft het OM vanwege andere prioriteiten niet aan die
voorschriften kunnen voldoen. Wei heeft het OM in de periode van 2007 tot 2009 regelmatig
inspectiebezoeken afgelegd aan de politiecellen. Hieraan is, na 2009, een einde gekomen
vanwege de tijdel ijke sluiting van de politiecellen te Barber en Rio Canario ten behoeve van
renovaties.
Ook de zaaksofficier van justitie heeft van hogerhand geen instructies ontvangen met betrekking
tot de beveiliging en de bewaking van de heer Florentina te Barber. Hij heeft daaromtrent zelf
ook niet uitdrukkelijke instructies aan de politie verstrekt. Hij had aangenomen dat de politie uit
zichzelf wei de nodige maatregelen lOU nemen. In de stuurgroep van het onderzoeksteam was
wei overeengekomen dat het politiebureau van Barber continu bezet zou zijn en dat er een
buitenring van beveiliging lOU worden gehandhaafd.
Wei heeft de zaaksofficier zich jegens de pol itie ingelaten met de bejegening van de heer
Florentina; die moest volgens hem als normaal voor het cellencomplex te Barber worden
uitgeoefend.
De zaaksofficier was (nog) niet in het cellencomplex gaan kijken.
4.3. Ten aanzien van de politie
De korpschef van het KPC, was van 28 augustus tot en met 4 september 2013 afwezig van dienst
wegens vakantie, terwijl de heer Florentina op 3 september naar het cellencomplex te Barber
werd verplaatst. De korpschef was daarv66r niet van de verplaatsing in kennis gesteld en pas op
de avond van 5 september vernam hij zelf bij toeval van de verplaatsing.
Voorlopig verslag commissie van onderzoek Page 29
Hij had in ieder geval geen instructies van de minister of van het OM ontvangen met betrekking
tot de insluiting van de heer Florentina in het cellencomplex te Barber of elders.
Aangezien hij met vakantie was heeft hij zelf ook geen instructies kunnen verstrekken met
betrekking tot de beveiliging en de bewaking van de heer Florentina en diens cel in het complex
te Barber. Hij had niet eens geweten dat de heer Florentina naar het complex te Barber zou
worden verplaatst. Hij had zich ook na 5 september niet geroepen gevoeld om zich in te laten
met operationele aangelegenheden betreffende de onderbrenging van de heer Florentina in het
complex te Barber. Hij haalt hierbij aan de inhoud van een ministeriele beschikking van 24 april
2013 waaruit hij de aanwijzing haalt om meer afstand van het operationele proces te houden.
Hij heeft zich daarom sindsdien terughoudender opgesteld jegens operationele
aangelegenheden van het KPC en deze overgelaten aan de direct verantwoordelijke
politiefunctionarissen.
De commissie tekent aan dat het hier betreft de ministeriele beschikking van 24 april 2013 (no.
2013/024695), waarbij wordt ingesteld het "Veranderteam Korps Politie   met als
voornaamste taak het, in overleg met de korpschef en het managementteam van het KPC,
ontwikkelen van een leiderschaps- en managementontwikkelingsplan. De commissie heeft er
nota van genomen dat in een onderdeel van de considerans van genoemde beschikking gesteld
wordt dat de korpschef volgens de vakbonden "zich persoonlijk bezig zou houden met vrijwel
aile operationele aangelegenheden het korps betreffende en er sprake zou zijn van een gebrek
aan delegatie van bevoegdheden en ineffectieve overleg- en coordinatiemechanismen binnen
het Korps Politie en haar managementteam, waardoor de besluitvorming binnen het
korps ineffectief is. "
De commissie heeft er verder nota van genomen dat de cruciale beslissingen ter zake het
transport, de beveiliging en de bewaking van de heer Florentina en diens cel hun oorsprong
hadden binnen het strafrechtelijk onderzoeksproject en dat deze beslissingen vervolgens direct
doorgesluisd werden naar de leidinggevende echelons, met voorbijgaan van de lagere echelons
in de operationete lijn van het KPC.
De chef van het potitiewijkteam Barber was niet tevoren in kennis gesteld van de datum en
het tijdstip van de overbrenging van de heer Florentina naar het cellencomptex van het bureau
waarvoor deze chef verantwoordetijk is; hij was dan ook niet betrokken bij de voorbereiding van
de onderbrenging van de heer Florentina in het celtencomplex en vernam eerst van de heer
Florentina's overbrenging naar Barber toen deze al in de cel te Barber opgestoten zat.
Het is de commissie overigens gebleken dat er geen deugdetijke veitigheidsvisitatie is verricht in
de cel waar de heer Florentina zou worden ingesloten. In de cel bleek loshangende elektrische
bedrading aanwezig te zijn en de interne uitvoering van de cel (hoog aangebracht traliewerk dat
niet was afgeschermd) bood gelegenheid voor zelfverhanging door de bewoner.
De commissie schrijft een en ander toe aan de assumptie bij de betrokken leidinggevenden dat
er geen aanwijzingen waren dat de heer Florentina zelfmoordplannen of -neigingen zou hebben
Voorlopig verslag commissie van onderzoek Page 30
en dat er geen aanwijzingen waren dat er jegens hem op Barber een interne dreiging zou
bestaan.
Reeds ten aanzien van de betrokkenheid van het KPC, met bijstand van de ME, bij de KMAR-
beveiliging bij het roadblock te Suffisant, viel het de commissie op dat het de prajectleider van
het strafrechtelijk onderzoeksteam was die vanuit het onderzoeksproject direct de chef van het
wijkteam Rio Canario had benaderd voor het realiseren van bedoelde bijstand. Vervolgens is ook
op dat niveau besloten dat het niet het wijkteam, maar dat het de ME zou zijn die de bijstand
zou verlenen. Van dit laatste is wei, het hoofd bijzondere politietaken, een op een echelon
hogere chef beneden het niveau van het managementteam, in kennis gesteld. De commandant
van de ME heeft voor zijn eenheid zelf de instructies met betrekking tot deze bijstand opgesteld
en ook aan zijn directe chefvoorgelegd.
Op vergelijkbaar niveau is ook de beveiliging ten aanzien van het complex te Barber voorbereid
en uitgevoerd, waarbij men bij het KPC ook het contact met de KMAR, omtrent de overname in
bruikleen van fysieke beveiligingsvoorzieningen, aan subalterne chefs had overgelaten.
Het is de commissie vooralsnog niet gebleken dat leden van het managementteam, of de
korpschef of diens waarnemer, zich persoonlijk actief met een maatregel cq. met maatregelen
op het gebied van de beveiliging, de bewaking en de bejegening van de heer Florentina hebben
ingelaten. Wei is de commissie van wege het Managementteam (MT) van de KPC op 31 oktober
2013 bericht, dat MT leden kennis droegen van besluiten aangaande transport, beveiliging en
bewaking van de heer Florentina.
4.4. Ten aanzien van politiebureau en het cellencomplex te Barber
Het is de commissie verder opgevallen dat er grate onduidelijkheid en confusie heerst rond de
ambtelijke verantwoordelijkheden, evenzo omtrent de formalisering daarvan in de vorm van
structurele of operationele voorschriften, met betrekking tot de sturing van de taakuitvoering
door het personeel dat doorgaans belast is met de uitvoering van de bewaking en de bejegening
van arrestanten in het cellencomplex van het politiebureau te Barber.
Dat personeel bestaat uitsluitend uit beveiligingsmedewerkers die formeel niet in dienst zijn bij
het KPC maar bij het Sentro di Detenshon i Korekshon Korsou (SDKK), van waaruit zij
nagenoeg permanent te werk zijn gesteld bij het KPC. Elders in deze tussenrapportage wordt
nader ingegaan op de rol van de beveiligingsmedewerker in het politiecellencomptex te Barber.
De commissie heeft onder de leidinggevenden geen eenduidigheid aangetroffen in de
opvattingen over de aard van de geldende verantwoordeHjkheden van het beveiligingspersoneel
en hun taakuitvoering. Nu eens wordt door de ene leidinggevende verkondigd dat er een strikte
scheiding bestaat tussen enerzijds de sturingslijn naar dit personeel en het cellencomplex toe en
anderzijds de sturingslijn naar de wijkteampolitie van het bureau toe, dan weer wordt door de
andere leidinggevende verkondigd dat de chefs van de wijkteambureaus wei degelijk
Vooriopig verslag commissie van onderzoek Page 31
verantwoordelijk zijn voor het cellencomplex bij hun bureau en dat dit in het verleden van
hogerhand duidelijk aan dezen (onder wie destijds aan hemzelf als wijkteamchef) is kenbaar
gemaakt.
Het is de commissie tot nu toe niet gebleken dat er omtrent de verantwoordelijkheden en de
taakuitvoering een en ander is geformaliseerd op schrift.
In ieder geval valt het de commissie op dat, in de praktijk, de teamleider van de wijkteampolitie
zich doorgaans niet inlaat met de beveiligingsmedewerkers en het gebeuren in het
cellencomplex, totdat er in urgente gevallen daartoe op hem een beroep wordt gedaan.
Instructies hieromtrent lijken niet te bestaan.
Gebleken is dat van hogerhand binnen het KPC de stu ring, enerzijds van het personeel van het
cellencomplex en anderzijds op het gebied van het infrastructurele onderhoud, was
toevertrouwd aan twee daartoe centraal gepositioneerde, en elders dan op Barber verblijvende,
in kantoordienst werkzame functionarissen. Beide taken zijn sinds kort, na het incident met de
heer Florentina, toevertrouwd aan een centraal gepositioneerde, en elders dan op Barber
verblijvende, in kantoordienst werkzame functionaris. Ook deze constructies bleken niet te zijn
geformaliseerd en ook thans blijken er geen taakstellingen op schrift te zijn gesteld.
Van de wachtcommandant van de beveiligingsmedewerkers wordt verwacht dat hij of zij
niemand anders dan bovenbedoelde functionaris als zijn of haar chef beschouwt, en niet de
wijkteamleider of de chef van het wijkteambureau. Zo dienen bijzonderheden door de
wachtcommandant van de beveiligingsmedewerkers omtrent de dag-, avond- en nachtdienst,
zonder in kennisstelling van de wijkteamleider, aan eerdergenoemde centraal
gepositioneerde functionarissen en tot voor kort aan laatstbedoelde functionaris te worden
gemeld. Een en ander blijkt niet op schrift te zijn geregeld.
De voorgangers van bedoelde functionaris kwamen, volgens een aantal ge·interviewden,
gemiddeld tweemaal per maand op Barber kijken. Een van de twee was in het bijzonder belast
met het inroosteren van het personeel. Die situatie had tot gevolg dat het weleens voorkwam
dat er te weinig beveiligingsmedewerkers op dienst waren, waardoor er een beroep op bijstand
van het politiepersoneel moest worden gedaan. Het politiepersoneel is bepaald niet tevreden
met deze gang van zaken. In het verleden heeft de chef van het wijkteambureau een teamleider
van de politie aangesteld voor de inroostering van de beveiligingsmedewerkers, doch deze actie
werd van hogerhand teruggedraaid zonder enige nadere motivering dan dat deze
aangelegenheid centraal geregeld moest worden, ondanks dat de inroostering door de
teamleider indertijd beter verliep dan voorheen.
Op de avond van het overlijden van de heer Florentina was er een vrouwelijke
beveiligingsmedewerker voor de avonddienst opgekomen. Zij heeft slechts gedurende de
eerste twee uur van de shift versterking uit het personeelsbestand van de
beveiligingsmedewerkers gekregen. Daarna was zij aileen.
Voorlopig verslag commissie van onderzoek Page 32
5. Bevindingen en Conclusies
Na een aantal algemene bevindingen en conclusies zal de commissie hieronder op de specifiek
aan haar voorgelegde vragen ingaan.
5.0. Een antwoord op een preliminaire vraag
Alvorens tot haar eigenlijke conclusies over te gaan stelt de commissie vooraf het volgende.
De commissie heeft in haar onderzoek geen aanleiding gevonden om aan te nemen dat er een
mogelijkheid heeft bestaan dat de heer Florentina anders dan door zelfdoding om het leven is
gekomen. De commissie is dan ook, bij de in de hierna volgende paragrafen weergegeven
formuleringen van haar verdere conclusies, in goed vertrouwen van deze stelling uitgegaan.
de goede orde wijst de commissie erop, dat het onderzoek naar de doodsoorzaak van de
heer Florentina is toevertrouwd aan de landsrecherche.
Het vorenstaande heeft voor de commissie mede als uitgangspunt gediend bij haar beoordeling
van de wijze waarop met de ambtelijke verantwoordelijkheden in deze casus moet zijn
omgegaan.
5.1. Algemeen
Het is de commissie tot heden toe niet gebleken dat het politiecellencomplex te Barber officieel
is aangewezen een huis van bewaring waarin in voorlopige hechtenis gestelde personen mogen
worden ingesloten en of is aangewezen ails een inrichting waarin inverzekeringgestelde
politiearrestanten als een inrichting waar personen in detentie ingesloten mogen worden
gehouden.
Ook de organisatie van het politiewijkteam, waartoe het cellencomplex behoort, blijkt niet
specifiek van een wettelijke grondslag te zijn voorzien. Wei berust het bestaan van het Korps
Politie Curar;:ao (KPC) formeel op artikel 4 van de Rijkswet Politie. Dat artikel houdt echter niet
meer in dan de basale vaststelling dat er een korps politie is. Er is tot nu toe echter niet op
nationaal niveau voorzien in een formele politieregeling die de organisatie en de inrichting van
het korps regelt, hoewel genoemde Rijkswet daartoe in artikel 7 lid 2 een instructie verstrekt.
De organisatie en de inrichting van het KPC, waaronder uiteraard die van het politiewijkteam te
Barber en het cellencomplex, dateren in termen van legitimiteit nog uit de tijd van de
Nederlandse Antillen, voor welke de   1999 van kracht was. Deze regeling is bij de
staatkundige transitie van 2010 echter niet overgeheveld naar de nieuwe staatkundige
constellatie.
Thans loopt, binnen het KPC, bovendien een proces van verandertraject/reorganisatie van het
Korps, welke tot anticipatie op de nieuwe inrichting van bevoegdheden, verantwoordelijkheden,
indeling en processen van de organisatie leidt. De bedoeling is dat dit proces leidt tot de
Voorlopig verslag commissie van onderzoek Page 34
implementatie van het inrichtingsplan en door de cRW Politie vereiste uitvoeringswet- en
regelgeving.
Het is de commissie tot nu toe ook niet gebleken dat de bestaande indeling en inzet van de
groep beveiligingsmedewerkers, oorspronkelijk afkomstig van de Stichting Beveiligingszorg
Justitie, aan wie in de praktijk de bewaking en de bejegening van de arrestanten in het
politiecellencomplex te Barber -en ook te Rio Canario- wordt toevertrouwd, op een of andere
wijze geformaliseerd is. De betrokkenen zijn in dienst van SDKK en daar houdt het mee op.
Voor deze groep ambtenaren, die in een van de eigenlijke politieorganisatie vrij ge'isoleerde
sfeer haar bewakings- en bejegeningstaken dient te uitvoeren, blijkt ook geen formatie formeel
te zijn vastgesteld.
Er ontbreekt binnen het KPC eenduidigheid in de ambtelijke vocabulaire inzake de benaming
van functies van de bij het cellencomplex te Barber betrokken beveiligingsmedewerkers,
alsmede in de directe omgeving in het politiebureau van de betrokken
beveil igingsmedewe rke rs.
Met betrekking tot de kwaliteit van de beveiliging, bewaking en bejegening van arrestanten in
het algemeen, is het de commissie tot nu toe niet duidelijk geworden dat de
beveiligingsmedewerkers, aan wie in de praktijk de bewaking en de bejegening van de
politiearrestanten is toevertrouwd, door een gedegen selectie en een gedegen opleiding naar
behoren op hun taken zijn voorbereid. Zo is derhalve ook in het geheel niet duidelijk of zij op die
taken zijn berekend. De aan de commissie geexpliciteerde opleiding van korte duur komt de
commissie als daartoe volstrekt onvoldoende voor.
Het is de commissie voorts, tot nu toe, niet gebleken dat de aansturing - overigens door
centraal in de organisatie gepositioneerde politiefunctionarissen- van deze groep
beveiligingsmedewerkers in hun dagelijkse taakuitvoering op schrift is geregeld.
Gegeven het belang van een adequate bejegening van ingeslotenen in politiecellen, acht de
commissie het - in aile gevallen - onbegrijpelijk en onaanvaardbaar dat de verantwoordelijkheid
hiervoor voornamelijk in handen wordt gelegd van hiertoe niet of onvoldoende toegeruste
medewerkers, die ook nog niet direct worden aangestuurd op hun taakuitvoering.
Met betrekking tot Barber in het bijzonder merkt de commissie op dat het politiewijkteam te
Barber in beginsel, kennelijk conform nog niet door de commissie achterhaalde instructies, in de
praktijk geen verantwoordelijkheid op zich neemt voor de bewaking en de bejegening van de
arrestanten in het cellencomplex.
De externe beveiliging van de arrestanten en het cellencomplex en de noodhulp binnen het
complex rekent het politiewijkteam wei tot haar verantwoordelijkheid.
De commissie heeft van verschillenden ge'interviewden kunnen vernemen dat het feit, dat de
opheffing van de stichting en de indienstneming van de beveiligingsmedewerkers als
Voorlopig verslag commissie van onderzoek Page 3S
ambtenaar  heeft  plaatsgevonden,  zonder  een  voldoende  voorafgaand  onderzoek  naar 
organisatorische,  financiele  en  rechtspositionele  aspecten  en/of  consequenties,  voor  een 
onduidelijke  verantwoordelijkheidstoedeling  tussen  de  politie,  waaronder  ook  de 
wijkteampolitie die ter plaatse aanwezig is,  en  beveiligingsmedewerkers heeft gezorgd. 
5.2. Aard en omvang veiligheids-, bewakings- en andere maatregelen
Met betrekking tot de  aard  en  omvang van  de  veiligheids-,  bewakings- en  andere  maatregelen 
die  opgedragen,  voorbereid  en/of  getroffen  zijn  in  verband  met  de  opsluiting  van  de  heer 
Florentina  in  een  politiecel op Barber concludeert de  commissie  het volgende. 
5.2.1. Overbrenging van de heer Florentlna naar het ceUencomplex te Barber
Hoewel de  commissie de  indruk had verkregen dat de  in  waarneming fungerende korpschef, tot 
voorbij de ochtend van  de dag van  de overbrenging van  de  heer Florentina  naar het 
cellencomplex te  Barber, niet op de  hoogte was gesteld van  het voornemen, noch van  de 
uitvoering zelfvan die overbrenging is de commissie  in  een  bericht, d.d.ug  31  oktober 2013 en 
afkomstig van  de wnd. Chef Korps  Politie Curac;:ao,  ge'informeerd dat het Managementteam van 
politie wei degelijk kennis droeg van  de  besluiten aangaande transport,  beveiliging en  bewaking 
van  de  heer Florentina.  Dit door de in  waarneming fungerende korpschef nieuw aangedragen 
bericht brengt met zich dat het Managementteam dichterbij betrokken is geraakt bij zijn 
verantwoordelijkheid voor de  met het oog op de  beveiliging en  bewaking van  de heer Florentina 
en zijn  cel  en  met de  bejegening van de  heer Florentina  in  het cellencomplex te treffen en 
getroffen voorzieningen en de voorbereiding daarvan. 
De  korpschef zelf,  die  een  dag  na  de  overbrenging  naar  Barber van  de  heer  Florentina  weer  in 
actieve dienst was  na  van vakantie te zijn teruggekeerd, bekwam  pas  een  dag  na  werkhervatting 
bij toeval kennis van  bedoelde overbrenging die twee dagen  eerder had  plaatsgevonden. 
De  chef  van  het  politiewijkteam  Barber  was  niet  tevoren  in  kennis  gesteld  van  de  over-
brenging  noch  van  de  plaatsing  van  de  heer  Florentina  in  het  cellencomplex  van  het  bureau 
waarvoor hij verantwoordelijk is. 
De  commissie  kan  zich  voorlopig  niet  aan  de  indruk  onttrekken  dat,  met  de  intensieve, 
projectmatige  onderzoeksopzet  van  het  Team  Grootschalige  Opsporing,  het  normale 
operationele gebeuren  dat zich  in  de  lijn van  de  KPC-organisatie  moet blijven afspelen,  en  in  elk 
geval  in  lagere  echelons ervan- onwillekeurig in  het gedrang gebracht wordt en  diffuus gemaakt 
wordt. 
Conclusie 
1.  De  commissie is  van  mening dot het bij de  overbrenging  van  de heer Florentino naar-,  en 
zijn  plaatsing  - in  het ceJlencomplex  te Barber en  bij  de  voorbereiding  daarvan,  heeft 
ontbroken  aan  een  goede  regie,  een  goede  inachtneming  van  de  'chain  of command' 
naar  de  lagere  echelons  toe,  alsmede  dot  de  Korpschef bij zijn  terugkeer  no  vakantie 
gei'nformeerd had moeten worden omtrent de  overbrenging. 
Voorlopig verslag commissie van  onderzoek  Page  36 
5.2.2. Externe beveiliging te Barber
Ter  zake  van  de  externe  beveiliging  heeft  de  commissie  geconstateerd  dat,  ten  tijde  van  het 
verblijf  in  detentie  van  de  heer  Florentina  bij  de  KMAR,  met  het  oog  op  mogelijk  externe 
dreigingen  aanmerkelijk  zwaardere  fysieke  beveiligingsvoorzieningen  zijn  getroffen  dan  bij  het 
politiecellencomplex te  Barber ten tijde dat de  heer Florentina daar ingesloten was. 
Uit  de  interviews  met  betrokken  politieambtenaren  heeft  de  commissie  ondermeer  het 
volgende vernomen: 
- de veiligheidsvoorzieningen bij de  KMAR waren ge'indiceerd  door de  resultaten van een  door 
de  KMAR verrichte risicoanalyse welke  rekening houdt met aile (in theorie) mogelijke 
scenario's;  de  politie was daarbij niet betrokken; 
- binnen het KPC  gaf men aan  dat naar hun oordeel, op basis van  de bij de  politie beschikbare 
en  concrete informatie, met minder verstrekkende maatregelen dan  de  bij de KMAR getroffen 
voorzieningen zou  hebben  kunnen volstaan en  derhalve op Barber kon worden volstaan; 
- de  politie zegt niet over informatie te beschikken  die  met betrekking tot het cellencomplex te 
Barber - i.t.t. SDKK - op een  interne dreiging jegens de  heer Florentina  had  kunnen duiden; 
- evenmin beschikte de politie over concrete informatie die op een externe dreiging te Barber 
zouden  duiden, maar voor aile zekerheid  is,  mede op ingeving vanuit het onderzoeksproject, 
besloten om toch extra externe veiligheidsvoorzieningen te treffen, ondermeer door rond  het 
politiebureau een  buitenring aan  te leggen die door een  detachement van  de Mobiele 
Eenheid  van  de  politie werd  bewaakt. 
De  commissie stelt vast dat de bij de  beveiliging van  de  heer Florentina betrokken medewerkers 
van  het KPC  een groot verschil  hebben ervaren tussen  de fysieke voorzieningen voor de externe 
beveiliging van  de  heer Florentina  bij de  KMAR en de externe beveiligingsvoorzieningen die 
werden getroffen bij het cellencomplex te Barber. Laatstgenoemde voorzieningen hadden 
minder om  het lijf dan die  bij het KMAR- cellencomplex. 
Conclusie
2.  Naar  het  oordeel  van  de  commissie  is  het  te  betreuren  dot  het ervaren  verschil  in  de 
beveiliging  van  invloed  is  geweest  op  het moreel  van  de  betrokkenen.  De  commissie  is 
van  mening  dot  over  de  achtergronden  van  dit  verschil  beter  met  de  betrokken 
medewerkers van  het KPC gecommuniceerd had moeten worden. 
5.2.3. Bejegening
Van  17 juni tot en  met 15 juli 2013  waren, vanwege de  ovj, de vOllgende beperkingen opgelegd. 
De  heer Florentina  was  het niet toegestaan  contact met  medegedetineerden te  hebben; er was 
geen  bezoek  toegestaan  met  uitzondering  van  zijn  advocaat  en  reclassering;  het  sturen  en 
ontvangen  van  correspondentie  mocht  niet  anders  dan  door  tussenkomst  van  de  ovj;  het 
Voorlopig verslag commissie van  onderzoek  Page  37 
voeren van telefoongesprekken was niet toegestaan, met uitzondering van die met zijn
advocaatofvan demethetonderzoekbelasteopsporingsambtenaren.
De heer Florentina mocht zich van de KMAR, gedurende genoemde periode niet dagelijks
wassen/douchenofzijntandenpoetsen. Deovjheeftditnadienlatenversoepelen.
Vanaf15juli 2013 zijn de beperkingenopgeheven en mocht de heer Florentina opdinsdag en
donderdag van 13.00- 14.00 bezoek ontvangen; wei diende hij van tevoren op tegeven wie
hij op bezoek wilde laten komen. Voorts mocht de heer Florentina iedere werkdag gebruik
maken van een door zijn familie te verstrekken telefoontoestel. Zijn familie kon hem ook
kranten ofandere lectuur bezorgen. De ovj heeft er toen ook zorg voorgedragen dat hij zich
dagelijkskon douchenen zijntanden mochtpoetsen.
Daar tegenover stond dat de KMAR-bewakers daarbij voor de heer Florentina onherkenbaar
warenomdatzij bijcontacten metdeheerFlorentinasteevasteen bivakmutsdroegen.
Op Barber gold als regime dat de heer Florentina geen contact mocht hebben met andere
gedetineerden; niet mocht luchten samen met andere gedetineerden; niet met een bepaalde
verdachtegeconfronteerdmochtwordenendatalleswatvoorhem bestemdwasgecontroleerd
moestwordendoorhetAT;dagelijksecelcontrolemoestuitsluitenddoorhetATplaatsvinden.
Conclusie 
3.  Hoewel  de  heer Florentina zelf graag  wilde  worden  overgeplaatst naar Barber was  het 
bij  zijn  aankomst  en  verblijf  aldaar  niet  duidelijk  of  hij  in  aanmerking  kwam  voor 
dezelfde faciliteiten die hij bij zijn voortgezet verblijf bij de  KMAR genoot,  althans voor de 
voor  voorlopig  gehechte  gedetineerden  aangewezen  faciliteiten  in  het  kader  van 
bejegening, zoals de  mogelijkheid omrelatiebezoek te ontvangen,  de  mogelijkheid omte 
telefoneren,  de  mogelijkheid om uitgebreider te  luchten,  de  mogelijkheid om van  nieuws 
uit de buitenwereld te verne men zoals het ontvangen van  een  krant en  tijdschriften.  Het 
is  de  commissie  niet gebleken  dat de  KMAR  en  het AT goed  op  de  hoogte  zijn  van  aile 
normen  betreffende de  detentie  van  personen; zo is  het de  commissie niet gebleken  dat 
het contact met de  ingesloten Florentina door de  betreffende functionarissen,  die daarbij 
steeds  van  bivakmutsen  waren  voorzien,  volgens  internationaal  aanvaarde  normen 
geschiedde. 
5.3. De ambtelijke verantwoordelijkheden
Met betrekking tot de ambtelijke verantwoordelijkheden in verband met de veiligheids-,
bewakings- en bejegeningsmaatregelen in verband metde opsluitingvan de heer Florentina in
een politiecelopBarbermerktdecommissie hetvolgendeop.
De taken, verantwoordelijkheden, instructies en bevoegdheden, die de bij de bewaking en
bejegening van de heer Florentina betrokken functionarissen regarderen, zijn in zijn
algemeenheid confuus, soms ongebruikelijk, ongestructureerd en voorts onvoldoende ofniet
bekend bijaldebetrokkenactoren. Dit werktedoorin hetgevalvandeheerFlorentina.
Voorlopigverslagcommissievan onderzoek  Page 38
Het  is  de  eommissie  voorts  niet  gebleken  dat  er  bij  de  ambtelijk  betrokkenen  eenduidige 
opvattingen  bestaan  over  de  aard  van  het  bejegeningregime  dat  de  heer  Florentina,  als  in 
voorlopige  heehtenis  genomen  arrestant,  in  het eelleneomplex  te  Barber ten  dee I had  moeten 
vallen,  anders dan  een  aantal  voor de  heer Florentina geldende  beperkingen.  De  toepassing van 
bedoeld  regime  wordt in  beginsel  overgelaten aan  het uitvoerend  personeel  dat eehter niet lijkt 
te  besehikken over de  wetensehap omtrent de vereisten van  dat regime,  noeh  over de middelen 
om dat regime  naar behoren toe te passen. 
De  aeeommodatie  voor verblijf van  de  heer  Florentina  in  de  eel  te  Barber vertoonde  gebreken 
en  sloot niet goed  aan  bij de  te vermijden  in- en  externe  risico's  betreffende de  heer Florentina. 
De  eommissie  heeft  geeonstateerd  dat  de  heer  Florentina  ingesloten  werd  in  een  eel  waarin 
elektrisehe  bedrading  los  hing  en  waarbij  de  interne  uitvoering  van  de  eel  v ~ ~   de  bewoner 
mogelijkheden tot zelfverhanging bood. 
De  veiligheidsmaatregelen  rond  de  heer  Florentina  waren  eenzijdig  gericht  op  risico's  van 
buitenaf.  Het  is  de  commissie  niet  gebleken  dat  door  een  der  betrokken  autoriteiten  of 
funetionarissen, zowel van  het openbaar ministerie als  van  het korps  politie,  is  geantieipeerd op 
risico's  van  binnenuit lOals  voornamelijk  een  onvoldoende  personeelsbezetting,  een  risieovolle 
inrichting van  de  eel  of het ontbreken van  passende instrueties. 
Op de  avond van  het gebeurde was sleehts een vrouwelijke beveiligingsmedewerker op dienst in 
het eelleneomplex aanwezig. Het  betrof in deze  zaak  eehter een  bijzondere verdaehte die  in  dat 
kader op zijn  minst de  reguliere  bewaking en  bejegening lOU  hebben  moeten krijgen. 
Ten  aanzien van verantwoordelijkheden bij de  politie dient met de ministeriele besehjkking 
van  24 april 2013 (no. 2013/024695) rekening te worden gehouden. 
Conclusie 
4.  Gegeven  het  beoogde  veiJigheidsniveau  rond  het  verbJijf  van  de  heer  Florentina  in  de 
poJitiecellen  te  Barber  is  het  voor  de  commissie  volstrekt  onbegrijpeJijk  en 
onaanvaardbaar  dat  voor  zijn  bewaking  en  bejegening  volstaan  is  met  de  inzet  van 
slechts  een  (vrouweJijke)  bewaker.  Op  deze  omstandigheid  had  door  of vanwege  de 
betrokken  leidinggevenden  van  de  KPC  een  proactief anticiperen  moeten  zijn  betracht 
en  anders  een  veel  betere  controle  moeten  zijn  toegepast  en  had  men  bij  eenmaal 
bekomen  wetenschap  daarvan  onmiddel/ijk  gepaste  actie  moeten  ondernemen  of 
maatregelen moeten toepassen. 
5.  De  commissie  kan  op  basis  van  haar tot nu  toe  opgedane  bevindingen  niet goed inzien 
waarom het openbaar ministerie niet uitdrukkeJijk de  nodige aanwijzingen aan de poJitie 
heeJt verstrekt opdat, met het oog op een  voor de justitie zo belangrijke verdachte als de 
heer Florentina,  voor  wat zijn  persoonJijke  veiJigheid  betreJt geen  grote  risico's  zouden 
worden  genomen  en  hij  dientengevolge  te  Barber  in  een  intern  veiJige  cel  zou  zijn 
ingesloten.  In  dit  verband  tekent  de  commissie  aan  dat  reeds  het  in  zeker  opzicht 
Voorlopig verslag eommissie van  onderzoek  Page  39 
onveilige karakter van  de  interne  inrichting  van  de  eel aanleiding heeft kunnen  geven  tot 
een  aanwijzing  aan  de  politie  om  de  heer  Florentino  onder  verhoogde  controle  te 
plaatsen.  Het  argument  dot  het  openbaar  ministerie  zich  met  betrekking  tot  de 
veiligheid/bevei!iging  van  een  gedetineerde  slechts  bezighoudt met de  "war' vraag  en 
daarmee  de  "hoe" vraag  overlaat aan  de  uitvoerende  autoriteit -in  deze  het KPC-,  snijdt 
wat de  commissie  betreft in  het geval  van  de  heer Florentina,  welke  door de  betrokken 
autoriteiten  zelf  als  een  belangrijke  verdachte  wordt  aangeduid,  geen  hout.  Het 
Openbaar Ministerie kan juist vanwege het grote belong van  deze  verdachte voor justitie, 
zich  niet  onttrekken  aan  de  medeverantwoordelijkheid  voor  de  uitvoering  van 
beslissingen  die  in  gezamenlijkheid  met andere functionarissen  zijn  genomen.  Juist  om 
die  reden  had het OM met betrekking tot de  uitvoering ook de aspecten daarvan moeten 
monitoren. 
6.  De  commissie  kan  op  basis  van  hoar tot nu  toe  opgedane  bevindingen  niet goed inzien 
woo rom de po/itieleiding niet uitdrukke/ijk en streng heeft bewaakt dot steeds voldoende 
bevei/igingsmedewerkers  aanwezig  waren,  met  instrueties  voor  voldoende  en 
regelmatige  contrale  van  de  heer  Florentino,  een  voor  de  justitie  zo  belangrijke 
verdachte,  ten  aanzien  van  wie  wat zijn persoonlijke vei/igheid betreft geen  grote risico's 
mochten worden genomen. 
De  commissie  tekent hierbij aan  dot het hoar  gebleken  is  dot de  heer Florentino  op  de 
avond  van  zijn  overlijden  vanaf 20.00  uur  tot  kort  no  23.00  uur,  toen  hij  dood  werd 
aangetroffen,  niet  door  een  bevei/igingsmedewerker  in  zijn  eel  gecontroleerd  is 
geworden.  Hiermee wi! de  commissie  geen  causaal verband leggen  of suggereren  tussen 
dit gebrek  aan  controle  en  het overlijden  van  de  heer Florentino,  maar wi! zij hiermee 
aangeven  dot het op  die  avond danig  aan  controle  heeft geschort in  het cel/encomplex, 
met name op de  arrestant Florentino. 
5.4. De vraag of en in welke mate de dood van de beer Florentina al
dan Diet verband houdt met de wijze waarop is omgegaan met
ambtelijke verantwoordelijkheden
De  commissie  heeft  van  de  KMAR,  het  OM,  de  politieleiding,  het  AT,  de 
beveiligingsmedewerker,  de  advocate  en  de  familie  vernomen,  dat  zij  geen  indicaties  hadden 
dat de  heer Florentina suIcide  zou  kunnen  plegen. 
Conclusie
7.  Aangezien  geen  indicaties  zijn  geconstateerd  dot de  heer Florentino suiCidaal zou  zijn, 
was  er ook geen  reden  om speciale  maatregelen ter vermijding  daarvan  te  treffen,  een 
zogenaamde  "suicide  watch"  te  instrueren,  die  een  grote  inbreuk  maakt in  de  privacy 
van  betrokkene die  verder zou strekken dan  de  inbreuk als  gevolg van  de  hierboven door 
de commissie bedoelde voorzorgen. 
Voorlopig verslag commissie van  onderzoek  Page 40 
Dit staat eehter los  van  de  vaststelling dot de  eel niet voldeed aan de  veiligheidseisen.  De 
eommissie  heeft geeonstateerd dot de  eellen - ook de  no 6 september aangepaste eellen 
- nog steeds de  gelegenheid tot zelfdoding bieden. 
8.  De  eommissie  is  van  mening  dot  ondanks  het  gebrek  aan  regie  ter  zake  van  de 
veiligheidsmaatregelen  rondom  het  verblijf  van  de  heer  Florentino  te  Barber,  en  het 
gebrek aan  een  risieoanalyse  met betrekking tot de  mogelijkheid van  interne risico's  ten 
aanzien  van  de  heer Florentino,  er niet een  eausaal  verband  kan  worden  aangenomen 
tussen  de  wijze  waarop omgegaan is  met de  ambtelijke verantwoordelijkheden  door het 
openbaar  ministerie  of het  KPC  en  de  zelfdoding  door  de  heer  Florentino.  Er  waren 
immers geen indieaties in  die riehting. 
Dit alles  doet niet af aan  het gevoel van  verontrusting welke  bij de  commissie  leeft ter zake  van 
de  situatie  van  de  cellen,  de  bejegening  en  het  gebrek  aan  gekwalificeerd  en  voldoende 
personeel.  Het  is  de  commissie  niet  ontgaan  dat  op  23  oktober  2013  een  gedetineerde  een 
zelfmoordpoging  heeft  gedaan  waarvan  de  uitvoering  door  tijdig  ingrijpen  van  de  bewaking 
moet  zijn  verijdeld.  Deze  bewaking  is  sinds  het  overlijden  van  de  her  Florentina  in  verhoogde 
staat  van  alertheid  gebracht.  De  vraag  is  echter  of de  thans  geldende  maatregelen  voor  extra 
controles  zander  een  structurele  aanpak  van  de  bestaande  prablemen,  waarander  het  aantal 
formatieplaatsen  en  technische  voorzieningen,  random  de  bewaking  en  bejegening  van  de 
cellen,  voldoende  waarborgen  voor  een  veilige  en  adequate  bejegening  bieden  en  op  termijn 
volgehouden kunnen  worden. 
De  vraag  doet zich  voor,  of een  of meer ambtelijke functionarissen  op  zichzelf verantwoordelijk 
kan  of kunnen  worden gesteld voor de  bejegening of de  situatie van  de  cellen. 
Conc/usie
9.  De  eommissie is op grond van  hoar bevindingen van  mening dot,  mede bezien in  het licht 
van  de  bestaande  CPT rapportage,  de  voortgangsrapportage  van  de  Commissie  Vegter 
en  het  interne  rapport  van  de  politie  zelf  (rapport  Schoop),  er  niet  een  of meerdere 
funetionarissen  verantwoordelijk  kunnen  worden  gehouden  voor  de  bejegening  of de 
gebrekkige situatie  van  de  politiecellen  te  Barber,  een  situatie  die  bovendien  per heden 
nog  bestaat.  Het  goat  om  een  reeds  jaren  bestaande  gebrekkige  situatie,  waarover is 
gerapporteerd,  en  die  slechts  met  een  zorgvuldige  monitoring  en  voortdurende  inzet, 
ook zijdens  het ministerie  van  justitie,  verbeterd zal  moeten  worden.  Het  ontbreekt de 
eellen  nog steeds aan  vOldoende  daglicht;  de  bedrading is  onaf gesehermd of hangt nog 
los,  en zelfmoord blijft zelfs in  de  no 6 september j/. aangepaste cellen mogelijk. 
10.  Met  betrekking  tot  de  staat  van  de  politieeellen  en  de  bejegening  van  verdachten  is 
reeds  eerder en  verscheidene  keren  door de  CPT en  de  commissie  Vegter gewezen  op de 
knelpunten.  De  eommissie  is  van  mening  dot ook funetionarissen  van  het ministerie  van 
Voorlopig verslag commissie van  onderzaek  Page 41 
justitie, namens de minister, zich meer betrokken en diligent dienen op te stellen ten
aanzien van de aanmerkingen die in dit verband zijn gemaakt.
Voorlopig verslag commissie van onderzoek  Page 42 
6. Lijst van ajlcortingen
KMAR Koninklijke Marechaussee
CPT European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading
Treatment or Punishment
LvABO Landsverordening ambtelijke bestuurlijke organisatie
cRwOM consensus Rijkswet Openbaar Ministerie
cRW Pol consensus Rijkswet Politie
SDKK Sentro di Detenshon i Korekshon Korsou
JICN Justitiele Inrichting Caribisch Nederland
KPC Korps Politie Curat;:ao
ME Mobiele eenheid
CME Commandant mobiele eenheid
RST Recherche Samenwerkingsteam
PG Procureur-generaal
HOvJ Hoofdofficier van Justitie
OvJ Officier van Justitie
RC Rechter-commissaris
TGO Team Grootschalig Optreden
AT Arrestatieteam
CAT Commandant arrestatieteam
GOG Gbuvernementeel Opvoedingsgesticht
BBP Bureau Ibijzondere politietaken
WvSv Wetboek van Strafvordering
Voorlopig verslag commissie van onderzoek Page 43
Voorlopig verslag commissie van onderzoek Page 44