You are on page 1of 21

Alle Hens

Desert drills
Technische versmelting

09|13

column

Colofon:
Coverfoto: In de Mojave desert te Californië (VS) trainden mariniers van het 22e Raiding Squadron hun schietvaardigheden tijdens de oefening Black Alligator. (Foto: 22e Raiding Squadron) Uitgave: Alle Hens is een uitgave van de Koninklijke Marine, geproduceerd door het Mediacentrum Defensie. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden verleend. Hoofdredactie: KLTZSD Robin Middel Eindredactie: LTZSD 2 OC Vanessa Strijbosch Lay-out: Angela van Klaveren Druk: OBT B.V., Den Haag

Scherp schieten in verzengende hitte

Weerbaar
Op Prinsjesdag stond ik voor u met een zware boodschap over de maatregelen als gevolg van de Nota ‘In het belang van Nederland’. De uitwerking van deze maatregelen riep de nodige vragen en teleurstelling op. Op dat moment was het nog moeilijk om duidelijkheid te geven over de implementatie van deze maatregelen, omdat de Tweede Kamer de nota nog moest behandelen. Deze kamerbehandeling moet nog steeds plaatsvinden, maar de situatie is daarnaast ook veranderd. Inmiddels ligt er namelijk een bijgesteld Begrotingsakkoord 2014, dat verrassend genoeg voor een aanpassing op de maatregelen bij Defensie zorgt. Als gevolg hiervan is door de defensiestaf een verdeelsleutel voor de operationele commando’s gemaakt, waarlangs deze begrotingsaanpassing wordt doorgevoerd. Hierbij is gehandeld volgens het principe dat de operationele slagkracht en werkgelegenheid zo veel mogelijk behouden moeten blijven.

5
65 jaar trekken boren en vullen

Voor adreswijzigingen KM personeel 0223 657386 of Voorlichting.Marine@mindef.nl Adreswijzigingen Veteranen: Stichting Veteraneninstituut Postbus 125 | 3940 AC Doorn Telnr.: 0343 474 150 Adreswijzigingen betalende abonnees: Abonnementenland Postbus 20 | 1910 AA Uitgeest Telnr.: 0900 226 52 63 (10ct p/m) www.aboland.nl

12
Senang worden met de jungle

Redactieadres: Alle Hens Postbus 10.000 | 1780 CA Den Helder Telnr.: 0  223 657 660 DSN 209 57660 E-mail: allehens@mindef.nl Internet: www.defensie.nl Kopijdatum: De deadline voor het volgende nummer van Alle Hens valt op 18 november. Abonnementenwet Sinds 1 december 2011 is de nieuwe Abonnementenwet van kracht. Deze is van invloed voor abonnementen van betalende abonnees. Kijk voor meer informatie op de website www.aboland. nl en de specifieke pagina voor dit blad/ deze krant. Abonnementsprijs: € 17,02 (buitenland € 21,55 per jaar) Aanhaling uit en overname van artikelen uit dit blad is toegestaan met bronvermelding. ISSN 0024-0389

15
Man met een missie En verder:
33 Logboek | 39 Mensen & Mutaties

Positieve instelling Wat als een paal boven water staat, is dat u op een voortreffelijke manier gehoor heeft gegeven aan mijn oproep om de schouders eronder te zetten en niet bij de pakken neer te zitten. Zelfs in een onzekere periode als deze heeft u weer uw positieve instelling getoond. U heeft zich als militair en burger van de marine weerbaar getoond en bent uw werk met trots blijven uitdragen. Dat was duidelijk zichtbaar in de uitingen over de oefeningen, missies en andere vormen van inzet. Die inzet was niet gering. Naast inzet rondom Afrika waren ook in het nationale domein de nodige acties. Marineduikers van de Defensie Duikgroep, de Cerberus en Zr.Ms. Schiedam bewezen wederom hun onschatbare waarde toen zij drie lichamen borgen van het gezonken motorschip Maria. Zr.Ms. Snellius was eerder al

betrokken bij de zoekactie naar deze bemanningsleden en leverde daags daarna levensreddende ondersteuning aan de zoektocht naar een overboord geslagen bemanningslid van een zeilrace. Inzet gaat door De marine blijft wereldwijd inzetbaar. In een eskader werkten de bemanningen van Luchtverdedigings- en Commandofregatten Zr.Ms. De Zeven Provinciën, De Ruyter, Evertsen en patrouillevaartuig Zr.Ms. Friesland non stop in de Baltische Zee voor Northern Archer. Zr.Ms. Walrus en Mercuur werkten goed samen in de Noorse fjorden tijdens de SAT MANTA, een belangrijke technische beproeving om het sonarsysteem van de Walrus te testen. Ondertussen gingen de verrichtingen duizenden mijlen verderop gewoon door in operatie Atalanta en tijdens African Winds met Zr.Ms. Rotterdam. Terwijl Zr.Ms. Johan de Witt een cruciale schakel was in de aanhouding van een piratengroep, doorstonden mariniers zware klimatologische omstandigheden tijdens de Jungle Movement & Survival Course – voor het eerst gehouden in Ghana – en de schiettraining Black Alligator in de Mojave Desert (Californië, VS). Ondanks alle ontwikkelingen, blijft de marine koers houden en blijven maritieme operaties, oefeningen en uw persoonlijke inzet onze belangrijkste focus. U zet zich in voor veiligheid op en vanuit zee en laat daarbij het hoofd niet hangen. Daarvoor een welgemeend Bravo Zulu voor u allen!

26

U bent uw werk met trots blijven uitdragen

Vice-admiraal Matthieu Borsboom Commandant Zeestrijdkrachten, Admiraal Benelux Twitter: @VADMBORSBOOM

Alle Hens | november 2013

2

3

Alle Hens | november 2013

A lle H ens

oefening

Elektronisch magazine vervangt papieren maandblad Koninklijke Marine

40-jarige samenwerking bezegeld in Amerikaanse woestijn

Alle Hens gaat digitaal
Het neerploffen van de nieuwste Alle Hens op de deurmat is er binnenkort niet meer bij. Als gevolg van de bezuinigingsmaatregelen uit 2011 worden de zeven personeelsbladen van Defensie vervangen door een elektronisch magazine, het zogeheten Ezine.
Tekst: Robin Middel

Scherp schieten in verzengende hitte
Op het moment dat in Nederland kou en regen hun intrede doen, gaan de mariniers negenduizend kilometer verderop de strijd aan tegen de hitte tijdens oefening Black Alligator. Het 22e Raiding Squadron van de 2e Marine Combat Group van het Korps Mariniers schiet met scherp in de Mojave Desert in Californië (Amerika) op het Marine Corps Air Ground Combat Center, het grootste oefen- en schietterrein van het Amerikaanse Korps Mariniers.
Tekst: Vanessa Strijbosch | Foto’s: 22 e Raiding Squadron

Op dit moment wordt er achter de schermen druk gewerkt aan het ‘bouwen’ van de Ezines. Naast Alle Hens, worden ook de volgende personeelsbladen gedigitaliseerd: Defensiekrant, de Landmacht (CLAS), Vliegende Hollander (CLSK), KMar Magazine (KMar), Materieel Gezien (DMO) en Pijler (CDC). Een ingrijpend proces dat sinds 2011, toen de toenmalige Minister van Defensie Hans Hillen de bezuinigingsmaatregelen presenteerde, in gang is gezet. In 2014 is het dan zover en kunnen de personeelsbladen nog alleen digitaal gelezen worden. Het is de bedoeling dat de Defensiekrant als eerste het digitale pad gaat bewandelen. Daarna zullen de overige bladen volgen. In welke volgorde en op welke tijdstippen is op het moment van deze uitgave nog niet duidelijk. Een zekerheid is wel dat dit nummer één van de laatste papieren uitgaven van Alle Hens is.

Alternatief Het zal voor sommige lezers wennen zijn om de artikelen op een computer of tabletscherm te lezen. De Koninklijke Marine wil daarom een alternatief aanbieden aan de betalende abonnees van Alle Hens. In het maritieme blad de Blauwe Wimpel, maandblad voor de scheepvaart en scheepsbouw in de lage landen, wordt vanaf nu een speciale selectie van de artikelen over de Koninklijke Marine gepubliceerd. Voor de betalende abonnees van Alle Hens is bij dit november nummer een exemplaar van de Blauwe Wimpel toegevoegd, met daarin enkele artikelen uit eerdere uitgaven van Alle Hens. Geïnteresseerden die zich op de Blauwe Wimpel willen abonneren, kunnen zich aanmelden via: e-mail info@deblauwewimpel.eu of via de website: www.deblauwewimpel.eu.

Mediacentrum Defensie maakt Ezines
De Ezines zijn één van de producten die gemaakt worden door het sinds 1 oktober 2013 opgerichte Mediacentrum Defensie. In deze nieuwe organisatie werken alle combat-, lucht- en onderwaterfotografen en -filmers, (web)redacteuren, vormgevers, editors en andere mediaspecialisten samen aan mediaproducten van en voor Defensie. Onder de kerntaak vallen naast de productie van de Defensieperiodieken (en de toekomstige Ezines), schrijven en plaatsen van nieuwsberichten op en het onderhouden van defensie. nl en het nieuwsportaal op de intranetstartpagina, foto- en videovastlegging, vormgeving (multimediale) producten en bewaking van de huisstijl.


Alle Hens | november 2013 4 5 Alle Hens | november 2013

oefening

oefening

Klimatologisch zware omstandigheden voor 22e Raiding Squadron in de Mojave desert.

Onbeperkte mogelijkheden Volgens de squadroncommandant zijn het uitstekende omstandigheden voor dit soort oefeningen. “Het bijzondere aan Black Alligator is dat we hier kunnen oefenen onder klimatologisch zware omstandigheden. Odding noemt in het bijzonder de voordelen van het oefenterrein, met vijfduizend vierkante kilometer het grootste van Amerika. “Hier heb je mogelijkheden die we in Nederland zeker niet hebben. We kunnen hier scherpschietoefeningen organiseren op compagnies-, bataljons- of brigadeniveau en de mogelijkheden voor het gebruik van verschillende soorten munitie lijken bijna onbeperkt. (MAG, UGL, Pantserfaust, 60mm mortier, red.)” De mariniers begonnen in kleine teams. Ze werkten zich in steeds grotere eenheden op naar gecompliceerde schietscenario's met scherpe munitie, uitgevoerd door ruim honderd mariniers. Het Marine Corps Air Ground Combat Center heeft veel oefendorpen die gebruikt worden voor het optreden in verstedelijkt gebied, ook voor schieten met scherp. Van grote toegevoegde waarde, vindt Odding. “Van hoog tot laag hebben we op alle niveaus kunnen trainen. Met eenheden van deze grootte kunnen we hier ook manoeuvres uitvoeren met scherpe munitie, ook in verstedelijkt gebied. Met name daarvoor moeten we tot nu toe altijd naar het buitenland uitwijken omdat dat (nog) niet in Nederland aanwezig is.” Uitwisselen Het 22e Raiding Squadron wordt als vierde compagnie volledig geïntegreerd ingezet binnen het Engelse mariniersbataljon. Een uitgelezen mogelijkheid om intensief samen te werken met de Engelse partners en ervaring op te doen met ‘life firing’  in een woestijnomgeving. Hierbij worden nieuwe ervaringen uitgewisseld op het gebied van operaties, procedures, tactieken en technieken. Odding juicht dit toe. “Als we kijken naar het opereren onder Engelse vlag is het goed dat we deelnemen aan deze oefening. De interactie met de bataljonstaf, de uitwisseling van (uitzend)ervaringen en de prestaties zorgen voor een duidelijke win-win situatie.”

Tijdens Black Alligator worden schietoefeningen op compagnies-, bataljons- of brigadeniveau gehouden. Ook is met Pantserfaust geschoten.

"De mogelijkheden voor het gebruik van verschillende soorten munitie lijken bijna onbeperkt"

Een Engels mariniersbataljon heeft dit jaar de leiding over het programma.  Voor de Engelse mariniers maakt deze oefening deel uit van het opwerktraject om operationeel ingezet te kunnen worden. Dit jaar is het Britse commando Royal Marines aangewezen als commando groep ook worden Engelse en Amerikaanse artillerie- en geniecapaciteit ingezet. Naast de vele mogelijkheden op het gebied van schiettrainingen is Black Alligator voor de Nederlandse mariniers een uitgelezen mogelijkheid om het veertigjarige samenwerkingsverband met het Engelse Marinierskorps te versterken en te verstevigen. Hitte en beestjes De naam van de oefening doet vermoeden dat hier hier om een robuuste training gaat. En dat blijkt ook. De weers- en terreinomstandigheden komen overeen met een woestijnklimaat. Het uitgestrekte terrein beslaat grote vlakten met zand met een minimale vegetatie. Vanuit de woestijn licht squadroncommandant, majoor der mariniers Bert Odding, de omstandigheden toe. “De Mojave desert is zoals de Engelsen het noemen ‘unforgiving’ (genadeloos, red.). Overdag is het zeer heet met temperaturen van boven de dertig graden en ‘s nachts koelt het af naar een graad of tien. Zwarte weduwen, vogelspinnen, wolfspinnen, schorpioenen, ratelslangen, grote torren en sprinkhanen komen dagelijks voorbij. Het gros van deze beesten is giftig.” Odding is onder de indruk van de omgeving: “Het doet je aan Afghanistan denken. Ruige bergen afgewisseld met heuvels en uitgestrekte vlakten, opgedroogde rivieren en vooral veel stof. Er groeit wel lichte vegetatie, maar dat is niet veel.”

Een uitgelezen mogelijkheid om intensief samen te werken met de Engelse en Amerikaanse partners.

“De Mojave desert is zoals de Engelsen het noemen ‘unforgiving’ ”
Veertig jaar samenwerken “Over het algemeen zijn we snel ingebed in de organisatie van de Engelsen”, voegt hij daaraan toe. “Veel van onze opleidingen zijn al geschoold op Engelse leest, de radio apparatuur is hetzelfde en zowel officieren en onderofficieren hebben al regelmatig ‘raakmomenten’ met de Engelsen. Per slot van rekening werken we al veertig jaar samen. We ondergaan exact hetzelfde programma als de Engelse compagniën en we doen zeker niet voor hun onder.” De mariniers voerden tot eind oktober een gefaseerd trainingsprogramma uit, waarbij is opgewerkt van team- tot en met bataljonsniveau. Dit is afgeloten met een grootschalige eindoefening, die is afgetest door Engelse stafofficieren van de derde commando brigade. ↑
Van hoog tot laag trainde het squadron alle niveaus.

Het Marine Corps Air Ground Combat Center heeft veel oefendorpen die gebruikt kunnen worden voor het optreden in verstedelijkt gebied, ook voor schieten met scherp.

Alle Hens | november 2013

6

7

Alle Hens | november 2013

O efening

O efening

Soepele samenwerking in Northern Archer

De mens achter het materieel
Northern Archer 2013, de oefenreis in de Baltische Zee waarvoor de Nieuwe Haven is leeggelopen. Het eskader bestaat uit drie Nederlandse luchtverdedigings- en commandofregatten, één Nederlands patrouilleschip en één Belgisch fregat. In totaal trainen ruim 700 militairen samen om de vaardigheden in het varen en opereren in een taakgroep te vergroten en te verbeteren. de trainingen zijn inspannend. Hoe ervaart de bemanning Northern Archer?
SGT Goedemans: "We maken lange dagen." Tekst: Nina de Lange

“Het is hard werken. Iedereen moet vol aan de bak om met de trainingen mee te draaien tijdens deze oefenreis”

De verlichting aan boord van Zr.Ms. Evertsen is nog op rood wanneer de dag voor de opvarenden begint. De slaap is net uit de ogen als er gepraaid wordt: “Wij escorteren het motorschip Friesland naar Gdynia. Er zijn vijandelijke contacten gesignaleerd. Het is gevechtswacht op post, gevechtswacht op post, gevechtswacht op post.” Witte overalls, anti-flash kappen en handschoenen komen binnen no time tevoorschijn. Het bekende beeld van blauwe marinepakken is vervangen door een zee van wit. Deze ‘gevechtsoutfits’ beschermen de drager tegen de eerste vlammen die ontstaan bij bijvoorbeeld een explosie veroorzaakt door een inslag. “Ze mogen dan wel helpen, maar ze zijn ook erg warm. Dat is fijn als het koud is in het schip, maar niet als je moet rondrennen om calamiteiten te bestrijden”, roept één van de bemanningsleden die zich door de whalegang haast. De oefening van deze ochtend duurt vijf uur waarbij iedereen op elk moment ingezet kan worden om diverse calamiteiten het hoofd te bieden. 8

Brei van oefeningen Na deze training waarbij de 180 bemanningsleden van de Evertsen alert zijn op elke onverwachte actie, gaat het wekelijkse programma weer verder. “Het is een brei van oefeningen. We rollen van het één in het ander en zijn eigenlijk continu aan het werk”, aldus sergeant Frank Goedemans van de verbindingsdienst. De verbindelaren regelen alle interne en externe communicatie aan boord van het fregat en zijn praktisch onmisbaar. “Bij alle oefeningen zijn twee of meer mensen van onze dienst nodig. Daarnaast zit er standaard iemand in de radiocentrale, want ook die communicatie gaat gewoon door. Het is een unieke kans voor de jongens. Ze leren veel door de hoeveelheid en diversiteit aan oefeningen. Maar we maken wel lange dagen.” Medische Actie Dienst Een belangrijke groep aan boord van de schepen is de Medische Actie Dienst (MAD). Dit team, dat bestaat uit militairen

SGT De Vries: "Lastig om alle neuzen dezelfde kant op te laten wijzen."

van de logistieke dienst, speelt een cruciale rol wanneer er ongelukken gebeuren en eerste hulp vereist is. “De eerste minuten van een slachtoffer zijn cruciaal”, begint sergeant Feikje de Vries te vertellen. Ze is de ziekenma (ziekenverpleger) en geeft les aan het MAD-personeel in het behandelen van de slachtoffers in het scenario. Daarnaast stuurt en beoordeelt ze de handelingen die door de dienst worden uitgevoerd tijdens gesimuleerde bedrijfsongevallen. De ziekenma is positief over de vorderingen van haar team en is blij met de hoge oefenwaarde van de training waarin ze een groter team moet aansturen. “Het is moeilijker om alle neuzen dezelfde kant op te laten wijzen, maar het lukt ons steeds beter.” Het team wordt onder andere getraind om tijdens missies onder hoge druk snel en vakkundig op te treden. Nieuweling Zr.Ms. Friesland Zr.Ms. Friesland is de ‘nieuweling’ in het eskader en ondersteunt bij het opwerken van de andere eenheden. Hierbij vervult zij de rol van een schip in nood, tegenstander, blokkade breker of het te beschermen schip. De beide geëmbarkeerde FRISC vaartuigen worden veelvuldig ingezet. Deze weken worden door de commandant benut om de eigen bemanning op te werken. Er wordt hard gewerkt om 9

de calamiteitenbestrijding en de operationele vaardigheden te verhogen en verbeteren. Onmiskenbaar anders De Friesland telt een bemanning van 55 militairen die allemaal diverse neventaken naast de eigen functie hebben. “Het is hard werken. Iedereen moet vol aan de bak om met de trainingen mee te draaien tijdens deze oefenreis”, vertelt Chef der Equipage adjudant Hans Hijman. Hij maakte in zijn marineloopbaan talloze oefeningen mee, maar zegt het dit keer heel anders te ervaren. Het is volgens hem onmiskenbaar anders nu de Friesland met de fregatten mee op reis is. Hij is ervan overtuigd dat het patrouilleschip zeker van toegevoegde waarde is tijdens deze reis. “We moeten wennen aan opereren in een verband waarbij onze taken uiteenlopen. We zijn niet meer alleen op pad.” “De Friesland doet zeker niet voor spek en bonen mee”, stelt de commandant van het patrouillevaartuig kapitein-luitenant-ter-zee Arjen Warnaar. “Samenwerken in dit soort verbanden is heel belangrijk en moeten we in stand houden. Door met een groep naar zee te gaan, leren we elke dag weer in welke mate de verschillende schepen elkaar kunnen aanvullen en een zinvolle bijdrage kunnen leveren.” ↑ Alle Hens | november 2013

Alle Hens | november 2013

O perationeel

O perationeel

24/7 paraat voor civiele autoriteiten

Marineduikers spil in vinden van vermisten
Recent kwam de Defensie Duikgroep (DDG) in actie bij de berging van drie opvarenden van het gezonken motorschip Maria in de Noordzee. En op dit moment kan de DDG ergens in Nederland worden ingezet op verzoek van politie of justitie. Zo doet het Landelijk Team Onderwaterzoekingen vanwege hun moderne zoekmiddelen en expertise regelmatig een beroep op de marineduikers.
Tekst: Marlous de Ridder I Foto’s: Gerben van Es (MCD)

Zelfdoding, verdrinking, ongeval of een misdrijf. Er zijn allerlei oorzaken waarom mensen te water raken. De politie van het Landelijk Team Onderwaterzoekingen (LTOZ) zijn erop gebrand vermisten zo snel mogelijk op te sporen en te bergen. En waar hun middelen ophouden, schakelen ze partners in. Dat het lichaam snel wordt gevonden, is de eerste prioriteit. “Pas dan kan het rouwproces bij de nabestaanden beginnen en kunnen wij uitsluiten of er al dan niet sprake is van een misdrijf”, vertelt politieman Jaap Nijgh. Welke middelen het LTOZ inzet, hangt af van veel factoren. Het weer, de diepte, stroming en duur van de vermissing spelen bijvoorbeeld een rol. Het team maakt per case een zoekplan. Soms is zoeken met een sonar, helikopter of honden voldoende. Het andere moment moet zwaarder geschut worden gebruikt, zoals een dreg. Dit apparaat met haken zet zich vast in objecten onder het water.

De Defensieduikers duiken dieper dan vijftien meter. Politie en brandweer mogen dat niet.

bij duikongevallen, red.) is de DDG in staat om bij moeilijke klussen te assisteren. “Wij kunnen zowel snel als voor lange tijd mensen en middelen leveren”, zegt hoofd bureau Planning luitenant-ter-zee 2OC Sieb Brandsma. Mentaal Het is een luguber karwei: het bergen van een lichaam dat al dagen, zo niet weken, onder water ligt. Hoewel de DDG steeds meer ervaring heeft, blijft het een aangrijpende en spannende klus, weet Brandsma. “In de opleiding leren de duikers het bergen van drenkelingen uit bijvoorbeeld schepen en autowrakken. Maar de omstandigheden zijn hoe dan ook mentaal zwaar, zeker als het om een kind gaat.” Jaap Nijgh is als operationeel chef blij dat hij op Defensie kan rekenen. En dankzij een recent gesloten convenant tussen de Ministeries van Defensie en Veiligheid en Justitie kan militaire bijstand nu nog sneller plaatsvinden. Volgens Nijgh zit de kracht van het LTOZ in de samenwerking tussen diverse specialisten die landelijk opereren. Nijgh: “Het is zeker niet het makkelijkste werk, maar het geeft heel veel voldoening als je iemand vindt.” ↑
Het LTOZ oefende op het Markermeer het bergen van een slachtoffer.

“De omstandigheden zijn mentaal zwaar”
Moeilijke klussen Als de politie niet precies weet waar iemand te water is geraakt of het zoekgebied is enorm groot, dan valt het LTOZ terug op specialisten buiten de politie. Op zo’n moment komt Defensie om de hoek kijken. Voor militaire bijstand heeft de DDG 24/7 een duikteam paraat staan. De Defensieduikers hebben als voordeel dat ze dieper dan vijftien meter mogen en hypermoderne apparatuur meebrengen. Zoals de REMUS, een sonar die afwijkingen op de bodem herkent en de handzame sonar Navigator waarmee de duikers naar het lichaam zwemmen. Dankzij deze uitrusting, eigen vaartuigen en zelfs een recompressietank (nodig

Alle Hens | november 2013

10

11

Alle Hens | november 2013

H istorie

H istorie

65 jaar trekken boren en vullen
De Tandheelkundige Dienst Zeemacht bestaat 65 jaar. Reden voor een feestje natuurlijk. Maar tegelijkertijd komt met dit lustrum een einde aan een tijdperk marinetandheelkunde. De dienst houdt op te bestaan en gaat op in een paarse defensiebrede Tandheelkundige Dienst. Een tijdreis door tientallen jaren maritieme mondzorg.
Tekst: Marlous de Ridder | Foto’s: archief NIMH

Jubileum en afscheid Tandheelkundige Dienst Zeemacht

Voor de Tweede Wereldoorlog was er nauwelijks sprake van georganiseerde tandheelkundige voorzieningen voor marinepersoneel. De Koninklijke Landmacht was destijds al wel begonnen met het aanstellen van militair tandartsen, maar die contracten waren van tijdelijke aard. Pas in 1945 zag de defensieleiding dat een militaire tandarts niet slechts een voorziening was in oorlogs- en mobilisatietijd. De oprichting van een Tandheelkundige Dienst was een feit. Kapiteinluitenant-ter-zee D.J.A van der Woerd kreeg de opdracht deze dienst zowel in personele als materiële zin vorm te geven. Hij werd daarmee tevens de eerste officier tandarts van de Koninklijke Marine. In zijn zoektocht naar een nieuw te vormen korps marinetandartsen meldden zich in die nadagen vooral oorlogsvrijwilligers.

van de gebitten leverde vaak problemen op tijdens varen". Preventieve tandheelkundige zorg kreeg daarom steeds meer prioriteit en de halfjaarlijkse controle werd ingevoerd. Dit leverde automatisch meer administratie op. Halverwege de jaren tachtig kwam daar de dental fitness eis bij. De militair tandarts maakte een inschatting van de verwachte klachten van de militair om tandproblemen tijdens missies te voorkomen. Dat bijhouden van dossiers viel in de praktijk niet mee, omdat personeel regelmatig werd overgeplaatst. Uiteindelijk bood de digitalisering uitkomst. In 1999 ging de tandheelkundige administratie krijgsmachtbreed over op een geautomatiseerd systeem. Alle data, inclusief röntgenfoto's en mondhygiëne gegevens, stonden vanaf toen op een centrale server in Den Helder.

Tandartsen met een missie Al sinds de politionele acties in voormalig Nederlands-Indië gaan tandartsen mee naar het front. Veelal werkten zij vanuit provisorische mobiele praktijken. Daarna volgden uitzendingen en vredesoperaties naar Cambodja, Ethiopië, Eritrea, Irak en Afghanistan. Tijdens de missie in Uruzgan leverde de marine zelfs een groot deel van de tandheelkundige zorg. Maar tandartsen werden ook ingezet voor forensische doeleinden bij rampen. Zo waren marinetandartsen betrokken bij de identificatie van slachtoffers van de Bijlmerramp en Dakotaramp en van Tsunami slachtoffers in Thailand. De missies waren allemaal uniek. Maar wat nooit veranderde was de taak. Met apparatuur anders dan aan de wal, moesten toch dezelfde klachten worden verholpen. Vandaag de dag Dat de maritieme tandheelkunde in 65 jaar kwalitatief een transformatie heeft ondergaan, mag geen verrassing zijn. Ziekenboegen zijn vandaag de dag modern en goed uitgerust, dental fit is een eis en patiëntendossiers zijn volledig digitaal. Een aantal tandartsen is zelfs gespecialiseerd (endodontoloog, paradontoloog en gnatholoog) en de tandheelkunde is volledig ingebed in het operationele bedrijf.

Ziekenboegen zijn vandaag de dag modern en goed uitgerust, dental fit is een eis.

“Onze dienst kenmerkt zich vooral door één manier van werken. Militairen wisselen vaak van functie en dus van tandarts. Wij vinden dat iedereen recht heeft op dezelfde zorg, daarom hebben we daarin geïnvesteerd. Dat doen we door jonge tandartsen onder de vleugels te nemen en ervaring te laten opdoen in alle facetten van het vak.” Aan het woord is hoofd Tandheelkundige Dienst Zeemacht, kapitein-luitenant-terzee tandarts Joris de la Court . Bij hem overheersen dubbele gevoelens. “De saamhorigheid typeert ons team. Nu, aan de vooravond van de reorganisatie, is er onrust en onzekerheid over de nieuwe werkwijze en standplaatsen.” Hoe nu verder De beslissing om één Defensie Tandheelkundig Dienst (DTD) op te richten, is niet gisteren genomen. Als sinds 2008 wordt erover gesproken. Een structureel tekort aan uitzendbare tandartsen bij land- en luchtmacht ligt hieraan ten grondslag. Voor het marinepersoneel kunnen de veranderingen wel eens meevallen. De DTD is namelijk geïnspireerd op het model van de Tandheelkundige Dienst Zeemacht. Groot voordeel van de reorganisatie noemt De La Court dat de expertise nu centraal wordt belegd. Voor de patiënt verandert er overigens het een en ander. De tandheelkundige praktijken gaan terug naar zeven regiocentra en enkele dependances, wat neerkomt op meer reistijd. Hoewel iedereen in meer of mindere mate met de veranderingen te maken krijgt, is uitstellen van de reorganisatie geen optie. “Dan komt de kwaliteit zeer zeker in het geding. De hoge eisen die wij aan de militaire gebitten stellen, moeten wel kunnen waarborgen.” ↑

De parelwitte tanden van marinemannen uit wervingscampagnes bleken uitzondering
Vanwege de rommelige start in de Tweede Wereldoorlog bleef het lange tijd onduidelijk wat nou het exacte geboortejaar was van de Tandheelkundige Dienst Zeemacht. Uiteindelijk zijn historici uitgekomen op 1 oktober 1948, gelijk met de officiële oprichting van een apart tandartsenkorps. Na het personeel (tandartsassistentes werden geworven onder de MARVA’s) kwamen al snel de ‘kiezenboegen’. Die ontstonden zowel op de wal als op de kruisers en vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman. Schepen die geen varende praktijk hadden, kregen een aparte ‘veld-unit’ met instrumentarium mee. Langzaam werd de varende tandarts geaccepteerd en gewaardeerd. Diegenen die jarenlang hun gebit verwaarloosden, durfden aan boord wél in de stoel. Dental fit Tandartsen draaiden vanaf het eerste moment overuren. De parelwitte tanden van marinemannen uit wervingscampagnes bleken uitzondering. De tanden waren dikwijls slecht, brokkelden af en tandvlees was ontstoken. "De slechte staat
Diegenen die jarenlang hun gebit verwaarloosden, durfden aan boord wél in de stoel. Al sinds de politionele acties in voormalig Nederlands-Indië gaan tandartsen mee naar het front.

Bronnen: 50 jaar Tandheelkundige Dienst Koninklijke Marine (1948-1998) 65 jaar Tandheelkundige Dienst Zeemacht, okt 2013

Alle Hens | november 2013

12

13

Alle Hens | november 2013

R eorganisatie

O efening

Contracten als eerste over op

SAP

Jungle Movement & Survival Course in Afrikaans Ghana

Senang worden met de jungle
‘Sommige dingen maak je maar één keer mee…’ deze reclameslogan ontstond niet voor niets in de jungle. En als het aan sergeant-majoor van de mariniers Jeroen Amesz ligt, zijn alle clichés op het jungle gebied waar. Het tropische decor is waar de senior trainer jungle & military tracking zich thuis voelt; de vele insecten, het klamme weer en gebrek aan comfort voor lief nemend. Maar Amesz kent ook de beperkingen: “Hier in de jungle moet het wiel steeds opnieuw uitgevonden worden.” Dat begint met een basistraining waarin mariniers leren hoe te overleven en te manoeuvreren onder zulke bijzondere omstandigheden. Aan het 23e Raiding Squadron van de 2e Marine Combat Group de eer om voor het eerst deel te nemen aan de Jungle Movement & Survival Course in het Afrikaanse Ghana.
Tekst: Doenja Zwaan | Foto’s: Eva Klijn (MCD)

Een groot deel van de walorganisatie van het Commando Zeestrijdkrachten gaat volgend jaar over op SAP, het softwareprogramma dat de hele materieellogistieke en financiële bedrijfsvoering ondersteunt. Bij Directie Materieel en Instandhouding zijn de voorbereidingen voor SAP volop begonnen. Zo staat de directie gepland om in de lente van 2014 gemigreerd te worden. Hier gaan nog wel de nodige voorbereidingen aan vooraf.
Tekst: Anne Catherine de Leeuw | Foto: Archief

De afdeling Inkoop draait overuren sinds afgelopen zomer. Vanaf dat moment is zij begonnen met het voorbereiden van alle (raam)contracten. Annemieke Selbach, Hoofd Inkoop vertelt over dit arbeidsintensieve proces: “Alle circa 350 raamcontracten (contracten die voor de duur een aantal jaren worden afgesloten en waarin de voorwaarden en afspraken staan die de materiaalplanners gebruiken om artikelen en diensten in te kopen/huren, red.) worden namelijk in drie stappen naar SAP over gezet. Zo moeten de contract-gegevens eerst in een speciaal Excel-format worden gezet. Vervolgens worden deze gegevens door de Hoofddirectie Financiën en Control gecontroleerd en na goedkeuring worden ze door ons handmatig in SAP gezet. Het converteren van een contract kan, afhankelijk van de complexiteit, een aantal uren tot enkele dagen in beslag nemen. De medewerkers van de afdeling Inkoop zijn hierdoor, tot alle contracten in SAP zitten, voor veertig procent van hun tijd bezig met voorbereidingen voor SAP.” Naast de voorbereiding op de invoering in de lente, gaat het Materieel Logistieke Commando, het depot voor grondgebonden materieel, al in de komende weken over op SAP. Selbach: “Hier ligt voor ons de prioriteit. We beheren namelijk een aantal raamcontracten dat defensiebreed wordt gebruikt. Deze contracten moeten als eerste over op SAP.”
Dankzij SAP werkt straks iedereen met hetzelfde systeem, met dezelfde informatie en sluiten processen op elkaar aan.

Selbach is zich ervan bewust dat de reguliere werkzaamheden van de afdeling Inkoop hierdoor onder komen te staan. “Maar SAP leeft nu veel meer bij de medewerkers”, voegt ze toe. “We gaan vanaf de lente van 2014 echt over op SAP.” ↑

Alles in één systeem
Met SAP ligt de hele materieellogistieke en financiële bedrijfsvoering van Defensie vast in één systeem. Nu zitten de materieellogistieke en financiële gegevens nog in ongeveer 140 grote en kleinere informatie voorzieningssystemen die elkaar niet verstaan. Hierdoor is er geen eenduidig zicht op de beschikbaarheid en de staat van onderhoud van het materieel. Dankzij SAP werkt straks iedereen met hetzelfde systeem, met dezelfde informatie en sluiten processen op elkaar aan. Zo kan periodiek onderhoud worden voorgeschreven en kunnen reserve onderdelen tijdig worden besteld en aangevuld. Zijn er reparaties nodig, dan worden er werkorders ingevoerd en wordt herstel in de werkplaatsen gepland en uitgevoerd. Al met al inzicht in de kosten van het onderhoud.

Het bivak – niet veel meer dan een hangmat met geïntegreerde klamboe – wordt snel opgetuigd en ingenomen.

Alle Hens | november 2013

14

15

Alle Hens | november 2013

O efening

O efening

‘Senang worden met de jungle’, dat is kortgezegd waar het om draait. Voor sergeant-majoor van de mariniers Jeroen Amesz en zijn vier collega-instructeurs gesneden koek. Hoe idyllisch ook, er kleeft een groot aantal verzwarende factoren aan opereren in de tropen. “In dit terrein is het moeilijk om controle te houden, terwijl voor het individu navigeren erg lastig is omdat je weinig vergezichten hebt. Je moet je goed aan de drills houden. En vanwege warm en nat weer moet je extra letten op je hygiëne.” Juist door de dichte begroeiing zit de vijand vaak dichtbij: “Je kunt ieder moment in een hinderlaag terechtkomen.” Onmisbaar gereedschap Mariniers hebben een amfibische expertise en zijn wereldwijs inzetbaar. “De trainingen zijn zwaar dus hierna wordt het alleen maar makkelijker”, meent Amesz. Een voordeel is dat de tactische mind-set zoveel mogelijk wordt gehandhaafd. “We ruimen altijd ons bivak op en hebben kaart en kompas op de man.” Ook het mes wordt nimmer vergeten, een gereedschap dat tijdens de zes uur durende navigatietrekking door het woud onmisbaar blijkt.

Verborgen voorwerpen Het blijft een basistraining en dus houden de instructeurs het schools waar mogelijk. In het jungleterrein bij het basiskamp zijn parcours uitgezet met boobytraps, verborgen voorwerpen en geuren. Om een vijand voor te blijven, moeten alle zintuigen worden ingezet. Bij de lessen vuur maken – met behulp van steenwol, bamboe en touw – zitten de cursisten op gezaagde boomstammen in carré opgesteld. Overleven in de jungle betekent ook dat levend voedsel moet worden gevangen, geslacht en bereid. Amesz: “Dat is altijd een moment dat de mannen even stil zijn.” Maar veel tijd om daarover na te denken is er niet. In de Ghanese jungle valt de duisternis snel in. En dus wordt het bivak – niet veel meer dan een hangmat met geïntegreerde klamboe – snel opgetuigd en ingenomen. Hoewel een missie in de jungle niet op korte termijn verwachtbaar is, is de Jungle Movement & Survival Course wel degelijk van meerwaarde. Wie getraind is onder alle klimatologische omstandigheden, kan overal ter wereld ingezet worden, dat is het expeditionaire karakter van het korps. Amesz voegt daar graag nog iets aan toe: “Mariniers die jungle & tracking getraind zijn, hebben een veel betere omgevingsbewustzijn en gaan dus veel meer op in hun omgeving’. ↑

Vanwege de weinige vergezichten is het moeilijk navigeren in de jungle. Het blijft een basistraining en dus houden de instructeurs het schools waar mogelijk. Het mes wordt nimmer vergeten, een gereedschap dat tijdens de zes uur durende navigatietrekking door het woud onmisbaar blijkt.

Mariniers die jungle getraind zijn, gaan meer op in hum omgeving.

Legio mogelijkheden
In het kader van het Netherlands Maritime Force deployment African Winds werd de instructeurs van het Marine Training Command (MTC) gevraagd te kijken naar de mogelijkheden voor trainingen op het vaste land. “Ghana is gekozen omdat de mogelijkheden legio zijn, het is een stabiel land en de bevolking staat open voor samenwerking met buitenlandse eenheden”, legt senior trainer jungle & military tracking Jeroen Amesz uit. “Ze zijn erg nieuwsgierig en willen zoveel mogelijk weten, maar kunnen ons tegelijkertijd van informatie en essentiële zaken voorzien.” Een vervolg op deze jungletraining in hetzelfde Ghana is dan ook verwachtbaar. Niet alleen Nederlandse mariniers maken zich de skills en drills eigen die horen bij optreden in de jungle. De Britten die voor de oefening African Winds deel uitmaken van de Landing Force volgden ook een jungleprogramma. Zodoende vond een deel van de lessen in UK/ NL verband plaats.

Alle Hens | november 2013

16

17

Alle Hens | november 2013

M aterieel

M aterieel

Zr.Ms. Walrus en Mercuur werken samen voor technische beproeving

Nieuwe sonar getest
Het waren stevige nautische omstandigheden afgelopen maand tussen de Noorse Fjorden voor Zr.Ms. Walrus en Mercuur. De onderzeeboot en het torpedowerkvaartuig trotseerden windkracht 10 om maar zoveel mogelijk data te kunnen verzamelen van het nieuwe sonarsysteem van de Walrus, het MANTA systeem. Met behulp van een vernuftig systeem (Socrates), dat verschillende geluidspulsen kan simuleren, is dat gelukt.
Tekst: Vanessa Strijbosch | Foto’s: DMO, Zr.Ms. Mercuur

De Socrates ziet eruit als een grote vis, maar kan meer dan drijven alleen. Het apparaat bootst allerlei varende eenheden na door geluidspulsen uit te zenden.

Moderne Walrussen
Satellietcommunicatie Mogelijkheid om bijna real time verzamelde inlichtingen door te sturen naar het hoofdkwartier, waar de onderzeeboot ook opereert.

Voor het Instandhoudingsprogramma Walrusklasse worden alle vier de onderzeeboten gerenoveerd. Het levensverlengend onderhoud brengt de in de jaren tachtig gebouwde onderzeeboten weer helemaal bij de tijd. Ze ondergaan zowel uiterlijk als innerlijk een flinke makeover. De onderzeebootvloot is daarmee inzetbaar tot 2025. De vier belangrijkste modificaties zijn: de optronische mast, Combat Management Systeem, verbeterde satellietcommunicatie en vernieuwde sonar systemen. Eén van de SONAR systemen, het zogeheten MANTA systeem, werd afgelopen maand in het Skagerrak (Noorwegen) aan boord van de Walrus onderworpen aan een reeks testen. De Mercuur fungeerde als ondersteuningsschip en platform waarvandaan de data kon worden verzameld. Geen oefenmijnen De trials voor het SAT MANTA bestaan uit twee hoofdmoten: de Mine Avoidance Sonar en het Intercept System. De Mine Avoidance Sonar kan drijvende en verankerde mijnen detecteren en heeft ook de capaciteit om de zeebodem in kaart te brengen. Het Intercept System vangt geluidspulsen op van varende en vliegende eenheden en ziet vervolgens waar die eenheden zich bevinden. Een onderdeel van het Intercept System is het Intercept Ranging System, een systeem dat naast richting ook afstand kan bepalen van bijvoorbeeld inkomende torpedo’s. Om deze systemen goed te kunnen testen was de hulp van de Mercuur als moederschip nodig, onder andere voor het leggen van oefenmijnen en het simuleren van geluidspulsen. Door het slechte weer en de hoge golfhoogte werd het onmogelijk voor de Mercuur om de oefenmijnen te plaatsen. Een tegenvaller. De test is vooruitgeschoven. Nabootsen Het simuleren van de geluidspulsen werd wel een succesverhaal. Met hulp van het door TNO ontwikkeld Socrates systeem, dat allerlei varende eenheden kan nabootsen door geluidspulsen uit te zenden. De Mercuur trotseerde weer en wind en sleepte de Socrates, die de vorm heeft van een grote vis, mijlen achter zich aan zodat de Walrus in staat was om de verschillende eenheden te detecteren en een volledig oppervlaktebeeld op te bouwen.

Maximale oefenwaarde “Door de dusdanige robuustheid van het systeem hebben we de test onder deze zware omstandigheden toch uit kunnen voeren”, vertelt luitenant ter zee 1 Lucas Leppink. De flipper op zijn uniform ‘verraadt’ dat hij een voorliefde voor onderzeeboten heeft. Leppink vertegenwoordigt de Defensie Materieels Organisatie. Hij werkt bij de afdeling onderwater technologie en is projectofficier van het MANTA systeem. In oktober voer hij mee met de Walrus en de Mercuur om de tweede technische beproeving (Zr.Ms. Bruinvis was de eerste) van het MANTA systeem mee te maken. “We hebben ontzettend veel data kunnen opnemen voor verdere ontwikkeling en verbetering van het sonar systeem. Door de inzet van de Socrates kregen we met vrij beperkte middelen toch veel oefenwaarde. We konden tot het maximale gaan.”

Vernieuwd Intercept System: Vangt geluidspulsen op en ziet waar de eenheid zich bevindt. Deze informatie wordt gebruikt om het oppervlaktebeeld op te bouwen.

Vernieuwde sonar Sterk vergroot bereik, tot dubbel zo ver. Dankzij de mijnensonar kan de onderzeeboot veel dichter onder de kust opereren.

Leppink noemt in het bijzonder de instelling van de bemanning van de Mercuur. “Door hun flexibele inzet werd het mogelijk om de grenzen op te zoeken. Als dit niet was gebeurd, zou deze beproeving zijn vervallen in het wel of niet branden van ‘het groene lampje’.” Ook aan boord van de Walrus keek de bemanning met voldoening mee. Leppink: “Ze hebben nu zelf kunnen zien hoe nauwkeurig dit systeem kan zijn. Het biedt fantastische perspectieven voor de toekomst.” ↑

Intercept Ranging System: Een passieve manier die de afstand bepaalt zonder pulsen uit te zenden, bijvoorbeeld op inkomende torpedo’s. Kan niet alleen richting, maar ook de afstand bepalen. Is een Nederlands high-tech product.

Mine Avoidance Sonar:
Deze sonar kan niet alleen vooruit of naar beneden gericht worden, maar ook omhoog. Dit stelt de onderzeeboot in staat om veel nauwkeuriger schepen te volgen en te positioneren. Hierdoor is de onderzeeboot in staat langdurig ongezien met het schip mee te varen. 19 Alle Hens | november 2013

Alle Hens | november 2013

18

Science fiction anno nu
Oefenen in Oostdorp? Wat dacht je van een Afghaanse quala? Het Paleis op de Dam? Of een gekaapt schip bij Somalië? Mariniers testten prototypes van het virtual reality-pak SUIT onlangs uit in Doorn. De sensoren in het pak registreren elke beweging en vertalen die naar handelingen in de virtuele, interactieve wereld. Je loopt, zoekt dekking en schiet zoals je normaal dergelijke drills zou uitvoeren. Die fysieke ervaring maakt van SUIT een heel nieuwe dimensie in virtueel trainen voor onder andere de special force mariniers. Science fiction lijkt opeens niet meer zo ver weg.

Foto: Dave de Vaal (MCD)

P ersoneel

personeel

Netwerk vrouwelijke burger medewerkers van 50 jaar en ouder

Babbelend breien of serieus samenzijn?
Een netwerk van vrouwelijk burger medewerkers van vijftig jaar en ouder werkzaam bij het CZSK. Het roept direct associaties op met een breiend praatgroepje, gezellig keuvelen met een kopje thee en koekje erbij. De voorzitter van het 50+ netwerk en adviseur opleidingen en innovatie SBC-OKM, drs. Marion Plessius, moet om die vergelijking lachen, maar weet ook dat dit beeld nog steeds onder het CZSK personeel leeft. Reden te meer om de vooroordelen uit de wereld te helpen, vindt Plessius. Zes lijnmanagers zetten hun meest kritische vragen op papier. Het 50+ netwerk reageert.
Tekst: Vanessa Strijbosch | Illustratie: Angela van Klaveren (MCD)

4. Hoe wordt mijn medewerkster beter van dit netwerk?
“Het herkennen en erkennen van situaties waar medewerksters tegenaan lopen doet al heel veel. Ook het gezamenlijk uitwisselen van nuttige tips voor bepaalde knelpunten geeft oplossingen waar de medewerkster vaak zelf nog niet was opgekomen. Ze ervaren het themagericht werken aan persoonlijke ontwikkeling als heel waardevol. Maar ook de informatieve bijeenkomsten over bijvoorbeeld het arbeidsvoorwaardenbeleid en loopbaanbeleid vinden de vrouwen zeer nuttig. Als relatieve eenling binnen een organisatie is het toch moeilijker dergelijke informatie zo uitgebreid te verkrijgen.”

5. Wat heb ik er als lijnmanager aan als mijn medewerkster beter onder woorden kan brengen dat ze niet tevreden is?
“Het netwerk 50+ gaat veel verder dan mensen samenbrengen die niet tevreden zijn. Het netwerk kan een neerwaartse spiraal, waarin de medewerkster zich bevindt, ombuigen naar iets positiefs. Als dit niet zou gebeuren, kan ze zich afsluiten en in het ergste geval afhaken. Hierdoor kan een afdeling enorm veel ervaring en expertise mis lopen.”

“Het netwerk voor 50+ vrouwen is en waarom voor 50 jaar en ouder? in 2009 opgericht nadat een burger medewerkster haar beklag deed over het feit dat ze zich niet gehoord voelde. In de overwegend mannelijke militaire organisatie die het CZSK is, bleek dat er veel andere medewerksters van vijftig jaar en ouder diezelfde gevoelens hadden. Hun werkplezier ging eronder lijden. Deze vrouwen hadden behoefte om hun ervaringen te delen en om samen naar oplossingen te zoeken waarmee ze hun positie zouden kunnen versterken. Het 50+ netwerk werd geboren.”

1. Waarom is dit alleen voor vrouwen

6. Zou ik niet moeten gaan in plaats van mijn medewerkster?
“Ja, lijnmanagers zijn bij bepaalde themabijeenkomsten zeker welkom. Want hoeveel lijnmanagers en chefs zijn echt op de hoogte van het BARD (AMAR voor burgerpersoneel, red.)? In het verleden zijn over dit onderwerp al enkele discussiebijeenkomsten geweest.”

2. Op wat voor manier is dit nuttig voor de organisatie?
“Het merendeel van de aangesloten vrouwen heeft meer dan dertig jaar ervaring bij de marine. Ze zijn de organisatie altijd trouw gebleven. Er zit ontzettend veel expertise in deze groep. Het zou erg jammer zijn als de organisatie hier onvoldoende van kan profiteren door uitval als gevolg van ontevredenheid. Burgermedewerkers staan er vaak alleen voor, er is geen dienstvak en ook bij veel lijnmanagers is er weinig bekend over het personeelsbeleid voor burgers. De doelstelling van het netwerk 50+ is om samen beter te worden door kennis en ervaringen te delen. Een tevreden medewerker, is een loyale medewerker. Iemand die beter presteert, minder ziek is en dus de organisatie beter van dienst kan zijn.”

3. Prima hoor zo’n netwerk, maar wat kost dat nou?
“We hebben een budget van 4.000 euro voor drie themabijeenkomsten en één mini-symposium per jaar. We maken veel gebruik van interne voorzieningen.”

Het netwerk vrouwelijke burger medewerkers 50+ is vier jaar geleden opgericht en ontstaan uit een groep vrouwelijke burgers die de marine door de jaren heen trouw zijn gebleven en inmiddels de vijftig is gepaseerd. Deze dames hadden echter het gevoel er alleen voor te staan. Dit had invloed op hun werkplezier. Met steun van de toenmalige Directeur Personeel, commandeur Henk Itzig-Heine, besloten zij zich te verenigen om

kennis en ervaringen te delen en activiteiten te organiseren met als doel de positie van deze groep te versterken. In samenwerking het cluster Veteranen Levensfase Bewuste Zorg komt het netwerk 50 + vier keer per jaar bijeen. Op 31 oktober vond een themabijeenkomst plaats en op 21 november wordt er daarop aansluitend een mini-symposium georganiseerd. Deelname van vrouwelijke burger medewerkers wordt gezien als een dienstverrichting.

Alle Hens | november 2013

22

23

Alle Hens | november 2013

P ersoneel

P ersoneel

Stad en land afreizen voor nieuwe collega’s

‘Beetje lef moet je hebben’
Het CZSK heeft volgend jaar ongeveer duizend nieuwe medewerkers nodig. Een boodschap die in de schaduw van de bezuinigingen en reorganisatie lijkt te staan. Adjudanten Henk Mulder en Jaap Dekker hebben een manier gevonden om de Nederlandse burgers te bereiken. Ze zetten een jaar geleden een nieuw wervingsteam binnen het CZSK op. Eén van de ‘wapens’ bij hun aanpak is de parttime wervingsvoorlichter: een jonge marineman of -vrouw die eerlijk en enthousiast kan vertellen over de marine. Tekst: Joost Ploegmakers | Foto’s:Gerben van Es (Mediacentrum Defensie)

Parttime wervers gezocht
Het wervingsteam is op zoek naar collega’s tussen de twintig en dertig jaar oud. Maar de meer ervaren collega’s zijn ook van harte welkom als parttime werver. Voordat iemand parttime werver wordt, volgt hij of zij een tweedaagse opleiding. Bij het succesvol afronden van de opleiding levert dat een officieel certificaat op. Karaktereigenschappen waar de parttime werver over moet beschikken zijn onder meer enthousiasme en openheid. De coördinator van het wervingsteam, adjudant Henk Mulder, licht toe “De wervingsvoorlichter moet geen problemen hebben om mensen in het openbaar aan te spreken. Niet iedereen durft dat. Een beetje lef moet je wel hebben!”

Voor meer informatie: ptw.czsk@mindef.nl of www.werkenbijdemarine.nl

Korporaal Mylene Boelmans is één van de parttime wervers. Ze is erg enthousiast over haar nevenfunctie:
“Het is belangrijk dat mensen die aan een baan bij de marine denken, het verhaal van degenen horen die op de werkvloer actief zijn”, zegt adjudant Henk Mulder. “Dat zijn de parttime wervers uit de operationele hoek. Zij kunnen een open, eerlijk en spontaan verhaal uit de praktijk vertellen.” Vaak krijgen de wervers op locatie de vraag waarom Defensie in deze tijd van bezuinigingen nog steeds werft. Zij krijgen dan allemaal hetzelfde antwoord: “Omdat we nog steeds mensen nodig hebben bij de marine”, aldus de wervingscoördinator. “We kunnen vooral techneuten gebruiken, maar ook voor de andere (sub)dienstgroepen en officierskorpsen zijn jaarlijks nieuwe vacatures.” Er bestaat geen ‘verkoopverhaal’, de parttime wervers mogen zelf bepalen hoe ze de mensen benaderen. Mulder: “Ik vertel altijd dat een baan bij de marine geweldig is. Je leert ontzettend veel en ziet iets van de wereld. Daarnaast zeg ik er vaak bij dat je met een contract bij Defensie bij de bank een hypotheek krijgt. Dat geldt niet meer voor alle werkgevers in deze tijd.” daarom een grote groep wervers nodig waar we uit kunnen putten”, benadrukt hij. Per jaar wordt een parttime werver minimaal twee en maximaal tien keer ingezet. Uitdaging bij het vinden van nieuwe parttime wervers zijn volgens Mulder de lijnmanagers of de chefs. “Die lenen niet graag hun mensen uit. De uren die je actief bent als parttime werver compenseer je op een ander moment. De chef is de parttime werver op die momenten dus kwijt. Dat heeft de chef liever niet en dat begrijp ik ook wel. Maar ik hoop dat ze naar het grotere plaatje kunnen kijken. Onze organisatie heeft altijd nieuwe mensen nodig. Die kan je bereiken door middel van actieve werving. Indirect moeten we dus nu even investeren, maar later hebben we er als organisatie alleen maar profijt van.” ↑ “Ik zag een oproep op intranet om je aan te melden en het leek me leuk werk om te doen. Ik heb nog maar één keer als parttime werver gewerkt, tijdens de open dag op 4 oktober van de Marinekazerne in Amsterdam. Onze werkwijze is dat wij in teams van twee de mensen eruit pikken die interesse kunnen hebben in een baan bij de marine. Wij spreken ze aan en proberen ze te overtuigen om mee te gaan naar de werver. Die kan tot in detail vertellen over een baan bij de marine. Ik ben parttime werver geworden, omdat ik de marine wil aanprijzen als een leuke werkgever. Je hebt er een afwisselende baan en krijgt de kans om opleidingen te volgen. Ik wil graag dat mensen een duidelijk beeld hebben van werken bij de marine. Mensen weten niet veel over de marine. Daar wil ik als parttime werver wat aan doen.”

“Mensen weten niet veel over de marine. Daar wil ik wat aan doen”
Uitgebreid bestand Momenteel zijn er negentig deeltijdwervers, die stad en land afreizen op zoek naar nieuwe collega’s. Mulder: “Laatst waren we op het Marine Etablissement in Amsterdam. Die kazerne hield een open dag. Tegelijkertijd stonden er ook wervers van ons in Groningen op de studiebeurs. We hebben

Alle Hens | november 2013

24

25

Alle Hens | november 2013

I nterview

I nterview

‘Recht doen aan inzet veteranen’

Man met een missie
Zelf noemt hij het een ereplicht. De 86-jarige Indië- en Nieuw-Guineaveteraan Jacques Zeno Brijl zet zich dagelijks met hart en ziel in om oud-militairen alsnog aan een eervolle onderscheiding te helpen. Geëmotioneerd: "k wil recht doen aan die mensen die bereid waren offers te brengen voor het vaderland."
Tekst: Leo de Rooij | Foto’s: Maurits van Hout (MCD)

en Alexander Kessing, dienstplichtig vliegtuigmakers bij de Marine Luchtvaartdienst die op Soerabaja waren gestationeerd en - evenals KNIL-militair Ron Scholte - in krijgsgevangenschap de atoombom op Nagasaki overleefden. Waardering Van recenter datum is de onderscheiding voor marineman Thom Thoma op Curaçao. Die ontving onlangs uit handen van de Commandant Zeemacht in het Caribisch gebied, brigade-generaal der mariniers Dick Swijgman, het Nieuw Guinea Herinneringskruis (NGHK) vanwege zijn inzet 55 jaar geleden als korporaal elektromonteur voor de marine. Thoma spreekt per mail aan Brijl zijn waardering uit: “Dankzij uw bemiddeling wil ik u bedanken voor een indrukwekkende middag op 20 september, toen mij het NGHK op de borst werd gespeld.” Voormalig marn 2 Jan Heuving kreeg op 17 oktober zijn NGHK-onderscheiding opgespeld door de burgemeester van Apeldoorn. En postuum ontvangt dr. S. Jeekel binnenkort de dapperheidsonderscheiding MOK voor zijn reeds overleden vader, oud-marineman Sijtje Jeekel. Ook weer dankzij de bemiddeling van Jacques Brijl. En het houdt maar niet op. Tijdens ons gesprek ploft een dikke envelop in de brievenbus van huize Brijl, die echtgenote Mies overhandigt met de woorden: “Alsjeblieft Zeno, weer een nieuwe klant voor je…”

In de Haagse woning van luitenant-kolonel b.d. Brijl, trotse drager van het Bronzen Kruis, ga je al gauw ‘terug in de tijd’. Een grote foto van het maritieme patrouillevliegtuig Orion en een koperen scheepsbel duiden op warme banden met de Koninklijke Marine. “Mijn oom LTZ 1 'Naas' Chömpff was bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Azië commandant op de torpedojager Piet Hein. Tijdens de slag met een Japans vlooteskader in 1942 in de zeestraat Badoeng verloor hij het leven, waarvoor hij postuum de Militaire Willemsorde 4e klasse kreeg toegekend. En een oudere broer van mijn vader, Boy Brijl, was gezagvoerder bij de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij, die werd ingezet voor het vervoer van troepen en materieel. Boy Brijl kreeg in 1947 postuum het Kruis van Verdienste toegekend. Zelf heb ik later in NieuwGuinea en Suriname veel samengewerkt met de Marine Luchtvaartdienst (Catalina vliegboten!) en met eenheden van het Korps Mariniers. Als voorzitter van de medische hulporganisatie Horizon Holland Foundation tenslotte hadden we in de periode 1985-95 veel hulp van het 320 Squadron van vliegkamp Valkenburg. Dus ja: een innige en warme vriendschap met onze ‘Navy’”, lacht Brijl.

Een dikke map met krantenknipsels en kopieën getuigt van iedere succesvolle missie van Brijl.

ding te lezen. Deze mensen hebben offers gebracht voor hun land, ons land. Daar mogen wij ze dankbaar voor zijn. Noem ‘t het inlossen van een ereschuld. Mijn missie is om de mensen die offers hebben gebracht alsnog een onderscheiding te doen toekennen. Daarmee houden we onszelf als het ware een spiegel voor: Kijk eens Nederland, deze mensen waren bereid offers te brengen. Ja, soms zelfs hun leven te geven voor het vaderland. Erkenning daarvoor is wel het minste.” Dikke map In de drie jaar dat hij hiermee actief is, heeft Brijl al zo’n twintigtal veteranen aan een eervolle onderscheiding ‘geholpen’, al blijft hij daar zelf uiterst bescheiden onder. “Voor veel oudere mensen is Den Haag of Defensie te ver weg, te ingewikkeld benaderbaar. Ik ken de weg en heb de tijd. Zolang het duurt tenminste”, schaterlacht hij. Een dikke map met krantenknipsels en kopieën getuigt van iedere succesvolle missie van Brijl, die moeiteloos verhaal na verhaal oplepelt bij weer een nieuwe toekenning. “Kijk, hiermee begon het balletje in 2011 te rollen. Ik hielp de bijna blinde, 95-jarige Kees de Lathouder om na 70 jaar eindelijk erkenning te krijgen in de vorm van het Mobilisatie Oorlogskruis. Daarover verscheen een artikel in de Telegraaf, en toen was het hek van de dam.” Internationale verzoeken Brijl kreeg steeds meer verzoeken uit binnen- en buitenland om te assisteren bij het streven naar erkenning. Het Oorlogskruis voor KNIL-sergeant Koos Pattinama, postuum uitgereikt aan zijn dochter. De in Australië wonende 89-jarige Robert Beets, die maar liefst drie onderscheidingen kreeg (Mobilisatie Oorlogskruis, Ereteken voor Orde en Vrede, Demobilisatie-insigne KNIL). De oorlogsveteranen Max Paulus 27

Veteraan Brijl heeft de briefopener al in de aanslag: “Het is wel veel werk, maar zolang het nog kan, doe ik het graag”, zegt hij. “Ieder mens is toch op zoek naar een beetje waardering…?” ↑
Het Mobilisatie Oorlogskruis. Dankzij de bemiddeling van Brijl ontvangen veel veteranen alsnog een eervolle onderscheiding.

“Deze mensen hebben offers gebracht voor hun land, ons land. Daar mogen wij ze dankbaar voor zijn”
Inlossen ereschuld Die contacten komen zeker van pas bij de missie die Brijl zich heeft gesteld: het land afstruinen naar veteranen die een eervolle onderscheiding verdienen. “Voor de goede orde: dit is geen verwijt aan Defensie. Maar er zijn nog zeker enkele honderden oud-militairen die om uiteenlopende redenen recht hebben op zo’n insigne. Vaak weten de mensen zelf niet wat de mogelijkheden zijn. Dan help ik ze daarbij, zodat aan hun inzet ook recht wordt gedaan. ” Met lichtelijk trillende handen opent Brijl een doosje met daarin het Mobilisatie Oorlogskruis. “Ziet U dit? ‘Den Vaderlant Ghetrouwe’ staat op de achterzijde van de onderscheiAlle Hens | november 2013 26

De 86-jarige Indië- en NieuwGuineaveteraan Jacques Zeno Brijl zet zich dagelijks met hart en ziel in om oud-militairen alsnog aan een eervolle onderscheiding te helpen.

Alle Hens | november 2013

P ersoneel

P ersoneel

Reservisten trainen gespreksvaardigheden in hartje Amsterdam

De kunst van het luisteren
Voor even was het centrum van Amsterdam omgetoverd tot buitenlands missiegebied. Het leverde unieke beelden op: verbaasde gezichten van omstanders die tientallen militairen door het stadscentrum zagen verplaatsen. Het betroffen hier ruim 140 specialisten en hun beroepscollega’s van het 1 Civiel en -Militair Interactiecommando. De reservisten trainden op 18 oktober gespreksvaardigheden in de hoofdstad voor de oefening Borculo. Aan de specialisten de taak om de civiele situatie in kaart te brengen en de commandant van advies te voorzien. Tekst: Rosalien van Damme | Foto’s: Eva Klijn (MCD)
“We hebben het scenario tot in de puntjes uitgewerkt met corrupte politie, smokkelpraktijken en illegale handel”, legt overste Erwin Vonk (CLAS) uit, commandant van het 1 Civiel en –Militair Interactiecommando (1 CMI CO). “Dit jaar zat de oefening nog beter in elkaar.” De Amsterdamse middenstand, de gemeente en lokale organisaties voerden als rollenspeler gesprekken met de militairen, die in kleine teams door de stad trokken. Verschillende dubbelrollen maakten het de specialisten nog moeilijker het overzicht te bewaren. De directeur van de diamantenzaak was tevens werkzaam in het havenbedrijf en sommige agenten handelden in diamanten. Alleen met de juiste gesprekstechnieken kon de waarheid boven tafel komen. Door scherpe analyses wisten de specialisten orde in de chaos te scheppen. Bijdrage leveren Reservemilitairen leveren met hun specifieke deskundigheid een aanvullende capaciteit voor Defensie. Kapitein der mariniers Maurits van Heek heeft geschiedenis gestudeerd en werkt in het dagelijks leven bij een stimuleringsfonds voor ouderenprojecten. “Ik ben blij dat ik als specialist een bijdrage kan leveren aan Defensie”, vertelt Van Heek. “Mijn huidige baan heeft niet veel raakvlakken met mijn werk als reservist, maar als burger heb ik de afgelopen jaren ook veel andere ervaring opgedaan.” Van Heek was in 1999 waarnemer voor Buitenlandse Zaken in Kosovo. Daar hield hij zich bezig met het verbeteren van de relatie tussen etnische verschillen. “Het scenario van deze oefening doet me daaraan denken, maar toch is elke situatie weer anders. Gesprekstechnieken oefenen klinkt misschien simpel, maar dat is het absoluut niet.” “Tijdens deze oefening leer je de kunst van luisteren. Binnen een korte tijd moet je een vertrouwensband met een volslagen vreemde opbouwen om erachter te komen wat het probleem is. Alleen zo kun je de bevolking en de missie het best van dienst zijn.”

Vormgeven aan toekomstig reservistenbeleid
Met ferme woorden opende de Minister van Defensie via een videoboodschap de decentrale bijeenkomst reservisten op woensdag 10 oktober bij het CZSK in Den Helder. De minister riep op tot meedenken over het nieuwe reservistenbeleid waarmee de bewindsvrouw aan de slag gaat.
In aanloop naar het krijgsmachtbrede symposium (a.s. 2 december) over het reservistenbeleid, vond in Den Helder één van de tientallen decentrale bijeenkomsten plaats die verdeeld over de vier krijgsmachtdelen worden georganiseerd. Voor de marine was dit de tweede keer dat er met meer diepgang gesproken werd over de inzet van de reservisten, hun partners en werkgevers. Waar de vorige bijeenkomst zich richtte op de reservisten, hun partners en werkgevers, was het nu de beurt aan beleidsmakers uit de organisatie, zoals commandanten en lijnmanagers. In aanwezigheid en met deelname van de Plaatsvervangend Commandant Zeestrijdkrachten en Inspecteur der Reservisten, generaal-majoor der mariniers Rob Verkerk, kwamen alle aspecten rondom reservisten aan bod.

Verbinding tussen militair en civiel
“Het concrete bewijs dat Nederland verder gaat op het pad van de 3D-benadering (Diplomacy, Defense and Development, red.).” Dat zei Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp over 1 Civiel en –Militair Interactiecommando (1 CMI CO) dat op 17 oktober in Amsterdam werd opgericht. De nieuwe eenheid bestaat uit militairen van verschillende krijgsmachtonderdelen en wordt aangestuurd door de Koninklijke Landmacht. Het 1 CMI CO vormt bij uitzendingen de verbinding tussen de commandant van de missie en civiele autoriteiten, non-gouvernementele organisaties en internationale instanties. De eenheid telt 90 beroepsmilitairen en 900 reservisten, die in het dagelijks leven specialisten zijn op diverse gebieden. Het gaat onder andere om ingenieurs, juristen, landbouw- en irrigatiespecialisten, accountants, planologen, bestuurskundigen of deskundigen in communicatie en cultuur.

“We zijn nu aanbeland in de fase dat we de inzet van reservisten werkend gaan maken"
Meerwaarde Wat is de meerwaarde van reservisten voor Defensie, de reservist zelf en de werkgever? Dat waren de hoofdvragen die interessante input opleverden. Generaal Verkerk concludeerde na afloop dat er bij de meerwaarde voor de werkgever nog wat te winnen valt. "Laat duidelijk zijn: Het is niet de bedoeling dat we reservisten gebruiken om actief dienenden weg te duwen. “We zijn nu aanbeland in de fase dat we de inzet van reservisten werkend gaan maken, in plaats van dat we blijven hangen in verzinnen waarom het niet kan.” De ideeën en wensen die uit alle bijeenkomsten voortvloeien worden gebundeld en op 2 december aan de minister aangeboden Een ieder kan bijdragen aan de discussie door te reageren op de facebookpagina www. facebook.com/Reservistzeghetmaar. ↑ 29 Alle Hens | november 2013

MAJMARNS Van Heek: “Ik ben blij dat ik als specialist een bijdrage kan leveren aan Defensie” (foto rechtsboven)

De teamleden bespreken de laatste ontwikkelingen in het missiegebied, voordat ze het centrum in trekken

Alle Hens | november 2013

28

P ersoneel – P rogramma H erinrichting T echnisch D omein

P ersoneel – P rogramma H erinrichting T echnisch D omein

Gelijk waar mogelijk, afwijkend waar nodig

Technisch Domein op de schop
Technisch personeel is schaars. En dat in een tijd waarin wapensystemen en ander materieel alleen maar geavanceerder en complexer worden. Toch wil de Koninklijke Marine met een geslonken budget innovatief en inzetbaar blijven. Daar komt het Programma Herinrichting Technisch Domein om de hoek kijken. Afgelopen zomer is het programma officieel gestart.
Tekst: Wouter Helders | Foto: archief

De projecten
Het Programma ‘Herinrichting Technisch Domein’ is complex en bestaat uit zeven* projecten. De vijf meest toongevende worden door de projectleiders kort uitgelegd.

‘Niet willen vasthouden aan oude vertrouwde’
Hartman: “Niet alle gevolgen zijn al duidelijk. Zo hangt veel af van de resultaten van de projectstudies die nu lopen.” In eigen hand De samenvoeging van TD en WD heeft nog de nodige voeten in de aarde. De herinrichting van het technisch domein heeft zijn weerslag op de bedrijfsvoering, de opleidingen en het toekomstig materieel. Het vereist een aanzienlijk verandertraject. Hartman ziet voordelen. “Als technische gemeenschap krijgen we zelf de gelegenheid ons voor te bereiden op de toekomst. We hebben zaken dus deels in eigen hand. En daarom ben ik ook zo blij dat zoveel officieren en onderofficieren zich inzetten.” De komende tijd wordt de werving vernieuwd, start de pilot HMD/CMD-bedrijfsvoering aan boord van Zr.Ms. Tromp, begint de gecombineerde Eerste Vakopleiding voor matrozen TD en WD èn worden alle voorbereidingen getroffen voor de ceremoniële oprichting van de nieuwe dienst in mei 2014. ↘ “Het Project Bedrijfsvoering richt zich op de herinrichting van de materiële ondersteuning van de operationele eenheden (vloot en mariniers). Het uitgangspunt hierbij is dat deze ondersteuning met voldoende gekwalificeerd technisch personeel veilig, effectief en efficiënt kan worden gerealiseerd. De grootste valkuil van het project is dat men de neiging heeft nogal aan het ‘oude vertrouwde’ te willen vasthouden. Daarnaast kennen de WD en de TD hun eigen cultuur en werkwijze. De uitdaging is om deze zodanig samen te voegen dat er een effectieve en efficiënte nieuwe bedrijfsvoering ontstaat, waarin alle ‘bloedgroepen’ zich weer thuis voelen.” (KLTZE Dirk Meijer is projectleider Bedrijfsvoering.)

‘Eén technische dienst geeft meer mogelijkheden’
“Het Project Personeel moet de toekomstige technische dienst de marine in staat blijven stellen haar werk goed te doen. Het project valt uiteen in een aantal deelprojecten waarvoor (wapen) technische collega’s van binnen en buiten P&O worden ingeschakeld. Eén technische dienst geeft zowel voor de organisatie als de medewerkers zelf meer mogelijkheden. Belangrijk is dat alle zorgen die leven, worden meegenomen en benoemd.” (KLTZE Jan Bruin is Hoofd Personeelsmanagement bij P&O CZSK en projectleider van het project Personeel.)

“Het is een hele mond vol”, begint programmamanager kapitein-ter-zee Jan Willem Hartman. Als verantwoordelijke voor de inhoud van het programma en de aansturing van de projectleiders is het aan hem en zijn team om de toekomstige technische bedrijfsvoering van de marine in te richten. Officieel noemt hij het “één technisch team, een eenduidige en efficiënte bedrijfsvoering, geïntegreerde en gefaseerde opleidingen, aandacht voor ervaringsopbouw en kennismanagement plus materieel dat de bedrijfsvoering maximaal ondersteunt.” Integreren In de praktijk betekent het dat de Technische Dienst (TD) en de Wapentechnische Dienst (WD) gaan integreren. Er komt één dienst waarbinnen de specialismen blijven bestaan. Hartman: “We gaan nooit naar één type techneut. Maar het motto is nu wel: gelijk waar mogelijk, afwijkend waar nodig.” In november 2012 is gestart met de voorbereidingen. In juli 2013 is het programma formeel gestart na de goedkeuring van het programmaplan door de Admiraliteitsraad.

‘Personeel van CZSK betrokken houden’
“Het Project Materieel voorziet in de benodigde materiële middelen ter ondersteuning van de bedrijfsvoering aan boord van onze schepen en de ondersteunende walorganisatie. De grootste uitdaging is het personeel betrokken houden. Het technisch personeel krijgt straks betere ondersteuning in hun werkzaamheden aan boord.” (LTZE1 Jos Schreurs is als Hoofd Sectie Platform automatisering & Integratie bij DMO en projectleider van het project Materieel.)

‘Schaarse technici sneller opgeleid en beschikbaar’
“Integreren en faseren van de technische opleidingen, daar draait het om in het Project Opleidingen. De opleidingen worden beter op elkaar afgestemd: van de eerste vakopleiding tot alle functie- en managementopleidingen. Belangrijkste voordeel is dat schaarse technici in kortere tijd zijn opgeleid en sneller beschikbaar zijn voor hun functie aan boord. De jeugdige medewerkers gaan eerder aan de slag in een operationele omgeving. De ‘oudere’ medewerker gaat eveneens meer op de werkplek leren.” (KLTZE Rob Koerse is Commandant Koninklijke Marine Technische Opleidingen (KMTO) bij het CZSK en projectleider van het project Opleidingen)

‘Sturing geven aan verwerving’
“Het Project Kennis heeft als doelstelling kennismanagement bewerkstelligen binnen het gehele technische domein van de marine. Met het resultaat moeten we in staat zijn sturing te geven aan verwerving, beheer en ontwikkeling van technische (vak)kennis. Op dit moment spelen de werkzaamheden zich binnen de projectgroep af, maar over enige tijd worden de organisatiedelen benaderd om input te leveren.” (LTZT1 Hans Flaman is stafofficier bij het Maritime Warfare Centre en projectleider van het project Kennis.)

* Naast de vijf beschreven projecten zijn er nog twee door de programmamanager KTZT Hartman geregisseerde projecten: Koppelvlakken en Introductie. Alle Hens | november 2013 30 31 Alle Hens | november 2013

P ersoneel – P rogramma H erinrichting T echnisch D omein

logboek

Door de samenvoeging van de WD en TD gaat het een en ander veranderen. Vier direct betrokkenen aan het woord.

‘Oog blijven houden voor cultuurverschillen’
LTZT 2OC Marcel den Hartog, Hoofd Managementopleidingen en Trainingen Boven Water bij de Technische Dienst, denkt dat de negatieve effecten meevallen.
“Mijn inschatting is dat er veel winst geboekt kan worden. Dezelfde taal, uitdagingen bieden voor schaars technisch personeel, minder hokjesgeest. Voor de gehele organisatie zullen de mogelijke negatieve effecten waarschijnlijk meevallen. Dat wordt pas duidelijk over een aantal jaar. Er moet oog blijven voor cultuurverschillen tussen TD en WD. De begeleiding van de samenvoeging van beide korpsen door het programma HTD is hiervoor belangrijk ".

Techniekevenement in Amsterdam
Jongeren met interesse en aanleg voor exacte vakken zijn op 6 november helemaal thuis bij hèt techniekevenement van Defensie: TechBase. Plaats van handeling is de NDSM-werf in Amsterdam. Jongeren van alle opleidingsniveaus zijn welkom om sfeer te proeven en de hightech-wereld bij Defensie te ervaren. Het terrein van de voormalige Nederlandse Dok en Scheepsbouw Maatschappij aan het IJ wordt speciaal voor TechBase omgetoverd tot militaire basis. “Voor het eerst laat Defensie zoveel geavanceerd technisch materieel bij elkaar zien”, belooft Programmamanager Werving en Selectie kolonel Harold de Jong. TechBase is een techniekfestival waar Defensie 08 | 10 de geheimen van haar technische wereld ontsluiert. Op TechBase maken jongeren ook daadwerkelijk kennis met de vaktechnici van de krijgsmacht. Zij maken duidelijk dat Defensie altijd technisch personeel nodig heeft. Tijdens TechBase is er volop aandacht voor de technische opleidingen van Veiligheid & Vakmanschap die Defensie samen met de Regionale Opleidingscentra (ROC) verzorgt. Ook zij die al een technische opleiding hebben gevolgd zijn welkom. Jongeren met interesse in bètavakken, die een technische (v)mbo-opleiding, havo/vwo of een technische studie doen op hbo/wo-niveau kunnen zich gratis aanmelden: http://werkenbijdefensie.nl/techbase.
TECHBASE_A4_Adv.indd 1 16-09-13 09:26

06 | 11

‘Halfslachtig uitvoeren is afbreukrisico’
AOO TDW Jan Wicherson van de Directie Materiële Instandhouding staat positief tegenover de herinrichting technisch domein (HTD) en de daaruit voortvloeiende samenvoeging van de dienstgroepen TD en WD Hij waarschuwt voor halfslachtig uitvoeren.
“Ik zie het als een evolutie van de diensten TD en WD naar een Technische Dienst die slimmer en beter is ingericht. Een grondige evaluatie van onder andere de huidige bedrijfsvoering, opleidingen, personele ontwikkeling en loopbaanmogelijkheden is nodig. Het is essentieel om hier stappen in te zetten, om niet aan alleen een aantrekkelijke werkgever te zijn voor nieuw personeel en zeker ook om het huidige technische personeel te behouden. Een gevaar kan het halfslachtig uitvoeren van de HTD zijn. Dat is een afbreukrisico. Het is belangrijk dat we niet alleen zeggen wat we gaan doen, maar ook doen wat we zeggen. De HTD geeft een impuls om zaken als bedrijfsvoering, opleidingen en personele ontwikkeling integraal en vanuit een breed perspectief aan te pakken. Als we in staat zijn om hier echte stappen in te maken, dan zie ik winst voor zowel organisatie als personeel.”

‘Hogere werklast’
LTZE 2OC Johan Jansen, hoofd Opleidings Eenheid Wapens en tevens Projectleider Herinrichting Functie Onderwijs, ziet winst voor operationele eenheden maar ook inkrimping van carrièrekansen.
“Ik kijk met een zeer gemotiveerd gevoel naar herinrichting van het technische domein. Juist als we kijken naar de complexiteit van onze systemen dan zien we dat de technieken van vroeger in deze installaties dusdanig geïntegreerd zijn dat er van een scheiding tussen werktuigbouw en elektrotechniek al lang geen sprake meer is. Gezien de schaarste van ons technisch personeel is het van groot belang dat onze toekomstige monteurs breed worden opgeleid zodat zij ingezet kunnen worden op de meeste installaties. Maar wij moeten wel altijd rekening houden met speciale expertise voor bepaalde systemen. In de toekomst bieden we gefaseerd monteurschap aan. Mede door leren op de werkplek, zal de NBOF (niet beschikbaar op functie, red.) worden verkleind. Dit is een winst voor de operationele eenheden omdat zij eerder kunnen beschikken over hun technisch personeel. Maar er komen ook minder arbeidsplaatsen. Ik heb een kleinere kans ooit nog eens Hoofd Technische Dienst te worden aan boord. Wat ook niet onderschat moet worden is de hogere werklast aan boord voor de korporaals en sergeanten. Opleiden vraagt immers om meer ondersteuning van het schip.” ↑

Onderwijsdag 2013: “Nieuwe opleiden werkend maken”
Tijdens de Onderwijsdag van Opleidingen Koninklijke Marine (OKM) op 8 oktober sprak Hoofd Opleidingen KM, kolonel der mariniers Peter Jan de Vin, over het toekomstige opleidingsbeleid: “We moeten in een kleinere organisatie het nieuwe opleiden werkend maken.” OKM wil vooral naar de toekomst kijken. De Vin: “Wij staan aan de basis van de volgende 525 jaar Koninklijke Marine, maar moeten in een kleinere organisatie het nieuwe opleiden werkend maken.” De Vin benadrukte dat Defensie meer en meer een doorstroomorganisatie wordt, waarbij mensen gedurende een aantal jaar opleidingen volgen en relevante werkervaring kunnen opdoen. Hierna verlaat een groot deel van de mensen de Koninklijke Marine en moet een betrekking vinden buiten de KM. Hij onderstreepte dan ook de verantwoordelijkheid van OKM om de KM opleidingen zoveel mogelijk van een civiele erkenning te voorzien. Tenslotte gaf de Vin aan dat deze oud Marine medewerkers na uitstroom in potentie de beste ambassadeurs zijn van onze organisatie. De successen van nu moeten ook benoemd moeten worden, stelde De Vin. Hij noemde het project doorlopende technische leerlijnen en de gecertificeerde opleidingen van de Commissariaatschool in Brugge als voorbeelden. “Deze successen motiveren en verbinden ons.” De deelnemers bezochten de onderwijsmarkt die bestond uit inloopsessies/ workshops en informatiestands. Tijdens de inloopsessies werd op een interactieve manier ingegaan op onderwijsvernieuwing zoals Werkend Leren Lerend Werken, Crew Resource Management en een MBO-diploma halen met een Defensie opleiding. Na afloop werd geconcludeerd dat opleiden een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. De Vin: “Commandanten moeten het tussen de oren krijgen dat de operationele eenheden eveneens verantwoordelijk zijn voor delen van het opleiden.” OKM streeft ernaar om de operationele commandanten en praktijkleermeesters uit het operationele domein betrokken te krijgen bij de Onderwijsdag van volgend jaar. 33

Duikers vinden lichamen vermisten
Marineduikers van de Defensie Duikgroep hebben de lichamen van drie vermiste opvarenden van het motorschip Maria geborgen. Het schip was twee dagen eerder bij een aanvaring op de Noordzee gezonken, waarop Kustwacht Nederland direct een grootschalige zoekactie op touw zette. De bergingsoperatie werd uitgevoerd vanaf Zr.Ms. Schiedam, een mijnenjager van de Alkmaarklasse. Vanwege het slechte weer moest de zoektocht naar de derde vermiste worden gestaakt. Later op de avond werd Zr.Ms. Snellius ingezet bij de zoektocht naar een opvarende van het zeilschip Thalassa. Die was voor de kust van Bergen overboord geslagen. Naast de Snellius deden ook andere varende en vliegende eenheden mee. De drenkeling werd gered. Hij was onderkoeld en een helikopter bracht hem naar het ziekenhuis in Alkmaar.

10 | 10

‘Onverkoopbaar dat diensten langs elkaar werken’
AOO WDE Johan Russchenberg is Loopbaanbegeleider Onderofficieren Wapentechnische Dienst. Hij is een voorstander van eenduidigheid.
“Ik zie vooral de voordelen en laat me niet zo snel afleiden door mogelijke nadelen. Die zijn er vast. In welke mate en hoe precies valt nog te bezien. Het is onverkoopbaar dat verschillende dienstvakken die elkaar zo kunnen aanvullen, zo langs elkaar werken. We moeten één team worden waarbij de servicebereidheid naar de klant bovenaan moet staan. Alles aan dienstverlenende techniek, denk aan ICT en IV dienstverlening, onder dezelfde paraplu lijkt mij prima. De Technische Dienst staat straks voor alles wat met techniek te maken heeft. Dat schept eenduidigheid. Ook wordt solliciteren een stuk makkelijker, keuzes kunnen intern binnen de loopbaan gemaakt worden en wisselen van specialisme is makkelijker.”

Alle Hens | november 2013

32

Alle Hens | november 2013

logboek

logboek

08 |10

102 Leerlingen geslaagd voor EMMV
102 leerlingen zijn begin oktober geslaagd voor de EMMV (Eerste Maritiem Militaire Vorming). Op Marinekazerne Erfprins werden ze door familie en vrienden ‘binnen geklapt’. Maar niet voordat de groep de dag van de Volharding volbracht. Een 24-uurs eindoefening waarin de leerlingen werden getoetst op het gebied van leiderschap, samenwerking, fysieke kracht en mentale doorzettingsvermogen. Degenen die de Volharding succesvol doorkwamen, mochten zich met trots militair van de Koninklijke 04 | 10 Marine noemen. Lange en korte balken, munitiekisten en autobanden, niets werd achterwege gelaten. De ontvangst door familie en vrienden zorgde hier en daar voor een klein traantje van voldoening. Het traditionele “petten af, baretten op” was voor velen het mooiste moment van de opleiding. De opluchting en ontlading waren enorm en met slechts één afvaller tijdens de volharding slaagden er uiteindelijk 102 leerlingen voor de EMMV. 03 | 10

02 | 10

Krijgsmacht bedankt prinses BeatriX
Beatrix heeft begin oktober op Vliegbasis Gilze-Rijen een dankbetuiging van de krijgsmacht in ontvangst genomen. De dankbetuiging kreeg zij voor de bezoeken die zij als koningin tijdens haar regeerperiode aan Defensie heeft gebracht. Op de vliegbasis werd de prinses verwelkomd door Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp en de commandanten van de krijgsmachtsdelen. Vervolgens liep ze door een haag van oud-adjudanten van de koningin richting een hangaar. Daarbinnen hadden actief dienende militairen en veteranen stands ingericht. Zij vertelden over de ervaringen die zij opdeden tijdens verschillende missies. Het ging om Bosnië/Kosovo, Afghanistan en de antipiraterijmissies Atalanta en Ocean Shield. Na de rondgang langs de verschillende missies, werd prinses Beatrix getrakteerd op een optreden van een samengestelde muziekkapel. Dit orkest bestond uit muzikanten afkomstig van alle vier de kapellen van de krijgsmachtsdelen. Als afsluiting werd er een foto genomen van prinses Beatrix met militairen en materiaal van de verschillende Defensie-onderdelen. Ook vlogen als groet aan de voormalig vorstin 3 F-16’s van de luchtmacht een zogenoemde fly-by.

Open dag Marinekazerne Amsterdam
De Marinekazerne Amsterdam heeft op 4 en 5 oktober haar poorten geopend. De Amsterdamse Marinedagen hadden hetzelfde thema als jubileumjaar 2013: ‘525 jaar innovatief’. Tijdens de open dagen vonden er onder meer demonstraties plaats. Zo voerde een maritieme helikopter een reddingsoperatie uit op het water. Ook konden de bezoekers 02 | 10 met oude en nieuwe landingsvaartuigen en marineschepen meevaren en waren er diverse historische marineschepen te bezichtigen. Tijdens de opening vond er een speciale vlootschouw plaats rond het maritieme erfgoed. Vaartuigen van de Koninklijke Marine maakten hun opwachting in een varende parade bij de kazerne.

Kapers veroordeeld na actie Zr.Ms. Van Amstel
Somalische piraten zijn door het Supreme Court van de Seychellen veroordeeld tot gevangenisstraffen van 18 maanden tot 16 jaar. De kapers zijn aangehouden na een actie vanaf het fregat Zr.Ms. Van Amstel in mei vorig jaar. Bemanningsleden van Zr.Ms. Van Amstel reisden naar de Seychellen af om tijdens het proces te getuigen. De veroordeelden worden door de rechtbank verantwoordelijk gehouden voor de kaping van een vissersboot. Naar later bleek waren zij ook betrokken bij een aanval op de tanker Super Lady. In mei vorig jaar zag de bemanning van de boordhelikopter van de Van Amstel een verdachte vissersboot. Deze dhow voerde twee kleinere boten mee met ladders aan boord. Het boardingteam van de Van Amstel maakte vervolgens een einde aan de kaping, waarbij alle zeventien gijzelaars werden bevrijd. Aan boord trof het team wapens, munitie en navigatie-apparatuur aan. Zr.Ms Van Amstel maakte in 2012 deel uit van Operatie Atalanta, een antipiraterijmissie van de Europese Unie.

Gerestaureerd grafmonument zeeheld Tromp onthuld
Het grafmonument van zeeheld Maarten Tromp (1598-1653) is na een restauratie van ruim twee jaar opgeleverd. Hoofd van het Atelier Rijksbouwmeester Bas Vereecken en commandeur Hans Lodder, voormalig commandant van marinefregat Tromp, onthulden op 2 oktober het monument in de Oude Kerk van Delft. Bij inspecties in 2009 en 2010 bleek het monument scheuren te vertonen. Het monument stond vrijwel los van de kerkmuur, omdat de muurankers waren doorgeroest. Ook was het natuursteen aangetast, waardoor grote stukken steen dreigden af te breken. Voorafgaand aan de onthulling verzorgde dr. Adri van Vliet, plaatsvervangend directeur van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, een presentatie over de carrière van Tromp en het grafmonument. Het grafmonument is in 1658 door de StatenGeneraal van de Republiek van de Zeven Provinciën opgericht ter ere van admiraal Tromp. De bekende zeelheld sneuvelde vijf jaar eerder tijdens de zeeslag bij Ter Heijde.

02 | 10

Defensie versterkt band met Amsterdams ziekenhuis
Defensie gaat de banden met het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam verder aanhalen. Daartoe is begin oktober een intentieverklaring getekend. De Koninklijke Marine en de Defensie Gezondheidszorg Organisatie werken al langer samen met het AMC. Het Duikmedisch Centrum (DMC) en de onderafdeling hyperbare geneeskunde, een onderdeel van de afdeling chirurgie van het AMC, hebben reeds een historie. Onlangs zijn twee marineartsen bij dit ziekenhuis gepromoveerd op onderzoek naar zuurstoftherapie. Zowel de Koninklijke Marine als het AMC heeft nu de bedoeling een bijzonder hoogleraar te installeren op het vakgebied speciale anesthesiologie. De leeropdracht is hyperbare geneeskunde en duikfysiologie. De Defensie Gezondheidszorg Organisatie (DGO) werkt samen met het AMC als er gevallen zijn van vreemde ziektes (uitheemse pathologie) bij militaire patiënten. Het AMC adviseert ook bij uitzendingen en buitenlandse operaties. De samenwerking zou nu moeten worden uitgebreid naar de vakgebieden anesthesiologie en chirurgie. Er zijn al gemeenschappelijk opleidingen voor artsen, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals. De wens om samen verder te gaan is bekrachtigd met een intentieverklaring. Commandant Zeestrijdkrachten vice-admiraal Matthieu Borsboom, voorzitter Raad van Bestuur van het AMC professor dr. Marcel Levy en Commandant Defensie Gezondheidszorg Organisatie brigadegeneraal-arts Johan de Graaf ondertekenden de akte. 34

30 | 09

Regels gevechtsinsigne aangepast
Het 'Besluit Insigne voor Optreden onder Gevechtsomstandigheden' wijzigt per 1 januari 2014. In de nieuwe versie is duidelijker beschreven wat ´gevechtshandelingen´ zijn. Ook kunnen militairen straks het 'gevechtsinsigne', zoals de onderscheiding in de volksmond heet, zelf aanvragen. Een goede omschrijving van het begrip ‘gevechtshandelingen’ was nodig, omdat in het huidige besluit een verwarrende passage staat. Hierdoor lijkt het alsof het gevechtsinsigne alleen wordt toegekend als er sprake is van deelname aan gevechtshandelingen buiten het Koninkrijk. In het nieuwe besluit wordt dit recht gezet. 'Gevechtshandelingen' zijn in het gewijzigde besluit omschreven als: 'iedere vorm van actief en professioneel handelen binnen de taakopdracht van de desbetreffende militair waarbij tevens sprake is van vijandelijk optreden met indirect vuur, direct vuur of hiermee vergelijkbaar gevechtscontact, dan wel van enige andere vorm van excessieve geweldsuitoefening jegens de militair.'Bij dat laatste kan bij35 voorbeeld worden gedacht aan geweld door mijnen, geïmproviseerde explosieven, een zelfmoordaanslag, of door levensbedreigend verzet bij een arrestatie. Verder gaat de aanvraagprocedure voor de onderscheiding op de schop. Om de uitvoerbaarheid van het besluit te verbeteren, moet een verzoek om een gevechtsinsigne toe te kennen voortaan worden gedaan binnen zes maanden nadat de gevechtshandelingen hebben plaatsgevonden. Bovendien kan de militair het insigne ook zelf aanvragen dus niet alleen zijn of haar commandant. Voor oude gevallen moet dit wel met de nodige spoed gebeuren, want na 1 januari 2014 kan een insigne alleen worden verstrekt als het binnen zes maanden is aangevraagd na het incident. Alle Hens | november 2013

Alle Hens | november 2013

logboek

logboek

20 | 09

Krijger, koopman en diplomaat
Zr.Ms. De Zeven Provincien en Zr.Ms. Friesland lagen eind september voor anker in St. Petersburg. Zij waren in de Russische stad voor de NEVA-beurs, één van de grootste internationale beurzen op het gebied van scheepvaart, scheepsbouw en offshore technieken. Het luchtverdedigings- en commandofregat en het patrouilleschip ondersteunden met hun aanwezigheid de Nederlandse handelsbelangen. Commandant Zeestrijdkrachten vice-admiraal Matthieu Borsboom bezocht de beurs. “Zoals admiraal Michiel de Ruyter ooit stelde, zijn we bij de Koninklijke Marine nog steeds krijger, koopman, diplomaat. Het zit in het DNA van de marineman, maar ook van de Nederlander”, aldus admiraal Borsboom. Naast handelsbelangen vormde de aanwezigheid van de Nederlandse marineschepen een bekrachtiging van het Nederland-Ruslandjaar 2013, waarin de eeuwenlange samenwerking tussen beide landen centraal staat. Vice-admiraal Borsboom opende in dat kader de tentoonstelling ‘Koning Willem II en Anna Pavlona’ in de Hermitage. Ook was hij aanwezig bij de overhandiging van de replica van het Tsaar Peterhuisje aan Rusland. Deze replica, gebouwd door 101 geniebataljon van de landmacht, wordt in november in Moskou onthuld. Verder sprak Borsboom met zijn Russische collega admiraal Chirkov vice-admiraal Shukanov over maritieme samenwerking, zoals voor de kust van Somalië waar beide marines samen optreden, over hydrografie en gemeenschappelijk oefenen.
(foto: Dmitry Koshcheev)

25 | 09

Uit de West
12|10 03 | 10

Marineschepen herdenken beleg Leningrad

Een delegatie van Zr.Ms. De Zeven Provinciën en Zr.Ms. Friesland brachten onder leiding van Commander Sea Training Command KTZ Boudewijn Boots een bezoek aan de begraafplaats van Piskaryovskoye in St. Petersburg. Kolonel Boots en kolonel Van Klaarbergen, de Nederlandse defensieattaché bij de ambassade te Moskou, legden tijdens een plechtige ceremonie een krans bij het Monument voor het Moederland. Van Russische zijde was er een kleine delegatie aanwezig. De ceremonie vond plaats ter herinnering aan de gevallen inwoners en militairen tijdens het beleg van het toenmalige Leningrad in de Tweede Wereldoorlog.

Chinese consul-generaal bezoekt Zr.Ms. Amsterdam

Levensreddende medische evacuaties

De consul-generaal van de Volksrepubliek China, mw Chen Qiman, heeft op zaterdag 12 oktober een bezoek gebracht aan Zr.Ms. Amsterdam, het stationsschip van de Koninklijke Marine in het Caribisch gebied. Op het schip maakte zij kennis met de Commandant Zeemacht in het Caribisch gebied, brigade-generaal der mariniers Dick Swijgman. Het consulaat was pas vier dagen open toen mevrouw Qiman aan boord van Zr.Ms. Amsterdam stapte. “Ik voel me vereerd de consul-generaal al zo snel te mogen verwelkomen”, aldus

Swijgman. “Dit bezoek benadrukt de goede band tussen de Volksrepubliek China en Nederland, en met Defensie in het bijzonder.”

12|10

Kustwacht onderschept grote partij cocaÏne
De Kustwacht Caribisch gebied heeft in de nacht van vrijdag 11 op zaterdag 12 oktober nabij Curaçao een vaartuig onderschept met een grote partij cocaïne aan boord. Één persoon is hierbij aangehouden. Omstreeks 00.30 uur detecteerde de Kustwacht een verdacht vaartuig in de omgeving van Curaçao. De Super-RHIB werd gelijk ingezet en was binnen korte tijd ter plekke. De bemanning nam een klein vaartuig waar. Na een spectaculaire achtervolging liep het vast op de kust waarnaar de opvarenden probeerden te ontsnappen. De AW 139 helikopter van de kustwacht deed ook een zoekslag vanuit de lucht. Bij nader onderzoek is er een grote partij drugs gevonden aan boord van het vaartuig. De drugs en de verdachte zijn overgedragen aan het Korps Politie Curaçao die het onderzoek, tezamen met de Kustwacht, zal voortzetten.

De Kustwacht Caribisch gebied heeft kort achter elkaar twee levensreddende medische evacuaties uitgevoerd. Op donderdag 3 oktober rukte de Kustwachtcutter Panter en de Super-RHIB uit om een Russische opvarende van een tanker naar het ziekenhuis te transporteren. Een week eerder voerde de Kustwacht ook een levensreddende evacuatie uit. Dit keer werd de NH-90 boordhelikopter van Zr.Ms. Amsterdam, het stationsschip dat op dit moment kustwachttaken uitvoert in het Caribisch gebied, ingezet. Een vrouwelijke Amerikaanse passagier van een cruiseschip was onwel geworden en moest met spoed naar het ziekenhuis worden gebracht.

26 | 09

Samenwerking mijnenbestrijding vastleggen
lende) COE’s aan de toekomstige samenwerking besproken. Door de veranderde commando structuur binnen NATO moet vastgelegd worden hoe de samenwerking tussen NATO en COE gaat verlopen. Een COE is een nationaal of multinationaal gefinancierde instelling waar specifieke kennis op een bepaald gebied van oorlogsvoering aanwezig is. De specialisten die werkzaam zijn op een COE helpen bij doctrinevorming en verlenen ondersteuning bij het verbeteren, testen en valideren van concepten. Er wordt ook onderwijs en training gegeven. Een COE gebruikt zijn expertise om de NATO helpen met de transformatie naar een slankere, meer efficiënte organisatie. Momenteel zijn er 21 COE’s: 18 met de NATOaccreditatie, waaronder het NMW COE in Oostende, en drie COE’s die zich in de ontwikkelfase bevinden.

Op het EGUERMIN, het Naval Mine Warfare Centre Of Excellence (NMWCOE) vond van 24 t/m 26 september de conferentie van directeurs van Centers Of Excellence (COE) plaats. Tijdens de conferentie is de deelname van de (verschil19 | 09

19 |09

Veiligheidscode voor onderzeeboten
Er komt een Naval Submarine Code voor huidige en toekomstige onderzeeboten. Dat is besloten tijdens het International Submarine Safety Forum (ISSF) in Victoria (Canada). Experts uit de deelnemende landen (Groot Brittannië, Nederland, Noorwegen, Zweden, VS, Canada en Australië) bespraken hier de ontwikkelingen op het gebied van het technisch veilig ontwerpen, bouwen, onderhouden en naar zee brengen van onderzeeboten. Een Naval Submarine Code is daarbij een belangrijke en zeer concrete eerste stap. In deze code wordt Alle Hens | november 2013 in analogie met de reeds gepubliceerde Naval Ship Code een basis veiligheidsniveau voor huidige, maar vooral ook toekomstige generaties onderzeeboten beschreven. Tijdens de conferentie werden onder andere de zeewaardigheidssystemen, materieelscertificatie en echte calamiteiten besproken. Alle deelnemers gaven aan zich zorgen te maken over een groeiend schaarste aan gekwalificeerde technici. Om dit probleem te ondervangen streven de landen naar meer internationale samenwerking. De Nederlandse 36 delegatie met vertegenwoordigers uit DMO en DMI stond onder leiding van KLTZT Jouke Spoelstra (Wapensysteemmanager Onderzeeboten en mede oprichter van dit forum).

Kustwacht oefent met Venezuela
Kustwacht Caribisch Gebied heeft eind september met de Venezolaanse Kustwacht de jaarlijkse oefening Open Eyes gehouden. Daarbij draaide het om samenwerken bij search and rescue. Nederland vindt de samenwerking zeer belangrijk. Daarom staat de oefening volgend jaar twee keer op de agenda. De Kustwacht deed met de cutter Panter en het Dash 8 maritiem patrouillevliegtuig mee; Venezuela met een helikopter en de schepen Guaicamacuto en Serreta. Beide schepen liepen de haven van Willemstad binnen voor de evaluatie van de oefening. De consul-generaal van Venezuela, Avarado Rosell, was bij deze ceremoniële afsluiting aanwezig en ontving samen met de Directeur Kustwacht, brigade-generaal der mariniers Dick Swijgman de bemanningen. Op de foto: vlnr: Commandant Panter, H. Albert (KWCARIB), Kapitein Agredo (VZLA), Kapitein Sanchez (VZLA), consul-generaal Avarado Rosell, D.A. Swijgman, Directeur Kustwacht en Hoofd RCC, E. Ruijsink. (Foto: Peter Bijpost)

37

Alle Hens | november 2013

logboek

mensen & M U T A T I E S

13 | 09

Wie wat waar 07 | 10
Aan boord van Zr.Ms. Johan de Witt is stilgestaan bij de jubilea van drie bemanningsleden. Sergeant-majoor van de mariniers Francois Tomasouw en sergeant-majoor René Kanits vierden hun 24-jarig jubileum bij de Koninklijke Marine. Zij kregen hiervoor van de commandant van Zr.Ms. Johan de Witt de zilveren medaille uitgereikt als blijk van waardering voor hun trouwe dienst. Korporaal Rainier Kunkeler kreeg de bronzen medaille opgespeld door zijn commandant. Hij werkt 12 jaar voor de Koninklijke Marine. discussie over integratie van de Wapentechnische Dienst (WD) en Technische Dienst (TD).” Commandeur Tossings heeft de neventaak van VOWD overgenomen. Tossings: “We praten over de grootste verandering in de dienstvakstructuur sinds 1976 toen de huidige structuur werd ingevoerd. Ik geloof echt in deze integratie en kan daarbij voortbouwen op het goede werk dat Commandeur Jan Vos samen met vele anderen heeft gedaan.”

Operatiecentrum Kustwacht vernieuwd
De Kustwacht Caribisch gebied kan vanaf nu beschikken over een nieuw operatiecentrum, het Joint Redding & Coördinatie Centrum (JRCC). In aanwezigheid van de minister-president van Curaçao is het verbouwde operatiecentrum op vrijdag 13 september geopend. Door de wijzigingen in middelen en takenpakket in de loop der jaren was de werkruimte van het JRCC verre van optimaal. Een nieuwe inrichting was noodzakelijk. Het JRCC is binnen het Caribisch gebied één van de eerste aanspreekpunten bij noodgevallen, zoals search and rescue en de opsporing van illegale handel over zee. Naast de verbouwing zal begin 2014 de Kustwacht ook beschikken over een ‘Verbeterde Informatie Uitwisseling’ systeem. Met dit systeem, dat zich het best met een militair ‘linksysteem‘ laat vergelijken, is een nog betere omgevingsbewustzijn te realiseren. Schepen en vliegtuigen van de Kustwacht worden met dit systeem uitgerust. Daarnaast zal er ook een mobile unit komen die bestemd is voor het stationsschip, dat ook voor de Kustwacht wordt ingezet.

officieren
Bevorderingen KTZ J.M. Morang KTZE A. de Jong KTZE I.J.C. Hollenberg KTZ H. Monderen LTKOLMARNS H. Schonewille KLTZ C. Kleingeld KLTZE G.M. Walraven LTZ 1 R.A.W. de Wit MAJMARNS W.F.J. Ramakers LTZA 1 B.B.M. Keers LTZ1 M.N. Kampman LTZ2 OC M. Hovenier LTZA 2OC F.J.L. Jurrius LTZT 2OC E. Versluijs LTZT 2OC S.E.N.M. van Vijfeijken LTZT 2OC J.H. Arends KAPTMARNS S.L. van Kan KAPTMARNS R.A. Koelewijn LTZ2 S.G. Groenwold LTZ2 M. Braanker LTZ2 W. Baardolf LTZA 2 C.J.Q. van Diggele LTZT 2 B.P. Kaan LTZE 2 H. Huisman ELNTMARNS R.E.J.H. van der Flier Dienstverlaters CDRE J. Snoeks KTZ I. Kuijper KLTZ H.J. Poot KLTZ F. Stam KLTZAR J.F. Terlouw VLOP LTZ1 H. Hortensius LTZAR 1 E.J.W. Maarsingh LTZAR 2OC F.A. van Eck LTZSD 2OC H.J.J. Gregoire KAPTMARNS G. Schouten LTZ2OC R.P.M. Schröder LTZT 2OC C.M.A. van der Ven LTZ3 W. Bartens Bevorderingen AOOWDE M.R. Timmer AOOODND B. de Warle AOOODOPS V.N. Molenaar AOOTDW A.N. Ouwehand AOO ODND M.H.W. Verrijth AOOMARNALG G.L.M. Bentvelzen SMJRODND J.F. de Jong SMJRTDW S.J.A.E.E. Dierick SMJRODND V. Hengeveld SMJRLDGB R.G. Rijssemus SMJRODOPS J.P. Smits SMJRODVB P.J.M. Zandbergen SMJRODOPS A.T. Nelemans SMJRMARNALG S.A. Koster SMJRODND B. Bakker SMJRODOPS M.W. de Schipper SMJRTDW F. van Ginkel SMJRODOPS R.P. Peduzzi SMJRMARNALG J. Kers SMJRMARNVB M.M. van Asselt SMJRODND J.H. Slotegraaf SMJRTDW G. Bekkema SMJRWDS P. Otten SMJRMARNALG J.A. Kühr SMJRTDW W.J. Stilma SMJRMARNALG S. Langenberg SMJRMARNALG H.D. van Gorkom SGTMARNALG W.J.H.C.N. Koeten SGT TDW R.J.C. Commandeur SGT TDW C. Muñoz SGTODVB T. van den Bosch SGTMARNALG J.P.F. Mol SGTMARNALG P.A.J. Arens SGTLDA A.H. Weegink SGTODOPS G.A.E. van IJsselmuide SGTODOPS S.G. Horsten SGTMARNALG J. de Wolf SGTODVB M.G.H.A. Mooren SGTODND O. Kronenburg SGTMARNALG P.F. van Vegten SGTODND S.J. van de Velde SGTTDE N. Tabbernee SGTODVB H. Bakker SGTMARNALG D.Y.N. Zwijnenburg SGTMARNVB V.A. Tielrooij KPLWDS S. Wiepking KPLTDW C.F. Weehuizen KPLTDW R.L. van de Polder KPLWDS T. Obrenovic Dienstverlaters AOOMARNALG M.J. Hoogteijling AOOTDV G. Mulder AOOLDGD J.B.M. van de Rijdt SMJRODND A. Balk SMJRTDV M.A. Langeveld SMJRODVB H. Mulder SGTTDE R.M.A. van Kralingen KPLODVB M. van den Berg KPLLDA S.E. Bes KPLTDW J.H. Bodzinga KPLMARNVB B.T.A. van Genderen KPLTDE D. Lagerveld KPLODOPS R. Schoonhoven KPLMARNALG H.J. de Snoo KPLLDGD R. Spaans KPLTDV J.M. Steenvoorde KPLTDW D.A.E. van Veen Bevorderingen MATR 1 OD K. Schouten MATR 1 LDV C.A. Oostindiën MATR 1 TD R. van Leeuwen MATR 2 OD D. van Berkel MATR 2 OD G. Verbout MATR 2 OD J.F.K. Scheck-Elphson Dienstverlaters: MARN 1 ALG N.G.H.M. Beumer MARN 1 ALG W. Bloemert MARN 1 ALG Z.M. Boele MARN 1 ALG M. Brunsting MATR 1 LDGB Z. Cerofolini MARN 1 ALG M.K. van Dam MARN 1 ALG D.R. Dekker MARN 1 ALG J.D. Drenth MARN 1 ALG L. Duifhuizen MARN 1 ALG E. Franse MATR 1 BDMTD M. de Heer MARN 1 ALG M. van der Hoest MATR 1 LDV E.C.C. Hoogsteder MATR 1 LDV K.W.P. Houben MARN 1 ALG R. Kerkvliet MATR 1 OD R.A. Kok MATR 1 WDS M.A. van der Kooij MARN 1 ALG J. Kuipers MATR 1 LDA E. van Maren MATR 1 LDA D.E.C. Pol MATR 1 TD P. Prins MATR 1 WDS H.J. Roetenberg MARN 1 ALG F.R. Stamhuis MATR 1 LDV L. van Tol MATR 1 TD M. Wiggers MATR 1 WDS S. Wolfers MARN 2 ALG V. Demircakan MATR 2 OD L.P. Stengs MARN 2 ALG D. van Vliet MARN 3 S.E. Beekman MARN 3 B. Braaksma MARN 3 M.P. Brink MARNVBD 3 C.W. van Dongen

MARN 3 E.P.H. Gijsbers MARN 3 S. Heere MARN 3 J.S.B. Hooi MARN 3 G.K. van der Horst MARN 3 ALG W. van IJzendoorn MARN 3 S.E. Moti MARN J.J.M. de Munck MARN 3 V.A. de Nieuwe MARN 3 P. Pijcke MARN 3 D.C.J. Prinsen MARN 3 S.J.W.J. Remmers MARN 3 M. Santana Sanz MARN 3 L.G. Verstraten

24 | 09

03 | 10
Op Marinekazerne Suffisant voltrokken zich twee bijzondere ceremonies. Niet alleen legden 43 miliciens en korporaals van de Curaçaose Militie de eed af of beloofden trouw aan de Koning, gehoorzaamheid aan de wetten onderwerping aan de krijgstucht. Ook vond er een primeur plaats: 14 militieleden ontvingen de medaille voor 6 jaar trouwe dienst bij de Curaçaose Militie. Deze medaille werd uitgereikt door de minister-president van Curaçao.

KTZAR Rob van Hulst heeft afscheid genomen van de Koninklijke Marine. Gedurende zijn loopbaan maakte Van Hulst faam bij de marine als duikerarts. Van Hulst geldt in Nederland als de autoriteit op het duikmedisch vlak. Niet alleen voor militairen is zijn expertise en kundigheid aangewend. Ook het Koninklijk Huis, de Nederlandse Onderwatersportbond, de civiele duikindustrie en de reguliere zorgsector maakten gebruik van zijn kennis en kunde.

onderofficieren

Bevorderingen E.D. van der Linden, 9 A.J.M. Stavenuiter, 9 R.K. Verwaal, 9 R. Hoitinga, 8 R. Koopman, 5 P.J.R.W. Houterman, 5 J. Brandes, 4

20 | 09

Wie wat waar 09 | 10
28 Bemanningsleden van de MARDET Groningen hebben de medaille ter herinnering aan de inhuldiging van Koning WillemAlexander uitgereikt gekregen. Zij leverden op verschillende manieren een bijdrage aan de feestelijke dag. Een groot deel van deze 28 gedecoreerden vormde de erewacht bij het Paleis op de Dam, terwijl enkele anderen de veiligheid bewaakten tijdens de koningsvaart op het IJ. Alle Hens | november 2013

02 | 10

Commandeur Jan Vos heeft als Vlagofficier Wapentechnische Dienst (VOWD) afscheid genomen van de Marine. Zijn nevenfunctie als VOWD heeft hij overgedragen aan Commandeur Maarten Tossings. Commandeur Vos is in zijn functie als VOWD één van de grondleggers van wat nu het programma Herinrichting Technisch Domein is. Vos: “Ik ben trots dat we de afgelopen periode een beslissende wending hebben gegeven aan de 38

KPLODOPS van de Vegt, van der Ploeg en Reijnders hebben met goed gevolg de Advanced Acoustic Consolidation Course afgerond. Deze cursus wordt één maal per jaar verzorgd door de afdeling Data & Analyse van het Maritime Warfare Centre namens de Nederlands Belgische Operationele School. De gecertificeerde cursisten zijn nu opgeleid in het herkennen van akoestische signalen afkomstig van bijvoorbeeld onderzeeboten, oorlogsschepen of andere vaartuigen. Personeel met deze kwalificatie is essentieel voor effectieve en doelmatige inzet van passieve akoestische sensoren en zijn daarmee een onmisbare schakel in het tactische besluitvormingsproces aan boord.

manschappen burgers
39 Alle Hens | november 2013

Dienstverlaters A.A. Colaris, 10 J.A. Sweep, 10 H. de Wijn, 7 J.L. Kleering van Beerenbergh, 6 K. Woort, 5 T.P. Arents, 4 F.B. van Egten, 4 E. Woort, 4 M.E. Broer, 3 M.A.K Loof, 3 R.C.N. Minnema, 3 W.O. Vliek, 3

20 oktober 2013 t/m 11 mei 2014

Fototentoonstelling

'De Oranjes en de Mariniers'
Mariniersmuseum
100 jaar gefotografeerde verbondenheid tussen de Oranjes en de Mariniers In de entree van het Mariniersmuseum is van 20 oktober 2013 tot en met 11 mei 2014 een afwisselende collectie foto's te vinden waarin de band van de Oranjes met het Korps Mariniers te zien is. Deze en vele andere foto's maken deel uit van de tijdelijke tentoonstelling 'De Oranjes en de Mariniers'.

Nooit eerder getoond beeldmateriaal van onder andere een kleine prinses Juliana in een rijtuig op weg naar Artis tot een jonge Willem-Alexander die kennismaakt met de mariniers in Noorwegen.
Prins Willem-Alexander bezoekt de Wiskey Infanterie Compagnie in Noorwegen (1981)

Locatie: Mariniersmuseum Rotterdam Wijnhaven 7-13 | +31 (0) 10 412 96 00