You are on page 1of 0

W Wa aa ar rl li ij jk k, , d de e o ov ve er rw wi in nn ni in ng g v va an n A Al ll la ah h i is s n na ab bi ij j

Door A Al l- -I Im ma am m, , A Al l- -H Ha af fi it th h, , a as sh h- -S Sh ha ay yk kh h
A Ab bu u ‘ ‘A Ab bd di il ll la ah h S Su ul la ay ym ma an n I Ib bn n N Na as si ir r I Ib bn n ‘ ‘A Ab bd di il ll la ah h A Al l- -‘ ‘U Ul lw wa an n
(Moge Allah hem bevrijden uit de gevangenis)



E Ee er rs st te e E Ed di it ti ie e

A At t- -T Ti ib by ya an n P Pu ub bl li ic ca at ti io on ns s
T Th hu ul l- -Q Qi i’ ’d da ah h, , 1 14 42 25 5 H H. .


























Auteur:Sheikh Suleimaan ibn Naasir ibn Abdullah al-‘Ulwaan
Engelse vertaler: Abu Huthaifa Yusuf al-Canadee
Nederlandse vertaler: Abu Mujaheed al-Amrikee (faka Allahu asra)


V Vo oo or rw wo oo or rd d v va an n d de e E En ng ge el ls se e v ve er rt ta al le er r

In Naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

Waarlijk alle lof is voor Allah, en moge de vrede en zegeningen van Allah met de laatste
der boodschappers, Mohammed, en zijn familie en metgezellen zijn.
Dit kleine werkje van de edele shaykh Suleimaan ibn Naasir al-‘Ulwaan, moge Allah
hem behouden, is zowel actueel en relevant betreffende de huidige situatie waarin de
Ummah zich nu bevindt. En door dit feit, vonden we het voordelig voor de vele
Engelssprekende moslims om zijn betekenissen misschien te leren en te begrijpen.

Wij hebben meerdere aanvullende voetnoten toegevoegd om de vertaling te
vergemakkelijken, bepaalde punten te verduidelijken, en om de onderwerpen die
besproken worden minder dubbelzinnig te maken. En ik wil mijn broeder Abu
Sulaimaan bedanken, die veel heeft bijgedragen aan het vertalen van de tekst, het
genoegen van Allah zoekend. En zonder overdrijving kan gezegd worden dat zonder
zijn hulp, met de toestemming van Allah, de Allerhoogste, deze vertaling niet mogelijk
was geweest. Moge Allah hem belonen en hem succes schenken in deze wereld en de
volgende.

En ik vraag Allah om deze kleine bijdrage van ons te accepteren, en het helpen om de
jonge mannen en vrouwen van de Islamitische gemeenschap voordeel te brengen, en het
een bron van inspiratie op de waarheid voor hen te laten zijn. Ameen.

A At t- -T Ti ib by ya an n P Pu ub bl li ic ca at ti io on n













I In n d de e N Na aa am m v va an n A Al ll la ah h, , d de e B Ba ar rm mh ha ar rt ti ig ge e, , d de e G Ge en na ad de ev vo ol ll le e

Velen van de Islamitische volkeren leven, binnen een verscheidenheid van verschillende
landen en een verzameling van steden, in een opeenstapeling van blunders en
wanordelijk gedrag met een blootstelling van hun eer, en een verlies van hun rechten en
bezit. En (ze leven temidden van) verwarringen in hun ideologieën en een tekort aan
succes en pogingen (om te hervormen), en ze zijn steeds meer aan het wegkeren met een
toenemende dwaling in geloof (aqida) en methodologie (minhajj), zowel in het politieke
als economische leven, in een tijd van de verspreiding van nationalisme en de
ideologieën van secularisme en de uitwassen van atheïsme en de symbolen van het
mystieke (soefisme) en afgoderij. En dit verderf heeft zich in hun gemeenschap (ummah)
verspreid en velen van hen zijn ondergedompeld in hetgeen hen schade toebrengt en
hen geen voordeel brengt. En ze zijn achteloos voor hetgeen zij geschapen zijn en hun
taak en boodschap in dit leven.

En (ze zijn achteloos) om deze dwaling te vernietigen, en ook deze dingen die naast
Allah worden aanbeden en deze sporen van het tijdperk van onwetendheid (Jahilliyya)
die overal aanwezig zijn, en deze ideeën, die tegen de Sharia ingaan en deze instituten
die afgedwaald zijn van hetgeen (de wetten die) Allah heeft verordend. Dus is het
noodzakelijk om terug te keren naar Islam is zijn pure vorm, inclusief de onderwerping
aan Hem met Tawheed en gehoorzaamheid aan Hem met toewijding, terwijl je vrij bent
van shirk en zijn volgelingen, en regeren met de wetgeving van Allah op Zijn aarde met
oprechtheid jegens Hem in je daden.

Dus dit is de basis van Tawheed en zonder dit is er geen reden voor het leven om te
bestaan. Allah de meest Verhevene zei:


“En ik heb de Djinn’s en de mens slechts geschapen om Mij te dienen”
1


In andere woorden, om (de aanbidding van) Hem één te maken, en de Tawheed is de
basis van de religie (Dien) en zijn fundament. En het is de realiteit waar de mensen van
de waarheid niet van weg mogen keren, (inclusief) het vestigen van zijn rechten en de
wereldgemeenschappen ermee onder ogen te komen. En dit is de (juiste) instelling van
de wereld, en het is de boodschap van de moslims aan alle naties en volkeren. Hij de
meest Hoge zei:




1
(Adh-Dhariat, 56)

ﺎَ ﻨُ ﻀْ ﻌَ ﺑ ﹶ ﺬِ ﺨﱠ ﺘَ ﻳ ﹶ ﻻَ ﻭ ﺎﹰ ﺌْ ﻴَ ﺷِ ﻪﹺ ﺑ َ ﻙﹺ ﺮْ ﺸُﻧ ﹶ ﻻَ ﻭ َ ﻪﹼ ﻠﻟﺍ ﱠ ﻻﹺ ﺇ َ ﺪُﺒْ ﻌَ ﻧ ﱠ ﻻﹶ ﺃ ْ ﻢﹸﻜَ ﻨْ ﻴَ ﺑَ ﻭ ﺎَ ﻨَ ﻨْ ﻴَ ﺑ ﺀﺍَ ﻮَ ﺳٍ ﺔَ ﻤﹶ ﻠﹶ ﻛ ﻰﹶ ﻟﹺ ﺇ ﹾ ﺍْ ﻮﹶ ﻟﺎَ ﻌَ ﺗ ﹺ ﺏﺎَ ﺘِ ﻜﹾ ﻟﺍ ﹶ ﻞْ ﻫﹶ ﺃ ﺎَ ﻳ ﹾ ﻞﹸ ﻗ ﺎَ ﻨُ ﻀْ ﻌَ ﺑ ﹶ ﺬِ ﺨﱠ ﺘَ ﻳ ﹶ ﻻَ ﻭ ﺎﹰ ﺌْ ﻴَ ﺷِ ﻪﹺ ﺑ َ ﻙﹺ ﺮْ ﺸُﻧ ﹶ ﻻَ ﻭ َ ﻪﹼ ﻠﻟﺍ ﱠ ﻻﹺ ﺇ َ ﺪُﺒْ ﻌَ ﻧ ﱠ ﻻﹶ ﺃ ْ ﻢﹸﻜَ ﻨْ ﻴَ ﺑَ ﻭ ﺎَ ﻨَ ﻨْ ﻴَ ﺑ ﺀﺍَ ﻮَ ﺳٍ ﺔَ ﻤﹶ ﻠﹶ ﻛ ﻰﹶ ﻟﹺ ﺇ ﹾ ﺍْ ﻮﹶ ﻟﺎَ ﻌَ ﺗ ﹺ ﺏﺎَ ﺘِ ﻜﹾ ﻟﺍ ﹶ ﻞْ ﻫﹶ ﺃ ﺎَ ﻳ ﹾ ﻞﹸ ﻗ
ِ ﻪﹼ ﻠﻟﺍ ِ ﻥﻭُ ﺩ ﻦﱢ ﻣﺎً ﺑﺎَ ﺑْ ﺭﹶ ﺃ ﹰ ﺎﻀْ ﻌَ ﺑ ِ ﻪﹼ ﻠﻟﺍ ِ ﻥﻭُ ﺩ ﻦﱢ ﻣﺎً ﺑﺎَ ﺑْ ﺭﹶ ﺃ ﹰ ﺎﻀْ ﻌَ ﺑ ﹶ ﻥﻮُ ﻤِ ﻠْ ﺴُ ﻣﺎﱠ ﻧﹶ ﺄﹺ ﺑ ﹾ ﺍﻭُ ﺪَ ﻬْ ﺷﺍ ﹾ ﺍﻮﹸ ﻟﻮﹸ ﻘﹶ ﻓﹾ ﺍْ ﻮﱠ ﻟَ ﻮَ ﺗ ﻥﹺ ﺈﹶ ﻓ ﹶ ﻥﻮُ ﻤِ ﻠْ ﺴُ ﻣﺎﱠ ﻧﹶ ﺄﹺ ﺑ ﹾ ﺍﻭُ ﺪَ ﻬْ ﺷﺍ ﹾ ﺍﻮﹸ ﻟﻮﹸ ﻘﹶ ﻓﹾ ﺍْ ﻮﱠ ﻟَ ﻮَ ﺗ ﻥﹺ ﺈﹶ ﻓ

Zeg: “O Lieden van het Schrift, komt tot een gelijkluidend woord tussen ons en jullie: dat wij
niemand dan Allah aanbidden en dat wij niet naast Hem tot deelgenoot maken en dat wij elkaar
niet als heren naast Allah plaatsen.” Als zij zich dan afwenden, zegt dan: “getuigt dat wij ons
(aan Allah) overgegeven hebben (moslims zijn).”
2


En Hij, de meest Hoge, zei:

ْ ﻴَ ﺷِ ﻪﹺ ﺑ ﹾ ﺍﻮﹸ ﻛﹺ ﺮْ ﺸُ ﺗ ﱠ ﻻﹶ ﺃ ْ ﻢﹸ ﻜْ ﻴﹶ ﻠَ ﻋْ ﻢﹸ ﻜﱡ ﺑَ ﺭ َ ﻡﱠ ﺮَ ﺣ ﺎَ ﻣﹸﻞْ ﺗﹶ ﺃ ﹾ ﺍْ ﻮﹶ ﻟﺎَ ﻌَ ﺗ ﹾ ﻞﹸ ﻗ ْ ﻴَ ﺷِ ﻪﹺ ﺑ ﹾ ﺍﻮﹸ ﻛﹺ ﺮْ ﺸُ ﺗ ﱠ ﻻﹶ ﺃ ْ ﻢﹸ ﻜْ ﻴﹶ ﻠَ ﻋْ ﻢﹸ ﻜﱡ ﺑَ ﺭ َ ﻡﱠ ﺮَ ﺣ ﺎَ ﻣﹸﻞْ ﺗﹶ ﺃ ﹾ ﺍْ ﻮﹶ ﻟﺎَ ﻌَ ﺗ ﹾ ﻞﹸ ﻗ ﹴ ﻕﹶ ﻼْ ﻣﺇ ْ ﻦﱢ ﻣﻢﹸ ﻛَ ﺩﹶ ﻻْ ﻭﹶ ﺃ ﹾ ﺍﻮﹸ ﻠُ ﺘﹾ ﻘَ ﺗ ﹶ ﻻَ ﻭ ﺎً ﻧﺎَ ﺴْ ﺣﹺ ﺇ ﹺ ﻦْ ﻳَ ﺪِ ﻟﺍَ ﻮﹾ ﻟﺎﹺ ﺑَ ﻭ ﺎﹰ ﺌ ﹴ ﻕﹶ ﻼْ ﻣﺇ ْ ﻦﱢ ﻣﻢﹸ ﻛَ ﺩﹶ ﻻْ ﻭﹶ ﺃ ﹾ ﺍﻮﹸ ﻠُ ﺘﹾ ﻘَ ﺗ ﹶ ﻻَ ﻭ ﺎً ﻧﺎَ ﺴْ ﺣﹺ ﺇ ﹺ ﻦْ ﻳَ ﺪِ ﻟﺍَ ﻮﹾ ﻟﺎﹺ ﺑَ ﻭ ﺎﹰ ﺌ
ﱢ ﻖَ ﺤﹾ ﻟﺎﹺ ﺑ ﱠ ﻻﹺ ﺇ ُ ﻪﹼ ﻠﻟﺍ َ ﻡﱠ ﺮَ ﺣ ﻲِ ﺘﱠ ﻟﺍ َ ﺲﹾ ﻔﱠ ﻨﻟﺍ ﹾ ﺍﻮﹸ ﻠُ ﺘﹾ ﻘَ ﺗ ﹶ ﻻَ ﻭ َ ﻦﹶ ﻄَ ﺑ ﺎَ ﻣَ ﻭ ﺎَ ﻬْ ﻨِ ﻣَ ﺮَ ﻬﹶ ﻇﺎَ ﻣَ ﺶِ ﺣﺍَ ﻮﹶ ﻔﹾ ﻟﺍ ﹾ ﺍﻮُ ﺑَ ﺮﹾ ﻘَ ﺗ ﹶ ﻻَ ﻭ ْ ﻢُ ﻫﺎﱠ ﻳﹺ ﺇَ ﻭ ْ ﻢﹸﻜﹸﻗُﺯْ ﺮَ ﻧ ُ ﻦْ ﺤﱠ ﻧ ﱢ ﻖَ ﺤﹾ ﻟﺎﹺ ﺑ ﱠ ﻻﹺ ﺇ ُ ﻪﹼ ﻠﻟﺍ َ ﻡﱠ ﺮَ ﺣ ﻲِ ﺘﱠ ﻟﺍ َ ﺲﹾ ﻔﱠ ﻨﻟﺍ ﹾ ﺍﻮﹸ ﻠُ ﺘﹾ ﻘَ ﺗ ﹶ ﻻَ ﻭ َ ﻦﹶ ﻄَ ﺑ ﺎَ ﻣَ ﻭ ﺎَ ﻬْ ﻨِ ﻣَ ﺮَ ﻬﹶ ﻇﺎَ ﻣَ ﺶِ ﺣﺍَ ﻮﹶ ﻔﹾ ﻟﺍ ﹾ ﺍﻮُ ﺑَ ﺮﹾ ﻘَ ﺗ ﹶ ﻻَ ﻭ ْ ﻢُ ﻫﺎﱠ ﻳﹺ ﺇَ ﻭ ْ ﻢﹸﻜﹸﻗُﺯْ ﺮَ ﻧ ُ ﻦْ ﺤﱠ ﻧ
َ ﻭ ْ ﻢﹸﻜِ ﻟﹶ ﺫ َ ﻭ ْ ﻢﹸﻜِ ﻟﹶ ﺫ ﹶ ﻥﻮﹸ ﻠِ ﻘْ ﻌَ ﺗ ْ ﻢﹸﻜﱠ ﻠَ ﻌﹶ ﻟ ِ ﻪﹺ ﺑ ْ ﻢﹸ ﻛﺎﱠ ﺻ ﹶ ﻥﻮﹸ ﻠِ ﻘْ ﻌَ ﺗ ْ ﻢﹸﻜﱠ ﻠَ ﻌﹶ ﻟ ِ ﻪﹺ ﺑ ْ ﻢﹸ ﻛﺎﱠ ﺻ
ﺎً ﺴﹾ ﻔَ ﻧ ُﻒﱢ ﻠﹶ ﻜُﻧ ﹶ ﻻ ِ ﻂْ ﺴِ ﻘﹾ ﻟﺎﹺ ﺑ ﹶ ﻥﺍَ ﺰﻴِ ﻤﹾ ﻟﺍَ ﻭ ﹶ ﻞْ ﻴﹶ ﻜﹾ ﻟﺍ ﹾ ﺍﻮﹸ ﻓْ ﻭﹶ ﺃَ ﻭ ُﻩﱠ ﺪُﺷﹶ ﺃ ﹶ ﻎﹸﻠْ ﺒَ ﻳ ﻰﱠ ﺘَ ﺣ ُﻦَ ﺴْ ﺣﹶ ﺃ َ ﻲِ ﻫﻲِ ﺘﱠ ﻟﺎﹺ ﺑ ﱠ ﻻﹺ ﺇ ﹺ ﻢﻴِ ﺘَ ﻴﹾ ﻟﺍ ﹶ ﻝﺎَ ﻣﹾ ﺍﻮُ ﺑَ ﺮﹾ ﻘَ ﺗ ﹶ ﻻَ ﻭ ﺎً ﺴﹾ ﻔَ ﻧ ُﻒﱢ ﻠﹶ ﻜُﻧ ﹶ ﻻ ِ ﻂْ ﺴِ ﻘﹾ ﻟﺎﹺ ﺑ ﹶ ﻥﺍَ ﺰﻴِ ﻤﹾ ﻟﺍَ ﻭ ﹶ ﻞْ ﻴﹶ ﻜﹾ ﻟﺍ ﹾ ﺍﻮﹸ ﻓْ ﻭﹶ ﺃَ ﻭ ُﻩﱠ ﺪُﺷﹶ ﺃ ﹶ ﻎﹸﻠْ ﺒَ ﻳ ﻰﱠ ﺘَ ﺣ ُﻦَ ﺴْ ﺣﹶ ﺃ َ ﻲِ ﻫﻲِ ﺘﱠ ﻟﺎﹺ ﺑ ﱠ ﻻﹺ ﺇ ﹺ ﻢﻴِ ﺘَ ﻴﹾ ﻟﺍ ﹶ ﻝﺎَ ﻣﹾ ﺍﻮُ ﺑَ ﺮﹾ ﻘَ ﺗ ﹶ ﻻَ ﻭ
ﹶ ﻛ ْ ﻮﹶ ﻟَ ﻭ ﹾ ﺍﻮﹸ ﻟِ ﺪْ ﻋﺎﹶ ﻓْ ﻢُ ﺘﹾ ﻠﹸ ﻗﺍﹶ ﺫﹺ ﺇَ ﻭ ﺎَ ﻬَ ﻌْ ﺳُ ﻭ ﱠ ﻻﹺ ﺇ ﹶ ﻛ ْ ﻮﹶ ﻟَ ﻭ ﹾ ﺍﻮﹸ ﻟِ ﺪْ ﻋﺎﹶ ﻓْ ﻢُ ﺘﹾ ﻠﹸ ﻗﺍﹶ ﺫﹺ ﺇَ ﻭ ﺎَ ﻬَ ﻌْ ﺳُ ﻭ ﱠ ﻻﹺ ﺇ ﹶ ﻥﻭُ ﺮﱠ ﻛﹶ ﺬَ ﺗ ْ ﻢﹸﻜﱠ ﻠَ ﻌﹶ ﻟ ِ ﻪﹺ ﺑ ﻢﹸ ﻛﺎﱠ ﺻَ ﻭ ْ ﻢﹸﻜِ ﻟﹶ ﺫ ﹾ ﺍﻮﹸ ﻓْ ﻭﹶ ﺃ ِ ﻪﹼ ﻠﻟﺍ ِ ﺪْ ﻬَ ﻌﹺ ﺑَ ﻭ ﻰَ ﺑْ ﺮﹸ ﻗﺍﹶ ﺫ ﹶ ﻥﺎ ﹶ ﻥﻭُ ﺮﱠ ﻛﹶ ﺬَ ﺗ ْ ﻢﹸﻜﱠ ﻠَ ﻌﹶ ﻟ ِ ﻪﹺ ﺑ ﻢﹸ ﻛﺎﱠ ﺻَ ﻭ ْ ﻢﹸﻜِ ﻟﹶ ﺫ ﹾ ﺍﻮﹸ ﻓْ ﻭﹶ ﺃ ِ ﻪﹼ ﻠﻟﺍ ِ ﺪْ ﻬَ ﻌﹺ ﺑَ ﻭ ﻰَ ﺑْ ﺮﹸ ﻗﺍﹶ ﺫ ﹶ ﻥﺎ
ْ ﻢﹸﻜﱠ ﻠَ ﻌﹶ ﻟ ِ ﻪﹺ ﺑ ﻢﹸ ﻛﺎﱠ ﺻَ ﻭ ْ ﻢﹸﻜِ ﻟﹶ ﺫ ِ ﻪِ ﻠﻴﹺ ﺒَ ﺳﻦَ ﻋْ ﻢﹸ ﻜﹺ ﺑ َ ﻕﱠ ﺮﹶ ﻔَ ﺘﹶ ﻓﹶ ﻞُﺒﱡ ﺴﻟﺍ ﹾ ﺍﻮُ ﻌﹺ ﺒﱠ ﺘَ ﺗ ﹶ ﻻَ ﻭ ُﻩﻮُ ﻌﹺ ﺒﱠ ﺗﺎﹶ ﻓﺎً ﻤﻴِ ﻘَ ﺘْ ﺴُﻣﻲِ ﻃﺍَ ﺮِ ﺻﺍﹶ ﺬـ َ ﻫﱠ ﻥﹶ ﺃَ ﻭ ْ ﻢﹸﻜﱠ ﻠَ ﻌﹶ ﻟ ِ ﻪﹺ ﺑ ﻢﹸ ﻛﺎﱠ ﺻَ ﻭ ْ ﻢﹸﻜِ ﻟﹶ ﺫ ِ ﻪِ ﻠﻴﹺ ﺒَ ﺳﻦَ ﻋْ ﻢﹸ ﻜﹺ ﺑ َ ﻕﱠ ﺮﹶ ﻔَ ﺘﹶ ﻓﹶ ﻞُﺒﱡ ﺴﻟﺍ ﹾ ﺍﻮُ ﻌﹺ ﺒﱠ ﺘَ ﺗ ﹶ ﻻَ ﻭ ُﻩﻮُ ﻌﹺ ﺒﱠ ﺗﺎﹶ ﻓﺎً ﻤﻴِ ﻘَ ﺘْ ﺴُﻣﻲِ ﻃﺍَ ﺮِ ﺻﺍﹶ ﺬـ َ ﻫﱠ ﻥﹶ ﺃَ ﻭ
ﹶ ﻥﻮﹸ ﻘﱠ ﺘَ ﺗ ﹶ ﻥﻮﹸ ﻘﱠ ﺘَ ﺗ

Zeg: “Komt ik zal jullie voorlezen wat jullie Heer jullie verboden heeft verklaard: dat jullie iets
als deelgenoot aan Hem toekennen. Weest goed voor jullie ouders, en doodt niet jullie kinderen
uit (angst voor) armoede. Wij schenken voorzieningen aan jullie en aan hen. En nadert niet de
zedeloosheid, de openlijke noch de verborgene, en doodt niet de ziel die Allah verboden heeft
verklaard, tenzij volgens het recht. Dat is wat hij jullie heeft opgedragen, hopelijk zullen jullie
begrijpen. En nadert het bezit van de wees niet, tenzij op ten wijze die meet voordeel (aan de
wees) geeft, totdat hij de volwassenheid bereikt. En geeft de volle maat en vult de weegschaal met
het gelijke gewicht. Wij (Allah) belasten niemand dan volgens zijn vermogen. En wanneer jullie
rechtspreken, weest dan rechtvaardig, ook al betreft het een verwant. En vervult het verbond met
Allah. Dat is wat Hij jullie heeft opgedragen, hopelijk zullen jullie je laten vermanen. En dat dit
Mijn Pad is, een recht Pad, volgt het dan, en volgt geen (andere) paden, want die zullen jullie
doen afsplitsen van Zijn Pad. Dat is wat Hij jullie heeft opgedragen, hopelijk zullen jullie (Allah)
vrezen.”
3


En Hij de meest Verhevene zei:

2
(Aal-Imraan, 64)
3
(al-Anaam 151-153)

َ ﻪﹼ ﻠﻟﺍ ﹾ ﺍﻭُ ﺪُ ﺒْ ﻋﺍ ِ ﻥﹶ ﺃ ﹰ ﻻﻮُ ﺳﱠ ﺭ ٍ ﺔﱠ ﻣﹸﺃ ﱢ ﻞﹸ ﻛ ﻲِ ﻓﺎَ ﻨﹾ ﺜَ ﻌَ ﺑ ْ ﺪﹶ ﻘﹶ ﻟَ ﻭ َ ﻪﹼ ﻠﻟﺍ ﹾ ﺍﻭُ ﺪُ ﺒْ ﻋﺍ ِ ﻥﹶ ﺃ ﹰ ﻻﻮُ ﺳﱠ ﺭ ٍ ﺔﱠ ﻣﹸﺃ ﱢ ﻞﹸ ﻛ ﻲِ ﻓﺎَ ﻨﹾ ﺜَ ﻌَ ﺑ ْ ﺪﹶ ﻘﹶ ﻟَ ﻭ َ ﺕﻮﹸ ﻏﺎﱠ ﻄﻟﺍ ﹾ ﺍﻮُ ﺒﹺ ﻨَ ﺘْ ﺟﺍَ ﻭ َ ﺕﻮﹸ ﻏﺎﱠ ﻄﻟﺍ ﹾ ﺍﻮُ ﺒﹺ ﻨَ ﺘْ ﺟﺍَ ﻭ

En voorzeker Wij hebben aan iedere gemeenschap een Boodschapper gezonden (die zei:) “Aanbidt
Allah en houdt afstand van de Thagoet…..”
4


En de waarheid van complete onderwerping (al-Uboediyya) aan Allah, de Enige, de
meest meest Krachtige, zit in het verenigen van Hem, in alle soorten van aanbidding en
verering van Hem, vrees voor Hem, liefde voor Hem, hoop stellen in Hem en
gehoorzaamheid aan Hem.

Dus wie beweerd Imaan (geloof) te hebben in Allah en Zijn Tawheed en Zijn liefde en Zijn
vrees en Zijn hoop, terwijl hij zich niet onderwerpt aan Allah’s bevelen en de bevelen
van Zijn Boodschapper (sallalahu alayhi wa salam), en het rechtsoordeel (Hukm) naar
iets anders dan de wetgeving van Allah neemt en zichzelf lieert met de vijanden van
Allah, dan is hij niet eerlijk geweest in zijn bewering, maar is hij eerder een volgeling
van shaytaan en gehoorzaam aan hem. Allah de Verhevene zei:

َ ﺑﻮُ ﻧﹸ ﺫ ْ ﻢﹸ ﻜﹶ ﻟ ْ ﺮِ ﻔْ ﻐَ ﻳَ ﻭ ُ ﻪﹼ ﻠﻟﺍ ُﻢﹸﻜْ ﺒﹺ ﺒْ ﺤُﻳ ﻲﹺ ﻧﻮُ ﻌﹺ ﺒﱠ ﺗﺎﹶ ﻓَ ﻪﹼ ﻠﻟﺍ ﹶ ﻥﻮﱡ ﺒِ ﺤُ ﺗ ْ ﻢُ ﺘﻨﹸ ﻛ ﻥﹺ ﺇ ﹾ ﻞﹸ ﻗ َ ﺑﻮُ ﻧﹸ ﺫ ْ ﻢﹸ ﻜﹶ ﻟ ْ ﺮِ ﻔْ ﻐَ ﻳَ ﻭ ُ ﻪﹼ ﻠﻟﺍ ُﻢﹸﻜْ ﺒﹺ ﺒْ ﺤُﻳ ﻲﹺ ﻧﻮُ ﻌﹺ ﺒﱠ ﺗﺎﹶ ﻓَ ﻪﹼ ﻠﻟﺍ ﹶ ﻥﻮﱡ ﺒِ ﺤُ ﺗ ْ ﻢُ ﺘﻨﹸ ﻛ ﻥﹺ ﺇ ﹾ ﻞﹸ ﻗ ٌﻢﻴِ ﺣﱠ ﺭ ٌﺭﻮﹸ ﻔﹶ ﻏُﻪﹼ ﻠﻟﺍَ ﻭ ْ ﻢﹸ ﻜ ٌﻢﻴِ ﺣﱠ ﺭ ٌﺭﻮﹸ ﻔﹶ ﻏُﻪﹼ ﻠﻟﺍَ ﻭ ْ ﻢﹸ ﻜ

Zeg (O Mohammed): Als jullie van Allah houden, volg mij dan (dus accepteer de Tawheed en
volg de Qoran en Sunnah): Allah zal van jullie houden en jullie zonden vergeven. En Allah is
vergevingsgezind, meest Barmhartig.”
5


En Zijn uitspraak “…. En vermijdt (of blijf weg van) Taghut”. Er word gezegd dat dit
shaytaan is. Dit is gezegd door ‘Umar ibn al Khattab, moge Allah tevreden met hem
zijn, en het is overgeleverd door al-Bukhari Mu’allaq
6
in zijn saheeh (8/ 251) met een
uiting van zekerheid. En het werd voltooid door ibn Jareer (3/ 18) en anderen. En er
word gezegd dat het (Taghut) de afgoden en al hetgeen naast Allah word aanbeden zijn.
Er zijn ook andere dingen over gezegd.

Ze zijn allemaal correct en er is geen tegenstelling of verschil tussen hen en ieder van
heeft de algemene betekenis (van Taghut) uitgedrukt in één van zijn
verschijningsvormen. En dit (deze methode om iets te definiëren door één van zijn
vormen) is veelvoorkomend in de woorden van de salaf (voorgangers). Ze leggen (vaak)
het vers uit met één van zijn individuele (bestanddelen), maar bedoelen niet beperking

4
(An-Nahl 36)
5
(Al-‘Imraan, 31)
6
Mu’aliq betekent letterlijk ‘bengelen’; hoewel in hadith terminologie en classificatie het verwijst naar een
overlevering, die niet overgeleverd is met alle overleveraars tot zijn bron, zodat de keten ‘bengelt’, en niet
geheel van de overleveraars tot de bron uitstrekt.

(tot dat éne bestanddeel alleen).

En ibn al-Qayyim, moge Allah genade met hem hebben, noemde een alomvattende
definitie voor de Taghut toen hij zei: “De term ’Taghut’ verwijst naar alle dingen waardoor de
slaaf (de mens) zijn grenzen overschrijdt, of het nu de vorm aanneemt van iemand die aanbeden
of gehoorzaamd wordt. Dus Taghut verwijst naar alle mensen die regeren met iets anders dan
wat Allah of Zijn Boodschapper hebben bepaald. Dit gaat ook op voor het geval dat de mensen
hem aanbidden naast Allah of ze volgen hem (blindelings), zonder duidelijke leiding van Allah, of
ze gehoorzamen hem terwijl ze niet zeker zijn dat ze Allah gehoorzamen. Dus dit zijn de
tawaghiet (meervoud van Taghut) van de wereld. En als je naar hen kijkt, en de toestand van de
mensen met hun ziet, zul je zien dat de meeste van en zijn veranderd van het aanbidden van
Allah, naar het aanbidden van de Taghut, van het oordelen met hetgeen Allah en Zijn
Boodschapper hebben bepaald, naar het oordeel van de Taghut. En van het gehoorzamen van Hem
en Zijn Boodschapper naar het gehoorzamen van de Taghut en het volgen van hem”.
7
En Allah
heeft het (verwerpen van de Taghut) voor het geloof in Allah geplaatst, net zoals Hij
verwerping voor aanname in de uitdrukking van Tawheed heeft geplaatst: “Niemand
heeft het recht te worden aanbeden buiten Allah. (La illa ha illa Allah.)” En een persoon
kan geen gelovige in Allah worden totdat hij ongelovig is in de Taghut, in de volle
betekenis van het woord. Hij, de meest Verhevene, zei:

ٌﻢﻴِ ﻠَ ﻋٌﻊﻴِ ﻤَ ﺳُﻪﹼ ﻠﻟﺍَ ﻭ ﺎَ ﻬﹶ ﻟ َ ﻡﺎَ ﺼِ ﻔﻧﺍ ﹶ ﻻ َ ﻰﹶ ﻘﹾ ﺛُﻮﹾ ﻟﺍ ِ ﺓَ ﻭْ ﺮُﻌﹾ ﻟﺎﹺ ﺑ َ ﻚَ ﺴْ ﻤَ ﺘْ ﺳﺍ ِ ﺪﹶ ﻘﹶ ﻓِ ﻪﹼ ﻠﻟﺎﹺ ﺑ ﻦِ ﻣْ ﺆُ ﻳَ ﻭ ِ ﺕﻮﹸ ﻏﺎﱠ ﻄﻟﺎﹺ ﺑ ْ ﺮﹸ ﻔﹾ ﻜَ ﻳ ْ ﻦَ ﻤﹶ ﻓ ٌﻢﻴِ ﻠَ ﻋٌﻊﻴِ ﻤَ ﺳُﻪﹼ ﻠﻟﺍَ ﻭ ﺎَ ﻬﹶ ﻟ َ ﻡﺎَ ﺼِ ﻔﻧﺍ ﹶ ﻻ َ ﻰﹶ ﻘﹾ ﺛُﻮﹾ ﻟﺍ ِ ﺓَ ﻭْ ﺮُﻌﹾ ﻟﺎﹺ ﺑ َ ﻚَ ﺴْ ﻤَ ﺘْ ﺳﺍ ِ ﺪﹶ ﻘﹶ ﻓِ ﻪﹼ ﻠﻟﺎﹺ ﺑ ﻦِ ﻣْ ﺆُ ﻳَ ﻭ ِ ﺕﻮﹸ ﻏﺎﱠ ﻄﻟﺎﹺ ﺑ ْ ﺮﹸ ﻔﹾ ﻜَ ﻳ ْ ﻦَ ﻤﹶ ﻓ

….Hij die Taghut verwerpt en in Allah gelooft: hij heeft zeker het stevigste houvast gegrepen, dat
niet breken kan. En Allah is Alhorend, Alwetend.
8


En in Sahih Muslim (nummer #23) van het pad van Marwaan al-Fazzaarie van Abie
Malik van zijn vader die zei: “Ik hoorde de Boodschapper van Allah, sallalahu aleihi wa salam,
zeggen: ‘Wie zegt: “Niemand heeft het recht te worden aanbeden buiten Allah (la illaha illa
Allah)’, terwijl hij al hetgeen dat naast Allah wordt aanbeden verwerpt; zijn rijkdom en bloed
worden heilig en zijn afrekening is met Allah.”

En dit is de uitleg van de uitdrukking van oprechtheid (la illaha illa Allah), en dat wat
ermee bedoeld wordt is niet slecht het uitspreken ervan, omdat dit niet het bloed en
bezit beschermt en het een persoon niet redt van de straf van het hellevuur. En deze
kwestie, in werkelijkheid, is de kwestie van het handelen naar hetgeen deze uitdrukking
omvat van de Tawheed van Allah en de oprechtheid van aanbidding jegens Hem en het
vrij zijn van alles dat wordt aanbeden of gevolgd of gehoorzaamd buiten Allah en Zijn
Boodschapper (sallalahu aleihi wa salam).

En Allah, de Krachtige, de meest Hoge, vermeldde, betreffende Zijn geliefde Ibrahim, in

7
(Uloem al-Mawaqi’een, p. 50).
8
(al-Baqara, 256)
een moment van lof, dat hij zichzelf had vrijgemaakt van zijn volk van hetgeen zij naast
Allah aanbaden, toen Hij zei:

َ ﻦﻳِ ﺬﱠ ﻟﺍَ ﻭ َ ﻢﻴِ ﻫﺍَ ﺮْ ﺑﹺ ﺇ ﻲِ ﻓﹲﺔَ ﻨَ ﺴَ ﺣ ﹲﺓَ ﻮْ ﺳﹸ ﺃ ْ ﻢﹸ ﻜﹶ ﻟ ْ ﺖَ ﻧﺎﹶ ﻛ ْ ﺪﹶ ﻗ َ ﻦﻳِ ﺬﱠ ﻟﺍَ ﻭ َ ﻢﻴِ ﻫﺍَ ﺮْ ﺑﹺ ﺇ ﻲِ ﻓﹲﺔَ ﻨَ ﺴَ ﺣ ﹲﺓَ ﻮْ ﺳﹸ ﺃ ْ ﻢﹸ ﻜﹶ ﻟ ْ ﺖَ ﻧﺎﹶ ﻛ ْ ﺪﹶ ﻗ ِ ﻥﻭُ ﺩ ﻦِ ﻣﹶ ﻥﻭُ ﺪُ ﺒْ ﻌَ ﺗ ﺎﱠ ﻤِ ﻣَ ﻭ ْ ﻢﹸ ﻜﻨِ ﻣﺀﺍَ ﺮُ ﺑ ﺎﱠ ﻧﹺ ﺇ ْ ﻢﹺ ﻬِ ﻣْ ﻮﹶ ﻘِ ﻟ ﺍﻮﹸ ﻟﺎﹶ ﻗﹾ ﺫﹺ ﺇ ُﻪَ ﻌَ ﻣ ِ ﻥﻭُ ﺩ ﻦِ ﻣﹶ ﻥﻭُ ﺪُ ﺒْ ﻌَ ﺗ ﺎﱠ ﻤِ ﻣَ ﻭ ْ ﻢﹸ ﻜﻨِ ﻣﺀﺍَ ﺮُ ﺑ ﺎﱠ ﻧﹺ ﺇ ْ ﻢﹺ ﻬِ ﻣْ ﻮﹶ ﻘِ ﻟ ﺍﻮﹸ ﻟﺎﹶ ﻗﹾ ﺫﹺ ﺇ ُﻪَ ﻌَ ﻣ
ِ ﻪﻴﹺ ﺑﹶ ﺄِ ﻟ َ ﻢﻴِ ﻫﺍَ ﺮْ ﺑﹺ ﺇ ﹶ ﻝْ ﻮﹶ ﻗﺎﱠ ﻟﹺ ﺇ ُﻩَ ﺪْ ﺣَ ﻭ ِ ﻪﱠ ﻠﻟﺎﹺ ﺑ ﺍﻮُﻨِ ﻣْ ﺆُﺗ ﻰﱠ ﺘَ ﺣ ﺍً ﺪَ ﺑﹶ ﺃ ﺀﺎَ ﻀْ ﻐَ ﺒﹾ ﻟﺍَ ﻭ ﹸ ﺓَ ﻭﺍَ ﺪَ ﻌﹾ ﻟﺍ ُﻢﹸﻜَ ﻨْ ﻴَ ﺑَ ﻭ ﺎَ ﻨَ ﻨْ ﻴَ ﺑ ﺍَ ﺪَ ﺑَ ﻭ ْ ﻢﹸ ﻜﹺ ﺑ ﺎَ ﻧْ ﺮﹶ ﻔﹶ ﻛ ِ ﻪﱠ ﻠﻟﺍ ِ ﻪﻴﹺ ﺑﹶ ﺄِ ﻟ َ ﻢﻴِ ﻫﺍَ ﺮْ ﺑﹺ ﺇ ﹶ ﻝْ ﻮﹶ ﻗﺎﱠ ﻟﹺ ﺇ ُﻩَ ﺪْ ﺣَ ﻭ ِ ﻪﱠ ﻠﻟﺎﹺ ﺑ ﺍﻮُﻨِ ﻣْ ﺆُﺗ ﻰﱠ ﺘَ ﺣ ﺍً ﺪَ ﺑﹶ ﺃ ﺀﺎَ ﻀْ ﻐَ ﺒﹾ ﻟﺍَ ﻭ ﹸﺓَ ﻭﺍَ ﺪَ ﻌﹾ ﻟﺍ ُﻢﹸﻜَ ﻨْ ﻴَ ﺑَ ﻭ ﺎَ ﻨَ ﻨْ ﻴَ ﺑ ﺍَ ﺪَ ﺑَ ﻭ ْ ﻢﹸ ﻜﹺ ﺑ ﺎَ ﻧْ ﺮﹶ ﻔﹶ ﻛ ِ ﻪﱠ ﻠﻟﺍ
ﹶ ﺄﹶ ﻟ ﹶ ﺄﹶ ﻟ ُﲑِ ﺼَ ﻤﹾ ﻟﺍ َ ﻚْ ﻴﹶ ﻟﹺ ﺇَ ﻭ ﺎَ ﻨْ ﺒَ ﻧﹶ ﺃ َ ﻚْ ﻴﹶ ﻟﹺ ﺇَ ﻭ ﺎَ ﻨﹾ ﻠﱠ ﻛَ ﻮَ ﺗ َ ﻚْ ﻴﹶ ﻠَ ﻋﺎَ ﻨﱠ ﺑﱠ ﺭ ٍ ﺀْ ﻲَ ﺷﻦِ ﻣِ ﻪﱠ ﻠﻟﺍ َ ﻦِ ﻣَ ﻚﹶ ﻟ ُﻚِ ﻠْ ﻣﹶ ﺃ ﺎَ ﻣَ ﻭ َ ﻚﹶ ﻟ ﱠ ﻥَ ﺮِ ﻔْ ﻐَ ﺘْ ﺳ ُﲑِ ﺼَ ﻤﹾ ﻟﺍ َ ﻚْ ﻴﹶ ﻟﹺ ﺇَ ﻭ ﺎَ ﻨْ ﺒَ ﻧﹶ ﺃ َ ﻚْ ﻴﹶ ﻟﹺ ﺇَ ﻭ ﺎَ ﻨﹾ ﻠﱠ ﻛَ ﻮَ ﺗ َ ﻚْ ﻴﹶ ﻠَ ﻋﺎَ ﻨﱠ ﺑﱠ ﺭ ٍ ﺀْ ﻲَ ﺷﻦِ ﻣِ ﻪﱠ ﻠﻟﺍ َ ﻦِ ﻣَ ﻚﹶ ﻟ ُﻚِ ﻠْ ﻣﹶ ﺃ ﺎَ ﻣَ ﻭ َ ﻚﹶ ﻟ ﱠ ﻥَ ﺮِ ﻔْ ﻐَ ﺘْ ﺳ

Waarlijk, er was voor jullie een goed voorbeeld in Ibrahim en degenen die met hem waren, toen zij
tot hun volk zeiden: “Wij zijn niet verantwoordelijk voor jullie en voor wat jullie naast Allah
aanbidden. Wij geloven jullie niet en er is tussen ons en jullie vijandschap en haat ontstaan, voor
altijd, tot jullie in Allah, de Enige geloven”
9


En Hij de meest Hoge zei:

َ ﻭ َ ﻭ ﺎ ﻴِ ﻘَ ﺷﻲﱢ ﺑَ ﺭ ﺀﺎَ ﻋُﺪﹺ ﺑ ﹶ ﻥﻮﹸ ﻛﹶ ﺃ ﺎﱠ ﻟﹶ ﺃ ﻰَ ﺴَ ﻋﻲﱢ ﺑَ ﺭ ﻮُ ﻋْ ﺩﹶ ﺃَ ﻭ ِ ﻪﱠ ﻠﻟﺍ ِ ﻥﻭُ ﺩ ﻦِ ﻣﹶ ﻥﻮُ ﻋْ ﺪَ ﺗ ﺎَ ﻣَ ﻭ ْ ﻢﹸﻜﹸﻟﹺ ﺰَ ﺘْ ﻋﹶ ﺃ ﺎ ﻴِ ﻘَ ﺷﻲﱢ ﺑَ ﺭ ﺀﺎَ ﻋُﺪﹺ ﺑ ﹶ ﻥﻮﹸ ﻛﹶ ﺃ ﺎﱠ ﻟﹶ ﺃ ﻰَ ﺴَ ﻋﻲﱢ ﺑَ ﺭ ﻮُ ﻋْ ﺩﹶ ﺃَ ﻭ ِ ﻪﱠ ﻠﻟﺍ ِ ﻥﻭُ ﺩ ﻦِ ﻣﹶ ﻥﻮُ ﻋْ ﺪَ ﺗ ﺎَ ﻣَ ﻭ ْ ﻢﹸﻜﹸﻟﹺ ﺰَ ﺘْ ﻋﹶ ﺃ
ﺎ ﻴﹺ ﺒَ ﻧ ﺎَ ﻨﹾ ﻠَ ﻌَ ﺟ ﺎّ ﻠﹸ ﻛَ ﻭ َ ﺏﻮﹸ ﻘْ ﻌَ ﻳَ ﻭ َ ﻖَ ﺤْ ﺳﹺ ﺇ ُﻪﹶ ﻟ ﺎَ ﻨْ ﺒَ ﻫَ ﻭ ِ ﻪﱠ ﻠﻟﺍ ِ ﻥﻭُ ﺩ ﻦِ ﻣﹶ ﻥﻭُ ﺪُ ﺒْ ﻌَ ﻳ ﺎَ ﻣَ ﻭ ْ ﻢُﻬﹶ ﻟَ ﺰَ ﺘْ ﻋﺍ ﺎﱠ ﻤﹶ ﻠﹶ ﻓ ﺎ ﻴﹺ ﺒَ ﻧ ﺎَ ﻨﹾ ﻠَ ﻌَ ﺟ ﺎّ ﻠﹸ ﻛَ ﻭ َ ﺏﻮﹸ ﻘْ ﻌَ ﻳَ ﻭ َ ﻖَ ﺤْ ﺳﹺ ﺇ ُﻪﹶ ﻟ ﺎَ ﻨْ ﺒَ ﻫَ ﻭ ِ ﻪﱠ ﻠﻟﺍ ِ ﻥﻭُ ﺩ ﻦِ ﻣﹶ ﻥﻭُ ﺪُ ﺒْ ﻌَ ﻳ ﺎَ ﻣَ ﻭ ْ ﻢُﻬﹶ ﻟَ ﺰَ ﺘْ ﻋﺍ ﺎﱠ ﻤﹶ ﻠﹶ ﻓ

“En ik zal weggaan van jullie en van wat jullie naast Allah aanbidden. En ik zal bij mijn Heer
smeken, moge ik niet teleurgesteld zijn in mijn smeekbeden aan mijn Heer.” En toen hij van hen
wegging en van wat zij naast Allah aanbaden, schonken Wij hem Ishaq en Ya’qoeb en Wij
maakten ieder van hen een profeet.
10


En Hij de Verhevene zei:

ﺎﹰ ﻘﹶ ﻓْ ﺮﱢ ﻣﻢﹸ ﻛﹺ ﺮْ ﻣﹶ ﺃ ْ ﻦﱢ ﻣﻢﹸ ﻜﹶ ﻟ ﹾ ﺊﱢ ﻴَ ﻬُ ﻳﻭ ﻪﺘﲪﱠ ﺭ ﻦﱢ ﻣﻢﹸ ﻜﱡ ﺑَ ﺭ ْ ﻢﹸ ﻜﹶ ﻟ ْ ﺮُ ﺸﻨَ ﻳ ِ ﻒْ ﻬﹶ ﻜﹾ ﻟﺍ ﻰﹶ ﻟﹺ ﺇ ﺍﻭُ ﻭﹾ ﺄﹶ ﻓَ ﻪﱠ ﻠﻟﺍ ﺎﱠ ﻟﹺ ﺇ ﹶ ﻥﻭُ ﺪُ ﺒْ ﻌَ ﻳ ﺎَ ﻣَ ﻭ ْ ﻢُ ﻫﻮُ ﻤُ ﺘﹾ ﻟَ ﺰَ ﺘْ ﻋﺍ ِ ﺫﹺ ﺇَ ﻭ ﺎﹰ ﻘﹶ ﻓْ ﺮﱢ ﻣﻢﹸ ﻛﹺ ﺮْ ﻣﹶ ﺃ ْ ﻦﱢ ﻣﻢﹸ ﻜﹶ ﻟ ﹾ ﺊﱢ ﻴَ ﻬُ ﻳﻭ ﻪﺘﲪﱠ ﺭ ﻦﱢ ﻣﻢﹸ ﻜﱡ ﺑَ ﺭ ْ ﻢﹸ ﻜﹶ ﻟ ْ ﺮُ ﺸﻨَ ﻳ ِ ﻒْ ﻬﹶ ﻜﹾ ﻟﺍ ﻰﹶ ﻟﹺ ﺇ ﺍﻭُ ﻭﹾ ﺄﹶ ﻓَ ﻪﱠ ﻠﻟﺍ ﺎﱠ ﻟﹺ ﺇ ﹶ ﻥﻭُ ﺪُ ﺒْ ﻌَ ﻳ ﺎَ ﻣَ ﻭ ْ ﻢُ ﻫﻮُ ﻤُ ﺘﹾ ﻟَ ﺰَ ﺘْ ﻋﺍ ِ ﺫﹺ ﺇَ ﻭ

“En als jullie je van hen (de ongelovigen) afwenden en van wat zij aanbidden behalve Allah, zoek
dan bescherming in de Grot. Jullie Heer zal Zijn Barmhartigheid over jullie uitspreiden, en voor
jullie in jullie zaak gemak brengen.”
11


En andere bewijzen naast deze, welke de wetgeving aangeven betreffende het verlaten
van mensen van kufr (ongeloof) en het mijden van hun dwaling en het terugtrekken van
hun ontmoetingen.


9
(al-Mumtahina, 4)
10
(Maryam, 48-49)
11
(al-Kahf, 16)
Desondanks hebben velen van de zonen van islam zichzelf ontdaan van deze grootse
basis en hebben ze zich geneigd naar degenen die hun grenzen hebben overschreden en
degenen die onheil op aarde hebben verspreid en de wetgeving van Allah hebben
ontmanteld en opgeroepen hebben naar het oordelen met de wetten van kufr (ongeloof)
en het (de wetten van kufr) hebben verdedigd, zowel financieel als militair en degenen
heeft aangevallen die in zijn weg stonden en weigerden om hun geschillen ernaar toe te
brengen.

Hij de meest Verheven zei:

ِ ﺕﻮﹸ ﻏﺎﱠ ﻄﻟﺍ ﻰﹶ ﻟﹺ ﺇ ﹾ ﺍﻮُ ﻤﹶ ﻛﺎَ ﺤَ ﺘَ ﻳ ﻥﹶ ﺃ ﹶ ﻥﻭُ ﺪﻳﹺ ﺮُﻳ َ ﻚِ ﻠْ ﺒﹶ ﻗﻦِ ﻣﹶ ﻝﹺ ﺰﻧﹸ ﺃ ﺎَ ﻣَ ﻭ َ ﻚْ ﻴﹶ ﻟﹺ ﺇ ﹶ ﻝﹺ ﺰﻧﹸ ﺃ ﺎَ ﻤﹺ ﺑ ﹾ ﺍﻮُ ﻨَ ﻣﺁ ْ ﻢُ ﻬﱠ ﻧﹶ ﺃ ﹶ ﻥﻮُ ﻤُ ﻋْ ﺰَ ﻳ َ ﻦﻳِ ﺬﱠ ﻟﺍ ﻰﹶ ﻟﹺ ﺇ َ ﺮَ ﺗ ْ ﻢﹶ ﻟﹶ ﺃ ِ ﺕﻮﹸ ﻏﺎﱠ ﻄﻟﺍ ﻰﹶ ﻟﹺ ﺇ ﹾ ﺍﻮُ ﻤﹶ ﻛﺎَ ﺤَ ﺘَ ﻳ ﻥﹶ ﺃ ﹶ ﻥﻭُ ﺪﻳﹺ ﺮُﻳ َ ﻚِ ﻠْ ﺒﹶ ﻗﻦِ ﻣﹶ ﻝﹺ ﺰﻧﹸ ﺃ ﺎَ ﻣَ ﻭ َ ﻚْ ﻴﹶ ﻟﹺ ﺇ ﹶ ﻝﹺ ﺰﻧﹸ ﺃ ﺎَ ﻤﹺ ﺑ ﹾ ﺍﻮُ ﻨَ ﻣﺁ ْ ﻢُ ﻬﱠ ﻧﹶ ﺃ ﹶ ﻥﻮُ ﻤُ ﻋْ ﺰَ ﻳ َ ﻦﻳِ ﺬﱠ ﻟﺍ ﻰﹶ ﻟﹺ ﺇ َ ﺮَ ﺗ ْ ﻢﹶ ﻟﹶ ﺃ
ﺍً ﺪﻴِ ﻌَ ﺑ ﹰ ﻻﹶ ﻼَ ﺿْ ﻢُﻬﱠ ﻠِ ﻀُﻳ ﻥﹶ ﺃ ﹸ ﻥﺎﹶ ﻄْ ﻴﱠ ﺸﻟﺍ ُ ﺪﻳﹺ ﺮُ ﻳَ ﻭ ِ ﻪﹺ ﺑ ﹾ ﺍﻭُ ﺮﹸ ﻔﹾ ﻜَ ﻳ ﻥﹶ ﺃ ﹾ ﺍﻭُ ﺮِ ﻣﹸ ﺃ ْ ﺪﹶ ﻗَ ﻭ ﺍً ﺪﻴِ ﻌَ ﺑ ﹰ ﻻﹶ ﻼَ ﺿْ ﻢُﻬﱠ ﻠِ ﻀُﻳ ﻥﹶ ﺃ ﹸ ﻥﺎﹶ ﻄْ ﻴﱠ ﺸﻟﺍ ُ ﺪﻳﹺ ﺮُ ﻳَ ﻭ ِ ﻪﹺ ﺑ ﹾ ﺍﻭُ ﺮﹸ ﻔﹾ ﻜَ ﻳ ﻥﹶ ﺃ ﹾ ﺍﻭُ ﺮِ ﻣﹸ ﺃ ْ ﺪﹶ ﻗَ ﻭ

“….Zij willen volgens de Taghut (valse rechters enz.) berechten, hoewel hen toch bevolen was er
niet in te geloven…”
12


En de betekenis van Taghut in dit vers is degene die regeert met een andere wetgeving
dan Allah, zichzelf een wetgever makend in plaat van Allah, of naast Allah. En Allah
heeft hem tot mushrik (iemand die shirk (deelgenoten toekennen aan Allah) doet)
verklaard met Zijn Uitspraak:


ﺍً ﺪَ ﺣﹶ ﺃ ِ ﻪِ ﻤﹾ ﻜُﺣ ﻲِ ﻓُﻙﹺ ﺮْ ﺸُﻳ ﺎﹶ ﻟَ ﻭ ﺍً ﺪَ ﺣﹶ ﺃ ِ ﻪِ ﻤﹾ ﻜُﺣ ﻲِ ﻓُﻙﹺ ﺮْ ﺸُﻳ ﺎﹶ ﻟَ ﻭ

“….en Hij laat niet één deelgenoot in Zijn Oordeel toe”
13


En Hij zei:

ﹶ ﻥﻮﹸ ﻛﹺ ﺮْ ﺸُ ﻤﹶ ﻟ ْ ﻢﹸ ﻜﱠ ﻧﹺ ﺇ ْ ﻢُ ﻫﻮُ ﻤُ ﺘْ ﻌﹶ ﻃﹶ ﺃ ﹾ ﻥﹺ ﺇَ ﻭ ﹶ ﻥﻮﹸ ﻛﹺ ﺮْ ﺸُ ﻤﹶ ﻟ ْ ﻢﹸ ﻜﱠ ﻧﹺ ﺇ ْ ﻢُ ﻫﻮُ ﻤُ ﺘْ ﻌﹶ ﻃﹶ ﺃ ﹾ ﻥﹺ ﺇَ ﻭ
“….en als jullie hen gehoorzamen, dan zullen jullie zeker mushrikun (veelgodenaanbidders)
worden.”
14


En Hij heeft ze als kaafir (ongelovige) bestempeld in Zijn, de meest Verhevene’s,
uitspraak:

ﹶ ﻥﻭُ ﺮِ ﻓﺎﹶ ﻜﹾ ﻟﺍ ُ ﻢُ ﻫَ ﻚِ ﺌـ ﹶ ﻟْ ﻭﹸ ﺄﹶ ﻓُ ﻪﹼ ﻠﻟﺍ ﹶ ﻝَ ﺰﻧﹶ ﺃ ﺎَ ﻤﹺ ﺑ ﻢﹸ ﻜْ ﺤَ ﻳ ْ ﻢﱠ ﻟ ﻦَ ﻣَ ﻭ ﹶ ﻥﻭُ ﺮِ ﻓﺎﹶ ﻜﹾ ﻟﺍ ُ ﻢُ ﻫَ ﻚِ ﺌـ ﹶ ﻟْ ﻭﹸ ﺄﹶ ﻓُ ﻪﹼ ﻠﻟﺍ ﹶ ﻝَ ﺰﻧﹶ ﺃ ﺎَ ﻤﹺ ﺑ ﻢﹸ ﻜْ ﺤَ ﻳ ْ ﻢﱠ ﻟ ﻦَ ﻣَ ﻭ

12
(an-Nisaa, 60)
13
(al-Kahf, 26)
14
(al-Anaam, 121)
….En wie niet oordeelt met wat Allah heeft geopenbaard: zij zijn de ongelovigen!
15


En wanneer het (woord) ‘kufr’ word veralgemeniseerd en het wordt voorafgegaan met
de letters ‘alif’ en ‘lam’ (waardoor er ‘al’ komt te staan), dan is hetgeen ermee bedoeld
wordt groot (Akbar)
16
. En wat is gezegd over Ibn Abbas, moge Allah tevreden met hem
zijn, dat hij zei: ‘ongeloof kleiner dan ongeloof (kufr duna kufr)’
17
is niet authentiek van
hem zoals overgeleverd door al-Marwizie in “Tah’theem Qadr as-Salat” (2/ 512) en al-
Haakim in zijn “Mustadrak” (2/ 213) van de keten van Hishaam ibn Hujair van Tawoes
van Ibn Abbas. Echter Hishaam was verzwakt door imam Ahmed en Yahya ibn Ma’een
en al ‘Uqaylie
18
alsook door een andere groep. En Ali al-Madieni zei: “Ik lees voor aan
Yahya ibn Sa’eed: “Overgeleverd aan ons door ibn Juraijj van Hishaam ibn Hujair…”
Dus zei Yahya ibn Sa’eed: ‘Het is passend dat ik hem negeer’. Ik zei: “Moet ik zijn
hadith wegstrepen?” Hij zei: “Ja”.
En ibn ‘Uyayna zei: “Wij nemen niet van Hishaam ibn Hujair, hetgeen we niet bij
anderen naast hem vinden.”

En dit (de uitspraak van ibn Abbas) is iets dat Hishaam alleen overgeleverd heeft (dus
zonder dat het door anderen bevestigd is) en verder spreekt hij anderen van de
betrouwbare (overleveraars) tegen, zoals het is genoemd door ‘Abdullah ibn Tawoes
van zijn vader die zei: “Ibn Abbas werd gevraagd over Zijn, de meest Verhevene’s,
uitspraak:

“…En wie niet oordeelt met wat Allah geopenbaard heeft, zij zijn de ongelovigen!”
19


Hij zei: “Het is ongeloof (Hiyaa kufr)”.
20
En in een overlevering: “Het is ongeloof in Hem
(hiyaa bihi kufr)”
21
. En in een andere: “Dit is genoeg voor zijn ongeloof (kafaa bihi
kufruhoe)”
22
.

15
(al- Maida, 44)
16
Vertalers Noot: De ‘Alif’ ‘Lam’ (AL) die voor het woord kaafieroen in het bovengenoemde vers staat,
betekend dat het de vorm ‘al-kaafieroen’ of ‘de ongelovigen’ aanneemt, en kan alleen de vorm van groot
ongeloof (kufr akbar) aanduiden, wat ervoor zorgt dat een persoon buiten de Islaam valt, in tegenstelling
tot kleiner ongeloof (kufr asghaar), wat niet het geloof van een persoon volledig annuleert. De auteur
verduidelijkt de regel kort. En het argument van degenen die zegen “Het kan zijn dat Allah hen al-
kaafieroen heeft genoemd als zijnde dat ze ongelovigen zijn met de kleine vorm van kufr (kufr asghaar)”
is vals, want dit zou betekenen dat het acceptabel is om van een persoon die zich schuldig maakt aan een
vorm van kleine kufr (kufr asghaar) te zeggen: “hij is al-kaafier” in een onbegrensde vorm met niets om
de betekenis te veranderen. Zou iemand dit accepteren?!
17
Vertalers Noot: Transliteratie: “Kufr Duna Kufr” Vertaling: Ongeloof kleiner dan ongeloof.
18
Kijk naar “Adh-Dhu’afaa” door al-‘Uqaylie (4/ 337-338) en “al-Kamal” (7/ 2569) door ibn ‘Adee en
“Tah’theeb al-Kamal” (30/ 179-180) en “Hadee as-Saaree” (447-448).
19
(al- Maida, 44)
20
Vertalers Noot: Arabisch , Transliteratie: “Hiya Kufr”, Vertaling “Het is ongeloof”.
21
Vertalers Noot: Arabisch: Transliteratie: “Hiya bihi Kufr, Vertaling “Het is ongeloof in Hem”
22
Vertalers Noot: Arabisch: Transliteratie: “Kafaa bihi Kufruhu”, Vertaling “Dit is genoeg voor zijn
ongeloof”
Overgeleverd door ‘Abdur-Razzaaq in zijn tafsir (1/ 191) en ibn Jareer (6/ 256) en
Wakee’ah in “Ahbar al-Qudhaat” (1/ 41) en anderen met een authentieke (sahih) keten.
En dit is wat bevestigd is van ibn ‘Abbas, moge Allah tevreden met hem zijn, sinds hij
de bewoordingen veralgemeniseerde en niet begrensde.

En het pad van Hishaam bin Hujair is munkar
23
vanuit 2 invalshoeken:

de eerste invalshoek: de geïsoleerde (onbevestigde) overlevering van
Hishaam
de tweede invalshoek: zijn tegenstrijdigheid met degenen die meer
betrouwbaar zijn dan hem

En zijn uitspraak “het is ongeloof” en de andere uitspraak “het is ongeloof in Hem”,
betekend dat het vers algemeen bedoeld is
24
. En de basis (‘Usl) betreffende kufr is dat het
grote kufr (kufr akbar; het type dat iemand buiten de Islaam zet) is, zoals Sheikh al-Islaam
(ibn Taymiyya), moge Allah genade met hem hebben, zei in “al-Iqtidhaa” (1/ 208)
25
,
tenzij het begrensd is of iets komt om het te veranderen.

En de uitspraak van de vrouw van Thaabit ibn Qais, “Maar ik haat het ongeloof (al-Kufr) in
al-Islaam”. – overgeleverd door Al-Bukharie (#5,273) van ibn ‘Abbas, is niet in
tegenspraak met deze regel en heft niet de goedgekeurde basis (‘Usl) op, in dit gedeelte,
sinds ze zei: “…in de Islaam”. En dit een duidelijke wijziging, die (aanduidt dat) de
betekenis van ‘Kufr’ hier kleiner dan groot (akbaar) is en het is niet correct om te zeggen
dat groot ongeloof (kufr akbaar) kan bestaan binnen de Islaam. En als het
veralgemeniseerd was, terwijl het voorafgegaan werd met de Lam, en niet begrensd,
dan zou het tot het verstand zijn gekomen, de realiteit van deze uitspraak en waarvoor
het gebruikt werd ( mensen zouden aannemen dat ze kufr akbar bedoelde). Dus hief ze
dit misverstand met deze beperking (“…in de Islaam.”) en dit is duidelijk voor degene
die erover nadenkt.
26



23
Vertalers Noot: Munkar betekent letterlijk ‘bezwaarlijk’. Echter in hadith terminologie en classificaties
verwijst het naar een overlevering die zwak is vanwege een defect in zijn keten alsook zijn
tegenstrijdigheid met een authentieke tekst betreffende hetzelfde onderwerp.
24
En het oordelen met iets anders dan Allah heeft geopenbaard is op verschillende niveaus en de
discussie op dit moment is betreffende degenen die wetten verzinnen die in strijd zijn met de wetgeving
van Allah en het oordeel (Hukm) van Allah en het oordeel (Hukm) van Zijn Boodschapper, sallalahu
aleihi wa salam
25
Vertalers Noot: De uitspraak van ibn Taymiyya, moge Allah genade met hem hebben: “Er is een verschil
tussen dekufr waar deAlif Lam aan vastzit, zoals in deuitspraak van deProfeet: ‘Er is niets tussen deslaaf en al-
kufr of al-shirk, behalvehet verlaten van het gebed’ en tussen dekufr waar Alif Lam niet aan vastzit”. “Al
Iqbidhaa as-Siraat al Mustaqiem”
26
Vertalers Noot: En er zijn verscheidene andere teksten, welke in welke kufr word genoemd die
voorafgegaan word door Alif Lam, terwijl er andere teksten bestaan welke zijn gebruik begrenzen en zijn
betekenis veranderen om kleinere kufr aan te duiden. Dit is echter niet de plaats voor een gedetailleerde
discussie over dit onderwerp.
En al-Haafidh ibn Katheer, moge Allah genade met hem hebben, zei in “al-Bidayyah wa
Nihayya” (13/ 119), “Dus degene die de duidelijke Sharia verlaat, welke geopenbaard was aan
Mohammed ibn Abdullah, het zegel der Profeten, en het oordeel (Hukm) naar iets anders neemt
(dan de sharia) van de regels van ongeloof (kufr) welke zijn opgeheven (dus de voorgaande
wetgevingen zoals de Taurat en Injill), hij is ongelovig. Dus hoe zit het met degene die het
oordeel (Hukm) naar ‘al-Yaasiq’
27
neemt en het voorlegt?! Wie dat doet, hij is ongelovig volgens
de consensus (Ijmaa’) van de moslims.”

En dit is correct en er is geen meningsverschil over. En wat zelfs groter is dan dat en
meer waard is om overgeleverd te worden van consensus (Ijmaa’): op zijn kufr
(ongeloof), is degene die het weg naar de wetgeving van Allah tegenhoudt en die de
wetten van de Deen (religie) veranderd, en voor zijn mensen wetgevingen verplicht, om
hun oordelen betreffende hun rijkdom en bloed en geslachtsdelen daar naar toe te
brengen. En zelfs erger dan dit is hun verdedigen van deze (door de mens gemaakte)
wetgevingen, en hun inspanningen en mogelijkheden om ze te codificeren en het voor
ze op te nemen.

En de uitspraken van sommigen van de huidige (zgn geleerden), betreffende deze
consensus (Ijmaa’), welke was overgeleverd door Ibn Kathier, moge Allah genade met
hem hebben, dat het is “…beperkt tot de koningen van de Tartaren en degenen die in
hetzelfde vallen als hetgeen zij ingevallen zijn van de dingen die Islaam ongeldig
maken, welke o.a. omvatten: opzettelijke ontkenning (Juhood) en het toegestaan
verklaren (Istih’laal) van hun oordelen bij iets anders dan wat de meest Genadevolle
(Allah) heeft geopenbaard,”
28
is slechts speculatie (van de auteur) en niet onderbouwd
door enige kennis, noch met enige geaccepteerde argumenten.

En ik merkte, terwijl ik de woorden van de auteur las, een blinde aanval op de
verdedigers van Tawheed en de oproepers naar hervorming, en roekeloze uitspraken en
een mager begrip van de uitspraken van de Imaams en hun woorden gebruiken op een
manier waarop ze niet bedoeld zijn. En de beste voorbeelden van dit waren de woorden
van al-Haafidh ibn Kathier en zijn uitspraak betreffende hen, welke hij schreef ondanks
het feit dat al-Haafidh niet alleen was in deze uitspraak, noch in zijn overleveren van de
consensus (Ijmaa’), sinds velen van de vroegere en latere (generaties) hetzelfde hebben

27
Vertalers Noot: Al-Yaasiq’ was een boek van wetten en regels die gebruikt werd door de Tartaren als
een grondwet voor hun regeren. Het was een mix van wetten die onttrokken waren van het Christendom
en Jodendom en Islaam, alsook stamwetten van de traditie van hun voorouders.
28
Vertalers Noot: En sommige mensen van deze tijd hebben geprobeerd om de woorden van ibn Kathier
te verdraaien om deze betekenis aan te geven van zijn overlevering van consensus (Ijmaa’) over degenen
die regeren met door de mens gemaakte wetten, hoewel zijn woorden duidelijk zijn en het is duidelijk dat
hij verwees naar de daad van het regeren en verzinnen van menselijke wetten, en niet of beschouwen van
hen als toegestaan of het ontkennen van de wetten van de Sharia. Dus hoewel sheikh Sulaymaan verwijst
naar een specifieke auteur hier, is de waarschuwing uitgebreid naar al degenen die hebben geprobeerd
om zijn woorden te verdraaien om aan te duiden hetgeen hij niet heeft gezegd.

genoemd en zelfs meer.

En hoe kunnen we niet iemand als ongelovige beoordelen die de Sharia ontmanteld en
zichzelf verheft tot iemand die beslist wat is toegestaan (Halaal) en wat niet is
toegestaan (Haraam), en beslist wat goed en slecht is en de rechtbanken voedt met deze
wetten en het recht geeft om ermee te regeren en oordelen, het onmogelijk makend om
het in twijfel te trekken, het bekritiseren of weg te keren van zijn wetten?
29


En de bewering van de (eerdergenoemde) auteur, betreffende het ongeloof (kufr) van de
Tartaren, over opzettelijke ontkenning (Juhood) of het toegestaan maken (Istih’laal) van
hun wetten, heeft geen geldigheid behalve doordat hij beïnvloed is door de mensen van
Irjaa’
30
die de oorzaak van kufr het maken van het verbodene (Haraam) toegestaan
(Halaal) maken, of opzettelijke ontkenning (Juhood). En dit is vals volgens de Sharia en
zijn logica, want het verbodene toegestaan maken (Istih’laal) is ongeloof (kufr), zelfs als
het niet vergezeld word met het oordelen met iets anders dan Allah geopenbaard heeft.
En het vers is duidelijk in de reden van ongeloof (kufr) zijnde hun weigering om te
heersen met hetgeen Allah geopenbaard heeft.

En velen tijdgenoten zijn beïnvloed door de verscheidene scholen van Irjaa’, wie zeggen
dat iedereen die een daad of uitspraak van ongeloof (kufr) doet, hij een kaafier is, maar
zijn kufr is niet vanwege de daad zelf, maar toont slechts ongeloof aan en het een bewijs
voor de afwezigheid van inwendige geloof (Tasdiq) van het hart en een teken van

29
Vertalers Noot: En Sheikh Ahmad Shaakir, moge Allah genade met hem hebben, heeft deze zaak
duidelijk opgesomd toen hij zei: “De zaak in deze gefabriceerde wetten is duidelijk zoals de zon duidelijk
is. Het is duidelijk ongeloof (kufr) en er is niets aan verstopt en er is geen excuus voor iemand die zichzelf
toeschrijft aan de Islaam, wie ze ook mogen zijn, om te handelen volgens hen of om zich aan hen te
onderwerpen of ze goed te keuren. Dus elke persoon zou op moeten passen en iedere persoon is
verantwoordelijk voor zichzelf. En de geleerden (‘Ulaama) moeten de waarheid duidelijk maken en
verklaren wat ze bevolen zijn te verklaren, zonder iets te verbergen.” – “Umdaat at-Tafsier Mukhtaasir
Tafsier ibn Kathier van Ahmad Shaakir” , Vol. 4/ 173-174
30
Vertalers Noot: De term Irjaa’ verwijst naar de concepten van de afgedwaalde scholen van de Murji’ah
sektes. Ze verschillen onderling in hun variërende graden van dwaling, maar de meeste van hen hebben
als de basis van hun geloof het onderscheid maken tussen acties als ze het over geloof (Imaan) hebben. En
velen van hen zeggen dat daden niet vereist zijn voor Imaan om te bestaan en dat daden slechts bewijs
zijn voor geloof (Imaan), welke in het hart en op de tong is. Dus perverteren ze het begrip van Ahl us-
Sunna wa’l-Jamaa’ah in de zaak van Imaan, hetwelk is dat Imaan bestaat uit daden en uitspraken en
geloof, zonder onderscheid te maken tussen daden en uitspraken of daden en geloof. En dit verkeerd
begrepen concept van hun zorgde ervoor dat ze verkeerde concepten innoveerden over het onderwerp
van het tot ongelovige verklaren van een moslim (takfier), zoals hun idee dat daden van kufr slechts voor
bewijs zorgen voor de aanwezigheid van ongeloof in het hart, en hun weigering om een moslim tot een
ongelovige te verklaren (takfier) gebaseerd op daden van kufr op zich. En ze vertrouwen op de
bevestiging van opzettelijke ontkenning (Juhood) of het verboden maken van het toegestaan maken
(Istih’laal) als een voorwaarde voor de verkondiging dat een moslim een ongelovige is geworden (takfier).
Dus dit heeft geleid tot een hevige veronachtzaming in het onderwerp van Imaan en Kufr en Takfier en
een grote bron van verwarring voor de studenten van kennis. En moge Allah ons beschermen van dit
kwaad.
inwendig ongeloof (Tak’thieb).

En andere van de extremistische Murji’ah (Ghulaat al-Murji’ah) wie Takfier gebaseerd
op daden absoluut verhinderen
31
zolang het niet bevestigd is dat er sprake is van
opzettelijke ontkenning (Juhood) of het verbodene toegestaan maken (Istih’laal).
En dit is in tegenspraak met het Boek van Allah en de Sunnah van Zijn Boodschapper,
sallalahu aleihi wa salam, en de consensus (Ijmaa’) van de moslims.

En de mensen van kennis hebben bevestigd dat het vervloeken van Allah en het
vervloeken van de Boodschapper kufr is, en geen enkele van hen heeft de voorwaarde
van het toegestaan maken (Istihlaal) geplaatst, eerder is het genoeg, op zich, voor zijn
kufr, om duidelijk te bevestigen dat hij vervloekt heeft.
32


En ze zijn overeengekomen over de kufr van degene die de Deen (religie) bespot,
zonder de voorwaarde van erin te geloven (‘Atiqaad) of het toegestaan maken ervan
(Istih’laal), eerder (nog) is hij ongelovig zelfs als hij een grap maakt of speelt.
33


En ze zijn overeengekomen dat toenadering zoeken bij de doden door middel van

31
En het gezegde van sommigen van de mensen van kennis : “Wemaken geen Takfier op iemand vanwegeeen
zondezolang hij het niet Halal maakt” – zij bedoelen hiermee een weerlegging van de Khawaarijj die takfier
maken voor elke zonde zoals overspel, diefstal, liegen en het innemen van bedwelmende middelen en
andere dingen zoals dit. Maar ze bedoelen hier niet de beperking van takfier gebaseerd op alle zondige
daden mee, sinds dit vals is en niemand van Ahl us-Sunnah dit zegt. En de bewijzen zijn overvloedig
overgeleverd (Mutawaatir) die het tegenovergestelde laten zien, want slachten voor iemand anders dan
Allah en magie en het circuleren (tawaaf) van graven en daden die hier op lijken; degene die deze daden
verricht is ongelovig door de daad alleen. En er zijn uitspraken waardoor een persoon ongelovig word
vanwege de uitspraak zelf.

En de metgezellen (Sahaabah) en degene die na hen kwamen (Taabi’oen) en de mensen van kennis, die
zichzelf reken tot de Sunnah, zijn er over eens dat wie iets zegt of doet dat duidelijke kufr is, hij een
ongelovige is, zonder het te beperken met opzettelijke ontkenning (Juhood) of het verbodene toegestaan
maken (Istih’laal), omdat dit valsheid is en er is geen basis voor en het is een tegenstrijdige uitspraak
waarvan de geopenbaarde teksten en het intellect zijn kwaad aangeven.
32
Vertalers Noot: Ibn Hamz, moge Allah hem genadig zijn, zei: “Maar voor degenedieAllah, demeest Hoge,
vervloekt (of beledigt of iets gelijks eraan), er is geen moslim op dezeplaneet diehet oneens is dat dit ongeloof (kufr)
op zichzelf is, behalvedeJah’mieyah en deAshar’ieyah (tweegroepen van deMurji’ah) – en zij zijn tweegroepen die
niet eens in acht genomen worden – welkeduidelijk zeggen dat het vervloeken (of beledigen) van Allah, demeest
Hoge, en het uiten van ongeloof (kufr) op zich geen ongeloof is. En sommigen van hen zeggen dat het alleen bewijst
dat hij gelooft in kufr, niet dat hij definitief een ongelovigeis vanwegezijn vervloeken van Allah, demeest Hoge”.
“Al-Fasil fie al-Milal wal-Ah’wahee wa Na’hil” (Vol. 13/ 498)
33
Vertalers noot: Sheikh al-Islaam Ibn Taymiyya, moge Allah genade met hem hebben, zei: “Wie Allah en
Zijn Boodschapper beledigt door te spotten, terwijl hij niet gedwongen wordt, en wie woorden van kufr
zegt om te spotten terwijl hij niet gedwongen word en wie grappen maakt over Allah en Zijn tekenen en
Zijn Boodschapper; hij is een ongelovige van binnen en van buiten. En degene die zeggen: ‘Degenen zoals
dit (deze beschrijving) kan een gelovige in Allah zijn van binnen, terwijl hij slechts kaafir is van buiten’ –
dan heeft hij waarlijk een uitspraak van kwaadaardig onheil in de Dien geuit!” – “Al-Fataawa” (Vol.
7/ 557)
buiging (Sujoed) voor ze te verrichten, of door te circuleren (Tawaaf) om hun graven
kufr is, en ze zijn overeengekomen dat het boek van de Qor’aan (Mus’haaf) te plaatsen
in uitwerpselen kufr is.

En dit is de uitspraak van iedereen die zegt: “Imaan is uitspraak en daden; uitspraken van
het hart en de tong en daden van het hart en de tong en het lijf. Het neemt toe met
gehoorzaamheid en het neemt af met ongehoorzaamheid.”
34


En de mensen van de Sunnah (Ahl us-Sunnah) zijn overeengekomen dat de kufr kan
zijn vanwege een uitspraak, zoals duidelijke bespotting (Istih’zaa) van de religie (Dien)
en het kan gebeuren door daden zoals het buigen voor een afgod of de zon of de maan
of slachten voor iemand anders dan Allah.

En de bewijzen van het Boek en de Sunnah zijn duidelijk betreffende de kufr van
iemand die een soort kufr begaat, en dit is door uitspraak of actie alleen, zonder dit te
verbinden aan opzettelijke ontkenning (Juhood) of het toegestaan maken ervan
(Istih’laal) sinds dit fout is en sinds niemand van de metgezellen (Sahaabah) of van
degenen die na hen kwamen (Taabi’ien) noch van de bekende Imaams van de Sunnah
dit hebben gezegd.

Allah de meest Hoge zei:

En als jij (O Mohammed) hen vraagt (over hun gespot), dan zullen zij zeker
antwoorden: “Wij kletsten en schertsten maar wat.” Zeg: “Plachten jullie de spot te
drijven met Allah en Zijn Verzen en Zijn Boodschapper? Verontschuldigt jullie maar
niet, jullie zijn ongelovig geworden nadat jullie geloofden”. Als Wij een groep van jullie
vergeven (vanwege hun berouw) dan zullen Wij een andere groep bestraffen omdat zij
misdadigers waren.
35


En de reden van kufr was de uitspraak, die ze alleen hebben geuit
36
. En Allah, de meest

34
) Vertalers Noot: Het geloof dat Imaan daden en uitspraken is, is een zaak, waarover geen twijfel is. En
dit is een zaak van consensus (Ijmaa’) van de geleerden en de voorgangers (Salaf). Sheikh al-Islaam ibn
Taymiyya, moge Allah genade met hem hebben, zei: “DeSalaf hebben Ijmaa’ over (het feit dat) Imaan
uitspraken en daden is. Het neemt toeen het neemt af, en dit betekent deuitspraken van het hart en daden van het
lichaam alsook deuitspraken van detong en dedaden van het lichaam.” – “Al-Fataawa” Vol. 7/ 672. Kijk ook
naar de uitspraken van de geleerden (‘Ulema) betreffende hun bevestiging van deze definitie in “Al-
Imaan” door Abi ‘Ubayd, Pg. 9-19 en “al-Imaan” door ibn Abi Shaybah, Pg. 16-50 en “al-Ibaanah” door
ibnu Battah, Pg. 176 en “at-Tamheed”, vol. 9/ 248 van ibn ‘Abdul-Barr en “al-Hujjah fie Bayaan al-
Ma’hajah”, Vol. 1/ 403 en “As-Sunnah” door imaam Abdullah bin Ahmad bin Hanbal, Pg. 81-127 en
“Sharh’ us-Sunnah” door al-Baghawie, Vol. 1/ 38 en “Sharh’ ‘Atiqaad Ahl us-Sunnah wa’l-Jamaa’ah”, Vol.
4/ 832 en “Ash-Sharee’ah”, Pg. 119-133 en “Tah’thieb al-Aathaar” Vol. 1/ 97-199.
35
Surat At-Tawbah 65-66
36
Vertalers Noot: Sheikh al-Islaam ibn Taymiyya, moge genade met hem hebben, zei in zijn commentaar
van dit vers: “Dit is een tekst dieaanduidt dat het bespotten van Allah en Zijn Verzen (Ayaat) en Zijn
Boodschapper kufr (ongeloof) is. Dus het vloeken, hetwelk bedoeld is hier, is het meer waard om ongeloof genoemd te
Verhevene, zei:

Zij zwoeren bij Allah wat zij zeiden, terwijl zij voorzeker het woord van ongeloof
uitspraken en zij zijn ongelovig geworden na hun I slaam, en zij verlangden wat zij niet
konden uitvoeren (het vermoorden van de Profeet). En zij verweten slechts (toen) Allah
en Zijn Boodschapper hen (de gelovigen) rijkdom schonken, van Zijn gunst. Als zij dan
berouw tonen, dan zou dat beter voor hen zijn, maar als zij zich afwenden, dan zal
Allah hen straffen met een pijnlijke bestraffing, in dit leven en in het Hiernamaals. En
op de aarde is er voor hen geen beschermer en geen helper.
37


Dus uiteindelijk, degene die iets zegt of doet, welke duidelijk kufr is, hij is ongelovig
zolang niets van de belemmerende factoren dat belemmerd, zoals dwang (Ikraah) of
misinterpretatie (Ta’wiel) of fouten die per ongeluk gemaakt worden (Khataa’) of een
verspreking van de tong of een onwetendheid, welke in beschouwing genomen wordt.

En van de duidelijke kufr is het volledig verlaten van de categorie van daden (Jins al-
‘Amal), zonder dat te verbinden aan de acties van het hart, omdat het definitief verlaten
van de categorie van daden (Jin al-‘Amal) op zich kufr Akbaar is, toch gebruiken we dit
als bewijs voor de binnenzijde, zonder dit een voorwaarde te maken voor het oordeel
(Hukm) en dit is duidelijk van het Boek en de Sunnah, sinds het oordeel op de daden
van het lichaam is en niet op hetgeen zich in de harten bevindt, omdat dit voor de
Kenner van het Ongeziene (Allah) is.
38


worden en dezeverzen (Ayaat) hebben aangeduid dat iedereen diedeBoodschapper van Allah, sallalahu aleihi wa
salam, kleineert, of het nu serieus is of als grap, hij een ongelovigeis. En het is overgeleverd van demensen van
kennis, waaronder ibn’Umar en Mohammed ibn Ka’b en Zayd ibn Aslam en Qatadah, dat een man van onder de
hypocrieten (munafiqien) zei, tijdens deslag van Tabuk: ‘Ik heb niet degelijken gezien aan onzereciteurs (van de
Qoraan [dus deProfeet en zijn metgezellen]) aan dikkebuiken en meer oneerlijketongen en meer onachtzaamheid in
het ontmoeten van devijand (in destrijd)’ – wat deBoodschapper en zijn metgezellen inhoudt, wiereciteurs van de
Qoraan waren. Dus zei ‘Awf ibn Malik tegen hem: ‘Jehebt gelogen en jebent een hypocriet (munafiq)! Ik zal de
Boodschapper van Allah hierover informeren!’ Dus ging ‘Awf naar deBoodschapper van Allah, sallalahu aleihi wa
salam, om hem teinformeren maar ontdektedat deQoraan hem voor was. Dus dieman kwam naar deBoodschapper
van Allah, sallalahu aleihi wa salam, en voegdezich bij hem terwijl hij op zijn kameel reed, en zei: ‘O Boodschapper
van Allah, waarlijk wewaren slechts aan het spelen en wehadden een conversatieom demoeilijkheden van dereis te
verminderen.’ Ibn ‘Umar zei: ‘Het is alsof ik hem zag hangen aan deteugels van dekameel van deBoodschapper van
Allah, sallalahu aleihi wa salam, en destenen zouden onder zijn tweevoeten schrapen en hij zou zeggen: ‘Waarlijk,
wewaren slechts grappen aan het maken en spelen!’ Dus zei deBoodschapper van Allah tegen hem: “Plachten
jullie de spot te drijven met Allah en Zijn Ayaat en Zijn Boodschapper?”…en hijzou daar niets aan
toevoegen.” – “As –Saraam al-Masloel ‘ala Shaatim ar-Rasoel” Pg. 31
37
at-Tawbah, 74
38
Vertalers Noot: En de reden dat het volledig verlaten van de categorie van daden (Jins al-‘Amal),
ongeloof op zich is, is omdat de daden worden beschouwd als een pilaar voor Imaan (geloof) om te
bestaan, net zoals uitspraken en geloof dat zijn. Dit betekend dat indien één van de pilaren afwezig is, het
geloof ophoudt te bestaan. Dit is duidelijk van het gezichtspunt van het intellect alsook van de teksten van
de religie, zoals de auteur binnenkort zal laten zien, inshaa’ Allah. En het concept dat de categorie van
daden (Jins al-‘Amal) slechts een vervulling van iemands Imaan (geloof) zijn en niet noodzakelijk ervoor
om te bestaan, is van de vieze invloed van de Murji’ah en hun onderscheid tussen daden als ze relateren
naar Imaan.

En al-Haafidh ibn Rajab, moge Allah hem genadig zijn, noemde in Fat’h al-Barie (1/ 23)
van Sufyaan ibn ‘Uyaynah dat hij zei: “De Murji’ah noemden het verlaten van de verplichte
daden (al-Faraa’idh) een zonde op het niveau van het uitoefenen van de niet toegestane daden,
maar ze zijn niet gelijk want het bewust begaan van de niet toegestane daden, terwijl ze niet
Halal worden gemaakt (Istih’laal) is een ongehoorzaamheid, terwijl het verlaten van de verplichte
daden (al-Faraa’idh) terwijl men niet onwetend (over de plicht om ze te vervullen) en zonder een
excuus is, kufr is.”

“En de verduidelijking daarvan is in de zaak van Adam en Iblis en de geleerden van de
Joden die het sturen van de Profeet, sallalahu aleihi wa salam, accepteerden met hun
mond, maar niet naar zijn wetgevingen handelden.”

“En Harb leverde over van Ishaaq dat hij zei: ‘De Murji’ah bleven doorgaan in het extreme
totdat, door hun uitspraken, een volk zei: ‘Wie de voorgeschreven gebeden en het vasten van de
Ramadan en de Zakaat en de Hajj en alle verplichte daden (Faraa’idh) laat, zonder ze te
ontkennen (Juhood), we maken geen tekfier over hem. Zijn zaak is voor Allah nadat hij van
degene is geworden die ze (de verplichte daden) accepteert.’ Dus zij zijn degenen over wie er
geen twijfel is; wat de Murji’ah betekend.”

En al-Khalal leverde over in “as-Sunnah” (3/ 568) van ‘UbaydAllaah ibn Hanbal, die zei:
“Overgeleverd aan mij door Abie Hanbal ibn Ishaaq ibn Hanbal, die zei, ‘Al-Humaydie die zei:
‘Er werd mij verteld dat er mensen zijn die zeggen: ‘Wie de Salaat en de Zakaat en het vasten en
Hajj accepteert, maar geen van hen verricht totdat hij sterft terwijl hij in de tegenovergestelde
richting van de gebedsrichting ( Qiblah) is, totdat hij sterft, hij is een gelovige (Mu’min) zo hij ze
(hun verplichting) niet ontkent.’ En ze beschouwen dat het verlaten van hen, terwijl ze erin
geloven – en zolang hij accepteert dat deze dingen verplicht zijn – (zelfs) terwijl hij zich
tegenovergesteld aan de gebedsrichting (Qiblah) bevindt.’ Dus ik zei: ‘Dit is duidelijke kufr en het
spreekt het Boek van Allah en de Sunnah van Zijn Boodschapper en de geleerden (‘Ulemaa) van
de Moslims tegen. Allah de meest Hoge zei:

En zij werden niets anders bevolen dan Allah met zuivere aanbidding te aanbidden…
39


En Hanbal zei: “Ik hoorde Abu ‘Abdullah ibn al-Hanbal zeggen: ‘Wie dit zegt, is ongelovig in
Allah en heeft Zijn bevelen geweigerd en hetgeen de Boodschapper mee kwam.”

En al-Imaam Ibnu Battah, moge Allah genade met hem hebben, zei: “Dus iedereen die iets
verlaat van de verplichte daden (al-Faraa’idh), welke Allah, de Krachtiget, de Machtige, heeft
voorgeschreven in Zijn Boek of die Zijn Boodschapper, sallalahu aleihi wa salaam, heeft bevestigd
in zijn Sunnah, wegens bewuste ontkenning (Juhood) ervan of inwendig ongeloof (Tak’thieb)
erin, dan is hij een ongelovige (kaafier) met duidelijke kufr. Geen intelligent persoon, die gelooft
in Allah en de Laatste Dag, zou daaraan twijfelen. En wie dit accepteert en ervan getuigd met

39
al-Bayyina, 5
zijn tong maar het (totaal) verlaat, wegens achteloosheid of spelen of door te geloven in de mening
van de Murji’ah en het volgen van hun rechtsschool (Meth’hab), dan heeft hij geloof (Imaan)
verlaten. Het (Imaan) bestaat helemaal niet in zijn hart; noch een kleine noch een grote
hoeveelheid. En hij behoort tot de groep van de hypocrieten (Munafiqien) die hypocrisie (Nifaaq)
hebben verricht met de Boodschapper van Allah, sallalahu aleihi wa salam). Dus de Qoraan werd
geopenbaard met hun beschrijvingen en wat hun te wachten stond en zij zijn in de diepste
diepten van het hellevuur. We zoeken toevlucht bij Allah van de verdwaalde scholen van de
Murji’ah.”
40


En de leiders (Imaams) van de voorgangers (Salaf) hebben gewaarschuwd betreffende
hen, en hebben de fouten van hun uitspraken en het gevaar van hun innovaties (bid’ah)
duidelijk gemaakt.

Imaam az-Zuh’rie, moge Allah genade met hem hebben, zei: “Geen innovatie (Bid’ah) was
geïnnoveerd in de Islaam die meer schadelijk was voor zijn mensen dan dit; hiermee al-Irjaa
bedoelend.”
41


En al-Awza’ie zei: “Yahya en Qatadah zeiden altijd: ‘Er is niets van de verlangens, die meer
door hen gevreesd werden door hun voor de gemeenschap (Ummah) dan al-Irjaa’”.
42


En Shariek zei: “Zij zijn de ergste onder de mensen. De extreme shi’iten (Rawafidh) zijn erg
genoeg in kwaad, maar de Murji’ah liegen tegen Allah, de Krachtige, de Almachtige.”
43


En de woorden van de voorgangers (Salaf) zijn overvloedig sinds ze adviseerden voor
Allah en Zijn Boodschapper en aan de leiders van de moslims en hun grote massa’s. En
ze hebben de schade van deze innovatie (Bid’ah) en bedreiging voor het individu en de
gemeenschap duidelijk gemaakt en dat het de basis (‘Usl) is van alle beproevingen en
redenen van dwaling van de gemeenschap (Ummah). En de motor van vele verrotte
ideologieën en afgedwaalde meningen is deze Irjaa’, welke zegt dat geloof (Imaan)
uitspraken en geloof of inwendige instemming (Tasdieq) en kennis (Ma’arifah) alleen
inhoudt, en dat niemand ongelovig wordt behalve door het verbodene toegestaan te
maken (Istih’laal) en inwendig ongeloof (Tak’thieb).

Zij willen het Licht van Allah doven met hun monden, maar Allah wil slechts Zijn Licht
volledig laten schijnen, ook al haten de ongelovigen het.
44


En de vijanden van Tawheed en de oproepers naar het verlaten van moraal en juiste
etiquette samen met het uitsterven van de bevolen en de verboden zaken zijn in onze

40
“Al-Ibaanah” Vol. 2/ 764
41
“Al-Ibaanah” Vol. 2/ 885 door Ibnu Battah en “ash-Shari’ah” Vol. 2/ 676 door al-Aajoorie
42
“Al-Ibaanah” Vol. 2/ 885-886
43
De eerder genoemde tekst (2/ 886) plus ‘Abdullah ibn Ahmad in “as-Sunnah” Vol. 1/ 312
44
at-Tawbah, 32
tijd eerder aan het toenemen dan aan het afnemen. En ze verkondigen dat wie zegt :
“Niemand heeft het recht aanbeden te worden behalve Allah (La illaha illa Allah)”, een gelovige
is, zelfs als hij niet naar de Sharia van Allah handelt. En in hun ogen, vertelt hun geloof
dat de regelgevingen (van de Sharia) slechts het hart betreffen en niet de daden. En het
juweel van hen is degene die zegt dat ‘La illaha illa Allah’ niet alle aspecten van het
leven omvat! Dus van de decepties van deze ideologie, is dat het verderf zaait op Aarde
en de Jihaad op het pad van Allah uitschakelt en dat het Shirk en innovaties (Bid’ah)
verspreid en dwaling onder de Moslimgemeenschap; (zowel) politiek, economisch,
ideologisch en sociologisch,.

En met dat raakten de op de Sharia gebaseerde begrippen verloren aan de school van
Irjaa’ en werd gemengd met de seculiere ideologie, welke gebaseerd is op het scheiden
van religie (Dien) van het leven en het leven van de religie (Dien). En dit zorgde dat het
voor de mensen leek dat aanbidding begrensd was tot de externe daden van aanbidding
in het huis of in de moskeeën en dat de religie (Dien) geen band had met het besturen of
politiek en ze met hun tongen de woorden van kufr zeiden: “Wijs aan Caesar toe, wat
voor Caesar is, en wijs aan Allah toe wat voor Allah is”
45
omdat deze onwetende
dwalingen niet zijn begrensd door enige grenzen of regelingen, waardoor het steeds
erger is geworden.
Waarlijk, de dwaling en het verlaten van het Pad van Allah; het maakt barbaren van
beschavingen, en minder nog het individu, totdat het hen een slaaf van hun verlangen
maakt, slaven van de Taghut, slaven van geld, slaven van materialisme, en slaven van
hun stamboom en afkomst. Ze worden vertegenwoordigers van hun basale lusten
zonder het zelf te beseffen.

En afhankelijk van de afstand waarmee ze zich distantiëren van de wetgeving van Allah
en Zijn Rechte Pad, zullen ze overgenomen worden met vernedering vanwege hun
aanbidding van de Taghut en menselijke wetten. En afhankelijk van de hoeveelheid
waarmee zij zich onderwerpen en overgeven aan deze wetgeving (de Sharia) en er de
individuen alsook de gemeenschap en de sterken en zwakken mee regeren, en afstand
nemen van het toekennen van deelgenoten (aan Allah) (Shirk) en innovatie (Bid’ah) en
het nemen van hun oordelen naar de instituten van de verenigde naties en hun
tribunalen, zal Allah ze vestigen op Zijn Aarde en voor hun, hun religie (Dien)
versterken, waarmee Hij tevreden mee was voor hen. Hij, de Meest Hoge zei:

En Allah heeft degenen onder jullie die geloven en goede werken verrichten beloofd, dat
Hij hen zeker op aarde als gevolmachtigden aanstelt, zoals Hij degenen vóór hen als
gevolmachtigden aanstelde, en dat Hij hun godsdienst die Hem voor hen behaagde
(I slam) zeker bevestigd en dat Hij voor hen na hun vrees (door) veiligheid vervangt. Zij

45
Vertalers Noot: De auteur verwijst naar het commentaar dat door één van de Murji’ah van deze tijd is
gemaakt, toen hij zei in zijn boek: “Deuitspraak : ‘Geef aan Caesar wat voor Caesar is, en geef aan Allah wat voor
Allah is’, is een wijzeuitspraak; voordelig voor onzetijd.” Dus kijk naar de seculiere banden tussen de Murji’a
en hun concepten betreffende het regeren met iets anders dan Allah heeft neergezonden!
aanbidden Mij en zij kennen Mij in niets deelgenoten toe. Maar wie daarna ongelovig
zijn: zij zijn de Fasiqun (degenen die opstandig, zwaar zondig zijn).
46


En Hij, de meest Hoge, zei:

En degenen die het aanbidden van de Taghut vermijden en die terugkeren tot Allah; voor
hen is er een verheugende tijding. Verheug daarom Mijn dienaren. Degenen die naar het
Woord luisteren (goed advies, la illa he illa Allah, islamitisch monotheïsme etc.) en
daarvan het beste ervan volgen (het aanbidden van Allah alleen, berouw tonen aan
Hem, het verwerpen van de Taghut etc.), zij zijn degenen die Allah heeft geleid en zij zijn
de bezitters van verstand.
47


En toen de metgezellen (Sahaabah), moge Allah tevreden met hen zijn, overwinning
gaven aan de religie (Dien) en het woord van Tawheed verhieven en zijn rechten
vestigden, en zich haastten om het gebed (as-Salaat) te verrichten en de armenbelasting
(az-Zakaat) betaalden en het goede geboden en het slechte verboden, en Jihaad op het
pad van Allah verrichtten, op Zijn aarde en oordeelden tussen de mensen met
rechtvaardigheid, vestigde Allah hen in het land en versterkte ze erin en gaf hen
overwinning over Zijn vijanden en hun vijanden.

Hij, de meest Verhevene, zei:

O jullie geloven, als jullie (de godsdienst van) Allah helpen, dan zal Hij jullie helpen en
jullie voeten stevig plaatsen.
48


En toen zei Hij, de meest Verhevene, deze overwinning bevestigend:

…En Allah zal zeker hen helpen die Hem (Zijn godsdienst) helpen. Voorwaar, Allah is
zeker Sterk, Geweldig.
49


En Hij, de meest Verheven zei:
…En Wij hebben Onszelf verplicht de gelovigen te helpen
50


En deze overwinning kwam niet naar de gelovigen door alleen te wensen en te hopen.
Eerder, kwam het door overwinning te geven aan de religie (Dien) want Allah, de
Almachtige, de meest Verhevene, zal overwinning aan Zijn slaven geven wie
overwinning aan Zijn Dien geven. En aan wie Allah overwinning geeft, er is niemand
die hem kan verslaan. Hij, de meest Verhevene, zei:


46
an-Nur, 55
47
az-Zumar, 17-18
48
Mohammed, 7
49
al-Hajj, 40
50
ar-Rum, 47
Wanneer Allah jullie helpt is er geen overwinnaar over jullie. En indien hij jullie in de
steek laat, wie is degene die jullie daarna nog kan helpen? En laat daarom de gelovigen
op Allah vertrouwen.
51


En de grootste voorbereiding en hulpbron, die de gelovigen over de ongelovigen
(kaafiroen) hebben, en de criminelen, is de vrees (Taqwa) voor Allah en het hervormen
van het ego (nafs); zowel uitwendig als inwendig. En dit heft niet het nemen van
voorzorgsmaatregelen voor de overwinning op, sinds Hij, de meest Verhevene, zei:

En brengt wat jullie kunnen aan macht bij elkaar, om hen mee te bevechten, waaronder
strijdrossen om daarmee de vijanden van Allah en jullie vijanden angst aan te jagen (te
terroriseren), en ook anderen die jullie niet kennen (en) die Allah wel kent. En wat jullie
ook aan bijdragen uitgeven op de Weg van Allah, Hij zal jullie volledig vergoeden. En
jullie zal geen onrecht worden aangedaan.
52


En de grootste factor in hun overwinning en zijn grootste tot standbrenger daarvan, is
de aanwezigheid van oprechte gelovigen:

(Door) mannen die niet door handel en niet door verkoop worden afgeleid van de
gedachtenis van Allah (met zowel hart als tong) en (ook niet van) het onderhouden van
de Salaat en het geven van de Zakaat en die bang zijn voor de Dag waarop de harten en
de ogen sidderen (van de verschrikkingen van de straf van de Dag des Oordeels).
53


En Allah gaf overwinning aan Zijn Profeet, Mohammed sallalahu aleihi wa salam, op de
Dag van de Grot, zonder enig leger of wapens. En Allah gaf overwinning aan Zijn
Boodschapper, sallalahu aleihi wa salam, op de Dag van Badr, door de Engelen
(Malaa’ikah). En Allah gaf overwinning aan Zijn Boodschapper en Zijn gelovige groep
(Hizb) op de Dag van de Coalitie (al-Ahzaab) met de wind en de soldaten en andere dan
dat van de overwinning van Allah aan Zijn leger en Zijn groep (Hizb) door de
overvloedige factoren voor overwinning.

Dus de zaak – de gehele zaak – ligt in de aanwezigheid van een gelovige groep die de
Islaam begrijpt met het correcte begrip, en ermee leeft in alle aspecten van het leven. En
het vestigt, onder zijn schaduw, een gelovig volk die de waarheid van de valsheid
kunnen onderscheiden, en Islaam van kufr (ongeloof). Het geeft zijn ‘Aqida (geloofsleer)
en doelen niet op, en het accepteert geen omkoping en verleidingen om terug te trekken,
ongeacht hoeveel het wordt beschadigd, gestraft, of opgesloten (in de gevangenis).

En het is geen ramp of verlies als iemand word verwond of gedood op het pad van zijn
religie (Dien) en zijn ‘Aqida (geloofsleer) en de standvastigheid van het verspreiden van

51
Aal-I mraan, 160
52
al-Anfaal, 60
53
an-Nur, 37
de Boodschap (Da’wah) en zijn concepten en zijn uitspraken. Farao beloofde en
waarschuwde de tovenaars met executie wanneer ze in hun Heer geloofden en zij
onderwierpen zich niet aan Farao en ze werden niet moe noch verzwakten ze en hun
zaak niets minder dan:
Zij zeiden: “Wij zullen jou nooit verkiezen boven de duidelijke Tekenen die tot ons
gekomen zijn en Degene die ons geschapen heeft. Besluit daarom wat je besluit is:
voorwaar, wat jij ook besluit, dat is van het wereldse leven. Voorwaar, wij geloven in
onze Heer, opdat Hij onze zonden zal vergeven en (ook) de tovenarij, waartoe jij ons
gedwongen hebt. En Allah is beter (in het belonen) en blijvender (in de bestraffing)”
54


Dus wanneer geloof (Imaan) het scherm van het hart doordringt, doet het geen
compromissen met de valsheid (Baatil) en verandert niet van de waarheid, ongeacht wat
de beproeving is, zoals marteling of opsluiting of executie of geheime rechtszittingen of
van omkoperij met geld of positie of glorie.

En in Sahieh al-Bukhaarie (#3,612) van het pad van Isma’iel van Qays van Khabaab ibn
al-Art, die zei: “We klaagden bij de Boodschapper van Allah, sallalahu aleihi wa salam, terwijl
hij gewikkeld was in een kleed van hem, onder de schaduw van de Ka’bah. We zeiden tegen hem:
‘Wilt u niet voor ons overwinning vragen? Wilt u smeekbede (Du’aa) verrichten?’ Hij zei: ‘Er
werd voor een man, van onder degenen die voor jullie waren, een gat gegraven in de grond en hij
zou erin geplaatst worden, en een zaag zou worden gebracht en op zijn hoofd worden gezet en hij
zou in twee stukken worden gezaagd, maar dat zou hem niet van zijn religie (Dien) weghouden.
Bij Allah, deze zaak zal voltooid worden tot het punt waar een ruiter zal reizen van Sanaa’ naar
Hadhramaut zonder iemand te vrezen behalve Allah, en de wolf voor zijn schapen. Maar, jullie
zijn te gehaast.”

Dus de beproevingen en tegenspoed doen de gelovigen, met name de geleerden, in niets
toenemen, behalve Imaan in Allah en in onderwerping. Hij, de Meest Hoge, zegt:

En toen de gelovigen de bondgenoten zagen, zeiden zij: “Dit is wat Allah en Zijn
Boodschapper ons hebben beloofd, en Allah en Zijn Boodschapper hebben gelijk”. En het
doet hun slechts toenemen in geloof en onderwerping.
55



En er word gevraagd: “Hoeveel beproevingen resulteren in beloningen?”

En dit is correct want hoeveel geleerden zijn vermoord wegens vieze intenties en
politieke verlangens, en na afloop, leefden zijn ideeën en uitspraken voort onder de
mensen en er werd om hem gerouwd en werd gemist door de zonen van de Moslims na
hem? En de voorbeelden en bewijzen hiervoor zijn overvloedig.


54
TaaHaa 72-73
55
al-Ahzaab, 22
En het belangrijke is dat we de waarheid verklaren en het niet omhullen in valsheid
(Baatil) en dat we sterk blijven op hetgeen we weten van de religie (Dien) en zijn
wetgeving (Sharia) en zijn ‘Aqida (geloofsleer) en Methodologie (Menhaj). Hij, de meest
Hoge, zei:

En voelt jullie niet vernederd en treurt niet; en jullie zijn de winnaars, indien jullie
(ware) gelovigen zijn.
56


En Muslim leverde in zijn Sahieh (#3, 005) van het pad van Hammaad ibn Salamah over:
“Overgeleverd aan ons, Thaabit, van ‘AbdurRahmaan ibn Abie Lailaa van Suhaib van de Profeet,
sallalahu aleihi wa salam, in het verhaal van de koning en de tovenaar en de monnik en de
jongen. – De Hadith.

En erin: “…toen werd de jongen gebracht…’ wat betekend naar de koning, “…en er werd
tegen hem gezegd: ‘Keer terug van je religie.’ Maar hij weigerde dus gaf hij (de koning) hem aan
een paar van zijn metgezellen en zei tegen hen: ‘Ga naar die en die berg met hem en klim naar
boven en wanneer jullie zijn top bereiken en hij keert terug van zijn religie (laat hem dan leven),
anders gooi je hem eraf. Dus ze begeleidden hem en beklommen de berg met hem en hij zei: ‘O
Allah, bescherm me op de manier die U wenst.’ Dus de berg trilde en ze vielen eraf en hij kwam
lopend naar de koning. Dus de koning zei tegen hem: ‘Wat hebben je metgezellen gedaan?’ Hij
zei: ‘Allah heeft me tegen hen beschermd.’ Dus hij (de koning) gaf hem aan een groep van zijn
metgezellen en zei tegen hen: ‘Begeleidt hem en neemt hem mee in een boot en vaar naar het
midden van de zee. Als hij terugkeert van zijn religie (laat hem dan leven), anders gooien jullie
hem erin. Dus hij zei: ‘O Allah, bescherm me op de manier die U wenst.’ Dus het schip kapseisde
en ze verdronken en hij kwam lopend naar de koning. Dus hij zei tegen de koning: ‘Allah heeft me
tegen hen beschermd.’ Toen zei hij (de jongen) tegen hem: ‘Je zult niet in staat zijn om mij te
doden totdat je doet wat ik je beveel te doen.’ Hij zei: ‘En wat is dat dan?’ Hij zei: ‘Je moet alle
mensen verzamelen op een open plek en me kruisigen aan de stam van een boom. Dan moet je een
pijl van mijn pijlkoker nemen en de pijl op de boog plaatsen en dan zeggen: ‘In de Naam van
Allah, de Heer van de jongen,’ en daarna schieten. En waarlijk als je dat doet, zul je me doden.
Dus verzamelde hij alle mensen op een open veld en kruisigde hem aan de stam van een boom en
nam een pijl van zijn pijlenkoker. Hij plaatste hem in de boog en zei: ‘In de Naam van Allah, de
Heer van de jongen,’ en daarna schoot hij op hem en de pijl doordrong zijn slaap. Dus de jongen
plaatste zijn hand op de plaats waar de pijl doorgedrongen was en daarna stierf hij. Dus de
mensen zeiden: ‘We hebben geloofd in de Heer van jongen! We hebben geloofd in de Heer van de
jongen!’ Dus de koning werd benaderd en er werd tegen hem gezegd: ‘Weet je waar je bang voor
was? Ik zweer bij Allah dat hetgeen je bang voor was je is overkomen. De mensen zijn gelovigen
geworden.’ Dus beval hij dat er greppels werden gegraven uit de mondingen van de heuvels.
Daarna werden (erin) vuren ontstoken en hij zei: ‘Wie niet terugkeert van zijn religie (Islaam), ik
zal hem erin gooien of hij zal worden bevolen: ‘Spring erin!’ Dus dat deden ze (erin springen)
totdat een vrouw kwam en ze had een jongen bij haar en ze was bang om erin te gaan. Dus de

56
Aal-I mraan, 139
jongen zei tegen haar: ‘O moeder, heb geduld want waarlijk, je bent op de waarheid!”
57



57
En hierin, is een bewijs voor de legitimiteit van marterlaar operaties, die de strijders (Mujahideen) op
het Pad van Allah, verrichten; degenen die oorlog aan het voeren zijn tegen de ongelovigen (kuffaar) die
verderf zaaien op aarde.
Dit is omdat de Moslim jongen tegen de kaafir (ongelovige) koning zei: “Je zult niet in staat zijn om mij te
doden totdat je doet wat ik je beveel.” Dus hij lichtte hem in over de methode om hem te doden toen de
koning niet in staat daartoe was. Daarom speelde de jongen een sleutelrol en was deelgenoot in het doden
van zichzelf. En het verband tussen de handelingen van de jongen en martelaaroperaties is duidelijk
omdat een sleutelrol spelen in het doden van jezelf, en er een deelgenoot in zijn, dezelfde regelgeving
betreft als van degene die direct deelneemt aan zijn eigen dood.
En het doel van deze twee beide zaken, is het verspreiden van de religie (Dien) en macht geven aan zijn
mensen. Dus als de martelaaroperaties de glorie van de religie (Dien) herstellen en de mushrikien
(degenen die met Allah vereenzelvigen) terroriseren en de harten van de gelovigen genezen, dan zijn deze
operaties toegestaan zonder enig bezwaar. En de voordelen roepen voor het opofferen van een man van
de moslims, op het pad van het terroriseren van de kuffaar (ongelovigen) en het verzwakken van hun
kracht. En de meeste mensen van kennis hebben het toegestaan dat een moslim zich stort in de rijen van
de ongelovigen, zelfs als hij zeker is dat zij hem zullen doden en het bewijs daarvoor is overvloedig.
En de meeste van de mensen van kennis hebben het doden van moslim krijgsgevangenen toegestaan
wanneer de ongelovigen hen als (levende) schilden gebruiken en wanneer het kwaad en de schade van de
ongelovigen niet verdreven kan worden behalve door het doden van de gevangenen, onze broeders. Dus
degene die heeft gedood is dan een strijder die beloont word (Mujahied) en degene die gedood is, een
martelaar (Shaheed).
En het is bevestigd in de recente kennis van huidige gebeurtenissen, de voordelen en de enorme impact
van deze operaties omdat het angst in (de harten van) de vijanden heeft veroorzaakt en het smartelijk en
destructief voor hen is geworden en het is een reden voor velen joden geworden om te vluchten uit het
land van Palestina en een geweldige reden voor de reductie van het aantal immigranten naar het Heilige
Land. Hij, de meest Hoge, zei:

En brengt wat jullie kunnen aan macht bij elkaar, om hen mee te bevechten, waaronder strijdrossen
(tanks, vliegtuigen, raketten, artillerie enz.) om daarmee de vijanden van Allah en jullie vijanden angst
aan te jagen, en ook anderen die jullie niet kennen (en) die Allah wel kent. En wat jullie ook aan bijdragen
uitgeven op de Weg van Allah, Hij zal jullie volledig vergoeden. En jullie zal geen onrecht worden
aangedaan. (al-Anfaal, 60)

En de “macht” is met alles dat de joden en christenen terroriseert en hun macht verzwakt. Ik heb
betreffende dit veel verklaringen en verscheidene gerechtelijke uitspraken (Fataawa) geschreven en ik heb
tientallen bewijzen genoemd voor de legitimiteit van deze operatie op het pad van het terroriseren van de
aanmatigende joden en de overtredende christenen. Ik heb de fout verduidelijkt, van het gelijkstellen van
deze operaties van Jihaad met zelfmoord, hetwelk verboden is door consensus (Ijmaa’). En (ik heb
duidelijk gemaakt) dat degene die zelfmoord pleegt, zichzelf doodt vanwege zijn eigen begeerten (Naffs)
als resultaat van stress en een gebrek aan geduld en zwak geloof in (Allah’s) voorbeschikking; de goede
en slechte gevolgen daarvan (Qadhaa wa’l-Qadr). Terwijl aan de andere kant, degene die zichzelf opoffert
(al-Fidaa’ie) zichzelf doodt – of een sleutelrol speelt in zijn dood – dat doet om de religie en zijn (de
religie’s) eer te beschermen, en om de overtredende ongelovigen te terroriseren en ze te verdrijven van de
landen en hun Heilige plaatsen. En de Profeet, sallalahu aleihi wa salam, zei: “Wiegedood wordt vanwege
(debescherming van) zijn eigendom, hij is een martelaar (Shaheed)” – Overeengekomen (door Bukharie en
Moeslim) van de hadith van ‘Abdullah ibn ‘Amr ibn al-Aws.
En in Sahih Moeslim word de hadith van Abie Hurayrah genoemd, waarin de Profeet, sallalahu aleihi wa
salam, zei: “Wiegedood word op het Pad van Allah, hij een martelaar (Shaheed). En wiesterft op het Pad van
Allah, hij is een martelaar (Shaheed)…”
En waarlijk, het is een groot iets en een belangrijke zaak dat een jongen of mannen van
de mensheid voortgaan als offer voor begrijpelijke motieven en verlangde doelen omdat
het beschermen van de waarheid belangrijker is dan het beschermen van het lichaam.
Dus vaak gaan de mensen van de waarheid weg met hun lichamen maar hun ideeën en
woorden leven voort. Net als de Hadith die verteld over de jongen en geven van zijn
bloed, verlangend naar de Islam voor de mensen en hun geloof in Allah.

Dus het gewenste doel werd bereikt en hetgeen naar gezocht werd, werd bereikt. En de
intentie van de jongen werd gerealiseerd vanwege het bereiken van geloof (Imaan) en
Tawheed naar de diepste diepten van hun harten.

Dus zijn mensen geloofden en maakten hun Heer één terwijl ze daarvoor in duidelijke
dwaling verkeerden. Ze kenden geen Islam noch de ware religie (Dien). Ze waren
gewoon om materialisme en het leven (zelf) te aanbidden en ze gaven zich over aan de
mensheid door aanbidding en gehoorzaamheid en hun acceptatie van de instituten van
de koningen en hun wetgevingen. Maar ondanks dat, bleef dat niet een plichtsgevoel
voor de jongen met zijn besef van de zaak (Islam) die tussen hun kwam. Dus hij
verklaarde het woord van waarheid in zijn situatie en gaf zijn bloed op het pad van het
hervormen van de mensheid en het elimineren van afgoderij. En op dit punt, werden de
harten bevrijd van hun aanbidding van de wet van de koning; en de stenen
(afgodsbeelden) en het (wereldse) leven en het land. En ze (de mensen) schreeuwden
met vurige geesten en kalme zielen en ferme harten: “Wij hebben geloofd in de Heer van de
jongen! Wij hebben geloofd in de Heer van de jongen!” En ze deinsden niet terug van de
aanval van hun tiran noch de marteling van de criminelen.

Maar degenen met verslagen zielen en ideologieën, en de hypocrieten, en de mensen die
wegblijven van Jihaad en slachten en het onder ogen komen van de ideologieën en
fundamenten van de dagen van onwetendheid (Jaahiliyya) en de wetgevingen van kufr,
steunen deze goede doelen niet.

En ze kunnen wisselen tussen het geduldig blijven met de tirannie van de heersers en
tussen het blijven op geloof en het onder ogen komen van de regelgevingen van de tijd
van onwetendheid (Jaaliliyya) en de politieke tribunalen, welke schadelijk zijn voor de
massa. En tot nu toe, hebben de oprechte leiders (Imaams) en de adviserende oproepers
(Du’aat), in alle landen van Islam, een onderscheidt gemaakt tussen de twee zaken en ze
staan tegenover de lusten en de ideologische en politieke en economische en dwalingen
van ‘Aqida (geloofsleer), met de ijver van de oprechten en de kracht van degenen die
Allah vrezen (Mutaqien) en ze verdroegen alle soorten schade die ze ondervonden, die
gebieders (van het goede) en verbieders (van het slechte) ondervinden. Dus dit is de rol
van de geleerden (‘Ulemaa) en dit is hun boodschap. Hij, de meeste Verhevene, zei:

En laat er uit jullie een groep voortkomen die uitnodigt tot het goede (I slam) en oproept
tot al-Ma’ruf (Tawheed, en al hetgeen de I slam heeft bevolen te doen) en (die) al-
Munkar (shirk en ongeloof en al hetgeen I slam heeft verboden) verbiedt, en zij zijn
degenen die welslagenden zijn.
58


En Hij, de meest Verhevene, zei:

J ullie zijn de beste gemeenschap die uit de mensen is voortgebracht; jullie roepen op tot
al-Ma’ruf (Tawheed en al hetgeen I slam heeft verplicht) en verbieden al-Munkar (shirk,
ongeloof, en al hetgeen I slam heeft verboden), en jullie geloven in Allah. En als de
Lieden van het Schrift zouden geloven, zou dat beter hen zijn; onder hen zijn er
gelovigen, maar de meesten van hen zijn Fasiqun (ongehoorzaam aan Allah en
opstandig aan Zijn bevel, zware zondaren).
59


En Hij, de meest Hoge, zei:

En de gelovige mannen en de gelovige vrouwen zijn elkaars helpers; zij roepen al-Ma’ruf
(Tawheed en al hetgeen I slam heeft verplicht) en verbieden al-Munkar (shirk, ongeloof,
en al hetgeen I slam heeft verboden) en zij onderhouden de Salaat en geven de Zakaat en
zij gehoorzamen Allah en Zijn Boodschapper. Zij zijn degenen die Allah zal
begenadigen. Voorwaar, Allah is Almachtig, Alwijs.
60


En van het nalatenschap die Luqmaan, de wijze, achterliet aan zijn zoon:

“O mijn zoon, onderhoudt de Salaat en roep op tot al-Ma’ruf (Tawheed en al het goede)
en weerhoud (mensen) van al-Munkar (ongeloof in de Tawheed van Allah, shirk en al
het verwerpelijke en slechte). En wees geduldig met wat jou treft. Voorwaar, dat
behoort tot de aanbevolen daden.”
61


En in Sahih Muslim (#49) van het pad van Qays ibn Muslim van Taariq ibn Shihaab die
zei: “De eerste die een toespraak (Khutbah) begon te houden voor het gebed (Salaat) op de dag
van ‘Eid, was Marwaan. Dus een man stond op en zei tegen hem: ‘Het gebed (Salaat) hoort voor
de toespraak (Khutba) te zijn.’ Dus hij (Marwaan) zei: ‘Deze (handeling) word niet meer
verricht.’ Dus Abu Sa’id zei: ‘Wat betreft deze, hij heeft zijn plicht gedaan. Ik hoorde de
Boodschapper van Allah, sallalahu aleihi wa salam, zeggen: ‘Wie van jullie iets verwerpelijks
(Munkar) ziet, hij moet het veranderen met zijn hand, en als hij niet in staat daartoe is, (dan)
moet hij het veranderen met zijn tong, en als hij daartoe niet staat is, dan moet hij het veranderen
(inwendig haten) met zijn hart. En dat is de zwakste vorm van geloof (Imaan).”

En ‘Abdullah ibn Masoed, moge Allah tevreden met hem zijn, zei: “De Boodschapper van
Allah, sallalahu aleihi wa salam, zei: ‘Er is geen profeet die Allah voor mij naar de volkeren heeft
gestuurd, behalve dat hij van zijn Ummah (volk, gemeenschap) apostelen en metgezellen had, die

58
al-Imraan, 104
59
Al-I mraan, 110
60
at-Tauwba, 71
61
Luqmaan, 17
namen van zijn Sunnah en zijn bevelen en autoriteit accepteerden. Daarna zullen ze worden
opgevolgd door opvolgers die zullen zeggen hetgeen ze niet doen, en zij zullen begaan hetgeen ze
niet bevolen zijn te doen. Dus wie Jihaad verricht tegen hen met zijn hand; hij is een gelovige. En
wie Jihaad tegen hen verricht met zijn tong; hij is een gelovige. En wie Jihaad tegen hen verricht
met zijn hart; hij is een gelovige. En er geen mosterdzaadje aan geloof (Imaan) buiten dat.” –
overgeleverd door Muslim in zijn Sahieh (#50) van het pad van ‘Abdur-Rahmaan ibn al-
Miswar van Abie Rafaa’ van Ibn Masoed.

En ad-Daarimie leverde in zijn Sunnan (#545) over met een authentieke (Sahih) keten,
van het pad van al-‘Awzaa’ee: “Overgeleverd aan mij Abu Kathier: ‘Overgeleverd aan mij
door mijn vader die zei: ‘Ik kwam naar Aba Thar, terwijl hij dichtbij de middelste steen [waar de
stenen aangegooid worden tijdens Hajj (Al-Jamrah al-Wustaa)] zat en mensen zich om hem heen
verzamelden, religieuze uitspraken (Fataawa) zoekend. Toen kwam er een man naar hem toe
zeggende: ‘Ben jij niet verboden (van het geven van) religieuze uitspraken (Fataawa)?’ Dus hij
keek op en zei: ‘Ben jij een waker over mij?! Weet je niet dat als je zelfs de Samsaamah
62
op dit
legt…’en hij wees naar zijn keel, ‘…ervan uitgaande dat ik niet het bevel van de Boodschapper
van Allah, sallalahu aleihi wa salam, uit zou voeren, voordat jij het me toestaat, dat ik het dan
nog steeds uit zou voeren?!” En al-Bukharie bengelde het (‘Alaqahu)
63
in zijn Sahieh, met
de uitspraak van zekerheid.
64


En de geschiedenis van de geleerden (‘Ulemaa) en de omgeving van de Imaams van
Islaam, zoals deze, zijn velen.
65
En geen enkele van hen ervoer ook maar het kleinste
ongemak met het gebieden van het goede en het verbieden van het slechte en uitgeven
van religieuze juridische uitspraken (Fataawa) met hetgeen hij wist waar te zijn, en het
verspreiden van de stem van de Islaam naar zijn mensen en het praten over Islam en
zijn waarheden en zijn onderdelen en zijn individuele karakteristieken.

En zij bleven niet in hun huizen, wachtend op politieke toestemming om het woord van
de waarheid te verkondigen en bezwaar te maken (Inkaar) tegen de mensen van
valsheid (Baatil).

Echter, tegenwoordig, zijn veel van de mensen van kennis werknemers van de Sultaans
geworden. Dus heeft de hebzucht hun tongen tot zwijgen gebracht, op een manier dat
ze niet in staat zijn om de verdragen en overeenkomsten te vervullen, die van ze zijn
afgenomen, in het Boek.
66


62
Een zwaard dat niet bot wordt. Hij (de auteur) zei dit in zijn “Mukhtaar as-Sihaah” #370
63
Vertalers Noot: Wortel woord: Mu’aliq. Zie voetnoot #1 voor vertaling en definitie.
64
“Fat’h al-Baarie”, Vol. 1/ 160
65
Kijk voor dat “al-Islam Bayn al-‘Ulemaa wa’l-Huh’kaam” door ‘Abdul’Aziez al-Badrie en het boek:
“Minhaj al-‘Ulemaa fie al-Amr bi’l-Ma’ruf wa Nahie an al-Munkar” door Faruq as-Saamaraa’ie
66
Vertalers Noot: Verwijzend naar de woorden van Allah:

En (gedenkt) toen Allah een verbond met degenen die de Schrift gegeven waren sloot: “Opdat jullie het (de
Schrift) aan de mensen duidelijk zouden maken en opdat jullie het niet zouden verbergen.” Toen wierpen

Dus zijn ze niet meer in staat om de valsheid (Baatil) tegen te houden noch kunnen het
verderf bestrijden. En op dit punt, waren de meeste van de leiders (Imaams) van de
voorgangers (Salaf) gewoon om onbeperkte handel af te kondigen, zonder het beperken
tot de sanctie van de overheid. En ze hadden een hekel aan de cadeaus van de Sultaans
en de geschenken van de koningen. En ze waren gewoon het niet te accepteren zodat ze
niet naar hen toe zouden neigen met Mudahanah
67
en hypocrisie en gehoorzaamheid
aan de Sultaans, betreffende hun doelstellingen en wensen.

En ik kijk met veel bewondering en respect naar een geleerde, die, vanwege zijn
waardigheid, zichzelf niet wou verlagen door te twijfelen vanwege de paleizen van de
Sultaans, hetgeen zich in hun handen bevind ontwijkend, de kennis een dienaar van de
religie (Dien) makend en niet van de politiek. En hij bracht een religieuze juridische
uitspraak (Fatwaa) uit puur vanwege de religie (Dien) en niet vanwege
levensonderhoud.

En de slaaf van dit leven (Dunya) en de verlangens zal deze woorden ontkennen en dit
concept tegenwerken en ze zullen doorgaan te dolen in de duisternis van rondzwerven
en verdorvenheid en het wegdwalen van de realiteit van de huidige stand van zaken.

En wat zelfs vreemder dan dit is, is dat ze dit concept verwerpen in de naam van religie
en kennis of vooruitgang en herstel van beschaving.

Maar ver verwijderd – ver verwijderd, is de kennis en religie, van het hebben van
banden met deze corrupties en deze achteruitgang, omdat de waarheid altijd zal
oprijzen en de valsheid (Baatil) altijd ten onder zal gaan.

En het “herstel van beschaving” en “vooruitgang” zijn beiden afhankelijk van de
Islamitische Sharia en de zuivering van gemeenschappen van onderdrukking (Thulm)
en overtreding (‘Adwan) en het verteren van de rijkdom van de mensen door valsheid
(Baatil).

En als er een ander beeld van het “herstel van beschaving” en “vooruitgang” was, welke
het resultaat is van blindelings volgen (Taqlied) en gebruiken (‘Aadaat) en de partijgeest
van het tijdperk van onwetendheid (Jaahiliyya) en onwetendheid, betreffende de
essentie van de religie (Dien), dan is het op geen enkele manier van Islam. En het beeld
van de realiteit van Islam dient genomen te worden van het Boek en de Sunnah en er is
geen kracht voor degenen die de verzen (Ayaat) van Allah voor een miserabele prijs
verkopen, en de wetten van de religie beperkt hebben.


zij het achter hun ruggen weg en zij ruilden het in voor een geringe prijs. En het was een slechte ruil die zij
maakten. (al-I mraan, 187)
67
Iets van de godsdienst verlaten voor een wereldse bereiking.
En degenen die twisten over dit, begrijpen niet de herkomst van verraad noch de
onderverdeling van zijn verschillende paden. En velen van hun spreken over religie en
Islam en regeren (Haakimiyyah) en voordelen en rechtvaardigheid en éénheid met
slechts fantasieën en aannames. En op andere tijden, praten ze over de wetgevingen
(van de Islam) met de tong van de secularisten en ze zeggen, betreffende de religie
(Dien), dat het een specifieke band is tussen de slaaf en zijn Heer en dat het niet de
zaken van het leven omvat. Dus distantiëren ze Islam van de politieke, economische
zaken en maatschappij. Maar Allah, de meest Verhevene, heeft gezegd:

Zeg: “Voorwaar mijn Salaat, mijn aanbidding, mijn leven en mijn sterven zijn
opgedragen aan Allah, Heer der werelden. Hij heeft geen deelgenoten, en dat is mij
bevolen (te verkondigen). En ik ben de eerste van de moslims.
68


Dus Islaam is aanbidding (‘Ibaahdah) en interacties (Mu’aamilah) en wet (Sharia) en
methodologie (Minhaj). Daarom, wie geloofd in een gedeelte en ongelovig is in een
gedeelte, dan is hij een ongelovige (kaafier) in alle wetgevingen, en zijn gebeden (Salaat)
en aalmoezen (Zakaat), zullen hem niets baten, noch zijn bedevaart (Hajj) noch zijn
vasten (Sawm). Hij de meest Hoge, zei:

…Geloven jullie in een gedeelte van de Schrift en in een ander gedeelte niet? Er is geen
beloning voor wie van jullie zo handelen, maar vernedering in het aardse leven en op de
Dag der Opstanding zullen zij worden teruggevoerd tot de zwaarste bestraffing. En
Allah is niet onachtzaam omtrent wat jullie doen.
69


En soms praten ze over Jihaad en de strijders (Mujahideen) met verslagen zielen terwijl
ze spelen met zijn regelgevingen (Ah’kaam) en zijn realiteiten afschaffend. Maar dit is
niets geks omdat ze de mensen zijn die het meest achter leven aanjagen en ze volgen
hun begeertes en verlangens.

En hoeveel mannen hebben we de naam van Islam zien dragen, maar toch spreken ze er
slechts af en toe over? En ze zijn gebaseerd op deze verkeerde concepten en verdwaalde
begrippen van de wetgeving (Sharia) van Allah. Hij, de meest Hoge, zei:

En als zij degenen die geloven ontmoeten, dan zeggen zij: “Wij geloven.” Maar wanneer
zij terugkeren naar hun Satans (duivels, polytheïsten, hypocrieten enz. die hun leiders
zijn) dan zeggen zij: “Voorwaar, wij staan aan jullie kant. Voorwaar, wij zijn slechts
spotters.” Allah spot met hen en laat hen rusteloos in hun overtredingen verkeren. Zij
zijn degenen die de Leiding voor de dwaling hebben verruild, daarom levert hun handel
geen winst op, en zij zijn geen rechtgeleiden.
70



68
al-An’aam 162-163
69
al-Baqara, 85
70
al-Baqara, 14-16
En al-Islaam heeft zowel interne vijanden alsook uitwendige (vijanden), die
samenwerken in hun gemeenschappelijke doelen van het scheiden van Islam van het
leven, en de mensen in de handen van de joden en christenen drijven, door obstakels op
zijn weg van expansie en de beweging van zijn mensen te plaatsen. Doch ondanks dat,
zal deze groep van onwetendheid (Jaahiliyya) en deze secte, die Allah en Zijn
Boodschapper, sallalahu aleihi wa salam, tegenwerkt, niet hun belofte kunnen vervullen
om almachtig te worden over de aarde en zijn mensen te controleren, zelfs als het in
staat is om machtig te worden over vele van zijn gebieden voor een lange periode. Dit is
omdat de dagen genoeg zijn en de glorie voor Allah en Zijn Boodschapper, sallalahu
aleihi wa salam, en de gelovigen is.

En de belofte dat Allah overwinning aan Zijn religie en Zijn Boodschapper en Zijn
gelovige groep zal geven, en dat zij de ongelovigen zullen vernietigen, is een bevestigde
belofte, zonder twijfel. En deze milieus, die gebaseerd zijn op shirk en kufr en
wetgevingen van onwetendheid (Jaahiliyya) en het overnemen van landen en het
verbreken van de eer en het aanvallen van nobele concepten, zullen niet blijven,
ongeacht hoeveel gezichten het heeft en ongeacht hoe machtig het is en ongeacht
hoelang zijn bestaan op aarde heeft geduurd!

En dit is een realiteit waar het verplicht (Waajib) is om in te geloven, en de nodige
inspanningen voor te verrichten om het te vestigen. Maar de voorwaarde ervoor is dat
we de Islam moeten vestigen en we de lichamen en harten ermee moeten bewegen en
dat we voor Allah moeten handelen, met oprechtheid (Sidq) en zekerheid (Yaqien). Hij,
de meest Hoge, zei:

…En Wij hebben Onszelf verplicht de gelovigen te helpen.
71


En Hij, de meest Verhevene, zei:

En voorzeker, Ons Woord is voorafgegaan aan Onze gezonden dienaren. Voorwaar, zij
zijn het die zeker geholpen zullen worden. Voorwaar, zij zijn Onze legers die zeker de
overwinnaars zullen zijn.
72


Dus dat de overwinning aan de gelovigen is, is een belofte van Allah en er is geen twijfel
betreffende zijn realiteit (eraan)in dit leven, zelfs als het is vertraagd volgens het begrip
van de mens, die het als te laat beschouwd. Dit is omdat de mens is geschapen uit haast.
Hij, de meest Hoge, zei:

…Waarlijk, de overwinning van Allah is nabij!
73



71
ar-Rum, 47
72
as-Saffaat, 171-173
73
al-Baqara, 214
En Hij, de meest Hoge, zei:

(Het is) een belofte van Allah. Allah breekt Zijn belofte niet, maar de meeste mensen
weten het niet.
74


En Imaam Ahmad leverde in zijn Musnad (4/ 103) over, met een authentieke (Sahih)
keten, van het pad van Safwaan ibn Muslim, die zei: “Overgeleverd aan mij, Saliem ibn
‘Aamr, van Tamiem ad-Daarie, die zei: ‘Ik hoorde de Boodschapper van Allah, sallalahu aleihi wa
salam, zeggen: ‘Deze zaak (Islam) zal overal reiken waar dag en nacht reiken. En Allah zal geen
huis van klei noch een huis gemaakt van huiden laten, behalve dat Allah deze religie er binnen zal
brengen met de kracht van de krachtigen of de vernedering van de vernederden; kracht waarmee
Allah de Islam versterkt, of vernedering waarmee Allah kufr vernedert.’

En Tamiem ad-Daarie zei altijd: ‘Ik wist dit van de mensen in mijn eigen huishouden, want
degenen die de Islam binnentraden, hun bereikte goedheid en nobelheid en kracht, terwijl degenen
die ongelovig (kaafir) waren van onder hun, hun bereikte vernedering en inferioriteit en Jizyah.”
75


En de blijde tijdingen van de terugkeer van Islam en de verschijning van zijn mensen en
het bereiken van zijn huidige volken met de (doelen van de) mensen van het verleden,
zijn velen. En dit zal plaatsvinden zonder enige twijfel, door de kracht van de sterken of
de vernedering van de vernederden. En wat in de harten van sommige moslims
stroomt, van wanhoop en hulpeloosheid vanwege hetgeen ze in dit pijnlijke heden zien,
is onwetendheid, welke niet goedgekeurd is.

Dus ongeacht hoeveel de dwaling is verspreid, en ongeacht hoeveel zondigheid aan de
macht komt en het verderf word gekocht en de eer word gebroken, Islam zal blijven en
zijn regio zal uitspreiden om te reiken tot waar dag en nacht reiken, door de eerlijkheid
(Sidq) van de geleerden (‘Ulemaa) en de inspanningen van de oproepers (Du’aat) en het
bloed van de martelaren (Shuhudaa).

Dus er is geen tijd voor zwakheid of niets doen of achterover blijven zitten met degenen
die achterblijven, want Islam wordt gevestigd met ijver in tegenstelling tot sport, en met
daden in tegenstelling tot slechts hopen, en met oprechte harten in tegenstelling tot
bedrogen zielen. Hij, de meest Hoge, zei:

O jullie die geloven, wat is er met jullie dat wanneer er tot jullie wordt gezegd: “Rukt
uit op de Weg van Allah,” jullie bezwaard op de grond zakken? Hebben jullie meer
behagen aan het wereldse leven dan het Hiernamaals? En de genieting van het wereldse
leven is slechts kort in vergelijking tot het Hiernamaals. Als jullie niet uitrukken, dan

74
ar-Rum, 6
75
Vertalers Noot: Jizyah is de belasting, welke de joden en christenen moeten betalen voor bescherming
binnen de Islamitische staat, indien zij niet de Islam accepteren.
zal Hij jullie met een pijnlijke bestraffing bestraffen en een ander volk voor jullie in de
plaats nemen en jullie kunnen Hem geen enkele schade toebrengen. En Allah is
Almachtig over alle zaken.
76


En Hij, de meest Hoge, zei:

Voorwaar, Allah heeft van de gelovigen hun levens en bezittingen gekocht opdat er voor
hen het Paradijs is. Zij strijden op de Weg van Allah, zodat zij doden en gedood
worden, als een belofte waar Hij Zich aan heeft verbonden, een Waarheid (die staat
vermeld) in de Taurat, en de I ndjil en de Koran. En wie is zijn belofte meer trouw dan
Allah? Verheugt jullie daarom over jullie koop die jullie met Hem hebben gesloten. En
dat is de geweldige overwinning.
77


En de realiteit van geloof (Imaan) in Allah en de realiteit van het verkopen van (zichzelf)
aan Allah, werd gemanifesteerd in de metgezellen (Sahaabah), moge Allah tevreden met
hen zijn, toen ze hun rijkdom gaven, terwijl ze hoopten, en ze gaven hun zielen, terwijl
ze geduldig waren. En ze verichtten Jihaad op het Pad van Allah, vooruit marcherend
en nooit omdraaiend, totdat de waarheid zijn doel heeft bereikt en de mensheid zijn
Heer kent en zij zich onderwerpen aan hun Schepper [Al-Baari (Allah)] totdat er
niemand meer over is in dat land behalve de Moslim Monotheïst (Muwwahid) en de
vernederde ongelovige (kaafir) die onderworpen zijn aan de Jizya, en onderworpen aan
de autoriteit van de waarheid terwijl ze onder de bescherming van de Moslims en hun
veiligheid zijn. Dit was de dag wanneer de realiteit van geloof (Imaan) in Allah was
gevestigd gedurende de generatie van de Qur’aan en een dag wanneer de vroegste
moslims hun rol in het leven kenden.

Maar wat betreft onze mensen vandaag de dag, wanneer we langs hun banen bewegen
en we ons bekleden met religie, en we bewegen langs het pad van de waarheid, niet
bang zijnde voor de schepping, zullen we voorbij deze dagen van beperking en onze
tegengestelde zwakheden en de vernederende nederlagen komen, en zullen we de
tronen van ongeloof (kufr) verpulveren en de slaven van lusten verslaan, en we zullen
de nekken van onze vijanden beheersen. Dit is wat onze Heer ons heeft beloofd, indien
we hervormen en voorbereiden voor onze leiding, want Islam overwint en wordt niet
overwonnen.

En van de schoonheid van de Hadith van al-Mughiera ibn Shu’aba, moge Allah genade
met hem hebben, toen de afgezant van Kisra naar de Moslims kwam, samen met
veertigduizend (troepen): “Dus de vertaler stond op en zei: ‘Een man van jullie zal mij
spreken.’ Dus zei al-Mughiera: ‘Vraag wat je wilt.’ Hij zei:’Wat zijn jullie (mensen)?’ Hij zei:
‘Wij zijn een volk van de Arabieren die in extreme armoede en extreme beproevingen leefden. We
zogen normaliter de huiden en de (dadel)pitten, vanwege de honger, en we waren gewoon om

76
at-Tauwba, 38-39
77
at-Tauwba, 111
huiden en vachten te dragen en we waren gewoon om bomen en stenen te aanbidden. En terwijl
we in deze toestand waren, stuurde de Heer van de Hemelen en Aarden – wiens noemen
Verheven is en wiens Grootsheid Majestueus is – naar ons een Profeet uit ons midden. We
kenden zijn vader en moeder. Dus onze Profeet, de Boodschapper van onze Heer, sallalahu aleihi
wa salam, beval ons om jullie te bevechten tot jullie Allah alleen aanbidden, of totdat jullie de
Jizya betalen. En onze Profeet, sallalahu aleihi wa salam, informeerde ons over de boodschap van
onze Heer, dat wie van ons gedood wordt, dat hij op een edele manier in het paradijs zal zijn,
waarvan het gelijke nog nooit is gezien. En wie van ons overblijft (overleeft), zij zullen jullie
nekken beheersen!” – Overgeleverd door al-Bukharie (#3,159)

En gebaseerd hierop, rees de Islam en groeide zijn kracht en werden zijn mensen trots.
En de dagen en nachten zullen niet ophouden te bestaan totdat deze religie exclusief
voor Allah is, zodat er geen jood of christen meer op aarde is, en er niemand van de
mensen van het boek (Ahl al-Kitaab) meer over zal zijn om de Jizya te betalen.

En in de twee Sahiehs (as-Sahiehayn)
78
van het pad van Ibn Shiehad van ibn al-Musayab
dat hij Abu Huraira, moge Allah tevreden met hem zijn, hoorde zeggen: “De
Boodschapper van Allah, sallalahu aleihi wa salam, zei: ‘Bij Hem in Wiens Hand mijn ziel is, het
kan zijn dat ibn Maryam [‘Isa (Jezus)] (binnenkort) zal neerdalen naar jullie als een rechtvaardig
heerser. Dan zal hij het kruis breken en het varken doden en de Jizya afschaffen
79
. En de rijkdom
zal zo overvloedig zijn dat niemand in staat is om het te accepteren.”

En de betekenis van zijn uitspraak “…en de Jizya afschaffen …” – in andere woorden, hij
zal niets naast Islam accepteren zodat de religie (Dien) voor Allah alleen zal zijn en er op
aarde geen enkele jood of christen zal bestaan. En dit was de mening van een groep
juristen (Fuqahaa) en hun Mujtahidien
80
Imaams.

Ondanks dat zeggen anderen dat het betekent dat rijkdom zal toenemen en zo
overvloedig zal zijn, dat er niemand zal zijn aan wie de Jizya betaald kan worden. Dus
de (betaling van de) Jizya zou achterwege gelaten worden, wegens het gebrek aan de
behoefte eraan.

En een derde groep zei dat de betekenis van het “neerleggen”
81
van de Jizya verwijst

78
Al-Bukharie, #2,222 en Muslim #155
79
Vertalers Noot: In het Arabisch staat er het woord “…yadh’a…” wat letterlijk “…neerleggen…”
betekend, maar de meest correcte mening is dat het betekent “…afschaffen…” of “…verwijderen…”. Maar,
zoals de auteur kort uitlegt, werd de uitspraak door sommigen begrepen dat hij de Jizya zal
“implementeren” of “opleggen”, sinds het woord “…yadh’a…” (neerleggen) ook deze betekenis aan kan
nemen.
80
Vertalers Noot: Mujtahidien is meervoud van Mujtahied, welke geworteld is in het woord Ijtihaad. En
Ijtihaad is het toepassen van deductief beredeneren, waarbij een geleerde tracht bij de waarheid te komen
op een manier, waar er geen directe duidelijke tekst is die zijn regelgeving formuleert. Dus de Mujtahied
past zijn Ijtihaad toe om bij de juiste regelgeving te komen door middel van goedgekeurde methodes van
Islamitische jurisprudentie (Fiqh). En dit is beperkt tot degenen die geschikt zijn om dit te doen.
81
Vertalers Noot: Dit schijnt een mening te zijn die gebaseerd is op de interpretatie van het woord
naar de (totale) toepassing van de Jizya op de ongelovigen (kuffar) zonder onderscheid
te maken. Dus zal in die tijd de rijkdom overvloedig worden.

Echter, veel overleveringen zijn gekomen, die de eerste uitspraak ondersteunen, en dat
‘Isa oproept tot de Islam en geen Jizya accepteert en dat Allah, tijdens zijn
regeerperiode, alle religies vernietigt behalve de Islam.

En al-Bukharie
82
leverde over van het pad van Jarier van ‘Amarah ibn al-Q’aqa’a van
Abie Zur’a van Abie Hurairah, moge Allah tevreden met hem zijn, van de
Boodschapper van Allah, sallalahu aleihi wa salam, die zei: “Het Uur zal niet komen totdat
jullie de joden zullen bestrijden tot het punt waar een steen, waar een jood achter zit, zal zeggen:
‘O Moslim, er is een jood achter me. Kom en doodt hem.” En Muslim leverde het (ook) over
83
van de Hadith van Suhayb ibn Abie Saalih, van zijn vader, van Abie Hurairah. En de
twee Sheikhs (Bukharie en Muslim) zijn in overeenstemming gekomen
84
over de
overlevering van ibn ‘Umar, moge Allah tevreden met hen zijn, (die dit ook
overleverde).

Dus de tijd is gekomen voor de Moslims in het Oosten en het Westen om terug te keren
naar hun leiding en zich te verenigen in hun doel en om Jihaad te verrichten tegen de
vijand van Allah en hun vijand, omdat de zonen van de Moslims ongeschikt zijn
geworden vanwege bloed en wonden, binnen hun eigen landen, en ze hebben veel te
verduren gehad van het verraad van de joden en het samenzweren van de christenen en
hun smerige politiek, betreffende het land en de eer. Hij de meest Hoge zei:

Toestemming (om te vechten) is gegeven aan degenen die bevochten worden, omdat zij
met onrecht behandeld worden. En voorwaar, Allah is zeker bij machte hen te helpen.
(Zij zijn) degenen die zonder recht zijn verdreven uit hun huizen, alleen maar omdat zij
zeiden: “Onze Heer is Allah.” En als Allah de mensen niet van elkaar weerhield, waren
kloosters, kerken en synagogen en moskeeën waarin de Naam van Allah vaak genoemd
wordt, zeker verwoest. En Allah zal zeker hen helpen die Hem (Zijn godsdienst) helpen.
Voorwaar, Allah is zeker Sterk, Geweldig.
85


En wij, de Moslims, hebben door onze geschiedenis heen niet meer onrecht en slachting
door de handen van de joden en christenen ondervonden dan onze huidige tijd
86
. Het is

“…yadh’a…” wat betekend “…neerleggen…” in tegenstelling tot “…afschaffen…”, zoals eerder vermeld.
En Allah weet het het beste.
82
#2,2926
83
#2,922
84
Al-Bukharie, #2,925 en Muslim, #2,921
85
al-Hajj, 39-40
86
En de catastrofe van de Moslims in het jaar 617 H. door de handen van de Tartaren was een grote
beproeving en een geweldige test. Ibn ‘Athier zei, betreffende dit, in “al-Kamal” Vol. 10/ 399: “Dus als
iemand heeft gezegd dat dewereld, vanaf detijd dat Allah – deGeprezene, Meest Hoge– Adam heeft geschapen, tot
nu, niet was beproeft zoals nu het geval is, dan zou dat correct zijn, omdat allegeschiedenissen bij elkaar genomen
op het punt gekomen waar zij (de joden en christenen) hun plezier gebaseerd hebben op
ons verdriet en hun landen binnenin onze gebieden terwijl sommige van de Moslims
zitten alsof ze verlamde lichamen zijn, die niet eens neigen richting Jihaad en het
veranderen van deze omstandigheden. En ze moedigen uitstel aan en ze wachten op
verlichting zonder enige noemenswaardige weerstand of enige waardeerbare
inspanningen. En Islam verwerpt al deze dingen en het verwerpt zwakheid en
onwetendheid en luiheid. En het verwerpt de oproepen, welke leiden naar de
vernietiging van de Moslims en de schending van hun heiligheid. Maar het beveelt al-
Jihaad en het bestrijden van de verraderlijken en de overtreders en het zuiveren van de
landen van de Moslims van de handen van de opslokkers, totdat de belofte arriveert,
terwijl we ermee bezig zijn. Allah de meest Hoge zei:

Rukt uit, licht (gezond, jong en rijk) of zwaar (ziek, oud en arm), en strijdt met jullie
bezittingen en jullie levens op de Weg van Allah. Dat is beter voor jullie, als jullie
weten.
87


En Hij, de meest Hoge, zei:

En bestrijdt hen tot er geen Fitnah (ongeloof en het aanbidden van anderen buiten Allah)
(meer) is en de godsdienst aan Allah behoort. Maar als zij ophouden, dan is er geen
vijandschap, behalve tegen de onrechtplegers.
88


En de mensen van kennis zijn overeengekomen over de verplichting van het bestrijden
van de ongelovigen die overtreden in de landen van de Moslims. En als hun kwaad
word verdreven door de mensen wiens land is aangevallen, dan is dat genoeg voor
(vervullen van de plicht van) de anderen. Maar als het weerstaan van hun plannen en
hun verwijdering niet wordt bereikt, dan word het verplicht (Waajib) voor degenen die
dicht bij de vijand zijn van onder de mensen van de andere landen om de ongelovigen
te bestrijden en hun overtreding te stoppen. En dit is een zaak, die bekend is van de
wetgeving (Sharaa’) en geen Moslim zou er niet mee eens zijn.
89


O jullie die geloven, bevecht de ongelovigen in jullie naaste omgeving en laten zij
hardheid bij jullie aantreffen. En weet dat Allah met de Moettaqoen is.
90


En Hij de meest Hoge zei:

kunnen niet iets produceren dat er in debuurt komt.” Maar ondanks dat, waren de Tartaren een gemengd
volk, die geen (specifieke) religie hadden en deze discussie is betreffende de beproevingen (Fitnah) van de
joden en christenen, met wat zij in zich hebben van dwaling.
87
at-Tauwba, 41
88
al-Baqara, 193
89
Kijk naar “Sharh’ as-Sunnah” door al-Baghawie (10/ 374) en “Tafsier al-Qurtabie” (5/ 279) en (8/ 151) en
“al-Mughnie” (10/ 366) en “al-Muhalie” (5/ 341) en “Hashiyaat ibn Abie Dien” (4/ 124) en “as-Sayl al-
Jaraar” (4/ 520) en “al-Jihaad, wa’l-Kitaal fie as-Sieyasah ash-Sharia” (1/ 636-638)
90
at-Tauwba, 123

En waarom zouden jullie niet vechten op de Weg van Allah (ter verdediging) van de
onderdrukten van de mannen en de vrouwen en de kinderen, degenen die zeggen: “Onze
Heer, haal ons weg uit deze stad, waar de mensen onrecht plegen en breng ons van Uw
Zijde een beschermer en breng ons van Uw Zijde een helper!” Degenen die geloven
vechten op de Weg van Allah en degenen die ongelovig zijn vechten op de weg van de
Taghut. Vecht dus tegen de helper van de Satan. Voorwaar, de listen van Satan zijn
zwak.
91


Al-Qurtabie, moge Allah tevreden met hem zijn, zei: “Zijn, de meest Verhevene’s,
uitspraak: ‘En waarom zouden jullie niet vechten op de Weg van Allah…’ is een
aanmoediging voor Jihaad en het omvat het redden van de zwakken (Moslims) van de ongelovige
mushrikien (degenen dieshirk doen), die op hen een verschrikkelijke straf uitoefenen en hen
beproeven om hen weg te lokken van hun religie (Dien). Dus Hij, de meest Hoge, verplichtte
Jihaad om Zijn Woord het hoogste te maken en Zijn religie te verspreiden en om Zijn zwakke,
gelovige slaven te redden, zelfs als dat het verlies van leven tot gevolg heeft.”
92


Dus zij, die gedood zijn op het Pad van Allah, zullen de beloningen hebben van de
Martelaars (Shuhudaa). De Profeet, sallalahu aleihi wa salam, zei: “Wie gedood word op
het Pad van Allah, hij is een Martelaar (Shaheed), en wie sterft op het Pad van Allah, hij is een
Shaheed.” – de Hadith; overgeleverd door Muslim (#1,915) van het pad van Suhayl ibn
Abie Saalih van zijn vader, van Abie Hurayrah.

En Hij, de meeste Verhevene, zei betreffende degenen die gedood zijn op het Pad van
Allah en die hun levens hebben opgeofferd:

En denkt niet van degenen die op de Weg van Allah gedood zijn dat zij gestorven zijn.
Zij leven zelfs bij hun Heer, zij worden voorzien. Zij verheugen zich met wat Allah hen
van Zijn gunsten gaf, en zij verheugen zich over degenen die zich nog niet na hen (bij
hen) gevoegd hebben (en) er is voor hen geen angst en zij treuren niet. Zij verheugen zich
over de genieting van Allah en (Zijn) gunst. En voorwaar, Allah verwaarloost de
beloning van de gelovigen niet.
93


En in Sahieh Muslim (#8,087) van het pad van al-‘Amash van ‘Abdullah ibn Marrah van
Masroeq, die zei: “Wij vroegen ‘Abdullah ibn Masoed over dit vers en hij zei: ‘We vroegen (de
Boodschapper van Allah, sallalahu aleihi wa salam) over dit vers, en hij zei: ‘Hun (de martelaren
hun) zielen zijn in de harten van groene vogels. Ze hebben lantaarns die hangen aan de Troon
(van Allah) en ze bewegen vrij rond in het Paradijs, zoals ze willen, en ze keren terug naar deze
lantaarns. Dan ziet hun Heer hen zeggende: ‘Verlangen jullie iets?’ Zij antwoordden: ‘Wat
kunnen we verlangen, terwijl we vrij zijn om door het paradijs te bewegen zoals we willen?’ Dus
Hij vraagt dit drie maal aan hen. En wanneer ze begrijpen dat ze iets moeten antwoorden, zeggen

91
an-Nisaa, 75-76
92
“Tafsier al-Qurtabie” (5/ 279) en kijk naar “Mashaar’a al-Ashwaaq ila-Masaar’a al-‘Ushaaq” (2/ 828-839)
93
al-Imraan, 169-171
ze: ‘O onze Heer, we wensen dat onze zielen terug worden gebracht naar onze lichamen, zodat we
opnieuw op Uw Pad kunnen worden gedood.’ Dus wanneer Hij ziet dat ze niets nodig hebben,
laat Hij ze.”

En hij, sallalahu aleihi wa salam, zei: “Niemand van degenen die het Paradijs binnen gaan
zou terug willen keren naar dit leven, zelfs als ze alles op aarde bezaten, behalve degene, die
wenst terug te keren naar dit leven en tienmaal gedood wilt worden vanwege hetgeen hij aan eer
ziet.” – Overeengekomen
94


En de authentieke (Sahih) Hadeeths geven aan dat Jihad op het Pad van Allah tot de
beste daden behoort en dat degenen die het verrichten tot de beste slaven behoren.

En dit is wat de metgezellen (Sahaabah) van de Emigranten (Muhaajirien) en degenen
die hen hielpen (Ansaar) en degenen die hen opvolgden in goedheid motiveerde om
elkaar af te toeven en (de Geest van Jihaad) te ademen in een poging om zijn beloningen
te verkrijgen. En er werd gezegd tegen de Profeet, sallalahu aleihi wa salam: “Wat is
gelijk aan al-Jihaad op het Pad van Allah?’ Hij zei: ‘Je bent niet in staat om het te doen.’ Hij zei:
‘Dus herhaalden ze dit twee of drie keer aan hem en elke keer zou hij zeggen: ‘Je bent niet in staat
om het te doen.’ En (uiteindelijk) zei hij, na de derde keer: ‘De vergelijking van een strijder
(Mujaahid) op het Pad van Allah is als degene die vast en toegewijd staat (in gebed), de Verzen
van Allah reciterend. Hij verbreekt zijn vasten niet noch zijn gebeden, totdat de strijder
(Mujaahid), op het Pad van Allah, de meest Hoge, terugkeert.” – Overgeleverd door Muslim
in zijn Sahieh (#1,878) van het pad van zijn vader, van Abie Huraira. En al-Bukharie
leverde het over (#2,785) met dezelfde betekenis van de Hadith van Abie Husayn, van
Thak’waan van Abie Huraira. En in de twee Sahiehs
95
van het pad van az-Zuh’rie, van
‘Ataa ibn Yazied al-Laythie, van abie Sa’eed al-Khudrie, moge Allah tevreden met hem
zijn, die zei: “Er werd gevraagd: ‘O Boodschapper van Allah, wie zijn de besten van de mensen?
Dus antwoordde de Boodschapper van Allah, sallalahu aleihi wa salam: ‘Een gelovige die Jihad
verricht op het Pad van Allah, met zijn leven en zijn geld.’ Zij zeiden: ‘En daarna?’ Hij zei: ‘Een
gelovige op een berg, van de bergen die Allah vrezen en de mensen niet lastig valt met zijn
kwaad.”

En de teksten, welke de zegeningen van Jihad en zijn mensen aangeven, zijn veel, en de
strijders (Mujahidoen) op het Pad van Allah, die het bereikt hebben, vóór degenen die
later komen, hebben hen afgetroefd. Hoe geweldig zijn de zielen die hun lichamen en
bloed, dat vloeit ter verdediging van de Islaam en het verzwakken van de kracht van
zijn vijanden, gebruiken?

Dit, terwijl sommigen van degenen, wiens zielen verslagen zijn en wiens ideeën zijn
beïnvloed door de boeken van de oriëntalisten, aandacht hebben gegeven aan de zaak

94
Al-Bukharie (#2,817) en Muslim (#1,877) van de Hadith van Shu’abah, van Qatadah van Anas, moge
Allah tevreden met hem zijn.
95
Al-Bukharie (#2,786) en Muslim (#1,888)
van Jihad en het beperkt hebben tot de verdedigende Jihad tegen de agressie. En ze
hebben hun best gedaan om een interpretatie vormen op de Qat’ie’ah bewijzen in deze
(zaak) terwijl ze verblind zijn voor de bewijzen, welke de (legitimiteit van de) offensieve
Jihad aangeven, met het doel heeft om de religie slechts voor Allah alleen te maken, en
de onderdrukten en verongelijkte mensen te beschermen tegen de onderdrukking
(Thulm) van de instituten en wetten. En achter hun nederlaag zat onwetendheid over de
realiteit van Islam en de realiteit van Jihad in de Islamitische wet (Sharia). Hij, de meest
Hoge, zei:

En bevecht hen totdat er geen Fitnah (Ongeloof en shirk) meer is en de godsdienst geheel
voor Alah is. Als zij ophouden, voorwaar, dan is Allah wat betreft hetgeen zij bedreven
Alziende. En als zij zich afwenden (in andere woorden, van hun shirk en Fitnah jegens de
gelovigen) (van het aanbidden van anderen naast Allah), weet dan dat Allah waarlijk
jullie Beschermer is. Hij is de Beste Beschermer en de Beste Helper.
96


En Hij, de meest Hoge, zei:

En wanneer de gewijde maanden voorbij zijn, doodt dan de Mushrikun waar jullie hen
ook aantreffen en grijpt hen, en omsingelt hen en loert op hen vanuit elke hinderlaag.
Als zij dan berouw tonen, en de Salaat onderhouden en de Zakaat geven, laat hen dan
vrij. Voorwaar Allah is Vergevingsgezind, Meest Barmhartig.
97


En Hij, de meest Hoge, zei:

Doodt hen dan die niet in Allah en het Hiernamaals geloven en die niet voor verboden
houden wat Allah en Zijn Boodschapper verboden hebben verklaard; en zij die de
godsdienst van de Waarheid niet als godsdienst nemen, van hen aan wie de Schrift is
gegeven, totdat zij het beschermgeld (Jizya) betalen, naar vermogen, terwijl zij
onderdanigen zijn.
98


En in de twee Sahiehs
99
van het pad van Shu’bah, van Waaqid ibn Mohammed ibn
Zayd ibn ‘Abdullah ibn ‘Umar, van zijn vader, van ibn ‘Umar, dat de Boodschapper van
Allah, sallalalahu aleihi wa salam, zei: “Ik ben bevolen tegen de mensen te vechten totdat ze
getuigen dat niemand het recht heeft om aanbeden te worden buiten Allah en dat Mohammed de
Boodschapper van Allah is, en ze verrichten de Salaat en geven de Zakaat. Dus als ze dat doen,
dan is hun bloed beschermd door mij, behalve voor het recht van Allah (strafrecht etc.) en hun
aangelegenheden zijn met Allah.”

En al deze bewijzen zijn betreffende de offensieve Jihad en het betreft de ongelovigen en
het vechten tegen hen in hun landen, zelfs als er geen agressie van hun kant was, zodat

96
al-Anfaal, 39-40
97
at-Tauwba, 5
98
at-Tauwba, 29
99
Al-Bukharie (#25) en Muslim (#22)
ze allemaal in de religie kunnen komen. (En het is afhankelijk) van het niet bestaan van
zwaarder wegende nadelen, en (ervan uitgaande) dat ze niet worden tegengehouden
om het uit te voeren vanwege onkunde of zwakheid.

En het tweede type van Jihad, is de Jihad van het verdrijven van de agressors van onze
gebieden, en alle landen van de Moslims. En dit is verplicht (Waajib), volgens de
consensus (Ijmaa’) en het behoort tot de noodzakelijkheden en tot de zaken, waarover
overeenstemming is in alle wetgevingen en internationale gebruiken en in alle politieke
instituties (de hele wereld is over de legitimiteit van dit type verdediging eens). En dit is
aangegeven door de overgeleverde teksten (Samaa’) en het intellect (‘Aql) en de
natuurlijke aanleg van de mensheid (Fitrah). En een deel van dit is (eerder) gebeurd en
Allah, de meest Verhevene, heeft Jihad verplicht om Zijn Woord het hoogste te maken
en Zijn religie te verspreiden en om de zwakke gelovigen te redden uit de handen van
de ongelovige criminelen. En Allah, de Allerhoogste, weet het het beste.

Geschreven door
Suleimaan ibn Naasir al-‘Ulwaan
Al-Qasiem, Buraidah
7/8/1422 H.