© 1999 Parram6n Ediciones, S.A.

, Barcelona, Spanje
World Rights
Oorspronkelijke titel: Moldes
© 2000 voor de Nederlandse taal: TIrion uitgevers bv, Baam
Vertaling: Marjan Faddegon-Doets
Omslagontwerp: Studio Jan de Boer, Amsterdam
Zetwerk: Eigraphic + DTQP bv, Schiedam
Eerste druk 2000
ISBN 90 213 29174
NUGI440
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar
gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke
andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming
van de uitgever.
Dit boek is gepubliceerd door Uitgeverij Cantecleer
Postbus 309
3740 AH Baam
Cantecleer maakt dee! uit van TIrion uitgevers bv
lnleiding
Diverse malleI
Materiaal
Gereedschap
Contourplaat
Maken van eel
Verloren mal
Gargouille
VI V b K ~ t MALLEN'
Een mal is het negatief of de
omtrek van wat de kunste-
naar wi! maken. Mallen
worden gemaakt van gips,
een ideaal materiaal om ob-
jecten van keramische klei
mee te reproduceren. Er zijn
drie soorten mallen: verlo-
ren mallen, drukmallen en
gietmallen.
Verloren mal
Bij de verloren mal-methode
wordt een enkel object ge-
maakt, gewoonlijk van gips.
De mal bestaat uit een of
meerdere delen, al naar ge-
lang de complexiteit van het
model. Meestal wordt er
eerst een model gemaakt van
klei, maar dat kan ook van
een ander materiaal zijn. Als
de mal klaar is wordt hij uit-
gehold met een mirette. Ver-
volgens wordt de binnen-
kant schoongemaakt en in-
gesmeerd met vloeibare zeep
zodat het oppervlak water-
dicht wordt. Nu kan de vorm
gevuld worden met gips. Als
het gips is uitgehard wordt de
mal weggebroken. Pas wel op
dat u het gietsel niet bescha-
digt! Het aldus verkregen
object, schoongemaakt en
ingesmeerd met vloeibare
zeep, kan gebruikt worden
als model voor het maken
van een drukmal ofgietmal.
Drukmal
Bij een drukmal wordt de klei
aangebracht in plukjes, rolle-
tjes, repen of plakken die met
de vingers of een spons op
hun plaats worden gedrukt.
Zo neemt de kleimassa pre-
cies de vorm van de mal over.
Zorg ervoor dat de kleilaag
overal even dik is. Drukmal-
len kunnen uit een of meer-
dere delen bestaan, al naar
gelang het model. Bij een
mal die uit twee of meer de-
len bestaat wordt elk deel ge-
vuld met klei. De overtollige
klei wordt weggesneden,
waama de raakvlakken wor-
den ingekrast met een snij-
naald en ingesmeerd met slip
(gemaakt van dezelfde klei).
Vervolgens wordt de mal ge-
sloten en worden de inwen-
dige naden dichtgestreken.
De mal mag pas worden ge-
opend als het object enigszins
hard is geworden.
Na het openen van de mal
worden de ontstane naden
verwijderd. De uitwendige
verbindingslijnen worden
ingekrast en dichtgesmeerd
met een rolletje van dezelfde
klei. Nadat het object waar
nodig is bijgewerkt, kan het
verder drogen.
In plaats van gips kunnen
drukmallen ook gemaakt
worden van terracotta. De
poreusheid van biscuitge-
bakken klei is vergelijkbaar
met die van gips. Vroeger ge-
bruikten pottenbakkers vaak
terracotta schalen, borden
en andere open vormen als
mal; ze hoefden de klei hier
aileen maar op te drukken
om een hele reeks soortgelij-
ke objecten te verkrijgen.
Tegenwoordig worden ter-
racotta mailen niet zo vee!
meer gebruikt, aangezien een
gipsmal veel praktischer is.
Niettemin zijn ze heel han-
dig voor pottenbakkers die
met Egyptische paat werken,
omdat de biscuitgebakken
klei niet aangetast wordt
door de alkalien in de paat.
Een traditionele gipsen mal
daarentegen is daar niet te-
gen bestand.
Gietmal
Een gietmal wordt gevuld
met vloeibare klei om een
object te reproduceren. Over
het algemeen bestaan giet-
mallen ui t meerdere delen.
Voor het vullen worden ze
dichtgebonden met touw, zo-
dat ze niet open springen
door dedruk vande klei bin-
!lenin. De slip of gietklei vult
het hele binnenste van de
mal. Een dee! van het water
in de gietklei trekt in het
gips, waarna de klei die in
aanraking komt met de wan-
den van de mal uithardt. Zo
vormt zich een laagje vaste
klei langs de wanden. Wan-
neer deze laag de gewenste
dikte heeft wordt de rest van
de gietklei uit de mal gego-
ten. Hiertoe wordt de mal
ondersteboven gezet, zodat
de gietklei eruit loopt. Na 15
tot 30 minuten wordt de mal
weer in de oorspronkelijke
positie gezet. Na een paar
uur is het object hard genoeg
om te worden beetgepakt en
kan het uit de mal worden
gehaald. Controleer eerst
even hoe hard de klei is. Ais
u enige weerstand onder-
vindt bij het openen van de
mal dient u de klei nog wat
verder te laten uitharden.
Opent u de mal te vroeg dan
scheurt het object. Als het
object eenmaal uit de mal is,
haalt u de naden weg die de
mal heeft achtergelaten. Dit
kunt u doen wanneer het ob-
ject leerhard is geworden, als
het droog is en zelfs nog na
het biscuitbakken.
Een variant op de gietmal
is de massieve gietmal,
waarmee kleine objecten
zoals handvatten en derge-
lijke worden gemaakt, maar
ook grotere objecten zoals
kommen, borden, bladen
enzovoort. De mal wordt ge-
heel gevutd met gietklei. De
gietklei blijft in de mal tot
het gips al het water in de
klei geabsorbeerd heeft. Bij
het vuilen van de mal zuigt
het gips de klei naar de wan-
den toe, waardoor het peil
van de gietklei zakt. De mal
dient dan bijgevuld te wor-
den, totdat u merkt dat de
gietklei niet meer zakt. Een
massieve gietmal dient
voorzien te zijn van twee
openingen: eentje voor het
ingieten van de gietklei en
eentje waar de lucht door
kan ontsnappen.
pt/
.
"
MAT]
Gips
Het materiaal dat
wordt voor het m:
mallen is gietgips,
gloeiing verkregen
gewoon gips.
Gipssteen of on
gips bestaat uit ca
faat (CaS04), een ,
tie van kalk met z\
(H
2
S0
4
), en kom
lagen in de boven
van secundaire als:
tiaire grond. Hier ,
afzettingen verme
klei en mergel.
Het hoofdbestan
gips is calciumsulfa
(CaS04' 1/2H
2
0).
vermalen wordt h
een cilindervormil
ende oven verhit t·
Meer dan de helfl
water in het gips
hierbij en er blijft {
biel, semi-gehydrat
der over.
CaS04' 2H
2
0 +
bijl60°C = CaS04
Door de hoe vee
ter die het tijdens '
ting verloren he(
het gips nu een gro
tievermogen eve
vermogen om uit [I
CaS04. 2 H
2
0 oj
= CaS04' 2HzO
Gips is er in ver:
soorten. Pottenb:
wordt verkregen
gips te branden in e
feer die verzadigd i
terdamp. Dit lever
C0mpact, hard er
sterk absorberend
Het wordt aangen
water (1 kg gips (
water). Pottenb
,eurt het object. Als het
ect eenmaal uit de mal is,
tit u de naden weg die de
1 heeft achtergelaten. Dit
It u doen wanneer het ob-
c leerhard is geworden, als
droog is en zelfs nog na
biscuitbakken.
~ e n variant op de gietmal
de massieve gietmal,
lrmee kleine objecten
Is handvatten en derge-
e worden gemaakt, maar
grotere objecten zoals
:J.men, borden, bladen
:JVoort. De mal wordt ge-
l gevuld met gietklei. De
klei blijft in de mal tot
gips al het water in de
geabsorbeerd heeft. Bij
vullen van de mal zuigt
gips de klei naar de wan-
toe, waardoor het pei!
de gietklei zakt. De mal
It dan bijgevuld te wor-
, totdat u merkt dat de
klei niet meer zakt. Een
sieve gietmal dient
rzien te zijn van twee
1ingen: eentje voor het
eten van de gietklei en
:je waar de lucht door
ontsnappen.
#
MAl 'EKlAAL
Gips
Het materiaal dat gebruikt
wordt voor het maken van
mallen is gietgips, dat door
gloeiing verkregen wordt uit
gewoon gips.
Gipssteen of ongebrande
gips bestaat uit calciumsul-
faat (CaS0
4
), een comb ina-
tie van kalk met zwavelzuur
(H
z
S0
4
), en komt voor in
lagen in de bovenste delen
van secunda ire alsmede ter-
tiaire grond. Hier vormt het
afzettingen vermengd met
klei en merge!.
Het hoofdbestanddeel van
gips is calciumsulfaathydraat
(CaS04' l/zHzO). Na het
verma len wordt het gips in
een cilindervormige, draai-
ende oven verhit tot 160°C.
Meer dan de helft van het
water in het gips verdampt
hierbij en er blijft een onsta-
biel, semi-gehydrateerd poe-
derover.
CaS04' 2H
z
O + verhitting
bij160°C = CaS0
4
. I/zHzO.
Door de hoeveelheid wa-
ter die het tijdens de verhit-
ting verloren heeft, krijgt
het gips nu een groot absorp-
tievermogen evenals het
vermogen om uit te harden.
CaS04. 2 HzO + 11/zH
z
O
= CaS04' 2H
z
O
Gips is er in verschillende
soorten. Pottenbakkersgips
wordt verkregen door het
gips te branden in een atmos-
feer die verzadigd is met wa-
terdamp. Dit levert een heel
C0mpact, hard en niet zo
sterk absorberend gips op.
Het wordt aangemaakt met
water (1 kg gips op 400 cc
water). Pottenbakkersgips
leent zich goed voor sterk ge-
detailleerde modellen waar-
van later een mal wordt ge-
maakt, omdat het een heel
gladde afwerking geeft. Voor
de mal zelf wordt het niet ge-
bruikt.
Modelgips is het gips
waarvan mallen worden ge-
maakt, met name vanwege
de grote absorptie. Over het
algemeen wordt het aange-
maakt met water in een ver-
houding van 100 g gips op
80 cc water.
Het mengen van gips
Bij het mengen van gips
dient u heel zorgvuldig te
werk te gaan. De volgende
punten zijn belangrijk:
a) Op de verpakking staat
aangegeven wat de beste
verhouding is tussen gips en
water. Over het algemeen
kunt u de volgende hoeveel-
heden aanhouden:
• Voor heel compacte mal-
len: 62 g gips op 38 cc
water.
• Voor norma Ie mallen: 55 g
gips op 45 cc water.
• Voor poreuze mallen: 50 g
gips op 50 cc water.
b) Gebruik altijd schone
emmers en schoon water.
c) Giet eerst het water in de
emmer en voeg hier het
gipspoeder aan toe.
d) Strooi het gipspoeder
met de hand op het water en
let erop dat er geen klontjes
ontstaan.
e) Ron bet gL ps vo ()czi <h.ri g
door he t Ivat:eI'. Vmvij der
eve nl:lLeLe U()nl:jes die nier
opl()SSefL tn v erontre irligin·
gen die in de emmer geval-
len zijn. Voeg geen gips of
water meer toe aan het
mengse!.
1. In het begin is het makkelijk om het gips af te wegen met behulp
van een weegschaal en het water af te meten met een meetbuis.
2. Als u eenmaal wa t ervaring hebt kunt u de hoeveelheden ook
heel goed schatten.
f) Ook al hebt u nog zo
voorzichtig geroerd, toch
bevat het gipsmengsel soms
luchtbellen. Deze raakt u
kwijt door op de wanden
van de emmer te kloppen of
de emmer heen en weer te
schudden.
g) Na het roeren giet u het
gips in de rna!. Let op dat er
geen luchtbellen of veront-
reinigingen in zitten.
h) Giet het gips nooit recht-
streeks op het model, om te
voorkomen dat er luchtbel-
len onder blijven zitten.
i) Giet het gips langzaam in
de mal. Als u een te grote
hoeveelheid ineens uitgiet
kunnen er luchtbellen ont-
staan. Giet het gips in een
van de hoeken, zodanig dat
het vanzelf de vorm vult en
het model bedekt, tot de
gewenste hoogte bereikt is.
Haal het gietsel pas uit de
vorm wanneer het uitge-
hard en afgekoeld is.
Afhankelijk van het soort
gips dat u gebruikt duurt
het tussen de 10 en 30 mi-
nuten voordat het mengsel
van water en gips is uitge-
hard.
Bij het uitharden geeft
het gips warmte af. Ook zet
het 1 a 4% uit, zodat de mas-
sa zich perfect naar de vorm
van het model voegt.
I
rl
I
3. Voor het aanmaken giet u het water in een emmer. Strooi her
gipspoeder er langzaam overheen, zodat het zich vermengt met het
water terwijl het naar de bodem zakt.
4. Let erop dat het gips loodreeht naar beneden zakt tot er een
klein eilandje ontstaat dat ongeveer 3 a 4 em boven het water uit-
steekt. Binnen 2 of 3 minuten lost het eilandje op. Laat de gipsmas-
sa nog 3 minuten swan, trek een rubber handsehoen aan en begin
dan te roeren. Roer altij d dezelfde kant op. Zorg dat er geen lueht
in het mengsel komt, want dan ontstaan er luehtbellen.
Drogen
Een mal kan aileen \vor<len
gebruikt als hij droog is. De
droogtijd hangt af van de
omgevingstemperatuur, de
vochtigheid van het g-ips ea
de grootte van de vorm. Eea
kleine mal droogt sllelle['
dan een grote. In een droge
ruimte kan het een paar da-
gen duren voardat het gips
helemaal droog is, maar die
tijd kan bekort worden door
de mal te verwarmen tot
50 a 60°C. Vooral ni et war-
mer, want dan droogt de mal
uit waardoor het gips bros
en dus onbruikbaar wordt.
Een ventilator versnelt het
droogproees zonder schade
aan te rich ten.
Foutjes en correcties
Als de bestanddelen niet
goed gemengd zijn, als er
versehillende soorten gips
door elkaar zijn gebruikt of
het gips voehtig, oud of
verontreinigd is, dan kun-
nen er foutjes ontstaan in
de mal.
De verhouding tussen wa-
ter en gips moet precies
goed zijn. Bij een teveel
aan water wordt de mal
zaeht en heel poreus; bij
een teveel aan gips wordt
de mal hard en is hij niet
poreus genoeg.
Kleine gaatjes in het op-
pervlak van de mal zi jn
het gevolg van luehtbel-
len die ontstaan als het
gips heel snel en van te
grote hoogte in de vonn
wordt gegoten. Door deze
porien absorbeert het gips
meer voeht en gaat de mal
minder lang mee.
Ais de gipsmassa te dik is
bij het uitgieten blijven er
sorns plekjes onbedekt bij
lut model. In dat gevaI
moet he t desbe treffende ge-
deelte van de mal 'Worden
overgedaan.
Het verschijnen va[l klei-
ne gaatj es aan de binnen-
kant van de mal wijst op
slijtage. Dit komt vooral
voor bij gietmaIlen, aange-
zien het natriumsilieaat en
het natriurnearbonaat in de
klei het gips aamasten.
Soms is het [log we! moge-
lijk om 20'[l mal te gebrui -
ken als drukmal.
Bij het maken van een
mal die uit meerdere delen
bestaat moet u erop letten
dat de wanden en de sleutels
precies op elkaar aanslui ten.
Ais u ergens een foutje ziet
gooit u dat dee! van de mal
weg en maakt u een nieuw
onderdeel. Zo voorkomt u
dat u straks aile uit die mal
afkomst ige objeeten moet
bijwerken.
Laat een mal die uit twee
of meer delen bestaat
drogen met aile delen in el-
kaar gepast, zo nodig met
een touw eromheen want
anders kunnen ze vervor-
men. Hoe groter de onder-
delen van de mal, des te
sterker ze de neiging hebben
om te vervormen.
Het is raadzaam de bui-
tenranden van de mal die
geen deel uitmaken van de
vorm af te sehuinen, zodat
ze niet barsten of afsehilfe-
ren als u per ongelllk tegen
de mal stoot.
5. Als u de mallen op een roos-
ter zet kunnen ze gelijkmatig
drogen.
6. U kunt de mallen oak op
metalen steunen zenen, zoda-
nig dat de lucht er onderdoor
kan circuleren.
,pJ
.'
Lassen van hE
object
Om te voorkomer
twee gipsoppervlak
elkaar blijven kiev,
ten ze waterdieht
worden. Doe dit m,
zeep opgelost in h
(bij voorkeur koke
teI. Gebruik 500 :
zeep op een liter w;
ze verhollding geef
delijk dikke o p l o s ~
eventlleel verder
kan worden met wa
De zeepoplossin
aangebraeht op d
van de mal en he
(als dat van gips
daarmee in aanral
men. In dit geval
zowel de mal als h,
voehtig.
Strijk de zeep uit
verfkwast of and.
kwastje, al naar ge
oppervlak dat u r
smeren. Zorg ervoo
hele oppervlak is
Het zeepsehuim (
staat veegt 1I weg
zelfde kwast, waarn
gesmeerde opper
glad en glanzend ui
Bij pas geboets,
leerharde modell
klei of een andere
sehe substantie h
oppervlak niet me
worden ingesmeen
zien het gips hier
blijft plakken. Als
del eehter al droog
het wel wordel
smeerd, zodat het I
ter onttrekt aan de
Dit ZOll namelijk :
mal als het model
besehadigen. Ais c
uitgehard, dompelt
It' mal in p.en p.mlT
{I die uit meerdere delen
staat moet u erop letten
t de wanden en de sleutels
xies op elkaar aansluiten.
S 1I ergens een foutje ziet
~ ) i t u dat deel van de mal
g en maakt u een nieuw
derdeel. Zo voorkomt 1I
: u straks aile uit die mal
omstige objecten moet •
werken.
_aat een mal die uit twee
meer delen bestaat
Igen met aile delen in el-
Ir gepast, zo nodig met
I touw eromheen want
lers kunnen ze vervor-
11. Hoe groter de onder-
~ n van de mal, des te
ker ze de neiging hebben
te vervormen.
let is raadzaam de bui-
[anden van de mal die
11 dee I uitmaken van de
.n af te schuinen, zodat
tiet barsten of afschilfe-
als 1I per ongeluk tegen
lal stoot.
Is 1I de mailen op een roos-
~ t kunnen ze gelijkmatig
~ n .
kunt de mailen ook op
len steunen zetten, zoda-
at de lucht er onderdoor
:irculeren.
Lossen van het
object
Om te voorkomen dat de
twee gipsoppervlakken aan
elkaar blijven kleven, moe-
ten ze waterdicht gemaakt
worden. Doe dit met zachte
zeep opgelost in heel heet
(bij voorkeur kokend) wa-
ter. Gebruik 500 g zachte
zeep op een liter water. De-
ze verhouding,geeft een re-
delijk dikke oplossing, die
eventueel verder verdund
kan worden met water.
De zeepoplossing wordt
aangebracht op de delen
van de mal en het model
(als dat van gips is) die
daarmee in aanraking ko-
men. In dit geval worden
zowel de mal als het model
vochtig.
Strijk de zeep uit met een
verfkwast of ander zacht
kwastje, al naar gelang het
oppervlak dat u moet in-
smeren. Zorg ervoor dat het
hele oppervlak is bedekt.
Het zeepschuim dat ont-
staat veegt u weg met de-
zelfde kwast, waarna het in-
gesmeerde oppervlak er
glad en glanzend uitziet.
Bij pas geboetseerde of
leerharde modellen van
klei of een andere kerami-
sche substantie hoeft het
oppervlak niet met zeep te
worden ingesmeerd, aange-
zien het gips hier niet aan
blijft plakken. Als het mo-
del echter al droog is, moet
het weI worden inge-
smeerd, zodat het geen wa-
ter onttrekt aan de gipsmal.
Dit zou namelijk zowel de
mal als het model kunnen
beschadigen. Als de klei is
uitgehard, dompelt u de he-
Ie mal in een em mer water
I:
tot de klei zacht is gewor-
<len. Nu klint u het droge
gietsel zo uit de mal halen.
De binnenkant van een
drukmal of een gietmal mag
nooit worden ingezeept,
want dan wordt het opper-
vlak waterdicht. Verloren
mallen daarentegen wor-
derr wel ingezeept.
Zeep (of vaseline of witte
was) voldoet prima bij rriet-
poreuze materialen (metaal,
plastic, glas enz.). Laat mo-
dellen van terracotta weken
in water voordat u er een
mal van maakt. Het water
dringt via de porien naar
binnen en verzadigt het ob-
ject. Vervolgens kunt u het
insmeren met zeep.
, Om een mal te maken
van een object dat gemaakt
is van een ander materiaal,
zoals droog gips of hout,
moet u het object eerst be-
handelen met een product
dat de porien afdicht, zoals
lak, opgelost in alcohol van
96
0
(u kunt ook methylal-
cohol nemen). Neem 125-
150 g lak op 1 liter alcohol.
Breng hiervan 5 a 6 lagen
aan en laat elke laag steeds
drogen voor u de volgende
opbrengt. Een oppervlak
dat waterdicht is gemaakt
met lak is heel glad en glan-
zend. Vervolgens smeert u
het in met zeep, volgens de
hierboven beschreven me-
thode.
7. Breng water aan de kook.
Doe de zachte zeep in een
glazen of plastic pot en zet er
een ijzeren staafje in. Giet er
dan het water bij. Het staafje
absorbeert een deel van de
hitte en voorkomt zo dat de
pot breekt, als hij van glas is,
of zacht wordt, als het om
plastic gaat. Roer het mengsel
door tot u een gelei krijgt.
Laat de massa voor gebruik
afkoelen.
8. Weeg de lak af met behulp
van een weegschaal (in dit
geval is slechts 50 g nodig,
gebruik daarom een precisie-
weegschaall. Meet de juiste
hoeveelheid alcohol (333 ccl
af in een meetbuis. Giet de
alcohol en vervolgens de lak
in een pot. Sluit de pot af en
schud hem de eerstvolgende
twee uur af en toe. Na twee
uur is de lak opgelost. Gebruik
het mengsel pas nadat u
gecontroleerd hebt of aile lak
inderdaad is opgelost. Maak de
verfkwast na gebruik schoon
met methylalcohol en daarna
met water en zeep. Bewaar het
mengsel in een afgesloten
pot om te voorkomen dat de
alcohol verdampt.
GEREEDSCHAP
Winkelhaak. Waterpas. Een
winkelhaak is een metalen,
houten of plastic werktuig
bestaande uit twee latten,
waarvan een met een cent i-
meterverdeling, die samen
een hoek van 90° vormen.
Een winkelhaak wordt ge-
bruikt om te controleren of
een object loodrecht op het
werkvlak staat, en om te
controleren of de wanden
van de bekisting om de mal
loodrecht op elkaar staan
voordat u gaat gieten.
Een waterpas wordt ge-
bruikt om te controleren of
een lijn of-vlak zuiver hori-
zontaal is, teneinde het ver-
schil tussen twee punten te
bepalen. Bij het maken van
een mal wordt de waterpas
gebruikt om de hoogte van
de bekisting te controleren
en te kijken of de wand en
zuiver verticaal staan.
Rasp. Staalborstel. Kapzaag.
Een rasp wordt gebruikt om
het oppervlak van het gips
glad te maken en ook om de
schuinen. Het blad is gerib-
beld en voorzien van gaatjes,
zodat het niet verstopt raakt
wanneer de rasp over het
gips wordt gehaald. De losse
gipsdeeltjes verdwijnen via
de gaatjes. Een rasp kan ook
gebruikt worden op vochtig
gips, maar dan raken de gaat-
jes wel verstopt. Met een
staalborstel kunt u de rasp
weer schoon krijgen.
De staalborstel wordt ge-
bruikt om vochtig gips van
de tanden van de rasp te ha-
len.
De rechthoekige kapzaag
heeft fijne tanden en een
metalen U-vormige verste-
viging langs de bovenrand.
Zoals u ziet heb ik die verwij-
derd. Dit is de meest geschik-
te zaagom
stukken
gips
van een mal te zagen,
hoewel een handzaag
ook voldoet.
Metalen lomers. Boetseer-
spatels. Boetseerspatels wor-
den voor allerlei doeleinden
gebruikt. V ~ ~ r gips verdie-
nen de metalen exemplaren
de voorkeur. Ze bestaan alle-
maal uit een ijzeren of stalen
steel met verschillend ge-
vormde uiteinden. De spate I
mes, een guts, een beitel of
een speerpunt (glad of ge-
tand). Sommige zijn buig-
zaam, andere niet.
Lomers en messen worden
gebruikt voor het gladstr ij -
ken van het oppervlak van
een mal en voor het maken
van scheidingswandjes in
klei. Ze zijn gemaakt van
dun staal en rechchoekig of
halfrond van vorm.
Mirettes. Een
wordt gebruikt voor
het uithollen van
objecten die ge-
boetseerd zijn uit
een massief blok klei,
voor modellen die ge-
maakt zijn met een verloren -
mal, en voor de achterkant
met een drukmal. Mirettes
zijn er in verschillende vor-
men en bestaan uit een hou-
ten handvat met aan de uit-
einden een stuk metaaldraad
of dun strookje metaal dat in
een bepaalde vorm is gebo-
gen. Ronde mirettes worden
gebruikt om de sleutelgaten
te maken in een mal.
Plank en met metalen
hoekijzers voor de bekis-
ting. Dit zijn stukken hout
of spaanplaat, waarvan er
altijd vier tegelijk worden
gebruikt. Aan het ene uit-
einde is er langs de boven-
rand een metalen hoekijzer
geschroefd. De afstand tus-
sen de uitstekende poot en
het uiteinde van de plank is
precies gelijk aan de dikte
van de plank, zodat de plan-
ken in elkaar passen. Voor
kleine en middelgrote mal-
len is een bekisting onmis-
baar. Breng altijd een rolle-
tje klei aan over de onder-
rand van de planken en
langs de verticale verbin-
dingslijnen. Ais de planken
breder zijn dan 20 cm moet
u er bovendien ook een
touwtje omheen binden om
te voorkomen dat het gips
de planken aan de onder-
kant uit elkaar duwt.
Klemmen. Deze bes
een rechthoekige sta
met aan het ene uitei
vaste arm en aan he'
uiteinde een verse!
arm met schroefdraa
mee worden de de
een mal op hun pi
houden. Klemmen
misbaar als verstevif
de bekisting bij eel
hoekige of vierkante
Canvas, houten latjl
roller. Het canvas w
bruikt voor het mal
de plakken en rer
voor de scheidings
en de bekisting van (
De klei plakt name
aan de stof.
De houten latjes z
verschillende dikt
worden altijd per t
bruikt en zijn on
het uitrollen v
en repen klei .
diktemete
'Iamuurmes:sen. M
,\ < .. nn,"rnnf'S is een
bestaande
f dun strookje metaal dat in
en bepaalde vorm is gebo-
en. Ronde mirettes worden
ebruikt om de sleutelgaten
: maken in een mal.
lanken met metalen
)ekijzers v ~ ~ r de bekis-
ng. Dit zi jn stukken hout
. spaanplaat, waarvan er
tijd vier tegelijk worden
bruikt. Aan het ene uit -
:Ide is er langs de boven-
nd een metalen hoekij zer
schroefd. De afstand tus-
1 de uitstekende poot en
t uiteinde van de plank is
ecies gelijk aan de dikte
n de plank, zadat de plan-
n in elkaar passen. Voor
:ine en middelgrote mal-
l is een hekisting onmis-
lr. Breng altijd een rolle-
klei aan over de onder-
,d van de planken en
gs de verticale verbin-
gslijnen. Ais de planken
der zijn dan 20 cm moet
er hovendien ook een
wtje omheen binden om
voorkomen dat het gips
planken aan de onder-
.t uit elkaar duwt.
Klemmen. Deze bestaan uit
een rechthoek(ge stalen staaf
met aan het ene uiteinde een
vaste arm en aan het andere
uiteinde een verschuifbare
arm met schroefdraad. Hier-
mee worden de delen van
een mal op hun plaats ge-
houden. Klemmen zijn on-
misbaar als versteviging van
de bekisting bij een recht-
hoekige of vierkante mal.
Canvas, houten latjes, deeg-
roller. Het canvas wordt ge-
bruikt voor het maken van
de plakken en. repen klei
voor de scheidingswandjes
en de bekisting van een mal.
De klei plakt namelijk niet
aan de stof.
De houten latjes zijn er in
verschillende diktes. Ze
worden altijd per twee ge-
bruikt en zijn onmisbaar
voor het uitrollen van plak-
ken en repen klei van een
bepaalde dikte met een deeg-
roller.
Plamuurmessen. Mes. Een
plamuurmes is een metalen
werktuig bestaande uit een
dun stalen of ijzeren blad in
de vorm van een gelijkbeni-
ge driehoek, gevat in een
houten of plastic handvat.
Het wordt gebruikt voor het
opbrengen en gladstrijken
van gips, het afschuinen van
randen en het snijden van
repen klei .
Het mes heeft een stalen
lemmet dat eindigt in een
punt en aan beide zijden is
afgeschuind. Aangezien gips
semi-hard wordt, leent een
mes zich goed voor het weg-
snijden van overtollig mate-
riaal tijdens het uitharden,
en voor het afschuinen van
randen. Een kort mes met
een sma I lemmet is het
handigst.
Handschoenen en stofmas-
l<er. Rubber handschoenen
dienen ter bescherming van
de handen bij het aanmaken
van het gips, zowel tijdem
het uitstrooien van het poe-
der ais b ij het roeren. Het
stclfmasker beschermt de
lu(hrwegen
tegen gipsstof tijdens het
aanmaken van het gips. De
professionele uitvoeringen
zijn voorzien van een lucht-
filter met actieve koolstof.
Ze dekken neus en mond zo-
danig af dat alle ingeademde
lucht door het filter komt.
De eenvoudige wegwerpuit-
voeringen zijn gemaakt van
papier en bieden beperkte
bescherming. Ze zijn niet
geschikt als bescherming te-
gen giftige stoffen.
Beitels en houten hamer.
Een beitel bestaat uit een
reep staal, rechthoekig in
doorsnede, ca. 15 cm lang,
tussen de 5 en 40 mm breed
en 5 mm dik. Het ene uit-
einde is geslepen en afge-
schuind ondereen hoek van
25-30'. Het andere uiteinde
st eekt in een houten of plas-
tic handvat. Beitels worden
gebruikt voor het openbre-
ken van verloren mallen,
het afsteken van het opper-
vlak van mallen en het ma-
ken van sleutels.
Een houten hamer heeft
een cilindervormige kop en
een steel van hardhout. De
uiteinden van de kop zijn
recht. De lengte van de ha-
mer varieert van 30 tot 40
cm; de kop meet 15 a 20
cm en heeft een doorsnede
van 12 cm. Met de hamer
slaat u op het houten handvat
van een beitel, zodat de beitel
in het gips dringt en het gips
kan worden weggekapt.
Plantenspuit. Een planten-
spui t wordt gebruikt om het
oppervlak van klei en gips te
bevochtigen, zodat het
materiaal niet te droog
wordt. Ze zijn er in diver-
se uitvoeringen, maar be-
staan in principe uit een plas-
tic, hermetisch gesloten fles
voor het water en een een-
voudige luchtverstuiver.
Het water wordt opgeza-
gen via een buis en komt
naar buiten in een nevel
van fijne druppeltjes .
Weegschaal. Wordt gebruikt
voor het afwegen van grond-
stoffen De weegschaal be-
staat uit twee even zware
schaaltjes die met elkaar in
evenwicht zijn en op een
metalen arm rusten. Op het
"",ene schaaltje komt het af te
wegen materiaal, op het an-
dere de gewichten. Ais de
schaaltjes horizantaal staan
wijst de naald van de weeg-
schaal recht omhoog.
. Een precisieweegschaal
wordt gebruikt voor het
exact afwegen van kleine
hoeveelheden, van hon-
derdste grammen tot 50 g.
Schep kleine hoeveelheden
op met een {plamuur)mes
en gebruik een pincet voor
het oppakken van heel klei-
ne gewichtjes.
THEESERVIES
H
et maken van een theeservies vergt een gecompli-
ceerd productieproces woorin diverse factoren een rol
spelen, zoals het ontwerp, de vorm, de functie enzovoort.
Zoals uit de stap-voor-staptoelichting blijkt zijn de vorm
en de oppervlaktestructuur van de objecten belangrijke
punten bij de vervoordiging van de mallen. Door de in-
gewikkelde vorm en de structuur van het oppervlak zijn er
voor de rnallen namelijk meer onderdelen nodig dan bij
andere, eenvoudiger objecten of objecten met een glad op-
pervlak. Als basis heb ik kegelvormen gebruikt, geboetseerd
uit rnassieve klei en voorzien van een oppervlaktestructuur.
Tijdens het uitharden van de objecten heb ik ze op de drooi-
schijf gezet voor het oonbrengen van de details zoals de
voet, de oonsluiting tussen de deksels en de openingen, en
de openingen zelf.
1. Hier ziet u de onderdelen die de buik van de theepot vormen.
Het filter en het deksel zijn preeies pas gemaakt. Het handvat en de
tuit zijp van massieve klei. Het deksel is op de draaisehijf voorzien
van een kege\vormige verdikking die precies in de opening van de
por past. Herzelfde geldr voor her filrer, dar ik een kegelvorm heb
gegeven door her uir een massief blok klei te draaien.
Het was niee mogelijl< om de oren ende tuitmee te gieten.
bij de mallen van de thee pot, het melkkanne tje en de thee-
kopjes. Deze onderdelen heb ik gegoten met aparte mal[en
Na het wegsnijden van de overtollige klei heb iI< ze met slifr
op hun plaats bevestigd.
De tuit en het handvat van de theepot zijn hoi gegoten;
de andere onderdelen zijn gemaakt van massieve klei. AUe
voorwerpen met oren, handvatten of een tuit moe ten lang-
zoom drogen. Dek de desbetreffende elementen eventuee[
af met plastic zodat ze niet sneller drogen dan de rest, want
dan zouden de verbindingen I<unnen barsten. Pak deze
voorwerpen tijdens het droogproces en als ze droog zijn
altijd voorzichtig beet. Til ze nooit op aan het handvat,
want dat kan het gewicht van de klei niet dragen. Pas na het
biscuitbakken kunt u ze oon het handvat optillen.
2. Dir zijn de rwee onderdelen
van de suikerpot. Met behulp
van de draaisehijf is de aan-
sluiring tussen de rwee
delen preeies pas gemaakt.
Op de foro staat ook her
melkkannerj e, mer een
3. Het kopje, met oor en
sehoteltj e. Het sehoreltje heb
ik op de draaisehijf voorzien
van een opstaande rand aan
de onderkant. Aile objecren
hebben een oppervlakre -
struetuur afkomstig van een
dikke, gekreukelde lap srof die
ik meteen na het boetseren in
de nog zaehre klei heb gedrukt.
Theefilter en schoteltje
4. Door de kegelvorm var
twee delen re besraan. Me
juiste hoogte gebraehr en
ring afgediehr. Bij het seh
een plak klei van 1 em dil
ronde uitsteekvorm waar'
van her sehorelrje. Her sc
klei gezer, in een bekisr in
van her sehore\rje heb ik
verlengde van rwee van c
als seheidswand. Hiema I
kisting die her eersre dee
aangemaakr en in de rwe
opje, met oor en
Ie. Het sehoteltje heb
draaisehijf voorzien
opstaande rand aan
-kant. Alle objeeten
:en oppervlakte -
r afkomstig van een
lap stof die
·n na het boetseren in
lehte klei heb gedrukt.
Theefilter en schoteltje
4. Door de kegelvorm van het filter hoeft de mal uit niet meer dan
twee delen te bestaan. Met vier repen klei heb ik de plankjes op de
juiste hoogte gebraeht en vervolgens heb ik de naden van de bekis-
ting afgedieht. Bij het sehoteltje was de eerste stap het uitrollen van
een plak klei van 1 em dik. Hierin heb ik een gat gemaakt met een
ronde uitsteekvorm waarvan de doorsnede 1 em groter is dan de voet
van het sehoteltje. Het sehoteltje heb ik in het midden van een plak
klei gezet, in een bekisting van stukken spaanplaat. De bovenkant
van het sehoteltje heb ik met drie lijnen in drieen verdeeld. In het
verlengde van twee van die lijnen heb ik een strook klei aangebracht
als seheidswand. Hiema heb ik de drie repen voor de be-
kisting die het eerste,deel van de mal afsluit. Toen heb ik het gips
aangemaakt en in de twee vormen gegoten.
voor het filter is klaar. Bij het
sehoteltje zijn al twee delen
klaar. Laat het eerste deel
uitharden voor u het tweede
dee I volgiet. Haal de repen
klei weg en breng een ervan
aan in het verlengde van de
derde lijn op het sehoteltje.
Smeer het raakvlak tussen de
twee maldelen in met zeep en
giet de vorm vol. Op de foro
ben ik bezig met het inzepen
van het tweede deel van de
mal :
6. Breng een strook klei aan
langs de bovenrand van het
sehoteltje. De doorsnede van
de ring moet 1 em kleiner zijn
dan de doorsnede van het
schoteltje. Hoi de sleutelgaten
uit, smeer het oppervlak in met
zeep en maak de bekisting.
Giet gips tussen de bekisting
en de ring, die straks de boven-
kant van de mal vormt . Keer
de mal voor het filter om en
zet er een cilinder van klei op;
deze heeft dezelfde funetie als
de ring op het schoteltje. Hoi
de sleutelgaten uit, smeer het
oppervlak in met zeep en dieht
de bekisting af. Maak het gips
aan en vul de vormen. De mal
voor het filter is nu helemaal
klaar; voor het sehoteltje is dit
het vierde onderdeel.
7. De mal voor het sehoteltje.
De onderkant is geopend,
ingezeept, voorzien van een
bekisting en gereed om te
worden opgevuld met gips.
Dit wordt het laatste dee I.
8. Als het gips is uitgehard
verwijdert u de klei met
behulp van een mirette.
Verwijder ook de klei van
het filter.
9 en 10. De twee volrooide,
uit elkaar genomen mallen.
De buitenranden zijn
afgesehuind.
Oren en tuit
11. De oren en de tuit voor de
diverse onderdelen van het
servies heb ik geboetseerd uit
massieve blokken klei. De
extra klei aan het uiteinde is
nodig om het element straks
op het juiste formaat te kunnen
afwerken. Bovendien fungeren
de uiteinden als gietopening
voor de klei en uitlaatopening
voor de lucht. Bij deze mallen
maak ik de bekisting van een
andeFe kleur klei, precies op
maat.
12. Vier mallen met bekisting,
gereed om vol te gieten met gips.
13. Het eerste deel van de mal is
klaar.
14. Keer de mallen om en maak
er weer een bekisting omheen,
net als de vorige keer. Hoi de
sleutelgaten uit, zeep ze in en
giet het gips in de vorm. De
mallen zijn dan klaar.
15, 16 en 17. De verschillende
mallen zijn gereed. De randen
zijn afgeschuind.
18. Helaas is de mal voor het oor
van het kopje gevallen en ge-
broken. Ik heb de breuk gelijmd
met witte houtlijm, waama ik de
stukken in een lijmklem heb
gezet tot de lijm droog is. Zo
heb ik de mal gerepareerd.
Melk.k.annetje
19. Leg het object op (
kleibedding, met een \
plastic ertussen. De on
moet een rechte hoek
met het werkvlak. Cor
dit met behulp van eel
winkelhaak.
20. De tuit van het mt
kannetje bepaalt waar
scheidslijnen komen i
mal. Schuifhet plankj
de bovenkant en begir
het vormen van de sd
wand. Aan de ene kan
de wand tot aan het m
van de tuit. De latjes z
ervoor dat de scheids'.'
horizontaal blijft.
21. Haal de latjes weg
vervang ze door een st
spaanplaat, dat een re
hoek vormt met de kl<
de sleutelgaten uit me
ronde mirette. Sluit d
bekisting en giet de v(
vol met gips.
-
Melkkannetje
19. Leg het object op een
kleibedding, met een vel
plastic ertussen. De onderkant
moet een rechte hoek vormen
met het werkvlak. Controleer
dit met behulp van een
winkelhaak.
20. De tuit van het melk-
kannetje bepaalt waar de
scheidslijnen komen in de
mal. Schuifhet plankje tegen
de bovenkant en begin met
het vormen van de scheids-
wand. Aan de ene kant komt
de wand tot aan het midden
van de tuit. De latjes zargen
ervoor dat de scheidswand
horizantaal blijft.
21. Haal de latjes weg en
vervang ze door eenstuk
spaanplaat, dat een rechte
hoek vormt met de klei. Hoi
de sleutelgaten uit met een
ronde mirette. Sluit de
bekisting en giet de vorm
vol met gips.
-
I
22. Het eerste deel van de mal
is klaar, het tweede deel is voor-
zien van sleutelgaten en gereed
voor het gieten. De bekisting is
gesloten en wordt op zijn plaats
gehouden door vier klemmen.
Voordat u de mal sluit brengt u
zeep aan op de gipsvlakken die
in aanraking komen met het
gips waarmee dit gedeelte
wordt gevuld.
23. T wee delen van de mal zij n
al klaar. Het derde deel is het
makkelijkst, omdat u hier alleen
het oppervlak hoeft in te zepen
waama u de bekisting aan-
brengt. Ik heb twee vierkantjes
afgetekend op de klei om aan te
geven waar het hand vat moet
komen. Na het gieten kan ik
het hand vat dan za op de goede
plaats bevestigen.
24. Als deze drie onderdelen
klaar zijn zet u de mal rechtop
om de bovenkant te maken.
Vorm eerst een cilinder van
klei met een verlengstuk voor de
tuit. Houd rondom het bovenste
deel van het kannetje een marge
aan van 5 mm. Hoi de sleutel-
gaten uit, smeer het oppervlak
in met zeep, dicht de bekisting
af en giet de vorm vol met gips.
Wanneer dit vierde onderdeel is
uitgehard, keen u de mal om za-
dat u de onderkant kunt maken.
Hoi de sleutelgaten uit en breng
een bekisting aan. Dit is het
laatste onderdeel van de mal.
. ' .
Theekopje
26. Leg het object op een
kleibedding, met een vel
plastic ertussen, en controleer
met behulp van een winke!-
haak en een lomer of de
uiteinden een rechte hoek
vormen met het werkvlak.
27. Schuif een plankje tegen
de bovenkant, als onderdeel van
de bekisting. Brengde linker-
scheidswand aan en daama de
rechter. Bouw de wanden op
met kleine plukjes klei en volg
daarbij de vorm van het kopje.
28. Strijk de scheidswanden
glad, hoi de sleutelgaten uit en
sluit dit gedeelte af met een
plankje dat u met een klem
vastmaakt aan het eerste plank-
je. Op de foto ziet u de bekisting
voordat de voorkant met een
plankje is afgesloten.
29. Breng dit plankje op zijn
plaats zadat de bekisting kan
worden afgedicht en bevestig
het met twee klemmen aan de
andere plankjes. Giet het gips
in de vorm tot de klei van de
scheidswand is bedekt.

30. Als het eerste dee! is uitge-
hard, legt u het op het werkv lak.
Vorm de tweede scheidswand
en maak ook hier sleutelgaten
in. Smeer het gips in met zeep,
evenals de stukken spaanplaat.
Bouw de bekisting weer op en
vul de vorm met gips voor het
tweede dee I van de mal.
31. Voordat u het derde dee!
giet haalt u de klei van de
scheidswanden weg. Smeer het
gips in met zeep. de bekis-
ting en giet het gips in de vorm.
32. De voet is het makkelijkst.
Hier hoeft u aileen sleute!gaten
aan te brengen, het oppervlak
in te zepen en de bekisting te
sluiten. Houd de plankjes op
hun plaats met twee klemmen.
33. Maak het bovenste dee! op
de manier zaals beschreven bij
stap 24. Als dit dee! klaar is en
aile randen zijn afgeschuind,
"
Deksel voor de suike
34. Rol een plak klei
15 mm dik en steek et
uit het midden. De de
moet iets groter zijn d
middensruk van her d
zodar het in model bli
her in de kleivmm lep
35. Leg het deksel op
ondergrond van klei.
van dezelfde klei een I
2 X 2 em en verdeel d
drie stukken vom de s
wanden van het deks.
de sleutelgaten uit mt
mirette. Maak van ph
een bekisting en houl
die met klei op hun
plaats. Duw de
scheidswanden met
een plamuurmes tegel
de zijranden van het
deksel en gier het een
vak vol met gips.
36. Haal een van de
scheidswanden weg e'
het gips in met zeep. I
het plankje weer op zi
en vul het tweede yak
gi ps. Maak het derde ,
de mal op dezelfde
37. De drie delen van
mal, ingesmeerd met:
voorzien van sleutelg,
Breng een bekisting a
giet de vorm vol mer!
voor de bovenkant va
deksel.
~ t eerste deel is uitge-
u het Ol' het werkvlak.
weede scheidswand
,ok hier sleutelgaten
het gil's in met zeel',
~ stukken sl'aanplaat.
)ekisting weer ol' en
"In met gil's voor het
,el van de mal.
lat u het derde deel
u de klei van de
mden weg. Smeer het
~ t zeel'. Sluit de bekis-
et het gil's in de vorm.
let is het makkelijkst.
:t u aileen sleutelgaten
~ n g e n , het opperv lak
n en de bekisting te
loud de l'lankjes Ol'
:s met twee klemmen.
( het bovenste deel Ol'
r zoals beschreven bij
\ls dit deel klaar is en
Deksel voor de suikerpot
34. Rol een plak klei uit van
15 mm dik en steek een rondje
uit het midden. De doorsnede
moet iets groter zijn dan het
middenstuk van het debel,
zodat het in model blijft als u
het in de kleivorm legt.
35. Leg het deksel op deze
ondergrond van klei. Snijd
van dezelfde klei een reep van
2 X 2 cm en verdeel die in
drie stukken voor de scheids-
wand en van het debel. Hoi
de sleutelgaten uit met een
mirette. Maak van plankjes
een bekisting en houd
die met klei Ol' hun
l'laats. Duw de
scheidswanden met
een l'lamuurmes tegen
de zijranden van het
debel en giet het eerste
vak vol met gil's.
36. Haal een van de
scheidswanden weg en smeer
het gips in met zeep. Breng
het plankje weer Ol' zijn plaats
en vul het tweede vak op met
gips. Maak het derde dee! van
de mal op dezelfde manier.
37. De drie de!en van de
mal, ingesmeerd met zeep en
voorzien van sleutelgaten.
Breng een bekisting aan en
giet de vorm vol met gips
voor de bovenkant van het
38. Keer de mal nu om en haal
de ondergrond van klei weg.
Zet op het middenstuk van het
debe I een cilinder van klei met
een doorsnede die 8 mm kleiner
is dan het debel. Zeep het
oppervlak in en vul de vorm
met gips. De mal is nu klaar.
39. De verschillende onder-
delen. Breng aile delen op hun
l'laats en laat de mal zo drogen.
I ttt.t.::>t.KV It.::> )1
Suikerpot
40. De mal van de suikerpot
wordt op dezelfde manier
gemaakt als die van her melk-
kannetje en het rheekopje. Leg
her model in een kleibedding,
afgedekr mer een vel plastic,
en controleer of de boven- en
onderkant een rechre hoek
vormen met het werkvlak. Zer
een plankje tegen de boven-
kant en vorm de scheidswand.
Strijk de klei glad met een
plamuurmes; twee latjes funge-
ren daarbij als geleide. Maak
het andere dee I van de scheids-
wand op dezelfde manier. Hoi
de sleutelgaten uit, maak de be-
kisting en vul de vorm met gips.
41. Her eerste dee! van de mal
is al klaar. Her rweede dee! is
voorzien van een scheidswand
en een bekisring. De twee
plankjes worden op hun plaats
gehouden door een klem.
De voorkant kan zo worden
afgesloten met een plankje.
42. De mal gezien vanaf Je
andere kant. Twee delen zijn
al klaar. Smeer deze Jelen in
met zeep, breng de bekisring
weer aan en giet de vorm vol
met gips voor het laatste Jeel
van de suikerpot.
43. Voor de onderkant holt u de
sleutelgaten uit en smeert u her
oppervlak van het gips in mer
zeep. Breng een bekisring aan.
Teken aan de binnenkant van
de bekisting een lijn af op 3 cm
vanaf de bodem; zo hoog moet
dit deel van de mal worden.
44. Als het gips is uitgehard
keert 1I de mal om. Zet een cilin-
Jer van klei in de opening van
de suikerpot. De klei moet over-
al precies aansluiren, zodat de
opening voor het deksel bewaard
blijft in de mal. Hoi de slellte!-
gaten uit, smeer het oppervlak
in met zeep, breng een bekisting
aan, maak het gips aan en giet
het in de vonn tot de hoogte van
de cilinder. De mal is nu klaar.
ste dee! van de mal
let tweede dee! is
n een scheidswand
sting. De twee
,rden up hun plaats
ooreen klem.
,t kan zo worden
net een plankje.
gezien vanaf de
t. Twee delen zijn
leer deze de!en in
reng de hekisting
I giet de vnrm vol
or het Iaatste dee!
erpot.
! onderkant holt u de
.1 uit en smeert u het
Ian het gips in met
: een bekisting aan.
de hinnenkant van
g een lijn af op 3 cm
lLlem; zo hoog moet
1 de mal worden.
. gips is uitgehard
nal om. Zet een cilin-
i in de opening van
,to De klei moet over-
ansluiten, zodat de
'or het deksel bewaard
mal. Hoi de sleutel-
meer het oppervlak
" hreng een bekisting
het gips aan en giet
nnn Tnt r1f' hnnatp v ~ n
THEESERVIES / 53
Deksel voor de theepot
46. Rol eerst een plak klei uit
van 3 cm dik. Snijd er een vier-
kant van en haal de overtollige
klei weg. Steek een rondje uit
het midden en leg hier het
dekse! op, met het middenstuk
in het rondje.
47. Snijd een reep klei in drie
stukken en leg die za op de
kleiplaat dat er drie vakken
ontstaan. Teken de uiteinden
af met een winke!haak en
snijd ze bij.
48. Maak de sleute!gaten in de
vakken. Breng een bekisting
aan en vul de vakken met gips,
zander de bovenkant van het
dekse! te bedekken.
49. Laat het gips uitharden en
haal een van de scheidswandjes
weg. Smeer het gips in met zeep.
Breng de bekisting weer aan
en vul het tweede yak met gips.
Maak het derde dee! en de
bovenkant op dezelfde manier,
net als bij het dekse! van de
suikerpot.
50. Zet op het middenstuk van
het deksel een treehter van klei
met een doorsnede die 8 mm
kleiner is dan het deksel. Smeer
het oppervlak in met zeep, dicht
de bekisting af en giet de vorm
vol met gips. De mal is nu klaar.
Theepot
52. Deze mal kan in principe op
dezelfde manier gemaakt worden
als de andere kegelvormige on-
derdelen van het servies, maar ik
laat hier een andere werkwijze
zien, waarhij de mal in een verti-
cale positie wordt gemaakt. Snijd
uit een plak klei twee rondjes en
schuin de randen zo af dat ze pre-
cies op de onder- en hovenkant
van de pot passen. Rol een plak
klei uit en snijd hier vier hrede
repen van als scheidswanden.
Vanwege de vorm van de thee-
pot moet de mal namelijk uit vier
delen bestaan. Op de foro ziet u
hoe een van de scheidswanden,
voorzien van sleutelgaten, op
maat wordt gemaakt voor de
buik van de theepot.
53. Als de scheidswanden op
hun plaats zitten kan ik de vorm
in twee keer opvullen. Let op de
kleine driehoekjes die de scheids-
wanden op hun plaats houden.
Bouw nu de hekisting op.
54. Vul de eerste twee vakken
met een laag gips. Zorg dat het
oppervlak van het model en
de scheidswanden bedekt is.
Strijk het gips voordat het is
uitgehard met een plamuur-
mes uit over de aansluiting
tussen de scheidswanden en
de bekisting, ter versteviging.
Laat het gips uitharden en
afkoelen, en vul de vakken
verder op. -
55. De twee opgevulde
vakken na het openen van
de hekisting.
56. Egaliseer de bovenkant
van de mal met een rasp en
snijd de randen bij langs een
winkelhaak.
57. Smeer het oppervlak in
met zeep en zet de bekisting
weer in elkaar. Hier ziet u de
mal v<lor her a:mhren£!en van
58. Als de hekisti
plaats zit haalt u (
het opperv lak Val
delen die de huik
thee pot bedekker
59. Maak met bel
ronde mirette slel
deze onderdelen.
60. Haal het schi
de bovenkant var
af en zet een cilin
in de opening var
De cilinder moet
sluiten. Smeer he
zeep, hreng een h,
en giet de vonn v-
Als dit deel klaar
mal am. Haal het
de onderkant en J
hele procedure (s
zeep, gips) . De m:
61. De mal uit ell
men, glad afgewe
afgeschuinde ran,
deel onder op de j
rechthoekje dat a
de tuit moet kom
vierkantjes op he
recht daarhoven,
waar de uiteinder
handvat moe ten
62. Aile mallen (
zijn voor het mak
theeservies.
erste twee vakken
~ gips. Zorg dar her
an her model en
emden hedekr is.
ps voordar her is
er een plamuur-
. de aansluiring
heidswanden en
:, rer versreviging.
s uirharden en
I vul de vakken
: opgevulde
ler openen van
~ .
~ r de hovenkanr
mer een rasp en
den hij langs een
:let oppervlak in
l zet de hekisting
lar. Hier ziet u de
, J
"",l ,,,:0'"
58. Als de bekisting op zij n
plaats zit haalt u een rasp over
het oppervlak van de vier
delen die de buik van de
theepot bedekken.
59. Maak met behulp van een
ronde mirette sleutelgaten in
deze onderdelen.
60. Haal het schijfje klei van
de bovenkant van het model
af en zet een ,cilinder van klei
in de opening van de theepot.
De cilinder moet precies aan-
sluiten. Smeer het gips in met
zeep, breng een bekisting aan
en giet de vorm vol met gips.
Als dit deel klaar is keert u de
mal am. Haal het schijfje van
de onderkant en herhaal de
hele procedure (sleutelgaten,
zeep, gips). De mal is nu klaar.
61. De mal uit elkaar geno-
men, glad afgewerkt en met
afgeschuinde randen. Op het
dee! onder op de foro ziet u een
rechthoekje dat aangeeft waar
de wit moet komen. De twee
vierkantjes op het derde deel,
recht daarboven, geven aan
waar de uiteinden van het
handvat moe ten komen.
62. Alle mallen die benodigd
zijn voor het maken van een
theeservies.
63. Voordat u de mallen volgiet zet 1I voor elk een opvangbak klaar,
waar 1I de mal 01' kunt zetten om uit te lekken. VlIl de eerste vier
mallen. VlIl de gietklei steeds bij tot de wand de jlliste dikte heeft .
Zet de mal dan onderst eboven 01' de opvangbak en giet de andere
mallen vol.
64. Het uitlekken van de mallen. lntussen heb ik de mallen vnor de
tuit en de handvatten gevuld. De mallen voor de tuit en het hand-
vat van de theepot giet ik vervolgens leeg; die voor de andere hand-
vatten blij ven gevuld met klei.
65. De gegoten onderdelen.
66. Het kopje en het schoteltj e na het openen van de mal.
"'.
. ~
.J
Vt. ,," VUlUc1 lUlICl
het onderste deel
haalt sn ij dt u de 0
klei langs de rand
boetseerspatel.
68, 69 en 70. He
van het oor aan h
Nadat 1I lOWe! he
het oor lIi t de mal
haa ld , snijdt u de
klei weg met een
spat e!. Kras de pI.
het handvat moe'
bevestigd in met '
naa ld en doe hetz
de uiteinden van
Zo heeft de klei n
Smeer de vlakker
en bevestig het 0'
kopj e. Om zeker I
het oor goed vast
het raakvlak rom
Leg een rolletj e k
snede en drllk d i t
een plamllurmes.
Doe hetzelfde me
theepot en het m
Als u het handva
theepot hebe bey
maakt u met een
een ventil atiegaa
onderkant. Het l ~
immers hoI. Maa
een opening in d,
de theepot , op de
de tui t moet kom
raakvlakken in eJ
in met slip. Beve:
en srrijk de naad
een rolletje kl ei.
voorkomen dat d
lam 1I hem t ij den
01' een stll k spon:
spons wordt S21m
terwijl de kl ei dn
hij 01' zijn plaats
theepot.gereed is
t e bewerken. Ma
gaatj e in het dek.
t hee pot, om con,
waterdamp te vo
en llrvangbak klaar,
l ui de eerste vier
jlliste dikte heeft.
, en giet de andere
ik de mallen Vl10r de
e wit en het hand-
oor de andere hand-
/an de maL
67. Voordat u het voorwerp uit
het onderste deel van de mal
haalt snijdt 1I de overtollige
klei langs de rand weg met een
boetseerspateL
68,69 en 70. Het bevestigen
van het oar aan het kopje.
Nadat u zowel het kopje als
het oor uit de mal hebt ge-
haald, snijdt u de overtollige
klei weg met een boetseer-
spateL Kras de p)aats waar
het handvat moet worden
bevestigd in met een snij-
naald en doe hetzelfde met
de lIiteinden van het handvat.
Zo heeft de klei meer houvast.
Smeer de vlakken in met slip
en bevestig het oar aan het
kopje. Om zeker te zijn dat
het oor goed vastzit snijdt u
het raakvlak rondom in.
Leg een rolletje klei in de
snede en druk dit aan met
een plamuurmes.
Doe hetzelfde met de
theepot en het melkkannetje.
Als u het hand vat aan de
theepot hebt bevestigd,
maakt u met een snijnaald
een ventilatiegaatje in de
onderkant. Het handvat is
immers hoL Maak vervolgens
een opening in de buik van
de theepot , op de plaats waar
de tuit moet kamen, Kras de
raakvlakken in en smeer ze
in met slip, Bevestig de tuit
en strijk de naad glad met
een rolletje klei. Om te
voorkomen dat de tuit inzakt
laat u hem tijdens het drogen
op een stllk spons rusten, De
spans wordt samengedrukt
terwijl de klei droogt, zodat
hij op zijn plaats blijft tot de
theepot .gereed is om verder
te bewerken, Maak ook een
gaatje in het deksel van de
theepot , om condensatie van
waterdamp te voorkomen.
TheeSCTtlies. 1999,
Tht=epot met deksel: diepte 15 em,
hoogte 22 em, dnorsnede Il,S em.
Filter: hoogte 7,5 em,
doorsneJe 7,5 em.
Melkkannetje: diepte 10 em,
hoogre 11 em, doorsnede 7 em.
Suikerpot mer debel: hongte 11 em,
doorsneJe 9 em,
Theekopje: diepte 6,5 em, hoogte 9 em,
doorsnede 7,5 em.
Schoteltje: hoogte 2.7 em,
doorsnede 11 em.
-
71. Leg aile onderde len op
een rooster am te drogen en
dek ze af met een kartonnen
doos. Or die manier drogen ze
heellangzaam. HOlld voor her
biscuitbakken van dit thee-
servies een temperatuur van
lOOO·Caan.
72. Het rheeservies na het
glazuren.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful