You are on page 1of 14

1

Mat. 5, 13-20 – preek – VB – 10-11-2013
Hoe hoog legt Hij de lat?| Doopdienst

2

Kirsten Powers
De afgelopen week was Kirsten Powers in het christelijke nieuws. Ze schreef een artikel voor ChristianityToday, een groot christelijk tijdschrift in de VS. Afgelopen vrijdag verscheen de vertaling van dat verhaal in het ND. Powers is niet de eerste en de beste, maar een invloedrijke columnist en politiek commentator. Actief in de Democratische Partij, werkte ze van 19921998 voor de regering Clinton in het Witte Huis. De bijzonderheid is dat ze opgroeide in een kerkelijke gemeente maar pas zes jaar geleden (2007) tot geloof kwam. In de tussentijd is ze vanaf haar twintigste nog een hele tijd athëist en agnost geweest. Hoe kan dat een gedoopt kind overkomen? Het draagt immers net als deze baby’s zulke grote beloften met zich mee?

Ze zegt daar zelf over: Ik leende het (mijn geloof) van mijn vader, een archeoloog, die zo briljant was dat hij zichzelf Russisch leerde; hij kon het spreken en lezen. Als ik aan het twijfelen werd gebracht, dacht ze: ‘als hij het kon geloven dan kan ik het ook.’ Zo kwam ze haar middelbare schooltijd door, maar toen ze ging studeren was dit geleende geloof niet genoeg. En toen haar vader in die tijd zijn eigen twijfels aan haar liet merken, zakte haar geloof helemaal weg. Het was te klein en te zwak om dat aan te kunnen. Ze werd in tegendeel anti-christelijk. Wat mij aan dit verhaal opviel was hoe belangrijk dat geloof van haar vader voor haar zelf was. Dat hield haar nog vast Met andere woorden: het voorbeeld van het geloof van ouders en hun lidmaatschap van een kerk is heel belangrijk voor het geloof van hun kinderen. Het is de weg waarlangs veel kinderen tot geloof komen. De belofte die jullie, doopouders, zonet gedaan hebben: een voorbeeld voor jullie kinderen te zijn gáát nogal ergens over, zo blijkt uit dit verhaal van Powers en uit vele andere. Als jullie dat geloof niet voorleven kan dat je kind

3

hun geloof kosten. En als kinderen hun ouders niet respecteren, kan dat hun het geloof kosten (vijfde gebod). Zo, wat een invloed, kun je hebben en wat wat een invloed kun je missen!

4

Geloofsopvoeding
De opvoeding die je aan je kind kunt geven is dus heel belangrijk! Wat is het doel dat je voor ogen heb bij die geloofsopvoeding? || Dat ze trouw kerklid worden, dat ze goede christenen worden (wat zijn dat eigenlijk ‘goede christenen?’) Dat ze in de hemel komen? Wat is het doel? Wat wil de Heer Jezus eigenlijk? Nou dat staat in het gedeelte dat we zonet gelezen hebben. Beste doopouders jullie moeten jullie kinderen opvoeden tot het ‘zout van de aarde’ en tot het ‘licht van de wereld’ (13-14). Zo!… ja dat is nog al wat. Wat betekent het eigenlijk? ‘Zout’ = (deze vergelijking komt uit de tijd vóór de koelkasten, vrieskisten en conserverende E-nummers) is hét conserveringsmiddel van die tijd. ‘ Zoutzijn’, is dus bederfwerend. Juist van christenen mag je verwachten dat ze in

actie komen om het onrecht in deze wereld te voorkomen en om het tegen te gaan. Even eerder zegt de Heer Jezus: Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. (Mat 5:6 NBV). Anders gezegd: als het er smakeloos aan toe gaat in onze samenleving verwacht je dat christenen de smaakmakers zijn. Méér dan dat jullie kinderen moeten óók ‘licht van de wereld’ worden. Naast het negatief werende ook positief richtingwijzende. Zoiets als de vuurtoren, op de sheet van hierboven. Lichtpunten, oriëntatiepunten, waar anderen zich op kunnen richten voor de koers in hun leven. Zoals schepen zich naar het licht van de vuurtorens kunnen richten. En het is niet vrijblijvend. ‘het zou wel mooi zijn als!’ Nee, als je geen zout bent en jullie kinderen het niet worden, dienen ze nergens meer voor dan om weggegooid te worden (13). Dan is je christelijke opvoeding mislukt. Nou, dat is een heftige boodschap!

5

Wat het niet betekent
Als je hier als niet-christen bent meegekomen om de doop te zien, heb ik je vast in al je vooroordelen over christenen bevestigd. ‘Zie je wel, het is zoals ik al dacht, jullie christenen voelen jullie beter dan alle andere mensen.’ En als doopouders zit je hier misschien ook verbijsterd naar te luisteren. Heb ik dát beloofd, had je vóór die tijd ook wel eens mogen zeggen. Wat denk je wel wat wij eigenlijk kunnen? Wij zijn maar heel gewone gelovigen hoor! Beste mensen zo is het niet: christenen zijn niet beter dan andere mensen. Maar onze Heer Jezus is dat wel. Hij is het licht van de wereld en het zout van de aarde. Hij hééft dat al waargemaakt en je mag verwachten dat ieder die Hem volgt ook in die richting gaat. Een christen die Jezus volgt zet zichzelf niet op de voorgrond. ‘Kijk mij eens!’ maar haar Heer. ‘Kijk Hem eens’ Als christen is het je levensdoel om de aandacht van je medemensen naar de goedheid van je Vader en de grootheid van je Heer toe trekken. En iedereen een idee te geven van de bedoeling die zij met deze wereld en met de mensen en dieren daarop leven

6

hebben. En dat doe je door goed te zijn in het spoor van de Vader, de Zoon en de Geest. En ‘goed’= zoals het in Gods geboden staat. Beste doopouders. Inderdaad dit is een hoog opvoedingsdoel, ik kan de lat niet lager leggen. Omdat het de Heer Jezus zelf is die Hem zo hoog legt. De geboden blijken tot in de punten en komma’s van kracht te blijven. De Heer Jezus brengt Hem zelf tot vervulling, d.w.z. voert de geboden tot in het kleinste details uit zoals God die altijd al bedoelde. Zijn liefde voor God en zijn liefde voor mensen kent geen gebrek. Maar Hij voert de geboden niet alleen in plaats van ons uit, maar ook als eerste van ons. Met een variant op het bekende spotje van de NCOI legt Hij de lat hoog, voor zichzelf en voor zijn volgelingen: ‘Jullie rechtvaardigheid moet meer zijn dan die van de Farizeeën’(20)’ Dat zegt wat. De Farizeeën komen er in onze bijbelverhalen nog wel eens slecht af, maar weet wel dat er als het om de geboden ging er geen nauwgezetter mensen waren dan de zij. Zij gaven zelfs tienden van hun tafelkruiden. Dat zei iets over hoe ze met de rest van geboden omgingen. ‘Jullie moeten (nog) rechtvaardiger zijn dan zij’ , zegt

7

onze Heer. Ja even verderop in dit hoofdstuk zegt Hij: ‘Wees volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is’ (48) Juist…, dan ligt de lat hoog.

8

Hoe?
Hoe gaan we dat waarmaken? Zoals ik net zei: Hij –Jezus- heeft zelf de weg gebaand en is de eerste mens geweest die de wet van God waargemaakt heeft. De Heer wil ons –in zijn spoor- die gehoorzaamheid ook in handen geven. Zijn Vader heeft Hem beloond met het gezag over deze wereld. In die krachten wil Hij ons laten delen via zijn Geest. Vergelijk het maar met een bank die ons tegen 0% rente een lening geeft. Een enorm kapitaal tegen heel gunstige voorwaarden. We hoeven het alleen maar te investeren. Nou succes gegarandeerd als je maar investeert, maar dan moet je dat ook wèl doen. Anders komt er niets van je onderneming terecht.

Zo staat de Heer Jezus klaar met het kapitaal voor een nieuw leven. Hij verlost je van het kwaad en de zonde én brengt een heel nieuw leven binnen onze mogelijkheden. Door zijn Geest wil Hij ons: geloof, vrucht (liefde, vrede, zachtmoedigheid…) en gaven geven. Door zijn Geest wil Hij wil ons ondersteunen en begeleiden en zelf voor ons bidden. Je ziet dat hele kapitaal in de doop terug: verlossing van zonden, en een nieuw leven door de Geest. Er is maar één ding dat we zelf moeten doen en dat is het van de Heer aannemen en investeren. De Heer heeft álles voor ons gedragen, Hij wil ons ook álles geven, maar er is één ding dat Hij niet van ons overneemt: onze eigen verantwoordelijkheid. In het Oude Testament vroeg Hij van zijn volk Israël een licht voor de wereld te zijn door de richtlijnen van de Heer na te leven met ´hart en ziel en volledige inzet´(6,5), lees Deut, 6 er maar op na. En hij bond hun op het hart: ‘leer jullie kinderen dat ook te doen’ (6,7) Ja, slijp het er in door het steeds te herhalen, zoals je met een vlijmscherpe etsnaald een gravure maakt,

9

De geboden worden op deze manier een afdruk in het wezen van je kind (Hoe belangrijk is dus dat je voorbeeld voor hen bent!) Net zoals in het spotje van de NCOI legt Hij de lat hoog, maar Hij levert ook zelf de stok waarmee je over die lat kunt springen. Beter: Hij ïs zelf die stok waarmee je over die lat kunt springen. In onze praktijk is dat nog niet zo simpel Eigenlijk zou het heel eenvoudig zijn als wij maar overtuigd waren. Maar ons gebrek aan overtuiging (aan geloof) zit ons nog al eens in de weg. Zo raken we in tweestrijd. En dus komt er veel minder van onze opvoeding terecht dan eigenlijk zou kunnen. We hebben steun nodig, van de Heer en van elkaar.

10

Amateurs
Wij gedragen ons nog zo vaak als amateurs. En dat geeft niets, als het om hobbies gaat. Die doe je er ook bij. Amateurvoetbal kan heel leuk zijn, maar – eerlijk is eerlijk- hoe fanatiek je ook kunt zijn, er hangt niet alles van af. Als je niet meer zou kunnen voetballen overleef je het toch wel.

Maar ‘zout en licht’ zijn en je kinderen ook zo opvoeden. Ja, dat is veruit de belangrijkste opdracht die we ons leven kunnen krijgen. Daar hangt onze toekomst, die van onze kinderen en die van heel wat medemensen vanaf. En dat vraagt al onze aandacht, dat kun je er niet even bijdoen in je vrije tijd. En soms denk ik dat we het wel zo aanpakken, ons leven als christen, persoonlijk en samen. Dat willen we het er dan toch bij doen. En dat kan nu eigenlijk helemaal niet meer, want het komt er met de geloofsopvoeding nog meer op aan dan vroeger. Onze leefwereld is grondig veranderd. Onze grootouders groeiden op in de wereld van de radio (nou ja, mijn grootouders dan). Een kleine, nog redelijk besloten, wereld. Thuis leerde je hoe het hoorde en je ging vooral om met mensen die er net zo over dachten als je ouders. Wat je thuis leerde zag je dus ook bij de anderen terug. Je wereld was een dorp en alleen via de radio hoorde je soms wat anders. Wij groeiden op in de wereld van de TV. Wij zagen ook veel van ons land en van de wereld. En al woonden we nog in ons vertrouwde omgeving en

11

kwamen we nog best veel gelijkgezinden in ons dorp en in de kerk tegen. We hoorden ook van allerlei andere opvattingen, levensstijlen en modes en heel wat onder ons zijn door flink door beïnvloed. De meesten van ons droegen spijkerbroeken, lang haar en wijde pijpen, zoals iedereen. En dat is alleen nog maar het uiterlijk… Sommigen veranderde ook het innerlijk: zij zijn, net als Kirsten Powers, uit de kerk verdwenen. Onze kinderen leven in de wereld van de smartphone. Zij hebben overal en altijd de wereld in hun zak. Ze kunnen overal en altijd –zelfs tijdens de kerkdienst- alles zien. Andere levensstijlen, andere opvattingen, andere levensdoelen, andere religies, andere modes. Zij zien het allemaal en midden in een niet zo heel christelijke samenleving als de onze moeten zij tot christenen opgroeien. Hoe gaan wij hen daar bij helpen? Door er in onze vrije tijd een christelijk sausje over heen te gieten, dat gaat niet werken! Daarvoor zijn de andere invloeden veel te sterk geworden!

12

Hoe voeden we deze generatie op tot zout en licht van de wereld?’ Ik ben er van overtuigd dat we persoonlijk en samen als gemeente meer dan ooit eerder in hun geloofsopvoeding moeten investeren. Niet wat losse voorlichting in de avonduurtjes door catecheten en clubleiders, maar een heel bewuste opleiding tot dicipelschap. Echt samen met ze optrekken in hun geloofsleven. Zoals Jezus zijn discipelen opleidde! Hier is veel over te zeggen, veel meer dan ik in deze preek kwijt kan. Laat ik nog eens samenvatten: We zijn vanmiddag bemoedigd in de doop: de Heer heeft alles voor ons en onze kinderen gegeven We zijn vanmiddag opnieuw gewezen op ons kapitaal: de Heer wil ons alles geven voor een nieuw leven. Onze armoede vult Hij aan met zijn rijkdom.

13

Maar we worden vanmiddag ook opnieuw opgeroepen en aangespoord: willen wij aannemen wat de Heer ons wil geven. Willen we in ons nieuwe leven en dat van onze kinderen investeren? Willen we het doel bereiken die Hij voor ons mogelijk heeft gemaakt: zout en licht te zijn in een soms smakeloze en donkere wereld? Ik denk dat we samen meer moeten doen dan we nu doen, Vooral meer sámen doen. Onze tijd vraagt daarom. En dat kan ook, want de Heer heeft ons veel gegeven. Hoe hoog leg jij de lat? Amen

14