You are on page 1of 1

30 december 2013, pag.

14

tegast

Welvaart draagt bij aan vergroening

Spitsbergen is afgeladen met ijsberen.

I

n een ingezonden stuk van Adrienne Jonker (LC 24 december) wordt de stelling betrokken dat ‘economie de ecologie kapot maakt’. Onder verwijzing naar ‘verwoestijning’ komt ook de aarde die wij achterlaten voor volgende generaties voorbij. Tijd voor een paar feiten. Vanaf 1982 (start van de metingen) is 20,5 procent van het land groener geworden en slechts 3 procent ‘bruiner’. Een klein deel daarvan zijn landbouwgronden die met behulp van kunstmest veredeld zijn, een ander klein deel is de aanplant van bossen in Canada en Europa. Het grootste deel van de geconstateerde vergroening vindt plaats in de Amazone en Afrika (de Sahel). Dat komt door toegenomen regenval, maar vooral door de toename van CO2 in de atmosfeer. Daarbij aantekenend dat die toename van CO2 niet noodzakelijkerwijze uitsluitend de verbranding van fossiele brandstoffen als oorzaak heeft – waarschijnlijk zelfs niet. Logischerwijze een onwelkome conclusie voor klimaatalarmisten et al, maar hij wordt er niet anders van. Ondanks een verdubbeling van de wereldbevolking worden we gemiddeld gezonder en gezond ouder. Per hoofd van de wereldbevolking is de beschikbare hoeveelheid voedsel met 25 procent toegenomen. Terwijl het landbouwareaal om de wereld te voeden sinds 1960 met 65 procent is afgenomen. Dat is mogelijk geworden

door technologische vooruitgang en daarmee intensieve landbouw (onder andere kunstmest). Zonder die innovatie zouden we 82 procent van de aarde moeten inzetten als landbouwgrond (nu 38 procent). De jaarlijks – rond augustus - terugkerende frase dat de aarde op is, wordt niet door de feiten gedragen. Het Amazonewoud kon juist behouden worden door de inzet van fossiele energiebronnen en daarmee de introductie van intensieve landbouw. Daar waar het inkomen per hoofd van de bevolking boven de €3.000 per jaar uitkomt, zien we een teruggave van landbouwgrond aan de natuur. Het gaat dan ook uitstekend met de biodiversiteit – het aantal species wat door menselijke inmenging is uitgestorven sinds 1500 bedraagt negen (eilanden en sub-species niet meegeteld). Het aantal gorilla’s is in de laatste twintig jaar verviervoudigd, absoluut ook mede met dank aan natuurbehoud. Spitsbergen is afgeladen met ijsberen, dertig jaar terug was er niet één. Walvissen idem. Het gegeven dat we geen walvisolie meer gebruiken om de lamp aan te steken, zal daar zeker een bijdrage aan hebben geleverd. Economische ontwikkeling – welvaart – is dus een deel van de oplossing en niet van het probleem. Met de roep om kleinschalige (stads-) landbouw gaan we de wereld niet voeden. Integendeel. GERT-JAAP VAN ULZEN Leeuwarden