Platform voor de InformatieSamenleving

Roadmap: Vertrouwen in de Informatiesamenleving

Colofon
Dit is een uitgave van ECP-EPN, Platform voor de informatiesamenleving. Deze rapportage is tot stand gekomen dankzij een bijdrage van het ministerie van Economische Zaken. Teksten mr. dr. Bart W. Schermer mr. Rachel Marbus Ontwerp omslag en binnenwerk Studiotekst BV, Culemborg Druk Efficiënta Offsetdrukkerij bv ISBN/EAN 978-90-76957-25-8

© ECP-EPN, september 2009 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorgaande schriftelijke toestemming van de maker. Hoewel de auteur en uitgever uiterste zorgvuldigheid betracht hebben bij het samenstellen van deze uitgave aanvaarden zij geen aansprakelijkheid voor schade van welke aard ook, die het directe of indirecte gevolg is van handelingen en/of beslissingen die (mede) gebaseerd zijn op de in deze uitgave vervatte informatie. De wet- en regelgeving is een dynamisch terrein zodat de regels en richtlijnen die in deze uitgave worden genoemd inmiddels kunnen zijn veranderd.

ECP-EPN Bezoekadres: Overgoo 13 Leidschendam Postadres: Postbus 262 2260 AG Leidschendam Telefoon: +31 (0)70-419 03 09 Fax: +31 (0)70-419 06 50 E-mail: info@ecp-epn.nl

www.ecp-epn.nl

Platform voor de InformatieSamenleving

“The most profound technologies are those that disappear. They weave themselves into the fabric of everyday life until they are indistinguishable from it.” -- Mark Weiser

“The future is already here. It's just not very evenly distributed” -- William Gibson

Roadmap: Vertrouwen in de Informatiesamenleving

Inhoudsopgave
1 1.1 1.1.1 1.1.2 1.2 2 2.1 2.2 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.4 4.4.1 4.4.2 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 5 6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.3 6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.3.4 6.3.5 6.4 6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4 6.4.5 6.4.6 7 7.1 7.2 7.2.1 7.2.2 7.2.3 7.2.4 7.2.5 7.2.6 7.3 Inleiding Roadmap: Vertrouwen 2.0 Uitgangspunten Doelstellingen en vorm In dit rapport Vertrouwen Lagenmodel Uitdagingen voor vertrouwen in de informatiemaatschappij Scope en afbakening Randvoorwaarden Tijdsbestek Ethische aspecten ICT Internationale focus, nationale implementatie ICT en convergerende technologieën Trends in ICT en maatschappij Convergentie van infrastructuren Triple Play Mobiel internet Alomtegenwoordigheid en beschikbaarheid ICT RFID en NFC Software as a Service Body Area Networks Versmelting van fysieke en virtuele werelden Mirror worlds Augmented reality Virtuele werelden en 3D internet Veranderende rollen gebruikers en aanbieders Sociale netwerken User generated content Kunstmatige intelligentie Het semantische web Autonome systemen Lerende systemen Het randvoorwaardelijk kader Bescherming van privacy en (deel)identiteit Ambitie Relevante ontwikkelingen en omgevingsfactoren Het privacybegrip Het identiteitsbegrip Meervoudigheid (deel)identiteiten Toenemende transparantie Uitdagingen Persistentie en reputatie Identiteitsfraude en identiteitsdiefstal Publieksscheiding en contextsamenval Toename toezicht en controle Het veranderende karakter van gegevens Oplossingsrichtingen Communicatie en bewustzijn Gebruiker in controle Privacy by design Toezicht en handhaving Tegengaan identiteitsdiefstal Herijking privacybegrip Ruimte voor creativiteit en innovatie Ambitie Relevante ontwikkelingen en omgevingsfactoren Digitale distributie Anything, anytime, anywhere User generated content Crowdsourcing en co-creatie Open Source, Creative Commons, Copyleft Virtuele werelden Uitdagingen 7 7 8 8 9 11 11 12 13 13 13 13 14 14 15 15 15 15 15 16 16 16 16 17 17 17 17 17 18 18 18 18 18 19 21 21 21 21 21 22 22 22 22 22 23 23 23 24 24 24 24 24 25 25 27 27 27 27 27 28 28 28 28 28

7.3.1 7.3.2 7.3.3 7.3.4 7.3.5 7.3.6 7.4 7.4.1 7.4.2 7.4.3 7.4.4 8 8.1 8.2 8.2.1 8.2.2 8.2.3 8.2.4 8.2.5 8.3 8.3.1 8.3.2 8.3.3 8.3.4 8.3.5 8.3.6 8.4 8.4.1 8.4.2 8.4.3 8.4.4 8.4.5 8.4.6 9 9.1 9.2 9.3 9.3.1 9.3.2 9.3.3 9.3.4 9.4 9.4.1 9.4.2 9.4.3 9.4.4 9.4.5 9.4.6 9.4.7 10 10.1 10.2 10.3 10.4 11 12

Globalisering De veranderende positie van de consument Nieuwe spelers Anything, anytime, anywere? Piraterij Rechtenbeheer Oplossingsrichtingen Betere afstemming vraag en aanbod Aanpak piraterij Stimuleren creativiteit gebruikers Aandacht voor nieuwe uitdagingen Consumentenbescherming bij elektronische handel Ambitie Relevante ontwikkelingen en omgevingsfactoren Globalisering Nieuwe spelers, nieuwe diensten Autonome systemen Samenvloeiing van fysiek en virtueel Virtuele werelden Uitdagingen Beheersing verkoopkanalen Wetgeving in een veranderende markt Cybercrime Versnippering Consumentenrechten in nieuwe omgevingen Autonome systemen Oplossingsrichtingen Een sterke consument Terugdringen cybercrime Ontwikkeling (communautaire) regelgeving Tegengaan versnippering voorlichting en geschillenbeslechting Digitalisering klachtenafhandeling en geschillenbeslechting Onderscheid online-offline Handhaving van wet- en regelgeving met respect voor grondrechten Ambitie Relevante ontwikkelingen en omgevingsfactoren Uitdagingen Globalisering Innovatie Rol tussenpersonen Systeemdwang Oplossingsrichtingen Preventie: een weerbare consument Internationale samenwerking Publiekprivate samenwerking Notice-and-Takedown, filtering en blokkering Innovatie in handhaving Ethisch ontwerp van systemen Waarborgen Roadmap Vertrouwen 2.0 Bescherming privacy en (deel)identiteit Ruimte voor creativiteit en innovatie Consumentenbescherming bij elektronische handel Handhaving van wet- en regelgeving met respect voor grondrechten Vervolgstappen en rol ECP-EPN Verkorte Literatuurlijst

28 28 29 29 29 29 30 30 30 31 31 33 33 33 33 33 33 33 34 34 34 34 34 34 34 35 35 35 35 35 36 36 36 37 37 37 37 37 37 38 38 38 38 39 39 39 39 39 40 41 41 42 43 44 45 47

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

Inleiding
Nederland is in 2030 een welvarend en ondernemend land dat bekend staat om zijn duurzame productiviteitsgroei. Deze ambitie stelt de Nederlandse overheid zich in haar langetermijnstrategie Nederland Ondernemend Innovatieland.1 ICT speelt hierin een belangrijke rol. Het kabinet wil dat Nederland in 2015 behoort tot de koplopers op het gebied van ICT en nieuwe digitale dienstverleningsconcepten.2 Vertrouwen is daarbij een noodzakelijke randvoorwaarde. In de Roadmap voor Vertrouwen in de Informatiesamenleving zet ECP-EPN de belangrijkste stappen uiteen die richting de toekomst het vertrouwen van de gebruiker in ICT-toepassingen moeten waarborgen.

1

CT heeft ontegenzeggelijk een grote invloed op de manier waarop wij onze samenleving inrichten en daarbinnen met elkaar omgaan. De opkomst van de computer halverwege de vorige eeuw, de ontwikkeling van de microprocessor rond de jaren zeventig en de doorbraak van het internet als wereldomspannend communicatiemedium in de jaren negentig hebben tot een ‘informatierevolutie’ geleid waarvan de blijvende gevolgen nu pas zichtbaar worden. Na een installatieperiode (de aanleg van infrastructuur) die werd gevolgd door een periode van hype en ontluistering (de dotcom bubble), zitten we nu een in periode waarin ICT intensief wordt benut.3

I

technologische innovatie is dan ook meer en meer een fundamentele sociale en institutionele innovatie aan het ontstaan. Dergelijke ontwikkelingen stellen nieuwe eisen aan de bestaande sociale en institutionele kaders, met name vanwege het feit dat deze kaders veelal gebaseerd zijn op de oude technologische en maatschappelijke situatie. Het samenspel van technologische innovaties en maatschappelijke ontwikkelingen leidt tot een situatie van permanente ‘technologische turbulentie’.4 Het is de uitdaging om in deze sterk dynamische, steeds complexer wordende omgeving met een hoog ontwikkelingstempo, het vertrouwen van de verschillende maatschappelijke actoren te behouden.

7

De toepassing van ICT op grote schaal en in breed maatschappelijk verband leidt tot nieuwe vormen van communiceren, samenwerken, leren en creëren. Deze veranderende omgangsvormen beïnvloeden de economische en sociale verhoudingen binnen de informatiesamenleving. Dit leidt tot nieuwe kansen en mogelijkheden, spanningen tussen belangen van partijen en verschuivingen in de bestaande normen en waarden. Naast

1.1 Roadmap: Vertrouwen 2.0
Zoals hierboven geschetst, is het vertrouwen in ICT toepassingen en diensten een noodzakelijke voorwaarde voor een welvarend Nederland. ECP-EPN onderstreept het belang van vertrouwen in de technologieën en de

[1] Naar een agenda voor duurzame productiviteitsgroei, Nederland Ondernemend Innovatieland, Langetermijnstrategie, uitgave juni 2008 [2] ICT Agenda 2008-2011, Ministerie van Economische Zaken, juni 2008 [3] Voor een uitgebreide discussie van deze fenomenen zie: Perez, C. (2002), Technological Revolutions and Financial Capital: the Dynamics of Bubbles and Golden Ages, Edward Elgar, Cheltenham; en Drobik, A. (1999), The End of e-Business, Gartner [4] Zie onder andere: Franken et al. (2000). Rapport van de Commissie Grondrechten in het Digitale Tijdperk. Rotterdam: Phoenix & Den Oudsten.

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

diensten die worden aangeboden op de technologische infrastructuur. ECP-EPN wil daarom de noodzakelijke stappen die richting de toekomst het vertrouwen van de gebruiker moeten waarborgen uiteenzetten. Deze stappen zijn vastgelegd in de Roadmap voor Vertrouwen in de Informatiesamenleving (Roadmap Vertrouwen 2.0). In deze Roadmap worden de belangrijkste voorwaarden voor een gerechtvaardigd vertrouwen in ICT-toepassingen geschetst en worden mogelijke struikelblokken richting de toekomst geïdentificeerd. Op basis van deze struikelblokken worden vervolgens mogelijke oplossingsrichtingen gegeven.

bovengenoemde uitgangspunten inmiddels is gaan knellen of wringen.

1.1.2 Doelstellingen en vorm
Door middel van deze roadmap wil ECP-EPN een ambitie voor de toekomstige inrichting van de informatiemaatschappij uitspreken en de noodzakelijke stappen voor het realiseren van deze ambitie identificeren. De roadmap moet de leidraad vormen voor het formuleren van de plannen van ECP-EPN op het gebied van vertrouwen voor de komende jaren. De concrete invulling van deze stappen alsmede de verantwoordelijke actoren zijn echter binnen deze roadmap bewust nog niet (volledig) ingevuld. Allereerst omdat er zowel publiek als privaat reeds diverse initiatieven ontplooid worden die invulling geven aan veel van de punten die ECP-EPN in deze roadmap aanstipt. Zo is er vanuit de overheid een rijksbrede ICTstrategie en zijn er binnen de departementen specifieke strategieën. Aan de rijksbrede en departementale strategieën wordt door middel van diverse programma’s en projecten invulling gegeven, veelal in publiekprivaat verband. Vanuit de private sector zijn er ook diverse (zelfregulerende) initiatieven om de informatiesamenleving beter vorm te geven, zowel op het niveau van individuele bedrijven als op brancheniveau. Ten slotte werkt ook de burger zelf aan het creëren van de juiste randvoorwaarden voor vertrouwen in ICTtoepassingen, bijvoorbeeld via organisaties als de Consumentenbond. ECP-EPN wil met deze roadmap niet de suggestie wekken bestaande initiatieven te doorkruisen. Daarnaast wil ECP-EPN in deze roadmap een onafhankelijke en ongebonden helikoptervisie op de toekomst van de informatiesamenleving geven die als leidraad moet dienen voor haar beleid. De concrete invulling hiervan zal echter altijd in neutraal, publiekprivaat verband, met alle maatschappelijke actoren moeten worden afgestemd. Slechts wanneer er vanuit de publieke en de private sector genoeg draagkracht is voor het invullen van de door ECP-EPN in deze roadmap genoemde oplossingsrichtingen zullen de stappen concreter worden gemaakt.

1.1.1 Uitgangspunten
De uitgangspunten die ECP-EPN hanteert voor de Roadmap Vertrouwen 2.0 zijn: • Het waarborgen van een aantal fundamentele waarden en normen in een elektronische omgeving. Hierbij gaat het om de bescherming en regeling van grondrechten, het verzekeren van rechtshandhaving en het bieden van rechtszekerheid. • Het faciliteren van het elektronisch verkeer. Hierbij gaat het primair om het bevorderen van een transparante en toegankelijke markt, het bevorderen van betrouwbaarheid van het elektronisch verkeer en het wegnemen van belemmeringen in de bestaande juridische infrastructuur. Deze uitgangspunten moeten bijdragen aan een informatiemaatschappij waarin burgers en bedrijven vertrouwen kunnen hebben in de ICTinfrastructuur en daarbij behorende diensten. De punten vloeien voort uit de grondleggende Nota Wetgeving voor de Elektronische Snelweg (Nota WES) uit 1998. De Nota WES werd geschreven ten tijde van de opkomst van het internet en formuleerde een kader voor de regulering van de elektronische snelweg. In deze roadmap bekijken we hoe invulling te geven aan deze uitgangspunten. Hierbij wordt ook in ogenschouw genomen dat de invulling vanuit de Nota WES inmiddels gedateerd kan zijn. Want hoewel de Nota WES een helder en relevant denkkader biedt, is zij inmiddels wel meer dan tien jaar oud.5 Het kan zijn dat de invulling die vanuit de WES werd gegeven aan de

8

[5] Nota Wetgeving voor de Elektronische Snelweg, Tweede Kamer, vergaderjaar 1997–1998, 25 880, nrs. 1–2

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

1.2 In dit rapport
In het volgende hoofdstuk wordt toelichting gegeven op het in dit rapport gehanteerde begrip Vertrouwen. In hoofdstuk 3 wordt de scope van de Roadmap Vertrouwen 2.0 gegeven en afgebakend. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de technologische trends die invloed hebben op de maatschappij en daarmee op het vertrouwen in ICT-toepassingen. Aan de hand van deze trends worden in hoofdstuk 5 de randvoorwaarden voor vertrouwen in ICT benoemd. Deze randvoorwaarden worden in de daarop volgende hoofdstukken nader toegelicht: bescherming van privacy en identiteit (hoofdstuk 6), ruimte voor creativiteit en innovatie (hoofdstuk 7), consumentenbescherming bij elektronische handel (hoofdstuk 8) en handhaving van wet- en regelgeving met respect voor grondrechten (hoofdstuk 9). Op basis hiervan wordt in hoofdstuk 10 de Roadmap Vertrouwen 2.0 gepresenteerd. Hoofdstuk 11 bevat een toelichting op hoe ECP-EPN de vervolgstappen ziet.

9

10

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

Vertrouwen
Vertrouwen is cruciaal voor het succes en de welvaart van een maatschappij.6 Vertrouwen is echter een zeer ruim en daarmee vaag begrip. De interpretatie van het begrip vertrouwen is sterk afhankelijk van tijd, plaats en cultuur. In deze roadmap staat het begrip vertrouwen in de context van elektronische communicatie centraal.

2

E

CP-EPN hanteert de volgende algemene definitie van het begrip vertrouwen:

Het geloof van partijen binnen economische en sociale relaties dat de wederpartij de beste bedoelingen jegens hen heeft, eerlijk is en in voldoende mate competent is om invulling te geven aan de relatie en de doelen die daarbinnen worden nagestreefd.
Zoals opgemaakt kan worden uit deze definitie betreft het hier niet zozeer het vertrouwen in de technologie zelf, als wel de personen/organisaties achter de techniek. Maar ook het vertrouwen in de technologie zelf is van belang. Door de toenemende complexiteit van technologieën wordt het voor de gebruiker steeds moeilijker om te bepalen hoe een systeem werkt en of de ‘output’ van het systeem wel correct is.7 Ook wordt het steeds moeilijker om te bepalen of een systeem veilig werkt en binnen het systeem verwerkte informatie vertrouwelijk blijft. Vertrouwen in systemen kan aldus als volgt worden geformuleerd:

Vertrouwen is noodzakelijk daar waar een gebruiker geen directe controle kan uitoefenen op de omstandigheden (de relatie met partijen, het gebruik van technologie enzovoorts). We kunnen dus stellen dat vertrouwen op verschillende niveaus noodzakelijk is.

2.1 Lagenmodel
Om de verschillende niveaus van vertrouwen inzichtelijk te maken en het eenvoudiger te maken om acties en de daarbij behorende belanghebbenden te identificeren kan een lagenmodel uitkomst bieden.8 Zoals in het vorige hoofdstuk aangegeven zullen in deze roadmap nog geen concrete acties worden toegewezen aan verantwoordelijke actoren. Dit model maakt onderscheid tussen vier niveaus, te weten: 1) De infrastructuur, 2) de toegang tot de infrastructuur, 3) diensten/toepassingen die op/via de infrastructuur worden aangeboden en 4) het gebruik van de infrastructuur en de bijbehorende toepassingen en diensten. Allereerst is er vertrouwen noodzakelijk in de

11

Het geloof van partijen in de veiligheid en de correcte werking van een systeem.

Gebruik Diensten

Toegang Infrastructuur

Voorbeelden e-commerce, e-government, entertainment, communities www, e-mail, p2p, sociale netwerken, veilingsites, wiki’s, virtuele werelden Internet, mobiel, RFID/NFC Internet, mobiel, RFID/NFC

Actoren Consumenten, bedrijven, overheden ISP’s, telco’s, ASP/SaaS leveranciers, platformaanbieders ISP’s, telco’s, overige netwerkeigenaren IT leveranciers, telco’s

[6] Fukuyama 1995 [7] De Vries 2004 [8] Het lagenmodel zoals hier geïllustreerd is grotendeels gebaseerd op de lagenstructuur voor de markt voor elektronische communicatie zoals opgenomen in de beleidsnotitie De Toekomst van de Elektronische Communicatie (TEC) van het Ministerie van Economische Zaken (2005). In de Nota WES worden drie lagen geïdentificeerd: een netwerk-laag (exploitatie van infrastructuur), een transportlaag (schakel tussen infrastructuur en gebruiker) en een inhoudslaag (toegevoegde waardediensten).

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

12

technologische infrastructuur. Hierbij zijn onderwerpen als betrouwbaarheid, continuïteit en interoperabiliteit met name van belang. In het verlengde hiervan ligt het vertrouwen in de toegang tot de infrastructuur. Naast het vertrouwen in de technologie zelf speelt hierbij ook het vertrouwen in de partij die de toegang verleent tot de infrastructuur een rol. Het derde niveau is dat van de diensten die via de infrastructuur worden aangeboden. Ten tijde van het opstellen van het juridisch kader voor elektronisch zakendoen waren de verhoudingen hierbij nog relatief overzichtelijk: burgers, bedrijven en overheden maakten gebruik van telecommunicatiediensten (waaronder internet) en deze diensten werden ontsloten door telecommunicatie aanbieders (telco’s) en Internet Service Providers (ISP’s). Inmiddels is de markt een stuk diverser geworden. Met name door convergentie en de ontwikkeling van Web 2.0 zijn de rollen van ISP en telco vaak moeilijk te onderscheiden en zijn er diverse tussenpersonen (platformen) bijgekomen. Richting de toekomst zal de ontwikkeling van het ‘internet van dingen’ (zie hoofdstuk 5) deze situatie nog verder compliceren. Tot slot is er het daadwerkelijke gebruik van de aangeboden diensten. Hier speelt met name het vertrouwen van partijen in elkaar een rol.

hoeken van de samenleving. Sindsdien heeft de wereldwijde penetratie en de toename in het gebruik van internet er voor gezorgd dat veel uitdagingen binnen de informatiesamenleving een internationaal karakter hebben. Dit geldt met name voor het onderwerp handhaving.

Technologische turbulentie Het tempo waarin technologieën en toepassingen elkaar opvolgen en/of waarin zij convergeren is hoog. Dit stelt gebruikers telkens voor nieuwe uitdagingen bij het doorgronden van de werking en het bepalen van de gevolgen van nieuwe technologieën. Institutionele innovatie De technologische turbulentie beperkt zich niet alleen tot de veranderingen van de technologie. Omdat technologische innovaties sociaalmaatschappelijke veranderingen met zich meebrengen (bijvoorbeeld versnelde globalisering door de komst van het vliegtuig, of nieuwe ideeën over privacy door de fotocamera), veranderen ook de institutionele kaders. Omdat vorm en inhoud van wetgeving grotendeels gebaseerd zijn op de heersende institutionele kaders, loopt wetgeving haast per definitie achter op de maatschappelijke gevolgen van technologische innovaties. Dit betekent dat er tot op zekere hoogte blijvende rechtsonzekerheid is omtrent de juridische duiding van nieuwe technologieën en de maatschappelijke vraagstukken die daarmee gepaard gaan.

2.2 Uitdagingen voor vertrouwen in de informatiemaatschappij
De ontwikkeling van de informatiesamenleving heeft een aantal kenmerken die het vertrouwen beïnvloeden. Deze kenmerken waren ten tijde van het opstellen van de Nota WES relevant en zijn dat ook nu nog. Het gaat met name om de volgende kenmerken:

Dematerialisering Kennis, diensten en informatie die niet in een tastbare vorm zijn neergelegd worden steeds belangrijker binnen onze maatschappij. Door de alomtegenwoordigheid en beschikbaarheid van ICT kan nagenoeg overal en altijd informatie worden verzameld, verwerkt en gedeeld. Internationalisering In 1998 werd in de Nota WES reeds geconstateerd dat informatie nauwelijks aan plaats en staat gebonden is en zeer snel kan dóórdringen in alle

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

Scope en afbakening
Deze roadmap voor de ontwikkeling en invulling van noodzakelijke randvoorwaarden moet bijdragen aan het vertrouwen in de informatiemaatschappij van de toekomst. Een dergelijke excercitie kan door haar omvang al snel onhanteerbaar worden. Om deze reden is gekozen de roadmap enigszins af te bakenen.

3

3.1 Randvoorwaarden
n deze roadmap ligt de nadruk op de maatschappelijke en sociale randvoorwaarden die spelen bij de omgang met ICT.

I

Deze randvoorwaarden hebben primair betrekking op de rechten en plichten die partijen naar elkaar toe hebben. Deze vloeien met name voort uit wet- en regelgeving, individuele afspraken (contracten) en sociale normen (de ‘verkeersopvattingen’) en hebben betrekking op onderwerpen als privacy, auteursrecht en consumentenbescherming. Naast deze randvoorwaarden zijn er ook randvoorwaarden van meer algemene aard die bijdragen aan een gerechtvaardigd vertrouwen in ICT. Zo is het van groot belang dat burgers ‘digibewust’ zijn en dat zij de vaardigheden hebben om effectief met ICT om te kunnen gaan (digivaardigheid en mediawijsheid). Daarnaast zijn onderwerpen als veiligheid, continuïteit en interoperabiliteit ook belangrijke randvoorwaarden voor een gerechtvaardigd vertrouwen in ICT. Deze randvoorwaarden komen reeds aan de orde in diverse beleidstukken9, alsmede in de algemene agendazetting van ECP-EPN, en worden daarom grotendeels uitgesloten in deze roadmap. Het is overigens van belang te vermelden dat de juridische invulling van deze randvoorwaarden geen op zichzelf staande grootheden zijn. Gerechtvaardigd vertrouwen kan niet enkel voortvloeien uit juridische bepalingen. Juridische

kaders dienen effectief en handhaafbaar zijn. Hiertoe zijn diverse mogelijkheden en instrumenten die variëren van voorlichting tot technische beschermingsmaatregelen die uitvoering geven aan juridische bepalingen. Met andere woorden, hoewel het voornamelijk gaat om beschermende randvoorwaarden die voortvloeien uit wet- en regelgeving, kan de concrete invulling van deze randvoorwaarden op diverse manieren gestalte krijgen.

3.2 Tijdsbestek
Het is moeilijk – en in bepaalde gevallen zelfs onverstandig – om ver in de toekomst te kijken wanneer het gaat om het maken van beleid. De agendazetting van de nationale overheid op het gebied van ICT heeft een horizon tot 2015, met concrete beleidsacties tot en met 2011.10 Voor deze rapportage wordt een horizon tot 2018 gehanteerd. De keuze voor 2018 heeft met name verband met de publicatie van de Nota WES. Hoewel sinds 1998 veel is veranderd, blijkt de visie van de makers en de structuur van de Nota nog steeds bijzonder goed geschikt om het randvoorwaardelijk kader te bespreken. De Nota WES, geplaatst in de huidige tijd, biedt een mooi kader voor een ‘voorspelling’ voor de komende 10 jaar.

13

3.3 Ethische aspecten ICT
Naast de hierboven genoemde juridische randvoorwaarden spelen nog diverse andere ethische aspecten een rol. Hierbij dient onder

[9] Zie onder andere: ICT Agenda 2008-2011, Ministerie van Economische Zaken; Agenda Teleconsument, Ministerie van Economische Zaken, februari 2008; De Toekomst van de Elektronische Communicatie, Ministerie van Economische Zaken 2005; Naar een Veiligere Samenleving, Brief van de Minister van Justitie, Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 28 684, nr. 133; Agenda ICT en Veiligheid, Ministerie van Economische Zaken, Ministerie van Justitie en Ministerie van Binnenlandse Zaken [10] ICT Agenda 2008-2011, Ministerie van Economische Zaken

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

andere gedacht te worden aan digitale duurzaamheid en de digitale kloof (digital divide). Deze onderwerpen worden echter buiten de Roadmap Vertrouwen 2.0 gehouden, omdat deze randvoorwaarden in de bredere visie op de informatiesamenleving van ECP-EPN reeds worden meegenomen.

De convergentie van nanotechnologie, biotechnologie, ICT- en Cognitieve wetenschappen (NBIC) en de ethische implicaties die dit met zich meebrengt, worden in diverse rapportages geanalyseerd.11

3.4 Internationale focus, nationale implementatie
Ontwikkelingen op het gebied van ICT spelen zich niet enkel op nationaal niveau af. Integendeel, de context van ICT-ontwikkelingen is bijna altijd internationaal. Om deze reden moeten maatregelen, zeker waar dit wet- en regelgeving betreft, altijd op internationaal niveau afgestemd en ingevoerd worden. Onder verschillende omstandigheden kan het echter opportuun zijn om op nationaal niveau maatregelen te treffen. In het toetsingskader voor wetgeving dat de Nota WES geeft, worden de volgende omstandigheden genoemd: • Indien het nodig is ter bescherming van fundamentele normen en waarden. • Indien regeling op een hoger niveau niet haalbaar is of te lang zou duren. • Indien het beoogt de concurrentiepositie van Nederland te versterken. • Als voorbeeldfunctie voor de internationale rechtsontwikkeling.

14

3.5 ICT en convergerende technologieën
De nadruk in deze roadmap ligt op informatie- en communicatietechnologieën (ICT). Hoewel de ontwikkeling van diverse andere technologieën ongetwijfeld van invloed zal zijn op het vertrouwen van burgers in de komende jaren, beperkt deze roadmap zich tot het vertrouwen in ICT-infrastructuren en dienstverlening. Het verdient echter wel nadruk te vermelden dat met name de ontwikkelingen op het gebied van biotechnologie, nanotechnologie en de cognitieve wetenschappen in combinatie met informatie- en communicatietechnologie, een belangrijke invloed gaan hebben op de (informatie)maatschappij.

[11] Zie onder andere: Teeuw & Vedder 2008

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

Trends in ICT en maatschappij
De ontwikkelingen op het gebied van ICT volgen elkaar in sneltreinvaart op. Hoewel het lastig is om te voorspellen hoe de wereld er als gevolg van de vergaande toepassing in 2018 uitziet, is er wel een aantal trends waarneembaar. In dit hoofdstuk worden deze trends uiteengezet. Per trend worden een aantal sub-trends en toepassingen aangehaald om de materie te verduidelijken en tastbaarder te maken.

4

et is belangrijk te beseffen dat technologische trends hun weerslag hebben op de maatschappij. Hoewel de trends in dit hoofdstuk met name technologisch van aard zijn is er een duidelijke wisselwerking tussen technologische innovaties en sociale en maatschappelijke veranderingen. De in dit hoofdstuk gesignaleerde trends en technologische ontwikkelingen worden met voorbeelden verduidelijkt. Het gaat hierbij om nu reeds bestaande toepassingen.

H

verder. Het valt te verwachten dat door de alomtegenwoordige toegang tot internet, mobiele apparaten een steeds centralere rol in ons leven gaan innemen.

4.2 Alomtegenwoordigheid en beschikbaarheid ICT
Een belangrijke trend binnen de ICT is een beweging richting alomtegenwoordigheid en bijbehorende beschikbaarheid. Door het steeds kleiner en krachtiger worden van microprocessoren kunnen steeds meer objecten worden uitgerust met computerkracht, waardoor computerkracht steeds meer een alomtegenwoordig fenomeen wordt. Dit wordt ook wel ubiquitous of pervasive computing genoemd. Naast de aanwezigheid van computerkracht wordt ook de connectiviteit steeds beter. Door de alomtegenwoordigheid van internet kan inmiddels nagenoeg overal toegang worden verkregen tot informatie. Ook wordt software die tot voorkort enkel lokaal werd gebruikt (besturingssystemen, kantoorapplicaties, CRM systemen) in toenemende mate via internet ontsloten. Deze ontwikkeling heeft tot gevolg dat je altijd en overal toegang hebt tot je persoonlijke informatie en diensten omdat deze opgeslagen zijn in de ‘internetwolk’. Daarom wordt deze ontwikkeling ook wel aangeduid met de term cloud computing. Een laatste ontwikkeling die de alomtegenwoordigheid van ICT met zich meebrengt is die van ambient intelligence. Door een combinatie van technologieën (waaronder (mobiel) internet, RFID, NFC en sensoren) en inzichten uit de psychologie en de cognitieve wetenschappen wordt het mogelijk om de fysieke wereld ‘bewust’ te maken van de aanwezigheid

4.1 Convergentie van infrastructuren
Een eerste trend is de convergentie van ICTinfrastructuren. Daar waar tot voorkort verschillende diensten allen gebruik maakten van een eigen, specifieke infrastructuur vloeien deze infrastructuren en diensten in toenemende mate samen. Deze ontwikkeling is met name toe te schrijven aan het uitgebreide gebruik van het Internet Protocol (IP) voor het verzenden van verschillende typen data (spraak, tekens, beeld).12

15

4.1.1 Triple Play
De convergentie van ICT-infrastructuren en het gebruik van IP is het duidelijkst zichtbaar bij het aanbod van kabelmaatschappijen en telco’s. Zij bieden onder de algemene noemer ‘triple play’ een combinatie van telefoon, internet en televisie aan.

4.1.2 Mobiel internet
De infrastructuur voor mobiele spraaktelefonie convergeert in toenemende mate met die voor mobiel internet. De ontwikkeling van derde (en volgende) generatie mobiele netwerken alsmede de toenemende rekenkracht van moderne telefoons en PDA’s versnelt deze ontwikkeling

[12] Voor een uitgebreide bespreking van het thema convergentie zie: Beleidsbrief Convergentie: de consument aan het roer in veranderende markten voor ICT, telecommunicatie en audiovisuele media, Ministerie van Economische Zaken, juni 2008

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

en wensen van de gebruiker. De alomtegenwoordige, intelligente en onzichtbare ICT-infrastructuur kan anticiperen en reageren al naar gelang de wensen en de behoeften van personen. De eerste voorboden van deze ontwikkeling tekenen zich inmiddels af in de vorm van RFID-toepassingen, intelligente camera’s en sensornetwerken.

Voorbeeld: Google Apps en Google Wave
Google Apps is een verzameling programma’s die gebruikers via het internet kunnen gebruiken. Het gaat onder andere om email, een agenda, tekstverwerker en een spreadsheet. Met behulp van Google Wave kunnen deze verschillende applicaties vervolgens met andere gebruikers worden gedeeld via het internet.

4.2.1 RFID en NFC
Radiofrequency Identification (RFID) en Near Field Communication (NFC) zijn belangrijke technologische ‘enablers’ voor de ontwikkeling van ubiquitous computing en ambient intelligence. Door producten, personen en plaatsen uit te rusten met kleine microprocessoren (eventueel in combinatie met sensoren), die over afstand draadloos met elkaar kunnen communiceren, dringt ICT steeds verder door in onze fysieke wereld. Vandaar dat de ontwikkeling van RFID en NFC ook wel wordt aangeduid als de komst van het ‘internet van dingen’.

4.2.3 Body Area Networks
Naast het Widea Area Network (WAN) en het Local Area Network (LAN) ontstaat er inmiddels ook een derde type netwerk: het Body Area Network (BAN). In toenemende mate dragen mensen apparaten met zich mee die over significante rekenkracht beschikken (onder andere PDA’s, smartphones, iPods). Deze apparaten kunnen via draadloze netwerktechnologie (Bluetooth, RFID) gekoppeld worden aan andere apparaten/sensoren op en om het menselijk lichaam. Hierdoor ontstaan zeer lokale en persoonlijke netwerken. Deze netwerken kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om lichaamsfuncties te monitoren. Huidige voorbeelden zijn de koppeling van de mobiele telefoon met een bluetooth headset en de Nike+iPod. Body Area Networks zullen in de toekomst steeds vaker worden gekoppeld aan een Heads Up Display (HUD) waarmee informatie vanuit het netwerk op het gezichtsveld van de gebruiker kan worden geprojecteerd (zie ook: augmented reality 4.3.2).

16

Voorbeeld: een browser voor de fysieke wereld
Door een mobiele telefoon of PDA uit te rusten met een NFCchip wordt het mogelijk om objecten in de fysieke wereld die ook een NFC-chip bevatten uit te lezen. Zo kan informatie uit de fysieke wereld gekoppeld worden aan informatie op het internet. Zo kan een slimme poster een link bevatten naar de website van een bedrijf, kunnen consumenten producten die zij zien in een winkel direct vergelijken met andere producten op internet, en is het mogelijk om met de PDA of mobiele telefoon te betalen.

4.3 Versmelting van fysieke en virtuele werelden 4.2.2 Software as a Service
Software as a Service (SaaS) is een voorbeeld van cloud computing. Binnen het SaaS concept kopen gebruikers geen software meer, maar wordt het gebruik van software als dienst afgenomen bij een dienstverlener. De software wordt door de dienstverlener gehost en via het internet aangeboden. Naast het feit dat een gebruiker geen grote investering meer hoeft te doen in de aanschaf van een softwarepakket en geen onderhoud hoeft te plegen aan de software, heeft SaaS ook als voordeel dat een dienst vanaf elke plek met toegang tot internet benaderd kan worden. In het verlengde van de vorige trend naar de alomtegenwoordigheid van ICT ligt de versmelting van de fysieke en virtuele wereld. Tot voorkort waren de fysieke wereld en de virtuele wereld (de wereld van databases, webpagina’s en computergames) twee gescheiden omgevingen. Door allerlei technologieën waaronder (mobiel) internet, 3D internet, GPS en RFID smelten de fysieke en de virtuele wereld in toenemende mate samen. Het resultaat is een ervaring van de wereld die zowel elementen uit de fysieke als uit de virtuele wereld bevat. De versmelting van virtuele werelden met de fysieke wereld wordt ook wel aangeduid met de term ‘interrealiteit’.13

[13] Van Kokswijk 2003

4 - Trends in ICT en maatschappij

4.3.1 Mirror worlds
Mirror worlds, oftewel spiegelwerelden, is een verzamelnaam voor virtuele representaties van ‘echte’, fysieke locaties.14 Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk Google Earth. Deze virtuele weergave van de aarde kan worden verrijkt met allerlei informatie. Zo wordt via Google Maps allerlei (geografische) informatie toegevoegd. Door middel van GPS kan deze spiegelwereld vervolgens weer ‘gekoppeld’ worden aan de fysieke wereld.

spreken we van Massively Multiplayer Online Games (MMO’s), bij de werelden die met name bedoeld zijn om contact te zoeken met andere spelers om zo samen een ‘tweede leven’ te leiden, spreken we van Multi User Virtual Environments (MUVE’s). Voorbeelden van populaire MMO’s zijn World of Warcraft, Lineage en Lord of the Rings. Voorbeelden van MUVE’s zijn Second Life en Project Entropia. Het valt te verwachten dat richting de toekomst internet steeds meer elementen uit deze virtuele werelden zal overnemen. Binnen de virtuele wereld bestaat (veelal artificiële) schaarste. Hierdoor ontstaan virtuele economieën. Door de koppeling van virtuele valuta en echte valuta ontstaat een versmelting van virtuele economieën met de reële economie. Ook zien we dat steeds meer organisaties en bedrijven uit de fysieke wereld actief worden in virtuele werelden.

Voorbeeld: Apple iPhone
Gebruikers van de Apple iPhone kunnen met behulp van de ingebouwde GPS hun locatie bepalen. Deze locatie wordt vervolgens weergegeven op de iPhone via Google Maps. Gebruikers kunnen vervolgens via Google Maps zoeken naar interessante locaties in de buurt (winkels, musea, kunstwerken) en hun route daar naartoe plannen.

4.3.2 Augmented reality

Voorbeeld: Habbo Hotel
Augmented reality is een verzamelnaam voor ICT-toepassingen waarbij een extra ‘informatielaag’ wordt toegevoegd aan de fysieke wereld. Deze laag wordt aan de gebruiker getoond, bijvoorbeeld via het scherm van de mobiele telefoon, of in haar uiteindelijke vorm via een bril met geïntegreerd beeldscherm (Heads Up Display). De informatielaag kan verschillende typen informatie tonen. Zo kan met behulp van onder andere GPS, markers (herkenningstekens) en patroonherkenning een plaats worden herkend, waarna informatie over deze plaats wordt toegevoegd via bijvoorbeeld een heads up display. Het is zelfs mogelijk om volledig computer gegenereerde objecten te tonen alsof deze aanwezig zijn in de fysieke wereld.
Habbo Hotel is een virtuele wereld waarin kinderen elkaar in een virtueel hotel kunnen ontmoeten. De bewoners van Habbo Hotel hebben een eigen kamer die zij kunnen inrichten met meubels, schilderijen enzovoorts. Voor deze virtuele goederen moet echt geld worden betaald.

17

4.4 Veranderende rollen gebruikers en aanbieders
De rollen en posities van de verschillende actoren binnen de informatiesamenleving zijn door technologische ontwikkelingen aan verandering onderhevig. De klassieke rollen van aanbieder en consument zijn nog steeds aanwezig, maar in toenemende mate vloeien verschillende rollen in elkaar over. Zo is het tegenwoordig voor consumenten dankzij Web 2.0 toepassingen ook mogelijk om zelf producent te zijn, waardoor de consument verandert in een ‘prosument’. Naast het veranderen en overvloeien van rollen zijn er ook nieuwe vormen van dienstverlening en bijbehorende actoren bijgekomen (bijvoorbeeld SaaS en ASP diensten en platformaanbieders zoals Marktplaats, Hyves, YouTube, Twitter en Flickr).

4.3.3 Virtuele werelden en 3D internet
Door de verbeterde grafische prestaties van computers en breedbandige internetverbindingen is het tegenwoordig mogelijk om realistische virtuele omgevingen in drie dimensies via internet te ontsluiten. In deze ‘virtuele werelden’ komen miljoenen mensen samen om te spelen en contact met elkaar te zoeken. Virtuele werelden kunnen worden onderscheiden naar doel. Bij spelwerelden

4.4.1 Sociale netwerken
Sociale netwerken zoals Hyves en LinkedIn zijn nu al een onderdeel van het dagelijks leven van veel mensen. Richting de toekomst zal het

[14] Castranova et al. (2007), Metaverse Roadmap, Pathways to the 3D Web, Acceleration Studies Foundation

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

gebruik van sociale netwerken en de integratie van verschillende soorten netwerken en diensten toenemen. OpenSocial, een programmeerinterface (API) die het mogelijk maakt om één applicatie te schrijven die op diverse sociale netwerken kan draaien, vormt hier een belangrijke versneller in. Een andere waarschijnlijke ontwikkeling is de koppeling van sociale netwerken aan Multi User Virtual Environments.15

de op het internet aanwezige data op zo'n manier dat deze voor computers begrijpelijk wordt. Op die plaatsen waar natuurlijke taal wordt gebruikt kan met behulp van ‘natural language processing’ door computers alsnog inzicht worden gekregen in wat de mens bedoelt. Door deze ontwikkelingen kunnen computers uiteindelijk zelfstandig communiceren met mensen en zelfs met andere computers, omdat ze uitgaan van een gemeenschappelijk referentiekader. Het Semantische Web wordt -in samenhang met een aantal andere ontwikkelingen- ook wel aangeduid met de term Web 3.0.

4.4.2 User generated content
Instrumenten die het voor gebruikers/consumenten mogelijk maken om eenvoudig en goedkoop content te creëren alsmede de mogelijkheid om hun creaties eenvoudig (digitaal) te distribueren, hebben tot een explosie aan zogenaamde ‘user generated content’ geleid. Via sites als YouTube, Flickr, Lulu en Sellaband stellen gebruikers op grote schaal hun zelfgemaakte content ter beschikking.

Voorbeeld: Powerset
Powerset (www.powerset.com) is een (primitief) voorbeeld van een semantische zoekmachine. In plaats van het ingeven van zoekwoorden om iets te vinden (bijvoorbeeld Nachtwacht + schilder) kun je met Powerset een vraag intypen (bijvoorbeeld: wie schilderde de Nachtwacht?). Powerset begrijpt de vraag en zoekt naar een antwoord. Microsoft heeft delen van de Powerset technologie gebruikt voor haar nieuwe zoekmachine ‘Bing’.

4.5 Kunstmatige intelligentie
Kunstmatige of artificiële intelligentie (AI) is de wetenschap die tot doel heeft om computersystemen te creëren die instaat zijn om handelingen uit te voeren die normaliter alleen door mensen kunnen worden uitgevoerd omdat zij een zekere mate van intelligentie vereisen.16 Hoewel er na bijna een halve eeuw onderzoek nog geen ‘sterke’ kunstmatige intelligentie is ontwikkeld die zich kan meten met natuurlijke intelligentie, worden er op deelgebieden toch aanzienlijke resultaten geboekt. Tal van processen (bijvoorbeeld zoeken op internet) worden beter en efficiënter door de toepassing van AI. Richting de toekomst zullen ook steeds meer handelingen en processen die een bepaalde mate van intelligentie vereisen overgenomen worden door AI systemen.

4.5.2 Autonome systemen
Een autonoom systeem is een systeem dat zonder directe tussenkomst van een mens een bepaalde taak zelfstandig kan uitvoeren. Autonome systemen kunnen fysieke machines zijn of slimme softwareprogramma’s. In het eerste geval spreken we van robots, in het tweede geval van software-agenten. Autonome systemen zullen in toenemende mate eenvoudige en eentonige taken overnemen van mensen. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan stofzuigen en grasmaaien. Ook zullen autonome systemen taken overnemen waarbij grote hoeveelheden informatie verwerkt moeten worden. Hierbij kan gedacht worden aan monitoring (bijvoorbeeld intelligente camera’s), de vluchtleiding voor vliegtuigen en het besturen van auto’s.

18

4.5.1 Het semantische web
Een belangrijke tekortkoming van het huidige internet is dat machines (computers) de tekst op het internet niet kunnen begrijpen omdat het in natuurlijke taal (mensentaal) is geschreven. Omdat natuurlijke taal niet door computers begrepen wordt, is het voor computers bijzonder moeilijk om zelfstandig taken uit te voeren. Wanneer de informatie op het internet leesbaar wordt gemaakt voor machines, is het voor deze machines veel eenvoudiger om zelfstandig taken uit te voeren. Het ‘Semantische Web’ structureert

4.5.3 Lerende systemen
Kunstmatige intelligentie maakt het steeds beter mogelijk voor systemen om te ‘leren’. Dit betekent dat systemen op basis van eerdere ervaringen in staat zijn om een beter resultaat te boeken, of te anticiperen op bepaalde gebeurtenissen. Zo kan een ambient intelligence omgeving na verloop van tijd de wensen van de gebruiker herkennen en hierop zelfs anticiperen.

[15] De virtuele wereld en sociale netwerk site Kaneva is hier een goed voorbeeld van zie: www.kaneva.com [16] Kurzweil 1990

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

Het randvoorwaardelijk kader
De in het voorgaande hoofdstuk genoemde technologische trends hebben invloed op onze maatschappij. Deze uitwerking is in overwegende mate positief, maar leidt ook tot onzekerheid, twijfel en in uitzonderlijke gevallen, angst.

5

O

m de uitdagingen van de informatiemaatschappij het hoofd te bieden en ervoor te zorgen dat burgers, bedrijven en overheden de digitale wereld die ons omringt kunnen vertrouwen, dienen een aantal randvoorwaarden gecreëerd te worden. ECP-EPN identificeert de volgende cruciale randvoorwaarden voor een gerechtvaardigd vertrouwen in ICT: • Bescherming van privacy en (deel)identiteit • Ruimte voor creativiteit en bescherming van intellectueel eigendom • Consumentenbescherming bij elektronische handel • Handhaving van wet- en regelgeving met respect voor grondrechten Het betreft hier randvoorwaarden die burgers en bedrijven bescherming (moeten) bieden wanneer zij gebruik maken van ICT-toepassingen.17 Deze randvoorwaarden zijn grotendeels ontleent aan de Nota WES, de Rijksbrede ICT Agenda en verschillende beleidsnota’s van de departementen. In de volgende hoofdstukken worden deze randvoorwaarden nader toegelicht.

19

[17] Het dient vermeld te worden dat deze randvoorwaarden niet de enige noodzakelijke voorwaarden zijn voor een gerechtvaardigd vertrouwen in ICT, maar wel de belangrijkste.

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

Bescherming van privacy en (deel)identiteit
De bescherming van het recht op privacy vormt vaak een heet hangijzer bij de toepassing van nieuwe technologieën en diensten. Trends als de alomtegenwoordigheid en beschikbaarheid van ICT, focus op de gebruiker en kunstmatige intelligentie hebben tot gevolg dat de bescherming van privacy en identiteit nog relevanter wordt richting de toekomst. Vaak worden waarden zoals efficiëntie, gemak en veiligheid diametraal tegenover het recht op privacy geplaatst. Hoewel deze waarden op gespannen voet met elkaar kunnen staan is het juist van belang deze te maximaliseren.

6

6.1 Ambitie

I

n 2018 is Nederland nog steeds een open, vrije en veilige samenleving. Het vrije verkeer van gegevens vormt de brandstof van de informatiemaatschappij, maar overheden, bedrijven en burgers respecteren het recht op privacy.

6.2 Relevante ontwikkelingen en omgevingsfactoren
De snelle technologische en maatschappelijke ontwikkelingen hebben een grote invloed op het recht op privacy en het denken over identiteit. Hieronder worden deze ontwikkelingen besproken.

hun persoonlijke gegevens en privacy om te gaan dan voorheen het geval was. Veelal gaat het dan om jongeren die ook wel ‘digital natives’ worden genoemd: geboren na 1980 en opgegroeid in een online technologische samenleving.18 Zij delen veel informatie via sociale software en verwachten daarbij een bepaalde mate van privacy die niet altijd gerechtvaardigd is. Toch zijn zij zich wel bewust van de mogelijke gevaren die deze openheid over hun persoonlijke leven met zich mee kan brengen.

21

6.2.2 Het identiteitsbegrip
Het denken over identiteit is net als het denken over privacy telkens aan verandering onderhevig. Dat komt doordat het een cultureel, maatschappelijk en tijdsgebonden begrip is. Veranderen de opvattingen in de maatschappij, dan zal dit ook vaak veranderingen in het denken over identiteit teweeg brengen. Nu spreekt het bijna voor zich dat de technologische vernieuwingen en ontwikkelingen van de afgelopen jaren ook veranderingen hebben meegebracht die doorwerken in onze opvattingen over identiteit. Toch moeten we daar nu bij stilstaan juist vanwege de implicaties die technologie voor identiteit en privacy heeft. In ogenschouw nemend dat identiteit in onze informatiesamenleving steeds socialer wordt, zal het sociale aspect van onze identiteit daardoor dieper inwerken in onze online wereld. Vaak blijkt echter dat een technische opvatting van identiteit (in de online wereld bestaat onze ‘identiteit’ uit een samengaring van attributen aan de hand waarvan we geïdentificeerd kunnen worden) en een sociale opvatting van identiteit niet met elkaar

6.2.1 Het privacybegrip
Privacy is een lastig en subjectief begrip dat voor zijn lading afhankelijk is van tal van filosofische, sociologische en juridische factoren. Door de technologische ontwikkelingen en maatschappelijke veranderingen is het begrip ook aan een constante verandering onderhevig. Privacy is een begrip dat van oudsher sterk gerelateerd was aan fysieke barrières die afscherming mogelijk maakten (denk aan bijvoorbeeld de woning). Door de komst van digitale gegevensverwerkingen is echter de nadruk steeds meer komen te liggen op de informationele privacy. Technologische ontwikkelingen en maatschappelijke opvattingen zorgen erover dat personen anders met hun gegevens omgaan. Met name jongeren lijken op een andere manier met
[18] Palfrey & Gasser 2008

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

overeenkomen en zelfs kunnen botsen of elkaar kunnen tegenwerken. De techniek kan beperkend werken voor de vrije omgang met identiteit. Het zoeken naar de balans tussen vrije identiteitsvorming en privacy werkt nog niet altijd naar behoren.19

6.3 Uitdagingen
De uitdagingen waarvoor wij ons geplaatst zien zijn groot, maar niet onoverkomelijk. Doel is om een goede balans te vinden tussen privacy en veiligheid, tussen privacy en efficiency en tussen privacy en openbaarheid. Het vinden van deze balans is geen ‘zero sum game’ waarbij bijvoorbeeld een verlies aan privacy automatisch een veiligheidswinst oplevert. Het maximaliseren van waarden die nog wel eens als tegengesteld worden gezien (zoals privacy en veiligheid, of privacy en efficiency) moet het uitgangspunt vormen. Hoewel de hierboven genoemde ontwikkelingen en omgevingsfactoren op zichzelf al uitdagingen vormen, zijn er toch enkele specifieke uitdagingen die van grote invloed zijn op de bescherming van privacy en deelidentiteiten. Deze worden hieronder uiteengezet.

6.2.3 Meervoudigheid (deel)identiteiten
Een individu beschikt over vele verschillende deelidentiteiten. Dit is geen nieuw gegeven. In de offline wereld krijgt een individu immers ook te maken met verschillende kringen van personen (of instanties) waarin hij op de een of andere manier bekend is. Het aannemen van verschillende rollen in ons leven is dan ook iets dat van nature aan het begrip persoonlijke identiteit verbonden is. Toch behoeft het bestaan van deze meerdere deelidentiteiten verbonden aan een individu binnen de huidige informatiesamenleving meer aandacht. Juist vanwege het feit dat er een groeiende ‘berg’ aan deelidentiteiten aan het ontstaan is. Voor elke vorm van communicatie binnen de online samenleving zal op de een of andere manier door gebruikers een deelidentiteit aangemaakt moeten worden. Soms kan dit door gebruik te maken van een zeer minieme hoeveelheid persoonlijke gegevens of is de bestaansduur van deze deelidentiteit slechts beperkt tot die ene communicatiesessie. Echter, in het merendeel van de gevallen moet vrij veel persoonlijke informatie verstrekt worden, daarnaast heeft de deelidentiteit ook een bepaalde consistentie. Mocht een individu geen gebruik meer willen maken van een deelidentiteit, dan zal hij, indien dit al mogelijk is, zelf actie moeten ondernemen om de betreffende identiteit te wissen of gewist te krijgen.

6.3.1 Persistentie en reputatie
Het persistent zijn van identiteitsinformatie kan vervelende gevolgen hebben. Het persistente karakter van online informatie is iets dat al vele jaren een zichtbaar gevolg is van onze informatiesamenleving. De gevolgen van deze persistentie worden echter steeds beter zichtbaar. Niet langer kun je vertrouwen op het ‘vergeetachtige’ karakter van de mens. Ook de beperkte reikwijdte die een misstap in de offline wereld met zich brengt, is online niet aanwezig. Daarnaast gaat het in die gevallen dat vervelende informatie over een persoon online verschijnt ook nog eens regelmatig om informatie die door derden geplaatst wordt. Controle over deze informatie zal voor een persoon dan ook praktisch nihil zijn. De gevolgen kunnen echter groot zijn. Het begrip persoonlijke identiteit is dan ook nauw verbonden met de persoonlijke reputatie. Vooral op het gebied van reputatie blijkt voor de komende jaren nog werk te liggen. Binnen de huidige structuur in online omgevingen zijn verschillende systemen werkzaam om de reputatie van gebruikers in kaart te brengen.

22

6.2.4 Toenemende transparantie
Richting de toekomst zullen er op steeds meer plaatsen persoonsgegevens verwerkt worden, zowel via het internet als ook in de fysieke wereld. De komst van het ‘internet van dingen’ zal leiden tot een steeds hechtere koppeling tussen de fysieke en de virtuele wereld. Hierdoor neemt de privacy in objectieve zin af en worden wij als maatschappij steeds transparanter. Tegelijkertijd zien we dat er meer strategieën en technologische initiatieven komen om onzichtbaarheid, confidentialiteit en anonimiteit te garanderen.

6.3.2 Identiteitsfraude en identiteitsdiefstal
Ook kan een gebrek aan privacy en veiligheid (denk dan aan de veiligheid van gegevens) verschillende soorten problemen rondom identiteit opleveren. Criminaliteit met of gericht

[19] Marbus 2009

6 - Bescherming van privacy en (deel)identiteit

tegen identiteiten lijkt steeds regelmatiger voor te komen. Precieze cijfers over de problematiek in Nederland zijn op het moment echter nog niet voorhanden. De verwachting is dat naarmate het belang van persoonsgegevens voor het ontsluiten van (digitale) diensten toeneemt, de ‘criminele businesscase’ voor identiteitsfraude en identiteitsdiefstal steeds interessanter wordt.

ontwikkeld om te helpen deze berg te verkleinen. Maar juist door deze ontwikkelingen kan tegelijkertijd de privacy van die gebruikers onder druk komen te staan.

6.3.4 Toename toezicht en controle
De technologische middelen om gegevens vast te leggen en het persistente karakter van deze vastleggingen zorgen ervoor dat de mogelijkheden voor toezicht en controle groeien. Het recht op privacy is van oudsher het middel geweest om ons te kunnen onttrekken aan toezicht en controle. De menselijke waardigheid en autonomie, alsmede grondrechten als het recht op vrijheid van meningsuiting, worden door het recht op privacy gewaarborgd. Echter, de individuele privacy van personen botst steeds vaker met de belangen van derden, zoals de overheid, andere burgers en het bedrijfsleven. Dit is met name het geval als het gaat om rechtshandhaving en veiligheid. Want hoewel privacy en veiligheid beide waarden zijn die gemaximaliseerd dienen te worden in onze maatschappij, zien we in de praktijk nog steeds dat er een keuze wordt gemaakt tussen privacy en veiligheid.21

6.3.3 Publieksscheiding en contextsamenval
Juist het bestaan van veel deelidentiteiten levert verschillende nieuwe problemen op voor de privacy. In de offline wereld kunnen wij de verschillende publieken die behoren bij de verschillende deelidentiteiten relatief makkelijk van elkaar scheiden. Collega’s en de baas blijven makkelijker binnen de muren van het kantoor en familie en vrienden komen daardoor niet zo snel met die eerste groep mensen in aanraking. Juist in de online wereld blijken de opgebouwde muren vrij gemakkelijk te doorbreken. Steeds vaker wordt door gebruik te maken van zoekmachines zoals www.wieowie.nl een link aangebracht tussen de verschillende deelidentiteiten van één persoon. Ook ontwikkelingen als OpenID en Open Social kunnen gezien worden als een beweging richting versmelten van deelidentiteiten.20 Daarnaast kan in zijn algemeenheid gezegd worden dat er een trend is ontstaan om de hoeveelheid deelidentiteiten en de inloggegevens die een persoon moet onthouden te verminderen door identiteitsmanagementsystemen. Deze systemen maken het mogelijk om verschillende deelidentiteiten (met name inloggegevens) te beheren. Zo kun je bijvoorbeeld met één set gegevens (je identiteit) je identificeren bij verschillende diensten. OpenID is daar een duidelijk voorbeeld van. Het scheiden van de publieken die bij de afzonderlijke deelidentiteiten horen, komt daarmee onder druk te staan. Deze ontwikkelingen leiden dan ook tot een contextsamenval. Er ontstaat een versmelting van publieken en identiteiten. Dit zet de verwachte privacy van gebruikers op scherp. Juist bij deze laatste voorbeelden voelen we ook direct een belangenverstrengeling opdoemen. Doordat mensen teveel deelidentiteiten in gebruik moeten nemen, worden technische systemen

23

6.3.5 Het veranderende karakter van gegevens
Door technologische en maatschappelijke ontwikkelingen verandert de manier waarop wij met gegevens omgaan. Gegevens worden op nieuwe manieren verzameld, worden op nieuwe manieren gecombineerd en verrijkt en voor nieuwe doeleinden gebruikt. Als burger laten wij dan ook op steeds meer plekken ‘digitale voetstappen’ achter. Het klassieke juridische begrip ‘persoonsgegeven’, dat ontwikkeld is in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw (het database tijdperk), staat door deze ontwikkelingen onder druk. Dit is problematisch omdat ons juridisch kader voor de bescherming van de privacy gebaseerd is op het begrip persoonsgegeven. Richting de toekomst zal daarom gezocht moeten worden naar nieuwe concepten die beter aansluiten bij het veranderend karakter en gebruik van gegevens.

[20] OpenID is een applicatie die het mogelijk maakt om één set inloggegevens te gebruiken voor verschillende websites en online diensten. Open Social is een programmeerinterface (API) die programmeurs in staat stelt om applicaties over verschillende sociale netwerken heen te laten werken. [21] Om het spanningsveld tussen privacy en veiligheid beter te kunnen duiden en problemen te adresseren hebben de Ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken de Commissie veiligheid en persoonlijke levenssfeer (commissie Brouwer-Korf) in het leven geroepen. De resultaten zijn te vinden op: www.justitie.nl

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

6.4 Oplossingsrichtingen
Het adresseren van privacy- en identiteitsvraagstukken wordt een van de grootste uitdagingen voor het genereren vanvertrouwen in de informatiemaatschappij de komende jaren. ECP-EPN ziet hiervoor in ieder geval de volgende oplossingsrichtingen.

van (meerdere) identiteiten in deze open samenleving. Het terugdringen van de hoeveelheid deelidentiteiten is al volop aan de gang. Verschillende initiatieven zijn daartoe ontwikkeld. Het gaat daarbij momenteel vooral om het koppelen van de meer sociale identiteiten van gebruikers. Maar ook de overheid probeert voor de burger steeds meer één ‘enkele ingang’ te creëren. Bij deze ontwikkelingen moet echter gericht aandacht blijven worden besteed aan de mogelijke privacyimplicaties zoals contextsamenval en publiekssamenval. Momenteel bevinden zich op de markt zoals gezegd verschillende initiatieven. Welk initiatief (of initiatieven) leidend zullen zijn, kan nog niet duidelijk gezegd worden. De marktwerking zal dit moeten uitwijzen. Deze ontwikkelingen moeten daarom in de gaten gehouden worden. Mocht op de langere termijn blijken dat tekort geschoten wordt in het beschermen van privacy, zal actie moeten worden ondernomen. Dit kan bestaan uit het samenbrengen van de marktleiders en het plegen van onderling overleg, maar ook kan gedacht worden aan het ontwikkelen van een minimumstandaard wat betreft de eisen voor privacy waaraan dergelijke systemen moeten voldoen.

6.4.1 Communicatie en bewustzijn
Privacy en identiteit zijn moeilijke maar bijzonder relevante begrippen. Een groot deel van de huidige en toekomstige ‘privacyproblematiek’ ligt aan een gebrek aan bewustzijn en effectieve communicatie. Omdat privacy zo afhankelijk is van context dienen zowel bedrijven als burgers zich bewuster te worden van de betekenis van privacy en identiteit in relatie tot hun gedrag. Met name voor jongeren en ouderen is het van belang om beter om te leren gaan met identiteiten en privacy.

24

Voor het bedrijfsleven en de overheid is het van belang dat zij een betere inschatting leren maken van de mogelijke privacy- en identiteitsvraagstukken die de uitvoering van hun taken en processen met zich mee kunnen brengen. Een beter begrip van privacyvraagstukken en daarmee geassocieerde risico’s en een duidelijk communicatiebeleid richting de betrokkenen is hiervoor een absolute must. Ten slotte is het van belang om de ‘ruis’ weg te nemen uit de discussie rondom privacy en identiteit. Het hanteren van eenduidige begrippenkaders en het opstellen van duidelijke communicatiestrategieën en -modellen kan bijdragen aan het verhelderen van de privacydiscussie.

6.4.3 Privacy by design
Omdat de architectuur van informatiesystemen de omgang met persoonsgegevens dicteert, heeft het ontwerp van een systeem grote invloed op de bescherming van privacy en identiteit. Daarom is het noodzakelijk om systemen te bouwen die verantwoordelijk omgaan met persoonsgegevens. Deze benadering wordt ook wel aangeduid met de term ‘privacy by design’. De achterliggende gedachte bij ‘privacy bydesign’ is dat reeds in de ontwerpfase van de technologie rekening moet worden gehouden met privacyvraagstukken. Het idee is dat de privacy beschermd wordt doordat het gebruik van gegevens waar mogelijk wordt afgeschermd, verminderd, of geëlimineerd.

6.4.2 Gebruiker in controle
Naast bewustzijn moeten betrokkenen (consumenten, patiënten, burgers enzovoorts) ook actief invloed kunnen uitoefenen op de omgang met hun persoonsgegevens. Hiervoor dient de betrokkene de juiste middelen in handen te krijgen op zowel technisch als juridisch gebied. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan het investeren in kennis en het bouwen van technologie die beter omspringt met het beheren

6.4.4 Toezicht en handhaving
Onzorgvuldige of onrechtmatige verwerking van gegevens kan grote invloed hebben op het leven van burgers. Handhaving van de

6 - Bescherming van privacy en (deel)identiteit

privacywetgeving blijft daarom richting de toekomst onverminderd van belang. Wel is het noodzakelijk dat de wetgeving (en daarmee ook de toezichthouder) mee blijft groeien met de technologische en maatschappelijke ontwikkelingen.

6.4.5 Tegengaan identiteitsdiefstal
De gevolgen van criminaliteit met of tegen identiteiten kunnen van grote aard zijn. Daarom is het noodzakelijk dat beter in kaart wordt gebracht wat de aard van het probleem is in Nederland. Om hoeveel gevallen gaat het jaarlijks? Wat voor vormen komen in Nederland voor? Na het in kaart brengen van deze informatie kan bekeken worden wat er voor de langere termijn noodzakelijk is. Hierbij moet onder andere gedacht worden aan het vergroten van de bewustwording op het gebied van de risico’s van het misbruik van persoonsgegevens. Daarnaast speelt ook (strafrechtelijke) handhaving natuurlijk een belangrijke rol bij het tegengaan van identiteitsdiefstal.

25

6.4.6 Herijking privacybegrip
Op de langere termijn zullen wij door de technologische en maatschappelijke ontwikkelingen ons privacybegrip moeten herijken. Het gaat hierbij met name om een ‘cultuuromslag’ waarbij we beseffen dat de wereld steeds transparanter wordt, maar dat iedereen binnen deze transparante wereld recht heeft op zijn of haar geheimen en deelidentiteiten. In feite gaat hier om een ideologische discussie over collectivisme en individualisme. De rol van privacy en identiteit in deze discussie is van groot belang, maar de discussie moet zich niet langer enkel focussen op tegenstellingen zoals privacy versus veiligheid of privacy versus commercie. De herijking van het privacybegrip zal zich niet alleen moeten voordoen in ons denken over privacy en identiteit, maar ook in de wet- en regelgeving. Ons huidige gegevensbeschermingsrecht heeft zijn wortels in het database tijdperk van de jaren zeventig. Willen we effectief kunnen omgaan met de uitdagingen van bijvoorbeeld het internet van dingen en virtuele werelden, dan moeten waarschijnlijk nieuwe wetgevingsconcepten worden ontwikkeld.

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

Ruimte voor creativiteit en innovatie 7
Kennis, diensten en informatie die niet in een tastbare vorm zijn neergelegd worden steeds belangrijker binnen onze maatschappij. Om creativiteit, innovatie en intellectuele prestaties te bevorderen is de juridische bescherming van het intellectueel eigendom in het leven geroepen. Naast het morele recht van de maker om erkenning te krijgen voor hetgeen hij of zij gepresteerd heeft, geeft het intellectueel eigendomsrecht de maker de juridische bescherming om zijn werk economisch te kunnen exploiteren. Omdat het intellectueel eigendom zo’n sterk en alomvattend recht is, dienen er echter ook beperkingen op te zijn die de consument beschermen. Technologische en maatschappelijke ontwikkelingen stellen telkens nieuwe eisen aan de concrete invulling van het intellectueel eigendomsrecht en de verhouding tussen de rechten van de makers en die van de consument.

7.1 Ambitie
n 2018 bestaat er een klimaat waarin ruimte is voor creativiteit en intellectuele prestaties. Consumenten hebben zonder belemmeringen en beperkingen overal en altijd toegang tot informatie en entertainment. Auteurs en rechthebbenden genieten bescherming waardoor zij hun intellectuele en creatieve prestaties kunnen exploiteren en gestimuleerd worden om te blijven creëren.

I

7.2 Relevante ontwikkelingen en omgevingsfactoren
Richting 2018 signaleert ECP-EPN de volgende ontwikkelingen die relevant zijn voor het deelthema ‘creativiteit en innovatie’ en een voorname invloed kunnen hebben op het vertrouwen in de informatiesamenleving.

Door digitalisering zijn ook de kosten voor de opslag en verspreiding van werken sterk gedaald. Dit betekent dat meer en meer informatie blijvend ter beschikking kan worden gesteld. Daar waar er vroeger enkel mogelijkheid was om een beperkt, populair aanbod te voeren, is de hoeveelheid werken die nu aangeboden wordt aan de consument nagenoeg onbeperkt. Deze ontwikkeling wordt aangeduid met de term ‘Long Tail’.22 Via het internet wordt deze enorme catalogus ontsloten. Goede voorbeelden van online winkels voor digitale content zijn iTunes, Netflix en Hulu. Maar digitale distributie wordt niet alleen gecontroleerd door de traditionele uitgevers. Met name p2p filesharing-protocollen als Bittorrent stellen consumenten in staat om zelf ook werken te delen.

27

7.2.2 Anything, anytime, anywhere 7.2.1 Digitale distributie
De digitalisering van informatie en de opkomst van het internet betekende een fundamentele verandering in de manier waarop kennis en creativiteit verspreid kon worden. In tegenstelling tot analoge, fysieke media is het dankzij digitalisering mogelijk om identieke kopieën van een werk nagenoeg zonder kosten te maken. De convergentie van verschillende ICTinfrastructuren en -diensten heeft er toe geleid dat het technisch mogelijk is om ten alle tijden, op alle plaatsen, alle vormen van digitale content te consumeren. Inmiddels is door deze technische werkelijkheid ‘anything, anytime, anywhere’ ook de norm voor consumenten geworden.

[22] Anderson 2007

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

7.2.3 User generated content
Een belangrijke ontwikkeling met het oog op creativiteit en intellectueel eigendom in de laatste jaren is dat gereedschappen om te creëren en te delen voor consumenten beschikbaar zijn gekomen. Daar waar tot voorkort grote investeringen gemoeid waren met het creëren en distribueren van content, komen de productie- en distributiemiddelen nu in handen van consumenten. Hiermee wordt de consument in toenemende mate ook producent en uitgever (oftewel een ‘prosument’). Voorbeelden van productiemiddelen zijn programma’s zoals iMovie en Garageband. Voorbeelden van distributiemiddelen zijn Youtube en Flickr.

Virtual Environments (MUVE’s)) hebben geleid tot nieuwe vormen van recreatie, interactie en communicatie, maar ook tot nieuwe manieren om te creëren. Met name binnen de MUVE’s creëren de bewoners zelf virtuele goederen en diensten. Omdat de middelen om te creëren meestal door de aanbieder van de virtuele wereld ter beschikking worden gesteld roept dit vragen op over het intellectueel eigendom op deze creaties.

7.3 Uitdagingen
De hierboven genoemde ontwikkelingen hebben een overwegend positieve invloed op de maatschappij. We leven in een tijd waarin het nog nooit zo makkelijk en goedkoop is geweest om informatie te maken, te verspreiden en te consumeren. Het is de verwachting dat deze trend zich richting de toekomst voortzet. Toch zijn er met betrekking tot creativiteit en innovatie ook uitdagingen. Wij zullen ons binnen deze roadmap primair focussen op de uitdagingen die zich voor (kunnen) doen bij de voor dit thema geformuleerde ambitie. ECP-EPN signaleert binnen dit thema de volgende uitdagingen.

7.2.4 Crowdsourcing en co-creatie
Digitalisering heeft consumenten niet alleen mondiger gemaakt, het heeft hen ook bereikbaarder gemaakt. De connectiviteit van het internet wordt steeds vaker aangewend om consumenten te betrekken in de beslissingsprocessen van overheid en bedrijfsleven. Deze ontwikkeling wordt aangeduid met de termen ‘crowdsourcing’ en co-creatie. Crowdsourcing en co-creatie zijn methoden waarbij een beroep wordt gedaan op de kennis die aanwezig is in grote groepen. Door het internet is het mogelijk om snel een grote groep geïnteresseerden te bereiken en samen met hen producten, diensten en ervaringen te creëren.

28

7.3.1 Globalisering
Een algemene trend in de informatiesamenleving is die richting globalisering. Globalisering stelt met name eisen aan het rechtenbeheer en de handhaving van het auteursrecht. Want hoewel de distributie en de consumptie van content een wereldwijde aangelegenheid is, waarbij consumenten steeds minder onderscheid maken tussen landsgrenzen, is in de institutionele en juridische inrichting van distributie en rechtenbeheer nog steeds zeer sterk gebonden aan territorialiteit.

7.2.5 Open Source, Creative Commons, Copyleft
Een niet zozeer technische als wel maatschappelijke en juridische innovatie op het gebied van creativiteit zijn de alternatieven voor het traditionele intellectueel eigendomsrecht. Technische ontwikkelingen hebben geleid tot nieuwe samenwerkingsverbanden waarbinnen ook andere belangen meespelen. Dit heeft geleid tot nieuwe vormen van bescherming en licensering die een waardevolle aanvulling en uitwerking van het traditionele intellectueel eigendomsrecht vormen.

7.3.2 De veranderende positie van de consument
De mogelijkheden die de consument worden geboden om naast consument ook producent en publicist te worden bieden enorme kansen, maar ook uitdagingen. Deze uitdagingen liggen met name in het feit dat de huidige businessmodellen en het intellectueel eigendomsrecht primair gebaseerd zijn op verhoudingen tussen professionele uitgevers en consumenten. Deze verandering zet bestaande marktverhoudingen op

7.2.6 Virtuele werelden
De opkomst van virtuele werelden (zowel Massively Multiplayer Online Games (MMO) als Multi User

7 - Ruimte voor creativiteit en innovatie

zijn kop en stelt nieuwe eisen aan de markt en de regulering ervan.

7.3.3 Nieuwe spelers
Door de komst van met name het internet zijn tal van nieuwe spelers toegetreden tot de markt voor content. Hierbij kan allereerst worden gedacht aan Internet Service Providers, maar sinds de opkomst van Web 2.0 ook aan diverse online dienstenplatforms zoals MySpace, Twitter, YouTube, Facebook en Hyves. ISP’s en de Web 2.0 dienstenplatforms zijn primair platforms en portalen die consumenten ‘empoweren’. Zo stellen zij consumenten in staat om te discussiëren over content, het te beoordelen en in veel gevallen ook te delen (hetzij zelf gecreëerde content (user generated content), hetzij professioneel gecreëerde content). Het verdienmodel van de meeste online dienstverleners is gebaseerd op advertentieinkomsten of abonnementen. Omdat ISP’s en dienstenplatforms de consument in staat stellen om werken te delen die auteursrechtelijk beschermd zijn, en zij hier direct of indirect van profiteren in de vorm van dataverkeer of bezoekersverkeer, achten de rechthebbenden deze spelers (mede)verantwoordelijk voor het voorkomen van inbreuken op het auteursrecht. De ISP’s en platforms stellen zich op hun beurt op het standpunt dat zij niet verantwoordelijk zijn voor het gedrag van consumenten, omdat zij geen invloed hebben of kunnen uitoefenen op het gedrag van consumenten. Als zodanig is er al geruime tijd discussie over de verantwoordelijkheid en de zorgplicht die ISP’s en dienstenplatforms al dan niet hebben. Hierbij kan met name gedacht worden aan discussies rondom notice and takedown, graduated response en filtering.23

apparaten te consumeren. Met name de ‘born digital’ generatie accepteert kunstmatige barrières aan de consumptie van content niet of nauwelijks. Content wordt gezien als een publiek goed dat altijd en overal beschikbaar kan en moet zijn. Deze zienswijze bij veel consumenten strookt niet met de wens van rechthebbenden om hun content te kunnen controleren.

7.3.5 Piraterij
Digitale distributie en het feit dat de consument overal en altijd zonder restricties wil kunnen genieten van content heeft ervoor gezorgd dat piraterij en downloaden uit illegale bron steeds grotere vormen aanneemt. Hoewel schattingen uiteenlopen en er onenigheid bestaat over de daadwerkelijk toegebrachte schade, kunnen we wel vaststellen dat piraterij een groot probleem vormt voor auteursrechthebbenden. Het is voor de creatieve industrie welhaast onmogelijk om te concurreren met het illegale aanbod van auteursrechtelijk beschermde werken.

7.3.6 Rechtenbeheer
Het beheren van rechten wordt in het digitale tijdperk een lastigere aangelegenheid. Met name het klassieke collectief beheer staat voor uitdagingen. Door globalisering wordt het steeds moeilijker om nationaal tot een effectief systeem van rechtenbeheer te komen. Daarnaast speelt het feit dat de digitale consumptie van content zodanig snel en divers verloopt, dat onderhandelingen over rechten en afdracht vaak achterlopen bij de technische werkelijkheid. Dit maakt het moeilijk voor legale alternatieven om te concurreren met illegale alternatieven. Digitaal rechtenbeheer, oftewel digital rights management (DRM), vormt een aanvulling op de klassieke wijze van rechtenbeheer. Hoewel DRM veel mogelijkheden en kansen biedt om tot een fijnmazigere manier van rechtenbeheer te komen, moet gewaakt worden voor de rechten van de consument. Doordat DRM specifiek rechtenbeheer mogelijk maakt kan het ook voorkomen dat consumenten (ongewild) rechten wegcontracteren die zij op grond van het auteursrecht hebben. Daarnaast vergroot DRM het risico op een consumenten lock-in. Naast de klassieke

29

7.3.4 Anything, anytime, anywhere?
In het verlengde van de trend rondom globalisering ligt de trend naar het “anything, anytime, anywhere” Consumenten weten inmiddels dat het . technisch mogelijk is om uiteenlopende content, op verschillende plaatsen en op verschillende

[23] Deze onderwerpen komen aan bod in hoofdstuk 9 (Handhaving).

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

aanbieders van content (uitgevers, platenmaatschappijen, filmstudio’s) zijn ook nieuwe partijen, met name uit de ICT-hoek (zoals Apple en Google), toegetreden tot de markt. Al deze partijen zijn zich ervan bewust dat de toegang tot waardevolle content een belangrijk argument is bij de keuze voor een bepaalde type infrastructuur/hardware alsmede de diensten die daarop draaien. Partijen zullen daarom de neiging hebben om door middel van technologische en organisatorische maatregelen de consument in een (verticale) lock-in te krijgen. Hoewel dit met het oog op gebruiksgemak wellicht nog een wenselijke situatie is, moet gewaakt worden voor de positie en rechten van de consument.

waarop wij het intellectueel eigendomsrecht, meer specifiek het auteursrecht, vormgeven. Een belangrijke stap voor het verenigen van de belangen van consumenten en auteurs is het nader tot elkaar brengen van vraag en aanbod. Technologische en maatschappelijke veranderingen hebben de markt in korte tijd veranderd van een aanbod gestuurde markt naar een vraaggestuurde markt. Dit stelt nieuwe eisen aan de rechthebbenden en dwingt hen om hun bestaande businessmodellen te herzien. Het auteursrecht is naast economische argumenten ook op morele argumenten gebaseerd. Bij consumenten moet daarom het besef groeien dat de technische mogelijkheid om ideeën en creaties van anderen te delen, niet direct betekent dat er ook een moreel recht op ‘delen’ is. Dit vraagt tot op zekere hoogte een mentaliteitsverandering bij veel consumenten. Dit besef (en de bijbehorende verandering van mentaliteit) zal echter alleen ontstaan wanneer de werking van het auteursrecht en de invulling ervan door rechthebbenden aansluit bij de belevingswereld van de consument. Het is daarom onder andere van belang dat het aanbod voor legale content wordt verbeterd. Een ruim aanbod dat makkelijk toegankelijk is voor consumenten tegen een redelijke prijs en zonder onnodige beperkingen, is een noodzakelijke voorwaarde om te komen tot de gewenste mentaliteitsverandering. Ook is het voor deze mentaliteitsverandering van belang dat de contentindustrie niet de consument ‘criminaliseert’. Voor het juridisch kader is het dan met name zaak om te komen tot een verbetering van de organisatorische en juridische procedures die momenteel een markt voor legaal aanbod in de weg staan en daarmee piraterij in de hand werken. Hierbij moet voornamelijk worden gedacht aan flexibele(re) methoden voor rechtenbeheer en rechtenafdracht en een mondialisering van het aanbod.

7.4 Oplossingsrichtingen
Om de voor dit onderwerp geformuleerde ambitie te realiseren is een aantal stappen nodig. Deze stappen worden abstract geformuleerd en waar mogelijk geconcretiseerd met acties en aandachtspunten. Met betrekking tot creativiteit en innovatie zijn met name de volgende oplossingsrichtingen richting de toekomst relevant.

30

7.4.1 Betere afstemming vraag en aanbod
Er zijn weinig onderwerpen waarover zoveel te doen is als het auteursrecht in de informatiesamenleving. Met name de discussie over het downloaden van auteursrechtelijk beschermde werken uit illegale bron ligt zeer gevoelig in Nederland en daarbuiten. Het lijkt er in deze discussie wel eens op dat auteursrechthebbenden en consumenten lijnrecht tegenover elkaar staan, een situatie die piraten dankbaar uitbuiten. Richting de toekomst is het noodzakelijk om de gerechtvaardigde belangen van consumenten en auteurs beter te verenigen. Hierbij moeten we ons realiseren dat het intellectueel eigendomsrecht een juridische constructie is die in het leven is geroepen om creativiteit en innovatie te beschermen en te stimuleren. Een dergelijke juridische constructie kan natuurlijk nooit perfect zijn. De snel veranderende technologische en maatschappelijke werkelijkheid dwingt ons dan ook om ons blijvend te herbezinnen op de manier

7.4.2 Aanpak piraterij
Naast een betere afstemming van vraag en aanbod dient de markt voor illegaal aangeboden auteursrechtelijk beschermde werken aangepakt

7 - Ruimte voor creativiteit en innovatie

te worden. Piraten profiteren momenteel op grote schaal van de creativiteit en investeringen van auteurs. Naast piraten profiteren ook andere cybercriminelen van de markt voor illegaal aanbod. P2p-netwerken en nieuwsgroepen vormen voor cybercriminelen ideale platforms voor de verspreiding van virussen en andere malware. Om ruimte voor legaal aanbod te creëren en de consument ‘weg te lokken’ bij risicovol illegaal aanbod, is een blijvende aanpak van met name de professionele piraterij noodzakelijk.

Een ontwikkeling waarbinnen het auteursrecht richting de toekomst mogelijkerwijs een rol gaat spelen is die van creativiteit binnen virtuele werelden. Binnen virtuele werelden bestaat nog veel onduidelijkheid over de manier waarop het auteursrecht geïnterpreteerd moet worden. Duidelijkheid over deze situatie zal de rechtspositie van zowel gebruikers als aanbieders verduidelijken, waardoor meer ruimte voor creativiteit en innovatie ontstaat.

7.4.3 Stimuleren creativiteit gebruikers
Technologische innovaties dragen bij aan de mogelijkheden voor de consument om content te creëren en te distribueren. Door de ‘economie van de actieve participatie’ kan waarde worden gecreëerd en innovatie worden gestimuleerd. Waar mogelijk moet deze ontwikkeling dus worden gestimuleerd. De markt levert hiervoor de benodigde instrumenten in de vorm van programma’s om content mee te creëren en platforms om content via te distribueren. Om actieve participatie optimaal te ondersteunen moet ook het regelgevend kader ondersteuning bieden. Het intellectueel eigendomsrecht moet beschermen waar nodig en faciliteren waar mogelijk. Momenteel zijn de organisatorische en juridische procedures die met het verveelvoudigen en openbaar maken van werken voor de meeste niet professionele auteurs te ingewikkeld en ondoorzichtig. Initiatieven zoals bijvoorbeeld Creative Commons, die het auteursrecht eenvoudiger, inzichtelijker en flexibeler maken voor auteurs, zijn waardevol. Waar nodig dienen deze initiatieven ondersteund te worden.

31

7.4.4 Aandacht voor nieuwe uitdagingen
Om beter aan te sluiten bij de technologische en maatschappelijke werkelijkheid dienen wij ons blijvend te bezinnen op de invulling van de begrippen en kaders binnen het auteursrecht. Daar waar technologie en maatschappij nieuwe uitdagingen voor het auteursrecht opwerpen moet gekeken worden of aanpassing of herijking noodzakelijk is.

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

Consumentenbescherming bij elektronische handel
Elektronische handel heeft in ongeveer twee decennia de manier waarop wij zakendoen ingrijpend veranderd. Contracten worden per email gesloten, koop en verkoop van goederen vindt in toenemende mate plaats via het internet en ook de facturen worden elektronisch verstuurd. Hoewel het burgerlijk recht ook goed toegepast kan worden in een elektronische omgeving zijn diverse aanpassingen toch nodig geweest om de elektronische handel te reguleren en de consument te beschermen. De lappendeken aan wet- en regelgeving die hiervan het gevolg is, is soms voor bedrijven en consumenten moeilijk te doorgronden. Met de komst van nieuwe technologieën kan het zijn dat de wet nieuwe aanpassingen behoeft.

8

8.1 Ambitie
n 2018 hebben bedrijven en consumenten via elektronische handel zonder belemmeringen toegang tot de volledige Europese interne markt. Ook hebben zij toegang tot goedkope en effectieve geschillenbeslechting voor nationale en grensoverschrijdende conflicten.

8.2.2 Nieuwe spelers, nieuwe diensten
Ook op het gebied van de elektronische handel zijn nieuwe spelers toegetreden. Hierbij springt met name de rol van de online marktplaatsen en veilingsites in het oog. Maar ook het aantal dienstverleners dat tegen betaling online diensten (software as a service, cloud computing) aanbiedt stijgt snel.Tot slot worden richting de toekomst steeds meer verbintenissen die traditioneel alleen in de fysieke wereld aangegaan konden worden door veranderende opvattingen en regelgeving nu ook online mogelijk. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan het online laten opmaken van akten en het afsluiten van verzekeringen.

I

33

8.2 Relevante ontwikkelingen en omgevingsfactoren
Elektronische handel (e-commerce) heeft in de laatste jaren een enorme vlucht genomen. De huidige omzetcijfers aangaande elektronische handel hebben zelfs de meest vergaande voorspellingen die werden gedaan tijdens de dotcom hype ruimschoots overtroffen. Op een aantal punten is elektronische handel zelfs de traditionele manieren van zakendoen aan het verdringen (elektronisch bankieren bijvoorbeeld).

8.2.3 Autonome systemen
Hoewel het gebruik van intelligente systemen nu nog zeer beperkt is, is de verwachting dat richting de toekomst consumenten en bedrijven steeds vaker autonome systemen in zullen zetten om naar informatie te zoeken en transacties te sluiten. Een zoekagent die helpt bij het vinden van interessante cadeau’s is hier een voorbeeld van.

8.2.1 Globalisering
Hoewel momenteel nog veruit de meeste mensen online winkelen binnen de landsgrenzen, zal richting de toekomst het aantal mensen dat buiten de grenzen producten koopt ongetwijfeld toenemen. Elektronische handel biedt met name kansen voor de versterking van de Europese interne markt, maar ook voor handel buiten Europa.

8.2.4 Samenvloeiing van fysiek en virtueel
Door de komst van technologieën zoals RFID, NFC, sensoren en mobiel internet vervaagt het onderscheid tussen de fysieke wereld en de virtuele wereld. Deze ontwikkeling heeft

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

verstrekkende gevolgen voor onze maatschappij als geheel, maar in het kader van elektronische handel en consumentenbescherming zijn twee elementen specifiek van belang. Het eerste element is dat consumenten overal toegang hebben tot informatie over de producten en diensten van aanbieders. Het tweede element is dat aanbieders extra mogelijkheden krijgen om consumenten te benaderen en te verleiden.

Ons huidige juridische kader ziet voornamelijk toe op klassieke 1-op-1 business to consumer verhoudingen. Met name de rol van tussenpersonen en de regulering van consumer to consumer (en/of prosumer to consumer) transacties is binnen de huidige wetgeving onvoldoende duidelijk.

8.3.3 Cybercrime
Cybercrime is een groeiend probleem dat het vertrouwen in elektronische handel ondermijnt. In de afgelopen jaren is cybercrime verder geprofessionaliseerd en geïnternationaliseerd. Hackers staan steeds vaker in dienst van professionele criminelen en hoewel cybercrime steeds minder zichtbaar wordt, neemt de schade toe.

8.2.5 Virtuele werelden
Hoewel de hype rondom bijvoorbeeld Second Life is gaan liggen, begeven consumenten zich nog steeds in toenemende mate in virtuele werelden. Binnen deze virtuele werelden nemen consumenten allerlei diensten af en kopen zij ook steeds meer virtuele goederen.

8.3 Uitdagingen
Hoewel de groei en internationalisering van de elektronische handel een zeer positieve ontwikkeling is, brengen nieuwe technologieën en diensten ook vragen en uitdagingen met zich mee. Hieronder worden deze uitdagingen besproken.

8.3.4 Versnippering
Hoewel consumentenrechten over het algemeen binnen het huidige juridische kader goed gewaarborgd zijn is het voor het merendeel van de consumenten nog steeds onvoldoende duidelijk wat hun rechten zijn en waar zij hun recht kunnen halen wanneer er een geschil ontstaat. De versnippering van voorlichting en geschillenbeslechting is hier in belangrijke mate debet aan. Er bestaat in Nederland (en daarbuiten) een grote hoeveelheid voorlichtingssites (zowel publiek als privaat), keurmerksystemen, toezichthouders en geschillenbeslechters. Het is voor de consument veelal onduidelijk in welk geval hij zich tot welke instantie moet richten. Bijkomend probleem is dat de Europese wetgeving nog niet voldoende geharmoniseerd is. Dit betekent dat consumenten, die zich online buiten de landsgrenzen begeven, geconfronteerd kunnen worden met verschillende regels.

34

8.3.1 Beheersing verkoopkanalen
Het internet biedt ongekende mogelijkheden om direct de klant te benaderen. De zogenaamde ‘long tail’, die bij het onderwerp auteursrecht al aan de orde is gekomen, strekt zich ook uit tot de verkoop van fysieke producten via internet. Steeds meer consumenten kopen producten buiten de traditionele, nationale verkoopkanalen om (voorbeelden zijn verkopen via importeurs, (buitenlandse) webwinkels en marktplaatsen). Deze ontwikkeling die voor consumenten zeer gunstig kan zijn, vraagt om nieuwe ideeën over parallelle import, beheersing van verticale verkoopketens en de invulling en uitputting van het merkenrecht.

8.3.5 Consumentenrechten in nieuwe omgevingen 8.3.2 Wetgeving in een veranderende markt
Er zijn tal van nieuwe spelers toegetreden tot de markt die allerlei nieuwe innovatieve diensten aanbieden. Ons huidige wetgevende kader is echter nog niet optimaal toegerust om met de veranderende marktverhoudingen om te gaan. Consumenten begeven zich steeds vaker in nieuwe omgevingen. Hierbij moet met name gedacht worden aan virtuele werelden zoals World of Warcraft en Second Life. Maar bijvoorbeeld ook aan cloud computing diensten en software as a service.

8 - Consumentenbescherming bij elektronische handel

Binnen deze omgevingen is de consument sterk afhankelijk van de aanbieder van de omgeving. Deze aanbieders (vaak buitenlandse bedrijven) leggen de verhoudingen tussen consumenten en henzelf vast in hun algemene voorwaarden. Deze verhoudingen vallen over het algemeen in het voordeel van de bedrijven uit. Daar waar het buitenlandse bedrijven betreft kunnen de algemene voorwaarden zelfs bedingen bevatten die in strijd met de zwarte en grijze lijsten van ons Burgerlijk Wetboek zijn.

kennis en vaardigheden om zich effectief te kunnen begeven in de informatiesamenleving. Hiervoor is allereerst een ‘digibewustzijn’ noodzakelijk. De consument moet zich bewust zijn van de risico’s die hij loopt bij (onzorgvuldig) elektronsich handelen, waarschuwingssignalen kunnen herkennen en zich bewust zijn van mogelijke beschermingsmaatregelen. Daarnaast moet de consument zoveel mogelijk ‘digivaardig’ zijn. De consument moet de kennis en de kunde hebben om optimaal te profiteren van de kansen die elektronisch zakendoen biedt.24 Aanpak oneerlijke handelspraktijken Een sterke en bewuste consument is een noodzakelijke voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de elektronische handel, maar op zichzelf is dit niet genoeg. Net als in de fysieke wereld kan er op internet sprake zijn van oneerlijke handelspraktijken. Daar waar dergelijke praktijken voorkomen moeten deze hard worden aangepakt. Het werk van toezichthouders zoals bijvoorbeeld de Consumentenautoriteit en de OPTA spelen hierbij uiteraard een belangrijke rol.

8.3.6 Autonome systemen
Hoewel elektronische handel in business to consumer verhoudingen nog steeds (vanuit de kant van de consument) handmatig verloopt is de verwachting dat transacties richting de toekomst steeds vaker tussen machines zal plaatsvinden. Hierbij moet onder andere gedacht worden aan shopping agents die volautomatisch voor consumenten aankopen doen. Ons huidige juridische kader is nog in onvoldoende mate toegesneden op deze verhoudingen.

35

8.4 Oplossingsrichtingen 8.4.2 Terugdringen cybercrime
Het enorme succes van de elektronische handel brengt nieuwe uitdagingen met zich mee die geadresseerd moeten worden om het succes nog verder te vergroten. Hiervoor kunnen de volgende oplossingsrichtingen worden aangedragen. Het terugdringen van cybercrime is een belangrijke voorwaarde voor het vertrouwen van consumenten in elektronische handel. Versteviging van de handhaving, publiekprivate samenwerking op het gebied van preventie en opsporing, internationale samenwerking en nieuwe opsporingsmethoden zijn enkele van de speerpunten voor het beleid om cybercrime terug te dringen.25 In het volgende hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan.

8.4.1 Een sterke consument
Een eerste voorwaarde voor een goede consumentenbescherming is een sterke consument. Hiervoor is het noodzakelijk dat de consument zich bewust is van de mogelijkheden, maar ook van de risico’s van moderne communicatiemiddelen en handelspraktijken. Een sterke consument zal meer vertrouwen hebben in de moderne informatiesamenleving omdat hij door een hoger bewustzijn en meer kunde beter in staat is om onzekerheden en risico’s in te schatten en te controleren. Het is daarom zaak om de consumenten te voorzien van de noodzakelijke

8.4.3 Ontwikkeling (communautaire) regelgeving
Naarmate consumenten meer en vaker buiten de landsgrenzen elektronisch handelen, groeit de behoefte aan verdergaande harmonisatie en versterking van het consumentenrecht in internationaal verband. Binnen de Europese Unie wordt daarom momenteel onder andere gewerkt aan een nieuwe richtlijn die het

[24] Het publiekprivate programma Digivaardig en Digibewust, waarvan ECP-EPN het secretariaat voert, draagt bij aan het versterken van de consument. [25] De Ministeries van Justitie en Economische Zaken zijn de primaire dossierhouders en hebben uitgebreid beleid op het gebied van cybercrime. Zie: www.justitie.nl en www.minez.nl.

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

bestaande consumentenrecht verder moet harmoniseren.26 In deze wet- en regelgevende initiatieven moeten ook nieuwe technologieën en verkooptechnieken meegenomen worden. Voorts zal richting de toekomst onder andere gekeken moeten worden naar de ontwikkeling van consumentenrechten in nieuwe omgevingen (zoals virtuele werelden) en naar nieuwe transactieschema’s (zoals mens-machine en machine-machine).

8.4.4 Tegengaan versnippering voorlichting en geschillenbeslechting
Om de consument beter in staat te stellen zijn rechten uit te oefenen is het zaak om de versnippering van voorlichting over consumentenrechten alsmede de versnipperde toegang tot klachtenafhandeling en geschillenbeslechting tegen te gaan. Bundeling van bestaande initiatieven en portals waar duidelijk te vinden is waar een consument zijn recht kan halen kunnen bijdragen aan deze doelstelling.

36

8.4.5 Digitalisering klachtenafhandeling en geschillenbeslechting
Om klachtenafhandeling en geschillenbeslechting te stroomlijnen is verdergaande digitalisering van klachtenafhandeling en geschillenbeslechting wenselijk. Digitalisering verlaagt administratieve drempels voor zowel bedrijven als consumenten hetgeen bijdraagt aan een soepele oplossing van eventuele klachten en geschillen. Naast digitalisering kunnen ook andere vormen van geschillenbeslechting zoals Online Dispute Resolution en mediation richting de toekomst bijdragen aan een versteviging van het consumentenvertrouwen.

8.4.6 Onderscheid online-offline
Het valt te verwachten dat door de opkomst van mobiel internet en het ‘internet van dingen’ de grens tussen fysiek en virtueel steeds verder vervaagt. Dit betekent misschien ook dat op den duur in de wetgeving het nadrukkelijke onderscheid tussen online en offline weer los moet worden gelaten.

[26] Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende consumentenrechten, 8 oktober 2008, COM (2008) 614

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

Handhaving van wet- en regelgeving met respect voor grondrechten
Handhaving van wet- en regelgeving is van cruciaal belang voor een gerechtvaardigd vertrouwen in ICT toepassingen. Het gaat hierbij zowel om de handhaving van civiel recht als van strafrecht. De handhaving van wet- en regelgeving kan echter op gespannen voet staan met de grondrechten van het individu. Het is richting 2018 de uitdaging om beide belangen maximaal te beschermen.

9

9.1 Ambitie
n 2018 gaat een effectieve handhaving van de wet hand in hand met respect voor de grondrechten van het individu. Dankzij ICT is het ophelderingspercentage van misdrijven gestegen, is de inzet van politie effectiever en voelen de burgers zich veiliger. Op internet zijn er procedures om illegale en/of schadelijke content snel te identificeren en te verwijderen. Tegelijkertijd hebben de burgers de garantie dat zij niet constant gevolgd worden, kunnen zij in vrijheid hun mening uiten en hebben zij de zekerheid dat zij op basis van hun persoonlijke informatie niet gediscrimineerd worden.

9.3.1 Globalisering
Internet is per definitie een wereldomspannend netwerk. Dit betekent dat zowel de privaatrechtelijke handhaving als de strafrechtelijke handhaving op internet een internationale aangelegenheid is. Dit stelt eisen aan zowel het juridisch kader voor handhaving als aan de handhaving in de praktijk. Op het gebied van het privaatrecht betekent de globalisering dat bij het niet, of niet goed nakomen van verplichtingen door aanbieders en dienstverleners, de consument zijn klacht internationaal moet afhandelen. Hoewel de consument op grond van het consumentenrecht en het internationaal privaatrecht veelal bij de nationale rechter terecht kan, blijkt het in de praktijk voor de consument moeilijk om zijn recht te halen. Op het gebied van strafrecht levert de globalisering van cybercrime met name vragen op rondom jurisdictie. Dit probleem is al zo oud al het internet, maar door het toenemend gebruik van internet wordt het probleem wel groter. Inmiddels zijn er diverse cybercrimenetwerken die wereldwijd opereren en leden hebben in diverse landen. Dit betekent voor opsporingsinstanties dat zij internationaal moeten samenwerken en diverse rechtshulpverzoeken moeten doen, hetgeen de opsporing kan belemmeren.

I

37

9.2 Relevante ontwikkelingen en omgevingsfactoren
Handhaving kan worden gezien als het sluitstuk van een beleid gericht op het stimuleren van vertrouwen. Daar waar partijen bewust het vertrouwen van de consument schaden past een handhavende reactie, hetzij vanuit de markt zelf, danwel vanuit de overheid. Als zodanig spelen alle hierboven genoemde ontwikkelingen en omgevingsfactoren een rol. Het is daarom dan ook niet zinvol om alle factoren opnieuw te benoemen.

9.3 Uitdagingen
Hoewel voor de uitdagingen bij de handhaving in principe dezelfde redenering opgaat als voor de relevante ontwikkelingen en omgevingsfactoren is er met betrekking tot handhaving toch een aantal uitdagingen die nadere aandacht behoeven.

9.3.2 Innovatie
Het snelle tempo waarin de technologische ontwikkelingen zich voltrekken stelt eisen aan de

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

wetgeving en de handhaving ervan. Zowel op internet als daarbuiten is er een constante wapenwedloop tussen criminelen en beveiligingsexperts aan de gang. Enkele voorbeelden zijn geavanceerde malware, skimming van bankpassen, diefstal van virtuele goederen in online werelden en het hacken van RFID-toepassingen. Nieuwe vormen van criminaliteit en nieuwe technologische hulpmiddelen om bestaande vormen van criminaliteit te vereenvoudigen stellen nieuwe eisen aan politie en justitie. De grootste uitdaging ligt in het bieden van zowel rechtszekerheid als rechtsbescherming. Dit vraagt om wetgeving die voldoende concreet is, maar tegelijkertijd ook zoveel mogelijk techniekonafhankelijk.

informatiesysteem wordt hierdoor niet langer een neutraal gegeven, maar een actieve manier om te reguleren of te controleren. In dit kader wordt daarom ook wel gesproken van ‘Code as Code’, oftewel de programmeercode als wet. Wanneer niet (of niet goed) wordt nagedacht over de waarde-oordelen die al dan niet in het systeem worden vastgelegd, onstaat het risico dat door de dwang van het systeem (alternatieven zijn namelijk uitgesloten door de code) partijen benadeeld worden of buiten de boot vallen.

9.4 Oplossingsrichtingen
De uitdagingen waar wij voor worden geplaatst op het gebied van oneerlijke handelspraktijken en cybercriminaliteit zijn aanzienlijk, maar niet onoverkomelijk. Wel is het zaak om de volgende oplossingsrichtingen nader uit te werken.

9.3.3 Rol tussenpersonen 9.4.1 Preventie: een weerbare consument
Tussenpersonen zoals ISP’s en aanbieders van online diensten zoals marktplaatsen, veilingen en sociale netwerken nemen een bijzondere plaats in bij de handhaving van het recht. Enerzijds zijn deze platformen slachtoffer van cybercriminelen omdat hun legitieme dienstverlening wordt ondermijnd. Anderzijds worden zij ook aangesproken door de overheid en bijvoorbeeld auteursrechthebbenden op een zorgplicht die zij hebben ten opzichte van de diensten en platforms die zij aanbieden. Deze zorgplicht vloeit voort uit de invloed die de tussenpersonen kunnen uitoefenen op het gebruik van hun dienst cq. platform. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan het blokkeren, filteren of verwijderen van schadelijke cq. illegale content. Echter, de vraag is in hoeverre de tussenpersonen hiermee niet een voorportaal van politie en justitie worden en wat hun bevoegdheid is om dienstverlening aan klanten en gebruikers te beperken. Daarnaast speelt de verhouding tussen de privacy van de gebruiker en de belangen van derden. Oneerlijke handelspraktijken alsmede cybercrime worden vaak mogelijk gemaakt door de goedgelovigheid, onkunde, of onwetendheid van de consument. Met name cybercriminelen spelen door middel van bijvoorbeeld ‘phishing’ en ‘social engineering’ handig in op de kwetsbaarheid van de consument. De gebrekkige (technische) kennis bij de gemiddelde consument draagt voorts bij aan de groei van cybercrime. Een combinatie van kwetsbaarheden in systemen en de onwetendheid bij de consument stelt hackers in staat om permanent toegang te krijgen tot de computers van consumenten. Van deze computers kunnen gevoelige gegevens worden gehaald en de computers kunnen worden ingezet als ‘botnets’ die spam versturen en Denial of Service attacks uitvoeren. Hoewel cybercrime nu nog primair een aan internet gerelateerd fenomeen is, is de verwachting dat met de komst van het internet van dingen, dit probleem zich zal uitbreiden tot de fysieke wereld. Door burgers bewuster te maken van de risico’s van onveilig ICT-gebruik, kunnen veel problemen worden voorkomen. Dergelijke preventieve maatregelen leveren waarschijnlijk meer op dan handhaving achteraf.27 Naast goede voorlichting moet de consument zelf ook de middelen in

38

9.3.4 Systeemdwang
Het ontwerp en de uiteindelijk bouw van een informatiesysteem bepaalt wat er wel en niet mogelijk is met het systeem. Dit betekent ook dat waarde-oordelen impliciet of expliciet in de architectuur van een informatiesysteem vastgelegd kunnen (en moeten) worden. Het

[27] Vanuit deze gedachte heeft de overheid ook het actieplan ‘Veiligheid begint bij voorkomen’ opgesteld. Zie: http://www.veiligheidbegintbijvoorkomen.nl/

9 - Handhaving van wet- en regelgeving met respect voor grondrechten

handen krijgen om veiligheidsrisico’s te identificeren en te adresseren. Het gebruik van virusscanners en firewalls zijn goede voorbeelden voor het internetdomein. Naar middelen voor het internet van dingen zal nader onderzoek moeten worden gedaan.28

9.4.2 Internationale samenwerking
Internationale samenwerking op het gebied van privaatrecht maar meer nog op het gebied van strafrecht, is cruciaal voor een effectieve handhaving van het recht in de informatiesamenleving. Waar mogelijk dient deze internationale samenwerking dus gestimuleerd te worden.

Er bestaan verschillende (technische) middelen waarmee wetten en regels gehandhaafd kunnen worden. Deze middelenvariëren in zwaarte van notice-and-takedown, tot filtering, tot volledige blokkering. Hoewel het geëigend kan zijn deze middelen in te zetten, dient de inzet ervan wel met specifieke waarborgen te worden omkleedt, niet in de laatste plaats omdat het hier gaat om handhaving die op gespannen voet kan staan met de vrijheid van meningsuiting. Naast het beschermen van grondrechten dient ook de rol van de tussenpersoon in ogenschouw te worden genomen. De tussenpersoon wordt als het ware gedwongen om op de stoel van de rechter te gaan zitten. Deze situatie brengt niet alleen kosten met zich mee voor de provider, maar ook mogelijke aansprakelijkheid bij een verkeerde of onzorgvuldige afweging. Er dient daarom meer duidelijkheid over de rol en verantwoordelijkheid van tussenpersonen (met name de nieuwe spelers) te komen. In publiekprivaat verband dient gezocht te worden naar oplossingen die voor alle stakeholders acceptabel zijn. Dit kan via zelfregulerende initiatieven, of waar nodig met behulp van co-regulering of daadwerkelijke formele wetgeving.

9.4.3 Publiekprivate samenwerking
Met name in de preventieve sfeer moeten de overheid en de markt zoveel mogelijk samenwerken om risico’s te verkleinen. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan voorlichtingscampagnes en monitoring van markten en diensten. Ook in de handhaving kan nauwer worden samengewerkt, bijvoorbeeld via handhavingsarrangementen waarbij de markt zaken aanlevert aan het Openbaar Ministerie. Bij publiekprivate samenwerking in handhaving moet wel goed in de gaten gehouden worden dat de markt geen ‘voorportaal’ of ‘verlengstuk’ van de overheid wordt.

39

9.4.5 Innovatie in handhaving
Om de strijd aan te kunnen gaan met cybercriminelen is continue innovatie in handhavingsmechanismen noodzakelijk. Hierbij moet onder andere gedacht worden aan wet- en regelgeving maar ook aan nieuwe opsporingsmethoden en –technieken. Voor deze innovatie is het echter wel noodzakelijk dat er blijvend een vinger aan de pols gehouden wordt om een inschatting te maken van de gevolgen die deze innovatie mogelijk heeft voor de rechten van de burger en welke invloed het heeft op de positie van marktpartijen.

9.4.4 Notice-and-Takedown, filtering en blokkering
De hierboven besproken publiekprivate samenwerking geldt in het bijzonder voor de rol van tussenpersonen bij de handhaving. Hierbij moet gedacht worden aan ISP’s en andere service providers zoals sociale netwerksites, handelssites en user generated content sites. Deze partijen vervullen een sleutelrol in de communicatie tussen eindgebruikers. Wanneer vermoed wordt dat een eindgebruiker over de schreef is gegaan, wordt daarom over het algemeen de tussenpersoon ingeschakeld, omdat deze toegang heeft tot de eindgebruiker en mogelijkheden heeft om invloed uit te oefenen op de communicatie.

9.4.6 Ethisch ontwerp van systemen
Systeemdwang zal nooit helemaal tegen te gaan zijn. De architectuur en de bijbehorende functionaliteiten van een systeem zijn nu eenmaal nooit zo flexibel als de mens zelf. Toch is het zeer belangrijk om goed na te denken over het ‘ethisch ontwerp’ van systemen, waarin

[28] De RFID guardian en de Privacy coach zijn goede voorbeelden van beschermingstechnieken voor het internet van dingen. Zie www.rfidguardian.org en www.difr.nl

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

aandacht is voor de menselijke waardigheid en grondrechten. Ethisch ontworpen systemen moeten de belangen en waarden van alle belanghebbenden in ogenschouw nemen. In dit kader wordt daarom ook wel gesproken van ‘value sensitive design’. Dit value sensitive design vraagt om een multi-disciplinaire aanpak waarbij experts uit verschillende disciplines samenwerken om de waarden en wensen van alle stakeholders expliciet te maken en vast te leggen in het systeem. Specifiek in het kader van handhaving dient ervoor gewaakt te worden dat door de wens tot effectieve handhaving niet een repressieve systeemdwang ontstaat.

9.4.7 Waarborgen
Met grote macht komt grote verantwoordelijkheid. De kracht van informatietechnologie wordt een steeds belangrijker instrument voor rechtshandhaving. Hoewel dit uiteraard een goede zaak is, is het van groot belang dat wij het gebruik van krachtige surveillance en controlemiddelen met waarborgen omkleden. Hierbij moet gedacht worden aan transparantie en ‘checks and balances’. Voorts is het van belang om de ‘menselijke maat’ in de gaten te houden, een grenzeloos geloof in het kunnen van de techniek is niet alleen naïef, het is ook gevaarlijk.

40

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

Roadmap Vertrouwen 2.0
Op basis van het voorgaande komt ECP-EPN met de onderstaande ‘Roadmap Vertrouwen 2.0’. Deze roadmap dient de komende jaren als uitgangspunt voor de activiteiten van ECP-EPN.
10.1 Bescherming privacy en (deel)identiteit

10

I

n 2018 is Nederland nog steeds een open, vrije en veilige samenleving. Het vrije verkeer van gegevens vormt de brandstof van de informatiemaatschappij, maar overheden, bedrijven en burgers respecteren het recht op privacy.

Ontwikkelingen
Toenemende transparantie Technologische ontwikkelingen leiden tot steeds grotere transparantie en een koppeling tussen fysiek en virtueel.

Uitdagingen
Persistentie en reputatie Persoonsgegevens die eenmaal zijn vastgelegd verdwijnen in principe niet meer. Persoonsgegevens worden steeds belangrijker bij het beoordelen van personen. Publiekscheiding en contextsamenval Het scheiden van publieken en omgevingen wordt steeds moeilijker. Hierdoor kunnen gegevens buiten hun originele context worden gebruikt. Identiteitsfraude en identiteitsdiefstal Persoonsgegevens en digitale identiteiten worden steeds belangrijker waardoor misbruik steeds interessanter wordt.

Oplossingsrichtingen
Bewustzijn Het vergroten van het bewustzijn omtrent privacy, identiteit en de risico’s van verkeerd gebruik van persoonsgegevens draagt bij aan het voorkomen van privacyschendingen. Gebruiker in controle De burger moet de (technische) middelen in handen krijgen om zijn privacy te waarborgen.

Het privacybegrip Door technologische en maatschappelijke ontwikkelingen verandert het begrip privacy en de opvattingen erover, met name onder jongeren. Het identiteitsbegrip Persoonsgegevens zeggen steeds meer over onze identiteit. Het belang van digitale identiteiten in onze maatschappij neemt toe.

41

Privacy by design Zorgvuldige omgang met gegevens en waar mogelijk het niet of anoniem verwerken van gegevens dient uitgangspunt te zijn bij het ontwikkelen en bouwen van informatiesystemen. Toezicht en handhaving Handhaving van de wet- en regelgeving op het gebied van privacy en identiteit is richting de toekomst onverminderd van belang.

Meervoudige (deel)identiteiten Ieder persoon heeft meerdere (deel)identiteiten. In de informatiemaatschappij worden deze identiteiten steeds vaker vastgelegd.

Toename toezicht en controle Toenemende transparantie vergroot de mogelijkheden van het bedrijfsleven, maar nog meer de overheid, om toezicht en controle uit te oefenen.

Veranderend karakter gegevensverwerking Technologische en maatschappelijke ontwikkelingen leiden tot nieuwe en andere manieren om (persoons)gegevens te verwerken. Dit heeft zijn weerslag op de houdbaarheid van het juridisch kader.

Tegengaan identiteitsdiefstal Het probleem identiteitsdiefstal moet in kaart worden gebracht. Voorlichting over de risico’s en handhaving dienen aangescherpt te worden.

Herijking privacybegrip Op de langere termijn is het begrip ‘privacy’, alsmede de bijbehorende wetgeving aan herijking toe.

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

10.2 Ruimte voor creativiteit en innovatie
n 2018 bestaat er een klimaat waarin ruimte is voor creativiteit en intellectuele prestaties. Consumenten hebben zonder belemmeringen en beperkingen overal en altijd toegang tot informatie en entertainment. Auteurs en rechthebbenden genieten bescherming waardoor zij hun intellectuele en creatieve prestaties kunnen exploiteren en gestimuleerd worden om te blijven creëren.

I

Ontwikkelingen
Digitale distributie Digitale distributie betekent een fundamentele verschuiving in de beschikbaarheid van creativiteit.Distributiekanalen kunnen door iedereen gebruikt worden. Anything, anytime, anywhere Convergentie zorgt ervoor dat consumenten content altijd en overal tot hun beschikking kunnen hebben.

Uitdagingen
Globalisering Hoewel de consumptie van content een wereldwijde aangelegenheid is, zijn de institutionele en juridische structuren van het auteursrecht nog sterk territoriaal gebonden. Veranderende positie consument De mogelijkheid voor de consument om te produceren stelt nieuwe eisen aan de inrichting van het auteursrecht.

Oplossingsrichtingen
Betere afstemming vraag en aanbod Aanbieders dienen zich beter te richten op de wensen van de consument. Consumenten moeten zich beseffen dat creativiteit niet altijd gratis is. Aanpak piraterij Om legale alternatieven een kans te bieden, moeten illegale alternatieven onaantrekkelijker gemaakt worden. Primair aan de aanbodzijde dient piraterij aangepakt te worden. Stimuleren creativiteit gebruikers De economie van de actieve participatie is waardevol voor Nederland en verdient ondersteuning. Naast technische middelen moeten prosumenten vooral in juridisch opzicht gefaciliteerd worden. Aandacht voor nieuwe uitdagingen Er dient blijvend aandacht te zijn voor nieuwe uitdagingen, hierbij kan onder andere gedacht worden aan auteursrecht in virtuele werelden.

42

User generated content Toegankelijke middelen om te creëren en digitale distributiemethoden hebben geleid tot een nieuwe vorm van content die niet door professionele partijen wordt gemaakt en gecontroleerd.

Nieuwe spelers ISP’s en dienstenplatforms worden door rechthebbenden verantwoordelijk gehouden voor inbreuken op het auteursrecht. Zij stellen zich op het standpunt niet verantwoordelijk te zijn voor gedragingen van gebruikers.

Crowdsourcing en co-creatie In toenemende mate wordt het grote publiek aangewend om bij te dragen aan de creatie van kennis en creativiteit.

Anything, anytime, anywhere? Kunstmatige barrières worden door de consument niet geaccepteerd. Rechthebbenden richten echter barrières op om piraterij tegen te gaan. Piraterij Zolang de markt voor legale content niet anytime, anywhere, anything is voor een acceptabele prijs, blijft piraterij een groot probleem. Rechtenbeheer Effectief rechtenbeheer is in de digitale wereld steeds lastiger. Hierdoor wordt het voor legale alternatieven moeilijk te concurreren met illegale alternatieven.

Open Source, Creative Commons, Copyleft Het traditionele auteursrecht wordt geflankeerd door eenvoudige alternatieven en aanvullingen. Virtuele werelden De opkomst van virtuele werelden schept nieuwe mogelijkheden om te communiceren en te creëren.

10 - Roadmap Vertrouwen 2.0

10.3 Consumentenbescherming bij elektronische handel

I

n 2018 hebben bedrijven en consumenten via elektronische handel zonder belemmeringen toegang tot de volledige Europese interne markt. Ook hebben zij toegang tot goedkope en effectieve geschillenbeslechting voor nationale en grensoverschrijdende conflicten.

Ontwikkelingen
Globalisering Elektronische handel wordt steeds internationaler van aard. Dit geldt met name voor digitale dienstverlening.

Uitdagingen
Beheersing verkoopkanalen Directe distributie en de‘long tail’ economie maakt het eenvoudiger om direct de consument te bereiken en moeilijker voor partijen om verkoopkanalen te beheersen. Wetgeving in een veranderende markt Snelle technologische en maatschappelijke innovaties veranderen handelsrelaties, terwijl de wet niet in hetzelfde tempo mee evolueert. Cybercrime Bedrijven en consumenten die elektronisch handel drijven vormen een interessant doelwit voor cybercriminelen.

Oplossingsrichtingen
Een sterke consument Een sterke, ‘digibewuste’ en ‘digivaardige’ consument biedt de beste garantie voor vertrouwen in elektronische handel.

Nieuwe spelers, nieuwe diensten Door digitalisering treden steeds meer dienstverleners toe tot de digitale markt en worden steeds meer diensten gedigitaliseerd.

Aanpak oneerlijke handelspraktijken De aanpak van oneerlijke handelspraktijken is noodzakelijk om de consument te beschermen en stimuleert het vertrouwen in elektronische handel. Ontwikkeling regelgeving Globalisering en innovatie vragen om een regelgevend kader dat met de ontwikkelingen meegroeit.

Samensmelten fysiek en virtueel Door het samensmelten van de fysieke en de virtuele wereld, zal het onderscheid tussen offline en online steeds vager worden, ook in juridische zin. Autonome systemen Richting de toekomst zullen autonome systemen steeds meer taken overnemen van mensen. Virtuele werelden De opkomst van virtuele werelden schept nieuwe mogelijkheden om handel te drijven.

43

Versnippering Versnippering van voorlichting en de mogelijkheden tot verhaal ondermijnen de positie van de consument. Consumentenrechten in nieuwe omgevingen Consumentenrechten in nieuwe omgevingen (zoals virtuele werelden) zijn nog onvoldoende uitgekristalliseerd.

Tegengaan versnippering Voorlichting en ingangen tot geschillenbeslechting dienen zoveel mogelijk gebundeld te worden. Digitalisering verhaal De (verdere) digitalisering van klachtenafhandeling en geschillenbeslechting verlaagd de drempel tot verhaal voor de consument. Onderscheid online-offline De scheiding tussen online en offline moet op den duur wellicht worden losgelaten.

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

10.4 Handhaving van wet- en regelgeving met respect voor grondrechten
In 2018 gaat een effectieve handhaving van de wet hand in hand met respect voor de grondrechten van het individu. Dankzij ICT is het ophelderingspercentage van misdrijven gestegen, de inzet van politie effectiever en voelen de burgers zich veiliger. Op internet zijn er procedures om illegale en/of schadelijke content snel te identificeren en te verwijderen. Tegelijkertijd hebben de burgers de garantie dat zij niet constant gevolgd worden, kunnen zij in vrijheid hun mening uiten en hebben zij de zekerheid dat zij op basis van hun persoonlijke informatie niet gediscrimineerd worden.

Ontwikkelingen
Alle voorgaande

Uitdagingen
Globalisering Gegeven de mondiale aard van het internet is ook mondiale handhaving noodzakelijk. Dit stelt zowel eisen aan het privaat- als het strafrecht. Innovatie Er is geen beroepsgroep zo innovatief als criminelen. Bij dit gegeven past ook een innovatieve en adaptieve houding vanuit overheid en markt.

Oplossingsrichtingen
Preventie: een weerbare consument Een sterke, ‘digibewuste’ en ‘digivaardige’ consument kan bijdragen aan het voorkomen van risico’s. Internationale samenwerking Internationale samenwerking op het gebied van rechtshandhaving is een noodzakelijke voorwaarde voor effectieve handhaving.

44
Rol tussenpersonen Tussenpersonen zoals ISP’s en diensten- cq. platformaanbieders kunnen een rol hebben bij de handhaving. Hun rol en positie moet daarvoor echter wel verhelderd te worden. Systeemdwang Systemen waarin nadrukkelijk handhavende mechanismen zijn ingebouwd, kunnen aanleiding geven tot systeemdwang. Publiek-private samenwerking Private en publieke partijen moeten samen optrekken in preventie en waar mogelijk op het gebied van handhaving.

NTD, filtering en blokkering Er moet in samenspraak tussen markt en overheid gezocht worden naar effectieve mogelijkheden om schadelijke en illegale content te weren. Innovatie in handhaving Om de wapenwedloop met de criminelen te winnen dient handhaving innovatief te blijven. Ethisch ontwerp systemen Er moet gestreefd worden naar value sensitive design van informatiesystemen. Waarborgen Handhavingsinstrumenten dienen met meer waarborgen omkleed te worden dan nu het geval is.

Roadmap: Vertrouwen in de informatiesamenleving

Vervolgstappen en rol ECP-EPN 11
Om optimaal te profiteren van de voordelen die informatie- en communicatietechnologieën onze samenleving kunnen bieden zal ECP-EPN blijven bijdragen aan het definiëren en vormgeven van de noodzakelijke randvoorwaarden voor het vertrouwen in de informatiesamenleving. De onderhavige Roadmap Vertrouwen 2.0 vormt hiervoor in de komende jaren het uitgangspunt en de leidraad. De in deze roadmap gesignaleerde trends zullen worden gevolgd en de daaruit voortvloeiende uitdagingen worden aangepakt op grond van de in deze Roadmap uiteengezette oplossingsrichtingen.

E

CP-EPN voert haar taken uit op de volgende drie niveaus:

Agenderen
ECP-EPN agendeert in samenwerking met betrokken stakeholders en experts in Nederland en daarbuiten de randvoorwaarden voor de informatiemaatschappij bij overheid, politiek, bedrijfsleven en burger. Vanuit haar rol als ‘denktank’ onderzoekt ECP-EPN nieuwe technologische en maatschappelijke ontwikkelingen en tracht zij de gevolgen voor onze maatschappij te duiden.

Omdat in deze roadmap een toekomstbeeld geschetst is voor de komende 10 jaren is het niet mogelijk om concrete vervolgactiviteiten op te nemen. ECP-EPN geeft in de komende jaren nader invulling aan de in deze roadmap geschetste oplossingsrichtingen. Voor een concreet overzicht van de activiteiten van ECPEPN verwijzen wij u naar het jaarplan en de website van ECP-EPN: www.ecp-epn.nl.

45

Verbinden
Om de kansen van de informatiemaatschappij te pakken en de uitdagingen te adresseren breidt ECP-EPN de regierol die zij al langere tijd heeft, verder uit en geeft zij deze verder vorm. ECPEPN blijft in publiekprivaat verband een neutraal platform bieden waar diverse belanghebbenden en experts samen kunnen werken aan de toekomst van de informatiesamenleving.

Uitvoeren
Naast haar agenderende en verbindende rol blijft ECP-EPN ook concrete projecten en programma’s uitvoeren die bijdragen aan het vergroten van het gerechtvaardigd vertrouwen in de informatiesamenleving. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan het begeleiden van co- en zelfregulerende processen en het uitvoeren van voorlichtingscampagnes richting burgers en bedrijven.

46

Bijschrift

Verkorte Literatuurlijst

Verkorte Literatuurlijst
Anderson. C. (2007), The Long Tail: How Endless Choice Is Creating Unlimited Demand. New York: Random House

12

Castranova et al. (2007), Metaverse Roadmap, Pathways to the 3D Web, Acceleration Studies Foundation De Vries, P (2004). Trust in systems: effects of direct and indirect information. Proefschrift, . Eindhoven: Technische Universiteit Eindhoven Franken, H. et al. (2000). Rapport van de Commissie Grondrechten in het Digitale Tijdperk. Rotterdam: Phoenix & DenOudsten. Perez, C. (2002), Technological Revolutions and Financial Capital: the Dynamics of Bubbles and Golden Ages, Edward Elgar, Cheltenham; en Drobik, A. (1999), The End of e-Business, Gartner Fukuyama, F (1995), Trust: the social virtues and the creation of prosperity, New York: Free Press . Kurzweil, R. (1990), The Age of Intelligent Machines, Cambridge MA: MIT Press Kurzweil, R (1999), The Age of Spiritual Machines, New York: Penguin Kurzweil, R. (2005), The Singularity is Near, When Humans Transcend Biology, New York: Viking Lyon, D. (2003). Surveillance as Social Sorting, Privacy, Risk and Digital Discrimination, New York: Routledge Marbus, R. (2009), Identiteitsmanagement in Nederland: de stand van zaken, Leidschendam: ECP-EPN Palfrey, J., Gasser, U. (2008), Born Digital: Understanding the First Generation of Digital Natives, Basic Books Schermer, B. W. (2008), Ambient intelligence, persoonsgegevens en consumentenbescherming’, Leidschendam: ECP .NL Schermer, B. W. et al. (2008), Gaming: meer dan een spelletje, Leidschendam: ECP .NL Stross, C. (2007), Halting State, New York: Penguin Books Solove, D.J. (2004), The Digital Person: Technology and privacy in the information age. New York: New York University Press Stuurman, C., Wijnands, H. (2000). Intelligent Agents: Vloek of Zegen?, in: de e-consument,consumentenbescherming in de nieuwe economie, Den Haag: Elsevier Juridisch Teeuw, W., Vedder, A. et al. (2008), Security applications for converging technologies: Impact on the constitutional state and the legal order, WODC 2008, RapportTI/RS/2007/039 Tapscott, D., Williams, A. D. (2006), Wikinomics, how mass collaboration changes everything, New York: Penguin Van den Hoven, J. Weckert, J. et al. (2008), Information technology and moral philosophy, Cambridge: Cambridge University Press Van Kokswijk,, J. (2003). Architectuur van een Cybercultuur, proefschrift Universiteit Twente. Weiser, M. (1991), The Computer for the 21st Century, Scientific American Special Issue on Communications, Computers, and Networks, September, 1991

47

Roadmap: Vertrouwen in de Informatiesamenleving

ECP-EPN

Platform voor de InformatieSamenleving

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful