You are on page 1of 4

HOOFDSTUK 1

1.1 Energie

ENERGIE

Fig.1.1 Even geduld a.u.b.

Tabel 1.1 Verbrandingswarmte van voedingsmiddelen in MJ/kg VOEDINGSMIDDELEN aardappelen 3,6 bruinbrood 11,5 kaas (oud) 15,3 margarine 31,4 patatfrites 10,0 rijst 14,4 roomboter 31,4 rundvlees 8,2 sla 0,5 spek 32,7 vis 3,2 bier 1,7 melk 2,5 moedermelk 2,9

Het woord 'energie' wordt in de spreektaal heel gemakkelijk gebruikt. Denk maar aan: "Zij heeft veel energie", "Doe de lampen uit, je moet zuinig zijn met energie". Maar wat is energie? Een goede omschrijving, laat staan een goede definitie van het begrip energie is niet gemakkelijk te geven. Energie laat zich misschien het eenvoudigst als volgt begrijpen: wanneer we aan een voorwerp energie toevoeren of onttrekken, heeft dit een blijvende verandering van de toestand van dit voorwerp tot gevolg. Deze verandering kan zijn: men spreekt dan van: verandering van snelheid, plaats en/of vorm - mechanische energie verandering van temperatuur - thermische energie verandering van samenstelling - chemische energie verandering van elektrische lading - elektrische energie verandering van massa - kernenergie Mechanische energie kan onderverdeeld worden in bewegingsenergie (translatie-, rotatie- en vibratie-energie) en potentile energie in een zwaarte-krachtveld. Bij overdracht van energie van het ene lichaam naar een andere kan energie van vorm veranderen. Zo kan bv. mechanische energie omgezet worden in thermische energie.

1.2

Energiebronnen en energiedrager

Tabel 1.2 Verbrandingswarmte van technische brandstoffen in MJ/kg BRANDSTOFFEN hout 16,0 steenkool 29,0 spiritus 18,0 benzine 33,0 stookolie 40,0 aardgas 30,0 butagas 46,6 ethyn 53,3 methaan 34,0 propaan 45,8 waterstof 10,2

In de 19de eeuw ontdekte men dat warmte en arbeid beide vormen van energieoverdrachten zijn en dat zij onder bepaalde omstandigheden in elkaar omgezet kunnen worden. Naast de van oudsher bekende dier- en mensarbeid en de kinetische energie van water en wind werd toen de verbrandingswarmte van stoffen van groot belang. Het gevolg hiervan was de ontwikkeling van de stoommachines en verbrandingsmotoren. Het aantal energiebronnen werd danig uitgebreid en momenteel maakt men gebruik van de volgende soorten energiebronnen: Zonne-energie rechtstreekse omzetting : zonnecellen en warmwatercollectoren klimaatbenvloeding : waterkracht en windenergie chemische opslag : fossiele brandstoffen (aardolie, steenkool, aardgas) en biomassa (hout, houtskool, biogas, bio-alcohol) Chemische energie (batterijen) Geothermische energie Getijde energie Kernenergie : kernsplijting en kernfusie Is energie gebonden aan een stoffelijk lichaam, dan wordt dit stoffelijk lichaam energiedrager genoemd. Elke energiedrager heeft per kg een bepaalde hoeveelheid energie die met een speciaal transformatie proces (meestal verbranding) in een bruikbare energiesoort kan worden omgezet. In de tabellen 1.1 en 1.2 is van enkele energiedragers de verbrandingswarmte gegeven.

1.3

Energie-omzettingen

Door de toenemende industrialisatie en voortschrijdende ontwikkeling van de techniek is er in de samenleving een grote vraag naar energie. De primaire energie, de energie zoals die in de natuur voorkomt, is vaak niet zonder meer bruikbaar. De samenleving vraagt energie in een gewenste vorm, op elk willekeurig tijdstip en plaats, en... liefst tegen een zo laag mogelijke prijs. Deze eis of wens houdt in dat in de omzettingsprocessen zo min mogelijk energie "verloren" mag gaan, dat de energie zonder verliezen getransporteerd en opgeslagen moet kunnen worden. In vele gevallen wordt de primaire energie via enkele omzettingsprocessen omgezet in elektrische energie, die voor vele toepassingen de geschiktste en soms de enige geschikte energievorm is. In de industrie en in vele huishoudelijke toepassingen wordt deze elektrische energie omgezet in arbeid! Bij de energie-omzettingen blijkt steeds dat de totale hoeveelheid energie die aan de

FTeW

----------------------------------------------------------------------

Inleiding Warmteleer 2004 -------------------------------------------------

blz. 1.1

omzetter (het apparaat) wordt toegevoerd gelijk is aan de totale energie die er langs verschillende wegen er weer uitkomt. Er mag gesteld worden: "De totale hoeveelheid energie blijft in een proces behouden oftewel in een proces kan energie noch vernietigd noch uit niets worden gemaakt". Deze uitspraak is de wet van behoud van energie en wordt de 1e Hoofdwet van de Thermodynamica (warmteleer) genoemd.

Opdracht 1.1: Geef zoveel mogelijk apparaten / processen waarbij energie omzettingen plaats vinden en vermeld welke omzetting er plaats vindt.

1.4

Rendement

Van de totale energie die het apparaat verlaat is vaak slechts een deel van de toegevoerde energie in de gewenste energiesoort omgezet. Ofschoon er geen energieverliezen in het omzettingsproces zijn, is het nuttig effect of het rendement toch ongelijk aan 100%. Het nuttig effect of rendement van de omzetter is gedefinieerd als de uit de omzetting verkregen hoeveelheid gewenste energie per tijdseenheid gedeeld door de totale hoeveelheid toegevoerde energie per tijdseenheid. Dus: gewenste vermogen output (gewenst) = = (1.1) toegevoerd vermogen input
Fig.1.2 Rendement 100%?

Opdracht 1.2: Geef van onderstaande apparaten / processen aan welke energie omzettingen er plaats vinden en geef een schatting van de bijbehorende rendementen: benzinemotor, dieselmotor, elektriciteitscentrale, elektromotor, dynamo, gasvlam onder een pan, elektrische oven, zonnecellen, gloeilamp, TL lamp, fotosynthese, spierarbeid.

1.5

Kwaliteit van energie

Bij vele energie omzettingen wordt een deel van de energie omgezet in een weinig bruikbare vorm van thermische energie (d.w.z. met lage temperatuur). De thermische energie overdracht (warmte) kan geschieden door geleiding, straling en stroming . Deze zijn spontane processen die slechts spontaan in n richting verlopen. Warmte stroomt alleen spontaan van een plaats met hoge temperatuur naar een plaats met lage temperatuur. Men zegt dat dit proces een onomkeerbaar of irreversibel proces is. In de natuurkunde zegt men dat de energie in een dergelijk proces in kwaliteit daalt of degradeert. Er kan gesteld worden: "In een proces dat spontaan verloopt worden de bestaande verschillen steeds opgeheven en omgezet in gelijkheid." Deze uitspraak noemt men in de natuurkunde de 2de HoofdWet van de Thermodynamica. Deze wet is niet in tegenspraak met de eerste hoofdwet. De eerste hoofdwet doet een uitspraak over het behoud van de hoeveelheid energie in een proces en stelt vast dat de energie hoeveelheid in een proces niet verandert. De tweede hoofdwet doet een uitspraak over welke processen mogelijk zijn en hoe ze verlopen. Ze stelt tevens vast dat in elk transformatie proces energie degradatie optreedt.
Fig.1.3 Waterval (ets van Escher)

Deze twee wetten zijn ervaringswetten en zijn theoretisch niet af te leiden.

1.6

Exergie en anergie

De eerste hoofdwet doet geen uitspraak over de mogelijkheid om de gewenste energieomzetting te realiseren. De tweede hoofdwet legt wel beperkingen op aan de energieomzettingen. Zo is de omzetting van thermische energie in mechanische energie niet onbeperkt mogelijk. Volgens de tweede wet moet zelfs in het meest ideale kringproces een belangrijk deel van de warmte worden afgevoerd en is dus
FTeW ---------------------------------------------------------------------Inleiding Warmteleer 2004 ------------------------------------------------blz. 1.2

verloren voor de arbeidslevering. Mechanische energie daarentegen kan wl volledig in thermische energie (warmte) worden omgezet (wrijving), terwijl ook de omzetting van mecha-nische energie in elektrische energie (generator) theoretisch voor bijna honderd procent mogelijk is. Elektrische energie kan vervolgens in een verliesvrije elektromotor bijna weer geheel in mechanische energie worden getransformeerd. De verschillende vormen van energie zijn niet gelijkwaardig. Nu wordt ervan uitgegaan dat de waarde van een energievorm bepaald wordt door de hoeveelheid mechanische energie die eruit kan worden verkregen. Dit uitgangspunt heeft ertoe geleid dat men onderscheid is gaan maken tussen energie die volledig, energie die gedeeltelijk en energie die geheel niet in mechanische energie kan worden omgezet. Het deel dat volledig in arbeid kan worden omgezet noemt men de exergie en het deel dat in het geheel niet in arbeid kan worden omgezet de anergie. Mechanische energie en elektrische energie bestaan bijna volledig uit exergie. Thermische energie bestaat uit exergie en anergie, terwijl de inwendige energie van de omgeving geheel uit anergie bestaat. De omzetting van exergie in anergie is mogelijk maar niet wenselijk, omdat dit een technisch onbruikbare vorm van energie zou opleveren. In de praktijk wordt bij alle processen in meer of mindere mate exergie in anergie omgezet. Er vindt dus voortdurend een degradatie van energie plaats. Onze energiebronnen zijn in werkelijkheid exergiebronnen, omdat daaruit mechanische energie verkregen kan worden. En in feite treedt er bij processen geen energieverlies op, maar wel exergieverlies.

1.7

Sankey diagram

Fig.1.5 Sankey diagram van een stoomturbine installatie

Om de verschillende energiestromen die bij een proces betrokken zijn aanschouwelijk voor te stellen, maakt men wel gebruik van een zogeheten Sankeydiagram. In figuur 1.5 is een dergelijk diagram opgesteld voor een stoomturbineinstallatie. Door verbranding wordt de chemisch gebonden energie van de primaire energiedrager (hout, olie) omgezet in thermische energie (warmte). Deze warmte wordt in de ketel overgedragen aan de energiedrager water, die een fase-overgang ondergaat en stoom wordt. Deze stoom is technisch direct bruikbaar. De stoom wordt in een turbine (opgebouwd uit een aantal schoepenwielen die op een as zitten) binnengeleid en blaast met zeer hoge snelheid tegen de schoepenwiel. De as gaat nu draaien, daarbij dalen temperatuur en druk van de stoom zeer sterk. Deze afgewerkte stoom gaat naar de condensor. De condensor is een groot metalen vat waarin zich duizenden pijpjes bevinden. Door deze pijpjes stroomt koelwater. De stoom uit de turbine strijkt langs de buitenkant van de koude pijpjes, koelt af en condenseert. Het zo ontstane water kan opnieuw gebruikt worden in de ketel. Nu zijn exergiebeschouwingen realistischer. We splitsen dan de energie-stroom in de beide componenten exergie en anergie, waardoor duidelijk zichtbaar wordt waar de exergieverliezen optreden en welk onderdeel van het proces nog voor verbetering in aanmerking komt. Vaak leidt het aangeven van exergie- n anergiestromen tot een onoverzichtelijk diagram. In zo'n geval wordt dan volstaan met het tekenen van uitsluitend de exergiestromen (zie figuur 1.6). Bij vergelijking van figuur 1.5 en figuur 1.6 zien we dat er grote verschillen tussen energie- en exergiestromingsdiagrammen kunnen bestaan. In het Sankey-diagram van figuur 1.5 is een ketelverlies (voornamelijk uitlaatgassen) aangegeven van 10 %, terwijl met het koelwater van de condensor ca. 55 % van de toegevoerde warmte verdwijnt. In het exergie-stromingsdiagram van figuur 1.6 is voor het exergieverlies in de ketel 48 % ingevoerd, voor het exergieverlies in de turbine 7 % en bedraagt het exergieverlies in de condensor slechts 5 %. Dit lage percentage wordt veroorzaakt door het geringe temperatuurverschil tussen de condenserende stoom en het koelwater (de omgeving) waardoor de afgevoerde warmte vrijwel geen exergie meer bezit.

Fig.1.6 Exergie stroomingsdiagram behorende bij figuur 1.5

1.8
FTeW

Perpetuum mobile
Inleiding Warmteleer 2004 ------------------------------------------------blz. 1.3

----------------------------------------------------------------------

De perpetuum mobile van de eerste soort is een apparaat dat uit zich zelf oneindig lang in beweging kan blijven en arbeid verrichten zonder dat er van buiten af energie wordt toe gevoerd. Een dergelijk apparaat is volgens de eerste hoofdwet niet te construeren. Tot nu toe is dit ook niet gelukt. De perpetuum mobile van de tweede soort is een apparaat dat aan n warmte reservoir warmte onttrekt en deze volledig in arbeid omzet. Zo'n apparaat is niet in strijd met de eerste hoofdwet, maar is wel in tegenspraak met de tweede hoofdwet die stelt dat in elk transformatieproces energie degradatie optreedt en dat het proces in een bepaalde richting moet verlopen. Een dergelijk apparaat is volgens de tweede hoofdwet niet te construeren. Tot nu toe is dit niet gelukt.

Fig.1.7 Als het wiel rechtsom draait, zitten de gewichten bij het omlaag gaan verder van de as dan bij het omhoog gaan.

Fig. 1.8

De bol is een sterke magneet, die het ijzeren kogeltje aantrekt. Bovengekomen valt het kogeltje in een gat en komt via een andere baan weer op de beginpositie terecht.

Fig. 1.9

De molen van Robert Fludd (1618). De machine zou niet alleen de molen laten draaien, maar zou daarnaast ook zorgen dat het water waarmee het schoepenrad in beweging wordt gehouden, opnieuw gebruiken

Fig.1.11 Fig.1.10 Draaiende magneten

Apparaten op basis van de Wet van Archimedes (opwaartse kracht)

Fig.1.13 Fig.1.12 Capillaire machine

"It may be perpetual motion, but it will take forever to test it." Cartoon by Donald Simanek

FTeW

----------------------------------------------------------------------

Inleiding Warmteleer 2004 -------------------------------------------------

blz. 1.4