JAARVERSLAG

Jaarverslag 2012 | Colofon

ONTWERP
Ella van Pijkeren

FOTOGRAFIE
Art van Grondelle Suzanne van der Knijff, Suegraphy Shutterstock

CONTACT
Marketing & Communicatie Bezoekadres Marijke Toorman - du Crocq Oude Kerkweg 100 Telefoon: 0318-696300 6717 JS Ede Telefoon: 0318-696300 Postadres: Fax: 0318-696396 Postbus 80 E-mail: info@che.nl 6710 BB Ede Website: www.che.nl

WOORD VOORAF
Het College van Bestuur blikt terug op een succesvol maar enerverend 2012. Een jaar waarin een aantal in- en externe ontwikkelingen de koers van onze hogeschool voor de komende jaren zal beïnvloeden. Zo stelde de CHE dit voorjaar een nieuw instellingsplan vast: Voorrang aan Verbinding. In dit plan geven we aan waar het in onze hogeschool om draait: de christelijke (beroeps)vorming van studenten die we door kwalitatief hoogwaardig onderwijs in goede verbinding met het werkveld en onderzoek opleiden tot professionals. Wij willen dat zij verantwoordelijkheid nemen in deze pluriforme en multireligieuze samenleving. Deze doelstelling is wat medewerkers op de CHE drijft. De CHE kreeg in 2012 weer hoge waarderingen voor haar opleidingen. We zijn blij met de tweede plek in de Keuzegids Hoger Onderwijs. Zo ook met de positief doorlopen accreditaties bij de academies van Gezondheidszorg en Mens & Organisatie. Als één van de eerste hogescholen in Nederland doorliep de CHE ook zelf een accreditatie, de zogenaamde instellingstoets van de NVAO. We wachten op dit moment nog op de definitieve uitslag van deze positief verlopen accreditatie. Met circa 4000 studenten in 2012 vlakte de groei van de afgelopen jaren af. De oorzaak was het hoge aantal afstudeerders. Hierbij ondervond de CHE de invloed van het voornemen van de overheid een langstudeerdersboete in te voeren. Een tweede externe ontwikkeling waar de CHE mee te maken kreeg, was de invoering van prestatieafspraken. Onze ambitie is een A-merk te willen blijven binnen het hbo. Dit heeft de CHE verwoord in de afspraken met de toenmalige staatssecretaris. Bovendien profileren wij ons door vakmanschap en identiteit met elkaar te verbinden. Een markante ontwikkeling is het vertrek van Kees Boele als voorzitter van het College van Bestuur afgelopen najaar. We vierden zijn afscheid en zijn blij en dankbaar dat hij de CHE in de afgelopen jaren met verve heeft geleid als voorzitter van het College van Bestuur. Hij heeft zich met hart en ziel ingezet voor de groei van onze hogeschool, zowel in omvang als in kwaliteit en verdieping. We wensen hem alle goeds toe als voorzitter van het College van Bestuur van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen. Financieel gezien sluit de CHE dit jaar met een kleine plus af. We merken als hogeschool dat de economie onder druk staat. Daarom zijn we des te meer verheugd dat we financieel gezond zijn. We hebben voldoende armslag om de uitdagingen van de komende jaren aan te kunnen gaan. De plannen voor verdere invoering van prestatiebekostiging, deeltijdstudies, een sociaal leenstelsel en de wijzigingen rond de ov-jaarkaart hebben ongetwijfeld invloed op zowel het aantal studenten dat een hboopleiding volgt als op de financiering van de hogeschool. De CHE zal vaker andere middelen en bronnen aanboren om kansen voor onze hogeschool te benutten. Een van die kansen komt voort uit de landelijke behoefte aan bij- en nascholing van werknemers. Zo willen wij goed aangesloten blijven bij het sterk veranderende werkveld waarin zij opereren. In het voorjaar viel het besluit om de eerdere planvorming voor herhuisvesting van de CHE te versoberen. De CHE adequaat huisvesten bleef ons doel. Daarom hebben we gekozen voor een onmiddellijke doorstart. In het tweede halfjaar schreef de CHE, met behoud van die doelstelling maar met een beperkter budget, een nieuw programma van eisen. Daarmee willen we in de komende jaren qua huisvesting aansluiten bij wat het onderwijs vandaag de dag nodig heeft. De CHE wil in deze enerverende tijd een passend, kwalitatief hoogstaand en inhoudelijk diepgaand antwoord hebben op de onderwijsvragen en -behoeften van studenten en werknemers. Op deze manier willen we het voortouw nemen in de vorming van christelijke beroepsbeoefenaars die van betekenis zijn in onze maatschappij.

Ton Bestebreur
College van Bestuur

1.4 Organisatiestructuur 1.ONDERWIJS 3 4 6 7 7 8 8 8 9 12 12 13 15 15 15 15 17 17 17 17 17 18 18 18 HOOFDSTUK 3 .4 Internationale samenwerking 1.1.3 Nationale samenwerking 1.4 Groei 1.6 Educatie 2.3.2 Formatieontwikkeling 38 4.3 Theologie 2.2.3.2 Convenant leerkracht 37 4.3 Juridische structuur 1.1 Trends en ontwikkelingen 1.5 Samenwerkingsverbanden op CHE-niveau 1.1.2 Decanaat 3.3.4 Specifieke groepen 3.2 Gezondheidszorg 2.3 Onderwijskwaliteit 2.3.1.STRATEGIE & BELEID 1.1 Jaarverslag van de Raad van Toezicht 1.Jaarverslag 2012 | Inhoudsopgave Inhoudsopgave Woord vooraf Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 .2 Flexibele formatie 38 4.1 Vertrouwenspersoon 3.3 Klachtenafhandeling 1.5.1 Totale formatie 38 4.1.1 Werving en selectie 3.3 Toekomstverwachtingen en continuïteitsrisico’s 1.2 Verzuim 40 4.5.5 Sociale Studies 2.5 Kerkelijke achtergrond 41 .1 Resultaat & Ontwikkelgesprekcyclus 37 (R&O) 4.STUDENTEN 26 27 27 28 29 30 30 32 32 32 32 33 33 33 3.4 Mens & Organisatie (M&O) 2.1.1 Journalistiek & Communicatie 2.3.2.2 Interne onderzoeken 2.1.5 Samenwerking op academieniveau HOOFDSTUK 2 .1 Ontwikkelingen op academieniveau 2.2.2.2 Strategische Instellingsdoelen 1.2.5.1.3 ARBO en ziekteverzuim 40 4.4 Kerkelijke achtergrond 3.5.3 Leeftijd 39 4.1.1.1.1 Externe onderzoeken 2.1 Missie en visie 1.2 Lokale samenwerking met oog op kenniscampus 1.3 Kwaliteitszorg extern 4.3.3 Begeleiding van studenten 3.2 Outsourcing en maatwerktrajecten 2.2 Studentenaantallen per opleiding 3.1 Ontwikkelingen personeelsbeleid 37 4.2 Studierendementen 3.2.3.2 Onderscheiding binnen hbo 1.3.3.2 Uitbesteding onderwijsprogramma’s 2.4 Governance 1.1.4 Aansluiting vooropleiding op het hbo HOOFDSTUK 4 .1 Studentenaantallen 3.1 Organisatieprofiel 1.1.3 Instellingsaccreditatie 1.1 Arbeidsomstandigheden 40 4.3.4.3.3.1 Strategische alliantie 1.PERSONEEL 36 20 21 21 21 21 22 22 22 23 23 23 23 23 25 25 2.5.4.1.3 Pastoraat 3.3.1.4 Decentrale arbeidsvoorwaarden38 middelen 4.1.3 Medewerkertevredenheidsonderzoek 37 en werkdruk 4.1 Stages 2.1.3 Marktaandelen 3.4.1.2 Medezeggenschap en studenten participatie 1.4 Werving en selectie 39 4.2 Strategie 1.4 Professionalisering 40 4.5 Profileringsfonds 3.3.

4 Governance en intern toezicht 56 57 57 57 58 HOOFDSTUK 6 .4 ICT 52 53 53 53 54 .2 Treasury-management 9.3 Gezondheidszorg 6.2 Docent en Talent 5.4 Journalistiek & Communicatie 6.3 Duurzaamheid 8.2.1 Algemeen 5.en masteropleidingen Bijlage 3: Lijst met afkortingen Bijlage 4: Jaarrekening A Inleiding B Jaarrekening B1 Grondslagen B2 Balans per 31 december 2012 (Na resultaatbestemming) B3 Exploitatierekening 2012 B4 Kasstroomoverzicht B5 Toelichting op de onderscheiden posten van de balans B6 Niet uit de balans blijkende ver plichtingen B7 Toelichting op de exploitatierekening C Overige gegevens C1 Controleverklaring C2 Gebeurtenissen na balansdatum C3 Voorstel bestemming exploitatie saldo D Bijlagen D1 Gegevens van de rechtspersoon D2 Financiële Specificatie Rijkssubsidies D3 Declaraties en Onkostenvergoedingen College van Bestuur E Diversen E1 Overzicht resultaat units CHE-Transfer HOOFDSTUK 7 .4 Verpleegkundige Beroeps ethiek 5.7 Sociale Innovatie 42 43 43 44 44 44 44 44 HOOFDSTUK 9 .1 Beleid en ontwikkelingen 7.MATERIËLE VOORZIENINGEN 8.6 Theologie 6.2 Internationale onderwijsprogramma’s HOOFDSTUK 8 .2 Sociale Studies 6.LECTORATEN 5.2.2.1 Algemeen 6.2 Transferactiviteiten per academie 6.3 Kosten en baten totaal 6.4 Publieke middelen en private middelen 46 47 47 47 48 48 48 48 48 49 49 BIJLAGEN 60 66 69 69 70 70 72 73 74 75 80 80 85 85 87 87 88 88 88 89 90 90 Bijlage 1: 60 Samenstelling en bezoldiging CvB en RvT Bijlage 2: 64 Overzicht bachelor.2 Huisvesting & Beheer 8.INTERNATIONALISERING 50 51 51 7.1 Educatie 6.FINANCIËN 9.5 Religie in Media en Publieke Ruimte 5.3 Meerjarenperspectief en risicomanagement 9.6 Geestelijk Leiderschap 5.5 Mens & Organisatie 6.1 Algemeen 8.1 Financieel resultaat 2012 9.2.3 Jeugd en Gezin 5.2.2.5 HOOFDSTUK 5 .TRANSFER 6.

Strategie & Beleid HOOFDSTUK 1 .

De CHE is een goede hogeschool met een hoge ranking. Wij leiden onze studenten op voor een beroep (waarin ook zij hun roeping vinden).het ontwikkelen en verzorgen van hoogwaardig hoger beroepsonderwijs. De CHE positioneert zich daarmee als A-merk.1 Organisatieprofiel De CHE is een christelijke hogeschool. docenten en het werkveld.en beroepsvorming.en kenniscentrum. Wij streven ernaar dat onze afgestudeerden zich positief onderscheiden door kwaliteit. Die verbinding staat ook centraal in het Instellingsplan 2013-2016 dat de CHE in het voorjaar van 2012 heeft vastgesteld. en een adequate inrichting van het informatiemanagement. Met het oog op de herhuisvesting besloot de CHE begin 2012 om eerdere planvorming bij te stellen. 2. onderzoek en werkveld. Daarmee willen we als CHE een aantrekkelijke leeromgeving bieden. De uitwerking van het hoofdlijnenakkoord van begin 2012. Een goed uitgangspunt voor dit streven is de instellingsaccreditatie die de CHE najaar 2012 doorliep. méér dan voor een carrière (waarin het vooral gaat om het persoonlijk succes). deskundigheid en verantwoordelijkheidsbesef kunnen uitoefenen. betrokkenheid en verantwoordelijkheid in de uitoefening van hun beroep. . Onze ambities zijn als goed beoordeeld. 3. Daarbinnen zijn onderwijs.en werkgemeenschap die zich richt op: .7 2012 was een bewogen jaar voor het hbo. Dat is echter geen voldoende garantie voor behoud van kwaliteit. Het rapport biedt genoeg aanknopingspunten om verder te werken aan een kwalitatief hoogwaardige school. Medewerkers en studenten vormen een leer. Tegelijkertijd komen de kracht van de docent en de kwaliteit van onderwijs en onderzoek nadrukkelijker voor het voetlicht. maar die ook inzet op verbetering. toegesneden op de behoeften van studenten. de ontwikkeling van het onderwijs binnen de driehoek onderwijs. Deze drie sporen ondersteunen we enerzijds met een investering in de ontwikkeling van docenten en ondersteunend personeel. Bovenstaande ontwikkelingen gingen niet aan onze hogeschool voorbij. Bovendien leiden de plannen voor de invoering van een sociaal leenstelsel en de afschaffing van de ov-jaarkaart tot de nodige onrust. 1. Maar met een aangepast budget hebben we in de tweede helft van het jaar een nieuw programma van eisen geschreven. Beide zijn bij ons ingebed in een actieve. verwoordt de CHE waar zij zich de komende jaren met hart en ziel voor wil inzetten: 1. Anderzijds met ambitieuze doelstellingen voor faciliteiten als aansprekende en passende huisvesting. christelijke levens. de invoering en afstel van de langstudeerdersmaatregel én de val van het kabinet vroegen veel aandacht. Daarom geven we hen inhoudelijk het best mogelijke vakonderwijs en een persoonlijke. toegerust en opgeleid tot (startende) professionals. aan de bovenkant van het hbo. 1. Wij willen “meer dan het gewone” bieden. Wij zijn geconfronteerd met de paradox van een school die het landelijk gezien goed doet – in 2012 opnieuw op 1 in het onderwijsnummer van Elsevier en op nummer 2 in de Keuzegids Hoger Onderwijs – maar tegelijkertijd moeten we onze ambities nog scherper voor het voetlicht brengen.1 Missie en visie De CHE is een hoger onderwijs. Ook de CHE heeft prestatieafspraken gemaakt met het ministerie.1. onderzoek en werkveld goed met elkaar verbonden met het oog op de persoonlijke en professionele vorming van de student. het opstellen van de prestatieafspraken. Toch verloor de school een deel van het selectief budget. Voorjaar 2013 hoorde de CHE dat de accreditatie behaald is. waardoor studenten en cursisten als persoon en als christen worden gevormd. pedagogische relatie tussen docent en student. inhoud en verantwoordelijkheid. Onze opleidingen kenmerken zich door de kernwaarden relatie. Daarom willen wij blijven investeren in kwaliteitsverbetering. In dit plan. Niet alleen als school die haar kwaliteit wil behouden. Dit is noodzakelijk om ons landelijk goed te profileren. en het uitbreiden en verstevigen van externe relaties. Wij weten ons geroepen om studenten en cursisten zodanig op te leiden dat zij hun beroep met overtuiging. We behouden onze doelstellingen. getiteld Voorrang aan Verbinding. Het nieuwe regeerakkoord in het najaar van 2012 kenmerkt zich door onderwijsbezuinigingen op opleidingen en overhead. de vorming van studenten.

2. waarin beroepspraktijk. drs. Sociale Studies en Theologie. C. 2. We willen dit waarmaken voor zowel onze medewerkers als onze studenten. die zij erkent als het betrouwbare en geïnspireerde Woord van God. delen en toepassen van kennis. dr. zoals verwoord in het gereformeerd belijden. strategie. Het beroep is leidend en kaderstellend voor keuzes die studenten kunnen maken. . Deze doelstelling is de actuele vertaling van onze kernwaarde inhoud. onderwijs en studentenbegeleiding. onderwijs en onderzoek in een driehoeksrelatie samen optrekken en elkaar activeren. dat onder meer blijkt uit een hoge ranking bij Elsevier (1) en in de Keuzegids Hoger Onderwijs (2).een duidelijk christelijke identiteit die doorwerkt in beleid. .1. die zij ter beschikking stellen aan de samenleving. Journalistiek & Communicatie. Elk doel correspondeert met één van onze drie kernwaarden: 1.kleinschaligheid en laagdrempeligheid dat zich uit in een passende contactintensiteit. De CHE biedt in totaal tien hbo-bachelor opleidingen en drie hbo-mastersopleidingen aan en heeft zes lectoraten.relatief sobere faciliteiten. met als doel zoveel mogelijk middelen in het onderwijs te investeren.Jaarverslag 2012 | Strategie & Beleid . die levensbeschouwelijk pluriform is. De primaire processen (onderwijs. die wederkerig bijdragen aan de ontwikkeling van onze hogeschool. Met ingang van 2013 gebeurt dit eens in de vier maanden 1. In 2012 had de CHE een tweehoofdig CvB. Zo willen we onderwijs en praktijktheoretisch onderzoek afstemmen op de beroepswerkelijkheid in het veld en daar een eigen bijdrage aan leveren. Zodoende willen wij bouwen aan “communities of practice and learning”. Deze doelstelling is de actuele vertaling van onze kernwaarde verantwoordelijkheid.een hoog kwaliteitsniveau. 3.1. Zo leveren we vanuit onze specifieke expertise een bijdrage aan de ontwikkeling van bedrijven en instellingen.P. werken aan opdrachten en zelfstudie. 1. een goede mix van contacttijd (groepsgewijs en/of individueel).een efficiënt kwaliteitszorgsysteem waarin de nadruk ligt op de mate van tevredenheid van stakeholders. .nadrukkelijk te streven naar samenwerking en partnerships met het werkveld. Daartoe herijken we onze visie op christelijke (beroeps)vorming. gekoppeld aan beschikbaarheid en bereikbaarheid van docenten en ondersteuners.2 Onderscheiding binnen hbo . . Gezondheidszorg. Per kwartaal vond rapportage plaats aan het CvB en de RvT over de voortgang van de realisatie op het terrein van financiën en beleid. ondersteund door een bestuurssecretaris en een controller.het ontwikkelen. Deze doelstelling is de actuele vertaling van onze kernwaarde relatie. advies en onderzoek.het kiezen voor opleidingstrajecten waarin de vraag vanuit het beroepenveld een belangrijke rol speelt. De Christelijke Hogeschool Ede kent een structuur van meerdere lagen met een College van Bestuur (CvB) en daaronder directeuren van de verschillende academies en diensten. waarbij we kiezen voor langzaam toenemende keuzevrijheid voor de student naarmate het studietraject vordert. trainingen. hebben we in Instellingsplan Voorrang aan Verbinding de missie vertaald in drie strategische doelen. ondersteund door de lectoraten en dienstverlening. We maken hernieuwd werk van de inspiratie die uitgaat van onze bronnen. De Raad van Toezicht (RvT) ziet toe op een adequate besturing van de CHE en controleert het CvB. onderzoek en Transfer) worden verzorgd vanuit zes organisatorische eenheden (academies): Educatie. Het College van Bestuur treedt conform de statuten op als bestuur van de Stichting en als bestuur van de hogeschool.3 Juridische structuur De CHE is een instelling die in stand gehouden wordt door de Stichting voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op gereformeerde grondslag. Strategie 1.het op eigen wijze implementeren van onderwijskundige visies zoals competentieleren.000 hbo-studenten en ruim 500 medewerkers. Bestebreur MPA (lid). . . Wij streven naar vormen van leren en ontwikkelen. Drie diensten verzorgen de ondersteuning van het CvB en de academies. Onze hogeschool sluit de komende jaren nadrukkelijker aan bij externe partners. die we uitwerken in een kader. De concrete uitwerking van deze drie doelstellingen is omschreven in paragraaf 1. Daarnaast verzorgt de CHE onder de naam CHE-Transfer activiteiten zoals (post-hbo) cursussen. Waar gaat de CHE voor? Om onze ambities in de huidige context te realiseren. Boele (voorzitter tot 1 december) en mr.3. A. Dat toont de CHE door: . .4 Organisatiestructuur De CHE onderscheidt zich binnen het hbo door identiteit en kwaliteit. Het beroepenveld krijgt een meer “initiërende” rol in ons onderwijs en onderzoek.activiteiten onder het gezag van de Bijbel.1. In 2012 hadden we een kleine 4. . Mens & Organisatie.

Aan de hand van deze doelen rapporteren wij over de resultaten in 2012. ‘docenten’ en ‘sfeer’ doen we het goed. ‘studielast’ en ‘beschikbaarheid van werkplekken’.beheer Inkoop Huisvesting & Beheer Mediatheek Onderwijswerkplaats Receptie Repro Roosterbureau Toetsbureau Academie Journalistiek & Communicatie Opleiding Journalistiek Opleiding Communicatie Transfer Journalistiek & Communicatie Lectoraat Religie in Media en Publieke Ruimte Academie Sociale Studies Opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening Opleiding Maatschappelijk Werk & Dienstverlening Transfer Sociale Studies Lectoraat Jeugd en Gezin 1.9 Raad van Toezicht (RvT) College van Bestuur (CvB) Medezeggenschapsraad Bestuurssecretariaat Controller Academies Academie Gezondheidszorg Opleiding Verpleegkunde Transfer Gezondheidszorg Lectoraat Verpleegkundige Beroepsethiek Ondersteunende Diensten Dienst Onderwijs Onderwijs Kwaliteitszorg Informatiemanagement Lectoraten & Onderzoek Pastoraat Academie Educatie Opleiding Leraar Basisonderwijs Transfer Educatie Lectoraat Docent en Talent Dienst Bedrijfsvoering Financiën Marketing & Communicatie Studentzaken Personeel & Organisatie Decanaat International Office Academie Theologie Opleiding Godsdienst Pastoraal Werk Opleiding Leraar Godsdienst/Levensbeschouwing Transfer Theologie Lectoraat Geestelijk Leiderschap Academie Mens & Organisatie Opleiding Management Economie & Recht (per 1 september 2012 Bedrijfskunde MER) Opleiding Personeel & Arbeid (per 1 september 2012 Human Resource Management) Transfer Mens & Organisatie Lectoraat Mens & Organisatie Dienst Facilitair Ict. Daarin zijn vijf strategische doelen geformuleerd. De scores leidden tot een eerste plaats in de ranking van de onderwijsbijlage van Elsevier en een tweede plaats met 81 punten in de Keuzegids Hoger Onderwijs. De CHE continueert haar positie als een kwalitatief hoogwaardige instelling waarin wij onderwijs bieden vanuit een christelijke visie op de beroepspraktijk. Tevredenheid medewerkers In het voorjaar van 2012 heeft de CHE een medewerkertevredenheidsonderzoek laten uitvoeren door . Aandacht blijft nodig voor ‘toetsing en beoordeling’. Tevredenheid studenten Ook in 2012 zijn wij door studenten en deskundigen goed beoordeeld. 1.2 Strategische Instellingsdoelen 2012 was het laatste jaar van het Strategisch Instellingsplan CHE 2008-2012 (IP 2012). Vooral op ‘voorbereiding beroepsloopbaan’. De Nationale Studenten Enquête 2012 (NSE) liet weer positieve scores zien voor onze onderwijsinstelling.

Hiervoor krijgt de CHE veel waardering. Het percentage docenten met een masters. De academies functioneerden in 2012 als zelfstandige eenheden met eigen beleidsen budgetverantwoordelijkheid waarbij de diensten .384 aan het selectieve budget (profilering en zwaartepuntvorming). Daarin hebben we als ambitie verwoord een A-merk te willen blijven binnen het hbo.597 gekoppeld aan de voorwaardelijke financiering (onderwijskwaliteit en studiesucces) en € 163. Onderwijs en onderzoek zijn binnen onze hogeschool georganiseerd in de academies. dient leidend te zijn. Bovendien zetten wij ons in voor een betere onderwijskwaliteit. Het NVAO panel heeft de CHE op vijf standaarden de maat genomen op basis van een uitgebreide documentenstudie naast gesprekken met medewerkers en studenten. maar ook voor het praktijkonderzoek. betere rendementen en hogere tevredenheid onder studenten. Inspiratiebron hierbij was onder meer het adviesrapport ‘Differentiëren in drievoud. De academies van de CHE groeien in het concreet toepassen van academieontwikkeling. ‘vitale en duurzame instituties’ en ‘moderne samenleving en christelijke traditie’. systematisch actief in kennisontwikkeling als belangrijke stap op weg naar de CHE als kenniscentrum. Concreet moeten de prestatieafspraken leiden tot uitdagende vwo-routes. 3.en onderzoeksagenda evenals voor de externe participatie. de samenwerking binnen de driehoek onderwijs. Met de academies als het hart van de CHE is het primaire proces leidend. De structuur die met de afronding van de reorganisatie van de academies in 2011 een feit werd. Deze thema’s zijn de komende jaren richtinggevend voor onze onderwijs. alumni en werkveldpartners. Prestatieafspraken De CHE diende in het voorjaar prestatieafspraken in bij de staatssecretaris. In 2012 is de CHE. De implementatie van bovenstaande ontwikkeling heeft niet alleen gevolgen voor de inrichting van ons onderwijs. Transferactiviteiten (aanbod voor professionals) nemen we hier nadrukkelijk in mee. bijvoorbeeld door het aanbieden van een cursus omgaan met e-mail en het opstellen van richtlijnen voor het gebruik ervan. Zowel in de besturingsfilosofie als in de organisatiestructuur. In 2012 is de organisatiestructuur van de CHE zodanig ingericht dat een adequate en verantwoorde beheersing van het instellingsbeleid is gewaarborgd. 2.Jaarverslag 2012 | Strategie & Beleid bureau Integron. speerpunt van ons beleid. Zowel bij de ontwikkeling en uitvoering van het onderwijs als bij de ontwikkeling en uitvoering van onderzoekstrajecten. Uit het onderzoek bleek dat 81% tevreden of zeer tevreden was over het werk. heeft zich in 2012 verder ontwikkeld. De afspraken zijn door de Review Commissie Hoger Onderwijs beoordeeld als ‘goed’. Dit doen wij aan de hand van de thema’s ‘normativiteit en professionaliteit’. De respons was met 74% hoog. De CHE is met de resultaten aan de slag gegaan. onderzoek en werkveld. Meer dan de helft van de medewerkers ervoer te weinig tijd om zijn of haar werk uit te voeren. Op de drie standaarden scoorde Verpleegkunde twee keer een voldoende en één keer een goed. Bovendien dient het onderzoek aan te sluiten op de onderwijspraktijk. Daarvan is € 1. Met het oog hierop streven we naar samenwerkingsverbanden met het werkveld. Vooral e-mailverkeer. Ook de komende jaren blijft dit trialogisch leren. een verdubbeling van inzet op de onderzoeksportefeuille. Daarbij hebben de academies tot taak beide aan te laten sluiten op ontwikkelingen in het werkveld. in samenwerking met de beroepspraktijk. Voorjaar 2013 hoorde de CHE dat deze accreditatie behaald is. Instellingsaccreditatie Onze hogeschool doorliep in het najaar van 2012 als één van de eerste hogescholen de instellingsbrede accreditatie.981 toe. De contacttijd willen wij op peil houden als concrete uitwerking van de intensieve begeleiding van studenten.en doctorstitel willen we verhogen. versnippering van taken en de hoeveelheid werk zijn als werkdrukveroorzakers genoemd. al dan niet actief gearticuleerd.089. de opbrengsten van het praktijkgericht onderzoek en de vraag van het werkveld. De academies verschillen nog in tempo en reikwijdte. In 2012 hebben we verder gewerkt aan de samenhang van ‘werkveld. onderwijs en onderzoek’.252. Alleen op het punt van werkdruk lag onze score lager. omwille van kwaliteit en verscheidenheid in het hoger onderwijs’ van de Commissie Veerman. De vraag van het werkveld. De academies werken op diverse terreinen steeds intensiever samen met de beroepspraktijk aan de systematische kennisontwikkeling in praktijkonderzoek. Op alle punten scoorden wij beter dan de benchmark. De rapporten bevatten ook de nodige aanbevelingen waarmee de opleidingen hun voordeel kunnen doen. binnen de CHE academieontwikkeling genoemd. Management Economie en Recht behaalde twee keer een goed en één keer een voldoende. Het speerpunt is daarom in het nieuwe instellingsplan expliciet benoemd als één van de sporen waar wij ons in de komende vier jaar voor gaan inzetten. Het vraagt van onderwijsdocenten om goede verbindingen te maken tussen hun inhoudelijke vakkennis. Vanuit ons profiel leveren wij een bijdrage aan de topsectoren Agrofood en Life Sciences & Health. Bovendien willen wij ons profileren door de verbinding tussen vakmanschap en identiteit. Beide academies ontvingen een positief accreditatierapport. In november kende het ministerie voor 2013 in totaal € 1. Opleidingaccreditaties Zowel de Academie Gezondheidszorg als Mens & Organisatie is vorig jaar gevisiteerd.

Ook in het primaire proces besteedden we meer zorg aan de PDCA-cyclus (Plan Do Check Act). Om het primaire proces van de CHE goed te kunnen faciliteren is in 2012 de CHE prettig en adequaat gehuisvest. Zo ook voor de verbetering van de inrichting van de cycli van planning en control van academies en diensten richting bestuur. 4. Deze vinden twee maal per jaar plaats. relatie en verantwoordelijkheid. De aandacht voor een betere administratieve organisatie raakte niet alleen aan het beleidsproces. 5. Eind 2012 is er een cao-akkoord gesloten met ruim aandacht voor de professionele ontwikkeling van hbo-medewerkers. bleek versobering van het project wenselijk. onderzoek en onderwijs. Op basis van een herijkt budget beoordeelden . een dag waarop alle medewerkers van de hogeschool zich bezinnen op hun roeping. We verwerken de gevolgen van de cao-afspraken voor het Personeelsontwikkelplan en stellen vervolgens het Personeelsontwikkelplan definitief vast in overleg met de medezeggenschap. We hechten daarom veel waarde aan de ontwikkeling van personeel. Het blijft echter niet bij deze ontwikkeling van medewerkers. Dit is te danken aan de invoering van meer integrale en systematische managementrapportages volgens jaarplannen opgesteld in de A3-systematiek. Het feit dat bijvoorbeeld onderzoek nadrukkelijker een plek dient te krijgen in het onderwijs heeft gevolgen.en ontwikkelgesprekken met medewerkers. In dit plan hebben we onder meer vastgelegd hoe wij tijd. De CHE daagt medewerkers daarnaast uit om de gekregen talenten optimaal te ontwikkelen. managementmatig en beleidsinhoudelijk is de CHE beter in control. Daaruit volgen nieuwe initiatieven die van invloed zijn op de onderwijsvisie. Zo hebben academies en diensten ieder vanuit een afzonderlijke rol. bijvoorbeeld in de ontwikkeling en handhaving van de Onderwijs. Onze onderwijsvisie drukken we onder meer uit in de waarden inhoud. Dat heeft gevolgen voor curricula. de één als actor. Dat gebeurde tijdens de Vocatiodag. hun opdracht en hun wortels. Maar ook verwachten we andere competenties van docenten. In 2012 is de onderwijsvisie van de CHE verankerd in het functioneren van medewerkers. Na deze heroverweging hebben we een doorstart gemaakt. Daarbij is het onderwijs goed afgestemd op het werkveld waarvoor wij opleiden. Bovendien zijn onze ICT-voorzieningen stateof-the-art.en externe evaluaties. Dit met het oog op een verantwoorde toekomstige exploitatie. Daarnaast was er ook tijdens vergaderingen en vieringen plek voor bezinning binnen academies en diensten. et cetera. Dit vraagt om meer dan alleen maar opleiden voor het werkveld. maar juist opleiden mét het werkveld.11 ondersteunden en niet stuurden. Daartoe biedt onze onderwijsinstelling tal van mogelijkheden. Ook dat blijkt uit evaluaties en accreditaties. de ander als ondersteuner een plek in de vorming van het strategisch beleid. In het voorjaar besloten we de voorbereidingen voor herhuisvesting ‘on hold’ te zetten. Dat blijkt ook uit de Managementletter van Deloitte. studenten en medewerkers . In het nieuwe medezeggenschapsmodel zijn de diensten vertegenwoordigd in de Hogeschoolraad. meer verbinding tussen afstudeeronderzoeken van studenten en onderzoeksthema’s van lectoraten. Hoewel het concept en definitief ontwerp inhoudelijk in lijn lagen met wat de CHE voor ogen stond. Dit blijkt uit in. Huisvesting Huisvesting Wij hebben in 2012 nog geen vernieuwde huisvesting gerealiseerd. Op deze terreinen is opnieuw aanzienlijke vooruitgang geboekt. In 2014 evalueren we dit model.en Examenregeling. Financieel. Professionalisering en persoonlijke ontwikkeling zijn relevante gespreksonderwerpen in de resultaat. samen met docenten en studenten. In 2012 is ook gestart met decentrale medezeggenschap als gevolg van de instelling van academieraden. Ook in 2012 was er in het kader van professionalisering ruimte voor gezamenlijke bezinning. Deze waarden zijn goed verankerd in het werk van onze medewerkers. In 2012 was er aandacht voor het groeien in de samenwerking op hogeschoolbrede beleidsvragen. ruimte en middelen willen bieden voor persoonlijke ontwikkeling. In 2012 heeft de CHE het Personeelsontwikkelplan opgesteld en uitvoerig besproken met de Hogeschoolraad. Zo vindt beïnvloeding van curricula plaats. In de visie op academieontwikkeling draait het om een nog nauwere afstemming tussen werkveld. Hetzelfde geldt voor onderwijsparticipatie van het werkveld in de hoofdfase. De ervaringen met het besturingsmodel zijn positief.

Dit betekent dat een Studieloopbaanbegeleider (SLB’er) minder administratieve handelingen nodig heeft. De doelstelling bleef onveranderd: vervanging en modernisering van onze schoolgebouwen. De andere starten naar verwachting in 2013. werving en alumni geautomatiseerd is. • enkele academies te maken krijgen met dalende baten als gevolg van de dalende instroom van twee jaar geleden (overheidsbekostiging vindt plaats op basis van een t-2 systematiek) . In 2013 geven we de functionaliteit stapsgewijs verder vrij aan de CHE-organisatie. Concreet betekent dit voor ons minder manoeuvreerruimte als gevolg van bezuinigingen.Jaarverslag 2012 | Strategie & Beleid we opnieuw het volume en de fasering van herhuisvesting. In de tweede helft van 2012 startten we met het versterken van de interne governance naast de ontwikkeling van een nieuw meerjarenplan op het terrein van Informatiemanagement (IM). Anderzijds willen we onze studenteninstroom verhogen en de kwaliteit blijven borgen of verbeteren. 2. De tweede plaats in de Studiegids. • we de Transferbaten noodgedwongen lager moeten inschatten op basis van de realisaties in 2012. Dit lag in lijn met het nieuwe Instellingsplan Voorrang aan Verbinding. Een (na)scholingsaanbod en een competentiebeschrijving ‘digitaal vaardig’ kwamen beschikbaar. Maar wel op een wijze dat we voldoen aan de wensen en eisen voor een eigentijdse en inspirerende leer. Toch hebben we ons financiële beleid moeten afstemmen op de gevolgen van de economische crisis. We hadden acht projecten in uitvoering. Het nieuwe systeem ondersteunt deze ontwikkeling. Voor het aanleren van praktische vaardigheden hebben medewerkers tablets en laptops ontvangen. We hebben gekeken naar het feitelijk gebruik van de ontwikkelde applicaties binnen het huidige meerjarenplan. Als kleine hogeschool zijn wij extra gevoelig voor verlaging van rijksbijdragen en fluctuerende studenteninstroom. 1. Het CRM-project is afgerond.3. Bovendien kan deze vanaf elke locatie de beroepsproducten van studenten inzien. studentenonderzoek en het medewerkertevredenheidsonderzoek (MTO) laten zien dat onze hogeschool er in de basis goed voorstaat. Omdat de IT-omgeving flink is gemoderniseerd. na 8 jaar de eerste plaats. Een mooi neveneffect van digitalisering is dat het papiergebruik binnen de hogeschool aantoonbaar afneemt. Vier academies zijn inmiddels gestart met het DPF.en onderzoekaanbod te verbreden. Het CRM-systeem biedt kansen voor een actieve inzet van het relatiemanagement. Het project is daarmee afgesloten.3 Toekomstverwachtingen en continuïteitsrisico’s 1. De intranetomgeving Entree (SharePoint) is uitgebreid met een Digitaal Portfolio (DPF). mede dankzij een meer aantrekkelijke huisvesting. . Met het nieuwe instellingsplan voorziet de CHE in nieuwe plannen om enerzijds het onderwijs. Daarvoor hebben we een nulmeting binnen academies uitgevoerd. Het onderwijs flexibiliseert en het aantal studieroutes neemt toe. De accreditaties. Dit heeft onder meer gevolgen voor de ontwikkeling van Transfer.en werkomgeving. De conversie van het oude naar het nieuwe systeem en de introductie van het (basis) systeem vonden plaats in het eerste kwartaal van 2012. Daarmee kunnen ze meer plaatsonafhankelijk werken. IRIS ondersteunt nu ook de inschrijvingen door studenten op minoren. is een signaal dat we ons moeten blijven vernieuwen om de positie aan de top vast te houden. De doorstart leidde medio 2012 tot een herzien initiatiefdocument. Het nieuwe studentvolgsysteem IRIS is opgestart ter vervanging van het gedateerde Studie Volg System (SVS). Dit nieuwe relatiemanagementsysteem zorgde ervoor dat de gehele afhandeling voor praktijk. Daarbij gaan we ook werkprocessen optimaliseren. Dit leidde tot een aangepast Programma van Eisen dat we in december 2012 konden opstellen. De student wordt zo steeds meer actor van zijn eigen studieloopbaan. de BTW stijgt en minder ontvangst selectief budget. Docenten en studenten namen het systeem in gebruik voor cijferinvoer en -raadpleging. Toch zijn er ook verbeterpunten.1 Trends en ontwikkelingen De CHE heeft te maken met de volgende trends en ontwikkelingen: 1. was er veel aandacht voor verbetering van digitale vaardigheden. Dit alles passend binnen onder meer de ontwikkeling van de Edese Kenniscampus. transfer. Financieel is de CHE gezond en is er geen continuïteitsrisico. Bovendien is het voor alle academies gelijk. Wij verwachten in de toekomst dat: • de rijksbijdragen per student dalen. In het najaar vond de definitiefase plaats. IM De strategische Informatie Management projecten (IMICT) hebben we ook in 2012 voortgezet. Dankzij een uitgebreid multi-momentopname-onderzoek brachten we de gebouwbezetting in kaart.

We gaan hernieuwd werk maken van de inspiratie die uitgaat van onze bronnen. Mogelijk leidt dit tot een stijging van de studenteninstroom in 2013/2014. Niet alleen bieden wij een hoogwaardige opleiding tot professional. 4. Uit verschillende onderzoeken (NSE. Dit systeem is voor een kwalitatief goede en kleine hogeschool per definitie ongunstig. Een ander deel ontvangen we alleen als we voldoen aan de overeengekomen prestatieniveaus. Zo dragen we bij aan de vernieuwing die Nederland in deze sectoren nodig heeft. Met een nieuw instellingsplan zetten we dan ook in op de professionele en persoonlijke vorming in het licht van de christelijke identiteit van de school. Persoonlijke vorming: jezelf verstaan (identiteit) in relatie tot je beroep. Dit betekent dat we enerzijds de uitgaven in 2013 bij diensten en academies moeten versoberen. Anderzijds schatten we ramingen van baten voorzichtig in om tegenvallers te beperken. Waar nodig sturen we bij en waar mogelijk benutten we kansen. 7. De overheid heeft een tiental sectoren aangewezen waarin onder meer extra wordt geïnvesteerd op het terrein van onderwijs en onderzoek. alumni-onderzoek) blijkt de hoge waardering die we krijgen. in verbinding met christenmigranten (multi-culturaliteit) in een seculariserende en multireligieuze samenleving (multi-religieusiteit). vakmanschap van de beroepen waarvoor we opleiden en de samenleving waarin we staan. Deze doelstelling is de actuele vertaling van onze kernwaarde inhoud. Godsdienstig-culturele vorming: handelen vanuit de christelijke traditie. waarin men functioneert vanuit de persoonlijke roeping en verantwoordelijkheid (identiteit). Maatschappelijke vorming: zicht krijgen op de samenleving.2 Strategie De CHE heeft in 2012 het nieuwe Instellingsplan Voorrang aan Verbinding opgesteld voor de periode 20132016. De herstart van de herhuisvesting heeft geleid tot een programma van eisen dat voorziet in het zoveel mogelijk realiseren van onze ambities binnen het herijkte budget. . Elk doel correspondeert met één van onze drie kernwaarden: 1. Daartoe herijken we onze visie op christelijke (beroeps)vorming. c. is voorbij. Het gaat daarbij om het verder ontwikkelen van de verbinding tussen de christelijke identiteit.3. maar blijven scherp op de ontwikkelingen in de volatiele bouwsector. De vorming krijgt gestalte langs drie lijnen: a. Dit leidt ertoe dat we moeten investeren in verantwoordingssystemen om het behalen van prestatieafspraken aan te tonen. die we uitwerken in een kader. Om de groeiambitie vast te houden bezinnen wij ons op het beter promoten van ons aanbod en onze kwaliteiten onder toekomstige studenten en cursisten. Het onderwijsen onderzoekaanbod aan de CHE valt daar niet direct onder. Zo blijven er minder middelen over om te investeren in het primaire proces (onderwijs). Met betrekking tot de studenten realiseren de academies binnen het te ontwikkelen kader een door de opleiding heen herkenbare serie beroepsgerichte leeractiviteiten die bijdragen aan deze vorming. 1. in relatie tot de medeburger (gerechtigheid) en de schepping (duurzaamheid).13 In het begrotingsbeleid hebben daarom gekozen voor een voorzichtige koers. 3. en de dilemma’s in de beroepspraktijk (ethiek). De tijd dat studenten vanzelfsprekend kozen voor de hogeschool vanwege haar christelijke wortels. Een aantal studenten kiest wellicht niet meer voor een tussenjaar. 5. MTO. zoals de sector Agro Food en Life Science & Health. 6. Wij hebben er alle vertrouwen in dat we hierin slagen. We starten richting onze medewerkers. maar wij zorgen ook voor het toerusten en vormen van studenten om als christenprofessional in het werkveld te kunnen functioneren en staande te houden. Het beleid van prestatiebekostiging heeft ertoe geleid dat de CHE een deel van de afgeroomde inkomsten niet meer terugkrijgt. Tegelijkertijd is er vanuit de arbeidsmarkt wel behoefte aan afgestudeerden van de CHE. b. De ingebruikname is voorzien in het studiejaar 2014/2015. Wij leveren duidelijk meerwaarde. Op de langere termijn leiden de plannen juist tot een daling van studentenaantallen. Zo ook het invoeren van een alternatief voor de ov-jaarkaart. de samenleving en de wortels van onze cultuur (traditie). Wij gaan waar mogelijk zoeken naar verbinding met de topsectoren. Waar gaat de CHE voor (IP2016)? Om onze ambities in de huidige context te realiseren. We willen dat waarmaken in de richting van zowel onze medewerkers als onze studenten. Het effect van de plannen voor een sociaal leenstelsel is nog ongewis. Wij blijven echter scherp op de benodigde investeringen en vernieuwingen van de opleidingen die weliswaar buiten de topsectoren vallen. Deze waardering is echter geen reden om op onze lauweren te rusten. Studenten en ouders vragen tegenwoordig naar de meerwaarde van de CHE. hebben we voor de periode 2013-2016 de volgende drie strategische doelen gesteld. maar tegelijkertijd voorzien in de behoefte aan goede arbeidskrachten in bijvoorbeeld onderwijs en dienstverlening.

samen met het beroepenveld. en met het oog op een leven-lang-leren. Wij streven naar vormen van leren en ontwikkelen. Flexibele onderwijsarrangementen die aansluiten op de vraag van werkgevers en studenten naar vormen van een leven-lang-leren. Onderwijs a. b. b. die zich willen ontwikkelen in het thema “vakmanschap met identiteit”. Onze hogeschool sluit de komende jaren nadrukkelijker aan bij externe partners. We bezien de mogelijkheid van programma’s voor (bijna) afgestudeerden. voorkomen van proceduralisering van de onderwijskwaliteit en inzetten op het behoud van “klein” en “bijzonder” hoger onderwijs. b. Daarbij is de beroepspraktijk initiërend richting het onderwijs en het onderzoek faciliteert deze relatie. waarin beroepspraktijk. Met het oog hierop streven wij naar: Beroepspraktijk a. Ontwikkeling van onderwijsvormen waarin de vraag van de beroepspraktijk leidend is en nadrukkelijk betrokken wordt bij de ontwikkeling en uitvoering van dit onderwijs. Groei van het aantal opleidings-. ondersteund door het onderzoek van lectoraten. aansluitend op behoeften in ons beroepenveld en regio. Nationaal a. Zodoende willen wij bouwen aan “communities of practice and learning”. onderzoek en beroepspraktijk). c. Deze doelstelling is de actuele vertaling van onze kernwaarde relatie. b. Om deze drie strategische doelen te kunnen realiseren. Deze doelstelling is de actuele vertaling van onze kernwaarde verantwoordelijkheid. Intensievere relaties met onze belangrijke toeleveranciers in het vo en mbo. werkgeversorganisaties en andere samenwerkingsverbanden. b. e. Samenwerking met al die instellingen en bedrijven. In tweede instantie richten we ons ook op samenwerking met kwetsbare instellingen. waar onder lectoraten. Het beroepenveld krijgt een meer “initiërende” rol in ons onderwijs en onderzoek. Een verdubbeling van de inzet in fte’s op het gebied van onderzoek in ruime zin. d. 3. met name christenmigranten. Een beperkte en gerichte uitbreiding van ons onderwijsaanbod. onderzoeksactiviteiten en promoties. e. Onderzoek a. een betere aansluiting op de topsectoren en convergentie in onderzoeksactiviteiten. c. Praktijkgericht onderzoek dat kwalitatief voldoet aan professionele standaarden. Onze academische partner hierin is de Wageningen UR. Daarbij zoeken we in eerste instantie samenwerking met verwante instituten op het gebied van identiteit en kwaliteit. onderwijs en onderzoek in een driehoeksrelatie samen optrekken en elkaar activeren. Herstel van vertrouwen in het hoger onderwijs. ondersteund door de lectoraten en dienstverlening. onderzoeks en dienstverleningsactiviteiten. die op hun beurt bijdragen aan de ontwikkeling van de CHE. zoals duaal leren en afstandsleren. Zo leveren wij vanuit onze specifieke expertise een bijdrage aan de ontwikkeling van bedrijven en instellingen. Extra uitdagende programma’s voor vwo‘ers en getalenteerde havisten. d. Meer instroom van allochtonen. Samenwerkingsverbanden met beroepspraktijkpartners in de vorm van bondgenootschappen. Versterking van het contact met alumni met het oog op verdere ontwikkeling van het onderwijs en onderzoek. Jubileum Een inspirerend jubileum in 2014 ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de CHE en haar rechtsvoorgangers. De bedoeling hiervan is meervoudig: een scherpere profilering van de CHE. c. Internationaal Uitbreiding van onze internationale contacten met internationale kenniscentra ter versterking van elkaars primaire proces (onderwijs. c. Wij gaan ons profileren op een drietal instellingsbrede onderzoeksthema’s. Actieve participatie in de Kenniscampus Ede. de (human capital agenda’s van de) topsectoren Agrofood en Life Sciences & Health. kenniskringen.Jaarverslag 2012 | Strategie & Beleid 2. Een verhoging van het inhoudelijke kennisniveau binnen de curricula. hanteren we de komende jaren de volgende speerpunten voor de interne organisatie: Personeelsbeleid Onze focus ligt op een zodanige ontwikkeling van ons personeel dat wij beschikken over mensen die op hoog niveau de verbinding kunnen realiseren tussen . Meer publicaties en congressen waarin wij ons profileren als relevante deskundigen. c. Met het oog hierop streven wij naar: Regionaal a. Actieve betrokkenheid bij de strategische agenda van Food Valley. Participatie in activiteiten van regionale bedrijven en initiatieven. gericht op een goede entree op de arbeidsmarkt.

3 Instellingsaccreditatie De CHE verwacht begin 2013 het eindrapport van de instellingsaccreditatie. We investeren in management development voor lijnmanagers en in de bevordering van een professionele cultuur binnen onze gehele organisatie. toeleveranciers. De reden hiervan is de mogelijke invoering van het sociaal leenstelsel.15 identiteit.4 Governance 1. zijn toezichthoudende taken uitgeoefend. . Voor onze hogeschool vormen het sociaal leenstelsel en de afschaffing van de ov-jaarkaart een belangrijk risico. we hebben verkennend onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van nieuwe afstudeervarianten en/of opleidingen. Met het oog op onze tweede en derde strategische doelstelling is ook de ontwikkeling van de externe gerichtheid. diensten en communicatieactiviteiten. In het najaar startte een externe marketeer een onderzoek naar de ontwikkeling van nieuwe markten. Informatiemanagement Mede met het oog op het maatwerk-leren en de ambitie om het werkveld actief te betrekken in het onderwijs. Echter. Deze innovaties zijn gericht op het faciliteren van kennismanagement en onderwijsvernieuwing op het vlak van (digitale) didactiek. Het opleidingsaanbod blijft in 2013 gelijk aan dat van 2012.1 Jaarverslag van de Raad van Toezicht De Raad van Toezicht (RvT) heeft aan de hand van een jaarplan. Zo willen we onze aansluiting op de externe omgeving (studenten. 1. vakmanschap en samenleving. 1. Promotiemateriaal Christelijke Hogeschool Ede Control en kwaliteit Op basis van een periodiek rapportagemodel willen wij vroegtijdig de te realiseren ambities van de CHE en de academies signaleren. van onze medewerkers een speerpunt. en voldoende ondersteuningscompetentie binnen de diensten onderwijs. onderzoeksinstellingen. Onze studenten komen namelijk uit het hele land.4 Groei In 2012 daalde het aantal studenten licht. De inrichting van ons huidige hoofdgebouw moet beter aansluiten op onze inhoudelijke (onderwijs)doelstellingen. bedrijfsvoering en facilitaire zaken. Met name onderstaande onderwerpen kwamen aan de orde. onder meer afgeleid van het reglement. Ook willen we kijken waar ambities in gevaar komen. Al met al is het management van de CHE zich ervan bewust dat het aantrekkelijk maken en houden van de CHE van essentieel belang is om de studentenaantallen te laten toenemen. Het primaire proces heeft hiervan geen ernstige hinder ondervonden.4. Onze opzet is zodanig dat we structureel ruimte hebben voor vernieuwing en een buffer voor eventuele magere jaren. Herhuisvesting In 2016 is onze hogeschool adequaat geherhuisvest. Financieel De CHE voert een solide en voorzichtig financieel beleid. We streven naar te realiseren nieuwbouw in verbinding met ons hoofdgebouw.3. Investeringsbeslissingen vinden plaats op basis van business cases. Voor de toekomst rekenen we met een conservatieve inschatting van de groei in studentenaantallen. het gebruik van smartphones & tablets en de inzet van sociale media. We richten interne projecten in met duidelijke (tussen)doelstellingen en beslismomenten op mijlpaalmomenten. producten. de “B” en de “O” waarmaken. Marketing en communicatie We willen blijven investeren in onze marketing en communicatie. Tevens kiezen we voor transparante budgetten en aanspreekbare verantwoordelijken. en de daarvoor benodigde competenties. willen we de basis van onze ICT-architectuur op orde houden. Wij hanteren een solvabiliteitseis van 25% en een rendementsdoel van 3% in de jaarbegroting. beroepenveld. Tevens beogen we de benutting van de inmiddels vernieuwde ICT-omgeving te vergroten en verdere innovaties door te voeren. 1. De RvT vergaderde acht keer in 2012. Op deze wijze kunnen wij onze ambities op de “H”. De Raad van Toezicht is een onafhankelijk orgaan. alumni. Dit binnen de context van onze aspiraties op het gebied van onderwijs en onderzoek. Daarbij gaat het tevens om moderne vormen van kennismanagement.3. et cetera) up-to-date houden. In het najaar van 2012 hebben we een onderzoek gehouden naar de kansen die de CHE heeft om de verbindingen naar de externe omgeving te versterken. internationale partners. In onze periodieke managementrapportages krijgt ook de kwaliteit van het onderwijs in ruime zin een structurele plaats. De resultaten van dit onderzoek volgen in 2013.

Met ingang van 2013 zal de RvT regulier toezien op de CHE met behulp van trimesterrapportages.en controlcyclus. In november is de RvT gestart met de werving en selectie van een nieuwe voorzitter voor het CvB van de CHE. die ontstaan is vanwege het aflopen van de zittingstermijn. Raadsaangelegenheden De vacature van mevrouw dr. Deze rapportage is in 2012 verder verfijnd. en van een financiële prognose. Overige aandachtspunten De RvT heeft zich tijdens de vergaderingen ook gebogen over de gevolgen van de prestatiebekostiging en de invulling daarvan in de prestatieafspraken. Daaruit blijkt dat de investeringsagenda van de CHE haalbaar is. De Auditcommissie vijf keer. Concreet is gesproken over huisvesting. De Raad heeft het nieuwe instellingsplan besproken en een aandeel geleverd aan de instellingsaccreditatie eind 2012. jaarrekening 2011 en accountantsverklaring De RvT keurde het jaarverslag van de CHE over 2011 goed.en najaar is een financieel meerjarenperspectief voorgelegd aan de RvT. in samenhang met de Kaderbrief 2013. I. Dit onderwerp is ook besproken in de Auditcommissie. kaderbrief en begroting 2013. Ook zijn er voorstellen van advies voorzien. Robbertsen was aftredend per 31 december 2012 en herbenoembaar. inhoudelijke vraagstukken als de kwaliteit van het onderwijs. het financiële beleid. het Treasurystatuut en de managementrapportages. Zij woonden een presentatie en bespreking bij over de ontwikkelingen op het gebied van trialogisch leren. en spreekt van een goede en open communicatie met het CvB. van den Berg-Molenaar. Het CvB is door de Raad decharge verleend voor het in 2011 gevoerde beleid. In november 2012 bracht de voltallige Raad een werkbezoek aan de Academie Mens & Organisatie. De doelen van toezicht zijn vastgesteld bij de vaststelling van het jaarplan 2013. CvB en RvT blijven kiezen voor een voorzichtig financieel beleid. De RvT heeft de risico’s met het CvB besproken. . De RvT heeft zijn vertrouwen uitgesproken in het meerjarenperspectief. C. In het voor. De heer R. De RvT is met het CvB van mening dat het meerjarenperspectief positief moet zijn. De RvT constateerde dat op dit terrein goede vorderingen zijn geboekt. Rapportages. De RvT heeft het CvB verzocht hier een actieplan voor te schrijven. De heer Boele heeft zijn portefeuilles en dossiers overgedragen. het meerjarenperspectief 2013.C. Na de vooruitgang in 2011 maakte de control onderdeel uit van het reguliere toezicht. de begroting 2013. de huisvestingsplannen en de jaarrekening 2011. Bij de herstart heeft de RvT de doelstellingen van de herhuisvesting nauwlettend gevolgd. Commissies Er functioneren twee commissies binnen de RvT. De zelfevaluatie van de RvT is uitgevoerd in april 2012. Medezeggenschapsraad en de Raad van Toezicht De RvT heeft een keer overleg gevoerd met de Medezeggenschapsraad over de voortgang van het beleid. In het voorjaar is het financieel kader voor 2013 vastgesteld. Jaarverslag. Dit met het oog op de evaluatie van de RvT en het functioneringsgesprek met het CvB. In de Remuneratiecommissie kwam de samenstelling van de RvT aan bod in verband met de vacature op het terrein van onderwijs. prestatiebekostiging en de personeelsontwikkeling.P. Bovendien is gesproken over het versterken van de planning. te weten de Auditcommissie en Remuneratiecommissie. De Raad beoogt met het CvB meer aandacht te schenken aan zowel identiteit. Dit staat in verband met de onzekere elementen in de rijksbijdrage. is ingevuld. In december nam de RvT met waardering kennis van het nieuwe Programma van Eisen. De Medezeggenschapsraad heeft uitgesproken voortgang te zien op het terrein van planning en control. Voorham. De Remuneratiecommissie vergaderde twee keer. Dit is te danken aan het toevoegen van een rapportage over de resultaten en voortgang van de beleidsdoelstellingen en kwaliteitszorg. In 2012 is gewerkt aan de verrijking van de integrale managementrapportages. Huisvesting De RvT heeft het CvB-besluit om de huisvestingsplannen te herzien ondersteund. academievorming en de samenwerking met het CvB. College van Bestuur-aangelegenheden De heer dr.Jaarverslag 2012 | Strategie & Beleid Managementletter In opdracht van het College van Bestuur (CvB) heeft een accountant van Deloitte een managementletter opgesteld. meerjarenperspectief Tijdens het jaar is de RvT aan de hand van kwartaalrapportages geïnformeerd over de financiële resultaten. De Raad heeft aangedrongen op voortgang in het proces en vroeg om aandacht voor draagvlak binnen de organisatie. Haar zetel is per 1 januari 2013 ingenomen door mevrouw M. planning en control. De accountant (Deloitte) heeft een goedkeurende verklaring afgegeven. Per 1 december is hij werkzaam als voorzitter van het CvB van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen. Dit heeft de heer Robbertsen aanvaard. In de Auditcommissie is onder meer gesproken over de managementletter. De financiële situatie van de CHE is gezond bevonden. Tevens zijn de wervingsprocedures voor CvB-voorzitter en RvT-lid voorbereid. Daarin staan aanbevelingen aan de CHE om de control verder te versterken. De CHE moest de herhuisvesting binnen het hernieuwde budget realiseren. De Raad heeft de heer Robbertsen herbenoemd per 1 januari 2013. Boele maakte in september 2012 zijn vertrek bekend. In december is de begroting 2013 goedgekeurd.

Inmiddels is de nieuwe regeling Medezeggenschap al weer een jaar in gebruik. Daarnaast hebben HR en AR’en tussentijds frequent informeel overleg.1 Strategische alliantie De CHE streeft naar intensieve samenwerking in de Strategische Alliantie tussen GH-Zwolle. De RvT komt tot een eigen oordeel na adviezen.5. Denk daarbij aan het digitaliseren van lessen en andere praktische onderwerpen. Zie voor meer informatie hoofdstuk 3.1 over de activiteiten van de vertrouwenspersoon. In dit samenwerkingsverband hebben de hogescholen verkend op welke wijze samenwerking bij kan dragen aan een versterking van hun onderzoeksbeleid. Het gunstige is dat de onderwijsaanbieders hun locaties dicht bij elkaar . R. jaarplan en OER.2 Lokale samenwerking met oog op de Kenniscampus Samen met andere onderwijsaanbieders in Ede onderzoekt de CHE of samenwerking in de nieuwbouwplannen voordeel kan opleveren. inhoudelijk en kritisch.3 Klachtenafhandeling 1.4.en examenregeling (OER). Er speelden dan ook grote thema’s als huisvesting. dan wel de bevindingen van beide commissies.4.5. 7:61 WHW bij het College van Beroep voor de Examens in beroep gaan tegen onder meer beslissingen van examencommissies en examinatoren. In drie gevallen is het beroep ingetrokken na het treffen van een minnelijke schikking. Het CvB bestempelt het overleg met de HR als constructief. De uitkomsten van dit onderzoek gelden als basis voor een docentensymposium begin 2013. Zwolle-Ede-Gouda).17 Beide commissies zijn adviescommissies van de RvT. Halfjaarlijks vindt er formeel overleg plaats van de HR en AR’en. Instellingsplan 2012-2016 (IP). Deze zijn naar tevredenheid afgehandeld. Op zowel kostenbesparing als kwaliteitsverbetering bij het ontwikkelen en aanbieden van faciliteiten. De academieraden (AR’en) vormen een constructief-kritische gesprekspartner van het academiemanagement bij financiën. financiën. De Studentgeleding van de HR (SHR) bestaat uit zeven studenten en is daarmee voltallig. De SHR heeft het afgelopen verslagjaar diverse studentgebonden thema’s op de agenda gezet.3.5 Samenwerkingsverbanden op CHE-niveau 1. Ondertekening samenwerkingscontract CHE & Het Streek De CHE heeft een centraal klachtenloket bij Bureau Studentzaken. voordracht nieuw lid Raad van Toezicht (RvT) en de werving van een nieuwe CvB-voorzitter. voorzitter Raad van Toezicht 1. Naast het overleg met het CvB heeft de HR ook twee maal per jaar overleg met de RvT. Driestar Educatief en de CHE (ZEG. Onderwijs. Studenten kunnen op grond van art. Hier kunnen klachten van allerlei aard worden ingediend. Op landelijk niveau denkt de SHR inhoudelijk mee over de politieke ontwikkelingen in Den Haag met betrekking tot studenten. het IP en de regeling Conflictbeheersing. Bij de klachtenbalie zijn in 2012 tien klachten binnengekomen. de schaal 13-functie voor docenten. De SHR denkt proactief mee in het bestuurlijke proces en wordt hierin ook actief betrokken. Afgelopen jaar heeft de HR onder meer ingestemd met het Studentenstatuut. Het College van Beroep voor de Examens heeft in 2012 vijf beroepschriften ontvangen. De drie scholen hebben samengewerkt aan een onderzoek onder alumni over de meerwaarde van vorming als christelijk ideaal.2 Medezeggenschap en studentenparticipatie Gedurende het verslagjaar is er intensief en constructief overleg geweest tussen het College van Bestuur (CvB) en de Hogeschoolraad (HR). Dit thema versterkt op prachtige wijze het eerste spoor uit het nieuwe instellingsplan. waar onder meer het belang en de mogelijke invulling van het thema vorming aan bod komen. 1.C. Bij de 1. Daarnaast hebben we een vertrouwenspersoon en een klachtencommissie voor meldingen over ongewenst gedrag. Deze hebben geleid tot een uitspraak van het College. Klachtencommissie Ongewenst Gedrag is in 2012 geen klacht ingediend. Robbertsen. In twee gevallen was er sprake van een hoorzitting.

Technocentrum De Vallei .Refo500 .HDS.Driestar Educatief .Business Club Gelderse Vallei Wij zijn actief lid van de International Association for the Promotion of Christian Higher Education (IAPCHE) en de Council for Christian Colleges and Universities (CCCU).Solidez .Evangelische Hogeschool .Stichting Technodiscovery .Eleos . 1.Jaarverslag 2012 | Strategie & Beleid hebben en dat het te bebouwen terrein in de nabijheid ligt.Ichthus College Veenendaal .Het Groenhorst College .3 Nationale samenwerking 1.Theologische Universiteit Apeldoorn .Besturenraad PCO .5. christelijke organisatie voor Zorg en Welzijn .Hendrik Pierson Leerstoel (VU) .JOOZT LSG . .Food4You . Een overzicht van deze partners is terug te vinden op: www. In het kader van stages en projecten werken al onze opleidingen intensief samen met bedrijven en instellingen binnen de werkvelden waarvoor we opleiden. Ons doel is om zowel te participeren in onderwijs en beroepsnetwerken als samen te werken met identitair verwante organisaties.Gezinshuis.Leger des Heils .Stichting De Hoop .HBO-sectorraad Economie (dagelijks bestuur) De CHE werkt samen met de volgende (onderwijs) instellingen: .5.com .Evangelische Alliantie .Stichting Centrum voor Bijbelonderzoek .5.Welstede . na een bezoek aan de CHE en tal van gehouden gesprekken.Wageningen University .Platform Onderwijs Arbeidsmarkt . 1.Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte .De Leliezorggroep .Stichting Food Valley .De Wittenberg . Wij werken op instellingsniveau met diverse partners samen. De samenwerkingsrelaties die we aangaan zijn steeds gericht op het versterken van deskundigheid en kwaliteit.VU Amsterdam .GidsNetwerk .Het Streek .nl.HBO-raad .Stichting Christelijk-Sociaal Congres . Daarin geeft een internationaal panel.Kenniscentrum Wetenschap en Techniek .Opella .EBC.4 Internationale samenwerking De CHE is actief lid van de volgende organisaties: .Guido de Brès scholengemeenschap in Amersfoort . Edese Bedrijven Contact .Woord en Daad .Gemeente Ede . Ook zijn onze opleidingen vertegenwoordigd in de landelijke opleidingsoverleggen.Stichting Christen in de Gezondheidszorg .YouthforChrist Nederland Op regionaal niveau werkt de CHE samen met: .VNO-NCW . een reflectie op de wijze waarop de CHE inhoud geeft aan christelijke vorming.Woonstede . De eigen identiteit moet daarbij behouden blijven.COG (ROC A12) .Hoornbeeck College .5 Samenwerking op academieniveau Ook op opleidingsniveau werkte de CHE in 2012 met veel partijen samen.Ziekenhuis de Gelderse Vallei . Medio 2012 hebben we een rapportage ontvangen inzake een ‘reformed idenity audit’.Gereformeerde Hogeschool Zwolle .che.

19 .

Onderwijs HOOFDSTUK 2 .

maar vroeg aandacht voor het versterken van het kennisniveau. Zowel de ambities van de CHE als die van het beroepsdomein willen we uitwerken in een nieuw academieplan 2013 – 2016 waarbij de verbindingen met het werkveld speerpunt zijn. Logeion en het Genootschap van Hoofdredacteuren). Inmiddels is het nieuwe beroepsprofiel V&V gepresenteerd. Dat was minder dan verwacht. een dieptepeiling. De goede contacten met het werkveld zijn vorig jaar verder verstevigd. Zowel rond de inhoudelijke als de bedrijfsmatige situatie. Dit thema kwam ook aan bod bij de CHE-instellingsaccreditatie tijdens de trail. waarvan 33 studenten langstudeerders (vijf jaar of langer). Dit geldt zowel voor Leraar Godsdienst en Levensbeschouwing als voor Godsdienst Pastoraal Werker. Zij werkten aan het versterken van de samenhang binnen de academie. Daar vloeiden mooie activiteiten uit voort.1 Ontwikkelingen op academieniveau 2.1 Journalistiek & Communicatie 2. De economische recessie weerhoudt studenten om te kiezen voor een vak in communicatie of journalistiek. een SLB-/vormingslint en een onderzoekslijn.1.3 Theologie De Academie Theologie werkte in 2012 verder aan het basiscurriculum voor september 2013. Van september tot december is een nieuw frame van beide opleidingen neergezet met veel aandacht voormet name de nieuwe uitstroomprofielen. Doel is om een internationaal semester op te zetten. Dit valt mooi samen met de vaststelling van het nieuwe CHE-Instellingsplan. De directeuren van de Academies Sociale Studies en Theologie zijn op interimbasis aangetreden.1. waarvan 22 in de vwo-route. Het accreditatierapport gaf voor beide opleidingen mooie maar ook urgente punten voor curriculumverbetering. De Academie Gezondheidszorg is in 2012 gevisiteerd en hernieuwd geaccrediteerd.21 2. Het thema speelt verder een rol in de gesprekken rond de OER tussen het MT en de AR. Voor de zomervakantie is met veel mensen uit het beroepenveld gesproken over de ontwikkelingen in zowel journalistiek als communicatie en is de benodigde (onderzoeks)literatuur opgezocht.1. Er zijn intensieve gesprekken gevoerd met de werkveldadviesraden en belangengroepen (o. 2. Zo was de academie betrokken bij de citymarketing van Ede en leverde ze de voorzitter van de werkgroep Communicatie voor de Kenniscampus. In 2012 heeft het MT verder de notitie Internationalisering vastgesteld. De academie beraadt zich op de manier waarop zij dit binnen de opleiding gaat uitwerken. De contacten met Hannam University in Zuid-Korea zijn bijvoorbeeld verstevigd. In 2012 kregen 127 studenten hun bachelordiploma. NVJ. In september 2012 startten we met 72 nieuwe journalistiekstudenten en 90 communicatiestudenten. Dit arbeidsintensieve proces was helpend bij het versterken van de transparantie van de opleiding. De academie wil duurzame en wederkerige relaties aangaan met universiteiten in het buitenland. De visitatie oordeelde positief over het eindniveau van de opleiding. Het nieuwe beroepsprofiel biedt een goede basis om het totale curriculum door te lichten en aan te passen aan de eisen van deze tijd.2 Gezondheidszorg Het kalenderjaar 2012 was voor de academie de periode van curriculumvernieuwing. De Evangelische Omroep is een traineeship begonnen om alumni een kans op een baan te geven.m. Het project Flexibele Leerarrangementen zorgde . Begin november heeft de zittende academiedirecteur haar functie neergelegd. Hierdoor wordt na een proces van gedegen voorbereiding de implementatie steeds verder in gang gezet. in lijn met het hogeschoolbeleid.

In september zijn meer dan tien docenten gestart met een masterstudie. 2012 was in onderwijskundig opzicht een intensief jaar. Dit trialogisch leren is gethematiseerd tijdens drie studiedagen. Alle partijen werken er vanuit een lerende houding. Na het geslaagde slotcongres is besloten nadere samenwerking te verkennen. In het najaar hebben in het MT de nieuwe academiedirecteur en de nieuwe manager Transfer zitting genomen. Het doel is om toekomstige studenten vanuit enkele vakgebieden voor te bereiden op het hbo-niveau. In september vond de visitatie MER plaats.1. Opleiden in het werkveld krijgt hierdoor een stabiele en duurzame basis. maar hebben we vooral kwalitatieve verbeteringen aangebracht in het bestaande onderwijs. Ter ondersteuning van de R&O-cyclus zijn twee ondersteuningsinstrumenten voor feedback van collega’s en studenten ontwikkeld. De opleiding P&A heet sinds 1 september 2012 HRM.en duale opleiding. Op dit moment is in dit kader de cursus Worldview al op de CHE te volgen.5 Sociale Studies In 2012 is de samenwerking met het werkveld verder ontwikkeld en geïntensiveerd. Ook zijn we gestart met twee academische basisscholen. Het systeem It’s learning wordt benut voor digitale communicatie tussen docent en student. deeltijd. Dit is succesvol afgerond. 2. Docenten kregen de mogelijkheid om in het bestaande curriculum extra tijd te besteden aan projecten met het werkveld. 2. Zo levert dit een goede bijdrage aan het toepassen van wetenschap en techniek in de basisschool. Nieuwe studiemogelijkheden leiden tot gewijzigde routes.6 Educatie 2. Zowel initieel als post-initieel. studenten en docenten. Binnen M&O betekent dit perspectief de keuze voor een aantal profielen van 1. oftewel volgens het begrip “trialogisch leren”. In het kader van VTB-pro (Verbreding Techniek Basisonderwijs) zijn 61 leraren en 17 directieleden in het basisonderwijs geprofessionaliseerd op het domein van Wetenschap & Techniek. Ook is een glossy magazine “Adriaan” uitgegeven ter ere van zijn afscheid. Daarnaast zijn drie docenten gestart met een promotietraject binnen de onderzoekslijnen van het lectoraat. Het aantal ingeschreven voltijdstudenten is in 2012 gestabiliseerd. In deze eindfase werken studenten. waarvan tussen de tien en dertig partners aanwezig waren. Het afscheid van een collega is gebruikt om alumni uit te nodigen voor een inhoudelijk programma in maart. De opleiding MER heet vanaf die datum Bedrijfskunde MER. Daarbij is het werkveld expliciet uitgenodigd. Het Kenniscentrum Wetenschap & Techniek (KWTG) is verder ontwikkeld. De CHE nam daaraan deel samen met zeven scholen in het voortgezet onderwijs. Zo is onder andere de intakeprocedure aangepast.4 Mens & Organisatie M&O In 2012 veranderde ons onderwijsaanbod niet. Het aantal ingeschreven voltijd-. docenten en beroepspraktijk intensief samen. Dit is ontstaan vanuit de overtuiging dat het beroep niet uit een boekje te leren valt.1. De projecten kenmerkten zich door een samenwerking tussen het werkveld. Naast de visitatie hebben we inhoudelijk verder gewerkt aan het voorbereiden van de curriculumvernieuwing van beide M&O-opleidingen. De extra impuls vanuit Marketing & Communicatie heeft daar een aanzienlijke bijdrage aan geleverd. De waardering voor de opleidingen in de Keuzegids Hbo was hoog.en duale studenten bleef in 2012 stabiel. Helaas daalde het aantal studenten van de deeltijd. Het project Identiteit en Kwaliteit is afgerond. De vernieuwing van het curriculum van beide opleidingen staat in het teken van de IP-strategie van de CHE: intensieve verbinding met de beroepspraktijk. van het onderwijs verbeteren. in tegenstelling tot de landelijke cijfers die vooral een daling lieten zien in de instroom. Hiermee willen we de kwaliteit . Dit vindt plaats in samenwerking met diverse partners in de regio. Dit betrof een meerjarenproject rondom de vraag hoe je als christendocent je identiteit vertaalt naar de inhoud van het vak waarin je lesgeeft. Daarmee is het MT compleet voor het adequaat managen in een steeds complexere onderwijswereld. Om een goede doorstoom te realiseren van mbo naar hbo is een samenwerkingstraject gestart met de Driestar (hbo) en het Hoornbeek (mbo). Het initiatief om samen met twaalf schoolbesturen een professionele en kwalitatief hoogwaardige samenwerking op te zetten voor het opleiden van leraren is uitgebouwd. De trajecten zijn gesubsidieerd door VTB-professional. Bij deze opleidingen was sprake van een naamswijziging.1.5 jaar in de eindfase van de opleidingen.Jaarverslag 2012 | Onderwijs voor meer (digitale) studiemogelijkheden voor zijinstromers en andere deeltijdstudenten. De instroom in 2012 steeg licht bij beide opleidingen.

2 Outsourcing en maatwerktrajecten COM vt 0 0 + 0 0 JRN vt GPW vt GL vt LBA vt BMER vt MWD vt HRM vt SPH vt VP vt Naast de reguliere VTO. In het werkveld begeleidt een praktijkbegeleider de competentieontwikkeling van de student. maar niet alle varianten of opleidingen zijn meegenomen in de uiteindelijke rapportage. Vanuit de opleiding vindt stagebegeleiding plaats door een stagedocent. Uit evaluaties blijkt dat praktijkbegeleiders tevreden zijn over de bekwaamheid van onze studenten. Studenten liepen wel stages. Sommige praktijkbegeleiders binnen de academies hebben meer behoefte aan direct contact en samenwerking met de CHE. Programma Toetsing Docenten Vaardigheden Voorbereiding loopbaan Informatie & contact Faciliteiten Expertoordeel Totaalscore Oordeel + + 0 0 + + ++ ++ + ++ 0 0 + + ++ + + + + ++ + ++ + ++ ++ ++ + ++ + + ++ ++ ++ ++ +++ +++ ++ ++ +++ ++ 0 0 0 + + + 0 0 64 0 + 0 0 70 + ++ 0 0 72 ++ + ++ 0 74 + ++ +++ + 0 78 ++ 0 0 84 ++ ++ + + 80 ++ +++ 0 ++ 96 +++ +++ ++ + 94 +++ ++ + + 78 ++ Tabel: Keuzegids Hbo Voltijd 2013 2.of praktijknota. van LBA (leraar basisonderwijs) tot sociaal werk en van verpleegkunde tot journalistiek”. Nationale Studenten Enquête (NSE) In het voorjaar van 2012 heeft de CHE voor de derde keer aan de Nationale Studentenenquête (NSE) meegedaan. Bij alle opleidingen komt de student vanaf het eerste studiejaar in contact met het werkveld. Verder verzorgen we via onze commerciële activiteiten enkele maatwerktrajecten voor externen. De vraag naar dergelijke trajecten neemt toe. HRM.1 Externe onderzoeken Elsevier Ook volgens het onderzoek van ResearchNed in opdracht van Elsevier scoort de CHE voor veel opleidingen significant hoger dan vergelijkbare opleidingen op andere hogescholen. In 2012 hebben we geen publieke middelen aangewend voor de organisatie van maatwerktrajecten voor bedrijven of organisaties. Volgens de Keuzegids verdient. advies. de CHE (aan de hand van veertien beoordeelde opleidingen) een tweede plaats op de lijst met beste middelgrote hogescholen. beschreven in het competentieprofiel van de opleiding.23 2.2. Bij de sociaal-agogische opleidingen vindt tevens begeleiding plaats door een supervisor.3.1 Stages (middelgrote) hogeschool van Nederland. Ook voerden derde. Het gaat bij deze trajecten om individueel maatwerk op basis van een instroomassessment. maar ook op instroomcijfers. Uit evaluaties blijkt dat de praktijk van supervisie hoge waarderingen scoort. De ranking van de Keuzegids is niet alleen gebaseerd op studentenoordelen via de Nationale Studenten Enquête (NSE).en onderzoeksactiviteiten. Uit evaluaties blijkt dat de stap van een EVC-rapportage naar een individueel leerplan (maatwerk) nog onderwijskundige aandacht behoeft. zoals trainingen. cursussen.2. De beste score CHEbreed is de waardering voor Informatie en Contact. SPH en Bedrijfskunde MER scoren het hoogst binnen de CHE. Deze stagedoelen zijn een uitwerking van de kwalificaties. collegegelden. bindend Studie Advies en VBI-rapporten (accreditatie). Bedrijfskunde MER en Communicatie (mini-ondernemingen). De eerste plek op deze lijst gaat. nadat de CHE daar acht jaar heeft gestaan. De Keuzegids Hbo Voltijd 2013 is zeer positief te spreken over de onze hogeschool. De CHE heeft ”degelijk onderwijs in de aanbieding.en vierdejaars studenten opdrachten uit voor externe opdrachtgevers. In de volgende tabel staat een overzicht van de scores in de Keuzegids Hbo Voltijd. naar de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle. Per opleiding is de ordening van stages en stagedoelen beschreven in een stage. In 2012 was geen sprake van het (gedeeltelijk) uitbesteden van bekostigd onderwijs aan private organisaties. Dit heeft te maken met een te geringe Keuzegids Hoger Onderwijs In de Keuzegids Hoger Onderwijs 2013 is de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) beoordeeld als de op één na beste . 2. Opleiding/ oordelen Ongeveer een kwart van de totale opleidingsduur van alle opleidingen besteden we uit aan stageverlenende instellingen. Alle CHE-opleidingen namen eraan deel. met een totaalscore van 81 en een ++ oordeel. DTO en sommige duale opleidingen biedt de CHE maatwerktrajecten aan.3 Onderwijskwaliteit 2.2 Uitbesteding onderwijsprogramma’s 2. De student bekwaamt zich op deze wijze in de beroepspraktijk. Het betreft hier de opleidingen Human Resource Management.

de deeltijdvarianten van GL en VP en de duale varianten niet zijn meegenomen in de rapportage.4 3.7 3.6 3.7 3.4 4.9 3.7 3.2 4.8 3.9 4.8 3.5 3.3 3.1 4.0 3.0 3.2 4.7 3.7 4.4 3.7 3.1 3.1 4.8 4.2 4.0 3. met uitzondering van de varianten van GPW en de voldtijdvariant van GL.9 3.8 3. de verworven algemene vaardigheden.0 3.9 4.3 4.0 3.5 4.8 4. Je studie in het algemeen A2. De studiefaciliteiten van je opleiding A9.5 3. JRN vt LBA dt LBA vt BMER vt MWD dt MWD vt HRM vt SPH dt SPH vt VP vt A1.7 3.2 4.4 3. De algemene sfeer op je opleiding A15.6 3.1 4.2 4.7 3.5 3.6 4.7 3.5 3. Aandacht blijft nodig voor de deeltijdopleiding van Leraar Basisonderwijs.3 3.5 2. Zo ook bij vrijwel alle opleidingen voor de thema’s ‘toetsing en beoordeling’ en ‘studielast’.2 4.Jaarverslag 2012 | Onderwijs Opleiding/ oordelen Rang Faciliteiten Onderwijs Inrichting van de opleiding Docenten Toetsing Organisatie en communicatie Totaal 2012 COM vt 2 58 65+ 58 60+ 58 51+ 58+ JRN vt 1 54 64 67 65+ 62 51 61+ GPW vt 2 61 66 72 70 81 60 68 GL vt 1 64 58 74 68 50 44 60 LBA vt 7 76+ 64+ 75+ 68+ 61 60+ 67+ BMER vt 1 58 76+ 77+ 74+ 78+ 71+ 72+ MWD vt 1 65+ 71+ 71+ 73+ 66+ 68+ 69+ HRM vt 1 60 79+ 82+ 77+ 73+ 75+ 74+ SPH vt 2 65+ 73+ 77+ 68+ 75+ 68+ 71+ VP vt 3 61 71+ 67+ 65+ 50 65+ 63+ Tabel: De Beste studies 2012 Elsevier (Bron: Elsevier) * een + betekent significant beter dan deze opleiding op andere hogescholen.6 3. In 2012 lag de respons duidelijker lager dan in 2011.9 3.5 3.8 3. De inhoud van de opleiding A3.5 3.7 4.1 4.7 3. De docenten van de opleiding A7.3 4.5 2.8 3.7 3.1 4.6 3.9 3.4 3.0 4.9 3.1 3.9 3. De studielast A12. De studiebegeleiding A13.8 4.1 3.2 4.7 3.9 3.0 3.1 3.8 3. De scores zijn grotendeels vergelijkbaar met die van 2011.7 4.1 3.8 4. de inhoud en de sfeer van de opleiding.2 3.6 4. Toetsing en beoordeling A10.6 3.0 3.9 4.1 3. De opleidingen van de Academie Sociale Studies en Mens & Organisatie Opleiding/ oordelen COM vt GL vt GPW dt GPW vt scoorden erg goed op bijna alle thema’s.4 3. De voorbereiding op de beroepsloopbaan A6. De informatie vanuit je opleiding A8. De verworven algemene vaardigheden/ praktijkgericht onderzoek binnen je opleiding A5.3 3.9 3.8 3.6 4.8 3.8 3.8 4.0 4.5 3.0 3. De studieroosters A11.4 3.8 3.3 4.6 3.8 3. de docenten.6 4.8 3.6 3.4 4.9 4.7 4.8 4.6 3.0 4.0 3.9 Tabel: Totaaloverzicht van de themascore Algemeen .5 4.3 3.1 4.8 3.9 3.8 4.0 3.9 4.0 4.4 3.7 3.1 3.7 3.2 3.6 3.8 4.9 3. Hieronder volgt een totaaloverzicht van de themascore Algemeen.0 4.0 3.9 3.6 3.8 4.4 3.2 3.4 3.9 4.6 4.8 4.4 3. Voor deze opleidingsvarianten was de respons dus te laag.9 4.8 3.7 3. Ook dit is een punt van aandacht ondanks de blijvend hoge waardering.2 3.9 4.6 3.9 4.4 3.8 4.5 3.2 4.0 4.2 3.9 3.2 3.1 3.2 3.3 3.5 4.1 4.3 3.3 4. Dit betekent dat de resultaten van de Masters Contextuele Hulpverlening en Leraar Godsdienst.9 4.8 3.7 3.8 4.7 3.3 4. De deeltijdopleiding van SPH en de voltijdopleiding van Journalistiek zijn op een aantal items minder gewaardeerd dan in 2010.7 3.8 4.6 4.7 4.7 3.8 3. De opleidingen Bedrijfskunde MER en GPW dt kregen op verschillende thema’s betere waarderingen dan in 2011.7 3.0 3.7 4.8 4. respons.7 3. De overige faciliteiten en de studieomgeving A14.7 3.8 3.2 4.3 3.9 3.0 3.8 4.0 3. De verworven algemene vaardigheden binnen je opleiding A4.0 3.8 3.3 4.0 3. Opnieuw hebben we goed gescoord in de NSE.6 4.6 3.2 4. Hoge scores waren er voor de voorbereiding op de beroepsloopbaan.5 4.1 4.6 4. De mate waarin je betrokken wordt bij de verbetering van je opleiding 4.5 3.7 3.8 3.9 3.2 4.4 3.3 3.1 3.7 3.5 3.7 3.

die een landelijk afgestudeerdenonderzoek voor de eigen branche coördineert. Ook lag de respons lager dan bij het landelijke onderzoek van de HBO-Monitor 2011 (40%). Volgend jaar doen we mee aan de landelijke HBO-Monitor. Afgestudeerden van LBA en HRM vonden snel een baan in het verlengde van hun studie. Als gevolg van te lage respons konden we geen totaalbeeld schetsen van de arbeidsmarktpositie van onze afgestudeerden van de lichting 2010-2011. De afgestudeerden waren over het algemeen tevreden over de aansluiting van de gevolgde opleiding op de huidige functie. was de waardering van afgestudeerden voor de hoeveelheid actuele kennis en inhoud op het vakgebied van de opleiding Bedrijfskunde MER (3. namelijk 34%. Deze behaalden een 3. We namen daarom we niet deelnamen aan de landelijke HBO-Monitor. Dit bood ons de mogelijkheid om eigen vragen toe te voegen. Met name MWD en HRM behaalden hierop hoge scores. Dit leverde een visitatierapport op met een positieve eindbeoordeling ten aanzien van de drie standaarden binnen het nieuwe Beperkte Beoordelingskader. 2. moeilijkheidsgraad en keuzemogelijkheden. Wat lager scoorden de alumni van GPW. afgestudeerden van MWD en GPW hadden hier meer moeite mee. Uitzondering hierop vormt de Academie voor Theologie. Een systeem dat de kwaliteit van de aangeboden opleidingen kan garanderen. Daarnaast is het platform betrokken geweest bij het opstellen van prestatieafspraken met het ministerie van OCW. LBA en MWD.2 op een vijfpuntsschaal. De respons (28%) lag in 2012 nagenoeg gelijk aan die van het jaar ervoor. Zo ook de manier waarop ze identiteit zichtbaar maakten in de opleidingen. In het platform Kwaliteitszorg zijn de ervaringen uitgewisseld. De commissie beoordeelde de standaard eindkwalificaties van de opleiding Verpleegkunde als goed. Het visitatiepanel was van mening dat de borging van het afstudeerniveau bij beide opleidingen te verbeteren is.2 Interne onderzoeken Platform kwaliteitszorg Als vervolgstap in de verdere ontwikkeling van het kwaliteitszorgstelsel en ter voorbereiding op de Instellingstoets Kwaliteitszorg hebben we gewerkt aan de halfjaarrapportages Kwaliteitszorg. Onderstaande bevindingen gelden dan ook alleen voor deze opleidingen. Daarnaast heeft de NVAO in het najaar van 2012 bij de CHE de Instellingstoets Kwaliteitszorg uitgevoerd. Deze opleidingen zijn in september 2012 gevisiteerd door een visitatiepanel van Certiked. Bedrijfskunde MER. .3. maar nog steeds voldoende. De respons van de helft van de opleidingen voldoet aan de richtlijnen ten aanzien van de representativiteit: GPW. De vraag die daarbij centraal stond is of het College van Bestuur vanuit haar visie op de kwaliteit van het onderwijs een doeltreffend systeem van kwaliteitszorg hanteert. De verbeterpunten gelden voor diepgang. Het aantal alumni was groot. In 2010 was de respons echter aanzienlijk hoger. De standaarden onderwijsleeromgeving en toetsing kregen bij deze opleiding een voldoende. Het merendeel heeft een betaalde baan op hboniveau gevonden. Het laagst. Daarin geven we een periodeanalyse van alle evaluatiegegevens in samenhang. Zij gaven aan dat de Dublin Descriptoren door hun opleiding gerealiseerd zijn.25 2. Bij beide visitaties was de commissie onder de indruk van de inzet en bevlogenheid van docenten.3. De standaarden eindkwalificaties van de opleiding en onderwijsleeromgeving van Bedrijfskunde MER beoordeelde de commissie als goed. 829 vergeleken met 780 in 2011.3 Kwaliteitszorg extern AGO (Afgestudeerdenonderzoek) Begin 2012 voerden de CHE-opleidingen gezamenlijk een onderzoek uit onder afgestudeerde studenten in het studiejaar 2010-2011. Naast een hogere respons beschikken we dan over vergelijkbare gegevens in het kader van de prestatieafspraken. Het is van groot belang om het alumnibeleid te intensiveren en de respons te verhogen door het ontwikkelen van (digitale) alumninetwerken. De afgestudeerden waren zeer tevreden over de basis van de opleiding voor het verder ontwikkelen van kennis en vaardigheden. De afgestudeerden zijn over het algemeen tevreden over de basis die de opleiding biedt om te starten op de arbeidsmarkt. Bovendien volgen relevante conclusies en aanbevelingen. Afgestudeerden beoordeelden onze hogeschool als een inspirerende leergemeenschap.3 op een 5-puntsschaal). De definitieve uitslag van de instellingstoets verwachten we in februari 2013. HRM. In december 2011 vroeg het CvB bij de NVAO accreditatie aan voor de opleidingen Verpleegkunde en Bedrijfskunde MER. De standaard toetsing als voldoende.

Studenten HOOFDSTUK 3 .

326 1.1 Studentenaantallen In 2012 schreven zich zo´n 75 studenten minder in bij de CHE dan in 2011.181 1. In 2012 hebben we extra geïnvesteerd in de studentenwerving van de LBA (Pabo).6 4.6 15.291 1.en nadelen van een keuze voor onze hogeschool.1 Studentenaantallen per jaar met groei percentages (bron: HBO-raad) Datum 1-10-2007 1-10-2008 1-10-2009 1-10-2010 1-10-2011 1-10-2012 Aantal studenten 4097 3982 4045 4137 4047 3969 Groei t. Kijken we naar de totale hbo-markt. 3. Jongens vormden een speciale communicatiedoelgroep. Ook voeren we gesprekken met aspirant-studenten met een functiebeperking. vorig jaar 3.1 %duaal 2. Bij de in-.27 3.3 82.1 Werving en selectie In 2012 daalde onze studenteninstroom met 1. Voor de voltijd.en uitstroom van studenten speelt Bureau Studentzaken een cruciale rol.0 1.1. Niet-christenen zijn welkom op onze Instroom in jaar 2007 2008 2009 2010 2011 2012 Aantal studenten waarvan 1.6 16.9 Tabel 3. door.1%.en deeltijdopleidingen geldt dat de instroom licht steeg. Wanneer een potentiële student geen christen is.2 76.1 .8 hogeschool mits zij een verklaring van respect voor onze grondslag ondertekenen. Het totaal aantal ingeschreven studenten daalde met 1.0%.6 80. In 2012 hebben we samen met een externe marketeer ook onderzoek gedaan naar onze kansen en mogelijkheden in de toekomst. nodigen we de betreffende student uit.9 19.5% ten opzichte van 2011.4 13.229 1.o.124 1.2 -1. die op de valreep niet werd ingevoerd. We bespreken dan de voor. deeltijd (dt) en duaal (bron: HBO-raad) %dt 18. In 2012 werkte de afdeling Marketing & Communicatie aan een nieuwe advertentiecampagne met als thema ‘de CHE is dichtbij’. In 2012 is het nieuwe Student Volg Systeem (SVS) IRIS binnen onze hele hogeschool geïmplementeerd en verfijnd. Het wervingsbeleid van onze hogeschool is vooral gericht op de christelijke achterban. Deze daling is geheel toe te schrijven aan het aantal studenten dat een duale opleidingsvariant startte.3% van het totaal aantal LBA-studenten.9 -2.3 84.3 -2.9 5. We concluderen dat we ondanks een teruglopende markt goede resultaten hebben behaald.210 % vt 78.v.9%. Tabel 3. Bovendien is het aantal mannelijke studenten toegenomen van 17.7 14.2 Studenteninstroom per jaar in aantallen en percentages naar voltijd (vt).8 80. Wel steeg het marktaandeel van de LBA met 0.7% naar 22.1% gestegen naar 4.3 4. dan heeft de CHE een aandeel van iets minder dan 1%. Deze investering leidde niet tot een toename van de instroomaantallen. Het gaat hier om het marktaandeel binnen de opleidingen die wij aanbieden.8 1. Dit jaar stond ook in het teken van de implementatie van de langstudeerdersmaatregel. Het marktaandeel van de hogeschool is met 0.6 2.1 3. Aspirant-studenten krijgen via Studielink enkele vragen over hun identiteit voorgelegd. of wanneer bijvoorbeeld een verkorte studieroute tot de mogelijkheden behoort.

4% 62.3% 57.9% 42.8% 53.9% 22.047 2012 480 62 35 548 70 37 180 210 54 26 11 267 3 167 236 310 532 101 37 481 122 3.4% 91.969 582 127 66 253 293 59 56 220 112 290 297 451 111 26 402 172 3.4 Verhouding man-vrouw (bron: HBO-raad) Jaar Geslacht VP man vrouw LBA man vrouw GPW GL 2 graad e 2008 8.1.7% 2012 10.4% 37.7% 90.2 Studentenaantallen per opleiding Tabel 3.1% 89.8% 60.6% 49.7% . deeltijd en duaal (bron: HBO-raad) Jaar Gezondheidszorg VP vt VP dt VP duaal Educatie LBA vt LBA dt LBA duaal Theologie GPW vt GPW dt GL vt GL dt GL master Mens & Organisatie MER/BKM vt MER/BKM duaal P&A/HRM vt Journalistiek & Communicatie JRN vt COM vt Sociale Studies SPH vt SPH dt SPH duaal MWD vt MWD dt TOTAAL CHE 2008 405 60 2009 425 49 15 2010 429 56 34 615 123 51 211 228 47 42 245 8 140 268 331 520 123 43 466 157 4.5% 2011 9.8% 48.137 2011 473 52 29 553 95 59 193 212 47 35 5 252 6 144 262 341 503 114 50 482 140 4.9% 16.3% 17.5% 48.4% 90.045 Tabel 3.982 591 134 68 229 278 57 60 229 126 283 320 431 106 30 436 178 4.6% 16.3% man vrouw man 57.2% 37.Jaarverslag 2012 | Studenten 3.6% 16.3 Studentenaantallen per opleiding voltijd.5% 37.0% 2009 9.1% 51.1% 90.1% 2010 9.2% 42.0% 62.

8% 65.9% 52.3% 42.5% 59.1% 37.9 2011 4. is in 2012 met 0.1% 30.1 2.9% 50.0 5.6% 45.7% 47.2% 40.7% 32.3% 31.1 1.7 36.5% 38.4 3.6 4.1.0%.9% 81.3% 61.9% 80.1% 22.5 Marktaandeel instroom in % van de verschillende opleidingen (bron: HBO-raad) Opleiding VP LBA GPW GL 2e graad GL 1e graad MER-BKM P&A-HRM JRN COM SPH MWD TOTAAL CHE 2008 3. .5% 80.4% 40.5% 69.5% 30.1% 36.1 2.0% 69.9 2.1% 63.0% 82.2 7.0% 69.5% 20.6 2.5% 59.9 2012 4.8 5.3 1.4 47.6 4. 3.29 vrouw GL 1 graad e 42.9 29.4 3.8 35.2 29.3 4.5 2.1 2.9 6.5 30.9% 29.5% 54.6% 53.3 5.0% 21.1% 61.6% 50.2% 82.2% 69.3 Marktaandelen Tabel 3.0% 37.6% 34.1% 69.9% 34.2% 17.1 gestegen naar 4.7 1.8% 30.1% 22.6 44.6 2009 4.7% 62.5% 42.2 3.0 5.8 3.2% 31.0% man vrouw MER/BKM P&A/HRM man vrouw man vrouw JRN COM man vrouw man vrouw SPH MWD man vrouw man vrouw TOTAAL CHE man vrouw De verhouding mannelijke en vrouwelijke studenten is stabiel.4% 58.8% 40.7 2.97%.8% 77.6% 65.1% 67.5% 80.6 2010 4.8 3.6% 70.2% 78.8% 19. Ons marktaandeel van alle instromers in het hbo is gelijk gebleven op 0.6 52.0% 50.8 1.8% 37.4 4.5% 49.3% 17.5% 28.0% 40.6 53.8 2.3 3.9% 37.6 5.8% 49.5 2.9 4.7 51.4% 41.2 21.9% 79.8 46.0 2.7% 50.7% 77.5% 19.7 4.6% 59.4 3.0 Het marktaandeel van de instroom van de opleidingen waarvoor de CHE opleidt.4% 71.8 2.0% 60.4% 18.9 4.4 2.1% 38.9 2.8% 57.9% 46.5% 19.4 2.5% 62.5 3.3% 37.

9 2004 67. Oud Gereformeerden.7 2005 73.9 75.0 62.9 64.2 52.6 74.8 2006 60. Zij geven het percentage van het aantal ingestroomde studenten dat een diploma heeft behaald na vijf jaar studie.4 64.7 61.8 58. In 2011 had 58.2 Studierendementen De HBO-raad publiceert de diplomarendementen. Van de overige studenten viel een groot deel uit zonder diploma.0 50.8 65. Hersteld Hervormde Kerk.7 72.4 64.1 44. Tabel 3.5 48.4 63.7 Diplomarendement in % na 5 jaar studie (bron: HBO-raad) Opleiding / gestart in september VP LBA GPW GL MER P&A JRN COM SPH MWD TOTAAL CHE 2002 76.5 63. et cetera.2 71.6 74.7 64. Onder de categorie ‘overig’ verstaan we studenten die opgeven geen kerkelijke achtergrond te hebben.2 65.5 78. Leden van het Leger des Heils.2% van de studenten die in 2006 instroomde een diploma behaald. Een ander deel moest de studie nog afronden.5 57.6 67.7 77.1 71. rooms-katholieken.8 70. Zevende-dags Adventisten.2 73.0 48.8 68.Jaarverslag 2012 | Studenten 3.3 58.2 .1.6 Kerkelijke achtergrond instroom studenten in % Kerkelijke achtergrond PKN PKN Hervormde signatuur PKN (Gereformeerde Bond) PKN Geformeerde signatuur Gereformeerd (vrijgemaakt) Nederlands Gereformeerd Christelijk Gereformeerd Hersteld Hervormde Kerk Gereformeerde Gemeenten Gereformeerde Gemeenten in NL Baptistengemeenten Evangelische gemeenten Vergadering van Gelovigen Pinkstergemeenten Overige 2008 20 16 2 9 3 7 3 8 2 5 14 1 2 8 2009 5 16 11 1 9 4 7 5 9 2 5 15 1 1 9 2010 7 17 10 2 8 4 7 4 10 3 4 14 1 2 7 2011 7 16 12 1 8 3 7 5 9 2 3 13 1 1 12 2012 7 15 11 1 7 3 7 5 11 2 5 12 1 2 11 3.4 64.0 62.4 Kerkelijke achtergrond Het percentage van het aantal studenten met een orthodox reformatorische achtergrond (gereformeerde bond.0 71.7 66.0 63.2 43.9 64. Tabel 3.9 56.7 65. De HBO-raad heeft bij het ter perse gaan van dit jaarverslag nog geen cijfers over 2012 gepubliceerd.9 60.2 54.4 58.4 59.0 2003 66. moslims.5 55.8 41.5 55. gereformeerde gemeente en gereformeerde gemeente in Nederland) is opnieuw toegenomen van 28% naar 29% (in 2010: 27%).

3 45.8 27.6 34.5 20.7 54.8 66.0 26. Het aantal uitgereikte BAS-sen is in 2011-2012 toegenomen.8 2007 43.9 51.1 47.7 50.5 66.3 57.6 2009 35.1 59.9 32.8 48.3 22.3 39.9 75.1 66. Daaraan koppelen we een studieloopbaanadvies.5 35.7 67.3 46.9 45.9 38.7 54.6 56.8 23.0 48.8 49.5 57.31 Het propedeusejaar moet selecterend zijn.2 56.4 50. Tabel 3.2 2010 67.9 25.9 derde lid van de WHW.7 54. Op deze wijze proberen we een Bindend Afwijzend Studieadvies te voorkomen.1 55.7 69. De rode draad is dat de rendementen van voltijdopleidingen beter waren dan die van deeltijdopleidingen.7 33.7 15. We helpen deze studenten met het oplossen van eventuele deficiënties of we bekijken samen hoe de studieloopbaan op een andere wijze is te vervolgen.0 41. We doen dit conform artikel 7.5 40.0 46.9 56.0 60.4 43.2 66.6 13.4 28.3 44.7 73.7 78.7 54. Studenten hebben binnen de CHE doorgaans twee jaar de tijd om hun propedeuse te halen.6 43. Opleiding / aanvang propedeus VT dt VT vt LBA dt LBA vt GL dt GL vt GPW dt GPW vt MER vt P&A vt JRN vt COM vt MWD dt MWD vt SPH dt SPH vt 2006 34.1 64.0 35. Studenten die na het eerste semester van het eerste jaar nog onvoldoende studiepunten hebben.2 32.9 38.3 60.9 55.0 62.0 45.6 61.6 38.1 66.2 Het selecteren in de propedeuse is mogelijk middels het geven van een bindend studieadvies.9 Uitgereikte Bindende Afwijzende Studieadviezen (bron: CHE) Opleidingen / cursusjaar VP LBA GL GPW MER P&A JRN COM MWD 2007-2008 7 37 3 9 5 1 1 7 3 2008-2009 1 18 7 7 5 1 2 3 5 2009-2010 1 30 0 4 2 0 8 11 14 2010-2011 3 24 1 6 11 8 7 13 6 2011-2012 7 13 6 7 15 6 12 27 9 .3 69.0 18.6 55.7 50. Uit onderstaande tabel blijkt dat propedeuserendementen sterk kunnen fluctueren.3 54.7 54. Per jaar maar ook per opleiding of per opleidingsvorm.5 62.6 50. In deeltijd is een studie zwaarder.6 21.0 30. geven we een zogenaamde “waarschuwings BAS”.0 49. omdat er naast de studie nog andere prioriteiten zijn.5 72.3 2008 33.

Tevens heeft één van hen een gesprek gevoerd met een student. Studenten met minder complexe . Een aanzienlijk aantal studenten had te kampen met ziekte. De mentoren/tutoren ofwel coaches vormen de basis in alle studiejaren. Studenten bleken de weg naar het pastoraat goed te kunnen vinden. De interne vertrouwenspersoon voerde in 2012 met een aantal medewerkers en studenten gesprekken over ongewenst gedrag c. zoals AD(H)D en dyslexie. psychosociale problematiek. Veel leidde dit tot onderbreking van de studie en studievertraging. verlenging van de diplomatermijn en vergoeding van extra reiskosten. persoonlijk leven.Jaarverslag 2012 | Studenten SPH TOTAAL CHE 6 79 7 56 5 75 15 94 16 118 3. et cetera. Het pastoraat vervult niet alleen een integrerende en verbindende functie tussen student en opleiding. de hogeschoolpastor en de vertrouwenspersoon zijn mogelijk.3 Begeleiding van studenten Onze hogeschool kent een intensieve begeleidingsstructuur voor studenten.3. Op het gebied van studievaardigheden en motivatie stelden ze hulpvragen. Dat zijn 156 gesprekken meer dan in 2011. Tientallen ouderejaars studenten wonnen advies in over mogelijke vervolgstudies. Ook komen er studenten op eigen initiatief. In 2012 is de regeling conflictbeheersing tot stand gekomen. verlengde toetstijd en extra begeleiding door de studieloopbaanbegeleider. docenten en studenten. 3. De externe vertrouwenspersonen hebben in 2012 enkele e-mails ontvangen. Meerderen gaven aan zich breed te willen oriënteren. Veel gesprekken met studenten stonden in het teken van financiën. Tevens boden we hulp bij verzoeken om omzetting (kwijtschelding) van de beurs. maar ook tussen ervaren moeite en geestelijk leven. 3. In meer dan zestig gevallen bemiddelden we bij het aanvragen van verlenging van studiefinanciering vanwege langdurige ziekte of een functiebeperking. Een andere categorie studenten ondervond hinder door een handicap of functiebeperking. zorgen over de thuissituatie. Het accent ligt op het eerste jaar. ervaren intimidatie en pestgedrag. studie. ouderlijk huis en verdere leefomgeving. Verwijzingen naar de decaan. In zes acute financiële noodgevallen Het pastoraat binnen onze hogeschool is gericht op studenten met problemen van persoonlijke aard. Tot in de tweede helft van 2012 bestond er veel onrust over de langstudeerdersmaatregel. In 2012 zijn er 195 hulpvragen van studenten geregistreerd. Vragen over studiefinanciering namen een belangrijke plaats in.3. Een kleine groep gaf de voorkeur aan een studie op mboniveau. Verder verschaften we meermaals informatie over het aanvragen van steun uit het Afstudeerfonds. Sommige studenten kozen voor het EH-Traject van de Evangelische Hogeschool. Een aantal had behoefte aan een uitgebreide beroepskeuzetest. Om studenten ondersteuning te bieden troffen we maatregelen op het gebied van digitale hulpmiddelen. geloofsvragen en gezinsproblematiek. 3. was daarbij de cruciale vraag.2 Decanaat In 2012 zijn de taken van ons decanaat door één studentendecaan uitgevoerd. psychische problematiek. problemen op het gebied van seksualiteit. We voerden gesprekken over een andere studiekeuze met eerstejaars studenten die ontdekten dat ze niet de juiste studie hadden gekozen.3 Pastoraat Zowel de interne als de externe vertrouwenspersonen van de CHE is aangesteld in het kader van de Klachtenregeling Ongewenst Gedrag en het Reglement Vertrouwenspersonen. de uitwonendenbeurs.q. De medewerkers ontvangen informatie over de functie van de vertrouwenspersoon via de digitale personeelsinfo. Meer dan veertig studenten kwamen informatie inwinnen over deze maatregel. ernstige vermoeidheid. Studiebegeleiders verwijzen deze studenten door naar het pastoraat. et cetera. Met de aangemelde studenten zijn 677 gesprekken gevoerd. de studieschuld. Toch streven we naar meer bekendheid van het studentenpastoraat onder studieloopbaanbegeleiders.1 Vertrouwenspersoon bleek een beroep op het Noodfonds noodzakelijk. Diverse keren spraken we met studenten over de kosten van een andere studie of een vervolgstudie.3. De hulpvragen hadden onder andere betrekking op identiteitsproblematiek. Daarbij gaven we informatie over de aanvullende beurs. dat een laagdrempelige voorziening wil bieden. “Wanneer betaal je het zogenaamde hoge instellingscollegegeld?”. In oktober ging de maatregel toch niet door. Ook in 2012 besteedden we veel tijd en aandacht aan studenten die belemmeringen in hun studie ondervonden. Medewerkers kunnen in het kader van deze regeling ook een beroep doen op de vertrouwenspersoon. De voorlichting over de hogeschoolbrede begeleiding aan studenten geven we in het cursusjaar 2012-2013 via informatie in Adrem (CHE studentenmagazine) en door middel van de digitale studenteninfo. 12 meer dan in het jaar ervoor.

dat belemmeringen worden weggenomen.789.789. Zij kunnen ook terugvallen op de ondersteuning van de decaan. In 2012 is € 27.4% 2.2% 2012 3783 94 92 95.4 Specifieke groepen groep een zodanige dienstverlening en studiebegeleiding creëren. Allochtonen die aan onze school studeren krijgen begeleiding van hun tutor en/of mentor.797 79 106 95. Het percentage niet-westerse allochtone studenten is afgenomen. Niet alleen relatief. We hebben beleid ontwikkeld voor de aansluiting van het voorgezet onderwijs (vo) en het mbo op het hbo.00 uit het profileringsfonds.3% 2. Voor deze cursussen bestond ook in 2012 grote belangstelling. Het gaat hier bijvoorbeeld om gevallen van ziekte.3.51 van de WHW heeft de CHE een profileringsfonds.3.6% 2. Tabel 3.0% 2.789. 3.33 problemen gaven de voorkeur aan persoonlijke begeleiding binnen de CHE. Studenten kiezen bewust voor de één of de ander.4 Aansluiting vooropleiding met hbo De instroom van onze hogeschool bestaat voor het grootste deel uit studenten met als hoogste vooropleiding havo of mbo.15 Aantal niet-EERstudenten 0 Subtotaal € 0.3% 2. studieplanning en de begeleiding van studenten met een functiestoornis.15 . Daarbij ontvangen zij gerichte aandacht voor mogelijk specifieke problemen. Ook in 2012 was er opnieuw een toename van het aantal studenten dat dit traject doorliep. functiestoornissen en bepaalde familieomstandigheden. Naast deze individuele benadering functioneerde de cursus Persoonlijke effectiviteit en de cursus Uitstelreductie.concrete samenwerkingsovereenkomsten te realiseren met scholen voor vo.3% Tabel 3.10 Etniciteit ingeschreven studenten in aantallen en percentages(bron: HBO-raad) 2008 Autochtoon Niet-westers Westers 3.15 uit het profileringsfonds aan 18 studenten uitgekeerd.00 Totaal verstrekte vergoedingen €27.leerlingen te informeren over het hbo.5 Profileringsfonds In 2012 kreeg de werving van christenmigranten een vervolg. met succes uitgevoerd.3% 2011 3855 104 88 95.360. Studenten met meer complexe problematiek hebben we doorverwezen naar gespecialiseerde hulpverlening.4% 2.11 Uitkeringen uit profileringsfonds in 2012 Aantal EER-studenten 18 Subtotaal verstrekte vergoedingen € 27. Zo ook bij een lidmaatschap van een bestuur van een studentenvereniging of medezeggenschapsorgaan.4% 2.7% 2009 3. Ten opzichte van de landelijke cijfers is onze havo-instroom relatief hoog. Het beleid ten aanzien van studenten met een functiebeperking is in 2012. Het aanstellen van een mannelijke en een vrouwelijke pastor biedt duidelijk voordelen. Bij studievertraging kunnen studenten onder voorwaarden hierop een beroep doen.3% 2. 3. Ons uitgangspunt is dat we voor deze Conform artikel 7. 3. als vangnet voor studenten.3% 2. Binnen het CMC lopen verschillende projecten. beide voortgekomen uit het pastoraat. In 2011 ontvingen 19 studenten bij elkaar € 28. We spreken hier over de intake.4% 2010 3942 95 94 95. Dat geldt ook voor de vwo-instroom.nieuwe opleidingsvarianten op te zetten. Het aantal mbo’ers bij de CHE is relatief iets lager dan landelijk. Variërend van het organiseren van goede stageplaatsen in de migrantenwereld tot het ontwikkelen van goede studieloopbaanbegeleiding voor christenmigranten die aan de CHE komen studeren. In 2012 hebben de inspanningen van het CMC geen vruchten afgeworpen. Dit is erop gericht om: . gericht op studenten met een mbo-opleiding. vooral als het om seksegerelateerde onderwerpen gaat.2% 2. . Zo krijgen zij een eerlijke kans om de studie met succes te doorlopen. Onder de titel CHE en Multiculturaliteit (CMC) versterken we op diverse manieren de contacten met een aantal keyplayers in de christen migrantenwereld. We zien echter dat deze laatste instroom bij ons langzaam daalt. .850 91 97 95. maar ook in absolute aantallen. evenals in voorgaande jaren.

3 2010 49.9 6.2 29.0 9.7 5. Op deze wijze willen we een bijdrage leveren aan niet alleen een juiste studiekeuze.8 40.0 2008 47.6 3.2 13.7 4. maar ook aan een goede beeldvorming over wat studeren in het hbo betekent.9 2.2 22.9 10.9 4.en doorstroom vanuit de verschillende vooropleidingen. Voorbeelden van activiteiten die wij in 2012 hebben ondernomen om de aansluiting op het voortgezet onderwijs te verbeteren: .3 11.Voor bovenbouwleerlingen havo en vwo organiseerden we Experience-dagen. Daarnaast kwamen zeven voortgezet onderwijsscholen langs om hun leerlingen kennis te laten maken met beroep.6 25.0 3.9 44. .0 2009 47.7 10. Op basis van de resultaten bieden wij studenten eventueel extra begeleiding om het gewenste niveau te realiseren. hoger onderwijs en de CHE. . Mbo’ers met een kwalificatie als onderwijsassistent kunnen een route volgen waarin ze minder stage lopen.1 10.3 6.9 2.3 25.7 25.8 2.1 29.0 9. Tempo.4 5.4 1. Vier keer per jaar organiseerden we een dergelijke dag voor geïnteresseerden.1 28.4 39.3 8.1 3. In plaats daarvan krijgen ze extra lessen en theorie aangeboden.5 4.5 5.4 8.4 40.1 41.SPH en MWD bieden een instroomtraject.Voor Nederlands en Engels maakten al onze eerstejaars een entreetoets.4 4.9 22.1 In de algemene voorlichting besteden we systematisch aandacht aan de in.1 28.9 39.3 11.12 Instroom naar vooropleiding(bron: HBO-raad) vooropleiding CHE havo mbo ho onbekend overig vwo landelijk havo mbo ho onbekend overig vwo 2007 49.6 9.Binnen de Academie Educatie werken we met specifieke studieroutes voor mbo’ers en vwo’ers.4 6.5 8.6 10.9 9. Zo werken we bijvoorbeeld bij de Academie Communicatie op basis van de resultaten voor Engels met niveaugroepen.9 0. Mbo’ers volgen in het voorjaar kosteloos enkele onderwijsactiviteiten aan onze hogeschool.2 13.1 9.7 0.3 11.0 28. Voor vwo’ers bieden wij de academische route.Jaarverslag 2012 | Studenten Tabel 3.5 2011 50.0 9.9 3. .0 2012 54.8 6.6 5.4 3. . Vervolgens kunnen ze zich in september inschrijven voor een verkorte studieroute. intensiteit van begeleiding en het programma worden zo beter afgestemd op het instroomniveau.4 27.8 8.3 8.7 15.1 12. .We organiseerden ook een Experience-dag. specifiek gericht op de doelgroep mbo-leerlingen.9 27.3 3.0 6.4 3.

35 .

Personeel HOOFDSTUK 4 .

Ook richt het plan zich op de inzetbaarheid van de docent binnen het onderwijsproces. behalve op het vlak van werkdruk. De gesprekken zijn in 2012 gevoerd overeenkomstig de R&O-gesprekscyclus.3 Medewerkertevredenheidsonderzoek en werkdruk In 2012 heeft opnieuw een Medewerkertevredenheidsonderzoek (MTO) plaatsgevonden.1 Ontwikkelingen personeelsbeleid 4. Eind 2012 en begin 2013 is de nieuwe cyclus geëvalueerd.8 42.3 50. 4. dit maal met behulp van bureau Integron. 1 De cijfers hebben een voorlopig karakter. In onderstaande tabel is het voorlopige hogeschoolbrede resultaat te zien van het beleid dat van 2009 tot en met 2012 is uitgevoerd inzake de functiemix1.1 44. Dit percentage is berekend op basis van het aantal medewerkers met een aanstelling van 0. In beginsel willen we R&O-gesprekken voor alle medewerkers die hiervoor in aanmerking komen. De workshop behandelt onder andere de wijze waarop zij met beschikbare instrumenten aan de slag kunnen gaan.1 2012 convenant % 7.1 7.1.2 Convenant Leerkracht De functiemix had een looptijd tot en met 2012. Deze evaluatie leidt waarschijnlijk tot wijzigingen in de uitvoering van de cyclus. . Een onderdeel daarvan is dat hogescholen met de lokale vakbonden een te bereiken functiemix zijn overeengekomen.4 2012 % 8. maar ook om de kwaliteit ervan te verbeteren. We constateren dat in 2012 met 71% van de in aanmerking komende medewerkers een R&O-gesprek is gevoerd. Dit maakt onderdeel uit van de personeelsplanning en –zorg van elke academie. 4.5 38. Doel is niet alleen het aantal gesprekken te verhogen. Een belangrijke reden hiervoor was dat de eerdere cyclus van functionerings.6 42. Dit moeten de positie en beloning van de leraar versterken. Bij de afdeling P&O is bekend dat er in werkelijkheid meer gesprekken zijn gevoerd.2 7. De nieuwe Resultaat & Ontwikkelgesprekscyclus (R&O) is in 2011 hogeschoolbreed geïmplementeerd. Via het professionaliseringsaanbod bieden we een workshop aan zodat medewerkers en leidinggevenden zich kunnen voorbereiden op de gesprekken. maar dat (nog) niet alle formulieren zijn ingeleverd.37 4. Dit is onveranderd ten opzichte van het vorige uitgevoerde onderzoek in 2009.6 In 2010 heeft de CHE een nieuwe gesprekscyclus geïntroduceerd. zoals overeengekomen met de vakbonden.8 4.6 40.2 of meer en exclusief collega’s die langdurig afwezig waren. De afspraak die de CHE heeft gemaakt voor de functiemix is te vinden in de laatste kolom van de tabel.1.en beoordelingsgesprekken niet toereikend bleek. FUNCTIEMIX Schaalnummer 10 11 12 13 2008 % 6. Zo komen meer docenten in aanmerking komen voor een hogere functie. De conclusie uit het MTO is dat 81% van de medewerkers tevreden was over het werken bij de CHE en over zijn of haar functie.en salarisadministratie moesten worden doorgevoerd. Het percentage van 71% is gebaseerd op de retour ontvangen formulieren.1 Resultaat & Ontwikkelgesprekcyclus (R&O) Om de beloning van de docent aantrekkelijker te maken heeft het ministerie van OCW het Convenant Leerkracht gesloten met de hogescholen. In het Convenant Leerkracht is afgesproken dat ter versterking van het beroep van leraar diverse acties nodig zijn. We zien dat het gevoerde beleid geresulteerd heeft in een gezonde verdeling. De uitvoering van de functiemix op de CHE vindt plaats onder auspiciën van de zes academiedirecteuren. omdat op het moment van schrijven nog enkele wijzigingen over 20120 in de personeels.1. De CHE scoorde op alle punten beter dan de Benchmark Hogescholen.

dus niet op besprekingen op landelijk niveau. Vaak hadden onze medewerkers bij thuiskomst te weinig energie over.1 Totale formatie In 2012 is de totale formatieomvang afgenomen van 340 naar 324 fulltime equivalenten (fte). en c) duurzaam en maatschappelijk beleid.en begeleiding. Onze medewerkers zijn in het algemeen trots op hun werk en loyaal aan hun werkgever.15% van de loonsom aan decentraal overleg over arbeidsvoorwaarden. Meer dan voorheen sturen we op het beginsel om bij aflopende contracten en bij ontbinding van contracten begeleiding te bieden om van werk naar werk door te stromen. Het aantal medewerkers bleef gelijk. Veel medewerkers waren niet tevreden over de beschikbare tijd om het werk uit te voeren. We concluderen dat de flexibele formatie met 23 fte is gedaald. Bijvoorbeeld academiedirecteuren registreren we nu onder AOP.66 fte). Totaal 32 in 2012 tegenover 10 in 2011. onder meer met nieuwe afdelingen.2. 4. In de maand november brachten we de loopbaancheck extra onder de aandacht in het kader van de themamaand P&O.2. Decentraal duidt op overleg door iedere hogeschool afzonderlijk.Jaarverslag 2012 | Personeel De beleving van het klimaat bij de CHE scoorde fors hoger. De CHE heeft dit streven vastgelegd in een prestatieafspraak met het ministerie: ratio van 1:1. gevolgd door de direct leidinggevende en de inhoud van het werk. te weten: a) levensfasebewust personeelsbeleid. Bovendien zijn de docenten ontlast door verschuiving van taken naar de centrale diensten en ondersteunende academiebureaus. We hebben ervoor gekozen om een aantal regelingen voort te zetten. 4. Zo bleek ook tevredenheid over de invulling van de christelijke identiteit binnen de school. Onder de flexibele formatie verstaan wij medewerkers met een tijdelijk dienstverband bij de CHE. De inzet van de decentrale middelen is vorig jaar goed verlopen. Het MTO signaleerde veel onderling respect op onze opleidingen. b) loopbaanoriëntatie. Deze verbeteracties zijn opgenomen in de jaarplannen voor 2013. Ook ons groeiende studentenaantal in de afgelopen jaren zorgde voor een toenemende behoefte aan professionalisering vanuit de centrale diensten.4 fte in 2012. Zo versterken ze hun weg naar de arbeidsmarkt. Grootste werkdrukveroorzakers waren de hoeveelheid e-mails. De CHE streeft naar een balans tussen onderwijsgevend personeel (OP) en onderwijsondersteunend personeel (OOP) waarmee het primaire proces het beste is gediend. ongeacht het aantal uren. Veel medewerkers maakten gebruik van loopbaanbegeleiding. De gemiddelde fte-omvang daalde naar 0. Bovendien gaven medewerkers het onvoldoende kunnen scheiden van werk en privé aan. zoals beschreven in onze cao. namelijk van 64. Dit geeft ons de mogelijkheid het werkveld middels kleine flexibele contracten aan ons te verbinden. Onze doelstelling was het bieden van twee werkervaringsplaatsen per jaar. Dit resulteerde in een forse toename van het aantal loopbaanchecks. In 2012 nam het aantal fte voor OOP nog wel toe door een verandering in de registratie .1.4 Decentrale arbeidsvoorwaardenmiddelen In het kader van duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen willen we mensen een werkplek bieden waarmee zij ervaring kunnen opdoen.56.en kwaliteitsgericht. Een flexibele formatie tussen de 10 – 15% vinden we gezond. communicatie binnen de afdeling en over beleving van werkdruk.2 Flexibele formatie Jaarlijks besteedt de CHE 1. Ook hebben ze brainstormsessies belegd over hoe verbeteringen tot stand te brengen. Dit doel hebben we behaald. Deze forse daling is onder meer te verklaren door de afloop van tijdelijke dienstverbanden die medewerkers met verlof vervingen. Instrumenten als loopbaantrajecten en outplacement zetten we hiervoor in evenals gerichte begeleiding 2e spoor.63 fte (2011: 0. Denk aan afspraken op het gebied van ouderenbeleid. reiskosten en kinderopvang. We zoeken daarbij de samenwerking met het UWV of andere partijen. zoals Informatiemanagement en het International Office. 4. Uit het onderzoek bleek de CHE-medewerker bovengemiddeld student. . zoals een korte loopbaancheck. Maar we kunnen nog verbeteringen doorvoeren. Uitzendkrachten. In 2012 heeft de CHE twee personeelsleden met een Wajong-achtergrond aangenomen. een meer uitgebreidere vorm van loopbaancoaching of een scholingstraject. het meer beleggen van werkzaamheden bij medewerkers met een vast dienstverband of uitbesteding van taken aan zzp’ers. Ze waardeerden het meest de thema’s middelen en veiligheid. Er zijn per afdeling deelrapportages gemaakt. Met de vakbonden is een voorstel overeengekomen dat opgesteld is aan de hand van drie hoofdonderdelen. de hoeveelheid werk en de versnippering van taken.2 Formatieontwikkeling 4. Een andere bron van energie is de interactie met de collega’s. Per afdeling waren soms verschillen als het gaat om tevredenheid over aansturing.5 fte in 2011 naar 41. zzp’ers of mensen met een andere payroll-constructie vallen hier buiten. Naast voldoende plezier bleek voldoende afwisseling en vrijheid in het werk. Daarbij zoeken we naar een passende functie bij een nieuwe werkgever. Afdelingen zijn aan de slag gegaan om de resultaten te bespreken.

63 Vrouwen Vast 57. Het aantal vacatures is ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van vorig jaar.37 Mannen Vast 106.22 76.65 15.03 43. Ongeveer 70% van de vacatures had betrekking op het vervangen van collega’s die een functie elders hadden aanvaard of wegens ziekte.4 Werving en selectie In het verslagjaar zijn 35 vacatures uitgezet. Leeftijd 65% binnen de academies en 35% had betrekking op de ondersteunende diensten.2.2.3.14 14.39 4.14 133. In 2011 was dit nog 44 jaar. De overige vacatures zijn ontstaan door uitbreiding van werkzaamheden en formatie.8 jaar.12 20.29 Flex 21.5 Gemiddelde leeftijd OP-AOP en man-vrouw 2010 Mannen OP AOP 2 2011 Vrouwen 43 42 Mannen 49 43 Vrouwen 43 39 2012 Mannen 49 45 Vrouwen 43 42 49 41 Directeuren en teamleiders vervullen een deel van hun aanstelling ook onderwijstaken. De gemiddelde leeftijd van de CHE-medewerkers was in 2012 44.1 Overzicht van de personeelsformatie in fte OP-formatie Aantal fte per man fte vrouw fte Totaal fte 31-12-3011 128 80 208 31-12-2012 115 69 184 AOP 31-12-2011 51 82 132 31-12-2012 49 91 140 Totaal 31-12-2011 179 161 340 31-12-2012 164 160 324 Tabel 4.90 149. 4. Het gaat hier om een gewogen gemiddelde waarbij we onder andere rekening houden met een toename van het aantal medewerkers.2 Aantal personen in dienst van de CHE 2008 – 2012 Aantal personeelsleden per OP AOP Totaal 31-12-2008 310 166 476 31-12-2009 312 177 489 31-12-2010 317 186 503 31-12-2011 323 193 516 31-12-2012 309 207 516 Tabel 4.25 41. .93 Flex 9. Van het totaal aantal vacatures zijn er vijf door interne kandidaten opgevuld.98 5.04 283.4 Verhouding mannen en vrouwen in dienst van de CHE per 31-12-2012 in fte Totaal Vast OP AOP Totaal 163.60 25. Van alle vacatures ontstond Tabel 4.74 Tabel 4.36 Flex 11. willen we afdelingen stimuleren gebruik te maken van elkaars kwaliteiten. Gezien de ontwikkelingen binnen het hbo en de CHE neemt het belang van de interne mobiliteit toe. Ondersteund door de ontwikkeling van beleid op dit thema.3 Aantal leidinggevenden per 31-12 Totaal College van Bestuur Directeuren Totaal 2 Man 1 7 18 26 Vrouw 0 1 20 21 1 8 38 47 Teamleiders en afdelingshoofden Tabel 4.25 120. Van de vacatures die ontstonden binnen de academies betrof driekwart een onderwijsgevende functie.en zwangerschapsverlof.

In 2012 is er in totaal € 362. Zeventien medewerkers volgden op dat moment een masteropleiding via de lerarenbeurs.5 dezelfde rekengrondslag als de HBO-raad en laten het verzuim van langer dan twee jaar buiten beschouwing. een masteropleiding genoten (als hoogste opleiding).7 Verzuim CHE en landelijke cijfers in % (exclusief verzuim langer dan twee jaar) Om de vergelijking met hbo-cijfers mogelijk te maken. geregistreerd als scholing en ontwikkeling in het kader van het Persoonlijk Ontwikkelingsbudget. Dit is niet afgerond in verband met de komst van de nieuwe cao. Een overzicht van de deelname per activiteit is hieronder weergegeven. Dit heeft gevolgen voor het opgestelde ontwikkelplan.673 23 De landelijke verzuimcijfers over 2012 zijn op het moment van schrijven nog niet bekend.en werkomgeving voor studenten en medewerkers. Hogeschoolbreed bieden we een keur aan trainingen en cursussen aan via het professionaliseringsaanbod.2 Landelijk (hbo) 2009 4.8 2012 3. Ook in 2012 is het verzuim weer gedaald ten opzichte van het vorige jaar.5 2011 3.3 ARBO en ziekteverzuim 4.2 Tabel 4. Van dit bedrag is € 96. Hierin is de visie op ontwikkeling verwoord. In de prestatieafspraken is afgesproken dat 75% van de docenten over minimaal een mastertitel moet beschikken.4 Professionalisering De CHE is een leer.2%.2 20113 4. Het verzuimpercentage van onze hogeschool vertoont al jaren een dalende trend. hanteren we in tabel 4.3.8 Deelnemers hogeschoolbrede professionaliseringsaanbod Training of cursus Outlook Digitaal schoolbord Excel basis Excel draaitabellen gebruiken Excel draaitabellen maken Excel gebruik formules Excel gevorderd Opleiding startende docenten Toetsenbordvaardigheid Werken aan schrijven Word basis Engels Balans werk en privé ICT maatwerktraining Basisvaardigheden Office Word gevorderd Introductie voor nieuwe medewerkers Tooltraining Photoshop Tooltraining Prezi Workshop CRM Mailbox op orde Follow-up mailbox op orde Loopbaancheck Aantal 38 2 22 13 12 6 12 8 2 7 2 4 13 6 2 1 4 2 3 6 82 34 29 4. In 2012 is gewerkt aan een hogeschoolbreed ontwikkelplan.Jaarverslag 2012 | Personeel 4.3 2010 4. Het verzuimpercentage in het hbo is in 2011 gestabiliseerd op een percentage van 4.2 Verzuim Verzuim CHE 2010 OP & AOP 4. De preventiemedewerkers hebben in 2012 25 werkplekonderzoeken uitgevoerd.3.068 uitgegeven aan professionalisering. Eind 2012 heeft 66% van de docenten die behoren tot de vaste formatie.1 Arbeidsomstandigheden De veiligheid in en om de school wordt nauwlettend in de gaten gehouden door de facilitaire medewerkers en preventiemedewerkers. Jaarlijks worden deze medewerkers getraind om kennis en vaardigheden op peil te houden. Hiermee komt het ziekteverzuim in het hbo overeen met het gemiddelde ziekteverzuim van alle Nederlandse werknemers in 2011. In deze cao is een nieuwe professionaliseringsparagraaf opgenomen. Dit was in 2011 nog 60%. Bij oefeningen en calamiteiten komen de bedrijfshulpverleners in actie. 4. waarvan een groot deel tevens dagelijkse realiteit is. In het verslagjaar zijn 330 opleidingsactiviteiten uitgevoerd. . Het verhogen van het aantal masteropgeleiden was vorig jaar een belangrijk speerpunt. Tabel 4. Formeel en informeel leren en werken we aan het optimaal inzetten van talenten van medewerkers ten behoeve van het realiseren van onze organisatiedoelen.

Criteria voor benoeming zijn het meelevend lidmaatschap van een protestants christelijke kerk of gemeente en het aanvaarden van de Bijbel als het woord van God. toegerust en opgeleid tot startende professionals. Van collega’s verwachten wij dat zij instemmen met de grondslagen Tabel 4. 4.9 Kerkelijke achtergrond medewerkers in % van de CHE.9). Bij indiensttreding stemt een nieuwe collega in met onze grondslag en vragen wij naar de kerkelijke achtergrond. waardoor studenten en cursisten als persoon en als christen worden gevormd. 2009 PKN Gereformeerd (vrijgemaakt) Nederlands Gereformeerd Christelijk Gereformeerd Hersteld Hervormde Kerk Gereformeerde gemeenten Overig gereformeerd Baptistengemeenten Evangelische gemeenten Vergadering van Gelovigen Overige 45 9 12 6 1 3 0 6 12 1 5 2010 43 9 11 6 1 4 0 6 12 1 7 2011 43 9 10 7 1 4 0 7 10 1 8 2012 45 10 11 7 1 3 0 7 12 1 3 . 29 collega’s hebben een loopbaancheck gevolgd en drie collega’s een uitgebreider loopbaantraject.41 Vanuit de decentrale arbeidsvoorwaardenmiddelen heeft onze hogeschool in 2012 twee medewerkers financieel ondersteund voor het volgen van een opleiding in het kader van doorstroming. Daarmee krijgen we inzicht in de kerkelijke achtergrond van onze medewerkers (zie tabel 4. Het College van Bestuur voert met potentiële nieuwe medewerkers (zowel OP als OOP) een gesprek waarbij ook gesproken wordt over het thema geloofsidentiteit.5 Kerkelijke achtergrond De CHE ontwikkelt en verzorgt hoogwaardig hoger beroepsonderwijs. In de afgelopen jaren waren er geen noemenswaardige ontwikkelingen.

Lectoraten HOOFDSTUK 5 .

1 Algemeen In het instellingsplan van onze hogeschool is de ontwikkeling van kenniscentra één van de strategische doelen. . Lectoraten hebben een belangrijke functie bij het realiseren van deze doelstelling. Gerealiseerde inkomsten in K€ Rijksbijdrage RAAK Internationaal Overig 1. . .285 4 0 13 5.1: In 2012 gerealiseerde inkomsten voor onderzoek Lectoren richten zich op onderzoek met het oog op verbetering van het onderwijs en vernieuwing van de beroepspraktijk. .Gemeenteopbouw/Geestelijk Leiderschap binnen de Academie Theologie. • Daarnaast ontving het lectoraat een subsidie om samen met twee basisscholen een Academische Opleidingsschool (AOS) te vormen.Jeugd & Gezin binnen de Academie Sociale Studies. . Bovendien evalueert deze in het licht van onze identiteit. Hij ondersteunt de lectoren op hogeschoolniveau en ontwikkelt samen met hen een hogeschoolbrede visie op onderzoek. Tabel 5.43 5.Religie in Media en Publieke Ruimte binnen Academie Journalistiek & Communicatie. Zijn eigen onderzoek richt zich op de ontwikkeling van de visie van de CHE op christelijke algemene vorming.Docent & Talent binnen de Academie Educatie. Ten slotte draagt het lectoraat bij aan de verbetering van de onderzoeksleerlijn in het curriculum. In 2012 is een onderzoek onder alumni afgerond naar de waardering van de algemene vorming in het verleden. . Enkele opbrengsten van 2012 uitgelicht • In het jaar 2012 zijn de onderzoeken binnen de Pedagogische Proefpraktijken (PPP) in Putten en Barneveld gecontinueerd. • Over de relatie tussen wetenschap en vakmanschap heeft de lector een artikel geschreven voor het wetenschappelijke tijdschrift Pedagogische Studiën. Zo stelt het lectoraat relevante inzichten uit de onderwijswetenschappen in de academie aan de orde. Bovendien draagt het lectoraat bij aan praktijkwetenschappelijke reflectie. In 2012 waren zes lectoraten actief binnen onze organisatie: . De onderstaande tabellen bevatten kengetallen over de onderzoeksinzet in termen van mensen en financiën. • Een onderzoek naar het omgaan met verschillende talenten van leerlingen bij Rekenen-Wiskunde resulteerde in een publicatie in het Tijdschrift voor Orthopedagogiek en een uitnodiging om te spreken op een conferentie van vakdidactici RekenenWiskunde.Verpleegkundige beroepsethiek binnen de Academie Gezondheidszorg.2 Docent en Talent Lector Jacquelien Bulterman-Bos Het lectoraat Docent en Talent onderzoekt het omgaan met verschillende talenten van leerlingen en ontwikkelt kennis samen met talentvolle leraren en studenten. In 2011 is een hogeschoollector aangesteld.Sociale Innovatie binnen de Academie Mens & Organisatie.

• Het lectoraat werkt voor zijn onderzoeken nauw samen met diverse christelijke organisaties: Evangelische Omroep. De presentatie ervan vond plaats op het landelijke congres ‘Geloof in zorg’. Enkele opbrengsten van 2012 uitgelicht • In 2012 liepen de projecten met onderzoek naar Oorzaken van uitval onder jonge professionals en Hulpverlening aan jeugd en gezin. Dit vond plaats door derdejaars en vierdejaars studenten voor organisaties als Ziekenhuis Gelderse Vallei.6 Geestelijk Leiderschap Lector René Erwich Het lectoraat Geestelijk Leiderschap van de Academie Theologie heeft in de afgelopen periode een ontwikkeling doorgemaakt. De verschillende onderzoekslijnen rondom de kernthematiek van het lectoraat zijn verder uitgewerkt. Een overzicht van de vakwetenschappelijke publicaties. • In samenwerking met collega-lector R. • Naast een groot aantal lezingen door kenniskringleden in de beroepspraktijk zette het lectoraat zich in voor verbreding van het draagvlak voor het thema leiderschap. zijn per september 2012 drie docenten gestart met een promotietraject rondom verbindend werken met gezinnen. • Een subsidie van RAAK Publiek maakte het project Professioneel Ouderschap mogelijk. zowel rondom Rondom zowel de minoren als rondom de studieloopbaanbegeleiding (SLO). acht artikelen in vaktijdschriften en negen opiniërende artikelen gepubliceerd.5 Religie in Media en Publieke Ruimte Lector Jan van der Stoep Het lectoraat Religie in Media en Publieke Ruimte verricht onderzoek naar de betekenis van religie en zingeving binnen de vakgebieden van journalistiek en communicatie. Zowel in opleiding als in de praktijk. Daarmee beogen we dat ze goede zorg kunnen verlenen en over goede zorg kunnen nadenken. Ook participeerde een groep studenten in onderzoeken van het lectoraat. 5. Enkele opbrengsten van 2012 uitgelicht • In 2012 zijn met vragen uit het werkveld zogenaamde kennisintegratieprojecten uitgevoerd. Zo loopt er een promotieonderzoek naar het meewegen van patiëntenvoorkeuren in het verlenen van goede zorg. VU. Buurtzorg Nederland. en Opella. ZuidAfrika. We spelen in op relevante vragen.3 Jeugd en Gezin Lector Martine Noordegraaf De aandachtsgebieden van het lectoraat Jeugd en Gezin zijn waarden en zingeving. • Met een investering uit de Stichting Steunfonds werd het project Voorbeeldfiguren in zorg en welzijn uitgevoerd. • Het lectoraat is nauw betrokken bij de curriculumontwikkeling binnen de academie. . Welke rol spelen geloofsovertuigingen bij de selectie en weergave van het nieuws? Hoe kun je relevantie en missie van je organisatie met elkaar verbinden? Enkele opbrengsten van 2012 uitgelicht • In 2012 is één boek verschenen en zijn twee wetenschappelijke artikelen. • In 2012 werd het lectoraat zichtbaar middels publicaties. Het onderzoek wordt afgestemd op de nieuwe uitstroomprofielen. Bond tegen Vloeken. • De verbindingen met het onderwijs hebben we geïntensiveerd. Zwolle.Jaarverslag 2012 | Lectoraten 5. Windesheim. Enkele opbrengsten van 2012 uitgelicht • Met name het onderzoek naar werkbeleving van christelijke werkers in een seculiere context kreeg veel aandacht. lezingen en mediaoptredens is te vinden op de website van de CHE. van Leeuwen van de Gereformeerde Hogeschool is een onderzoek verricht naar kenmerken en uitdagingen van christenprofessionals in de zorg. 5. Bovendien zijn de eerste onderzoeksresultaten gepubliceerd. interviews en lezingen. • Het werkbelevingsonderzoek is afgerond en leverde bruikbare inzichten op voor de ontwikkeling van culturele sensitiviteit van hbo-theologie studenten.R. • Na een pre-promotietraject waarin acht docenten zijn begeleid in het opstellen van een plan van aanpak voor een promotieonderzoek. 5. • Verschillende publicaties over goede zorg en praktijkonderzoek vallen te vermelden in Nederlandse vaktijdschriften en het internationale wetenschappelijke blad Nursing Ethics. Riederborgh. Amsterdam). methodiekontwikkeling en hulpverlening in de laat moderne samenleving. • Tevens intensiveerde de samenwerking met andere kennisinstellingen (Universiteit Stellenbosch.4 Verpleegkundige Beroepsethiek Lector Bart Cusveller Het lectoraat Verpleegkundige beroepsethiek wil zorgprofessionals van kennis voorzien. • In samenwerking met CNV Publieke Zaak is op de CHE in de zorg een symposium gehouden over ethische beslissingen rond reanimatie.

• Vanaf september 2012 is een start gemaakt met de voorbereiding op de ontwikkeling van een nieuw lectoraatonderzoeksplan. Een overzicht hiervan is te vinden op de website van de CHE. . Het derde thema ‘De spirit van Sociale Innovatie’ richt zich op het ontwikkelen van een begeleidingsmethodiek waarmee spiritualiteit in vernieuwende organisaties als een productieve kracht methodisch kan worden gekanaliseerd. Henk Kievit gepubliceerd. ir. • Michiel de Ronde heeft samen met Jan Gronouwe een groep adviseurs verzameld om gezamenlijk te reflecteren op ‘Stilte in het handelingsrepertoire van de adviseur’.7 Sociale Innovatie Beoogd Lector Henk Kieviet Het lectoraat richt zich op de volgende drie thema’s. Zo werd een onderzoek voor een economische database voor Regio FoodValley ontwikkeld. sociale rechtvaardigheid en/of democratisering. • De beoogd lector. geëxperimenteerd met de eerste versies van een begeleidingsmethodiek die gebaseerd is op de bevrijdingstheologie van de Duitse theoloog Sölle. Henk Kievit heeft in 2012 een vijftal publicaties verzorgd. het eerste thema is ‘Maatschappelijk ondernemerschap’ en daarbinnen werd de dissertatiestudie ‘Social Venturing Entrepreneurship’ van dr. Enkele opbrengsten van 2012 uitgelicht • In 2012 behaalde het lectoraat Mens & Organisatie resultaten met het verder verankeren in de Regio FoodValley. die actief zijn op het gebied van duurzaamheid.45 5. Het ‘Begeleiden van leren en ontwikkelen in organisaties’ is het tweede thema binnen het lectoraat. • In 2012 is in een aantal organisaties.

Transfer

HOOFDSTUK 6

47

6.1 Algemeen
CHE-Transfer verzorgt masteropleidingen, post-hbo opleidingen, cursussen, (in-company)trainingen, advieswerk en (praktijk)onderzoek. We hebben zes verschillende Transferunits die onderdeel vormen van de zes academies. Deze verankering in de academies zorgt ervoor dat de Transferactiviteiten het product zijn van de verbinding tussen onderwijs, onderzoek en werkveld. CHE-Transfer is Cedeo-erkend voor zowel open inschrijving als maatwerk. Bewegingsonderwijs via LBA levert tevreden en competente leerkrachten af. Naast scholingstrajecten verzorgt Transfer maatwerktrajecten die aansluiten bij de schoolontwikkeling. Hier komen onderwerpen aan de orde als ‘Engels leren, is Engels doen’ (Vroeg Engels/TalenT), Onderzoekend leren (Wetenschap en Techniek), en Handelingsgericht-, kwaliteitsgericht- en opbrengstgericht werken. Scholen benaderen Transfer Educatie ook om (onderdelen van) ‘Scholen aan Zet’ uit te voeren. Transfer Educatie werkt regelmatig samen met het werkveld en de opleiding tot leerkracht in het basisonderwijs. LBA-studenten, basisscholen en CHEmedewerkers (LBA, Transfer en Lectoraat) werken gezamenlijk aan onderwijsontwikkeling, doen onderzoek en delen de opgedane kennis. Het Lectoraat Docent en Talent ondersteunt en volgt de projecten. Opleiden In De School (OIDS) is vorig jaar met twaalf basisschoolbesturen voortgezet. Transfer Educatie voert de zogenaamde mentorentrainingen uit. Op deze scholen wordt eerst een nulmeting uitgevoerd en aansluitend de visitatie voor Erkend Leerbedrijf (SELECT). Veel ‘partnerscholen’ hebben inmiddels het SELECT-schild aan de schoolgevel hangen. In 2012 heeft in het kader van de subsidie voor Wetenschap en Techniek een aantal netwerkbijeenkomsten plaatsgevonden. 54 leerkrachten zijn geprofessionaliseerd en 12 scholen hebben een visietraject uitgevoerd. In het najaar van 2012 stond de netwerkbijeenkomst ‘De kleuter gekend’ in het teken van zowel het opbrengstgericht werken als het jonge kind. De aanmeldingen overtroffen onze verwachtingen met deelnemers uit het hele land. Daarom hebben we in plaats van één bijeenkomst drie bijeenkomsten georganiseerd.

6.2 Transferactiviteiten per academie
In deze paragraaf gaan we wat dieper in op de Transferontwikkelingen bij vier academies. 6.2.1 Educatie

Transfer Educatie maakt onderdeel uit van de Academie Educatie en is als opleidingspartner actief binnen met name het basis- en voortgezet onderwijs. Transfer verzorgt: • post-hbo opleidingen/masters voor leerkrachten/ docenten/aanstaande leidinggevenden; • biedt implementatietrajecten aan; • is partner in kennisontwikkeling. De opleidingen en het geleverde maatwerk van Transfer Educatie zijn op kwaliteit getoetst door kwaliteits- en tevredenheidscertificeringsinstituut Cedeo. Post-hbo opleidingen/masters Wij bieden verschillende opleidingen voor leidinggevenden (Middenmanagement, Opleiding Schoolleider, Directeur Primair Onderwijs en de Master Educational Leadership). Deze opleidingen bieden we aan in samenwerking met de Marnix Academie, Hogeschool In Holland, Driestar-Educatief en de Gereformeerde Hogeschool (Penta Nova). Daarnaast bieden wij de Master Leren en Innoveren aan in samenwerking met de Driestar Hogeschool en de Gereformeerde Hogeschool Zwolle. Deze opleiding trekt cursisten aan uit alle geledingen van het onderwijs, van primair tot hoger onderwijs. Ook het post-hbo traject ‘Zorg in de klas’ kent veel belangstelling. De leergang Vakbekwaam

Jaarverslag 2012 | Transfer

6.2.2. Sociale Studies relaties met zorginstellingen. In het najaar is samen met de Academies Theologie en Sociale Studies gezocht naar versterking van de interne infrastructuur van Transfer t.b.v. het aanbod in 2013. 6.2.4. Mens & Organisatie

Binnen Transfer Sociale Studies zijn in september 2012 acht post-hbo opleidingen gestart met 91 eerstejaarsen 89 tweedejaarscursisten, samen 180 cursisten. De Master Contextuele Hulpverlening startte vorig jaar met zeventien cursisten en zestien tweedejaars. Vanuit het ICB boden we diverse cursussen aan. Vier hiervan hebben tot nu toe gedraaid met in totaal achttien cursisten. Negen cursussen hebben we nog op de planning staan. Tot nu toe hebben we daarvoor veertien aanmeldingen binnengekregen. Naast deze opleidingen met een open inschrijving, geeft Transfer Sociale Studies ook veel incompany trainingen. Tactus Verslavingszorg nam wederom een reeks Ontwikkelingsgericht Coachen af. Ook Opella volgde in verband met haar nieuwe besturingsfilosofie coaching en teamcoaching. Op de locatie van het Leger des Heils te Amsterdam verzorgden we een cursus Verslavingszorg. Eleos bood een tweedaagse terugkoppeling op het thema ‘Coördinerend Begeleider’. Spectrum en CHE hebben samen Welstede getraind in Welzijnswerk Nieuwe Stijl. Partijen zien de CHE als expertisecentrum voor wat betreft de privacy en geheimhouding. De CHE verzorgde meerdere masterclasses en incompanytrainingen. De intervisietrajecten bij het Leger des Heils Gelderland zetten we voort. WSNS Reformatorisch Werkverband ontvangt een training Spelbegeleiding. In 2012 is naast het Instituut Contextuele Benadering het Instituut Professioneel Begeleiden gelanceerd. We zijn gestart met de voorbereidingen om het Instituut Innovatieve Projecten te vestigen. De eerste focus betrof hierbij de transities op het gebied van zorg en welzijn. We werkten nauw samen met het lectoraat. In 2012 begon Transfer Sociale Studies met het ontwikkelen van een zestal nieuwe opleidingen, te starten in 2013. Een belangrijke klant voor EVC-trajecten was Europsyche. Vanwege een faillissement van EuroPsyche moesten we onze trajecten afbreken. We hebben geen vooruitgang geboekt met nieuw gestarte EVC-projecten vanaf 1 september 2012. We willen een externe projectleider aantrekken die zich onder andere gaat bezighouden met het accreditatiewaardig maken van EVC. Vanuit Transfer ontwikkelden we zowel een DVD Meldcode Huiselijk Geweld als een DVD Transactionele Analyse. Deze DVD’s gebruikten we als lesmateriaal binnen de minoren en de post-hbo’s. 6.2.3 Gezondheidszorg

Ondanks een wisseling in de aansturing van M&OTransfer groeide de omzet in 2012 ten opzichte van 2011. Voor de komende jaren wil M&O zich vooral richten op het trainen van het middenmanagement in zowel profit als nonprofit organisaties. Daarnaast wil M&O een aantal relevante verdiepingsprogramma’s voor bachelorstudenten ook inzetten als Transfer-leergangen. Deze ontwikkeling past goed in de CHE-strategie om nadrukkelijker de verbinding met de beroepspraktijk te zoeken.

Post-HBO groep Mens & Organisatie

6.2.5 Theologie

Om een eind te maken aan de tekorten van de afgelopen jaren is er voor gekozen Theologie Transfer verder in te krimpen. Halverwege het jaar 2012 is die inkrimping doorgevoerd. Voor de activiteiten betekent dit dat we enkel nog Transferwerkzaamheden uitvoeren als het werkveld daar om vraagt en wanneer die vragende partij de kosten daarvan op kan brengen. Activiteiten die we in 2012 hebben ontplooid zijn o.a. het in samenwerking met een werkveldpartner organiseren van studiedagen, het verzorgen van cursussen en trainingen en materiaalverkoop. Verder zijn we betrokken bij de ontwikkeling van de Permanente Educatie en Primaire Nascholing voor predikanten en kerkelijk werkers binnen de PKN. Vooralsnog lijkt het er op dat we 2012 kostendekkend afsluiten. 6.2.6 Journalistiek & Communicatie

We hebben in 2012 opleidingen voor Praktijkondersteuners in de huisartsenpraktijken en de GGZ aangeboden. Tevens hebben we voor diverse partners vaardigheidsonderwijs verzorgd. Verder is er in de eerste helft van 2012 geïnvesteerd in strategische

De Academie voor Journalistiek en Communicatie van de Christelijke Hogeschool Ede is een plek waar onderwijs, onderzoek en werkveld elkaar voortdurend willen ont-

6.4 Publieke middelen en private middelen Bij het ontwikkelen en verzorgen van het aanbod van CHE-Transfer (private activiteiten) maken we doorgaans gebruik van de deskundigheid van onze eigen medewerkers. rekening houdend met een risico-opslag. Als de expertise van het eigen personeel tekort schiet. De reden is tweeledig. Wij huren ze intern in van het publiek bekostigde onderwijs. Dit vertaalt zich in een relatief groot aandeel van het aanbod in-company. gebouwen.en andere . Zij hebben geen binding met het initieel onderwijs.293 negatief. Bij de uitwerking van ons Instellingsplan voor de komende periode is een apart spoor gewijd aan de Transferproblematiek. Voor zowel het publiek als het privaat bekostigde deel.471. Het resultaat op de private activiteiten in 2012 was circa € 270. Anderzijds was het buitengewoon lastig voor een aantal academies om de producten en diensten tegen een goede prijs in de markt te zetten. maatwerkproducten. Voor dekking van de overhead – diensten. De CHE heeft in 2012 geen publieke middelen aangewend voor private activiteiten. ir. Jan van der Stoep en diverse symposia wordt expertise uit onderwijs en onderzoek gedeeld met het werkveld. afkomstig uit het initieel onderwijs.49 moeten. Verrekening vindt plaats tegen de integrale kostprijs. De inhoud van het aanbod van CHE-Transfer ontwikkelen we nagenoeg volledig in eigen beheer. Zo wil de Academie voor Journalistiek en Communicatie aan de frontlinie staan van de ontwikkeling van nieuwe. Een en ander heeft alles te maken met de specifieke wensen van afnemers van de Transferproducten. Daardoor nam het private deel van het eigen vermogen af tot € 880.718. Enerzijds hebben we geïnvesteerd in de productontwikkeling van Sociale Studies. maken we gebruik van externe deskundigen. Evenmin was sprake van het gedeeltelijk uitbesteden van bekostigd onderwijs aan een niet door de overheid bekostigde private organisatie. Via samenwerking en partnerships met organisaties wordt nieuwe kennis ontwikkeld en de opleiding binnengebracht. 6. Deze baten bleven daarmee op hetzelfde niveau als in 2011.3 Kosten en baten totaal De baten ‘werk in opdracht van derden’ (CHE-Transfer) vielen 11% lager uit ten opzichte van de begroting van 2012. Zo bieden we de zekerheid dat we het resultaat juist weergeven. Middels post-HBO cursussen zoals Creatief Crossmediaal Communiceren. ICT en dergelijke – vindt een toeslag plaats over de begrote baten ten laste van de private activiteiten. Bovendien heeft CHE-Transfer ook medewerkers die uitsluitend binnen Transfer werkzaam zijn. de publiekscolleges van de lector Dr. voor het werkveld relevante kennis. Dit resulteerde in een verlies van € 109. Dit impliceert dat we slechts in zeer beperkte mate gebruikmaken van de inhoud van de curricula van het initieel onderwijs.

Internationalisering HOOFDSTUK 7 .

Zeven internationale studenten zetten hun toegewezen NFP-beurs in om een course aan onze hogeschool te volgen. . Deze is gestart in februari 2012.Developing new ways to care in social work. . Daarnaast profileert de CHE zich internationaal ook steeds meer als kenniscentrum. . . genaamd Language Learning. . vraagt om internationale competenties.De Academie Sociale Studies mocht twee studenten vanuit het NFP-programma ontvangen. Het opleiden van studenten voor een samenleving waarin globalisering en digitalisering aan de orde van de dag zijn.In 2012 zijn verdere plannen uitgewerkt voor het opzetten van een internationaal semester.Onze hogeschool kreeg één beurs vanuit het VSBfonds toegewezen. Zo kunnen studenten voor een stage of een studieblok naar het buitenland.1 Beleid en ontwikkelingen Internationalisering is ingebed in het curriculum van de academies op onze hogeschool.International Business Communication.51 7. Deze is uitgegeven aan een student van de Academie Mens & Organisatie.International Communication.International Business from a value based perspective. . . journalism specialization. Deze start in september 2013. Ook verwelkomde de Academie Mens & Organisatie een Amerikaanse student van de Cornerstone University en vier Franse studenten van de Groupe ESC Troyes voor dezelfde course. kunnen voor ‘Internationalisering at home’ kiezen. Ook verzorgen academies internationale excursies voor studenten. Internationale studenten 2012 7. Studenten die niet naar het buitenland gaan. .Nursing.Language Learning in Primary Education (First and Second Language Acquisition). Zij komen dan in contact met buitenlandse studenten die een paar maanden bij ons komen studeren.Academie J&C presenteerde samen met M&O een Engelstalige verbredingsminor ´Go Europe´. orientation in research methods.De Academie Educatie ontwikkelde een internationale course.Drie Koreaanse studenten van de Handong University en een student uit Taiwan namen deel aan een internationale course bij de Academie Mens & Organisatie.De CHE kreeg acht beurzen vanuit het nationale programma BIOS toegewezen. Deze competenties worden op verschillende manieren ontwikkeld. . . . Deze zijn uitgegeven aan drie studenten van de Academie Educatie. 2012 kende de volgende ontwikkelingen: . .2 Internationale onderwijsprogramma’s In 2012 boden we de volgende internationale onderwijsprogramma´s aan: . . te weten een student uit Bhutan en een student uit Nigeria.

Materiële voorzieningen HOOFDSTUK 8 .

Ook in 2012 hebben de medewerkers van Huisvesting & Beheer (H&B) zich ingezet voor een zo goed mogelijke dienstverlening aan medewerkers en studenten van de CHE. Hierbij moet concreet gedacht worden aan duurzaamheidsingrepen in het ontwerp zoals een verbeterde. het onderhoud aan het gebouw en de installatie. 8. Klimaat Het binnenklimaat van de CHE vraagt voortdurend onze aandacht. Inrichting H&B heeft het initiatief genomen tot een andere inrichting van een klein aantal ruimtes.1 Algemeen In 2012 heeft onze hogeschool deelgenomen aan de Facilitaire Benchmark.2 Huisvesting & Beheer Onze hogeschool is gehuisvest aan de Oude Kerkweg 100 te Ede. fm onder acht hbo-instellingen. Hierdoor ontstaat een goed beeld van de financiële verplichtingen die onze hogeschool is aangegaan. Zo hebben we ook het aantal facturen verminderd door vaker over te stappen op maandfacturen. die is uitgevoerd door Fier. Zo ook in 2012. Dit leidt mogelijk tot een betere sturing. en de dienstverlening op het gebied van catering. Zowel bij een nieuwe uitvraag aan leveranciers als bij het opvragen van offertes. Onze focus lag op het monitoren van de plannen op het gebied van klimaat en benodigde voorzieningen voor infrastructuur. Met name de garderobe en de twee gesprekskamers zijn opvallend ‘gepimpt’. Een jaarlijkse deelname aan deze Facilitaire Benchmark biedt voordelen. En het aantal prints is gereduceerd met 15%. Deze verdiepende managementinformatie gebruiken we als stuurinformatie voor de dienst. Denk daarbij aan kosten voor onderhoud en exploitatie tijdens het meerjarig gebruik van ons gebouw. Ook in de voorbereiding van de nieuwbouw van de CHE heeft het aspect duurzaamheid een prominente plaats.en PGO-lokalen (gelegen tegenover de hoofdingang op het zogenaamde Sonoco-terrein). Daarnaast maken we gebruik van Paviljoen Zuid voor lessen en andere bijeenkomsten. Ook zijn in een aantal ruimtes meer of andere audiovisuele faciliteiten gerealiseerd.3 Duurzaamheid Duurzaamheid neemt een steeds belangrijkere plaats in binnen onze bedrijfsvoering. Het gasverbruik is met 7% gedaald ten opzichte van het voorgaande jaar. Behalve trends krijgen we meer inzicht in de effecten van verbeterslagen. voornamelijk vanuit het perspectief van de gebruiker. Naast de hoofdlocatie gebruiken we ook het noodgebouw d’Overkant voor les. De daling van het gasverbruik is voor een groot deel het gevolg van de zaterdagsluiting van de CHE. De ervaringen met de inrichting van deze ruimtes wordt gebruikt voor de inrichting van collegezalen en een aantal lokalen. Op het terrein van inkoop hebben we in 2012 een begin gemaakt met de online archivering van de contracten. schoonmaak en repro waren er ook bijzondere aandachtsgebieden. In 2012 hebben we enkele concrete resultaten behaald. Binnen H&B zoeken we continu naar goede mogelijkheden of alternatieven.53 8. zodat de luchtkwaliteit binnen het . 8. Dankzij de Facilitaire Benchmark is een goed beeld ontstaan van de facilitaire dienstverlening van onze hogeschool ten opzichte van deze andere organisaties. Objectieve gegevens over de sterke en minder sterke kanten van onze facilitaire diensten vergroten ons inzicht. Naast praktische haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de plannen zijn wij bij het ontwerp van het huisvestingstraject ook alert op de kosten. In het lopende huisvestingstraject is verbetering van het klimaat één van onze speerpunten. Dit levert interne besparingen op. Huisvesting H&B heeft geparticipeerd in het lopende huisvestingstraject. Naast de reguliere taken als het faciliteren van ruimten. energie-efficiënte klimaatinstallatie. We hebben belangrijke eerste stappen gezet in het reduceren van het aantal leveranciers bij verschillende productgroepen. Ook bewaken we in een contractendatabase de expiratiedata van contracten.

middleware. zoals netwerk.v.o. stimuleren van beweging door veel trappen in het gebouw te voorzien en bij materiaalgebruik te letten op milieubelasting. We rapporteren regelmatig over het budget en de uitgifte van digitale middelen per academie en dienst. toepassen van LED-verlichting. et cetera. Entree. IRIS en Digitaal Vaardig. zoals CRM. reparatie en budgetcontrole uitgevoerd van digitale middelen. In 2012 zijn bijna 300 digitale middelen aan CHE-medewerkers uitgereikt. Denk daarbij aan alle facetten van onze infrastructuur. renovatie/hergebruik materialen. Materiële voorzieningen 8. Daarnaast hebben we geïnvesteerd in zowel het creëren van een professionele cultuur als in de persoonlijke ontwikkeling van de ICT-medewerkers. . In het kader van het project Digitaal Vaardig heeft ICTbeheer de uitgifte. faciliteiten automobilisten. Tegelijkertijd hebben we een grote vervangingsactie van 350 computers verwezenlijkt.4 ICT De afdeling ICT-beheer heeft in 2012 opnieuw intensief samengewerkt met de afdeling Informatiemanagement in (strategische) ICT-projecten. registratie. E-HRM.Jaarverslag 2012 | Materiële voorzieningen gebouw goed is. verbeteren van faciliteiten voor fietsers t. servers. Enerzijds vanwege afschrijving en anderzijds vanwege een optimalisatieslag die ervoor zorgt dat computers zo snel en efficiënt mogelijk werken. Om een goede gesprekspartner in CHE-brede projecten te kunnen zijn en blijven is er ook in 2012 geïnvesteerd in de kennis van ICT-medewerkers. Rond de voorjaarsvakantie is een migratie uitgevoerd van Windows XP naar Windows 7. applicaties. Daarvan vindt de ondersteuning door ICT-beheer plaats. zoals laptops. tablets en smartphones.

55 .

Financiën HOOFDSTUK 9 .

57 9. Het is goed om in dit verband te melden dat de CHE in het geheel geen gebruik maakt van derivaten. Door af te zien van een tussenjaar voorkomen studenten dat ze onder het nieuwe regime vallen. maar leidde wel tot minder studenten.847). Tevens zijn we in staat hiermee scenario’s te ontwikkelen door het financieel zichtbaar maken van risico’s. 9. Bovendien kunnen we beleidsbeslissingen tot op academie. Door de opheffing van het fonds vervalt namelijk ook de borging van de leningen.2 Treasury-management Als gevolg van het bestuurlijk akkoord om het Waarborgfonds HBO op te heffen per ultimo 2012 heeft de CHE zich beraden op haar financieringspositie. Wij verwachten in de nabije toekomst geen grote kortingen op de rijksbijdrage. maar ook gegevens met betrekking 9.en dienstniveau doorrekenen. Wij gaan ervan uit dat we de overeengekomen prestaties in 2016 gerealiseerd zullen hebben.4 (2011: 1. Financiers hebben dan andere zekerheden nodig. De huidige solvabiliteits.3 Meerjarenperspectief en risicomanagement De CHE stelt in het voorjaar de kaderbrief op en bereidt in het najaar de begroting voor. Zowel de parameters als de output van het gebruikte model worden besproken met CvB en de directeuren. De CHE is daarom uitstekend in staat om te investeren. Managementrapportages bevatten nu niet alleen financiële informatie. De uitzettingen vinden plaats bij Nederlandse banken. In verband met de herhuisvestingsplannen zijn in het meerjarenperspectief diverse huisvestingsvarianten en de daaraan gekoppelde financieringen gesimuleerd. naast huisbankier ING. Dit heeft zijn weerslag op ons saldo financiële baten en lasten. Daarbij kunnen we uitgaan van verschillende instroomgegevens en de rijksbijdragen per student. geheel conform de Regeling Beleggen en Belenen ofwel met inachtneming van de rating van de desbetreffende bank.0% (2011: 38. Voor de toelichting op dit resultaat verwijzen we naar de jaarrekening.936.1 Financieel resultaat 2012 De exploitatierekening is in 2012 afgesloten met een positief resultaat van € 346. Voor bedragen en termijnen van zowel uitzettingen als leningen verwijzen we naar de jaarrekening.741 (resultaat in 2011: € 359. De financieringspositie van onze hogeschool is zeer gezond. Gezien de hoeveelheid liquide middelen heeft onze hogeschool besloten om twee leningen vervroegd af te lossen. . In ons beleid sturen we dan ook op het blijven investeren in kwaliteit van onderwijs en huisvesting. In het verslagjaar is het Treasurystatuut vastgesteld. Op deze wijze verkrijgen we consistentie in de verwerking en presentatie van het financiële meerjarenperspectief. ook met het oog op de toekomstige inspanningen voor bijvoorbeeld de prestatieafspraken met het ministerie. Ons doel daarbij is om een aantrekkelijke hogeschool te blijven. De vervroegde aflossing heeft geleid tot extra kosten in verband met het agio van de leningen. Daarbij is nadrukkelijk getoetst aan de Regeling Beleggen en Belenen. De solvabiliteit kwam uit op 44. In 2012 realiseerden we een belangrijke verbetering. Opvallend is de al jaren dalende rentestand over tegoeden. Daarbij herijkt onze hogeschool het meerjarenperspectief aan de hand van de instroom.2%). de liquiditeit (current ratio) op 1. Het begrote resultaat bedroeg in 2012 € 360. Om onze risico´s te spreiden hebben we een deel uitgezet bij de Rabobank.6).en liquiditeitsratio’s zijn gunstig. Eind 2012 heeft de CHE alleen leningen uitstaan bij de ING.en bekostigingsgegevens. De aangekondigde langstudeerdersmaatregel is uiteindelijk niet doorgegaan. Maar dankzij het rendement op termijn hebben we tot aflossing besloten. Een eventueel sociaal leenstelsel heeft mogelijk een licht positief effect op de instroom van het studiejaar 2013/2014. In de toekomst verwachten we echter dat het sociaal leenstelsel mogelijk leidt tot minder instroom.

Ons uitgangspunt daarbij is dat we de financiële impact van risico’s zoveel mogelijk in het resultaat willen opvangen. Dit leidt tot omzetting in acties. Daarbij zijn ook alle andere relevante beleidsaspecten meegenomen. De CHE voldoet met de publicatie van de integriteitscode eind 2012 aan alle richtlijnen. Het CvB ziet mogelijkheden om het risicomanagement nog beter te integreren in de managementrapportages. De kern van dit model is dat we alle baten toerekenen aan de academies. Voor planning en control van beleid volgen we de methode van INK. Voorzien van bijbehorende acties per dienst en academie. visie en succesbepalende factoren vertaald in concreet voorgenomen resultaten. 9. Deze methode biedt een overzichtelijke structuur die als basis kan dienen voor een inhoudelijk gesprek over de voorgenomen koers en voortgang. De financiële resultaatsdoelstelling van de diensten is ex ante nihil. Tevens zijn per academie en dienst per rapportagemoment met het management financiële prognoses gemaakt. Per jaar bekijken we in hoeverre deze doelstelling wenselijk en haalbaar is per academie. Vervolgens zijn de rapportages per academie en dienst besproken tussen het CvB en de desbetreffende directeuren. Deze plannen op A3-formaat vormden de basis voor de managementrapportages en -reviews per kwartaal. In jaarplannen op A3-formaat hebben . De kosten van de diensten worden voorcalculatorisch toegerekend aan de academies. we onze missie. Het rendement van 3% is geen doel op zich.4 Governance en intern toezicht In het verslagjaar heeft de HBO-raad laten inventariseren of hbo’s voldoen aan de governance richtlijnen. ingebed in de planning en control cyclus. De CHE ziet voldoende ruimte voor verdere verbetering. terwijl de academies in principe een meerjarig rendement van 3% van de totale baten dienen na te streven. Dit in het licht van de financiële situatie en risico’s van de hogeschool als geheel. Daarover gaan zij met de directeuren in gesprek.Jaarverslag 2012 | Financiën tot kwaliteitszorg. Hiermee belichten we naast de financiële aspecten veel meer de onderwijskundige en de kwaliteitsaspecten van onze organisatie. Aan de hand van de gehanteerde A3-plannen leidt dit tot rapportages over de voortgang op de onderkende beleidsgebieden met de daarbij behorende risico’s. Bij de begroting 2013 is er dit jaar al wel een paragraaf met risicoanalyse opgenomen en besloten om bij de rapportagemomenten gedurende het jaar ook een financiële forecast op te nemen. die binnen de vereniging van hbo’s is afgesproken. Zo is eenvoudig vast te stellen of onze hogeschool op koers ligt ten opzichte van de doelstellingen. De allocatie van middelen in de CHE vindt plaats conform het in 2011 vastgestelde budgetmodel. De bespreking van de resultaten vindt plaats in de directievergaderingen. De resultaten daarvan zijn bekendgemaakt in 2012. Op het gebied van kwaliteitsbeleid verrichten we regelmatig interne audits. Dit vindt plaats op basis van de begrote baten.

59 .

Samenstelling en bezoldiging CvB en RvT BIJLAGE 1 .

200 1) €9. Hidding Rol in Rvt Vz X Commissie 3) 4) 2) 2) 4) X X X X Lid €7. Raad van Toezicht De Raad van Toezicht (RvT) ziet toe op een adequate besturing van de CHE door het CvB. het CvB en welk deelbelang dan ook. Boele A.P.201 €0 €0 €20. visie. in de persoon van dr.P. Bestebreur MPA als tweede bestuurder. Belastbare onkosten vergoeding Bijtelling auto €8. Opgave honorering toezichthouders Naam R.000 Onkostenvergoeding College van Bestuur Voor de gemaakte kosten in 2012 verwijzen wij naar bijlage D3 van de jaarrekening. De RvT is zodanig samengesteld dat de leden ten opzichte van elkaar. Boele (voorzitter) en mr.A. te weten de Auditcommissie en de Remuneratiecommissie. College van Bestuur Samenstelling College van Bestuur Bij aanvang van het verslagjaar werd de hogeschool bestuurd door een tweehoofdig CvB. Dijkgraaf C. Het CvB is verantwoordelijk voor de realisatie van de missie. onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. De RvT laat zich bijstaan door twee commissies. Voorham B. 2.795 €115.602 €7.500 €5.451 €0 Sociale lasten werkgever €6. A.275 5) 01-01 01-01 01-01 01-01 01-01 31-12 31-12 31-12 31-12 31-12 Honorering Tijdvak .835 €19.300 €5.61 1.201 Totaal salaris €145. strategie en doelstellingen van de organisatie en de daaruit voortvloeiende resultaatontwikkelingen. Burggraaf E.231 Werkgevers bijdrage pensioen Totale bezoldiging Naam bestuurder Tijdvak Salaris Bruto jaarsalaris C.300 €4. Bezoldiging College van Bestuur Het CvB ontving in jaar 2012 de navolgende bezoldiging. C.L.848 €122.030 €166. In overeenstemming met de wet zijn taken en bevoegdheden van het CvB vastgelegd in het reglement CvB CHE. Robbertsen J. Beide commissies hebben een adviesrol ten opzichte van de RvT.C.683 €141. drs. bevoegdheden en profielkenmerken van de RvT zijn vastgelegd in de statuten en het reglement RvT CHE. Bestebreur 01-01-2012 t/m 30-11-2012 01-01-2012 t/m 31-12-2012 €130.P. De taken.

Aftredend per 8 april 2015 en eenmaal herbenoembaar 5.Aftredend per 31 december 2012 en niet herbenoembaar 4. Hidding RA – voorzitter Auditcommissie . voorzitter Raad van Toezicht Utrechts Landschap. Prof. Dijkgraaf – vicevoorzitter RvT. lid Raad van Toezicht Plan Nederland.q.Aftredend per 31 december 2012 en herbenoembaar 2.975 een nabetaling over 2011 Samenstelling Raad van Toezicht De samenstelling van de RvT was in 2012 als volgt: 1. voorzitter bestuurlijk platform Hart van de Heuvelrug.Geboortedatum: 6 oktober 1948 . E. lid Raad van Advies Stichting Moria Nijmegen. lid bestuur Stichting Life Goals te Zeist (tot november 2012).-functies: voorzitter Prins Bernhard Cultuurfonds Utrecht. Burggraaf – lid Auditcommissie . drs.C./S.Nevenfuncties: lid Raad van Bestuur De Persgroep N. gastdocent bij o. lid Remuneratiecommissie .Beroep: Tweede Kamerlid (vanaf 17 juni 2010) en hoogleraar Erasmus Universiteit .. lid adviescommissie sociaal plan Stichting de Noorderbrug te Groningen.a. B. voorzitter Raad van Toezicht Stichting Beheer Kasteel Huis Doorn. Dhr. Stichting Voedselbank Haarlem e. Voorham uitbetaald aan diens werkgever het Leger des Heils 2) Remuneratiecommissie en Sollicitatiecommissie CvB-lid 3) Remuneratiecommissie 4) Auditcommissie 5) Van dit bedrag betreft € 3. voorzitter Remuneratiecommissie . ambassadeur/lid comités van aanbeveling: Micha Campagne. Maatschappelijke Advies Raad Gevangenenzorg te Zoetermeer.-kolonel mevr. A. lid Raad van Advies stichting SOS Kayamandi Zuid-Afrika. vicevoorzitter Comité van Toezicht Operationeelprogramma EFRO west en lid college van Regenten Slot Zuylen .L.Geboortedatum: 06-01-1970 . (België).Beroep: Officier van het Leger des Heils .A.q.V.Geboortedatum: 13-01-1964 . drs. mr. voorzitter Raad van Commissarissen Stichting Cedin te Drachten. voorzitter Raad van Toezicht Stichting De Utrechtse Molens.Aftredend per 31 december 2015 en eenmaal herbenoembaar . R. Dhr.o. lid Raad van Toezicht Meerwegen Scholengroep te Amersfoort.Nevenfuncties: lid van de Raad van Commissarissen bij de Onderlinge Bossen . lid Raad van Toezicht Speelwerkgroep te Meppel. lid Raad van Toezicht GGNet te Apeldoorn en lid Raad van Toezicht Stichting MD Veluwe te Apeldoorn .P.Jaarverslag 2012 | Bijlage 1: Samenstelling en bezoldiging CvB en RvT Toelichting 1) Dit bedrag is op verzoek van C. voorzitter Raad van Toezicht stichting Loenersloot. Voorham – lid Remuneratiecommissie . Dhr. lid van het Comité van Toezicht Flora en Fauna-Examens en lid van de Raad van Advies van het Universitair Centrum Sportgeneeskunde .A.Aftredend per 31 december 2014 en niet herbenoembaar 3. voorzitter Stichting Leenheren van het Sticht.Beroep: Commissaris van de Koningin. voorzitter Stichting Majoor Bosshardtprijs (tot september 2012).Beroep: Adviseur & interimbestuurder/eigenaar Etiam consultancy . voorzitter RvT Stichting Philadelphiazorg.Nevenfuncties: lid deputaatschap Kerk en Overheid Gereformeerde Gemeente . C. Provincie Utrecht .Geboortedatum: 02-09-1946 . voorzitter Raad van Toezicht Stichting Dorcas Hulp Nederland te Andijk. Lt. Vrije Universiteit Law Academy en Nyenrode Business University .Nevenfuncties: lid bestuur Stichting Administratiekantoor OIM Nederland te Assen. dr. J. Stichting Het Passion te Hummelo . Dhr. lid bestuur Stichting MOA Present Apeldoorn. lid bestuur Stichting Christen in de Gezondheidszorg te Rotterdam.Nevenfuncties: lid Raad van Toezicht VKZ.Verzekering.Beroep: Advocaat/compagnon Allen & Overy LLP . Robbertsen – voorzitter RvT.Geboortedatum: 06-08-1963 . dr.

63 .

en masteropleidingen BIJLAGE 2 .Overzicht bachelor.

65 De CHE verzorgt de volgende bacheloropleidingen: Opleiding Verpleegkunde Leraar Basisonderwijs Godsdienst Pastoraal Werk Leraar Godsdienst / Levensbeschouwing Bedrijfskunde MER Human Resource Management Journalistiek Communicatie Sociaal Pedagogische Hulpverlening Maatschappelijk Werk en Dienstverlening Hbo Master Contextuele Hulpverlening Hbo Master Educational Leadership (Penta Nova) Hbo Master Leraar Godsdienst en Levensbeschouwing Hbo Master Leren en Innoveren CHE-Transfer biedt een breed aanbod van post-hbo opleidingen. Titel: Bachelor of Nursing Education Theology Education Business Administration Business Administration Journalism Communication Social Work Social Work Voltijd * * * * * * * * * * * * * * * * * Deeltijd * * * * Duaal * * . cursussen en trainingen.

Lijst met afkortingen BIJLAGE 3 .

Cultuur en Wetenschap ODV Opleidingsdocentenvergadering OER Onderwijs.en planningsgesprekken.67 AD Associate Degree AKO Afdelingskernoverleg ANW Algemene Nabestaanden Wet AOP Algemeen Ondersteunend Personeel BAS Bindend Afwijzend Studieadvies BO Beleidsoverleg BPU Best Practice Unit CAO Collectieve Arbeidsovereenkomst CCCU Council for Christian Colleges and Universities CCMO Christelijk Centrum voor Multicultureel Onderwijs CFI Centrale Financiën Instellingen CIS Centrum voor Israël Studies CHE Christelijke Hogeschool Ede CHOICE Centrum Hoger Onderwijs Informatie voor Consument en Expert CPOV stichting Christelijk Primair Onderwijs Veenendaal en omgeving CRM Customer Relationship Management CROHO Centraal Register Opleidingen in het Hoger Onderwijs CvB College van Bestuur CVR Cardio Vasculair Risicomanagement DMO Dienstmanagersoverleg DBU Docent Belastingsuur EBB Employee Benefits Bureau EBS Evangelische Bijbel School ECTS European Credit Transfer System ETF Evangelische Theologische Faculteit. Financiën en Beheer RSI Repetitive Strain Injury RvA Raad van Advies RvT Raad van Toezicht RI&E Risico-inventarisatie en –evaluatie R&O-cyclus Resultaat en ontwikkel cyclus met daarin de beoordelings-. SBU Student Belastingsuur SLB Studieloopbaanbegeleiding SIS-SVS Student Informatie Systeem. functionerings. Leuven ETH Evangelische Theologische Hogeschool EVC Erkenning van Verworven Competenties FB Facilitair Bedrijf FUWASYS Functiewaarderingssysteem GL Godsdienstleraar GPW Godsdienst Pastoraal Werk Hbo Hoger Beroepsonderwijs HEO Hoger Economisch Onderwijs HGO Hogeschool Georganiseerd Overleg HGZO Hoger Gezondheidszorg Onderwijs HPO Hoger Pedagogisch Onderwijs HR Hogeschoolraad HSAO Hoger Sociaal Agogisch Onderwijs I&H Informatievoorziening en Huisvesting IAPCHE International Association for the Promotion of Christian Higher Education ICO Interne Coach Opleiders ICT Informatie. Student Volg Systeem SOP Seniorenregeling Onderwijspersoneel STAGG Stichting voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg SPH Sociaal Pedagogische Hulpverlening THGB Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Bond VBI Visiterende en Beoordelende Instantie VP Verpleegkunde WAO Wet op de arbeidsongeschiktheids verzekering WBEAA Wet Bevordering Evenredige Arbeids deelname Allochtonen WHW Wet op het hoger onderwijs en weten schappelijk onderzoek .en Communicatie Technologie IP Strategisch Instellingsplan CHE IP Invaliditeitspensioen J&C Journalistiek en Communicatie KWTG Kenniscentrum voor Wetenschap & Techniek Gelderland LBA Leraar Basisonderwijs LVSB Landelijke Vereniging voor Supervisie en andere Begeleidingsvormen MER Management Economie en Recht MO Managementoverleg M&O Mens & Organisatie MR Medezeggenschapsraad MWD Maatschappelijk Werk en Dienstverlening NET Stichting Network Education Theology Foundation NSE Nationale Studenten Enquête NVAO Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie OCW Onderwijs.en examenregeling OKO Opleidingskernoverleg OMO Opleidingsmanagersoverleg OP Onderwijzend Personeel O&K Onderwijs en Kwaliteitszorg P&A Personeel en Arbeid Pabo Pedagogische Academie Basisonderwijs Phbo Post Hoger Beroepsonderwijs POB Persoonlijk ontwikkelbudget volgens de CAO POP Persoonlijk Ontwikkelingsplan PPP Pedagogische proefpraktijken LBA Leraaropleiding Basisonderwijs PAGO Periodiek Arbeidsgezondheidsonderzoek PEMBA Premiedifferentiatie en Marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen PF&B Personeel.

Jaarrekening 2012 BIJLAGE 4 .

Tot en met 2011 werd een aantal artikelen tegen verkoopwaarde gewaardeerd. In 2012 heeft een stelselwijziging inzake de voorraadwaardering plaatsgevonden.936 . 26 juni 2013. zijn de cijfers per ultimo 2011 overeenkomstig aangepast.6). In de jaarrekening is in de nummering van jaarrekeningposten aansluiting gezocht bij het EFJ model van het ministerie van OCW.626 naar beneden bijgesteld. Voor ontwikkelingen binnen de CHE wordt verwezen naar het jaarverslag en voor de cijfermatige toelichting vindt u de details in de hierna volgende hoofdstukken. De liquiditeit (current ratio) is in 2012 uitgekomen op 1.2%). .603.741 (Resultaat 2011 € 359. De balans werd daarmee ten onrechte verlengd. Beide posten zijn daar met € 405.0% (2011: 38. Om de vergelijking met vorig jaar goed te kunnen maken. Bovendien waren in de voorraad posten opgenomen die niet als voorraad kwalificeerden. in de balans zowel verantwoord als kortlopende activa (debiteuren) als kortlopende passiva (vooruitontvangen cursusgeld). Het begrote resultaat over 2012 bedroeg € 360. In het verslagjaar is dit aangepast en zijn de betreffende posten tegen elkaar weggeboekt.69 A INLEIDING 69 B JAARREKENING 70 B1 Grondslagen 70 B2 Balans per 31 december 2012 (Na resultaatbestemming) 72 B3 Exploitatierekening 2012 73 B4 Kasstroomoverzicht 74 B5 Toelichting op de onderscheiden posten van de balans 75 B6 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen 80 B8 Toelichting op de exploitatierekening 80 C OVERIGE GEGEVENS 85 C1 Controleverklaring 85 C2 Gebeurtenissen na balansdatum 87 C3 Voorstel bestemming exploitatiesaldo 87 D BIJLAGEN 88 D1 Gegevens van de rechtspersoon 88 D2 Financiële Specificatie Rijkssubsidies 88 D3 Declaraties en Onkostenvergoedingen College van Bestuur 89 E DIVERSEN 90 E1 Overzicht resultaat units CHE-Transfer 90 A Inleiding De exploitatierekening sluit met een positief resultaat van € 346. Ede. Daarnaast zijn tot en met 2011 de incasso’s van termijndebiteuren en de baten in opdracht van derden. Daarmee is de doelstelling uit de kaderbrief 2012 van minimaal 25% gerealiseerd. De solvabiliteit is uitgekomen op 44. Dit heeft geleid tot een verlaging van het beginvermogen (Algemene reserve) met € 138.847).4 (2011: 1.

liquide middelen en kortlopende schulden. Grondslagen voor waardering van activa en passiva Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar.603. rekening houdend met een eventuele restwaarde. Beide posten zijn daar met € 405. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Bovendien waren in de voorraad posten opgenomen die nu niet meer als voorraad kwalificeren. Tot en met 2011 werd een aantal artikelen tegen verkoopwaarde gewaardeerd. Reële waarde De reële waarde van de in de balans verantwoorde financiële instrumenten. Dit heeft geleid tot een verlaging van het beginvermogen (Algemene reserve) met € 138. In het verslagjaar is dit aangepast en zijn de betreffende posten tegen elkaar weggeboekt. Daarnaast worden post-HBO opleidingen verzorgd en vinden trainingen plaats van mensen die werkzaam zijn in de werkvelden van de stichting. benadert de boekwaarde ervan. Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening Het verslagjaar is gelijk aan het kalenderjaar. worden de activa en passiva gewaardeerd volgens het kostprijsmodel. zijn de cijfers per ultimo 2011 overeenkomstig aangepast. Om de vergelijking met vorig jaar goed te kunnen maken. Tenzij bij de desbetreffende grondslag voor de specifieke balanspost anders wordt vermeld. in de balans zowel verantwoord als kortlopende activa (debiteuren) als kortlopende passiva (vooruitontvangen cursusgeld). vastgelegd in het treasury statuut dat opgesteld is in overeenstemming met de regeling Beleggen en Belenen.626 naar beneden bijgesteld. De rapporteringsvaluta is Euro. De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. De stichting heeft geen activa waarvoor een financiële leaseovereenkomst is afgesloten zodat activering in verband met het economisch eigendom niet van toepassing is. Deze afzonderlijke componenten van het actief worden vervolgens afgeschreven in de periode tot aan het moment van uitvoeren van het groot onderhoud. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Het renterisico is beperkt tot een uitstaande. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname. vastrentende lening ten bedrage van € 2. waaronder vorderingen. Voorraden Voorraden handelsgoederen worden gewaardeerd tegen . De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs. Tevens is Richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving gevolgd.en renterisico Het kredietrisico van de stichting is minimaal. Stelselwijziging In 2012 heeft een stelselwijziging inzake de voorraadwaardering plaatsgevonden. worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Krediet. De oninbaar geschatte vorderingen zijn als dubieuze debiteuren in aftrek genomen op de debiteurenpositie in de balans per ultimo van het verslagjaar. De jaarrekening is opgesteld conform de richtlijnen van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en overeenkomstig de verslaggevingsvoorschriften en bepalingen zoals weergegeven in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. om de omvang van het kredietrisico bij elke tegenpartij te beperken. Financiële instrumenten De stichting handelt niet in financiële derivaten en heeft gedragslijnen. Periodiek groot onderhoud wordt volgens de componentenbenadering geactiveerd.Jaarverslag 2012 | Bijlage 4: Jaarrekening 2012 B Jaarrekening B1 Grondslagen Grondslagen balans Algemeen De activiteiten van de Stichting voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op gereformeerde grondslag bestaan uit het opleiden van studenten voor 10 opleidingen.9M (afgerond) per ultimo 2012. De balans werd daarmee ten onrechte verlengd. Continuïteit De jaarrekening is opgesteld op basis van continuïteit. Daarnaast zijn tot en met 2011 de incasso’s van termijndebiteuren en de baten in opdracht van derden. Hierbij worden de kosten van groot onderhoud ineens bij aanvang van het gebruik van dat actief als afzonderlijke componenten aangemerkt. verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen.

71

verkrijgingsprijs of lagere netto-opbrengstwaarde. Deze lagere netto-opbrengstwaarde wordt bepaald door individuele beoordeling van de voorraden. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen en overlopende activa worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen. Liquide middelen Liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Liquide middelen die niet ter directe beschikking staan worden verwerkt onder de vorderingen. Liquide middelen die gedurende langer dan 12 maanden niet ter directe beschikking staan van de stichting worden verwerkt onder de financiële vaste activa. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen die op de balansdatum als waarschijnlijk of vaststaand bestaan en waarvan de afwikkeling leidt tot een uitstroom van middelen. De voorziening is gewaardeerd tegen de contante waarde. De gehanteerde disconteringsvoet is gebaseerd op het rendement van 10 jaar rendement bij schatkistbankieren (ultimo stand) en bedraagt 1,49%. De wijziging in de rentevoet is verwerkt als dotatie. Voorziening FPU Deze voorziening is gevormd per 1 december 2005 voor personeelsleden die gebruik hebben gemaakt van de zogenaamde FPU-regeling, een pre-pensioenregeling waarbij een maandelijkse aanvulling betaald wordt door de stichting op de uitkering totdat de betrokkenen de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. Er treden geen deelnemers meer toe. WW-uitkeringen Deze voorziening is gevormd voor personeelsleden waarvan het contract ontbonden is dan wel niet verlengd is c.q. wordt per ultimo van het verslagjaar. De stichting is eigen risicodrager voor de uitkeringen uit hoofde van de wettelijke en bovenwettelijke regelingen. De bedragen zijn bepaald aan de hand van de maximale betalingsverplichting berekend conform de vigerende regelingen. Persoonlijk Ontwikkel Budget (POB) Op basis van gemaakte CAO afspraken in het verleden

is er een voorziening gevormd voor persoonlijke ontwikkel budgetten waar medewerkers op basis van ontwikkelplannen aanspraak op kunnen maken. In december 2012 is een nieuwe CAO van kracht geworden. De aanspraken uit het verleden worden gerespecteerd en blijven dientengevolge per ultimo 2012 voorzien. Jubileumgratificatie Op basis van Richtlijn 271 van de Raad voor de Jaarverslaggeving is een voorziening opgenomen voor verplichtingen uit hoofde van toekomstige uitkeringen bij ambtsjubilea van personeelsleden. De voorziening is opgenomen tegen de contante waarde van de toekomstige uitbetalingen en is afhankelijk van de ingeschatte blijf kans, gemiddelde salarisstijging en disconteringsvoet. De werkelijke jubilea-uitkeringen worden ten laste van deze voorziening gebracht. Langlopende schulden Schulden met een resterende looptijd van meer dan één jaar worden aangeduid als langlopend. De langlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde van de schuld. Het aflossingsbedrag voor het komende jaar is verantwoord onder de kortlopende schulden. Kortlopende schulden Dit betreffen schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar. Kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde van de schuld. Overlopende passiva De overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen die aan opvolgende perioden worden toegerekend en nog te betalen bedragen, voor zover ze niet onder de andere kortlopende schulden zijn te plaatsen. Grondslagen voor de bepaling van het resultaat Bij de bepaling van het exploitatiesaldo worden de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Rijksbijdragen De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de nietgeoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben volledig

Jaarverslag 2012 | Bijlage 4: Jaarrekening 2012
verwerkt als bate in de staat van baten en lasten. Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waar nog geen activiteiten voor zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de overlopende passiva. Geoormerkte OCW-subsidies (doelsubsidies met verrekeningsclausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde lasten komen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen op balansdatum. Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode. Ontvangen en betaalde interest worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

B2 Balans per 31 december 2012 (Na resultaatbestemming)
1. Activa 31 december 2012 € Vaste activa 1.2 Materiële vaste activa Totaal vaste activa Vlottende activa 1.4 Voorraden 1.5 Vorderingen 1.7 Liquide middelen Totaal vlottende activa Totaal activa 2. Passiva 31 december 2012 € Vaste activa 2.1 Eigen vermogen 10.757.293 10.410.552 31 december 2011 € 42.278 1.137.499 11.365.727 12.545.504 24.464.850 38.727 1.084.868 13.529.206 14.652.796 27.236.571 11.919.346 11.919.346 12.583.775 12.583.775 31 december 2011 €

2.2 Voorzieningen 2.3 Langlopende schulden 2.4 Kortlopende schulden

1.422.317 3.017.320 9.267.920 13.707.557

1.331.042 6.253.384 9.241.593 16.826.019

Totaal passiva

24.464.850

27.236.571

73

B3 Exploitatierekening 2012
Resultaat 2012 € 3 Baten 24.794.466 6.232.009 2.250.943 1.725.230 35.002.648 4 Lasten 27.477.742 1.527.071 967.882 4.506.025 34.478.720 Saldo baten en lasten 5 Financiële baten en lasten Totaal resultaat 523.928 -177.187 346.741 26.222.199 1.681.296 1.145.350 5.276.470 34.325.315 305.936 55.000 360.936 25.779.977 1.604.477 1.947.162 4.967.812 34.299.427 429.086 -69.239 359.847 24.274.609 6.616.428 2.528.388 1.211.826 34.631.251 24.456.426 6.482.757 2.290.641 1.498.689 34.728.513 Begroting 2012 € Resultaat 2011 €

3.1 Rijksbijdragen 3.3 Collegegelden 3.4 Baten werk i.o.v. derden 3.5 Overige baten

4.1 Personeelslasten 4.2 Afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten 4.4 Overige lasten

527.551 -52.071 0 91.255.255.376 -60.676.479 11.000 -181.845 908 1.206 -862.607.971 1.529.227 -14.Jaarverslag 2012 | Bijlage 4: Jaarrekening 2012 B4 Kasstroomoverzicht 31-12-2012 € Saldo Baten en Lasten Aanpassing voor Afschrijvingen Duurzame waardevermindering Mutaties voorzieningen Veranderingen in vlottende middelen Voorraden Vorderingen Schulden Totaal Kasstroom uit bedrijfsoperaties Ontvangen interest Betaalde interest -3.636 26.239 2.112.479 2.935.159 13.479 13.206 -2.529.365.159 12.642 0 -889.727 -462.163.187 Totaal kasstroom uit operationele activiteiten Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen in materiële vaste activa Desinvestering deelname Technocentrum Kasstroom uit financieringsactiviteiten Aflossing langlopende schulden / lening Dordrecht Mutatie liquide middelen Beginstand liquide middelen Mutatie liquide middelen Eindstand liquide middelen -3.236.064 -2.555 -299.752 523.604.928 31-12-2011 € 429.305 230.768 -482.477 880.163.794 -69.955 -177.048 1.086 .275 1.414 305.327 2.066 1.402 19.274.

000 Bedrag € 1. Specificatie investeringen € € € Gebouwen en terreinen Verbouwingen Terreininrichting Inventaris en apparatuur Audio visuele middelen ICT / IM Inventaris 101.1.000 0 247.2 Verzekerde waarde gebouwen Verzekerde waarde gebouwen 23.393.020.220.578 1.968 11.200 13.311 30.346 6.162 120.a OZB en verzekerde waarde gebouwen en terreinen 113.177.2.3 Inventaris en apparatuur Wagenpark Totaal 13.491 16.880 6.056 6.642 1.024 12.2.924 10.382.572 231.719 1.75 B5 Toelichting op de onderscheiden posten op de balans 1.493 797.527.1.424.625 409.532.723 22. Inventaris en apparatuur wordt afgeschreven binnen 3 – 15 jaar (6.000 Peildatum 01-01-2013 01-01-2013 01-01-2013 01-01-2013 .600 0 742.466 10.000 1.182 725.691 8.000 20.000 1.533 2.751 2.3 %).145 2.775 113.240.2.904 9.000 1.2.33 % – 20 %).a.773.1.5 %).190. 2012 € Boekwaarde 31-12-12 € Afschrijvings percentage % 01-01-2012 01-01-2012 De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven.2.401. Het wagenpark wordt afgeschreven over een periode van 8 jaar (12.318 464.33.583.336.042 742.533 2.042 Werkelijk 2012 Begroting 2012 € 247.2 Activa Materiële vaste activa Aanschafprijs 01-01-12 € 1.3 12.403 742.118.985.a.162 120.131.5 3.1 OZB-waarde gebouwen en terreinen Gebouwen en terreinen Tijdelijke huisvesting d’Overkant Zandlaan 29a Totaal 1.026.600 862.600 862.747 34.837.642 695.547 23.2 1.2 Gebouwen en terreinen Gebouwen Terreinen 19.2.919.578 4.000 826.609.071 8.000 253.046 11.667 11.67-33.880 6.827 1.256.531. 1.67 % .788.396 1.2. Gebouwen en terreinen worden afgeschreven over een periode van 5 tot 30 jaar (3.173.650 10.1 1.189.000 1.555.000 18.000 801. cumulatief € Boekwaarde € Investeringen 2012 € Afschr.509.342.300 2.182.33-20 Afschr.000 98.574 21.846.513 12.2. 1.

586 654.406 -19.7.673 32.9.480 315. Dit saldo is direct opvraagbaar.2 Overige vorderingen Personeel Overige 17.000 13.2 1.5.213 -19.118 5.465 0 2.en girorekeningen Deposito’s 2.7.940 14.079 8.600 156.023.9.863 Uitsplitsing vorderingen 1.097 4.5 1.654.en girorekeningen omvat zowel de tegoeden op betaal.551 642.7.213 14.097 -19.3 Voorzieningen wegens oninbare debiteuren Stand per 1 januari Onttrekking Dotatie -19.498 2.9 1.5.5.5.750 7.206 -4.070 -412 654.084.5.907 18.3 Liquide middelen Kasmiddelen Tegoeden op bank.7.340.1 1.1 1.499 31-12-2011 € 409.8 1.375 1.586 1.261 6.223 -4.248 .375 1.5.213 1.7 1.1 1.248 642. 1.5.088 8.137.9.500 459.071 37.794 15.5.838 0 -4.409 op een zogenaamde Liquidity Management Account.als op direct opvraagbare spaarrekeningen.7 1.5.5.750 8.8 Overlopende activa CHE Transfer Rente Excursies Voorschot Verzekering/onderhoud/abonnementen/contributies Overige overlopende activa 36.Jaarverslag 2012 | Bijlage 4: Jaarrekening 2012 31-12-2012 € 1.7.350 5.365.898 688 18.5 1.5. Van het tegoed op bank.7 1.000.2 1.9 Vorderingen Debiteuren Andere deelnemingen Studenten Overige vorderingen Overlopende activa Af: Voorzieningen wegens oninbare debiteuren 447.727 Toelichting: Liquide middelen Het tegoed op bank.5.5.406 4.223 1.213 39.528.en girorekeningen staat € 5.4 1.1 1.529.272 7.158 230.218 6.116 11.5.

4 Algemene reserve (publiek) Bestemmingsreserve (publiek) Bestemmingsreserve (privaat) Bestemmingsfonds (publiek) 9. Daarna wordt overgegaan tot uitkering van het depot. Waarborgfonds HBO) Bij: Extra faciliteit van de bank -225.011 10.1.1. Dit leidt tot aanvullende baten voor de HBO instelling.035 2. Bestemmingsreserve CHE-Transfer Deze bestemmingsreserve omvat de vrij besteedbare bedragen uit voorgaande jaren.v. Voor de derde lening is hypothecaire zekerheid verschaft.527 aan eigen kapitaal van de hogeschool.169.603 0 1.169.1.5 miljoen gulden) is geborgd door de Stichting Waarborgfonds HBO.817 68.1 Passiva Eigen vermogen Saldo 31-12-11 € Aanpassing stelsel wijziging € -138.083 0 0 0 888. Vermoedelijk wordt in 2013 tot uitkering overgegaan.1 2. Door de vereniging van hogescholen is op 28 april 2012 besloten om de verplichte aansluiting door hogescholen bij het Waarborgfonds met ingang van 1 januari 2013 te beëindigen.293 -2.159.410.750 -225.741 Overige mutaties € 0 0 0 0 0 Saldo 31-12-12 € 9.042.861.N Bedrijfsreserve CHE Transfer Noodfonds 1. verbouw/nieuwbouw per 1-1-2008 Afname 1/30 deel per jaar 745.949 31-12-2011 € 812.603 0 0 0 -138.169.3 2.1. Van deze kredietfaciliteit heeft de Christelijke Hogeschool Ede tot op heden nog geen gebruik gemaakt.890 678.120 -270.549.m. etc.816 Af: Bankgarantie (St.883 Het oorspronkelijke krediet van € 2.883 68.2 2.120 0 10.293 2.380.109 1.241.011 (4.77 31-12-2012 € Kredietfaciliteit Krediet i.067 677.017 verminderd.083 0 346.120 0 10. De hogescholen dienen er voor te zorgen dat vóór 1 januari 2013 alle geborgde leningen zijn afgelost dan wel zijn omgezet in niet door het Waarborgfonds HBO geborgde leningen.256 0 896.432 0 1.718 7.757 226. legaten.037 Toelichting Eigen vermogen: Algemene reserve De algemene reserve bestaat uit de vrij besteedbare bedragen uit voorgaande jaren.037 0 10. Zodra het Waarborgfonds voor geen enkele lening meer borg staat kunnen de overeenkomsten van aansluiting worden opgezegd en kan het fonds worden geliquideerd. In verband met de liquidatie van het Waarborgfonds zijn twee leningen afgelost.319 896. 2. . 2.552 Mutaties Bestemming resultaat € 619. Per kwartaal wordt het krediet met € 17.757.824 0 -273.155 Bestemmingsreserve (privaat) Saldo 01-01-12 € 9. Deze reserve is inclusief een bedrag van € 428.890 745. gevormd door giften.757 226.3. behaald met private activiteiten.067 744.790 -273.1.

704 Langlopende deel > 1 jaar € 92. 2.034 1.976.035 491.406 Aflossingen Saldo 31-12-12 € 0 2.594 100.331.3 4 4 23 Rest.915.655 533.837 3.837 3.000 334. . Voorts dient de hogeschool. zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Stichting Waarborgfonds HBO.422.483.046.Jaarverslag 2012 | Bijlage 4: Jaarrekening 2012 Bestemmingsreserve Noodfonds De reserve Noodfonds is bestemd om voltijdstudenten die in financiële moeilijkheden verkeren en uit anderen hoofde geen aanspraak kunnen maken op toelagen uit het profileringsfonds.613 2.518 491.949 722.116 211.518 2.3.2 Voorzieningen Ontrek Saldo 01-01-12 € 2. De renteherziening is op 1 januari 2015.030 104.561 275.2 4.254 0 254.3 Langlopende schuld aan OCW Liquiditeitsbijdrage 1988 232.000 2. indien zij haar verplichtingen uit de geborgde overeenkomsten niet kan nakomen.268.561 21. Dit fonds is in het verleden gevormd met privaat vermogen.837 6.169 398.085 3.784.000 6.000 722.1 Voorzieningen FPU WW-uitkeringen POB-gelden Jubileumgratificatie Totaal voorzieningen 387. De andere lening bij de ING met een beginsaldo van € 2.629 232.199 102.5. In verband met opheffing van het Waarborgfonds zal deze verplichting waarschijnlijk in 2013 komen te vervallen.338 395.881 per 1 januari 2012 is in 2012 nagenoeg geheel afgelost. Het restant van de lening bij de Gemeente Dordrecht wordt in 2013 volledig afgelost.881 200.268.317 Kortlopende deel < 1 jaar € 50.796 304.507.263 771. geen aan de hogeschool toebehorende registergoederen te vervreemden of met enig recht te bezwaren.786 kingen 2012 € 267.777.293 1.084 395.320 Totaal In verband met de opheffing van het Waarborgfonds HBO is de lening bij de BNG afgelost.629 Lang lopend € 0 2. De lening bij de ING (1) ad.483 0 0 2.042 Dotaties 2012 € 23. Het restant is in januari 2013 afgelost.784.125 608.191 624.3 Langlopende schulden Saldo 01-01-12 € € 968. Ingevolge de gesloten standaardovereenkomst van borgtocht artikel 7.552 2.000 3.050 128.406 232.017. de mogelijkheid te bieden om te kunnen blijven studeren. looptijd in jaren 2.483 Rentevoet € 5.287 100.757 1. een recht van hypotheek aan de Stichting Waarborgfonds HBO te verlenen tot zekerheid van het regresrecht van de Stichting Waarborgfonds HBO.518 heeft een resterende looptijd van 23 jaar.1 Kredietinstellingen BNG ING-bank (1) ING-bank (2) Gemeente Dordrecht 968.030 650.716. € 2.739.2.776 33.511 Saldo 31-12-12 € 143.329 304.915. heeft de Stichting voor Christelijke HBO op gereformeerde grondslag te Ede zich verbonden om.221 97.976.355 0 2.085 131.112 Kort lopend € 0 131.594 100.175 402.

238 4.627 371.7 2.1 2.2a 2.991 36.10.550.044.089.13 Vooruitontvangen college.327 671.276 150.399 8.10. Beide bedragen zijn onder de financiële baten en lasten verantwoord.79 In 2012 is een tweetal leningen vervroegd afgelost.4.853 132.4.136.954 5.228 betaald.017.807 5.964.920 462.10.546 365.783 9.593 Uitsplitsing Overlopende passiva 2.219 9.076 11.10 2.4.9 2.452 328.6 2.en lesgelden Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt Vooruitontvangen subsidies OCW niet-geoormerkt Vooruitontvangen subsidies overig Vakantiegeld en -dagen Accountants. zijn de vooruit ontvangen college.249 94.217 734.077 6.4.267. 31-12-2012 € 2.8.2b 2. Bij de BNG bedroeg deze € 165.8.188 9.738 Toelichting: Overlopende passiva Zoals bij de vorderingen reeds toegelicht is.501 254.969 1.4.740 149.3 2. Bij de ING is een bedrag van € 74.748 18.4.4.4.10.4.10.502 1.7 2.333 33.186 6.10.10.4.7 2.10.5 2.243 1.10.8.8.4.10.430 0 39.10.590 1.503 83.4.8 2.12 2.2c 2.964.8.10.000 55.3 2.4.079 54.4.4.10.932 21.1 2.407 59.10 Kredietinstellingen (kortlopend deel) Crediteuren Belastingen en premies sociale verzekeringen Schulden ter zake van pensioenen Overige kortlopende schulden Overlopende passiva 722.368.054 35. .2 2.4.485 266.629 965.10.8.368.013.241.en administratiekosten Rente/bankkosten Voorontvangen studiemateriaal CHE-Transfer Subsidies Uitkeringslasten UWV Catering Betaalautomaten CHE pas Huur Energie Internationalisering Advisering/inzet externen Gastdocenten/freelancers Overige overlopende passiva 2.526 33.8 2.8.9 2.4.4.938 340.10.en lesgelden van termijnbetalers niet meer opgevoerd per einde van het jaar.8.8.10.4.826 39.6 2.845 903 39.4.10.846 16.724 1.354.5 2.000 930.583 11.4 Kortlopende schulden 31-12-2011 € 2.4.10.11 2.4. Hiervoor is aan de kredietinstelling agio betaald.737 40.641 268.8.8.4.10.1 2.409 89.221.188 2.4.896 264.4.8.

Gas en het PSB-informatiesysteem.110 50. De baten en lasten worden hierna uitgebreider toegelicht. Een aantal van deze contracten is voor onbepaalde tijd afgesloten.000.983 550.881 toewijzing 20-8-2012 toewijzing € 92.093 Te verrekenen € 0 0 0 Kenmerk BEK-10/27658 M toewijzing 1-4-2010 toewijzing € 2. Reproductie. In 2013 zal als gevolg van de opheffing van het HBO Waarborgfonds een bedrag van circa € 300.110 50.941 61.741 en is daarmee € 14.000 1. Elektra.941 Saldo € 61.941 30.190. B8 Toelichting op het exploitatieresultaat Toelichting op het exploitatieresultaat Het exploitatieresultaat in 2012 bedraagt € 346.093 Totale kosten € 499.983 550. .881 31-12-2012 31-12-2012 Kenmerk KM10025 376112-2 toewijzing 18-6-2010 3-11-2011 toewijzing € 499..000 2. De totale waarde van deze contracten bedraagt € 2.822 Lasten in verslagjaar € 30.Jaarverslag 2012 | Bijlage 4: Jaarrekening 2012 Model G Verantwoording subsidies G1 OCV Niet-geoormerkte subsidies Ontvangen Bedrag Datum Omschrijving Opleiden in de School Totaal G2 Subsidies met verrekeningsclausule G2A Aflopend per ultimo verslagjaar Ontvangen Bedrag Datum Omschrijving Identiteit en kwaliteit Lerarenbeurzen 2011-2012 Totaal G2B Doorlopend tot in een volgend verslagjaar Ontvangen Bedrag Datum Omschrijving Lerarenbeurzen 2012-2013 Totaal Kenmerk 475737-1 / 486007-1 92.195 lager dan het begrote resultaat van € 360. Schoonmaak.000. De expiratiedatum van andere contracten varieert van 31 december 2014 tot 31 december 2015.822 Saldo 1-1-2012 € 0 in verslagjaar € 92.uitgekeerd worden aan de CHE.936.000 t/m verslagjaar € 1. Dit zal verantwoord worden als een overige bate.040.093 t/m verslagjaar € 499.941 Totale kosten € 30.000 Presentatie Afgerond? Ja/Nee Nee B6 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen Meerjarige contracten Eind 2012 heeft de CHE zeven meerjarige contracten lopen inzake Catering.De bijbehorende exploitatielast voor 2013 wordt geschat op € 600.110 50.822 0 92.055.822 30.190.000.983 550.040.

010 221.m. oninbaarheid Baten in opdracht van derden Contractonderwijs Overige baten Verhuur Detachering personeel Functiemixgelden Studentgelden Beurzen en subsidies Overige 163.1 3.1 3.313 -1.1.498.290.333 238.506 24.2 Rijksbijdragen Rijksbijdragen OCW/EL&I Overige subsidies OCW/EL&I Uitsplitsing Overige subsidies 24. Het niet doorgaan van de langstudeerdermaatregel heeft mede gevolgen gehad voor de collegegelden: Als gevolg daarvan zijn deze lager uitgevallen dan begroot.v.881 210.232.4.794.278 187.5.2. De baten werk in opdracht van derden (CHE-Transfer) zijn 11% (€ 277.5. De overige baten zijn ongeveer € 513.5.846 458.200 88.009 2.1.260 245.511 426.506 6.230 40.3 3.1.5.943 55.3 Geoormerkte subsidies OCW Niet-geoormerkte subsidies OCW Collegegelden Ontvangen collegegelden Restitutie i.3 3.324 1.6.367.573.757 2.641 30.2.466 3.1 3.295 6.920 88.4 3. De ambities die in de begroting van 2012 zijn gesteld.943 2.1.290. .3 3.456.320 6.2. Oorzaak is het niet doorgaan van de langstudeerder- maatregel en compensatie als gevolg van gestegen werkgeverslasten.304 0 642.000 in verband met functiemixgelden. omdat de gestelde doelen waren bereikt.000 hoger dan begroot.1 3. maar zijn wel op bijna gelijk niveau als 2011 uitgekomen. Baten 2012 € 2011 € 24.295 24.2 3.231 1.6.725.716 -2.707 0 6.669 188.1 3.285 58.250. Toelichting baten: De rijksbijdrage is ca.1 3.1 3.6.81 3.501.3.5 3.426 3.1 3. € 520.282 540. De hiervoor aanwezige kortlopende schuld kon vrijvallen.250. mede door tegenvallende marktomstandigheden.v. Bewijs Betaald Collegegeld (BBC) Afboeking i.2 3.2 3.171 221.000) lager uitgekomen dan begroot.482.234.641 2.3.5.m. Dit wordt vooral veroorzaakt door een eenmalige vrijval van € 458.1.3.689 (*) (*) Vergelijkende cijfers zijn aangepast aan de indeling over 2012.390 -17.5.306 48. zijn helaas niet waargemaakt.000 hoger dan voor 2012 begroot.

P.897 19.2.5 4. Bestebreur Toezichthouders De heer R.2.1 4.1.145 25.2 4.972 538.041.1.1. Robbertsen De heer J.3 Dotaties personele voorzieningen Personeel niet in loondienst Overig 624.0 1.990.330 2.845 2012 FTE 4.123.2 4.1.7 2011 FTE 338.990.3 Brutolonen en salarissen Sociale lasten Pensioenpremies Overige personele lasten 20.1.368 4.789.300 4.109.190.106.C.062 23.0 Vast / interim vast vast Periodiek betaalde beloningen 145.779.786 1.1.A.L.1. Overzicht bezoldigingen Bestuurders Duur arbeidsovereenkomst Ingangsdatum 1-05-03 1-05-11 Omvang 1.087 2.1 4.609 1.201 Bonus/ gratificatie 0 0 Ontvangen pensioen bijdragen 20.b.742 Uitsplitsing Lonen en salarissen 4. Voorham (*) (*) Uitgekeerd aan Leger des Heils 1-01-12 1-01-12 30-11-12 31-12-12 1-01-12 1-01-12 1-01-12 1-01-12 1-01-12 31-12-12 31-12-12 31-12-12 31-12-12 31-12-12 1-01-09 1-01-12 1-01-07 8-04-11 1-01-07 0.200 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 .538.353.1.1.477. Burggraaf De heer E. Dijkgraaf De heer B.0 340.353.848 122.368 25.123.225 1.1 4.1 0.1. Boele De heer A.1 0.1 4.665 2.Jaarverslag 2012 | Bijlage 4: Jaarrekening 2012 4.1 0. Aantal FTE’s per 31 december Personeel in loondienst College van Bestuur 323.2. Lasten 2012 € 2011 € 23.602 1.7 1.845 27.897 2.1.P.087 2.500 5.030 De heer C. Hidding Mevrouw C.789.217 2.835 19.300 5.806.1.a.541 483.977 4.1 vast vast vast vast vast 7.2 Personeelslasten Lonen en salarissen Overige personele lasten 25.276.1.142.1 0.5 2.0 324.609 400.300 5.

4.83 2012 € 4.519 38.000 294.162 1.392 256.5 4.4.104 4.2.322 4.4.076 442.019.010 196.4.596 248.782 240.6 Accreditatie en .908 1.477 180.4.506.444 112.4 Academieontwikkeling 4.641 49.10.4.7 4.831 206.3.4.237 967.967 1.812 306.599 170.037 250.552 1.608 134.7 Huisvestingslasten Huur Inventaris en apparatuur Energie en water Heffingen Overige huisvestingslasten Duurzame waardevermindering Schoonmaakkosten Overige 0 300.453 692.10.000 897.723 2011 € 794.204 232.947.454 110.913 319.276 4.826 489.7 Externe consultants 4.10.4.025 Uitsplitsing Extern advies 4.3 4.736 81.264 0 207.604.5 Juridische advieskosten 4.8 Overige advieskosten 227.en hulpmiddelen Studentenvoorzieningen Tegemoetkoming studerenden Internationalisering Accountantskosten Public Relations Restauratieve voorzieningen Extern advies Onderzoek en innovatie Overige 1.8 4.452 695.950 880.9 4.begeleidingskosten 4.4.10.608 36.4.5 4.4.071 4.1 4.3.967.276.331 46.10.246 198.6 4.4.12 Overige beheerlasten Administratie en beheer Reis.530 142.264 143.276.238.4.000 806.462 6.120 76.1 Begeleiding herhuisvesting 4.2 4.941 269.en verblijfkosten Leer.019.841 1.4 4.4 4.232 43.10.527.2 Afschrijvingen Materiële vaste activa Gebouwen en terreinen Wagenpark Inventaris en apparatuur 625.4.453 39.037 88.095 4.4.091 1.704 198.1 4.4.733 19.4.622 44.722 180.4.4 4.323 23.790 83.3.4.355 1.141 238.3.3 4.3.2 4.396 193.768 246.10 4.2 Architect herhuisvesting 4.11 4.10.3 ICT/IM Projecten 4.155 1.396 (*) .209.777 81.10.4.3 4.741 173.882 4.

187 230. Wat de pensioenlasten betreft. Oorzaak van de hogere kosten zijn ondermeer hogere Sociale lasten en pensioenen ad.1 5.000 en de uitbetaling van vakantiedagen ad. De personele lasten zijn ruim € 1. ondanks een lager aantal FTE’s per ultimo boekjaar. Een bedrag van € 230. Hiervoor is tijdelijk extra capaciteit aangetrokken. zoals reeds toegelicht bij de activa en het Eigen Vermogen.000 minder aan bouwbegeleidingskosten gemaakt.000) dat is betaald in verband met het vervoegd aflossen van twee leningen.000. 5. € 61. Afschrijvingen De afschrijvingen zijn in 2012 lager dan begroot. Hiervoor zijn extra. Tenslotte is van een aantal medewerkers het contract niet verlengd en zijn een aantal contracten beëindigd.000. dit betreft een toegezegde bijdrage regeling waarvan uitvoering verloopt via het ABP.794 -69.093 46.000 hoger dan begroot. dan begroot.000. vooral door de lage kosten van gas.000 betreft ontslagvergoedingen.000 lager dan begroot. Financiële baten en lasten 2012 € 2011 € 305. Daarnaast ruim € 400. ca.555 299.452 Toelichting lasten Personele lasten De personele last als percentage van de totale baten is 78.571 2. Reden hiervan is dat minder is geïnvesteerd dan begroot. . Overige lasten De overige lasten zijn € 770. niet begrote kosten gemaakt ad. water en elektriciteit.768 482. Huisvestingslasten De huisvestingslasten zijn lager dan begroot. € 632.200. € 500.5% (begroot 75.239 5.955 -177. bekostigingscontrole) Overige controle opdrachten Overige advies opdrachten (*) Vergelijkende cijfers zijn aangepast aan de indeling over 2012 2011 € 41.000 toegevoegd aan de Voorziening WW-uitkeringen.7%). Daardoor is een bedrag van ca. Ten opzichte van 2011 zijn de lasten veel lager in verband met de eenmalige last in 2011 als gevolg van de duurzame waardevermindering van Paviljoen Zuid met een bedrag van € 880. Voor een deel is hiervoor compensatie ontvangen via de rijksbijdrage.363 4. Dit komt vooral door een andere aanpak van het project Herhuisvesting. Verder zijn extra inspanningen verricht in verband met accreditaties. Oorzaak is het agio (€ 239.5 Rentebaten Rentebaten (-/-) De financiële baten en lasten zijn negatief.789 2.Jaarverslag 2012 | Bijlage 4: Jaarrekening 2012 2012 € Accountantskosten De accountantskosten kunnen als volgt worden gesplitst: Controle van de jaarrekening (incl.089 0 49. € 511.453 45.

Verantwoordelijkheid van het College van Bestuur Het College van Bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december 2012 en de exploitatierekening over 2012 met de toelichting. waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2012.en regelgeving. alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening. gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Verklaring betreffende de jaarrekening Wij hebben de in bijlage 4.en regelgeving opgenomen bepalingen. Het College van Bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten. lid 3 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en van de redelijkheid van de door het College van Bestuur van de stichting gemaakte schattingen. alsmede voor het opstellen van het jaarverslag. Het College van Bestuur is voorts verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van de relevante wet. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming.   Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede in het kader van de financiële rechtmatigheid voor de naleving van die relevante wet. waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de stichting.en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. Verantwoordelijkheid van de accountant Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. lasten en balansmutaties. Oordeel betreffende de jaarrekening Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op gereformeerde grondslag te Ede per 31 december 2012 en van het resultaat over 2012 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. onderdeel A. B en D opgenomen jaarrekening 2012 van Stichting voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op gereformeerde grondslag te Ede gecontroleerd. beide in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht. als bedoeld in artikel 2.9.85 C Overige gegevens C1 Controleverklaring Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan de Raad van Toezicht van Stichting voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op gereformeerde grondslag te Ede. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden. .

Arnhem. Referentiekader van het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2012.V.en regelgeving opgenomen bepalingen. lid 5 onder e en f van het BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het jaarverslag. Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen Ingevolge artikel 2:393. lasten en balansmutaties over 2012 in alle van materieel belang zijnde aspecten voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. voor zover wij dat kunnen beoordelen. Tevens vermelden wij dat het jaarverslag. overeenkomstig Titel 9 Boek 2 van het BW is opgesteld. lid 4 van het BW. Huizinga RA . zoals vermeld in paragraaf 2.3.S. voor zover wij dat kunnen beoordelen. en of de in artikel 2:392. verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391.Jaarverslag 2012 | Bijlage 4: Jaarrekening 2012 Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten. Tenslotte vermelden wij dat het jaarverslag voldoet aan de in de relevante weten regelgeving opgenomen bepalingen. Was getekend: J. lid 1 onder b tot en met h van het BW vereiste gegevens zijn toegevoegd.2.1. zoals vermeld in paragraaf 2. Dit houdt in dat de bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet.4 Jaarverslag van het onderwijscontroleprotocol OCW/EZ 2012. 26 juni 2013 Deloitte Accountants B.

293 346.87 C2 Gebeurtenissen na balansdatum Er hebben zich na balansdatum geen gebeurtenissen voorgedaan die materiële invloed hebben op de gepresenteerde cijfers over 2012.924 -270. C3 Voorstel bestemming exploitatiesaldo € Bestemmingsvoorstel Exploitatiesaldo Algemene reserve .741 .790 619.bedrijfsreserve Ten laste van de bedrijfsreserve CHE-Transfer Bestemmingsreserve Ten laste van reserve Noodfonds Ten gunste van de algemene reserve -2.

327 0 459.464 Algemene grondslagen voor het opstellen van de FSR 1.176 Afgerond Lopend Lopend 1-11-12 31-10-14 2.nl C.727 231.822 340.665 570. 2.696 396 cjvrijswijk@che. In de kolom mutatie is opgenomen het saldo van het in dat boekjaar toegerekende deel van de bevoorschotting van de toegezegde subsidie verminderd met in het boekjaar gerealiseerde kosten. In de kolom subsidie is de door de subsidiegever maximale toegezegde subsidie opgenomen.000 209. In de kolom stand per 01-01-2012 is opgenomen het saldo van de op het betreffende project tot op dat moment toegerekende deel van de bevoorschotting van de toegekende subsidie. J. verminderd met de gerealiseerde kosten.838.Professioneel ouderschap Looptijd begin Looptijd einde Stand 1-1-2012 € Stand 31-12-2012 € Voorschot € Subsidie Mutaties € Status KM10025 BEK-10/27658M 2012-14-4P 499. van Rijswijk (Controller) 0318 .400 328.354 1-9-10 31-12-12 1-9-09 1-6-15 131.736 0 365. subsidiegever Totaal project budget € Identiteit en Kwaliteit Opleiden in de School RAAK .110 2.826 4.040.000 299.696 300 0318 .748.239 2.Jaarverslag 2012 | Bijlage 4: Jaarrekening 2012 D Bijlagen D1 Gegevens van de rechtspersoon Bestuursnummer Naam instelling Adres Postadres Postcode / Plaats Telefoon Fax E-mail Internetsite Contactpersoon Telefoon Fax E-mail Brin 25 BA 40235 Christelijke Hogeschool Ede Oude Kerkweg 100 Postbus 80 6710 BB EDE 0318 . 3.nl Naam Christelijke Hogeschool Ede Sector HBO D2 FSR Financiële Specificatie Rijkssubsidies (HO) OCW Naam subsidie Projectnr.354 649.501 204.000 209.040.che.nl www.696 300 0318 .129 499. .166 99.689 538.110 2.696 396 info@che.221 302.

010.330 (*) Inclusief een bedrag van € 6. 3. € 4. Eventueel met de subsidiegever overeengekomen op basis van verdeelsleutels toe te rekenen overige kosten.865 (*) 536 279 9. De cofinanciering van project 2012-14-4P is niet verwerkt in de mutaties zoals opgenomen in het FSR-overzicht. Boele Tijdvak Representatiekosten Reiskosten binnenland Reiskosten buitenland Overige kosten Totaal 01-01 t/m 30-11 1. Specifieke toelichting: De kostentoerekening voor de loonkosten voor het project 2012-14-4P van de Stichting Innovatie Alliantie is op basis van de directe personele kosten plus een forfaitaire opslag van 25%.774 367 0 28 2.650 6.300 zijn er gedurende het boekjaar 2012 geen kosten gemaakt. 5. Van de verantwoorde subsidie in 2012 ad. 2. De Christelijke Hogeschool Ede heeft het voornemen de vereiste cofinanciering van 30% de komende jaren te realiseren. Eventueel direct toerekenbare out of pocket kosten. Inzake het budget voor overige materiële kosten ad. € 15. D3 Declaraties en onkostenvergoedingen College van Bestuur C. In de kolom stand 31-12-2012 is opgenomen het saldo van de op het betreffend project tot op dat moment toegerekende deel van de bevoorschotting van de toegekende subsidie verminderd met de gerealiseerde kosten.745 ten gunste van de Christelijke Hogeschool Ede en een bedrag van € 944 ten gunste van de externe kennistoeleveranciers. Inzake de kennistoeleveranciers is het uurtarief gehanteerd dat bij de betreffende consortiumpartner gebruikelijk is. 5.169 A. Bestebreur 01-01 t/m 31-12 1. 4. In de kolom voorschot staat het totale bedrag aan voorschotten dat gedurende het boekjaar is ontvangen op de toegezegde subsidie.698 in verband met OV jaarkaart (reiskosten woning-werk) .89 4.689 komt een bedrag van € 3. Eventueel met de subsidiegever overeengekomen opslag(en) voor indirecte kosten. Kosten extern personeel op basis van de op het betreffende project verantwoorde uren vermenigvuldigd met de voor het betreffende project op basis van de subsidieregelgeving geldende richtlijnen voor externe uurtarieven per medewerker.P. In 2012 is een cofinanciering gerealiseerd voor een bedrag van € 2. De kosten die worden toegerekend aan de individuele projecten bestaan uit: 1. Kosten eigen personeel op basis van de op het betreffende project verantwoorde uren vermenigvuldigd met de voor het betreffende project op basis van de subsidieregelgeving geldende uurtarieven per medewerker.

921 47.7% 66.556 14.252.878 -270.625 0 2. .660 0 0 87.471 -8.004 1.717 109.966 94.347.648 152.538 0 0 296.630 32.7% 136.6% 485.960 94.989 -54.137 12.5% 1. Behaald negatief resultaat komt volledig ten laste van de eigen transferreserve.839 321.648 0 0 178.092 26. € Theologie € Totaal € ** .159.373.144 0 0 37.301185.144 79.225 1.301 23.625 0 468.153 373.225178.293 -11.617.246 178.618 6.900 32.293 2011 € 2.9252.Jaarverslag 2012 | Bijlage 4: Jaarrekening 2012 E Diversen E1 Overzicht resultaat units CHE-Transfer Resultaat CHE-Transfer 2012 € Totaal baten Totaal lasten 2.585 2.538 260.051.279.369 -42.0% 184.887 296.932 37.585 2.Van het positieve resultaat per transferunit komt 10% ten gunste van de algemene reserve transfer.591 601.649 -47.718 Gezondheidszorg € Educatie € Sociale Studies € Mens & Organisatie € Journal.878 -270.525 133.269 190.225 -113.471 376.2% 231.293888.4% 318.347 2.201 87.388.347.660 135.401 36.70142.523 264.279.508 Overzicht resultaat units CHE-Transfer Algemeen € Baten Contractonderwijs Subsidies Overige baten Baten Lasten Resultaat Rentabiliteit Stand reserve 01/01/12 Resultaat 2012 ** Saldo reserve 31/12/12 0 0 0 0 0 0 0.98918.011 270. & Comm.301 -28.892 -133.004 0 0 1.475 -109.617.9% 8.

91 .