You are on page 1of 3

Reflecteren en waarderen

Bij deze de opdrachten voor de module ‘reflecteren en waarderen’: onderdeel 1, 2 en 3 doe je in groepje. Onderdeel 4 doe je alleen.

1. Sport en de Bijbel
Om te gaan kijken wat de Bijbel zegt over sport is het goed om een paar ‘stappen’ te volgen om op die manier een Bijbels antwoord te geven. Nu is het kijken naar sport vanuit de Bijbel een ethisch onderwerp. Deze stappen die je neemt worden bij ons op school dan ook aangeleerd bij het onderdeel ‘ethiek’ van het Godsdienst. Je leert niet alle stappen, omdat je ze nu niet allemaal nodig hebt. Het is de bedoeling dat je twee keer de stappen volgt om de volgende twee ‘probleemstellingen’ te beantwoorden: - Is het goed of kwaad volgens de Bijbel om aan topsport te doen? - Is het goed of kwaad volgens de Bijbel om in je vrije tijd te sporten? Je ziet dat de vragen erg dichtbij elkaar liggen, toch moet je ze apart van elkaar beantwoorden om daarna de antwoorden te gaan vergelijken. Volg de onderstaande stappen en vermeld steeds het ‘antwoord’ in je verslag.  geschikte informatie verzamelen a. Hierbij moet je op zoek naar wat andere christenen over jullie onderwerpen hebben geschreven. Zoek daarvoor bijvoorbeeld op internet. Zorg ervoor dat je gericht informatie zoekt. b. Als je de informatie gevonden hebt moet je deze goed doorlezen. Neem daarna in eigen woorden over wat deze schrijver zegt. Dit moet je plaatsen in je verslag. 2. Zoek op wat de Bijbel zegt over jullie onderwerp. Hierbij moet je de volgende stappen gaan nemen: - Zoek in de Bijbel op woorden die te maken hebben met sporten. - Zoek in de tien geboden op woorden of dingen die te maken hebben met sporten (denk aan: zorg voor je lichaam, zondagsrust etc). Probeer zoveel als mogelijk is onderscheid te maken tussen de twee probleemstellingen.  Zoek in de catechismus de zondagen over de tien geboden op. Kijk of je bij de geboden die je bij de vorige stap gevonden hebt nog meer informatie en Bijbelteksten kan vinden die te maken hebben met je probleemstelling.  Ga antwoord geven op je probleemstellingen. Doe dit door voor een tegenargumenten tegen over elkaar te zetten en dan ‘af te wegen’ wat het belangrijkste is.  Vergelijk de antwoorden van de twee verschillende probleemstellingen. Welke overeenkomsten zie je en welke verschillen? Hoe zou je de overeenkomsten en verschillen kunnen verklaren?

2. Wat zegt de Bijbel over ‘mensverheerlijking’?
In de onze samenleving wordt er heel veel aandacht gegeven aan goede sporters en hun resultaten. Soms lijkt dat bijna op het gelijk stellen van mensen aan God. Probeer aan de hand van de Bijbel een mening hierover te vormen. Voer de volgende stappen uit:  Zoek in de Bijbel twee gebeurtenisen op waar het gaat over het ‘verheerlijken van mensen’. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de geschiedenis van Nebukadnezar, Paulus en Barnabas in Lystre of andere gedeelten.  Welke vergelijking kan je trekken tussen het verheerlijken van mensen en het (in extreme mate) volgen van topsporters door veel van jouw leeftijdsgenoten (en misschien ook wel door jou)?  Als we de vergelijking van ‘b’ aanhouden, hoe moeten we dan hiermee omgaan? Denk ook aan de LEGS van No Apologies. Vooral de E en G zijn belangrijk.

3. Sport; de afsluiting
Je hebt ondertussen heel wat nagedacht over sport. Je weet hoe het in onze maatschappij leeft, je weet de lichamelijke kant ervan en ook over een Bijbelse visie kan je al heel wat zeggen. Verwerk de volgende stappen tot een product. Je mag kiezen uit de volgende producten: - een Prezi (presentatie voor een Jeugdvereniging (als je voor een Prezi kiest moet je (omdat je op een goede Prezi niet te veel tekst plaatst) de tekst die je anders bij een presentatie zou vertellen uittypen en inleveren.) - een jongerenbijlage bij het Reformatorisch Dagblad - een informatieboekje voor een Jeugdvereniging over dit onderwerp - … (als je zelf een goed idee hebt, overleg dat dan met de docent) Voer de volgende stappen uit: a. Zoek een gedeelte in de Bijbel op waarbij een vergelijking van het geloof met sport wordt genoemd (denk aan bijvoorbeeld aan 2 Timotheüs 4, Hebreën 12:1-13 of 1 Korinthe 9). Verwerk dit tot een intro van je product. b. Verwerk de informatie die je bij de opdrachten van alle lessen (dus ook de lessen van NWN en BNC) gevonden hebt. Houd er rekening mee dat je het voor leeftijdsgenoten moet doen en dus geen moeilijke woorden moet gebruiken. Probeer kort van elke opdracht die je gedaan hebt een samenvatting of conclusie te verwoorden. Verdeel alles in hoofdstukken en paragrafen. Betrek ook de LEGS (denk aan No Apologies) en wat die met het onderwerp te maken hebben in je product. c. Bedenk drie goede stellingen die over dit onderwerp gaan en plaats ook die op/in je product. d. Sluit af met een conclusie (wat heb je geleerd, en wat wil je anderen meegeven over dit onderwerp). Let op de volgende aandachtspunten: a. Maak in je product onderscheid tussen topsport en sport als vrijetijdsbesteding.

b. Zorg ervoor dat alles er netjes uitziet, houdt daarbij rekening met de vormgeving (als je voor een Prezi kiest moet je (omdat je op een goede Prezi niet te veel tekst plaatst) de tekst die je anders bij een presentatie zou vertellen uittypen en inleveren.

4. Christenen en sport.
Wat kunnen we in het christelijk geloof wél doen met sport? In de Bijbel wordt sport meerdere keren als een beeld om de christenen op te roepen te geloven en te volharden (zie bijv. 1 Korinthe 9:24-25 of Hebreën 12:1). Schrijf een column voor één van de navolgende doelgroepen. In je column moet je iets weergeven van wat je geleerd hebt over dit onderwerp. Probeer vooral te formuleren welke kanten van de sport wel acceptabel zijn voor een christen en wat we daar als christen van kunnen leren en welke kanten niet. Leg uit hoe je vanuit het idee van je LEGS (denk aan No Apologies) om moet gaat met sport. Je schrijft de column als christen. Houd rekening met je doelgroep als het gaat over woordkeuze etc. De column moet ongeveer 20 regels lang zijn. Een column is niet altijd evenwichtig (geeft niet altijd de voor en tegenargumenten weer) maar laat vooral jouw mening zien. Voor alle duidelijkheid: je doet dit onderdeel zelfstandig. Mogelijke doelgroepen: - Telegraaf - sportbijlage van de PZC - het kerkelijk nieuws van jouw gemeente.

De Beoordeling
Je krijgt voor deze module 2 cijfers die elk twee keer meetellen. Het eerste cijfer krijg je voor onderdeel 1, 2 en 4 waarbij de verdeling als volgt is: Onderdeel 1: 25 punten (3 punten voor elk van de eerste drie stappen. En 8 punten voor stap 4 en 5). Onderdeel 2: 15 punten (5 punten voor elk van de drie stappen). Onderdeel 4: 45 punten (je wordt beoordeeld op inhoud en kwaliteit van je product). Werkhouding: 15 punten Het tweede cijfer krijg je voor onderdeel 3. Dat wordt als volgt beoordeeld: Onderdeel a: 15 punten Onderdeel b: 35 punten Onderdeel c: 5 punten Onderdeel d: 15 punten Lay-out: 15 punten Werkhouding: 15 punten