EhB!

magazine

Magazine van de Erasmushogeschool Brussel - verschijnt tweemaal

per jaar - oktober 2009

03

Ann Van Leeuw & Karen Strobbe doceerden in het buitenland Werken en leren: EhB lanceert 8 werktrajecten De nieuwe departementshoofden stellen zich voor Intergenerationeel project van de opleiding lager onderwijs

Prille vakkennis en idealisme verbeteren de wereld

EhB!
beleid | onderzoek | onderwijs | buitenland |

magazine 03 | oktober 2009
Interview met algemeen directeur Luc Van de Velde

Strategisch beleidsplanningsproces

| 4

Interview met Eva De Wachter

Onderzoek naar schoolspeelplaatsen | 6 in Brussel EhB lanceert 8 werktrajecten
Véronique Vandenbossche over werken en leren

| 8

Interview met Ann Van Leeuw & Karen Strobbe

Doceren in het buitenland

| 10

kort nieuws | onderwijs |

Aanbod voor laatstejaarsstudenten secundair onderwijs

Korte berichten uit de EhB De EhB nodigt uit

| 12 | 13

beleid | buitenland |

Samya Ouhab & Valerie Brogniez over hun project in Senegal

Nieuwe departementshoofden stellen zich voor Prille vakkenis en idealisme verbeteren de wereld Intergenerationeel project van opleiding lager onderwijs

| 14 | 17

onderwijs |

| 18

studentenvoorzieningen |

Interview met Mark Runacres & Tim De Troyer

Luchtvaarttechnologie experimenteert | 20 met onbemand vliegtuigje | 22 | 23

voorzieningen | RITS café opent de deuren Brussel bruist | Magritte heeft eindelijk zijn museum

Colofon Verantwoordelijk uitgever: Luc Van de Velde, Nijverheidskaai 170, 1070 Brussel, www.ehb.be | Contact: ehbmagazine@ehb.be | Redactieteam: Dorien Brouwer, Bart Deseyn, Valéry De Smet, Stijn Janssen | Vormgeving: Sven Versmissen | Fotografie: Bart Deseyn, tenzij anders vermeld | Tekstredactie, fotografie, vormgeving & opmaak: Bonsai publicatiebureau | EhB!magazine wordt verspreid onder de studenten, personeelsleden en relaties van de Erasmushogeschool Brussel.

EhB!magazine 03| 3

EhB!
beleid

Strategisch beleidsplanningsproces op kruissnelheid
Na een intensieve voorbereiding worden bij het begin van het nieuwe academiejaar met de JAP's – de Jaar Aktie Plannen - van de zes departementen de eerste stappen gezet om het strategische beleidsplan voor de EhB in de praktijk om te zetten. “We moeten niet alleen het credo ‘groei’ met woorden belijden maar ook met daden”, zegt algemeen directeur en gangmaker van het strategisch denken van de EhB, Luc Van de Velde.

Een must
“Strategisch denken en beleidvoeren is vandaag een must voor elke moderne organisatie”, stelt Luc Van de Velde. “Voor de EhB is het van levensbelang." Overmorgen worden we gevisiteerd volgens een nieuwe procedure die gekenmerkt is door opleidings- en instellingsvisitaties en -accreditaties. Willen we tegen 2013 beantwoorden aan de eisen van dit vernieuwde stelsel dan is een instellingsbrede, kwaliteitsvolle aanpak noodzakelijk.

bedoeling om met deze strategische beleidsplanning op een coherente en gecoördineerde manier een visie te ontwikkelen en te implementeren. Dit moet ertoe leiden dat de neuzen in dezelfde richting gaan staan. De winst aan energie moeten we gebruiken om de EhB zowel intern als extern op een meer effectieve en efficiënte manier te organiseren en profileren.”

Het credo groei
Aan de opmaak van het strategische beleidsplan ging een jaar van intensieve voorbereiding vooraf. “Naast de doorlichting was het vastleggen door de Raad van Bestuur van 11 strategische doelstellingen de start voor het uitwerken van het strategisch beleidsplan voor de periode 2009-2013”, zegt Luc Van de Velde. “Het hoofdobjectief doorheen deze strategische doelstellingen is het element groei, dat geldt voor alle aspecten van de organisatie. Aan die groei zijn vier aspecten verbonden: meer studenten, meer kwaliteit, meer inkomsten en minder uitgaven.”

Verevening
Bovendien zit de EhB ook met het financiële probleem van de verevening, zijnde een tijdelijke gegarandeerde minimumfinanciering. Om een solidere financiële basis uit te bouwen, moeten we ons beter organiseren en profileren om te groeien in kwaliteit, in grootte en inzake inkomsten.”

Neuzen in dezelfde richting
Voor de EhB is het implementeren van een strategisch beleidsplan op alle niveaus en in alle geledingen van de organisatie op zich al een innovatief gebeuren. “In huis waren we dit niet gewoon”, stelt Luc Van de Velde. “We hadden een traditie waarbij iedereen met de beste bedoelingen zich inzette maar een strategisch plan, een gecoördineerd beleid naar de toekomst ontbrak. Het is nu de

Streefcijfers
De 11 doelstellingen werden vertaald in substrategische doelstellingen en later verder geconcretiseerd in indicatoren en streefcijfers. “In alle plannen die door de zes departementen en de centrale diensten zijn opgemaakt, mag het credo groei niet alleen

4 | EhB!magazine 03

EhB!
beleid

met woorden beleden worden maar moet het ook in daden en in de praktijk worden omgezet. Met hun strategische beleidscel hebben de departementen, gedurende zes maanden, de algemene strategische doelstellingen vertaald in JAP's met eigen, specifieke ambities en prioritaire doelstellingen. Die doelstellingen zijn bovendien SMART, dat wil zeggen: specifiek, meetbaar, attractief en tijdsgebonden.”

Extra druk
Het beleidsplanningsproces legt onmiskenbaar een extra druk op de organisatie. “Maar iedereen begrijpt dat de vreselijke concurrentiële context waarmee we te maken hebben dit noodzakelijk maakt”, stelt Luc Van de Velde.

Kwaliteitscultuur
“We moeten ons op een professionele manier gaan organiseren en dit veronderstelt een mentaliteitsomslag naar een kwaliteitscultuur. We willen deze realiseren met de grootste transparantie maar ook met de grootste betrokkenheid van de bestuursorganen en alle personeelsleden. We willen iedereen die in dit huis rondloopt deel laten uitmaken van een kwaliteitscultuur waarvan de volledige organisatie doordrongen moet zijn. Finaal is het de ambitie van dit project dat de EhB niet alleen groeit in studenten maar ook in arbeidsvreugde van de mensen die hier werken. Het zal onze hogeschool ook meer zuurstof bezorgen.”

Concrete resultaten
Luc Van de Velde wil al tegen het einde van volgend academiejaar op het terrein de eerste concrete resultaten zien. “Onze ambitie is een toename van het aantal studenten tout court maar ook bijvoorbeeld een toename van het aanbod aan contractonderwijs of op-maatonderwijs” stelt Luc Van de Velde. “Meer bedrijven moeten ons weten te vinden om cursussen op maat te organiseren. Ook het projectmatige wetenschappelijke onderzoek moet in volume en belang toenemen. Onderzoek en dienstverlening zijn echter niet alleen financieel interessant, maar ze brengen ook nieuwe inzichten en knowhow in de instelling. De departementen zijn zich hier meer en meer bewust van geworden. Nu al is het potentieel aan knowhow en deskundigheid in deze zeer hoog. Vandaag wordt dan ook, veel meer dan vroeger, de nadruk gelegd op het potentieel en mogelijkheden aan onderzoek of aan maatschappelijke dienstverlening. Het zelfvertrouwen heeft met dit proces zeker een boost gekregen.”

Permanente cyclus
Het werken met jaaractieplannen is geen eenmalige operatie maar moet worden gezien als een permanente cyclus van eerst plannen, dan uitvoeren, vervolgens controleren, evalueren en bijsturen om finaal opnieuw acties op te zetten; de PDCA-cyclus. “We zijn met een proces gestart dat niet mag stoppen”, stelt Luc Van de Velde. “De departementen zullen jaarlijks hun bereikte resultaten moeten

rapporteren aan de bestuursorganen. Nadien wordt er – in lijn met de PDCA-cyclus – geëvalueerd en bijgestuurd. De JAP's voor het academiejaar 2009-2010 liggen nu klaar en zullen – tegen de achtergrond van de strategische doelstellingen – dus op het einde van het academiejaar worden geëvalueerd, bijgestuurd en vernieuwd. De departementen zijn de belangrijkste actoren in dit veranderingsproces. Samen met centrale diensten moeten ze de nadruk leggen op een systeem van integrale kwaliteitszorg (IKZ) waar kwaliteit niet alleen geldt voor het onderwijs maar evenzeer voor onderzoek, financiën en het personeelsbeleid. Ook voor mezelf wordt het verder implementeren van IKZ één van de voornaamste prioriteiten. Ik ben er van overtuigd dat we met z’n allen binnen de EhB dit proces succesvol zullen doorlopen. Ik vertrouw hierbij op de inzet van alle personeelsleden.”

EhB!magazine 03| 5

EhB!
onderzoek

Onderzoek naar schoolspeelplaatsen in Brussel

Landschaps- en tuinarchitecten, kleuterleiders en onderwijzers in spe ontwerpen de ideale speelplaats.

De lerarenopleiding en de opleiding landschaps- en tuinarchitectuur van de EhB voeren samen onderzoek naar de toestand van de schoolspeelplaatsen in de Brusselse lagere scholen. “Het onderwerp speelplaats kan perfect in beide opleidingen pedagogisch ingepast worden”, zegt projectverantwoordelijke Eva De Wachter.

Twee jaar geleden verhuisde de opleiding landschaps- en tuinarchitectuur (LTA) van Vilvoorde naar de EhB-campus in Jette. Hier delen ze de infrastructuur samen met de lerarenopleiding en de opleidingen in gezondheidszorg.

Speelplaatsen
“Iedere opleiding zit er op zijn eigen eiland”, zegt Eva De Wachter, docente landschaps- en tuinarchitectuur. “Daarom ook hebben we dit PWO - projectmatig wetenschappelijk onderzoek – over speelplaatsen aangegrepen om de studenten met mekaar in

contact te brengen. Een PWO moet trouwens verplicht een gezamenlijk project zijn van twee verschillende opleidingen. Vanuit LTA zochten we naar een project dat we op een pedagogische manier in verschillende opleidingen konden inpassen. Met de lerarenopleiding was dat onderwerp, speelplaatsen, snel gevonden. Wanneer aan een tuinarchitect wordt gevraagd om een speelplaats te ontwerpen, ligt het voor de hand dat die daarvoor te rade gaat bij leraren die een speelplaats gebruiken. Bij de lerarenopleiding zag men het onderwerp onmiddellijk zitten, vooral omdat het mogelijkheden gaf om het onderwerp heel praktisch in beide opleidingen te integreren.”

6 | EhB!magazine 03

EhB!
onderzoek

Analyse
Als eerste kennismaking met het onderzoeksonderwerp werd dit academiejaar begonnen met een enquête bij 200 kleuter- en lagere scholen van het Nederlandstalige onderwijs in Brussel en de Brusselse rand. “We opteren voor stadsscholen omdat die stedelijke omgeving met beperkte ruimte ook specifieke problemen met zich meebrengt voor de speelplaatsen”, zegt Eva De Wachter. “Om de respons op onze enquête te vergroten, hebben we er een worteltje voorgehangen. Onder de scholen die meewerkten werden er 20 uitgekozen waarvoor onze laatstejaars LTA een ontwerp gaan maken. Ze gaan er de ideale speelplaats voor ontwerpen. Op onze enquête hebben 52 scholen gereageerd. Dat was een echte meevaller. We beschikken nu over representatief cijfermateriaal over de speelplaatsen: hoe groot ze zijn, welke vorm ze hebben, of er groen aanwezig is, hoeveel leerlingen ze moeten gebruiken en zo meer. Bovendien hebben we bij de bevraging ook al gepolst naar de tevredenheid over de speelplaats:”

leiding interviews gaan afnemen van de gebruikers, de directie, de leerkrachten en kinderen. De resultaten van deze gezamenlijke gebruikers- en ruimtelijke analyse hebben ze dan aan de docenten gepresenteerd, samen met een eerste voorstel om oplossingen aan te bieden. Daarmee zijn we voorlopig aan het einde van dit academiejaar beland.”

Conclusies.
De eerste onderzoeksresultaten zijn niet echt verrassend. “Uit de enquête blijkt dat de grootste problemen voortspruiten uit een gebrek aan plaats en onvoldoende groen”, zegt Eva De Wachter. “Dat resultaat hadden we ook verwacht. Het merendeel spreekt over een mistroostige omgeving. Maar toch is het minder erg dan we ons hadden voorgesteld. We stelden ons allemaal betonnen bunkers voor, langs vier kanten ommuurd en helemaal betegeld. Maar er zijn ook speelplaatsen met groene en open ruimten. Alleen worden die dan weer niet actief gebruikt door de kinderen.”

Observeren
De eerstejaars lerarenopleiding voerden op de 20 geselecteerde speelplaatsen gedurende een halve dag een observatieopdracht uit. “De kinderen werden eerst met stickers gemarkeerd volgens leeftijdsgroepen” licht Eva De Wachter toe. “Zo kregen we er zicht op wáár de kinderen op de speelplaats speelden en met welke spelletjes ze zich amuseerden. Andere observatieopdrachten waren onder meer wat er gebeurde als de bel ging en of de speelplaats ook tijdens de lesuren gebruikt werd, zoals bijvoorbeeld voor de turnles. De resultaten van die observaties hebben de studenten later gepresenteerd aan hun collega’s eerstejaars landschaps- en tuinarchitectuur. Voor hen was dat de start van hun deelname aan het onderzoeksproject. Het was meteen ook een eerste kennismaking tussen de twee groepen studenten.”

Specialisten
Het onderzoek naar een betere speelplaats wordt volgend academiejaar intensief verdergezet in beide opleidingen. “We gaan dan de analysedossiers van de 20 scholen voorschotelen aan de derdejaarsstudenten landschaps- en tuinarchitectuur”, zegt Eva De Wachter. “die studenten gaan voor elke speelplaats een ontwerp maken. Maar we willen hen niet onvoorbereid de jungle insturen. We gaan hun specifieke items aanreiken waarmee ze rekening moeten houden, zoals actief groengebruik, veiligheid, kindvriendelijke aanplantingen of valbestendige materialen. Rond die items wordt in november met vakspecialisten een studiedag gehouden waarop studenten van beide opleidingen en alle Brusselse scholen uitgenodigd worden.”

Gemengde groep
In een derde fase werden er gemengde groepjes van beide opleidingen opnieuw naar de scholen gestuurd. “De studenten landschaps- en tuinarchitectuur kregen de opdracht een ruimtelijke analyse te maken van de speelplaats”, vertelt Eva De Wachter. “Welke materialen zijn er gebruikt? Hoe is de ruimte ingedeeld? Is er groen aanwezig? Tegelijkertijd zijn de studenten lerarenop-

Handleiding
Het eindproduct van het PWO moet een algemene handleiding worden voor een betere speelplaats in een stedelijke omgeving. “Het moet een handleiding met vooral veel praktische voorbeelden worden”, zegt Eva De Wachter. “Ze zal niet alleen door toekomstige speelplaatsontwerpers gebruikt kunnen worden maar ook door scholen zelf.”

Flexopleiding: groot succes! De opleiding landschaps- en tuinarchitectuur kende drie jaar geleden een opmerkelijke remonte”, zegt Eva De Wachter. “We hebben een flexopleiding ingericht waarbij de volledige bacheloropleiding wordt gegeven op donderdagavond en vrijdag gespreid over 4 jaar ipv 3. Die flexopleiding kwam er op vraag van mensen die in een totaal andere branche werkten maar sterk geïnteresseerd waren in een opleiding tuin en landschap. Met de flexopleiding kan je op een flexibele manier je diploma als werkstudent behalen. De studie blijft wel zwaar en is niet eenvoudig te combineren met een fulltimejob. Onze werkstudenten zijn echter ongelooflijk gemotiveerd. Dit jaar hebben we de eerste 11 afgestudeerden. Velen komen terecht bij grote ontwerpbureaus, gaan werken voor de overheid bij groen- en milieudiensten of vestigen zich als zelfstandige tuinarchitecten.” U leest meer over de verschillende werktrajecten van de EhB op de volgende pagina’s.

EhB!magazine 03| 7

EhB!
onderwijs

EhB lanceert 8 werktrajecten
“We willen succesverhalen.”

Steeds meer mensen wagen de grote stap om naast hun werk nog verder te gaan studeren. EhB speelt hierop in en organiseert dit jaar maar liefst 8 werktrajecten waarbij werken en studeren flexibel kunnen worden gecombineerd. “Werktrajecten zijn een totaal andere manier van onderwijs volgen”, zegt Véronique Vandenbossche, verantwoordelijke voor de werktrajecten.

“Er zijn heel veel verhalen van mensen die willen bijstuderen, vooral in de sector van de verpleegkunde en het onderwijs”, zegt Véronique Vandenbossche. “Daarom hebben we voor volgend academiejaar 8 werktrajecten ontwikkeld. Maar er is ook de stimulans vanuit de overheid. Sinds het nieuwe financieringsdecreet 2008 worden werktrajecten meer gefinancierd. Daartegenover staat dat we ook meer inspanningen moeten leveren. Zo moeten we ervoor zorgen dat het contactonderwijs op specifieke momenten wordt georganiseerd zodat werken en studeren mogelijk is of dat cursussen interactief kunnen geraadpleegd worden. Eigenlijk moet heel ons lesmateriaal herbekeken worden en dat is geen geringe investering.” Klopt het dat werktrajecten vooral ‘s avonds plaatsvinden? Véronique Vandenbossche: Neen, we hebben al eens navraag gedaan bij de werkstudenten en avondonderwijs is niet echt waar zij op zitten te wachten. De meesten hebben ook een gezin. Voor de meeste werktrajecten wordt nog gekozen om een paar lesmomenten overdag te organiseren. De werkstudenten kunnen dan aansluiten bij de gewone studenten of krijgen op één dag of twee halve dagen in de week geconcentreerd les. Vormen de werkstudenten geen eiland binnen de EhB? Véronique Vandenbossche: Ze vormen zeker een aparte groep. Deze mensen zitten niet te wachten op een studentenleven. Ze

zijn meer uit op onderlinge contacten: het uitwisselen van praktische tips om werk en leren te combineren. Dat is veel belangrijker dan het studentikoze. Vroeger kreeg je als werkstudent je cursussen mee en stond je er alleen voor. Vandaag helpen studenten mekaar. Omdat ze minder contactmomenten hebben met docenten moeten ze ook op een andere manier hun vragen kunnen stellen. We willen in de toekomst meer en meer steunen op Dokeos: ons digitaal platform voor afstandsonderwijs. Dat is een forum voor studenten, docenten en de administratie waarop je de agenda kan raadplegen, taken opvragen, digitale cursussen raadplegen en zo meer. Onze dienst voor onderwijsvernieuwing is onze docenten aan het bijscholen om alle mogelijkheden van dit platform ten volle te benutten. We gaan dit stapje per stapje doen en geleidelijk extra tools aanbieden. Blended learning wordt het genoemd: een combinatie van contactonderwijs en afstandsonderwijs. Na verloop van tijd zal de verhouding afstands- versus regulier onderwijs voor de werkstudenten wellicht meer naar het afstandsonderwijs evolueren. Het inrichten van werktrajecten is allicht een hele opgave voor een school die voornamelijk gericht is op dagonderwijs? Véronique Vandenbossche: Het is een heel andere manier van onderwijs aanbieden. Dit jaar handelde onze jaarlijkse ‘dag van de onderwijsvernieuwing’ over het afstandsonderwijs. Er waren twee belangrijke conclusies. Zo mag je de studenten niet zomaar met

8 | EhB!magazine 03

EhB!
onderwijs
De 8 werktrajecten: • Bachelor in het kleuteronderwijs • Bachelor in het lager onderwijs • Bachelor in de verpleegkunde • Bachelor in het sociaal werk • Bachelor in de landschaps- en tuinarchitectuur • Master in de stedenbouw • Bachelor in de industriële wetenschappen • Bachelor in de toegepaste informatica http://www.erasmushogeschool.be/werken-en-studeren hun cursussen het bos in sturen want dan haken ze af. Je moet ze opvolgen via contactmomenten en zorgen dat ze mee zijn. De andere conclusie was dat je onderwijsconcept helemaal verandert. Je moet je cursussen helemaal herbekijken in functie van een werkend volwassenenpubliek. Wat is nu de essentie; welke competenties ontbreken nog bij de werkstudenten? Je moet het helemaal herdenken. Een docent vertelt tijdens zijn lessen wel eens een grapje. Hoe kunnen we die droge stof op internet ook leuk maken zodat de studenten zin krijgen om achter hun pc te kruipen. Elke docent zal zich erin moeten inpassen. Het grote doel bestaat erin dat we op het einde van de rit dezelfde competenties verkrijgen bij werkstudenten die cursussen in afstandsonderwijs volgen als bij die van het dagonderwijs. Kan iedereen aan een werktraject beginnen? Véronique Vandenbossche: Ja, in sommige gevallen is het zelfs mogelijk om de opleiding te starten zonder over een diploma secundair onderwijs te beschikken. Deze studenten moeten dan wel aantonen dat ze het studieniveau secundair onderwijs hebben bereikt door een toets van algemeen niveau af te leggen bij SELOR. Er wordt ook een intakegesprek gevoerd door de opleiding waarbij gepolst wordt naar onder meer hun motivatie. We hebben twee visies op werktrajecten. Je kan er ofwel je eerste hoger onderwijsdiploma mee behalen of je kan heroriënteren vanuit je opleiding of baan en via een verkort programma een bijkomend hoger onderwijsdiploma behalen. Als werkende terug gaan studeren ligt niet voor de hand? Véronique Vandenbossche: Het schrikt zeker af. De omgeving, vaak het gezin of de vrienden, moeten ook stimuleren en zijn vaak bepalend om de stap te durven zetten. Ook de werkgever moet meehelpen. Soms wil die geen educatief verlof geven terwijl dat allemaal wettelijk geregeld is. We merken wel dat de geïnteresseerden vaak zeer gemotiveerd zijn. Mensen die al gestudeerd of gewerkt hebben, nemen veel meer het heft in eigen handen en hebben minder begeleiding nodig. Werktrajecten zijn voor onderwijsinstellingen een manier om nieuwe studenten aan te trekken? Véronique Vandenbossche: Dat is het zeker. Maar we willen geen gigantische instroom van 200 werkstudenten waarvan er uiteindelijk maar tien slagen. Veel liever 20 waarvan er toch 15 slagen. We hopen zoveel mogelijk gemotiveerde mensen aan te trekken die weten waar ze aan beginnen. Vandaar ook de grondige intakeprocedure en begeleiding die we organiseren. We kiezen daarom voor kleine goede groepen en veel succesverhalen. Dan zal er ook automatisch veel mondelinge reclame volgen.

Werkstudente Kathleen Bosteels: “Ik heb er een jaar over nagedacht.”
Kathleen Bosteels (35) werkte al jaren als psychologe bij Artsen Zonder Grenzen maar besloot drie jaar geleden opnieuw te gaan studeren voor verpleegkundige. Dit jaar behaalde ze aan de EhB haar bachelor in de verpleegkunde. Kathleen Bosteels: “Bij Artsen zonder Grenzen zat ik in een medisch werkveld. Heel boeiend maar kennis van de praktische kant van het werk ontbrak en dat frustreerde me vaak. Ik had spijt dat ik geen geneeskunde had gestudeerd. Op latere leeftijd ben je zeker dat je dit diploma wenst te halen: het is een bewustere keuze. “Het was zeker geen eenvoudige keuze. Ik heb er een jaar lang over nagedacht alvorens de definitieve stap te zetten. Ik zag het niet zitten om nog eens drie jaar met jonge mensen op dezelfde schoolbanken te zitten, maar ook financieel was het niet haalbaar om mijn werk op te zeggen. Ik moest een andere oplossing zien te vinden. Bijkomend probleem was dat ik vaak in het buitenland zat en dus helemaal geen contact had met de school. “Eerst heb ik verschillende scholen bezocht om te zien of het praktisch haalbaar was mijn werk te combineren met studies. Veel scholen eisen echter dat je aanwezig bent tijdens de lessen. Hier aan de EhB was men bereid om een individueel traject uit te stippelen, gespreid over drie jaar. Het laatste jaar heb ik mijn werk wat meer opgegeven omdat ik dan voortdurend met stages en examens zat. “Het is veel puzzelwerk en vergt veel organisatie: terugkomen uit het buitenland een week voor de examens, nog werken tijdens de blokperiode... maar het is zeker haalbaar. Iedereen kan zijn eigen manier vinden om het te doen, op zijn eigen ritme. Werken en studeren vraagt veel zelfdicipline. Maar veel info staat op Dokeos (het internetplatform van EhB, nvdr). Ik ben mijn docenten ook individueel gaan opzoeken. Ze waren zeer toegankelijk en stelden zich zeer flexibel op. “Ik voelde me niet op een eiland. Tijdens praktijklessen en stages kom je wel in contact met medestudenten. Maar aan het echte studentenleven heb ik niet geparticipeerd. Dat had ik in mijn vorige leven al gehad. Leeftijdsverschillen zijn minder storend dan ik gedacht had. Ik heb zeker de intentie om als verpleegkundige te gaan werken. Ik wacht op een oproep van AzG om te vertrekken. Ik ben zeer blij dat ik het gedaan heb. De stap zetten is het moeilijkste. Drie jaar lijkt zo lang. Maar het is voorbijgevlogen. Je vindt onderweg wel oplossingen.”

EhB!magazine 03| 9

EhB!
interview

Doceren in het buitenland
Al docerend reizen... “Niet twijfelen … doen!”

Niet alleen studenten kunnen via Erasmus internationaal hun kansen wagen. Ook docenten met enige zin voor avontuur kunnen al docerend reizen. Ann Van Leeuw en Karen Strobbe, docenten Toerisme- en Recreatiemanagement, zijn twee vurige pleitbezorgers van buitenlandse lesopdrachten. “Het is vaak een hectisch avontuur maar ook absoluut een aanrader”, zegt Ann.

Dit academiejaar alleen al trokken weer tientallen docenten van de EhB naar afgelegen uithoeken van Europa en zelfs ver daarbuiten. Ze gaven gastlessen in onder meer Bratislava en Istanbul, namen deel aan een seminarie in Marokko of knoopten contacten aan met onderwijsinstellingen in Sao Paolo en Jeruzalem. Karen Stobbe doceerde dit jaar aan het Institute of Tourism Studies in Malta, Ann Van Leeuw aan de Alexandru Iuan Cuza University in het Roemeense Iasi. Ann Van Leeuw: Ook deze docentenopdrachten kaderen in de Erasmusuitwisseling. Het is een samenwerking tussen de EhB en andere Europese hogescholen en universiteiten. Aan het begin van elk academiejaar krijgen we van onze verantwoordelijke voor internationalisering een lijst met gastinstellingen waarmee onze school een contract heeft afgesloten. Eenmaal alles op papier staat, kunnen er onderling docenten en studenten uitgewisseld worden. Elke opleiding heeft zijn eigen contacten in het buitenland. Hoewel het merendeel van de contacten dezelfde zijn voor Toerisme- en Recreatiemanagement, zijn er ook instellingen waarmee enkel door Hotelmanagement of enkel door Toerisme- en Recreatiemanagement wordt samengewerkt. Jullie worden door gastscholen zelf niet uitgenodigd om er lessen te komen geven? Karen Strobbe: Nee, dat gebeurt zelden of nooit. Je moet als docent zelf het initiatief nemen. Eenmaal je een keuze uit de lijst gemaakt hebt, is het aan jou om de contacten met de gastinstelling

te leggen. Dat verloopt vandaag voornamelijk via e-mailverkeer. Eenmaal je dat een paar keren gedaan hebt, ken je je weg. Ann: Het moeilijkste is vaak een geschikt moment te vinden. Je kan alleen maar naar het buitenland op een moment dat je hier ‘lesvrij’ bent. Vaak is dat enkel tijdens de examenperiode in januari of bij het einde van het academiejaar, wanneer er minder les wordt gegeven. We moeten minimum 8 uren lesgeven om recht te hebben op een onkostenvergoeding van 500 euro voor onder meer de vliegtickets. Allicht leent de opleiding Toerisme zich meer tot internationale contacten? Ann: Waarschijnlijk wel: Toerisme- en Hotelmanagement zijn meer internationaal gerichte opleidingen waardoor ook de docenten er meer voor open staan. We hebben, vermoed ik, ook het grootste aantal studenten dat naar het buitenland gaat. Karen: Iedereen kan zijn kans grijpen. Maar niemand wordt ertoe verplicht. Per slot van rekening zit je vier tot vijf dagen alleen in het buitenland en moet je in het Engels, Spaans of Frans les gaan geven. Dat is niet voor iedereen zo evident. Op basis van welke criteria maken jullie een keuze voor een bepaald land? Karen: Collega’s vertellen je meestal in welke landen ze goed ontvangen zijn geweest. Het eerste jaar ga je dan naar die bestemmingen. Later kies je landen waar je nog nooit geweest bent. Madrid, Barcelona of Parijs zijn vandaag minder een uitdaging voor mij.

10 | EhB!magazine 03

EhB!
interview
Ann: Ik kies meestal landen of streken waar ik nog niet eerder geweest ben. Zo was ik nog nooit in Bulgarije of Litouwen. Het is ook interessant om onderwijssystemen te kunnen vergelijken. Daarom kies ik ook vaak landen in Oost-Europa uit. Worden jullie overal met open armen ontvangen? Ann: Het is altijd wel een avontuur omdat je niet weet waar je terecht gaat komen. De ene keer word je goed ontvangen, krijg je een rondleiding in de hele school en leggen ze je hun onderwijssysteem uit. Een andere keer word je niet eens afgehaald aan de luchthaven, droppen ze je ergens in een hotel of in hun studentenhome en krijg je enkel te horen om welk uur je in welk klaslokaal verwacht wordt. In Sofia heb ik zelf de streekbus genomen om de omgeving te verkennen, terwijl ze me dit jaar in Roemenië bij wijze van spreken van dag één tot mijn vertrek geanimeerd hebben met tal van sightseeings. Het is te vergelijken met een zakenreis. Je doet je werk en probeert tussendoor zoveel mogelijk mee te pikken van de bestemming. Karen: Het is vooraf ook hectisch en zeker geen snoepreisje. Soms denk je ook wel eens: waarom doe ik dit mezelf aan. Het vraagt bovendien heel wat voorbereiding. Vroeger ging je vaak met twee of drie collega’s, nu altijd alleen. Dat is jammer want je zou je collega eens op een andere manier kunnen leren kennen. Waar logeren jullie ginds? Ann: Meestal in studentenhomes, maar ook soms in hotels. In Roemenië zat ik in een heel mooi studentenhome. Maar volgens de verantwoordelijke was het speciaal gebouwd voor de internationale studenten en docenten. Hun eigen studentenhomes waren veel minder luxueus. In Litouwen stond ik voor een oud schoolgebouw maar alle leslokalen stonden vol met flatscreens. Over welke onderwerpen geven jullie daar gastcolleges? Karen: Meestal gaat het over de uitbouw van het toerisme in België. Ik heb een paar jaar geleden een gigantische powerpointpresentatie gemaakt over België, die ik telkens aanpas aan het land waar ik naartoe ga. Ik behandel daarbij zowel de gastronomie, de bezienswaardigheden als de culturele hoogtepunten. Meestal begin ik met een quiz over ons land. Je staat er dan echt van te kijken hoe weinig ze weten van België. In Mallorca wisten ze niet eens dat onze hoofdstad Brussel is. Je bent altijd wat onzeker over je taalkennis. Ik spreek niet perfect Engels of Frans. Maar hun niveau ligt vaak niet hoger en dat stelt je gerust. Ann: Je moet vooraf je onderwerp doorgeven aan de gastinstelling die zelf accenten kan leggen. Ze kunnen bijvoorbeeld vragen om meer de nadruk te leggen op de marketingaspecten. Ik vertel niet alleen over wat er hier in België te zien is maar leg ook de overheidsstructuren en de politieke situatie uit. In bepaalde landen bestaat er zelfs geen minister voor Toerisme. Ik moet hun dan uitleggen dat wij er in België vier hebben. Een collega geeft bijvoorbeeld les over chocolade en legt heel het proces van het chocolade maken uit. Ik neem ook altijd chocolade mee en vroeger, vóór het verbod om vloeistoffen mee te nemen, ook jenever. Je zal automatisch met andere onderwijsculturen geconfronteerd worden. Zijn er opmerkelijke verschillen? Ann: Het is vaak moeilijk om vooraf het niveau van de studenten in te schatten. Ik ben onder meer in Litouwen, Bulgarije en Roemenië geweest en daar is het niveau niet zo hoog als bij ons. In Spanje worden onze opleidingen aan de universiteit gedoceerd. Ook in Roemenië moet je naar de universiteit als je in een reisbureau wil gaan werken. Na veel buitenlandse ervaringen merk je dat ons onderwijs van een zeer hoog niveau is. Mijn ervaringen in het buitenland integreer ik ook hier in mijn lessen. Ik maak bijvoorbeeld vergelijkingen van de toeristische situatie in België met die van de landen die ik bezocht hebt. Karen: In het zuiden is er vaak een andere mentaliteit. Hier beginnen de lessen vrij stipt, daar kijkt men niet zo nauw. Je merkt ook nog een verschillende houding tegenover de docent. In voormalige Oostbloklanden worden ze nog met veel meer respect bejegend. Dat merk je ook als buitenlandse studenten je hier iets komen vragen. Ze zitten dan bijna op hun knieën. Vooral voor Chinese studenten ben je nog de prof tegen wie je niets mag zeggen en alleen maar moet knikken. Iets mee gaan drinken is helemaal ondenkbaar. Ann: Je leert niet alleen nieuwe bestemmingen maar ook andere onderwijsmethoden kennen. In de vroegere Oostbloklanden is het nog vaak louter doceren met hoorcolleges. Terwijl wij meer praktisch ingesteld zijn en ook werken met groepswerken en opdrachten. Zijn jullie de ambassadeurs van de EhB die contacten leggen voor nog meer internationale uitwisselingen? Karen: Als er wederzijdse interesse is, heb je ter plaatse altijd wel een gesprek over de onderlinge samenwerking. Wat kan er verbeterd worden? Hoe vlot verloopt de uitwisseling van studenten? Automatisch praat je dan ook over curricula en verdere samenwerking. Achteraf vullen we ook een evaluatieformulier in over het verloop van de uitwisseling en de toegevoegde waarde voor jezelf en de studenten. Ann: Door je buitenlandse ervaringen kan je ook beter de achtergrond van de buitenlandse studenten hier aan de EhB inschatten. Ik had onlangs een eindwerkverdediging met een Roemeense studente. Omdat ik nu zelf in Roemenië geweest ben, had ik achteraf een goed gesprek. Ook kan ik onze studenten informeren over de situatie in bepaalde buitenlandse hogescholen: hoe de campus eruitziet, hoe de sfeer er tussen de studenten is of gewoon hoe ze het makkelijkst in de luchthaven geraken. Het is ook opvallend dat je aanwezigheid in het buitenland sowieso interesse bij studenten opwekt om naar hier te komen. Ik begin mijn gastles meestal ook met een voorstelling van onze school. Jullie vinden buitenlandse docentenopdrachten duidelijk een absolute aanrader. Ann: Ik werk hier vijf jaar en ben al elk jaar in het buitenland geweest. Destijds, bij mijn aanwerving, bestond een van de aanwervingscriteria erin of ik bereid was om in het buitenland te gaan doceren. Internationalisering staat ook in het beleidsplan van onze hogeschool. Karen: Ik ben als student zelf ook op uitwisseling geweest in Sevilla. Het is een unieke ervaring die je doet groeien. Bij sollicitatiegesprekken wordt er ook telkens naar gevraagd. Ik zeg altijd tegen de studenten: niet twijfelen … doen!

EhB!magazine 03| 11

EhB!
kort nieuws

Deskundig omgaan met informatie kan je leren URBAN Game
Volgens een onderzoek van de Lessiushogeschool scoren eerstejaarsstudenten van hogescholen onvoldoende op het terrein van ‘functioneel lezen'. De studenten hebben veel moeite met informatie verwerken, juist samenvatten, vergelijken en hoofdzaken onderscheiden van onbelangrijke elementen. Ook foto Joost Goethals de opleiding Communicatiemanagement van de EhB is de voorbije academiejaren tot die vaststelling gekomen en past daarom zijn opleidingsprogramma aan. Alle eerstejaarsstudenten Communicatiemanagement zullen vanaf het academiejaar 2009-2010 in kleine groepen van een achttal studenten en onder begeleiding van een lector/coach een competentietraining volgen rond informatievaardigheden. Deze training bestaat uit 10 verplichte sessies van anderhalf uur waarin de studenten getraind worden in de (brood)nodige vaardigheden om deskundig met informatie om te gaan. De module is zo uitgebouwd dat studenten die het goed doen vrijgesteld kunnen worden voor sommige sessies, terwijl studenten die het - ook na het volgen van de training - moeilijk blijven hebben, doorverwezen worden naar individuele studiebegeleidingsprogramma's op maat.

De afdeling IWT pakt volgend jaar uit met ‘URBAN Game’: een educatief stadsspel waarbij spelers vanaf 14 jaar in groepjes hun stadsomgeving verkennen en multimediaal in kaart brengen met behulp van mobiele telefoons, gps en onlinecomputers. In 2009 wordt gezocht naar sporen van ruimtevaarttechnologie in het dagelijkse leven. Vanaf 2010 wordt het spel aan het grote publiek voorgesteld. De activiteit is ook opgenomen in de gloednieuwe brochure ‘Workshops voor de derde graad secundair onderwijs’. Meer details en inschrijven kan via www.urbangame.be.

Akte van Ecocampus
Dit academiejaar zal zowel aan de EhB als aan de VUB de sensibiliseringsactie ‘Word de Ecocampuskrak’ worden gevoerd. Studenten kunnen een voorstel inzenden om hun campus meer duurzaam te maken. De beste vijf inzendingen krijgen de kans om hun project ook daadwerkelijk uit te voeren. Elk uitverkozen idee kan rekenen op maar liefst 2000 €. Meer info kan je verkrijgen bij ecocampusbegeleidster Els Van Bruystegem els.vanbruystegem@Ine.vlaanderen.be.

Brief aan de minister
Zes hogescholen, nl. de Karel de Grotehogeschool, de Hogeschool West-Vlaanderen, de Hogeschool Gent, de Plantijnhogeschool, de Erasmushogeschool en de Provinciale Hogeschool Limburg hebben de minister van Onderwijs een brief geschreven waarin ze de structurele onderfinanciering van de economische en technologische professionele bachelors aanklagen. Deze hogescholen tellen samen meer dan 37000 studenten en hebben allemaal een groot aandeel aan economische en technologische professionele bacheloropleidingen in hun opleidingsportfolio. “Onze opleidingen leiden tot hoogwaardig en goed betaald werk in vrijwel uitsluitend knelpuntberoepen en vormen bij uitstek een hefboom voor maatschappelijke en economische emancipatie,” zo stellen de zes hogeschooldirecteuren.

Taalseminaries
In samenwerking met Termisti organiseert het Centrum voor Vaktaal en Communicatie (CVC) van de Erasmushogeschool, departement Toegepaste Taalkunde, sedert 2008 foto EHB jaarlijks een seminarie. Deze lezingen voor een internationaal publiek worden gegeven in het Frans en in het Engels. Vorig jaar behandelden de seminaristen het onderwerp ‘Corpuslinguïstiek voor terminologie en vertaalonderzoek’, in 2008 was het thema ‘Terminologie en cognitie’. In 2010 is de studiedag gepland op 23 april op de campus van de VUB in Etterbeek. Meer informatie zal te vinden zijn op de website van het CVC: http://cvc.ehb.be

12 | EhB!magazine 03

EhB!
onderwijs

De EhB nodigt uit!
Opleidingen bundelen een zestigtal creatieve kennismakingsactiviteiten voor secundair onderwijs.

Voor het eerst bundelt de EhB zijn aanbod voor de laatstejaarsstudenten van het secundair onderwijs in Vlaanderen en Brussel in een handige workshopbrochure. Ze bevat een zeer gevarieerd aanbod van activiteiten waarmee leerlingen die voor een belangrijke studiekeuze staan, kunnen kennismaken met de opleidingen en de campussen van de EhB.

De voorbije jaren bood zowat elke opleiding van de EhB apart aan de secundaire scholen een reeks van kennismakingsactiviteiten aan. “Dit jaar hebben we ervoor gekozen om de activiteiten te bundelen in een brochure”, vertelt adviseur Annemie De Rouck. “Aan alle opleidingsverantwoordelijken hebben we gevraagd om creatief te zijn en activiteiten voor studenten van de derde graad uit het secundair onderwijs uit te werken. Sommigen hadden al een aanbod, anderen hebben dit nu ontwikkeld. In totaal komen we aan een zeer gevarieerd aanbod van een zestigtal activiteiten.”

workshops aan op maat van studenten uit het secundair onderwijs. “Het doel is om de leerlingen van de derde graad op een ontspannende en originele manier te laten kennismaken met de opleidingen van de Erasmushogeschool”, zegt Annemie De Rouck. “Maar de workshops zijn ook zo opgevat dat de jongeren er iets van opsteken. We willen hen hiermee sturen in het maken van een goede studiekeuze. Op die manier kunnen ze voor het eerst ervaren of een opleiding wel echt hun ding is. Tijdens de workshops kunnen ze ook meteen kennismaken met de gebouwen en de infrastructuur op onze campussen.” Wie de brochure graag ontvangt, kan dit melden via: Annemie.de.rouck@ehb.be

Communicatiemiddel
De brochure ‘Workshops derde graad secundair onderwijs (20092010)’ wordt bij het begin van het academiejaar naar scholen in heel Vlaanderen verzonden. “Leerkrachten of leerlingen kunnen dan zelf een keuze maken en contact opnemen met de departementale contactpersoon”, zegt Annemie De Rouck. “We willen deze brochure als een echt communicatie-instrument uitspelen. Achteraf gaan we evalueren welke activiteiten een grote wervingswaarde hebben en andere opleidingen kunnen inspireren.”

Aanbod
Een losse greep uit het aanbod: het Koninlijk Conservatorium biedt namiddagconcerten aan, gekoppeld aan een rondleiding; de afdeling Toerisme organiseert een wandelzoektocht door Brussel en de opleidingen IWT bieden maar liefst 32 wetenschappelijke

Contactdag Secundair Onderwijs Voor de leerkrachten van de derde graad secundair onderwijs organiseert de EhB dit jaar een ‘Contactdag’. Deze vindt plaats op 29 oktober van 9 tot 12.30u op Campus Dansaert, Zespenningenstraat 70, in het centrum van Brussel. De dag behandelt het thema ‘Werken met talent en authenticiteit in het onderwijs.’ Tom Palmaerts (European Youthwatching Office Trendwolves) schetst een beeld van de huidige jongerenculturen, Luc Dewulf (Kessels&Smit) praat over ‘talentontwikkeling bij jongeren’ en André Jacobs en Diederik Tilkin-Franssens lichten het project talenttraining van de EhB toe. Deelname is gratis. Meer info en inschrijvingen: www.ehb.be/contactdag

EhB!magazine 03| 13

EhB!
beleid

Nieuwe departementshoofden stellen zich voor
De Raad van Bestuur van de Erasmushogeschool Brussel (EhB) heeft drie nieuwe departementshoofden aangesteld. Het departement Industriële Wetenschappen en Technologie (IWT) wordt vanaf 1 oktober geleid door Mark Runacres, Toegepaste Taalkunde (TTK) door Frank Boers en Campus Jette (Gezondheidszorg, Lerarenopleiding, Landschaps- & Tuinarchitectuur en Milieuzorg) door Walentina Cools. Het mandaat geldt voor een periode van vier jaar. EhB-magazine vroeg hen naar hun uitdagingen en prioriteiten.

Walentina Cools
Walentina Cools volgt Francis Vander Mynsbrugge op binnen het departement Campus Jette. Walentina (°1972) is verpleegkundige, pedagoge en werd doctor in de psychologische wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Als docente en onderzoekster is ze sinds 2000 verbonden aan de bachelor- en masteropleidingen in de Gezondheidszorg en de Lerarenopleiding van de EhB en de VUB. Walentina Cools heeft dus een ruime ervaring opgebouwd met minstens twee pijlers van de campus. Walentina volgde zelf destijds een opleiding verpleegkundige aan de EhB in het departement waarvan ze nu de leiding krijgt.

Samenwerkingsverbanden zoeken
“Het departement Campus Jette huisvest 9 zeer diverse opleidingen. Deze opleidingen op mekaar afstemmen en tot een coherent geheel maken, wordt de grote uitdaging. Het is belangrijk dat de verschillende opleidingen hun eigen identiteit behouden. Hiernaast moet er binnen het departement ook verder een gezamenlijk beleid worden uitgebouwd op het vlak van studentenbegeleiding, internationalisering, onderzoek, personeel, financieën en kwaliteitszorg.

Inzetten op stevig pr-beleid. Instroom verhogen
“Mijn grootste prioriteit wordt het verhogen van de instroom en het verbeteren van de door- & uitstroom van studenten. Momenteel is er nog geen sprake van het schrappen van oplei-

14 | EhB!magazine 03

EhB!
beleid

dingen, hopelijk kan dat zo blijven. Er moet dan ook voor alle opleidingen (niet alleen deze met een mindere instroom) ingezet worden op een stevig pr-beleid en het versterken van de studentenbegeleiding.

Frank Boers
Frank Boers wordt departementshoofd Toegepaste Taalkunde. Hij volgt Rita Temmerman op. Frank Boers wil het departement hervormen met respect voor de eigenheid van de verschillende opleidingen (Toegepaste Taalkunde, vertalen, tolken en journalistiek). Frank Boers (1964) is doctor in de taalkunde (Universiteit Antwerpen) en werkt sinds 2000 aan het departement TTK. Hij is ook voor 20% docent aan de VUB. Sinds 1990 werkte hij onafgebroken in het academisch hoger onderwijs.

Doorstroom verbeteren
We moeten ervoor zorgen dat studenten alle kansen en ondersteuning krijgen om op een goede manier door te stromen tijdens hun opleiding. Vaak situeren de problemen zich op het vlak van een verkeerde studiekeuze. Maar er is ook het idee-fixe dat het volledige opleidingstraject van een bacheloropleiding absoluut in drie jaar moet afgelegd worden. We proberen nu een cultuur op gang te brengen waarbij de studenten de opleiding spreiden over vier jaar. Op die manier krijgen ze meer ruimte om studievaardigheden onder de knie te krijgen en alsnog hun diploma te behalen.”

Intern personeelsbeleid
“Tot slot wil ik werk maken van een intern personeelsbeleid. Ik vind het belangrijk om gemotiveerde collega’s aan de instelling te blijven binden. In zo’n groot departement mogen de mensen niet het gevoel krijgen verloren te lopen of slechts een onderdeeltje te zijn van een grote machine.”

Verhogen onderwijskwaliteit
“Mijn grootste prioriteit wordt het verhogen van de onderwijskwaliteit. Mijn achtergrond is die van taaldidacticus. Ik wil recente inzichten en wetenschappelijke bevindingen uit dat vakgebied sterker integreren in ons onderwijs. Zo moeten werkvormen en evaluatiemethodes optimaal worden afgesteld op de doelstel-

EhB!magazine 03| 15

lingen van elke cursus. Ook moeten we de studenten meer actief gaan ondersteunen bij de verwerving van woordenschat. Dat is één van de domeinen waarnaar de voorbije jaren bijzonder veel empirisch onderzoek is verricht in het vreemdetalenonderwijs en waarover ik zelf ook regelmatig publiceer.”

Naast zijn werk als departementshoofd zal Mark Runacres zich blijven bezighouden met onderzoeksprojecten.

Rationaliseren
“In het hoger onderwijs moet er overal bezuinigd worden. Er is al jaren een rationalisatieoperatie bezig waardoor we de volgende jaren erg zorgvuldig moeten gaan omspringen met onze middelen. Binnen Brussel zullen we nieuwe samenwerkingsverbanden moeten gaan zoeken en de huidige uitbreiden. De EhB is partner in de Universitaire Associatie Brussel maar de samenwerking mag niet stoppen bij de VUB, hoewel ze wel onze belangrijkste partner blijft. In de afstudeerrichting Luchtvaarttechnologie bijvoorbeeld werken we, naast de VUB, ook samen met de ULB, de Koninklijke Militaire School en onze Franstalige tegenhanger ISIB. Dat is een mooi voorbeeld van hoe je naast besparingen ook een meerwaarde kan bereiken met samenwerking. Ik opteer niet voor minder opleidingen maar binnen bepaalde opleidingen kunnen we vakken samen gaan organiseren met andere partners. Waarom niet de expertise van de verschillende partners bundelen en een vak gemeenschappelijk geven voor studenten van verschillende hogescholen en universiteiten? We zijn nu al bezig om een aantal van onze labo’s samen in te richten met de VUB. Het is beter dat je kan beschikken over een goed uitgerust labo waar studenten van beide instellingen terechtkunnen dan de middelen te versnipperen.”

Meer ruimte voor onderwijsvernieuwing. Implementeren nieuwe technieken
“Ons onderwijzend personeel is belast met een zware onderwijsopdracht. Veel van onze mensen hollen van de ene lesopdracht naar de andere. Aan onderwijsvernieuwing komen ze niet meer toe. Ze hebben geen tijd en ruimte meer om nieuwe wetenschappelijke bevindingen in hun lespraktijk toe te passen. Ik zie het als één van mijn taken om die nieuwe kennis aan mijn collega’s te verkopen en door modernisering van ons opleidingsprogramma voor hen de ruimte en tijd te creëren om die zaken ook daadwerkelijk te implementeren in hun onderwijspraktijk.”

Samenwerken met VUB
“Met de VUB hebben we een plan uitgewerkt waarbij we vanaf volgend academiejaar een aantal taalvaardigheidsvakken in samenwerking gaan geven. Ik geef zelf ook les aan de VUB en weet wat die instelling aan competenties in huis heeft. Daarnaast weet ik uiteraard ook wat de EhB aan kwaliteit te bieden heeft. Dat moet het gemakkelijker maken om aan uitwisseling van expertise te doen en om de juiste personen op de juiste vakken te zetten. Het moet sowieso een win-winsituatie zijn, vanzelfsprekend met de belangen van de student op het voorplan. De samenwerking in het algemeen is al sterk verbeterd nu we op dezelfde campus zitten. De onderlinge contacten zijn veel couranter geworden en verlopen nu veel informeler. We lopen bij mekaar binnen en gaan vaak samen lunchen. Bij aanpassingen aan de curricula gaan we in ieder geval veel bruggen inbouwen tussen beide opleidingen. Door die samenwerking zullen we met dezelfde middelen veel meer kunnen bereiken en aan de studenten een grotere flexibiliteit qua vakkenpakketen kunnen aanbieden.”

We zullen meer moeten samenwerken. Meer onderzoeksprojecten
“Een van mijn prioriteiten wordt ook het binnenhalen van meer externe middelen, in het bijzonder via onderzoeksprojecten en dienstverlening. We moeten meer samenwerken met de industrie en daar ook financieel baat bij hebben. Door toegepast onderzoek kunnen we ervoor zorgen dat onze opleiding mee is met de allernieuwste technieken. Het gaat erg snel in onze sector. Als je niet alert blijft, mis je de boot. Daarvoor moet je serieus ver vooruit te kijken. Niet één stap maar verschillende stappen vooruit. Het is nu al voorspelbaar dat de Belgische industrie zich zal moeten profileren op kennisintensieve nichemarkten. Daar moet je als departement op inspelen.”

Marc Runacres
Mark Runacres volgt Lode Plas op aan het hoofd van het departement Industriële Wetenschappen en Technologie. Volgens de aanstellingscommissie getuigt Runacres van een toekomstgerichte, proactieve, concrete en realistische visie op het beleid van het departement. Mark Runacres (°1968) is doctor in de Wetenschappen (Vrije Universiteit Brussel). Sinds 2006 is hij docent en onderzoeker aan de EhB. Voordien werkte hij aan de VUB en aan de Koninklijke Sterrenwacht van België.

Teamgeest
“Ook wil ik ijveren voor een echte teamgeest onder alle mensen op mijn departement, zowel de docenten en lectoren, als het administratief en technisch personeel. Er moet een samenhorigheidsgevoel ontstaan waardoor goede ideeën naar boven kunnen borrelen. Als de hele ploeg meedenkt, zullen we succesvol zijn.”

16 | EhB!magazine 03

EhB!
buitenland

Prille vakkennis en idealisme verbeteren de wereld

Samya Ouhab en Valerie Brogniez, twee laatstejaarsstudenten marketingcommunicatiestrategie (marcom), aan de EhB werkten een volledig academiejaar met aanstekelijk idealisme aan een project om het lot van weeskinderen te verbeteren in Afrika. In juli trok Samya naar Senegal om de kennis die ze tijdens haar opleiding vergaarde om te zetten in concrete ontwikkelingshulp. Of hoe prille vakkennis en idealisme de wereld een beetje kunnen veranderen.

Van de laatstejaars Marketingcommunicatie wordt verwacht dat ze een project uitwerken waarmee ze aantonen echte juniors marcomprofessionals te zijn geworden. Om hun extra te motiveren, moet de opdracht aansluiten bij een van hun passies of interesses. Samya en Valerie richtten het voorbije academiejaar de vereniging Dafa Yow op, een organisatie van jonge vrijwilligers die zich toespitst op humanitaire acties in Afrika. Hun eerste project was het verbeteren van de schrijnende levensomstandigheden van (wees)kinderen, of zogenaamde talibé, in Senegal. “Ik heb altijd al willen werken aan een humanitair project”, vertelt Samya. “Mijn steentje bijdragen aan een betere wereld. Alle kinderen hebben recht op een menswaardig bestaan. Met dit project hoopte ik ook mijn kijk op het leven te verruimen.”

weeskinderen worden opvangen. Vooraf hadden Samya en Valerie een viertal projecten uitgewerkt die ook raakvlakken hadden met hun opleiding. Een mooi voorbeeld daarvan was het herinrichten van de plaatselijke schoolbibliotheek. “Dat project paste in ons theoretisch doel om de toegang tot kennis te vergroten voor de kinderen”, vertelt Samya. “De schoolbibliotheek was een kleine puinhoop. De boeken waren verwaarloosd en stonden niet meer op hun plaats. Samen met de kinderen hebben we er terug orde in gebracht met een voor hen eenvoudig classificatiesysteem. Als laatste stap hebben we twee leerlingen opgeleid om de bibliotheek te blijven onderhouden en het classificatiesysteem te laten voortbestaan.”

Voorbereiding
Aan het weeshuisproject ging een intense voorbereiding vooraf waarbij de twee studenten al hun verworven kennis in onder meer het sociaal agogisch werk, marketingcommunicatie, externe communicatie en grafiek in de praktijk konden uitproberen. “Voor we aan het project begonnen, hadden we een communicatiedossier opgesteld”, verduidelijkt Samya. “Daarin werd duidelijk onze doelgroep afgebakend, op welke manier we die wilden aanspreken en welke communicatiemiddelen we daarvoor gingen gebruiken. We leerden een bepaalde strategie te volgen, constant kritisch te blijven en zeker al onze creativiteit te gebruiken.” “We zijn er ook echt voor gegaan”, vertelt Valerie “Zo hebben we een conferentie georganiseerd rond het thema van de solidariteit tussen Noord en Zuid. Om onze vereniging te promoten, konden we terugvallen op de knowhow die we opdeden tijdens onze opleiding marketingcommunicatie. Zo gebruikten we alle mogelijkheden van het internet, creëerden onze eigen website en maakten een Facebookgroep aan. Verder hebben we ook een eigen logo en affiches ontworpen.” Tal van acties leverden ook 280 kg kledij, schoolgerief, speelgoed en medische uitrusting op.

Opvolging
Samya en Valerie organiseerden verder ook educatieve spelen, gingen met de kinderen op uitstap en gaven de slaapkamers een verfbeurt. “We namen er met de kinderen ook een cd op met kinderliedjes die zal verkocht worden ten voordele van de Daara van Malika” vertelt Samya. “We hebben gedurende onze reis ook heel wat gefilmd. Die reportage zal onder meer uitgezonden worden op TV-Brussel.” “Het project houdt hier niet op”, zegt Valerie. “We hopen nog nieuwe leden aan te trekken. Jongeren die net zoals wij ook een steentje willen bijdragen. Ons volgende project zal wel in Marokko plaatsvinden. Maar ook Senegal zullen we nog regelmatig blijven opvolgen.” Meer informatie over het project van Samya en Valerie vind je op: http:/ /dafayow.skyrock.com/ In het tweede jaar van Commmunicatiemanagement kiezen de studenten tussen Public Relations, Event Marketing en Marketingcommunicatie (marcom). Bij marcom gaat het om communicatie rond merken: producten en diensten van commerciële ondernemingen, maar ook van non-profitinstellingen. Zowat alle deelaspecten van marketingcommunicatie komen aan bod. Meer info: www.campusdansaert.be

Toegang tot kennis
Als kers op de taart vertrok Samya in juli voor een maand naar de Daara van Malika, een school annex internaat in Senegal waar

EhB!magazine 03| 17

EhB!
project

“Met de dag groeit het respect tussen de generaties.”

Intergenerationeel project van opleiding lager onderwijs
Elk jaar trekken de tweedejaarsstudenten van de bacheloropleiding lager onderwijs van de EhB naar het Oost-Vlaamse dorp Moerzeke om er tussen de kinderen van de 5-sprong - de plaatselijke lagere school - en de bewoners van het woon- en zorgcentrum Sint-Jozef een zogenaamd intergenerationeel project op te zetten. Een volledige week worden dagelijks activiteiten georganiseerd tussen de kinderen en bejaarden. De onderwijzeressen in spe, Dorien Coenraets en Hanane Zerouali, zijn alvast in de wolken met de resultaten. “Het is ontroerend om mee te maken hoe op zo’n korte tijd een innige band ontstaat tussen bejaarden en kinderen.”

Het intergenerationele project heeft aan de EhB ondertussen al een traditie van drie jaar. De studenten organiseren doelgerichte activiteiten die contacten tussen niet-verwante ouderen en jongeren tot stand moeten brengen. Dankzij deze intensieve praktijkervaringen kunnen de studenten het belang ontdekken van een dergelijke samenwerking tussen generaties en die expertise meenemen naar hun toekomstige werkplek.

Ook de bewoners van Sint-Jozef en de kinderen van de ‘5-sprong’ werden vooraf voorbereid. “De kinderen brachten een bezoek aan het bejaardentehuis en kregen er een rondleiding”, vertelt Hanane. “De bejaarden zelf werden twee dagen vóór de activiteiten op de hoogte gebracht door hun verzorgsters. Niet elke bejaarde staat namelijk te springen om eraan te participeren. Voor sommigen is de drukte die de kinderen meebrengen er te veel aan.”

Voorbereiding
De tweedejaars kregen in november van vorig academiejaar tijdens een volledige dag tekst en uitleg over het hoe en waarom van het project. Meteen kregen ze de niet-geringe opdracht mee om een volledige projectweek uit te werken. “Het project maakt deel uit van onze praktijkstages”, zegt Dorien. “We geven die week ook individueel les aan de kinderen. Maar we zorgen ervoor dat ook die stagelessen in het teken staan van de ontmoetingen met de bejaarden. In januari zijn we begonnen met de voorbereidingen. We werden in groepen ingedeeld en elke groep kreeg een klas toegewezen. Daarnaast kreeg ieder ook nog een bijkomende taak. Zo moesten Hanane en ik zorgen voor het voeren van publiciteit.”

Geheimen
Dit jaar draaide de intergenerationele week in Moerzeke rond een theatervoorstelling die door de 18 EhB-studenten volledig eigenhandig was geschreven. De projectweek startte feestelijk op 9 maart met de enthousiaste opvoering ervan in het rustoord Sint-Jozef. “Het stuk eindigde met een probleemstelling”, vertelt Dorien. “De personages hadden een aantal geheimen voor mekaar. De bedoeling was dat de kinderen en de bejaarden gedurende de hele week moesten samenwerken om die geheimen te ontsluieren. Uiteraard was dat maar de kapstok om de twee groepen bij mekaar te brengen.”

18 | EhB!magazine 03

EhB!
project

Amuseren
Elke dag trokken de EhB-studenten met een klas kinderen naar het bejaardentehuis. “Meestal vonden de activiteiten plaats in de cafetaria, maar soms brachten de kinderen de bejaarden na afloop ook naar hun kamers. Dat schepte een persoonlijke band. De bejaarden toonden vaak hun hele kamer en trokken alle kasten open. De tekeningen die de kinderen maakten, werden onmiddellijk opgehangen. De kinderen hebben op de kamers ook interviews afgenomen. Ze amuseren zich echt samen. Ook al duurt zo’n activiteit maar 2 uur, toch ontstaat er een band.”

Slotshow
Op 13 maart 2009 werd het project afgesloten met een grote slotshow waarop alle geheimen van het theaterstuk ontsluierd werden. “We hebben bejaarden mee betrokken in een toneelstuk en de kinderen hebben een dansje gedaan”, vertelt Hanane. “Het afscheid was voor sommige kinderen heel emotioneel. Er zijn heel wat traantjes gevloeid. Een bejaarde vrouw zei dat ze elk jaar uitkeek naar de komst van de kinderen. Het project kent nog wel een vervolg. Zo gaan de kinderen nog voorlezen in het tehuis. En ook wij hebben nog contact via e-mail.”

Vertellen
Het doel van het intergenerationele project is uiteraard de interactie tussen verschillende generaties en de verrijkende ervaringen die dit voor beide partijen oplevert. “Door het samenbrengen van kinderen en bejaarden leren ze van mekaar: de bejaarden van de kinderen en de kinderen van de bejaarden”, zegt Hanane. “Bejaarden vertellen graag en veel over vroeger. Kinderen kregen spannende verhalen te horen over de oorlog, hoe de schooltijd van de bejaarden verliep of waarmee zij in hun kindertijd speelden. Op hun beurt vertelden de kinderen over hun klasje en hoe ze al werkten met computers. De bejaarden beleven alleen al heel veel deugd aan het feit dat de kinderen zeer geboeid naar hen luisteren. Je merkt ook met de dag hoe het respect tussen de generaties groeit. En uiteraard doorbreken de activiteiten met de kinderen ook de dagelijkse sleur in het rusthuis. Ze zijn een welkome afwisseling tussen het handwerk en de bingo.”

Schrik
“Het klinkt misschien vreemd”, zegt Dorien, “maar toen ik aan het project begon, schrikte het me af. Ik vroeg me af of die samenwerking tussen kinderen en bejaarden wel zo vlot zou verlopen. Maar het was echt heel bijzonder om te merken hoe op korte tijd zo’n innige band tussen kinderen en bejaarden ontstaat. Ook voor mijzelf was het een verrijkende ervaring Ik ga wel graag om met kinderen maar bejaarden waren voor mij een vraagteken. Vandaag zou het echt wel zien zitten om in een bejaardentehuis te gaan werken.” Na de projectvoorstelling maakten de studenten een verslag over hun wedervaren en kregen ze een beoordeling.

EhB!magazine 03| 19

EhB!
onderzoek

Afstudeerrichting Luchtvaarttechnologie experimenteert met UAV.

“Studenten moeten een 'vlieggevoel’ krijgen.”
Naar goede gewoonte trok EhB ook dit jaar naar de Vlaamse Ruimtevaartdagen. Op de vijfde editie in de Brabanthallen in Leuven pronkte de afstudeerrichting Luchtvaarttechnologie van de master Industrieel Ingenieur Elektromechanica met haar nieuwste aanwinst: een Unmanned Aerial Vehicle of UAV. Docent Tim De Troyer en kersvers departementshoofd Mark Runacres zijn erg enthousiast over de mogelijkheden om dit veelzijdige modelvliegtuigje te integreren in de praktijklessen.

Voor alle duidelijkheid: jullie hebben dat UAV-vliegtuigje niet zelf ontwikkeld? Mark Runacres: “Neen, een UAV kan je, net als een auto, in de winkel kopen. Het is een bouwpakket dat we in elkaar gestoken hebben met de hulp van een student die erg goed thuis is in de modelbouw. Het is niet onze betrachting om weer een nieuw vliegtuigje te ontwikkelen. Ons interesseren vooral de toepassingen van de UAV. De belangrijkste meerwaarde van een UAV voor onze opleiding is dat we het kunnen gebruiken voor allerlei onderzoeksprojecten in het tweede en derde jaar. Zo hebben onze studenten het voorbije jaar een noodparachute gemaakt voor een dergelijk vliegtuigje. Een belangrijke toepassing want een UAV op zich is niet zo duur, maar we steken het wel boordevol peperdure apparatuur. Het toestel zien we daarom niet graag crashen. De

studenten hebben die versie van een noodparachute gewoon getest door het ding van de muren van het kasteel van Gaasbeek te gooien. Een mooie combinatie van high- en lowtech (lacht). Tim De Troyer: Onze UAV is een telegeleid toestel dat vanop de grond bestuurd wordt door een piloot. Maar in principe kan het ook volledig automatisch gestuurd worden. Dat vergt echter meer knowhow dan we vandaag in huis hebben. Het is een zogenaamde acromaster: een acrobatisch toestel dat zelfs in verticale vlucht nog kan acceleren. Je hebt ook heel wat kracht nodig als je extra apparatuur mee aan boord wil nemen. Waarom is de UAV zo interessant om te gebruiken bij de lessen? Mark Runacres: Onze studenten krijgen een stevige theoretische bagage mee over vliegtuigen. Ze leren over aerodynamica,

20 | EhB!magazine 03

EhB!
onderzoek
In de afstudeerrichting Luchtvaarttechnologie leren studenten alle facetten van luchtvaart en vliegtuigen kennen. De opleiding is ingebed in het Brussels luchtvaartplatform, een samenwerkingsverband van verschillende luchtvaartopleidingen in Brussel. Dankzij dit verband krijgen de studenten les van autoriteiten in hun vak en hebben zij toegang tot moderne laboratoria en een uitgebreid netwerk van contacten. De studenten ontwerpen en bouwen vliegtuigen en helikopters en doen windtunneltesten op verschillende vleugelprofielen. Zij kunnen zelfs vliegen in een toestel dat ze zelf gebouwd hebben. Meer info: lutech.ehb.be/ vliegtuigsystemen, stabiliteit en zo meer. Maar we willen ook dat ze een zeker vlieggevoel ontwikkelen, niet alleen in hun hoofd maar ook in hun vingers. De UAV is daarvoor een geschikt middel. Daarnaast werken we aan het in orde brengen van een zogenaamde DPM: een deltavlieger met een motor. Het is een ultralichte tweezitter die we op het einde van volgend academiejaar vliegklaar hopen te hebben. Dan kan je pas echt van vliegervaring spreken. Uiteraard is het toestel enkel bedoeld voor studenten die ook echt willen vliegen. We gaan niemand verplichten. Waarvoor gebruiken jullie zo’n UAV in de lespraktijk? Mark Runacres: De meest bekende toepassingen zijn de militaire. Maar we willen onze studenten vooral de mogelijkheid geven om met niet-militaire zaken bezig te zijn. Er zijn ook tal van burgerlijke toepassingen. De belangrijkste is aardobservatie, bijvoorbeeld van vegetatie of klimaat. Op grote schaal wordt nagegaan hoe grote natuureenheden in tijdsperioden evolueren. UAV's worden meestal van apparatuur voorzien om aan monitoring te doen, vaak met camera’s of meetapparatuur om bijvoorbeeld de luchtkwaliteit te meten. Vandaag worden UAV's ook meer en meer gebruikt om op gevaarlijke plaatsen te worden ingezet, bij rampen zoals overstromingen, branden of zware scheikundige incidenten waar je niet onmiddellijk bemande toestellen naar wil uitsturen. De veiligheidsdiensten krijgen met een UAV snel een beeld van de noodsituatie. Horen dergelijke toepassingen ook thuis in jullie opleiding Luchtvaarttechnologie? Mark Runacres: Heel zeker horen ze thuis in die opleiding. Maar met de UAV leren studenten ook te beslissen over klassieke luchtvaartvragen: hoeveel massa kan er mee aan boord van het toestel, hoe lang kan het in de lucht blijven of hoe bestuur je het? Tim De Troyer: Een vliegtuig is een compromis tussen gewicht, snelheid, prestatie, kostprijs en uiteraard veiligheid. Al die aspecten kan je stuk voor stuk heel concreet behandelen tijdens het werken of het uitrusten van een UAV. Werken alle studenten mee aan een dergelijk project? Mark Runacres: De masterstudenten zijn constant met hun masterproject bezig in het laatste jaar. Maar we hebben ook onderzoeksprojecten voor onze bachelors. In het tweede en derde jaar hebben teams gewerkt rond specifieke thema’s zoals parachutes, het gebruik van zonnepanelen of het verbeteren van de vleugels. Maar de UAV is ook niet het enige element dat gebruikt wordt in de combinatie van onderwijs en onderzoek. Zowel Tim als ik zijn heel erg geïnteresseerd in de vraag hoe luchtstromingen bij een vliegtuig instabiliteit kunnen veroorzaken: de zogenaamde aeroelasticiteit. Tijdens die onderzoeken doen we simulaties met de computers of in windtunnels. Zulke fenomenen vind je niet alleen in vliegtuigen maar bijvoorbeeld ook bij windturbines. Tim De Troyer: Onze studenten krijgen een luchtvaartopleiding maar we verwachten niet dat ze allemaal in de luchtvaart terecht gaan komen. Ze zijn ook zeer gegeerd in andere branches. Onze afgestudeerden hebben een zeer brede technologische basis. Daarom willen we dat onze opleiding niet alleen een poot heeft in de luchtvaart maar ook in andere sectoren.” Waar komen ze dan na hun opleiding nog terecht? Tim De Troyer: In de auto-industrie bijvoorbeeld, zowel in het testen als het ontwerpen ervan. Een aantal vrienden van mij zijn bij Kraft gaan werken, een chocoladefabriek. Ze werken aan de airconditioning in de fabrieksruimte. Ook bij vliegtuigen is dat een heel specifiek aspect dat te maken heeft met temperatuur en luchtdruk. Zij moesten de temperatuur regelen van de chocoladestroom in de fabriek. Je hebt onder onze studenten de freaks, die absoluut gebeten zijn door de luchtvaart, maar daarnaast ook mensen met een bredere interesse, die uiteindelijk gaan werken bij baggermaatschappijen of bij de lange omvaart. Van onze studenten die naar de luchtvaartsector gaan, komen weinigen later in vliegtuigdesign terecht. Veel vaker vinden ze jobs bij luchtvaartmaatschappijen die zorgen voor het onderhoud of de uitbating van vliegtuigen. Ze komen vaak niet bij Boeing of Airbus terecht maar bij enkele subbranches: de typische toeleveranciers. Er zijn tientallen Belgische bedrijven die vleugelonderdelen, assen, tandwielen of landingsgestellen maken voor vliegtuigen. Die medewerkers zien geen vliegtuig door het raam van hun bureau. Mark Runacres: Als leerlingen uit het secundair onderwijs tijdens infodagen vragen wat je kan doen met de studies, dan weten we vaak niet waar te beginnen. Industrieel ingenieurs komen in zoveel sectoren terecht. Voor de luchtvaarttechnologie is dat niet anders. Nog even over de UAV. Gaan jullie die commercieel inzetten? Mark Runacres: Neen, dat is niet onze betrachting. Maar als we onderzoeken uitvoeren, zit een eventuele commercialisatie van de toepassingen wel steeds in ons hoofd. We zijn dan ook voorzichtig in onze communicatie met de buitenwereld. Een van onze studenten had voor het openen van de noodparachute een heel leuk idee waarvan we dachten dat er commercieel muziek in zat. Dat schreeuwen we niet van de daken. Mogelijk wordt daar later een patent op genomen.”

EhB!magazine 03 | 21

EhB!
voorzieningen

Rits Café opent de deuren

Eindelijk een echt studentencafé in hartje Brussel!
Al jaren schreeuwen de EhB-studenten om een studentenbar in hartje Brussel. Al jaren leeft de droom van een cultuurcafé in de Dansaertstraat. Op 21 september, de eerste dag van het nieuwe academiejaar, is het zover. Dan opent het gloednieuwe Rits Café officieel zijn deuren. “Het café staat voor iedereen open, voor docenten, oud-studenten en buurtbewoners”, zegt Ben Van Beeck, stafmedewerker voor cultuur, sport en communicatie van Studentenvoorzieningen Erasmushogeschool Brussel, kortweg SOVEhB.

Het Rits Café wil een trendy avondbar worden zonder kapsones, gezellig en to the point. “Het basisopzet is dubbel”, zegt Ben Van Beeck. “Het Rits Café wil enerzijds een sociale ontmoetingsplaats zijn voor studenten. Maar daarnaast wil het ook uitgroeien tot een echt cultuurcafé." De Brusselse studenten hadden nood aan een eigen ontmoetingsruimte? Ben Van Beeck: In Brussel is, voor zover ik weet, nooit een ontmoetingsplaats geweest voor studenten. Je hebt in de stad wel een aantal cafés die een studentenstempel dragen maar het Rits Café is echt een ruimte waar studenten hun ding kunnen doen. Het moet vooral een ontspanningsplaats worden waar het educatieve kan worden losgelaten. Ook niet-EhB-studenten zijn er welkom? Ben Van Beeck: Omdat het Rits Café heet, kan het misverstand ontstaan dat het enkel bedoeld is voor Ritsstudenten. Dat is absoluut niet het geval. Het initiatief is wel uitgegaan van de EhB maar er is ook steun gekomen vanuit het zogenaamde Brusselfonds waardoor de deuren expliciet zijn opengegaan voor alle studenten van Brussel, ook die van de HUB, Sint-Lucas enzovoort. In feite is het Rits Café er voor iedereen die zich in een studentensfeer kan terugvinden. Dus ook docenten, personeel, oud-studenten of buurtbewoners zijn er welkom.

Hebben studenten inspraak in de uitbating en de programmatie? Ben Van Beeck: “Studenten kunnen hier op drukke avonden iets bijverdienen door te tappen. Ook als we studentenmuziekgroepen boeken, worden die naar behoren betaald. Het programma is er voor en door studenten. We zijn steeds op zoek naar initiatieven om samen met hen uit te werken. De bedoeling is de talenten van de studenten van de EhB in de etalage te zetten. We beschikken ook over een volledige podiuminfrastructuur met professionele apparatuur. Naast een ontmoetingsplaats willen jullie ook uitgroeien tot een echt cultuurcafé. Ben Van Beeck: We willen het café zeker gebruiken om de kunstrichtingen van de EhB in de schijnwerpers te zetten. Er bieden zich heel veel kansen aan. De studenten van het Rits kunnen er hun films vertonen, de studenten drama kunnen er try-outs houden, Communicatiemanagement kan er evenementen organiseren, de opleiding Beeld en Geluid kan tijdens optredens de PA-techniek verzorgen,... Daarnaast willen we drempelverlagend werken voor de cultuurhuizen in de buurt. Ze kunnen hier op een heuse promotiemuur hun aanbod voor de studenten kenbaar maken. Maar we gaan hen ook overhalen om aantrekkelijke studentenpromoties te voorzien. Momenteel hebben we al concrete overeenkomsten met de Beursschouwburg, het Kaaitheater, de Vaartkapoen, De Markten, Passa Porta, het Vlaams Theater Instituut en de Bozar.

22 | EhB!magazine 03

EhB!
Brussel Bruist

Magritte heeft eindelijk zijn museum
Amsterdam heeft zijn Van Goghmuseum, Parijs zijn Musée Picasso, Barcelona zijn Fundació Joan Miró. En Brussel heeft sinds 2 juni zijn Magritte Museum. In een volledig gerenoveerd pand aan het Koningsplein wordt de grootste collectie ter wereld over het werk van deze wereldberoemde Belgische surrealist getoond.

Populair
René Magritte (1898-1967) woonde en werkte het grootste deel van zijn leven in Brussel. Pas op latere leeftijd groeide hij uit tot een van de populairste kunstenaars van de twintigste eeuw. Vandaag zijn sommige van zijn werken heuse iconen van de moderne kunst: “Ceci n’est pas une pipe”, “Het Rijk der Lichten” of “De Grote Familie”... De werken en uitzonderlijke archieven worden nu voor het eerst als één geheel aan het publiek getoond en met elkaar in verband gebracht via verschillende niveaus van chronologische en thematische lezingen. Naar het voorbeeld van onder andere het Van Goghmuseum in Amsterdam wil men het museum laten uitgroeien tot het belangrijkste internationale kenniscentrum voor de studie, het denken en het werk van René Magritte.

Het Magritte Museum is het opmerkelijke resultaat van een privaat-publieke samenwerking. Het gebouw aan het Koningsplein, het voormalige Hotel Altenloh, en de kunstwerken zijn van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten Brussel (KMSKB). Met de steun van privésponsor GDF-SUEZ (de energiegroep) werd het gebouw volledig gerenoveerd. De Belgische staat bekostigde op zijn beurt de renovatie van de buitengevels.

Zeer uitgebreid
Het museum, met een oppervlakte van 2000 m2, herbergt meer dan 270 kunstwerken van Magritte. De werken zijn voornamelijk afkomstig van het legaat Irène Hamoir-Scutenaire, het legaat Georgette Magritte en van opeenvolgende aankopen door de KMSKB, aangevuld met nooit eerder vertoonde schenkingen en private bruiklenen. Daarnaast kan je er ook een enorme rijkdom ontdekken aan documenten: schetsjes, brieven, reclameaffiches die Magritte in zijn jonge jaren ontwierp, grappige filmpjes die hij samen met zijn vrienden maakte en nog veel meer.

Woonhuis
Brussel telt nog een tweede – vrij onbekend maar erg sfeervol - Magrittemuseum. Het is gevestigd in het huis aan de Esseghemstraat 135, waar Magritte 24 jaar lang woonde en werkte. Op het gelijkvloers kan je de woonvertrekken van de kunstenaar bezoeken. Er is ook een permanente expositie met meer dan 400 originele documenten. Het museum is van dinsdag tot zondag geopend van 10 tot 17 uur en op woensdag tot 20 uur. Op zaterdag 30 mei is het museum uitzonderlijk gratis open van 10 tot 22 uur. www.musee-magritte-museum.be

EhB!magazine 03| 23

De Erasmushogeschool Brussel (EhB) ontleent haar naam aan de humanistische filosoof Desiderius Erasmus. Pluraliteit, openheid en verdraagzaamheid vormen immers de basisfilosofie van de hogeschool. Deze eigenschappen koppelt ze aan maatschappij- en toekomstgerichtheid en aan de internationale gedachte.
Het onderwijs aan de Erasmushogeschool Brussel wordt gekenmerkt door een talentwaarderende aanpak. Basisuitgangspunt is het gegeven dat de student het beste leert wanneer hij een actieve rol heeft. Studenten worden in de gelegenheid gesteld om een kritische houding te ontwikkelen en om eigen perspectieven geleidelijk aan te ontwikkelen. Talrijke onderwijsinitiatieven houden verband met diversiteit en ‘inclusief onderwijs’, de optimalisatie van het onderwijsrendement, het projectgestuurd onderwijs, de blijvende actualisering van het curriculum en de studentenbegeleiding. De Erasmushogeschool Brussel telt 24 bacheloropleidingen (19 professioneel gerichte bacheloropleidingen en 5 academisch gerichte bacheloropleidingen) en 11 masteropleidingen. Daarnaast biedt de hogeschool meerdere voortgezette opleidingen (banaba, manama), en via het centrum voor permanente vorming EhB+ ook postgraduaten en bij- en nascholing aan. Ook zijn er formules om werken en studeren te combineren. De Erasmushogeschool is samengesteld uit 6 departementen. In totaal zijn er 8 campussen verspreid over Brussel. Het departement Rits verzorgt de opleidingen Audiovisuele Kunsten (programmamaker, regisseur of scenarist voor speelfilm, radio en televisie, animatiefilm en documentaire), Audiovisuele Technieken beeld-geluid-montage, audiovisuele assistentie, podiumtechnieken en Drama. Het departement Industriële Wetenschappen & Technologie (IWT) verzorgt de opleidingen Industriële Wetenschappen (industrieel ingenieur), Stedenbouw en Ruimtelijke Planning en Toegepaste Informatica. Het departement Toegepaste Taalkunde (TTK) verzorgt de opleidingen Toegepaste Taalkunde en Vertalen en Tolken (Deens, Duits, Engels, Frans, Italiaans, Spaans) en Journalistiek. Het departement Koninklijk Conservatorium Brussel (KCB) verzorgt de opleidingen Muziek, Symfonische Muziek, de Specifieke Lerarenopleiding Muziek en Muscial. Het departement Campus Dansaert verzorgt de opleidingen Communicatiemanagement, Journalistiek (bachelor), Office Management, Sociaal Werk, Toerisme- & Recreatiemanagement en Hotelmanagement. Het departement Campus Jette verzorgt de opleidingen Verpleegkunde, Vroedkunde, Biomedische Laboratoriumtechnologie, Voedings- & Dieetkunde, Zorgmanagement, Milieuzorg, Landschaps& Tuinarchitectuur, Kleuteronderwijs, Lager Onderwijs, Secundair Onderwijs en Buitengewoon Onderwijs. www.erasmushogeschool.be