De Andere Legende Van Julia.

Door Sander Evers.

Proloog
Mijn naam is Julia Eva, ik ben een heel normaal meisje. Ik ga naar school, ik shop met mijn vriendinnen en ik woon bij mijn lieve ouders. Ik ben 22 jaar oud, ik heb lang zwart haar, groene ogen, ik ben lang en slank. Verder ben ik ook een heel bijzonder meisje… Ik heb namelijk twee grote, donkerblauwe vleugels. En… „Julia?‟ iemand riep me, „Julia!‟ Ik keek op en zag mijn broer naast me staan, ik lag op de bank, televisie te kijken. Nou ja, ik lag een beetje te dagdromen. „Ja, Eric, wat is er?‟ vroeg ik. „Niets,‟ zei hij, „ik wilde je alleen vertellen dat de oefenruimte af is.‟ Ik heb namelijk sterke magische krachten, daarnaast ben ik ook bedreven in verschillende oosterse vechtkunsten. Ik had mijn broer gevraagd of hij mijn speciale oefenruimte wilde bouwen en testen. Hij had zelf geen magische krachten, maar hij kon wel erg goed vechten. Hij was zogezegd mijn Mentor. Totdat ik hem steeds makkelijker versloeg, mijn ouders vonden het eerst niet fijn dat hun oudste dochter in vechtkunsten gespecialiseerd was. Dat veranderde echter toen ik ze vertelde van mijn magische krachten. Dit wisten zij namelijk niet. „Ik ga heus niet iedereen in elkaar slaan,‟ had ik gezegd, „maar, ik kan niet altijd om mijn magie vertrouwen. Sommige demonen zijn immuun tegen alle vormen van magie, en dan ben ik ineens machteloos.‟ Vreemd genoeg vonden mijn ouders het niet erg dat ik überhaupt magie had, ze waren zelfs blij met een magische dochter. Ze weten nog niet dat mijn jongere zus, Nina, ook magische krachten heeft. Ik kan het erg goed met mijn zusje vinden. Zij is een Elementaire Heks (een heks die naast “heksenmagie” ook elementaire magie gebruikt) en ik ben een Prinses (een prinses heeft de mogelijkheid om alle vormen van magie te gebruiken, dit hoeft niet te betekenen dat ze dat dan ook kan want ze zijn nog steeds mensen of elven en hebben dus beperkingen.) Ik ben de machtigste prinses die er is, daarmee ben ik ook de machtigste magiër die er is. Natuurlijk weet ik dat nog niet. Ik bedankte mijn broer en ging naar de ruimte, Nina zat al voor de deur. Ik had haar belooft dat we gezamenlijk zouden oefenen. „Ben je er klaar voor?‟ vroeg ik mijn zus toen we in de ruimte waren, zij knikte. We hadden allebei een zwaard vast. Een, niet scherp, oefenzwaard. „En garde!‟ riep ik en Nina glimlachte even, daarna sprong ze op me af en begon woest op me in te hakken. Dit zonder me te raken. Ik stak mijn hand omhoog en ze stopte abrupt. „Je doet het helemaal verkeerd,‟ zei ik, „je moet je ontspannen, rustig aandoen, blokken.‟ Ik viel haar aan, rustig, en zij blokte netjes. „Zie je,‟ zei ik, „als je maar rustig blijft.‟ Na een uur oefenen verlieten we de ruimte en gingen we naar het lab. Ik startte mijn computer op en Nina en ik namen plaats voor het beeldscherm. „Julia, wat ga je nu doen?‟ vroeg Nina. „Mail checken,‟ antwoordde ik, „ik heb een aantal heksen een mail gestuurd.‟ „Heksen?‟ vroeg ze, ze was nu op haar hoede. Nina wist namelijk dat ik het liefst geen contact met heksen zocht. Het was voor mij echter geen schok dat mijn zusje een heks was. „Ja, een coven uit Amsterdam,‟ zei ik, „ze zijn bezig met aloude voorspellingen.‟ Nina wist ook dat ik niet dol was op voorspellingen…

Hoofdstuk 1: Een klein beetje geluk.
„Julia,‟ begon mijn moeder, „waar gaan jullie naartoe?‟ Nina en ik stonden al in de deuropening, het was zaterdagmiddag en die avond hadden we een familiediner. Dit zou de eerste keer worden dat we dat zouden moeten missen. „Nina en ik gaan naar Amsterdam,‟ zei ik, „we gaan daar een aantal vriendinnen bezoeken.‟ Dat was ook wel waar, maar waren deze “vriendinnen” de heksen, die diezelfde ochtend wat bijzonders ontdekt hadden. „En het diner?‟ vroeg mijn moeder, „dat ben je toch niet vergeten?‟ „Nee, mam,‟ zei ik, „maar we kunnen helaas niet aanwezig zijn.‟ Ik probeerde zo oprecht mogelijk te klinken. Mijn moeder leek bedroeft, maar toch liet ze ons gaan. We gingen met de fiets naar het station, vanwaar we met de trein naar Amsterdam gingen. Twee heksen stonden ons op het station op te wachten. Tessa, de hoofdheks, glimlachte toen ze ons zag. „Hallo, Julia,‟ zei ze toen we op gehoorsafstand waren, „fijn dat jullie gekomen zijn.‟ „Ja,‟ zei één van haar medeheksen, „jullie moeten dit zien, dit is gewoon geweldig.‟ „Petra,‟ zei Tessa, „dat kan straks ook wel. Ik wil jullie iets laten zien.‟ Ze pakte een paar heuse bezemstelen, ik schaterde het uit. „Bezemstelen?‟ lachte ik verbaasd. „Hoe wil je er anders komen?‟ vroeg Tessa, „dit is sneller dan met de auto.‟ „Ik kan namelijk vliegen,‟ zei ik, „zie je, ik heb vleugels…‟ „Dat zie ik,‟ zei Petra, „maar hoe kom je eraan? „Ik ben er mee geboren,‟ zei ik, „ik kom uit Windia.‟ „Windia?‟ vroeg Tessa verbaasd. Ik keek haar aan en legde uit wat Windia was… Windia is een groot eiland dat door een chemische reactie van, ozon en zuurstof, in de lucht drijft. Sommige mensen zeggen dat het niet bestaat, dit omdat nog nooit iemand het eiland heeft gevonden. De mensen daar worden duizenden jaren oud, dit omdat ze niet aan ouderdom sterven. Wanneer ze 21 (volwassen) worden, stop hun lichaam met enige vorm van veroudering. Hierna kunnen ze duizenden jaren oud worden, ze sterven alleen aan ziektes, of moord. Een paar honderd jaar geleden was er een oorlog tussen de Gevleugelde mensen en de elven. De elven hadden toen een vloek over de gevleugelde mensen uitgesproken, waarna deze nooit meer konden lezen of schrijven. Verder vertelden ze een valse legende, dat een prinses met donkere vleugels Windia zal vernietigen. Hierdoor hadden ze mij naar de gewone mensen verbannen, totdat ik 3 jaar geleden terugkeerde en de magie van de elven ongedaan maakte. Ik was namelijk de enigste Windiaanse vrouw die kon lezen en schrijven. Doordat ik de vloek verbrak en de ware legende vertelde, kunnen de anderen nu ook lezen en schrijven. Hierna keerde ik weer terug naar de vleugelloze mensen. Toen ik uitgesproken was, leende Nina een van de bezemstelen van de heksen en vlogen we richting de haven. Met mij voorop, Tessa had me verteld waar we naartoe gingen. „Naar een oud pakhuis, welke al jaren niet meer gebruikt wordt.‟ Had ze gezegd. „Waarom niet?‟ vroeg ik. „Omdat ze denken dat er een gaslek is. En ze hebben geen geld om het te herstellen.‟ We landden voor het pakhuis. Het pakhuis was, op een paar heksenspullen na, leeg. „Is dit jullie werkruimte?‟ vroeg Nina verbaasd. Ze vond het vreemd dat een dergelijk pakhuis helemaal leeg stond. „Is er niemand die het gaat gebruiken?‟ „Dat is één van onze bescherming,‟ zei Tessa, „niet magische mensen zien hier een grote hoop afval en grote plassen olie. Ze durven het niet op te ruimen of af te breken, want ze zijn bang dat het de lucht in gaat.‟

„Gaaf,‟ zei ik, „dat is behoorlijke sterke magie.‟ „Niet zo sterk als wat we ontdekt hebben,‟ zei Tessa, „Laura en Erica zijn er al naartoe, maar.. wij hebben de ingang naar de wereld van de farao‟s weten te openen.‟ Niemand heeft ooit de toegang tot die wereld weten te openen, niemand behalve Farao‟s. Ik was dus eerst wat cynisch toen ze mij dit vertelden. Uiteindelijk begreep ik dat deze jonge heksen wel degelijk wisten waar ze het over hadden. Even later begonnen de heksen, met behulp van mij en mijn zusje, een grote cirkel op de grond te tekenen. Zij vertelden ons precies wat we moesten doen. „Oké,‟ zei Tessa uiteindelijk, „nu gaan we in het midden staan en spreken we de toverspreuk uit.‟ We liepen naar het midden van de cirkel, en namen onze plaatsen in. Terwijl we de spreuk uitspraken, gebeurde er iets vreemds buiten het gebouw. Er verschenen verschillende monsters. Deze werden door de magie aangetrokken en ze probeerden binnen te komen. Hierdoor verstoorden ze onze magie waardoor de gehele toverspreuk rampzalig zou kunnen eindigen… Tessa sprak eindigde de toverspreuk in een onbekende taal. Ik had het idee dat het Egyptisch was. „Aterro!‟ was het laatste woord van de spreuk, en Tessa schreeuwde deze zowat uit. De spreuk bleef nog even nagalmen. Niet veel later lichtte de cirkel op. Het licht vormde een koepel om ons heen, we zagen de monsters door de muur breken. Maar toen verdwenen ze, en al het andere verdween ook. Ik wist dat we getransporteerd werden. Maar, waarheen? Een tijd lang was er niets te zien, maar toen verschenen er grote muren om ons heen, en ze verdwenen net zo snel als ze gekomen waren. Het voelde alsof er een grote kracht was die ons verplaatste. Dit klopte ook, we verplaatsten door een vierdimensionale ruimte. Met andere woorden, we werden door de tijd geslingerd. Naar de toekomst en het verre verleden, ik besefte maar al te goed dat we dit moesten stoppen, anders was er een mogelijkheid dat we nooit meer naar onze eigen tijd terug zouden kunnen. Voorzichtig, liep ik naar het midden van de cirkel en stak mijn rechter hand omhoog. „Julia?‟ vroeg Tessa, maar ik lette niet op haar. „Wat is ze aan het doen?‟ vroeg Tessa fluisterend aan Nina, die haar hoofd schudde. „Godin van het Licht!‟ riep ik, „roept voor Tijd!‟ Nina wist dat dit een van mijn krachtigste Goddelijke krachten was. Ja, ik ben de Godin van het Licht. Veel magische Prinsen/Prinsessen zijn ooit goden geweest, dit gold ook voor mij. Natuurlijk blijf je een god als je een Prinses wordt, meestal wordt je herboren als Prins/Prinses, en ook dat gold voor mij. Dit omdat Goden niet op de Aarde mogen leven. Ik creëerde een grote lichtbal tussen mijn handen. Ik gooide de lichtbal omhoog, hierdoor werden we aan één tijdstip vastgezet. Vrijwel direct verdween de beschermende koepel en zag ik dat we in de verre toekomst waren. „Dat was leuk!‟ zei Petra, „maar, wat gebeurde er?‟ „Is dat niet duidelijk?‟ vroeg Nina half sarcastisch, „we zitten in de toekomst.‟ We waren nog steeds in Amsterdam, alleen was alles anders. De scheepswerf was helemaal verdwenen, het kanaal was smaller dan ooit te voren en er stonden wolkenkrabbers die groter waren dan ik ooit had gezien. De straten waren echter uitgestorven. Toen ik omhoog keek, zag ik allemaal kleine vliegtuigen rondzweven. De anderen achterlatend, vloog ik een stuk omhoog en zag dat het nieuwe straten waren. Met hovercrafts en Luchtfietsen in plaats van auto‟s en fietsen. Er waren echter nergens voetgangers te zien. Ik landde bij de anderen en vertelde ze wat ik ontdekt had. „Dan zijn deze buizen,‟ Nina wees naar een paar grote buizen die overal langsliepen, „een soort van portalen naar andere gebouwen.‟ Ik knikte, ze had hoogst waarschijnlijk gelijk.

„Maar, wat gaan we nu doen?‟ vroeg Tessa.‟ „Laten we naar mijn huis gaan,‟ zei ik, „misschien is het er nog.‟ Petra keek me hoofdschuddend aan, „we zijn vast allang dood.‟ „Misschien,‟ zei ik, „maar ik denk dat ik nog leef.‟ Tessa keek me met grote ogen aan, „echt?‟ „Ik ben toch een Godin,‟ zei ik en ik glimlachte zo onschuldig mogelijk, „ik ben onsterfelijk.‟ „En hoe denk je bij jou huis te komen?‟ vroeg Tessa, die een beetje pissig werd. „Simpel,‟ zei ik, „pak mijn hand.‟ En dat deden ze, Nina pakte Tessa´s andere hand. Ik straalde ons allemaal naar mijn oude huis. (Tenminste, naar de straat.) Ik zag dat het er nog steeds stond, alleen stond er nu ook een grote wolkenkrabber achter. JEP stond er op een groot bord. “Julia Eva Producties, sinds 2007” stond eronder. Op een klein bordje stond “Julia Eva Producties is een onderdeel van MicroSE.” Op twee wolkenkrabbers naast die van JEP zat een bord met de tekst “MicroSE, sinds 2000” „Zo, Julia,‟ begon Tessa, „je hebt een mooi, groot, kantoor.‟ „En dat begint volgend jaar al?‟ vroeg Nina, ze keek me aan. We liepen naar het huisje, wat opvallend klein leek tussen de wolkenkrabbers. Er was iemand thuis, want er brandde licht. Precies op het moment dat ik wilde bellen, deed een jonge vrouw te echt precies op mij leek de deur open. „Wow,‟ zei ze, „ik wist dat dit zou gebeuren, maar je ontmoet niet iedere dag jezelf.‟ „Jij bent mij?‟ vroeg ik verbaasd. Het klopte, dat voelde ik. „Ja,‟ zei ze, „Toen jij je vleugels kreeg ben je gestopt met ouder worden.‟ „Maar,‟ zei ik, „dat was vandaag!‟ „Dat klopt,‟ zei ze, „en dat is voor mij nu 18 duizend jaar geleden.‟ „Niemand wordt achttienduizend jaar oud!‟ zei Tessa, „dat is onmogelijk.‟ „Julia,‟ zei mijn toekomstige zelf, „jij hebt ze toch verteld dat je een godin bent?‟ „Ja,‟ zei ik, „ik heb ze ook verteld dat goden onsterfelijk zijn.‟ „Alleen sterven de meeste goden die een menselijke gedaante hebben aan ouderdom, maar jij bent een Windiaans mens.‟ „En Windianen kunnen niet aan ouderdom sterven,‟ vulde ik aan. Op dat moment kwam er een jongen naar buiten. Hij was ongeveer net zo oud als ik, en had ook vleugels. Alleen had hij witte vleugels. Hij zag er erg knap uit. „Sander,‟ begon mijn toekomstige zelf, „dit ben ik uit 2006 en mijn oude vriendinnen en mijn zusje.‟ „Zijn jullie getrouwd?‟ vroeg Nina, en Sander schudde zijn hoofd. „Ik was de God van de Aarde, en oorspronkelijk de broer van de Godin van het Licht,‟ legde hij uit, „Julia is mijn zus.‟ „Dus is Julia met iemand anders getrouwd?‟ „Nee,‟ zei Sander, „ze heeft het zelfs niet geprobeerd, dit omdat…‟ „Goden en mensen niet mogen trouwen,‟ vulde ik aan. „Nee,‟ zei mijn toekomstige zelf, „ik wilde nooit trouwen, omdat ik eeuwig leef.‟ Julia vertelde me dat ze Julia Eva producties had opgericht toen ze Sander in 2006 ontmoette, Sander hielp haar en gezamenlijk zijn ze op 1 januari 2007 met JEP begonnen. „Weet je ook hoe ik weer terug moet gaan?‟ vroeg ik. „Je moet de 4 elementaire dingen vinden en deze combineren,‟ zei Sander, „wij geven je aarde, van het Aarde element. De rest moeten jullie zelf vinden.‟

Hoofdstuk 2: De Elementen.
Julia nam me mee naar een soort van kleedkamer. „Je zult wel afvragen wat ik voor je had voorbereid.‟ Dat had ik inderdaad, dit omdat ze me verwacht had. „Namelijk,‟ vervolgde ze, „heb ik deze jurk gemaakt,‟ ze liet me een lichtblauwe jurk zien, „hierin ga ik altijd uit op avontuur.‟ Ik keek haar aan. „Wees maar niet bang,‟lachte ze, „ik heb er zelf ook één.‟ We deden allebei de jurk aan, hij was gemaakt van een zachte maar synthetische stof, er liepen rode strepen over de mouwen. Er zat een soort van PDA op de linkermouw zodat ik deze met mijn rechterhand kon besturen. Het was een JuliaWare Limited Edition PDA en werd door zonne-energie en bewegingsenergie opgeladen. Er zat een agenda in, ook een GRPS verbinding en nog veel meer. „Het scherm is kras en schokbestendig,‟ zei Julia, „en er zit een 10 TB geheugenkaart in.‟ „Dat is voorlopig genoeg,‟ zei ik, „kom laten we gaan.‟ Mijn toekomstige zelf deed ook de jurk aan, terwijl ik de functies van de PDA (Deze had een koptelefoonaansluiting in de kraag) Even later gingen we terug naar de anderen. „Wow, jullie zijn echt exact hetzelfde,‟ zei Tessa. „Mooie jurk,‟ zei Nina, zij was altijd erg modebewust, ze droeg daarom ook altijd de laatste mode. Petra, die duidelijk erg technisch was, keek met grote ogen naar de PDA. Even later gingen we opzoek naar de andere elementen. We gingen naar een ruimte centrum. Deze was op de hoogste wolkenkrabber van Nederland. De wolkenkrabber was een paar kilometer hoog. „Wat doen we hier?‟ vroeg Nina. „Jullie, niets,‟ zei ik, „ik open de koepel, vlieg omhoog en vang iets van het tweede element.‟ „Welk Element?‟ vroeg Nina, omdat zij een Elementaire heks was, vond zij het wel interessant. „Licht,‟ zei ik, „mijn element.‟ Nina wist dat Vuur mijn sterkste element was, ook al was ik de godin van het Licht. Ik was hierin net zo als mijn zusje. Haar element was ook Vuur, maar ze deed zich voor als een Water-elementalist. Ze bezat magie van beide elementen, maar haar Vuurkracht was het sterkst. Ik had een apparaatje gemaakt waarmee ik licht op kon vangen, ik koppelde deze aan de PDA. Dit moest ik met puur zonlicht doen. Het licht was op de grond niet sterk genoeg. Ik vloog omhoog, en ik merkte al gauw dat ik veel sterker geworden was. Dit door de tijdreis. Ik maakte een grote lichtbal boven mijn hoofd, en ik merkt dat de strepen op mijn mouwen steeds groener werden terwijl ik mijn magie gebruikte. Het volgende moment leek het of ik door bliksem geraakt werd, dit was ook zo. Maar ik voelde er niets van, dit omdat ik geen verbinding met de aarde maakte. Ik zag ook dat mijn apparaatje, waarmee ik het licht moest vangen, werkte. Ik ving dus letterlijk het licht van de bliksem. Toen de lucht weer opklaarde, en ik terug wilde keren, verscheen er een groepje lichtdemonen. „Hier heb ik geen tijd voor,‟ zei ik zacht. Ik vloog omhoog en vuurde een energiebal op één van de demonen af. Deze verging direct, maar hierdoor vielen de anderen mij aan. Ik wist ze net te ontwijken, door snel omhoog te vliegen. Ze probeerden me nog bij te houden, ik wist dat ik veel sneller was. Ze gooiden ook Donkere Energieballen op mij af, deze wist ik maar net te ontwijken.

Dit werd me toch wel erg warm onder de voeten, dus besloot ik dat ik ze moest verslaan met mijn sterkste spreuk. „Vuurbal!‟ schreeuwde ik, en voordat de demonen het doorhadden, verscheen er een grote vuurbal in mijn handen. Ik stuurde, deze soepel maar elegant, op hen af. De demonen, die nogal dicht bij elkaar zweefden vergingen met een harde schreeuw en ik vloog terug naar mijn vrienden. Nina keek me met grote ogen aan, ze had nog nooit zoveel magie gezien, dit omdat lichtdemonen tot de hoogste demonensoort behoren. En ik versloeg er net drie met één enkele aanval. De heksen zeiden niets en keken me ook niet aan, het was duidelijk dat ze geschrokken waren. Nina, was niet zo verbaasd omdat ze me vaker zware magie zag gebruiken. Maar nog nooit zo zwaar als nu. We gingen nu opzoek naar het derde element, Water. Dit moest niet al te moeilijk worden, verzekerde ik de anderen. We reisden naar de Fontein des Levens. “Devine Water” stond er op een gouden plakkaat. „Laat mij maar,‟ zei Tessa en ze liep naar de fontein toe. Ze goot het flesje vol met water en liep terug. Echter, net toen ze zich omdraaide, werd ze door een waterduivel aangevallen. „Niet weer,‟ fluisterde ik, ik snapte niet waarom dat steeds gebeurde. Tessa keek achterom en schreeuwde, ze gooide mij het flesje toe en maakte een energiebal (witte-energiebal) tussen haar vingers. Ze keek de demon in zijn rode ogen, en ze gooide de energiebal op hem af. De demon verwachtte dit en probeerde weg te springen. Echter, Petra had hem verstijfd met een simpele spreuk. Ook deze demon schreeuwde het uit voordat hij tot as verging. Gelukkig verschenen er nu niet nog meer demonen. „Goed teamwork,‟ zei ik en Tessa glimlachte, deze heksen waren sterker dan ik aanvankelijk dacht. „We hebben nu drie elementen,‟ zei ik, „aarde, licht en water. Nu moeten we vuur zien te krijgen, heeft iemand een idee?‟ „Ja,‟ zei Nina, „ik maak een vuurbal en…‟ „We kunnen onze eigen magie niet gebruiken,‟ zei ik, „dat is één van de regels.‟ „Draken?‟ vroeg Tessa, „misschien kunnen we een draak oproepen.‟ Ik keek haar aan, hoe kon ze dat voorstellen? „Draken zijn groot, gemeen en slecht gehumeurd,‟ zei ik. „Hoe weet je dat?‟ vroeg Tessa, die nog niet uit het veld geslagen was. „Ik heb ooit een draak ontmoet,‟ zei ik, „ze leven in de wolken, op plaatsen waar bijna nooit mensen komen.‟ „Hoe kwam jij daar dan?‟ vroeg Petra, maar ze begreep het meteen al. „Ik kan vliegen,‟ zei ik, „en dat doe ik op ongeveer dezelfde hoogte.‟ Ik zag dat Petra zich probeerde in te beelden dat een klein meisje tussen grote, gemene draken vloog. „Natuurlijk zie ik ze niet vaak,‟ zei ik, „ze zijn bang voor mensen.‟ „Hoe bedoel je?‟ vroeg Tessa. „Meeste mensen willen de macht over de draken,‟ zei ik, „de meeste draken weten nu wel dat ik dat niet wil, maar toch houden ze afstand.‟ „Je bedoelt dat er meer mensen zijn als jij?‟ vroeg Petra. „Ja, ik vertelde jullie toch over Windia?‟ „Dat is waar,‟ zei ze, „maar ik geloofde het nog niet zo.‟ „Dat geeft niet,‟ zei ik, „ik denk dat we Tessa‟s idee wel gebruiken, met wat aanpassingen.‟ „Welke?‟ vroeg Tessa. „We gaan niet een draak oproepen, we gaan er één bezoeken.‟ „Maar,‟ zei Nina, „je zei net…‟

„Ik weet dat ik net zei dat de draken mij mijden, maar er is één draak die mij echt vertrouwd. We zijn ook goede vrienden geworden.‟ Na die woorden, vloog ik omhoog. Ik riep naar de anderen dat ze moesten wachten totdat ik terug was. Daarna vloog ik naar de drakengrot van de “Witte Draak”, zij was de laatste draak die de menselijke taal sprak en ze was een goede vriendin van me. Ik had haar Sarah genoemd, omdat zij geen menselijke naam had. Toen ik bij de grot kwam zag ik haar niet, er lagen ook geen schubben of draken-eten. Het leek wel alsof hier nooit een draak geleefd had. Toen ik de achtermuur van de grot bereikt had, zag ik een bekende, prachtige muurschildering van een grote witte draak. Deze was er in mijn tijd al. Er was nu ook wat bijgeschreven in mijn eigen handschrift, al wist ik dat ik dat (nog) niet geschreven had. Er stond: “Voor als ik weer terugkeer naar Laura‟s grot, om haar te eren, moet ik eraan denken dat ik haar kaars van drakenvuur aan moet steken. Na Sarah‟s dood liet ze mij een prachtige kaars na, deze verborg ik in de geheime ruimte.” Ik las het nog een paar keer, ik kon niet begrijpen dat ik een draak overleef. Ik opende de geheime ruimte achter de muur, en hier vond ik een gigantische (4 meter hoog) witte kaars. Ik moest een paar meter vliegen om bij de lont te komen. Ik had geen aansteker, dus stak ik de kaars met mijn magie aan. De vlam was groter dan die van een normale kaars en er kwamen vuurballen vanaf. Ik ving zo‟n vuurbal met mijn speciale apparaatje en wachtte op de demonen, die niet kwamen. Ik vloog terug naar de anderen. Ik vertelde hen wat er gebeurd was. Daarna gingen we terug naar mijn huis. Mijn toekomstige zelf verwelkomde ons. „En hebben jullie de elementen?‟ vroeg ze. „Ja,‟ zei ik, „het was niet al te moeilijk.‟ „En ben je er klaar om naar je eigen tijd terug te keren?‟ Dat was ik, we maakten een cirkel, en in het midden legde ik het apparaatje met de elementen. Ik concentreerde me op deze elementen en sprak een toverformule uit. In minder dan een paar minuten tijd verscheen er een poort. Via deze poort moesten we terug de tijd ingaan, Julia wenste ons succes en we pakten elkaars handen vast en we stapten het licht van de poort in. De reis terug in de tijd was anders dan de heenreis, we liepen door een straals licht en verder was er niets te zien. Ik weet niet hoe lang we liepen, maar na een tijdje was er een einde te zien, hier was weer een poort. Toen we door deze poort gingen, stonden we weer in het pakhuis. De twee andere heksen stonden ons al op te wachten. Erica rende naar ons toe, ze had tranen in haar ogen. „Toen we terugkwamen, waren jullie weg, ik wist niet wat te doen,‟ en zo ging ze nog even door. Laura omhelsde Tessa, terwijl ze mij doordringend aankeek. „Ben jij Julia?‟ vroeg ze zacht. „Ja,‟ zei ik, „en jij bent Laura?‟ „Hoe weet je dat?‟ vroeg ze verbaasd. „Dat zag ik op jullie website,‟ ik glimlachte, er was niets mis met deze heksen. „En jij bent ook een heks?‟ vroeg Erica. „Nee,‟ zei ik, „ik ben een Magische Prinses, mijn zusje is een Elementaire heks.‟ „Prinses?‟ vroeg Laura verbaasd. „Ja,‟ zei Tessa, „Julia kan iedere vorm van magie gebruiken. Ze is alleen beperkt bij haar menselijkheid.‟ „Dat klopt,‟ zei ik, „mijn ziel bepaalt of ik goed of slecht ben.‟

Hoofdstuk 3: De tweede keer is het nog leuker.
De heksen creëerden opnieuw een poort, nu zonder dat ik in het midden stond. Deze keer ging het goed, er werd daadwerkelijk een poort naar een Oudegyptische dimensie geopend. Wij stapten de dimensie binnen en we keken om ons heen. Het leek wel alsof we in Egypte waren, overal stonden piramides en tempels. „Dit is niet onze wereld,‟ zei Tessa, „dus kijk uit.‟ Ik pakte een authentieke fakkel uit mijn rugzak en stak deze aan, ik negeerde de blikken van de anderen. Tessa, Petra, Erica, Laura en Nina volgden mij naar de grootste tempel die we konden zien. „Dit is de tempel van Isis,‟ zei Erica, maar dat had ik al gezien. Het moest de grootste tempel in deze dimensie zijn, althans, dat staat in de boeken. „Dit bouwwerk is echt eindeloos,‟ zei Erica vol bewondering, „Laura en ik waren hier net, we liepen uren door de gangen.‟ Toen we binnen in de tempel merkte ik al dat er iets niet in orde was. Het was er niet aardedonker, maar alleen de muren waren in duisternis gehuld. De rest van de gang scheen duidelijk verlicht te zijn. Echter was er geen duidelijke lichtbron te bekennen, de deur was achter ons dichtgevallen. Het rook muf in de tempel, alsof hier nog nooit een mens was geweest. Waarschijnlijk was dat ook zo. Ik liep naar de muur, maar deze bleef onzichtbaar. Echter was deze er wel. Ik liep er dus pardoes tegen aan. Ik vloekte binnensmonds. „Julia, gaat het?‟ vroeg Nina bezorgd. „Ja,‟ zei ik, „niks aan de hand.‟ Ik taste de muur af en ik vond een onzichtbare hendel. Zonder na te denken haalde ik de hendel over en zag ik waarom ik me niet op mijn gemak voelde, er kwam een zwerm schorpioenen op ons af. „Leuk,‟ zei ik en ik vloog ongeveer een meter omhoog, ik merkte dat het plafond meer dan tien meter boven me moest zijn. De andere meiden hadden minder geluk, deze sprongen steeds opzij voor de griezelige beesten. „Julia, kan je ons helpen?‟ vroeg Tessa ongeduldig. „Achteruit!‟ riep ik en ik vloog nog iets verder omhoog. Ik drukte mijn handen op elkaar en creëerde de benodigde magie voor “waterval”, hierna richtte ik deze energie op de kruipsels en liet de energie los. Hierna ging alles heel snel, er kwam een gigantische waterval uit het energieveld. Deze waterval spoelde al de schorpioenen weg. Het licht kwam samen tot een grote spleet. Na een paar seconden kwam er een jonge vrouw op ons af. Ze had grote witte vleugels en ze leek een beetje op mij. Haar uiterlijk was echter superieur aan dat van mij, haar vleugels leken nog groter en haar gezicht zag er heel knap uit, echter keek ze wel woedend. Haar ogen waren ook anders, ze had rode ogen terwijl de mijne groen waren. Ze liep ons af, „wie zijn jullie?‟ vroeg ze, „wat doen jullie in mijn tempel?‟ Ik landde voor de anderen. „Ik ben Prinses Julia, ik...‟ „Dat kan niet!‟ riep de ander, „want IK ben Prinses Julia.‟ “Ontmoet ik weer mezelf?” dacht ik, “maar.. ze is zo anders!” „Julia, weer een versie van jou?‟ vroeg Nina. „Denk het,‟ zei ik, „maar..‟ Toen begreep ik het, ik was deze Julia eeuwen geleden. „Dit is mijn leven en mijn wereld,‟ zei de ander Julia, „ik stel voor dat jullie verdwijnen.‟ Ze vloog op ons af en ik zag dat ze een zwaard, die beangstigend veel op mijn zwaard leek, bij zich had. Ik ontweek haar aanval, en trok mijn zwaard. „Wil je vechten?‟ riep ik, „kom dan maar op!‟ „Julia... NEE!‟ riep mijn zus, „als je haar doodt, dan dood je ook je zelf.‟

Alsof ik dat niet wist, ik bleef Julia d‟r aanvallen ontwijken en zij ontweek de mijne. Haar aanvallen waren exact dezelfde als de mijne en ik wist dat ze niet uit een ander leven kon komen. Ik blokte haar aanval en riep: „Stop!‟ Ze keek me aan en stopte, „waarom?‟ vroeg ze. Nu ze een paar centimeter van me af stond, hoorde ik dat haar stem exact mijn stem was. „Wij zijn dezelfde persoon,‟ zei ik, „ik ben licht en jij bent duisternis.‟ „Dat weet ik,‟ zei ze, „daarom moet jij dood.‟ „Snap het dan!‟ riep ik, „als ik sterf, dan sterf jij ook!‟ „Inderdaad,‟ zei ze, maar ik hoorde haar twijfelen. „Omdat wij allebei Prinses Magiër zijn,‟ begon ik, „is onze ziel gescheiden, en dat klopt niet, want..‟ „We moeten vrij zijn om onze eigen keuzes te maken,‟ vulde ze mij aan, „we moeten weer één worden!‟ „Julia.. wat...‟ begon Nina. Zowel mijn duistere zelf als ik vlogen omhoog en vlogen direct tegen elkaar aan, en in tegenstelling tot wat iedereen verwachtten.. werden we één. Er kwam veel magische energie vrij en het werd helemaal donker in de ruimte. Toen kwam er een lichtflits vanuit onze lichamen en ik viel met een smak op de grond. Het licht verscheen weer alsof er niks gebeurt was. Maar er was weldegelijk wat gebeurt. Mijn duistere en goede zelf waren één geworden. Ik was nu, net als ieder ander mens, volledig in balans. En, het was aan mij om goed of slecht te zijn. Verder leek ik nu ook meer op haar, mijn vleugels waren een stukje groter en ik wist dat ook mijn gezicht op dat van haar leek. Maar ik was zelf niet anders, ik was vrolijk en mijn vleugels waren nog steeds donkerblauw. En ik wist ook dat mijn ogen gewoon nog groen waren. „Julia,‟ zei mijn zusje, „je ziet er echt anders uit..‟ „Dit is mijn ware uiterlijk, Nina,‟ zei ik, „laten we gaan.‟ We liepen terug naar de deur, deze was nog steeds dicht. „Maar de deur is nog steeds dicht,‟ zei Erica. „Ik denk dat ik daar nu wel een oplossing voor heb,‟ zei ik en ik vloog omhoog. Ik dacht even na en herinnerde me een spreuk die mijn duistere helft gebruikt had om de deur te sluiten toen we er net doorheen kwamen. Ik spreidde mijn armen en ik vervormde deze spreuk. „Gesloten deuren open u voor deze indringers!‟ En direct gingen de deuren open en op het moment dat we naar buiten liepen, stonden we weer in het pakhuis. „Hoe komen we weer hier?‟ vroeg Tessa. „De wereld der Farao‟s is voor ons gesloten,‟ zei ik, „meiden, probeer nooit meer om naar die wereld te gaan.‟ „Waarom niet?‟ vroeg Erica. „Omdat je er dan niet meer uitkan,‟ zei ik, „het is verboden.‟ We aten nog wat met de heksen, waarna Nina en ik naar huis gingen. „Schrijf ons!‟ riep Laura me nog na. „Dat zullen we doen!‟ riep ik terug en ik glimlachte. Thuis stond Eric ons al op te wachten, „Julia, meisje, je bent nog knapper dan gisteren,‟ zei hij, „hoe doe je dat?‟ „Lief broertje,‟ zei ik en ik giechelde even, „dat is mijn geheim.‟ Ondertussen probeerden de heksen weer naar de Wereld van de Farao‟s te gaan..

Wordt vervolgd...