maandag première | dinsdag media | woensdag film | donderdag cultureel supplement | vrijdag b o e ke n

Vr ijdag 28 maart 2 0 14
BOEKEN
Special Eerste
We re l d o o r l o g
C2 Interview historicus Christopher Clark| C4 Fronttoneel vanLuk Perceval | C6 Grunberg over Hertmans | C11 N i e uwe
roman van Erwin Mortier | C12 Nederlandse kunstenaars als soldaat | C 14 Oorlogsschrijvers | C20 Meezingen met Hazes
Boeken- en
k u n s t b i j l a ge
over de Eerste
We re l d o o r l o g .
Honderd jaar
na dato kantelt
eindelijk het
ge s c h i e d b e e l d
Welk land
liep voorop?
EN VERDER I
L
L
U
S
T
R
A
T
I
E
J
O
O
S
T
H
Ö
L
S
C
H
E
R
W 1
C2 WO I
Door Bernard Hulsman
‘H
a, dat moet de man
van het interview zijn’,
zegt de Australische
historicus Christopher
Clark in het Neder-
lands als ik me meld
bij het portiershok van St Catherine’s Col-
lege in Cambridge. „Mijn schoonouders
wonen in Heiloo, mijn zus in Amsterdam.
Ik kom regelmatig in Nederland”, vertelt
Clark (1960) even later als we over de bin-
nenplaats lopen van het college waar hij
fellowis en Nieuwe Europese geschiedenis
doceert. We strijken neer in de ontspan-
ningsruimte van St Catherine’s, dat met
zijn dikke vloerbedekking, donker houten
plafond en diepe fauteuils veel weg heeft
van een ouderwetse Britse club.
Vorig jaar publiceerde Clark Slaap wan-
delaars, een spraakmakende studie over
de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog.
Hierin gaat hij vooral na hoe de Eerste We-
reldoorlog uitbrak, en niet waarom. De
laatste vraag leidt tot het aanwijzen van
schuldigen en daarin is hij niet geïnteres-
seerd, schrijft hij nadrukkelijk. Meer dan
de meeste historici tot nu toe hebben ge-
daan, richt Clark zijn blik in Slaap wande-
laars op de ontwikkelingen op Balkan en
in Rusland in de jaren 1900-1914. Hoewel
hij geen schuldigen aanwijst, hebben veel
lezers uit zijn duizelingwekkend minutieu-
ze beschrijving van de wijze waarop Euro-
pese staatslieden in 1914 ‘slaapwandelend’
ten oorlog trokken, geconcludeerd dat
Duitsland veel minder schuld aan de Eer-
ste Wereldoorlog had dan algemeen wordt
aangenomen.
Als ik Clark spreek, zijn zojuist de eerste
Russische militairen in anonieme unifor-
men op de Krim verschenen. Verschillen-
de commentatoren hebben de crisis op de
Krim al vergeleken met de aanloop naar
de Eerste Wereldoorlog die een eeuw gele-
den begon met de moord op de Oosten-
rijkse kroonprins Franz Ferdinand in Sara-
jevo. Maar Clark noemt deze vergelijking
rubbish. „De gebeurtenissen in Oekraïne
en op de Krim zijn veel overzichtelijker
dan de verwikkelingen op de Balkan een
eeuw geleden”, zegt hij in een fauteuil bij
het raam. „Het is bijvoorbeeld volkomen
duidelijk wat Poetin nu wil op de Krim.
Het probleem van de huidige crisis is dat
de EU geen geopolitieke stem heeft. De EU
is wat de Duitsers een Friedensordnung
noemen, gericht op pacificatie. De militai-
re traditie die Engeland en Frankrijk nog
altijd wél hebben, wordt niet door de rest
van de leden ondersteund. De EUmoet
een buitenlandse politiek ontwikkelen
maar is daartoe nog niet in staat.”
In ‘Slaapwandelaars’ schrijft u dat de
Eerste Wereldoorlog niet onvermijdelijk
was. Maar uw uiterst gedetailleerde be-
schrijving van de aanloop, die begint
met de moord van samenzwerende le-
gerofficieren op de Servische koning in
1903, geeft de lezer toch het gevoel dat
de geschiedenis niet anders had kunnen
lopen .
„Dit is een probleem waarmee ik heb ge-
worsteld. Historici zijn geneigd de loop
van de geschiedenis te verklaren door juist
die gebeurtenissen te beklemtonen die
ogenschijnlijk hebben geleid tot bepaalde
uitkomsten. Zoals de wapenwedloop tus-
sen Duitsland en Engeland in de jaren
voor en na 1900 die wel moest uitmonden
in een oorlog. Daar wilde ik juist van af: de
toekomst lag een eeuw geleden net zo min
vast als nu. Ik wilde recht doen aan ont-
wikkelingen die toen tot een andere toe-
komst hadden kunnen leiden. Een voor-
beeld: als kroonprins Franz Ferdinand en
zijn vrouw niet waren vermoord – en ie-
dereen weet dat de aanslag eigenlijk was
mislukt maar dat ze bij toeval alsnog wer-
den doodgeschoten –, dan had de prins
opperbevelhebber Conrad von Hötzen-
dorf ontslagen en zouden de haviken in
Oostenrijk een toontje lager hebben ge-
zongen.”
De meeste historici die over WOI hebben
geschreven, belichten vooral de verhou-
dingen tussen de grote mogendheden
Engeland, Duitsland, Frankrijk en Rus-
land. U richt uw blik veel meer op de Bal-
kan en Rusland.
„Al in de jaren zeventig schreef een Au-
stralische historicus een artikel waarin hij
wees op het grote belang van Oost-Europa
voor het uitbreken van de Eerste Wereld-
oorlog. Dat heeft toen niet tot een debat
geleid. Maar de snelle veranderingen op
de Balkan in het begin van de twintigste
eeuw, zoals de twee Balkanoorlogen en
een steeds groter wordend Servië, leidden
tot een toenemende instabiliteit van het
Europese statensysteem. Nog in 1913 nam
‘Elk land heeft
een smoking gun
in de hand’
Interview Christopher Clark
Niet waarom de Eerste Wereldoorlog uitbrak, maar hoe het gebeurde.
Dat wilde de Britse historicus Christopher Clark uitzoeken. Het leidde
tot zijn spraakmakende studie Sl a a p w a n d el a a r s , waarin schuld van de
Duitsers wordt gerelativeerd. Daarmee kantelt het geschiedsbeeld.
Duitse
infanterist
Wat op de Krim gebeurt
is veel overzichtelijker
dan destijds op de Balkan
Het is absurdisme,
maar absurdisme
met een kwade kant
W
e deden niet mee! Trauma iseen groot
woord, maargeschokt wasikwel toen
ikrondmijn achtste begreep dat Ne-
derlandneutraal was geweest in de Eerste We-
reldoorlog. Neutraal?In een Wereldoorlog?Het
voelde alsof we het WKvoetbal hadden gemist.
Numiste Nederlandin die jaren nogal wat we-
reldkampioenschappen (waarBelgië zichwel
voorkwalificeerde), maartoch. De Grote Oorlog
wasin Nederlandlang een buitenlandse oorlog.
Een die je tegenkwam op vakantie. Vooral in
Frankrijk, waar de herinnering over het landis
uitgestrooidalsduizenddorpse oorlogsmonu-
menten, waarop de dode jongenszo netjes perfa-
milienaam zijn gerangschikt dat je denkt dat ze al-
fabetischuit hun loopgraven zijn geknald.
Inmiddelsgaat erzelfsin de Noordelijke Neder-
landen commerciële kracht uit van La Grande
Guerre : vorige week stonden ertwee Eerste-We-
reldoorlogsromansbij de beste tien verkopende
boeken, en dan moest de nieuwe Erwin Mortier
nog komen. Daarbij komen tientallen non-fictie-
boeken –vaakvertaald, want het blijft een beetje
een buitenlandse oorlog. Een selectie staat in de-
ze speciale bijlage, net alstoneel, muzieken an-
dere kunst die op de een of andere manierin de
loopgraven wortelt.
Want nu, na 100 jaar, wordt erop volle kracht
herdacht. In 1968 wasdat anders. Vijftig jaarna
het eindvan de oorlog verscheen Em. Kummers
vertaling van CélinesVoyage au bout de la nuit,
maaruitgeverVan Oorschot wijdde op de achter-
flap geen woord aan het jubileum.
Binnenin komt de oorlog tot leven –en hoe. Van
het moment waarop Bardamu achterde meute
aanloopt en de vijandaanschouwt in al zijn onbe-
nulligheid: ‘Heel in de verte op de weg, zoverals
we konden zien, waren twee zwarte stipjes, er
midden op, net alswij, maardat waren twee Duit-
sers, die al een kwartier drukaan het schieten wa-
ren.’ Het absurdisme spat ervan af, maarhet is
absurdisme met een kwade kant. De Duitsers
schieten raak: ‘De buikvan de kolonel wasopen-
gereten, z’n gezicht wasafschuwelijkvertrokken.
’t Hadhem beslist pijn gedaan, toen het gebeur-
de.’ De oorlog isslechts het begin van de Reis, zo-
alsde Reis ook maarhet begin van Céline is.
(Waarna in hem een antisemiet bleekte schuilen,
zoalseen cartoon in mijn progressieve geschie-
denisboekHitlertevoorschijn liet kruipen uit het
Verdrag van Versailles.)
Aan de overkant, waardie twee Duitse stipjes
stonden te schieten, maakte een Oostenrijkse
soldaat, geboren in 1889, aantekeningen voorhet
boekdat hij na de oorlog zoupubliceren. In zijn
Tractatus logico-philosphicus probeerde Ludwig
Wittgenstein de wereldte vatten in stellingen,
waarvan sommige de acute schoonheid van grote
poëzie hebben. Nummer1.21: ‘Ietskan het geval
zijn of niet het geval zijn en de rest kan hetzelfde
blijven.’ Het islogica, maarergensklinkt dezelfde
zinloosheidals in de woorden van Céline.
En de wereldwasnooit meerhetzelfde.
Column
Arjen Fortuin
*1
*2
*3
*4
*5
z wa k /o n t g o o c h e l e n d
matig
goed
zeer goed
buitengewoon
WA A R D E R I N G
W 1Kantelende geschiedenis V R I J DAG 28 MAART 2 0 14 C3
NRCHANDELSBLADBOEKEN
Rusland bijvoorbeeld de fatale beslissing
om zich wat de Balkan betreft te richten
op Belgrado in plaats van Sofia. Daar
kwam nog bij dat Frankrijk Rusland ging
steunen in zijn Balkanpolitiek. Daarmee
maakte Frankrijk van de Balkan een soort
boobytrap.
„Ook binnenlands was in die tijd de po-
sitie van politici onzeker. Frankrijk ver-
sleet binnen een paar jaar meer dan tien
ministers van Buitenlandse Zaken en de
Franse president Poincaré maakte grote
haast met de versterking van het leger om-
dat er verkiezingen aankwamen die hij
zou kunnen verliezen.
„Voor het uitbreken van een oorlog is de
korte termijn belangrijker dan de lange
termijn. Natuurlijk zijn langlopende ont-
wikkelingen als imperialisme, de verde-
ling van de wereld en de opkomst van
massamedia niet zonder belang. Maar een
wapenwedloop loopt niet onvermijdelijk
uit op een grote oorlog, zoals de Koude
Oorlog, met de grootste wapenwedloop
uit de geschiedenis, bewijst. Het zijn voor-
al onzekerheid, ondoorzichtigheid van be-
sluitvorming en korte-termijngebeurtenis-
sen als snel wisselende coalities die leiden
tot oorlogen.”
Ook opmerkelijk is dat u Servië afschil-
dert als een soort schurkenstaat waar
staatsorganisaties waren verweven met
geheime terreurorganisaties als de
Zwarte Hand.
„Met dergelijke interpretaties van wat ik
over Servië heb geschreven, ben ik niet
blij. Servië was geen moderne schurken-
staat zoals Irak of Libië dat waren. Het was
een min of meer democratische staat, met
een parlement, een grondwet en een vrije
pers. De Servische premier Nikola Pasic
[1845-1926] was een intelligent politicus
voor wie ik sympathie heb. Pasic zag niets
in de ultranationalistische Servische ge-
nootschappen. Maar hij had geen controle
over het leger dat vooral in de tijdens de
Balkanoorlogen veroverde gebieden
machtig was. En juist het leger was verwe-
ven met de geheime genootschappen. Zo
was Apis niet alleen het Servische hoofd
van de militaire inlichtingendienst, maar
Ondanks zijn agressie
wilde Wilhelm II één ding
niet: een Europese oorlog
ook van De Zwarte Hand, die de plegers
van de aanslag op Franz Ferdinand van
wapens voorzag en de grens van Bosnië-
Herzegovina over hielp.”
U geeft een vriendelijker beeld van de
Duitse keizer WilhelmII dan gebruike-
lijk. De meeste historici schilderen hem
af als botte, snoeverige oorlogshitser.
„Ik ben niet de eerste: veel tijdgenoten ga-
ven ook al een minder eenduidig beeld
van hem dan nu meestal wordt geschetst.
Zeker, Wilhelm II was bombastisch en uit-
te zich vaak agressief. Maar in zijn hande-
len was hij veel voorzichtiger dan in zijn
uitspraken. Zijn opvattingen en handelin-
gen waren inconsistent, maar één ding
wilde hij beslist niet: een Europese oorlog.
Hij verwachtte dat het conflict tussen Ser-
vië en Oostenrijk tot een regionale oorlog
beperkt zou blijven. Maar met zijn agres-
sieve uitingen heeft hij natuurlijk wel het
internationale politieke klimaat vergif-
tigd.”
In ‘Slaapwandelaars’ is Oostenrijk-Hon-
garije ook niet de vermolmde, tot onder-
gang gedoemde dubbelmonarchie die de
meeste historici ervan maken.
„De economische groei in Oostenrijk-Hon-
garije was hoog in de jaren vóór 1914, de
productiviteit groeide snel en sommige re-
gio’s, zoals Tsjechië, industrialiseerden in
hoog tempo. Zelfs Tsjechische nationalis-
ten als Benes en Masaryk konden zich in
1914 geen toekomst zonder de veelvolke-
renstaat Oostenrijk-Hongarije voorstellen.
Het verhaal van Oostenrijk als de zieke
man van Europa is in het leven geroepen
door tegenstanders, en dan vooral door de
Russen. Hiermee wilden ze duidelijk ma-
ken dat Oostenrijk tot het verleden be-
hoorde; de toekomst was aan nieuwe, vita-
le staten als Servië. Deze opvatting was
niet op feiten gebaseerd maar een ideolo-
gie die de internationale politiek van Rus-
land moest legitimeren.”
Het ultimatumvan Oostenrijk aan Ser-
vië waarvan de meeste historici vinden
dat het onmogelijk door een soevereine
staat kon worden geaccepteerd, verge-
lijkt u met het ultimatumvan de NAVO
IL
L
U
S
T
R
A
T
IE
S
JO
O
S
T
H
Ö
L
S
C
H
E
R
Ru s s i s c h e
infanterist
Historicus Christopher Clark
Fra n k r i j k
Verenigde Staten
Hongarije
België
Oostenrijk
G ro o t- B r i t t a n n i ë
aan Servië in 1999 inzake Kosovo. De
laatste was veel harder en ingrijpender,
schrijft u.
„Verschillende collega’s hebben furieus
gereageerd op deze vergelijking. Die kun
je niet maken, vinden ze. Ik zou niet weten
waarom niet. De ingrijpendste eis van de
Oostenrijkers was dat ze zouden worden
betrokken bij het onderzoek naar de
moordaanslag op Franz Ferdinand. Dit is
vergelijkbaar met bijvoorbeeld het onder-
zoek dat inspecteurs van internationale
organisaties in januari deden naar de ver-
rijking van uranium in Iran. Een deel van
de Servische regering wilde in 1914 dan
ook het ultimatum aanvaarden. Maar uit-
eindelijk deden de Serviërs dit niet, omdat
ze wisten dat ze altijd zouden worden ge-
steund door Rusland.
„Al voor het ultimatum werd gesteld,
riepen de Russen heel hard dat er geen en-
kel verband bestond tussen de kroonprin-
sendoder Princip en Belgrado. Elke sug-
gestie in die richting was voor hen ontoe-
laatbaar. Het verhaal over het onmogelijke
Oostenrijkse ultimatum is, alweer, vooral
van de Russen afkomstig en na 1918 einde-
loos herhaald door politici en historici.”
‘Slaapwandelaars’ is met ruim160.000
verkochte exemplaren een bestseller in
Duitsland. Begrijpelijk: u neemt veel van
de Duitse schuld aan de Eerste Wereld-
oorlog weg. De Britse journalist Nigel Jo-
nes heeft u daaromeen ‘Te utonofiel’ ge-
noemd die in Cambridge doceert met
een Pickelhaube (Pruisische helm, red.)
op het hoofd.
„Ach, mijn critici hoeven zich er echt geen
zorgen over te maken dat ik een vergelijk-
baar boek over de Tweede Wereldoorlog
ga schrijven. Ik ben geen Teutonofiel,
maar een Eurofiel. Ik houd van Italiaans
eten, ik vind Nederland, op Geert Wilders
na, een geweldig land en ik kom zelfs
graag in Brussel. In Slaap wandelaars praat
ik de Duitse internationale politiek aan de
vooravond van Eerste Wereldoorlog ook
niet goed. Die was uitermate stupide. De
vlootpolitiek was belachelijk, de Duitse
paranoia bespottelijk en de blanco cheque
voor Oostenrijk-Hongarije, de onvoor-
waardelijke steun aan de Oostenrijkse po-
litiek inzake de Balkan, was desastreus.
„Maar als je de blame game wilt spelen,
heeft ieder betrokken land wel een smo-
king gun in de hand: de onvoorwaardelijke
steun van Rusland aan Servië, de Franse
steun aan Rusland, de onduidelijkheid van
Engeland over wat het zou doen als er een
oorlog uitbrak tussen Duitsland en Rus-
land/Frankrijk, de verwevenheid van het
Servische leger met gewelddadige, ultra-
nationalistische bewegingen.
„Het ging me in Slaapwandelaars niet
om het vaststellen van schuld. Ik wilde la-
ten zien dat de aanloop naar de Eerste We-
reldoorlog uiterst complex was. En com-
plex is iets anders dan ingewikkeld. Com-
plexe systemen zijn meer dan de som der
delen en leiden vaak tot volkomen irratio-
nele en onverwachte resultaten.”
Christopher Clark: Slaapwandelaars. Hoe
Europa in 1914 ten oorlog trok. Ve r t a l i n g
Bookmakers. De Bezige Bij Antwerpen,
752 blz. € 39,9 5
C4 WO I
Het grootstedeel vandevoorstellinglaat Perce-
val zijnacteursopeenrij staan. Zoechoënzede
onschuldig ogendegroepsportrettenvanofficie-
ren, diebij aanvang opdeachterwandwordenge-
projecteerd. Zo ookzagen destrijdendepartijen
soldatenvandeoverkant oprukken; keurignet-
jes, rij narij. Het publiekziet henalsdoorhet oog
vandecamera, of doorde loop vaneengeweer.
Mooi symbool
Een paar keer haalt de regisseur ze uit het gelid.
Bij het verbeelden van een aanval kiest hij we-
derom de abstractie. In plukjes verspreid tollen
de acteurs op voor- en achtertoneel eindeloos
om hun as. Het illustreert treffend de wanorde
en ontreddering waaraan soldaten in het nie-
mandsland ten prooi vielen; blind en doof door
het lawaai en de chaos, zonder enig besef van
waar ze waren, waar naartoe op weg en waar-
om; niet zeker of ze zouden leven of sterven.
Ze hebben richting noch perspectief. De zinloze
beweging is ook een mooi symbool voor de
oorlog als geheel, die maar door en door ging,
zonder dat de soldaten wisten waarom. Een
gruwelijk perpetuum mobile. ‘We’re here
because we’re here because we’re here’, klonk
‘Wat Europa
bindt
is oorlog’
InterviewLuk Perceval
In Hamburg speelt ‘Front’, een gestileerde bewerking
van de roman Im Westen Nichts Neues van Erich Maria
Remarque (1929). ‘Cijfers zeggen pas iets als je
inzoomt op het individuele lot’, aldus de regisseur.
Door Herien Wensink
V
erbijsterd kijken de jongens – jon-
gens zijn het nog – uit over het
slagveld. Ze horen wat geen mens
zou mogen horen: doodskreten
uit duizenden kelen, van gevelde
vrienden die op luttele meters af-
stand langzaam sterven. En nog iets anders, iets
onbekends; de doodsnood van hun paarden. Ze
zien dingen die te gruwelijk zijn om aan te zien.
Een paard dat neerstort, opkrabbelt, wankelt en
weer valt; gestruikeld over zijn eigen darmen
die uit zijn opengereten buik hangen. Na een
jaar aan het front, een jaar waarin dit soort aber-
raties hun dagelijkse werkelijkheid wordt, zijn
Paul Bäumer en zijn vrienden hoogbejaard. Ze
hebben veel te veel gezien. Tussen hen en een
groepje nieuwe rekruten – 18, 19 jaar, zo oud als
zij ooit waren – gaapt nu een niet te overbruggen
kloof. Ze zijn te oud om ooit nog naar hun jonge
levens terug te keren.
Hoe breng je de totale vernietiging van ‘de
grote oorlog’ op toneel? Regisseur Luk Perceval
doet het bij het Duitse Thalia Theater in Ham-
burg met een gestileerde, minimalistische to-
neelbewerking van de roman ImWesten Nichts
Neues van Erich Maria Remarque (1929). In zijn
polyfone stemmenspel Front verbeeldt Perceval
de grootscheepse verwoesting sober en ingeto-
gen. Met eenvoudige stalen platen wordt het ge-
luid van een bombardement nagebootst. Niet
luid, wel bevreemdend en ongemakkelijk.
Te midden van wat aan het front een zenuw-
slopend kabaal moet zijn geweest, laat hij zijn
acteurs stil en beheerst spelen. Schreeuwen
wordt fluisteren. Het geluid van stervende paar-
den, door Remarque zo pijnlijk beschreven, is
hier het ondraaglijke schrapen van staal op
staal; doeltreffend in zijn abstractie. „Hoor je
dat?’’ zegt acteur Oscar van Rompay zacht tegen
een medesoldaat. Ze staan en luisteren, zwij-
gend. Bij zulk leed, dat elk begrip te boven gaat,
kun je alleen maar stil vallen.
Proberen de verwoesting van de Eerste We-
reldoorlog op toneel te imiteren, zou aanmati-
gend zijn, ridicuul, zegt Luk Perceval na de eer-
ste doorloop in Hamburg. De Vlaming, die sinds
2009 het Duitse theater leidt, zoekt de oplossing
in abstractie en minimalisme, zozeer dat zijn ac-
teurs bijna niet echt mogen spélen.
Uit Remarques roman, de Franse klassieker
Le Feu van Henri Barbusse (1919) en historische
documenten destilleerde hij achttien persona-
ges, elk met een eigen verhaallijn. Zijn twaalf ac-
teurs (sommigen hebben een dubbelrol) plaatst
hij op een rij aan de rand van het toneel, gezich-
ten frontaal naar de zaal. Beurtelings zeggen zij
hun teksten, in Vlaams, Frans, Engels en Duits.
Perceval: „Ze staren naar de overkant, oog in
oog met de vijand; de dood. Dat gold voor alle
soldaten aan het front destijds, of ze nu aan
Duitse of geallieerde zijde vochten. Ze bevonden
zich op een afstand van vijftig meter van elkaar,
met de opdracht elkaar te doden. Maar ze had-
den veel gemeenschappelijk; allemaal wilden ze
veilig naar huis. Dat verlangen werd omgebogen
tot destructie.”
Wrang
Front is een co-productie van het Thalia Theater
en het Vlaamse gezelschap NTGent. De wens om
samen te werken bestond al langer, maar Perce-
val wilde dat alleen als zo’n Vlaams-Duitse pro-
ductie ook inhoudelijk te rechtvaardigen was.
Met de herdenking van de Eerste Wereldoorlog
diende zich de gepaste aanleiding aan. „Het pro-
bleem met zo’n herdenkingsjaar is dat iedereen
zijn eigen slachtoffers herdenkt, zijn eigen, spe-
cifieke, nationale geschiedenis centraal stelt.
Met Front wil ik die beperking overstijgen. Wij
zullen met deze voorstelling door heel Europa
toeren, naar Edinburgh, Brussel, Belgrado, Sa-
rajevo en misschien zelfs naar Rusland. Ik vind
het belangrijk om in een tijd dat Europa ernstig
verdeeld is, en zelfs weer een nieuwe oorlog
dreigt, te laten zien wat ons bindt en wat we de-
len. Het wrange is: wat Europa bindt is oorlog.
Elk Europees land heeft wel zijn eigen monu-
ment voor een onbekende soldaat. Al die jon-
gens vochten in oorlogen die ze geen van allen
begrepen, of hadden gewild. Welke taal je ook
spreekt, we hebben een gemeenschappelijke
taal van pijn, spijt en verlies.”
Om die reden voert Perceval personages op
van vier verschillende nationaliteiten, zowel
aan als achter het front. Paul Bäumer en zijn ma-
ten, die de Duitse kant van het verhaal vertol-
ken, staan tegenover een naïeve Vlaamse boe-
renzoon (Van Rompay), diens moeder en gelief-
de zuster aan het thuisfront, een agressieve, al-
coholische Franse officier en een Britse ver-
pleegster in het veldhospitaal.
Baümer en zijn vrienden zien hun jongens-
dromen verloren gaan. De boerenzoon stuurt
wanhopige brieven naar huis, die onbeant-
woord blijven. De verpleegster wordt verliefd
op een patiënt. De officier durft niet meer met
verlof, omdat zijn echtgenote thuis vreemdgaat.
Al hun verhaallijnen zijn filmisch door elkaar ge-
sneden. Maar er is nauwelijks interactie tussen
de personages: ze delen hoogst zelden een dia-
loog, en als dat al gebeurt, wordt die uitgespro-
ken richting zaal, niet tegen een medespeler.
destijds een bekend Brits soldatenliedje.
Perceval is in Vlaanderen met de Eerste We-
reldoorlog opgegroeid. „Je kunt er daar niet om
heen; je struikelt er over de begraafplaatsen,
nog jaarlijks komen er mensen om bij het opgra-
ven van explosieven, vorige week zelfs nog.” In
de anderhalf jaar voorbereiding voorafgaand
aan de productie las hij „meters boeken”. In één
adem somt hij wat getallen op: 17 miljoen slacht-
offers, 700.000 dode paarden, kilometers loop-
graaf van de Noordzee tot de Zwitserse grens. Er
vielen, vertelt Perceval, nog 5.000 doden tussen
5 uur ’s ochtends op 11 november 1918, toen de
vrede werd getekend, en zes uur later, toen het
vechten werd gestaakt. Perceval: „Die omvang
gaat elk begrip te boven. Ze noemen het niet
Er werden zelfs Chinezen
hiernaar toe gehaald om het
slagveld op te ruimen
Scène uit de voorstelling ‘Fro n t ’ van Thalia Theater en NTGent, gebaseerd op de roman ‘Im Westen Nichts Neues’ van Erich Maria Remarque.
W 1T h e at e r V R I J DAG 28 MAART 2 0 14 C5
NRCHANDELSBLADBOEKEN
M
et Eenkleine geschiedenis
vande Grote Oorlog1914-
1918 (Ambo/Manteau, 472
blz. €24,95) schreef de twee jaargele-
den overleden Nederlandse politico-
loog KoenKocheen uitstekende alge-
mene geschiedenisvan de Eerste We-
reldoorlog. Op heldere wijze behan-
delt hij de ‘vierstructurele oorzaken’,
waaronderde bewapeningswedloop
en imperialisme. Maargeen van deze
oorzaken maakte de Eerste Wereld-
oorlog onvermijdelijk, schrijft Koch.
Het waren de dubieuze beslissingen
van Europese staatslieden die leidden
tot de Grote Oorlog.
Overhoe koortsachtig diplomatiek
overleg eindjuli 1914 overging in oor-
log schreef de Amerikaanse historica
BarbaraTuchman in 1962 in de klas-
siekerThe Guns of August (De kanon-
nenvanaugustus, Arbeiderspers, 592
blz. €20,-). Zij concentreert zichvoor-
al op de politieke en militaire ontwik-
kelingen in West-Europa en laat die op
de Balkan linksliggen. Tuchmansge-
schiedenis eindigt met de slag om de
Marne begin september1914 waarde
opmarsvan het Duitse legertot staan
werdgebracht.
Blijkt uit hedendaagse studiesals
McKeeninsJuly1914. Countdown to
War(zie pagina 18) dat Tuchman zich
heeft vergist in enkele data –en op pre-
cieze data komt het aan voorwie wil
vaststellen welklandde hoofdverant-
woordelijke isvoorhet uitbreken van
de Eerste Wereldoorlog –de klassieke
oorlogsroman Im WestenNichts
Neues van Erich MariaRemarque
(Vanhet westelijkfront geennieuws, Er-
ven J. Bijleveld, 203blz. €19,95) uit
1929heeft nog helemaal nietsvan zijn
waarde verloren. ErichMaria Remar-
que, die zelf alsDuitssoldaat vocht aan
het westelijkfront, schrijft sober en
onsentimenteel en daardoordes te
doeltreffender. Niet alleen van de ver-
schrikkingen maarvan ook de opwin-
ding die bij oorlog hoort, doet Remar-
que op indrukwekkende wijze verslag.
In de jaren negentig van de 20ste eeuw
schreef de Britse schrijfsterPat Bar-
kerdeRe generation-triolo gie(Re-
generation, The Eye inthe Dooren
Ghost Road, uitg. Penguin). In deze ro-
mansoverBritse soldaten en officie-
ren die worden behandeldvoorshell
shockin een Schotsziekenhuiskomen
echt bestaande figuren voordie in de
Eerste Wereldoorlog hebben gevoch-
ten, zoals de warpoets SiegfriedSas-
soon en Robert Gravesvoor. Zowel
GravesalsSassoon schreven zelf ook
boeken overhun oorlogservaringen.
Verreweg de grappigste fictie overde
Eerste Wereldoorlog isDe lotgeval-
lenvande brave soldaat Švejk(Pe-
gasus, 846 blz. €29,50) van de Tsjechi-
sche schrijverJaroslavHašekoverde
soldaat die de bevelen van de officie-
ren van het Oostenrijkse leger zeerlet-
terlijkneemt en zo zorgt voorgezags-
ondermijnende verwarring.
Bernard Hulsman
voor niets de grote oorlog. Er werden zelfs Chi-
nezen hiernaar toe gehaald om het slagveld op
te ruimen, wat een horror, stel je voor.”
ImWesten Nichts Neues was het boek dat voor
hem die waanzin het best verbeeldt, „in een
sterk poëtische, steeds mystieker wordende
taal.’’ Barbusses furieuze Le Feu koos Perceval
„omdat Barbusse ons als geen ander ‘the heart of
darkness’ toont .” Van Vlaamse zijde waren er
niet zulke krachtige literaire verslagen, zegt Per-
ceval, en dus baseerde hij de Vlaamse boeren-
zoon op brieven van Vlaamse soldaten. De Brit-
se verpleegster komt uit dagboeken. En de dron-
ken Franse officier is gebaseerd op het toneel-
stuk Journe y’s End (1928) van de Britse schrijver
Robert Cedric Sheriff.
Daarnaast toont Perceval, in gestileerde, es-
thetische vorm, beelden en gebeurtenissen die
als kenmerkend voor de oorlog worden be-
schouwd, zoals de inzet van gifgas en het optre-
den van shellshock. Op het achterdoek worden
fragmenten van een onbedaarlijk trillende shell-
shockpatiënt getoond. Een aanval met gifgas
wordt aangrijpend verbeeld met groenig licht
en vreemd vertraagde onderwatergeluiden, zo-
als in het gedicht Dulce et Decorum Est van Wil-
fred Owen: ‘Door mijn bedompte glazen zie ik
hoe hij zinkt/ En in een dik groen licht, een zee
van slijm, verdrinkt.’
Verbroedering
Ook de momenten van verbroedering tussen de
strijdende zijden krijgen een plek. Perceval laat
zijn personages samen zingen en een potje voet-
ballen, als verwijzing naar Kerst 1914, toen Brit-
se en Duitse soldaten kortstondig vrede sloten,
en uit de loopgraven klauterden om elkaar te
ontmoeten en cadeautjes uit te wisselen. Totdat
ze er van hogerhand in werden teruggestuurd
om elkaar weer dood te schieten.
Voert het gesprek Perceval geregeld naar de
krankzinnige omvang van de oorlog, in Front is
hij daar doelbewust van weggebleven. Er wor-
den geen feiten of cijfers over de oorlog opge-
dist, de bedoeling is niet te imponeren met ef-
fecten, en de voorstelling is geenszins bezweken
onder een veelheid aan informatie. „Ik zou nog
tien jaar kunnen doorlezen. Maar op zeker mo-
ment moet je besluiten: dit is het materiaal
waarmee ik het ga doen. Mijn doel is niet om
een historisch weergave van de oorlog te geven,
of het publiek te informeren over hoe die oorlog
is ontstaan. Dat wisten die soldaten ook niet. Ik
wil de emotionele kant van die oorlog laten zien
en voelen, iets tonen van wat de werkelijkheid
van het front was. Cijfers zeggen pas iets als je
inzoomt op het individuele lot.”
Het lot van soldaten als Paul Bäumer is wrang.
Als ze al overleven, zullen ze nooit meer terug
kunnen keren naar een vooroorlogs leven. Ze
kwamen net van school en hadden nog niets op-
gebouwd toen de oorlog uitbrak; geen huwelij-
ken, geen carrières. Na de wapenstilstand wacht
hen niets, hun geest is verwoest en er is geen
vangnet; ze zijn een gedoemde generatie.
Het slot van Front is hoopvoller. De Babyloni-
sche spraakverwarring die de personages aan-
vankelijk nog verdeelt mondt uit in een geza-
menlijk, veeltalig, unisono gebed. Dat sluit aan
bij Percevals Europese utopie: „ieder behoudt
zijn eigen stem, zijn eigen taal, cultuur en identi-
teit. Maar ze komen samen in de harmonie van
een gemeenschappelijk streven, een gedeelde
droom. In dit geval is die droom vrede.”
Front van Thalia Theater en NTGent speelt nu in
Hamburg, en is later dit jaar in Vlaanderen en
Nederland te zien. Zie voor de speellijst: ntgent.be
F
O
T
O
A
R
M
IN
S
M
A
IL
O
V
IC
De Eerste Wereldoorlog
voor beginners in 5 boeken
Hoe moet een lezer zijn eerste
stappen zetten in de lectuur
over de Grote Oorlog?
V.l.n.r: Australië, Afrika (Fr), Servië,
India (GB), Italië, Japan, Turkije
ILLUSTRATIES JOOST HÖLSCHER
C6 WO I
Door Arnon Grunberg
‘H
et obscene leeft van
een nooit eindigende
paradox: het moet
over iets verborgens
gaan, maar dat verbor-
gene moet publiek
worden gemaakt.’ Dat is een van de defini-
ties die Stefan Hertmans (1951) van het ob-
scene geeft in zijn prikkelende essay ‘De
paradox van het obscene’, opgenomen in
de bundel Het bedenkelijke.
De roman heeft altijd een hang gehad
naar het verborgene en het verbodene,
wat vaak op hetzelfde neerkomt. Je zou
dus misschien kunnen zeggen dat de ro-
man als zodanig een obsceniteit is, en dat
hij zich onderscheidt van pornografie, die
het verborgene uiteraard ook wil tonen,
omdat pornografie veinst dat het zicht-
baar maken van het verborgene geen en-
kel probleem is. De pornografie stelt feite-
lijk dat er helemaal geen verborgen, dus
ook geen obscene plekken zijn.
Of het nu om seksualiteit of geweld gaat,
het obscene is altijd lichamelijk van aard.
Niet voor niets lopen pogingen om de ob-
sceniteit te ontkennen of te ontvluchten
altijd weer uit op een ontkenning van het
lichaam.
Zoals Hertmans in zijn essay aangeeft,
wordt het sublieme gevoed door het ob-
scene. Het is de eerste blik op het obscene,
zegt Hertmans, de blik die nog niet ge-
kleurd is door moraal en geschiedenis, die
ons een glimp toont van het sublieme. De
Sade zou met zijn voorstellingen van het
kwaad daarop uit zijn geweest: om ons te
verleiden het kwaad naïef te aanschou-
wen, met een eerste blik, om zo de onge-
looflijke schoonheid ervan te kunnen zien.
In dat korte, bijna ongrijpbare moment
van lust en angst schuilt het sublieme, sug-
gereert Hertmans.
Lichaamsdelen
Volgens Hertmans zit het obscene ook in
het isoleren van lichaamsdelen, het inzoo-
men op een wond. Als voorbeeld geeft hij
‘de autonoom geworden christuswonde’
en de close-ups van de ‘eindeloos pulse-
rende pik-en-kut’ in de pornofilm.
De obsceniteit, ook die van de roman,
reduceert de mens tot een of meer li-
chaamsdelen, wat ook goed is af te lezen
aan de volgende definitie van het obscene
volgens Hertmans: ‘Het obscene speelt
zich af in de paar seconden waarin het af-
gehakte hoofd onder de guillotine in de
mand valt en het bloed nog niet stroomt,
de snede is nog vers en anatomisch.’
Hier vallen het sublieme en het obscene
samen. Tijd voor ontzetting is er nog niet,
de mens is gereduceerd tot zijn afgehakte
hoofd.
Het kanoverigensniet genoegworden
benadrukt dat wij het obscenealstoeschou-
werbenaderen; voordeonthoofdeziet de-
zescèneerandersuit enzal ervanhet su-
bliemevermoedelijkgeensprakezijn.
Alleen de
kopie toont
het obscene
Stefan Hertmans
Zijn succesroman Oorlog en terpentijn schreef
Stefan Hertmans op basis van zijn grootvaders
oorlogscahiers. Zegt hij. Zouden we te maken
kunnen hebben met een briljante vervalsing?
In dat bijna
ongrijpbare
moment van
lust en angst
schuilt het
sublieme,
suggereert
Hertmans
Precies daarin schuilt ook het probleem
van de romanschrijver. Als hij zich door
zijn schrijven per definitie tot het obscene
verhoudt, moet hij zich ook op de een of
andere manier verantwoorden voor de
positie van voyeur, waartoe hij niet alleen
de lezers verleidt maar waarin hij zichzelf
ook bevindt.
Hoe intenser de obsceniteit, dat wil zeg-
gen hoe ingrijpender het (seksuele) ge-
weld, hoe problematischer de positie van
de voyeur wordt.
Oftewel, hoe beeld je het obscene af
zonder zelf obsceen, dat wil zeggen por-
nografisch te worden?
‘Waar het geweld en schoonheid ver-
smelten, ontstaat de vreemde indruk van
het heilige,’ schrijft Hertmans. Wie het ge-
weld esthetiseert loopt dus het risico dat
geweld te verheerlijken, of hij nadert het
domein, zoals Hertmans suggereert, van
de religieuze kunst, dan wel van de vader-
landslievende kunst, waarbij God slechts
is ingewisseld voor het vaderland.
In het bewierookte Oorlog en terpentijn
komt Stefan Hertmans met een ingenieuze
constructie om dit probleem, dat de be-
schrijving van geweld met zich mee-
brengt, te omzeilen.
Meditatie
Voorop het boek staat weliswaar het
woord ‘roman’, maar er wordt alles op al-
les gezet om de lezer te doen vergeten dat
we met een roman te maken hebben. In
deel 1 komt een op Stefan Hertmans lijken-
de figuur voor die pogingen doet zijn
grootvader te beschrijven, door middel
van herinneringen, bronnenonderzoek,
en iets wat ik maar even meditatie zal noe-
men.
Deel 2, het zwaartepunt van de roman,
bevat de door Hertmans overgetypte me-
moires van Hertmans’ grootvader, die aan
de zijde van België heeft gevochten in de
Eerste Wereldoorlog. De lezer moet gelo-
ven dat dat een authentiek document is
waarin hooguit wat spelfouten zijn verbe-
terd. Dat Hertmans in interviews de au-
thenticiteit van de cahiers van zijn groot-
vader heeft bevestigd en deze op televisie
zelfs heeft getoond draagt bij aan de illusie
van echtheid.
Ik wil niets afdoen aan de betrouwbaar-
heid van Hertmans’ uitspraken buiten de
context van dit boek, maar ik kan niet ver-
geten dat het woord ‘roman’ op de kaft
staat en ik neem Hertmans als literator te
serieus om Oorlog en terpentijn uitsluitend
als een document humain te beschouwen.
Literair wordt Oorlog en terpentijn pas
werkelijk interessant als we de theorie
hanteren dat we met een vervalsing te ma-
ken hebben, waarbij Hertmans zelfs de
schilderijen die van zijn grootvader zou-
den zijn en die in het boek zijn afgedrukt
eigenhandig heeft geschilderd.
Er staan namelijk zinnen in Oorlog en
terpentijn waarvoor de essayist Hertmans,
die ik hogelijk waardeer, zich een beetje
zou hebben geschaamd: ‘Mensen uit de
Franse soldaten in een loopgraaf in Le Hamel, in het Franse departement Somme, 9 augustus 1915
tijd van de grote catastrofes in Europa, wat
begrijpen wij nog van hen?’
Volgens mij heeft Hertmans dat expres
gedaan om de sfeer van anti-intellectualis-
me op te roepen, dat het effect van au-
thenticiteit doorgaans vergroot.
Meester werken
In het boek zijn meer aanwijzingen te vin-
den dat we met een sublieme vervalsing te
maken hebben. Zo is het verdacht dat de
grootvader een schilder is die uitblinkt in
het kopiëren van meesterwerken. Slechts
één keer, als hij zijn vrouw schildert, van
wie hij nooit echt heeft gehouden – omdat
hij van haar zus hield – stijgt hij boven
zichzelf uit en maakt hij iets waarlijk origi-
neels.
In deel 1 en 3, waarin Hertmans of de op
Hertmans lijkende figuur over zijn groot-
vader spreekt, wordt de nadruk gelegd op
W 1L it e rat u u r
deze impotentie van de grootvader om
een origineel schilderij te vervaardigen, en
deze impotentie lijkt ook betrekking te
hebben op het ooggetuigenverslag, dat na-
melijk niet alleen letterlijk een kopie is
omdat Hertmans beweert het te hebben
overgetypt, maar het is net als de namaak-
sels van de grootvader een bewijs van on-
macht, een kopie van een origineel. Een
vervalsing.
Oorlog en terpentijn heeft een citaat van
Erich Maria Remarque als motto, en het
tweede deel leest, puur literair gezien, als
een wat halfslachtige kopie van ImWesten
nichts Neues.
Als document humain zijn de cahiers
van Hertmans’ grootvader natuurlijk
waardevol, als literatuur vallen ze tegen.
‘Soldaten zijn vernielers en bittere kerels
wanneer ze van verlof naar het front
terugkeren,’ staat er. Dat is waar, maar
V R I J DAG 28 MAART 2 0 14 C7
NRCHANDELSBLADBOEKEN
dat is literair al eens beter verwoord.
Pas als vervalsing komt Oorlog en ter-
pentijn echt tot leven, omdat het dan een
roman wordt over de vraag hoe de verbo-
den plek af te beelden die je nooit hebt be-
treden en die je ook niet wilt betreden.
Als wij de loopgraaf beschouwen als een
verboden plek waar de obsceniteit onge-
kende vormen aannam, dan zegt Hert-
mans door middel van zijn vervalsing fei-
telijk dat die obscene plek alleen genaderd
kan worden door te doen alsóf de schrijver
een ooggetuige is, beter gezegd door te
doen alsof hij het geschrift van een oogge-
tuige kopieert. Alleen op dergelijke wijze
kan hij het obscene tonen zonder zelf ob-
sceen te worden.
In de kopieerdrift van de grootvader, die
zijn oorlogstrauma bestreed door beroem-
de schilderijen te kopiëren, zie ik nog iets
anders. Na de verboden plek van de loop-
graaf te hebben overleefd is elke volgende
ervaring eigenlijk alleen nog maar een ko-
pie van die oerervaring. Het origineel is el-
ders en onbereikbaar, het ware obscene is
ontoegankelijk geworden en zij die er zijn
geweest en zijn teruggekeerd moeten pro-
beren iets mee te delen wat zich feitelijk
niet laat mededelen.
Hertmans’ roman interpreteer ik zo: wij
die niet op de verboden plekken zijn ge-
weest, zijn eigenlijk allemaal vervalsers.
Vanuit dat perspectief is Hertmans roman
groots en wanhopig en daarvoor verdient
hij de Libris Literatuurprijs. Maar stel dat
ik ongelijk heb, dat er geen sprake is van
een meesterlijke vervalsing, dan zit ik met
een vraag.
In 2001 schreef Hertmans de roman Als
op de eerste dag, een hermetische, moeilij-
ke en prachtige roman over een man met
een onbeheersbaar pornografisch verlan-
gen. Zelf zegt Hertmans dat deze roman
gaat over het verlies van onschuld, dat te
maken heeft met de herhaling, maar ik zie
ook daar al een man aan het werk die lijdt
aan kopieerdrift, want pornografie is altijd
een kopie van het obscene.
Vanaf 2001 schreef Hertmans talloze, in-
teressante essays, die hij naar eigen zeg-
gen niet meer wil schrijven. Dan volgt O or-
log en terpentijn en ik begrijp de ontwikke-
ling van zijn schrijverschap niet meer.
Zoals de Eerste Wereldoorlog in alle op-
zichten een breuk was, zo is deze roman
een breuk in Hertmans’ oeuvre.
Kunst
In de essaybundel De mobilisatie van arca-
dia schreef Hertmans dat de opdracht van
kunst is om gevaarlijk over te steken, dat
de kunstenaar zich moet verzetten ‘te gen
het geweld van algemene insluiting’, dat
de ‘morele consumeerbaarheid’ een
doodlopende weg is, waarmee hij bedoelt
dat kunst die ertoe dient om een moraal
makkelijk te kunnen consumeren als
kunst niets om het lijf heeft, onze aan-
dacht niet behoeft. Ik betwijfel of O orlog
en terpentijn volledig aan de eisen voldoet
die Hertmans zichzelf ooit heeft gesteld.
Als deze roman geen vervalsing is, dan
heeft Hertmans wellicht zijn eruditie en
academische uitstapjes als een vergissing
beschouwd, een omweg, en is hij tot de
conclusie gekomen dat hij zich thuis voelt
bij wat ik gemakshalve maar even ‘volkse
kunst’ zal noemen. Er is net zomin iets mis
met morele consumeerbaarheid als met
een kerkdienst, en ook literatuur met dat
uitgangspunt, hoewel het niet het mijne is,
heeft bestaansrecht.
Er is ook een andere verklaring moge-
lijk: dat de ontwikkeling van een schrijver,
of hij nu wil of niet, uiteindelijk wordt ge-
dicteerd door de markt.
Stefan Hertmans: Oorlog en terpentijn.
De Bezige Bij, 304 blz. € 19,9 0
Stefan Hertmans: Het bedenkelijke.
Boom, 139 blz. Niet meer leverbaar
Stel nu dat
Hertmans de
schilderijen
van zijn
grootvader
zelf
heeft
geschilderd
Een stiekeme kus
in niemandsland
Helen Dunmore: The Lie.
Hutchinson, 294 blz. € 2 0 ,9 9
*3
In haar nieuwe roman vertelt Dunmore
hoe een teruggekeerde soldaat de
oorlog niet uit zijn hoofd krijgt. Ze
heeft iets te weinig vertrouwen in de
slimheid van haar lezers.
E
en soldaat keert terug uit de
oorlog, maarraakt de oorlog
niet kwijt. Dat isde kortst mo-
gelijke samenvatting van The
Lie, de nieuwe roman van Helen Dun-
more. De soldaat in kwestie isDaniel
Branwell, die na gruwelijke ervarin-
gen in de loopgraven van de Eerste We-
reldoorlog terugkeert naarhet kleine,
afgelegen dorp in Cornwall waarhij is
opgegroeid. Zijn moederisinmiddels
overleden, de enige bij wie hij terecht
kan isde oude Mary Pascoe, die in een
huisje bij de kust woont. Wanneerzij
overlijdt, neemt Daniel haarcottage
over. Daardoorroept hij problemen
overzichaf die hem uiteindelijknood-
lottig dreigen te worden.
Daniel iseen man van weinig woor-
den, net zo stug als het landschap
waarin hij isopgegroeid. Stug maar in-
telligent, en onstuimig: vanaf zijn
jeugdwasDaniel hartstochtelijkbe-
vriendmet Frederick, die met zijn ou-
dersin het grote huisvan het dorp
woonde. Daniel en Frederickkomen
uit verschillende klassen: Daniels
moedermaakte schoon bij de ouders
van Frederick. In hun jeugdviel dat
verschil henzelf nog niet zo op, maar
laterverandert dat, wanneerze elkaar
in de oorlog weertegenkomen. Frede-
rickisofficier, Daniel gewoon soldaat.
Hun vriendschap moet verborgen blij-
ven voorde overige manschappen.
Heimelijke ontmoetingen, een onhan-
dige kus. Daarna een missie in nie-
mandsland, die Daniel overleeft, maar
Frederickniet.
Wanneer Daniel terugkeert naar zijn
dorp, is daar veel veranderd, maar de
zus van Frederick, Felicia, woont nog
steeds in het grote huis, met een klein
kind. Haar man is gesneuveld. Er lijkt
iets op te bloeien, maar beiden zijn
getraumatiseerd, en Daniel raakt de
geest van Frederickniet kwijt.
De rol die de oorlog in het leven van
Daniel speelt, wordt door Dunmore
benadrukt doorde (somsbehoorlijk
lange) citaten die ze boven de hoofd-
stukken heeft geplaatst. Die zijn af-
komstig uit handboeken uit die tijd,
en hebben betrekking op hoe solda-
ten zichin oorlogstijddienen te ge-
dragen. Doorde manierwaarop Dun-
more ze gebruikt, wordt benadrukt
dat Daniel ookin vredestijdnog
steedseen oorlog uitvecht. Eigenlijk
ishet jammerdat Dunmore die cita-
ten gebruikt. Het isalsof ze bang isdat
haarlezersniet op eigen kracht in
staat zijn te ontdekken dat Daniels
handelingen en gedachten nog steeds
gekleurdworden door de oorlog.
Ontdekkingen die lezerszelf doen,
werken langerdoordan verbanden
die ze kant en klaar worden voorge-
schoteld.
Rob van Essen
Goodbye to all that (Robert Graves)
K. Michel
1.
Wat ik maar niet begrijp is de duur
van alles in de Grote Oorlog het doordrenzen
van de regen het niet aflaten van de kou
de onophoudelijke herrie en het wachten
het afwachten het wanhopig wachten op.
2.
Van de vele gruwelen en honderden doden
die hier stiff-upper-lippig worden beschreven
is mij alleen die ene witte teen bijgebleven
van de soldaat die op zijn buik in de loopgraaf ligt
vlak voor de dageraad, één voet bloot in de modder.
‘Hé daar’ roept Graves om hem op te porren
‘appèl’ en beschijnt hem met zijn zaklamp
tot een kameraad hem wijst op het achterhoofd
en Graves beseft dat de jongeman eerst zijn laars
moet hebben uitgetrokken en daarna zijn sok
om met zijn teen de trekker te kunnen overhalen
van het geweer waarvan de loop in zijn mond steekt.
Poëzietijdschrift Het Liegend Konijn publiceert deze maand een themanummer ‘Alle malen zal
ik wenen’, met nieuw werk van 112 dichters over oorlog. De gedichten in deze bijlage zijn
daaruit afkomstig. Van Halewyck, 436 blz. € 25,–
Daniel is een man van
weinig woorden, en zo
stug als het landschap
F
O
T
O
M
U
S
É
E
A
L
B
E
R
T
-K
A
H
N
C8 WO I
van gifgas en de explosies van bommen
nabootst. Beelden en geluiden worden
aaneengeregen tot een verhaal door frag-
menten uit brieven van soldaten, die de
acteurs voorlezen.
De voorstelling ontstond dertien jaar gele-
den op een organische manier. Beeldend
kunstenaar en maquettemaker Herman
Helle had met theatermakers Arlène
Hoornweg en Pauline Kalker, de opricht-
sters van Hotel Modern, een voorstelling
gemaakt over een miljoenenstad (Heden
Stad) en wilde nu een voorstelling maken
waarin een maquette van een verande-
rend landschap een hoofdrol zou spelen.
De Eerste Wereldoorlog leek bij uitstek ge-
schikt als onderwerp. Geluidenmaker en
componist Arthur Sauer, die al met de
groep had samengewerkt, stelde voor dan
ook alle geluiden live te brengen.
Rode draad
De groep ging onderzoek doen naar de
Eerste Wereldoorlog en kreeg via een
vriend een pakket oude brieven in handen
van een Franse soldaat, Prosper, die in de
loopgraven had gevochten. Hoornweg:
„Zijn brieven vormen de rode draad door
de voorstelling, aangevuld met verhalen
van soldaten uit andere landen.”
Ook nam de groep een kijkje op plekken
waar de oorlog had gewoed, zoals Ieper en
Verdun. Sauer: „Er waren kraters van
bominslagen en er was een plek in de
Champagne die zo hevig was gebombar-
deerd dat ze de plek niet meer hadden op-
geruimd, maar met prikkeldraad hadden
afgezet. Er staken zelfs Duitse soldaten-
schoenen uit de grond.’’
De voorstelling was van meet af aan
een succes. Het publiek stroomde toe,
recensenten waren lovend. Kester Fre-
riks schreef destijds in deze krant: „Het
is net echt. Het is kunst, vorm. Fictie
zelfs. Mosterdgas ruist als het afstrijken
van een lucifer. Het is de enig juiste stijl
om het onvoorstelbare draaglijk te ma-
ken.”
Live animatie is sindsdien de vaste
speelstijl van Hotel Modern. Het gezel-
schap maakte nieuwe voorstellingen, zo-
als Kamp over de Tweede Wereldoorlog
en Garnalenverhalen over de mensheid –
geboorte, sport, werk, kunst, weten-
schap, ontspanning – maar bleef ook De
Grote Oorlog herhalen, in theaters en op
festivals overal ter wereld. „Wij zijn een
echt repertoiregezelschap”, zegt Hoorn-
weg. „We hebben nu zes voorstellingen
die we door elkaar heen spelen in allerlei
landen. In dit herdenkingsjaar is er extra
veel vraag naar De Grote Oorlog. We gaan
nu zes maanden op tournee door België,
Frankrijk, Engeland, Duitsland en Neder-
land. En misschien volgen er nog wel
meer landen.”
Om aan de grote vraag in het buitenland
te kunnen voldoen, heeft Hotel Modern
drie extra acteurs ingewerkt, freelancers
die een groot deel van de toernee doen.
„Wij kunnen zelf niet zo lang weg van
huis”, zegt Hoornweg. „Niet alleen omdat
we kleine kinderen hebben, maar ook om-
dat we in Rotterdam moeten werken aan
nieuwe voorstellingen.”
Geluidsmaker Sauer probeert wel zo-
veel mogelijk voorstellingen in het buiten-
land zelf te doen, al heeft hij voor de zeker-
heid een vervanger ingewerkt. Sauer: „De
timing van beeld en geluid is in deze voor-
stelling heel belangrijk. Voor de nieuwe
acteurs is het prettig dat er iemand mee-
Een prachtig, weemoedig verslag van een land dat nog altijd
vastgeroest zit.
‘Het voelt als een voorrecht Tsjechov en Krielaars op hun tocht
door Rusland te mogen volgen. êêêê’ – NRC Handelsblad
Bestel op nrclux.nl/boeken
©
A
n
n
a
le
e
n
L
o
u
w
e
s
Paperback
19
99
Het brilletje
van Tsjechov
Reizen door Rusland
Michel Krielaars
nrclux.nl/boeken
Een slagveld van potaarde,
borstels en peterselie
Filmprojectie van miniaturen
De groep Hotel Modern en Arthur Sauer
herscheppen de Eerste Wereldoorlog akelig echt
in een live animatievoorstelling, deels gebaseerd
op soldatenbrieven. Ze gaan in Europa op tournee.
Acteurs
gaan met
speelgoed-
soldaatjes,
planten-
spuit en
gasbrander
tekeer
A d ve r t e n t i e
Door Claudia Kammer
‘G
isteren is in Passendale
een munitiedepot met
honderden gifgasbom-
men uit de Eerste We-
reldoorlog opgegraven.
In 1917 is daar enorm
gevochten’, zegt een bezoeker van cultu-
reel centrum De Grote Post in Oostende.
„Het dorp werd totaal verwoest. Mijn
grootouders van moederskant woonden
er. Ze vluchtten via Duinkerken naar
Frankrijk. Er bestaat van de Eerste We-
reldoorlog een beetje een geromantiseerd
beeld, maar het moet een helse strijd zijn
geweest.”
Het is precies die hel van modder en
vuur die de Rotterdamse groep Hotel Mo-
dern en Arthur Sauer even later in hun live
animatievoorstelling De Grote Oorlog her-
scheppen. Soldaten rennen voor hun le-
ven, terwijl links en rechts de bommen in-
slaan en het landschap wordt verwoest.
De gruwelen van de oorlog spelen zich af
op een groot filmscherm.
Tegelijkertijd is op het podium te zien
met welke onthutsend eenvoudige midde-
len de groep de oorlog tot leven brengt.
Twee acteurs maken van potaarde, bor-
stels en peterselie een landschap van loop-
graven, struiken en bomen, zetten er
speelgoedsoldaatjes in en gaan daar ver-
volgens met hun handen, een planten-
spuit en een gasbrander in tekeer.
Met camera’s filmen ze de verwoestin-
gen. Op het filmdoek wordt alles uitver-
groot. Eveneens zichtbaar op het toneel is
een Gerauschmacher (‘geluidsmaker’) die
met apparaatjes, geluidssamples en zijn
stem het zuigen van modder, het sissen
werkt die de voorstelling al honderden ke-
ren heeft gespeeld en die precies weet wat
op welk moment moet gebeuren.”
Kaïro
De Grote Oorlog is al dertien jaar oud,
maar maakt nog altijd veel indruk, waar
ter wereld Hotel Modern hem ook speelt.
„Het beeld van oorlog dat wij scheppen, is
universeel”, zegt Hoornweg. „We traden
niet zo lang geleden op in Kaïro. Het thea-
ter stond vlakbij het Tahrirplein. Een jon-
ge Egyptische vrouw deed de ondertite-
ling .
,,Ze raakte hevig geëmotioneerd toen ze
de voorstelling zag, omdat die associaties
opriep met het geweld op het plein. En in
Frankrijk was er een vrouw die in tranen
uitbarstte omdat de voorstelling haar deed
denken aan het bombardement op Lon-
den, dat ze tijdens de Tweede Wereldoor-
log had meegemaakt.”
Ook in Oostende, dat in de Eerste We-
reldoorlog een basis was voor Duitse duik-
boten, maakt de voorstelling veel indruk.
Het Vlaamse publiek kijkt stil toe en wordt
na afloop op het podium uitgenodigd om
de maquettes te bekijken en na te praten.
De man wiens grootouders naar Frankrijk
vluchtten, blijft zitten op zijn stoel. Hij
moet even bijkomen. „Ik ging helemaal op
in het verhaal. Je weet dat het niet echt is,
maar tegelijkertijd voelt het wel zo.”
De Grote Oorlog van Hotel Modern en Arthur
Sauer is van 21 t/m 24 mei in Frascati in
Amsterdam te zien en keert na de buiten-
landse tournee terug voor voorstellingen in
Nederland, vanaf september.
Info: www.hotelmodern.nl
Een prachtig, weemoedig verslag van een land dat nog altijd
vastgeroest zit.
‘Het voelt als een voorrecht Tsjechov en Krielaars op hun tocht
door Rusland te mogen volgen. êêêê’ – NRC Handelsblad
Bestel op nrclux.nl/boeken
©
A
n
n
a
le
e
n
L
o
u
w
e
s
Paperback
19
99
Het brilletje
van Tsjechov
Reizen door Rusland
Michel Krielaars
nrclux.nl/boeken
A d ve r t e n t i e
W 1Live animatie V R I J DAG 28 MAART 2 0 14 C9
NRCHANDELSBLADBOEKEN
Anne Vegter
I.
Maar wij waren vrij anderen werkten
ziekenhuisfiguren brandweer krantentypes
als we verongelukten hadden zij werk
het ongeluk moest dan wel groot genoeg zijn
met kerstmis kon school niet verder weg zijn
ons geloof had geen kerst maar kaarsen vonden we okay
in de avond klommen we het dak op van ons huis
iemand noemde vrede een periode
waarin het bij anderen oorlog is.
II.
Nieuwjaar stak met oorlogsrappen
een verklaring aan, nul uur nachtnul, stipt
dragon fountain / dragon damage / dragon braniac
dode hemel speelgoed rockte
zon en manen over je opengespat gezichtje
door de geile mist rollen jongens jongens iemand strekte je
leest iemand ritste je rug dicht iemand noemde
het eerste uur
die dag waarop het bij anderen vrede is.
Uit Het Liegend Konijn, jaargang 12, nummer 1
Scène uit live animatievoorstelling: slagveld met miniatuursoldaat en een boompje van peterselie op de achtergrond
Reis naar het einde van de adel
Andrea Molesini:
Niet alle smeer-
lappen komen uit
Wenen. Vert. M.
van Laake. Wereld-
bibliotheek, 288 blz.
€ 19,90 *4
Z
oalsStefan Hertmans O orlog
enterpentijnbaseerde op de
cahiersvan zijn grootvader, zo
putte Andrea Molesini voor
zijn roman Niet alle smeerlappenko-
menuit Wenenuit het dagboekvan zijn
oudtante Maria Spada. Hij vond daarin
beschreven hoe het in Refrontolo gele-
gen landhuisvan de familie Spada in
november1917 dooroprukkende Oos-
tenrijkse troepen werdgevorderd. In
de roman wordt het verhaal verteld
doorde 18-jarige Paolo.
De Weense officierdie in het land-
huiswordt ingekwartierdiseenbaron,
met dezelfde omgangsvormen en inte-
resses(paarden!) alsde aristocratische
Spada’s. Wat men ookdeelt ishet besef
dat de oorlog het eindvan de Europese
adel zal betekenen. In de loopgraven
strijden jonge officieren zij aan zij met
arbeidersen boeren, dat isniet alleen
dodelijkvoorde betrokkenen maar
ookvoorhet klasseverschil. Na de oor-
log zal het woordaan de massa zijn.
De betrekkingen zijn niet onaange-
naam; ergroeit zelfsgenegenheidtus-
sen Maria en de Oostenrijkse baron.
Ondertussen zijn de Spada’swel gast
van de vijandin hun eigen huis. Boven-
dien zijn deze standsbewuste aristo-
craten ervan doordrongen dat tegen-
overprivileges verantwoordelijkheid
staat, en dat ze zichtegen de bezetter
dienen te weren. Wanneerde baron
hun ondergrondse activiteiten ont-
dekt, heeft die op zijn beurt geen ande-
re keusdan de krijgswetten te hante-
ren. Dit ishet spannende loyaliteits-
conflict waarde roman om draait.
Daarnaast wordt de adolescent Paolo
versneldvolwassen onderdrukvan de
oorlogsomstandigheden: ‘Ikheb van
iemandgehouden en ikhebiemand
gedood, en het leven isvolbracht.’
Niet alle smeerlappenkomenuit We-
nenishet zeergeslaagde romandebuut
van literatuurwetenschapper, vertaler
en kinderboekenschrijverAndrea Mo-
lesini (Venetië, 1954). Zijn sterkste
punt isde tekening van interessante,
gelaagde personages. Grootvaderis
een excentrieke liberaal die zichliefst
terugtrekt op zijn ‘denkkamertje’,
waarhij veinst een roman te schrijven.
Grootmoederiseen wiskundige die de
code bedenkt waarmee Villa Spada de
wekelijksovervliegende Engelse pilo-
ten van strategische informatie voor-
ziet: het op de binnenplaatsuitgehan-
gen wasgoedverwijst naartroepenbe-
wegingen. Het beheervan het land-
goedisin handen van de onverzettelij-
ke tante Maria Spada, een hartstochte-
lijkpaardenliefhebster, die de militai-
re inzet van het edele dierveraf-
schuwt. Eriseen Italiaanse inlichtin-
genofficier, Renato, die alsmannelijk
rolmodel voorPaolo fungeert, en een
femme fatale, Giulia, die zijn seksuele
educatie terhandneemt.
Paolo’sdistantie, wat ietsandersis
dan ongevoeligheid, leidt tot een zake-
lijke toon. Molesini gaat de horror niet
uit de weg, hij beschrijft de verminkin-
gen van infanteristen in de tot zieken-
huisomgedoopte kerk van Refrontolo,
maardoet dat sober, niet uitputtend,
alsof hij meende dat de gruwelen van
de loopgraven al schilderachtig ge-
noeg zijn weergegeven doordegenen
die daar, alsooggetuigen, meerrecht
toe hadden.
De kern iswat Paolo denkt wanneer
hij ten slotte voorhet vuurpeloton
staat: ‘De baron sprakmijn taal en die
boeren niet [...] maarop dat moment
voelde ikdat doorde oorlog, doordie
smerige oorlog, die boeren en ikaan
de ene kant stonden en de baron en de
zijnen aan de andere kant. En alsdie
armoedzaaiersop dat moment naar
hun hooivorken hadden kunnen grij-
pen, hadden ze de baron afgemaakt,
en niet ons, ookal wasde wrokdie ze
jegensons koesterden meergefun-
deerd en al generatiesoud.’
Marco Kamphuis
C10 WO I
De catharsis zit in
die diepe, lage bes
Kronos Quartet
Muziek van rond de Grote Oorlog, composities van
Alexandra Vrebalov, een film met half vergane
beelden van Bill Morrison. Vier musici met een missie:
‘Elk concert van ons is een anti-oorlogsverklaring.’
Door Joep Stapel
K
an muziek de wereld veranderen?
Volgens David Harrington, oprich-
ter en violist van het Kronos Quar-
tet, kan muziek dat niet alleen,
maar moét ze het ook. Het nieuw-
ste project van het Kronos Quartet
heet Beyond Zero: 1914-1918 en bestaat uit nieuw
werk van componiste Aleksandra Vrebalov en
een film van Bill Morrison. Beyond Zero her-
denkt het uitbreken van de Eerste Wereldoor-
log, maar wil nadrukkelijk ook vooruitkijken.
Wat is een zinvolle artistieke reactie op de ver-
schrikkingen die nu gaande zijn? Zijn insteek
mag gerust activistisch heten, beaamt Harring-
ton. Hij is een musicus met een missie.
In 1913, één jaar voor het uitbreken van de
Eerste Wereldoorlog, barstte er een bom in de
muziekwereld. De première van Stravinsky’s
woeste ballet Le sacre du printemps liep uit op
een rel tussen felle voor- en tegenstanders van
zijn ‘primitieve’ muziek. Het ‘succès de scanda-
le’ werd een ijkpunt in de radicaal nieuwe rich-
tingen die componisten verkenden. Terwijl de
wereldorde vergruizelde werd de tonaliteit, het
fundament dat de westerse muziek driehonderd
jaar had geschraagd, afgebroken en ontwikkel-
de Arnold Schönberg zijn twaalftoonstechniek.
Dat samengaan van grote politieke en artistie-
ke omwentelingen is geenszins toevallig, zegt
Harrington (1949) aan de telefoon. Muziek biedt
noodzakelijk tegenwicht aan de verschrikkingen
van oorlog. „Het is mijn hoop dat iemand die
een concert van ons bijwoont na afloop bezield
raakt om zijn eigen stukje van de wereld een vei-
ligere plek te maken voor de volgende genera-
ties. In feite is elk concert dat we spelen een an-
ti- oorlogsverklaring.”
De activistische insteek van Harrington past
perfect bij de artistieke intenties van Aleksandra
Vrebalov (1970). Ze zou met haar werk willen be-
reiken dat „iedereen meer liefde voelt jegens elk
levend wezen om ons heen. Wij kunnen groots
zijn, we moeten alleen geloven dat het mogelijk
is.” Ze zegt het op een strijdbare toon.
Vrebalov werkt al sinds 1995 regelmatig met
het Kronos Quartet. Toch heeft haar naam op
dit affiche een bijzondere bijbetekenis: zij werd
geboren in Servië, daar waar in 1914 de vlam in
het kruitvat sloeg. En waar in de jaren negentig
weer oorlog uitbrak. Harrington: „Alle muziek
die Aleksandra voor ons heeft geschreven leek
ergens heen te leiden, op een onbewust niveau.
In Beyond Zero komt alles samen.”
Vrebalovs muziek is bezwerend en dwingend,
met een ruige klankschoonheid en een grote
emotionele lading. De ervaringen uit haar jeugd
hebben haar muziek diepgaand beïnvloed, ver-
telt ze vanuit New York, waar ze woont en
werkt. „Opgroeien te midden van oorlog geeft je
een besef van de vluchtigheid van de dingen,
hoe eenvoudig je alles kunt verliezen. Muziek
betekent voor mij contact maken met iets dat
puurder en duurzamer is dan de omringende
wereld. Dat hebben wij nodig om te overleven.
Muziek kan ons redden.”
In Beyond Zero combineert ze akoestische
muziek voor het Kronos Quartet met het geluid
van archiefopnames, van een politieke speech
tot een meisje dat haar kat binnenroept. Vreba-
lov: „Je hoort opruiende oorlogsretoriek van de
Amerikaanse ambassadeur in Duitsland naast
dadaïst Richard Hülsenbeck die een gedicht
voordraagt, allebei uit 1916 – waarbij de dadaïsti-
sche verheerlijking van nonsens absoluut het
meest verstandig klinkt.”
Hoewel de Eerste Wereldoorlog een cruciale
plaats inneemt in de Amerikaanse geschiedenis
is hij nauwelijks aanwezig in het publieke be-
wustzijn of verankerd in de cultuur, zoals de
Tweede Wereldoorlog en de Vietnamoorlog dat
wél zijn, zegt David Harrington. Er is weinig
kennis, men maakt er geen films over. Daarom
betrok Harrington filmmaker Bill Morrison
(1965) bij het project. Morrison werkt veelvuldig
samen met eigentijdse componisten en is ge-
roemd om zijn indringende gebruik van found
footage. Voor Beyond Zero bezocht hij talloze ar-
chieven in de Verenigde Staten en Europa en
haalde uniek materiaal boven water. Die ver-
vreemdende, half vergane beelden heeft Morri-
son in zijn montage nauwgezet toegesneden op
Vrebalovs muziek, zodat beeld en klank een
zeer hechte verbintenis aangaan. Harrington:
„Ik heb nog nooit zoiets gezien. Zonder einde-
loos lijken op elkaar te stapelen toont hij de
waanzinnige absurditeit van in beelden waar-
naar je simpelweg moet blijven kijken.”
Voor het eerste deel van het programma heeft
Kronos een Prelude to a Black Hole samenge-
steld. Deze bestaat uit muziek die in of rond de
Eerste Wereldoorlog gemaakt werd, van onder
anderen Stravinsky, Ravel en Webern, maar ook
van de Turkse componist Cemil Bey en van By-
zantijnse monniken uit Servië, alles gearran-
geerd voor strijkkwartet.
Het laatste stuk van de P relude is het koor-
werk Nunc Dimittis van Rachmaninov uit 1915,
dat eindigt op de laagste noot die tot dan toe
voor de menselijke stem was geschreven, een la-
ge bes. Dat is ook de eerste noot van Vrebalovs
compositie, die er zonder pauze achteraan
wordt gespeeld. Voor die lage bes moet de c-
snaar van de cello omlaag gestemd worden, wat
een symbolische waarde heeft, aldus Vrebalov.
Oorlog is een ervaring waarin de mensheid on-
der het nulpunt zakt, waarin het register wordt
opgerekt en een afgrond zich opent. Vrebalov:
„Maar dat dieptepunt is ook het moment voor
catharsis, de mogelijkheid tot verandering. Oog
in oog met onze eigen vluchtigheid bestaat er
een ongelooflijke klaarte, de realisatie dat nie-
mand dit zou mogen meemaken. Het grote dra-
ma van de mensheid is dat die helderheid er niet
toe geleid heeft dat oorlog is uitgebannen.”
Beyond Zero: 1914-1918 gaat op 6 april in première
in Berkeley. De Nederlandse première is op
14 september 2014 in het Gergiev Festival.
Half vergaan beeld van Bill Morrisonbij Aleksandra Vrebalovs compositie ‘Beyond Zero’.
De allereerste militaire slachtoffers vielen in de Franse Elzas
Theo Toebosch:
De eerst-
g eva l l e n e n .
De Bezige Bij,
304 blz. € 19,9 0
*3
H
et jaar1914 werdgetekend
doorhet schietincident in
Sarajevo dat alle andere in-
cidenten nietig maakte. Het
wasde ouverture van een vierjarig
inktzwart sprookje, vanuit dramatisch
oogpunt nauwelijkste overtreffen.
Tochzijn ermeertragische gebeurte-
nissen uit de aanloop naar1914-1918,
die vooruitlopen op wat komen ging
en rechtstreeks terugvoeren naarde
patriottistische politiek en paniek in
het Europa van toen.
Zo’n voorval wasde schermutseling
op 2 augustus1914 aan de Frans-Duitse
grens, dertig uurvoordat Duitsland de
oorlog echt aan Frankrijkverklaarde.
Een Duitse onderluitenant stormde
met zijn verkennershet dorpje Jonche-
rey in de Franse Elzasbinnen, schoot
een Franse korporaal neer, die net
voorzijn sterven op zijn beurt nog een
voltrefferop de Pruisafvuurde. Ze wa-
ren de eerste militaire slachtoffersvan
la Grande Guerreen schonken elkaar
aldusonsterfelijkheid. Het incident
zoulaterkleinmythische proporties
aannemen. Achteraf smeekt het om
verteldte worden, want alsde schoten
in Sarajevo ‘goud’ zijn, dan zijn de
schoten in Joncherey op z’n minst zil-
vervooreen auteur.
Theo Toeboschschreef erDe eerstge-
vallenenover. Hetdoetdenken aan zijn
familiegeschiedenisUitverkorenzon-
debokkenoverde 19de en 20ste-eeuw-
se Joodse familie Jitta, en ookniet.
Kwamen de Jitta’stotleven, de hoofdfi-
guren uithetdrama van 2 augustus
1914 blijven enigszinsfiguranten in een
eposdatveel groterisdan zijzelf.
Daarkonden de twee niets aan
doen, en Toeboschwellicht ook niet.
Hij preludeert al vanaf de eerste blad-
zijden op het incident, dat pasvolledig
beschreven wordt in het laatste hoofd-
stuk. Ondertussen komen we een en
ander te weten overde Duitse ban-
kierszoon Albert Mayeren zijn Franse
tegenschutterAndré Peugot, afkom-
stig uit een arbeidersgezin. De Duitser
bleekeen matig getalenteerdjockey,
de Fransman een niet onverdienstelijk
hulponderwijzer, vlakvoordat de oor-
log hen op fatale manierin elkaars ar-
men dreef. Toeboschisrelatief zuinig
met dergelijke wetenswaardigheden,
alsof zijn bronnenmateriaal hem
‘dwing t’ tot het grotere verhaal rond-
om het schietincident. De nadrukligt
op de geschiedenisdie met het drama
aan de haal ging. VoorFrankrijk
bewijst het incident, tot vernadien,
dat Duitslandde agressoris. Duitsland
weet erals aanvalleren lateralsver-
liezer, mindergoedraadmee.
Kenmerkend ishet verschil in monu-
menten. Peugot kreeg een protserig,
nationalistisch gedenkteken, Mayer
een bescheidenerexemplaar.
Toeboschheeft een prettig leesbaar
en inzichtelijk boekgeschreven over
monumentalisering. Het familiedra-
ma isereen beetje bij ingeschoten,
maarondertussen weten we hoe geïn-
stitutionaliseerde herinnering werkt.
‘The winnertakes it all, the loser stan-
ding small’, zo leert deze historie tot
het moment dat de nazi’saan de macht
komen. Zij maken van Mayereen Eer-
ste Wereldoorlogsheldbij uitsteken
blazen in 1940 het gedenkteken voor
Peugot op. Na 1945verdwijnen de on-
derluitenant en de korporaal in de mist
van een veronachtzaamdverleden.
Lokaal leiden ze nog een gecultiveerd
bestaan. Dat wel.
Jos Palm
W 1Mu z i e k t h e at e r V R I J DAG 28 MAART 2 0 14 C11
NRCHANDELSBLADBOEKEN
Was Godenslaap een boek over de geest –
of dan tenminste over het schrijven – De
spiegelingen is een lichaamsroman. Wan-
neer Edgard gewond in de laadbak van
een vrachtwagen wordt afgevoerd, schrijft
Mortier: ‘Ik voelde het kluwen dat me om-
ringde, waarmee ik vervlochten was, on-
der het zeildoek sterven. In de schemering
werd ergens een voet koud, een borstkas
hield op met inademen. Steeds meer log,
dood gewicht schokte op en viel dof neer,
tot ik alleen nog de lucht door mijn eigen
keelgat hoorde schuren.’ Zo wordt zijn la-
tere verlangen naar levende mannenlicha-
men een langgerekte reanimatie: ‘Bij ieder
lichaam dat zich tegen me aan drukt, ben
ik blij dat het nog ademt en warm aan-
voelt .’
De vrachtwagenscène is dan ook nog een
spiegeling van een van de mooiste momen-
ten uit G odenslaap, waarin Mortier solda-
ten aan de vooravondvan de oorlog in een
oudcasino kriskras door elkaar liet liggen –
dan nog slapend, levenden hoopvol. ‘Her
en der lagen soldaten te slapen, alleen of te-
gen elkaar aan gekropen. Uit hun schoei-
sel, dat tegen de speeltafels aan lag waarop
hun rugzakken rustten, steeg de lucht op
van aarde, zomerse aarde, van tentzeil, ge-
olied staal en gras op naar de zoldering met
haar frivole stucwerk, dat surreëel boven
de slapende gestalten hing.’
Het enig verlangen: begeerd worden
Erwin Mortier
Na Godenslaap is er opnieuween roman, een
lichaamsroman dit keer, over de Eerste Wereldoorlog.
Nu in de vorm van een lange brief, van de ene man aan
de andere. Het komt waarachtig tot liefde, maar hoe?
TEKENING PAUL VAN DER STEEN
Erwin Mortier: De spiegelingen.
De Bezige Bij, 300 blz. € 18 ,9 0
*3
Zes jaar na Godenslaap komt Erwin Mortier
met een nieuwe oorlogsroman, over liefde,
seks en onvruchtbaarheid. Het resultaat mag
iets aan de lange kant zijn, maar welke pracht-
zin van Mortier zou een mens willen missen?
De hoofd-
persoon is
een man
die getroost
wil worden,
niet iemand
die kan
troosten
Door Arjen Fortuin
L
iefde is een kwestie van ie-
mands hand vasthouden, laat
Erwin Mortier zien in de
mooie eerste scène van zijn
nieuwe roman De spiegelin-
gen: ‘Ik zou het over je hand
moeten hebben, die over de bedrand naar
mijn vingers reikt terwijl ze in de ruimte
tussen jouw bed en het mijne naar hou-
vast graaien wanneer de zusters voor de
zoveelste keer het zieke sop uit mijn lijf
komen knijpen […] “Stick it, my friend”.’
We bevinden ons in een veldhospitaal
aan het eind van de Eerste Wereldoorlog,
waar Edgard Demont ligt nadat hij op het
nippertje aan de dood is ontsnapt. De rest
van zijn leven zal zijn lichaam bedekt zijn
met littekens. En Matthew, de oorlogsfo-
tograaf in het bed naast hem, zal de liefde
van zijn leven zijn.
Op het eerste gezicht is het verwonder-
lijk dat Erwin Mortier (1965) zes jaar na
Godenslaap opnieuw met een roman over
de Eerste Wereldoorlog komt. En De spie-
gelingen kan met zijn 300 bladzijden
moeilijk als een vluggertje worden be-
schouwd. Al zijn de twee boeken verschil-
lend genoeg. Godenslaap ging tussen de
granaatscherven door vooral over het
schrijverschap. De spiegelingen is een ro-
man over de liefde – en over de gevolgen
van de oorlog. Of, zoals Mortier het de
moeder van Edgard laat denken: ‘Ze keek
op me neer, met ogen glazig van traan-
vocht, alsof voor haar deze hele oorlog
niet zozeer de helse machinerie was die
me bijna had vermalen, als wel een twee-
de baarmoeder die haar kind voor zich
had opgeëist, het opnieuw had uitge-
broed en als een vreemde op de wereld
gezet .’
Het nieuwe broedsel is ongelukkig, ego-
centrisch en zinnelijk. Feitelijk is De spie-
gelingen – de titel verraadt de wederkeer
van de patronen – een boek waarin zich
veel herhaalt. De vertelling heeft de vorm
van een lange brief van Edgard aan Mat-
thew. Tussen de twee is het daadwerkelijk
tot liefde gekomen, al trouwt Matthew –
een wonder van rust en zorgzaamheid –
met Edgards zus. Door die band kunnen
de mannen elkaar de rest van hun leven
blijven liefhebben, al zullen ze nooit echt
met zijn tweeën zijn. Edgard heeft daar-
naast een langlopende verhouding met
zijn huisbediende Pierre en valt voor een
reeks mannen, tegen de achtergrond van
de Europese geschiedenis. Zo brengt zijn
relatie met een zekere Heinz hem naar het
Berlijn van de jaren dertig – de volgende
wereldc atastrofe.
Het zijn liefdes waarin de hoofdpersoon
vooral op zichzelf betrokken blijft, maar
zelden krijg je het idee dat het verlangen
van Edgard verder reikt dan de wens om
begeerd te worden. Hij is een man die ge-
troost wil worden, niet iemand die kan
troosten. De seks zelf is dubbel vergeefs,
door de zee van littekens die de oorlog
over Edgards lichaam heeft uitgestort: ‘Ik
heb je nooit verteld dat ik driekwart van je
zoenen niet kan voelen, dat ik me alleen
gezoend voel worden. De zoenen zelf, die
voel ik niet wanneer je mond mijn litte-
kens bedekt – tenzij in mijn dromen, mijn
schaarse dromen.’ Het is een akelig mooie
observatie, al is de overbodige toevoeging
over de schaarse dromen een vorm van
pathos waar de Vlaming zich wel vaker in
verliest.
Zo heeft Mortier zijn nieuwe oorlogsboek
met stevige draden aan het vorige vastge-
knoopt, waarbij het perspectief opmerke-
lijk klein blijft. ‘Ik ben geen man van grote
gedachten’, schrijft Edgard, ‘ik ben een
man van stegen en donkere hoeken. Open
pleinen vermijd ik.’ Dat deelt hij met zijn
schepper. De thematische beperktheid
van De spiegelingen maakt dat het boek
aan de lange kant is: de voornaamste ver-
andering in de reeks lichamen die Mortier
ons voorschotelt is die van toenemende
ouderdom. ‘He has rivers in his skin, they
say, the man with the nose’ krijgt de hoofd-
persoon te horen als hij – ná de atoombom
– ook nog Japan bezoekt.
Edgard schrijft het zelf soms ook: ‘Ik
dwaal af.’ Maar ja, als je iets zou willen
schrappen uit deze roman, wat dan? Toch
niet de passage over de Londense voor-
stad ‘waarin de keurigheid uit de erkers
knetterde’ of de herinnering aan de on-
tuchtige leraar Duits: ‘Hij komt voor mijn
bank staan, vlak voor mijn ogen het kruis
van zijn pantalon, waarachter, zo stel ik
me voor, zijn geslacht hangt te beschim-
melen als een vleermuis die in haar win-
terslaap is gestorven.’
Dat ontzielde meestersgeslacht wijst ten
overvloede op een belangrijk thema van
De spiegelingen: onvruchtbaarheid. Want
hoe veel liefde er ook is tussen Edgard en
Matthew en hoeveel seks tussen Edgard en
de andere jongens, vrucht zal het niet dra-
gen. Hier is geen nieuw begin. Groot is het
contrast met de heteroseks van Edgards
vader en moeder. Hun ‘hazenslaapje s’ is
hij zijn hele leven blijven beschouwen als
het centrum van de wereld. Zelf is hij het
onvruchtbare broedsel van de grote oor-
log: ongelukkig, egocentrisch, zinnelijk –
en ten dode opgeschreven.
Nederlandse literatuur
C12 WO I
legerd in Brabant, daar een eveneens gemobili-
seerde Friese schoenmaker ontmoet, die toen
nog niet kon bevroeden dat hij in de kunst ver-
zeild zou raken.
Een speurtocht in bibliotheken en op internet
levert nog een handjevol andere bekende kun-
stenaarsnamen op. Zanger LouBandy dient bij
de marine. Schilder-tekenaar Anton Pieck is ser-
geant in de Haagse Oranje kazerne. Schrijver
Chris van Abkoude (Kruimeltje) is zeer tegen zijn
zin korporaal bij de landmacht. En schilder Paul
Citroen dient in 1915 weliswaar in Alkmaar, maar
het lukt hem al snel om afgekeurdte worden.
De socialistische schrijver A.M. de Jong (1888-
1943, bekend van de streekroman Merijntje Gij-
zen) geeft een goed beeld van hoe het was om te
dienen in een leger dat gebrek had aan alles, van
schoenen en kleding tot wapens – er was alleen
tijd in overvloed. In zijn columns in de krant Het
Volk beschrijft De Jong in 1917 en 1918 hoe de
dienstplichtigen eruit zien als een zooitje onge-
regeld, hoe ze zich stierlijk vervelen en hoe ze
zich ergeren aan zinloos poetsen, exercities en
arrogante officieren.
Parijs
In 1907 krijgt schilder Otto van Rees (1882-1965)
zijn eerste instructies als dienstplichtig soldaat.
Irène Lesparre beschrijft in Otto van Rees (2 005)
Kunstenaars in dienst
verveelden zich te pletter
Neutraal Nederland
Nederland riep in de Eerste
Wereldoorlog ook kunstenaars op
voor de dienstplicht. Verloren tijd,
dus hoe raak je afgekeurd?
Uiteindelijk voer de kunst er wel bij.
T
wee jaareerder dan de Duitser
Erich Maria Remarque, in het
begin van de Eerste Wereldoor-
log, vocht de Franse dokterL ouis-
FerdinandCélineaan de andere
kant. In 1932 schreef hij hieroverin de-
lirische zinnen Voyage au bout de la
nuit. Het slagveldin Vlaanderen
speelt welbeschouwdslechtseen klei-
ne rol in deze grimmige, deels autobio-
grafische roman vol bargoensdat Em.
Kummerprachtig heeft vertaaldals
Reis naarhet einde vande nacht ( Van
Oorschot, 564 blz.
€35,-). Hoofdpersoon Ferdinand
Bardamu, mede doorde oorlog veran-
derdin een ploert, komt in Afrika en
Detroit terecht en merkt dat het leven
in de loopgraven slechtseen intensive-
ring van het gewone leven is.
OokGood-Bye to All That van de Brit-
se dichter Robert Graves uit 1929gaat
overméérdan de banaliteit en de ver-
veling van het leven in loopgraven. De
Grote Oorlog heeft Graves’ leven en
opvattingen voorgoed veranderd:
overalle normen en waarden denkt hij
andersna de oorlog. ‘Het wasmijn bit-
tere afscheidvan Engelandwaarik
toen heel wat conventieshadgebro-
ken’, schreef Gravesin een heruitgave
uit 1957 overDat hebbenwe gehad
(De Arbeiderspers, 409blz. €24,50)
Ookin InStahlgewittern(Klett- Cot-
ta, 324 blz. €18,95), het verslag van
drie jaaraan het front van de Duitse
schrijverErnst Jünger, ontstaat een
andere mens. Degenen die niet fysiek
of psychischzijn bezweken, komen ge-
staalduit de loopgraven te voorschijn.
Hierisde nieuwe mens, harden mee-
dogenloos, geboren.
Van Bezette Stad, van de Belgische
dichterPaul vanOstaijenwaartekst,
typografie en illustratieszijn verwe-
ven tot een ongeëvenaardexpressio-
nistichGesamtkunstwerk, verschijnt
op 25april een fascimile van de origi-
nele uitgave uit 1921 (Vantilt, 160 blz. €
29,95). ‘Boem, paukeslag, daarligt al-
lesplat’: in zinnen die veelal ontleend
zijn aan reclames, liedjesen krantebe-
richten verwoordt Ostaijen hoe Ant-
werpen in 1914 wordt gebombardeerd
en bezet doorde Duitsers: ‘drama in
volle slag hoeren slangen werpen zich
op eerlike mannen het gezin wankelt
de fabriekwankelt/ de eerwankelt ligt
er/ alle begrippen VALLENHALT!’
Britten schrijven overBritten alshet
overde Eerste Wereldoorlog gaat,
Fransen overFransen en Duitsersover
Duitsers. Maarde Belgische schrijver
StefanBrijsschreef in 2011 zijn roman
overde Eerste Wereldoorlog, Post
voor mevrouw Bromley (Atlas, 512
blz. €19,95) overtwee Engelse boe-
zemvrienden van wie ereen vrijwillig
naarhet front in Vlaanderen vertrekt
en de andernaarde universiteit gaat.
Bernard Hulsman
Otto van Rees in 1915, bij zijn eerste collage, gemaakt in dienst Theo van Doesburg(l.) en naast hem, met fiets, Evert Rinsema, 1914
W 1Beeldende kunst
To p 1 0 1
Stefan Hertmans:
Oorlog en
Te r p e n t i j n
De Bezige Bij,
304 blz. € 19,90 (1)
2
Pieter Steinz:
Made in Europe
Nieuw Amsterdam,
352 blz. € 34,95 (3)
3
Midas Dekkers:
De kleine
verlossing of de
lust van ontlasten
Atlas Contact,
256 blz. € 21,99 (2)
4
Jelle Brandt
Co r s t i u s : A rc t i sc h
dagboek
C P N B,
63 blz. € 2,50 (10)
GEBASEERD OP DE VERKOOPCIJFERS VAN AFGELOPEN WEEK VAN BOEKHANDELS AT H E N A E U M , SCHIMMELPENNINK(AMSTERDAM), DE GROENE WATERMAN (ANTWERPEN), PAAGMAN(DENHAAG), VERKAAIK(GOUDA), GODERT WALTER (GRONINGEN), H. DE VRIES (HAARLEM), DE TRIBUNE (MAASTRICHT), DE DRVKKERY (MIDDELBURG), ROELANTS (NIJMEGEN), VAN KEMENADE & HOLLAERS (BREDA) ENVAN GENNEP ( ROT T E R DA M )
Door Dirk Limburg
O
p 1 augustus 1914 mobiliseert Ne-
derland, om zowel Duitsland als
Engeland duidelijk te maken dat
het zijn neutraliteit desnoods
met geweld zal verdedigen. In
drie dagen tijd groeit het leger
van 59.000 tot 200.000 man, van wie velen
langs de Duitse en Belgische grens worden gele-
gerd. De mobilisatie komt net op tijd, want op 4
augustus valt Duitsland België binnen. Vier jaar
lang houdt Nederland een leger op de been, dat
nooit in actie hoeft te komen.
Onder de opgeroepen militairen is ook een
aantal kunstenaars dat huis, haard en atelier
moet verlaten. De bekendste onder hen is Theo
van Doesburg. K. Schippers beschrijft in zijn
boek Holland Dada (1974) hoe Van Doesburg, ge-
hoe hij dan al een echt artiestenleven achter de
rug heeft. Gesteund door zijn vooruitstrevende
ouders heeft Van Rees al jong leren tekenen en
schilderen. Hij krijgt les van Jan Toorop die hem
in 1904 aanraadt in Parijs aansluiting te zoeken
bij de avant garde. Picasso helpt hem aan een
atelier in het legendarische Bateau Lavoir in
Montmartre. En tijdens schilderlessen aan de
academie van Eugène Carrière, waar eerder Ma-
tisse en Derain studeerden, raakt hij bevriend
met Georges Braque.
Kees van Dongen en waarschijnlijkookPicasso
logeren bij Van Rees en zijn vriendin in hun zo-
merhuisje in Fleury bij Barbizon. Van Rees is wel-
iswaar zijn levenlang omgegaan met kunstenaars
van naam, hij heeft later ookoveral in Europa
geëxposeerd, maar is niet echt doorgebroken.
Op 1 augustus 1914 mobiliseert Nederland en
Otto van Rees vertrekt uit Fleury naar het vader-
land. Dienst weigeren, zoals zijn vader, hoogle-
raar biologie Jacob van Rees, wil – hij schreef in
1915 het Manifest der Dienstweigeraars en kreeg
daarvoor samen met Henriëtte Roland Holst
tien dagen gevangenisstraf – durft hij niet. Vol-
gens Lesparre is hij bang dat zijn vrouw en twee
kinderen dan problemen kr ijgen.
Van Rees dient in het 7de regiment infanterie
in Baarle-Nassau. ‘Hij zag er in die tijd in de bij-
eengeraapte uniformstukken waarmee men
De Eerste Wereldoorlog
in 5 boeken voor gevorderden
Welke stappen kan een
gevorderde lezer zetten in de
lectuur over de Grote Oorlog?
U
IT
K
. S
C
H
IP
P
E
R
S
: H
O
L
L
A
N
D
D
A
D
A
, Q
U
E
R
ID
O
U
IT
K
. S
C
H
IP
P
E
R
S
: H
O
L
L
A
N
D
D
A
D
A
, Q
U
E
R
ID
O
V R I J DAG 28 MAART 2 0 14 C13
NRCHANDELSBLADBOEKEN
Doesburg ondertekend met zijn echte naam
Emile Küpper, zegt veel over hun verhouding.
‘Waarde vriend. Ik heb met veel enthousiasme
je denkarbeid in aphorismen gelezen. [...] Je
werk bezit de eigenschappen van den waar-
achtigen spontanen Denker, dus tegelijk van
den natuurlijken mensch. Het leven zit erin!’
In gesprekken met onder anderen Rinsema
ontwikkelt Van Doesburg ideeën die in 1917 lei-
den tot de oprichting van het internationale
tijdschrift De Stijl.
Op de belangrijkste twee Nederlandse kun-
stenaars heeft de dienstplicht weinig invloed
gehad. Van Rees was vóór die tijd al aardig op
dreef en Van Doesburg zou snel in de kunstwe-
reld van zich laten horen. Beiden kenden geen
nationale grenzen, ze raakten even nauw ver-
bonden met Franse en Duitse kunstenaars als
met Oost-Europese collega’s.
Wie wél door zijn mobilisatie voor het leven
verandert is Evert Rinsema. Hij blijft corres-
ponderen met Van Doesburg tot diens dood in
1931. Moderne kunstenaars, onder wie Kurt
Schwitters, bezoeken hem in zijnschoenmake-
rij. En in Drachten wordt dankzij Rinsema’s
contacten in 1923 in hotel de Phoenix een ech-
te Dada-avond gehouden. Zo krijgt Drachten
dankzij de Eerste Wereldoorlog een plekje op
de culturele kaart van Europa.
Affiche Galerie Tanner in Zürich, 1915, ontworpen door Otto van Rees
Het meisje met de halve vader
Charles Ducal
Het meisje met de halve vader
loopt in een droom over het niemandsland
en ziet daar in een volgelopen krater,
opstaand uit het water, een weggeschoten arm,
die wenkt. Zij buigt over de rand,
ziet in de diepte, in een zonbeschenen straat
twee afgerukte benen lopen, licht en kalm,
en denkt: hij is op weg om mij een pop te kopen.
Het meisje met de halve vader zit overdag
braaf naast zijn rolstoel op de mat,
speelt poppenoorlog, afgerukte ledematen,
die zij voor slapenstijd weer in de rompen past.
Uit Het Liegend Konijn, jaargang 12, nummer 1
5
Erwin Mortier:
De spiegelingen
De Bezige Bij,
304 blz. € 18,90 (-)
GEBASEERD OP DE VERKOOPCIJFERS VAN AFGELOPEN WEEK VAN BOEKHANDELS AT H E N A E U M , SCHIMMELPENNINK(AMSTERDAM), DE GROENE WATERMAN (ANTWERPEN), PAAGMAN(DENHAAG), VERKAAIK(GOUDA), GODERT WALTER (GRONINGEN), H. DE VRIES (HAARLEM), DE TRIBUNE (MAASTRICHT), DE DRVKKERY (MIDDELBURG), ROELANTS (NIJMEGEN), VAN KEMENADE & HOLLAERS (BREDA) ENVAN GENNEP ( ROT T E R DA M )
6
Michel Krielaars:
Het brilletje van
Ts j e c h ov
Atlas Contact,
416 blz. € 19,95 (4)
7
Isabel Allende:
Ripper
We re l d b i b l i o t h e e k ,
400 blz. € 19,90 (8)
8
Jan
Va n t o o r t e l b o o m :
M e e s te r
M i t ra i l l e t te
Atlas Contact,
304 blz. € 21,95 (7)
9
Joël Dicker:
De waarheid over
de zaak Harry
Québert
De Bezige Bij,
640 blz. € 19,90 (8)
10
Roger Martin
du Gard:
De Thibaults
M e u l e n h o f f,
864 blz. € 49,95 (-)
hem uitgedoscht had, allerzonderlingst en iet-
wat zielig uit’, schrijft zijn vriend Pieter van
der Meer de Walcheren. ‘Hij leek meer op een
hospitaalsoldaat uit de Napoleontische tijd
dan op een strijdlustige Nederlandse jongen!’
Van Rees doet wat velen voor en na hem de-
den om uit de dienst te raken, hij simuleert
zware hoofdpijnen. In het ziekenhuis doet hij
op verzoek van zijn superieuren mee aan een
expositie – onderdeel van het programma Ont-
spanning en Ontwikkeling dat leegloop en ver-
veling in het leger moet bestrijden. Van zilver-
papier en lege sigarettenpakjes maakt Van
Rees een kubistische collage van een danseres.
Zijn legerartsen weten op dat moment zeker
dat hij niet goed bij zijn hoofd is.
Op 22 maart 1915 schrijft hij zijn vrouw Adya
die uit Frankrijk naar het neutrale Zwitserland
is uitgeweken: ‘O, mij liefste. Er is vrijheid
voor me. Ik reis door de velden op dit oogen-
blik door ons geliefde Walcheren (Vlissingen).
Ik moet hier nog eenmaal zijn (tot morgen) en
dan gaat dan het dwangbuis uit. Dan slechts
wachten op de papieren.’
Na de zomer vertrekt hij naar Zwitserland
waar hij wordt opgenomen in een groep van
internationale kunstenaars die de oorlog daar
heeft samengebracht, onder wie Hans Arp,
Hugo Ball en Tristan Tzara. Die toevalligheid
zorgt ervoor dat Otto van Rees een jaar later
de Nederlandse eer zal hooghouden in de re-
volutionaire kunststroming Dada die in 1916 in
Zürich wordt opgericht. Maar een propagan-
dist van deze stroming zal Van Rees nooit wor-
den.
Drachten
Dat is wél het geval met zijn medemilitair Theo
van Doesburg (1883-1931). Van Doesburg dient
op de Regte Heide aan de Belgische grens in
Noord-Brabant, niet ver van Tilburg, als fac-
teur, postbode. Er is een foto waarop hij met
een paar maten poseert. Eén van zijn dienst-
makkers is schoenmaker Evert Rinsema (1880-
1958) uit Drachten. Van Doesburg kan het met-
een goed vinden met de bedachtzame Fries,
die hij Socrates ziet lezen en die tot zijn verras-
sing behoorlijk thuis blijkt te zijn in de filoso-
fie. Een briefje uit augustus 1915, door Van
Die collage? Zijn legerartsen
weten nu zeker dat hij niet
goed bij zijn hoofd is
Bordurende vrouw, een schilderij van Otto van Rees uit 1915
U
IT
‘O
T
T
O
V
A
N
R
E
E
S
’, W
A
A
N
D
E
R
S
U
IT
G
E
V
E
R
S
U
IT
‘O
T
T
O
V
A
N
R
E
E
S
’, W
A
A
N
D
E
R
S
U
IT
G
E
V
E
R
S
C14 WO 1
Een nieuw en
m e e d o ge n l o o s
mensenslag
Essay Oorlogsschrijvers
De oorlog zette een bloedrode streep onder
de negentiende eeuw. Maar lang niet alle
schrijvers werden pacifist na de strijd.
De illusieloze, mannelijke mens stond op.
Zelfportret als Mars, schilderij van Otto Dix, 1915 (81 bij 66 cm)
W 1L it e rat u u r
Door Arnold Heumakers
I
n de Eerste Wereldoorlog deed Europa
een politieke zelfmoordpoging, in de
Tweede Wereldoorlog een morele. Het
continent overleefde, maar zijn tegen-
woordige positie is zonder beide oorlo-
gen nauwelijks te begrijpen. Niets de-
monstreert beter hoe slecht de Europeanen in
de vorige eeuw hun belangen hebben behartigd
dan deze explosies van onderling geweld. En
dan is de tweede ook nog eens uitgelokt door de
afloop van de eerste. Zonder de draconische
vrede van Versailles had Hitler waarschijnlijk
geen kans gemaakt – wijsheid achteraf, de enige
die de geschiedenis te bieden heeft.
Wie de huidige verwarring vergelijkt met de
vooravond van de Eerste Wereldoorlog, laat
zich op sleeptouw nemen door de herdenking
van het rampjaar 1914. De geschiedenis herhaalt
zich voortdurend, maar nooit op dezelfde ma-
nier. Nadenken over het verleden is zinvol om
de fantasie te trainen en illusies (bijvoorbeeld
dat oorlog een onmogelijkheid zou zijn gewor-
den) te ondermijnen, niet om de toekomst te
voorspellen. Pas als het te laat is springen de
voortekenen in het oog. Op het moment zelf
worden ze onvoldoende naar waarde geschat,
omdat er altijd ook zoveel tekenen zijn die een
heel andere toekomst lijken aan te kondigen.
Zo bestond er vóór 1914 een aanzienlijke paci-
fistische beweging in Europa en verkondigde
Norman Angell in zijn bestseller The great illusi-
on (1909) de stelling dat oorlog contraproductief
was geworden wegens de nauwe economische
betrekkingen tussen de naties. Het is nog altijd
een veelgehoord geluid, net zoals de begrijpelij-
ke wens van al die dichters en denkers voor wie
de les van de Grote Oorlog erop neerkwam dat
zoiets verschrikkelijks nooit meer mocht voor-
komen. Twintig jaar later was het weer zover.
In de literatuur over de Eerste Wereldoorlog
zijn ook dáárvan de tekenen – achteraf – te her-
kennen. Lang niet iedereen die over 1914-1918
schreef, eindigde met een pacifistische conclu-
sie. Het pacifisme vinden we zowel bij de over-
winnaars als bij de verliezers, de voorspelling
van of zelfs het verlangen naar een nieuwe oor-
log vooral bij de verliezers.
Exacte wetenschappen
Iemand als Oswald Spengler, schrijver van Der
Untergang des Abendlandes (1918-1921), zag de
Eerste Wereldoorlog als niet meer dan het begin
van de strijd om de wereldmacht, die zou gaan
tussen Engeland en Duitsland. De eerste ronde
was nu verloren, weldra kwamen er nieuwe
kansen. Daarop dienden de Duitsers zich terde-
ge voor te bereiden. Spengler hield de jeugd
voor dat zij beter techniek en exacte weten-
schappen kon studeren dan kunst en literatuur.
De ware creativiteit was toch voorbij en in de ko-
mende strijd had je niets aan schilderijen en ge-
dichten. Was een oorlogsschip bovendien niet
veel mooier dan een Venusbeeld? De Italiaanse
futuristen dachten er, al vóór 1914 trouwens,
niet anders over.
Enigszins afwijkend was de visie van Ernst
Jünger. Hij had de oorlog niet zoals Spengler
doorstaan achter de schrijftafel, maar in de
loopgraven. Daar kwam hij al gauw tot de ont-
dekking dat de moderne oorlog iets heel anders
was dan een romantisch avontuur voor roembe-
luste helden. Vuurkracht en bewapening beslis-
ten over triomf of nederlaag, niet de moed en de
inzet van de individuele militairen. Maar ook de
leuzen van koning, keizer en vaderland verloren
snel hun betekenis. Bijna ongemerkt ontstond
zo een nieuwe frontlijn: tussen degenen die in
de gruwelijke technische wereld van de Materi-
alschlagen wisten stand te houden en degenen
die er mentaal onder bezweken.
De mannelijke mens
Jünger merkte dat hij tot de eerste groep be-
hoorde en dat werd de belangrijkste les die hij
aan zijn frontervaringen overhield: ook onder
de meest onmenselijke omstandigheden kon ie-
mand overeind blijven, zij het niet meer als bur-
gerlijk individu maar als exponent van een
nieuw hard en meedogenloos mensenslag. Ook
de Britse schrijver Richard Aldington, die in te-
genstelling tot Jünger de oorlog verafschuwde,
kwam tot deze bevinding. In zijn helaas in de
vergetelheid geraakte roman Death of a hero
(1929) schrijft hij dat in de loopgraven ‘een
nieuw merkwaardig mensenras, de mannelijke
mens’ was opgestaan; zij maakten zich geen en-
kele illusie meer, maar kwamen evenmin in ver-
zet. ‘They went on with the business, hating it’,
schrijft Aldington, die ook het ‘onpersoonlijke’
karakter van de strijd benadrukt; de oorlog leek
meer op ‘een conflict met angstaanjagende na-
tuurkrachten dan met andere mensen’. Jünger
had het, in de titel van zijn belangrijkste oorlogs-
boek In Stahlgewittern (1920), over de ‘staalstor-
men’ waaraan de troepen blootstonden.
De wereld zou nooit meer dezelfde zijn, on-
der de burgerlijke negentiende eeuw was een
‘bloedrode streep’ getrokken, aldus Jünger, die
de nieuwe toestand typeerde als een ‘totale mo-
bilisatie. Staat, mensenmassa, industrie – in een
oogwenk konden ze veranderen in soepel func-
tionerende onderdelen van een oorlogsmachi-
ne. De nieuwe wereld was er volgens hem een
waar het geweld vlak onder het oppervlak zat,
net als bij de mens die tijdens de gevechten weer
in aanraking was gekomen net zijn beestachtige,
‘elementaire’ kern.
Nationalisme
Jünger kwam met deze ideeën pas na 1918. In de
dagboeken die hij in de loopgraven bijhield en
die een paar jaar geleden zijn uitgegeven, ko-
men ze nog niet voor. Dus je zou kunnen zeg-
gen: door de Wereldoorlog de ‘waarheid’ te la-
ten onthullen over de westerse beschaving,
geeft hij er alsnog zin aan, ook al had Duitsland
de oorlog verloren. Zo’n interpretatie wordt des
te plausibeler als we zien dat hij in de jaren twin-
tig ook een fanatiek nationalisme cultiveerde.
Want volgens hem was alleen dat in staat de
Duitsers afdoende te prepareren op het geweld
van de toekomst.
Jünger is in deze periode te beschouwen als een
Duitse fascist, al omschreef hij zichzelf ook wel
als ‘Pruisische anarchist’. Het fascisme geldt als
het ongewenste kind van de Eerste Wereldoor-
log. Dat klopt, zij het niet in ideologisch opzicht.
De fascistische ideologie was namelijk al vóór
1914 in Frankrijk uitgedokterd door auteurs als
Maurice Barrès (die als eerste een ‘soc ialisme
nationaliste’ bedacht), Georges Sorel en diens
leerling Georges Valois. Mussolini liet zich dank-
baar door hen inspireren. Dat maakt het fascis-
me tot een echt Europees en niet exclusief Itali-
aans of Duits verschijnsel, net als de wereldoor-
log. Georges Valois (pseudoniem van Alfred-Ge-
orges Gressent) had ook aan het front gevochten
en daar vergelijkbare ervaringen opgedaan als
Jünger en Aldington. Met dit verschil dat in zijn
memoire s D’un siècle à l'autre uit 1921 de nadruk
komt te liggen op de fraternité en de ‘natuurlij-
ke’ hiërarchie onder de combattanten. Zo zou
het ook in de burgermaatschappij moeten zijn,
concludeerde Valois, en dus richtte hij in 1925
Le Faisceau op en werd zo Frankrijks eerste fas-
cist. Hij stierf in 1945 aan tyfus in het concentra-
tiekamp Bergen-Belsen. Van fascist tot verzets-
strijder – alleen de twintigste eeuw heeft zulke
levenslopen voortgebracht.
In het kamp maakte Valois, als slachtoffer,
Staat, massa en industrie –
ze konden snel veranderen in
een soepele oorlogsmachine
V R I J DAG 28 MAART 2 0 14 C15
NRCHANDELSBLADBOEKEN
Twee reddende
f ront- engelen
Ivan Adriaenssens: Elsie en Mairi.
Lannoo, 130 blz. €19,9 9
*4
Na Afspraak in Nieuwpoort (2011) weer een
oorlogsrelaas van Adriaenssens. Formida-
bele tekeningen met een spannende diep-
tewerking: scherpe personages tegen een
‘ve r wa t e rd ’ decor. Een formidabele strip.
H
et verhaal van twee onver-
schrokken Britse verpleeg-
sters die op eigen houtje een
medische post aan de front-
linie beginnen, behoort tot de wonder-
baarlijkste van de Eerste Wereldoor-
log. Elsie Knocker(30) en Mairi Chis-
holm (18), fanatieke motorrijdsters,
melden zichin 1914 alsvrijwilligeraan
bij Dr. HectorMunro’sFlying Ambu-
lance Corps. Dit reddingsteam wordt
gestaldin Gent en belandt na de Duitse
opmarsin Veurne. Vanuit Veurne ha-
len Elsie en Mairi met hun ambulance
gewonden op aan het front.
Maaralsde IJzervlakte onderwater
wordt gezet en Munro’steam verhuist,
beginnen Elsie en Mairi voorzichzelf.
Hun frustratie isdat erte veel soldaten
sterven tijdens de ambulancerit naar
het hospitaal. Wonden moeten zo veel
mogelijkmeteen worden behandeld,
vinden ze en ze besluiten tot een ver-
pleegpost aan de frontlinie in het dorp
Pervijze. Waanzin, volgensMunro,
want ze liggen erbinnen schootsaf-
standvan de Duitse artillerie.
Het isde Vlaamse tekenaarIvan
Adriaenssensin zijn graphic novel niet
louterte doen om de onwaarschijnlij-
ke moedvan de twee vrouwen en de
gruwelen die hen omringen. Waarde
Franse tekenaar Tardi in zijn stripklas-
siekerLoopgravenoorlog furieushet
sadisme van officieren en de schaap-
achtigheid van de menshekelt, regi-
streert Adriaenssenskoel hoe de stoï-
cijnse Elsie en de roekeloze Mairi
bloedstelpen, ambulancesrijden en
soep uitdelen. Explosies, een veldvol
doden en gewonden, een binnen-
plaatswaargeamputeerde ledematen
hoog opgestapeldliggen: het brengt
hen niet uit hun evenwicht.
Adriaenssensvoert het verhaal op via
de redacteurdie de dagboeken van de
twee samenvoegt tot een publicatie
die al in 1916verschijnt en in 1917 twee
herdrukken beleeft. Elsie en Mairi
worden beroemd. Ze ontvangen on-
derscheidingen en krijgen hoog be-
zoek. Dat helpt bij het zelf bekostigen
van hun post, waarvoorze ooknog ge-
regeldoptreden in hun vaderland. Be-
gin 1918 maken gasaanvallen, die ze
ternauwernoodoverleven, een einde
aan hun engelenwerk.
Van Adriaenssensverscheen in 2011 al
AfspraakinNieuwpoort, overde erva-
ringen van vierfrontsoldaten. Dat was
mooi, maar dit tweede oorlogsboekis
soepelervertelden getekend. Zijn
plaatjesbouwt hij vaakop in twee la-
gen: vooraan zijn de personen scherp,
daarachter beeldt hij de gedetailleerde
decorsvan verwoeste steden en dras-
sige loopgraven af in schilderachtig
soft focus.
Het geeft zijn tekeningen een span-
nende scherptedieptewerking. Het
aquareleffect van de achtergronden
bereikt hij doorde met balpen en inkt
gemaakte tekening met waterte ver-
dunnen. Het eindresultaat iseen for-
midabele strip.
Ron Rijghard
Deze oorlogsstrip heeft
Adriaenssens soepeler
verteld en getekend
deel uit van wat je de morele zelfmoord van Eu-
ropa zou kunnen noemen. Ook die kondigt zich
aan in de literatuur over de Eerste Wereldoor-
log. Bijvoorbeeld in Die Armee hinter Sta-
cheldraht (1929) van de nu vrijwel vergeten Duit-
se schrijver Edwin Erich Dwinger, die in 1915 als
zeventienjarige vaandrig krijgsgevangen was ge-
maakt aan het Russische front. In dit ‘Siberische
dagboek’ beschrijft hij zijn ervaringen in de Rus-
sische kampen, waar de Duitse gevangenen tot
zijn verontwaardiging en ontzetting als ‘tucht-
huisboeven’ werden behandeld.
Wanneer op zeker moment vlektyfus uit-
breekt en de kampleiding alle medische hulp
weigert, sterven de soldaten massaal. Voor de
barakken liggen de bevroren lijken opgestapeld
als brandhout aan weerszijden van het pad. De
verschrikkingen blijken niet het gevolg van on-
macht maar van kwade opzet. Want Dwinger
(die een Russische moeder had en goed Rus-
sisch kende) hoort de kampcommandant, bijge-
naamd ‘de spitsmuis, het bevel geven ervoor te
zorgen dat zo weinig mogelijk ‘Hunnen’ hun va-
derland zullen terugzien.
Dwinger schrijft het allemaal op in zijn aante-
kenboekje, ‘opdat de mensheid eenmaal horen
zal wat in de twintigste eeuw mogelijk was.’
Over zijn medegevangenen en hun toestand
stelt hij vast: ‘Het individu is gestorven. Het is
niet meer de Habsburgse pionier Meier of Mül-
ler, het is alleen nog maar een slachtoffer van de
vlektyfus, nummer 14324 in deze winter, geen
greintje meer.’ Alleen omdat sommigen de el-
lende in het kamp ook beschouwen als een
strijd voor het vaderland (‘net als aan het
front’), houden ze het vol. ‘Wat wij lijden, is al-
leen voor een idee vol te houden’, gelooft Dwin-
ger.
Het zijn merkwaardige passages om te lezen.
Vergelijkbare woorden kennen we uit een ande-
re context: die van de Duitse concentratiekam-
pen uit de Tweede Wereldoorlog. Toen was het
alleen niet slechts de vlektyfus die de gevange-
nen doodde. Maar de misdaad tegen ‘het men-
selijke’ (waarvan Dwinger gewag maakt), de
nood om begrijpelijke woorden te vinden (‘koel-
bloedig en zakelijk’ en niet ‘één enkele, waan-
zinnige, ongearticuleerde schreeuw’) en de ‘ver-
dierlijking’ van de slachtoffers klinken maar al
te vertrouwd.
‘Volksgemisch’
Dwinger wist zich na de revolutie van 1917 te
redden door dienst te nemen in het leger van de
Witten, en keerde na veel avonturen (waarover
hij als een rechtse Theun de Vries vertelt in an-
dere boeken) terug naar Duitsland. In 1941 was
hij opnieuw van de partij, nu als officier van een
SS-pantserdivisie die op 22 juni deelnam aan de
aanval tegen Rusland. In Wiedersehen mit Sow-
jet-Russland (1942) bericht hij erover. Onder
Dwingers door nazi-ideologie gestuurde pen
wordt het een strijd tussen de westerse ‘Kultur-
mensch’ en een vreemd ‘Volksgemisch’, waarin
hij lange tijd vergeefs speurt naar de Russen met
blonde haren en blauwe ogen, die hij zich nog
herinnert uit de Eerste Wereldoorlog.
In zijn ogen zijn Russen veelal ‘grote kinde-
ren’, makkelijk te beïnvloeden door communis-
tische gruwelpropaganda maar ook even zo
makkelijk weer te winnen met een vriendelijk
gebaar. Al in Die Armee hinter Stacheldraht
schreef hij over de bewakers van het kamp: ‘On-
der de spitsmuis waren deze soldaten Aziaten
en beesten, onder de kapitein werden zij on-
schuldige en goedaardige mensen.’ Hun gedrag
wordt, kortom, volledig bepaald door wie hen
beveelt. Hoewel Dwinger de Russen nooit
schijnt te hebben beschouwd als geboren Unter-
menschen, zag hij ze evenmin als volwassen en
helemaal serieus te nemen medemensen.
Aan de geschiedenis zijn zelden betrouwbare
lessen te ontlenen, maar misschien is het toch
verstandig om deze houding nu niet over te ne-
men. Want hoe het Dwingers Kulturmenschen in
Rusland is vergaan, weten we inmiddels.
U
IT
‘1
9
1
4
. D
IE
A
V
A
N
T
G
A
R
D
E
N
IM
K
A
M
P
F
’, S
N
O
E
C
K
Elsie en Mairi verplegen een Belgische soldaat
U
IT
B
E
S
P
R
O
K
E
N
B
O
E
K
C16 WO I
activiteiten rond de herdenking van de Eerste
Wereldoorlog in Nederland samenkomen. Voor
de komende vier jaar werkt het museum samen
met NIODen Openluchtmuseum. Er komen sym-
posia, lezingen, voorstellingen, lesbrieven.
Werktitel van de expositie is ‘Nederland neu-
traal maar niet afzijdig’. Bezoekers krijgen een
audiovisuele presentatie over Europa van mid-
den 19de eeuw tot nu, met de Eerste Wereldoor-
log als keerpunt. De expositie zal bestaan uit zes
thema’s: mobilisatie, neutraliteit, vluchtelingen,
blokkade en economie, revolutie en publieke
opinie. Ook al vocht Nederland niet mee, de oor-
log had grote gevolgen voor het dagelijks leven.
Duizenden Belgische vluchtelingen kwamen
naar Nederland en de oorlog compliceerde de
voedseltoevoer. Zo brak in 1917 in Amsterdam
het Aardappeloproer uit: vrouwen uit de arme
Oostelijke Eilanden van de stad trokken onder
meer naar de Prinsengracht waar een schip vol
aardappels voor het leger lag. Het leidde tot een
week van plunderingen waarbij negen doden vie-
len. Zulke verhalen wil het museum tonen.
De Eerste Wereldoorlog leek in Nederland lang
min of meer uit het collectieve geheugen gewist.
Dit herdenkingsjaar is voor veel Nederlanders
waarschijnlijk een kennismaking. Geen wonder
dat het plan voor een museum over 1914-1918 in
Nederland snel werd opgepikt en gerealiseerd.
Maar is het niet curieus dat deze herinnering
levend wordt gehouden op een locatie waar ook
een van de hoofdrolspelers van de oorlog wordt
herdacht? Sietsma: „Wij vereren Wilhelm niet,
wij laten zien hoe hij leefde. Over de schuldvraag
van de oorlog debatteren historici nog steeds. Mij
past daarover geen oordeel.”
Eerste Wereldoorlog Collectiedagen in Huis Doorn,
28 en 29 mrt, 10-17u. OV T vanuit Huis Doorn over
WOI in Nederland, 30 mrt, Radio 1, 10-12u.A n d e re
Tijden: Adjudant van de keizer, 3 apr, Ned. 2, 21.25u.
Een museum voor een neutraal
landje in een Grote Oorlog
Reportage Huis Doorn
De vluchtplaats van Wilhelm II was jaren
een klassiek klein museum. Nu breidt het
uit en wijdt het zich aan de vaak vergeten
oorlogsepisode in neutraal Nederland.
HUIS DOORN EN KEIZER WILHELM II
Keizer in ballingschap
N
a afloop van de Eerste Wereld-
oorlog werdDuitslandofficieel
alsde schuldige van de Grote
Oorlog aangewezen. Hoe dit precies
ging beschrijft de Canadese historica
Margaret MacMillaninThe Peace-
makers. The Paris Peace Conferen-
ce andits Attempt to EndWar. Deze
studie, die ookverscheen onderde ti-
tel Paris 1919. Zes maandendie de we-
reldveranderden(AtlasContact, 628
blz. €35,-), is een gedetailleerdverslag
van de zesmaanden durende vredes-
conferentie in Parijsin 1919. Die resul-
teerde in de Vrede van Versaillesdie
Groot-Brittannië, Frankrijk, de VSen
Duitslandsloten op 28 juni 1918, pre-
ciesvijf jaarna de moordop de Oosten-
rijkse kroonprinsFranz Ferdinandin
Sarajevo. Hierbij werdhet schuldige
Duitslandverplicht tot het betalen van
immense schadevergoedingen en
moest het delen van zijn grondgebied
afstaan aan Frankrijk.
In haaronlangs verschenen 1914. Hoe
Europade vrede liet varenvoor de
Eerste Wereldoorlog(Atlas Contact,
783blz. €59,95) bevestigt Margaret
MacMillande juistheidvan de uit-
komst van de vredesconferentie in Pa-
rijsin 1919. Uitvoerig beschrijft ze hoe
de vlootwedloop met Engeland, die
Duitslandin het begin van de 20ste
eeuw wasbegonnen, de belangrijkste
oorzaakvan de oorlog was. Hierbij was
een hoofdrol weggelegdvoorde havik
Alfredvon Tirpitz, de Duitse admiraal
en ministervan Marine die geloofde
dat moderne oorlogen op zee, en niet
op het land, worden beslist.
Hiermee sluit MacMillan aan bij de zo-
genaamde Fischerthesedie een halve
eeuw geleden leidde tot consensuson-
derhistorici. Volgensdeze these, ge-
noemd naarde Duitse historicusFr itz
Fischerdie in 1961 Griff nach der
Weltmacht (Droste Verlag, 574 blz. €
24,95) publiceerde, waren het de im-
perialistische ambitiesvan Duitsland
die leidden tot de oorlog.
Maarde laatste jaren isde consensus
onder historici over de schuldvraag
van de Eerste Wereldoorlog doorbro-
ken. In 2011 verscheen The Russian
Origins of the First WorldWar (Har-
vardUniversity Press, 344 blz.
€18,50). Hierin poneert de Ameri-
kaanse historicusSeanMcMeekinde
stelling die misschien de geschiedenis
zal ingaan alsde McMeekinthese: het
waren de imperialistische ambities
van Ruslanddie leidden tot de oorlog.
Ruim een eeuw lang probeerde Rus-
landmet diplomatieke en militaire
middelen het Ottomaanse Rijkuit Eu-
ropa te verdringen, zodat het doorde
Bosporuseen vrije doorgang van de
Zwarte Zee naar de Middellandse Zee
zoukrijgen, legt McMeekin uit. In 1914
wasdit nog steedsniet gelukt. Zo was
Ruslandin 1914 het enige van de Euro-
pese landen met een smoking gunin de
handdat ookeen motief hadom van
een oorlog tussen Oostenrijken Servië
een Europese oorlog te maken.
Bernard Hulsman
W 1E x p o s it i e
Door Mark Duursma
H
et ruikt nog naar verf, van de be-
tonnen vloer. Op de muur staat
‘Verboden te rooken’. Ooit ston-
den hier de auto’s van keizer Wil-
helm II, nu is de garage van Huis
Doorn een lege ruimte van 250
vierkante meter. Een dag eerder is de verbou-
wing voltooid.
Herman Sietsma, directeur van Huis Doorn,
leidt trots rond. In korte tijd, en met een beschei-
den budget, werd een opslagplaats getransfor-
meerd tot een tentoonstellingsruimte. Grote gla-
zen schuifdeuren zorgen voor veel licht. Evenwij-
dig aan de garage wordt de komende maanden
een grote glazen kas gebouwd, 200 vierkante
meter vloer erbij. Hier opent in september een
langlopende expositie over Nederland tijdens de
Eerste Wereldoorlog. Geen museum, maar een
‘plaats van herinnering’.
De oorlog is de redding van Huis Doorn. Het
museum, gewijd aan de ballingschap van de Duit-
se keizer Wilhelm II van 1920 tot aan zijn dood in
1941, stond er slecht voor. Een kritisch advies van
de Raad voor Cultuur halveerde de rijkssubsidie
voor de periode 2013-2016 van 517.000 naar
237.000 euro. De Raad miste een activiteitenplan
en een verdienmodel. De subsidie was bedoeld
om de collectie te beheren, maar het museum
kon wel dicht.
Het museum legde zich er niet bij neer. Onder
leiding van Herman Sietsma (1953), medio 2012
aangesteld als tijdelijk directeur-bestuurder voor
één dag per week, ging het aantal betaalde banen
van acht naar 3,5. Huis Doorn draait nu op 180
vrijwilligers. Oudere mensen vaak, met tijd over
en belangstelling voor geschiedenis. Ze zitten
achter de kassa, geven rondleidingen, verkopen
koffie. En sommigen onderzoeken Wilhelms boe-
ken op schimmel, met handschoenen aan.
Huis Doorn bleef open met minder geld, maar
had geen plan voor de toekomst. De aard van het
museum is statisch: het doel is het conserveren
van het dagelijks leven van de Europese monar-
chie. De keizerlijke vertrekken zijn onveranderd;
de pantoffels staan nog bij het bed, de tafel is ge-
dekt. Leuk om een keer te zien, niet iets om voor
terug te komen.
Er moest iets nieuws komen, en dat werd de
oorlog. Huis Doorn kreeg 2,5 ton projectsubsidie
van het ministerie van OCWvoor een expositie
over de Eerste Wereldoorlog. Toen er vervolgens
ook nog 4,5 ton binnenkwam van de BankGiro-
Loterij was het rond.
Het plan kost 945.000 euro. Kleinere bijdra-
gen komen van regionale fondsen. Sietsma is re-
soluut over de financiering: „We gaan geen cent
uitgeven die we niet hebben. Het allerergste sce-
nario zou zijn dat een tekort ten koste zou gaan
van Huis Doorn. De expositie moet Huis Doorn
juist helpen.” Sietsma rekent op een toename
van 10.000 bezoekers per jaar, nu 28.000.
De Eerste Wereldoorlog binnenhalen bleek
een gouden greep. Huis Doorn is nu de plek waar
Huis Doorn was het
ballingsoord van de
Duitse keizer Wilhelm
II (1859-1941). Eind
1918 was de keizer in
het Belgische Spa,
revolutie in Duitsland
maakte terugkeer on-
mogelijk. De Neder-
landse regering ac-
cepteerde hem als
banneling. Aanvanke-
lijk verbleef hij in
Kasteel Amerongen,
waar hij zijn abdicatie
tekende. Wilhelm II
kocht Huis Doorn,
bracht er vele bezit-
tingen heen en ligt
begraven in het park.
De Eerste Wereldoorlog
in 4 boeken voor liefhebbers
Hoe moet een lezer wegwijs
worden in de lectuur over de
vraag welk land WOI begon.
Het Aardappeloproer is een van de bijna vergeten Nederlandse WO1-geschiedenissen. Amsterdamse vrouwen met hun schorten vol aardappels, 1917
F
O
T
O
H
O
L
L
A
N
D
S
E
H
O
O
G
T
E
V R I J DAG 28 MAART 2 0 14 C17
NRCHANDELSBLADBOEKEN
De werkelijkheid is altijd 100.000 keer erger
Reportage Spektakelmusical
Bij Mechelen, midden in het gebied waar
honderd jaar geleden de oorlog woedde,
wordt straks de musical 14-18 opgevoerd op
een podium zo groot als twee voetbalvelden.
Medewerkers van de musical ‘14 -18 ’ die op 20 april a.s. in première gaat in de Nekkerhal in Mechelen
Door Henk van Gelder
R
epetitie voorde openingsscène.
Jongemannen nemen afscheid
van hun geliefdes–lang zal de oor-
log niet duren, denken ze, over
een weekof wat zijn ze weerthuis–en een
sergeant begint hen te drillen. Ze lopen en
rennen van linksnaarrechts, van achteren
naarvoren, overde volle breedte van de
enorme studiovloeren richten hun wape-
nen op de lege tribune, alsof daarnual het
publiekzit dat op dit moment van de voor-
stelling in de rol van vijandzal worden ge-
dwongen.
„Wat je nu ziet”, verduidelijkt regisseur
Frank Van Laecke, „zijn de acteursen het
ensemble. Maarje moet er nog 120 man fi-
guratie bij denken om te weten hoe het er
strakszal uitzien. Wordt het groot?Nee, het
wordt groots–nee, nóg groter.”
In een opnamestudio op een industrie-
terrein in de Vlaams-Brabantse gemeente
Londerzeel, in het gebiedwaar honderd
jaargeleden de echte oorlog woedde,
wordt gewerkt aan 14-18. Straks verhuist al-
lesen iedereen naarde Nekkerhal in het na-
bijgelegen Mechelen, een gigantischge-
bouw voorbeurzen, jumping-evenemen-
ten en andervertier, met een vloerter
grootte van twee voetbalvelden. Daarver-
rijst een tribune voor2000 toeschouwers
die overeen lengte van 150 meternaarvo-
ren en naarachteren schuift, in- en uitzoo-
mendalseen filmcamera. Zo hopen de ma-
kerseen episch verhaal overliefde en
vriendschap te vertellen met fictieve perso-
nages in het decorvan het historische
strijdgeweld. „Jonge mensen met hun dro-
men en verwachtingen die doorde oorlog
worden verwoest”, aldusVan Laecke.
Dit muzikale schouwspel isin menig op-
zicht de opvolgervan de sociaal-realisti-
sche musical D aens die in 2008 met veel
succeswerdgespeeldin een verbouwd
postsorteercentrum in Antwerpen: dezelf-
de makers(componist Dirk Brossé, regis-
seuren co-auteurFrankvan Laecke en
tekstdichterAllardBlom) en hetzelfde pro-
ductiebedrijf Studio 100, vooral bekend
van de lucratieve kinderseriesdie een mil-
joeneninvestering in zo'n theaterproject
mogelijkmaken. In dezelfde studio waarnu
voor14-18wordt gerepeteerd, werden eer-
dermenigmaal avonturen van Kabouter
Plop, Mega Mindy of K3opgenomen.
Dramatischecontext
Studio 100 prijst de nieuwe productie op de
affiches onomwonden aan als ‘spektakel-
music al’. Dat zouin Nederlanddubieuze
pretparkassociatieskunnen oproepen, te
meerin de dramatische context die de Gro-
te Oorlog was. MaarvolgensVan Laecke, te-
venseen veelgevraagdoperaregisseur, is
deze aanduiding in Vlaamse ogen vooral
een feitelijke mededeling: „Een spektakel is
niets meerof minderdan een grootsopge-
zette voorstelling; dat heeft nietste maken
met een achtbaan in een pretpark. Van een
grote Aïdaof N abuccokun je ookzeggen dat
die spectaculairis. Wij proberen de gren-
zen van het genre te zoeken zondernaarre-
alisme te streven. Erisniets zo lullig alsoor-
logje spelen op het toneel. De werkelijk-
heidisniet na te spelen. Een legervan
100.000 man kun je veel beterin licht en ge-
luidsuggereren, om, toch een gevoel van
realiteit te scheppen. Ookalle decorstuk-
ken zijn gestileerd, we maken geen replica
van een loopgraaf. En geen lijken in de
modder, dat zou smakelooszijn. En kitsch.
Alshet strakstochaanvoelt alskitsch, isdat
mijn schuld.”
„Het woord spektakel-musical kan ver-
keerdworden begrepen”, beaamt zijn (Ne-
derlandse) co-auteurAllardBlom. „Een
musical?Dan denken veel mensen al gauw
aan dansjesmet stokjesen hoedjes–hoe
kunnen we dat verenigen met het drama
van de Eerste Wereldoorlog?Zo’n musical
isdit natuurlijkniet. We vertellen een ver-
haal tegen de achtergrond van een oorlog.
En dat zal altijdeen theatrale vertaling zijn
van wat er echt isgebeurd. Je moet niet de
arrogantie hebben een oorlog op het toneel
te zetten. De werkelijkheidisaltijd100.000
keererger geweest.”
De muziekis, wegens de symfonische
reikwijdte, al vooraf op de bandgezet door
het Antwerpse symfonieorkest de Filhar-
monie, gedirigeerddoorcomponist Bros-
sé. „Het iseen filmische score”, vertelt Van
Laecke, „die bestaat uit songs, beschrijven-
de passagesen de muziekdie onderde
woorden ligt en het somsoverneemt van de
dialogen of de actie. Muziekkan dwingen
tot emoties. En wat de filmcamera kan
doen met close-ups, kan muziek doen in
het theater–doordringen tot de ziel van het
personage, en daarmee de ziel van het pu-
bliek .”Zelf zegt Brossé dat hij zijn muziek
breed wilde laten uitwaaieren, „van innige
droefheidtot uitbundige euforie, van inge-
houden woede tot wanhopige machteloos-
heid.”
Modderig
Eveneensbij voorbaat opgenomen iseen
dooracteurJan Decleiruitgesproken mo-
noloog, die de toeschouweraan de histori-
sche feiten moet herinneren. Zo helder
staan die niet iedereen meervoorogen,
zegt Blom: „Als je het overde Tweede We-
reldoorlog hebt, heeft het kwaadmeteen
een gezicht. Je weet tegen wie erwerdge-
vochten. Maarde Eerste Wereldoorlog is
veel modderiger. Je vraagt je af: waargáát
die oorlog over, wie vecht ertegen wie?”
Van Laecke: „Het wordt geen geschiede-
nisles, daarvoorkun je beteréén van de ve-
le voortreffelijke boeken overdie oorlog le-
zen. Maarzelfs de meeste militairen had-
den destijdsnauwelijkseen idee waarhet
overging. Ja, tegen het Duitse rijk, maar
veel meerwisten ze niet. In de Tweede We-
reldoorlog hadje goodguys en badguys. In
de Eerste ligt dat veel ingewikkelder.”
En de moraal?
„Dat eraltijdhoop is. 14-18gaat ookover
de veerkracht van de mens. Hoe die toch
steedsweerin staat blijkt ietsvruchtbaars
te laten groeien uit verbrande grond.”
14-18 gaat op 20 april in première in de Nek-
kerhal in Mechelen; kaartverkoop tot eind
mei, met mogelijkheid tot verlenging. Inl.
1418 . n u
Een tribune
voor 2000
mensen
zoomt in en
uit als een
camera
over een
lengte van
150 meter
Mu s i c a l
F
O
T
O
’S
S
T
U
D
IO
1
0
0
C18 WO I W 1
Stuntelend onderweg
naar de oercatastrofe
Reconstructie
Aan de hand van brieven, memoires, telegrammen
en nog veel meer is een minutieuze reconstructie
gemaakt van de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog.
Gebrek aan informatie zorgde voor blunders.
Sean McMeekin: July 1914.
Countdown to war. Icon books, 461 blz. € 15,-
*5
In dit uiterst gedetailleerde verslag van de
Europese crisis in juli 1914 speurt een Ame-
rikaanse historicus naar de hoofdverantwoor-
delijke voor het uitbreken van de oorlog.
Een
Europese
oorlog was
wel het
laatste dat
Duitsland
w ilde
‘Duitsers, sterk zijn
jullie aangekomen’,
litho uit 1914 van
Vladimir Maja-
kovs k i (18 93 -193 0 )
UIT ‘1914. DIE AVANTGAR-
DEN IM KAMPF’, SNOECK
G eschiedenis
Door Bernard Hulsman
‘U
hebt er een mooie bende
van gemaakt’, zei de Duitse
keizer Wilhelm II tegen pre-
mier Bethmann Hollweg,
toen hij, net terug van een
lange zeilvakantie, op 28 juli
1914 hoorde dat Oostenrijk-Hongarije de oorlog
aan Servië had verklaard. Eerder die dag, toen
Wilhelm II eindelijk het antwoord van de Servi-
sche regering op het Oostenrijkse ultimatum
aan Servië had gelezen, had hij in de kantlijn van
het stuk gekrabbeld: ‘Een briljant resultaat, een
groot moreel succes voor Wenen. Elke reden tot
oorlog is weg!’ Toen hij even later hoorde dat
Oostenrijk-Hongarije al was begonnen met de
mobilisatie, voegde hij eraan toe: ‘Ik zou nooit
een mobilisatie hebben bevolen.’
In July 1914. Countdown to war wemelt het van
dergelijke citaten uit aantekeningen, brieven,
memoires, telegrammen en verslagen van ge-
sprekken van staatslieden, keizers, koningen,
diplomaten en militairen. De Amerikaans histo-
ricus Sean McMeekin heeft ze, onderbroken
door eigen beschouwingen, aaneengesmeed tot
een meesterlijk geheel dat leest als een detecti-
ve. Van bijna elke dag tussen 28 juni 1914, toen
de Servische terrorist Gavrilo Princip de Oosten-
rijkse kroonprins Franz Ferdinand en zijn
vrouw doodschoot, tot en met 4 augustus, toen
het Duitse leger België binnenviel, doet McMee-
kin van uur tot uur verslag van de diplomatieke,
politieke en militaire verwikkelingen.
Niet alleen door de gedetailleerdheidmaar
ookdoor de nadrukop de ontwikkelingen in
Oost-Europa en Ruslandlijkt July 1914 op Slaap-
wandelaars van de Australische historicus Chris-
topher Clark. Maar bij McMeekin is ‘sleepwal-
king ’ veranderd in‘blundering into disaster.’ Of ze
nuRussisch, Oostenrijks, Duits, Frans of Engels
zijn, alle staatslieden stuntelen zichin July 1914
naar oorlog toe.
Hierbij speelde gebrekkige of verkeerde infor-
matie een opvallend grote rol, laat McMeekin
zien. Zo wist de Britse minister van Buitenland-
se Zaken Grey door nalatigheid van zijn ambas-
sadeur in Sint-Petersburg niet dat op de dag
waarop Oostenrijk-Hongarije de oorlog ver-
klaarde aan Servië, Rusland al lang bezig was
met de ‘Voorbereidende Periode van Oorlog’ die
was overgegaan in mobilisatie. Evenmin wist hij
dat de Russische mobilisatie ook tegen Duits-
land was gericht, omdat een ‘partiële’ mobilisa-
tie tegen alleen Oostenrijk technisch en logistiek
onmogelijk was. Hierdoor zette Grey bij zijn
wanhopige pogingen om met onderhandelingen
een Europese oorlog te voorkomen de verkeer-
de partij, Duitsland, onder druk en liet hij Rus-
land ongemoeid.
July 1914 is een vervolg op McMeekins The Rus-
sian Origins of the First World War. Hierin wilde
hij aantonen dat het Russische streven naar ont-
manteling van het Ottomaanse rijk om zo een
vrije doorgang door de Bosporus te krijgen de
belangrijkste oorzaak was van de Eerste Wereld-
oorlog. Van alle betrokken landen had Rusland
als enige baat bij een Europese oorlog. Alleen
dan kreeg het een legitieme reden kreeg om
Constantinopel aan te vallen en zou het hierbij
de steun van Frankrijk niet verspelen. Om de
critici die The Russian Origins niet aannemelijk
vinden alsnog te overtuigen, laat hij in July 1914
zien hoe de langetermijnpolitiek van Rusland in-
zake de Balkan werd vertaald in concrete maat-
regelen tijdens de Europese julicrisis.
Als een Sherlock Holmes zet McMeekin in de
epiloog alle Europese verwikkelingen in juli 1914
op een rijtje om de hoofdverantwoordelijke
voor de oorlog vast te stellen – van schuld wil hij
nadrukkelijk niet spreken. Net als Clark be-
schouwt hij niet Duitsland als de hoofdverant-
woordelijke. De Duitsers verwachtten steeds dat
de oorlog tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië
een regionaal conflict zou blijven. Een Europese
oorlog was het laatste dat ze wilden, schrijft hij,
want het Duitse leger kon een tweefrontenoor-
log tegen Rusland, Frankrijk en Engeland niet
aan. Alle betrokken landen zijn verantwoorde-
lijk voor de Eerste Wereldoorlog, concludeert
McMeekin, net als Clark. Maar verantwoorde-
lijkheid kent, net als schuld, gradaties. zo gaat
hij verder. En, anders dan Clark, wijst hij wél
Rusland als hoofdverantwoordelijke aan.
‘De beslissing tot een Europese oorlog werd
genomen door Rusland in de nacht van 29 juli
1914 toen tsaar Nicolaas II, op unaniem advies
van zijn raadgevers, het bevel tot Algemene
Mobilisatie tekende’, schrijft hij aan het einde
van July 1914. En, zo voegt hij hieraan toe, de
tsaar en zijn ministers wisten dat mobilisatie
oorlog betekende.
Charles Bukowski is de
invloedrijkste cultschrijver
van de vorige eeuw en
held van de underground.
“Iedere poging om Charles
Bukowski eer te bewijzen verdient
lof. Kind onder Kannibalen
bekroond met vijf sterren”
NRC Handelsblad
Bestel op nrclux.nl/boeken
©
L
in
d
a
B
u
k
o
w
s
k
i
12
50
Per stuk
Charles Bukowski
Vijf nieuwe edities
nrclux.nl/boeken
A d ve r t e n t i e
V R I J DAG 28 MAART 2 0 14 C19
NRCHANDELSBLADBOEKEN
Uitstekend bestuur,
slechte regering
Door Bart Funnekotter
W
at was het toch jam-
mer, schreef Max We-
ber in april 1916 aan
zijn moeder, dat hij,
die van al haar zonen
‘de sterkste oorlogs-
zuchtige instincten’ had, te oud was om
aan het front te dienen. Weber was vijftig
jaar toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog
uitbrak. Hij was een overtuigd Duits natio-
nalist, maar voor de beroemde socioloog
was alleen een betrekking in een lazaret in
Heidelberg beschikbaar.
Niet lang daarna moest Weber van de
oorlog niets meer hebben. Hij realiseerde
zich dat Duitsland de strijd zou verliezen.
De door intellectuelen in kranten gevoer-
de discussies over een heldhaftige bevoch-
ten Sieg frieden (overwinningsvrede) met
bijbehorende annexaties van land, noem-
de hij gezwets waarvoor ‘de mannen daar-
buiten bloeden en sterven’.
Dat in Duitsland de intelligentsia zich zo
actief met de discussie over de gewenste
uitkomst van de oorlog bemoeide, was
uniek, stelt de Duitse auteur Herfried
Münkler in zijn boek Der Grosse Krieg. Het
maatschappelijk debat over de oorlog in
Duitsland was van theologisch-filosofische
aard, schrijft hij. De oorzaak van deze
zoektocht naar zingeving was dat er voor
het keizerrijk van Wilhelm II in 1914 eigen-
lijk helemaal geen overtuigende politieke
en economische redenen waren geweest
om oorlog te gaan voeren.
Met het meesterlijke boek van Münkler
verschijnt in Duitsland voor het eerst sinds
1968 een overzichtswerk over de Eerste
Wereldoorlog. Münkler is hoogleraar aan
de Berlijnse Humboldt Universität en van
huis uit politicoloog. Dat is te merken in
Der Grosse Krieg: de auteur blinkt uit in de
verklaring van de loop der gebeurtenis-
sen. Daarbij richt hij zich met name – maar
zeker niet alleen – op het handelen van de
Duitse regering en het leger.
Blanco cheque
De Eerste Wereldoorlog begon op de Bal-
kan. Op 28 juni werd de Oostenrijkse
aartshertog Franz Ferdinand in Sarajevo
vermoord door Gavrilo Princip. Deze ter-
rorist werd gesteund door de Servische ge-
heime dienst. Hierop gaf Berlijn het sig-
naal aan Wenen dat Duitsland Oostenrijk
onvoorwaardelijk zou steunen, wat de re-
actie ten opzichte van Servië ook mocht
zijn. Deze zogenoemde ‘blanco cheque’ is
door veel historici geduid als dé cruciale
stap in de reeks van gebeurtenissen die
leidde tot het uitbreken van de oorlog.
Van een vooropgezet plan om tot een
continentale oorlog te komen, was bij de
wispelturige keizer Wilhelm II en rijkskan-
selier Theobald von Bethmann Hollweg
geen sprake, schrijft Münkler. Het hande-
len van de Duitse regering kwam voort uit
‘een samenspel van angst en onbedacht-
zaamheid, hoogmoed en grenzeloos zelf-
vertrouwen’, concludeert hij.
De Duitse staat functioneerde niet goed,
aldus Münkler. Als zich een probleem
voordeed, werd het grootste deel in een
bureaucratisch op te lossen kwestie ver-
taald, terwijl de rest werd overgelaten aan
politiek oncontroleerbare willekeur. Dat
kon alleen goed gaan zolang een genie als
Bismarck verantwoordelijk was.
Maar Bethmann Hollweg was geen Bis-
marck – en dus lag het primaat in Duits-
land bij de bureaucratie. Het keizerrijk
werd, aldus Münkler, ‘uitstekend be-
stuurd, maar slecht geregeerd’. Tijdens de
crisis die volgde op de aanslag op Franz
Ferdinand had de militaire bureaucratie,
de generale staf, het voor het zeggen. Staf-
chef Helmuth von Moltke had in juli 1914
als enige een plan, het naar zijn voorgan-
ger vernoemde Von Schlieffenplan, dat
voorzag in een oorlog met Rusland én
Frankrijk. Hij drong er bij de keizer op aan
het plan uit te voeren voordat deze landen
Duitsland op militair gebied voorbij waren
gestreefd. Dat zou uiterlijk in 1917 het geval
zijn, dacht hij. Als Duitsland oorlog wilde
voeren, dan kon het beter zo snel mogelijk
gebeuren, zei Moltke.
En zo geschiedde. Op 4 augustus viel
Duitsland België binnen en was de oorlog
een feit. Daarmee heeft het land echter
nog geen ‘schuld’ aan het uitbreken van
het conflict, betoogt Münkler. Hij wil het
sowieso niet hebben over schuld, maar
over ‘verantwoordelijkheid’. Zeker, Duits-
land had als machtigste en economisch
sterkste land in het midden van Europa
een grotere verantwoordelijkheid dan een
perifeer gelegen of zwakkere staat, stelt
Münkler. ‘Onverantwoordelijk ageren in
Belgrado of Wenen was te verwerken ge-
weest, wanneer men in Berlijn bezonnen
had opgetreden.’ Maar, benadrukt hij: die
grote macht in het midden van Europa
kon haar verantwoordelijkheid alleen ne-
men als de andere grootmachten van het
continent haar in deze positie accepteer-
den en steunden.
En die acceptatie was er niet. Frankrijk,
Rusland en het Verenigd Koninkrijk had-
den allemaal hun eigen redenen om de
Duitse opkomst op militair en economisch
gebied te willen tegenwerken. En daarom
deelden ook zij blanco cheques uit: Rus-
land aan Servië, en Frankrijk aan Rusland.
Münkler concludeert dat de sleutel tot de
oorlog in de Russische hoofdstad lag. Als
men daar niet had gemobiliseerd, was het
wel tot een Balkanoorlog gekomen, maar
niet tot een groter conflict.
Het Von Schlieffenplan mislukte. In de
herfst van 1914 liep de oorlog in Frankrijk
vast in een loopgravenstrijd. In het oosten
leden de Oostenrijkers enorme verliezen
tegen de Russen, terwijl de Duitsers erin
slaagden fikse overwinningen te behalen.
Maar nu het niet gelukt was om Frankrijk
te verslaan, was de oorlog voor Duitsland
eigenlijk niet meer te winnen. Het lag dus
voor de hand dat de Duitse regering on-
derhandelingen zou beginnen om tot een
vergelijk te komen met de geallieerden.
Dat gebeurde niet, omdat de politiek op-
nieuw faalde, schrijft Münkler. De rege-
ring wist geen duidelijke oorlogsdoelen te
formuleren, en dus gingen anderen met
de oorlog aan de haal. De militairen wil-
den doorvechten omdat militairen dat nu
eenmaal willen, en ze werden gesteund
door de nationalistische intelligentsia. Die
zag de strijd als een verdedigingsoorlog
die het Duitse volk – en alle deugden waar
dat volk voor stond – voor de ondergang
moest behoeden. Het kunnen verdragen
van grote verliezen was één van die deug-
den. Zo werd het voortzetten van de oor-
log van een middel een doel.
Vooruitgang
De oorlog mocht op strategisch niveau
niet te winnen zijn, op tactisch gebied
boekten de Duitsers vooruitgang. Daar-
door leek het erop dat het leger er toch in
zou slagen de strijd tot een acceptabel ein-
de te brengen. In de politiek ontbrak dit
vermogen tot aanpassen: zelfs nadat het
leger had gefaald, slaagden de afgevaardig-
den in de Rijksdag er niet in het heft in
handen te nemen. Dat Duitsland vanaf
1917 de facto een militaire dictatuur werd,
was de logische uitkomst van dit proces.
Toen de Verenigde Staten in 1917 aan de
oorlog gingen deelnemen, was het lot van
Duitsland bezegeld. In het najaar van 1918
deed een geallieerd offensief van honderd
dagen het Duitse leger ineenstorten. Gene-
raal Ludendorff eiste nu van de politici in
Berlijn dat ze een wapenstilstand bewerk-
stelligden – en dat deden ze. Het leger ont-
liep zijn verantwoordelijkheid.
Op 11 november 1918 zwegen de wa-
pens. Veel te laat had in Duitsland de poli-
tiek het weer voor het zeggen gekregen. In
de jaren na de oorlog kregen politici de
schuld voor de Duitse nederlaag in de
schoenen geschoven. Er zou sprake zijn
geweest van een dolkstoot in de rug van
het niet verslagen leger. Adolf Hitler zou
van deze mythe dankbaar gebruik maken.
Münkler eindigt zijn boek met een
hoofdstuk waarin hij reflecteert op de les-
sen van de oorlog die anno 2014 van toe-
passing zijn. Daarbij beschouwt hij onder
meer de rol van Duitsland in de EUen de
overeenkomsten tussen het huidige China
en het Duitse keizerrijk van een eeuw gele-
den. In Duitsland heeft Christopher Clark
met zijn Slaap wandelaars de afgelopen
maanden veel boeken verkocht. Der Gros-
se Krieg van Münkler verdient ook een
groot lezerspubliek – daar en hier.
Verantwoordelijkheid
Voor het eerst sinds 1968 schreef een Duitse auteur
een overzichtswerk waarin de hele Eerste
Wereldoorlog wordt behandeld. De Duitsers wisten
amper wat ze deden, zo blijkt uit dit meesterlijke boek.
Herfried Münkler: Der Grosse Krieg.
Die Welt 1914 bis 1918. Rohwolt, 928 blz. € 29,9 5
*5
Duitsland heeft nu zijn eigen revisionistische geschiedenis
van de Eerste Wereldoorlog. Zeker, de Duitse politiek faalde
vóór en in de oorlog, maar de sleutel tot het uitbreken van de
Grote Oorlog ligt in Sint-Petersburg, betoogt politicoloog
Herfried Münkler in zijn meesterlijke studie.
De
Russische
mobilisatie
maakte van
een
regionale
oorlog een
Europese
oorlog
‘Fräulein Feldgrau’, Duitse ansichtkaart uit de Eerste Wereldoorlog
De aard van het beestje
Mark Boog
De aard I
De mens is weer eens over
zich heengeraasd, orkaan,
zondvloed, maar is onkruid,
steekt koppen op en leeft.
Tussen puin scharrelt,
onder as beweegt, in verlies
treurt. Treurt met een lust,
een drang, een wil: bruisend
treurt. Dat het een aard heeft.
Uit Het Liegend Konijn, jaargang 12, nummer 1
U
IT
‘H
E
T
A
L
B
U
M
V
A
N
D
E
E
E
R
S
T
E
W
E
R
E
L
D
O
O
R
L
O
G

C20 Cultuur V R I J DAG 28 MAART 2 0 14
NRCHANDELSBLAD
NATIONAAL HISTORISCH MUSEUM
Virtueel museum NHM naar erfgoedplatform 'In Nederland Punt NL'
De digitale erfenis van het Nationaal Historisch Museum is ge-
red. De Stichting Oneindig Noord-Holland heeft de website
overgenomen met een Gronings en Zeeuws erfgoedplatform
als belangrijke partners. Samen met zo’n honderd erfgoedin-
stellingen gaan zij www.innl.nl ontwikkelen tot startpagina voor
erfgoed in Nederland. Het Nationaal Historisch Museum ont-
stond in 2006 in de Tweede Kamer en sneuvelde daar na veel
discussie vijf jaar later. Toen het museum in 2010 hoorde dat er
MODEPRIJS
Taminiau krijgt Grand Seigneur
Modeontwerper Jan Taminiau heeft gisteren in Arnhem de
Grand Seigneur ontvangen, de hoogste modeonderscheiding
van Nederland. Een paar maanden geleden won hij nog het Cul-
tuurfonds Mode Stipendium. „Je moet jezelf blijven knijpen”,
zegt de 38-jarige ontwerper over de prijzen. Tien jaar geleden
studeerde hij in Arnhem af. Hij werd landelijke bekend toen
Máxima in 2009 zijn postzakjasje droeg. Haar inhuldigingsjurk
van vorig jaar noemt hij een hoogtepunt in zijn carrière. (Novum)
André Hazes wordt nooit vergeten
Holland Zingt Hazes
De Ziggo Dome is dit weekend vier
maal gevuld met fans van André
Hazes. Iedereen houdt van zijn
emotionele ‘levenspop’, van
stratenmaker tot advocaat.
Door onze redacteur
Amanda Kuyper
N
et na zijn overlijden, zegt
Roxeanne Hazes (21), kon-
den zij en haar broer André
jr. (20) de muziek van hun
vader niet aanhoren. Dat
deed te veel pijn. Nu geven
zijn liedjes juist steun en kracht. En begrij-
pen ze wat hij werkelijk met zijn teksten
heeft bedoeld. Vorig jaar, bij de laatste van
de vier shows van Holland Zingt Hazes in
de Ziggo Dome, klapte Roxeanne „in el-
kaar” van emotie. Maar dat gaf niet. „Want
we waren onder ons.” In de zaal had ze
veel kinderen zien zitten op de schouders
van hun ouders. Dat een nieuwe generatie
ook weer opgroeit met de muziek van haar
vader, vindt ze een mooi idee. „Ik denk
niet dat papa ooit vergeten wordt. Daar
word je als kind heel gelukkig van.”
In september is het tien jaar geleden dat
André Hazes, de immens populaire Am-
sterdamse volkszanger, op 53-jarige leef-
tijdoverleed. Een logische aanleiding voor
een eerbetoon en komend weekend loopt
de Ziggo Dome dan ook vier keer vol voor
het meezingfestijn Holland Zingt Hazes.
Net als vorig jaar toen er voor het eerst vier
van deze (uitverkochte) shows voor in to-
taal 50.000 man publiek waren. Vandaag
is bekendgemaakt dat er in maart 2015 op-
nieuw shows komen.
De ‘levenspop’ zoals André Hazes zijn
muzieknoemde, leeft onverminderddoor.
De man die ieder liedje van zijn repertoire
vol overgave met lange uithalen zong, trekt
nog steeds volle zalen. Men wil hem voe-
len. Men wil nog steeds zijn emoties – de
weerslag van zijn kapotgeleefde leven – in
zijn liedjes horen. Van de eenzaamheid tot
het dronkemansverdriet. „Papa was zo
volks, zo normaal. Hij zong simpele tek-
sten die zo wáár waren. Je hoeft geen fan te
zijn omdat te voelen”, zegt Roxeanne Ha-
ze s.
De succesvolle musicalproductie Hij Ge-
looft in Mij over Hazes’ leven draait nog tot
en met augustus 2014. Joop van den Ende,
in de jaren 80 enkele jaren manager van de
volkszanger, tekende in 2007 een contract
met weduwe Rachel Hazes voor deze mu-
zikale theaterproductie over haar man. In
de musical, die nual anderhalf jaar met ze-
ven voorstellingen per week draait, zijn 22
Hazes-nummers verwerkt. De fans smul-
len van Martijn Fischer als Hazes, maar
van een ‘Hazes- sing-along’ is geen sprake.
Simpel: het script laat de mogelijkheid tot
meezingen nergens toe. Vorig jaar juni
kreeg de musical een uitvergroting met
meezingconcerten – een ‘ode’ aan het le-
ven en de muziek van Hazes, met hits als
Bloed, Zweet en Tranen, Een Beetje Verliefd,
Zij Gelooft in Mij en De Vlieger.
Ook komend weekend deint de massa
mee op hits in originele arrangementen,
vertolkt door kinderen van Hazes en ar-
tiesten als Jeroen van der Boom, GerardJo-
ling, Simone Kleinsma, Karin Bloemen,
Danny de Munk, Anita Meyer. „Het mee-
zingen gaat als vanzelf ”, aldus Stage Enter-
tainment dat Holland Zingt Hazes organi-
seert in samenwerking met Melvin Pro-
ducties, van de familie Hazes. „Dit is onze
manier van rouwen”, zegt Roxeanne Ha-
zes. „Op zo’n avond zijn we allemaal nabe-
staanden en maken we het met zijn allen
heel intiem.”
De constante aantrekkingskracht laat
zich verklaren. Volgens Joop van den Ende
wint Hazes’ muziek nog steeds aan popu-
lariteit. Zie het succes van Hij Gelooft In
Mij. Maar er is meer. „Zijn liedjes en tek-
sten hebben nog niets aan zeggingskracht
verloren en dragen zelfs bij om meer bete-
kenis te geven aan de tijd waarin wij nu le-
ven.”
Hazes-liedjes geven houvast, meent ook
zanger en host van de meezingavonden,
Jeroen van der Boom. En ze gaan dwars
„door alle doelgroepen heen”. Samen met
de band van Eric van Tijn stelt hij het con-
cert samen. Er is geen artiest die Hazes’
liedjes niet wil zingen, meent Van der
Boom. Hij ervaart eenzelfde saamhorig-
heid en energie als bij andere populaire
muziekevenementen als Vrienden van
Amstel, de stadionconcerten van Guus
Meeuwis en de Toppers-shows in de Are-
na. „Het is de sfeer van zingen met vrien-
den. Biertjes en gezelligheid – even wordt
alles vergeten na een lastige werkweek.
Van stratenmaker tot advocaat.”
De kiem van Holland Zingt Hazes is ge-
legd bij het uitvaartspektakel in de Arena
in 2004. Dat was een plek voor collectief
nationaal verdriet, met de kist met het
stoffelijk overschot op de middenstip. Het
was zowel droevig als feestelijk. Er werd
hartstochtelijk gehuild door fans met
zwarte Hazes-hoeden die „al dagen de weg
kwijt waren”, en er werd uit volle borst ge-
zongen. „Hij geloofde niet erg in zichzelf,
maar miljoenen geloofden wel in hem”,
sprak toenmalige burgemeester Job Co-
hen.
„Dat afscheid was een belangrijk onder-
deel van de mythevorming rondom het fe-
nomeen André Hazes”, concludeert Joop
van den Ende. „Nergens ter wereld is een
artiest ooit met zoveel publieke belangstel-
ling begraven.” Er zaten toen 48.000 men-
sen op de tribunes. De herdenking werd
door 6 miljoen mensen op televisie beke-
ken, van wie 1 miljoen uit België. Na een
herdenkingsconcert in Ahoy is een jaar la-
ter op 23 september 2005 wat van Hazes’
as met vuurpijlen de lucht in geschoten
vanaf het strandvan Hoek van Holland. Op
dezelfde dag is zijn standbeeld onthuld in
de Amsterdamse Pijp.
André Hazes is na zijn dood alleen maar
groter geworden. 96 procent van de be-
zoekers van Holland zingt Hazes 2013 gaf
vorig jaar aan bij een volgende editie weer
te komen. Hazes was en blijft de anti-held
die door Nederlanders massaal in het hart
gesloten werd.
Holland Zingt Hazes: 28, 29, 30 (2x) maart,
Ziggo Dome, Amsterdam.
A d ve r t e n t i e
T R I B U T E S H OW S
Aanbidding
Van t r i b u t e s h ow s
over Sinatra,
Queen, Tina Tur-
ner tot biografi-
sche musicals; suc-
cesvol zijn ze.
Vorig jaar ging de
The Immortal
World Tour over
Michael Jackson
de wereld over, met
het Cirque du Soleil
in een van symbo-
liek en aanbidding
bolstaande con-
ce r t s h o w.
De tournee was
volgens Forbes
met 100 miljoen
verkochte kaart-
jes ‘top touring’
act, waaraan de er-
ven Jackson ruim
340 miljoen dollar
ve rd i e n d e n .
c
r
e
a
t
ie
?
in
n
o
v
a
t
ie
?
p
u
b
lie
k
g
e
r
ic
h
t
? goed gezien
Holland Zingt Hazes vorig jaar met zanger/presentator Jeroen van der Boom en de kinderen van André Hazes, André jr. en Roxeanne.
F
O
T
O
A
N
P
, L
E
V
IN
D
E
N
B
O
E
R
geen gebouw kwam, bouwde het een virtueel museum. In 2012
draaide de Kamer ook daarvoor de geldkraan dicht. Sindsdien
is de site niet meer bijgewerkt. De overname komt net op tijd,
want het geld om hem in de lucht houden is op. „Dat zou ver-
schrikkelijk zonde zijn geweest”, zegt Sarah Thurlings-Heijse,
directeur van Oneindig Noord-Holland. „Er is publiek geld in
geïnvesteerd en bovendien staan er prachtig beeldmateriaal en
goede verhalen op over de Nederlandse geschiedenis.”( N RC)
V R I J DAG 28 MAART 2 0 14 C21
NRCHANDELSBLAD
Me d i a
Persprijs Tegels voor verhalen
over Krol, Syrië, paardenvlees
Door onze mediaredactie
DEN HAAG. Een Koninklijke Schouw-
burg vol journalisten in pak, tromge-
roffel en dwarrelende rode confetti;
gisteren werden in Den Haag de win-
naars van De Tegel 2013 bekendge-
maakt. De Stichting Jaarprijzen van de
Journalistiek nomineerde 21 produc-
ties. Zeven kregen een prijs.
Eén daarvan ging naar twee journa-
listen van NRC Handelsblad. Hugo
Logtenberg en Tom Kreling kregen De
Tegel voor hun interview met VVD-po-
liticus Ton Hooijmaijers. Logtenberg:
„Je zit continu tussen vakidioten, en
telkens wil je het nog beter doen. Dan
is het heel stoer als je wint.”
In de categorie ‘Nieuws’ ging de
prijs naar Volkskrant-verslaggever Je-
roen Trommelen voor zijn artikel
‘Henk Krol betaalde zelf geen pensioe-
nen’, dat tot stand kwam na een tip
van klokkenluiderswebsite Publeaks.
Jan Eikelboom en Ruth Vandewalle
van Nie uwsuur wonnen in de catego-
rie ‘Verslag geving’ met hun reportage
over de oorlog in Syrië. De prijs in de
categorie ‘Achtergrond’ ging naar re-
gisseur Oeke Hoogendijk, voor haar
documentaire Het Nieuwe Rijksmuse-
um, over de negen jaar durende ver-
bouwing van het museum.
Hiske Versprille, culinair journalist
van Het Parool, werd in de categorie
‘Onderzoek’ geroemd om haar re-
search naar het Amsterdamse steak-
house Piet de Leeuw, dat klanten
paardenvlees voorschotelde in plaats
van biefstuk van de koe. Alwin Kuiken
van Trouw kreeg de Talentprijs voor
zijn artikel over ‘de mensuur’; een tra-
ditie waarbij Duitse studenten elkaar
met zwaarden moeten verwonden.
Eerder die avond plukte presenta-
tor Jörgen Raymann twee Hagenezen
van het terras, die de winnaar van de
publieksprijs bekend mochten ma-
ken. Sanne Terlingen kreeg de prijs
voor haar producties bij het journalis-
tieke platform OneWorld. De Toe-
komst Prijs ging naar het journalistie-
ke crowdfundingplatform Yournalism
van Sybren Kooistra, Huub Schuijn en
Erik Hormes. Begin maart kreeg de
start-up al 20.000 euro startsubsidie
na het winnen van The Challenge: een
wedstrijd van het Stimuleringsfonds
voor de Pers, bedoeld voor vernieu-
wende journalistieke projecten.
Door onze redacteur Pieter van Os
D
e filmmaker loopt zelf in de
documentaire rond. Als ver-
teller en interviewer, in kle-
ding die begin negentiende
eeuw in de mode was. De geïnterview-
den, ook historisch gekleed, blikken
terug op de vorming van het Neder-
landse koninkrijk in 1813, en vooral op
de rol daarin van de ‘onderkoning’: de
orangistische politicus Gijsbert Karel
van Hogendorp.
Ramon Gieling, maker van De On-
derkoning en vooral bekendvan de do-
cumentaire En un momento dado
(over Johan Cruijff in Barcelona): „In
de documentaire is het 1820 en ik kijk
met de hoofdrolspelers terug naar
1813, toen Van Hogendorp de prins
van Oranje naar Nederland haalde en
met hem de eerste grondwet van de
Verenigde Nederlanden opstelde.”
Over die grondwet was Van Hogen-
dorp ambivalent. Hij had te veel con-
cessies moeten doen aan de prins,
waarna ze met elkaar gebrouilleerd
raakten. Toen de prins in de Nieuwe
Kerk in Amsterdamde eed aflegde op
degrondwet, wasVanHogendorp zelfs
nietaanwezig, beledigdalshij wasdoor
de kleine rol die de eerste koning van
Oranjehem hadtoebedeeld. Later ont-
namdekoninghemal zijn titels.
‘De Onderkoning’: stank
voor dank van Willem I
Tv-film
De onmin tussen koning Willem
I en minister Van Hogendorpi s
onderwerpvan een vreemde
kostuumdocumentaire.
Gijs Scholten van Aschat speelt Van
Hogendorp, Laurens de Groot speelt
de koning, Betty Schuurman zijn moe-
der en Katje Herbers Hogendorps
dochter; ze kan haar tranen niet be-
dwingen wanneer ze terugdenkt aan
de vernederingen die de kersverse ko-
ning haar vader toebracht.
De acteurs spelen een documentai-
re. Ze doen alsof ze denkend praten,
net als getuigen in klassieke documen-
taires. In zekere zin klopt dat ook, dat
denkend praten, want Gieling gaf ze
geen script. Ze kregen een „een dik
dossier” en moesten zelf bedenken
wat hun personages dachten en von-
den. En zo krijgt een gevecht tussen
karakters én ideeën vorm.
De ene acteur kan beter omgaan
met deze vrijheid dan de ander, maar
eerlijk is eerlijk: ook in ‘echte’ docu-
mentaires spreekt niet iedereen even
overtuigend over de eigen rol en die
zap
Potje straatvechten
met de burgemeester
Door Hans Beerekamp
A
lsde horizontale programmering van de
Nederlandse Publieke Omroep (NPO),
met een herkenbare nadruk op onder
meernieuwsen achtergronden, ergenssucces
heeft, dan ishet op Nederland 2. De van de NCRV
afkomstige journalist en netmanagerGijsvan
Beuzekom heeft daarin korte tijdietsneergezet
dat respect afdwingt.
Elke weekdag op vaste tijdstippen treffen we er
onder meer Nie uwsuur(NOS/NTR) aan, onmis-
baarvensterop de wereld, maarook dagelijksmi-
nimaal één documentaire van gemiddeldhoog
niveau(2D oc ) en vierkeerperweekde harde, lan-
ge en actuele interviewsvan Eva Jineken Sven
Kockelmann in Eénop Eén(KRO-NCRV). Ookiser
praktischdagelijkseen onderzoeksjournalistiek
dossier, alsfiliaal van de actualiteitenmagazines
Brandpunt (KRO), Dit is de Dag(EO) of AltijdWat
(NCRV). Argos Medialogicavan Human isdit sei-
zoen maandelijkste zien.
Die dossierszijn nog niet allemaal evenwichtig en
to the point. Ersluipt regelmatig ronkende ijdel-
heidin, van het type: kijkmij tocheenseen mis-
stand onthullen of een autoriteit ontmaskeren.
Maarverbazendvaakishet wel degelijkraak, dat
wil zeggen dat de eigendunkvan de verslaggever
geschraagd wordt doorvoldoende soortelijkge-
wicht van de primeur.
Gisteren wasereen vermakelijkharde con-
frontatie te zien in Brandpunt Reportertussen Jos
Slats, een verslaggeveruit de school van Kockel-
mann, en de Amsterdamse burgemeesterEber-
hardvan derLaan (PvdA). Onderwerp wasde vol-
gensde verslaggever grotendeelsmislukte aan-
pakvan ‘c rimino gene’ activiteiten op de Wallen.
In de reportage kwamen ondermeereen socio-
loog en een vrouwelijke raamexploitant aan het
woord, die schamperden dat de morele aanpak
van postcodegebied1012 doorvoormalig wet-
houderLodewijkAsscher(PvdA) nauwelijksre-
sultaat hadopgeleverd. Erwerden geen bordelen
gesloten wegensaantoonbare rottigheid, maar
alleen doorde huisbazen voorextreem hoge be-
dragen uit te kopen.
Na de electorale nederlaag van het maakbaar-
heidsbeleidvan de PvdAin de grote steden, zal
op vele terreinen de verbittering en hoon van de
slachtoffersin kaart gebracht gaan worden. Maar
Van derLaan, een prettig soort verbale straat-
vechter, geeft zichniet zomaargewonnen. Hij
blaast terug tegen Slats, zegt dat dit gesprekwel
een verhoorlijkt en vraagt retorischof de inter-
viewersomseen voorstanderisvan vrouwen-
handel of uitbuiting.
Het zijn preciesde morele chantagemiddelen
die socioloog LaurensBuijsaanvoert alshoofd-
bezwaartegen project 1012, dat hij vergelijkt met
de Amerikaanse warondrugs.
Uiteindelijkwint Slatshet gevecht gemakkelijk
op punten, althansin de montage van de redac-
tie. Dat iseen belangrijke kanttekening, want er
wordt wel erg geknipt en gesprongen in het ge-
sprek. Zo wordt de context van Van derLaansre-
torica niet helemaal duidelijk, het kan best zijn
dat hij bijvoorbeeldiemandandersciteert.
Ervolgt nog een tweede deel van het dossieren
dan weten we misschien meer. De huidige vice-
premierAsscherwordt niet bevraagd, maarwe
weten niet of dat wel geprobeerdis. Gebrekaan
transparantie iseen kinderziekte van de
broertjesen zusjesvan Zembla( VARA).
De Raad voor de Journalistiek heeft vorig jaar negentig klachten in
behandeling genomen; vijf meer dan in 2012. De meeste gingen
over onjuiste of tendentieuze berichtgeving, het niet toepassen van
wederhoor, en schending van de privacy. De raad deed uitspraak in
61 zaken, 26 klagers kregen gelijk, 31 klagers ongelijk.
90
K L AC H T E N
U I TG E S P RO K E N
Bij de
meeste
uitgevers is
het echt
over. De
branche
heeft
behoefte aan
grote
denkers,
maar die zijn
er niet.
Teun Gautier,
voormalig uitgever
van De Groene
A m s t e rd a m m e r
vandaag in
re c l a m e va k b l a d
Adformatie.
Eberhard van der Laanin ‘Brandpunt Reporter’.
CHRISTELIJK DAGBLAD
Mogelijk nieuwe krant Groningen
Krantenuitgeverij De Noordelijke Dagbladcombinatie (NDC)
denkt na over een nieuwe christelijke krant in Groningen, naar
voorbeeld van het christelijke Friesch Dagblad, dat de NDC vo-
rig jaar overnam. „Onderzoek moet uitwijzen of er potentie is
voor een nieuwe titel”, aldus algemeen hoofdredacteur Evert
van Dijk. „We zijn de afgelopen jaren veel christelijke lezers
kw i j t g e ra a kt . ” Voor de zomer volgt een besluit. Tot NDC horen
ook de Leeuwarder Courant en Dagblad van het Noorden.
van zijn vrienden en vijanden. De im-
provisatie is waarschijnlijk ook oor-
zaak van historische fout: de grond-
wet van Amerika wordt in de 17de
eeuw geplaatst. In plaats van de 18de.
Maar over historische accuratesse
moet wellicht niet worden gezeurd,
want het isde kijkerdirect duidelijkdat
het daar in deze interessante nepdocu-
mentaire niet om te doen is. Neem de
archiefbeelden. Tussen de interviews
door zien we schokkerige zwart-wit
beelden, van de landing van Willem op
het strand van Scheveningen en van de
slag om Waterloo. Wie kwaad wil,
noemt dat onzinnig, omdat film nog
niet bestond. Wie deze aanpak het
voordeel van de twijfel gunt, noemt
het op zijn minst vervreemdend.
De Onderkoning – De strijd om de
g ro n d we t ( N T R / V P RO)
Zaterdag 29 maart, Ned. 2, 20.20u
Graaf Van Hogendorp (Gijs Scholten van Aschat) peinst over zijn rol.
C22 Me d i a
18 .00NOS-Journaal.
18 .15Eé n Va n d a a g
(AV ROT RO S ) .
18 . 30 Gesprek minis-
ter-president (NOS).
18 . 45N O S -S p o r t j o u r n a a l .
1 9.00De Wereld Draait
Door (VARA).
2 0.00NOS-Journaal.
S 2 0. 30 Flikken Maas-
tricht. Nederlandse
politieserie (TROS).
21 . 25Bed & Breakfast
(MAX).
22 . 20J o r i s’ S h o w ro o m
( N C RV ) .
2 3.05Pauw & Witteman
( VA R A) .
0 0.00NOS-Journaal.
0 0. 20De nacht van de
filmmuziek (VARA).
01.55Pauw & Witteman
( VA R A) .
02 . 55Eé n Va n d a a g
(AV ROT RO S ) .
0 3 .15Gesprek minis-
ter-president (NOS).
03. 30 NOS-Journaal.
0 4 .05Te k s t- t v.
17. 35 An evening with
Grant & Forsyth (MAX).
18 . 25Niks te gek! (NTR).
18 . 55Man bijt hond
( N C RV ) .
19. 25Natuur op 2: Leven
onder het bladerdak
( EO) .
2 0. 25Twee voor twaalf
( VA R A) .
i 21 .05Het Koninkrijk.
Vijfdelige historische
d o c u m e n t a i re s e r i e .
Afl.1: Terugkeer van
een koning(NOS).
22 .00Nieuwsuur
(NOS/NTR).
22 . 55NOS Studio Sport
E re d i v i s i e .
F 2 3.15FILM OP 2: The Du-
chess Biografisch
drama van Saul Dibb
uit 2008 (AVRO).
0 0. 55Nachtzoen (IKON).
0 1 .10Nieuwsuur
(NOS/NTR).
02 .05Nieuwsuur
(NOS/NTR).
02 . 51 Te k s t- t v.
18 .05Beste Vrienden Quiz
(NTR).
18 . 23Het Klokhuis (NTR).
18 . 45NOS-Jeugdjour-
naal.
18 . 55SpangaS (NCRV).
19. 30 De Lama’s (BNN).
19. 50De Social Club
(BNN).
2 0. 25College Tour (NTR).
i 21 . 20Reizen Waes
( V P RO) .
22 .10Toren C Kort
( V P RO) .
22 . 30 NOS op 3.
22 . 45PowNews (Pow-
ned).
2 3.10Smeris. Misdaadse-
rie (BNN).
0 0.00De Wereld Draait
Door (VARA).
0 1 .00PowNews (Pow-
ned).
01.25NOS op 3.
01.40Fre a k n a c h t
( B N N / VA R A) .
0 4 .00Barend & Wijnand
( N C RV ) .
18 .00RTL Nieuws.
18 .15Editie NL.
18 . 35 RTL Boulevard.
19. 30 RTL Nieuws.
19. 55RTL Weer.
2 0.00Goede tijden,
slechte tijden.
2 0. 30 Everybody Dance
N o w.
22 . 30 RTL Late Night.
2 3. 40RTL Nieuws.
2 3. 55RTL Weer.
0 0.00RTL Boulevard.
0 0. 50RTL Late Night.
01.50Teleshop 4.
05.4 0 - 07. 2 5 The Girl from
Petrovka. Drama uit
1974 .
18 .00F l o d d e r.
18 . 30 Tattoo Stories.
1 9.00112 ooggetuige.
19. 30 Even krap bij kas.
2 0.00112 noodoproep:
De echte verhalen.
F 2 0. 30 Rango. Animatie-
film van Gore Verbin-
ski (2011).
22 . 35 Secret Window.
Thriller van David
Koepp uit 2004.
0 0. 35 112 noodoproep:
De echte verhalen.
0 1 .05Teleshop 5.
Door Joep Habets
H
et even modieuze als overschatte super-
foodquinoa laten we linksliggen. Voor
het laatste deel van het vrijdagse vierluik
met Peruaansgeïnspireerde recepten waag ikme
ookniet aan guinea pig. Voorje het weet staat de
Partij voorde Dieren voorde keukendeur. Hier
eet men geen cavia’s.
Vandaag komt een eenvoudige uitvoering van
ají de gallina op tafel. De goudgele kippenpeper
smaakt weelderig en isecht andersdan de West-
europese ragoutsof stoofschotelsvan kip. Ook
nudoemt het probleem op van de hierlastig of
niet verkrijgbare ingrediënten. Vooral de aroma-
tische gele peperají amarillo, die zowel versals
gedroogdin deze schotel hoort, bezorgt hoofd-
brekens. Maarmet aanwijzigen van Martin Mora-
lesvan het Peruaanse restaurant Ceviche in Lon-
den lukt het om een alternatief te construeren
met ondermeerhet hete pepertje Madame Je-
anette, gele paprika en sinaasappelrasp. Het is
wat behelpen, maarhet resultaat mag erzijn.
Verhit de olie in een pan met dikke bodem. Bak
de gesnipperde ui glazig. Laat de gesnipperde
knoflooken het Madam Jeanettepepertje zacht-
jesmeebakken. Voeg de bouillon, ontvelde pa-
prika, sinaasappelrasp, oregano en piment toe
en laat een kwartierzachtjesstoven. Voeg de
melkmet het daarin geweekte broodkruim toe.
Pureerde sausmet een staafmixeren laat hem
even pruttelen. Doe de in kleine blokjesgesne-
den feta erbij en laat die al roerende smelten.
Roep eventueel weerde hulp van een staafmixer
in. Het moet een dikke sauszijn, maarhoedu
vooraanbranden. Kruiddesaus zo nodig wat bij
met zout en limoensap. Verwarm de stukjeskip-
penvleesin de saus.
Serveerde kippenpepermet gekookte witte
rijst en garneermet plakjeshardgekookt ei en
olijven. Geen superfood, maarwel supergood.
Weelderige kipschotel
sluit Peruaans vierluik
Horizontaal: 1. Is trots op Nederland 1 6. Smeris 1 0. Deel van
een bankstel 11 . In Engeland is woede een hype 1 3. Zo we-
relds is Frans 15. ‘D66 wil verdubbeling noodhulp __’ 16. Oor-
logsvloot 22 . Daar wil Sisi president worden 2 3. O p s t e ke n
24 . Rondkijken wat er te koop is 27. Varen tussen Keulen en
Luik 29. Zuid-Amerikaanse hoofdstad 30. Mysterieus
31 . Broertje van Bigfoot en Nessie
Verticaal: 1. Columnist in Parool en Volkskrant 2. l’__ est un
crime parfait, thriller 3. Voor het stoffelijk overschot 4. Opper-
god 5. Wil Rusland een gokwalhalla van maken 6. L water 7. L
is een __ 8. Zijn nieuwe cd heet __ Verzet 9. Vrucht die op z'n
centen zit 12. Grondige beschouwing 14 . Werd ingemaakt
door Chelsea 17. Annet in Celblok H 18 . Is India vrij van, maar
neemt toe in 15 horizontaal 19. (Juist geen) Franse letter
2 0. Digitaal antwoord 21 . Doet de Heer in tweede instantie
25. S h e p h e rd ’s __ 26. Rotterdams architectuurmuseum
Oplossing van gisteren HORIZONTAAL: 1. PLACE 4. SCHE-
VE 8. RSVP 10. OZ 11. UITZET 13. APRIL 15. SPA 16. LAURIE
21. LOKAAS 22. URI 23. KININE 24. APARTE 25. IC 26. RENO
27. THINGS 28. TANKS
V E RT I CA A L : 1. PAUS 2. AFTAP 3. ERELOON 4. SPARTAAN
5. HAREM 6. VOLKERT 7. EZ 9. STAKKERS 12. IPSWICH
14. PIESPOT 17. USA 18. OLIEN 19. MUREN 20. NIETS 23. KIT
IN HET MIDDEN: S P O O K ST E M M E N
Thuiskok
Ned. 2, 21.05-22.00u
Goudgele kippenpeper
Ingrediënten voor vier personen:
300 g gaar kippenvlees in stukjes;
2 dl kippenbouillon; 2 dl volle melk;
2 sneden witbrood zonder korst;
1 gesnipperde ui; 0,5 à 1 geel
Madame Jeanette-pepertje; 1 gele
gegrilde paprika; 1 el sinaasappelrasp;
1 tl piment; 1 tl oregano; 4 teentjes
knoflook; 100 g feta; 2 el bakolie;
2 hardgekookte eieren; 2 el
olijven; eventueel een
beetje zout en
limoensap
Sudoku
Uitgelicht
In het midden
(Gore Verbinski, 2011). De anima-
tiefilm Ra n g o is een amusante pa-
rodie op de spaghettiwesterns uit
de jaren 60 en 70. Rango is een ka-
meleon en de bewoners van een
stadje in het Wilde Westen die hij
gaat redden van een megalomane
burgemeester, zijn viezige ratten en
amfibieën met een bobbelige huid.
Een beetje eng, maar uiteindelijk
zeer charmant. Rango ziet er prach-
tig uit, met een soms adembene-
mende gedetailleerdheid. Ook helt
hij meer naar de wat duistere ani-
matiefilms van Tim Burton dan naar
het onschuldige vermaak uit de ko-
ker van Disney of Pixar.
RTL 5, 20.30-22.35u.
In de tuin van de Romeinse Villa
Borghese staren de NOS-journalis-
ten Eelco Bosch van Rosenthal en
Andrea Vreede omhoog naar een
meters hoog beeld. Het blijkt een
restant uit de Nederlandse, natio-
nale geschiedenis.
Het beeld vormt een eerbetoon aan
Joan Derk van der Capellen tot den
Pol. Een geschenk van zijn vrienden
aan de patriot, dat het vaderland
nooit bereikte.
Het is één van de aardige, histori-
sche momenten in de eerste afleve-
ring van de vijfdelige serie Het Ko-
ninkrijk. Eelco Bosch van Rosenthal
volgt samen met acteur Waldemar
Torenstra het spoor terug tot 1781 –
het jaar van de publicatie van het
Pamflet Aan het Volk van Nederland,
dat de Bataafse Republiek dichter
bij zou brengen. Goede research,
prachtige prenten, en gevarieerde
gesprekken met nabestaanden
dragen het verhaal, net als een ver-
rassende gastrol van premier Mark
Rutte. Ze voorkomen dat de histori-
sche zoektocht ten onder gaat in de
Jeugdjournaal-achtige joligheid
van Torenstra. Ook na de driedelige
serie van omroep Max (Drie Konin-
gen van Oranje), vorig jaar, blijkt er
ruimte voor interessante vaderland-
se geschiedenis op televisie.
Kees Versteegh
(Saul Dibb, 2008). Kostuumdrama
over de achttiende-eeuwse gravin
Georgiana van Devonshire (Keira
Knightley) en haar harteloze, over-
spelige echtgenoot (Ralph Fien-
nes). Devonshire, is aan hem uitge-
huwelijkt om voor opvolgers te zor-
gen, maar ze ontwikkelt zich tot po-
litiek bewuste, zelfstandige vrouw.
Zo stelt ze aan haar echtgenoot
voor dat hij zijn minnares bij zich in
huis mag nemen, als hij haar een ei-
gen minnaar toestaat. Regisseur
Dibb trekt parallellen met het leven
van prinses Diana, in de verte ver-
want aan de eveneens als Spencer
ter wereld gekomen Georgiana.
Ned. 2, 23.15-00.55u.
©
S
T
U
D
IO
S
T
E
E
N
H
U
IS
/ W
W
W
.S
T
E
E
N
H
U
IS
P
U
Z
Z
E
L
S
.N
L
9
6
6
5
4
1
2
7
8
3
4
9
5
6 3
5
4
1 2
8 9
2038
8
1
6
4
9
5
2
7
3
F FILM
Rango
F FILM
The Duchess
i I N FO R M AT I E F
Het Koninkrijk
V R I J DAG 28 MAART 2 0 14 C23
NRCHANDELSBLADMEDIA
18 .00Co p s .
18 . 30 Politie op je hielen.
19. 30 Stop! Politie.
2 0. 30 Voetbal Internatio-
nal.
22 .00Spartacus: War of
the Damned. Ameri-
kaanse dramaserie.
2 3.10The Beast. Ameri-
kaanse misdaadserie.
0 0.05Cross of Iron. Oor-
logsfilm van Sam Pec-
kinpah uit 1977.
02 . 30 Teleshop 7.
18 .05The Bold and the
Beautiful.
18 . 30 Extreme bruiden.
19. 30 Jouw vrouw, mijn
v ro u w.
2 0. 30 From Britain with
Love: Emma. Romanti-
sche komedie van
Douglas McGrath uit
19 9 6 .
2 3.00Will & Grace. Ameri-
kaanse sitcom.
2 3. 30 Dr. Phil.
0 0. 25Teleshop 8: Nacht-
lounge - Hollandse
Meiden.
02 .01 Teleshop 8.
17. 30 Show vandaag.
18 . 25D o kt e r s .
1 9.00Hart van Nederland
- Vroege Editie.
19. 25Shownieuws.
19. 30 Utopia.
2 0.00Rommel of rijkdom?
2 0. 30 Andy & Melisa.
21 . 30 Wie trouwt mijn
zo o n ?
22 . 30 Hart van Nederland
- Late Editie.
22 . 50Show Laat.
22 . 53 Piets Weerbericht.
2 3. 30 Utopia.
0 0.05Utopia Weekover-
zicht.
0 1 .00The Promotion. Ko-
medie van Steve Con-
rad uit 2008.
02 . 35 Astro TV.
0 5 .00Hart van Nederland
- Late Editie.
17. 55My Kitchen Rules.
1 9.00MasterChef USA.
19. 55Smaken verschillen.
2 0. 30 Law & Order: Speci-
al Victims Unit. Ameri-
kaanse misdaadserie.
21 . 25Law & Order: Speci-
al Victims Unit.
22 . 20Without a Trace.
Amerikaanse misdaad-
serie.
2 3.15The Closer. Ameri-
kaanse detectiveserie.
0 0.05Rookie Blue. Cana-
dese misdaadserie.
0 0. 55The Good Wife.
Amerikaanse drama-
serie.
01.50Astro TV.
02 . 20Without a Trace.
0 3 .05The Closer.
03. 50Hart van Nederland
- Late Editie.
18 .00The Big Bang Theo-
ry. Amerikaanse come-
dyserie.
18 . 25Mike & Molly. Ameri-
kaanse comedyserie.
18 . 55According to Jim.
Amerikaanse comedy-
serie.
1 9.15Two and a Half Men.
Amerikaanse comedy-
serie.
19. 40Two and a Half Men.
2 0.00The Big Bang Theo-
r y.
2 0. 30 Top Gear.
21 . 50Top Gear.
22 . 55Top Gear.
2 3. 55I n s i d e G a m e r.
0 0.10Veronica Music:
Scissor Sisters.
01.20N a c h t p ro g ra m m a .
BBC 1
17.1 5 Flog It! Trade Secrets. 18 .1 5 Pointless. 19.0 0 BBC
News. 2 0.0 0 The One Show. 2 0. 30 A Question of Sport.
2 0. 57 BBC News and Regional News. 21 .0 0 Ea s t E n d e r s .
21 . 30 MasterChef. 22 .0 0 New Tricks. Britse misdaadserie.
2 3.0 0 BBC News. 2 3. 35 Joanna Lumley Meets Will.i.am.
0 0. 35 Would I Lie to You? 0 1 .0 5 EastEnders. 03. 30 We a t h e r -
view. 03. 35 BBC News.
BBC 2
17. 4 5 ’Allo ’Allo! 18 .1 5 Vintage Antiques Roadshow. 19.0 0
Revenge of the Egghead. 19. 30 The Voice: Louder on Two.
2 0.0 0 Antiques Road Trip. 21 .0 0 Lambing Live: Farming Fa-
milies. 22 .0 0 G a rd e n e r s’ World. 22 . 30 A Very British Renais-
sance. 2 3. 30 Newsnight. 0 0.0 0 Weather. 0 0.0 5 Thirteen
Days. Thriller van van Roger Donaldson uit 2000. 02 . 2 0 Sign
Zone: Question Time. 03. 2 0 Sign Zone: Wild Brazil. 05.55Li-
ve Formula 1 - Malaysian Grand Prix: Third Practice.
ÉÉN
18 .0 0 Journaal. 18 .1 2 Weer. 18 .1 5 Dagelijkse kost. 18 . 30
Blokken. 19.0 0 Journaal. 19. 4 0 Iedereen beroemd. 2 0.0 5
Weer. 2 0.1 0 Thuis. 2 0. 4 0 A Touch of Frost. Britse detective-
serie. 22 .1 5 Journaal. 22 . 30 Brothers & Sisters. Amerikaanse
dramaserie. 2 3.11 Keno. 2 3.1 2 Euro Millions. 2 3.1 5 We e r.
2 3. 2 0 Point Break. Actiefilm van Kathryn Bigelow uit 1991.
01.20Dagelijkse kost. 0 1 . 30 Iedereen beroemd. 01.55Jour-
naallus.
CA N VAS
18 .0 0 Taxi. Amerikaanse comedyserie. 18 . 28 100’. 18 . 30
Arm & rijk. 19. 28 100’. 19. 30 Hoera cultuur! 2 0.0 0 Te r z a ke .
2 0. 4 0 La source des femmes. Drama uit 2011. 22 . 4 0 Re ye r s
op vrijdag. 2 3. 2 0 Mistresses. Britse dramaserie. 0 0.1 0 De
Canvasconnectie. Reportagemagazine over kunst. Kunste-
naar Panos Kokkinias maakt berekende, raadselachtige
beelden die vragen oproepen over het individu. 0 0. 4 0 Ca n -
va s l u s .
ARD
18 .0 0 Verbotene Liebe. 18 . 5 0 Der Dicke. 19. 4 5 Sportschau
vor acht. 19. 5 0 Wetter/Börse vor acht. 2 0.0 0 Tagesschau.
2 0.1 5 Meine Mutter, meine Männer. Tv-film van Karola Hat-
top (2014).21 . 4 5 Tagesthemen. 22 .0 0 Tatort. 2 3. 30 Ko m m i s -
sar Beck - Die neuen Fälle. 0 0. 5 0 Nachtmagazin. 0 1 .1 0
Black Rainbow - Der schwarze Regenbogen (Black Rain-
bow). Thriller van Mike Hodges uit 1989. 02 . 53 Tagesschau.
02 . 5 5 Kein Koks für Sherlock Holmes (The Seven Per Cent
Solution). Misdaadkomedie van Herbert Ross uit 1976. 04.45
Weltreisen. 0 5 .18 Tagesschau. 05.20Brisant.
ZDF
18 .0 5 SOKO Kitzbühel. 19.0 0 Heute. 19. 2 0 Wetter. 19. 2 5 Die
Garmisch-Cops. 2 0.1 5 Der Alte. 21 .1 5 Letzte Spur Berlin.
22 .0 0 Heute-journal. 22 . 30 Heute-show. 2 3.0 0 A s p e kt e .
2 3. 4 5 Ripper Street. 0 0. 35 Heute Nacht. 0 0. 5 0 Ve r l e i h u n g
Deutscher Kleinkunstpreis 2014. 02 .0 5 In Plain Sight - In der
Schusslinie. 02 . 4 5 Verführerisches Spiel (Zomerhitte). Ro-
mantisch drama van Monique van de Ven uit 2008. 0 4 .1 5
SOKO Wien. 0 5 .0 0 Hallo Deutschland.
TV 5
18 .0 0 6 4’, le monde en français, 1re partie. 18 . 2 5 Le Journal
de l’économie. 18 . 30 Envoyé spécial. 2 0.0 5 C’est ça l’Eu ro p e
?! 2 0. 30 Journal France 2. 2 0. 5 5 Rallye. 21 .0 0 Enquêtes ré-
servées. 22 . 4 5 Nouvo. 2 3.0 0 Journal TSR. 2 3. 2 5 Comme si
c’etait hier. 2 3. 35 Tv5monde, le journal Afrique. 2 3. 4 5 TV5,
l’invité. 0 0.0 0 Un village français. 0 0. 4 5 Un village français.
0 1 . 35 Infrarouge le débat RTS. 02 . 30 Tv5monde, le journal.
03.0 0 Le photographe de l’extrême. 0 4 .0 0 Journal. 04.25
Rêves d’hôtel. 0 4 . 30 Méditerranéo. 04.55Un livre toujours.
0 5 .0 0 C dans l’air. 05.55Ensemble.
Sudoku Weer
Uitgelicht
1000
zonnig l. bew. bewolkt regen
wind
in B
buien onweer mist
lage- en hoge-
drukgebied max.temp.
2
warmte- en koufront isobar
hagel sneeuw
>8
4
1
0,5
0
2
mm
>35
30
25
20
15
10
5
0°C
-5
-10
<-15
aantal uren zon
kans op neerslag
windrichting
Zon
Maan
1
0
1
0
1010
1010
1
0
2
0
1
0
2
0
1
0
3
0
H
H
L
L
zo ma di wo do vr za zo
30maa 31 maa 1 apr 2 apr 3 apr 4 apr 5 apr 6apr
06:21 uur
19:07 uur
05:30uur
17:48 uur
Morgen
Temperatuurkaart





4° 5°
17°
18°
17°
18°
17°
19° 19°
Morgenochtend
Minimumtemperatuur
Morgenmiddag
Maximumtemperatuur
17
1
0
4
5
4 2
4
8
14
12
6
18 12
7
8
7
7
12
19
17
13
18
12
19
18 18
20
19 19
14
18
18
18
19
19
22 20
20 21
Bron: MeteoGroup
20°
10°

Plaats de cijfers 1 tot en met 9 zo in het diagram
dat elk cijfer precies één keer voorkomt in elke
rij, kolom, de negen vetomrande 3x3 vakken, én
de vier grijze 3x3 vakken.
©Peter Ritmeester
PZ Z L .co m
Onder: de oplossing van gisteren.
De komende dagen trekken regenge-
bieden overPortugal en Spanje en la-
ten het overgrote deel van het conti-
nent links liggen.
VoorNederlandverwachten we tot te-
gen het einde van de volgende week
geen neerslag meer. Een oostelijke
windkan geen koumeernaaronsstu-
wen, maarwel droge (continentale)
lucht. Daarzullen best flinkwat stof en
pollen in voorkomen.
Wel schampen morgen een paarbe-
wolkingsplakken aan het noorden van
het land, maardat lijkt weinig om het
lijf te hebben. Ookstapelwolken krij-
gen weinig kans om te ontstaan. Mor-
genochtend beginnen met we een
graadof 4, uiteindelijkwordt het 14 tot
20 graden. Daarbij ziet het grootste
deel van het land18 graden op de ther-
mometerverschijnen. Zondag schuift
dat naar20, met ietsminderwind.
Derde aflevering van het achtste
seizoen van de populaire politiese-
rie met Victor Reinier en Angela
Schijf. Vanavond krijgen Wolfs en
Eva te maken met een drugsdeal
waar de Maastrichtse, in heroïne
handelende familie Hamza bij be-
trokken is. Het lijkt erop dat die ge-
ript is door een klant en daarbij is de
veiligheidsman van de Hamza’s ver-
moord. Wolfs en Eva zoeken uit wat
er gebeurd is, maar worden voor de
voeten gelopen gehinderd door de
H a m z a’s, die zelf achter de daders
aan gaan. De vraag is echter of ze
inderdaad beroofd zijn of dat de
moord om iets anders is gepleegd.
Nederland 1, 20.30-21.25u.
Het nieuwe wetenschapsprogram-
ma De kennis van nu is niet alleen
online (dekennisvannu.nl) en weke-
lijks op televisie (Ned.2, zondag
19.45u) te zien, maar heeft ook een
radio-editie die dagelijks om 21.02u
op Radio 5 wordt uitgezonden. Met
actueel wetenschapsnieuws, ge-
presenteerd door Karin van den
Boogaert, Martijn van Calmthout,
Jeroen Dirks, Harm Oving en Pieter
van der Wielen. Elke zondag om
20.00 uur is het programma er ook,
maar op Radio 1. Dan interviewt
Coen Verbraak een toonaangeven-
de wetenschapper.
Radio 5, 21.02-22.00u.
Eerste aflevering van achtdelige se-
rie waarin de Vlaamse durfal Tom
Waes naar landen reist waar de
doorsneetoerist liever weg blijft.
Hij bezoekt in deze reeks Zuid-Soe-
dan, Colombia, Pitcairn, Vanuatu,
Iran, Bhutan en het trio Transnistrië,
Zuid-Ossetië en Abchazië. En van-
avond is Waes in Turkmenistan, de
voormalige Sovjetrepubliek die rijk
is dankzij gas- en olievoorraden. Hij
is er welkom, mits hij zich wel aan
tientallen strenge regels houdt: niet
praten met de bevolking, altijd in de
buurt blijven van zijn begeleider en
alleen filmen na toestemming. So-
wieso nóóit ezels filmen.
Nederland 3, 21.20-22.10u.
Van oorsprong Britse documentai-
re over mieren. Schotse weten-
schappers bouwden voor de opna-
men een gigantische mierenkolo-
nie na en bevolkten die met miljoe-
nen van een mierensoort om die
vervolgens te onderzoeken. Met
m i n i a t u u rca m e ra’s werden de
beesten op ooghoogte gefilmd.
Van de koningin tot de arbeiders en
de soldaten: iedereen in het mie-
rennest heeft een genetisch voor-
bestemde taak. Zoöloog George
McGavin en evolutiebioloog Adam
Hart tonen ook hoe de beesten met
elkaar communiceren.
Arte, 21.35-22.25u.
2038
8
1
6
4
9
5
2
7
3
9
3
4
2
1
7
5
6
8
2
5
7
6
3
8
9
1
4
6
8
1
9
5
4
3
2
7
5
9
3
7
2
1
4
8
6
7
4
2
3
8
6
1
5
9
3
6
8
1
4
2
7
9
5
1
7
9
5
6
3
8
4
2
4
2
5
8
7
9
6
3
12037
Droge lucht
R RADIO
De kennis van nu
i I N FO R M AT I E F
Reizen Waes
S SERIE
Flikken Maastricht
D D O C U M E N TA I R E
Der Ameisenplanet
nrcacademie.nl
Leer schrijven van
vooraanstaande auteurs
Online schrijfcursussen fictie, non-fictie, poëzie en kinderboeken
Leer online schrijven met NRCAcademie en EDITIO, de eerste online Creative
Wrtiting Academy van Nederland. Ukunt nu, waar u ook bent en wanneer u
maar wilt, online leren schrijven aan de hand van succesvolle schrijvers
als Thomas Verbogt, Manon Uphoff, Charles den Tex, Auke Kok en anderen.
Schrijvers die ruimschoots bewezen hebben de kunst van het schrijven te
beheersen, leren u aan de hand van deze methode de technische knepen van
het vak en dragen hun liefde voor het schrijfvak aan u over.
Schrijven is niet alleen talent, schrijven is ook een ambacht met bijbehorende
technieken en vaardigheden. Iedereen kan deze technieken leren en een betere
schrijver worden. Ontdek zelf hoeveel plezier u aan schrijven kunt beleven.
Interactief taalonderwijs, gebaseerd op de methode van de University van Oxford.
Een interactieve lesmethode, waarbij u leest, leert en zelf gaat schrijven.
Gestructureerde opdrachten.
Feedback van uwtutor en medecursisten
De mogelijkheid omzelf te reageren op het werk van anderen. Een waardevolle
toevoeging in het leerproces.
Online leeromgeving, die overal beschikbaar is
Een online schrijfomgeving, die er inspirerend uitziet en in gebruik voor zichzelf
spreekt. Zeer geschikt voor digibeten!
Nieuw: een cursus voor liefhebbers van poëzie. Maak uitgebreid kennis
met thema’s en versvormen, metrumen ritme, en wek de dichter in je tot leven.
Cursus van 6 weken fictie, non-fictie of poëzie. . . van € 305,- nu voor 274,
50
Cursus van 10 weken fictie of non-fictie . . . . . . . . . . . van € 550,- nu voor 499,
50
Cursus van 10 weken kinderboeken schrijven . . . van € 465,- nu voor 418,
50
Cursus van 12 weken thrillers schrijven . . . . . . . . . . . van € 550,- nu voor 499,
50
Cursussen en prijzen
Voor meer informatie en omu in te schrijven gaat u naar www.nrcacademie.nl.
Voor vragen over deze cursus belt u met 0206208056 of mailt u naar contact@editio.nl.
10%korting
voor NRC-lezers
Thomas Verbogt Charles denTex CathelijnSchilder Thomas Verbogt ManonUphof Thomas Verbogt Auke Kok
‘Ik wil een thriller
schrijven, maar hoe maak ik
het spannend?’
‘Hoe schrijf ik
mijn verhaal voor jonge
kinderen?’
‘Ik wil de dichter
in me wakker maken…’
‘Ik zou er eigenlijk een boek
over moeten schrijven...’
©
Q
u
i
n
t
a
l
l
e
N
i
x
n € 305,
n € 550
€ 465
550,
Nieuw: Individuele schrijfondersteuning
Bezig met een manuscript? Editio biedt extra mogelijkheden:
Leesrapport. Aan de hand van heldere criteria wordt uiteengezet
wat de sterke en zwakke kant van uwmanuscript zijn.
Manuscriptbegeleiding. Met een positief leesrapport kunt u met
een Editio redacteur afspraken maken over de begeleiding van
uwwerk. Als u een manuscript heeft dat naar oordeel van de tutor
of redacteur zo goed is dat het kan worden uitgegeven, dan kan
Editio als agent helpen bij het vinden van een geschikte uitgever.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful