You are on page 1of 25

HET TESTAMENT VAN MARGARETHA MARIA SNOUCK VAN LOOSEN (1807-1885

)

Op donderdag 24 januari 1884 wordt de familienotaris J.C.Pan van Avenhorn ten huize van mejonkvrouw Margaretha Maria Snouck van Loosen aan de Dijk te Enkhuizen ontboden. Zij overhandigt hem een "verzegeld papier of stuk" en naar zij verklaart bevindt zich daarin "een geheel eigenhandig geschreven en ondertekende olographiesche uiterste wil". De notaris, die al heel lang alle zaken voor de familie regelde heeft op zoiets niet heeft en moet in allerijl uit het nabij gelegen betonningsmagazijn een tweetal timmerlieden laten ophalen, n.l. Jan Hendriksz Poen en Gerrit Laadnoordijk, die als getuigen voor de overhandiging zullen optreden. De notaris weet dus niet wat het testament behelst en na haar overlijden is de benoeming van de erfgenamen Lakenman en Wendelaar dan ook voor velen een zeer grote verrassing. Op vrijdag 30 oktober 1885 overlijdt de “mejonkvrouw” op 78 jarige leeftijd en gaat het bericht als een lopend vuur door de stad Enkhuizen. Als de laatste telg van het eenmalige geslacht Snouck van Loosen verdwijnt, de naam door haar vader aangenomen, wordt het stil in het patriciërshuis aan de Dijk. Op maandag 9 november 1885, tien dagen later opent de Ontvanger Middelkoop het testament en maakt de volgende aantekening: “no. 43 Ontvangen voor zegelrecht vijftig cent en voor 50 opcenten vijfentwintig cent. Hoorn, negen November 1885 f -,75 de Ontvanger MIDDELKOOP "Ik ondergeteekende verklare in tegenwoordigheid van den notaris den heer Joan Cornelis PAN en van de hierbij verzochte getuigen, dat dit omslag of verzegeld papier mijn uiterste wil bevat, door mij geheel eigenhandig geschreven en ondertekend en bekrachtig deze aanteekening met mijne gewone handtekening. Enkhuizen, 24 Januari 1884. M.M. SNOUCK VAN LOOSEN " Geregistreerd te Hoorn den negende November 1800 vijf en tachtig, deel 48 folio 144 V vak 5, een blad geen renvooi. Ontvangen voorregt een gulden twintig cent f. 1,20 de Ontvanger MIDDELKOOP” De inhoud van het testament blijft geheim maar het wordt wel bekend dat de heren Wander Lakenman (Enkhuizen) en Gerrit Wendelaar (Amsterdam), twee Commisionairs in Effecten die haar beleggingen beheerden, zijn aangewezen als de Beheerders van haar boedel. Binnen korte tijd beginnen enkele legatarissen te protesteren en wordt er gefluisterd dat de “freule” dit testament niet zelf heeft geschreven of dat dit stuk aan haar onder dwang is gedicteerd (gezien de ambtelijke stijl) en al spoedig volgen procedures bij de Rechtbank te Alkmaar over de geldigheid van het testament. Het eerste wat het grote publiek daarvan hoort is een bericht in Het Nieuws van de Dag op 20 juni 1888: “De rechtbank te Alkmaar heeft op 7 Juni jl. in eene der procedures, die gevoerd worden naar aanleiding van het testament van mejonkvrouw M. M. Snouck van Loosen, een uit een rechtskundig oogpunt alleszins belangrijk vonnis gewezen. De Enkhuizer Courant deelt daaromtrent het volgende mede: Een der legatarissen, de notaris H. J. .Ie Lange te Alkmaar, dagvaardde de heeren G.Wendelaar te Amsterdam en W. Lakenman te Enkhuizen — die volgens de woorden van dat testament tot erfgenamen zijn ingesteld, onder den last om alles wat zij uit de nalatenschap ontvangen aan te wenden tot het in het leven roepen eener

stichting — tot afgifte van een aan hem besproken legaat. — In dat geding kwam mevrouw Adela Fortunata Moris, weduwe van den Heer W. van Aken te Antwerpen, als voogdes over éen harer kindereu, tusschenbeide, onder meer bewerende, dat genoemde heeren G. W. en W. L., te haren opzichte geen rechten konden ontleenen aan het zoogenaamde testament der erflaatster, dat niet bij openbare akte was verleden, maar gezegd werd eigenhandig door haar te zijn geschreven en in eenen omslag gesloten aan eenen notaris was ter hand gesteld, zoolang zij niet hadden bewezen, dat dit geschrift geheel met de hand der erflaatster was geschreven, wat zij verklaard had niet te erkennen. De rechtbank gelastte toen de overbrenging van het testament ter griffie, waaraan voldaan werd. Tevens benoemde zij op verzoek der heeren G. W. en W. L., die zich genoodzaakt zagen, overeenkomstig de leer van den Hoogen Raad, het bewijs te leveren dat het testament der erflaatster geheel met hare hand was geschreven, tot deskundigen, om de echtbank hieromtrent voor te lichten, de heeren W. Degenhardt, J. H. Gartsen en W. H. de Groot, allen hoofd eener school te Amsterdam. Toen men zoover gevorderd was, moesten partijen overeenkomen over de stukken van vergelijking, die aan de deskundigen bij het door hen te doen onderzoek zouden worden ter hand gesteld. De eenige geschriften, die ten deze in aanmerking konden komen, ziin authentieke akten, of onderhandsche geschriften door partijen erkend. De heeren G. W. en W. L. stelden diensvolgens voor vier naamteekeningen der erflaatster, die zij gesteld had op notariëele akten en hare naamteekening op de akte van bewaarneming van het testament. Hiertegen bestond dan ook niet het minste bezwaar, zoodat die akten, waarop vijf handteekeningen der erflaatster voorkomen, werden toegelaten als stukken van vergelijking. De heeren G. W. en W. L. verlangden echter verder, dat ook het opschrift, dat door de erflaatster, volgens de akte van bewaarneming, eigenhandig op den omslag van het testament was geschreven, als stuk van vergelijking zou worden toegelaten, bewerende dat dit opschrift een geheel zou uitmaken met de authentieke akte van bewaarneming en daardoor evenzeer authentiek zou zijn als die akte zelve. Diezelfde leer was nog kort geleden verkondigd door het gerechtshof te Leeuwarden en de rechtbank te 's-Hertogenbosch, terwijl daarentegen de rechtbank te Winschoten zich in tegenovergestelden zin had uitgelaten. Nadat in dit incident de schriftelijke behandeling was afgelóopen, en de raadsleden van partijen de wederzijdsche sustenuen hadden toegelicht, besliste de rechtbank bij breed gemotiveerd vonnis, hoofdzakelijk op gronden ontleend aan de geschiedenis der wetsbepalingen die deze quaestie beheerschen, dat dit opschrift op den omslag van het daarin vervatte geschrift geenerlei authentiek karakter draagt, alzoo als onderhandsch móet worden aangemerkt, en, nu het handschrift daarvan niet door partij is erkend, niet als stuk van vergelijking mag worden toegelaten. De vraag of het geschrift, dat in bovenvermelden omslag was vervat, geheel met de hand van mej. Snouck van Loosen is geschreven, zal nu door de deskundigen moeten worden beantwoord, uitsluitend door vergelijking van dit geschrift met de letters die de naamteekening der erflaatster samenstellen”.

In de loop van jaren procederen verandert het verzoek van de eisers om het testament ongeldig te verklaren op gronden van wettige erfgenamen, die de heren Wendelaar en Lakenman dus niet zijn en zij (de Snoeck-familieden) wel en ook dat de erfenis gaat naar een fonds dat niet bestond bij de erflating, terwijl de voorschriften van dit fonds geen deel uitmaken van het testament. Het verweer van de Beheerders is dat het testament duidelijk is omschreven en volgens de betreffende artikelen van het Burgerlijk Wetboek rechtsgeldig is. Op 8 mei 1890 doet de Rechtbank Alkmaar (president Mr. J.W. Mouton) uitspraak en verklaart:

Het testament is rechtsgeldig omdat: de erfgenamen Wendelaar en Lakenman in het testament niet in privé tot erfgenamen zijn gemaakt (van welke veronderstelling de eiseressen abusievelijk zijn uitgegaan) maar in hunne hoedanigheid van beheerders der bedoelde stichting. Pas dan komen de heren Wendelaar en Lakenman zo ver dat zij de stichting Snouck van Loosen Fonds in het leven roepen en op 6 juni 1890 beginnen zij aan hun taak al Beheerders van een weldadig Fonds. Het testament van Margaretha Maria Snouck van Loosen vindt U volledig vanaf de bladen 4 tot en met 11; De stichtingsakte van het Snouck van Loosen Fonds vindt U volledig vanaf de bladen 12 tot het einde. Intussen hebben de heren Wendelaar en Lakenman niet stilgezeten en zo hebben zij als beredderaars van de boedel er o.a. voor gezorgd dat: 1ste de bezittingen werden getaxeerd en beschreven en die worden dan ook kamer voor kamer gemeld; 2de de successierechten ter waarde van 1,1 miljoen guldens werd betaald; 3de de effecten ter beurze werden verkocht, waarbij zij hun commissie als handelaren verrekende en een netto-bedrag van 5,1 miljoen guldens aan kas konden overdragen; 4de verschillende veilingen regelden van bijzondere penningen en munten en reeds op 29 april 1886 (kort na overlijden van de “freule”) de gehele inboedel bestaande uit “schilderijen en antieke meubelen” per veiling verkochten en het huis op de Dijk ledig opleverden; 5de elk 12.000 guldens als beredderaars van de boedel konden opeisen; 6de hun best deden het huis van alle luister te ontdoen en klaar te maken voor de toekomstige bewoners, n.l. de ongehuwde dames van eenvoudige maar gegoede komaf te huisvesten; 7de de vele familieportretten die het huis sierden naar de zolder te verhuizen en te wachten totdat alle commotie was verdwenen en intussen de leugen te verspreiden dat deze volgens de wil van de “freule” moesten worden verbrand ; 8ste er voor te zorgen dat voor het personeel dat zal worden ontslagen en afgehandeld volgens het testament de stroomatrassen , beddekleden en voor elk twee wollen en eene katoene dek beschikbaar blijven, die zij bij vertrek mogen meenemen.

TESTAMENT M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 1 I no. 43 Ontvangen voor zegelrecht vijftig cent en voor 50 opcenten vijfentwintig cent. Hoorn, negen November 1885 f -,75 de Ontvanger MIDDELKOOP "Ik ondergeteekende verklare in tegenwoordigheid van den notaris den heer Joan Cornelis PAN en van de hierbij verzochte getuigen, dat dit omslag of verzegeld papier mijn uiterste wil bevat, door mij geheel eigenhandig geschreven en ondertekend en bekrachtig deze aanteekening met mijne gewone handtekening. Enkhuizen, 24 Januari 1884. M.M. SNOUCK VAN LOOSEN " Geregistreerd te Hoorn den negende November 1800 vijf en tachtig, deel 48 folio 144 V vak 5, een blad geen renvooi. Ontvangen voorregt een gulden twintig cent f. 1,20 de Ontvanger MIDDELKOOP II pagina 1 Bij het verlangen om over mijne nalatenschap te beschikken, verklaar ik ondergetekende, Margaretha Maria Snouck van Loosen, wonende te Enkhuizen, hiermede eigenhandig te doen kennen, mijnen uitersten wil, dien ik begeer, dat in alle opzichten, getrouw en nauwkeurig zal worden nagekomen en uitgevoerd. Alvorens daartoe over te gaan, herroep en vernietig ik alle vroegere testamenten of uitersten wilsbeschikkingen, die ik voor de dagteekening van dit mijn testament mogt hebben gemaakt, niet willende dat ze eenige kracht zullen hebben. Ik verklaar bij deze te maken, de volgende legaten en legateer alzoo, aan den Heer Jacob Ursul de KEMPENAER, wonende te Arnhem, eene som van dertig duizend gulden f. 30.000 en aan de kinderen van wijlen Vrouwe Maria Wilhelmina Sophia de KEMPENAER en wijlen den Heer Mr. W.A.N.ABERSON, gezamenlijk eene som van dertig duizend gulden f. 30.000 Ik legateer bovendien aan genoemde heer Mr. Jacob Ursul de KEMPENAER, eene som van vijfenveertig duizend gulden f. 45.000 en aan de kinderen van vrouwe Maria Wilhelmina Sophia de KEMPENAER, gezamenlijk eene som van vijf en veertig duizend f. 45.000 gulden, waarvan de vruchten gedurende hun leven zullen worden genoten door den Heer Johan Jacob de KEMPENAER, vrouwe Antoinetta Adriana de KEMPENAER, weduwe van den Heer Mr. W.A.N. ABERSON en jonkvrouwe Suzanna de KEMPENAER, welke vruchten ik aan hen gedurende hun leven legateer. Ik legateer aan den Heer M.A. van Rhede van der Kloot en aan den Heer P.J. van der Kloot wonende te 's Gravenhage, ieder eene som van vijftig duizend gulden f. 100.000 Ik legateer bovendien aan dezelfde legatarissen gezamenlijk eene som van vijftig duizend gulden, waarvan de vruchten gedurende haar leven f. 50.000 zullen worden genoten door Jonkvrouwe Paulina Gevers, dochter van wijlen Vrouwe G.P.L. van Bleiswijk en den Heer Mr. H.Gevers.

TESTAMENT M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 2 Ik begeer dat gemeld kapitaal van vijftig duizend gulden, welke ik aan haar legateer op het Grootboek der 2½% Nationale Werkel. Schuld zal worden ingeschreven en onder administratie worden gesteld van mijner natemelden executeur den Heer G.Wendelaar te Amsterdam, die ik verzoek de rente te ontvangen en aan de legataris uittebetalen. pagina 2 Ik legateer aan de kinderen van wijlen Vrouwe B.M.P. van der Kloot en wijlen den Heer Korpershoek van der Kooij, gezamenlijk eene som van van honderd zeventig duizend gulden f. Ik legateer bovendien aan de twee jongste dochters gezamenlijk eene som van vijf duizend gulden f. Ik legateer aan Vrouwe Wilhelmina Agnata Hendrika van Aken, echtgenote van den Heer de Vries van Heijst, aan den Heer Matthijs van Aken, kapitein bij de artillerie en aan den Heer Jan Hendrik van Aken, kapitein bij de infanterie ieder eene som van vijftig duizend gld. f. Ik legateer bovendien aan dezelfde legatarissen, eene som van vijf en zeventig duizend gulden gezamenlijk, waarvan de vruchten zullen f. worden genoten door den Heer Pieter Johan van Aken, voor eene som van vijftig duizend gulden en door den Heer Leonardus Johannes de Gijzelaar, wonende te Amsterdam, eene som van vijfentwintig duizend gulden, welke gelden ik aan hen gedurende hun leven legateer. Ik legateer aan den Heer Andries Jacon Kluppel, notaris te Haarlem eene som van vijftig duizend gulden f. Ik legateer bovendien aan dezelfde legataris eene som van vijf en twintig f. duizend gulden, waarvan de vruchten gedurende zijn leven zullen worden genoten door den Heer Leonardus Johannes de Gijzelaar, welke vruchten ik hem zijn leven legateer. Ik legateer aan den Heer Willem Antonie Halberstadt, notaris te Nijmegen en aan den Heer Johan Halberstadt, postdirekteur te Meppel, ieder eene som van vijftig duizend gulden f. Ik legateer bovendien aan dezelfde legatarissen gezamenlijk eene som van vijftig duizend gulden, waarvan de vruchten gedurende haar leven zullen f. worden genoten door Vrouwe Petronella Francoise Odelia Snoeck, weduwe van den Heer Hartog Heijs van de Lier, welke vruchten ik haar gedurende haar leven legateer. Ik legateer aan Vrouwe Christina Johanna Kluppel, echtgenote van de Heer J.J.Prins te Leiden en aan Vrouwe Suzanna Aletta Elisabeth Kluppel, echtgenote van den Heer Wichers, ieder eene som van pagina 3 vijftig duizend gulden f. Ik legateer bovendien aan dezelfde legatarissen gezamenlijk eene som van vijftig duizend gulden, waarvan de vruchten gedurende zijn leven zullen f. worden genoten door den Heer Matthijs Antonie Kluppel, griffier bij de regtbank te Alkmaar, welke vruchten ik hem gedurende zijn leven legateer. Ik legateer aan Vrouwe Jakoba Gijsberta Hirchiq, echtgenoote van den Heer A.J. de Lange te Alkmaar en aan den Heer Christianus Jakobus Johannes Hirchiq, med. doct. ieder eene som van vijftig duizend gulden f.

170.000 5.000

100.000 75.000

50.000 25.000

100.000 50.000

100.000 50.000

100.000

TESTAMENT M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 3 Ik legateer aan dezelfde legatarissen gezamenlijk eene som van vijftig duizend gulden, waarvan de vruchten gedurende haar leven zullen f. 50.000 worden genoten door Vrouwe Adriana Wilhelmina Hirchiq, echtgenoote van den Heer C.J. de Lange, med. doct. te Alkmaar, welke vruchten ik haar gedurende haar leven legateer. Ik legateer aan de kinderen van den Heer Samuel Snoeck te Blaricum, een som van honderd vijftig duizend gulden f. 150.000 Ik legateer bovendien aan dezelfde legatarissen eene som van honderd duizend gulden, waarvan de vruchten gedurende haar leven zullen f. 100.000 worden genoten door Jonkvrouwen Anna Christina de Gijzelaar en Suzanna Aletta Elisabeth de Gijzelaar wonende te Arnhem, welke vruchten ik haar gedurende haar leven legateer. Ik begeer dat bovengenoemd kapitaal van honderd vijftig duizend gulden op het 2½% Grootboek der Nat. Werkelijke Schuld zal worden ingeschreven en tot aan hunne meerderjarigheid of eerder huwelijk onder administratie worden gesteld van mijnen natenoemen executeur, de heer W.Lakenman te Enkhuizen, die ik verzoek de rente te ontvangen en aan de daarop regthebbende uittebetalen. Ik begeer bovendien dat gelijke inschrijving zal moeten plaats hebben ten aanzien van het kapitaal van honderd duizend gulden, aan dezelfde kinderen, onder de last van de vruchten uit te keeren, hierboven gemaakt, hetwelk mede onder het bestaan daarvan zal moeten blijven onder administratie van denzelfde executeur zooeven genoemd. Ik wil dat genoemde legatarissen zich zullen tevreden stellen met de geldswaarde of obligatien waarmede mijne natemelden executeuren die betaling zullen willen doen en dat, van hen, aan wien ik legaten of vruchtgebruik besproken heb, dit bij het maken van moeijelijkheid vervallen zal. Ik legateer aan de kinderen van den Heer M.D. Snoeck in de Beemster a. de boerenhofstede genaamd Langewijk, met de daarbij behorende landerijen gelegen in de Beemster; pagina 4 b. de boerenhofstede genaamd Welgelegen met de daarbij behorende landerijen gelegen in de Beemster; c. de boerenhofstede genaamd Groenland met de daarbij behorende landerijen gelegen in de Beemster; d. de boerenhofstede met de daarbij behorende landerijen gelegen in de Purmer genaamd Schouwzigt, Twee stukken grasland tesamen groot 3 hect. 90 are 00 cent gelegen in de Beemster aan de Purmerenderweg, kad. bekend in sect. D no. 199 en 240. Twee stukken grasland gelegen in de Beetskoog, kad. bekend in sectie A. no. 6. en 55 groot 2 hect. 97 aren 20 cent. Met betrekking tot de hofstede en landerijen hiervoor sub a vermeld is mijne begeerte dat de ouders der legatarissen, zoo zij dit verlangen die zullen kunnen blijven bewonen, zonder verpligt te zijn, daarvoor enige huur te betalen, terwijl ik verlang dat na hun overlijden of verlaten der hofstede, dezelve zal worden bewoond door hunnen zoon Cornelis zijn leven lang. Ten aanzien van de hofstede en landerijen hiervoor sub b. aangewezen, is het mijn wil dat: de tegenwoordige huurder J. Klerk, zoo hij dit verlangd, die zal kunnen blijven bewonen

TESTAMENT M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 4 zonder verpligt te zijn daarvoor enige huur te betalen aan de legatarissen, mits de kosten van onderhoud en de verschuldigde belastingen, door hem worden gedragen en betaald, welk regt ik hem bij deze legateer. Ik legateer aan de kinderen van den Heer Samuel Snoeck te Berlicum, de thans bij hunnen vader in gebruik zijnde acht percelen bouwland, met groes en goede houtwassen, gelegen in het Wesselbroek genaamd het Laagveld en een perceel gescheurd weiland, met houtwassen, gelegen op het Beekveld, kad. bekend in de gemeente Berlicum ter gezamenlijke grootte van 1 hect. 79 are en 10 cent. Het is mijne begeerte dat, genoemde percelen land, door de ouders der legatarissen, zoo zij dit verlangen, in gebruik zal blijven, zonder verpligt te zijn daarvoor huur te betalen. Ik legateer aan het Fonds voor de Gewapende Dienst in de Nederlanden eene som van achttien duizend gulden Aan de Noord en Zuid-Hollandsche Redding Maatschappij achttien duizend gulden Aan de Maatschappij ter Bevordering van Welstand pagina 5 onder de Protestanten, voornamelijk onder landlieden twintig duizend gulden Aan de Maatschappij van Weldadigheid te Frederiksoord twintig duizend gulden Aan de Protestantse Vereniging Unitas zes duizend gulden Aan de Nederlandsche Gustaal Adolfvereeniging vier duizend gulden Aan het Fonds voor Noodlijdende Kerken en Personen zesduizend gulden Aan het Bijbelgenootschap vijf duizend gulden Aan het Nederlandsch Zendeling Genootschap zestienduizend gulden Aan het Tractaatgenootschap zesduizend gulden met het verzoek de tractaatjes voortdurend bezorgd zullen worden aan de inrichting tot het geven van Godsdienst-onderwijs te Enkhuizen Aan het Blindeninstituut te Amsterdam vier duizend gulden Aan de Huiszittende Armen der Nederlandsche Hervormde Kerk te Leiden - dertig duizend gulden Aan de armen der Lutherse Gemeente aldaar de som van vijf duizend gulden Aan de armen der Doopsgezinde Gemeente aldaar vijf duizend gulden Aan de armen der Remonstrantsche Gemeente vijf duizend gulden Aan de armen der Israelitische Gemeente vijf duizend gulden f. f. 18.000 18.000

f. f. f. f. f. f. f. f.

20.000 20.000 6.000 4.000 6.000 5.000 16.000 6.000

f. f. f. f. f. f.

4.000 30.000 5.000 5.000 5.000 5.000

TESTAMENT M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 5 Aan de armen der Christelijke Gereformeerde Gemeente vijfduizend gulden Aan de armen der Waalsche Gemeente aldaar vijf duizend gulden Aan de armen der Oud Roomsche Gemeente vijf duizend gulden Aan de armen der Roomsche Cath. Gemeente vijf duizend gulden Aan het Hervormde Diakonie Weeshuis te Leiden twintig duizend gulden Aan de Maatschappij van Weldadigheid te Leiden zestien duizend gulden Aan de armen der Lutherse Gemeente te Enkhuizen duizend gulden Aan de armen van de Doopsgezinde Gemeente duizend gulden Aan de armen der Oud Roomsche Gemeente duizend gulden Aan de armen der Israelitische Gemeente duizend gulden Aan de armen der Christel. Gereformeerde Gemeente duizend gulden Aan de armen der Roomsch Cath. Gemeente duizend gulden Aan de Moederlijke Weldadigheid te Enkhuizen acht honderd gulden pagina 6 Ik legateer aan de kerken der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Enkhuizen de som van veertig duizend gulden, onder voorwaarde dat van de mij toebehorende graven in die kerken de zerken niet opgenomen zullen worden dat nadat vooraf bijtijds aan den daarop regthebbende kennis is gegeven. f. f. f. f. f. f. f. f. f. f. f. f. f. f. 5.000 5.000 5.000 5.000 20.000 16.000 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 800 40.000

Ik begeer dat alle voorgeschreven legaten, binnen zes maanden na mijn overlijden zullen worden afgegeven en betaald, zonder berekening van renten maar tevens vrij van alle belasting of regten daarvan verschuldigd, welke uit mijnen boedel zullen moeten worden betaald. Ik legateer aan den Heer J. van der Molen, houtkooper te Beets, mijne grafkelders op de begraafplaats te Enkhuizen en alle de mij toebehorende graven in de Wester en Zuider Kerken aldaar, met de verpligting over alle die graven te waken, dat daaraan geene onbehoorlijke handelingen geschieden, de grafkelders op de begraafplaats behoorlijk onderhouden worden en derzelven jaarlijks te gaan bezichtigen. Ik legateer hem, voor de trouwe waarneming van deze en denatenoemen betrekking, de door hem gehuurd wordende drie percelen weiland, gelegen aan de Necker en Oosthuizerweg in de Beemster. Ik leg hem de verplichting op iemand in zijne plaats aan te stellen, om na zijn overlijden zijne

TESTAMENT M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 6 plaats te vervullen, waarvoor hem bij trouwe waarneming jaarlijks tweehonderd gulden verstrekt zal worden. Zo er nieuwe zerken of andere herstellingen voor de grafkelders nodig zijn, verlang ik die uit het natemelden fonds zullen worden betaald. Ik begeer dat, uit mijne nalatenschap zal worden afgezonderd een kapitaal groot honderd duizend gulden, dat op het Grootboek der 2½% Nat. f. 100.000 Werkelijke Schuld moet worden ingeschreven, teneinde uit de revenuen daarvan te onderhouden en in stand te houden, de aan mij toebehorende alhier op de Breestraat staande inrigting tot het geven van Godsdienstonderwijs en het huis in de Westerstraat, zoolang aldaar de naaischool gehouden zal worden. pagina 7 Ik benoem tot administrateuren of beheerders dier inrichtingen de Heeren W. Lakenman, commissionair in effecten te Enkhuizen en J. van der Molen, voornoemd, aan wie ik zal nalaten een stuk in enveloppe hebbende tot opschrift: "Dit is mijne begeerte omtrent het beheer der inrigting tot het geven van godsdienstonderwijs en het huis in de Westerstraat". Ik leg hen de verpligting op om iemand in hunne plaats aan te stellen, om na hun overlijden, dezelfde verpligtingen te vervullen. Ik begeer dat het door mij bewoonde huis op den Dijk, benevens stal en koetshuis aldaar, zullen worden gesteld onder administratie van den Heer W.Lakenman, teneinde daarmee te handelen op voet en wijze, als ik hem heb kenbaar gemaakt. Ik wil dat, na mijn overlijden, door mijne natenoemen erfgenamen, een fonds zal worden gesticht en gevestigd van al hetgeen van mijne bezittingen, na aftrek van alle legaten en lasten, van welke aard ook, waarmede die bezwaard zouden kunnen zijn, zal overblijven en het bedrag daarvan, als zodanige fonds zal worden ingeschreven in het 2½% Grootboek der Nat. Werkelijke Schuld. Ik begeer dat, bij dit Fonds zullen gebragt worden: a. het huis op den Dijk, naast het door mij bewoonde b. het kleine huis staande te Leiden op de Breestraat c. de landerijen, het huis, stalling, schuur enz. gelegen in het Westeinde onder Enkhuizen Dit fonds op voorgeschreven wijze samengesteld en tot weldadige doeleinden door mij bestemd, zal worden gesteld, onder het beheer van twee beheerders, die de inkomsten der ingeschreven kapitalen en der vaste goederen, na aftrek van noodzakelijke uitgaven, zullen aanwenden tot zoodanige doel, als door mij zal aangegeven worden, bij welk beheer zij in geval van overlijden, of andere ontstentenis, de magt zullen hebben om anderen in hunne plaats te benoemen onder dezelfde verpligtingen en regten, als aan de thans benoemden door mij wordt opgelegd, ja zelfs de magt om bij pagina 8 hun leven zich in geval van noodzakelijkheid door anderen te doen bijstaan. Ik benoem tot beheerders van dit fonds de Heeren W. Lakenman, alhier, en G.Wendelaar, commissionair in effecten te Amsterdam en zulks onder de verpligtingen en bepalingen hiervoren door mij opgegeven en anderen, die uit den aard van hun bestuur voortvloeien.

TESTAMENT M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 7 Ik geef daarbij uitdrukkelijk mijn wil en begeerte te kennen dat meergenoemd fonds moet worden aangewend tot weldadige einden en wel in de eerste plaats ten behoeve van zodanige personen en in dier voege als ik hen zal opgeven en kenbaar maken in een stuk onder enveloppe hebbende tot opschrift: "Dit is mijne begeerte omtrent het beheer van het fonds tot weldadige einden". Het is daarbij mijn uitdrukkelijke verlangen en verbod dat het kapitaal ooit aan eenig Godshuis of wat het zijn moge vervalle en dat de inkomsten ooit gebruikt mogen worden tot stedelijke uitgaven, gebouwen of inrigtingen, noch tot tractementen, gratificatien, of dergelijke einden, voor personen, scholen, inrigtingen of verenigingen.

Voorts legateer ik dat jaarlijks uit het fonds zal worden uitgekeerd: Aan de diakonie der Nederduitsch Hervormde Gemeente te Enkhuizen de som van tweeduizend gulden Aan het algemeen armbestuur aldaar de som van duizend gulden Ik verzoek de beheerders van genoemd fonds, om wanneer uit de goedgekeurde rekening van het Hervormde Weeshuis alhier mogt blijken, dat, de inkomsten niet toereikend waren, om de uitgaven te kunnen dekken, aan die Stichting jaarlijks eene toelage te verstrekken van zoodanige bedrag als zij vermeenen zullen in het belang dier Stichting noodig te zijn. pagina 9 Ik begeer dat de Gezusters Top, ook de langstlevende zoo zij dit verlangen, het door haar bewoonde huis op dezelfde voorwaarden zullen blijven bewonen, waarop het thans door haar bewoond wordt, in welk geval zij daarvan binnen drie maanden, aan mijne executeuren moeten kennis geven. Ik wil dat het kleine huis staande op de Breestraat te Leiden, door de Munck en zijn vrouw, ook door de langstlevende tot aan hun overlijden zal worden bewoond. Dat door hun geene huur, of landsbelastingen zullen worden betaald en dit huis, door de beheerders van het fonds, in eenen netten staat zal onderhouden worden. Ook dat de huurder W.Hovenier, zoo hij dit verlangt, zijn leven lang, de landerijen, het huis, en hetgeen verder door hem gebruikt wordt, gelegen aan het Westeinde onder Enkhuizen, voor eene matige prijs in huur zal behouden mits hij zich daaromtrent binnen drie maanden na mijn overlijden verklare. Ik verlang dat in publieke veiling zullen worden verkocht: a. het te Leiden aan de Breestraat staande huis, stal en koetshuis b. Streeklust benevens het timmermanshuis, alles staande en gelegen in het Westeinde onder Enkhuizen c. het koetshuis staande op de Wierdijk aldaar

TESTAMENT MM SNOUCK VAN LOOSEN 8 d. het huis op de Zuiderhavendijk e. de boerenhofstede met de daarbij verhuurd wordende landerijen genaamd de Kooi gelegen onder Enkhuizen en de verdere wei- en bouwlanden gelegen in de bannen van Enkhuizen en Boven Carspel. Ik behoude mij voor ten aanzien van enige tijdens mijn overlijden bij mij in dienst zijnde personen zoodanige beschikkingen te maken, als ik zal noodig achten en verlang dat, deze en alle anderen door mij gemaakte bepalingen, zullen nageleefd worden en ten uitvoer gebragt even als of dezelve in dit mijn testament zijn omschreven. Ik verlang dat, bij de bereddering van mijnen boedel de minst mogelijke omslag plaats grijpe en voor zoverre de werkzaamheden van een notaris nodig zijn, benoem ik daartoe den Heer J.C.PAN, notaris te Avenhorn. pagina 10 Het is mijn verlangen dat de verkoop van het huis te Leiden zal geschieden door den Heer Mr. H.L.A.Obreen Onder de last van de hiervoren gemaakte legaten en bepalingen en van de stichting en vestiging van vermeld fonds met alles wat dien aangaande door mij is voorgeschreven benoem en stel ik tot eenige erfgenamen mijner nalatenschap de Heeren G.Wendelaar en W.Lakenman hiervoren als beheerders van dit fonds aangewezen en bij vooroverlijden van een hunner den langstlevende van beiden. Eindelijk benoem ik tot de uitvoerders van mijne uiterste wilsbeschikkingen de Heeren Jhr. Mr. D. van Akerlaken, lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal enz enz, G.Wendelaar, commissionair in effecten te Amsterdam en W.Lakenman, commissionair in effecten te Enkhuizen met het regt van inbezitneming van alle de goederen mijner nalatenschap. Ik verzoek ieder der genoemde Heeren te willen aannemen twaalf duizend gulden vrij van belasting of regten, behalve de door hun gemaakte reis- en verblijfkosten, alsmede dat door hun eene keuze uit den boedel ter gedachtenis zal gedaan worden. Enkhuizen, 15 Januari 1884 M.M. SNOUCK VAN LOOSEN Geregistreerd te Hoorn den negenden November 1800 vijf en tachtig, deel 48 folio 142 7evak2 vijf bladen geen renvooi Ontvangen voor regt drie gulden zestig cent f. 3,60 De ontvanger MIDDELKOOP

STICHTINGSAKTE M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 1 STICHTINGSAKTE Op den zesden Juni des jaars achttien honderd negentig, verscheen voor Joan Cornelis Pan, notaris ter standplaats Avenhorn, provincie Noord-Holland (voor zijne ambtsbediening in de gemeente Hoorn over het loopende dienstjaar aangifte voor het vereischte suppletoir patent hebbende gedaan) in tegenwoordigheid van de na te noemen getuigen, de Heeren Gerrit Wendelaar, commissionair in effecten, wonende te Amsterdam en Wander Lakenman, commissionair in effecten, wonende te Enkhuizen; en gaven de Comparanten te kennen: dat Mejonkvrouwe Margaretha Maria Snouck van Loosen, gewoond hebbende en op den dertigsten October achttien honderd vijf en tachtig (1885) overleden te Enkhuizen, tot hare enige erfgenamen heeft benoemd en gesteld de beide Heeren comparanten Wendelaar en Lakenman en zulks bij haar gesloten olographisch testament, gedagteekend vijftien Januari achttien honderd vier en tachtig en in bewaring gesteld onder de minuten van den ondergeteekenden notaris bij acte den vierentwintigste Januari daaraanvolgende voor hem notaris verleden, na overlijden van de testatrice geopend door den Heer Rechter in het kanton Hoorn, blijkens diens procesverbaal van den een en dertigsten October achttien honderd vijf en tachtig en vervolgens met even aangehaalde akte van depôt geregistreerd en wel het testament in deze bewoordingen: Geregistreerd enz. dat die erfstelling is geschied onder den last van een aantal bij voorschreven testament gemaakte legaten en bepalingen en voorts onder den last om al hetgeen van de bezittingen der erflaatster, na aftrek van alle legaten en lasten, van welken aard ook, zouden overblijven, te stichten en te vestigen een fonds voor weldadige doeleinden; dat alle de bepalingen welke de erflaatster ten aanzien van het te stichten fonds bij haar testament heeft gemaakt, zijn opgenomen in het daarvan aan deze acte gehechte uittreksel en de erflaatster hare verdere begeerte te dien aanzien aan de comparanten heeft opgegeven en kenbaar gemaakt in de onderhandsche geschriften , welke (na voor zegel te zijn geviseerd en geregistreerd) door comparanten bij den ondergeteekenden notaris zijn in bewaring gegeven, blijkens acte van depôt daarvan op den negenentwintigsten Mei jongstleden voor hem notaris verleden, en van welke acte een afschrift mede aan de minute der tegenwoordige acte is vastgehecht; dat de nalatenschap door de Executeurs-testamentair, zijnde de HoogWelGeboren Heer Jonkheer Meester Dirk van Akerlaken, lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal, wonende te Hoorn en de beide comparanten, door verkoop van hetgeen volgens het testament moest worden te gelde gemaakt, door betaling der schulden en lasten en uitkeering der legaten zoo ver mogelijk is vereffend, doch de geheele vereffening nog niet heeft kunnen plaats vinden omdat de uitkeering van twee legaten, waarover rechtsgedingen aanhangig zijn, daarom nog niet heeft kunnen geschieden; dat ook over de rechtsgeldigheid der erfstelling nog rechtgedingen aanhangig zijn en de uitvoering van den last tot oprichting van het genoemde fonds door een en ander tot nu toe is vertraagd; dat de comparanten echter, bij het telkens ontstaan van nieuwe gedingen van oordeel zijn daarmeede niet langer te mogen wachten maar van de aanwezige baten der nalatenschap zoodanige sommen moeten reserveeren als tot uitkeering der nog verschuldigde legaten met de renten en tot bestrijding der proceskosten toereikend wordt geacht en voorts te moeten voorzien in het, zij het ook, onwaarschijnlijke geval, dat de erfstelling als niet rechtsgeldig werd te niet gedaan en de stichting uit dien hoofde zou moeten vervallen; dat zij ter bepaling van hetgeen overig is van de bezittingen door de erflaatster nagelaten en

STICHTINGSAKTE M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 2 alzoo voor de oprichting van het fonds of de stichting beschikbaar is, uit de door executeurs testamentair gehouden boeken van hun gevoerd beheer hebben opgemaakt den navolgenden: STAAT: Behalve uit de onroerende goederen, welke door de erflaatster waren gelegateerd en welke aan de legatarissen zijn afgegeven, bestond de nalatenschap uit verschillende roerende goederen, effecten en schuldvorderingen, en enige onroerende goederen, aan sommige van welke bij het testament eene bijzondere bestemming is gegeven, terwijl van andere openbare verkoop is voorgeschreven. Hieruit zijn voortgevloeid de navolgende ONTVANGSTEN: 1. Op het overlijden van Mejonkvrouwe Margaretha Maria Snouck van Loosen, was een saldo, in bank- en muntpapier, specie verschenen coupons en betaalbare dividendbewijzen, aanwezig, groot vier en tachtigduizend vierhonderd acht en zeventig gulden vier en zeventig en een halve cent f 84.478,74½ 2. De roerende goederen hebben opgebracht een en negentig duizend negen en zeventig gulden twee en negentig cent 91.079,92 3. De effecten hebben opgebracht door verkoop ten beurze, in veiling of door aflossing vijf millioen een honderd vijftig duizend vijf honderd zeven en dertig gulden zeven en tachtig cent 5.150.537,87 4. Van de schuldvorderingen is geind een bedrag van zeventig duizend gulden 70.000,00 5. De onroerende goederen, van welke bij testament verkoop is voorgeschreven, zijn in openbare veiling verkocht en hebben opgebracht honderd vijf en zestig duizend een honderd een gulden negen en dertig cent 165.101,39 6. Het gezamenlijk bedrag van ontvangen interessen en andere inkomsten beloopt tot zeven en twintig Mei jongstleden negen honderd drie en tachtig duizend zeven en zeventig gulden drie en zestig cent 983.077,63 Zodat te zamen is ontvangen zes millioen vijf honderd vier en veertig duizend twee honderd vijf en zeventig gulden vijf en vijftig en een halve cent UITGAVEN: 1. Afbetaalde successie en overgangsrechten een millioen twee duizend acht honderd zes en dertig gulden zeven en zeventig en een halve cent 2. Schulden ten laste van den boedel, kosten van boedelbereddering, onkosten onderhoud van vaste goederen, rechtskundigen bijstand, bewaarloon bij den Nederlandsche Bank, reis en verblijfkosten enzoovoorts tot zeven en twintig Mei jongstleden honderd elf duizend twee 1.002.836,77½

6.544.275,55½

STICHTINGSAKTE M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 3 honderd zes en twintig gulden zeven en twintig en een halve cent 3. De legaten in geld en rente verschuldigd op legaten een millioen vier honderd zeven en negentig duizend drie honderd veertig gulden zes en veertig en een halve cent 4. Aankoop van een nominaal kapitaal groot vier millioen drie honderd acht en veertig duizend vijfhonderd gulden (f. 4.348.508,--) twee en half percents Nationale Schuld en van een nominaal kapitaal groot twee honderd acht en tachtig duizend drie honderd gulden (f. 288.300,--) gedeeltelijk vier percents (sinds geconverteerd in drie en half percents) en drie en half percents Nationale Schuld, drie millioen zevenhonderd zestig duizend tweehonderd veertien gulden acht en zeventig cent Zodat tezamen is uitgegeven zes millioen driehonderd een en zeventig duizend zes honderd achttien gulden negenentwintig en een halve cent Blijvende alzo een batig saldo groot honderd twee en zeventig duizend zeshonderd zeven en vijftig gulden zes en twintig cent 111.226,27½ 1.497.340,46½

3.760.214,78 6.371.618,29½ 172.657,26

hetwelk gereserveerd wordt tot betaling der legaten, waarover gedingen aanhangig zijn , met de interessen en tot bestrijding der kosten van nog aanhangige processen, kosten dezer akte, inschrijving enzoovoorts. BEZITTING IN NATIONALE SCHULD. A. 1. Volgens den inventaris door den ondergeteekenden notaris in der erflaatster nalatenschap opgemaakt en bij den aanvang getekend den tienden November 1800 vijfentachtig, was in den boedel aanwezig aan twee en een half percents Nationale Schuld, zoo in certificaten als in Inschrijving, een nominaal kapitaal groot een millioen vier honderd veertig duizend gulden 1.440.000,00 2. Hetwelk door aankoop vermeerderd werd met een nominaal kapitaal groot vier millioen driehonderd acht en veertig duizend vijfhonderd gld. 4.348.500,00 Makende tezamen een nominaal bedrag van vijf millioen zevenhonderd acht en twintig duizend (?) vijfhonderd gulden 5.788.500,00 Waarvan ter voldoening van legaten werd afgegeven een nominaal kapitaal groot driehonderd acht en veertig duizend vijf honderd gulden 348.500,00 Zodat thans in den boedel aanwezig is een nonimaal kapitaal aan twee en half percents Nationale Schuld, ten bedrage van vijf millioen vierhonderd veertig duizend gulden 5.440.000,00 B. 1. Volgens den aangehaalden inventaris was in den boedel aanwezig aan vier percents (sinds geconverteerd in drie en een half percents) Nationale Schuld, een nominaal kapitaal groot zeventien honderd gulden 1.700,00 2. Hetwelk door aankoop vermeerderd werd met een nonimaal kapitaal groot twee honderd acht en tachtig duizend drie honderd gulden 288.300,00 Makende te zamen een nominaal bedrag van twee honderd negentig duizend gulden 290.000,00

STICHTINGSAKTE M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 4 Tot de nalatenschap behooren wijders de navolgende A. SCHULDVORDERINGEN van welke de inning nog niet heeft kunnen plaats hebben en bestaan: 1. Eene hypothecaire schuldvordering wegens aan de erflaatster ontleend geld door en alzoo ten laste van Marijtje Roosje, weduwe Cornelis Schouten te Grootebroek, primitief groot acht duizend gulden, doch na gedeeltelijke aflossing, thans per resto groot vijf duizend gulden, rentende vier en een half percent, jaarlijks verschijnende op den vijftiende Februari en te goede sedert den vijftienden Februari jongstleden, blijkende van deze inschuld uit de eerste grosse eener akte van schuldbekentenis met beding van onderzetting, den derden Maart achttien honderd zestig voor den notaris Henri François Reinier Dubois te Grootebroek verleden, waarvan de bijbehorende borderel ten kantore van hypotheken te Hoorn is ingeschreven den zeventienden Maart daaraanvolgende, in deel 65 nummer 52 en bij vernieuwing aldaar ingeschreven den een en twintigste October achttienhonderd negenenzeventig, in deel 27 nummer 122; 2. Eene schuldvordering, wegens door de erflaatster uitgeleend geld, aan den Heer Jan van der Molen Adolfszoon, vroeger te Beets, thans wonende te Amsterdam, primitief groot dertig duizend gulden, doch na gedeeltelijke aflossing thans per resto groot zeventien duizend gulden, rentende vier en een half percent jaarlijks verschijnende op den eerste Februari en te goede sedert den eerste Februari jongstleden, - van welke inschuld blijkt uit eene onderhandsche akte van schuldbekentenis in dato twee en twintig December achttien honderd zes en zeventig; 3. Eene onderhandsche schuldbekentenis wegens geleend geld, in dato vier en twintig Januari achttien honderd negen en zeventig, ten behoeve als voren en ten laste van den Heer Jacob van der Molen Adolfszoon te Beemster, primitief groot vier duizend gulden, doch na gedeeltelijke aflossing thans per resto groot twee duizend vijfhonderd gulden, rentenden vier en een half percent, jaarlijks verschijnende op den vier en twintigste Januari en te goede sedert den vier en twintigsten Januari jongstleden; 4. en een geschrift luidend als volgt: "Ik ondergeteekende W.Hovenier verklaar bij deze schuldig te zijn aan Mej. Snouck van Loosen de som van drie duizend acht honderd en twintig gulden, met de vergunning ik daarvan geene renten zal betalen en niet verpligt zal zijn de geheele som op eenmaal terug te geven, beloovende jaarlijks zooveel mogelijk af te doen. Enkhuizen, 21 December 1878. Geteekend W. Hovenier." Waarop door de erflaatster is aangeteekend: "Hierop afgedaan f. 100,--; waarop afgedaan f. 200,--;" en waarop en waarop in dorso staat vermeld " den 2e Juni 1881 is deze schuldvordering vergroot met zes honderd gulden" hierop afgedaan honderd vijf en twintig gulden, Enkhuizen 7 December 1882" - Afgedaan vijf en zeventig gulden: Enkhuizen 6 Januari 1885". Blijvende deze vordering waarop vijfhonderd gulden is afgelost, alzoo per resto groot drie duizend negen honderd twintig gulden; B. ONROERENDE GOEDEREN bestaande in: 1. het huis aan den Dijk te Enkhuizen, thans bewoond door Mejuffrouw Top, kadastraal bekend in Sectie F. onder nommer 1700, als huis, erf, groot een are zes centiaren; 2. het huis aan de Breestraat te Leiden, bewoond door de Munck, kadastraal bekend in Sectie G. onder nommer 461, als huis en erf, groot zeven en vijftig centiaren; 3. en het huis, de stalling, schuur, landerijen en verdere aanhoorigheden in het Westeinde onder Enkhuizen, kadastraal bekend in Sectie B. onder nommer 54,211, en 214 en aldaar in

STICHTINGSAKTE M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 5 Sectie B. onder nommer 138, 139, 140, 320 tot en met 323, 350, 545 en 576, te zamen groot achttien hectaren, vijf en twintig aren, twee en veertig centiaren, hierna perceelsgewijze breeder omschreven. En verklaarden alsnu de Comparanten als eenige erfgenamen van Mejonkvrouwe Margaretha Maria Snouck van Loosen en ter uitvoering van den last, waaronder zij tot erfgenamen zijn gesteld, bij deze op te richten en te vestigen een fonds of stichting, voor welke stichting zij tevens vaststellen de hierna volgende BEPALINGEN artikel een (Naam - Zetel) De stichting draagt den naam Snouck van Loosen fonds. Zij heeft haren zetel te Enkhuizen. artikel twee ( Vermogen) Het vermogen van de stichting wordt gevormd door: a. Een kapitaal nominaal groot vijf millioen vier honderd veertig duizend gulden f. 5.440.000 twee en half percents Nationale Schuld, hetwelk aan natenoemen beheerders wordt overgegeven en door hunne zorg zoodra mogelijk na het verlijden dezer akte van oprichting wordt ingeschreven op het Grootboek van de twee en half percents Nationale Schuld op zoodanige hoofd van rekening als in overleg met de Directie van het Grootboek zal worden bepaald en vereischt wordt om dat kapitaal als eigendom van het fonds te kenmerken; Het huis aan de Dijk te Enkhuizen, kadastraal bekend in sectie F. onder nommer 1761, als huis, erf, groot een are, zes centiaren; c. het huis aan de Breestraat te Leiden, kadastraal bekend in sectie G. onder nommer 461, als huis en erf groot zeven en vijftig centiaren; d. en het huis, de stalling, schuur, erf met bijbehoorende landerijen en verdere aanhorigheden in het Westeinde onder Enkhuizen, kadastraal bekend in sectie B. onder nommers: 54. weiland, drie hectaren, zes en negentig aren, twintig centiaren, 211. weiland, twee hectaren, twaalf aren, en 214. weiland, een hectare, twee en tachtig aren, dertig centiaren, en aldaar in sectie C. onder nummers: 138. weiland, zeventig aren, zestig centiaren, 139. pad als weiland, een are, acht centiaren, 140. moesland, zes aren, veertig centiaren, 320. bouwland, zestien aren, zeventig centiaren, 321. weiland, drie hectaren, twee en zeventig aren, tien centiaren, 322. weiland, drie hectaren, twee aren, zeventig centiaren, 323. weiland, twee hectaren, zestien aren, 350. weiland, twee en negentig aren, dertig centiaren, 545. pad als weiland, een are, vier en twintig centiaren, en 576. huis, erf, vijf aren, tachtig centiaren, tezamen groot achttien hectaren, vijf en twintig aren, twee en veertig centiaren. welke sub. b. c. en d. genoemde onroerende goederen door de zorg van natenoemen beheerders uit kracht dezer acte, zoodra mogelijk in de openbare registers zullen worden overgeschreven ten name van het "Snouck van Loosen fonds", e. de schuldvorderingen hiervoor sub A 1,2,3 en 4 omschreven; f. en het saldo in contante penningen, hetgeen zal blijken bij eindafrekening beschikbaar te zijn gebleven van de alsnog gereserveerde som van honderd twee en zeventig duizend zes honderd zeven en vijftig gulden zesentwintig cent f. 172.657,26;

STICHTINGSAKTE M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 6 Naarmate de sub. e. en f. genoemde baten worden ontvangen, worden zij door de beheerders mede belegd in inschrijvingen op het Grootboek der twee en half percents Nationale Schuld, op het sub. a. bedoeld hoofd van rekening. artikel drie (Doel) Het doel der stichting is in het algemeen door besteding der inkomsten van haar vermogen, na bestrijding der in artikel twaalf te noemen lasten, kosten en belooningen, weldadige doeleinden te bevorderen en in het bijzonder die inkomsten te doen strekken: a. tot het doen van de periodieke uitkeringen aan inrichtingen en personen door wijlen Mejonkvrouwe Snouck van Loosen tot het genieten daarvan aangewezen, en genoemd in het aan deze acte gehecht uittreksel uit haar testament en in de verdere door haar geteekende en aan de aangehaalde acte van depot gehechte geschriften; alle deze uitkeringen, waarvan het meerendeel door Mejonkvrouwe Snouck van Loosen, reeds tijdens haar leven werden verstrekt, zullen geschieden berekend van den dag van haar overlijden, zijnde dertig October achttien honderd vijfentachtig, voor zoover een of meer termijnen niet reeds uit den boedel zijn betaald; b. tot bestrijding der kosten van verbouwing, inrichting en onderhoud van het huis te Enkhuizen, kadastraal bekend in sectie F. onder nummer 395, laastelijk door Mejonkvrouwe Snouck van Loosen bewoond en door haar volgens het sub. V aan voorgeschreven acte van depot gehechte stuk, bestemd tot bewoning door zes of acht vrouwen of weduwen, benevens tot het doen van de bepaalde jaarlijksche uitkeering aan dezen en bestrijding tot een maximum van vijftien duizend gulden f. 15.000 per jaar van de kosten dier huisvesting. De voor uitkeering en huisvesting noodige gelden worden tot dat einde aan den administrateur van die inrichting uitbetaald; Het genoemd maximum kan door beheerders van het fonds worden verhoogd, indien hun blijkt dat daarvoor deugdelijke gronden bestaan; c. tot bestrijding der kosten van de verbouwing en inrichting van het koetshuis en de stal van het sub. b genoemd perceel tot arbeiderswoning of woningen en tot het onderhoud, de assurantiekosten en omslag in brandschade alsmede de belastingen daarvan, voor zoover de administrateur van die inrichting het onderhoud, assurantie en belastingen niet uit de huren mocht kunnen bestrijden, Voorts, doch eerst nadat de sub. a., b. en c. van dit artikel genoemde uitgaven uit de jaarlijksche inkomsten zullen zijn geschied; d. tot den bouw en het onderhoud van arbeiderswoningen te Enkhuizen, waarvan het aantal door de Beheerders van het fonds in verband met de naar hun oordeel bestaande behoefte daaraan, zal worden bepaald, e. tot het verstrekken van geldelijke hulp aan personen en gezinnen, die de Beheerders van het fonds na een nauwkeurig onderzoek zullen oordeelen die hulp te behoeven en waardig te zijn. De giften aan één persoon of één gezin te verstrekken zullen in eenig jaar het bedrag van duizend gulden f. 1000,-- niet te boven gaan, tenzij om zeer bijzondere redenen, ter beoordeling van de beheerders en zullen niet het karakter mogen dragen van jaarlijksche ondersteuning. Het staat echter aan beheerders vrij, na hernieuwd onderzoek, zoodanige giften in volgende jaren te herhalen. Ter gemoetkoming in verplegingskosten kan echter eene jaarlijksche subsidie tot wederopzeggings toe worden verleend. Deze bepalingen gelden niet voor de uitkeeringen of subsidiën in artikel drie sub letter a. bedoeld,

STICHTINGSAKTE M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 7 f. tot het geven van geldelijke bijdragen ter leeniging van nationale rampen, ontstaan door misgewas, overstroming, brand, heerschende ziekten en dergelijke meer of minder algemeen werkende oorzaken, g. tot het bouwen van arbeiderswoningen ook op andere plaatsen dan Enkhuizen, zo Beheerders dit geraden achten, h. tot het oprichten van of het verleenen van bijdragen tot het oprichten van ondernemingen of inrichtingen, welke uitsluitend bestemd zijn tot liefdadige einden en geenerlei winst beoogen en tot het verleenen van bijdragen aan zoodanige bestaande ondernemingen of inrichtingen. artikel vier (Leenen) Het ter leen verstrekken van gelden uit de inkomsten van het fonds is ten eenenmale verboden. artikel vijf (Beheerders) Het geheele bestuur en beheer van het fonds is opgedragen aan twee beheerders. De beheerders vertegenwoordigen het fonds zoo in als buiten rechten. Voor de eerste maal treden als beheerders op de Heeren Comparanten Wendelaar en Lakenman, daartoe door Mejonkvrouwe Snouck van Loosen bij haar testament aangewezen. artikel zes (Opvolgers) Iedere beheerder heeft de bevoegdheid om bij notarieele akte een persoon aan te wijzen, die hem bij bedanken, aftreden of overlijden opvolgt. In geval een beheerder van die bevoegdheid geen gebruik gemaakt heeft, geschiedt de benoeming van diens opvolger zoodra mogelijk door den overgebleven beheerder. De nieuw optredende beheerder wordt bij notarieele acte als zoodanig erkend en verbindt zich bij diezelfde acte zich stipt te gedragen naar de bepalingen dezer akte van oprichting. Indien beide beheerders ontbreken zonder in hunne opvolging te hebben voorzien, kan ieder belanghebbende de benoeming van beheerders verzoeken aan de arrondissements-Rechtbank onder welke Enkhuizen als dan behoort. artikel zeven (Verlies der betrekking) Ieder beheerder wordt voor zijn leven benoemd. Hij kan echter te allen tijde zijn ontslag nemen door voor de betrekking te bedanken. Dit geschiedt bij notarieele acte, waarvan hij een authentiek afschrift aan den medebeheerder toezendt. Hij blijft zijne betrekking waarnemen tot zijn opvolger die heeft aanvaard. Een beheerder die de bevoegdheid tot beschikking over of beheer van zijn eigen vermogen verliest, treedt van rechtswege af, zonder dat daartoe eenige akte vereischt wordt. Een gewezen beheerder kan niet opnieuw tot beheerder worden benoemd. artikel acht (Beheer) Behoudens het hierna bepaalde omtrent administratieloon en vergoeding van reis- en verblijfkosten kan geen beheerder eenige toelage of onderstand, onder welke vorm ook, uit dit fonds, of uit de inkomsten daarvan genieten, evenmin een zijner bloedverwanten in de rechte lijn of tot den vierden graad ingesloten in de zijdlinie, voor zoverre niet, wat de bloedverwanten betreft, een toelage of uitkeering aan hen bij een der aan voorschreven akte van depot gehechte stukken door Mejonkvrouwe Snouck van Loosen is voorgeschreven.

STICHTINGSAKTE M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 8 Het verbod ten aanzien van bloedverwanten in de zijdlinie geldt echter niet ten aanzien van weduwen en minderjarige weezen, doch de aan deze personen te verstrekken toelage of onderstand zal in eenig jaar niet meer dan duizend gulden f. 1.000,-- voor één gezin mogen bedragen. artikel negen Beheerders handelen in alle zaken dit fonds betreffende in gemeen overleg. Zij komen regelmatig op door hen te bepalen tijd bijeen en houden nauwkeurig aanteekening van het op die bijeenkomsten verhandelde, welke aantekeningen door beiden worden geteekend. Zij nemen bij hun beheer behalve de tegenwoordige bepalingen, de voorschriften in acht door Mejonkvrouwe Snouck van Loosen in de aan meergedachte akte van depot gehechte stukken gegeven. Alle stukken betreffende het fonds worden door beide beheerders geteekend. Beheerders benoemen bij de aanvaarding hunner betrekking een persoon tot adviseur, wiens beslissing bij verschil van gevoelen tusschen de beheerders wordt ingeroepen en gevolgd. Die benoeming blijft ook voor de opvolgende beheerders van kracht. Bij ontstentenis van den benoemde wordt door beheerders te zamen een andere adviseur benoemd, bij gemis van eenstemmigheid wordt de voorzitter van de Rechtbank te Alkmaar (of van de Rechtbank waaronder Enkhuizen mocht behooren) verzocht die benoeming te doen. artikel tien Beheerders stellen aan en ontslaan de personen, die zij noodig achten om hen in het voeren van het beheer behulpzaam te zijn, en regelen hunne tractementen of belooningen. artikel elf Beheerders zorgen dat naauwkeurig worde boek gehouden van de bezittingen, ontvangsten en uitgaven. De boeken worden jaarlijks op een Mei afgesloten en daaruit een staat en Balans opgemaakt, welke ten blijke van goedkeuring door beide beheerders wordt geteekend in een voor een Juli te houden bijeenkomst. artikel twaalf Ten laste der inkomsten worden jaarlijks in uitgaaf gebracht: a. een administratieloon voor ieder der beheerders van het fonds van twaalf honderd gulden f. 1.200,--. b. een administratieloon voor den beheerder van de inrichting tot het geven van Godsdienstonderwijs en van het huis in de Westerstraat van acht honderd gulden f. 800,--. c. een administratieloon voor den beheerder van het huis aan den Dijk te Enkhuizen van twee honderd gulden f. 200,--. d. een belooning van twee honderd gulden f. 200,-- voor hem, die als opvolger van den Heer Jan van der Molen zal zijn belast met het toezicht over de grafkelders en graven te Enkhuizen der familie Snouck van Loosen. e. het beloop der Rijksbelastingen, dijk en polderlasten, assurantiekosten en omslag in brandschade der onroerende goederen, onderhoud daarvan en van de grafkelders op de begraafplaats alsmede van de graven in de Zuider en Westerkerk, voorts de bezoldigingen in artikel tien bedoeld, reis en verblijfkosten der beheerders, kosten van procedures, en alle andere uitgaven van welken aard ook, welke uit het beheer van het fonds voortvloeien of ter

STICHTINGSAKTE M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 9 zake daarvan noodig zijn. artikel dertien Indien de inkomsten van eenig boekjaar de gezamenlijke uitgaven van dat jaar overtreffen, zal het overschot belegd worden in inschrijving twee en een half percents Nationale Schuld en ingeschreven worden op een tweede hoofd van rekening waaruit blijkt dat zoodanige inschrijving is ontstaan uit gekapitaliseerde inkomsten. De rente van deze inschrijving wordt gevoegd bij de rente van het Stamfonds. Beheerders hebben de bevoegdheid het kapitaal van dit tweede hoofd van rekening te allen tijde af te schrijven, hetzij geheel of gedeeltelijk, om te worden aangewend zooals zij voor de oogmerken der Stichting geraden zullen achten. artikel veertien (Rekening) Beheerders zenden elk jaar voor een September (voor het eerst in achttien honderd een en negentig) eene rekening en verantwoording van hun gehouden beheer over het voorafgegane boekjaar aan het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland ter kennisneming en, nadat de beide comparanten door andere beheerders zijn opgevolgd, met verzoek die rekening op te nemen en goed te keuren. Zij geven aan dat College alle de inlichtingen welke het naar aanleiding dier rekening mocht verlangen. artikel vijftien (Opheffing) Indien de instelling van de comparanten tot erfgenamen van Mejonkvrouwe Margaretha Maria Snouck van Loosen bij uiterlijk gewijsde mocht worden nietig verklaard of hare uiterste wilsbeschikking uit eenige andere hoofde nietig of vervallen verklaard, en de Comparanten dien ten gevolge verplicht mochten worden de nalatenschap, waaruit dit fonds gevormd is, aan anderen af te geven, gaat de bij deze akte opgerichte stichting te niet. In dat geval zullen de alsdan in functie zijnde beheerders rekening en verantwoording doen en zoowel het ingeschreven kapitaal als de onroerende goederen en alle verdere bezittingen der stichting ter ontlasting van de comparanten overgedragen aan hen, die bij uiterlijk gewijsde als rechthebbende op de nalatenschap van Mejonkvrouwe Margaretha Maria Snouck van Loosen zullen zijn of worden erkend. Tenslotte verklaarden de Comparanten dat de hiervoor omschreven onroerende goederen aan de erflaatster in eigendom zijn opgekomen, als door erfopvolging getreden in de rechten van hare zonder bloedverwanten in de rechte linie ab intestato vooroverleden zusters Vrouwe Cornelia Eva Wilhelmina Opperdoes Alewijn, geboren Snouck van Loosen en Mejonkvrouwen Anthonia Meinoutje en Arnoldina Ursula Snouck van Loosen, en van welke goederen de laatste titels van eigendom bestaan in acte van scheiding der nalatenschap van der erflaatster moeder Vrouwe Cornelia Petronella van Loosen, douariere van den heer Samuel Snouck van Loosen , den zeventiende Juli achttien honderd en zevenenveertig, voor den notaris Cornelis Pool te Grootebroek verleden, overgeschreven ten kantore van hypotheken te Hoorn, den achtentwintigsten Augustus daaraanvolgende in deel 96 nommer 46 en akte van overdracht den een en dertigsten October achttien honderd negenenvijftig voor den notaris Henri Francois Reinier Dubois te Grootebroek verleden, overgeschreven als voren den zeventienden November daaropvolgende, in deel 234 nommer 53 en daarop volgende akte de Command, mede op den eenendertigsten October van dat jaar voor den notaris Dubois verleden, overgeschreven als voren den 17e November daaraanvolgende in deel 234, nommer 54, terwijl van de in even aangehaalde akten niet genoemde perceelen sectie B. nommer 211 en sectie C.

STICHTINGSAKTE M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 10 nommer 576 der gemeente Enkhuizen en sectie G. nommer 461 der gemeente Leiden, mede bij de erflaatster in eigendom bezeten, partijen verklaarden titels van eigendom te bezitten noch te kennen en geene kennis te dragen, of van de ontbrekende, zo laatste als vroegere eigendomsbewijzen , al dan niet hypothecaire overschrijving heeft plaats gehad. De comparanten en natenoemen getuigen zijn allen aan den notaris bekend. Waarvan acte. Gedaan en verleden te Hoorn in het hotel "De Doelen" in tegenwoordigheid van de Heeren Meester August Philips en Meester Jan Gerdenier, advocaten, beiden wonende te Amsterdam, als getuigen. En hebben de Comparanten, de getuigen en de notaris deze minute, onmiddellijk na voorlezing, onderteekend. Getekend: G. Wendelaar W.Lakenman Aug. Philips J.Gerdenier Pan - Notaris Geregistreerd en Z. (Geschriften gedeponeerd bij notaris J.C.Pan, bij acte van 29 mei 1890) (volgens opgave van W.Lakenman afkomstig van M.M. Snouck van Loosen) I. De Heeren G.Wendelaar en W.Lakenman, bij mijn testament benoemd, tot administrateuren van het door mij te stichten fonds, verzoek ik jaarlijks uit te keeren aan de Diaconie der Hervormde Gemeente te Enkhuizen, twee duizend gulden.-----------------------------------------aan den, door Heeren Diakenen benoemde arts, vijftien honderd gulden.------------------------aan het algemeen armbestuur te Enkhuizen, duizend gulden.---------------------------------------Wanneer uit de goedgekeurde rekening van het Hervormde Weeshuis alhier, mogt blijken, de inkomsten niet toereikend zijn, om de uitgaven te kunnen dekken, verzoek ik de Heeren administrateuren van dit fonds, aan die stichting jaarlijks, eene toelage te verstrekken, van zodanige bedrag, als zij vermeenen zullen, in het belang dier stichting noodig te zijn.---------aan de directie der soepuitdeling drie honderd gulden.----------------------------------------------Zoolang de naaischool in het huis in de Westerstraat blijft bestaan, aan de dames directrices, twee honderd vijftig gulden. Wordt die school opgeheven, dan het huis in veilig te verkoopen;---------------------------------------------------------------------------------------------------------aan den opvolger van den heer J. van der Molen te Beets, zoo hij de hem opgedragen betrekking getrouw waarneemt, twee honderd gulden.----------------------------------------------Zoolang door Ds. A.G.Boon, de thans noodige verplegingskosten moeten worden betaald, daarvoor zeshonderd gulden.----------------------------------------------------------------------------Volgens bepaling mijner oudste zuster, aan Mejuffrouw S.P.H. Weijland, wonende op de Bloemgracht te Amsterdam, zes honderd gulden, 1 April, 1 Augustus en 1 December twee honderd gulden.-------------------------------------------------------------------------------------------De navolgende uitkeeringen jaarlijks om de drie maanden: aan de Munck en vrouw te Leiden, bij overlijden aan de langstlevende vijfhonderd en twintig gulden.---------------------------------------------------------------------------------------------aan Johanna Rijnders, weduwe Lieskade te Amsterdam, Jacob van Lennepstraat no. 51, drie honderd twaalf gulden.------------------------------------------------------------------------------aan de gezusters M.P. en F.O. Top acht honderd twee en dertig gulden, aan de langstlevende,

STICHTINGSAKTE M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 11 zes honderd zes en zeventig gulden.---------------------------------------------------------------aan J. Sickman en vrouw acht honderd en vijftig gulden, zoo hij eene weduwe nalaat aan haar vijfhonderd en twintig gulden.--------------------------------------------------------------------aan Louw Aarhuis zevenhonderd tachtig gulden, zoo hij eene weduwe nalaat aan haar drie honderd vier en zestig gulden.--------------------------------------------------------------------------aan de weduwe J. Lakenman, drie honderd twaalf gulden. ---------------------------------------aan de weduwe De Wit , twee honderd zestig gulden.-----------------------------------------------Theodorus Jansen, thans bij zijnen broeder besteed, levenslang uit het fonds te onderhouden.----------------------------------------------------------------------------------------------------------Trijntje Blok, thans te Utrecht bij Rijksen, Nicolaasweg, voor zeven gulden per week besteed, levenslang uit het fonds te onderhouden.----------------------------------------------------Zoo Antje Blok, door voortdurende ongesteldheid, niet in staat is in haar onderhoud te voorzien, haar zoo zij ongetrouwd is, te ondersteunen. ---------------------------------------------Voor Geertje Ples, zoolang zij te Meerenberg verpleegd moet worden honderd tachtig gulden.------------------------------------------------------------------------------------------------------aan den Godsdienstonderwijzer, werkzaam in de inrichting tot geven van godsdienstonderwijs, zoo hij iemand in huis wenscht te nemen, om hem daarin behulpzaam te zijn, jaarlijks duizend gulden.--------------------------------------------------------------------------------------------aan bovengenoemden Godsdienstonderwijzer, zoo hij zijne betrekking wenscht neder te leggen, jaarlijks vijftien honderd gulden.--------------------------------------------------------------Zoo na onderzoek blijkt, dat de Heer S. Snoeck te Berlicum, ondersteuning behoeft, is het mijn verlangen hem dit uit het fonds verstrekt zal worden.-----------------------------------------De Rijksbelastingen, dijk en polderlasten, assurantiën der vaste goederen, benevens kosten van onderhoud dier perceelen, van de grafkelders op de begraafplaats en alle andere uitgaven van welken aard ook, uit deze administratie voortvloeiende, verlang ik uit de rente van dit fonds betaald zullen worden.----------------------------------------------------------------------------Zoo er belangrijke herstellingen aan het eertijds door mijne zusters en mij bewoonde huis, of aan de inrichting tot het geven van Godsdienstonderwijs noodzakelijk zijn, verlang ik de Hr. D. of J. van der Molen, wonende in de Midden-Beemster daaromtrent geraadpleegd zal worden.-----------------------------------------------------------------------------------------------------Zoo de inkomsten van het fonds het toelaten en het stedelijk Bestuur van Enkhuizen, daartoe gronden wil afstaan, zal men kunnen overgaan tot het bouwen van arbeiderswoningen.-------Elke woning van behoorlijke grootte en ruimte, met drie dubbele slaapplaatsen en voldoende regenwaterbak. Deze woningen voor lage prijzen te verhuren aan gezinnen die door duurzame arbeidszaamheid en goed gedrag, boven anderen uitmunten.--------------------------Omtrent het besteden der rente van dit fonds, verzoek ik de Heeren G.Wendelaar en W.Lakenman, voor hunne opvolgers zoodanige bepalingen te maken, als volgens hun oordeel noodig en nuttig zijn kunnen.---------------------------------------------------------------------------Alsmede aan hunne opvolgers de verplichting op te leggen jaarlijks rekening en verantwoording van hun gehouden bestuur te doen aan diegenen, die volgens het oordeel dier beide Heeren daarvoor de geschikte persoonen zullen zijn; Het Stedelijk Bestuur, verzoek ik daarvoor niet in aanmerking zal komen. Dat die gezegde rekening ten bewijze van goedkeuring voor gezien geteekend en daarvoor als vacatiegeld, ten laste van het fonds zullen genieten ieder dertig gulden.---------------------------------------------Als administrateuren en beheerders van dit fonds verzoek ik de Heeren G.Wendelaar en W.Lakenman ieder voor zich jaarlijks twaalf honderd gulden af te zonderen, benevens reis en verblijfkosten.----------------------------------------------------------------------------------------------

STICHTINGSAKTE M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 12 De heer W.Lakenman als beheerder van de inrichting tot het geven van Godsdienstonderwijs en het huis in de Westerstraat, alwaar de naaischool gehouden wordt, jaarlijks acht honderd gulden en als beheerder van het eertijds door mijne zuster en mij bewoonde huis twee honderd gulden.------------------------------------------------------------------------------------------------Geteekend M.M.Snouck van Loosen . Geregistreerd en Z. Nog verzoek ik, dat jaarlijks, om de drie maanden, zal worden gegeven aan Naatje Gerus of Gerrits, honderd zes en vijftig gulden, thans wonende ten huize van de heer W.Stroeker, Anjelierstraat nr. 192 te Amsterdam, omtrent haar zijn inlichtingen te vragen aan Mejuffrouw M.E. Wijsman thans te Bussum.-------------------------------------------------------------Geteekend M.M.Snouck van Loosen. Geregistreerd en Z. II. Dit is mijne begeerte omtrent het fonds tot weldadige einden.----------------------------------Geregistreerd en Z. (Envelop waarin het sub 1 vermelde stuk volgens opgave van Lakenman is gevonden) III. Bepalingen omtrent het gebouw, ingericht tot het geven van Godsdienst-onderwijs en het huis in de Westerstraat: Overeenkomstig de begeerten van wijlen mijne geliefde zusters, waarmede mijne wenschen overeenkomen, bepaal ik dat: Voor het gebouw ingerigt tot het geven van Godsdienstonderwijs een kapitaal groot honderd duizend gulden 2½% ingeschreven zal worden in het Grootboek der Nationale Werkelijke Schuld. Het is daarbij mijn uitdrukkelijk verlangen dat de renten, noch een gedeelte daarvan nimmer gebruikt zullen worden tot tractementen, gratificatiën, of dergelijke einden, voor geestelijken of andere personen, inrichtingen, scholen, vereenigingen, leesbibliotheken enz. wat het ook zijn moge.-----------------------------------------------------------------------------------ten 1ste: Ik verlang dat genoemde gebouwen in denzelfde goede staat zullen gehouden worden waarin die zich thans bevinden en dat de Heeren Gebr. van der Molen omtrent belangrijke reparatiën geraadpleegd zullen worden; ------------------------------------------------2de: Wanneer de naai- en breischolen komen te vervalle, verlang ik dat dit huis door de Heeren Administrateuren in publieke veiling verkocht zal worden en de opbrengst bij het kapitaal voor het gebouw voor Godsdienstonderwijs gevoegd zal worden; ----------------------3de : Zoolang de kerkeraad en de leden der Commissie van toezigt op het Godsdienst-onderwijs, zich houden aan de bepalingen vervat in de aan hun, 11 December 1861, bij de oprigting gedane aanbieding, zal alles op denzelfden voet mogen blijven voortgaan.-----------------zoo zij hieraan niet in allen deelen voldoen, waarvoor ik verlang dat de beheerders zullen waken, alsdan is het mijn verlangen, dat alles even als vroeger blijve voortgaan, onder het bestuur van de beheerders;-------------------------------------------------------------------------------4 de: Ik verlang dat de Godsdienstonderwijzer S. Jongbloed, het bovengenoemde gebouw zal blijven bewonen, daarin evenals nu, werkzaam blijve en de zorg voor alles, evenals nu, op zich nemen zal. Dat hij voor zijne werkzaamheden zal genieten: vrije woning, vuur en licht, vrij zal zijn van alle rijksbelastingen, jaarlijks zal ontvangen even zoveel, als uit aanteekeningen zal blijken hij tot heden ontving en verzekerd, hij even als altijd getrouw aan zijne verplichtingen zal voldoen, dezelfde gratificatiën genieten zal en eene toelage ontvangen, tot aankoop van boekjes, tractaatjes enz. enz. ook als bewaarder van het huis, dagelijks schoonhouden, in een woord, alles, zoals hij vroeger heeft genoten, ook verlang ik dat, de som van honderd vijftig gulden. die jaarlijks door Heeren Kerkvoogden werden uitbetaald, hem in het vervolg door Heeren Administrateuren verstrekt zal worden; --------------------------------------

STICHTINGSAKTE M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 13 5 de: Wanneer de Godsdienstonderwijzer S. Jongbloed door zwakte of ouderdom buiten staat mogt worden zijne werkzaamheden te verrigten, zal het hem, zoo hij dit verlangt, vrijstaan eene Godsdienstonderwijzer, hetzij gehuwd of ongehuwd, bij zich in huis te nemen, die de geschiktheid heeft onder zijn toezigt de werkzaamheden te verrigten, mits deze, door de beheerders en den kerkeraad worden goedgekeurd;----------------------------------------------De belooningen zullen als dan met duizend gulden worden verhoogd en door de beheerders en S. Jongbloed naar evenredigheid worden verdeeld:----------------------------------------------6 de: Zoo de thans of later in het gebouw werkzame Godsdienstonderwijzers, hunne betrekking door ouderdom of zwakte niet langer kunnen vervullen, dan zal na getrouwe plichtsbetrachting, uit het door de Heeren W.Lakenman en G.Wendelaar beheerd wordend fonds, aan hen een pensioen van jaarlijks vijftien honderd gulden worden uitbetaald en zoo hij eene weduwe nalaat aan haar jaarlijks zes honderd vijftig gulden; --------------------------------------7 de: Wanneer iemand tot het geven van Godsdienstonderwijs in dit gebouw wordt aangesteld, ook in bovengenoemd geval, moet deze daartoe de bevoegdheid hebben en zich schriftelijk verbinden, in zijn onderwijs, niet te zullen afwijken van den Bijbel en het Evangelie te verkondigen, naar den leidraad van den Heidelbergschen Catechismus, alsmede, dat hij zorg dragen zal, door niemand anders dan door hem, aldaar onderwijs zal gegeven worden, onder welke vorm of benaming het ook zijn moge, alsmede dat hier niets aan worde toegevoegd, geene leesbibliotheek of iets dergelijks, wat het ook zijn moge; ---------------------------------8 ste: Ik verbied dat: dat iemand tot het geven van onderwijs in dit gebouw worde aangesteld, die zijne opleiding heeft genooten aan eene der Rijks Hoogescholen;-----------------------------9 de: Wanneer een Godsdienstonderwijzer voor dit gebouw moet worden benoemd en de beheerders, zich tot dusverre met den kerkeraad goed hebben kunnen verstaan, dan geef ik aan den beheerders het recht, iemand aan den kerkeraad voor te stellen en deze bij goedkeuring te benoemen; ----------------------------------------------------------------------------------------10 den: Ik bepaal dat: door de beheerders, aan den nieuw benoemden godsdienstonderwijzer, een tractement zal gegeeven worden, enigsints gevenredigt naar het thans genoten te weten: te beginnen met iets minder of geene gratificatie, en opklimmen bij getrouwe pligtsbetrachting; --------------------------------------------------------------------------------------------------------11 de: Ik benoem tot administrateuren en beheerders van het gebouw ingericht tot het geven van Godsdienstonderwijs en het huis in de Westerstraat de Heeren W.Lakenman en J. van der Molen Azn. te Beets en zulks onder de verplichtingen en bepalingen hiervoren door mij opgegeven en anderen die uit de aard van hun beheer voortvloeien.-------------------------------get. M.M. Snouck van Loosen , Geregistreerd enz..-----------------------------------------------IV. Dit is mijne begeerte omtrent het beheer der inrichting tot het geven van Godsdienstonderwijs en het huis in de Westerstraat.-----------------------------------------------------------------Geregistreerd en Z. enz.---------------------------------------------------------------------------------(Envelop waarin het sub III vermelde afschrift volgens opgave Lakenman is gevonden) V. Ik begeer dat, het door mij en mijne zusters bewoonde huis op den Dijk benevens stal en koetshuis aldaar zullen gesteld worden onder administratie van den Heer W. Lakenman met de verpligting om na zijn overlijden iemand in zijne plaats aan te stellen: -----------------------Ik verlang, mede overeenkomstig de begeerte mijner zuster dit huis zal worden ingericht tot bewooning voor zes of acht ongehuwde vrouwen of weduwen, uit den fatsoenlijken stand, geene kinderen ten hare laste hebbende. Dat zij bij het betrekken dier wooning, duizend

STICHTINGSAKTE M.M.SNOUCK VAN LOOSEN - 14 gulden aan den heer Lakenman overhandigen zullen, terwijl door hem aan ieder dier bewoonsters jaarlijks drie honderd gulden zal uitgekeerd worden; --------------------------------Verdere bepalingen en beschikkingen laat ik aan de goede zorgen van den heer Lakenman over.---------------------------------------------------------------------------------------------------------Het koetshuis en de stal verlang ik ingerigt zullen worden tot eene of twee geschikte arbeiderswooningen.--------------------------------------------------------------------------------------get. M.M. Snouck van Loosen, Geregistreerd enz. ------------------------------------------------VI. Dit is mijne begeerte omtrent het te voren door mijne zusters en mij bewoonde huis.-----Geregistreerd enz.----------------------------------------------------------------------------------------(Envelop waarin het sub V vermelde geschrift volgens opgave Lakenman is gevonden) VII. Omtrent de bij mijn overlijden bij mij in dienst zijnde dienstboden bepaal ik het volgende onder voorwaarde, - zij tot na de afdoening van mijnen inboedel in dienst blijven.----------Voor W. van Duijsen jaarlijks, zes honderd gulden, alsmede het door hem gebruikt wordend bed, met stroo, matras, beddekleed, twee wollen en eene katoenen deken.-----------------------Voor C.Jansen, voor elk jaar dat hij bij mij in dienst was, het aangevangene voor een geheel jaar te rekenen, de som van honderd gulden.----------------------------------------------------------Voor ieder der vrouwelijke dienstboden voor elk jaar dat zij bij mij in dienst waren, het aangevangene voor een geheel jaar te rekenen, de som van honderd gulden, alsmede het door haar gebruikt wordend bed, met stroomatras, beddekleed, twee wollen en een katoene deken.-------------------------------------------------------------------------------------------------------Zoo er drie vrouwelijke dienstboden bij mij in dienst zijn moet voor het derde bed, dat met looze tijk overtrek gegeven worden, dat in het kamertje beneden is.------------------------------Daarbij eene stroomatras, beddekleed, twee wollen en eene katoene deken, van de .....dekens in de koffers op de kleerzolder;-------------------------------------------------------------------------Voor J. Mol de som van driehonderd gulden onder voorwaarde hij tot na de verkoop van Streeklust in dienst blijven zal;--------------------------------------------------------------------------Voor C. de Jong vijftig gulden onder dezelfde voorwaarde.---------------------------------------get. M. M. Snouck van Loosen. Geregistreerd en Z. ----------------------------------------------