You are on page 1of 4

Zo werd het Snouck van Loosen Fonds , het enorme fortuin verkregen met de handel in slaven vanuit Enkhuizen

door middel van de West-Indische Compagnie en de particuliere handel (uitrusten van eigen slavenschepen), in handen gegeven van enkele families (Lakenman, Wendelaar en Van Leeuwen) als beheerders, die echter als eigenaren van dit Fonds optraden. Het besturen van het Snouck van Loosen Fonds gebeurde dusdanig slecht en onverantwoord, dat van dit eens machtige miljoenen fonds alleen nog een papieren belegging is overgebleven.

2 M.A. van Leeuwen (1873-1949)

Belangrijke momenten in deze afbraak: Beheerder Lakenman heeft met de bouw, de inrichting en de exploitatie van het Snouck van Loosen Ziekenhuis in het begin van de 20e eeuw heel veel geld uit het Fonds weggesluisd. Dit prestige project was nodig omdat zijn vrouw Maria Alida Huffmeijer voorzitter was van een Comité tot stichting van een ziekenhuis in Enkhuizen.
1 Het comité - Mevr. Lakenman in het midden

Marinus Adrianus van Leeuwen gehuwd in 1902 met Theodora Lakenman dochter van Wander Lakenman en Maria Alida Huffmeijer. Directeur van Wed. S. Lakenman en zoons Bank te Enkhuizen 1905-1936 en Commissionair in Effecten 1936-1949. Na het Snouck van Loosen Park en het ziekenhuis had de heer Wander Lakenman bijna genoeg eer en aanzien opgebouwd en vergrootte hij zijn macht als directeur bij de bank met de naam Weduwe S.Lakenman & Zoons Bank te Enkhuizen. Hij benoemde rond 1907 als zijn opvolger zijn schoonzoon Marius Adrianus van Leeuwen (1873-1949) tot Beheerder van het Snouck van Loosen Fonds, die trouwens tot 1936 ook Directeur van bovengenoemde bank was. Deze Van Leeuwen heeft in 1947 zijn zoon Wander tot opvolger benoemd en vanaf 2000 is diens zoon Wander Frederik van Leeuwen (1941) de huidige beheerder. De familie Wendelaar zit ook al generaties in het beheer van het Fonds, maar beschouwt het meer als een prestige kwestie en laat normaal de zakelijke kant over aan de Van Leeuwen-familie . Wat gebeurde er nog meer onder het bestuur van Lakenman en Van Leeuwen? De economische crisis van de jaren dertig in de 20ste eeuw betekende het einde van de industrie in Enkhuizen. Deze bedrijven hadden een groot deel van hun geldmiddelen en kredieten toevertrouwd aan de N.V. Wed. S. Lakenman en Zoons Bank.

Dit was tegen de uitdrukkelijke wens van de erflaatster, die in haar testament had laten vastleggen dat het Fonds nimmer gebruikt mocht worden voor ‘stedelijke uitgaven, gebouwen of inrichtingen’. Twijfel over de integriteit van dat ziekenhuisproject wordt gevoed door het feit dat het een initiatief was van de echtgenote van Lakenman, toen nog beheerder van het Fonds.

In 1936 ging Lakenmans Bank ten onder in een faillissement, naar de mening van de aangestelde bewindvoerders door ONVOORZICHTIGE en ONREGELMATIGE kredietverlening. Niet alleen de grotere industriële bedrijven, maar ook de kleinere en vele andere belanghebbenden, waaronder duizenden gewone spaarders, werden hierdoor ernstig gedupeerd. De nasleep van deze "krach" was voor Enkhuizen rampzalig. Alle grote industrieën gingen ten gronde; alleen de papierwarenfabriek heeft zich weten te handhaven. Ondanks zijn betrokkenheid als directeur bij het BANKROET van zijn bank was Van Leeuwen van 1936-1949 gewoon weer commissionair in effecten en werd hij door niets en niemand gehinderd (ook niet zijn eigen geweten) om als Beheerder voor een miljoenenfonds op te treden. Daarmee was de grondslag gelegd voor verder slecht bestuur en de ondergang van het Snouck van Loosen Fonds. Artikel 7 Snouck van Loosen Fonds: “….een beheerder die de bevoegdheid tot beschikking over of beheer van zijn eigen vermogen verliest, treedt van rechtswege af, zonder dat daartoe eenige akte vereischt wordt. Een gewezen beheerder kan niet opnieuw tot beheerder worden benoemd”. De controle van het Fonds was volgens het testament in handen van de Accountantsdienst van de Provincie Noord-Holland gegeven, maar werd de laatste 50 jaar in het geheel NIET meer uitgevoerd omdat gebleken was dat vroegere controles alleen maar bestonden uit het ontvangen van een jaarrekening waaraan geen goedkeuring kon worden gegeven ook al "omdat men geen zicht had op wat er werkelijk in dit Fonds omging ". In feite is er dus NOOIT controle op de handel en wandel van de Beheerders geweest!

3 Beheerder Wander van Leeuwen verkoopt laatste prestige project: het Snouck van Loosen Park -1977

SUBSIDIE VOOR BEJAARDENHUIS

De beheerders van het Fonds kwamen in steeds grotere problemen en in 1980 werd aangeklopt bij de Provincie Noord-Holland om subsidie te verkrijgen voor het openhouden van het bejaardenhuis. Deze subsidie werd verstrekt maar werd buiten de boeken van het Fonds gehouden. Ook de beloningen van de Beheerders werden opgevoerd als managementkosten. In 1996 besloot de Provincie het huis te sluiten en de subsidie te beëindigen. De laatste dames vertrokken naar een plaatselijk tehuis. Beheerder Wander van Leeuwen heeft met de hulp van zijn advocaat gepoogd om een afkoopsom (een gouden handdruk) van de Provincie te verkrijgen maar dat is mislukt.
Sindsdien staat het huis leeg ……………..

In tegenstelling tot wat door de Beheerders geregeld wordt beweerd, n.l. dat de familieleden proberen de erfenis in handen te krijgen en te verdelen, is het de begeerte van de belanghebbende Van Loosenafstammelingen (Erven Van Loosen) om het eens zo krachtige Fonds weer volop tot leven te brengen, de (overgebleven) eigendommen waardevol te gebruiken, het cultuurbezit (de familieportretten) terug te vorderen en weer bij elkaar te brengen, de Beheerders verantwoordelijk te houden voor hun wanbestuur en om aan de werkelijke doelstellingen volgens de wil van Margaretha Maria Snouck van Loosen met kracht te werken.

Snouck van Loosen, Margaretha Maria (1807-1885)

pagina 1 van 2

Historici.nl > Onderzoek > Publicaties > Snouck van Loosen, Margaretha Maria (1807-1885)
© DVN, een project van Huygens ING en OGC (UU). Bronvermelding: Snouck van Loosen, Margaretha Maria, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. URL: http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/Snouck [21/01/2013]

SNOUCK VAN LOOSEN, Margaretha Maria (ged. Enkhuizen 6-9-1807 – gest. Enkhuizen 3010-1885), stichteres van het Snouck van Loosenfonds. Dochter van Samuel Snouck van Loosen (1766-1839), luitenant-ter-zee, koopman, en Cornelia Petronella van Loosen (17721846). Margaretha Snouck van Loosen bleef ongehuwd. Margaretha Maria is vooral bekend geworden vanwege haar nalatenschap. Ze was de jongste van de zes dochters van het echtpaar Snouck van Loosen. Haar vader was afkomstig uit Leiden en heette eigenlijk Samuel Snoeck. Toen hij in 1793 trouwde met Cornelia Petronella van Loosen kocht hij de familienaam van zijn vrouw erbij. Haar moeder was een telg uit een gerenommeerd en welgesteld Enkhuizens koopmans- en regentengeslacht, waaruit ook bewindhebbers van de VOC en WIC kwamen. Het gezin Snouck van Loosen woonde in een kapitaal pand aan de Dijk in Enkhuizen. Van Margaretha’s vijf zussen zou er één jong overlijden (in 1811) en zouden er twee in het huwelijk treden (1828, 1835). Na de dood van haar vader in 1839 en haar moeder in 1846 bleef Margaretha in het huis aan de Dijk wonen met haar twee ongetrouwde zusters, Anthonia Meynoutje (1795-1875) en Arnoldina Ursula (1803-1876). Voor zover bekend hielden de zusters zich vooral bezig met allerlei maatschappelijke werkzaamheden in Enkhuizen. Zo stichtten ze aan de Breestraat een ‘inrichting tot het geven van godsdienstonderwijs’ – aldus de formulering in Margaretha’s testament – en in 1862 aan de Westerstraat een naaischool. In 1876 stierf Margaretha’s laatst overgebleven zuster, Arnoldina Ursula. Aangezien ook haar getrouwde zusters kinderloos waren overleden, was zij nu de laatste Snouck van Loosen en kwam het – zeer aanzienlijke– familievermogen in zijn geheel bij haar terecht. In Enkhuizen stond ze bekend als ‘de dame’. Margaretha Maria Snouck van Loosen stierf eind oktober 1885; ze was 78 jaar oud geworden. De nalatenschap Bij haar dood liet Margaretha Maria Snouck van Loosen een vermogen na van ruim acht miljoen gulden in waardepapieren en onroerende goederen. Bij (gesloten) testament legateerde zij tegen de twee miljoen aan individuele personen (enkele familieleden, vrienden, personeel) en instellingen, waaronder de naaischool en het schooltje voor godsdienstonderwijs. Opvallend is dat er legaten zijn voor de armen van zo ongeveer elke denominatie. Wat er na aftrek van de legaten en de kosten van de afwikkeling van het testament overbleef, was bestemd voor een op te richten fonds ‘tot weldadige doeleinden’. Dat fonds, zo bepaalde het testament, moest beheerd worden door twee commissionairs in effecten, Wander Lakenman (Enkhuizen) en Gerrit Wendelaar (Amsterdam). Deze heren waren bovendien, samen met mr. D. van Akerlaken (toen lid van de eerste Kamer), aangewezen als de executeurs van het testament. Gelet op de omvang van de erfenis hoeft het geen verwondering te wekken dat het testament van Margaretha Snouck van Loosen aangevochten werd, onder meer door de familie Snoeck. Dat had echter ook te maken met de wijze waarop de heren de ‘bereddering’ van de nagelaten boedel aanpakten. Lakenman en Wendelaar stelden zich op als erfgenamen, terwijl ze volgens

http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/Snouck

25-1-2013

Snouck van Loosen, Margaretha Maria (1807-1885)

pagina 2 van 2

het testament slechts executeurs en beheerders van het op te richten fonds waren. De Hoge Raad kwam er in 1893 aan te pas om dat nog eens te bevestigen. Er vonden ook andere onverkwikkelijke gebeurtenissen plaats rond de afwikkeling van het testament, zoals de klaarblijkelijk nogal overhaaste verkoop van de hele inboedel van Margaretha’s huis. Toch kwam in 1890 het Snouck van Loosenfonds tot stand, dat volgens de stichtingsakte recht had op de resterende circa zes miljoen gulden uit de nalatenschap. Eveneens volgens wens van Margaretha Snouck van Loosen werd haar woonhuis aan de Dijk in 1893 ingericht als huis voor alleenstaande vrouwen ‘uit de fatsoenlijke stand’, dat als bejaardenhuis tot 1998 dienst zou blijven doen. De‘inrichting’ voor godsdienstonderwijs heeft waarschijnlijk niet lang meer bestaan en de naaischool werd in 1929 een Vrouwen Arbeidsschool. Een blijvende bijdrage van het Fonds aan de stad Enkhuizen is het Snouck van Loosenpark. Ook dit is de realisatie van een wens van Margaretha Snouck van Loosen, namelijk dat het Fonds arbeiderswoningen ‘van behoorlijke grootte’ zou bouwen (De Vries en De Vries, 55). In 1895 werd de eerste steen gelegd voor de vijftig in een park gesitueerde woningen. Bij de officiële opening in 1897 werd een ‘Snouck van Loosenpark-mars’ ten gehore gebracht. Ten slotte kreeg Enkhuizen in 1900 een ziekenhuis, gefinancierd door het Snouck van Loosenfonds. Het is de vraag of dit in lijn was met de wensen van de erflaatster, die in haar testament had laten vastleggen dat het Fonds nimmer gebruikt mocht worden voor ‘stedelijke uitgaven, gebouwen of inrichtingen’. Twijfel over de integriteit van dat ziekenhuisproject wordt gevoed door het feit dat het een initiatief was van de echtgenote van Lakenman, toen nog beheerder van het Fonds. Hoe dat ook zij, het Fonds verarmde in de loop van de twintigste eeuw en in 1960 werd het ziekenhuis verkocht. In 1977 deed het Fonds het Snouck van Loosenpark voor drie miljoen gulden over aan de gemeente Enkhuizen. Het Park, dat te boek staat als een van de vroegste sociale woningbouwprojecten en in 1981 rijksmonument werd, is in 1983-1984 geheel gerenoveerd. De woningen in het Park zijn later verkocht aan een woningbouwcorporatie. In de jaren negentig van de twintigste eeuw lag het beheer van de Stichting Snouck van Loosenfonds in handen van W. van Leeuwen, aangetrouwde familie van Lakenman, en nog steeds een Wendelaar (derde generatie). De door Margaretha Snouck van Loosen gewenste ‘weldadige doeleinden’ waren echter op de achtergrond geraakt. In 1999 verenigden de Erven van Loosen zich ‘om te komen tot redding en eerherstel van het fonds Snouck van Loosen’ en de bedoelingen van de oorspronkelijke erflaatster weer inhoud te geven. Volgens hen was het Fonds verworden tot ‘een waardeloos beleggingsfonds’.Zo was de geest van Margaretha Maria van Loosen geleidelijk teloorgegaan. Een poging om van haar voormalige woonhuis een stadsmuseum te maken strandde in 2005 op gebrek aan gemeentelijke middelen. Feit blijft dat haar naam, of ten minste die van haar familie, nog zeer aanwezig is in Enkhuizen: het Park, het Fonds en haar huis aan de Dijk zijn alle getooid met de naam Snouck van Loosen. Zelfs is er nog een Stichting Snouck van Loosen Inrichting voor Godsdienstonderwijs. Naslagwerken NNBW. Literatuur • Nederland’s Patriciaat (1953) 254-255. • Maurice M. de Wolf en Marian Watts de Wolf, ‘Het Enkhuizer regentengeslacht Van Loosen en aanverwante geslachten (vervolg en slot)’,De Nederlandsche Leeuw (1971) 302-324, aldaar 305-309. • E.C. de Vries en H.G. de Vries, Enkhuizer wetenswaardigheden (Zaltbommel 1994) 50-54, 55-67, 68-77 [over resp. de stichting, het park en het ziekenhuis]. • R.E.O. Ekkart, ‘De schilderijenverzameling Snouck van Loosen’,Steevast. Jaaruitgave Ver. Oud Enkhuizen (1998) 4-11. • Op diverse internetsites is veel te vinden over de familie (Snouck) van Loosen (o.m. de tekst van Margaretha’s testament), over het Fonds en over de meer recente gang van zaken. Illustratie Portret geschilderd door J.A. Kruseman, 1850 (Stichting Snouck van Loosen, Enkhuizen). Uit: De Nederlandsche Leeuw 88 (1971) t/o 308. Redactie laatst gewijzigd: 21/01/2013 reactie

http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/Snouck

25-1-2013