1

2

Wat is jou mentale erfenis?

Taakoriëntatie (of 'mastery'-oriëntatie): Wanneer een sporter taakgericht is, is het succes van de sporter gebaseerd op de ervaring van persoonlijke vooruitgang. Deze atleet vergelijkt zijn succes met zijn vorige prestaties en is dus zelfreflecterend. Kenmerkend voor deze vorm van doeloriëntatie is: plezier in het uitvoeren van de taak zelfvertrouwen hoge inzet weinig behoefte aan vergelijking van de prestaties met andere sporters 2. Ego-oriëntatie (of 'performance' oriëntatie): Sporters met deze vorm van doeloriëntatie zijn vooral bezig met het demonstreren van hun vermogens in vergelijking met anderen. Het succes van de sporter wordt gekenmerkt door het verslaan van de tegenstandrs. Kenmerken van ego-oriëntatie zijn: plezier in resultaat onzekerheid alleen hard werken als het niet anders kan

Zowel de trainer als de ouders vormen een rolmodel voor de kinderen Maar de mensen waar ze het meest van leren zijn de ouders. Een kind leert zowel van verbaal als non-verbaal gedrag. Kinderen leren meer van een voorbeeld dan van instructies! Let dus ook op non-verbaal gedrag!

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

Sociaal-emotionele ondersteuning: een kind moet altijd onvoorwaardelijk terug kunnen vallen op de ouders! Zowel de trainer als de ouders vormen een rolmodel voor de ouders. Maar de mensen waar ze het meest van leren zijn de ouders. Een kind leert zowel van verbaal als non-verbaal gedrag. Kinderen leren meer van een voorbeeld dan van instructies! Let dus ook op non-verbaal gedrag!

18

Antwoord: zelfregulatie

20

21

Welke rol heb je als ouder bij het stellen van die doelen en het geven van feedback? (ouder moet onvoorwaardelijke steun bieden aan het kind).

1. Helpen mag, maar maken niet. Dat lost het probleem niet op. 2. Negatieve wedstrijdresultaten bespreken

24

25