You are on page 1of 11

Basisplan

Les: Student: Bron/Methode: Handvaardigheid – tekening maken in tweetallen Rabia Oner klas: 1B Stageklas: 5/6 Bron gebruikt: Beeldonderwijs en didactiek, B. Schasfoort Noordhoff Uitgevers B.V. april 2008.

Datum: Betekenis Wat zijn de inhouden en associatiemogelijkheden?

20- 3 - 2014
De kinderen gaan gezamenlijk in tweetallen (groepje) nadenken over hoe ze de tekening vorm willen geven. (coöperatieve werkvorm: denken-delen-uitwisselen). Ze weten hoe ze hun eigen tekening vorm willen geven. Ze leren over de plaatsing van figuren. Ruimte/techniek (samen één tekening maken, hoe ga je het blad verdelen?) - Kleur (wat voor kleuren ga je gebruiken? felle, contrasterende kleuren) A3 papier Kleurstiften Scharen Kleurpotloden Kinderen ervaren mogelijkheden van kleurgebruik. Ik laat een aantal verschillende voorbeelden zien van “gekke” dieren en mensen (verschillende stijlen) in foto’s . Zo kunnen de kinderen inspiratie opdoen voor een dier of mens die ze willen maken. -

Vorm Met behulp van welke beeldaspecten kunnen de inhouden vorm krijgen? Materiaal Welk materiaal is daarvoor geschikt, welke mogelijkheden biedt het? Beschouwing Vanuit welke beelden kan het kind betrokken worden bij het onderwerp?

Onderzoek Hoe kan het kind materialen en beeldende aspecten verkennen?

1. De kinderen leren dat je bij het samenwerken aan een tekening goed op moet letten dat je het blad eerlijk verdeelt. 2. De kinderen ervaren dat je afhankelijk van elkaar bent zijn als je een tekening deelt. Ze leren te ontwerpen. De kinderen hebben al vaker getekend/gekleurd maar niet met z’n tweeën aan één tekening. De kinderen kunnen het volgende proces volgen: Bedenk met je groepsgenoot wat voor dier/mens jullie willen creëren Neem een a 3 vel papier. Verdeel het papier in twee delen Spreek af wie wat doet; de een doet de onderkant en de ander de bovenkant . trek lijnen waar de ander verder moet Knip het in twee delen Maak jouw deel van de tekening Klaar? Samenvoegen van de twee delen d.m.v. plakbandje aan de achterkant

Werkwijze Welke aanwijzingen over gebruik van materiaal en gereedschap, en welke vaardigheden?

-

Reflectie

?

Naam student : Rabia Öner Stageschool : Basisschool de Mijlpaal Naam praktijkbegeleider : Yvonne Verheijke Datum : 20 3 2014

klas : P13EHV1b groep : 5/6 aantal leerlingen : 24 leerlingen

Vak- /vormingsgebied : beeldende vorming Onderwerp / thema van de lesactiviteit: dier/mens tekenen in tweetallen Persoonlijk leerdoel
Jouw eigen leerdoel(en).

Ik wil de kinderen laten ervaren hoe het is om met z’n tweeën aan 1 tekening te werken en daarom dus afhankelijk van elkaar te zijn. Ik wil er voor zorgen dat er een ontspannen, veilige sfeer hangt in de klas waarbij de kinderen op een goede manier met elkaar kunnen samenwerken. Productdoel: Aan het einde van deze les hebben de kinderen in tweetallen een dier gemaakt. Ze kunnen aan het einde van de les reflecteren op de samenwerking (hoe is die verlopen?) en op zichzelf (hoe heb ik me gedragen in de samenwerking?). Procesdoel: Tijdens de les leren de kinderen het verdelen van de opdrachten. De kinderen hebben al een vormgeving in gedachte en gaan aan de hand daarvan aan de slag. De kinderen leren omgaan met het verdelen van ruimte op een vlak. Ook leren de kinderen naar elkaar te luisteren (ze werken in tweetallen) en op een goede manier samen te werken. De kinderen hebben deze les nog niet eerder gedaan, de kinderen hebben wel al vaker getekend en gekleurd. De kinderen doet niet vaak aan beeldende vormgeving. De kinderen hebben nog niet eerder met deze werkvorm gewerkt. De tweetallen maak ik aan de hand van mijn groepstypering. Ik houd rekening met de groepsverhoudingen. Welke vriendjes en vriendinnetjes zijn er? Hen probeer ik zo min mogelijk bij elkaar te zetten zodat de kinderen ook eens met een ander kind aan de slag gaan.

Doelstelling / lesdoelen
- Productdoel: het resultaat dat na de les kan worden “beoordeeld” bijv. een knutselwerkje, concreet aangeven wat zij dan kunnen of gemaakt hebben - Procesdoel: geef concreet aan wat de kinderen tijdens de les moeten oefenen / ervaren. Observeerbaar tijdens de les.

Beginsituatie
Van de kinderen. Wat weten en kunnen ze al?

Leerinhoud / Lesinhoud Wat wil ik ze leren?
Beschrijving van de lesstof.

Tijd

Groeperingsvorm

Didactische werkvormen Wat doe ik? Bijv. voorlezen,
vertellen,uitleggen, gesprek leiden

Leeractiviteiten Wat doen de leerlingen?
Bijv. luisteren, experimenteren, verwoorden, verwerken

Onderwijs-en leermiddelen (wat heb ik nodig?)

Inleiding/Oriëntatie: • Introduceren Ik begin met het onderwerp niet bestaande gekke dieren/mensen. We gaan in tweetallen een tekening maken. Ik vertel de kinderen dat wij ook gekke dieren/mensen gaan maken. • Informeren Ik vertel de kinderen dat ze van te voren eerst moeten bedenken wat ze willen maken (dier? Mens?) Ik laat zien dat je er alle kanten mee op kunt. Ik laat een presentatie zien met verschillende afbeeldingen • Instrueren Ik leg de opdracht uit. De kinderen gaan in tweetallen aan de slag. Ik vertel ze dat het doel is dat ze fijn samenwerken en goed

5-6 min

Gezamenlijk

-

Vertellen Uitleggen Instrueren

-luisteren -vragen stellen

-

Digibord met dia presentatie A 3 vellen Kleurstiften Kleurpotloden Scharen Plankband

naar elkaar luisteren. Ik vertel ze dat ze eerst moeten beslissen in wat voor dier/mens ze willen maken en aan de hand daarvan gaan ze aan de slag. Bedenk met je groepsgenoot wat voor dier/mens jullie willen creëren Neem een a 3 vel papier.

Verdeel het papier in twee delen - spreek af wie wat doet; de een doet de onderkant en de ander de bovenkant . trek lijnen waar de ander verder moet Knip het in twee delen

Maak jouw deel van de tekening Klaar? Samenvoegen van de twee delen d.m.v. plakbandje aan de achterkant Kern/Uitvoering: • Observeren 40-45 min In tweetallen Begeleiden Rondlopen Verwerken Vragen stellen? Kleurstiften Kleurpotloden

Terwijl de kinderen aan het werk zijn loop ik rond om te kijken hoe het verloopt. Ik let op het samenwerken; gaat dat goed? En of zij ook echt aan één dier/mens werken. Ook bij verdelen van het papier let ik goed op; kunnen de kinderen dit eerlijk? • Begeleiden Ik begeleid waar nodig. Als kinderen het echt niet lukt om een dier/mens te bedenken kijken we samen even op de computer naar inspiratie. Ook bij het knippen begeleid ik kinderen. Ik help de kinderen verder in het creatieve proces • Afronden Ik vertel de kinderen op tijd dat we gaan stoppen. Eerst gaan we alle spullen opruimen; help elkaar ook met opruimen. De tekeningen verzamelen we voor op de grote tafel. Afsluiting/Nabeschouwing: • Nabespreken 5-7 min Gezamenlijk

-

Observeren

-

Scharen plakband

-

Gesprek leiden Vertellen Vragen stellen

-

Luisteren Verwoorden Presenteren

-

De door de kinderen gemaakte

We evalueren de les (doel). Hoe is het gegaan? Hoe ging het samenwerken? Was dat moeilijk met een knutselwerkje, en wat was er moeilijk of juist makkelijk aan? Ook bespreken we het samen werken aan één tekening? Lukte dit? Was het moeilijk om één blad te verdelen? • Beoordelen We gaan zoeken naar eventuele overeenkomsten en verschillen in het werk van elkaar. • Presenteren De tweetallen mogen naar voren komen en kort vertellen wat voor dier/mens het is geworden op hun tekening. De tekeningen geef ik een plekje in de klas.

-

Luisteren

enveloppen

Hoe bepaal ik of ik mijn doelen heb bereikt? Geef exact aan hoe je evalueert of je doelen zijn bereikt, hoe je evalueert en wat je evalueert Door aan het eind aan de kinderen te vragen hoe de samenwerking is verlopen kan ik bepalen of dat doel is behaald. Ook door tijdens het werken de kinderen te observeren kan ik dit al “checken”. Reactie van de student (eigen reflectie):

Ik kijk terug op een erg leuke, gezellige les. Er heerste een fijne sfeer en de kinderen waren lekker bezig. Ik twijfelde nog een beetje aan mijn tweetalsamenstellingen maar achteraf gezien ben ik erg blij dat ik daarvoor gekozen heb. Het verliep namelijk erg goed en de resultaten zijn heel erg leuk geworden. Ook de kinderen waren enthousiast; ze kwamen met de leukste ideeën. L. en T. (een combinatie waarvan ik erg

benieuwd was hoe dat zou gaan) vertelde me zelfs dat ze deze opdracht later ook nog eens zouden doen. Dat is natuurlijk heel erg fijn om te horen. Ik had alleen niet nagedacht over wat ze moesten doen wanneer ze klaar waren. Er waren namelijk kinderen tot op het laatste minuut bezig; maar er waren ook kinderen die eerder klaar waren. Ik heb ter plekke verzonnen dat ze er nog mochten maken of een eigen tekening. Er zijn een paar tweetallen geweest die er nog een gemaakt hebben, maar er zijn ook kinderen geweest die toen een eigen tekening maakten. Achteraf gezien zou ik dit de volgende keer anders aanpakken. Van te voren al iets achter de hand hebben bijvoorbeeld. Ik ben op tijd gestopt (ik heb de time timer ingezet zodat de kinderen konden zien hoelang ze nog hadden voordat alles opgeruimd was) zo hadden we de tijd om gezamenlijk naar de tekeningen te kijken. De tweetallen mochten om de beurt naar voren komen en vertellen wat ze hadden gemaakt. Ook dit was erg leuk; iedereen was benieuwd naar elkaars tekeningen. De tekeningen hebben een plekje in het lokaal gekregen.

Feedback van de praktijkbegeleider:

- Eens met de reflectie, leuke les en erg leuke resultaten - Wanneer ze eerder klaar zijn dan verwacht zou je kritischer kunnen kijken naar de afwerking van de tekening.

Zie bijlage voor 6 foto’s

In mijn lesvoorbereiding heb ik in de beginsituatie beschreven wat ik al weet van de kinderen en waar ik eventueel rekening mee moet houden tijdens de les. Op pedagogisch gebied houd ik rekening met de groepsverhoudingen tijdens het maken van de tweetallen. Ik kijk naar vriendjes/vriendinnetjes, die heb ik zo min mogelijk bij elkaar gezet zodat ze ook een keer met andere klasgenoten werken en niet altijd voor het “veilige/gezellige” gaan. Ik wil ze laten ervaren hoe het is om juist een keer met een kind te werken waar ze misschien niet zo veel mee hebben. In mijn lesdoelen (in basisplan duidelijker) kun je zien dat ik gebruik heb gemaakt van specifieke vak didactiektische aspecten. Zo gaan de kinderen bewust om met het indelen van de ruimte op het blad. Ook denken ze bewust na over de vormsoorten die ze willen gebruiken voor hun gezamenlijke dier. Ik ga bewust geen voorbeelden laten zien, zo kunnen de kinderen niet “afkijken” en geven ze er een geheel eigen draai aan. Ik ga ze wel inspireren door beelden te laten zien van “gekke dieren”. Deze werkvorm heb ik op de groep afgestemd door naar mijn kritische analyse te kijken en te bepalen wat deze groep nodig heeft. Ik wilde de kinderen eens met andere kinderen laten werken, de “drukkere, stoerdere” kinderen eens met de “stillere, rustigere” kinderen, de vriendjes en vriendinnetjes uit elkaar en ze eens laten werken met kinderen waar ze niet zo gauw voor zouden kiezen. Ook heb ik het zó bedacht, dat elk kind de ruimte krijgt zich beelden te ontwikkelen en te uiten. Ik heb bewust voor deze werkvorm gekozen omdat ik wil dat de kinderen sámen iets gaan creëren waar ze beiden evenveel bijdrage aan moeten leveren. De een kan bij deze opdracht niet minder doen dan de ander. De kinderen leren op deze manier ook hoe het is om samen te moeten werken, het blad te moeten verdelen, afspraken te moeten maken etc. Na de les gaan we terugblikken op de lesdoelen, onder andere het samenwerken. Hoe die is verlopen. Ook observeer ik hoe de kinderen om zijn gegaan met het vormgeven en verdelen van de tekening.