Economische Vooruitzichten Update

•• •• •• •• ereldconjunctuur laat barre winter achter zich W Opwaartse herzieningen groeiverwachtingen hand in hand met dalende inflatie Divergerend monetair beleid Fed en ECB Risico’s groeimarkten blijven latent aanwezig

Mei 2014

Wereldconjunctuur schakelt opnieuw versnelling hoger…
De wereldconjunctuur heeft de zwakke wintermaanden achter zich gelaten. In de VS steeg in maart het producentenvertrouwen zowel in de verwerkende nijverheid als in de dienstensector. Belangrijk voor de arbeidsmarkt was dat ook het vertrouwen bij de kmo’s toenam. Bijgevolg steeg de netto-banencreatie in maart opnieuw tot net onder 200 000, het gemiddelde peil van net voor de winterprik. Een bijkomende indicatie voor de gunstige arbeidsmarktontwikkeling is de schuchtere stijging van de participatiegraad. Die was de voorbije jaren trendmatig gedaald en was daardoor een drijvende kracht achter de sneller dan verwachte daling van de werkloosheidsgraad. Een aantal ontmoedigde werklozen schatten nu blijkbaar de arbeidsmarktvooruitzichten voldoende positief in om opnieuw op zoek te gaan naar een baan. Voor de Amerikaanse economie als geheel is dat goed nieuws. Het zou betekenen dat de Amerikaanse economie nog een hele tijd aan het huidige tempo kan voort-

groeien zonder gevaar voor oplopende inflatie. Dat zou op zijn beurt voor de Fed de ruimte creëren om haar eerste renteverhogingen later en minder fors uit te voeren. Ook in de eurozone zet het conjunctuurherstel zich voort. Een aangename verrassing was de inhaalbeweging die het Franse producentenvertrouwen in maart maakte. Daardoor sloot de Franse conjunctuur opnieuw wat nauwer aan bij het Europese peloton. Ondanks het wat zwakkere laatste cijfer, blijft ook de opwaartse trend van de Duitse Ifoindicator intact. Bovendien is het mogelijk dat de conjunctuur in de eurozone de komende kwartalen wat extra steun krijgt door het budgettaire beleid. De nieuwe regeringen in Italië en Frankrijk lieten weten dat ze de stimulering van groei zwaarder willen laten doorwegen ten opzichte van het tijdig behalen van hun budgettaire consolidatienormen. De Duitse regering is dat plan alvast niet ongenegen. Dat herinnert ons aan 2003, toen Duitsland en Frankrijk samen de normen van het Stabiliteitspact versoepelden om onder meer de gevolgen

van de Duitse Hartz-hervormingen op te vangen. In Duitsland was die strategie uiteindelijk een succes gebleken, maar de verzwakking van het Stabiliteitspact legde wel de basis voor de latere schuldencrisis in de eurozone. In Japan zal de economische groei in het tweede kwartaal allicht een stuk lager liggen dan in het eerste. Als gevolg van de btw-verhoging op 1 april hebben de Japanse consumenten immers een deel van hun consumptieuitgaven vervroegd. Om een herhaling van het scenario van 1997 te vermijden, toen een soortgelijke btw-verhoging de schuchtere conjunctuurherleving fnuikte, begeleidt de overheid ze nu met stimulerende budgettaire maatregelen. Bovendien verlaagt de gunstigere wereldconjunctuur nu het risico op een herhaling van 1997. Toen gooide immers de crisis van de Aziatische groeimarkten roet in het eten. Zo’n scenario zit er nu niet meteen aan te komen. De recentste Chinese conjunctuurindicatoren bevestigden ondertussen het beeld van een verzwakkende econo-

Onze webstek www.kbceconomics.be houdt u op de hoogte van alle analyses en vooruitzichten van de KBC-economisten.

Voor vragen i.v.m. de inhoud van deze publicatie kunt u terecht bij: Dieter Guffens (32) (0)2 429.62.87 E-mail: dieter.guffens@kbc.be Verantwoordelijke uitgever: Johan Van Gompel, Havenlaan 2, B-1080 Brussel Correspondentieadres & abonnementenbeheer: KBC Groep NV, GCE, Havenlaan 2, 1080 Brussel, E-mail: economic.research@kbc.be Deze publicatie komt tot stand op de Chief Economist Department van KBC Groep. Noch de mate waarin de voorgestelde scenario’s, risico’s en prognoses de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De prognoses zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies conform de Wet van 6 april 1995 inzake secundaire markten, het statuut van en het toezicht op beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs. KBC kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de juistheid of de volledig1 heid ervan. Alle historische koersen, statistieken en grafieken zijn actueel tot en met 10 april 2014, tenzij anders vermeld. De beschreven meningen en vooruitzichten zijn die zoals ze gelden op 10 april 2014.

Economische Vooruitzichten

Update

mische groei, maar blijven in de lijn van de verwachtingen. Indicatoren voor de industriële productie, kleinhandelsverkopen en investeringen illustreren het matigende groeimomentum. Het grootste probleem blijft dat de Chinese economie er niet in slaagt om het aandeel van de consumptie in het bbp op te krikken. In tegendeel, het aandeel van de investeringen blijft toenemen, en draagt zo bij tot de verdere opbouw van overcapaciteit. Na de matige groei van de wereldeconomie in het eerste kwartaal en de bewustwording op de financiële markten dat het met een eerste renteverhoging door de Fed niet zo’n vaart zal lopen, is een zekere rust teruggekeerd in de groeimarkten. Op korte termijn is dat goed nieuws voor de wereldconjunctuur, maar de onderliggende problemen zijn niet plots verdwenen. Zo blijft bijvoorbeeld ook na de overwinning van de Turkse regering bij de lokale verkiezingen het probleem van een te expansief budgettair en monetair beleid bestaan. Dat is de belangrijkste oorzaak voor het Turks extern tekort en maakt de economie kwetsbaar. Daarnaast blijven ook de politieke conflicten in Venezuela, Thailand en vooral in Oekraïne onopgelost.

… terwijl de inflatie blijft dalen
De hervatting van het wereldwijde conjunctuurherstel, dat geleid heeft tot opwaartse bijstellingen van groeiverwachtingen door onder meer het IMF, gaat gepaard met een gestage daling van de inflatie. In de VS, het VK en Japan bedraagt de inflatie op dit ogenblik slechts 1,1%, 1,7% en 1,5%. De neerwaartse uitschieter is de eurozone met een inflatie van maar 0,5% in maart. Dat is precies een kwart van de inflatiedoelstelling van de ECB op middellange termijn en baart de centrale bank behoorlijk kopzorgen. Er zijn echter goede redenen voor de wereldwijd lage inflatie. In de westerse economieën, met de eurozone voorop, is er immers nog altijd een grote hoeveelheid onbenutte productiecapaciteit. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in de hoge werkloosheidsgraad. De aanhoudende investeringsboom in China voegt daar nog extra capaciteit aan toe. De daling van de invoerprijzen zowel voor de VS als de eurozone zijn hiervoor een duidelijke indicatie. De dalende inflatie is in die context het marktmechanisme om de macro-economische vraag en aanbod opnieuw in evenwicht te brengen. De uitzonderlijke lage inflatie in de eurozone is dan weer te verklaren door de recente appreciatie van de euro ten

opzichte van de munten van de belangrijkste handelspartners. Sinds de zomer van 2012 is de euro handelsgewogen met meer dan 10% geapprecieerd. Volgens het inflatiemodel van de ECB zorgde dat ervoor dat de huidige inflatie zo’n 0,6 procentpunt lager ligt dan zonder die appreciatie het geval was geweest. Met andere woorden, wanneer we de impact van de wisselkoers van de euro buiten beschouwing laten, ligt de inflatie in de eurozone precies even hoog als de Amerikaanse.

Divergerend monetair beleid
De opwaartse druk op de euro zal de ECB er allicht toe aanzetten om haar beleid nog verder te versoepelen. Het meest voor de hand ligt een verdere verlaging van haar beleidsrente en, indien nodig, een kwantitatieve versoepeling door een grootschalig aankoopprogramma. Daartegenover staat de Fed, die langzaam maar zeker in haar verkrappingsmodus terechtkomt. Wanneer die anticipatie concreet wordt, zullen zowel de Amerikaanse als de Duitse obligatierentes stijgen. Als gevolg van de divergentie van het monetair beleid en van de inflatieverschillen zal het verschil in obligatierentes tussen de VS en Duitsland echter oplopen.
Dieter Guffens dieter.guffens@kbc.be

Recente appreciatie euro drukt inflatie
(jaarwijziging nominale effectieve wisselkoers in %) 20 15 10 5 0 -5 -10 -15 2000

Markten verwachten terugkeer naar 2%-inflatie pas in 2021
(verwachte inflatie in eurozone op basis van swaps, in %) 3 2,5 2 1,5 1 0,5 0

02

04

06

08

10

12

14

2015

16

17

18

19

20

21

22

23

24

2

Economische Vooruitzichten

Grafieken

Economische activiteit in OESO
(kwartaalwijziging op jaarbasis in %) 6 4 2 0 -2 -4 -6 -8 -10 2008 09 10 11 12 13 8 6 4 2 0 -2 -4 -6 -8 -10 -12 -4 2008 09 -1 -2 -3 2 1 0

(standaardafwijking van het LT-gemiddelde)

Vertrouwen G4

10

11

12

13

14

Bbp (reëel, linkse schaal) Voorlopende indicator (rechtse schaal)

Ondernemers Consumenten

(consumptieprijsindex, jaarwijziging in %) 6 5 4 3 2 1 0 -1 -2 -3 2008 09 10 11 12 OESO 13 14 25 2008 09 100 125 150

Inflatie

Grondstoffenprijzen
(januari 2008=100)

BBP (reëel)

Voorlopende indicator

75 50

10

11

12

13

14

VS EMU

Olie (brent, dollar per vat) Industriële metalen (Economist) Landbouw en voeding (S&P GSCI)

Renteverloop VS
(in %) 5 4 5 4

Ondernemers

Renteverloop EMU
(in %)

Consumenten

VS
3 2 1 0 2008

EMU

OESO
3 2 1 0 Olie (brent, dollar per vat) 14 2008 09

09

10

11

12

13

10

11

12

13

14

Obligatierente (10-jaar) Beleidsrente

Duitse obligatierente (10-jaar) Beleidsrente

Industriële metalen (S&P GSCI) Landbouw en voeding (S&P GSCI)
3

Economische Vooruitzichten

Tabellen

Reële bbp-groei
2014 2015 2014

Inflatie
2015 10-04-2014 +3m

Beleidsrentes
+6m +12m

VS EMU België Duitsland Ierland VK Zweden Noorwegen Zwitserland Slowakije Polen Tsjechië Hongarije Bulgarije Rusland Turkije Japan China Australië NIeuw-Zeeland Canada

2,7 1,2 1,2 1,9 2,1 2,5 2,5 2,4 2,1 2,0 2,8 1,5 2,0 1,8 0,9 1,2 1,6 7,5 2,8 3,0 2,0

3,0 1,7 1,6 2,2 3,0 2,2 2,9 2,6 2,2 3,0 3,4 2,5 2,0 2,5 1,8 3,8 1,3 7,0 2,9 2,8 2,3

1,5 0,8 0,9 1,2 0,9 2,3 1,6 1,9 0,2 0,8 1,4 1,0 0,7 -0,6 5,7 7,5 2,3 3,1 2,8 2,0 1,5

2,1 1,3 1,5 1,4 1,5 2,1 1,8 1,9 0,5 1,7 2,0 2,0 2,6 1,5 4,8 6,3 1,8 3,0 2,5 2,3 1,9

VS EMU VK Zweden Noorwegen Zwitserland Polen Tsjechië Hongarije Roemenië Rusland Turkije Japan China Australië Nieuw-Zeeland Canada

0,25 0,25 0,50 0,75 1,50 0,13 2,50 0,05 2,60 3,50 7,00 10,00 0,10 6,00 2,50 2,50 1,00

0,25 0,10 0,50 0,50 1,50 0,13 2,50 0,05 2,50 3,50 7,00 10,00 0,10 6,00 2,50 3,00 1,00

0,25 0,10 0,50 0,50 1,50 0,13 2,50 0,05 2,50 3,50 7,00 10,00 0,10 6,00 2,50 3,25 1,00

0,25 0,10 0,75 0,50 1,75 0,13 2,75 0,05 2,50 3,50 7,00 10,00 0,10 6,00 2,75 3,75 1,00

Wisselkoersen
10-04-2014 +3m +6m +12m 10-04-2014 +3m

Tienjaarsrentes
+6m +12m

USD per EUR GBP per EUR SEK per EUR NOK per EUR CHF per EUR PLN per EUR CZK per EUR HUF per EUR RON per EUR BGN per EUR RUB per EUR TRY per EUR JPY per EUR RMB per USD USD per AUD USD per NZD CAD per USD

1,38 0,82 8,98 8,22 1,22 4,16 27,42 305,42 4,46 1,96 49,16 2,92 140,70 6,21 0,94 0,87 1,09

1,35 0,82 9,00 8,20 1,23 4,15 27,40 305,00 4,45 1,96 49,00 2,90 143,10 6,02 0,88 0,82 1,12

1,33 0,81 8,90 8,00 1,25 4,12 27,20 305,00 4,45 1,96 50,00 2,85 143,64 5,98 0,87 0,82 1,12

1,25 0,80 8,80 7,80 1,30 4,05 27,00 300,00 4,45 1,96 52,00 2,80 137,50 5,90 0,86 0,78 1,14

VS Duitsland België Ierland VK Zweden Noorwegen Zwitserland Slowakije Polen Tsjechië Hongarije Bulgarije Rusland Turkije Japan China Australië Nieuw-Zeeland Canada

2,66 1,53 2,16 2,94 2,69 2,10 2,94 0,90 2,37 4,07 2,03 5,64 3,41 8,95 9,87 0,61 4,54 4,05 4,58 2,47

3,00 1,80 2,40 3,10 3,00 2,30 3,20 1,20 2,40 4,00 2,45 5,70 3,55 9,00 9,75 0,60 4,50 4,40 4,80 2,80

3,20 1,90 2,50 3,10 3,20 2,50 3,30 1,40 2,50 4,20 2,65 5,80 3,70 9,00 9,50 0,70 4,50 4,45 5,00 3,00

3,60 2,15 2,75 3,40 3,60 2,80 3,60 1,70 2,85 4,50 2,90 5,80 4,00 8,50 9,50 0,90 4,50 4,70 5,20 3,40

4

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful