You are on page 1of 11

Het script

De domme tovenaar

Gemaakt door: Lucas Bakker, Gerald Grobben, Teun Stevelink, Jolien Schopman, Inge Blokhuis, Nikki Benerink, Manel ten Thije

Rolverdeling: Domme tovenaar: Teun Bliksem: Nikki Bloem: Jolien De heks: Inge De fee: Manel Aladin: Lucas De prins: Gerald De prinses: Manel (bijrol) Scene 1: Locatie: In het bos, onder een paddenstoel. De kabouters zitten onder de paddenstoel. Bloem: Bliksem ga je mee spelen in het bos? Bliksem: Nee Bloem, ik heb geen zin. Ik ben echt veel te moe. Bliksem: Jij hebt nooit zin om iets leuks met mij te doen… De domme tovenaar komt boos en verdrietig het podium oplopen. Bliksem: Wees nu maar stil, ik wil graag slapen! Bloem: Maar we kunnen ook een spelletje doen in onze paddenstoel? Bliksem: Nee, ik ben zelfs te moe om een spelletje te spelen. Bloem: Of een mooie tekening maken? Bliksem: Wees nu maar stil bloem. Bloem: Nou dan ga ik wel alleen naar buiten. Bloem loopt naar buiten en komt de domme tovenaar tegen. Bloem: Wat is er met jou aan de hand, je kijkt zo verdrietig. DT: Ik heb iets doms gedaan. Bloem: Bliksem, kom eens uit je bed. De domme tovenaar wil ons iets vertellen. Bliksem komt slaperig uit de paddenstoel gelopen. Bliksem: Wat is er nu weer aan de hand, Bloem? Bloem: Luister nu even naar de domme tovenaar en doe nou eens een keer niet zo stom. Bliksem: Hmm ik zeg wel helemaal niets meer hier… DT: How, How, How, wordt nu niet boos op elkaar. Mijn probleem is al erg genoeg en ik hoef er echt geen ruzie van jullie bij…. Bloem: Je hebt gelijk, domme tovenaar. We zullen naar je luisteren. Toch bliksem? Bliksem: Oke dan bloem, ik zal ook even luisteren. DT: Nou ik zal het jullie vertellen. Ik ben namelijk de prins tegengekomen en wilde hem helpen om zijn prinses te verassen, maar ik heb per ongeluk iets weggetoverd. Bliksem: Dan tover je het toch weer lekker terug. DT: Ik had normaal gesproken meteen gezegd, geweldig plan. Maar…… ik weet niet wat het is en kan het dus niet terug toveren. Bliksem: En wat wil je dan nu van ons? Ik kan ook niet toveren hoor. DT: Nou weetje, ik liep een beetje door het bos en dacht ineens aan jullie. Misschien willen jullie mij helpen om een oplossing te zoeken? Bloem: Ja te gek, zeker doen we dat. Super leuk zelfs, ik help je heel graag domme tovenaar. Bliksem: Aaa moet dat! Ik heb hier helemaal geen zin in. Mag ik niet slapen Bloem, ik wil hier niet aan meedoen. Bloem: Ik vind dit wel gemeen van je Bliksem. De domme tovenaar heeft grote problemen en vraagt ons vriendelijk om hulp maar jij… Jij…. Jij doet alleen maar vervelend.

Bliksem: Ik heb hier gewoon geen zin aan, mag dat dan niet. DT: Jongens, jongens… Stop! Ik zei net ook al, maak nu geen ruzie. Bloem: Sorry domme tovenaar, ik wil je alleen maar heel graag helpen. En ik wil dit dan ook zo graag samen doen met jouw, bliksem. DT: Ik zou het fantastisch vinden, bliksem doe je mee? Bliksem: oke goed dan, maar verwacht niet te veel van mij. DT: Fantastisch, ik ben nu al trots op je. Bliksem: Nou, nou, we gaan niet overdrijven. Bloem: Je bent geweldig, ik wist wel dat je dit deed. Bliksem: Jaja, laten we dan maar meteen beginnen Bloem, dan kan ik weer slapen. Op naar de prins toch? DT: maar…. Wat gaan jullie daar dan doen. De prinses zal vast niet vrolijk zijn en de prins ook niet. Willen jullie daar wel heen dan. Bliksem: Ja ze zou toch iets moeten onderzoeken daar. Bloem: Inderdaad, wij moeten toch zien te achterhalen wat er dan is weggetoverd bij de prins. DT: Ge-wel-dig! Hoe kan ik jullie bedanken. Bliksem: wacht nu maar eerst af, voor je het weet is het niks en lig ik met 5 minuten al weer in bed te slapen. DT: Oke goed dan, daar heb je gelijk aan. Bloem: Laten we gauw gaan bliksem, er is geen tijd te verloren vandaag! Bliksem: Ja ik loop mee Bloem, maar we gaan absoluut niet rennen. Daar wordt ik zo ontzettend moe van. Bloem pakt de hand van Bliksem vast en lopen rustig van het podium af. DT schreeuwt nog na: doe vriendelijk tegen de prins. Bloem zwaait nog even naar de Domme tovenaar, voordat ze helemaal van het podium af is. DT: Wat een geweldige kabouters zijn het toch. Ik wou dat ik niet zo dom was. Ik snap helemaal niks meer van mijzelf. Hoe kan ik dit ooit goed maken met de prins. Wat heb ik nu gedaan…. Hij loopt denkend rond en sprint ineens in de lucht! DT: Ik heb het, ik weet het, ik weet gewoon weer wat ik heb gedaan!!! Ik moet erachteraan, ik moet achter de kabouters aan. De domme tovenaar rent het podium af. Scene 2: Locatie: Bij de prins thuis De kabouters bellen bij de prins aan. En de prins doet open. En nodigt de kabouters uit om naar binnen te komen. Prins: Hallo, wat doen ju… Bloem: Wat bedoel je precies? Prins: Ik kan mijn…. Bliksem: Jeetje wat is dit nu weer.. Bloem: Ik snap er niks meer van. Op dit moment komt de prinses in badjas oplopen. Prinses: Ja ik snap er ook al dagen niets van. Hij probeert mij elke keer iets te vragen, maar hij maakt zijn zinnen niet af.

Bloem: Dat is het dus!! Ik weet het!! Prinses: Oke, oke prima, genoeg gepraat ik ga naar de badkamer toe, want ik zie er nog uit als een slapende prinses. De prinses loopt het podium weer af. En daarna gaat de bel nog een keer. Bliksem: Ik doe wel open, ik kan toch geen oplossing bedenken. Bliksem doet de deur open. Bliksem: hallo domme tovenaar, wat kom jij nu weer doen. Het is hier allemaal heel vreemd hoor. Ik snap er niks meer van. DT: Laat me binnen, ik weet weer wat ik heb gedaan. Hij rent naar Bloem en de prins toe. DT: Ik weet het, ik weet het, ik heb de stem van de prins weggetoverd waardoor hij de zinnen niet kan afmaken. Bliksem: Ja daar waren we al wel achter hoor. Bloem: maar nu kun je de stem dus weer terug toveren! DT: ja, ja die spreuk heb ik! DT voelt in zijn zakken, en kijkt dan erg zoekend rond… Bliksem: Wat is er nu weer aan de hand DT: Ik ben bang dat ik de spreuk onderweg hier naar toe ben verloren. De DT begint weer te huilen… Bloem: Het komt wel goed tovenaar, wij gaan je helpen. Bliksem: Ik wil slapen…. Bloem: Niet zo zeuren bliksem, we gaan de tovenaar helpen. DT: Ik heb misschien wel iets wat jullie zou kunnen helpen. De DT geeft de kabouters een rugzak. DT: Dit is mijn magische rugzak. Hij kan jullie alles geven wat je nodig hebt. Daarvoor moet je wel een spreuk zeggen. Bloem: Wauw! Ik had altijd al willen toveren DT: Als je dus iets dus bijvoorbeeld trek hebt in een appel zeg je “Hakke Tak appel uit de zak” Maar zorg er wel goed voor, dat hij weer veilig bij mij terug komt. Bliksem: Nou dan zorg ik daar wel voor. DT: Super super super bedankt Bloem en Bliksem. Als ik jullie toch niet had. De kabouters gaan op pad en de tovenaar huppelt blij het podium af.

LIEDJE
Scene 3: Locatie: op weg en huisje van de heks. De heks loopt zoekend door het bos, op zoek naar lekkere dingen voor in haar spetterende soep. Ze verzamelt alle spulletjes in haar mand. Heks: Ik ben alleen nog opzoek naar een lekkere regenworm, voor in mijn spetterend soepje.

Ze blijft zoekend lopen, maar kan niks vinden, maar dan ziet ze opeens een raar ding in het bos liggen. Het lijkt op een blaadje. Heks: Wat is dit nu voor iets moois? Ze bekijkt het blaadje van alle kanten, en ruikt er ook aan. Heks: Wat een verrukkelijk geurtje. Mmmm wat zou dit lekker zijn voor in mijn spetterend soepje. Iedereen zou versteld staan van mijn soepje, mijn spetterend soepje. De heks loopt met al haar gevonden spulletjes het podium af. Als de heks het podium af is komen de kabouters op. Zij gaan op pad met de magische rugzak om te zoeken naar delen van de spreuk. Bloem: wauw, een avontuur, ik heb er zin in! En ook nog met een magische rugzak van de tovenaar waar we alles uit kunnen toveren dat we willen! Bliksem: Pff, ja het moet dan maar Bloem. Laten we dan maar snel op zoek gaan naar de spreuk zodat ik snel weer in mijn bedje kan kruipen. De kabouters lopen even rond over het podium. Bloem: Hey, ik zie daar wat! Het lijkt wel een huisje. Laten we even gaan vragen of degene die daar woont een deel van de spreuk heeft gevonden. De kabouters kloppen aan en de heks doet open. Heks: Hallo kabouters, wat doen jullie hier dan? Bloem: Wij helpen de tovenaar om een spreuk terug te vinden zodat hij de stem van de prins weer terug kan toveren. De spreuk is alleen in delen verspreidt over het bos. Heb jij misschien een stukje van de spreuk gezien? Bliksem: Zeg alsjeblieft dat je het hebt, want ik heb echt geen zin om nog verder te gaan zoeken. Heks: ik zou het niet weten. Ik heb wel iets raars in het bos gevonden net. Ik vond het er alleen zo spetterend uitzien dat ik het in mijn verrukkelijke soepje heb gedaan. ,Kom maar even binnen, dan kunnen jullie even kijken. De kabouters lopen met de heks mee naar binnen. Heks: Ik zocht een regenworm om in mijn soep te doen, maar die had ik niet meer. Dus heb ik dit stukje papier er in gedaan. De heks haalt een stukje papier uit de soep Bloem: JA! Dat is een deel van de spreuk. Oh heks, dankjewel! Bloem wil het stukje papier uit de handen van de heks pakken. Heks: Niet zo snel. Ik wil er natuurlijk wel wat voor terug. Bliksem: Nou, wat wil je dan? Heks: Ik wil graag een regenworm van jullie, zodat ik mijn soep klaar kan maken. Bloem en Bliksem gaan bij elkaar staan, een stukje weg van de heks. Bliksem: laten we gauw een regenworm uit de magische rugzak toveren, Bloem. Dan kunnen we meteen zien of het werkt.

Bloem: Hakke tak regenworm uit de zak. Bloem: Wauw, het werkt ook nog! Bliksem: oke, dit had ik niet verwacht Bloem. Bloem pakt de regenworm uit de rugzak en geeft die aan de heks. Bloem: Alsjeblieft, één regenworm. Heks: (kijkt een beetje verbaasd) Oh, oh, dankjewel. Nou dan mogen jullie het deel van de spreuk hebben. De heks geeft het deel van de spreuk aan de kabouters. Bliksem: Dankjewel heks. Kom Bloem, wij gaan er snel weer vandoor. De kabouters lopen van het podium af.

LIEDJE
Scene 4: Locatie: in het bos bij de fee De fee zit huilend op een steen met een hoedje op. De kabouters lopen er naar toe. De boze sjokt achter de blije aan. Ze blijven op een paar meter afstand stil staan.. Bloem: Bliksem, zie je ook waar dat hoedje van gemaakt is. Bliksem: Dat zal wel weer zo’n stuk uit de spreuk zijn die we nodig hebben. Bloem: Ja inderdaad dat denk ik dus ook! Bloem en Bliksem gaan dichter naar de fee toe. Bloem: Hee fee, hoe kom jij aan dat hoedje. Fee: Ik ben mijn eigen hoedje kwijt geraakt. Bliksem: Ja en toen…. Fee: Ik ben in het bos gaan zoeken en kwam een papiertje tegen. Daar heb ik toen maar dit hoedje van gevouwen. De kabouters lopen iets terug en gaan met elkaar overleggen. Bliksem: Mooi is dit, nu heeft ze een deel van onze spreuk! Bloem: Rustig maar, ik heb misschien wel een idee. Bliksem: Oke vertel Bloem. Bloem: Als we nu de spreuk gebruiken van de domme tovenaar en haar hoedje terug toveren. Bliksem: Maar ik ga niet weer toveren hoor Bloem! Dat moest ik net ook al bij de heks. Bliksem doet de rugzak af en geeft deze aan de Bloem. Bloem: Hakke tak hoedje uit de zak Bloem haalt het hoedje uit de zak. Bloem houdt het hoedje achter haar rug en Bliksem zet de rugzak weer op haar rug. Samen lopen ze weer naar de fee toe, met het hoedje achter de rug. Bloem: Fee kijk eens wat we voor je hebben.

Fee: Ik heb niet zoveel zin aan verrassingen nu. Ik wil alleen maar mijn hoedje. Bliksem: Nou dat komt dan goed uit Fee. Fee kijkt ineens heel opgewekt en vrolijk. Bloem haalt het hoedje achter haar rug vandaan en geef het aan de fee. Fee: Wauw ik had het nooit verwacht dat jullie deze zouden terugvinden. Hoe kan ik jullie bedanken. De fee zet haar hoedje op en wil het papieren hoedje weggooien. Bloem en Bliksem: NEEEEEEEE Fee geschrokken: wat is er.. Ik heb toch niets verkeerd gedaan.. Bliksem: Wij hebben dat hoedje nodig. Fee: maar wat willen jullie met een oud vies papieren hoedje uit het bos? Bloem: Wij zijn de prins aan het helpen. De domme tovenaar heeft zijn stem weggetoverd waardoor de prins geen zinnen af kan maken. Bliksem: Ja van mij hoefde dit allemaal niet hoor Fee, ik lag lieven in mijn warme paddenstoel. Fee: Maar dit is geweldig dat jullie dit doen. Mag ik niet helpen. Bloem: Tuurlijk, alleen maar fijn dat je zou willen helpen. Bliksem: Jaa mag ik dan weer naar bed? Bloem en fee: Nee, ook jij gaat mee! Bloem en de fee lopen blij het podium af en Bliksem sjokt er sloom achteraan. Scene 5: Ondertussen bij de prins thuis De prins zit huilend in de stoel. En de Domme tovenaar loopt moedeloos rond en weet zich geen raad meer. DT: Ik weet het echt niet meer prins. Ik heb veel vertrouwen in de kabouters, maar denk eerlijk gezegd niet dat ze dit gaat lukken. Prins: Ik denk he…. DT: Wat bedoel je, denk je het wel of niet? Prins: Ik denk he… Domme tovenaar loopt nog wanhopiger rond.. DT: Oh nee, wat heb ik gedaan, dit kan echt niet verder zo. Wat ben ik dom, dom, dom. Prins: Je kan e… DT: Ik weet het wel, ik kan er ook wel wat aan doen, maar ik weet gewoon niet wat. Prins: Ik heb ve… DT: Ve, wat? Hoofdschuddend loopt de domme tovenaar rond DT: tuurlijk kun je dan niet uitleggen. Tuurlijk kun jij geen zinnen afmaken en tuurlijk heb ik dat weer gedaan. Wat ben ik dom, dom, dom. Prins: Het komt g… DT: Het zal wel nooit goedkomen. Wat kan ik nog voor je doen hier Prins? Prins? Prins: Wil je ete… DT: Of ik eten wil maken voor je?

De prins knikt heeel overdreven ja. DT: Tuurlijk doe ik dat, mag ik ook blijven eten. Weer knikt de prins heel overdreven ja. DT: Super idee, zullen we samen gaan koken in je mooie grote keuken . Prins: ja ik loo…. Samen lopen ze het podium af. Scene 6: Locatie: In het bos bij Aladin Aladin: ..Waarom kan ik nu niet wegvliegen.. (mompelend zeggen) De kabouters en de fee komen het podium oplopen en zien Aladin. Ze zien dat Aladin aan het mopperen is. Ze kijken elkaar aan. Bliksem: Waar heeft hij last van dan? Bloem: Ik weet het niet, hij kijkt een beetje verdrietig. Fee : En het lijkt wel of er iets aan de hand is met Aladin. Bliksem: Vraag dan wat er is. Bloem: misschien is het een goed plan dat jij dat eens gaat doen Bliksem, je weet maar nooit wat Aladin zou gaan doen. Fee: Nou bloem, ik ben het helemaal met je eens. Ik… ik… durf het eigenlijk niet… Bliksem: Nou oke, dan vraag ik het wel, bangeriken. Bloem: Wacht Bliksem, misschien moeten we een plan bedenken voor als hij iets gevaarlijks gaat doen. Fee: Ja dat lijkt mij ook goed. Straks doet hij je iets aan Bliksem. Bliksem: ach dat zal toch allemaal wel mee vallen. Fee: nou toch lijkt het me beter als we een plan bedenken, gewoon voor de zekerheid. Bliksem: Heb jij een idee dan Fee? Fee: Misschien kunnen we dan met je meelopen, en achter je gaan staan. Als hij dan gevaarlijk doet kunnen wij jouw snel te hulp schieten. Bloem: Super idee, geweldig zelfs. Ik vind het een goed plan, en jij Bliksem? Bliksem: ik vind het ook wel prima. Ik heb volgens mij toch weinig inbreng. Fee: Nou top idee dus, laten we er op afgaan. Aladin draait zich naar de kabouters en de fee. De boze staat ervoor en de andere 2 erachter. Bliksem: Aladin, mag ik je iets vragen. Aladin knikt… Bliksem: wat is er met je aan de hand, je lijkt een beetje verdrietig of boos of …. Aladin: ja, ja, ja, mijn kleed werkt niet. Ik heb vanochtend met mijn slaperige hoofd denk ik het verkeerde kleed gepakt. Aladin laat het kleed zien dat hij vastheeft. Aladin: Dit kleed wil niet starten, dus ik kan hier niet weg. Aladin gaat op het kleed staan en probeert weg te vliegen, maar dit gaat natuurlijk niet. De kabouters kijken elkaar aan.

Fee: ik zie al wat er aan de hand is… kijk is op wat voor een gek kleed Aladin staat. Bloem: jaaaaaaa, ik zie het.. het is onze laatste deel van de spreuk. Aladin: Een deel van wat? Bliksem: wow, ik zie het ook. Onze laatste deel van de spreuk. Bloem: ik zal het uitleggen Aladin.. Wij zijn voor de tovenaar op zoek naar delen van de spreuk, zodat hij de stem van de prins weer terug kan toveren. Zouden we dit stukje van jou mogen hebben? Aladin: Wat krijg ik daarvoor terug? Want ik geef niet zomaar iets weg als ik er niets voor terug krijg. Bloem: Dan toveren wij een nieuw vliegend kleed voor je, oke? Aladin: Deal! Als jullie een nieuw kleed voor mij toveren, krijgen jullie dit stuk papier met de spreuk. Ik heb daar toch niets aan. De kabouters gaan bij elkaar staan, weg van Aladin, en pakken de rugzak in hun handen. Bliksem: Hakke tak vliegend kleed uit de zak. De boze kabouter pakt het vliegend kleed uit de rugzak en geeft deze aan Aladin. Aladin: Dankjewel, nu kan ik eindelijk wegvliegen uit dit bos. Bliksem: Ho, wacht eens even. Jij moet nog de spreuk aan ons geven! Aladin: Oja, hier, alsjeblieft. Aladin geeft de spreuk aan de kabouters. Aladin ziet dat de fee een beetje verdrietig kijkt. Ondertussen zijn de kabouters erg druk/blij/gelukkig op de achtergrond met alle stukken spreuken die ze hebben gevonden. Aladin: Wat is er Fee? Fee: Nu blijf ik weer alleen achter. Ik ben juist hier naar toe gekomen zodat ik niet meer alleen zou zijn. Aladin vindt het zielig voor de fee. Aladin: Weet je wat, waarom ga je niet met mij mee op mijn vliegende kleed? Dan kunnen we samen avonturen beleven en ben je ook niet alleen. Fee: Ja, heel graag! Aladin: Doei kabouters! En nog hartelijk bedankt voor het kleed he! Bliksem: ow graag gedaan hoor, geen moeite. Bloem: Niks te danken, we moeten jouw bedanken fee. Voor je fantastische hulp hier. Fee: Ik vond het alleen maar fijn om jullie en de tovenaar en prins te helpen. Ik hoop dat het jullie gaat lukken. Bloem: Dat zal helemaal goed komen, ik heb er vertrouwen in. Veel geluk samen !! Bliksem: Kom nu maar, we gaan snel naar de tovenaar en de prins toe. Dan kan de prins weer praten en kunnen wij weer naar huis. Ze waaien elkaar uit en lopen daarna allemaal het podium af.

LIEDJE
Scene 7: Locatie: bij de prins

DT: Lieve prins, ik hoop echt dat de kabouters jouw stem weer terug kunnen toveren. Dat zou fantastisch zijn. Prins: Ik hoop h…. De bel gaat. DT: Ik ga voor je open doen prins, blijf maar lekker zitten. DT: Hallo kabouters wat komen jullie doen? Is er een probleem? Bloem: Nee er is geen probleem domme tovenaar. Het is fantastisch! Het is gelukt, we hebben alle stukken. Bliksem: Alleen liggen ze nog niet op volgorde hoor, dat moet jij maar doen. Bloem: dat kunnen we ook best samen doen, dan is het maar even werk. DT, Bloem en Bliksem leggen alle stukken op de grond en overleggen (niet verstaand) wat de volgorde is. Hierbij ook gebruik maken van het publiek. De leerlingen kunnen misschien wel helpen lezen. Bloem: Ja het is gelukt, we zijn geweldig samen. Ze geven elkaar een high-five. DT: Nu kan ik eindelijk de stem terug toveren. Bliksem: Misschien vond ik dit toch wel een beetje leuk. Slapen moet ik eigenlijk ook s nachts doen en niet als we op avontuur gaan of willen spelen in onze paddenstoel. Bloem: je hebt me super geholpen hoor Bliksem. DT: Ik ben ook ontzettend trots op jullie beide, maar nu is het toch echt tijd voor de spreuk kabouters. Bloem: Ik kan niet meer wachten ik ben zo benieuwd. Prins: ik ook n… Bliksem: Maar misschien werkt hij helemaal niet. Bloem: Ik hoop dat de spreuk wel werkt, laten we gauw kijken. DT: Allemaal muis stil, want ik ga de spreuk nu uitvoeren, en heb daar absolute stilte voor nodig. Met vele handgebaren en overdreven bewegingen zegt de domme tovenaar zijn spreuk. DT: Spreuk!!!! Ongeduldig wachten de kabouters af of de spreuk gaat werken. Bloem: En prins werkt die al.. Prins: Ik weet h…. Bliksem: Ooh nee.. het is niet gelukt. Iedereen kijkt teleurgesteld, maar de prins moet heel hard lachen. Ze kijken allemaal erg verbaasd en snappen niet waarom de prins zo lacht. Bliksem: Het is toch helemaal niet grappig prins. Prins. Jawel, het is super grappig. De spreuk is wel gelukt, ik maakt een grapje. Bloem: Wauw wat geweldig. Ik dacht echt dat het niet was gelukt. De DT springt een gat in de lucht en is ontzettend blij.

DT: Ik had nooit gedacht dat ik het nog zou kunnen terug draaien, wat heb ik een geluk gehad dat jullie mij wouden helpen kabouters. Hoe kan ik jullie ooit bedanken? Bloem: Je hoeft ons niet te bedanken, we hebben dit samen gedaan en ook jij hebt heel goed je best gedaan domme tovenaar. DT: Jullie zijn allemaal ontzettend lief voor me geweest, door mij zo goed te helpen. Prins: Jongens, weten jullie nu wel wat ik eindelijk kan gaan doen? Bliksem: ik heb geen idee, ik zou een feestje gaan vieren omdat je je stem terug hebt. Prins: Nee, dat bedoel ik helemaal niet. DT: Jaa tuurlijk je wou je prinses iets vragen. Prins: Ja inderdaad, en ik ga haar nu snel roepen. Bloem: Maaar prins wat wil je haar dan vragen. Prins: Luister maar goed mee, dan kunnen jullie er allemaal bij zijn. En dan kunnen we daarna een feestje vieren, want dat vond ik een geweldig idee Bliksem. De prins maakt zijn pak nog even netjes, en gaat een keer door zijn haar en roept dan haar prinses. Prins roept: PRINSESJE! Waar ben je? De prinses komt het podium oplopen. Prinses: Ik ben hier, was is er prins? Prins: Wauw prinses, wat ben je mooi vandaag. Prinses: Heb je je stem terug? Prins: Jaa, het is geweldig! Ik kan je nu eindelijk vragen wat ik je al heel lang wil vragen. De prins gaat op één knie zitten voor de prinses. Prins: Prinses, wil jij met mij trouwen? Prinses: Oh prins, ik dacht dat je het nooit zou vragen. Ja, natuurlijk wil ik met je trouwen! De prins doet een ring om de vinger van de prinses en geeft haar een knuffel. Iedereen die er omheen staan juichen allemaal voor de prins en prinses.

EINDLIED