You are on page 1of 8

VU medisch centrum

Tentamen HAF-1 CRS

30 augustus 2011

Versie A HERTENTAMEN CARDIOVASCULAIRE EN RESPIRATOIRE SYSTEMEN 30-08-2011 DEEL FYSIOLOGIE
Naam student: Studentnummer:
.............................................................................................................. ..............................................................................................................

Studie Cursus Studiejaar Aanbieding Toetscode Aantal items

Gezondheidswetenschappen Cardiovasculaire en Respiratoire Systemen 2011 1 Tweede keer HT CRS-11

Deel Fysiologie: 41 vragen: 32 meerkeuze/invul vragen (1 punt); 9 open/casus vragen (2 punten per vraag): totaal 50 punten
Fysiologie: 8 bladzijden (exclusief voorblad) ~ 100 30 augustus 2011 van 12.00 – 14.45 uur

Aantal pagina’s Aantal studenten Toetsdatum Tijd Locatie

Q112 en Q105 (W&N gebouw) Schrijfgerei Geo-driehoek Vul de antwoorden in op de laatste 2 pagina’s. Alleen deze 2 pagina’s worden nagekeken. Maak deze pagina’s niet los!

Toegestane materiaal Invulinstructie antwoordformulier

Let op: • • • • • • Controleer of het aantal pagina’s van het tentamen klopt met het aantal badzijden zoals hierboven is aangegeven. Het tentamen mag na afloop van het tentamen niet meegenomen worden en het Anatomiedeel en het Fysiologiedeel dienen apart bij de surveillant ingeleverd te worden. Voor het bepalen van het eindcijfer telt het cijfer voor Anatomie en voor Fysiologie elk naar evenredigheid van het aantal te behalen punten mee. Tijdens het tentamen krijgt u een nummer van de surveillant. Dit dient u bovenaan het voorblad te zetten. Toiletbezoek: Niet tijdens het eerste uur en niet tijdens het laatste halfuur. Fraude wordt zwaar bestraft.

Succes!

p1
Verspreiden niet toegestaan | Gedownload door: Tiffany Vu | E-mail adres: tifa.vu@gmail.com

tweede harttoon: Het sluiten van de atrioventriculaire kleppen. D. C. 7e druk. D. B. C. Wat is waar met betrekking tot het electrocardiogram (ECG)? A. Een gezond hart staat voornamelijk onder sympathische invloed. Bron: Martini. Een gezond hart staat voornamelijk onder sympathische invloed. Bron: Martini. Bron: Martini.VU medisch centrum Tentamen HAF-1 CRS 30 augustus 2011 HART 1. Een persoon heeft een hartritme van 75 slagen per minuut en een cardiac output van 6 L/minuut. Door een vergrote veneuze terugstroom naar het rechteratrium rekt de atriumwand meer. 7e druk. p 702 7. De diagnose hartinfarct wordt gesteld door Ck-MB of troponine I in het bloed te meten. Het hart kan overgaan op fibrilleren. Diabetes Mellitus is een risicofactor voor het ontstaan van een hartinfarct. De vulling is inefficiënt. Waarmee vallen de eerste en tweede harttoon samen? A Eerste harttoon: Het sluiten van de aortakleppen. waardoor het slagvolume omhoog gaat. C. Welke uitspraak is onjuist? A. p 698. 7e druk. 7e druk. Hier volgt een aantal uitspraken over een hartinfarct. 6075 ml C. p 687 2. 5925 mL D. Een van de doelen van behandeling na een hartinfarct is het verbeteren van de circulatie door vasodilators. Wat is zijn/haar slagvolume? A. D. tweede harttoon: het sluiten van de semilunairkleppen. waardoor de parasympathische activiteit toeneemt. 699 6. Er is een vergrote kans op een hartstilstand. en heeft hierdoor een rustfrequentie van 70-80 slagen per minuut. Een klein QRS-complex kan wijzen op een verminderde hartmassa. B. rekt de bundel van His meer. B. Door een vergrote veneuze terugstroom naar het rechteratrium rekt de atriumwand meer. Door een vergrote veneuze terugstroom naar het rechteratrium.com . 7e druk. Tijdens het QRS-complex vindt de ventriculaire repolarisatie plaats. De elektrolytenhuishouding kan zo verstoord raken. Bron: Martini. 80 mL B. Door een vergrote veneuze terugstroom naar het rechteratrium rekt de atriumwand meer. B. Wat is juist met betrekking tot de autonome invloed op het hart? A. p2 Verspreiden niet toegestaan | Gedownload door: Tiffany Vu | E-mail adres: tifa. B.vu@gmail. D. p 697 4. en heeft hierdoor een rustfrequentie van 70-80 slagen per minuut. D. Een gezond hart staat voornamelijk onder parasympathische invloed. B. 7e druk. waardoor het hartritme omhoog gaat. Bij een vermoeden van een hartinfarct wordt paracetamol tegen de pijn gegeven. Wanneer een T-top vergroot is. Bron: Martini. en heeft hierdoor een rustfrequentie van 80-100 slagen per minuut. C. Wat is het directe probleem als het hart te snel klopt? A. C. Een gezond hart staat voornamelijk onder parasympathische invloed. moet je denken aan een vergroot hart. p 691 3. waardoor eerder depolarisatie plaatsvindt. p 696 5. De T-top is het signaal van de repolarisatie van de atria en ventrikels. en heeft hierdoor een rustfrequentie van 80-100 slagen per minuut. 450 L Bron: Martini. Wat houdt de atriale reflex in? A. eerste harttoon: het sluiten van de atrioventriculaire kleppen.

1 C. Omdat de cellen die als laatste depolariseren als eerste repolariseren. medioclaviculair (0. Pacemakercellen vertonen een spontane (autonome) activiteit vanwege: A.Purkinje vezels 2. direct naast het sternum (0. 2. 3. 646 13. 4.bundeltakken De volgorde. 2.com . De binding van zuurstof aan hemoglobine hangt primair af van: A. Het koolstofdioxide gehalte in bloed C.AV bundel 3. Thalassemie C. 4. direct naast het sternum (0. De volgende onderdelen zijn componenten van het geleidingssysteem van het hart: 1. 1 B. Het zuurstofgehalte in plasma D. De efflux van natrium C. De influx van natrium B. Noem de vier hartkleppen en geef aan waar je deze het best op de thorax kunt beluisteren (2pt) Bicus: 5e intercostaalruimte links. 700 10.VU medisch centrum Tentamen HAF-1 CRS 30 augustus 2011 C. De efflux van calcium D. Waarom zijn depolarisatie en repolarisatie in het ECG niet elkaars omgekeerde maar beide positief? (2pt) De pijl van de vector loopt altijd van gedepolariseerd naar niet gedepolariseerd (1p).vu@gmail. blijft de vector in dezelfde richting staan (1p). 697 9.25 punt) Pulmonaal: 2e intercostaalruimte rechts. 3.AV knoop 4. Geen van alle p3 Verspreiden niet toegestaan | Gedownload door: Tiffany Vu | E-mail adres: tifa. 5.25 en 0. Sikkel cel anemie B. tweede harttoon: het sluiten van de atrioventriculaire kleppen. direct naast het sternum (0. waarin de actiepotentiaal zich voortbeweegt door dit systeem is: A. Het openen van de kalium kanalen Bron: Martini 8e druk pag. 1 D. 4.25 punt) Tricus: 5e intercostaalruimte links. Bron: Martini blz 707 (8e editie) 8. 1. Welke van de volgende aandoeningen geeft geen misvorming van de erythrocyt? A. 4. 2.25 en 0.25 en 0. tweede harttoon: het sluiten van de atrioventriculaire kleppen. 5. eerste harttoon: het sluiten van de semilunairkleppen. Het zuurstof gehalte in bloed B.25 punt) Aorta: 2e intercostaalruimte links.25 punt) Bron: Practicum fysiologie 11. D.25 en 0. Bron: Practicum ECG BLOEDSOMLOOP 12. 2.SA knoop 5. 5 Bron: Martini 8e: Blz. eerste harttoon: het sluiten van de mitraalkleppen. 5. 3. Pernicieuze anemie D. 3. Het koolstofdioxide gehalte in plasma Bron: Martini 7de druk p.

5p) Maximaal 0. Ernstig bloedverlies leidt tot: A.netto osmotische druk. De diastole duurt langer dan de systole B. een verhoogde parasympathische invloed op het hart B. activatie van de baroreceptoren Bron: Martini p. (0.VU medisch centrum Tentamen HAF-1 CRS 30 augustus 2011 Bron: Martini 7de druk p. als de vloeistoffen in de capillairen stromen Bron: Martini 7de druk p. Bron: Martini 7e. 20. 90 mm Hg C. Gemiddelde arteriële druk = systolische druk + (3/ polsdruk) D. ECV neemt dan meer natrium op. Voordeel invasief: continue meting (0. 645.5p) Nadeel invasief: patient moet geprikt worden. 717/721 21.5p per onderdeel. Wat is juist? A. 0. alleen bij een bloeddrukdaling C. als de baroreceptoren worden gestimuleerd Bron: Martini 7de druk p. perifere vasoconstrictie D. Wat gebeurt er in principe met het extracellulair volume (ECV) indien men natrium verliest? A. 7e druk. 729 16.5p) Nadeel non-invasief: geen continue meting. Gemiddelde arteriële druk = systolische druk + (diastolische druk/3) B.5p) Voordeel non-invasief: makkelijk.vu@gmail. grotere meetfouten. 746 17. Bron: Practicum drukmeting 19. In welke situatie is de NFP het hoogst? A.5p eraf bij een fout antwoord Bron: practicum drukmeting. Bij inspanning duurt de systole langer dan de diastole. 120 mm Hg B. Gemiddelde arteriële druk = diastolische druk + (3/systolische druk) Bron: Martini 7de druk p. in de venulen B. In welke situatie hebben de baroreceptoren een inhiberend effect op het ‘cardiaal inhiberend centrum’? A. op het overgangsgebied tussen de venulen en de arteriolen C. Noem voor zowel invasieve als non-invasie bloeddrukmeting een voordeel en een nadeel(2pt). in rust andersom. 30 mm Hg Bron: Martini. Het ECV stijgt C. De systole en diastole duren even lang D. 50 mm Hg D. De systole duurt langer dan de diastole C. 724 15. een gedaalde afgifte van aldosteron C. p. Het ECV daalt B. alleen bij een bloeddruk verhoging D. dat hebben ze altijd B. p4 Verspreiden niet toegestaan | Gedownload door: Tiffany Vu | E-mail adres: tifa. In de fysiologische situatie bedraagt de druk in het pulmonale circuit circa: A. in de arteriolen D. blz 1003. infectierisico (0. geen risico (0.com . Het bloedvolume van veneuze systeem is groter dan het volume van het arteriële systeem C. Netto filtratie druk (NFP) is: netto hydrostatische druk. 829 18. 649 (pernicieuze anemie) 14. Niets D. Wat is juist? A.

Contraheren de gladde spiercellen in de wand van de arteriolen en is er sprake van brochodilatatie B. Het zorgt voor een groot oppervlakte/volume ratio (0. Contraheren de gladde spiercellen in de wand van de arteriolen en is er sprake van brochocontrictie C. De vitale capaciteit: A. A. Afname van de longcompliantie B.VU medisch centrum Tentamen HAF-1 CRS 30 augustus 2011 22. 1010 28. Chronische respiratoire acidose C. 7e druk. Hemoglobine buffer Bron: martini 7e.bicarbonaat buffer C. Acute respiratoire alkalose D. De interne en de externe intercostaal spieren Bron: Martini. Dilateren de gladde spiercellen in de wand van de arteriolen en is er sprake van brochoconstrictie D. Wanneer de PCO2 stijgt: A. 835 27. Chronische metabole acidose Bron: martini 7e.5p) 2. Welk buffersysteem is het enige intracellulaire buffersysteem dat een directe invloed op de pH van het extracellulair volume heeft? A. Longemfyseem en een pneumonie (longontsteking) kunnen beide een … veroorzaken.5p) Bron: Martine 7de druk p. p. p. 848 24. Hierdoor kunnen ze stapelen (zoals borden) wat de doorstroming door kleinere bloedvaten makkelijker maakt (0. Staat gelijk aan de totale respiratoire reservecapaciteit.com . 833 26. p5 Verspreiden niet toegestaan | Gedownload door: Tiffany Vu | E-mail adres: tifa. Hoe heet de vorm van de erythrocyt en geef drie redenen waarom deze vorm zo belangrijk is (2pt). er treedt dus geen verandering op D. Het diafragma en de externe intercostaal spieren D. Dilateren de gladde spiercellen in de wand van de arteriolen en is er sprake van bronchodilatatie Bron: Martini. Acute respiratoire acidose B. Longemfyseem Bron: Martini. Wanneer het surfactant in de longen inadequaat is dan is er sprake van een: A. Fosfaatbuffer B. Het zorgt ervoor dat de ery’s makkelijker van vorm kunnen veranderen in de kleine capillairen en vertakkingen. Alleen het diafragma B. Surfactant heeft geen invloed op de longcompliantie. Diwaterstofcarbonaat . 644 RESPIRATIE 23. Deze vorm heet biconcaaf (0. 7e druk. p. ADH D. (0. 1016-1017 25. 7e druk. Toename van de longcompliantie C. De volgende spieren zijn betrokken bij de normale ademhaling in rust: A. Het diafragma en de interne intercostaal spieren C.vu@gmail. B. Is de druk in de thoracale ruime lager.5p) 1.5p) 3.

Is de volumeverandering van de long tussen een maximale inademing en maximale uitademing. astma C. Als de Pco2 stijgt. 7e druk. 845 32. Wanneer het eerste zuurstofmolecuul eenmaal is gebonden dan neemt de affiniteit dus heel sterk toe tot de 100 % is bereikt. Inademing is passief en uitademing is actief Bron: Practicum en Martini 30.75p). Zorgt voor een toename in afgifte van zuurstof door hemoglobine B. (2pt) (1p) Ieder gebonden zuurstofmolecuul zorgt voor een verhoogde affiniteit voor het volgende zuurstofmolecuul.vu@gmail. 1012 33. uveitis. Inademing is actief en uitademing is passief C. Welke combinatie van ziekten vallen onder het atopisch syndroom? A. Als de Pco2 te laag is of laag genoeg wordt het ademhalingscentrum geïnhibeerd (0.VU medisch centrum Tentamen HAF-1 CRS 30 augustus 2011 C. p.com . p. stijgt de pH (0. casus 31. D.5p). 7e druk. longemfyseem Bron. Als deze te hoog is wordt de ademhaling gestimuleerd. Hoe werkt respiratoire compensatie om de pH stabiel te houden? Wat is de aanleiding voor de start van respiratoire compensatie en waar wordt dit door gemeten? (2pt) Chemoreceptoren in de carotiden en de aortaboog meten de Pco2 (0. Een stijging van de temperatuur: A. longemfyseem. Zorgt voor afname in afgifte van zuurstof door hemoglobine C. Hierdoor wordt er meer CO2 door de longen afgegeven en daalt de Pco2. astma. Is de druk in de intrapulmonale ruimte. Inademing is passief en uitademing is passief B. daalt de pH. Teken. Zorgt voor een toename in afgifte van koolstofdioxide door hemoglobine Bron: Martini. Bron: martini 7e. Inademing is actief en uitademing is actief D. bij benadering. Bron: Martini. Wat is juist? A. de vorm van een hemoglobine-saturatie curve en leg uit waarom de curve op deze manier verloopt. (1p) p6 Verspreiden niet toegestaan | Gedownload door: Tiffany Vu | E-mail adres: tifa. 833 29.75p). longontsteking. eczeem D. Heeft geen invloed op de afgifte van zuurstof door hemoglobine D. Door de Pco2 te laten dalen. eczeem B.

de pO2 blijft gelijk in arterieel bloed tijdens inspanning. de temperatuur ↓.com . Welke is vooral van belang bij een korte sprint? (2pt) Aëroob (0. dan zal in de spier: A. De pH daalt. De concentratie O2 ↓.75p) = van belang bij een korte sprint (0. A. II. De parasympathicus. EPOC = opgebouwd respiratoir zuurstoftekort (door inspanning) Bron: Silverthorn en Martini 39. De pH daalt.75p) Anaëroob (0. Als een spier actief wordt. Bij geringe inspanning wordt het meeste ATP uit de verbranding van vetten verkregen. De parasympathicus. is er een verminderde warmteafgifte door het lichaam doordat de lucht meer watermoleculen bevat C. resulterend in een verlaagde cardiac output en vasoconstrictie D. is er een hogere warmteafgifte door het lichaam doordat de lucht meer watermoleculen bevat Bron: Silverthorn 38. I is onjuist. De concentratie O2 ↓. de temperatuur ↓. I en II zijn juist B. is er een hogere warmteafgifte door het lichaam doordat de lucht minder watermoleculen bevat D. resulterend in een verhoogde cardiac output en vasodilatatie Bron: Silverthorn p. is er een verminderde warmteafgifte door het lichaam doordat de lucht minder watermoleculen bevat B. Er zijn grofweg twee manieren waarop ATP kan worden gevormd.vu@gmail. de pO2 daalt in arterieel bloed tijdens inspanning. Hersenflow blijft gelijk. CO2 ↓ en hoeveelheid zuur ↑ D. Bij een hoge luchtvochtigheid: A. waarom op deze manier en hoe wordt dit gereguleerd? (2pt) Antwoord: Toename van flow naar bv. II is onjuist C. de temperatuur. nier en darmen. De concentratie O2 ↑.5p) Bron: Silverthorn en casuistiek 40.VU medisch centrum Tentamen HAF-1 CRS 30 augustus 2011 INSPANNING 34. resulterend in een verhoogde cardiac output en vasoconstrictie B. Welke processen activeren het cardiovascualaire respons centrum in de medulla oblongata tijdens inspanning? A. skeletspieren. 812 35. I en II zijn onjuist D. De concentratie O2 ↓. De primaire substraten voor energieproductie zijn eiwit en vet. CO2 en hoeveelheid zuur ↑ B. 813 37. Hoe verdeelt het bloedvolume zich tijdens zware inspanning. Wat is juist? I. resulterend in een verhoogde cardiac output en vasodilatatie C. Wat is juist? A. CO2 ↓ en hoeveelheid zuur ↓ Bron: Silverthorn p. De sympathicus. de pCO2 daalt. De sympathicus. afname naar bv. I is juist. de pCO2 stijgt. 808 36. (excess postexcercise oxygen consumption) EPOC = opgebouwd metabool zuurstoftekort (door inspanning) D. Noem deze. B. II is juist Bron: Silverthorn p. de temperatuur en CO2 ↑ en hoeveelheid zuur ↓ C. (1p) p7 Verspreiden niet toegestaan | Gedownload door: Tiffany Vu | E-mail adres: tifa. hart en huid. C.

en ademhalingspomp. hoe groter de zuurstoftoevoer naar die spieren wordt.a. verhoogde venuze return naar het hart door spier. Dit wordt bepaald door rijkheid aan capillairen in de spier.5p) Bron: casuïstiek p8 Verspreiden niet toegestaan | Gedownload door: Tiffany Vu | E-mail adres: tifa.5p) Hoe meer de spieren dus moeten samentrekken. en verhoogde CO door Frank-Starling mechanisme en atriale reflex.a. Dit wordt bepaald door de rijkheid aan mitochondria in de spieren en de uitwisselingsoppervlakte voor zuurstof met de spiercellen moet groot genoeg zijn. Wat is de VO2 max? Welke orgaansystemen bepalen de VO2 max? En wat is hierbij het belangrijkste systeem en waarom? (2pt) De VO2max is de maximale hoeveelheid zuurstof die door een persoon wordt verbruikt gedurende één minuut op zeeniveau. CO2 moet worden afgestaan en O2 moet worden opgenomen in de longen. de volgende: Er moet voldoende gaswisseling zijn. (1p) De VO2max wordt vooral gelimiteerd door de zuurstoftoevoer. De beperkende factoren bij de zuurstofaanvoer zijn o. Het hart moet het zuurstof gebonden aan Hb rondpompen naar de spieren de zuurstofopnamecapaciteit van de spieren moet zeer goed ontwikkeld zijn.vu@gmail. 8e: pp 744-745 41. de mogelijkheid van de spieren om zuurstof te verbruiken is groter dan de mogelijkheid van het hart om zuurstof aan de spieren te leveren. door vasodilatatie in spieren. (1p) Bron: Martini 7e: pp 732-733. (0. (0.com .VU medisch centrum Tentamen HAF-1 CRS 30 augustus 2011 Regulatie geschiedt o.