You are on page 1of 2

25 Bibliotheekblad 5 2014 www.bibliotheekblad.nl 24 Bibliotheekblad 5 2014 www.bibliotheekblad.

nl
FABLAB>>
Concept FabLab
VERDIENT HET VERKEND TE WORDEN
Binnenkort lanceert Frysklab Fab the Library,
een leergang rondom FabLabs voor
bibliotheekmedewerkers. Een uitgelezen moment
om de stand van zaken rondom FabLabs in
Nederlandse bibliotheken in kaart te brengen.
Waar komen Fablabs vandaan en wat beogen ze?
Hebben ze meerwaarde voor en dus ook een
toekomst in het Nederlandse bibliotheekwerk?
In januari 2013 besteedde ik in de ICT-rubriek op Bibliotheekblad.nl
aandacht aan het fenomeen FabLabs. In het artikel Staan Nederland-
se bibliotheken open voor FabLabs? (1) stelde ik vast dat de combina-
tie FabLabs/bibliotheken in Nederland weliswaar nog in de kinder-
schoenen stond, maar dat het concept minstens verkend zou moeten
worden, zeker door grotere bibliotheekorganisaties. Uit de reacties op
het artikel bleek dat niet iedereen er zo over dacht. Zo waarschuwde
Rob Bruijnzeels bibliotheken in een weerwoord getiteld Absolutely
Fabulous (2) FabLabs niet binnen te halen als ‘de zoveelste hippe
attractie’, maar er alleen mee aan de slag te gaan als bibliotheek-
collecties daarmee gecontextualiseerd en verrijkt worden.

FABLAB OF MAKERSPLAATS
De geschiedenis van FabLabs en Makersplaatsen wordt uitgebreid
belicht in de publicatie Makersplaatsen (3) van de Brabantse
software’. Strikt genomen is
het geen FabLab, maar dit
initiatief in Tilburg heeft er
veel kenmerken van. De
bibliotheek omschreef het
bij de start als volgt: ‘In het
Digilab stellen we compu-
ters, netbooks en tablets ter
beschikking, voorzien van
de nieuwste software. Je
kunt er filmopnames maken,
(leren) beeldbewerken, er
zijn inloopspreekuren voor
het gebruik van e-readers en
tablets, en voor peuters en
kleuters hebben we de Boek-
o-Matic (op een tablet zelf
verhalen maken). Ook kan
men er de magie van onze 3D-printer ervaren.’ Voor het project wordt
onder andere samengewerkt met Fablab 013 en, sinds februari 2014,
met de stichting Linux Flavourz Education, die inloopspreekuren
organiseert rondom Linux en Open Source software.
BiblioLab (7) is een samenwerkingsverband tussen FabLab Dronten
en Bibliotheek Flevomeer, dat als mini-FabLab werd geopend in de
Bibliotheek Lelystad, in maart 2013. BiblioLab is een kleine digitale
werkplaats waar bezoekers zelf producten mogen ontwerpen en
maken met behulp van 3D-printers. Het lab is twee dagen per week
geopend. Ook organiseert men regelmatig workshops en presenta-
ties, zowel in de eigen bibliotheek als daarbuiten.
CUBISS MAKERSPLAATSEN
Ook het project Makersplaatsen van Cubiss kun je niet omschrijven
als een FabLab als zodanig. Dit project ging in 2013 van start ging
en is feitelijk een verkenningstraject met als doel ‘concepten die
invulling geven aan het concept makersplaats binnen de bibliotheek
te inventariseren en er vervolgens mee te experimenteren’. Dat deze
omschrijving ruimte laat voor een brede interpretatie is geen toeval.
Jeroen van Beijnen, een van de projectleiders, legt hij uit dat bewust
wordt ingestoken op ‘maken’ in de breedste zin des woords. Het kan
betrekking hebben op dingen die je met een 3D-printer kunt produ-
ceren, maar ook op breien of op reparaties, al dan niet in samen-
werking met clubs of met de zogenoemde Repair Cafés (8) (gratis
toegankelijke bijeenkomsten die draaien om het samen repareren
van spullen) die in steeds meer plaatsen worden georganiseerd.
Van Beijnen vertelt dat de eerste fase, de inventarisatie, inmiddels is
afgerond en dat Cubiss in 2014 twee sporen wil volgen: experimen-
ten starten in een aantal grotere bibliotheken - waaronder Eindhoven,
Den Bosch en Tilburg - en investeren in de aanschaf van twee bestel-
wagens, waarmee de apparatuur voor kleine makersplaatsen door
elke medewerker met een rijbewijs kan worden vervoerd naar biblio-
theken in kleinere kernen. De verwachting is dat de bestelwagens in
het tweede kwartaal van 2014 in gebruik worden genomen.
De rol van Cubiss is vooral faciliterend. Cubiss vindt het nog niet
opportuun nu al permanente Fablabs in te richten in bibliotheken.
Als bibliotheken daadwerkelijk aan de slag willen met makersplaat-
sen, zullen ze dat zelf moeten doen. Cubiss stimuleert vooral de
Netwerkbibliotheek (BNB) en in het artikel Makerspaces veroveren
Nederland (4) van Jeroen de Boer. Hoewel de begrippen geen syno-
niemen zijn, worden ze vaak door elkaar gebruikt, waarbij de term
FabLab - afkorting van het Engelse Fabrication Laboratory - vaak de
voorkeur krijgt. Er worden ook verschillende definities gehanteerd.
BNB definieert het als ‘een locatie waar mensen met een gedeelde
interesse rondom een bepaald onderwerp elkaar kunnen ontmoeten,
socialiseren en samenwerken’. FabLab Enschede houdt het op ‘een
laagdrempelige, openbare, digitaal aangestuurde werkplaats waar
iedereen de mogelijkheid krijgt om zijn idee om te zetten tot realiteit:
een zelfontwikkeld product’. Over het doel van FabLabs zegt Jeroen
de Boer: ‘Binnen FabLabs wordt ondernemerschap en zelfwerkzaam-
heid gestimuleerd, waarmee zij informele leeromgevingen zijn om
“21ste-eeuwse vaardigheden” (delen, samenwerken, probleemoplos-
send vermogen en ondernemerschap) te ontwikkelen. Ze worden
vaak lokaal opgezet en geëxploiteerd door non-profitinstellingen.’
Volgens Fablab.nl, de website van stichting FabLab Benelux, tellen
Nederland en België momenteel 34 erkende FabLabs en één FabLab-
initiatief. Daarnaast worden nog zeven initiatieven voor makersplaat-
sen genoemd die niet specifiek als FabLab worden aangemerkt. De
forse groei van het aantal FabLabs zegt niets over de bekendheid
ervan bij het grote publiek, maar wel is duidelijk dat de belangstel-
ling voor ontwikkelingen die er nauw mee samenhangen groot is. Uit
nieuwsberichten over FabLabs komt naar voren dat niet alleen het
gewone publiek interesse heeft voor de mogelijkheden van bijvoor-
beeld 3D-printen, ook de politiek, het onderwijs en de kunstsector
beginnen warm te lopen voor de kansen die FabLabs bieden als het
gaat om (al dan niet technische) samenwerking, educatie, burger-
participatie en zelfredzaamheid. Niet elk evenement wordt door hon-
derden mensen bezocht, maar het fenomeen wint wel aan terrein.
NEDERLANDSE BIBLIOTHEKEN
Op bibliotheekcongressen en sociale media valt te beluisteren dat
ook Nederlandse bibliotheken zich oriënteren op de mogelijkheden
van FabLabs. Zo verkent men in Overijssel dit onderwerp vanuit het
innovatielab van de Bibliotheek Deventer, heeft Doklab Delft het als
thema opgenomen in het programma Extreme Library Makeover,
nodigde ProBiblio de collega’s van Bibliotheekservice Fryslân (BSF)
uit om te komen vertellen over Frysklab voor de ‘Kenniscirkel Media-
wijsheid’ en bieden de Zeeuwse bibliotheken de mensen van het
regionale FabLab in oprichting steeds vaker ruimte tijdens evenemen-
ten. Toch zijn er nog niet veel bibliotheken die al daadwerkelijk
samenwerken met FabLabs of er formatie voor hebben vrijgemaakt in
beleidsplannen voor de komende jaren. In het rapport Inventarisatie
innovatie openbaar bibliotheekwerk (5) van het Sectorinstituut Open-
bare Bibliotheken (SIOB), van september 2013, worden slechts drie
concrete projecten vermeld: Digilab van de Bibliotheek Midden-
Brabant, het project Makersplaatsen van Cubiss en Frysklab van
Bibliotheekservice Fryslân. Niet vermeld in het overzicht, maar wel
relevant, is BiblioLab van de Bibliotheek Flevomeer. De vier projecten
hebben raakvlakken, maar kennen ook veel verschillen.
DIGILAB TILBURG EN BIBLIOLAB LELYSTAD
Digilab van de Bibliotheek Midden-Brabant (6) werd geopend in
november 2013. De bibliotheek omschrijft het als ‘een fysieke plek
waar geëxperimenteerd kan worden met nieuwe media en nieuwe
3D-printer in BiblioLab
Virtuele bril in
het Digilab
26 Bibliotheekblad 5 2014
FABLAB<<
Mediawijs met de MediaCoach (NOMC)
Opleiding voor onderwijs, media- en bibliotheek, kinderopvang, jeugdhulp-
verlening, Centra Jeugd en Gezin en zelfstandige (opvoed)professionals
De opleiding tot Nationaal MediaCoach duurt 3 maanden en bestaat uit 10 sessies, waarbij
theorie en praktijk op inspirerende wijze met elkaar worden verbonden. De opleiding wordt
afgesloten met een examen, bestaande uit een theoretisch gedeelte en een praktijkopdracht.
De geslaagde deelnemers ontvangen het officiële Nationaal MediaCoach certificaat. Na het
volgen van de opleiding worden de Nationaal MediaCoaches op continue basis bijgeschoold
door middel van een besloten website. Voor een jaarlijkse verlenging van het certificaat zijn zij
daarnaast verplicht 2 terugkomdagen per jaar bij te wonen, inclusief het jaarlijkse Nationaal
Mediawijsheid Congres.
De Nationale Academie voor Media & Maatschappij is hét
opleidingsinstituut voor mediawijsheid voor professionals
en staat geregistreerd in het Centraal Register voor
Kort Beroepsonderwijs (CRKBO). De opleiding is ontwikkeld
met steun van het Leonardo da Vinci Fonds van de Europese
Commissie.
voor meer informatie zie: www.nomc.nl
www.mediaenmaatschappij.nl
Voor meer informatie neemt u contact op met:
Nationale Academie voor Media en Maatschappij
Vestigingsadres: Wildenborch 31, 1082 KB Amsterdam
Telefoon: 072 - 888 7 222
E-mail: academie@mediaenmaatschappij.nl
www.nomc.nl
www.mediacoachinbeeld.nl
Twitter: @AcademieMM
!"#$%&"'( *+'($,$&-
.(,$"/%"01
lcrs. Vct wlC pratcn wc ovcr hct ontsluitcn van ccn dui.cndtal
ronans dic binncn ccn door 0Cw gcfinancicrd innovaticprojcct door
L8lL gcdigitalisccrd .ijn. voor lab||c l|brar, 0n||ne hcbbcn wc bin
ncnkort ccn htnlvcrsic cn dan .ijn dc nccstc tcchnischc problcncn
opgclost, waardoor wc nccr aanbod van dc uitgcvcrs kunncn
oppikkcn. lct aanbod via lab||c l|brar, 0n||ne bcstond bij dc
lanccring uit circa 80 lcdcrlandstaligc ¦cn S0 Lngclstaligc) titcls,
grocidc in dc loop van 2012 uit tot circa 300 titcls cn .al cind 2013
.o'n 700 titcls onvattcn. wc bicdcn dc uitgcvcrs daarbij voor ongc
linitccrd onlinc lc.cn gcniddcld 2S0S00 curo pcr titcl voor titcls
oudcr dan 3 jaar cn S007S0 curo voor titcls tusscn dc 1 cn 3 jaar
oud. Lit .ijn liccntics dic stccds voor ccn jaar gcldcn.'
0vLR0AN0SSIJUAJIL
vana|t de brancne |||n|en qe|a|den dat de b|b||ctne|en c|cn 'act|t|s
t|scner´ cp mceten ste||en a|s net qaat cm net a|t|enen tan ebcc|s
van Lccuwcn. '¦k gcloof dat nccr gcpolarisccrdc vcrhoudingcn tus
scn dc bibliothcck cn dc bockcnbranchc, .oals dic bijvoorbccld in dc
vcrcnigdc Statcn stccds nccr lijkcn tc ontstaan, ccrdcr contra
producticf .ullcn wcrkcn. ¦k dcnk dat hct nuttigcr is uit tc gaan van
hct gcgcvcn dat uitgcvcrs cn bibliothckcn clkaar voor dc langc
tcrnijn nodig hcbbcn cn dat naar dc uitgcvcrs tc blijvcn bcnadruk
kcn. 0ok bibliothckcn .ullcn noctcn schippcrcn, ondat .c .ondcr
gc.ondc uitgcvcrs straks gccn cbook nccr in tc kopcn hcbbcn.
Lc ¦intcrnationalc) branchc .ou graag ccn aanpassing van dc
'0L INJLRLSSL vAN 8I8LI0JHLKLN
KAN Ul1C£V£kS S1lMUL£k£N
HUN 8ACKLlS1S JL 0AAN
0lCl1ALlS£k£N'
Advertentie
^utcurswct .icn, .odat voor cbooks hct.clfdc juridischc kadcr gcldt
als voor foliobockcn. Vaar dat gaat waarschijnlijk dc ccrstkoncndc
jarcn nict gcbcurcn, ondat wc daarbij ook afhankclijk .ijn van
Luropcsc rcgclgcving. Lc bovcngcnocndc nodcllcn .ou jc daaron
in principc kunncn .icn als ccn ovcrgangssituatic, waarbij hct strcvcn
blijft dat op tcrnijn gcrcgcld wordt dat cbooks nct bctrckking tot
hct uitlcncn dc.clfdc status krijgcn als dc foliobockcn. Lc nodcllcn
gcvcn ccn spcctrun aan, waarbij Vodcl 1 hct idcaalnodcl voor dc
uitgcvcrs bcnadcrt cn Vodcl 3 dichtcr bij dc nccst wcnsclijkc biblio
thcckfunctic staat. Lc nodcllcn .ullcn crtoc bijdragcn ccn gcfasccr
dc vcrschuiving tc bcwcrkstclligcn op hct gcbicd van ncdia
aankopcn. ^ls op ccn gocd noncnt dc aankoop van cbooks dat van
fysickc bockcn gaat bcnadcrcn of .clfs ovcrtrcffcn, .ullcn uitgcvcrs
waarschijnlijk ook nccr gcstinulccrd wordcn cbooks bcschikbaar tc
stcllcn. lct collccticf afkopcn, .oals bijvoorbccld in loorwcgcn
gcbcurt nct grootschaligc crfgocd cn |cnqta||collcctics, bchoort
dan ook tot dc nogclijkhcdcn binncn dc gcschctstc nodcllcn.'
TEKST: BART JANSSEN; FOTO: BEN KLEYN
bib-2-2013 p6-9def.indd 9 24-01-2013 14:15:09
verkenning van de mogelijkheden en de kennisdeling rondom het
onderwerp en fungeert als gids voor mogelijke samenwerkings-
verbanden, zoals met regionale FabLabs. Maar een beperkt aantal
uren is voor het project vrijgemaakt: Van Beijnen besteedt er ander-
halve dag per week aan. Hij merkt dat er veel belangstelling is vanuit
de Brabantse en Limburgse bibliotheken, zeker als het gaat om
eventuele koppelingen met het bibliotheekwerk voor het onderwijs.
Tegelijkertijd voelt hij weerstand. Die komt vooral voort uit de bezui-
nigingen waar bijna alle bibliotheken mee te maken hebben. Biblio-
theken willen graag meedoen, maar durven het lang niet altijd aan
te investeren in diensten die zichzelf nog niet bewezen hebben.
Mede daarom heeft het projectteam gekozen voor een aanpak waarin
kennisdeling en kleine experimenten centraal staan. Zo werd de con-
ferentie The Makers Library georganiseerd (april 2013), die een breed
en zelfs internationaal publiek trok, en het Cookie Cutter Lab (9),
waarin bibliotheekleden leren hoe zij zelf, zonder voorkennis, een
object kunnen ontwerpen en fabriceren met een 3D-printer. Cubiss
stelt de printer tijdelijk beschikbaar en voorziet zo in een interessante
aanvulling op de Mediabar die sinds vorig jaar rouleert in het
Brabantse en Limburgse netwerk.
Van Beijnen is zich ervan bewust dat Cubiss op dit gebied minder
grote stappen maakt dan Bibliotheekservice Fryslân, maar is toch blij
dat ze gezet worden. Het thema staat op de kaart, wordt serieus
genomen en door veel collega’s beschouwd als een kans, bijvoor-
beeld binnen het traject de Bibliotheek op school. Daar was een jaar
eerder nog geen sprake van.
FRYSKLAB VAN BIBLIOTHEEKSERVICE FRYSLÂN
De genoemde initiatieven hebben alle een kleinschalig en experi-
menteel karakter. Ook FryskLab (10) van Bibliotheekservice Fryslân
(BSF) heeft een hoog experimenteel gehalte, maar onderscheidt zich
door de werkwijze en de (inter)nationale profilering. Het project
bestaat pas anderhalf jaar en bevindt zich nog in de ontwikkelfase,
maar wekt de indruk de samenwerking tussen het bibliotheekwerk en
de makersbeweging, het onderwijs, het bedrijfsleven redelijk goed op
de rails te hebben. FryskLab trekt het plan breder dan de techniek en
het experiment en lijkt zich mede daardoor te mogen verheugen in de
belangstelling van vele partijen, inclusief particulieren en politici.
FryskLab, dat is ondergebracht in een voormalige bibliobus, hanteert
op zijn website de volgende projectomschrijving: ‘Met FryskLab
onderzoekt BSF hoe de inzet van een mobiel FabLab binnen de
onderwijssituatie bijdraagt aan de creatieve, technische en onder-
nemende vaardigheden van kinderen en jongeren. Aan de hand van
een project met een looptijd van drie jaar wordt de praktische inzet-
baarheid, implementatie en borging van FryskLab onderzocht en
beproefd. Het principe van de Library as Platform vormt de basis voor
het project. Deze steeds breder gedragen filosofie betreft de on- en
offline bibliotheek als facilitator van informatie-uitwisseling en
kennisdeling.’ Deze ambities intrigeren en roepen vragen op.
Jeroen de Boer, projectleider en domeinspecialist nieuwe media bij
Bibliotheekservice Fryslân, legt uit dat de basis van het succes van
FryskLab werd gelegd met het vertrouwen en de vrijheid die het
managementteam van BSF hem en zijn collega’s Bertus Douwes en
Aan Kootstra gaven. Het projectteam kreeg van meet af aan een vrije
rol toebedeeld, met als enige voorwaarde dat andere werkzaam-
heden er niet onder mochten lijden. Met als gevolg dat een deel van
het werk in eigen tijd werd gedaan,
maar geen van drieën vond dat erg.
Als je met liefde aan een project
werkt, stop je er doorgaans veel tijd
in, maar oogst je, als het goed is, ook
veel waardering. Zo werkte dat ook
met FryskLab.
Het idee voor FryskLab leefde eind
2012 al, maar pas een jaar later
kreeg het initiatief de officiële status
van FabLab van Stichting FabLab
Benelux. Dat werd onder meer ver-
oorzaakt door het feit dat FryskLab
zich genoodzaakt zag alternatieve
routes naar financiering te bewande-
len. Een culturele subsidie van de
provincie Friesland bleef uit, omdat
het project moeilijk te plaatsen was
voor betrokken ambtenaren. Het pro-
jectteam concentreerde zich daarom
niet meer alleen op de wens om de
leemte op het gebied van FabLabs in
Friesland op te vullen, maar ging ook
kijken hoe het project een (deel)
oplossing zou kunnen bieden voor
een aantal provinciale uitdagingen,
zoals het ontwikkelen en behouden
van talent, het stimuleren en aan-
jagen van ondernemerschap en crea-
tiviteit, de moeizaam functionerende banenmotor, het creëren van
ontwikkelingskansen voor kinderen en het terugdringen van de hoge
diplomaloze uitstroom van jongeren uit het onderwijs. Dat werkte.
Door te anticiperen op problematiek waarmee de politiek zich gecon-
fronteerd ziet, werd draagvlak gecreëerd. De gemeente Leeuwarden
stapte vroeg in en financierde de bus, de provincie Friesland en
anderen partijen volgden later. Zo stelde stichting Pica geld beschik-
baar voor de ontwikkeling van een linked open data kennisbank en
SNS REAAL voor de ontwikkeling van een specifiek lesaanbod voor
jongeren. Sindsdien lijkt het project zich in een stroomversnelling te
bevinden. Op zijn blog Rafelranden informeert De Boer geïnteresseer-
den trouw over alle activiteiten van het projectteam. Hij is nauwelijks
bij te houden. Nu eens staat hij met de bus in Brabant of de Randstad,
dan weer spreekt hij over het project op een congres in binnen- of
buitenland. Op die manier wordt het experiment gecombineerd met
een slimme vorm van marketing.
Het team werkt ondertussen hard aan de ontwikkeling van drie door-
gaande leerlijnen voor het onderwijs, rondom de thema’s watertech-
nologie, duurzame energie en de creatieve industrie. Tegelijkertijd
wordt gezocht naar aansluiting bij het hbo en wordt er overlegd met
potentiële partners. FryskLab neemt daarmee weliswaar deels de rol
van het onderwijs over, maar het onderwijs is blij dat de bibliotheek
het voortouw neemt. Ook dat schept weer draagvlak en vertrouwen.
FryskLab heeft subsidie ontvangen van het SIOB om de opgedane
kennis over te dragen aan andere bibliotheken. Samen met De Heer
Projecten wordt de leergang Fab the library! (11) ontwikkeld, die een
introductie-, een strategie- en een hands-on module bevat. Omdat de
leergang pas vanaf april 2014 wordt aangeboden, valt er nog niet
veel te zeggen over de animo van bibliotheken, maar de verwachting
is dat die er zal zijn. Collega Van Beijnen van Cubiss hoopt dat
mensen uit zijn regio er ook aan deel kunnen nemen. De Boer hoopt
dat uiteraard ook, maar heeft het voorlopig te druk om zich daar
zorgen over te maken. Zo werd FryskLab onlangs bezocht door leden
van de Tweede Kamer die zeer geïnteresseerd zijn in de mogelijk-
heden van het concept, werkt hij aan de afronding van een presenta-
tie in Denemarken en mag hij een artikel over FryskLab schrijven voor
het Handboek Informatiewetenschap van Vakmedianet.
FACILITATOR
Het antwoord op de vraag of bibliotheken nu wel of niet aan de slag
zouden moeten gaan met FabLabs luidt net als in januari 2013:
‘Misschien past een FabLab niet bij elke bibliotheek, maar het concept
verdient het om verkend te worden, zeker door de wat grotere biblio-
theekorganisaties’. Ik denk oprecht dat de genoemde voorbeelden
aantonen dat er voldoende kansen liggen. Het heeft weinig zin om,
zonder plan of samenhang, willekeurig 3D-printers neer te zetten in
bibliotheken, maar dat betekent niet dat er niet geëxperimenteerd
kan worden. Je kunt met relatief weinig middelen, in samenwerking
met lokale partijen, klein beginnen, of je dat nu doet om het geleide-
lijk op te schalen of om publiek en medewerkers in de gelegenheid te
stellen zichzelf over deze ontwikkelingen te laten informeren. Dat de
technologie in combinatie met visie, formatieplaatsen en werk-
vrijheid ook kan leiden tot de dwarsverbanden waarnaar de politiek
op zoek is, wordt aangetoond door Bibliotheekservice Fryslân. Daar
vallen veel puzzelstukjes op hun plek en krijgt de bibliotheek de sleu-
telrol die zij zo graag wil vervullen, zowel binnen de gemeenschap als
op het gebied van kennisdeling. Dat is niet alleen belangrijk voor
bibliotheken, ook de klant of bezoeker heeft er veel baat bij.
Dat vindt ook Ella Hueting, voorzitter van Stichting FabLab Benelux.
Zij beschouwt bibliotheken als ideale partners voor FabLabs, omdat
ze een enorm bereik hebben en als geen ander in staat zijn tot de
bundeling, ontsluiting en verspreiding van kennis. Ze noemt 3D-
printing als voorbeeld: nu draait het nog vooral om de techniek en
ligt het nog deels buiten het bereik van de consument, maar de
techniek wordt snel goedkoper en laagdrempeliger. De nadruk zal
uiteindelijk komen te liggen op de kennisuitwisseling rondom de
ontwerpen en toepassingen in plaats van op de technologie. Nu al
duiken regelmatig kunstenaars en designers op bij workshops in
bibliotheken, om te ontdekken wat de ontwikkelingen kunnen
betekenen voor hun vakgebied. Bij die zoektocht naar kennis op
fysieke locaties, in alle hoeken van de samenleving: daar is de biblio-
theek toch de facilitator en gids bij uitstek? Wie daar niet in gelooft,
moet het in januari 2014 verschenen rapport Bibliotheek van de
toekomst (12), van de commissie-Cohen er maar eens op naslaan.
TEKST: EDWIN MIJNSBERGEN
FOTO’S: MARTIN DE JONG, BSF, FLEVOMEER BIBLIOTHEEK
Noten
Alle noten bij dit artikel - allemaal links - en meer informatie over FabLabs en
Makersplaatsen vindt u op Bibliotheekblad.nl in het Dossier FabLabs.