You are on page 1of 40

S!

1
Maggie MacNeal
“waarom sturen we Blaudzun
niet, of Tim Knol”
“we geven dat wijf 150 gulden
en het is wel goed”
Iedereen verdeeld over The Common Linnets
Redding of ondergang?
Leo Blokhuis
0
-
n
u
m
m
e
r
Songfestival!
Dé unieke eenmalige glossy over het Eurovisie Songfestival!
Een unieke en eenmalige uitgave over het Eurovisie Songfestival
Van de
redactie
Gefeliciteerd! Met dit magazine heb je
een uniek collectors item in handen.
De allereerste editie van het Songfestival
in 1956 telde slechts 7 deelnemers, anno
2014 zijn dat er maar liefst 37. Over een
verenigd Europa gesproken! Wat politici
niet voor elkaar krijgen gebeurt spontaan
door de gedeelde liefde voor muziek
en show. Na enkele magere jaren was
de fnale van het Eurovisie Songfestival
2013 weer een regelrechte hit. Het was
het meest bekeken tv-programma van
het jaar, nog voor de uitzending over de
Troons wisseling. Wat waren we trots op
Anouk met haar sobere maar indringende
presentatie van het nummer Birds waarmee
zij negende werd in de fnale, de beste
Nederlandse prestatie sinds 1999.
Natuurlijk was er altijd kritiek. Ja, er zaten
soms waardeloze liedjes bij. Nee, niet
altijd won de beste song maar de meest
spectaculaire act.
Na een winnende klassering (Lenny Kuhr,
Teach In) waren we ervan overtuigd dat ons
kleine landje de beste artiesten herbergt.
Maar na weer een teleurstellend optreden
met slechts enkele schamele puntjes over-
heerste de mening dat we ‘er nu eindelijk
eens mee moesten stoppen’.
Gelukkig is er nooit naar die negatieve
geluiden geluisterd. Na een kanjer als
Anouk staan anno 2014 opnieuw klinkende
namen op het podium. Ilse en Waylon:
it’s up to you!
Veel (lees)plezier,
Walter Wijnhoven
Hoofdredacteur ‘Songfestival!’
S! 2 S! 3
Inhoud
1
4
6
8
12
9
10
Hoe is het met.. Michelle
10 vragen over het Songfestival aan Paula Patricio
The Common Linnets: Songwriters met een missie
Over het Eurovisie Songfestival
Een singlecollectie als levenswerk
Interview Sandra Reemer
Column Geert Willems
Songfestival!
Van de
redactie

Gefeliciteerd! Met deze glossy heb je een uniek collectors item
in handen.
De allereerste editie van het Songfestival in 1956 telde slechts 7
deelnemers, anno 2014 zijn dat er maar liefst 37. Over een verenigd
Europa gesproken! Wat politici niet voor elkaar krijgen gebeurt spon-
taan door de gedeelde liefde voor muziek en show. Na enkele magere
jaren was de finale van het Eurovisie Songfestival 2013 weer een regel-
rechte hit. Het was het meest bekeken tv-programma van het jaar, nog
voor de uitzending over de Troonswisseling. Wat waren we trots op
Anouk met haar sobere maar indringende presentatie van het nummer
Birds waarmee zij negende werd in de finale, de beste Nederlandse
prestatie sinds 1999.
Natuurlijk was er altijd kritiek. Ja, er zaten soms waardeloze liedjes bij.
Nee, niet altijd won de beste song maar de meest spectaculaire act.
Na een winnende klassering (Lenny Kuhr, Teach In) waren we ervan
overtuigd dat ons kleine landje de beste artiesten herbergt. Maar na
weer een teleurstellend optreden met slechts enkele schamele puntjes
overheerste de mening dat we ‘er nu eindelijk eens mee moesten stop-
pen’. Gelukkig is er nooit naar die negatieve geluiden geluisterd. Na
een kanjer als Anouk staan anno 2014 opnieuw klinkende namen op
het podium. Ilse en Waylon: it’s up to you!
Focus in deze glossy ligt op de Nederlandse beleving van het Eurovi-
sie Songfestival en de (Nederlandse) voorronden. Met aandacht voor
onderbelichte items zoals deelnemers van exotische komaf en de
‘Volendam connectie’, maar natuurlijk ook doorgewinterde hardcore
fans, songfestivalhaters, bijzondere outfits, muzikale weetjes en boe-
iende columns.
Dit magazine is nu al een absoluut bewaarnummer. Geniet van de
mooie foto’s, lees de verrassende interviews, blader door de spranke-
lend vormgegeven pagina’s. En praat vooral met ons mee: via
Facebook songfestivalnu en Twitter @Songfestival_Nu.
Veel (lees)plezier,
Walter Wijnhoven,
Eindredacteur ‘Songfestival!’
facebook.com/Songfestivalnu @Songfestival_nu
S! 2 S! 3
Inhoud
1
4
6
8
12
9
10
Hoe is het met.. Michelle
10 vragen over het Songfestival aan Paula Patricio
The Common Linnets: Songwriters met een missie
Over het Eurovisie Songfestival
Een singlecollectie als levenswerk
Interview Sandra Reemer
Column Geert Willems
Songfestival!
Van de
redactie

Gefeliciteerd! Met deze glossy heb je een uniek collectors item
in handen.
De allereerste editie van het Songfestival in 1956 telde slechts 7
deelnemers, anno 2014 zijn dat er maar liefst 37. Over een verenigd
Europa gesproken! Wat politici niet voor elkaar krijgen gebeurt spon-
taan door de gedeelde liefde voor muziek en show. Na enkele magere
jaren was de finale van het Eurovisie Songfestival 2013 weer een regel-
rechte hit. Het was het meest bekeken tv-programma van het jaar, nog
voor de uitzending over de Troonswisseling. Wat waren we trots op
Anouk met haar sobere maar indringende presentatie van het nummer
Birds waarmee zij negende werd in de finale, de beste Nederlandse
prestatie sinds 1999.
Natuurlijk was er altijd kritiek. Ja, er zaten soms waardeloze liedjes bij.
Nee, niet altijd won de beste song maar de meest spectaculaire act.
Na een winnende klassering (Lenny Kuhr, Teach In) waren we ervan
overtuigd dat ons kleine landje de beste artiesten herbergt. Maar na
weer een teleurstellend optreden met slechts enkele schamele puntjes
overheerste de mening dat we ‘er nu eindelijk eens mee moesten stop-
pen’. Gelukkig is er nooit naar die negatieve geluiden geluisterd. Na
een kanjer als Anouk staan anno 2014 opnieuw klinkende namen op
het podium. Ilse en Waylon: it’s up to you!
Focus in deze glossy ligt op de Nederlandse beleving van het Eurovi-
sie Songfestival en de (Nederlandse) voorronden. Met aandacht voor
onderbelichte items zoals deelnemers van exotische komaf en de
‘Volendam connectie’, maar natuurlijk ook doorgewinterde hardcore
fans, songfestivalhaters, bijzondere outfits, muzikale weetjes en boe-
iende columns.
Dit magazine is nu al een absoluut bewaarnummer. Geniet van de
mooie foto’s, lees de verrassende interviews, blader door de spranke-
lend vormgegeven pagina’s. En praat vooral met ons mee: via
Facebook songfestivalnu en Twitter @Songfestival_Nu.
Veel (lees)plezier,
Walter Wijnhoven,
Eindredacteur ‘Songfestival!’
facebook.com/Songfestivalnu @Songfestival_nu
S! 2 S! 3
Inhoud
1
4
6
8
12
9
10
Hoe is het met.. Michelle
10 vragen over het Songfestival aan Paula Patricio
The Common Linnets: Songwriters met een missie
Over het Eurovisie Songfestival
Een singlecollectie als levenswerk
Interview Sandra Reemer
Column Geert Willems
Songfestival!
Van de
redactie

Gefeliciteerd! Met deze glossy heb je een uniek collectors item
in handen.
De allereerste editie van het Songfestival in 1956 telde slechts 7
deelnemers, anno 2014 zijn dat er maar liefst 37. Over een verenigd
Europa gesproken! Wat politici niet voor elkaar krijgen gebeurt spon-
taan door de gedeelde liefde voor muziek en show. Na enkele magere
jaren was de finale van het Eurovisie Songfestival 2013 weer een regel-
rechte hit. Het was het meest bekeken tv-programma van het jaar, nog
voor de uitzending over de Troonswisseling. Wat waren we trots op
Anouk met haar sobere maar indringende presentatie van het nummer
Birds waarmee zij negende werd in de finale, de beste Nederlandse
prestatie sinds 1999.
Natuurlijk was er altijd kritiek. Ja, er zaten soms waardeloze liedjes bij.
Nee, niet altijd won de beste song maar de meest spectaculaire act.
Na een winnende klassering (Lenny Kuhr, Teach In) waren we ervan
overtuigd dat ons kleine landje de beste artiesten herbergt. Maar na
weer een teleurstellend optreden met slechts enkele schamele puntjes
overheerste de mening dat we ‘er nu eindelijk eens mee moesten stop-
pen’. Gelukkig is er nooit naar die negatieve geluiden geluisterd. Na
een kanjer als Anouk staan anno 2014 opnieuw klinkende namen op
het podium. Ilse en Waylon: it’s up to you!
Focus in deze glossy ligt op de Nederlandse beleving van het Eurovi-
sie Songfestival en de (Nederlandse) voorronden. Met aandacht voor
onderbelichte items zoals deelnemers van exotische komaf en de
‘Volendam connectie’, maar natuurlijk ook doorgewinterde hardcore
fans, songfestivalhaters, bijzondere outfits, muzikale weetjes en boe-
iende columns.
Dit magazine is nu al een absoluut bewaarnummer. Geniet van de
mooie foto’s, lees de verrassende interviews, blader door de spranke-
lend vormgegeven pagina’s. En praat vooral met ons mee: via
Facebook songfestivalnu en Twitter @Songfestival_Nu.
Veel (lees)plezier,
Walter Wijnhoven,
Eindredacteur ‘Songfestival!’
facebook.com/Songfestivalnu @Songfestival_nu
S! 2 S! 3
Inhoud
1
4
6
8
12
9
10
Hoe is het met.. Michelle
10 vragen over het Songfestival aan Paula Patricio
The Common Linnets: Songwriters met een missie
Over het Eurovisie Songfestival
Een singlecollectie als levenswerk
Interview Sandra Reemer
Column Geert Willems
Songfestival!
Van de
redactie

Gefeliciteerd! Met deze glossy heb je een uniek collectors item
in handen.
De allereerste editie van het Songfestival in 1956 telde slechts 7
deelnemers, anno 2014 zijn dat er maar liefst 37. Over een verenigd
Europa gesproken! Wat politici niet voor elkaar krijgen gebeurt spon-
taan door de gedeelde liefde voor muziek en show. Na enkele magere
jaren was de finale van het Eurovisie Songfestival 2013 weer een regel-
rechte hit. Het was het meest bekeken tv-programma van het jaar, nog
voor de uitzending over de Troonswisseling. Wat waren we trots op
Anouk met haar sobere maar indringende presentatie van het nummer
Birds waarmee zij negende werd in de finale, de beste Nederlandse
prestatie sinds 1999.
Natuurlijk was er altijd kritiek. Ja, er zaten soms waardeloze liedjes bij.
Nee, niet altijd won de beste song maar de meest spectaculaire act.
Na een winnende klassering (Lenny Kuhr, Teach In) waren we ervan
overtuigd dat ons kleine landje de beste artiesten herbergt. Maar na
weer een teleurstellend optreden met slechts enkele schamele puntjes
overheerste de mening dat we ‘er nu eindelijk eens mee moesten stop-
pen’. Gelukkig is er nooit naar die negatieve geluiden geluisterd. Na
een kanjer als Anouk staan anno 2014 opnieuw klinkende namen op
het podium. Ilse en Waylon: it’s up to you!
Focus in deze glossy ligt op de Nederlandse beleving van het Eurovi-
sie Songfestival en de (Nederlandse) voorronden. Met aandacht voor
onderbelichte items zoals deelnemers van exotische komaf en de
‘Volendam connectie’, maar natuurlijk ook doorgewinterde hardcore
fans, songfestivalhaters, bijzondere outfits, muzikale weetjes en boe-
iende columns.
Dit magazine is nu al een absoluut bewaarnummer. Geniet van de
mooie foto’s, lees de verrassende interviews, blader door de spranke-
lend vormgegeven pagina’s. En praat vooral met ons mee: via
Facebook songfestivalnu en Twitter @Songfestival_Nu.
Veel (lees)plezier,
Walter Wijnhoven,
Eindredacteur ‘Songfestival!’
facebook.com/Songfestivalnu @Songfestival_nu
S! 3
4. The Common Linnets: Songwriters met een missie
7. Over het Eurovisie Songfestival
8. Interview: Sjoukje Smit
12. 10 vragen aan.. Leo Blokhuis
14. Hoe is het nu met.. Michelle
16. Interview: Sandra Reemer
19. Hoe is het nu met.. Greetje Kauffeld
20. Wat te doen in Kopenhagen
24. Het Songfestival door de oren van een geluidstechnicus
27. Column: Geert Willems
28. 10 vragen aan.. Paula Patricio
30. Een singlecollectie als levenswerk
32. Hoe is het nu met.. Joan Franka
34. Interview: Lenny Kuhr
38. Hoe is het nu met.. Ronnie Tober
40. Colofon
S! 8 S! 9
Kunnen jullie vertellen waar het lied over gaat?
Waylon: “Het gaat over iets wat iedereen meemaakt in zijn leven. Ieder-
een komt in stormen terecht. Of ze nou heel heftig zijn of niet.”
Ilse: “Het beschrijft een autorit na één van de ruzies die je hebt gehad
met je geliefde. Daarin rijzen de vragen of het wel goed is om door te
gaan met elkaar. Of juist niet.”
Waylon: “Het gaat vaak om de stilte vóór de storm. Dit is juist het mo-
ment waarop alles is geweest en de lucht weer opklaart.”
Ilse: “Een moment van overpeinzing is het eigenlijk. In het liedje wordt
ook niet verteld of het goed komt of niet. Enkel de vragen die op zo’n
moment spelen worden aan de orde gesteld.”
Is dat ook de reden dat jullie het gelijktijdig zingen? Omdat de man
en de vrouw het allebei ervaren?
Waylon: “Ja, je hebt beiden dat moment. Je zit allebei in die situatie.
We wilden ook niet een voor de hand liggende duetvorm maken waarin
de één het eerste couplet gaat zingen, gevolgd door een verandering
in toonsoort, want Ilse zingt hoger dan ik, en zo dan verder. We wilden
het heel sferisch en ingetogen aanpakken. Misschien niet eens alles
laten zien wat we kunnen. Dat hoeft ook niet.”
Waarom hoeft dat niet?
Waylon: “Omdat we in dienst staan van de muziek. We laten ons leiden
door de muziek.”
Ilse: “Het is een liedje, en dat vind ik altijd heel mooi, waarvan de
woorden heel simpel zijn. Simpel maar heel veelzeggend. Dat heeft
dit liedje in zich. Geen hoogdravende tekst met ingewikkelde vijfletter-
greepwoorden.”
Waylon: “Iedereen snapt het. Iedereen heeft het wel eens
meegemaakt.”
Wanneer je een Songfestivalliedje schrijft, wordt het in Nederland
grondig onder de loep genomen.
Ilse: “Natuurlijk. Het ligt helemaal in de lijn der verwachting. Ik vind
het dan ook wel weer heel komisch dat het precies zo uitrolt als je het
vooraf al voorstelt. Zodra het liedje bekend wordt, vindt de ene helft het
briljant en fantastisch, heeft nog nooit zoiets gehoord. De andere helft
vindt het verschrikkelijk, saai, stom, roept ‘boe!’ Dat vind ik wel grappig.
Juist door de diversiteit aan meningen is het belangrijk dat je bij jezelf
blijft. Als wij hadden gedaan wat mensen misschien hadden verwacht
of hadden aangedragen – zo van ‘je moet zus en je moet zo, denk aan
de modulatie, doe een uithaal, zorg voor een dramatisch moment etc.’–
en het was dan niet gelukt, dan zouden wij daar uiteindelijk spijt van
krijgen. Je vraagt je dan altijd af ‘maar wat als ik had gedaan wat in mijn
hart lag?’. Dat zullen we nu niet hebben, we doen immers al wat we
wilden doen.”
Waylon: “Het Songfestival is één van de dingen die je de rest van je
carrière blijft achtervolgen. Hoe dan ook. Je kunt dan beter iets neer-
zetten waar je zelf heel gelukkig en blij mee bent geweest. Dan heb je
altijd gewonnen.”
Ilse: “... En er altijd trots op terugkijken.”
Zien jullie jezelf als ambassadeurs van het goede lied?
Waylon: “Ja, wij zien onszelf zeker als ambassadeurs van het goede
lied. Wij zijn opgegroeid met countrymuziek. Daar ligt onze basis. En
ik vind nog steeds dat de beste songs uit de country komen. Dat is
hetgeen dat wij proberen te vertolken, proberen neer te zetten.”
Het klinkt alsof jullie de stelling innemen dat het weer meer om het
liedje moet gaan.
Ilse: “Ja, minder om de randverschijnselen. We hebben echt gekozen
voor het ambacht van songwriting. We hebben samen natuurlijk een
heel album gemaakt waarop een heel divers pallet te horen is aan
americana en country. Dit liedje kwam elke keer weer bij ons terug
door zijn eenvoud. Daarin ligt voor ons de kracht, daar hebben we heel
bewust voor gekozen. Wij zijn heel zelfverzekerd over onze keuze.”
Zijn jullie al voorbereid op jullie aanstaande breuk?
Ilse: “Haha. Onze aanstaande breuk?!”
Het loopt wel eens vaker slecht af met duo’s die mee doen aan het
Songfestival. Dan komt er geheid bonje tussen de twee.
The Common Linnets vertegenwoordigen dit jaar Nederland op het Eurovisie Songfestival. Zoals
waarschijnlijk al bekend gaan achter deze gelegenheidsband met de naam van een vogeltje niemand
minder dan Ilse de Lange en Waylon schuil. Beiden niet bepaald onsuccesvol in hun solocarrière,
besloten ze de krachten te bundelen. Samen maakten ze een country album; een genre waar ze al-
lebei mee opgroeiden. Het door henzelf uitgekozen lied Calm after the storm zorgde in ieder geval al
meteen voor verdeelde reacties. Songfestival! sprak hen vlak na de presentatie van hun nummer.
Songwriters met een missie
The
Common Linnets
S! 8 S! 9
Kunnen jullie vertellen waar het lied over gaat?
Waylon: “Het gaat over iets wat iedereen meemaakt in zijn leven. Ieder-
een komt in stormen terecht. Of ze nou heel heftig zijn of niet.”
Ilse: “Het beschrijft een autorit na één van de ruzies die je hebt gehad
met je geliefde. Daarin rijzen de vragen of het wel goed is om door te
gaan met elkaar. Of juist niet.”
Waylon: “Het gaat vaak om de stilte vóór de storm. Dit is juist het mo-
ment waarop alles is geweest en de lucht weer opklaart.”
Ilse: “Een moment van overpeinzing is het eigenlijk. In het liedje wordt
ook niet verteld of het goed komt of niet. Enkel de vragen die op zo’n
moment spelen worden aan de orde gesteld.”
Is dat ook de reden dat jullie het gelijktijdig zingen? Omdat de man
en de vrouw het allebei ervaren?
Waylon: “Ja, je hebt beiden dat moment. Je zit allebei in die situatie.
We wilden ook niet een voor de hand liggende duetvorm maken waarin
de één het eerste couplet gaat zingen, gevolgd door een verandering
in toonsoort, want Ilse zingt hoger dan ik, en zo dan verder. We wilden
het heel sferisch en ingetogen aanpakken. Misschien niet eens alles
laten zien wat we kunnen. Dat hoeft ook niet.”
Waarom hoeft dat niet?
Waylon: “Omdat we in dienst staan van de muziek. We laten ons leiden
door de muziek.”
Ilse: “Het is een liedje, en dat vind ik altijd heel mooi, waarvan de
woorden heel simpel zijn. Simpel maar heel veelzeggend. Dat heeft
dit liedje in zich. Geen hoogdravende tekst met ingewikkelde vijfletter-
greepwoorden.”
Waylon: “Iedereen snapt het. Iedereen heeft het wel eens
meegemaakt.”
Wanneer je een Songfestivalliedje schrijft, wordt het in Nederland
grondig onder de loep genomen.
Ilse: “Natuurlijk. Het ligt helemaal in de lijn der verwachting. Ik vind
het dan ook wel weer heel komisch dat het precies zo uitrolt als je het
vooraf al voorstelt. Zodra het liedje bekend wordt, vindt de ene helft het
briljant en fantastisch, heeft nog nooit zoiets gehoord. De andere helft
vindt het verschrikkelijk, saai, stom, roept ‘boe!’ Dat vind ik wel grappig.
Juist door de diversiteit aan meningen is het belangrijk dat je bij jezelf
blijft. Als wij hadden gedaan wat mensen misschien hadden verwacht
of hadden aangedragen – zo van ‘je moet zus en je moet zo, denk aan
de modulatie, doe een uithaal, zorg voor een dramatisch moment etc.’–
en het was dan niet gelukt, dan zouden wij daar uiteindelijk spijt van
krijgen. Je vraagt je dan altijd af ‘maar wat als ik had gedaan wat in mijn
hart lag?’. Dat zullen we nu niet hebben, we doen immers al wat we
wilden doen.”
Waylon: “Het Songfestival is één van de dingen die je de rest van je
carrière blijft achtervolgen. Hoe dan ook. Je kunt dan beter iets neer-
zetten waar je zelf heel gelukkig en blij mee bent geweest. Dan heb je
altijd gewonnen.”
Ilse: “... En er altijd trots op terugkijken.”
Zien jullie jezelf als ambassadeurs van het goede lied?
Waylon: “Ja, wij zien onszelf zeker als ambassadeurs van het goede
lied. Wij zijn opgegroeid met countrymuziek. Daar ligt onze basis. En
ik vind nog steeds dat de beste songs uit de country komen. Dat is
hetgeen dat wij proberen te vertolken, proberen neer te zetten.”
Het klinkt alsof jullie de stelling innemen dat het weer meer om het
liedje moet gaan.
Ilse: “Ja, minder om de randverschijnselen. We hebben echt gekozen
voor het ambacht van songwriting. We hebben samen natuurlijk een
heel album gemaakt waarop een heel divers pallet te horen is aan
americana en country. Dit liedje kwam elke keer weer bij ons terug
door zijn eenvoud. Daarin ligt voor ons de kracht, daar hebben we heel
bewust voor gekozen. Wij zijn heel zelfverzekerd over onze keuze.”
Zijn jullie al voorbereid op jullie aanstaande breuk?
Ilse: “Haha. Onze aanstaande breuk?!”
Het loopt wel eens vaker slecht af met duo’s die mee doen aan het
Songfestival. Dan komt er geheid bonje tussen de twee.
The Common Linnets vertegenwoordigen dit jaar Nederland op het Eurovisie Songfestival. Zoals
waarschijnlijk al bekend gaan achter deze gelegenheidsband met de naam van een vogeltje niemand
minder dan Ilse de Lange en Waylon schuil. Beiden niet bepaald onsuccesvol in hun solocarrière,
besloten ze de krachten te bundelen. Samen maakten ze een country album; een genre waar ze al-
lebei mee opgroeiden. Het door henzelf uitgekozen lied Calm after the storm zorgde in ieder geval al
meteen voor verdeelde reacties. Songfestival! sprak hen vlak na de presentatie van hun nummer.
Songwriters met een missie
S! 8 S! 9
Kunnen jullie vertellen waar het lied over gaat?
Waylon: “Het gaat over iets wat iedereen meemaakt in zijn leven. Ieder-
een komt in stormen terecht. Of ze nou heel heftig zijn of niet.”
Ilse: “Het beschrijft een autorit na één van de ruzies die je hebt gehad
met je geliefde. Daarin rijzen de vragen of het wel goed is om door te
gaan met elkaar. Of juist niet.”
Waylon: “Het gaat vaak om de stilte vóór de storm. Dit is juist het mo-
ment waarop alles is geweest en de lucht weer opklaart.”
Ilse: “Een moment van overpeinzing is het eigenlijk. In het liedje wordt
ook niet verteld of het goed komt of niet. Enkel de vragen die op zo’n
moment spelen worden aan de orde gesteld.”
Is dat ook de reden dat jullie het gelijktijdig zingen? Omdat de man
en de vrouw het allebei ervaren?
Waylon: “Ja, je hebt beiden dat moment. Je zit allebei in die situatie.
We wilden ook niet een voor de hand liggende duetvorm maken waarin
de één het eerste couplet gaat zingen, gevolgd door een verandering
in toonsoort, want Ilse zingt hoger dan ik, en zo dan verder. We wilden
het heel sferisch en ingetogen aanpakken. Misschien niet eens alles
laten zien wat we kunnen. Dat hoeft ook niet.”
Waarom hoeft dat niet?
Waylon: “Omdat we in dienst staan van de muziek. We laten ons leiden
door de muziek.”
Ilse: “Het is een liedje, en dat vind ik altijd heel mooi, waarvan de
woorden heel simpel zijn. Simpel maar heel veelzeggend. Dat heeft
dit liedje in zich. Geen hoogdravende tekst met ingewikkelde vijfletter-
greepwoorden.”
Waylon: “Iedereen snapt het. Iedereen heeft het wel eens
meegemaakt.”
Wanneer je een Songfestivalliedje schrijft, wordt het in Nederland
grondig onder de loep genomen.
Ilse: “Natuurlijk. Het ligt helemaal in de lijn der verwachting. Ik vind
het dan ook wel weer heel komisch dat het precies zo uitrolt als je het
vooraf al voorstelt. Zodra het liedje bekend wordt, vindt de ene helft het
briljant en fantastisch, heeft nog nooit zoiets gehoord. De andere helft
vindt het verschrikkelijk, saai, stom, roept ‘boe!’ Dat vind ik wel grappig.
Juist door de diversiteit aan meningen is het belangrijk dat je bij jezelf
blijft. Als wij hadden gedaan wat mensen misschien hadden verwacht
of hadden aangedragen – zo van ‘je moet zus en je moet zo, denk aan
de modulatie, doe een uithaal, zorg voor een dramatisch moment etc.’–
en het was dan niet gelukt, dan zouden wij daar uiteindelijk spijt van
krijgen. Je vraagt je dan altijd af ‘maar wat als ik had gedaan wat in mijn
hart lag?’. Dat zullen we nu niet hebben, we doen immers al wat we
wilden doen.”
Waylon: “Het Songfestival is één van de dingen die je de rest van je
carrière blijft achtervolgen. Hoe dan ook. Je kunt dan beter iets neer-
zetten waar je zelf heel gelukkig en blij mee bent geweest. Dan heb je
altijd gewonnen.”
Ilse: “... En er altijd trots op terugkijken.”
Zien jullie jezelf als ambassadeurs van het goede lied?
Waylon: “Ja, wij zien onszelf zeker als ambassadeurs van het goede
lied. Wij zijn opgegroeid met countrymuziek. Daar ligt onze basis. En
ik vind nog steeds dat de beste songs uit de country komen. Dat is
hetgeen dat wij proberen te vertolken, proberen neer te zetten.”
Het klinkt alsof jullie de stelling innemen dat het weer meer om het
liedje moet gaan.
Ilse: “Ja, minder om de randverschijnselen. We hebben echt gekozen
voor het ambacht van songwriting. We hebben samen natuurlijk een
heel album gemaakt waarop een heel divers pallet te horen is aan
americana en country. Dit liedje kwam elke keer weer bij ons terug
door zijn eenvoud. Daarin ligt voor ons de kracht, daar hebben we heel
bewust voor gekozen. Wij zijn heel zelfverzekerd over onze keuze.”
Zijn jullie al voorbereid op jullie aanstaande breuk?
Ilse: “Haha. Onze aanstaande breuk?!”
Het loopt wel eens vaker slecht af met duo’s die mee doen aan het
Songfestival. Dan komt er geheid bonje tussen de twee.
The Common Linnets vertegenwoordigen dit jaar Nederland op het Eurovisie Songfestival. Zoals
waarschijnlijk al bekend gaan achter deze gelegenheidsband met de naam van een vogeltje niemand
minder dan Ilse de Lange en Waylon schuil. Beiden niet bepaald onsuccesvol in hun solocarrière,
besloten ze de krachten te bundelen. Samen maakten ze een country album; een genre waar ze al-
lebei mee opgroeiden. Het door henzelf uitgekozen lied Calm after the storm zorgde in ieder geval al
meteen voor verdeelde reacties. Songfestival! sprak hen vlak na de presentatie van hun nummer.
Songwriters met een missie
T
E
K
S
T

A
R
N
O
U
D

G
O
O
S

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E

F
R
I
S
O

K
O
O
I
J
M
A
N
S! 5
S! 10 S! 11
Waylon: “Daarom zijn we ook een gelegenheidsduo! Haha.”
Ilse: “Maar het klopt wel. We zijn natuurlijk bij elkaar gekomen om een
heel mooi country album te maken, onder de naam The Common Lin-
nets. Toen was het Songfestival totaal nog niet in beeld. We werden
allebei individueel gevraagd. Elk jaar weer. Toen wij ongeveer over de
helft waren met het maken van ons album en die vraag via het manage-
ment weer bij ons beiden individueel terechtkwam, keken we elkaar
eens aan: ‘Is het niet mooi om dat met dit project te doen?’
The Common Linnets is echt een initiatief van mij, waarin ik heel graag
met collega-artiesten, Nederlandse singer-songwriters, mijn liefde voor
countrymuziek deel. Diegene met wie ik dat van nature het meest heb,
is Waylon.”
Waarom is dat Waylon?
Ilse: “We kennen elkaar al vanaf dat we tieners zijn. Vanuit het country
circuit. Ik wist dat hij die passie voor dit soort muziek absoluut heeft.
Vandaar dat deze eerste editie van The Common Linnets met Waylon
is. Wie weet wat er nog allemaal komt. Stel je voor, we hebben heel
veel succes en dan gaan we misschien nog wel met z’n tweeën door.
Of misschien dat ik over een paar jaar een plaat maak onder de naam
The Common Linnets, maar dan met iemand anders. Ik weet het ge-
woon nog niet.”
Waylon: “We komen over 25 jaar terug!”
Ilse: “Dan hebben we een reünie. Haha.”
Dan doen jullie weer mee met het Songfestival.
Ilse: “Ja, wie weet!“
Of jullie gaan alle schnabbels af, waar jullie met al de oud-deelnemers
mee op een podium staan.
Ilse: “Ja dat ook! Dat kunnen we nu ook al. Lachen, man.”
Zijn jullie zelf ook Songfestivalfans?
Waylon: “Ik heb het wel altijd leuk gevonden.”
Ilse: “Waylon wel.”
Waylon: “Jij hebt het ook altijd leuk gevonden!”
Ilse: “Ja vooruit. Vooral vroeger toen het echt met een orkest was en
livemuziek. Wij keken thuis altijd naar het Songfestival. Maar het ging
steeds meer om de randverschijnselen. Dus niet zozeer om het liedje
zelf, maar meer de act. Toen haakte ik wel een beetje af. Maar er waren
ook altijd wel een paar liedjes bij die ik wel mooi vond.”
Waylon: “Vroeger werden er zulke mooie liedjes gemaakt. Nu nog zit er
af en toe wel een pareltje tussen. Dat wordt die van ons natuurlijk ook,
dat weet ik gewoon zeker.”
Wat zijn jullie favoriete songfestivalliedjes?
Waylon: “Ik vind Ein bißchen Frieden van Nicole heel mooi. En What’s
another year van Johnny Logan.”
Ilse: “Wat ik heel mooi vind is Rock ‘n’ roll kids van Paul Harrington en
Charlie McGettigan. Een prachtig country liedje. En het heeft gewon-
nen, hè?”
Kijken jullie zelf al een beetje uit naar de stilte na de storm?
Ilse: “Nee, ik wil die storm in man! Het avontuur. Ja echt heerlijk!”
Waylon: “Ik vind dit wel heel leuk. Ik mocht een keer Ambassadeur van
de Vrijheid zijn, dat was ook bijzonder. En nu mag ik het Songfestival
doen. Je zet je in voor je land en dat is een eer. Iedereen is er mee
bezig.”
Ilse: “Dat het zo’n groot platform krijgt, een platform om de muziek die
je hebt gemaakt aan zoveel mensen te laten horen, dat is toch waar je
het voor doet.”
Waylon: “Ja. Ik ben trots dat we de muziek waar we allebei zo van
houden nu zelf in een vormpje hebben mogen gieten. Dat we dat mo-
gen presenteren, vind ik te gek. Voor mij is dat de grootste winst: dat
we die muziek mogen vertegenwoordigen, is wat ik altijd heb gewild.”
Waylon deed in 2005 mee aan de voorrondes van het
Nationaal Songfestival met het nummer Leven als een
beest. Ook toen vormde hij een duo, maar dan met
Rachel Kramer, bekend van onder meer Starmaker
en later K-otic. De finale, uiteindelijk gewonnen door
Glennis Grace, haalden ze echter niet.
De naam van The Common Linnets komt van het
gelijknamige zangvogeltje, in Nederland bekend als
de kneu, of de heikneuter. Ondanks de negatieve
connotatie staat het vogeltje bekend om zijn mooie
zangkunsten.
Ilse en Waylon kennen elkaar al vanaf zo ongeveer hun
14e. Ze kwamen elkaar steeds weer tegen bij coun-
try avonden in het hele land maar werkten nog nooit
eerder samen.
S! 6
S! 12 S! 13
Over het Eurovisie Songfestival
heeft iedereen een mening
“Ik word hier zó depressief van.
Het is geen goed liedje en het
spijt me zeer, maar we gaan dit
jaar wéér niet naar de f inale.”
Gordon in 2013 over “Birds”
van Anouk
“Ik word echt elk jaar gevraagd
voor het Songfestival.”
Trijntje Oosterhuis
“De jongen van Rusland heeft
een ijsbaan meegenomen
waarop hij nogal pathetisch
een ballade zingt.”
Rik van de Westelaken in 2008
over winnaar Dima Bilan
“Ik kom dus nog uit de tijd
dat we iedere vijf jaar het
festival wonnen.”
Albert Verlinde
“Zodra we ons als land aan de
rest van Europa presenteren,
verloochenen we onze taal en
gaan we gauw in het Engels
zingen omdat we denken zo een
paar extra puntjes bij elkaar te
kunnen sprokkelen.”
Tweede Kamer lid Boris Dittrich
stelt in 1999 Kamervragen
“Het is niet allemaal kommer
en kwel.”
Ruud de Wild in 2009 over de
Nationale Finale met de Toppers
“Het Songfestival is een van
de beste programma’s.”
André van Duin
“Als er twee Songfestivals worden
georganiseerd, waarin de ene kant
Oost-Europa zit en aan de andere
kant leuke popmuziek, dan gaat
Luv’ misschien wel.”
Patty Brard
Milly Scott is wereldberoemd in Nederland omdat ze in 1966 als eerste donkere
artiest meedeed aan het Eurovisie Songfestival met het rumbaliedje ‘Fernando en Philippo’. Dat was
ook de reden dat ik haar voor mijn boek ‘Douze points, twelve points’ wilde spreken over haar ervarin-
gen op dat festival. Via internet belandde ik op haar eigen website maar daarop een telefoonnummer.
Na een aantal mislukte pogingen, er nam niemand op, kreeg ik haar op een dag in oktober plotseling
toch te pakken. ‘Ja?’, klonk het afwachtend aan de andere kant van de lijn. ‘Spreek ik met Milly Scott?’
Dat was zo en omstandig begon ik uit te leggen waar ik voor belde. ‘Oh, daar heb ik nu helemaal geen
tijd voor, ik ben aan het koken. Belt u over een uurtje maar terug.’ Voor een vrouw van bijna 80 klonk ze
opmerkelijk vitaal.
Meestal weet ik na zo’n gesprek wel of iemand wil meewerken en dit voelde alsof ik een blauwtje had
gelopen. Op weg naar een gezellige avond bij een vriend en collega belde ik voor de vorm nog een
keer terug. Ik wist bijna zeker dat het gesprek niets op zou leveren. Milly nam weer op en de eerste tien
minuten leek het er inderdaad sterk op, dat ze de boot aan het afhouden was: ‘Een boek over het song-
festival, dat is toch waar het over gaat? En wat ik zou kunnen vertellen, gaat u toch niet opschrijven.’
Maar gedurende het telefoongesprek sloeg de stemming om. Plotseling werd ze heel open en vertelde
verhalen die volgens haar nog nooit waren opgeschreven. Dat ze pas geleden had ontdekt dat ze
eigenlijk gedurende haar hele carrière gediscrimineerd was vanwege haar huidskleur, terwijl ze zichzelf
altijd een gewoon meisje uit Den Helder had gevoeld. Over haar privésores en haar exen. Maar ook
over haar glanzende loopbaan bij onder meer de BBC na haar optreden op het songfestival. Over haar
studie op late leeftijd waardoor ze nu gediplomeerd healer/therapeut was. Ze liep al lang rond met
het idee een biografie te schrijven, ‘ik heb alle knipsels nog’, maar het kwam er maar niet van. Aan het
einde van het gesprek, ik stond inmiddels al een half uur met de auto op de oprit van m’n vriend, maar
kon me nog niet aan de woordenstroom van Milly ontrukken, vroeg ze of ik haar niet kon helpen met dat
boek.
In de weken erna hielden we nauw contact, via mail. Meestal waren het losse gedachten die ze even
snel op haar computer had getikt. ‘Je vriendin heeft weer gemaild’, zei m’n vrouw dan.
Milly heeft gelukkig nu haar verhaal over het songfestival kunnen vertellen en het is te lezen in ‘Douze
points, twelve points’. In die tijd ziet ze zich helemaal niet als zwarte zangeres. ‘Zo leefde ik niet. Ik ben
blank opgevoed vanaf mijn geboorte in Den Helder. Ik keek nooit naar huidskleur en wist er ook niks
van. Als ik met die gedachte het podium had moeten beklimmen, had ik het nooit gedurfd. Pas veel
later, omdat anderen mij er op wezen, ben ik me daar bewust van geworden. Nu denk ik dat mijn zwart
zijn invloed heeft gehad op het aantal punten dat ik kreeg. De mensen die mij toen zagen, zullen met
angst om het hart hebben gedacht: ‘Oh, die zitten nu al in ‘ons’ songfestival. De landen die mij een nul
gaven, hadden geen koloniën. Die hadden in hun DNA: een zwarte telt niet mee. In Engeland waren ze
wel gewend aan ‘donkere’ mensen. De Engelsen hadden grote bewondering voor mij, dat ik met zo’n
lied durfde te performen. Ze boden me contracten aan, en prompt scoorde ik de hit I’m laughing up the
sleeve, met een groot jazzorkest. Dat lied stond wekenlang in de hitparade, waardoor ik weer nieuwe
contracten kreeg in Londen. Ik heb opgetreden voor de koninklijke familie daar, zat naast Dick van
Dycke en heb Ike en Tina Turner en Jimmy Hendrix ontmoet.’
Het songfestival is maar een klein deel van Milly’s levensverhaal. Het andere deel moet ook nog verteld
worden, maar wel in een ander boek. Dat verdient ze.
Milly
Column
Geert Willems schreef
samen met Hans van Walraven
Dinge-dong, uitgekomen in
2000. Recent verscheen zijn
nieuwe boek Douze points,
twelve points. Als verslag-
gever van De Gelderlander en
De Persdienst van Wegener
bericht hij veelvuldig over het
Songfestival.
‘Ik denk dat mijn zwart-zijn invloed had op het aantal punten’
F
O
T
O

G
E
E
R
T

W
I
L
L
E
M
S
S! 7
S! 22 S! 23
Maggie
MacNeal
Sjoukje
Smit
S! 8
T
E
K
S
T

A
R
N
O
U
D

G
O
O
S

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E

W
O
O
D
S

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E
S! 24 S! 25
Ze wordt geboren in Tilburg en woont als kind ook even in Utrecht,
maar opgroeien doet Sjoukje in Zeist, in een huis waar een riha-orgel
in de keuken staat, een piano in de huiskamer, een honkytonkpiano in
de schuur en een trapharmonium op haar eigen kamer. ‘Ik speelde wel
piano, maar ik deed vooral na wat mijn broer deed. Ik kon geen noten
lezen, dus als het te ingewikkeld werd, haakte ik af.’ Zang blijkt meer
haar instrument en, naast het volgen van klassieke zangles, sluit ze zich
aan bij het Groot Aalsmeer Koor, waar ze optreedt als sopraan.
Zo kan dat gaan
Ondanks veel met zingen bezig te zijn, droomt Sjoukje er niet van hier
haar beroep van te maken. Ze rolt er min of meer per toeval in. ‘Ik stond
een keer mee te zingen in een discotheek in Zeist toen zei iemand
“je moet eens auditie doen bij platenmaatschappij Phonogram”. Dat
heb ik gedaan en toen zei Hans van Hemert, die daar met de scepter
zwaaide, eigenlijk meteen dat het wel goed zat. Ik bedacht de artiesten-
naam Maggie MacNeal en kort daarna heb ik mijn eerste singletje ge-
maakt: I heard it through the grapevine, in de uitvoering van Creedance
Clearwater Revival. Op de B-kant stond Isolation van John Lennon.”
Succes blijft uit, dus Van Hemert grijpt in. Hij koppelt de dertien jaar
oudere Willem Duyn, alias Big Mouth, aan Smit en vormt hiermee het
duo Mouth & MacNeal. “Onze eerste single Hey you love bereikte
de nummer 3 positie. Toen dat gebeurde, werkte ik ondertussen nog
gewoon op kantoor. Ik had nog steeds niet het idee dat ik zangeres
werd. Toen kwam How do you do en dat werd een wereldklapper. De
aanvragen voor optredens stroomden binnen. Ik ben toen op een trein
gestapt en die is nooit meer gestopt. Zo gaat dat dan. Of ja, zo kan dat
gaan.
Het opnemen tegen ABBA
In 1973 wordt aan de succesvolle formatie gevraagd mee te doen met
het Songfestival. ‘Ik weet niet meer precies waarom we dat toen niet
gedaan hebben. Maar dat soort dingen werden meestal achter mijn
rug om besloten. Mij werd verteld wat we zouden doen en ik deed wel
mee. Maar we waren na het succes van How do you do zoveel aan het
touren, dus we hadden het ook enorm druk.’
Een jaar later doen Mouth & MacNeal wel mee aan het Nationaal
Songfestival. Ze zijn de enige artiesten die mee doen, en een jury kiest
uit een aantal liedjes, die het tweetal ten gehore brengen.. Het lied Ik
zie een ster wint overtuigend. ‘Volgens mij vond ik Liefste het leukst,
maar geen van die liedjes was mijn smaak. Ik zat natuurlijk toch in een
duo dat meer een gimmick was dan dat je daar iets met je stem kon
doen. Het waren echt typetjes die we speelden. Normaal ga ik toch niet
zingen: “You kou la le loupi”. Dat kan een kind van drie ook. Het was
commercieel heel goed, maar kwalitatief had ik natuurlijk veel meer in
huis.”
Voor het Eurovisie Songfestival dat jaar wordt Ik zie een ster vertaald
naar I see a star en het tweetal eindigt uiteindelijk op de derde plaats.
“Het lied had wel potentie, maar geen van onze liedjes heeft ooit How
do you do overtroffen.” De bookmakers zetten afwisselend Mouth &
MacNeal en het voor Zweden deelnemende ABBA op de eerste plek.
“Toen dat gebeurde, werd het wel spannend. Je moet dat maar wel zien
waar te maken. ABBA zei steeds dat wij zouden winnen en wij zeiden
dat juist zij zouden winnen. Helaas kregen wij gelijk.”
Bonje en de breuk
Nog in hetzelfde jaar als de deelname aan het Songfestival, gaan Mouth
& MacNeal uitelkaar. ‘Op Sinterklaasavond ben ik er uitgegooid, of om
het thematisch te zeggen, kreeg ik de zak. Achteraf hoorde ik dat ze
al eerder met allemaal andere zangeressen aan het repeteren waren
geweest. Maar stuk voor stuk hadden ze bedankt. Of dat nou door Wil-
‘Hoe het nu met me gaat? Goed. Dan zijn we snel klaar’ lacht Sjoukje Smit terwijl ze in de
visagieruimte zit voor de fotoshoot van Songfestival! Zo gemakkelijk komt ze er niet van
af. We willen wel iets meer weten. Al zijn er niet veel woorden nodig om te vertellen dat
Sjoukje Smit zich inderdaad goed voelt anno 2014. Tijdens de fotoshoot vraagt ze of de
muziek flink hard mag en schreeuwt ze naar de camera: ‘Heerlijk!’.
SONGFESTIVAL
PASPOORT
Naam: Sjoukje Lucie Smit, beter bekend
als Maggie MacNeal
Geboren: 1950
Deelname: 1974 in Brighton, Groot Brittannië
Lied: I see a star (Mouth & MacNeal)
Positie: 3e
Deelname: 1980 in Den Haag, Nederland
Lied: Amsterdam
Positie: 5e
T
E
K
S
T

A
R
N
O
U
D

G
O
O
S


F
O
T
O

S

W
O
O
D
S

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E
S! 9
S! 24 S! 25
Ze wordt geboren in Tilburg en woont als kind ook even in Utrecht,
maar opgroeien doet Sjoukje in Zeist, in een huis waar een riha-orgel
in de keuken staat, een piano in de huiskamer, een honkytonkpiano in
de schuur en een trapharmonium op haar eigen kamer. ‘Ik speelde wel
piano, maar ik deed vooral na wat mijn broer deed. Ik kon geen noten
lezen, dus als het te ingewikkeld werd, haakte ik af.’ Zang blijkt meer
haar instrument en, naast het volgen van klassieke zangles, sluit ze zich
aan bij het Groot Aalsmeer Koor, waar ze optreedt als sopraan.
Zo kan dat gaan
Ondanks veel met zingen bezig te zijn, droomt Sjoukje er niet van hier
haar beroep van te maken. Ze rolt er min of meer per toeval in. ‘Ik stond
een keer mee te zingen in een discotheek in Zeist toen zei iemand
“je moet eens auditie doen bij platenmaatschappij Phonogram”. Dat
heb ik gedaan en toen zei Hans van Hemert, die daar met de scepter
zwaaide, eigenlijk meteen dat het wel goed zat. Ik bedacht de artiesten-
naam Maggie MacNeal en kort daarna heb ik mijn eerste singletje ge-
maakt: I heard it through the grapevine, in de uitvoering van Creedance
Clearwater Revival. Op de B-kant stond Isolation van John Lennon.”
Succes blijft uit, dus Van Hemert grijpt in. Hij koppelt de dertien jaar
oudere Willem Duyn, alias Big Mouth, aan Smit en vormt hiermee het
duo Mouth & MacNeal. “Onze eerste single Hey you love bereikte
de nummer 3 positie. Toen dat gebeurde, werkte ik ondertussen nog
gewoon op kantoor. Ik had nog steeds niet het idee dat ik zangeres
werd. Toen kwam How do you do en dat werd een wereldklapper. De
aanvragen voor optredens stroomden binnen. Ik ben toen op een trein
gestapt en die is nooit meer gestopt. Zo gaat dat dan. Of ja, zo kan dat
gaan.
Het opnemen tegen ABBA
In 1973 wordt aan de succesvolle formatie gevraagd mee te doen met
het Songfestival. ‘Ik weet niet meer precies waarom we dat toen niet
gedaan hebben. Maar dat soort dingen werden meestal achter mijn
rug om besloten. Mij werd verteld wat we zouden doen en ik deed wel
mee. Maar we waren na het succes van How do you do zoveel aan het
touren, dus we hadden het ook enorm druk.’
Een jaar later doen Mouth & MacNeal wel mee aan het Nationaal
Songfestival. Ze zijn de enige artiesten die mee doen, en een jury kiest
uit een aantal liedjes, die het tweetal ten gehore brengen.. Het lied Ik
zie een ster wint overtuigend. ‘Volgens mij vond ik Liefste het leukst,
maar geen van die liedjes was mijn smaak. Ik zat natuurlijk toch in een
duo dat meer een gimmick was dan dat je daar iets met je stem kon
doen. Het waren echt typetjes die we speelden. Normaal ga ik toch niet
zingen: “You kou la le loupi”. Dat kan een kind van drie ook. Het was
commercieel heel goed, maar kwalitatief had ik natuurlijk veel meer in
huis.”
Voor het Eurovisie Songfestival dat jaar wordt Ik zie een ster vertaald
naar I see a star en het tweetal eindigt uiteindelijk op de derde plaats.
“Het lied had wel potentie, maar geen van onze liedjes heeft ooit How
do you do overtroffen.” De bookmakers zetten afwisselend Mouth &
MacNeal en het voor Zweden deelnemende ABBA op de eerste plek.
“Toen dat gebeurde, werd het wel spannend. Je moet dat maar wel zien
waar te maken. ABBA zei steeds dat wij zouden winnen en wij zeiden
dat juist zij zouden winnen. Helaas kregen wij gelijk.”
Bonje en de breuk
Nog in hetzelfde jaar als de deelname aan het Songfestival, gaan Mouth
& MacNeal uitelkaar. ‘Op Sinterklaasavond ben ik er uitgegooid, of om
het thematisch te zeggen, kreeg ik de zak. Achteraf hoorde ik dat ze
al eerder met allemaal andere zangeressen aan het repeteren waren
geweest. Maar stuk voor stuk hadden ze bedankt. Of dat nou door Wil-
‘Hoe het nu met me gaat? Goed. Dan zijn we snel klaar’ lacht Sjoukje Smit terwijl ze in de
visagieruimte zit voor de fotoshoot van Songfestival! Zo gemakkelijk komt ze er niet van
af. We willen wel iets meer weten. Al zijn er niet veel woorden nodig om te vertellen dat
Sjoukje Smit zich inderdaad goed voelt anno 2014. Tijdens de fotoshoot vraagt ze of de
muziek flink hard mag en schreeuwt ze naar de camera: ‘Heerlijk!’.
SONGFESTIVAL
PASPOORT
Naam: Sjoukje Lucie Smit, beter bekend
als Maggie MacNeal
Geboren: 1950
Deelname: 1974 in Brighton, Groot Brittannië
Lied: I see a star (Mouth & MacNeal)
Positie: 3e
Deelname: 1980 in Den Haag, Nederland
Lied: Amsterdam
Positie: 5e
T
E
K
S
T

A
R
N
O
U
D

G
O
O
S


F
O
T
O

S

W
O
O
D
S

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E
S! 26 S! 27
lem kwam, weet ik niet, maar ik denk dat iedereen inmiddels al wel wist
dat hij niet het meest gemakkelijke type was om mee samen te werken.’
Het botst al langer tussen de twee, zo blijkt achteraf. ‘Willem heeft zijn
hele leven al bekend willen worden, en er heel hard voor geknokt. Toen
kreeg hij eindelijk bekendheid, zat hij met zo’n muts opgescheept. Zo
heeft dat ook altijd gevoeld. Het vijfde wiel aan de wagen. Eén op één
was hij best aardig, maar in gezelschap bestond ik niet voor hem. En
ook over de gage en het verdelen daarvan ontstonden spanningen.
“We geven dat wijf 150 gulden en het is wel goed”. Zo werd er over mij
gepraat.’
Sjoukje is achteraf wel heel dankbaar voor de mogelijkheden die haar
geboden zijn. ‘Ik weet natuurlijk niet hoe mijn carrière was gelopen,
zonder dat Mouth & MacNeal op mijn pad was gekomen. Het heeft
absoluut deuren geopend. Maar de breuk voelde toch als een soort
van bevrijding. Ik kon eindelijk gaan doen wat ik wilde doen. Zelf liedjes
componeren en zelf de studio in. Niet van “het staat er al op, Willem
heeft het al ingezongen en nu mag jij je partijtje doen”.
Terug naar de kust
Na de breuk met Big Mouth start Sjoukje samen met haar toenmalig
echtgenoot The Maggie MacNeal Band, waarmee ze meteen een
aantal hits scoort. “En daarna kwam Terug naar de kust, en daar was ik
fel op tegen! Dat wilde ik niet uitbrengen. Ik had me net goed neergezet
als zelfstandig zangeres, en dan ga ik ineens de Nederlandstalige kant
op. Daarmee zette ik iedereen op het verkeerde been. Ik was er bang
voor en het gebeurde vervolgens ook. Ik kwam in bejaardenhuizen te
staan met mijn pop-band. Stond ik daar in mijn leren pak. Als ik na drie
liedjes Terug naar de kust had gezongen, zeiden ze “u kunt wel gaan”.
Ik heb me echt om laten praten door Ad Visser, die zweerde dat het
een grote hit zou worden. Achteraf heb ik er natuurlijk helemaal geen
spijt van. Het wordt nog steeds gedraaid, staat in de Top 2000 en als ik
op straat wordt aangesproken, is het altijd om Terug naar de kust.”
Solo Songfestival
In 1977 doet Maggie MacNeal met het lied Jij alleen mee met het
Nationaal Songfestival, maar legt het af tegen Heddy Lester met De
mallemolen. Drie jaar later wordt ze weer gevraagd mee te doen, maar
ditmaal weer als enige artiest. Rondom de liedjeskeuze ontstaat enige
commotie. ‘Ik kan me nog herinneren dat ik bij Sonja Barend zat en dat
ik alle zeilen moest bijstellen om te vertellen dat het echt eerlijk was
gegaan. Men kon liedjes insturen en een commissie zou het beste lied
kiezen. Ik zou daar bij aanwezig zijn, maar ik mocht niet stemmen. Ik
mocht alleen een veto uitspreken als het gekozen lied echt niet bij mij
paste. Wij hadden zelf drie liedjes ingestuurd, maar dat deden we wel
anoniem. Nou, alles wordt gedraaid, en er wordt geschift en geschift.
Uiteindelijk wint Amsterdam.’
‘Ik blijf stoïcijns zitten. Er wordt nog gevraagd of ik me kon vinden in dat
nummer. “Ja, het klinkt internationaal. Nee, ik heb er geen enkel prob-
leem mee.” De envelop wordt erbij gezocht en er wordt voorgelezen:
“dit nummer is geschreven door F. Smit, S. Smit en R. Verwey. Nou,
we zullen de genoemde mensen op de hoogte stellen dat hun nummer
heeft gewonnen.” Iedereen staat op en dan zegt de baas van Warner
Brothers “Jongens, mag ik nog heel even jullie aandacht? De S. Smit
die op het briefje staat als componist, dat is Sjouk.” Toen pas ben ik
uit mijn dak gegaan. Maar natuurlijk dacht men dat het niet eerlijk was
gegaan, omdat ik er bij zat en het mijn liedje was. Maar zoals ik het nu
vertel, zo is het gegaan.’
Met Amsterdam haalt Sjoukje na lange tijd bovenaan te hebben gestaan
bij de puntentelling, een vijfde plaats. “Dat gebeurde ook al in Brighton
in 1974. Maar daar herinner ik me minder van. In 1980 kwam er een
journalist naar me toe tijdens de puntentelling. Ik zat daar in de green
room te paffen. Ik zei “kom over een half uur maar terug, want dit gaat
mij veel te hard. Hardlopers zijn doodlopers.”
Nieuwe werk
Na de afgelopen jaren te hebben getoerd met de Dutch Diva’s (een
groepje van oud Songfestival deelnemers Maggie MacNeal en Marga
Bult, waar eerder ook Justine Pelmelay en Sandra Reemer aan mee
deden), met Arie Ribbens een Mouth & MacNeal-tour te hebben
gedaan en samen met Ben Cramer theatershows te hebben gemaakt,
heeft Smit nu een album af met nieuw werk. ‘Ik weet alleen nog niet hoe
dat tegenwoordig moet: een fysiek album kun je bijna niet meer krijgen.
Dus ik moet nog even uitvinden hoe ik dat aan de man ga brengen. Ik
heb ook nog een telefoon uit 1800. Die dingen houd ik allemaal niet
meer zo bij. De hectiek is er een beetje af, en dat vind ik wel lekker
eigenlijk.’
De naam Maggie MacNeal is een verbastering van
Sjoukjes meisjesnaam Van ’t Spijker * Begin jaren
negentig presenteert Sjoukje Smit onder haar
echte naam de televisieprogramma’s Winnen of
wegwezen en De karaoke show bij de TROS * In
1978 zingt MacNeal het aftitelingnummer in van
de film The great battle en vijf jaar later voor de
Nederlandse Baantjerfilm Moord in extase.
S! 11
S! 16 S! 17
Hoe kijk jij als ‘ware muziekliefhebber’ aan tegen het Songfestival?
“Ik heb niet zo veel met het begrip ‘ware muziekliefhebber’, het
veronderstelt een soort snobisme van mijn kant. Het Songfestival is
vermakelijk, maar levert zelden iets op dat muzikaal gezien interessant
is. Goede muziek heeft meer tijd nodig.”
Kijk je naar de uitzending?
“Ik heb met Anouk weer gekeken, liet het de jaren daarvoor aan me
voorbij gaan. Wel grappig dat er vaak een enkel verstopt pareltje tussen
zit.”
Bestaat er überhaupt zoiets als een ‘Songfestivallied’?
“Je moet snel scoren of op een andere manier opvallen. Liever niet te
moeilijk of te diepgravend. Maar een makkelijk en goed liedje schrijven
is ook een kunst.”
Wat zijn volgens jou de beste songs door de jaren heen?
“Ik ben sinds ik de popmuziek ontdekt heb fan van ABBA. IJzersterke
liedjes en ongeëvenaarde producties, vaak ten onrechte als bubblegum
afgedaan. De privé-sores van de twee stellen klinkt op fraaie wijze in
de liedjes door. Rete-commercieel, maar op een manier die ik heel
goed slik. En zeker ook Birds van Anouk, hoewel dat liedje er zonder
het festival ook wel gekomen was. Zij zag heel slim in dat het Eurovisie
Songfestival een héél groot podium is.”
Welke Nederlandse inzending is onterecht in de vergetelheid ger-
aakt? En wie zou je zelf graag afvaardigen?
“Ik kan eigenlijk alleen Michelle met Out on my own verzinnen. Een lief
liedje; ik heb een zwak voor kleine liedjes en vind het interessanter als
iemand met een sterk liedje en een sterk optreden indruk maakt dan
met veren, glitters, draaiorgels en vuurwerk. Wie ik zou afvaardigen:
Blaudzun, Daryll Ann, Tim Knol, EinsteinBarbie, Laura Jansen, Royal
Parks, Janne Schra. Ach, we hebben zo veel goeie artiesten!”
Je hebt ooit gezegd dat je muziekwedstrijden niets vindt. Vind je
het Songfestival interessanter dan X-Factor, Idols, Popstars, The
Voice?
“Nee. Bij muziek heb je de emotie van wel of niet mooi, en als iets je
raakt is de vraag: waar raakt het mij, waarom. En niet: vindt de rest van
Nederland/Europa/de wereld dit ook mooi.”
Je hebt een (bescheiden) Songfestival-connectie: je optreden in
de clip Cool like that van EinsteinBarbie (de band van Michelle
Courtens die in 2001 aan het Songfestival meedeed). Hoe is dat zo
gekomen?
“Via Twitter en Facebook. Zangeres Stella Bergsma vroeg me; ik vind
haar leuk, eigenwijs en een goede eigenzinnige muzikante. Op de set
kwam ik Michelle tegen, een mooie vrouw in alle opzichten. Het was
leuk om te doen, hoewel de domper voor mij was dat het lokaas, een
Austin Martin, op het cruciale moment wegens de manier waarop het
ding verzekerd was niet door mij bestuurd mocht worden. De shots in
de rijdende auto zijn een slimme montage van de rug van de eigenaar
en mij in een stilstaande classic…”
Als jij het voor het zeggen had, wat zou jij aan het Songfestival
veranderen?
“Ik zou het in zwart-wit uitzenden en als eis stellen dat er per land
maximaal vier muzikanten mee mogen met eventueel een live spelend
orkest, en dat iedereen dezelfde vrij statische lichtshow krijgt. Ik zou
het met niet meer dan vijf camera’s in beeld brengen en de uitslag voor
50% laten afhangen van stemmen uit het volk en 50% door een onaf-
hankelijke Amerikaanse, Afrikaanse en Aziatische jury.”
Kun je een nummer noemen waarbij een artiest het lef had de
gebaande paden te verlaten?
“Lordi, maar ik vond het muzikaal weinig om het lijf hebben. Nel blu di
pinto di blu (ook wel Volare genoemd) van Domenico Modungo is een
klassieker, ik heb een zwak voor Eres tu van Mocedades, ABBA is al
genoemd, ik heb ook een zwak voor de klassieke Franse chansons:
L’oiseau et l’enfant, Un banc, un arbre, une rue, Tu te reconnaitras.”
Wat zijn jouw plannen voor de komende periode?
“Ik speel tot eind mei met Ricky Koole ons theaterprogramma Buiten-
staanders, tussendoor werk ik aan een roman over Indorock, en ik heb
elke week een radioprogramma op Radio 6 en op KX Radio.nl.”
10 vragen over het
Songfestival aan
Leo
Blokhuis
Leo Blokhuis (1961) is erkend expert op het gbied van
popmuziek. Hij werkte mee aan De 2 Meter Sessies
met Jan Douwe Kroeske en aan het radioprogramma
For The Record met Mart Smeets. Op Radio 6 presen-
teert hij op zaterdagavond Sweet Soul Music, op KX
Radio ‘draait’ hij op zondagmorgen. Samen met zijn
vrouw, zangeres Ricky Koole, bracht hij verschillende
verzamelalbums uit: Songs we shouldn’t forget. Leo is
ook betrokken bij de jaarlijkse Top 2000.
T
E
K
S
T

W
A
L
T
E
R

W
I
J
N
H
O
V
E
N

F
O
T
O

S

D
I
O

V
A
N

M
A
A
R
E
N
S! 16 S! 17
Hoe kijk jij als ‘ware muziekliefhebber’ aan tegen het Songfestival?
“Ik heb niet zo veel met het begrip ‘ware muziekliefhebber’, het
veronderstelt een soort snobisme van mijn kant. Het Songfestival is
vermakelijk, maar levert zelden iets op dat muzikaal gezien interessant
is. Goede muziek heeft meer tijd nodig.”
Kijk je naar de uitzending?
“Ik heb met Anouk weer gekeken, liet het de jaren daarvoor aan me
voorbij gaan. Wel grappig dat er vaak een enkel verstopt pareltje tussen
zit.”
Bestaat er überhaupt zoiets als een ‘Songfestivallied’?
“Je moet snel scoren of op een andere manier opvallen. Liever niet te
moeilijk of te diepgravend. Maar een makkelijk en goed liedje schrijven
is ook een kunst.”
Wat zijn volgens jou de beste songs door de jaren heen?
“Ik ben sinds ik de popmuziek ontdekt heb fan van ABBA. IJzersterke
liedjes en ongeëvenaarde producties, vaak ten onrechte als bubblegum
afgedaan. De privé-sores van de twee stellen klinkt op fraaie wijze in
de liedjes door. Rete-commercieel, maar op een manier die ik heel
goed slik. En zeker ook Birds van Anouk, hoewel dat liedje er zonder
het festival ook wel gekomen was. Zij zag heel slim in dat het Eurovisie
Songfestival een héél groot podium is.”
Welke Nederlandse inzending is onterecht in de vergetelheid ger-
aakt? En wie zou je zelf graag afvaardigen?
“Ik kan eigenlijk alleen Michelle met Out on my own verzinnen. Een lief
liedje; ik heb een zwak voor kleine liedjes en vind het interessanter als
iemand met een sterk liedje en een sterk optreden indruk maakt dan
met veren, glitters, draaiorgels en vuurwerk. Wie ik zou afvaardigen:
Blaudzun, Daryll Ann, Tim Knol, EinsteinBarbie, Laura Jansen, Royal
Parks, Janne Schra. Ach, we hebben zo veel goeie artiesten!”
Je hebt ooit gezegd dat je muziekwedstrijden niets vindt. Vind je
het Songfestival interessanter dan X-Factor, Idols, Popstars, The
Voice?
“Nee. Bij muziek heb je de emotie van wel of niet mooi, en als iets je
raakt is de vraag: waar raakt het mij, waarom. En niet: vindt de rest van
Nederland/Europa/de wereld dit ook mooi.”
Je hebt een (bescheiden) Songfestival-connectie: je optreden in
de clip Cool like that van EinsteinBarbie (de band van Michelle
Courtens die in 2001 aan het Songfestival meedeed). Hoe is dat zo
gekomen?
“Via Twitter en Facebook. Zangeres Stella Bergsma vroeg me; ik vind
haar leuk, eigenwijs en een goede eigenzinnige muzikante. Op de set
kwam ik Michelle tegen, een mooie vrouw in alle opzichten. Het was
leuk om te doen, hoewel de domper voor mij was dat het lokaas, een
Austin Martin, op het cruciale moment wegens de manier waarop het
ding verzekerd was niet door mij bestuurd mocht worden. De shots in
de rijdende auto zijn een slimme montage van de rug van de eigenaar
en mij in een stilstaande classic…”
Als jij het voor het zeggen had, wat zou jij aan het Songfestival
veranderen?
“Ik zou het in zwart-wit uitzenden en als eis stellen dat er per land
maximaal vier muzikanten mee mogen met eventueel een live spelend
orkest, en dat iedereen dezelfde vrij statische lichtshow krijgt. Ik zou
het met niet meer dan vijf camera’s in beeld brengen en de uitslag voor
50% laten afhangen van stemmen uit het volk en 50% door een onaf-
hankelijke Amerikaanse, Afrikaanse en Aziatische jury.”
Kun je een nummer noemen waarbij een artiest het lef had de
gebaande paden te verlaten?
“Lordi, maar ik vond het muzikaal weinig om het lijf hebben. Nel blu di
pinto di blu (ook wel Volare genoemd) van Domenico Modungo is een
klassieker, ik heb een zwak voor Eres tu van Mocedades, ABBA is al
genoemd, ik heb ook een zwak voor de klassieke Franse chansons:
L’oiseau et l’enfant, Un banc, un arbre, une rue, Tu te reconnaitras.”
Wat zijn jouw plannen voor de komende periode?
“Ik speel tot eind mei met Ricky Koole ons theaterprogramma Buiten-
staanders, tussendoor werk ik aan een roman over Indorock, en ik heb
elke week een radioprogramma op Radio 6 en op KX Radio.nl.”
10 vragen over het
Songfestival aan
Leo
Blokhuis
Leo Blokhuis (1961) is erkend expert op het gbied van
popmuziek. Hij werkte mee aan De 2 Meter Sessies
met Jan Douwe Kroeske en aan het radioprogramma
For The Record met Mart Smeets. Op Radio 6 presen-
teert hij op zaterdagavond Sweet Soul Music, op KX
Radio ‘draait’ hij op zondagmorgen. Samen met zijn
vrouw, zangeres Ricky Koole, bracht hij verschillende
verzamelalbums uit: Songs we shouldn’t forget. Leo is
ook betrokken bij de jaarlijkse Top 2000.
T
E
K
S
T

W
A
L
T
E
R

W
I
J
N
H
O
V
E
N

F
O
T
O

S

D
I
O

V
A
N

M
A
A
R
E
N
T
E
K
S
T

W
A
L
T
E
R

W
I
J
N
H
O
V
E
N

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E

D
I
O

V
A
N

M
A
A
R
E
N
S! 13
S! 4 S! 5
Naam: Michelle Courtens
Geboren: 1981
Deelname: 2001 in Kopenhagen, Denemarken
Lied: Out on my own
Positie: 18e
Daar zat ze dan. Sereen als een Boeddha en op
blote voeten, op dat immense podium. Je moet maar durven. Met haar
19 jaar een van Neerlands jongste deelneemsters ooit aan het Eurovisie
Songfestival.
‘Dat optreden kwam voor mij te vroeg, ik zat in die periode niet lekker
in mijn vel. Zo relaxed zat ik daar in werkelijkheid niet’, bekent ze nu.
‘Als je de videoclip goed bekijkt zie je dat ik op het eind bijna val, en
dat zonder hakken. Ik voelde me toen echt even wankel, het was ook
erg snel gegaan allemaal.’ Niemand had haar uitverkiezing verwacht,
zij zelf in de laatste plaats, zo blikt Michelle 13 jaar later terug. ‘Direct
na het Songfestival viel ik in een zwart gat, dat zich overigens al eerder
aankondigde, en werd ik negen maanden in een kliniek behandeld
vanwege anorexia. In die periode deed ik nauwelijks aan muziek. Dat is
natuurlijk niet bevorderlijk voor je bekendheid en promotie. Ik had nog
een paar optredens staan, die heb ik jankend uitgespeeld. Pas sinds
een paar jaar kijk ik terug, en ben ik trots.’
Blote voeten
Sandy Shaw ging haar in 1967 voor met een optreden op blote voeten.
Michelle: ‘Ik liet het liedje aan mijn platenbaas horen, had mijn schoe-
nen even uitgetrokken en ging op de grond zitten. Hij riep meteen: ‘ja,
zo moet je het doen!’ Ik dacht: okay, iedere zangeres weet dat zingen
op blote voeten fijn is’. Sandy won, evenals de recente ‘blote voeten-
acts’ Loreen (2012) en Emmelie de Forest (2013). Dat het nummer van
Michelle de 9e positie bereikte in de top 40 is uitzonderlijk voor een
songfestivalnummer, zeker na zo’n lage klassering. Bovendien was haar
zuivere stem bij kenners niet onopgemerkt gebleven. Bereidde zij met
haar alternatieve popnummer de weg voor Anouk, en was zij in 2001
haar tijd vooruit? ‘Wie weet? Ik zing het liedje nog steeds met veel
plezier, het heeft elke keer weer een nieuwe betekenis voor me.’
2001
2014
Michelle is sterker dan ooit en straalt dit ook uit. Geboren in Venray
bracht het avontuur en een studie aan het conservatorium haar naar
Amsterdam, waar ze nog steeds woont.
Zij ontwikkelde een uitgebreid repertoire van jazz- en popsongs,
kleinkunst, Nederlandstalige en zelf geschreven nummers. Als celliste
begeleidde ze Ilse de Lange(!), Ellen ten Damme en Josh Groban. Als
studiomuzikant is ze onder meer te horen op muziek van Xander de
Buisonjé, Fluitsma & Van Tijn, Kirsten Schneider en in verschillende
commercials. Ook zong en speelde ze in de musical Chess; hoezo
multitalent? ‘Die veelzijdigheid zie ik niet als probleem. Mijn focus was
nooit gericht op doorbreken of beroemd worden. Die afwisseling is wat
mij drijft, ook als zangdocent. Ik vind het mijn verantwoordelijkheid naar
mijn leerlingen om me te bekwamen in verschillende stijlen en hiervoor
open te staan. Ik leer ook elke keer weer van hen.’
And she bites
Met haar levenspartner Karin Giphart vormt Michelle de formatie And
She Bites. ‘We zijn nu 2,5 jaar samen. Dat ging niet zonder slag of
stoot, ik ben ‘knettereigenwijs...’ Nu vloeit en stroomt het, mensen
worden blij van onze optredens. En Karin is de liefde van mijn leven. Ik
was 17 toen ik haar voor het eerst zag. Het leek lange tijd een onmo-
gelijke liefde, ze was toen 30 en had 2 kinderen. Die zijn nu 16 en 21
en ik ben dol op ze; jawel ik ben een stiefmoeder ‘and I like it’! Nog
even en we hebben een familieorkest; stiefdochter drumt en lest bij mijn
broer Jasper die drumleraar is. Stiefzoon speelt piano.’
Terug naar het Songfestival?
Volgt ze het Songfestival nog?’ Jawel, maar ik ben niet specifiek fan;
ik ben fan van mooie muziek. Wat ik een goed nummer vind? Molitva
bijvoorbeeld, waarmee Servië in 2007 won. En Anouk is echt heel
goed. Als invaller bij de EuroStars zing ik trouwens nog af en toe mee in
het circuit. De groep bestaat uit oud-deelnemers aan het Songfestival:
Franklin Brown, Maxine, Esther Hart, Mandy Huydts en Marlayne. Linda
Wagenmakers en ik zijn invallers. We zijn vrienden geworden, je deelt
iets met elkaar.’ Lachend: ‘Ik heb weleens nachtmerries dat ik weer
mee doe aan het Songfestival. Hoewel ik best als celliste wil optreden
met Ilse en Waylon… De finale is bijna op de dag af 13 jaar na mijn
eerste deelname, en opnieuw in Kopenhagen. Terug naar het Songfes-
tival? Op die manier: ja graag!’
Hoe is het nu met...
Michelle
SONGFESTIVAL
PASPOORT
T
E
K
S
T

W
A
L
T
E
R

W
I
J
N
H
O
V
E
N

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E

B
A
B
E
T

H
O
G
E
R
V
O
R
S
T
S! 4 S! 5
Naam: Michelle Courtens
Geboren: 1981
Deelname: 2001 in Kopenhagen, Denemarken
Lied: Out on my own
Positie: 18e
Daar zat ze dan. Sereen als een Boeddha en op
blote voeten, op dat immense podium. Je moet maar durven. Met haar
19 jaar een van Neerlands jongste deelneemsters ooit aan het Eurovisie
Songfestival.
‘Dat optreden kwam voor mij te vroeg, ik zat in die periode niet lekker
in mijn vel. Zo relaxed zat ik daar in werkelijkheid niet’, bekent ze nu.
‘Als je de videoclip goed bekijkt zie je dat ik op het eind bijna val, en
dat zonder hakken. Ik voelde me toen echt even wankel, het was ook
erg snel gegaan allemaal.’ Niemand had haar uitverkiezing verwacht,
zij zelf in de laatste plaats, zo blikt Michelle 13 jaar later terug. ‘Direct
na het Songfestival viel ik in een zwart gat, dat zich overigens al eerder
aankondigde, en werd ik negen maanden in een kliniek behandeld
vanwege anorexia. In die periode deed ik nauwelijks aan muziek. Dat is
natuurlijk niet bevorderlijk voor je bekendheid en promotie. Ik had nog
een paar optredens staan, die heb ik jankend uitgespeeld. Pas sinds
een paar jaar kijk ik terug, en ben ik trots.’
Blote voeten
Sandy Shaw ging haar in 1967 voor met een optreden op blote voeten.
Michelle: ‘Ik liet het liedje aan mijn platenbaas horen, had mijn schoe-
nen even uitgetrokken en ging op de grond zitten. Hij riep meteen: ‘ja,
zo moet je het doen!’ Ik dacht: okay, iedere zangeres weet dat zingen
op blote voeten fijn is’. Sandy won, evenals de recente ‘blote voeten-
acts’ Loreen (2012) en Emmelie de Forest (2013). Dat het nummer van
Michelle de 9e positie bereikte in de top 40 is uitzonderlijk voor een
songfestivalnummer, zeker na zo’n lage klassering. Bovendien was haar
zuivere stem bij kenners niet onopgemerkt gebleven. Bereidde zij met
haar alternatieve popnummer de weg voor Anouk, en was zij in 2001
haar tijd vooruit? ‘Wie weet? Ik zing het liedje nog steeds met veel
plezier, het heeft elke keer weer een nieuwe betekenis voor me.’
2001
2014
Michelle is sterker dan ooit en straalt dit ook uit. Geboren in Venray
bracht het avontuur en een studie aan het conservatorium haar naar
Amsterdam, waar ze nog steeds woont.
Zij ontwikkelde een uitgebreid repertoire van jazz- en popsongs,
kleinkunst, Nederlandstalige en zelf geschreven nummers. Als celliste
begeleidde ze Ilse de Lange(!), Ellen ten Damme en Josh Groban. Als
studiomuzikant is ze onder meer te horen op muziek van Xander de
Buisonjé, Fluitsma & Van Tijn, Kirsten Schneider en in verschillende
commercials. Ook zong en speelde ze in de musical Chess; hoezo
multitalent? ‘Die veelzijdigheid zie ik niet als probleem. Mijn focus was
nooit gericht op doorbreken of beroemd worden. Die afwisseling is wat
mij drijft, ook als zangdocent. Ik vind het mijn verantwoordelijkheid naar
mijn leerlingen om me te bekwamen in verschillende stijlen en hiervoor
open te staan. Ik leer ook elke keer weer van hen.’
And she bites
Met haar levenspartner Karin Giphart vormt Michelle de formatie And
She Bites. ‘We zijn nu 2,5 jaar samen. Dat ging niet zonder slag of
stoot, ik ben ‘knettereigenwijs...’ Nu vloeit en stroomt het, mensen
worden blij van onze optredens. En Karin is de liefde van mijn leven. Ik
was 17 toen ik haar voor het eerst zag. Het leek lange tijd een onmo-
gelijke liefde, ze was toen 30 en had 2 kinderen. Die zijn nu 16 en 21
en ik ben dol op ze; jawel ik ben een stiefmoeder ‘and I like it’! Nog
even en we hebben een familieorkest; stiefdochter drumt en lest bij mijn
broer Jasper die drumleraar is. Stiefzoon speelt piano.’
Terug naar het Songfestival?
Volgt ze het Songfestival nog?’ Jawel, maar ik ben niet specifiek fan;
ik ben fan van mooie muziek. Wat ik een goed nummer vind? Molitva
bijvoorbeeld, waarmee Servië in 2007 won. En Anouk is echt heel
goed. Als invaller bij de EuroStars zing ik trouwens nog af en toe mee in
het circuit. De groep bestaat uit oud-deelnemers aan het Songfestival:
Franklin Brown, Maxine, Esther Hart, Mandy Huydts en Marlayne. Linda
Wagenmakers en ik zijn invallers. We zijn vrienden geworden, je deelt
iets met elkaar.’ Lachend: ‘Ik heb weleens nachtmerries dat ik weer
mee doe aan het Songfestival. Hoewel ik best als celliste wil optreden
met Ilse en Waylon… De finale is bijna op de dag af 13 jaar na mijn
eerste deelname, en opnieuw in Kopenhagen. Terug naar het Songfes-
tival? Op die manier: ja graag!’
Hoe is het nu met...
Michelle
SONGFESTIVAL
PASPOORT
T
E
K
S
T

W
A
L
T
E
R

W
I
J
N
H
O
V
E
N

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E

B
A
B
E
T

H
O
G
E
R
V
O
R
S
T
S! 15
Sandra Reemers reset
S! 38 S! 39
Haar staat van dienst is indrukwekkend. Ze nam viermaal deel aan het Eurovisie Song-
festival, steeds in een andere rol: als duo, solo, als groep en als achtergrondzangeres.
Als presentatrice was ze te zien in verschillende programma’s en shows, zoals met Jos
Brink in Wedden, dat…? Ook presenteerde zij de zeer succesvolle eigen programma’s
Showmasters en Sterrenslag. In dit laatste programma vervulde André van Duin een
glansrol en verwierf Paul de Leeuw in 1987 landelijke bekendheid.
In de loop der jaren ervoer Sandra ook de schaduwzijden van de show-
wereld. Die wereld achter de schermen van vriendjespolitiek en een-
richtingsverkeer, zoals ze het zelf benoemt, heeft zij achter zich gelaten.
“Ik heb eerst een stevige pas op de plaats gemaakt en uiteindelijk een
volledige reset ondergaan. Nu concentreer ik me alleen nog maar op
positieve dingen die ik echt leuk vind. Dat is bijvoorbeeld weer gaan
optreden met jazzy en bluesy nummers. Eigenlijk die muziek maken
waar ik tijdens mijn carrière al mee bezig was. Optredens met big
bands en grote orkesten in theaters, op tv en radio. Ik beschouwde dat
toen meer als muzikale uitstapjes, nu ga ik dat serieus aanpakken. Maar
ook van Eurovision in concert dat ik dit jaar samen met Cornald Maas
presenteerde in de Amsterdamse Melkweg heb ik enorm genoten!”
Als het om de liefde gaat
Eigenlijk deed Sandra vijf keer aan het Songfestival mee, als we de
voorronde in 1970 meerekenen. Desgevraagd herinnert zij zich niet
meer welk nummer ze daar zong (Voorbij is de zomer), maar wel welke
kleding ze droeg. “Rood met zilver, door mijn moeder gemaakt.” Het
hielp haar niet, de Hearts of Soul wonnen met Waterman. Twee jaar
later drong ze met Als het om de liefde gaat wel door tot het Europese
podium, samen met Dries Holten werd ze vierde als Sandra & Andres.
Een jachtige periode volgde. “Veel ging langs me heen, ik voelde me
meer een Puppet on a string (titel van het winnende liedje van Sandie
Shaw, 1968), om in songfestivaltermen te blijven. We reisden de
hele wereld over. In Japan stonden we op het podium met sterren als
Sammy Davis Jr. en Olivia Newton John. In Duitsland waren we gigan-
tisch groot.”
Sandra zonder Andres
Het duo bleef populair en scoorde diverse hits. Totdat Sandra in 1975
een telefoontje kreeg van haar manager. ‘Sandra ik heb een medede-
ling: Dries wil stoppen. Hij wil meer achter de schermen gaan werken,
produceren en componeren. In juli is jullie laatste optreden’. “Het kwam
out of the blue. Ik was bij mijn ouders. Ik hing op en begon hartvers-
cheurend te huilen, mijn moeder kwam aanrennen uit de keuken. Ze
zei me dat ik sterk moest zijn, gewoon de boel afmaken en schoud-
ers eronder. Maar dat was heel moeilijk, ik speelde dat ten koste van
mezelf. Na het laatste optreden, in Kerkrade, kon ik de WW in. Mijn
sportwagen verkocht ik, er kwam een klein autootje voor terug. Het
werd pijnlijk toen ik eind juli van dat jaar op de platenafdeling van V&D
in Den Bosch een nieuwe single zag van Rosy & Andres. Dat kon nooit
in een maand gedaan zijn.”
The party’s over
Een jaar later kruisten hun wegen elkaar weer bij het Nationaal Song-
festival. “Net voordat ik de bijstand in moest kreeg ik het aanbod mee te
doen aan het Nationaal Songfestival, dat zag ik als een nieuwe kans. Ik
nam theaterlessen om mijn zelfvertrouwen op te krikken. Tot mijn grote
verbazing won ik. Maar mijn platenmaatschappij had blijkbaar weinig
vertrouwen gehad want er was geen ruimte geregeld om dat te vieren.
The party’s over is mijn grootste solohit geworden in Nederland.”
SONGFESTIVAL
PASPOORT
Naam: Sandra Reemer
Geboren: 1950
Deelname: 1972 in Edinburgh, Groot Brittannië
Lied: Als het om de liefde gaat (Sandra & Andres)
Positie: 4e
Deelname: 1976 in Den Haag, Nederland
Lied: The party’s over (Sandra)
Positie: 9e
Deelname: 1979 in Jeruzalem, Israël
Lied: Colorado (Xandra)
Positie: 12e
Deelname: 1983 in München, Duitsland
Lied: Sing me a song
(achtergrondzangeres bij Bernadette)
Positie: 7e
Sandra Reemers reset
“Ik voelde mij een Puppet on a string”
T
E
K
S
T

W
A
L
T
E
R

W
I
J
N
H
O
V
E
N

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E

F
R
É
D
É
R
I
Q
U
E

V
L
A
M
I
N
G
S
S! 17
S! 40 S! 41
In 2013 wachtte een verrassing: Andres had herinneringen genoteerd
in het gastenboek van Sandra’s website. Ze was er blij mee. “Ik heb
hem vanuit mijn kinderlijke blijheid geprobeerd te bellen, tot driemaal
toe, maar er werd steeds opgehangen. Iemand die hem vertegenwoor-
digt heeft de touwtjes in handen, het was blijkbaar niet door hem zelf
opgetekend.”
Paardenstaart van drie kilo
Na The party’s over in 1976 wilde ze van het lieflijke imago af en ging
ze optreden met een begeleidingsband, in de geest van de Duitse band
Nena. Hiervoor werd de naam Xandra bedacht, naar haar doopnaam
Alexandra. Er kwam een ander imago, compleet met lange paarden-
staart. “Dat was niet mijn eigen haar, maar een losse staart die ik
nog steeds heb. Hij weegt drie kilo, als ik er langer dan een uur mee
liep kreeg ik hoofdpijn. Maar de nieuwe act is nooit goed uit de verf
gekomen. Achteraf was én een ander uiterlijk én een andere naam
teveel van het goede. Helaas deed het nummer Colorado niet zo veel
in Nederland, maar in zeven andere landen werd het een top vijf hit
waaronder Denemarken. Daar werd ik op handen gedragen. Tijdens
mijn tour in Denemarken bleek het publiek alle teksten van mijn LP
te kennen! Zoiets had ik nog nooit meegemaakt. In 1983 ging ik als
achtergrondkoorzangeres van Bernadette mee naar het Songfestival
in München. Die ondersteunende rol vond ik leuk om te doen, na al die
jaren in de spotlights.”
Muzikale Beleving
“Alle negatieve ervaringen in mijn leven, heb ik getransformeerd naar
positiviteit en persoonlijke groei. Dat zou ik wel van de daken willen
schreeuwen, omdat ik het iedereen gun om zo’n transformatie mee te
maken en daar gelouterd uit te komen. Persoonlijke ontwikkeling en
groei is zoiets moois.
Bij mijn lezingen, Muzikale Beleving geheten, word ik muzikaal onder-
steund door mijn soulmate pianist/componist Vincent Boot. Een reactie
die ik na afloop van een lezing kreeg was: ‘Het was een warm bad.
Heerlijk om helemaal mezelf te zijn!’ Met alle respect voor alles wat ik
gedaan heb: deze diepgang vind ik geweldig, en ik help mensen ermee.
Ik ben dankbaar dat mij dit is overkomen, ik ben een totaal andere per-
soon geworden en heb mezelf opnieuw uitgevonden. Welke liedjes ik
zing? Dat is een verrassing, in ieder geval herkenbaar en meezingbaar.”
Nederland denkt eindelijk groter
Volgde Sandra het Songfestival door de jaren heen? “In de verte. Mijn
interesse is deels verloren gegaan nadat het een clipprogramma werd.
Een live orkest gaf cachet en sfeer, het had meer te maken met ‘song’
en nu meer met ‘festival’. Ook zag ik door het enorme aantal landen
door de bomen het bos niet meer. In Nederland werd lange tijd te klein
Sandra moest op school van de ‘nonnen’ haar
naam Alexandra veranderen in Sandra. De ‘duiv-
else’ letter X werd niet getolereerd.
Als 11-jarig kind brak Sandra door bij Rudi Carrell,
die zelf in 1960 aan het Songfestival deelnam.
In de jaren zeventig kocht Sandra tweemaal jaarlijks
kleding in Londen, toen de modehoofdstad. Daar
kocht ze ook de groene nagellak, bekend van het
Songfestival in 1972.
Sandra nam in 2000 het voortouw voor de Dutch
Divas en trad tot 2005 op met songfestivalcory-
feeën Marga Bult en Sjoukje Smit.
In 2010 organiseerde Sandra een tentoonstelling in
het Amsterdamse Lloyd Hotel over de historie van
de Nederlandse Songfestivaljurken.
“Mijn mooiste liedje? If we only have love. Geen
songfestivalnummer, maar een prachtige composi-
tie van Jacques Brel.”
gedacht, niet internationaal genoeg. Het was goed dat met de keuze
van Anouk vorig jaar niet gesjoemeld werd, het kwam niet over als
vriendjespolitiek. Haar eigenwijsheid vind ik super. En dit jaar? Ik duim
voor Ilse en Waylon! Zij zijn totaal zichzelf en geloven ook zichtbaar in
zichzelf. Ik hoop dat door die uitstraling de subtiliteit van het nummer
goed overkomt, want het is werkelijk prachtig. Na afloop van Eurovision
in concert kreeg ik de single van hen, die draai ik sindsdien meerdere
keren per dag. Het liedje raakt mij. Dat gun ik iedereen, dat je zo in jez-
elf gelooft en je niet laat afleiden door andere mensen. Eigenlijk herken
ik mezelf hierin, hoe ik na mijn reset geworden ben.”
Benieuwd naar de nieuwe Sandra? Kijk dan op
www.sandrareemerproductions.com en www.sandrareemer.nl
S! 18
S! 40 S! 41
In 2013 wachtte een verrassing: Andres had herinneringen genoteerd
in het gastenboek van Sandra’s website. Ze was er blij mee. “Ik heb
hem vanuit mijn kinderlijke blijheid geprobeerd te bellen, tot driemaal
toe, maar er werd steeds opgehangen. Iemand die hem vertegenwoor-
digt heeft de touwtjes in handen, het was blijkbaar niet door hem zelf
opgetekend.”
Paardenstaart van drie kilo
Na The party’s over in 1976 wilde ze van het lieflijke imago af en ging
ze optreden met een begeleidingsband, in de geest van de Duitse band
Nena. Hiervoor werd de naam Xandra bedacht, naar haar doopnaam
Alexandra. Er kwam een ander imago, compleet met lange paarden-
staart. “Dat was niet mijn eigen haar, maar een losse staart die ik
nog steeds heb. Hij weegt drie kilo, als ik er langer dan een uur mee
liep kreeg ik hoofdpijn. Maar de nieuwe act is nooit goed uit de verf
gekomen. Achteraf was én een ander uiterlijk én een andere naam
teveel van het goede. Helaas deed het nummer Colorado niet zo veel
in Nederland, maar in zeven andere landen werd het een top vijf hit
waaronder Denemarken. Daar werd ik op handen gedragen. Tijdens
mijn tour in Denemarken bleek het publiek alle teksten van mijn LP
te kennen! Zoiets had ik nog nooit meegemaakt. In 1983 ging ik als
achtergrondkoorzangeres van Bernadette mee naar het Songfestival
in München. Die ondersteunende rol vond ik leuk om te doen, na al die
jaren in de spotlights.”
Muzikale Beleving
“Alle negatieve ervaringen in mijn leven, heb ik getransformeerd naar
positiviteit en persoonlijke groei. Dat zou ik wel van de daken willen
schreeuwen, omdat ik het iedereen gun om zo’n transformatie mee te
maken en daar gelouterd uit te komen. Persoonlijke ontwikkeling en
groei is zoiets moois.
Bij mijn lezingen, Muzikale Beleving geheten, word ik muzikaal onder-
steund door mijn soulmate pianist/componist Vincent Boot. Een reactie
die ik na afloop van een lezing kreeg was: ‘Het was een warm bad.
Heerlijk om helemaal mezelf te zijn!’ Met alle respect voor alles wat ik
gedaan heb: deze diepgang vind ik geweldig, en ik help mensen ermee.
Ik ben dankbaar dat mij dit is overkomen, ik ben een totaal andere per-
soon geworden en heb mezelf opnieuw uitgevonden. Welke liedjes ik
zing? Dat is een verrassing, in ieder geval herkenbaar en meezingbaar.”
Nederland denkt eindelijk groter
Volgde Sandra het Songfestival door de jaren heen? “In de verte. Mijn
interesse is deels verloren gegaan nadat het een clipprogramma werd.
Een live orkest gaf cachet en sfeer, het had meer te maken met ‘song’
en nu meer met ‘festival’. Ook zag ik door het enorme aantal landen
door de bomen het bos niet meer. In Nederland werd lange tijd te klein
Sandra moest op school van de ‘nonnen’ haar
naam Alexandra veranderen in Sandra. De ‘duiv-
else’ letter X werd niet getolereerd.
Als 11-jarig kind brak Sandra door bij Rudi Carrell,
die zelf in 1960 aan het Songfestival deelnam.
In de jaren zeventig kocht Sandra tweemaal jaarlijks
kleding in Londen, toen de modehoofdstad. Daar
kocht ze ook de groene nagellak, bekend van het
Songfestival in 1972.
Sandra nam in 2000 het voortouw voor de Dutch
Divas en trad tot 2005 op met songfestivalcory-
feeën Marga Bult en Sjoukje Smit.
In 2010 organiseerde Sandra een tentoonstelling in
het Amsterdamse Lloyd Hotel over de historie van
de Nederlandse Songfestivaljurken.
“Mijn mooiste liedje? If we only have love. Geen
songfestivalnummer, maar een prachtige composi-
tie van Jacques Brel.”
gedacht, niet internationaal genoeg. Het was goed dat met de keuze
van Anouk vorig jaar niet gesjoemeld werd, het kwam niet over als
vriendjespolitiek. Haar eigenwijsheid vind ik super. En dit jaar? Ik duim
voor Ilse en Waylon! Zij zijn totaal zichzelf en geloven ook zichtbaar in
zichzelf. Ik hoop dat door die uitstraling de subtiliteit van het nummer
goed overkomt, want het is werkelijk prachtig. Na afloop van Eurovision
in concert kreeg ik de single van hen, die draai ik sindsdien meerdere
keren per dag. Het liedje raakt mij. Dat gun ik iedereen, dat je zo in jez-
elf gelooft en je niet laat afleiden door andere mensen. Eigenlijk herken
ik mezelf hierin, hoe ik na mijn reset geworden ben.”
Benieuwd naar de nieuwe Sandra? Kijk dan op
www.sandrareemerproductions.com en www.sandrareemer.nl
S! 44 S! 45
Het bekendste restaurant van Kopenhagen is ongetwijfeld Noma, toonbeeld van de zogenaamde Nordic keuken. Met zijn twee Michelin sterren en
drie jaar op rij benoeming tot beste restaurant ter wereld, is het wel aan te raden een paar maanden van tevoren te reserveren. Wil je toch Nordic
eten? Probeer dan bij Höst (cofoco.dk/da/restauranter/hoest/), Restaurant Bror (restaurantbror.dk) of Radio (restaurantradio.dk). Wij richten ons in
ieder geval op een paar goede budget restaurants en leuke tentjes voor een typische Deense lunch. Daar kun je tenminste wat makkelijker terecht.
Even wat eten
Restaurant Kronborg
Zeer homovriendelijk lunch restaurant in het centrum van Kopenhagen
waar je terecht kunt voor smørrebrød zoals de echte Deen die eet.
Neem er gerust een biertje of een aquavit (schnapps) bij voor de full
experience.
Brolæggerstræde 12
restaurantkronborg.dk
Royal Smushi Café
Dit eetcafé is een witte design oase, gespecialiseerd in smushi. Klinkt
grappig, en dat is het ook want niks minder dan sushi-sized smørre-
brød. Zoals je mag verwachten, ze zien er stuk voor stuk nog visueel
verantwoord uit ook.
Amagertorv 6 (Strøget)
theroyalcafe.dk
Aamanns Etablissement
Met het gebruik van hoogwaardige ingrediënten presenteert chef Adam
Aamann hier zijn eigen kijk op het aloude smørrebrød. Hier vind je tradi-
tionele en toch spannende combinaties. ’s Middags leuk voor lunch, ’s
avonds een moderne Deense bistro.
Øster Farimagsgade 12
aamanns.dk
Mother
Italiaans restaurant in Kødbyen, Kopenhagens Meatpacking District waar sowieso
steeds meer hippe tentjes verrijzen. Het eten bij Mother wordt gemaakt door geboren
Italianen. Dat maakt het de perfecte plaats voor goede zuurdesem pizza’s, bruschetta’s,
antipasta etc.
Høkerboderne 9-15
Naam: Greetje Kauffeld
Geboren: 1939
Deelname: 1961 in Cannes, Frankrijk
Lied: Wat een dag
Positie: 10e
In haar eentje staat ze achter de microfoon. Onschuldig en jong.
Ze zingt een lieflijk liedje, totdat het refrein losbarst in big band-klanken
en je als kijker wordt meegezogen in haar enthousiasme.
“Het was voor mij fantastisch om mee te doen, maar ook heel normaal,
omdat ik altijd al zangeres wilde worden.”
Aan het woord is Greetje Kauffeld, (jazz)zangeres en in 1961 met
het lied Wat een dag deelneemster aan het Eurovisie Songfestival in
de Franse badplaats Cannes. Drie keer eerder deed ze mee aan het
Nationaal Songfestival. Van 1958 tot en met 1960 om precies te zijn.
Respectievelijk met de liedjes Stewardess, gekleed in stewardesse-
nuniform, Mijn hart en ik, een duet met John de Mol (inderdaad, vader
van), en Niet voor mij. Met dat laatste lied wordt ze tweede en populair
genoeg om in 1961 zonder meer afgevaardigd te worden naar Cannes.
Ze gaat er heen met haar moeder, die ook haar jurk maakt, en met
dirigent Dolf van der Linden en televisiemaker Piet te Nuyl. Op de
hotelkamer worden van tevoren nog even het lied en de bewegingen
doorgenomen.
“Het was heel feestelijk om daar te zijn. De onderlinge sfeer was goed.
Na afloop was er een receptie. Vera Lynn kwam toen naar me toe, dat
vond ik heel bijzonder. Die was zo enthousiast.”
Groot bij de Oosterburen
Een carrière in Duitsland lonkt, al voor Greetjes deelname in Cannes.
Ze krijgt er de kans om met grote orkesten en musici te werken. In de
negen jaar dat ze in Duitsland woont, bouwt ze een enorm oeuvre aan
radio-, televisie- en plaatopnamen op. Ze wordt mateloos populair als
zangeres van schlagers en Amerikaanse en Duitse evergreens. Over
het verschil in muziekcultuur tussen Duitsland en Nederland zegt ze:
“Publiek in Duitsland is veel trouwer en heeft meer respect voor de arti-
est. Misschien zijn wij in Nederland te nuchter.”
Eenmaal terug in Nederland timmert ze aan de weg als jazz-zangeres.
Ook geeft ze jarenlang les aan het Hilversumse conservatorium, waar
ze de zangafdeling jazz helpt opzetten en groot maakt. Onder haar
leerlingen bevindt zich oud-songfestivaldeelneemster – en tegenwoor-
dig presentatrice – Marlayne. Het maakt haar tot één van Nederlands
beste, bekendste en meest geliefde jazz-zangeressen.
1961
2014
Inmiddels is Greetje gestopt met lesgeven, maar optreden doet ze nog
volop. Niet alleen in Nederland, ook (en nog steeds) in Duitsland, waar
ze elk jaar rond kerst in Bremen en omstreken optreedt met de Swingin’
Fireballs. “Het houd je jong. Het is zo leuk om met jonge mensen te
werken die goed zijn. De wisselwerking tussen twee generaties is enig,
dat voedt elkaar.”
Thuis in Almere, waar ze woont met man Joop de Roo, hond en katten,
laat ze trots de trofee zien die ze zeer recent nog kreeg van een Duits
internetradiostation. Haar lied Wir können uns nur Briefe schreiben is
er nog steeds zo populair dat het maar liefst veertien keer achtereen
werd verkozen tot beste liedje.
De Toppers, Sieneke en die Indiaan
Maar wat vindt Greetje van het tegenwoordige Eurovisie Songfestival?
“Een hele tijd heb ik het helemaal niks meer gevonden. Ik keek wel elke
keer, want het laat je toch niet los, maar dan dacht ik steeds: ‘waar zit
ik nou naar te kijken in godsnaam?’ Het gaat niet meer om het liedje,
alleen nog maar om de act.’”
Nederland heeft zich de afgelopen jaren te vaak bezondigd aan het
schrijven van typische songfestivalliedjes. Niet het juiste uitgangspunt
volgens Kauffeld, al ziet ze wel een kentering, er is weer meer aandacht
voor het liedje. “De Toppers en Sieneke en die indiaan, dat was toch
verschrikkelijk! Daarom is die doorbraak van Anouk zo geweldig.”
Hoe is het nu met...
Greetje Kauffeld
SONGFESTIVAL
PASPOORT
T
E
K
S
T

M
E
R
E
L

V
A
N

D
E
N

M
E
E
R
E
N
D
O
N
K
S! 19
S! 42 S! 43
Wat te doen in
Kopenhagen
Voor 3 dagen de hoofdstad van Europa
Met een dagje doorrijden of minder dan anderhalf uur vliegen ben je al in Kopenhagen. Op 6, 8 en 10 mei voor even het
epicentrum van Europa. Maar wat kan je er eigenlijk nog meer doen dan op straat peilen wie dit jaar de grote winnaar zal
worden en rondhangen bij de B&W Hallerne, de gerenoveerde scheepswerf waar het Eurovisie Songfestival dit jaar plaats
zal vinden? Natuurlijk, je kunt alle locaties van Borgen en The Killing opzoeken, maar dat is nog niet alles. Songfestival!
wijst je op de leukste plekjes om je even te onttrekken aan al dat Eurovisie geweld of waar je gewoon even een hapje
kunt gaan eten (want dat moet ook gebeuren).
Even de stad in
Tivoli
Tivoli, pal naast het centraal station, is niet alleen een gezellig attrac-
tiepark maar zit ook vol restaurantjes en bloemen. ’s Avonds allemaal
gehuld in talloze lichtjes. Voor Eurovisie fans die graag op bedevaart
gaan: het Eurovisie Songfestival van 1964 vond plaats in het concert-
gebouw in het park. Bovendien is er dit jaar een dag voor de grote
finale een leuk feestje: op vrijdag 9 mei geven DJ Kato en Safri Duo een
gratis concert in Tivoli.
Vesterbrogade 3
tivoligardens.com
De Kleine Zeemeermin
Ze voelt wat weggestopt tegen een grauw decor, maar uitkijkend over
de haven van Kopenhagen zit De Kleine Zeemeermin. En onverwacht
klein is ze inderdaad. De ideale tip voor als je iets cultureels wilt doen
en toch dichtbij je Disney hart wilt blijven. Het beeldje is gemakkelijk
te bereiken via een rondvaart of bus tour, of door er gewoon heen te
lopen vanuit het centrum. Tip! Ga ’s ochtends, nog voor het toeristische
spitsuur.
Langeliniekaj 2
Deens Nationaal Museum
Op steenworp afstand van het Eurovision Village, Euro Fan Café en de
Fan Mile (ingewijden zullen meteen ja-knikken), bevindt zich het Deens
Nationaal Museum. Voor alles wat je over de Denen wilt weten, van
Vikings tot nu. En ook nog eens een goedkope tip want de toegang is
te allen tijde gratis.
Ny Vestergade 10
natmus.dk
Christiana
Een echte aanrader is deze hippie commune met eigen wetten en
regels. Compleet met loslopende honden, cannabis-walmen en
veelal zelfgebouwde huizen is Christiana als een mini dorpje mid-
denin de stad. De pakweg duizend inwoners houden de gemeen-
schap draaiende met bijvoorbeeld restaurants waar je prima kunt
eten (zoals verwacht ook organisch), fietswinkels met de bekende
Christiana fiets, gallerietjes, concertzalen en meer.
Prinsessegade
christiania.org
Louisiana Museum voor Moderne Kunst
Voor wie de stad even helemaal wil ontvluchten is dit toonaangevende
museum voor moderne kunst, 40 kilometer ten noorden van Kopenha-
gen, een welkome afwisseling. Niet alleen vanwege de collectie met
veel grote namen (van Picasso tot Warhol), net zo goed vanwege het
landschap. Zitten en naar buitenstaren, of lopen door de beeldentuin
met uitzicht op de baai.
Gammel Strandvej 13, Humlebæk
louisiana.dk T
E
K
S
T

C
O
N
N
I
E

M
A
R
I
A

W
E
S
T
E
R
G
A
A
R
D

E
N

A
L
E
X
A
N
D
E
R

Z
W
A
R
T
S! 20
S! 42 S! 43
Wat te doen in
Kopenhagen
Voor 3 dagen de hoofdstad van Europa
Met een dagje doorrijden of minder dan anderhalf uur vliegen ben je al in Kopenhagen. Op 6, 8 en 10 mei voor even het
epicentrum van Europa. Maar wat kan je er eigenlijk nog meer doen dan op straat peilen wie dit jaar de grote winnaar zal
worden en rondhangen bij de B&W Hallerne, de gerenoveerde scheepswerf waar het Eurovisie Songfestival dit jaar plaats
zal vinden? Natuurlijk, je kunt alle locaties van Borgen en The Killing opzoeken, maar dat is nog niet alles. Songfestival!
wijst je op de leukste plekjes om je even te onttrekken aan al dat Eurovisie geweld of waar je gewoon even een hapje
kunt gaan eten (want dat moet ook gebeuren).
Even de stad in
Tivoli
Tivoli, pal naast het centraal station, is niet alleen een gezellig attrac-
tiepark maar zit ook vol restaurantjes en bloemen. ’s Avonds allemaal
gehuld in talloze lichtjes. Voor Eurovisie fans die graag op bedevaart
gaan: het Eurovisie Songfestival van 1964 vond plaats in het concert-
gebouw in het park. Bovendien is er dit jaar een dag voor de grote
finale een leuk feestje: op vrijdag 9 mei geven DJ Kato en Safri Duo een
gratis concert in Tivoli.
Vesterbrogade 3
tivoligardens.com
De Kleine Zeemeermin
Ze voelt wat weggestopt tegen een grauw decor, maar uitkijkend over
de haven van Kopenhagen zit De Kleine Zeemeermin. En onverwacht
klein is ze inderdaad. De ideale tip voor als je iets cultureels wilt doen
en toch dichtbij je Disney hart wilt blijven. Het beeldje is gemakkelijk
te bereiken via een rondvaart of bus tour, of door er gewoon heen te
lopen vanuit het centrum. Tip! Ga ’s ochtends, nog voor het toeristische
spitsuur.
Langeliniekaj 2
Deens Nationaal Museum
Op steenworp afstand van het Eurovision Village, Euro Fan Café en de
Fan Mile (ingewijden zullen meteen ja-knikken), bevindt zich het Deens
Nationaal Museum. Voor alles wat je over de Denen wilt weten, van
Vikings tot nu. En ook nog eens een goedkope tip want de toegang is
te allen tijde gratis.
Ny Vestergade 10
natmus.dk
Christiana
Een echte aanrader is deze hippie commune met eigen wetten en
regels. Compleet met loslopende honden, cannabis-walmen en
veelal zelfgebouwde huizen is Christiana als een mini dorpje mid-
denin de stad. De pakweg duizend inwoners houden de gemeen-
schap draaiende met bijvoorbeeld restaurants waar je prima kunt
eten (zoals verwacht ook organisch), fietswinkels met de bekende
Christiana fiets, gallerietjes, concertzalen en meer.
Prinsessegade
christiania.org
Louisiana Museum voor Moderne Kunst
Voor wie de stad even helemaal wil ontvluchten is dit toonaangevende
museum voor moderne kunst, 40 kilometer ten noorden van Kopenha-
gen, een welkome afwisseling. Niet alleen vanwege de collectie met
veel grote namen (van Picasso tot Warhol), net zo goed vanwege het
landschap. Zitten en naar buitenstaren, of lopen door de beeldentuin
met uitzicht op de baai.
Gammel Strandvej 13, Humlebæk
louisiana.dk T
E
K
S
T

C
O
N
N
I
E

M
A
R
I
A

W
E
S
T
E
R
G
A
A
R
D

E
N

A
L
E
X
A
N
D
E
R

Z
W
A
R
T
S! 21
Even wat eten
Het bekendste restaurant van Kopenhagen is ongetwijfeld Noma, toonbeeld van de zoge-
naamde Nordic keuken. Met zijn twee Michelin sterren en drie jaar op rij benoeming tot beste
restaurant ter wereld, is het wel aan te raden een paar maanden van tevoren te reserveren.
Wil je toch Nordic eten? Probeer dan bij Höst (cofoco.dk/da/restauranter/hoest/), Restaurant
Bror (restaurantbror.dk) of Radio (restaurantradio.dk). Wij richten ons in ieder geval op een
paar goede budget restaurants en leuke tentjes voor een typische Deense lunch. Daar kun je
tenminste wat makkelijker terecht.
Mother
Food foto’s van Aamanns Etablissement | Fotografe Mikkel Hvilshøj
S! 22
Aamanns Etablissement | Fotografe Mikkel Hvilshøj
S! 23
Mother
Italiaans restaurant in Kødbyen, Kopenhagens Meat-
packing District waar sowieso steeds meer hippe tentjes
verrijzen. Het eten bij Mother wordt gemaakt door geboren
Italianen. Dat maakt het de perfecte plaats voor goede
zuurdesem pizza’s, bruschetta’s, antipasta etc.
Høkerboderne 9-15
Restaurant Kronborg
Zeer homovriendelijk lunch restaurant in het centrum van
Kopenhagen waar je terecht kunt voor smørrebrød zoals
de echte Deen die eet. Neem er gerust een biertje of een
aquavit (schnapps) bij voor de full experience.
Brolæggerstræde 12
restaurantkronborg.dk
Aamanns Etablissement
Met het gebruik van hoogwaardige ingrediënten
presenteert chef Adam Aamann hier zijn eigen kijk op het
aloude smørrebrød. Hier vind je traditionele en toch
spannende combinaties. ’s Middags leuk voor lunch,
’s avonds een moderne Deense bistro.
Øster Farimagsgade 12
aamanns.dk
Royal Smushi Café
Dit eetcafé is een witte design oase, gespecialiseerd in
smushi. Klinkt grappig, en dat is het ook want niks minder
dan sushi-sized smørrebrød. Zoals je mag verwachten, ze
zien er stuk voor stuk nog visueel verantwoord uit ook.
Amagertorv 6 (Strøget)
theroyalcafe.dk
S! 34 S! 35
Is een Songfestivallied voor jou anders dan anders?
“Nee, een opname is gewoon een opname. Ik schuif de stoelen naar de
juiste plek, zet de microfoon aan, de band gaat even repeteren, ik ve-
rander nog wat, ze kijken me aan en dan zeg ik: ‘Loopt’, oftewel ‘band
loopt’ (het signaal dat de opname is begonnen).”
Wat was Nederlands meest bijzondere overwinning op het Eurovisie
Songfestival?
“Teddy Scholten vertegenwoordigde ons land in Cannes in 1959 met
het nummer ’n Beetje. Ze won en heel Nederland ging uiteraard uit
zijn dak. Het gerucht gaat dat de Italianen ons zeven punten hadden
gegeven omdat ze het de andere landen niet gunden. Of dit nu waar
is of niet, feit blijft dat de plaat van Teddy niet bleek te verkopen. Heel
vreemd voor een winnend lied. Ik snap het eerlijk gezegd wel, want ik
vind het liedje lullig en zoutloos. Gewoon echt saai.”
Wat gebeurde er toen met Teddy?
“Teddy wilde natuurlijk dat haar plaat goed zou verkopen. Jack Bulter-
man, musicus-arrangeur en componist-tekstschrijver, pakte het nummer
nog eens aan en veranderde het subtiel. Ondanks dat de artiest, de
studio, het orkest en de opnameman hetzelfde bleven, werd deze
nieuwe versie wel een succes.”
Over dit nummer heb je nog geschreven in jouw boek Band loopt...
“Wat blijkt nu: alleen de oude versie wordt nog gedraaid. Een paar
maanden voor Teddy’s dood kreeg ik een brief van haar: ‘Ik vind het zo
jammer dat de succesversie nooit gedraaid wordt. Ik wil je bedanken
dat je hierover geschreven hebt in je boek. Ik hoop dat de ‘vergeten’
versie van mijn lied nog een keer op de radio gedraaid zal worden.’“
Zijn er artiesten met wie je liever niet meer samenwerkt?
“Ik ben afgeknapt op Anneke Gröhnloh. Zij deed in 1964 mee aan het
Eurovisie Songfestival met het nummer Jij bent mijn leven. Ze komt
oorspronkelijk uit Indonesië en onze culturen botsten. Haar moeder
bemoeide zich altijd met haar. Ze kwam eens aan gescheurd in haar
sportwagen, een uur te laat. Dat is ten eerste onbeschoft, en ten
tweede wordt de studio onnodig gehuurd. Uiteindelijk vertrok ze, maar
wilde ze wel nog weten hoe ze überhaupt op haar volgende afspraak
kon komen. Ze wist de weg niet. En o ja, of ze ook nog geld kon lenen
om haar benzine mee te betalen.”
Wat vind je van de Nederlandse inzending van dit jaar, Calm after
the storm?
“Ik vind het verschrikkelijk. Ik heb het alleen maar gehoord via De
wereld draait door, maar daar ging het al mis: de techniek was vreselijk,
waardoor ik de stemmen van Ilse en Waylon nauwelijks kon horen.
Het nummer maakte daardoor totaal geen indruk op me. Ik vind het
erg slecht dat de eerste kennismaking met het liedje op deze manier is
neergezet. Je maakt het eigenlijk al kapot voordat ze de bek open heb-
ben getrokken. Zoiets hoor je perfect te doen.”
Ga je zelf kijken?
“Ik kijk nog altijd naar het Eurovisie Songfestival. Ik vind het interessant
om te weten wat er gebeurt. De tijd dat je met paard en wagen of als
Eskimo het podium op moest is gelukkig voorbij. Het is wel leuk hoor,
maar het is een camouflage van waar het werkelijk om gaat.”
Over de nummers waaraan je hebt gewerkt, wat maakt jouw
aandeel eigenlijk zo eigen?
“Ik heb me maandenlang afgevraagd: wat is nu eigenlijk het geluid van
Van Lieshout? Ik kijk niet speciaal naar een partituur, maar ik schuif de
knoppen tijdens het nummer precies naar hoe ik het zelf mooi vind. Dat
anderen toevallig dezelfde smaak hebben als ik, daar ben ik gewoon
gezegend mee.”
Ruud van Lieshout (89) is al vanaf 1940 geluidstechnicus. Hij heeft verschillende platen van
grote beroemdheden opgenomen, zo ook voor veel artiesten die Nederland hebben verte-
genwoordigd op het Eurovisie Songfestival. Zijn meest beroemde uitspraak, “Band loopt”,
is tevens de titel van zijn boek waarin hij een kijkje achter de schermen geeft. Deze keer zit
Ruud niet achter de knoppen, maar vertelt hij over de meest opmerkelijke gebeurtenissen
rondom het Songfestival.
Ruud van Lieshout is geboren op 16 juli 1924. Na
de oorlog begon hij als radiotechnicus bij de Ned-
erlandse Radio Unie. Een aantal baantjes en radio-
omroepen later, startte hij in 1955 bij Phonogram.
In 2009 kwam zijn boek Band loopt uit: verhalen uit
de platenstudio van de twintigste eeuw.
Het Songfestival
door de oren van een
geluidstechnicus
T
E
K
S
T

R
E
N
S
K
E

M
E
N
N
E
N


F
O
T
O

F
R
I
S
O

K
O
O
I
J
M
A
N
S! 34 S! 35
Is een Songfestivallied voor jou anders dan anders?
“Nee, een opname is gewoon een opname. Ik schuif de stoelen naar de
juiste plek, zet de microfoon aan, de band gaat even repeteren, ik ve-
rander nog wat, ze kijken me aan en dan zeg ik: ‘Loopt’, oftewel ‘band
loopt’ (het signaal dat de opname is begonnen).”
Wat was Nederlands meest bijzondere overwinning op het Eurovisie
Songfestival?
“Teddy Scholten vertegenwoordigde ons land in Cannes in 1959 met
het nummer ’n Beetje. Ze won en heel Nederland ging uiteraard uit
zijn dak. Het gerucht gaat dat de Italianen ons zeven punten hadden
gegeven omdat ze het de andere landen niet gunden. Of dit nu waar
is of niet, feit blijft dat de plaat van Teddy niet bleek te verkopen. Heel
vreemd voor een winnend lied. Ik snap het eerlijk gezegd wel, want ik
vind het liedje lullig en zoutloos. Gewoon echt saai.”
Wat gebeurde er toen met Teddy?
“Teddy wilde natuurlijk dat haar plaat goed zou verkopen. Jack Bulter-
man, musicus-arrangeur en componist-tekstschrijver, pakte het nummer
nog eens aan en veranderde het subtiel. Ondanks dat de artiest, de
studio, het orkest en de opnameman hetzelfde bleven, werd deze
nieuwe versie wel een succes.”
Over dit nummer heb je nog geschreven in jouw boek Band loopt...
“Wat blijkt nu: alleen de oude versie wordt nog gedraaid. Een paar
maanden voor Teddy’s dood kreeg ik een brief van haar: ‘Ik vind het zo
jammer dat de succesversie nooit gedraaid wordt. Ik wil je bedanken
dat je hierover geschreven hebt in je boek. Ik hoop dat de ‘vergeten’
versie van mijn lied nog een keer op de radio gedraaid zal worden.’“
Zijn er artiesten met wie je liever niet meer samenwerkt?
“Ik ben afgeknapt op Anneke Gröhnloh. Zij deed in 1964 mee aan het
Eurovisie Songfestival met het nummer Jij bent mijn leven. Ze komt
oorspronkelijk uit Indonesië en onze culturen botsten. Haar moeder
bemoeide zich altijd met haar. Ze kwam eens aan gescheurd in haar
sportwagen, een uur te laat. Dat is ten eerste onbeschoft, en ten
tweede wordt de studio onnodig gehuurd. Uiteindelijk vertrok ze, maar
wilde ze wel nog weten hoe ze überhaupt op haar volgende afspraak
kon komen. Ze wist de weg niet. En o ja, of ze ook nog geld kon lenen
om haar benzine mee te betalen.”
Wat vind je van de Nederlandse inzending van dit jaar, Calm after
the storm?
“Ik vind het verschrikkelijk. Ik heb het alleen maar gehoord via De
wereld draait door, maar daar ging het al mis: de techniek was vreselijk,
waardoor ik de stemmen van Ilse en Waylon nauwelijks kon horen.
Het nummer maakte daardoor totaal geen indruk op me. Ik vind het
erg slecht dat de eerste kennismaking met het liedje op deze manier is
neergezet. Je maakt het eigenlijk al kapot voordat ze de bek open heb-
ben getrokken. Zoiets hoor je perfect te doen.”
Ga je zelf kijken?
“Ik kijk nog altijd naar het Eurovisie Songfestival. Ik vind het interessant
om te weten wat er gebeurt. De tijd dat je met paard en wagen of als
Eskimo het podium op moest is gelukkig voorbij. Het is wel leuk hoor,
maar het is een camouflage van waar het werkelijk om gaat.”
Over de nummers waaraan je hebt gewerkt, wat maakt jouw
aandeel eigenlijk zo eigen?
“Ik heb me maandenlang afgevraagd: wat is nu eigenlijk het geluid van
Van Lieshout? Ik kijk niet speciaal naar een partituur, maar ik schuif de
knoppen tijdens het nummer precies naar hoe ik het zelf mooi vind. Dat
anderen toevallig dezelfde smaak hebben als ik, daar ben ik gewoon
gezegend mee.”
Ruud van Lieshout (89) is al vanaf 1940 geluidstechnicus. Hij heeft verschillende platen van
grote beroemdheden opgenomen, zo ook voor veel artiesten die Nederland hebben verte-
genwoordigd op het Eurovisie Songfestival. Zijn meest beroemde uitspraak, “Band loopt”,
is tevens de titel van zijn boek waarin hij een kijkje achter de schermen geeft. Deze keer zit
Ruud niet achter de knoppen, maar vertelt hij over de meest opmerkelijke gebeurtenissen
rondom het Songfestival.
Ruud van Lieshout is geboren op 16 juli 1924. Na
de oorlog begon hij als radiotechnicus bij de Ned-
erlandse Radio Unie. Een aantal baantjes en radio-
omroepen later, startte hij in 1955 bij Phonogram.
In 2009 kwam zijn boek Band loopt uit: verhalen uit
de platenstudio van de twintigste eeuw.
Het Songfestival
door de oren van een
geluidstechnicus
T
E
K
S
T

R
E
N
S
K
E

M
E
N
N
E
N


F
O
T
O

F
R
I
S
O

K
O
O
I
J
M
A
N
T
E
K
S
T

R
E
N
S
K
E

M
E
N
N
E
N

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E

F
R
I
S
O

K
O
O
I
J
M
A
N
“Band loopt”
S! 25
S! 36 S! 37
Teddy Scholten met Jan Corduwener, 1959. Het inzingen van
‘een beetje’ in De Hof van Holland Studio in Hilversum.
S! 12 S! 13
Over het Eurovisie Songfestival
heeft iedereen een mening
“Ik word hier zó depressief van.
Het is geen goed liedje en het
spijt me zeer, maar we gaan dit
jaar wéér niet naar de f inale.”
Gordon in 2013 over “Birds”
van Anouk
“Ik word echt elk jaar gevraagd
voor het Songfestival.”
Trijntje Oosterhuis
“De jongen van Rusland heeft
een ijsbaan meegenomen
waarop hij nogal pathetisch
een ballade zingt.”
Rik van de Westelaken in 2008
over winnaar Dima Bilan
“Ik kom dus nog uit de tijd
dat we iedere vijf jaar het
festival wonnen.”
Albert Verlinde
“Zodra we ons als land aan de
rest van Europa presenteren,
verloochenen we onze taal en
gaan we gauw in het Engels
zingen omdat we denken zo een
paar extra puntjes bij elkaar te
kunnen sprokkelen.”
Tweede Kamer lid Boris Dittrich
stelt in 1999 Kamervragen
“Het is niet allemaal kommer
en kwel.”
Ruud de Wild in 2009 over de
Nationale Finale met de Toppers
“Het Songfestival is een van
de beste programma’s.”
André van Duin
“Als er twee Songfestivals worden
georganiseerd, waarin de ene kant
Oost-Europa zit en aan de andere
kant leuke popmuziek, dan gaat
Luv’ misschien wel.”
Patty Brard
Milly Scott is wereldberoemd in Nederland omdat ze in 1966 als eerste donkere
artiest meedeed aan het Eurovisie Songfestival met het rumbaliedje ‘Fernando en Philippo’. Dat was
ook de reden dat ik haar voor mijn boek ‘Douze points, twelve points’ wilde spreken over haar ervarin-
gen op dat festival. Via internet belandde ik op haar eigen website maar daarop een telefoonnummer.
Na een aantal mislukte pogingen, er nam niemand op, kreeg ik haar op een dag in oktober plotseling
toch te pakken. ‘Ja?’, klonk het afwachtend aan de andere kant van de lijn. ‘Spreek ik met Milly Scott?’
Dat was zo en omstandig begon ik uit te leggen waar ik voor belde. ‘Oh, daar heb ik nu helemaal geen
tijd voor, ik ben aan het koken. Belt u over een uurtje maar terug.’ Voor een vrouw van bijna 80 klonk ze
opmerkelijk vitaal.
Meestal weet ik na zo’n gesprek wel of iemand wil meewerken en dit voelde alsof ik een blauwtje had
gelopen. Op weg naar een gezellige avond bij een vriend en collega belde ik voor de vorm nog een
keer terug. Ik wist bijna zeker dat het gesprek niets op zou leveren. Milly nam weer op en de eerste tien
minuten leek het er inderdaad sterk op, dat ze de boot aan het afhouden was: ‘Een boek over het song-
festival, dat is toch waar het over gaat? En wat ik zou kunnen vertellen, gaat u toch niet opschrijven.’
Maar gedurende het telefoongesprek sloeg de stemming om. Plotseling werd ze heel open en vertelde
verhalen die volgens haar nog nooit waren opgeschreven. Dat ze pas geleden had ontdekt dat ze
eigenlijk gedurende haar hele carrière gediscrimineerd was vanwege haar huidskleur, terwijl ze zichzelf
altijd een gewoon meisje uit Den Helder had gevoeld. Over haar privésores en haar exen. Maar ook
over haar glanzende loopbaan bij onder meer de BBC na haar optreden op het songfestival. Over haar
studie op late leeftijd waardoor ze nu gediplomeerd healer/therapeut was. Ze liep al lang rond met
het idee een biografie te schrijven, ‘ik heb alle knipsels nog’, maar het kwam er maar niet van. Aan het
einde van het gesprek, ik stond inmiddels al een half uur met de auto op de oprit van m’n vriend, maar
kon me nog niet aan de woordenstroom van Milly ontrukken, vroeg ze of ik haar niet kon helpen met dat
boek.
In de weken erna hielden we nauw contact, via mail. Meestal waren het losse gedachten die ze even
snel op haar computer had getikt. ‘Je vriendin heeft weer gemaild’, zei m’n vrouw dan.
Milly heeft gelukkig nu haar verhaal over het songfestival kunnen vertellen en het is te lezen in ‘Douze
points, twelve points’. In die tijd ziet ze zich helemaal niet als zwarte zangeres. ‘Zo leefde ik niet. Ik ben
blank opgevoed vanaf mijn geboorte in Den Helder. Ik keek nooit naar huidskleur en wist er ook niks
van. Als ik met die gedachte het podium had moeten beklimmen, had ik het nooit gedurfd. Pas veel
later, omdat anderen mij er op wezen, ben ik me daar bewust van geworden. Nu denk ik dat mijn zwart
zijn invloed heeft gehad op het aantal punten dat ik kreeg. De mensen die mij toen zagen, zullen met
angst om het hart hebben gedacht: ‘Oh, die zitten nu al in ‘ons’ songfestival. De landen die mij een nul
gaven, hadden geen koloniën. Die hadden in hun DNA: een zwarte telt niet mee. In Engeland waren ze
wel gewend aan ‘donkere’ mensen. De Engelsen hadden grote bewondering voor mij, dat ik met zo’n
lied durfde te performen. Ze boden me contracten aan, en prompt scoorde ik de hit I’m laughing up the
sleeve, met een groot jazzorkest. Dat lied stond wekenlang in de hitparade, waardoor ik weer nieuwe
contracten kreeg in Londen. Ik heb opgetreden voor de koninklijke familie daar, zat naast Dick van
Dycke en heb Ike en Tina Turner en Jimmy Hendrix ontmoet.’
Het songfestival is maar een klein deel van Milly’s levensverhaal. Het andere deel moet ook nog verteld
worden, maar wel in een ander boek. Dat verdient ze.
Milly
Column
Geert Willems schreef
samen met Hans van Walraven
Dinge-dong, uitgekomen in
2000. Recent verscheen zijn
nieuwe boek Douze points,
twelve points. Als verslag-
gever van De Gelderlander en
De Persdienst van Wegener
bericht hij veelvuldig over het
Songfestival.
‘Ik denk dat mijn zwart-zijn invloed had op het aantal punten’
F
O
T
O

G
E
E
R
T

W
I
L
L
E
M
S
Ruud van Lieshout
S! 36 S! 37
Teddy Scholten met Jan Corduwener, 1959. Het inzingen van
‘een beetje’ in De Hof van Holland Studio in Hilversum.
S! 12 S! 13
Over het Eurovisie Songfestival
heeft iedereen een mening
“Ik word hier zó depressief van.
Het is geen goed liedje en het
spijt me zeer, maar we gaan dit
jaar wéér niet naar de f inale.”
Gordon in 2013 over “Birds”
van Anouk
“Ik word echt elk jaar gevraagd
voor het Songfestival.”
Trijntje Oosterhuis
“De jongen van Rusland heeft
een ijsbaan meegenomen
waarop hij nogal pathetisch
een ballade zingt.”
Rik van de Westelaken in 2008
over winnaar Dima Bilan
“Ik kom dus nog uit de tijd
dat we iedere vijf jaar het
festival wonnen.”
Albert Verlinde
“Zodra we ons als land aan de
rest van Europa presenteren,
verloochenen we onze taal en
gaan we gauw in het Engels
zingen omdat we denken zo een
paar extra puntjes bij elkaar te
kunnen sprokkelen.”
Tweede Kamer lid Boris Dittrich
stelt in 1999 Kamervragen
“Het is niet allemaal kommer
en kwel.”
Ruud de Wild in 2009 over de
Nationale Finale met de Toppers
“Het Songfestival is een van
de beste programma’s.”
André van Duin
“Als er twee Songfestivals worden
georganiseerd, waarin de ene kant
Oost-Europa zit en aan de andere
kant leuke popmuziek, dan gaat
Luv’ misschien wel.”
Patty Brard
Milly Scott is wereldberoemd in Nederland omdat ze in 1966 als eerste donkere
artiest meedeed aan het Eurovisie Songfestival met het rumbaliedje ‘Fernando en Philippo’. Dat was
ook de reden dat ik haar voor mijn boek ‘Douze points, twelve points’ wilde spreken over haar ervarin-
gen op dat festival. Via internet belandde ik op haar eigen website maar daarop een telefoonnummer.
Na een aantal mislukte pogingen, er nam niemand op, kreeg ik haar op een dag in oktober plotseling
toch te pakken. ‘Ja?’, klonk het afwachtend aan de andere kant van de lijn. ‘Spreek ik met Milly Scott?’
Dat was zo en omstandig begon ik uit te leggen waar ik voor belde. ‘Oh, daar heb ik nu helemaal geen
tijd voor, ik ben aan het koken. Belt u over een uurtje maar terug.’ Voor een vrouw van bijna 80 klonk ze
opmerkelijk vitaal.
Meestal weet ik na zo’n gesprek wel of iemand wil meewerken en dit voelde alsof ik een blauwtje had
gelopen. Op weg naar een gezellige avond bij een vriend en collega belde ik voor de vorm nog een
keer terug. Ik wist bijna zeker dat het gesprek niets op zou leveren. Milly nam weer op en de eerste tien
minuten leek het er inderdaad sterk op, dat ze de boot aan het afhouden was: ‘Een boek over het song-
festival, dat is toch waar het over gaat? En wat ik zou kunnen vertellen, gaat u toch niet opschrijven.’
Maar gedurende het telefoongesprek sloeg de stemming om. Plotseling werd ze heel open en vertelde
verhalen die volgens haar nog nooit waren opgeschreven. Dat ze pas geleden had ontdekt dat ze
eigenlijk gedurende haar hele carrière gediscrimineerd was vanwege haar huidskleur, terwijl ze zichzelf
altijd een gewoon meisje uit Den Helder had gevoeld. Over haar privésores en haar exen. Maar ook
over haar glanzende loopbaan bij onder meer de BBC na haar optreden op het songfestival. Over haar
studie op late leeftijd waardoor ze nu gediplomeerd healer/therapeut was. Ze liep al lang rond met
het idee een biografie te schrijven, ‘ik heb alle knipsels nog’, maar het kwam er maar niet van. Aan het
einde van het gesprek, ik stond inmiddels al een half uur met de auto op de oprit van m’n vriend, maar
kon me nog niet aan de woordenstroom van Milly ontrukken, vroeg ze of ik haar niet kon helpen met dat
boek.
In de weken erna hielden we nauw contact, via mail. Meestal waren het losse gedachten die ze even
snel op haar computer had getikt. ‘Je vriendin heeft weer gemaild’, zei m’n vrouw dan.
Milly heeft gelukkig nu haar verhaal over het songfestival kunnen vertellen en het is te lezen in ‘Douze
points, twelve points’. In die tijd ziet ze zich helemaal niet als zwarte zangeres. ‘Zo leefde ik niet. Ik ben
blank opgevoed vanaf mijn geboorte in Den Helder. Ik keek nooit naar huidskleur en wist er ook niks
van. Als ik met die gedachte het podium had moeten beklimmen, had ik het nooit gedurfd. Pas veel
later, omdat anderen mij er op wezen, ben ik me daar bewust van geworden. Nu denk ik dat mijn zwart
zijn invloed heeft gehad op het aantal punten dat ik kreeg. De mensen die mij toen zagen, zullen met
angst om het hart hebben gedacht: ‘Oh, die zitten nu al in ‘ons’ songfestival. De landen die mij een nul
gaven, hadden geen koloniën. Die hadden in hun DNA: een zwarte telt niet mee. In Engeland waren ze
wel gewend aan ‘donkere’ mensen. De Engelsen hadden grote bewondering voor mij, dat ik met zo’n
lied durfde te performen. Ze boden me contracten aan, en prompt scoorde ik de hit I’m laughing up the
sleeve, met een groot jazzorkest. Dat lied stond wekenlang in de hitparade, waardoor ik weer nieuwe
contracten kreeg in Londen. Ik heb opgetreden voor de koninklijke familie daar, zat naast Dick van
Dycke en heb Ike en Tina Turner en Jimmy Hendrix ontmoet.’
Het songfestival is maar een klein deel van Milly’s levensverhaal. Het andere deel moet ook nog verteld
worden, maar wel in een ander boek. Dat verdient ze.
Milly
Column
Geert Willems schreef
samen met Hans van Walraven
Dinge-dong, uitgekomen in
2000. Recent verscheen zijn
nieuwe boek Douze points,
twelve points. Als verslag-
gever van De Gelderlander en
De Persdienst van Wegener
bericht hij veelvuldig over het
Songfestival.
‘Ik denk dat mijn zwart-zijn invloed had op het aantal punten’
F
O
T
O

G
E
E
R
T

W
I
L
L
E
M
S
S! 27
S! 6 S! 7
Wat zijn jouw oudste Songfestivalherinneringen?
”Udo Jurgens met Merci chérie (Oostenrijk, 1966). Met de familie op
de bank, punten geven en commentaar. En ABBA met Waterloo in
1974, het jaar van de Anjerrevolutie (geweldloze militaire staatsgreep)
in Portugal.”
Ben jij voor Nederland of Portugal?
”Bij een voetbalwedstrijd Nederland-Portugal raak ik in een identite-
itscrisis. Maar bij het Songfestival heeft het weinig zin om voor Portugal
te zijn. Ze zijn altijd jammerlijk achtergebleven, helaas. Ik zou het gewel-
dig vinden als Portugal een keer zou winnen!”
Waar ligt dat aan volgens jou?
“Portugal is lang in de fado blijven hangen en te veel op de tekst gaan
zitten, ook bij pop. Voor het Songfestival is de muziek belangrijker dan
een hoogdravende tekst.”
In 1990 had Nederland voor het eerst naast de nationale finale ook
twee voorrondes. Jij presenteerde die programma’s. Wat kun jij je
daarvan herinneren?
”Dat ik er onbevangen ben ingesprongen. Achteraf denk ik dat het
voor mij te vroeg was. Ik kwam net kijken in omroepland. Maar als ik
het nu terugkijk valt het me toch mee. De uitslagen van de voorrondes
waren live, de shows niet. Dat was in een studiootje. Het applaus kwam
van de crew. Na afloop hield Intomart telefonische enquêtes om de
uitslag te bepalen. Dat was toen modern. De finale was live vanuit het
Congresgebouw, met publiek. Spannend! Met hoge schoentjes zo’n
trap afdalen. Het geheel werd begeleid door het Metropole Orkest o.l.v.
Harry van Hoof. Het mocht wat kosten.”
Wat moest een presentator kunnen voor zo’n programma?
”IJzeren zenuwen en uitstraling hebben: het was live en zonder autocue.
Je moest dus teksten kunnen schrijven en ze enthousiast brengen.”
Kende je de deelnemers al?
”Sommigen had ik zien optreden bij de uitreiking van de Gouden
Harpen. Erik Mesie had met Toontje Lager de hit Net als in de film
gehad. Van Gordon had nog niemand gehoord. Maywood was wel heel
bekend en die hebben ook gewonnen. Veel jong talent zat erbij. Bijvoor-
beeld John Ewbank, tegenwoordig songwriter/producer van Marco
Borsato. John zong en danste zelf mee in de groep Shift. Hij had ook
Eenmaal geschreven voor Georgie Davis. Ik verwachtte dat hij singer-
songwriter zou worden. Toen al een groot talent.”
Hoe kijk je terug op jouw kleding?
”Mijn jurken waren van Sheila de Vries, destijds dé ontwerpster. De
eerste had een schuine hals en een pofmouw. Dat asymmetrische zou
nu niet mijn voorkeur hebben, maar het was een schattig jurkje. De
groene jurk was prachtig. En dan de finalejurk... ik wilde een ongebrui-
kelijke kleur, oranje of geel, maar het werd cyclaam roze! Was ik zelf
niet opgekomen.”
Kijkers vallen over de overdreven presentatie van de Europese
finales. Jij geeft mediatrainingen. Hoe kijk jij daarnaar?
”Gruwelijk zijn die zinloze duopresentaties. Nog veel erger zijn hun
uitgeschreven grapjes vanaf de autocue. Presentatoren zijn geen stand-
up comedians. Het lijkt alsof het steeds meer over the top moet.”
Als de finale naar Nederland komt, wie moet het dan presenteren?
”Zonder enige twijfel: Linda de Mol. Zij is superprofessioneel en heeft
een geweldige uitstraling. Op amusementsgebied is zij ons beste visi-
tekaartje voor het buitenland.”
Jij hebt zelf aan het Nationaal Songfestival meegedaan als tekst-
schrijver.
”In 1992 deed ik mee met Gouden bergen, gezongen door Laura
Vlasblom, muziek van Henk Temming. Ik baalde ontzettend dat we niet
wonnen, want ik wilde graag met dat internationale circus mee. In 2003
heb ik weer tevergeefs meegedaan met Let’s give it a try voor Lewis &
Simon, muziek van Jan Willem Verbeek. Misschien moet ik eens schri-
jven voor Portugal... Dat zou wat zijn. Dan is de cirkel rond...”
10 vragen over het
Songfestival aan
Paula
Patricio
De van oorsprong Portugese Paula Patricio (1958)
was VARA-omroepster van 1987 tot 1993. Daarna
presenteerde ze programma’s voor RTL (Showbi-
zznieuws) en KRO (Markant Nederland). In 1990
presenteerde ze de uitzendingen van het Nationaal
Songfestival, het jaar van Maywoods Ik wil alles met je
delen. Haar Eurovisie-connectie duurt voort: kort na
het interview met Songfestival! schreef ze de Engelse
tekst van Nas asas da sorte voor Zana. Het nummer
haalde de Portugese nationale finaleronde.
S! 6 S! 7
Wat zijn jouw oudste Songfestivalherinneringen?
”Udo Jurgens met Merci chérie (Oostenrijk, 1966). Met de familie op
de bank, punten geven en commentaar. En ABBA met Waterloo in
1974, het jaar van de Anjerrevolutie (geweldloze militaire staatsgreep)
in Portugal.”
Ben jij voor Nederland of Portugal?
”Bij een voetbalwedstrijd Nederland-Portugal raak ik in een identite-
itscrisis. Maar bij het Songfestival heeft het weinig zin om voor Portugal
te zijn. Ze zijn altijd jammerlijk achtergebleven, helaas. Ik zou het gewel-
dig vinden als Portugal een keer zou winnen!”
Waar ligt dat aan volgens jou?
“Portugal is lang in de fado blijven hangen en te veel op de tekst gaan
zitten, ook bij pop. Voor het Songfestival is de muziek belangrijker dan
een hoogdravende tekst.”
In 1990 had Nederland voor het eerst naast de nationale finale ook
twee voorrondes. Jij presenteerde die programma’s. Wat kun jij je
daarvan herinneren?
”Dat ik er onbevangen ben ingesprongen. Achteraf denk ik dat het
voor mij te vroeg was. Ik kwam net kijken in omroepland. Maar als ik
het nu terugkijk valt het me toch mee. De uitslagen van de voorrondes
waren live, de shows niet. Dat was in een studiootje. Het applaus kwam
van de crew. Na afloop hield Intomart telefonische enquêtes om de
uitslag te bepalen. Dat was toen modern. De finale was live vanuit het
Congresgebouw, met publiek. Spannend! Met hoge schoentjes zo’n
trap afdalen. Het geheel werd begeleid door het Metropole Orkest o.l.v.
Harry van Hoof. Het mocht wat kosten.”
Wat moest een presentator kunnen voor zo’n programma?
”IJzeren zenuwen en uitstraling hebben: het was live en zonder autocue.
Je moest dus teksten kunnen schrijven en ze enthousiast brengen.”
Kende je de deelnemers al?
”Sommigen had ik zien optreden bij de uitreiking van de Gouden
Harpen. Erik Mesie had met Toontje Lager de hit Net als in de film
gehad. Van Gordon had nog niemand gehoord. Maywood was wel heel
bekend en die hebben ook gewonnen. Veel jong talent zat erbij. Bijvoor-
beeld John Ewbank, tegenwoordig songwriter/producer van Marco
Borsato. John zong en danste zelf mee in de groep Shift. Hij had ook
Eenmaal geschreven voor Georgie Davis. Ik verwachtte dat hij singer-
songwriter zou worden. Toen al een groot talent.”
Hoe kijk je terug op jouw kleding?
”Mijn jurken waren van Sheila de Vries, destijds dé ontwerpster. De
eerste had een schuine hals en een pofmouw. Dat asymmetrische zou
nu niet mijn voorkeur hebben, maar het was een schattig jurkje. De
groene jurk was prachtig. En dan de finalejurk... ik wilde een ongebrui-
kelijke kleur, oranje of geel, maar het werd cyclaam roze! Was ik zelf
niet opgekomen.”
Kijkers vallen over de overdreven presentatie van de Europese
finales. Jij geeft mediatrainingen. Hoe kijk jij daarnaar?
”Gruwelijk zijn die zinloze duopresentaties. Nog veel erger zijn hun
uitgeschreven grapjes vanaf de autocue. Presentatoren zijn geen stand-
up comedians. Het lijkt alsof het steeds meer over the top moet.”
Als de finale naar Nederland komt, wie moet het dan presenteren?
”Zonder enige twijfel: Linda de Mol. Zij is superprofessioneel en heeft
een geweldige uitstraling. Op amusementsgebied is zij ons beste visi-
tekaartje voor het buitenland.”
Jij hebt zelf aan het Nationaal Songfestival meegedaan als tekst-
schrijver.
”In 1992 deed ik mee met Gouden bergen, gezongen door Laura
Vlasblom, muziek van Henk Temming. Ik baalde ontzettend dat we niet
wonnen, want ik wilde graag met dat internationale circus mee. In 2003
heb ik weer tevergeefs meegedaan met Let’s give it a try voor Lewis &
Simon, muziek van Jan Willem Verbeek. Misschien moet ik eens schri-
jven voor Portugal... Dat zou wat zijn. Dan is de cirkel rond...”
10 vragen over het
Songfestival aan
Paula
Patricio
De van oorsprong Portugese Paula Patricio (1958)
was VARA-omroepster van 1987 tot 1993. Daarna
presenteerde ze programma’s voor RTL (Showbi-
zznieuws) en KRO (Markant Nederland). In 1990
presenteerde ze de uitzendingen van het Nationaal
Songfestival, het jaar van Maywoods Ik wil alles met je
delen. Haar Eurovisie-connectie duurt voort: kort na
het interview met Songfestival! schreef ze de Engelse
tekst van Nas asas da sorte voor Zana. Het nummer
haalde de Portugese nationale finaleronde.
S! 6 S! 7
Wat zijn jouw oudste Songfestivalherinneringen?
”Udo Jurgens met Merci chérie (Oostenrijk, 1966). Met de familie op
de bank, punten geven en commentaar. En ABBA met Waterloo in
1974, het jaar van de Anjerrevolutie (geweldloze militaire staatsgreep)
in Portugal.”
Ben jij voor Nederland of Portugal?
”Bij een voetbalwedstrijd Nederland-Portugal raak ik in een identite-
itscrisis. Maar bij het Songfestival heeft het weinig zin om voor Portugal
te zijn. Ze zijn altijd jammerlijk achtergebleven, helaas. Ik zou het gewel-
dig vinden als Portugal een keer zou winnen!”
Waar ligt dat aan volgens jou?
“Portugal is lang in de fado blijven hangen en te veel op de tekst gaan
zitten, ook bij pop. Voor het Songfestival is de muziek belangrijker dan
een hoogdravende tekst.”
In 1990 had Nederland voor het eerst naast de nationale finale ook
twee voorrondes. Jij presenteerde die programma’s. Wat kun jij je
daarvan herinneren?
”Dat ik er onbevangen ben ingesprongen. Achteraf denk ik dat het
voor mij te vroeg was. Ik kwam net kijken in omroepland. Maar als ik
het nu terugkijk valt het me toch mee. De uitslagen van de voorrondes
waren live, de shows niet. Dat was in een studiootje. Het applaus kwam
van de crew. Na afloop hield Intomart telefonische enquêtes om de
uitslag te bepalen. Dat was toen modern. De finale was live vanuit het
Congresgebouw, met publiek. Spannend! Met hoge schoentjes zo’n
trap afdalen. Het geheel werd begeleid door het Metropole Orkest o.l.v.
Harry van Hoof. Het mocht wat kosten.”
Wat moest een presentator kunnen voor zo’n programma?
”IJzeren zenuwen en uitstraling hebben: het was live en zonder autocue.
Je moest dus teksten kunnen schrijven en ze enthousiast brengen.”
Kende je de deelnemers al?
”Sommigen had ik zien optreden bij de uitreiking van de Gouden
Harpen. Erik Mesie had met Toontje Lager de hit Net als in de film
gehad. Van Gordon had nog niemand gehoord. Maywood was wel heel
bekend en die hebben ook gewonnen. Veel jong talent zat erbij. Bijvoor-
beeld John Ewbank, tegenwoordig songwriter/producer van Marco
Borsato. John zong en danste zelf mee in de groep Shift. Hij had ook
Eenmaal geschreven voor Georgie Davis. Ik verwachtte dat hij singer-
songwriter zou worden. Toen al een groot talent.”
Hoe kijk je terug op jouw kleding?
”Mijn jurken waren van Sheila de Vries, destijds dé ontwerpster. De
eerste had een schuine hals en een pofmouw. Dat asymmetrische zou
nu niet mijn voorkeur hebben, maar het was een schattig jurkje. De
groene jurk was prachtig. En dan de finalejurk... ik wilde een ongebrui-
kelijke kleur, oranje of geel, maar het werd cyclaam roze! Was ik zelf
niet opgekomen.”
Kijkers vallen over de overdreven presentatie van de Europese
finales. Jij geeft mediatrainingen. Hoe kijk jij daarnaar?
”Gruwelijk zijn die zinloze duopresentaties. Nog veel erger zijn hun
uitgeschreven grapjes vanaf de autocue. Presentatoren zijn geen stand-
up comedians. Het lijkt alsof het steeds meer over the top moet.”
Als de finale naar Nederland komt, wie moet het dan presenteren?
”Zonder enige twijfel: Linda de Mol. Zij is superprofessioneel en heeft
een geweldige uitstraling. Op amusementsgebied is zij ons beste visi-
tekaartje voor het buitenland.”
Jij hebt zelf aan het Nationaal Songfestival meegedaan als tekst-
schrijver.
”In 1992 deed ik mee met Gouden bergen, gezongen door Laura
Vlasblom, muziek van Henk Temming. Ik baalde ontzettend dat we niet
wonnen, want ik wilde graag met dat internationale circus mee. In 2003
heb ik weer tevergeefs meegedaan met Let’s give it a try voor Lewis &
Simon, muziek van Jan Willem Verbeek. Misschien moet ik eens schri-
jven voor Portugal... Dat zou wat zijn. Dan is de cirkel rond...”
10 vragen over het
Songfestival aan
Paula
Patricio
De van oorsprong Portugese Paula Patricio (1958)
was VARA-omroepster van 1987 tot 1993. Daarna
presenteerde ze programma’s voor RTL (Showbi-
zznieuws) en KRO (Markant Nederland). In 1990
presenteerde ze de uitzendingen van het Nationaal
Songfestival, het jaar van Maywoods Ik wil alles met je
delen. Haar Eurovisie-connectie duurt voort: kort na
het interview met Songfestival! schreef ze de Engelse
tekst van Nas asas da sorte voor Zana. Het nummer
haalde de Portugese nationale finaleronde.
T
E
K
S
T

R
E
N
É

K
O
E
N
D
E
R
S

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E

E
E
L
K
J
E

C
O
L
M
J
O
N
S! 29
S! 14 S! 15
Willem van Beusekom was naast diskjockey, directeur van de NPS,
wandelende Songfestivalencyclopedie, ook 17 keer de Nederlandse
commentator bij het Eurovisie Songfestival. Dit, en zijn jarenlang
juryvoorzitterschap bij het Nationale Songfestival, leverde hem de
bijnaam Mister Songfestival op. In zijn leven bouwde hij een indruk-
wekkende verzameling van Songfestivalsingles op, bestaande uit
alle nummers die ooit meedongen naar de overwinning. Over en
omringd door deze collectie, die na Van Beusekoms dood in 2006
bij het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid terechtkwam,
vertelt Van Beusekoms weduwnaar Jan Willem Daam.
“Het zat altijd al een beetje in de aard van het beestje: overal lijstjes van
te maken en alles archiveren. Dat deed hij met alles wat met politiek,
films, het koningshuis, Ajax en niet op de laatste plaats, het Songfes-
tival te maken had. Willem heeft in de jaren tachtig voor de European
Broadcasting Union gewerkt en in die periode heeft hij veel mensen bij
buitenlandse publieke omroepen leren kennen. En die omroepbobo’s,
die hij ook steeds tegenkwam bij het Songfestival, stuurden elkaar
singles van de artiesten die voor hun land het songfestival vertegen-
woordigden. Ook werd er gebeld en later gemaild, van ‘ik heb dit nog
voor je, of dat nog voor je.’ Daardoor werd de collectie steeds groter.
Willem bezocht ook regelmatig platenbeurzen. Ik ging slechts een
enkele keer mee, maar ik wist toch niet precies wat voor hem bijzonder
was en wat niet. Dus hij ging zijn eigen gang. Met een tas en een lijstje
van ontbrekende titels op zak, struinde hij de verschillende stands af.
Hij vond het fantastisch om uren door bakken te gaan, op zoek naar dat
ene plaatje. Ik weet nog dat hij eens zei: ‘Ik hoop niet dat de collectie
ooit af is, want dan is het hele plezier eraf.’
De Songfestivalkamer
We hadden een kamer in ons appartement en die werd op een gegeven
moment omgedoopt tot de Songfestivalkamer. Aan de ene kant stonden
dan alle singletjes en aan de andere kant een klein bureautje waar hij
als kind nog aan gezeten had. Daar bovenop stond een pick-up en af
en toe werd er dan een plaatje uit de kast gehaald. Niet zo zeer omdat
hij dat plaatje wilde horen, maar dan had hij dat net gekocht en wilde
hij nagaan of er misschien een kraak in zat bijvoorbeeld. Willem had
van die gekleurde boekjes met wat er was verschenen. Hij schreef
er van alles bij en arceerde geel wat hij had. Daar zat hij dan aan dat
bureautje, met dat boekje en een glas rode wijn, te inventariseren.
Ook zijn voorbereidingen op het Songfestival waren altijd serieus en
nauwkeurig. Hij verzamelde van tevoren al zoveel mogelijk informatie.
Via internet en via zijn buitenlandse contacten. Willem kreeg ruim voor
het songfestival de band met alle inzendingen, waardoor hij al ver van
tevoren kon horen wat er dat jaar tussen zat. Hoewel hij ook wel wist
dat iets wat op plaat heel mooi over kwam, niet per se goed hoefde
te klinken als het live gezongen werd. Willem ging ook altijd naar de
repetities, waarbij hij van alles opschreef. Bij de feestjes kwam hij wel,
maar de vrijdagavond voor de show sloot hij zichzelf op in zijn kamer en
dan schreef hij zijn teksten uit en timede hij ze op de seconde met een
stopwatch.
Willekes lied was hopeloos
Het beoordelen van de liedjes liet hij aan de kijker over. In de latere
jaren liet hij wel vaker het achterste van zijn tong zien, maar dan nog
altijd op een redelijk nette wijze. Hij streefde naar leuke weetjes, ditjes,
datjes en een kleine analyse van het lied, als het lied dat al toeliet. De
Nederlandse bijdrage probeerde hij altijd positief te benaderen. Zo
wist Willem bij voorbaat al dat Willeke Alberti hopeloos ten onder zou
gaan, maar dat ga je natuurlijk niet vertellen als heel Nederland voor de
buis zit met borrelnootjes en een colaatje. Precies zoals hij vroeger met
de hele familie voor de buis zat: allemaal zitten en mond dichthouden.
Hapjes, drankjes, lijstjes. En dan werden er punten gegeven. Die posi-
tieve sfeer probeerde hij te creëren voor de kijker.”
T
E
K
S
T

A
R
N
O
U
D

G
O
O
S

F
O
T
O

S

M
A
N
J
A

H
E
R
R
E
B
R
U
G
H
“Het was Koninginnedag 1999, in een kroeg in Amsterdam. Ik was daar met
vrienden. Het was vier uur, ik was het helemaal zat, ik was heel moe. Ik wilde
naar huis, maar de rest niet. Ik zag Willem staan en ik zei: ‘Hé, daar staat
Willem van Beusekom’, maar niemand uit mijn vriendenkring wist wie hij was.
Ik dacht ‘ik ga nog even naar het toilet en dan ga ik naar huis’. Dus ik kom
uit het toilet en een ietwat beschonken vriendin van mij duwt mij bij Willem op
schoot en zegt: ‘Meneer van Beusekom, dit is mijn vriend Jan Willem en hij
wil u iets vragen over het Songfestival’. Heel gênant. ‘Ik vraag hem wel iets
en dan kan ik gaan’. Vier uur later zaten we nog steeds te praten.”
Een singlecollectie

als levenswerk
De weduwnaar van Mister Songfestival blikt terug
S! 14 S! 15
Willem van Beusekom was naast diskjockey, directeur van de NPS,
wandelende Songfestivalencyclopedie, ook 17 keer de Nederlandse
commentator bij het Eurovisie Songfestival. Dit, en zijn jarenlang
juryvoorzitterschap bij het Nationale Songfestival, leverde hem de
bijnaam Mister Songfestival op. In zijn leven bouwde hij een indruk-
wekkende verzameling van Songfestivalsingles op, bestaande uit
alle nummers die ooit meedongen naar de overwinning. Over en
omringd door deze collectie, die na Van Beusekoms dood in 2006
bij het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid terechtkwam,
vertelt Van Beusekoms weduwnaar Jan Willem Daam.
“Het zat altijd al een beetje in de aard van het beestje: overal lijstjes van
te maken en alles archiveren. Dat deed hij met alles wat met politiek,
films, het koningshuis, Ajax en niet op de laatste plaats, het Songfes-
tival te maken had. Willem heeft in de jaren tachtig voor de European
Broadcasting Union gewerkt en in die periode heeft hij veel mensen bij
buitenlandse publieke omroepen leren kennen. En die omroepbobo’s,
die hij ook steeds tegenkwam bij het Songfestival, stuurden elkaar
singles van de artiesten die voor hun land het songfestival vertegen-
woordigden. Ook werd er gebeld en later gemaild, van ‘ik heb dit nog
voor je, of dat nog voor je.’ Daardoor werd de collectie steeds groter.
Willem bezocht ook regelmatig platenbeurzen. Ik ging slechts een
enkele keer mee, maar ik wist toch niet precies wat voor hem bijzonder
was en wat niet. Dus hij ging zijn eigen gang. Met een tas en een lijstje
van ontbrekende titels op zak, struinde hij de verschillende stands af.
Hij vond het fantastisch om uren door bakken te gaan, op zoek naar dat
ene plaatje. Ik weet nog dat hij eens zei: ‘Ik hoop niet dat de collectie
ooit af is, want dan is het hele plezier eraf.’
De Songfestivalkamer
We hadden een kamer in ons appartement en die werd op een gegeven
moment omgedoopt tot de Songfestivalkamer. Aan de ene kant stonden
dan alle singletjes en aan de andere kant een klein bureautje waar hij
als kind nog aan gezeten had. Daar bovenop stond een pick-up en af
en toe werd er dan een plaatje uit de kast gehaald. Niet zo zeer omdat
hij dat plaatje wilde horen, maar dan had hij dat net gekocht en wilde
hij nagaan of er misschien een kraak in zat bijvoorbeeld. Willem had
van die gekleurde boekjes met wat er was verschenen. Hij schreef
er van alles bij en arceerde geel wat hij had. Daar zat hij dan aan dat
bureautje, met dat boekje en een glas rode wijn, te inventariseren.
Ook zijn voorbereidingen op het Songfestival waren altijd serieus en
nauwkeurig. Hij verzamelde van tevoren al zoveel mogelijk informatie.
Via internet en via zijn buitenlandse contacten. Willem kreeg ruim voor
het songfestival de band met alle inzendingen, waardoor hij al ver van
tevoren kon horen wat er dat jaar tussen zat. Hoewel hij ook wel wist
dat iets wat op plaat heel mooi over kwam, niet per se goed hoefde
te klinken als het live gezongen werd. Willem ging ook altijd naar de
repetities, waarbij hij van alles opschreef. Bij de feestjes kwam hij wel,
maar de vrijdagavond voor de show sloot hij zichzelf op in zijn kamer en
dan schreef hij zijn teksten uit en timede hij ze op de seconde met een
stopwatch.
Willekes lied was hopeloos
Het beoordelen van de liedjes liet hij aan de kijker over. In de latere
jaren liet hij wel vaker het achterste van zijn tong zien, maar dan nog
altijd op een redelijk nette wijze. Hij streefde naar leuke weetjes, ditjes,
datjes en een kleine analyse van het lied, als het lied dat al toeliet. De
Nederlandse bijdrage probeerde hij altijd positief te benaderen. Zo
wist Willem bij voorbaat al dat Willeke Alberti hopeloos ten onder zou
gaan, maar dat ga je natuurlijk niet vertellen als heel Nederland voor de
buis zit met borrelnootjes en een colaatje. Precies zoals hij vroeger met
de hele familie voor de buis zat: allemaal zitten en mond dichthouden.
Hapjes, drankjes, lijstjes. En dan werden er punten gegeven. Die posi-
tieve sfeer probeerde hij te creëren voor de kijker.”
T
E
K
S
T

A
R
N
O
U
D

G
O
O
S

F
O
T
O

S

M
A
N
J
A

H
E
R
R
E
B
R
U
G
H
“Het was Koninginnedag 1999, in een kroeg in Amsterdam. Ik was daar met
vrienden. Het was vier uur, ik was het helemaal zat, ik was heel moe. Ik wilde
naar huis, maar de rest niet. Ik zag Willem staan en ik zei: ‘Hé, daar staat
Willem van Beusekom’, maar niemand uit mijn vriendenkring wist wie hij was.
Ik dacht ‘ik ga nog even naar het toilet en dan ga ik naar huis’. Dus ik kom
uit het toilet en een ietwat beschonken vriendin van mij duwt mij bij Willem op
schoot en zegt: ‘Meneer van Beusekom, dit is mijn vriend Jan Willem en hij
wil u iets vragen over het Songfestival’. Heel gênant. ‘Ik vraag hem wel iets
en dan kan ik gaan’. Vier uur later zaten we nog steeds te praten.”
Een singlecollectie

als levenswerk
De weduwnaar van Mister Songfestival blikt terug
Jan Willem Daam over
Willem van Beusekom
T
E
K
S
T

A
R
N
O
U
D

G
O
O
S

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E

M
A
N
J
A

H
E
R
R
E
B
R
U
G
H
S! 31
S! 20 S! 21
Naam: Joany Franka Johanna Ayten Hazebroek
Geboren: 1990
Deelname: 2012 in Bakoe, Azerbeidzjan
Lied: You and me
Positie: 15e in de halve finale
Ze was dat lieve meisje met die tooi en gitaar, dat de fans
van het Songfestival weer hoop gaf op een finaleplaats... “Na mijn
deelname aan The Voice of Holland ging het allemaal heel snel: de pro-
ducer met wie ik werkte heeft het nummer opgestuurd en het kwam bij
de juiste mensen terecht. Toen won ik opeens het Nationaal Songfes-
tival. Je denkt dan: die internationale aandacht straks, misschien komt
er wat leuks uit. De volgende ABBA worden is wel veel druk om in je
eentje te dragen, maar de ‘eerste Joan’ worden, dat wilde ik wel.
Het Songfestival heeft mij ontzettend geholpen, ik ben er een ander
persoon door geworden. Nog steeds mezelf, maar ik voel me sterker;
meer vrouw en minder een meisje. Er was gelukkig veel positieve ener-
gie, maar er waren ook negatieve commentaren. Het is sowieso heftig:
anderen gaan naar huis en beginnen aan een volgend project. Ik ga
naar huis en ben nog steeds Joan. Mijn hele leven was veranderd. Nu
kijk ik erop terug en denk ik: wow, ik heb dat meegemaakt en het was
heel gaaf. Maar dat heeft wel even geduurd. Ik was toen nog twee jaar
jonger, en de hele ervaring voelde toen voor mij als een soort vrije val.”
De tooi stond voor vrijheid
Over de indianentooi die Joan droeg, ontstond enorme ophef: “Laat ik
vooropstellen dat het nooit mijn bedoeling was om iemand te kwetsen.
Om dan te horen dat je toch mensen zou hebben gekwetst is niet leuk.
De tooi stond voor mij juist voor vrijheid en jezelf zijn, wat ik zeker in een
land als Azerbeidzjan zo’n belangrijke boodschap vind. Ik wilde mijn
verhaal vertellen en dat heb ik ook gedaan.”
De band met andere deelnemers was bijzonder: “Achter de schermen
heb ik totaal geen haat en nijd gezien. Het is natuurlijk voor iedereen
even spannend. Dit is hét moment en we willen het allemaal goed doen.
Dus je zit eigenlijk met zijn allen in hetzelfde schuitje. Ik zat in het hotel
met Loreen (Zweedse winnares, 2012), en nadat ze gewonnen had,
kwam ze naar me toe met een verenketting om haar nek en zei: ‘Hier,
zie je, jij hebt ook een beetje gewonnen.’ Je krijgt echt een speciale
band als je zoiets samen doormaakt.”
Spijt van haar deelname heeft ze niet: “Ik zou het allemaal weer doen,
en precies hetzelfde. Natuurlijk heb ik fouten gemaakt en soms dacht
ik echt: nee, wat heb ik nou gedaan! Maar ook daar leer je van en
daardoor ben ik nog meer mezelf geworden. Zonder het Songfestival
had ik dat alles niet gehad. Ik ben gewoon ontzettend dankbaar dat het
is gebeurd.”
2012
2014
De geboren Rotterdamse kijkt met een glimlach uit over het Amster-
damse IJ. Ze zit er ontspannen bij en geniet van een broodje op een
zonnig terras. “Mijn artistieke gevoel is weer helemaal terug. Na het
Songfestival was ik het even kwijt, heel raar. Ik had weinig inspiratie en
mijn management en platenmaatschappij hadden allemaal een ander
idee over welke kant we op moesten. In die tijd heb ik nauwelijks liedjes
geschreven en weinig opgetreden. Ik kon mezelf even niet vinden. Maar
muziek is zo belangrijk in mijn leven: dit is echt wat ik wil. Optreden vind
ik het leukste wat er is: als ik die liedjes schrijf, waarom zou ik ze dan
niet delen?”
Nigel
Enthousiast vertelt Joan over haar toekomstplannen: “Er zijn al heel
veel nummers voor het album en ik vraag me echt af hoe ik de juiste
nummers ga selecteren. Maar mijn eigen album uitbrengen is wel de
ultieme droom. Binnenkort komt eerst mijn nieuwe single uit, Nigel. Het
liedje gaat over een jeugdliefde van mij en over hoe onze relatie er in
mijn hoofd uit zou zien. Als je het hoort, lijkt het of hij en ik samen zijn
geweest, maar dat is niet zo. Ik was verliefd op Nigel, maar er is nooit
iets van gekomen. Ik was bang voor die stap, voor de liefde. Ik zag al
helemaal voor me dat het zou uitlopen op een gebroken hart.”
Het Songfestival volgen doet ze niet. “Mensen denken vaak dat je een
expert bent als je hebt meegedaan en stellen je dan vragen over die en
die deelname in 1981... Ik heb echt geen idee. Ik waardeer het Song-
festival wel enorm, vanwege de geweldige fans, de community en alles
wat het mij persoonlijk heeft opgeleverd. Een tip voor Ilse en Waylon
heb ik niet, maar ik wens ze wel heel veel plezier.”
Hoe is het nu met...
Joan Franka
SONGFESTIVAL
PASPOORT
T
E
K
S
T

S
A
R
A

M
A
R
S


F
O
T
O

S

E
E
L
K
J
E

C
O
L
M
J
O
N
S! 20 S! 21
Naam: Joany Franka Johanna Ayten Hazebroek
Geboren: 1990
Deelname: 2012 in Bakoe, Azerbeidzjan
Lied: You and me
Positie: 15e in de halve finale
Ze was dat lieve meisje met die tooi en gitaar, dat de fans
van het Songfestival weer hoop gaf op een finaleplaats... “Na mijn
deelname aan The Voice of Holland ging het allemaal heel snel: de pro-
ducer met wie ik werkte heeft het nummer opgestuurd en het kwam bij
de juiste mensen terecht. Toen won ik opeens het Nationaal Songfes-
tival. Je denkt dan: die internationale aandacht straks, misschien komt
er wat leuks uit. De volgende ABBA worden is wel veel druk om in je
eentje te dragen, maar de ‘eerste Joan’ worden, dat wilde ik wel.
Het Songfestival heeft mij ontzettend geholpen, ik ben er een ander
persoon door geworden. Nog steeds mezelf, maar ik voel me sterker;
meer vrouw en minder een meisje. Er was gelukkig veel positieve ener-
gie, maar er waren ook negatieve commentaren. Het is sowieso heftig:
anderen gaan naar huis en beginnen aan een volgend project. Ik ga
naar huis en ben nog steeds Joan. Mijn hele leven was veranderd. Nu
kijk ik erop terug en denk ik: wow, ik heb dat meegemaakt en het was
heel gaaf. Maar dat heeft wel even geduurd. Ik was toen nog twee jaar
jonger, en de hele ervaring voelde toen voor mij als een soort vrije val.”
De tooi stond voor vrijheid
Over de indianentooi die Joan droeg, ontstond enorme ophef: “Laat ik
vooropstellen dat het nooit mijn bedoeling was om iemand te kwetsen.
Om dan te horen dat je toch mensen zou hebben gekwetst is niet leuk.
De tooi stond voor mij juist voor vrijheid en jezelf zijn, wat ik zeker in een
land als Azerbeidzjan zo’n belangrijke boodschap vind. Ik wilde mijn
verhaal vertellen en dat heb ik ook gedaan.”
De band met andere deelnemers was bijzonder: “Achter de schermen
heb ik totaal geen haat en nijd gezien. Het is natuurlijk voor iedereen
even spannend. Dit is hét moment en we willen het allemaal goed doen.
Dus je zit eigenlijk met zijn allen in hetzelfde schuitje. Ik zat in het hotel
met Loreen (Zweedse winnares, 2012), en nadat ze gewonnen had,
kwam ze naar me toe met een verenketting om haar nek en zei: ‘Hier,
zie je, jij hebt ook een beetje gewonnen.’ Je krijgt echt een speciale
band als je zoiets samen doormaakt.”
Spijt van haar deelname heeft ze niet: “Ik zou het allemaal weer doen,
en precies hetzelfde. Natuurlijk heb ik fouten gemaakt en soms dacht
ik echt: nee, wat heb ik nou gedaan! Maar ook daar leer je van en
daardoor ben ik nog meer mezelf geworden. Zonder het Songfestival
had ik dat alles niet gehad. Ik ben gewoon ontzettend dankbaar dat het
is gebeurd.”
2012
2014
De geboren Rotterdamse kijkt met een glimlach uit over het Amster-
damse IJ. Ze zit er ontspannen bij en geniet van een broodje op een
zonnig terras. “Mijn artistieke gevoel is weer helemaal terug. Na het
Songfestival was ik het even kwijt, heel raar. Ik had weinig inspiratie en
mijn management en platenmaatschappij hadden allemaal een ander
idee over welke kant we op moesten. In die tijd heb ik nauwelijks liedjes
geschreven en weinig opgetreden. Ik kon mezelf even niet vinden. Maar
muziek is zo belangrijk in mijn leven: dit is echt wat ik wil. Optreden vind
ik het leukste wat er is: als ik die liedjes schrijf, waarom zou ik ze dan
niet delen?”
Nigel
Enthousiast vertelt Joan over haar toekomstplannen: “Er zijn al heel
veel nummers voor het album en ik vraag me echt af hoe ik de juiste
nummers ga selecteren. Maar mijn eigen album uitbrengen is wel de
ultieme droom. Binnenkort komt eerst mijn nieuwe single uit, Nigel. Het
liedje gaat over een jeugdliefde van mij en over hoe onze relatie er in
mijn hoofd uit zou zien. Als je het hoort, lijkt het of hij en ik samen zijn
geweest, maar dat is niet zo. Ik was verliefd op Nigel, maar er is nooit
iets van gekomen. Ik was bang voor die stap, voor de liefde. Ik zag al
helemaal voor me dat het zou uitlopen op een gebroken hart.”
Het Songfestival volgen doet ze niet. “Mensen denken vaak dat je een
expert bent als je hebt meegedaan en stellen je dan vragen over die en
die deelname in 1981... Ik heb echt geen idee. Ik waardeer het Song-
festival wel enorm, vanwege de geweldige fans, de community en alles
wat het mij persoonlijk heeft opgeleverd. Een tip voor Ilse en Waylon
heb ik niet, maar ik wens ze wel heel veel plezier.”
Hoe is het nu met...
Joan Franka
SONGFESTIVAL
PASPOORT
T
E
K
S
T

S
A
R
A

M
A
R
S


F
O
T
O

S

E
E
L
K
J
E

C
O
L
M
J
O
N
T
E
K
S
T

S
A
R
A

M
A
R
S

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E

E
E
L
K
J
E

C
O
L
M
J
O
N
S! 20 S! 21
Naam: Joany Franka Johanna Ayten Hazebroek
Geboren: 1990
Deelname: 2012 in Bakoe, Azerbeidzjan
Lied: You and me
Positie: 15e in de halve finale
Ze was dat lieve meisje met die tooi en gitaar, dat de fans
van het Songfestival weer hoop gaf op een finaleplaats... “Na mijn
deelname aan The Voice of Holland ging het allemaal heel snel: de pro-
ducer met wie ik werkte heeft het nummer opgestuurd en het kwam bij
de juiste mensen terecht. Toen won ik opeens het Nationaal Songfes-
tival. Je denkt dan: die internationale aandacht straks, misschien komt
er wat leuks uit. De volgende ABBA worden is wel veel druk om in je
eentje te dragen, maar de ‘eerste Joan’ worden, dat wilde ik wel.
Het Songfestival heeft mij ontzettend geholpen, ik ben er een ander
persoon door geworden. Nog steeds mezelf, maar ik voel me sterker;
meer vrouw en minder een meisje. Er was gelukkig veel positieve ener-
gie, maar er waren ook negatieve commentaren. Het is sowieso heftig:
anderen gaan naar huis en beginnen aan een volgend project. Ik ga
naar huis en ben nog steeds Joan. Mijn hele leven was veranderd. Nu
kijk ik erop terug en denk ik: wow, ik heb dat meegemaakt en het was
heel gaaf. Maar dat heeft wel even geduurd. Ik was toen nog twee jaar
jonger, en de hele ervaring voelde toen voor mij als een soort vrije val.”
De tooi stond voor vrijheid
Over de indianentooi die Joan droeg, ontstond enorme ophef: “Laat ik
vooropstellen dat het nooit mijn bedoeling was om iemand te kwetsen.
Om dan te horen dat je toch mensen zou hebben gekwetst is niet leuk.
De tooi stond voor mij juist voor vrijheid en jezelf zijn, wat ik zeker in een
land als Azerbeidzjan zo’n belangrijke boodschap vind. Ik wilde mijn
verhaal vertellen en dat heb ik ook gedaan.”
De band met andere deelnemers was bijzonder: “Achter de schermen
heb ik totaal geen haat en nijd gezien. Het is natuurlijk voor iedereen
even spannend. Dit is hét moment en we willen het allemaal goed doen.
Dus je zit eigenlijk met zijn allen in hetzelfde schuitje. Ik zat in het hotel
met Loreen (Zweedse winnares, 2012), en nadat ze gewonnen had,
kwam ze naar me toe met een verenketting om haar nek en zei: ‘Hier,
zie je, jij hebt ook een beetje gewonnen.’ Je krijgt echt een speciale
band als je zoiets samen doormaakt.”
Spijt van haar deelname heeft ze niet: “Ik zou het allemaal weer doen,
en precies hetzelfde. Natuurlijk heb ik fouten gemaakt en soms dacht
ik echt: nee, wat heb ik nou gedaan! Maar ook daar leer je van en
daardoor ben ik nog meer mezelf geworden. Zonder het Songfestival
had ik dat alles niet gehad. Ik ben gewoon ontzettend dankbaar dat het
is gebeurd.”
2012
2014
De geboren Rotterdamse kijkt met een glimlach uit over het Amster-
damse IJ. Ze zit er ontspannen bij en geniet van een broodje op een
zonnig terras. “Mijn artistieke gevoel is weer helemaal terug. Na het
Songfestival was ik het even kwijt, heel raar. Ik had weinig inspiratie en
mijn management en platenmaatschappij hadden allemaal een ander
idee over welke kant we op moesten. In die tijd heb ik nauwelijks liedjes
geschreven en weinig opgetreden. Ik kon mezelf even niet vinden. Maar
muziek is zo belangrijk in mijn leven: dit is echt wat ik wil. Optreden vind
ik het leukste wat er is: als ik die liedjes schrijf, waarom zou ik ze dan
niet delen?”
Nigel
Enthousiast vertelt Joan over haar toekomstplannen: “Er zijn al heel
veel nummers voor het album en ik vraag me echt af hoe ik de juiste
nummers ga selecteren. Maar mijn eigen album uitbrengen is wel de
ultieme droom. Binnenkort komt eerst mijn nieuwe single uit, Nigel. Het
liedje gaat over een jeugdliefde van mij en over hoe onze relatie er in
mijn hoofd uit zou zien. Als je het hoort, lijkt het of hij en ik samen zijn
geweest, maar dat is niet zo. Ik was verliefd op Nigel, maar er is nooit
iets van gekomen. Ik was bang voor die stap, voor de liefde. Ik zag al
helemaal voor me dat het zou uitlopen op een gebroken hart.”
Het Songfestival volgen doet ze niet. “Mensen denken vaak dat je een
expert bent als je hebt meegedaan en stellen je dan vragen over die en
die deelname in 1981... Ik heb echt geen idee. Ik waardeer het Song-
festival wel enorm, vanwege de geweldige fans, de community en alles
wat het mij persoonlijk heeft opgeleverd. Een tip voor Ilse en Waylon
heb ik niet, maar ik wens ze wel heel veel plezier.”
Hoe is het nu met...
Joan Franka
SONGFESTIVAL
PASPOORT
T
E
K
S
T

S
A
R
A

M
A
R
S


F
O
T
O

S

E
E
L
K
J
E

C
O
L
M
J
O
N
Ultieme droom
S! 20 S! 21
Naam: Joany Franka Johanna Ayten Hazebroek
Geboren: 1990
Deelname: 2012 in Bakoe, Azerbeidzjan
Lied: You and me
Positie: 15e in de halve finale
Ze was dat lieve meisje met die tooi en gitaar, dat de fans
van het Songfestival weer hoop gaf op een finaleplaats... “Na mijn
deelname aan The Voice of Holland ging het allemaal heel snel: de pro-
ducer met wie ik werkte heeft het nummer opgestuurd en het kwam bij
de juiste mensen terecht. Toen won ik opeens het Nationaal Songfes-
tival. Je denkt dan: die internationale aandacht straks, misschien komt
er wat leuks uit. De volgende ABBA worden is wel veel druk om in je
eentje te dragen, maar de ‘eerste Joan’ worden, dat wilde ik wel.
Het Songfestival heeft mij ontzettend geholpen, ik ben er een ander
persoon door geworden. Nog steeds mezelf, maar ik voel me sterker;
meer vrouw en minder een meisje. Er was gelukkig veel positieve ener-
gie, maar er waren ook negatieve commentaren. Het is sowieso heftig:
anderen gaan naar huis en beginnen aan een volgend project. Ik ga
naar huis en ben nog steeds Joan. Mijn hele leven was veranderd. Nu
kijk ik erop terug en denk ik: wow, ik heb dat meegemaakt en het was
heel gaaf. Maar dat heeft wel even geduurd. Ik was toen nog twee jaar
jonger, en de hele ervaring voelde toen voor mij als een soort vrije val.”
De tooi stond voor vrijheid
Over de indianentooi die Joan droeg, ontstond enorme ophef: “Laat ik
vooropstellen dat het nooit mijn bedoeling was om iemand te kwetsen.
Om dan te horen dat je toch mensen zou hebben gekwetst is niet leuk.
De tooi stond voor mij juist voor vrijheid en jezelf zijn, wat ik zeker in een
land als Azerbeidzjan zo’n belangrijke boodschap vind. Ik wilde mijn
verhaal vertellen en dat heb ik ook gedaan.”
De band met andere deelnemers was bijzonder: “Achter de schermen
heb ik totaal geen haat en nijd gezien. Het is natuurlijk voor iedereen
even spannend. Dit is hét moment en we willen het allemaal goed doen.
Dus je zit eigenlijk met zijn allen in hetzelfde schuitje. Ik zat in het hotel
met Loreen (Zweedse winnares, 2012), en nadat ze gewonnen had,
kwam ze naar me toe met een verenketting om haar nek en zei: ‘Hier,
zie je, jij hebt ook een beetje gewonnen.’ Je krijgt echt een speciale
band als je zoiets samen doormaakt.”
Spijt van haar deelname heeft ze niet: “Ik zou het allemaal weer doen,
en precies hetzelfde. Natuurlijk heb ik fouten gemaakt en soms dacht
ik echt: nee, wat heb ik nou gedaan! Maar ook daar leer je van en
daardoor ben ik nog meer mezelf geworden. Zonder het Songfestival
had ik dat alles niet gehad. Ik ben gewoon ontzettend dankbaar dat het
is gebeurd.”
2012
2014
De geboren Rotterdamse kijkt met een glimlach uit over het Amster-
damse IJ. Ze zit er ontspannen bij en geniet van een broodje op een
zonnig terras. “Mijn artistieke gevoel is weer helemaal terug. Na het
Songfestival was ik het even kwijt, heel raar. Ik had weinig inspiratie en
mijn management en platenmaatschappij hadden allemaal een ander
idee over welke kant we op moesten. In die tijd heb ik nauwelijks liedjes
geschreven en weinig opgetreden. Ik kon mezelf even niet vinden. Maar
muziek is zo belangrijk in mijn leven: dit is echt wat ik wil. Optreden vind
ik het leukste wat er is: als ik die liedjes schrijf, waarom zou ik ze dan
niet delen?”
Nigel
Enthousiast vertelt Joan over haar toekomstplannen: “Er zijn al heel
veel nummers voor het album en ik vraag me echt af hoe ik de juiste
nummers ga selecteren. Maar mijn eigen album uitbrengen is wel de
ultieme droom. Binnenkort komt eerst mijn nieuwe single uit, Nigel. Het
liedje gaat over een jeugdliefde van mij en over hoe onze relatie er in
mijn hoofd uit zou zien. Als je het hoort, lijkt het of hij en ik samen zijn
geweest, maar dat is niet zo. Ik was verliefd op Nigel, maar er is nooit
iets van gekomen. Ik was bang voor die stap, voor de liefde. Ik zag al
helemaal voor me dat het zou uitlopen op een gebroken hart.”
Het Songfestival volgen doet ze niet. “Mensen denken vaak dat je een
expert bent als je hebt meegedaan en stellen je dan vragen over die en
die deelname in 1981... Ik heb echt geen idee. Ik waardeer het Song-
festival wel enorm, vanwege de geweldige fans, de community en alles
wat het mij persoonlijk heeft opgeleverd. Een tip voor Ilse en Waylon
heb ik niet, maar ik wens ze wel heel veel plezier.”
Hoe is het nu met...
Joan Franka
SONGFESTIVAL
PASPOORT
T
E
K
S
T

S
A
R
A

M
A
R
S


F
O
T
O

S

E
E
L
K
J
E

C
O
L
M
J
O
N
T
E
K
S
T

S
A
R
A

M
A
R
S

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E

E
E
L
K
J
E

C
O
L
M
J
O
N
S! 20 S! 21
Naam: Joany Franka Johanna Ayten Hazebroek
Geboren: 1990
Deelname: 2012 in Bakoe, Azerbeidzjan
Lied: You and me
Positie: 15e in de halve finale
Ze was dat lieve meisje met die tooi en gitaar, dat de fans
van het Songfestival weer hoop gaf op een finaleplaats... “Na mijn
deelname aan The Voice of Holland ging het allemaal heel snel: de pro-
ducer met wie ik werkte heeft het nummer opgestuurd en het kwam bij
de juiste mensen terecht. Toen won ik opeens het Nationaal Songfes-
tival. Je denkt dan: die internationale aandacht straks, misschien komt
er wat leuks uit. De volgende ABBA worden is wel veel druk om in je
eentje te dragen, maar de ‘eerste Joan’ worden, dat wilde ik wel.
Het Songfestival heeft mij ontzettend geholpen, ik ben er een ander
persoon door geworden. Nog steeds mezelf, maar ik voel me sterker;
meer vrouw en minder een meisje. Er was gelukkig veel positieve ener-
gie, maar er waren ook negatieve commentaren. Het is sowieso heftig:
anderen gaan naar huis en beginnen aan een volgend project. Ik ga
naar huis en ben nog steeds Joan. Mijn hele leven was veranderd. Nu
kijk ik erop terug en denk ik: wow, ik heb dat meegemaakt en het was
heel gaaf. Maar dat heeft wel even geduurd. Ik was toen nog twee jaar
jonger, en de hele ervaring voelde toen voor mij als een soort vrije val.”
De tooi stond voor vrijheid
Over de indianentooi die Joan droeg, ontstond enorme ophef: “Laat ik
vooropstellen dat het nooit mijn bedoeling was om iemand te kwetsen.
Om dan te horen dat je toch mensen zou hebben gekwetst is niet leuk.
De tooi stond voor mij juist voor vrijheid en jezelf zijn, wat ik zeker in een
land als Azerbeidzjan zo’n belangrijke boodschap vind. Ik wilde mijn
verhaal vertellen en dat heb ik ook gedaan.”
De band met andere deelnemers was bijzonder: “Achter de schermen
heb ik totaal geen haat en nijd gezien. Het is natuurlijk voor iedereen
even spannend. Dit is hét moment en we willen het allemaal goed doen.
Dus je zit eigenlijk met zijn allen in hetzelfde schuitje. Ik zat in het hotel
met Loreen (Zweedse winnares, 2012), en nadat ze gewonnen had,
kwam ze naar me toe met een verenketting om haar nek en zei: ‘Hier,
zie je, jij hebt ook een beetje gewonnen.’ Je krijgt echt een speciale
band als je zoiets samen doormaakt.”
Spijt van haar deelname heeft ze niet: “Ik zou het allemaal weer doen,
en precies hetzelfde. Natuurlijk heb ik fouten gemaakt en soms dacht
ik echt: nee, wat heb ik nou gedaan! Maar ook daar leer je van en
daardoor ben ik nog meer mezelf geworden. Zonder het Songfestival
had ik dat alles niet gehad. Ik ben gewoon ontzettend dankbaar dat het
is gebeurd.”
2012
2014
De geboren Rotterdamse kijkt met een glimlach uit over het Amster-
damse IJ. Ze zit er ontspannen bij en geniet van een broodje op een
zonnig terras. “Mijn artistieke gevoel is weer helemaal terug. Na het
Songfestival was ik het even kwijt, heel raar. Ik had weinig inspiratie en
mijn management en platenmaatschappij hadden allemaal een ander
idee over welke kant we op moesten. In die tijd heb ik nauwelijks liedjes
geschreven en weinig opgetreden. Ik kon mezelf even niet vinden. Maar
muziek is zo belangrijk in mijn leven: dit is echt wat ik wil. Optreden vind
ik het leukste wat er is: als ik die liedjes schrijf, waarom zou ik ze dan
niet delen?”
Nigel
Enthousiast vertelt Joan over haar toekomstplannen: “Er zijn al heel
veel nummers voor het album en ik vraag me echt af hoe ik de juiste
nummers ga selecteren. Maar mijn eigen album uitbrengen is wel de
ultieme droom. Binnenkort komt eerst mijn nieuwe single uit, Nigel. Het
liedje gaat over een jeugdliefde van mij en over hoe onze relatie er in
mijn hoofd uit zou zien. Als je het hoort, lijkt het of hij en ik samen zijn
geweest, maar dat is niet zo. Ik was verliefd op Nigel, maar er is nooit
iets van gekomen. Ik was bang voor die stap, voor de liefde. Ik zag al
helemaal voor me dat het zou uitlopen op een gebroken hart.”
Het Songfestival volgen doet ze niet. “Mensen denken vaak dat je een
expert bent als je hebt meegedaan en stellen je dan vragen over die en
die deelname in 1981... Ik heb echt geen idee. Ik waardeer het Song-
festival wel enorm, vanwege de geweldige fans, de community en alles
wat het mij persoonlijk heeft opgeleverd. Een tip voor Ilse en Waylon
heb ik niet, maar ik wens ze wel heel veel plezier.”
Hoe is het nu met...
Joan Franka
SONGFESTIVAL
PASPOORT
T
E
K
S
T

S
A
R
A

M
A
R
S


F
O
T
O

S

E
E
L
K
J
E

C
O
L
M
J
O
N
Ultieme droom
S! 19
S! 33
S! 28 S! 29
Lenny Kuhr
al 45 jaar de troubadour
S! 30 S! 31
“De troubadour was natuurlijk de minnestreel in de Middeleeuwen. Hij vertelde overal het
verhaal dat op dat moment speelde. Voor de boeren zong hij dit, voor de intellectuelen zong
hij dat. Maar het betekent ook ‘iemand die goud vindt’, vanuit het Frans: ‘trouver d’or’. Als
ik nu terugkijk, denk ik dat ik toen over mijzelf heb gezongen. Ik ben nog steeds iemand die
zingend door het land trekt en daarin het goud vindt.” 45 Jaar nadat ze voor Nederland de
derde en één na laatste Eurovisie Songfestival-overwinning binnensleepte, blikt Lenny Kuhr
terug op het festival van 1969 in Madrid. Én op hoe ze haar carrière daarna steeds bijstu-
urde om dicht bij zichzelf te blijven.
“Op mijn tiende kreeg ik van mijn ouders mijn eerste gitaar. Dat was
iets heel bijzonders. Mijn vader was werknemer en de inkomsten waren
slecht. Het was voor mij iets onmogelijks om dat van mijn ouders te
vragen, zo’n gitaar. Veel te duur. Toch kreeg ik hem. Het was een
tweedehands, mijn vader had hem zelf opgeknapt. Zo gelukkig was ik
nog nooit met iets geweest. Vanaf die tijd veranderde mijn hele leven.
Daarvoor was ik een beetje een jongensachtig meisje dat in bomen
klom en voetbalde op straat. Ik had heel veel energie. Maar na het kri-
jgen van die gitaar, sloeg dat naar binnen. Ik werd opeens introverter,
naar binnen gericht en begon al snel met het maken van eigen liedjes.
Walgen van Nederlandstalig
Toen ik zeventien was, werd ik gevraagd om mee te doen met het
Cabaret der Onbekenden in Eindhoven. Eerst wilde ik niet meedoen,
omdat het in het Nederlands moest. Ik sprak toen nog met een zachte
G, waardoor alles wat ik in het Nederlands zong meteen als een
smartlap klonk. En daar had ik een ontzettende hekel aan. Ik walgde
er echt van! De organisatie haalde me over door me voor te stellen
aan Armand, die het jaar daarvoor het festival gewonnen had. Hij zou
één van mijn liedjes wel van een Nederlandse tekst voorzien. Dat lied
werd Laat maar en daarmee won ik het festival. Door mijn deelname
ontdekte ik hoe fijn het was om in het Nederlands te zingen. Dat was
het omslagpunt. Toen wilde ik er ook echt voor gaan. Ik ben niet gaan
studeren en ik ben gestopt met mijn baan in een platenzaak. Puur om
me te richten op wat ik wilde doen: muziek maken.”
Componeren in de trein
“Ik schreef heel veel muziek, maar in verhouding heel weinig teksten.
Als ik de melodie had gemaakt, dacht ik altijd ‘ik heb eigenlijk alles al
gezegd’. Dus ik zocht een goede tekstschrijver. Toen kreeg ik toevallig
een brief van Conamus (instantie ter promotie en ondersteuning van de
Nederlandse muziek) waarin stond dat er een liedjesbeurs zou komen
in Hilversum, waar tekstschrijvers, componisten en zangers elkaar
konden treffen. Ik schreef me in en betaalde een tientje voor een eigen
stand. Daar stond ik dan in die hele grote hal, ontzettend verlegen.
Onder mijn arm een met mijn muziek gevulde magneetband, die mijn
buurjongen op zijn bandrecorder had opgenomen. Ik kende er maar
weinig mensen, maar gelukkig kwam ik daar Nico Knapper tegen. Hij
was een televisie- en radiomaker bij wie ik al eens in het radioprogram-
ma Nieuwe liedjes had gezongen. ‘Ha Lenny, wat leuk dat je hier bent.
Ik heb net al een beetje rondgekeken en heb een tekstschrijver gezien
die ik wel heel goed vond. Hij heet David Hartsema. Zal ik je even
aan hem voorstellen?’ David luisterde met een koptelefoon naar mijn
liedjes en vond het prachtig. Ik bladerde door zijn teksten, zag er een
aantal die mij direct aanspraken en mocht deze vervolgens ook meteen
mee naar huis nemen. In de trein naar huis heb ik toen al een melodie
gemaakt op één van die teksten. Eenmaal thuis ging ik gauw naar mijn
kamer om het op te nemen, zodat ik het niet zou vergeten. ’s Avonds
belde ik hem op: ‘Hey David, ik heb al een melodie gemaakt op jouw
tekst!’ En hij vond het te gek. Zo kwam er uit het niets een levendige
samenwerking tussen ons.
Op een gegeven moment kreeg ik met de post een op carbonpapier
gedrukte tekst van De troubadour toegestuurd, met daarop een briefje
‘Lenny, hierbij nog een tekstje. Ik hoop dat je er iets mee kunt.’ Ik
ben naar boven gegaan en kwam niet meer naar beneden voordat de
muziek af was. Ondertussen had ik ook gitarist Piet Souer leren ken-
Naam: Helena Hubertina Johanna Kuhr
Geboren: 1950
Deelname: 1969 in Madrid, Spanje
Lied: De troubadour
Positie: 1e
SONGFESTIVAL
PASPOORT
T
E
K
S
T

A
R
N
O
U
D

G
O
O
S


F
O
T
O

S

W
O
O
D
S

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E
T
E
K
S
T

A
R
N
O
U
D

G
O
O
S

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E

W
O
O
D
S

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E
S! 35
S! 32 S! 33
nen. Toen ik hem vroeg of hij met mij wilde spelen, moest hij ergens
een akoestische gitaar lenen. Daar had hij nog nooit op gespeeld.
We gingen naar mijn zolderkamertje. Ik speelde een paar liedjes voor
en Piet speelde mee. Mijn mond viel open, want hij wist meteen wat
ik bedoelde. Hij speelde de tegenmelodieën en hij heeft eigenlijk het
arrangement van De troubadour bedacht. Het lied is dus niet specifiek
geschreven voor het Nationaal Songfestival, maar toen ik een paar
maanden later werd gevraagd om mee te doen, was dat één van de
liedjes die ik instuurde.”
Het Songfestival
“Bij het Nationaal Songfestival waren tien andere deelnemers, waar-
onder Rob de Nijs, Patricia Paaij, Dave en Anneke Grönloh. Artiesten
die al een tijdje in het vak zaten, terwijl ik een nieuwkomer was.
Sowieso liep de spanning hoog op, omdat tijdens de generale repetitie
de visagiste de pot schmink over mijn Frank Govers-jurk gooide. De
producenten moesten snel op zoek naar een stomerij. Toen ze de jurk
vlak voor de uitzending terugbrachten, haalden ze hem bij het uitstap-
pen langs het slot van de auto. Ik heb toen maar opgetreden met een
smeervlek in mijn jurk. Het schaadde niet, want ik won.
Ook bij de voorbereidingen voor het Eurovisie Songfestival, in het toen
nog fascistische Spanje, was er de nodige stress. De bladmuziek voor
het orkest was nog niet aangekomen. Deze lag, zo bleek later, nog
bij de douane. In het begin maakte ik me er niet zo druk om, omdat
ik dacht ‘dan speel ik het wel gewoon alleen met Piet.’ Maar op een
gegeven moment zei onze arrangeur dat als het er niet snel was, hij de
muziek wel opnieuw moest gaan schrijven. Gelukkig kwam het op tijd
aan, maar ik kon het hierdoor maar twee keer oefenen met het orkest.
En mijn liedje is vrij moeilijk, omdat het tempo niet vastligt. De dirigent
moet het dus wel helemaal in de vingers hebben.
Gelukkig ging het allemaal goed. Ik had totaal niet door dat ik ging win-
nen. Frankrijk gaf mij plots de meeste punten waardoor ik naar boven
schoof. Ineens riep iemand ‘Lenny, je moet naar voren om je winnend
lied te gaan zingen!’ En dan kom je daar op dat podium en zet de
dirigent jouw nummer weer in. Het publiek ging applaudisseren en ‘olé’
roepen tijdens mijn lied. Dat zal ik niet snel vergeten.”
Niet zwichten voor commercie
“Na het Songfestival heb ik nog met succes meegedaan aan andere
liedjesfestivals, zoals in Mexico, Brazilië en Chili. Waar ik me voor
die competities nog compleet kon focussen op het intieme onderdeel
van liedjes maken, verdween dat daarna een beetje. Ik moest mijn
aandacht veel meer verdelen. Zo kreeg ik in Frankrijk veel succes, ik
heb er zelfs een aantal platen gemaakt. Maar daar moest ik van de
platenmaatschappij wel hits scoren. Ik mocht vrijwel geen eigen liedjes
zingen en voelde dat ik afdreef van mijn eigen intenties. Ik raakte de
touch met mezelf kwijt en ben weer naar Nederland gegaan om me te
richten op mijn eigen muziek.
In 1980 had ik een grote hit met Visite en dat bracht me opnieuw waar
ik eigenlijk niet wilde zijn. Ik had het lied wel zelf gemaakt, maar het was
duidelijk een geproduceerde plaat. Door het succes daarvan belandde
ik weer in het schnabbelcircuit, waar ik vaak gevraagd werd om met
een geluidsband te zingen. Terwijl mijn geluid zonder meer bestaat uit
het optreden met een tweede gitaar. Zoals ik De troubadour speelde in
Madrid en zoals ik ook nu nog optreed. Dat dreigde ik weer te ver-
liezen, dus toen heb ik een grote ommezwaai gemaakt en ben ik meer
de spirituele kant opgegaan. Mystieke liedjes, dat bestond nog niet
zo in Nederland. Je had wel EO-achtige religieliedjes, maar niet echt
spirituele muziek.
In 1993 verloor ik een tijd lang mijn stem. Dat heeft me verdieping ge-
geven. Ik maakte een periode mee waarin ik dacht nooit meer te kunnen
zingen en werd gedwongen op zoek te gaan naar de persoon achter of
naast de zangeres. Die periode heeft mij een nieuwe weg doen inslaan
die ik nu nog steeds bewandel. Nog elke twee jaar breng ik een nieuwe
plaat uit en tour ik door het land. Op een manier die bij mij past. Het
maakt me ook niet uit voor welk publiek ik zing. Of het nou een grote
zaal is, of het kleinere circuit. Het goud vind ik elke dag.”
In 1974 bracht Lenny op de melodie van De trou-
badour een eerbetoon aan Rinus Michels, getiteld
De generaal. “Gerrit den Braber zei dat ik het
gewoon voor de lol moest opnemen. Toen heeft
hij het nog uitgebracht ook, de smiecht”, lacht
Kuhr nu. “Achteraf was het goed. Het relativeert je
eigen liedjes een beetje.”
Lenny deed in 2011 mee aan de succesvolle pilot
van Ali B op volle toeren, waarbij ze een versie
maakte van Mama sorry van rapper Keizer. Dit lied,
getiteld Spijt, speelt ze nog regelmatig in haar
programma.
Haar favoriete Nederlandse inzending voor het
Eurovisie Songfestival is Edsilia Rombley’s Hemel
en aarde. Internationaal gezien is het het Spaanse
Mocedades met Eres tu.
S! 32 S! 33
nen. Toen ik hem vroeg of hij met mij wilde spelen, moest hij ergens
een akoestische gitaar lenen. Daar had hij nog nooit op gespeeld.
We gingen naar mijn zolderkamertje. Ik speelde een paar liedjes voor
en Piet speelde mee. Mijn mond viel open, want hij wist meteen wat
ik bedoelde. Hij speelde de tegenmelodieën en hij heeft eigenlijk het
arrangement van De troubadour bedacht. Het lied is dus niet specifiek
geschreven voor het Nationaal Songfestival, maar toen ik een paar
maanden later werd gevraagd om mee te doen, was dat één van de
liedjes die ik instuurde.”
Het Songfestival
“Bij het Nationaal Songfestival waren tien andere deelnemers, waar-
onder Rob de Nijs, Patricia Paaij, Dave en Anneke Grönloh. Artiesten
die al een tijdje in het vak zaten, terwijl ik een nieuwkomer was.
Sowieso liep de spanning hoog op, omdat tijdens de generale repetitie
de visagiste de pot schmink over mijn Frank Govers-jurk gooide. De
producenten moesten snel op zoek naar een stomerij. Toen ze de jurk
vlak voor de uitzending terugbrachten, haalden ze hem bij het uitstap-
pen langs het slot van de auto. Ik heb toen maar opgetreden met een
smeervlek in mijn jurk. Het schaadde niet, want ik won.
Ook bij de voorbereidingen voor het Eurovisie Songfestival, in het toen
nog fascistische Spanje, was er de nodige stress. De bladmuziek voor
het orkest was nog niet aangekomen. Deze lag, zo bleek later, nog
bij de douane. In het begin maakte ik me er niet zo druk om, omdat
ik dacht ‘dan speel ik het wel gewoon alleen met Piet.’ Maar op een
gegeven moment zei onze arrangeur dat als het er niet snel was, hij de
muziek wel opnieuw moest gaan schrijven. Gelukkig kwam het op tijd
aan, maar ik kon het hierdoor maar twee keer oefenen met het orkest.
En mijn liedje is vrij moeilijk, omdat het tempo niet vastligt. De dirigent
moet het dus wel helemaal in de vingers hebben.
Gelukkig ging het allemaal goed. Ik had totaal niet door dat ik ging win-
nen. Frankrijk gaf mij plots de meeste punten waardoor ik naar boven
schoof. Ineens riep iemand ‘Lenny, je moet naar voren om je winnend
lied te gaan zingen!’ En dan kom je daar op dat podium en zet de
dirigent jouw nummer weer in. Het publiek ging applaudisseren en ‘olé’
roepen tijdens mijn lied. Dat zal ik niet snel vergeten.”
Niet zwichten voor commercie
“Na het Songfestival heb ik nog met succes meegedaan aan andere
liedjesfestivals, zoals in Mexico, Brazilië en Chili. Waar ik me voor
die competities nog compleet kon focussen op het intieme onderdeel
van liedjes maken, verdween dat daarna een beetje. Ik moest mijn
aandacht veel meer verdelen. Zo kreeg ik in Frankrijk veel succes, ik
heb er zelfs een aantal platen gemaakt. Maar daar moest ik van de
platenmaatschappij wel hits scoren. Ik mocht vrijwel geen eigen liedjes
zingen en voelde dat ik afdreef van mijn eigen intenties. Ik raakte de
touch met mezelf kwijt en ben weer naar Nederland gegaan om me te
richten op mijn eigen muziek.
In 1980 had ik een grote hit met Visite en dat bracht me opnieuw waar
ik eigenlijk niet wilde zijn. Ik had het lied wel zelf gemaakt, maar het was
duidelijk een geproduceerde plaat. Door het succes daarvan belandde
ik weer in het schnabbelcircuit, waar ik vaak gevraagd werd om met
een geluidsband te zingen. Terwijl mijn geluid zonder meer bestaat uit
het optreden met een tweede gitaar. Zoals ik De troubadour speelde in
Madrid en zoals ik ook nu nog optreed. Dat dreigde ik weer te ver-
liezen, dus toen heb ik een grote ommezwaai gemaakt en ben ik meer
de spirituele kant opgegaan. Mystieke liedjes, dat bestond nog niet
zo in Nederland. Je had wel EO-achtige religieliedjes, maar niet echt
spirituele muziek.
In 1993 verloor ik een tijd lang mijn stem. Dat heeft me verdieping ge-
geven. Ik maakte een periode mee waarin ik dacht nooit meer te kunnen
zingen en werd gedwongen op zoek te gaan naar de persoon achter of
naast de zangeres. Die periode heeft mij een nieuwe weg doen inslaan
die ik nu nog steeds bewandel. Nog elke twee jaar breng ik een nieuwe
plaat uit en tour ik door het land. Op een manier die bij mij past. Het
maakt me ook niet uit voor welk publiek ik zing. Of het nou een grote
zaal is, of het kleinere circuit. Het goud vind ik elke dag.”
In 1974 bracht Lenny op de melodie van De trou-
badour een eerbetoon aan Rinus Michels, getiteld
De generaal. “Gerrit den Braber zei dat ik het
gewoon voor de lol moest opnemen. Toen heeft
hij het nog uitgebracht ook, de smiecht”, lacht
Kuhr nu. “Achteraf was het goed. Het relativeert je
eigen liedjes een beetje.”
Lenny deed in 2011 mee aan de succesvolle pilot
van Ali B op volle toeren, waarbij ze een versie
maakte van Mama sorry van rapper Keizer. Dit lied,
getiteld Spijt, speelt ze nog regelmatig in haar
programma.
Haar favoriete Nederlandse inzending voor het
Eurovisie Songfestival is Edsilia Rombley’s Hemel
en aarde. Internationaal gezien is het het Spaanse
Mocedades met Eres tu.
S! 37
S! 18 S! 19
Naam: Ronnie Tober
Geboren: 1945
Deelname: 1968 in Londen, Engeland
Lied: Morgen
Positie: 16e
Drie jaar na Ronnie’s geboorte emigreerde het gezin
Tober naar Amerika. Hier werden zijn muzikale talenten ontdekt. Hij trad
op in tv-shows, speelde in musicals en zong voor vice-president Nixon
en senator John F. Kennedy. Maar een tripje naar Nederland verand-
erde alles.
Ronnie: “Mijn tante Hennie (ze is nu 101 jaar) schreef aan Willem
Duys dat haar zingende neefje uit Amerika op bezoek kwam. Ik mocht
optreden in Voor de vuist weg en kreeg zoveel positieve reacties dat ik
in 1964 besloot voorgoed terug te keren naar Nederland.” Phonogram
gaf hem een platencontract en het liedje ledere avond haalde de top-5.
Vele successen volgden waaronder Rosemarie en Rozen voor Sandra.
Eén van zijn bekendste liedjes, Geweldig, sneuvelde in 1965 al in de
voorronde van het Nationaal Songfestival. Jurylid en zangpedagoge
Bep Ogterop vond de Nederlandse uitspraak van de in Amerika opge-
groeide Ronnie niet goed genoeg. In 1968 bereikte hij het Eurovisie
Songfestival wel met het liedje Morgen. Hij werd voorlaatste. “Maar als
je meedoet aan het Songfestival ben je nooit een verliezer”, vertelt hij
45 jaar later.
We moeten Nick & Simon sturen
Ronnie vertegenwoordigde ons land op songfestivals in Knokke,
Athene, Sopot (Polen) en op het Eurovisie Songfestival. Hij is er
apetrots op. “Het is toch een soort Olympische Spelen van het
Nederlandse lied. In Londen was de opzet nog bescheiden, ik deelde
zelf persmappen uit. Maar het was ondanks de lage klassering een
hoogtepunt in mijn carrière. Wie weet hoe het was gelopen als ik
in 1965, het jaar dat France Gall won, met Geweldig had kunnen
meedoen. Het blijft een catchy en aanstekelijk lied, ik zing het nog
steeds als openingsnummer.
Mijn favoriete songfestivalliedjes? Corry Brokken met Net als toen,
Teddy Scholten met Een beetje. Prachtige nummers, evergreens.
En Ding-a-dong van Teach In. Jammer vind ik het verdwijnen van het
Europese idee, het is nu bijna een wereldsongfestival. En ik mis het live
orkest.
Wie ik namens Nederland nog eens zou willen afvaardigen zijn Nick &
Simon, die vind ik zeer muzikaal. En 2014? Ik ben fan van Waylon, we
volgen elkaar via Twitter. Zijn eerste tweet aan mij was: ‘best apart, mijn
moeder was fan van jou en nu volg jij mij!’ Ik verwacht veel van Ilse en
Waylon, een mooi stel met een leuke uitstraling.”
1968
2014
Anno 2014 heeft Ronnie nog steeds de gave om volle zalen te en-
thousiasmeren met zijn aanstekelijke drive en is hij geregeld in tv-
programma’s te zien, van Herberg de Leeuw tot Man bijt hond. Tijdens
de grootse viering van zijn 65e verjaardag, in 2010, gaven ook andere
songfestivaldeelnemers acte de présence. Oudgedienden als Anneke
Grönloh, Justine Pelmelay en Saskia en Serge. Ronnie: “Je hebt al-
lemaal je land vertegenwoordigd, dat schept een band.”
Twee jaar later leek er sprake van een ware Ronnie-revival. In januari
2012 verraste hij vriend en vijand door samen met Ali B een top-30 hit
te scoren met Niemand zoals jij. Het gelegenheidsduo deed samen met
Brownie Dutch vijftig uitverkochte voorstellingen in twaalf dagen. Nadat
Koningin Beatrix haar aftreden had aangekondigd bracht Ronnie samen
met René Riva ook nog eens de ode Dank U Majesteit uit. Het nummer
werd goud. En dan was er nog de uitnodiging van Omroep MAX om
zijn klassieker Geweldig in een nieuw jasje te steken: Majesteit, ik vind
U geweldig. Dat laatste is overigens geheel wederzijds, Ronnie is sinds
2003 Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Niet alleen leuke liedjes
“Ik geniet van elke dag, het is zo voorbij!” Dat is voor de altijd opgewekt
ogende Ronnie geen loze kreet. “Ik kende veel tegenslagen: blaas-
kanker, hartritmestoornissen, tweemaal gecatheriseerd, de ziekte van
Menière. Mijn oudste broer werd maar 42, mijn tweede broer is 70
geworden. Juist daardoor waardeer ik elke dag.”
Behalve muziek heeft Ronnie nog een passie: De Ronnie Tober Foun-
dation. Deze stichting bevordert het contact tussen mensen met een
verstandelijke beperking en de samenleving met culturele projecten
en muzikale evenementen. “Ik hoop dat wanneer mijn tijd op aarde is
verstreken de mensen mij niet alleen herinneren als die man met die
leuke liedjes, maar ook als iemand die iets voor zijn medemens heeft
gedaan”, besluit Ronnie. Zo kreeg zijn leven, samen met levenspartner
Jan, een nieuwe dimensie. En dat is natuurlijk… geweldig!
Hoe is het nu met...
Ronnie Tober
SONGFESTIVAL
PASPOORT
T
E
K
S
T

W
A
L
T
E
R

W
I
J
N
H
O
V
E
N


F
O
T
O

S

S
A
B
I
N
E

B
I
S
O
N
D
E
R
S! 18 S! 19
Naam: Ronnie Tober
Geboren: 1945
Deelname: 1968 in Londen, Engeland
Lied: Morgen
Positie: 16e
Drie jaar na Ronnie’s geboorte emigreerde het gezin
Tober naar Amerika. Hier werden zijn muzikale talenten ontdekt. Hij trad
op in tv-shows, speelde in musicals en zong voor vice-president Nixon
en senator John F. Kennedy. Maar een tripje naar Nederland verand-
erde alles.
Ronnie: “Mijn tante Hennie (ze is nu 101 jaar) schreef aan Willem
Duys dat haar zingende neefje uit Amerika op bezoek kwam. Ik mocht
optreden in Voor de vuist weg en kreeg zoveel positieve reacties dat ik
in 1964 besloot voorgoed terug te keren naar Nederland.” Phonogram
gaf hem een platencontract en het liedje ledere avond haalde de top-5.
Vele successen volgden waaronder Rosemarie en Rozen voor Sandra.
Eén van zijn bekendste liedjes, Geweldig, sneuvelde in 1965 al in de
voorronde van het Nationaal Songfestival. Jurylid en zangpedagoge
Bep Ogterop vond de Nederlandse uitspraak van de in Amerika opge-
groeide Ronnie niet goed genoeg. In 1968 bereikte hij het Eurovisie
Songfestival wel met het liedje Morgen. Hij werd voorlaatste. “Maar als
je meedoet aan het Songfestival ben je nooit een verliezer”, vertelt hij
45 jaar later.
We moeten Nick & Simon sturen
Ronnie vertegenwoordigde ons land op songfestivals in Knokke,
Athene, Sopot (Polen) en op het Eurovisie Songfestival. Hij is er
apetrots op. “Het is toch een soort Olympische Spelen van het
Nederlandse lied. In Londen was de opzet nog bescheiden, ik deelde
zelf persmappen uit. Maar het was ondanks de lage klassering een
hoogtepunt in mijn carrière. Wie weet hoe het was gelopen als ik
in 1965, het jaar dat France Gall won, met Geweldig had kunnen
meedoen. Het blijft een catchy en aanstekelijk lied, ik zing het nog
steeds als openingsnummer.
Mijn favoriete songfestivalliedjes? Corry Brokken met Net als toen,
Teddy Scholten met Een beetje. Prachtige nummers, evergreens.
En Ding-a-dong van Teach In. Jammer vind ik het verdwijnen van het
Europese idee, het is nu bijna een wereldsongfestival. En ik mis het live
orkest.
Wie ik namens Nederland nog eens zou willen afvaardigen zijn Nick &
Simon, die vind ik zeer muzikaal. En 2014? Ik ben fan van Waylon, we
volgen elkaar via Twitter. Zijn eerste tweet aan mij was: ‘best apart, mijn
moeder was fan van jou en nu volg jij mij!’ Ik verwacht veel van Ilse en
Waylon, een mooi stel met een leuke uitstraling.”
1968
2014
Anno 2014 heeft Ronnie nog steeds de gave om volle zalen te en-
thousiasmeren met zijn aanstekelijke drive en is hij geregeld in tv-
programma’s te zien, van Herberg de Leeuw tot Man bijt hond. Tijdens
de grootse viering van zijn 65e verjaardag, in 2010, gaven ook andere
songfestivaldeelnemers acte de présence. Oudgedienden als Anneke
Grönloh, Justine Pelmelay en Saskia en Serge. Ronnie: “Je hebt al-
lemaal je land vertegenwoordigd, dat schept een band.”
Twee jaar later leek er sprake van een ware Ronnie-revival. In januari
2012 verraste hij vriend en vijand door samen met Ali B een top-30 hit
te scoren met Niemand zoals jij. Het gelegenheidsduo deed samen met
Brownie Dutch vijftig uitverkochte voorstellingen in twaalf dagen. Nadat
Koningin Beatrix haar aftreden had aangekondigd bracht Ronnie samen
met René Riva ook nog eens de ode Dank U Majesteit uit. Het nummer
werd goud. En dan was er nog de uitnodiging van Omroep MAX om
zijn klassieker Geweldig in een nieuw jasje te steken: Majesteit, ik vind
U geweldig. Dat laatste is overigens geheel wederzijds, Ronnie is sinds
2003 Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Niet alleen leuke liedjes
“Ik geniet van elke dag, het is zo voorbij!” Dat is voor de altijd opgewekt
ogende Ronnie geen loze kreet. “Ik kende veel tegenslagen: blaas-
kanker, hartritmestoornissen, tweemaal gecatheriseerd, de ziekte van
Menière. Mijn oudste broer werd maar 42, mijn tweede broer is 70
geworden. Juist daardoor waardeer ik elke dag.”
Behalve muziek heeft Ronnie nog een passie: De Ronnie Tober Foun-
dation. Deze stichting bevordert het contact tussen mensen met een
verstandelijke beperking en de samenleving met culturele projecten
en muzikale evenementen. “Ik hoop dat wanneer mijn tijd op aarde is
verstreken de mensen mij niet alleen herinneren als die man met die
leuke liedjes, maar ook als iemand die iets voor zijn medemens heeft
gedaan”, besluit Ronnie. Zo kreeg zijn leven, samen met levenspartner
Jan, een nieuwe dimensie. En dat is natuurlijk… geweldig!
Hoe is het nu met...
Ronnie Tober
SONGFESTIVAL
PASPOORT
T
E
K
S
T

W
A
L
T
E
R

W
I
J
N
H
O
V
E
N


F
O
T
O

S

S
A
B
I
N
E

B
I
S
O
N
D
E
R
T
E
K
S
T

W
A
L
T
E
R

W
I
J
N
H
O
V
E
N

F
O
T
O
G
R
A
F
I
E

S
A
B
I
N
E

B
I
S
O
N
S! 39
Colofon
Hoofdredactie: Walter Wijnhoven: www.walterschrijft.nl
Eindredactie: Alexander Zwart
Redactie: Arnoud Goos, René Koenders, Sara Mars: www.tekstenvanmars.nl,
Merel van den Meerendonk, Renske Mennen, Connie Maria Westergaard.
Vormgeving: Lisa del Bo
Fotografe: Sabine Bison, Bisonder Producties: www.bisonderproducties.nl
Paul Bellaart (coverfoto)
Eelkje Colmjon, Eelk.nl Fotografe: www.eelk.nl
Manja Herrebrugh, vertelmijwat.nu: www.vertelmijwat.nu
Babet Hogervorst, Babet Hogervorst Fotografe: www.babethogervorst.nl
Peter van Hout en Sofe van Hout, Woods Fotografe: www.woodsfotografe.com
Friso Kooijman, FK Fotografe: www.frisokooijman.com
Dio van Maaren
Frédérique Vlamings
Social Media: Jos van Drogen, Personal Touch Media: www.personaltouchmedia.nl
Commercieel management: Eva Bunnik, Jannie Kabel, Divera Sjoerds, Saskia Viereck.
Producing Companies: www.producingcompanies.nl
Met dank aan: Café Sarphaat, Het Zaantheater, Uitgeverij Het Spectrum, AvroTros en
www.erikhuizer.nl.
©Songfestival! is een eenmalige uitgave. Concept is gedeponeerd bij het BBIE onder i-Depot nr. 050421
EUROVISION en het Eurovision Song Contest logo zijn merken van de European Broadcasting Union.
Dit blad is op geen enkele wijze offcieel gelieerd aan de organisatie van het evenement.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, verspreid,
of op enigerlei wijze worden gereproduceerd zonder voorafgaande toestemming van de uitgever of
andere auteursrechthebbenden.