You are on page 1of 5

1.

1.
1 = struikelgevaar
2= trap
3= sneeuw
4= irritant
5= gasmasker
6= helm
7= bril
2.
Toetsenbord is sneller, numeriek is handiger
3.
Menu en berichten, en browser.

Computers en taal
Bij tekst hebben we onder andere ASCII en Unicode, bij digitale beelden
hebben we bitmaps, GIF, PNG, JPG en vele andere formaten.
In het geheugen of op de harde schijf van je computer is al die informatie
niets meer dan een reeks bits. De vraag is nu: hoe weet je computer wat
een reeks bits voorstelt? Of: Als je via internet een foto naar een kennis
stuurt, hoe weet die computer dan dat de reeks bits een gif-bestand is?
Als we het lezen als een rij van 6 ASCII-letters staat er ‘Wat is’.
Het kunnen ook twee pixels uit een bitmap zijn, met de rgb-waarden
87,97,116 (blauwgrijs) en 32,105,115 (donkerblauw)
Of drie korte gehele getallen: 22369, 29728 en 26995.
Wat is het nu?
Dit probleem is niet zo gemakkelijk op te lossen. Het helpt niet om eerst de
tekst “Ik stuur nu de tekening vijver.gif” te sturen, dat is ook weer een
reeks bits!
Het uitwisselen van informatie heeft ook een technische kant. Hoe werkt
het versturen van een rij bits via internet? Dit bespreken we niet in deze
cursus, maar het komt aan de orde in blok 2.
Teken en betekenis
Elk stukje informatie, elk bericht bestaat uit twee delen. Allereerst is er de
vorm waarin het bericht gegoten is. Bij computers zijn dit rijen bits. We
noemen dit het teken. Letters, wegwijsborden en symbolen op
verpakkingen van producten zijn andere voorbeelden van tekens.
Allerlei soorten informatie kun je digitaal maken en wordt zo een rij bits.
De zender moet een manier vinden om de ontvanger duidelijk te maken
wat de betekenis van die rij bits is. Pas dan kan de communicatie goed
verlopen. Dit gaat met behulp van een protocol. We gaan daar later in
deze cursus dieper op in.
Om eenduidigheid van informatie te bereiken moeten er precieze
afspraken gemaakt worden over de betekenis van tekens. ‘Afspraak’ is
hier een groot woord, je bent zelf nooit betrokken geweest bij het
afspreken van de betekenis van verkeersborden. Wanneer de informatie
begrijpelijk moet zijn voor miljoenen mensen, is er een instelling die de
betekenis vastlegt en de rest van de mensen moet de betekenis leren.
Eenduidigheid en standaardiseren
De afspraken over betekenis worden hier niet hard vastgelegd, maar
groeien langzaam maar zeker. Soms zijn er geen harde afspraken. Er zijn
in de dagelijkse communicatie tussen mensen allerlei tekens, die een
bepaalde betekenis hebben
Afspraken over de betekenis van tekens wil men vaak zo simpel mogelijk
houden. Een fabrikant wil niet dat consumenten op cursus moeten om de
tekens op de bediening van een magnetron te begrijpen.

Bij de bediening van computers zien we hetzelfde. Computergebruikers
werken met programma’s die uitgebreide mogelijkheden hebben. Deze
moeten door de gebruiker gemakkelijk gevonden en toegepast kunnen
worden. De bediening van die programma’s loopt via een interface.
De vensters van Microsoft Windows zijn een voorbeeld van
standaardisatie. Welk programma je ook gebruikt, de bediening van de
vensters is het hetzelfde.
De metaforen zie je in de symbolen die gebruikt worden. Een loep staat
voor de zoekfunctie, een schaar voor knippen.
Als de informatie alleen voor een kleine groep toegankelijk moet zijn kun je
afspraken maken die je juist niet bekend maakt. Dit gebeurt veel in de
sport: een volleybalteam spreekt tekens af om aan te geven wat voor soort
aanval ze zullen spelen.
Je kunt ook denken aan geheimschrift, het coderen van tekst met de
bedoeling dat alleen een select groepje mensen de informatie kan lezen.

3.
1. -Druksensor
-?
2. Elektronica fabriek, kleine en precieze taken uitvoren(dingen solderen)
Ontruimingsdienst
3. Prog werkt niet
4.
1. Verschillende frequenties
2. –Dan moet je de acceptgiro opnieuw invullen
- Je hebt geen pincode

Communicatiemiddelen
We kunnen twee soorten communicatie onderscheiden: directe en indirecte
communicatie.
Bij directe communicatie verloopt er weinig of geen tijd tussen het zenden van
een bericht en het ontvangen. Daardoor kan er soms direct geantwoord worden,
er gaan berichten over en weer. Voorbeelden zijn gesprekken en msn, maar ook
radio.
Bij indirecte communicatie verloopt er meer tijd tussen het zenden en ontvangen.
De informatie wordt bewaard en pas later door de ontvanger bekeken. Een
communicatiemiddel noemen we ook wel een medium of een informatiedrager..
Om directe communicatie tussen computers mogelijk te maken, zijn veel
precieze afspraken nodig, die beschreven worden in een protocol. We gaan hier
in het volgende onderdeel nader op in.
Sensoren en actuatoren
Computers communiceren ook direct met hun omgeving. Voorbeelden hiervan
vind je in de robotica. Robots kunnen informatie uit de omgeving waarnemen en
ze kunnen de omgeving ook beïnvloeden. Een systeem dat een moderne
robotarm bestuurt, kan waarnemen of er iets tussen de grijper zit. Die informatie
krijgt het van een apparaat dat registreert of er iets tegen de binnenkant van de
grijper drukt.Een apparaat dat iets in de omgeving waarneemt en signalen
doorgeeft aan een systeem heet een sensor. Behalve druksensoren zijn er ook
andere. Er bestaan temperatuursensoren, sensoren die licht meten,
enzovoort.Het systeem dat de robotarm bestuurt, kan de omgeving ook
beïnvloeden. De robotarm wordt bewogen door motoren in de arm. Het systeem
bestuurt die motoren. We spreken dan van een actuator. Er zijn allerlei soorten
actuatoren: om een kraan open of dicht te draaien, een alarmsignaal te geven
enzovoort.

Communicatie en protocol
Bij communicatie worden niet alleen de berichten zelf uitgewisseld, maar ook
allerlei informatie die de communicatie in goede banen moet leiden. Een brief
moet je voorzien van een adres, tijdens een gesprek moet je op de een of andere
manier duidelijk maken dat je iets wilt gaan zeggen. Aan het eind van een
gesprek sluit je de communicatie af door elkaar te groeten.
De informatie die je uitwisselt om de communicatie goed te laten verlopen, heet
stuurinformatie. Belangrijke stuurinformatie betreft bijvoorbeeld:
Vaak wordt er meer dan één protocol tegelijk gebruikt. Elk van deze protocollen
beschrijft dan hoe een deel van de communicatie geregeld wordt. Een voorbeeld
daarvan is de verbinding met het internet. Daarbij gebruikt de computer diverse
protocollen: IP, TCP, HTTP en andere.

Een paar voorbeelden van protocollen
De computer gebruikt tijdens het communiceren diverse protocollen zoals: IP,
TCP, HTTP en andere.
IP staat voor Internet Protocol en regelt het versturen van pakketjes data tussen
twee computers. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat IP ervoor zorgt dat de
informatie naar de juiste computer gaat. Daarvoor krijgen de aangesloten
computers een IP-adres. Een IP-adres bestaat uit vier getallen van 8 bits, dat is
dus van 0 tot en met 255. Daartussen staan puntjes, 213.84.148.29 is een
voorbeeld van zo’n IP-adres.Met deze vier getallen kunnen zo’n 4 miljard
computers een adres krijgen. In de toekomst is dat niet genoeg, daarom is vanaf
2006 een nieuwe versie van IP ingevoerd, waarin grotere getallen gebruikt
worden.TCP staat voor Transfer Control Protocol. Dit zorgt ervoor dat data
foutloos overgezonden worden. TCP en IP zorgen samen voor correcte verzending
van data tussen twee computers. Daarom zie je ze vaak samen: TCP/IPAndere
bekende protocollen zijn FTP (File Transfer Protocol), voor het uploaden en
downloaden van bestanden op een server, SMTP (Simple Mail Transfer Protocol)
voor het versturen van e-mailberichten, POP (Post Office Protocol) voor het
beheren van je mailbox bij een provider en HTTP (HyperText Transfer
Protocol).Deze protocollen regelen elk een deel van het transport van data over
een netwerk. Je zou dit kunnen vergelijken met een bezorgdienst van data, zie:
Animaties over de werking van protocollen.HTTP zorgt voor de verzending van
webpagina’s. Als voorbeeld bekijken we HTTP wat nader.

5.
1. Specifiek zoeken met de betekenis van je zoekopdracht
2. -Wij keken met een verrekijker naar de man op het dak
-Wij zagen dat de man met een verrekijker kijken op het dak
- We zagen de man met een verrekijker in zijn hand op het dak
- We zagen de man met een verrekijker die op het dak lag
3. ff even
Rofl roll on the follor laughin
Pwond -> ownt -> own -> bezitten
Bzt ben zo terug
Tz tot zo
Iwjnmk ik wil je nooit meer kwijt
G2g got to go
Omg oh my god
Wth what the hell
Ftw for the World/fuck the World
Wow world of warcraft
Kk kanker

Communicatie door middel van taal
De regels voor het opbouwen van een goed bericht in een of andere taal noemen
we ook wel de syntaxis. In het Engels is de term iets korter: syntax. De term
syntax wordt ook vaak in Nederlandse teksten gebruikt.
Als je de syntaxis van een taal kent, kun je taalkundig correcte zinnen
formuleren. Dat zegt echter nog niets over de betekenis van die zinnen. Het
woord bak kan van alles betekenen. Als dit woord in een zin wordt gebruikt, moet
je de betekenis afleiden uit de context.
Talen spelen ook een belangrijke rol bij de communicatie tussen mens en
computer. Er zijn talen ontworpen om computers te instrueren:
programmeertalen. Er zijn talen om tekstdocumenten of pagina’s op Internet te
beschrijven.
Ook bij die talen is er een syntaxis en een semantiek. Een computer kan een fout
in de syntaxis herkennen. Er komt dan een foutmelding.
Fouten in de semantiek worden niet herkend. Je kunt instructies geven voor een
berekening die niet klopt, of die je anders hebt bedoeld. Zulke fouten worden niet
herkend. De computer gaat dan iets doen wat je niet hebt bedoeld. Een bekende
uitspraak hierover is: De computer doet altijd precies wat je zegt, maar dat is niet
altijd wat je wilt!