Mantelzorg – raak je familie niet kwijt

Ons zorgstelstel staat onder enorme druk. Volgens Den Haag – bij monde van staatssecretaris Van Rijn –
vormt mantelzorg een belangrijk onderdeel van de oplossing. Familie en vrienden dienen meer zorg op
zich te nemen, om zo dure zorginstellingen te ontlasten. Maar, is dat wel zo’n goed idee?

Het klinkt natuurlijk aanlokkelijk:
familie en vrienden die meer
zorgtaken overnemen. Naast de
financiële kant zijn er nog meer
voordelen. Familie en vrienden
kennen je al veel langer en weten
daardoor beter wat je als
hulpbehoevende nodig hebt. En ze
voelen vaak een natuurlijke
verantwoordelijkheid, waardoor je
kunt vertrouwen op hun hulp. En
laten we wel wezen, vroeger – in
die goeie ouwe tijd – ging het ook
al zo!

Critici wijzen op het feit dat lang
niet iedereen familie en vrienden
heeft om op terug te vallen. Dat
klopt. De staatssecretaris heeft
daar ook over nagedacht. Hij geeft
aan dat er vanuit de overheid voor
die mensen een vangnet moet
blijven. Iedereen die hulp kan
krijgen vanuit de directe omgeving,
dient daar eerst aan te kloppen.
Voor mensen die daar niet terecht
kunnen, is betaalde zorg
beschikbaar. Op die manier kunnen
we met z’n allen helpen om de
kosten van ons zorgstelsel in de
hand te houden. En daarmee het
stelsel als geheel overeind te
houden!

Is er dan niets tegen op deze
aanpak? In onze ogen toch wel.
Naarmate je meer zorg nodig hebt,
is het natuurlijk plezierig als je je
hulpverleners kent. Dat is beter dan
de in toenemende mate
geanonimiseerde zorg van de
afgelopen jaren. Nadeel is dat de
relatie die je met helpende
bekenden hebt, langzaamaan
verandert. De druk op hen neemt
gaandeweg toe en langzaam aan
veranderen ze van familie en/of
vrienden in hulpverleners. Je krijgt
er gratis hulpverleners bij, maar je
raakt tegelijk familie en vrienden
kwijt. De relatie met hen wordt
steeds zakelijker.

Wellicht is dat iets dat we voor lief
moeten nemen. Het huidige
zorgstelsel is in ieder geval niet
houdbaar. Als het inzetten van
familie en vrienden de enige
oplossing is, dan valt dat te
verkiezen boven een instortend
formeel stelsel. Is er dan echt geen
beter alternatief? In onze ogen is
dat er wel!

Eind vorig jaar was ik bij een
bijeenkomst waar staatssecretaris
Van Rijn sprak over de vergrijzing.
Hij roemde de verworvenheden van
met name de technologische
ontwikkeling in de zorg, waardoor
we steeds meer aandoeningen
kunnen oplossen of in ieder geval
leefbaar maken. Dat heeft volgens
hem wel een belangrijk nadeel: we
worden steeds ouder. De
vergrijzing. En dat moet ergens van
betaald worden. Ouderen worden
als probleem neergezet!

Het probleem zit niet bij die
ouderen. Het probleem zit bij onze
samenleving in het denken over die
ouderen. Vanaf 65 jaar – die grens
wordt nu langzaam opgetrokken
naar 67 jaar – schrijven we mensen
volledig af. Je telt niet meer mee.
Ja, je bent wel interessant voor de
commercie, want de gemiddelde
oudere heeft behoorlijk wat te
besteden. Maar qua bijdrage aan de
samenleving ben je volledig
uitgerangeerd. En in veel gevallen
begint dat niet bij 65 jaar, maar al
veel eerder. Kijk naar het aantal
oudere werklozen, die komen niet
tot nauwelijks meer aan de bak.

Om twee redenen moeten we dit
zien te keren. Ten eerste laten we
op die manier een schat aan kennis
en ervaring liggen. Toegegeven,
veel ouderen hebben niet meer de
conditie om – met name fysiek – op
hun oude tempo mee te draaien.
Toch kunnen ze nog heel veel
bijdragen. Met hun kennis en
ervaring kunnen ze de jongere
garde helpen hun werk effectiever
te doen. En als het gaat om zorg
voor hulpbehoevenden – die ook
vaak ouder zijn – kunnen ze ook
een enorme bijdrage leveren.
Vanuit hun levensfase hebben ze
vaak een betere aansluiting met de
problematiek die daar speelt.

Er is nog een tweede reden om het
genoemde tij te keren. Onderzoek
op onderzoek toont aan dat blijven
participeren en een bijdrage blijven
leveren, bijdraagt aan het welzijn
van ouderen. Door ze af te
schrijven in onze maatschappij,
dragen we bij aan eerdere
aftakeling en uiteindelijk eerder
overlijden. Mensen afschrijven
vanaf 67 jaar, 65 jaar of zelfs nog
eerder is dus ronduit asociaal!

Redenen genoeg om een andere
weg in te slaan, door ouderen te
blijven betrekken in onze
samenleving. Dat valt overigens
niet mee, omdat onze hele
samenleving is doordrongen met de
huidige houding ten opzichte van
ouderen. Het “probleem” van
staatssecretaris Van Rijn biedt hier
echter uitkomst: laten we ouderen
inzetten in de zorg. Aangezien de
meeste ouderen “financieel
onafhankelijk” zijn, kan dat in veel
gevallen op basis van vrijwilligheid.
Door vrijwillig bij te dragen in de
zorg, werken ouderen aan hun
eigen welzijn en helpen
tegelijkertijd ons zorgstelsel weer
houdbaar te maken!

Door ouderen in te zetten om
hulpbehoevenden te ondersteunen,
dragen ze bij aan hun eigen welzijn
en voorkomen daarmee een deel
van de zorgvraag. Daarnaast
hoeven die hulpbehoevenden
minder beroep te doen op familie
en vrienden. Die krijgen dus gratis
hulpverleners beschikbaar, zonder
dat zij familie en vrienden
kwijtraken!



Meer weten over Dolfijn?
Neemt u contact op met:

Evert Jan van Hasselt
Tel. 06-83601758

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful

Master Your Semester with Scribd & The New York Times

Special offer: Get 4 months of Scribd and The New York Times for just $1.87 per week!

Master Your Semester with a Special Offer from Scribd & The New York Times