You are on page 1of 12

6

de
leerjaar
Les 1: Delen van een bloem:
Lesduur: 50 minuten
Kerndoelen:
De leerlingen kennen de verschillende delen van een bloem.
De leerlingen kunnen bloemen tekenen.
De leerlingen kunnen de verschillende delen van een bloem tekenen
Leerplandoelen:
WERELDORIËNTATIE
Mens en natuur:
7.5 Kinderen ontdekken dat er tussen mensen onderling, dieren onderling en planten onderling veel
gelijkenissen bestaan.
Dat houdt in dat ze:
 Basisbegrippen om de uitwendige bouw van een plant te verschrijven, correct kunnen
hanteren: wortel, stengel, blad, bloem… p. 107

Materiaal:
- werkblad: delen van een bloem
- tulpen
- vergrootglazen
- kwartet
- stappenplan origami tulp (groene en rode bladen)
Fasen:
Beginsituatie:
De leerlingen kennen verschillende bloemen en kunnen deze benoemen.
Fase 1: instap
De leerlingen maken aan de hand van een stappenplan een tulp. Ze voeren de stappen uit. Als
eindresultaat bekomen ze een bloem. De leerkracht voert hierover een gesprek.
Mogelijke vragen:
 Wat heb je gemaakt?
 Weet je welke bloem dit is?
 Welke bloemen ken je nog?
 In welk seizoen vind je veel bloem?
Fase 2: Kern
De leerlingen krijgen per twee een tulp en twee vergrootglazen. Ze bekijken de bloem aandachtig.
Daarna tekenen ze dit op hun werkblaadje. De leerkracht tekent mee aan bord. Daarna benoemen ze
de delen (kelkblad, kroonblad, stamper, meeldraden) en duiden ze deze aan op hun werkblad.
Fase 3: Afsluiter
Per vier krijgen ze een kwartet over de delen van een bloem. Hiermee oefenen ze de geziene leerstof
nog een keer in.
Bijlagen:
Bijlage 1: Werkblad: delen van een bloem
Bijlage 2: kwartet























De delen van een bloem

1. Schets de bloem zo gedetailleerd mogelijk over.



















2. Duid de delen van de bloem aan op de tekening.













3. Vul aan:
Net als de mens kunnen bloemen vrouwelijk of mannelijk zijn. Een mannelijke bloem bezit enkel
………………………….. . Ze zijn langwerpig en hebben twee langwerpige knoppen op hun steel.
Vrouwelijke bloemen zien er dan weer anders uit. Zij hebben een……………………….. in het midden van
de bloem. De vorm kan variëren naargelang de bloem.
Net zoals bij wormen en sommige slakken, kunnen bloemen tweeslachtig zijn. Zij
bezitten………………………………… en één ……………………………….
De tulp is hier een voorbeeld van.

Teken de volgende bloemen:
1. een vrouwelijke bloem
2. Een mannelijke bloem
3. Een tweeslachtige bloem
1. 2. 3.











Bijlage 2: kwartet








Stamper








Stamper








Stamper








Stamper








Meeldraden








Meeldraden








Meeldraad








Meeldraad








Kroonblad








Kroonblad








Kroonblad








Kroonblad








Kelkblad








Kelkblad








Kelkblad








Kelkblad


Les 2: Eten en gegeten worden
Duur: 50 minuten
Kerndoelen:
De leerlingen kennen soorten eters.
De leerlingen weten welke dieren wat eten.
De leerlingen kunnen samenwerken.
De leerlingen kunnen informatie opzoeken op de computer.
Leerplandoelen:
WERELDORIËNTATIE
Mens en natuur:
7.12 Kinderen kunnen illustreren dat er verschillende soorten relaties bestaan tussen
mens, dier en plant.
Dit houdt in dat ze:
- De wet van eten en gegeten worden kunnen illustreren aan de hand van minstens
twee met elkaar verbonden voedselketens. P. 111

7.6 Kinderen zien in dat mensen, dieren of planten op hun eigen manier trachten in leven
te blijven. P. 108

Materiaal:
 Prenten van dieren
 Krijt
Link:
http://www.schooltv.nl/beeldbank/zoek/?q=voedselketen&zoekbutton.x=0&zoekbutton.y=0&zoekb
utton=Zoek&doelgroep=
Fasen:
Beginsituatie:
De leerlingen weten dat dieren eten en gegeten worden en dat dit een deel uitmaakt van een
ecosysteem.
Fase 1: instap
De leerlingen krijgen elk verschillende prenten met dieren op. Zij moeten in de juiste volgorde gaan
staan op basis van wie elkaar op eet. (vb: nektar, bijen, spinnen,koolmees, ransuil)

Fase 2: Kern
2.1 Verschillende eters

De leerlingen worden in groepjes verdeeld. Elk groepje zoekt informatie op over bepaalde eters. (vb:
herbivoor). Ze zoeken voorbeelden op, een definitie,… Dit stellen ze daarna aan elkaar voor. Er
worden vragen gesteld door andere leerlingen of leerkracht.

2.2 Uitbeelden dieren

Vijf leerlingen mogen vooraan in de klas staan. Ze krijgen elk één dier in hun oor gefluisterd. Daarna
beelden ze tegelijkertijd hun dier uit aan de andere klasgenootjes. De anderen proberen de van de
uitgebeelde dieren een voedselweb te maken.

2.3 Filmpjes

De leerlingen zien filmpjes over het ecosysteem en er volgt een nabespreking.
Mogelijke vragen:
 Wat is een ecosysteem?
 Met wat begint de voedselketen?
 Welke soorten dieren bestaan er?
 Noem verschillende ecosystemen op.
 Wat is een ecologische voetafdruk?

Link:
http://www.schooltv.nl/beeldbank/zoek/?q=voedselketen&zoekbutton.x=0&zoekbutton.y=0&zoekb
utton=Zoek&doelgroep=
Fase 3: afsluiter
De leerkracht legt verschillende afbeeldingen van dieren op de speelplaats. De leerlingen trekken
met krijt pijlen naar de dieren die eten en gegeten worden.
Bijlagen: prenten van dieren


Les 3: transport van groenten en fruit


Duur: 50 minuten
Kerndoelen:
De leerlingen weten welke producten uit België komen en welke niet.
De leerlingen kennen twee voordelen en nadelen van het transporteren van groenten en fruit.
De leerlingen kennen de verschillende fasen van het transporteren van groenten en fruit.
Leerplandoelen:
WERELDORIËNTATIE
Mens en levensonderhoud:
1.9 Kinderen zijn er zich van bewust dat mensen op verschillende manieren welvaart of bezit
verwerven en tonen alleen respect voor de eerlijke manieren. P. 50

1.16 Kinderen ontdekken dat de welvaart van de westerse landen samenhangt met de manier
waarom bedrijven van die landen handelsrelaties aangaan of aangingen met mensen uit andere
landen.
Dat houdt in dat ze:
- Weten dat er ook organisaties zijn die producten van de ‘arme landen’ hier tegen een
rechtvaardige prijs verkopen (wereldwinkel). P. 53

Fasen:
Fase 1: Instap
De leerlingen spelen ‘ik ga naar de supermarkt en ik neem mee…’ De leerkracht schrijft de
verschillende groenten en fruit op bord. Daarna wordt de volgende vraag gesteld:
 Welke groenten en fruit komen er niet uit België?
 Hoe komt het dat deze producten toch in onze supermarkt liggen?
Fase 2: Kern
De leerkracht vraagt aan de leerlingen hoe deze producten in onze supermarkt terecht zijn gekomen.
Ze tekenen de verschillende fasen op hun werkblad en noemen twee voordelen en twee nadelen. Per
twee vullen ze het werkbaadje in.
Fase 3: slot
Stelingenspel: Ren je rot!
De leerkracht zegt een stelling. Wanneer de leerlingen het hiermee eens zijn, lopen ze naar de
rechterkant van de klas. Zijn ze het hier niet mee eens, lopen ze naar de linkerkant van de klas. Elke
stelling wordt nog eens kort besproken.
Mogelijke stellingen:
 Vind je dat we fruit en groenten van andere landen moeten verbieden in België omwille van
onze ecologische voetafdruk?
 Vind jij het goed dat we zoveel producten in onze supermarkt hebben liggen?
Bijlagen:
- werkblad: transport van goederen en fruit



















Bijlage 1: werkblad: transport van goederen en fruit
De moestuin: transport van groenten en
fruit
1. Voor- en nadelen
Wat zijn de voor-en nadelen bij eten dat je kan kopen in de supermarkt.
VOORDELEN NADELEN

…………………………………...........
…………………………………………
…………………………………………
…………………………………………


………………………………………
………………………………………
……………………………………….
……………………………………….
2. Verschillende transporten
Groeten, fruit en andere producten worden op verschillende manieren van plaats naar plaats
gebracht. Som er vier op.
1. …………………………………………………………………..
2. …………………………………………………………………..
3. …………………………………………………………………..
4. …………………………………………………………………..
3. Teken de stappen van het transport
1. Het planten van de groenten en fruit.
2. Het verpakken van de groenten en fruit.
3. Het transporteren (vervoeren) naar ander land of supermarkt.
4. De groenten en fruit worden in de winkelrekken gelegd.











Les 4: Bodemsoorten

Duur: 50 minuten
Kerndoelen:
De leerlingen kunnen verschillende soorten bodemsoorten benoemen.
De leerlingen kunnen het verschil voelen tussen verschillende soorten bodems.
De leerlingen weten welk soort bodem er waar in België gelegen is.
De leerlingen weten welk soort bodem veel/weinig water doorlaat.
Leerplandoelen:
Wereldoriëntatie
Mens en natuur:
7.21 Kinderen kunnen onder begeleiding natuurkundige verschijnselen onderzoeken en hun zelf
geformuleerde voorspellingen toetsen.
Dat houdt in dat ze: bij het opzetten van een experiment volgende stappen onder begeleiding
toepassen: voorspelling maken, waarnemingen en vaststellingen formuleren, resultaten
interpreteren en een besluit formuleren. P. 116
Materiaal:
- dozen
- bodemsoorten: klei, grof zand, zacht zand, potgrond
- rechter
- plastieke fles
- atlas
- stenen
- klei
- zand
- watten
- kleine steentjes
Fasen:
Fase 1: Instap
De leerkracht schrijft de verschillende bodemsoorten op bord die de leerlingen opnoemen. Mogelijke
vragen:
 Hoe ziet deze bodem er uit?
 Is deze bodem hard of zacht?
 Bestaat het uit verschillende kleine deeltjes of eerder uit grote delen?
 Welke kleur heeft deze bodemsoort?
De leerkracht heeft drie verschillende dozen op de tafel staan. In elke doos zit er één bodemsoort. De
leerlingen voelen in de soort en proberen de bodemsoorten te raden.
Fase 2: Kern
2.1 Experiment
De leerlingen krijgen per twee één plastieke fles, grof zand, zacht zand en potgrond. Hierbij voegen
we nog wat stenen en watjes bij. De leerlingen knippen het onderste van de fles los. De fles zetten ze
vervolgens op zijn hoofd, zodat je de verschillende materialen in de fles kunt stoppen. De leerlingen
gaan na welke bodemsoort het meeste water doorlaat en welke het minst. Ze bespreken met de
leerkracht wat er zou kunnen groeien bij elke soort bodem.
2.2 Atlas
Samen met de leerkracht onderzoeken ze de bodemkaart van België in hun atlas. Ze gaan na welke
soorten bodem we in België hebben en waar deze zich bevinden.
Fase 3: Afsluiter
De leerkracht daagt de leerlingen uit. Op de demonstratietafel liggen er stenen, zand, watjes en klei.
Per groep mogen ze twee producten kiezen . Ze stoppen deze producten in hun plastieke fles, met als
doel om zo weinig mogelijk water in het glas te krijgen. Wie het minste water in zijn glas heeft, is
gewonnen.
Bijlagen:
Geen bijlagen