You are on page 1of 48

C

J. "6. \
f
achc)iis
D E V E R H O U D I N G V A K
M A N E N V R O U W
I N D E N N I E U W E N T I J D
T W E E D E D R U K
U I T G E V E R I J S T O R M " A M S T E R D A M
/ NHOUD
I Man en Vrouw, blz. 3
II Het huwelijk en de evolutieleer, b/ z . 8
III D e e n k e l v o u d i g e e c h f van het Noordras, blz, 10
IV Qermaansch-christelijke tegenstelling, blz. 17
V O n z e laak, blz. 28
I. MAN EN V R O U W
Nog kennen wij de voorstel l ing van de vrijgevochten vr ouw" ,
die ,,de mannen" veracht en den man, die in de vrouw steeds
iets minderwaardigs ziet; doch wij stellen geen bel ang meer in
hen, voor ons hebben beide evenzeer afgedaan. Want wij ge-
voel en het, zij behooren tot den tijd die achter ons ligt, en voor
hen is in den komenden tijd geen plaats; zij zul l en niet meer
interessant, maar zij zul l en abnormaal zijn.
Toch is er iets met die vrijgevochten vrouwen, wat wij niet al l een
maar met abnor maal " kunnen af doen. Voel den zij niet, dat de
plaats van de vrouw in de samenl eving een kant had, die voor
de vrouw onwaardig was? Zeker voel den zij dat en zij zochten
een uitweg, zij wil den gel i j ke recht en" als de man en die
mannen wil den die haar niet geven; maar ook vel e vrouwen
wil den niet. Sommigen omdat de vrouw den man onder dani g"
moest zijn, anderen omdat de vrouw niet i n de pol it iek" thuis-
hoorde. Ook onder die conservatieven waren voortreffelijke
vrouwen; zij voel den, dat bij die vrijgevochtenen ook iets on-
waardigs was, iets dat bij het wezen van de vrouw niet paste.
Het was er mee als met meerdere stroomingen, die zich wil den
losmaken van Zuidel ijke invl oeden en dogmatiek, maar die bij
hun strijd tegen het vreemde, de methoden en middel en van
dat vreemde zelf gebruikten. De vrouw die in de pol itiek ging,
de suffragette, was niet het Germaansche vrouwenideaal .
Wi j wil l en niet spreken van vrouwenrechten of mannenrechten,
van mannenoverheersching of vrouwenoverheersching, maar wij
wil l en dit alles van een geheel anderen kant aanpakken.
Wi j zoeken niet naar de beteekenis van den man" en de
vr ouw", als twee gescheiden werel den, maar wij zoeken naar
man en vr ouw" als organische eenheid.
Wi j zoeken er nog naar.
Want de natuurlijke, organische eenheid is verst oord, wij bevi n-
den ons in crisistijd, in overgangstijd van het oude naar het
3
ni euwe, van het verstandelijk intellectualisme naar het organi sch
denken, van de vervreemdi ng naar het terugvi nden van ei gen
aard.
Wi j weten hoe de vrouw bij andere vol ken en kuituren een
geheel andere plaats inneemt dan bij ons. Er is niet n, voor
allen gel dende vorm van de verhoudi ng der gesl achten. De
Bedoen heeft een anderen aard dan de boer. Zijn leven is
anders, zijn werel d is een andere, zijn heele samenl evi ng is
anders en met anders zijn. En zoo goed als b.v. de echte
Arabi er van de woestijn anders is dan de echte Germaansche
boer, zoo is ook de vrouw anders in di e werel d, gebonden
aan gerfden aard, aan ras.
Er is niet n vorm voor de verhoudi ng der gesl achten, maar
ieder ras heeft zijn ei gen passenden en alleen goeden vor m. . . .
of is er van vervreemd door i nvl oeden, di e van ander ras en
andere kuituur uitgaan.
Daarom is het ni euwe" dat wij zoeken ei genl i j k niet nieuw,
maar hef oerei gen oude. En het oude" is niet ouder dan 1000
jaar, toen de vervreemdi ng begon.
Maar daarmee is niet gezegd, dat hef ni euwe hetzel fde is als
dat oer-oude, het is ook nieuw, hef is hef eeuwi g ei gene in
den vorm van den komenden fijd.
Het komende is in wordi ng, het moet groei en; wij kunnen hef
niet vol l edi g en scherp reeds zi en, maar het zal het eeuwi g
ei gene in zi ch dragen en het vreemde afstooten en vormen
vi nden, di e gel di ghei d zul l en hebben in den ni euwen tijd. Zoo
leeft kuituur in gestadi ge veranderi ng, toch in wezen gel i j k-
bl i j vend, voort komende uit de zi el van het ras.
Want wanneer wij wi l l en spreken over man en vr ouw" , dan
hebben wij niet de menschhei d voor oogen, dan verbeel den wij
ons niet, een vorm van samenl evi ng fe vi nden, di e voor alles
wat menschen-aangezi cht draagt, gel den kan, maar dan spreken
wij alleen van ons ei gen ras, het Noordras, dat nog zoo sterk
in ons leeft en nog zoo betrekkelijk wei ni g verbasterd is, dat
wij, naar de stem van pns bl oed in ons luisterend, den rechten
weg vi nden.
Wel l i cht zouden wij zelfs kunnen volstaan met dit luisteren naar
4
d e s f e m i n o n s , w a r e het ni et , d a t o n s d e n k e n e n v o e l e n z o o z e e r
v e r w a r d is g e w o r d e n d o o r i n v l o e d e n ui t d e n v r e e m d e , d a t wi j
b e h o e f t e h e b b e n , a a n h e t v e r l e d e n o n s t e s p i e g e l e n , e n z o o -
d o e n d e k l a a r d e r t e z i e n e n z u i v e r d e r t e o n d e r s c h e i d e n .
Bi j a l l e v r a a g s t u k k e n b e t r e f f e n d e o n z e w e r e l d b e s c h o u w i n g
k o m e n wi j , al s wi j d o o r d e n k e n , t ot d e o n t d e k k i n g , dat e r v o o r
o n s e i g e n l i j k g e e n p r i n c i p i e e l v e r s c h i l b e s t a a t t u s s c h e n l i c h a me -
l i j k e n - g e e s t e l i j k . H e e l d i e g e e s t e l i j k e " k a n t v a n o n s w e z e n , o n s
v e r s t a n d , o n s g e m o e d e n o n z e z i e l , o n z e wi l e n o n s k a r a k t e r ,
h e t is a l l e s g e b o n d e n a a n o n s b l o e d , d . w. z . a a n o n s r as, h e t
er f t a l l e s o v e r v o l g e n s d e z e l f d e w e t ma t i g h e i d al s d e k l e u r v a n
o n z e h u i d e n d e l e n g t e v a n o n s l i c h a a m. H e t v o r mt me t di t
l i c h a a m e e n o n v e r b r e k e l i j k e o r g a n i s c h e e e n h e i d , d . w . z . h e i is
a l l e s o p e l k a a r i n g e s t e l d , a l l e s v o l g e n s n b e p a a l d p l a n g e -
b o u w d e n g e v o r m d : i n n st i j l .
1
) W i j s p r e k e n d o o r o n z e
l i c h a me l i j k e o r g a n e n , ma a r ui t o n s l i c h a a m s p r e e k t " o o k o n s
g e m o e d e n k a r a k t e r . O n z e g e e s t ui t z i c h i n o n s l i c h a a m e n k a n
z i c h n e r g e n s a n d e r s d o o r u i f e n , e n o n s l i c h a a m i s het z e l d z a a m
f i j n e i n s t r u me n t , wa a r i n j ui st n z e g e e s t z i c h u i t e n k a n . W a t
z o u d e n U w e n mi j n g e e s t me t het l i c h a a m v a n e e n j o o d of e e n
n e g e r k u n n e n a a n v a n g e n ? Z o o g o e d al s wi j , me n s c h e n v a n het
N o o r d r a s , e l k a a r v e r s t a a n , z o o o n mo g e l i j k z o u h e t z i j n o n s o o k
ma a r t e u i t e n o v e r e e n k o ms t i g o n z e n a a r d , i n d i e n wi j e e n s e l k
i n z o o ' n a n d e r l i c h a a m k o n d e n k r u i p e n me t o n z e n g e e s t .
Na t u u r l i j k is h e f e c h t e r e e n d w a z e e n o n mo g e l i j k e g e d a c h t e ,
d a t e e n N o o r d r a s - g e e s t i n e e n n e g e r g e b o r e n k o n w o r d e n .
M e n d e n k t w e l e e n s d a t z o o i e t s t o c h g e b e u r t , w a n n e e r wi j d i e
r a s s e n k r u i s e n . Z e k e r , d a n k r i j g e n wi j e e n p r o d u c t , wa a r i n wi j
k e n me r k e n v a n b e i d e r a s s e n t e r u g v i n d e n , n a a s t e l k a a r , d o o r
e l k a a r . M a a r wi j k r i j g e n g e e n N o o r d r a s - g e e s t i n e e n n e g e r -
l i c h a a m. W i j k r i j g e n e e n g e e s t d i e n o c h d e a a r d v a n h e t n e ,
n o c h d i e v a n het a n d e r e r as h e e f t , e e n g e e s t d i e v e r b a s t e r d i s,
v o l t e g e n s t r i j d i g h e d e n e n o n h a r mo n i s c h i n e e n l i c h a a m, d a t
e v e n mi n i n n st i j l i s g e b o u w d .
Z o o is d a n g e e s t " n i e t i et s d a t o p z i c h z e l f st aat e n l i c h a a m
' ) Zi e J. C. Nacheni us: Hef Rasvraagstuk, bl z. 13.
5
een ander iets, maar bei de zijn deel en van n en hetzel fde
organi sme, uitingen van n en denzel f den vorm-wi l , een voort-
brengsel van de Natuur. Want dat lichaam met di en geest
komen niet uit de lucht val l en, maar wij weten, dat zi j , zooal s
al l e vormen van het Leven, uit andere vormen zijn ontstaan,
vormen di e pasten in vroegere aardperi oden, toen het Leven
andere vormen moest hebben om aangepast te zijn aan de
l evensomstandi gheden. Zoo ontstond ook eens de mensch, ont-
stond ook ons ras, het Noordras, hier in Noord-Europa.. En al
deze vormen houdt het l even in stand, door dat merkwaardi ge
proces, dat wij voortpl anti ng noemen.
Bij den mensch en vel e andere l evende wezens is dit gesl achte-
lijke voortpl anti ng; d.w.z., dat van elk ras twee vormen voor-
komen, de mannel i j ke en de vrouwel i j ke, verschi l l end in bouw,
aanl eg en functies, maar zoo vol maakt op elkaar i ngestel d, zoo
vol maakt een organi sche eenhei d vormend, dat zi j samen eerst
di t ras zijn en in stand houden. Zij zijn niet al l een lichamelijk
als t wee-eenhei d gebouwd, zij zijn het ook geestelijk. Natuurlijk!
Een ander lichaam met andere functies met een anderen geest,
een ander gemoed hebben, wi l het een organi sch geheel zi j n.
Maar zoo goed als het mannel i j ke en het vrouwel i j ke lichaam
in vol komen wederzi j dsche harmoni e zijn gebouwd en elk voor
zi ch zi nl oos zouden zi j n, zoo zijn ook de mannel i j ke en de
vrouwel i j ke geestel i j ke aanl eg eikaars aanvul l i ng. Het is de twee-
eenhei d, waarin het ras steeds en steeds weer uiteen gaat, opdat
het in stand bl i j ve.
Wi j kunnen letterlijk zeggen, dat het in di e twee vormen uiteen
gaat. Want het j onge, wordende l even kan in de eerste stadia
van ontwi kkel i ng nog zoowel mannelijk als vrouwel i j k worden.
Doch dan komt het oogenbl i k, dat de zi ch vormende organen
den n of den anderen weg der ontwi kkel i ng inslaan. Dit wordt
bepaal d door de aanl egdragers voor het gesl acht ", di e echter
reeds van den begi nne af aan in de bevruchte ei cel aanwezi g
waren en nu, te rechter ti j d, hun i nvl oed doen gel den. En-
zel f den ui tgangsvorm hebben man en vrouw, twee kanten zijn
zi j van het ne wezen, het bepaal de ras, dat zi ch steeds weer
6
in di e twee vormen splitst, om zi ch zoodoende de eeuwen
door in stand te houden.
Deze wi j ze van voorstel l en en denken is wat wij de organi sche
noemen. Zij gaat uit van de organi sche eenhei d van l i chaam
en geest en zij ziet ook man en vrouw als een organi sche een-
hei d.
Zij gaat uit van het natuurlijke en wordt daarom wel eens mate-
rialistisch genoemd. Met materialisme heeft dit alles echter
niets te maken; dat ligt even ver achter ons als de schei di ng
in natuurlijk en boven-natuurl i j k, waarbij dan het l i chaam
nat uur " zou zijn en de geest met het bovennat uur l i j ke" zou
samenhangen.
In ander verband komen wij daar nog op terug.
Hoezeer dit natuurlijke en bovennatuurl i j ke voor den Noor dr as-
mensch ook n zi j n, l ezen wij uit de woorden van Eckehart,
di e de kunstenaar Dombrowsky zoo zinrijk verbond met Moeder
en Ki nd. Hij zei dan: Een recht mensch heeft Go d niet van
noode. Hij heeft Go d en daarom behoeft hij niets meer " . Zoo
was voor Eckehart Go d (het boven-natuurlijke) in den mensch
(het natuurlijke), bei de in organi sche ver bondenhei d, n
nafuurl i j ke-bovennatuurl i j ke werel d.
inrcmwrmimflliDedarf ifloftes utM/dennuras
erho/den^Titjcotirf ernittrt--ifrhttfriBot*-^unddep"
fiolbtmiiuhtcrnuIHsnulir-
7
II. HET HUWELIJK EN DE EVOLUTIELEER
Hef lijkt of wij afdwaalden. Ja en neen. Het huwelijk was voor
ons ras reeds in de verre oudheid een aangelegenheid, die ten
nauwste samenhing met de religie en zoo was het niet onjuist
om, luisterend naar een denker-dichter, toch even daarheen te
wijzen, even te doen voelen, hoe ditzelfde organische den-
ken" , zooals wij dat hier noemden, heel onze wereldbeschou-
wing doortrekt. Dat is niet iets, dat wij nu zoo maar bedenken,
maar dat is iets, dat ons is aangeboren, ons, menschen van het
Noordras, die weer andere hersens hebben dan andere rassen,
anders denken en ons hef Leven en de Wer el d anders duiden,
omdat wij geestelijk-lichamelijk anders gebouwd zijn.
Het intellectualisme en de evolutieleer hangen ten nauwste
samen. Wat bedoel en wij daarmee? Evolufie behoort toch tot
het Leven en de ontwikkeling daarvan, en wij zeggen ermee,
dat oudere vormen plaats maken voor nieuwere, die uit die
ouderen voortkomen. In vervlogen aardperioden zagen de
planten en dieren er anders uit dan thans en uit die oudere
vormen is ook eens de mensch ontstaan, in die duizenden jaren,
die wij Ijstijd noemen. Er ontstonden menschensoorten, mis-
schien op verschillende plaatsen en uit die soorten ontwikkel-
den zich de rassen. Dat is evolutie en een van de groote ont-
dekk ingen van onze Germaansche wetenschap. Maar er is een
evolutie-leer, ook op het gebi ed dat wij nu bespreken, die wij
verwerpen, die n.l. den voor uitgang der menschhei d" predikt,
en die ook ten opzichte van het huwelijk een kunstmatig
intellectualistisch bouwsel heeff bedacht, dat er ongeveer z
uitziet: eerst leefde de primitieve mensch in kudden of horden
en zij paarden in den paartijd zonder de minste blijvende bi n-
ding. Daarna kwamen veel voudi ge echt" (polygamie) en aller-
lei verwante vormen van binding, en tenslotte ontwikkelde zich
daaruit de enkelvoudige echt" (monogamie), dat is de binding
8
van n man en n vrouw in het huwelijk. Dikwijls treffen wij
dan nog de voorstel l i ng aan, alsof dit eerst door het chri sten-
dom in ons Noor den streng foegepast werd. Dit. schema van
ontwi kkel i ng zou dan voor de heel e menschhei d gel den, al
staan deel en daarvan dan ook nog op een l ageren trap dan wi j ,
di e het reeds zoo heerlijk ver gebracht h e b b e n . . . .
De werkel i j khei d is anders.
Wanneer wij bedenken, dat vel e di eren in enkel voudi gen echt
l even, dan zou de mensch dit zeer wel vanaf den eersten aan-
vang zijner menschwordi ng en ook reeds lang daarvoor!
hebben kunnen doen. Wi j kunnen zelf waarnemen, dat b.v. de
zangvogel s en de roofvogel s n wijfje hebben en dat zi j dat
niet al l een in den paar- en broed-ti j d trouw bl i j ven, maar ook
in den winter, wanneer de geslachtsdrift sl aapt.*) De hoender-
achti gen hebben daarentegen veel wi j veri j . Er zijn ook kevers,
di e monogaam leven en vel e zoogdi er en.
Wanneer wij nu over de heele aarde de vormen van bi ndi ng
tusschen man en vrouw bij den mensch nagaan, dan blijkt, dat
zoowel bij l agere als bij hoogere kultureele ontwi kkel i ng de
enkel voudi ge echt hef meest voorkomt. Ook blijkt echter, dat
overal vaste regels gel den, dat er overal een zedel i j ke ordeni ng
bestaat, wel ke vormen het huwelijk ook moge aannemen en
dat niets gevaarl i j ker is voor het voortbestaan van vol k en
kuituur, dan dat deze vaste ordeni ng verwi l dert en opgel ost
wordt, zooal s dat bij ons b.v. den laatsten tijd sterk het geval
is, vooral sinds den werel doorl og 19141918.
Hoe bel angwekkend de geschi edeni s van den echt en hef
onei ndi g groote aantal vormen van de bi ndi ng der bei de ge-
slachten over de heel e aarde ook moge zi j n, ons gaat dat hier
niet aan, wij wi l l en weten hoe di e bij ons ras was.
*) Lees in dit verband Die letzten Adler" van Bengt Berg, of de korte
episode, die daaruit in ^-Vormingsbladen 1941 No. 1, bldz. 15 is vertaald.
9
III. DE EN K EL V O U D/ G E ECHT V A N HET N O O R DR AS
Wat ons met onze verre en verste voorvaderen verbi ndt, dat
is onze erfelijke aanl eg, di e van geslacht op geslacht wordt
door gegeven en waardoor de Noordrasmensch van voor 10.000
jaar, naar alles wat wij ervan weten, er ui tzag als nu. Er is nog
iets, dat ons met dat verre verl eden verbi ndt, onze taal, di e
zi ch rechtstreeks ontwi kkel de uit de taal, di e onze voor -
vaderen voor dui zenden jaren spraken. En daarom is het altijd
nuttig te vragen: wat zegt onze taal ervan? Ons woord huwe-
l i j k" is zeer oud van afstamming en hangt samen met oude
vormen voor echtgenooten (hi wo-man en hi wa-vrouw). Dan
hebben wij echt " (Duifsch Ehe, Oud-Fri esch Ewa)- Dit
woord heeft naast de hui di ge beteekeni s vanouds ook di e van
wet "; vol gens sommi gen zou het verband houden met ons
eeuwi g" en zoo zouden wij de oorspronkel i j ke beteekeni s van
ons woord echt " kunnen omschrijven met eeuwi g gel dende
wet . "
Maar ook al zou echt " niet met eeuwi g" van eenzel f den
woordstam af te l ei den zi j n, dan nog zegt ons dit verband fus-
schen echt en wet reeds veel . Wi j zi en er uit, dat de echt aan
vaste vormen gebonden was en wij weten ook, dat deze vaste
vormen werden beschouwd als een hei l i ge orde, di e van
goddel i j ken oorsprong is en di e de wetmati ghei d van al het
geschapene in zi ch sluit; een orde waar de G oden voor waken
en di e de mensch zelf in stand moet houden. Hi er zi en wij den
nauwen band tusschen huwelijk en rel i gi e bij de Indogermaan-
sche kuituren. Hoe rijk is onze taal, hoe hecht verbi ndt zij ons
met ons verre voorgesl acht, hoe kan zij ons er van bewust
maken, dat wij zijn een schakel in de keten der gesl achten.
Natuurlijk kan de taal al l een ons dit inzicht niet schenken en
komt daar veel meer bij te pas, waar wij hier niet op kunnen
i ngaan. Maar n di ng is zeker: ons ras begon zijn kuituur niet
als een horde met ongeregel d geslachtelijk verkeer, maar met
10
den enkel voudi gen echt, di en het ais hei l i ge orde en wet be-
schouwde. Bij voorname geslachten schijnt het echter ook voor
te zijn gekomen, dat n man meerdere vrouwen had en wij
vi nden dit gebrui k dan ook bij vel e Indogermaansche vol ken
t erug; ook bij de Germanen- Met bi j zonderheden en afwijkin-
gen van den grondregel kunnen wij ons hier echter niet op-
houden, maar wel wi l l en wij kort nagaan, hoe de ontwi kkel i ng
bij de Germanen is geweest,
De vormen van den echt zijn niet onveranderl i j k, zi j hangen
niet al l een samen met de werel dbeschouwi ng als geheel , maar
ook met maatschappel i j ke verhoudi ngen en toestanden, di e zoo-
als wij weten in den l oop der eeuwen b.v. door de t ech-
niek sterke veranderi ngen kunnen ondergaan.
Het is goed ons hiervan bewust te zi j n.
Aan den eenen kant moeten wij niet denken, dat vormen, di e
thans nog gel den, onherroepel i j k voor al l e eeuwi ghei d gel di g-
hei d zul l en hebben.
Aan den anderen kant moeten wij beseffen, dat wat ons vreemd
is, verdwi j nen moet. Het geen daar dan voor in de plaats zal
treden, zal in wezen oud zi j n, maar naar den vorm toch voor
een deel ni euw, aangepast aan het heden. Echter, elk onbe-
kookt en wi l d i ngri j pen is hier uit den booze en zou ver wi l -
deri ng brengen in een tijd, di e op dit gebi ed al genoeg ver-
wi l derd is.
Het Noordras was in den Ijstijd ontstaan en met het begi n van
den Jongsteenti j d begon dit ras zijn ei gen kuituur, een kuituur,
di e geheel anders was dan alles wat aan zijn grenzen verder
gr oei de, anders ook, dan wat er aan vooraf gi ng. Wi j weten
wel een en ander van de samenl evi ng in di en vr- Germaan-
schen fi j d van ons ras.
Van gezi nnen in onze beteekeni s is dan nog geen sprake. Want
niet het gezi n is dan de kleinste eenhei d waaruit de samen-
l evi ng is opgebouwd, maar een grootere eenhei d, di e dri e
gesl achten omvat: grootouderpaar, zonen en dochters en de
gezi nnen van de gehuwde zonen. Een f ami l i e" zouden wij
misschien kunnen zeggen. Zij wonen bi j een op n hoeve,
11
vormen n rechtsgemeenschap en n soci al e gemeenschap.
Meer der e van deze f ami l i es", door gel i j ke afstamming van
vaders-kant ver bonden, afstammend van een oervoorvader, vor-
men een hoogere eenhei d. De vrouw wordt door haar huwelijk
in deze verwantschap van den man opgenomen, doch de man
en zijn fami l i e worden in geen enkel opzi cht hi erdoor verwant
met de familie van de vrouw. Zoo ongeveer waren de oer-
i ndogermaansche verhoudi ngen.
1
)
Omstreeks di enzel f den tijd versmol ten in Jutland twee groepen
van het Noordras tot een ni euwe eenhei d. Zij werden in den
tijd van enkel e eeuwen tot n vol k, dat eens den l oop der
geschi edeni s in Europa en ver daarbuiten zou bepal en. Het
waren de Ger manen, di e hier hun begi n hadden en op dezen
oerouden bodem van ons ras tot ni euwen bl oei en zel fstandi ge
ontwi kkel i ng zouden komen (in den Bronstijd 1800 v.o.j.).
In de verhoudi ngen van de samenl evi ng en den echt treden
dan veranderi ngen op. Wi j herkennen di e aan veranderi ngen
in het erfrecht en aan de benami ngen voor verschi l l ende
fami l i ebetrekki ngen, di e doen zi en, dat een kl ei nere eenhei d
zi ch vormt, in plaats van wat wij gemakshal ve de f ami l i e"
noemden: het gezi n/ De groote fami l i e met i nwonende gehuwde
zonen lost zi ch op in gezi nnen. De band tusschen deze gezi n-
nen en de grootste eenhei d van verwanten blijft echter bestaan;
het is nu de si bbe, di e misschien aan beteekeni s nog wint.
Maar aan den anderen kant is dit begri p mi nder vast oml i j nd,
er behooren meer verwanten toe.
Dit laatste treedt dan vooral later aan den dag, doordat nu
l angzamerhand de vrouw, di e huwt, toch in haar ei gen si bbe
verblijft, hoewel zij naar oude wet en orde in de si bbe van
haar man wer d opgenomen. Hi erdoor worden haar ki nderen
') Indogermaanse!) noemen wij die volken en kuituren, die uit dit
Noordras van Noord- en Midden-Europa voortkwamen. Zij ontstonden o.a.
in Zuid-Europa en zelfs in Azi zoo ongeveer in den overgang van den
Steentijd naar den Bronstijd.
12
ver want " met haar si bbe en nog later haar ouders met de
ouders van haar man.
Door dit alles kwam de Germaansche man zel fstandi ger te staan
dan de man in den Indogermaanschen voorti j d, hij werd zel f-^
standi g huisheer. Maar het si bbe-verband verzwakte geenszi ns!
Het was zoo sterk, dat een man of vrouw bovenal lid eener
si bbe was en daarbui ten eenvoudi g niet l even kn. Want al l e
hei l " , al l e levenskracht, al l e gel uk en voorspoed kwamen van
dit groote geheel , dat si bbe heette; wi e daar bui ten geraakte,
was hei l -l oos en ei genl i jk l evend reeds dood.
Maar ook de plaats van de vrouw veranderde, hetgeen wij b.v.
vol gen kunnen in het erfrecht. Haar zel fstandi ghei d neemt toe,
wat o.a. ook bij echtschei di ng uitkomt. Oorspronkel i j k kon
al l een de man echtschei di ng bewerkstel l i gen. Niet wi l l ekeuri g,
slechts op deugdel i j ke gronden, en waren di e niet steek-
houdend, dan was de si bbe van de vrouw tot wraaknemi ng ver-
pl i cht, of hij moest boete betai en. Maar in den tijd waarin de
IJslandsche saga' s spel en, den l aat-hei denschen tijd in het
Noorden (dus tot het jaar 1000 ongeveer), kon een vrouw, di e
van haar man in drift dri e maal een kl ap kreeg, zonder meer
zi ch voor getui gen voor geschei den verkl aren.
Hi er heeft dus een gestadi ge ontwi kkel i ng plaats, di e verband
houdt met veranderi ngen in de samenl evi ng. Doch alles speel de
zi ch af bi nnen de ordeni ng der si bbe. Deze bi ndi ng, deze
hei l i ge Or de, beheerschte heel het Germaansche l even, de
gedachten en de voorstel l i ngen. Wi j kunnen ons de macht van
het si bbeverband nauwelijks meer voorstel l en, moeten er ons
in verdi epen, haar bestudeeren, om te beseffen, hoe de enke-
l i ng bui ten zijn si bbe werkel i jk niets was, verstoken van al l en
bi jstand niet al l een, maar ook afgesneden van den toevoer van
geestel i jke en moreel e kracht, di e hem al l een uit de si bbe
t oevl oei de. Ook zi jn God zou hem dan niet meer baten, geen
Vr i nd" meer kunnen zi j n; hij l eef de dan immers bui ten de
orde, di e God en mensch in stand moesten houden.
Waar om schetsen wi j hier deze di ngen met een enkel woord?
Aan den eenen kant om er uit te l eeren, dat de verhoudi ngen
in den echt geen onveranderl i jke grootheden zi jn en aan den
13
anderen kant dat wi j , wanneer wij eenmaal onderkend hebben,
dat vreemde i nvl oeden ons vert roebel den, wij niet zoo zonder
meer oude Germaansche verhoudi ngen kunnen overnemen.
Wi j zouden het niet knnen, met de beste bedoel i ngen niet.
Het zou ook ongezond zi j n. Zoo goed als de Germaansche ver-
houdi ngen (evenals de Gri eksche en de Romei nsche b.v. elk
op hunne wi j ze) zi ch uit de oer-l ndogermaansche ont wi kkel den,
zoo goed als vreemde i nvl oeden in de mi ddel eeuwen ons van
het rechte spoor brachten, zoo goed wachten ons nu ni euwe
opgaven, zul l en uit NationaalSocialisme ni euwe verhoudi ngen
groei en en ni euwe vormen ontstaan. Kuituur is geen sti l -
staand moeras, dat l angzaam aan di chtgroei t, maar kuituur is
als stroomend water, vol bewegi ng. De bron, di e nooit ver-
droogt, is de aangeboren aard, di e in wezen zi chzel f blijft.
Zijn de verhoudi ngen bi j ons dan zoo geheel anders geworden?
Zeker. Niet al l een ontbreekt hef si bbe-besef in den oud- ger -
maanschen zi n bij ons geheel en al , en kan nooi t weer gewekt
worden, maar ook zijn er andere waarden voor in de plaats
gekomen. Door het wegval l en van de si bbe (in zijn hei densche
beteekenis als drager van goddel i j ke krachten, van , , Hei l "),
nam de beteekeni s van den enkel i ng nog op geheel andere
wi j ze toe. Voor wat wij nu een enkel i ng, een i ndi vi du, een per-
soon noemen, had het oud-germaansch ei genl i j k niet eens een
woor d; want zooi ets bestond letterlijk niet! Niet de man of de
vrouw had eer " , di e hij verdedi gen moest, maar hij had deel
aan de si bbe-eer, en di e moest hij verdedi gen, wi l de hij bl i j ven
l even. Wel oogstte de man roem, maar ook di e bl eef niet aan
zijn persoonl i j k wezen hangen, di e gi ng zonder meer over op
de si bbe, waaruit hij immers de kracht had geput om tot roem
te komen. En werd hem smaad aangedaan, dan gol d di e smaad
niet hem, maar heel zijn si bbe en was het om het even of hij
di en smaad wreekte, of een ander l i d van zijn si bbe. Het was
ook om het even of di e gewroken wer d aan den dader of aan
een ander lid van diens si bbe. Al s wi j een slag op den arm
kri j gen en wij geven een sl ag op het hoofd terug, dan staan
wij kief; zoo moeten wi j het ons denken! Stelt U zi ch voor, dat
14
Uw oom wordt vermoord en dat gij den broer of den vader
van den dader nu verslaat, di e misschien zelfs tegen den moord
heeft gewaarschuwd en di en trachtte te verhi nderen. En toch,
zoo was het eens: niet enkel i ng stond tegenover enkel i ng, maar
si bbe tegenover si bbe. Deze beteekeni s kan si bbe, zooal s U
nu begri j pen zult, niet herkri j gen. Wi j zijn daarvoor om zoo te
zeggen te i ndi vi dual i sti sch" geworden.
"Wij zeggen bewust: de hei dens-Germaansche si bbe kan niet
weer herl even; maar zij is niet vervl uchti gd tot niets! Toen het
si bbe- verband door hef chri stendom eenmaal was verni eti gd,
was het onherroepel i j k verl oren. Maar de waarden, di e het in
zi ch borg, hadden ten deel e bl i j vende beteekeni s, waren zoo-
zeer met onzen aanl eg verbonden, dat zij niet konden sterven,
dat zij in ni euwe vormen herl even moesten.
Ook si bbe" herleeft, het woord n.l., dat bijkans was uitgestor-
ven, maar het heeft een anderen i nhoud; daarover later nog.
Een deel van de waarden, di e in si bbe besl oten l agen, is over-
gegaan op een andere samenbi ndi ng, di e l angzaam groei end
hechter werd dan in den oud- Germaanschen ti j d: Volk.
In Vol k ontstond eerst naast si bbe, later zel fstandi g een
hoogere eenhei d, meer omvattend, niet altijd even hecht,
maar toch gevoel d als een stuk van di e hei l i ge orde, zi j het
nu ook dikwijls christelijk genterpreteerd.
Hi er zi en wij een ontwi kkel i ng. Want ook bij Vol k bleef de
Germaan niet staan. Vol k zou ui tgroei en tot de Ri j ksi dee en is
heden bezi g uit te groei en tot de Groof -germaansche Gemeen-
schap, in de ni euwe Ri j ksi dee.
Tegenover deze ni euwe bi ndende eenhei d, waarin nu vel e van
di e waarden, di e Si bbe in zi ch borg aan het herl even zi j n, staat
de enkel i ng, de bewuste persoonl i j khei d.
Maar hij staat er niet meer i ndi vi dual i sti sch" tegenover, doch
op een wi j ze, di e ons telkens weer herinnert aan de bi ndi ng
der Si bbe: Gi j zijt niefs, Uw Vol k is al l es" !
Het oude woord Si bbe, dat wij in 1940 weer i nvoerden, zal
zooal s wij zagen nooit zijn ouden i nhoud herkri j gen. Ook het
15
oude woord Vol k behi el d niet denzel f den i nhoud, ook vroeger
niet, want het beteekende eens niet anders dan: schaar van
krijgers. Maar bei de woorden zijn ons onmi sbaar bij het weer-
geven van gedachten van nzen tijd. Wi j zi en zelfs v ol k "
onder onze oogen van i nhoud veranderen. Vol k was bepaal d
door staatsgrenzen en al woonden aan weerskanten van di e
grens ook dezel f de soort menschen, eender vol k" , zij behoor-
den tot verschi l l ende vol ken" . Maar zoo goed als de boer
spreekt van vr eemd vol k" , wanneer b.v. stedel i ngen in het
dorp komen, dus v ol k " in veel engeren zi n gebrui ken kan,
zoo begi nnen wij v ol k " in veel ruimeren zin aan te voel en.
De Groot-germaansche gedachte begi nt als het ware dit woord
mede te kl euren, te be nvl oeden.
Dit heel e wordi ngsproces brengt veranderi ngen, di e niet aan de
oppervl akte bl i j ven, maar di e ons heele doen en laten, ons den-
ken en voel en benvl oeden en ook niet zonder i nvl oed zul l en
bl i j ven op de verhoudi ng fusschen man en vrouw. Wi j zagen in
een vl uchti g overzi cht, hoe di e reeds in den voor-chri stel i j ken
fijd veranderi ngen ondergi ng en wij wi l l en nu iets zeggen over
den i nvl oed, di e van het Zui den ui tgi ng en di e met het chris-
tendom ons Noorden bi nnendrong.
16
IV. GE R MA A N S C H - C H R / S T E L I J K E T EGENST EL L I NG
De Germaansche vrouw in den hei denschen tijd kon zelf noch
in het pol i ti eke l even, noch in de rechtspraak optreden. Al l e
aangel egenheden van staat en recht waren mannen- zaken. Wi e
daaruit nu echter de gevol gtrekki ng zou wi l l en maken, dat de
vrouw rechteloos was, di e kent het oud- germaansche l even
niet. De vrouw wordt omge ve n door de hoede, de zor g, de
beschermi ng van haar si bbe, di e voor haar recht opkomt. Wor dt
zij gekrenkt, dan is de eer van heel haar si bbe aangetast, en ook
haar- echtgenoot kan haar allerminst als e i ge ndom" be schou-
we n, zij is hem ook zeker niet onde r dani g" .
Een al gemeen verschijnsel is het, dat het gebrui k het recht
voorui tl oopt, d.w.z,, oud recht blijft nog als rechtsvorm bestaan,
terwijl het gebrui k reeds aan ni euwe omstandi gheden aanpast,
of zi ch verder ontwikkelt. Een voor be e l d: het is een I ndo-
germaansch gebrui k en recht geweest, dat de man niet de
vrouw zelf, maar den man, di e haar in rechte vertegenwoordi gt,
om haar hand vraagt, want een vrouw is onmondi g" bij al l e
rechfsaangel egenheden en verdragsovereenkomsten. Hij betaalt
voor haar ook een be dr ag. Toch is zij allerminst koopwaar, hoe -
wel zij zelf de ze koopsom" niet kre e g. Doch wat zi en wij nu
later? Deze vorm, di e oud recht is, blijft en wordt ge e rbi e di gd,
maar op den duur wordt de koopsom aan de vrouw over-
ge drage n, waardoor haar zel fstandi ge posi ti e versterkt wordt,
want zij beschikt nu over vermogen en de pracfijk werd zoo,
dat bij haar de besl i ssi ng l ag, alvorens de aanzoeker antwoord
kreeg. Zoo tenminste werd op IJsland de regel (die ook wel
ui tzonderi ngen kende); meestal liet de vrouw dan hem, di e
over het huwelijk naar recht beslissen moest, be oorde e l e n wat
voor de si bbe wenschelijk was. Ni et hef persoonl i jk be l ang,
maar het si bbebel ang stond voor op.
Uit het we i ni ge wat wij hier vertel den blijkt we l , dat de vrouw
17
e e n h e e l a n d e r e p l a a t s i n d e s a me n l e v i n g i n n a m d a n d e ma n ,
o v e r e e n k o ms t i g h a a r a n d e r e n a a r d .
M a a r wa t o n s i n d e v e r h o u d i n g e n i n het N o o r d e n ( wa a r -
o mt r e n t wi j d o o r d e I J s l a n d s c h e s a g a ' s het u i t v o e r i g s t z i j n
i n g e l i c h t ) h e t s t er k s t o p v a l t is n u di t : d e z e v r o u w e n z i j n n i e t
u i t s l u i t e n d b r a v e h u i s mo e d e r s , d i e n i e t a n d e r s k e n n e n d a n d e
v i e r mu r e n v a n d e k e u k e n - N e e n , zi j k u n n e n k o n i n k l i j k z i j n al s
d i e K o n i n g i n , d i e i n het s c h e e p s g r a t v a n O s e b e r g wa s b i j g e z e t ;
zi j k u n n e n s t a mmo e d e r z i j n v a n g r o o t e g e s l a c h t e n , z i j k u n n e n
b o e r d e r i j e n b e s t i e r e n e n al s hef mo e t e x p e d i t i e s l e i d e n ; z i j
s t a a n al s h e l d i n g e l i j k w a a r d i g n aas t d e n h e l d e n w o r d e n b e -
z o n g e n e n v e r e e r d ; z i j k u n n e n e v e n g r o o f s c h e f i g u r e n z i j n al s
d e ma n n e n , d i e z i j h u w e n . Ni e t s st aat h u n d a a r t o e i n d e n w e g -
Elke g r o o t e p e r s o o n l i j k h e i d , of het n u ma n of v r o u w i s, wo r d t
e r k e n d e n d e v r o u w h e e f t d a a r b i j n o g di t b i j z o n d e r e , d a t z i j
me e r n o g d a n d e ma n i n d i r e c t e v e r b i n d i n g st aat me t d e
g o d d e l i j k e k r a c h t e n , z o o a l s r e e d s Ta c i t u s het v e r me l d t , v e l e
e e u w e n v o o r d e n I J s l a n d s c h e n s a g a - t i j d . He f o u d - n o o r s c h
he e f f e e n s t a a n d e u i t d r u k k i n g v o o r me n s c h e n , d i e wi j g r o o t e
p e r s o o n l i j k h e d e n z o u d e n n o e m e n , me n s c h e n wa a r k r a c h t v a n
ui t g a a t , d i e e e r b i e d a f d w i n g e n , ma c h t i g e f i g u r e n e n wi j
z o u d e n d e z e u i t d r u k k i n g mi s s c h i e n k u n n e n w e e r g e v e n me t :
me n s c h e n v a n g r o o t e b e s l i s s i n g e n , me n s c h e n d i e d u r v e n i n -
g r i j p e n , d i e het n o o d l o t i n d e o o g e n d u r v e n z i e n , d i e het
l e v e n me t v a s t e h a n d a a n v a t t e n .
E n di t w o o r d s p r e e k t ni et v a n m a n n e n " , ma a r v a n m e n -
s c h e n " , wa n t het z o u bi j g e e n G e r m a a n o p k o m e n , d e v r o u w
h i e r v a n ui t t e s l u i t e n . H e l d e n l i e d e n S a g a h e b b e n z e o n s g e -
s c h i l d e r d , d e z e v r o u w e n , wi j k e n n e n z e , e n o o k wi j z e g g e n :
z o o is d e G e r m a a n s c h e v r o u w , z o o w a s z i j , z o o i s z i j , d a t i s
o n s i d e a a l .
Is zi j n o g z o o ?
O o k d e m i d d e l e e u w e n h e b b e n d e z e g r o o t s c h e v r o u w e n -
f i g u r e n g e k e n d e n n o g z i j n z i j er , h e t b l o e d st er f t n i e f , ma a r
e r i s i et s v e r a n d e r d . D e e d e l m a n , d i e d e j o n k v r o u w b e z o n g ,
z a g h a a r r e e d s a n d e r s , l i e f e l i j k e r , z a c h t e r , t e e r d e r e n v o o r a l
1 8
hul pbehoevenden onderwerp (I) van zijn l i efde, maar niet
gel i j kwaardi ge tegenpool van kracht, di e weliswaar anders is,
maar di e waar het aankomt op eer, zel fbewustzi j n, innerlijke
vasthei d, in niets zijn mi ndere is.
De hei densche Germaan had zijn vrouw gekocht " , maar heel
de macht en het heil van haar si bbe omri ngden haar en zel den
werd vrouweneer aangetast; doch in de Costume van Aar den-
burg l ezen wij eeuwen later: een man mach zyn wyf slaen
ende steken, upsni den, splitten van beneden tote boven ende
waerman (verwarmen) zijn voeten in haer bl oet ende naey se
weder toe, zonder verbuerte j eghen den heer, updat zoe
l evende bl yf t" (zonder boetpl i chti g te zi j n, mits zij maar in
l even blijft). Voorzeker, daar was iets veranderd, ook al wer d
er van zulk r echt " niet letterlijk gebrui k gemaakt! Ook is het
nog niet zoo heel l ang gel eden, dat een man zijn vrouw mocht
tuchtigen en kasti j den! Waar was de si bbe, di e wraak nam, di e
haar eer herstelde, haar recht als ei gen recht verdedi gde? Ver -
dwenen was de si bbe en al de banden di e bonden, wegge-
vaagd, alsof zi j niet waren geweest. De vrouw, di e naar oud
recht onmondi g" was, d.w.z. di e een momboor " , een mont " ,
dat is een beschermer, een voogd noodi g had en dan in de
si bbe geborgen was, vei l i ger dan met wel ke rechten ook, zi j
had haar plaats in de zi nri j ke Germaansche ordeni ng verl oren,
toen het chri stendom de banden der si bben verbrak.
Het chri stendom keerde als hef ware heel de Germaansche
werel d ondersteboven. Waar eer en kracht en zel f handhavi ng
hadden gestaan, werden nu l i efde, deemoed, zel f overgave
gepredi kt; waar eens al l e hei l " uit hef verre verl eden door
de si bben heen in den mensch overgi ng, kwam nu al l e hei l
uit Rome, doch voor den enkel i ng; waar eens de God- Vr i end"
had gestaan, sfond nu de Wi t t e Kri st' ", en de goddel i j ke
Vr i end was tof boozen geest gewor den; waar eens een krach-
ti ge zel f verzekerdhei d en een gel oof in de hei l i ge or de" den
menschen kracht had geschonken, was nu hoop en vrees tus-
schen hemel en hel in de harten gesl open en werd hel l e-angst
sterker dan hemel sche verzekerdhei d.
19
Het was waarlijk een omkeeri ng van al l e waarden, ook van de
waarde van de vrouw.
Dat is te zeggen: de aangeboren aard verl oochende zi ch nooi t,
de ei gen l evenshoudi ng drong telkens weer naar voren, vor m-
de ook de ni euwe waarden telkens en telkens om en zoo werd
de vrouw in Germaansche landen toch nooit, wat zij in het
Zui den was, bij vol ken van ander ras.
Maar bij tijden drong het vreemde di ep door in de zi el van
het vol k; hoe zouden anders de gruwel en der heksenprocessen
mogel i j k zijn geweest? Al s een geestel i j ke pest woedde deze
afgrijselijkste verdwazi ng in Germaansche l anden.
Hoe was het mogel i j k, dat de Germaansche vrouw, di e eens
zoo di cht bij de bronnen van goddel i j k heil had gel eef d, als
heks gefol terd en verkracht, gemartel d en verbrand kon wor-
den? Want het waren juist wel gevormde, schoone, edel e en
bl onde vrouwen en j onge dochters, di e het eerst verdacht
werden van omgang met den dui vel ; bij dui zenden en dui zen-
der gi ngen zi j te gronde, j a, bij honderddui zenden.
Dikwijls wordt het zoo voorgest el d alsof het gel oof aan heksen
en al l erhand tooveri j , resten van het hei dendom waren. Mi s-
schien zijn zij hef, maar dan niet van het Germaansche. Want
het is opval l end, hoe wei ni g de hei densche Germaan zi ch met
deze di ngen bezi g houdt e n . . . . hoe hij ze veracht. Zwarte
kunst uitoefenen was reeds een bewi j s van mi nderwaardi g vreemd
ras en een voor het heksengel oof kenmerkend iets, dat in de
Germaansche oudhei d in het geheel nergens voorkomt , is het
hoereeren met den dui vel " en di e heel e voorstel l i ngswerel d
van perverse sexualifeit, di e er steeds weer aan verbonden is.
Trouwens, di en dui vel zelf kenden de hei densche Germanen
niet, en hij is hef juist, di e meer en meer de voorstel l i ngswerel d
van monni ken en l ageren klerus gi ng beheerschen. Tegen het
ei nd van de 15e eeuw had de kerk dan uit dui vel - en heksen-
gel oof een heel e leer ontworpen. Heksengel oof en pi j nbank
hoorden eveneens bij elkaar. Het kanoni eke recht l everde de
ultgezochtste fol terwerktui gen en de wreedaardi gste vormen
van de doodstraf. Tenslotte was het ketterij, niet aan al deze
20
Zul l en dezetwee jonge vrouwen op dc vraag wat is zedel ijk?", eenzelfde
antwoord geven? I
Kan de verhouding van deze vrouwen tot de mannen van hun ras dezelfde
zijn? I
Kan deze Oosterschc vrouw zoo vrij als die Germaansche zijn, zonder
onzedel ijk te worden? En zou deze Germaansche zoo onderdanig als dit
Oosterschc meisje kunnen worden gemaakt?
bij blz. 34: zedelijk is, wat de instandhouding van het ras bevordert. Naar Etcksiedf: Rassenkunde und Rassen-
geschichfe der Menschheif.
Foto' s Ger mani sche Lei fhe/fe en Bauer
di ngen te gel ooven. Zoo werd b.v. in 1645 in Noor d- Amer i ka
een geestel i j ke ter dood ver oor deel d, omdat hij vri j moedi g
z ei , dat er nooi t heksen waren geweest. Over al waar de kerk
door dr ong, vergez el de haar dit dui vel - en heksengel oof, ook
buiten Europa,
Het heksengel oof gaat ons in bi j z onderheden niet aan, maar
wel de geest waar het uit voortsproot, di e niet Germaansch,
maar Zui del i j k is. Kloosters hadden hun heksenpat er"; i nqui si -
teurs trokken door de l anden en zi j hadden bij hun gruwel ijk
werk een handboek, Heksenhamer" genaamd. Dit werk was
in 1478 ui tgegeven en bel eef de een groot aantal herdrukken.
Zes jaar later verscheen de bul van 5 December 1484 van paus
Innocentius VIII, waarin hij het opsporen van heksen beveel t.
Met de Heksenhamer" in de hand, op bevel van de kerk,
trekken de ketter-rechters door Germaansche l anden, voor -
namel ijk Noord-Dui t schl and. Dit boek nu, dat bij al l e processen
tot richtsnoer di ende, is doortrokken van verachti ng voor de
vrouw. Wi j l ezen eri n: Wat is de vrouw, dez e minnares van
den dui vel , dan ook anders dan een verni eti gi ng van de vr i end-
schap, een straf, di e wij niet ontvl uchten kunnen, een nood-
zakel i j k kwaad, een natuurlijke ver z oeki ng, een begeerens-
waardi g euvel , een huiselijk gevaar, een aanmi nni ge verkeerd-
hei d, een natuurkwaad, bestreken met mooi e kl eur. . . . Laten
wij samenvatten: al l e onhei l komt bij de vrouw door de
vl eeschel i j ke begeerte, di e onverzadi gl i j k is, en daar zi j aldus
in haar dierlijk bestaan onvol komen is, stelt zi j i mmer t el eur. "
Dit boek was het, dat meer dan iets anders den al gemeenen
dui vel - en heksenwaan i ngang deed vi nden in de voorstel l i ngs-
werel d der menschen, en Roomschen en Protestanten hebben
er ten sloffe gel ijkel ijk aan gel oof d en naar dit gel oof gehan-
del d. De oude stadacten doen ons nog kond van dez e di ngen,
di e wij moeten weten om te beseffen, hoez eer de geesten
vergi fti gd werden.
1
)
) Een enkel voor beel d uif vel en (Of f enbach 1629): Het arme ki nd Mar i e,
dat haar door den f ol t er af geperst e aangi fte t egen haar moeder herri ep,
werd in haar hokj e t er uggel ei d en door den heksenmeest er z ool ang met
21
Wanneer wij dit alles nuchter bezien voor zoover wij dan
nuchter kunnen blijven bij het lezen van deze misdaden
moeten wij bekennen, het was een geestelijke epidemie, een
geestelijke vergiftiging. Dezelfde menschen die eens de vrouw
zoo hoog hebben geacht, zijn die nu in staat tot deze dingen?
Hebben zij het geduld, er kalm bij toegezien? Waren zij mach-
teloos? Zij waren vergiftigd door de voorstellingswereld van het
Zuid-Oosten, die de vrouw als minderwaardig wezen ziet, die
in de vrouw alleen een object ter bevrediging van lusten ziet;
een voorstellingswereld, waarin-ook de kerk ging leven, met
als gevolg, dat op concilies geredetwist werd, of de vrouw
nu wel waarlijk mensch was en een ziel had, de vrouw, die als
Eva het eerst tot zonde werd verleid en daarom met Gods
vloek werd beladen: Met smart zult gij kinderen baren; en tot
Uwen man zal Uwe begeerte zijn en hij zal over U heerschappij
hebben." (Gen. 1:16).
roeden geslagen, tot zij haar bekentenis herhaalde. Toen riep de ongeluk-
kige moeder: waarom heb ik hei arme kind niet in haar eerste bad ver-
dronken? Daarop wierp de arme zich op den grond en riep in groote
smarten: O moeder, moeder hadt gij het maar gedaanl Daarop werden
moeder en kind verbrand en de brandstapel brandde onder het voort-
durend gezang der geestelijken, schoolknapen, en alle omstanders, tot de
lichamen volkomen tot asch waren verbrand."
Soms werden heksen maandenlang gefolterd en tenslotte langzaam
gebraden, want voor een heks gold geen enkel erbarmen. In het Bisdom
Bamberg werden in 1627 verbrand: de vrouw van den kanselier, vervol-
gens de dochter van den kanselier van Eichstadt, een vreemd maagdelijn
van 12 jaar, een klein maagdelijn van 9 jaar, een kleiner, haar zusje, de
moeder dezer beide maagdelijns, Gbel Babele, de schoonste jonkvrouw
in Wrzburg, een zwangere vrouw, twee zoontjes van een raadsheer, zijn
groote dochter en vrouw, een blind maagdelijn en de dikke edel -
Uit Zweden, 1669: De rechtsgeleerden en rechters opperden bezwaar,
heksen te folteren alleen op grond van de praatjes van onmondige kin-
deren. Maar de geestelijkheid stond er op; eerst nadat vele kinderen ver-
brand waren, gelukte het aan een der wereldlijke assessoren, den theologen
door een proef het bewijs te leveren, dat de Heilige Geest geenszins uit
de gemartelde kinderen sprak, zooals deze beweerden."
Dit godgevallig werk was bovendien zeer winstgevend, want het vermogen
werd na aftrek der onkosten van folter en brandstapel volgens recht ver-
deeld onder den landsheer (3), de geestelijken, rechters, aanbrengers en
beulsknechten () niet ergens in Rusland, maar in Germaansche
gouwen.
22
Hi er zi en wij dus de tegenstel l i ng: aan den eenen kant de Ger -
maansche vrouw, di e in de voorstel l i ng onzer voorvaderen
di chter bij de goddel i j ke krachten stond dan de man, en aan
den anderen kant de vrouw als verl ei dster tot zonde, de Eva" .
Aan di en anderen kant stond ook de vrouw, di e maagd bl eet,
di e zi ch van al het aardsche en vl eeschel i j ke" af wendde en
ophi el d een gevaar " te zi j n.
Al dus zi en wij tevens een t weede tegenstel l i ng: aan den
eenen kant de Germaansche vrouw, di e haar bestemmi ng vi ndt
in het Moeder schap, in het schenken aan de si bbe van krach-
t i ge, waardevol l e, edel e zonen en docht eren, in een samen-
l evi ng di e nooit iets zondi gs had gezi en in de natuurlijke ge-
meenschap van man en vrouw, di e in de organi sche eenhei d
eerst den vol l en mensch zag. En aan den anderen kant de
Oosf ersche voorstel l i ngswerel d, di e het natuurlijke als zonde
zi et, het gesl achtsl even als onrei n en di e daarom ui tei ndeli jk
aan de maagd een bi j zondere waarde t oekende, een waarde,
di e in het Noor den onbekend was.
Wanneer wij deze twee werel den t egenover elkaar stellen met
deze wei ni ge woorden en slechts enkel e voor beel den uit een
ei ndel ooze reeks, reeds dan beseffen wi j , waarom de vrouw
met de komst van het chri stendom niet wer d opgeheven, maar
oml aaggestooten-
Reeds lang gel ooven wij niet meer aan de bakerpraatjes over
de Germaansche vrouw, di e het werkdi er en de dobbel i nzel
van den man was, want wij hebben de tal l ooze get ui gen uit de
fami l i egeschi edeni ssen van het Noor den in den laatsten hei den-
schen ti jd, in de saga' s-
Ook zijn wij di e vergi fti gi ng, dank zij ons Germaansche bl oed,
weer te boven gekomen (het laatste heksenproces met ter dood
ver oor deel i ng had in Dui tschland in 1775 plaats en in 1740
schafte de Koni ng van Pruisen als eerste de pi j nbank af). Maar
hebben wij ons wel heel emaal reeds van dit gif bevri jd? Is er
niets bl i j ven hangen van de voorstel l i ng, dat de man vol l edi ger
mensch is dan de vrouw en zi jn wij weer tot het besef ge-
komen, dat deze twee, eerst in gemeenschap, den mensch van
23
het Noordras vormen? Is de vrouw niet nog ten deel e Oos-
t ersch" gebl even in onze voorstel l ing, en gedraagt zij zi ch
nog niet dikwijl s zoo? Het erotische trad bij de Germanen nooit
op den voorgrond, de l iefde werd nooit zwoel . Koel is het
Noordras en des te inniger en di eper, naarmate hef aan de
oppervl akte gesl oten is.
Hebben wij den weg naar ei gen aard weer teruggevonden?
Hij teekent zich reeds af.
Wi j gel ooven niet meer aan heksen, goddank niet meer, maar
is het heksen-gel oof in Europa uitgestorven? Laten wij dat niet
te gauw denken! Dat in 1879 in Rusland nog een heks werd
verbrand, vi nden wij niets bijzonders. Daf in 1913 in Fl orence
een vrouw van hekserij werd verdacht en met gebonden voeten
in een bakoven werd geschoven (toen de schoenen reeds ver-
brand waren werd zij bevrijd), verwondert ons al iets meer,
maar dat z. g. ontwi kkel de menschen van deze eeuw er aan ge-
l oof den, is wel l icht minder aannemel ijk. Toch is het zoo. In het
jaar 1926 kon de zeer gel eerde Gehei me Justizrat Professor Dr.
Bornhack schrijven: Toch hebben heksen werkel ijk bestaan, di e
als laatste resten van ontaard hei dendom door de christelijke
kuituur bestreden en uitgeroeid moesten wor den. " Deze schrij-
ver was ook van meeni ng, dat de pijnbank nog wat langer
in gebruik had moeten bl i jven: De afschaffing van de pijn-
bank geschi edde dus ten deel e nog te vroeg, aleer de tijd er
rijp voor was. " Wat hij ons opdl scht als laatste resten van hei -
dendom, is nief anders dan import uit het Zui den. Onze hei den-
sche voorvaderen gel oof den noch aan heksen noch aan den
dui vel . Deze di ngen, in hun meesf barbaarsche vormen, konden
al l een in het ziekel ijk brein van Oost erl i ngen en ontaarden
ontstaan; van mannen, di e in de vrouw een gevaar, een ver-
l ei di ng tot zonde zagen en anders niet.
Niets is verfrisschender na al deze el l ende, dan het l ezen van
een stuk IJslandsche saga. Hef zij ons tot opwekki ng en richt-
snoer. Wat zul l en wij kiezen? Nemen wij een der schoonste
epi soden, het ei nde van een rijk en bewogen l even van een
mensch van groofe besl i ssi ngen", een vrouw, di e als stam-
24
moeder werd beschouwd van een groot en begaaf d gesl acht:
Aud de Di epzi nnende.
Haar vader, Keti l Platneus, verovert op aandri ngen van Haral d
Schoonhaar (eind 9e eeuw) op tegenstanders van dezen koni ng
van Noorwegen de Hebr i den. Maar dan werpt hij zi ch als zel f-
standig heerscher op en betaalt geen schatting, waarop zi j n
Noorsche bezi tti ngen in besl ag genomen worden. Keti l , haar
vader, sterft; haar man valt in Ierland. Dan is zi j bi j haar zoon
en diens ki nderen in Dubl i n. Al s deze valt, gaat zi j naar Schot-
l and. Daar bouwt zij heimelijk een groot schi p en vaart met
heel haar verwantschap voor zoover di e nog in leven is en haar
kl ei nki nderen naar de Or kaden. Dit alles deed zi j temi dden van
onrust en oor l og en nam veel bezi t en gevol g mee, mannen
van beteekeni s en adel l i j ke afkomst zel fs. Zi j voer dan naar de
Or kaden en bracht een voornaam huwelijk voor een kl ei ndoch-
ter tot stand; van hen stamt hef heel e gesl acht der Or kaden-
jarlen af.
Daarop voer zi j naar de Far-er-el l anden en huwelijkte een
andere kl ei ndochter uit. Van deze stamt het voornaamste ge-
slacht dezer ei l anden af.
Toen maakte Aud haar scheepsgenooten bekend, dat zij van
pl an was naar IJsland te varen. Hef schi p strandde daar aan de
kust en gi ng verl oren, maar menschen en l adi ng werden gered.
De saga verhaalt dan, hoe zij tenslotte zelf land neemt en de
hofstede I n het kl ei ne d a l " bouwt. Zi j geeft land aan mannen
uit haar gevol g, heeft in alles de l ei di ng.
Nu maken wij ons al een voorstel l i ng van deze prachti ge vrouw.
Van haar j ongsten kl ei nzoon hi el d zij het meest; hij was groot
en sterk, schoon om te zi en en flink in al l e opzi chten en Aud
gaf te kennen, dat zij hem haar bezi tti ngen zou vermaken.
Zi j begon toen zeer den last van den ouder dom te gevoel en en
riep den gel i ef den Ol af Feilan tot zi ch en zei de, dat het tijd
voor hem was om te huwen. Ol af vr oeg haar hierin om raad.
Een huwelijk komt tot stand en een groot bruiloftsfeest wordt
gehouden, waar vel e voornamen gast zi j n. Aud was zoo oud,
dat zi j voormi ddags niet meer opstond en ook vr oeg naar bed
gi ng en ni emand mocht haar storen of vragen hoe het haar gi ng.
25
Op den brui l oftsdag sl i ep zij l ang, was echter toch op, toen de
talrijke gasten kwamen, en berei dde hun een waardi ge ont-
vangst. Daarop betrad zij met de gasten de feestzaal en al l en
bewonderden de pracht, waarmee het feest was aangericht.
Daarop nam Aud getui gen en gaf haar bezi tti ngen in ei gendom
aan Ol af, haren kl ei nzoon. En nadat zi j dit gezegd had, stond
zij op en zei de, dat zij naar haar kamer wi l de gaan, waar zij
placht te sl apen; zi j verzocht de gasten zi ch te vermaken,
zooal s i eder dat het liefst deed en zi ch het huisbier goed te
laten smaken. Men verhaalt, dat zij een hooge, krachtige ge-
stalte had. Zij gi ng snel door de zaal naar de deur en de
mannen spraken onder elkaar, hoe voornaam in houdi ng deze
vrouw nog was. De mannen dronken nu den avond door, tot
de tijd hun scheen gekomen te zi j n, om te gaan sl apen.
Den vol genden morgen gi ng Ol af Feilan naar de sl aapkamer
van zijn groot moeder Aud- En toen hij het vertrek bi nnentrad,
zat Aud in het bed, tegen de kussens gel eund- Zij was dood.
Ol af gi ng daarop naar de zaal terug en ver kondi gde het
nieuws. De mannen spraken er hun bewonderi ng over uit, hoe
Aud tot het laatste toe haar waardi ghei d had bewaard. Zoo
vi erde men nu bei de tegel i j k: de bruiloff van Ol af en hef
doodenmaal voor Aud. Den laatsten dag van het feest wer d
Aud in den heuvel gebracht di e voor haar best emd was. Zij
werd in een schi p in den heuvel begraven en veel bezi t werd
haar meegegeven; daarop wer d de heuvel boven haar di cht-
gemaakt . . . .
Tot zoover de saga.
Aud was met haar vader in Ierland of op de ei l anden geker-
st end; niet Roomsch, maar l ersch-Schotsch. Zij had bij haar
hofstede een kruis laten opri chten en daar placht zi j te bi dden,
op de Krui sheuvel s", met den wi j den blik over land en zee.
Haar blik zal ver zijn gegaan, naar de voorvaderen in Noor -
wegen en naar de christelijk begraven si bbegenoot en en naar
haren man, daar ver in het christelijk l and. Haar hei densche na-
komel i ngen ontwi j dden deze pl ek niet; de heuvel werd de
hei l i ge heuvel der voor vader en" , nog een eeuw l ang, een
eeuw di e weer hei densch zou zi j n. Daar haal de men hei l en
26
r aad" , op deze gewi j de plaats, waar ook Aud de Di epzi nnende
had g e b e d e n . . . . (Vrij naar de Laxdoel a-saga (Thule ui tg.
deel VI) en Kummer, Her d und Al t er " , deel II.)
Zoo konden Ger maansche vrouwen zijn in den ti j d, toen
chri stendom en hei dendom nog in elkaar over gi ngen en geen
onver dr aagzaamhei d of helle-angst in de harten van deze ver-
dr aagzame menschen waren gepl ant door een ander chri sten-
dom, dat het sterkere zou bl i j ken fe zi j n, hef Roomsche. Wi j
zijn ver wonder d hoe groote heeren, wi ki ngen, mannen van
naam, t egen deze vr ouw opzi en en zi ch daar niet voor schamen.
Wi j zijn ver wonder d, hoe hoog zi j het hart draagt en hoe
gel i ef d zi j toch is; een andere epi sode mel dt daarvan. En wij
zijn bovenal ver wonder d, hoe vr eedzaam hier hei dendom en
chri stendom naast elkaar bestaan, zonder naar het schijnt den
si bbeband fe ver br eken. Hoe het nageslacht van Aud de pl ek
di e haar hei l i g was, hei l i g hi el d en hoe dit nageslacht hier ook
waarlijk hei l " zocht en kr eeg, dat si bbehei l , di e levenskrachf,
di e van groofe menschen ui tgi ng en overstroomde in de si bbe-
genoot en, ook na den dood.
Wi j zijn verwonderd over dit alles, omdat wij zijn afgedwaald
en omdat men ons heeft wi l l en wi j smaken, dat de Ger maansche
Vrouw door het chri stendom uit een nederige, rechtel ooze
posi ti e zou zijn opgeheven.
} tams nocfj fjer ber ?!te ein itt alo getan,
ba? feein broutoe olte nemen nimmer man,
t}enmaere tr betber mille.
<ubrun, tr. 1034
27
V. O N Z E TAAK
Het huwel i j k kan niet doel in zi ch zelf zijn, maar
moet het ne groot ere doel di enen: de ver meer de-
ring en i nst andhoudi ng van soort en ras. "
Adol f Hit/er.
Wi j spraken van man en vrouw en van velerlei di ngen en ver-
gaten de liefde.
Vergaten? Neen, maar er is iets, dat ons weerhoudt. In hei den-
schen tijd gol d het op IJsland als ongemani erd en bel eedi gend,
liefdesgedichten op een vrouw fe mken. Toch kwam het wel
voor en wij hooren van dichters met lersch bl oed, di e het niet
laten kunnen! Hoe koel is toch Noordras-aard en hoe anders dan
hef Zui den, dat kan zwel gen in liefdeszangen. Wi j zijn anders;
al lezen wij in de saga' s van innige liefde tusschen man en
vrouw zoo terloops haast, maar echt en innig toch wijdt
de saga-dichter er niet over uit, er zijn belangrijker di ngen dan
deze al te individualistische aangel egenheden; daar is de si bbe
en al wat daarmee samenhangt, di e si bbe waar heel het leven
en alle bel angen om draaien en de liefde is een schoone t oe-
gift, niet zel dzaam, maar toch ook niet regel toen niet en
nu niet.
Soms komt het ons voor, dat wij met ons woord l i ef de" niet
het juiste treffen, wanneer wij de verhoudi ng van man en vrouw
in den Saga-fijd willen beschrijven. Trouw is er sterker in en
vooral de trouw t egenover gemeenschappel i j ke opgaven, in ge-
meenschappel i j ke gevaren. Het was geen zinnelijke begeert e,
geen onbegrensd zi ch overgeven, maar het samen opvatten
van een taak. Daaruit groei de dan vaak een hechte ver bonden-
hei d, een wederzi j dsch hoogacht en, een liefde tot in den dood.
Het zel f de geldt van de liefde tot de kinderen. Hoe vr oeg wer-
den zij aan gevaren bl oot gest el d, hoe hard kon een moeder
zijn, wanneer zij ook maar een oogenbl i k dacht, dat een zoon
zou talmen zijn leven op het spel te zetten, wanneer si bbe-
plicht het eischte. En toch hooren wij van een moeder, di e ziek
2 8
wer d, toen zi j hoorde van den dood harer mi nderj ari ge zoons;
zi j l ag den ganschen winter te bed; en zi j trok zi ch dat alles
zoo aan, dat zij stierf." Doch ook hier zocht l i efde niet ei gen
gel uk, maar kon zij alles offeren, terwille van het si bbehei l en
de eer, waarvoor zij waren geval l en.
En wat zi en wij in onze dagen? Begi nt ook onze l i efde niet
harder fe worden? Stellen ook wij niet iets anders boven ei gen
geluk en het gel uk onzer kinderen? Wat anders is hef, wanneer
een moeder uit onzen tijd haar zoon bl i j moedi g laat gaan naar
het front, een verl oofde haren vri end? Zooal s wij reeds zei den,
in plaats van Si bbe" kwam Vol k" , en veel van wat mef de
si bben verl oren gi ng, herleeft in vol k en in de Gr oot - Ger maan-
sche Gedacht e.
Want het is ook voor ons niet zoo, dat wij deze pl i chten t egen-
over Vol k boven ei gen geluk stel l en, maar het is letterlijk zoo,
dat wij geen geluk meer kennen buiten deze pl i chtsvervul l i ng,
dat wij ons even hei l - en eerl oos zouden voel en, even ongel uk-
ki g als onze voorvaderen, wanneer wij er ons aan zouden ont-
trekken.
Daarom beroeren deze Saga' s ons zoo wonderl i j k. Wi j herken-
nen er onszelf i n, dezel fde houdi ng, dezel fde hardhei d, dezel fde
l i ef de", al l een dat het bi j ons nog zel dzaam, zwakker, mi nder
vanzel fsprekend is; het is nog geen vol kstradi ti e. Maar evenmi n
als in Sagafi j d al l een de man deze houdi ng t egenover het l even
kende, evenmi n is het denkbaar, dat thans de mannen al l een
dragers hiervan zul l en zi j n. Zi j moeten wet en, dat thuis moeders,
brui den en vrouwen l even, di e in niets hun mi nderen zi j n, ook
niet in hardhei d, di e hardhei d, di e voor ons een hoogere vorm
van l i efde is.
De i ndi vi dual i sti sche tijd di e achter ons ligt, zag in het huwelijk
in de eerste plaats bevr edi gi ng van ei gen behoeften, behoeften
van vel erl ei aard. In de eerste plaats? Neen, ei genl i j k in de
eerste en in de laatste plaats, en daartusschen was geen plaats
voor iets anders. Nu groei t iets anders daarfusschen: i nstand-
houdi ng van het ras, rein houden van het bl oed verpl i cht i n-
gen t egenover Vol k en Groot germaansche Gemeenschap. Koud
en zonder liefde? Ach, wij Noor der l i ngen, wij weten wel beter!
29
Al l een maar berekenend en nuchter? Het lijkt er niet op! Maar
k koel en k nuchter, naast een verborgen hartstocht, die
niet makkelijk over l iefde spreekt.
Wi j weten uit de Saga' s en de Germaansche hel denl iederen van
den vol ksverhuizingstijd, dat de man zeer zeker instond voor
de sibbe-eer; maar wij weten ook, dat in vel e geval l en de
vrouw nog fel l er, nog vasthoudender kon zijn. Zij was het vaak,
die den man maande, ja, wij zouden haast zeggen hem hitste
om bl oedwraak te nemen en niet te rusten al eer aan de eer
van de sibbe was vol daan. Want naar Heidens-Germaansche
voorstel l ing was die sibbe tot ondergang gedoemd, die de
kracht niet meer had zich recht te verschaffen, die zijn plicht
tegenover een gedooden sibbegenoot niet kon vervul l en, hoe
dan ook, zij het eerst na jaren.
Heel deze voorstel l ing van bl oedwraak en de ingewikkel ds
rechtsvoorstel l ingen en gebruiken die er mee samenhangen,
staan in nauw verband met sibbe. Dit alles leeft niet meer en
kan niet herl even. Maar er is een andere kant die wel herl even
kan; dat is het bewustzijn, dat in de sibbe het erf goed van den
aanl eg geborgen is, een erf goed, dat meer waard is dan bezit,
dat voorwaarde is tot alles wat groot en edel is. En daarin zijn
niet al l e sibben gel ijk! Er zijn sibben die ver boven de mi ddel -
maat uitsteken, wier erf goed er bor g voor is, dat ook de na-
komel ingen meer dan middel mat ig zul l en zijn, mits. . . . ja, mits
zich edel bl oed met edel bl oed paart. Hier zijn wij nu op het
punt aangekomen, waar sibbe voor ons beteekenis heeft. Wi e
het grondbeginsel van de wet der erfel ijkheid kent, kan het
vol gende begr ijpen; van de duizenden aanl egdragers die ieder
mensch van vader en moeder meekrijgt, zijn er gunstige en
minder gunstige. Zoo zijn er b.v. die een goed verstand waar-
borgen. Maar hef verstand is niet afhankelijk van n enkel en
aanl egdrager, doch van meerdere; er zijn ook verschil l ende
soorten en richtingen van verstandel ijke begaaf dheid; daarnaast
bestaat er een aanl egdrager voor al gemeene intel l igentie en
zijn er andere (soms overdekbare), die geringe intel l igentie,
tot zwakzinnigheid toe, veroorzaken. Zoo kan het zeer goed
voorkomen, dat in het erf goed van een hoogbegaaf de, ook
30
overdekbare aanl egdragers voorhanden zijn van geri nge i ntel -
l i genti e.Het kan daardoor voorkomen, dat uit zeer mi ddel mat i ge
ouders toch een knappe zoon geboren wordt, di e een gel uk-
ki ge toeval scombi nati e is van de aanl egdragers der ouders.
Maar hij zal ook overdekbaren, mi nder gunstigen aanl eg in zijn
erf goed bezi tten en ook dat doorgeven aan zijn ki nderen.
Heel anders is het, wanneer wij si bben hebben met als het ware
opeenhoopi ng van gunsti gen aanl eg. Dan zul l en de ongunsti ge
factoren geri ng in aantal zijn en dan zul l en de ki nderen nage-
noeg zonder ui tzonderi ng waardevol erf goed erven. Onze Ger -
maansche voorouders wisten dit, al wisten zij niet hoe dit in
zijn werk gaat en wij weten dit laatste nog nauwelijks een
halve eeuw.
Wanneer wij dit bedenken, begri j pen wij dat een begaaf de
si bbe deze begaaf dhei d zal behouden, wanneer zi j huwelijken
aangaat in andere begaaf de si bben. Ni et zoo maar met een
begaaf den enkel i ng uit een wi l l ekeuri ge si bbe, zulk een gunsti ge
toeval scombi nati e di e ook ongunsti g erf goed in de si bbe mee-
brengt, doch een uit een si bbe di e er waarborg voor is, dat
zijn heel e erf goed (ook de overdekbare bestanddeel en) waar-
devol is.
Wi j zijn hiermee terecht gekomen op het gebi ed der erfelijk-
hei dsl eer en wi l l en daar niet verder op i ngaan. Wi j leeren er
deze oude waarhei d uit begri j pen:
Een si bbe mef voortreffelijk erf goed zal dit alleen behouden,
door fe huwen met si bben van even voorfreffeli/k erf goed.
Daarvoor is noodi g si bbe-kenni s, si bbe-bewustzi j n en het besef
van de zedel i j ke plicht tegenover zijn si bbe, om vr het aan-
gaan van een huwelijk onderzoek in fe stellen naar de andere
si bbe. Dit zal een zede moeten wor den, iets dat voor j onge
menschen vanzel f spreekt, dat bi ndt, zooal s al l e zede bindf.
En wi e zouden zi ch aan di e zede houden? Zeker niet het volk
als geheel . Het zal altijd een betrekkelijk kl ei n aantal zi j n, dat
deze di ngen verstaat en er naar zal wi l l en l even. Uit dezen
zul l en de ui tgel ezen si bben met voortreffelijk erf goed kunnen
voort komen. Zi j zul l en den ni euwen adel " vormen, zi j zul l en
het huwelijk niet meer als een zui ver persoonl i j ke aangel egen-
31'
hei d beschouwen, maar als een verbintenis, di e in dienst staat
van iets, dat boven persoonl i j k bel ang uitgaat.
Daarmee zal een deel van de oude beteekenis van si bbe weer
herl eefd zi j n, maar in ander verband. Want het zal nu niet alleen
om de si bbe zelf gaan, het zal in dienst staan van een grootere
eenhei d. Wi j spraken daar reeds over. Een deel van de waarden,
di e in si bbe geborgen l agen, is overgegaan naar Vol k en van
Vol k naar de Groot germaansche Gemeenschap. Si bbe zal in
dienst staan van di e gemeenschap en door di e gemeenschap
in dienst van ons ras. Er moeten voor heel het vol k zeer zeker
wetten ui tgevaardi gd worden, di e de erf gezondhei d behoeden
en bevorderen. Wat wij hier echter bedoel en is nog iets anders.
Hef is het ontwaken van een verantwoordel i j khei d tegenover
ons Noordras, di e niet door wettelijke bepal i ngen kan worden
ger egel d, di e uit ons innerlijk moet opkomen en groei en als
een ni euwe^edel i j khei d. Zeker zal di e hef heel e vol k meer en
meer moeten doordri ngen, maar de voorgangers, de meest-
bewusten, de besten zul l en de dragers er van zi j n, de ar i st oi " ,
zooal s de Gr i eken zouden zeggen. Dit is hef ar/sfocra/ische be-
gi nsel van hef Nafi onaal soci al /sme, dat erkent, dat niet alle
menschen gelijk zi j n.
Wi j staan aan een nieuw begi n en zi en verl angend in de toe-
komst. Soms denken wij mannen, dat wij di e bouwen zul l en,
in kunst en wetenschap, in economi sche ordeni ng en vor m-
gevi ng van de samenl evi ng; mannen, di e ook aan het front
staan. Dit zijn voor het grootste deel ook geen vrouwenzaken,
maar wanneer wij denken dat daarmee al l een ons komende
Ri j k" gebouwd kan worden, dan zul l en wij fal en. Nog immer
waren voor den Germaan gemoedswaarden en intutieve zeker-
heden onmi sbare el ementen bij al l en opbouw en hef is nog
steeds zoo, als onze voorvaderen het zagen, dat de vrouw
di chter bij deze waarden staat dan de man. Niet de vrouw, di e
opgesl ot en fusschen vi er muren haar plichten i j veri g nakomt,
di e ki nderen baart en grootbrengt en ze laaf ui tvl i egen in een
werel d, waar zi j zel f ei genl i j k is bui tengesl oten. Neen, maar
di e vrouw, di e ook mi dden in het l even staat, di e persoonl i j k-
32
hei d is, di e het vol l e leven aan onze ki nderen kan voorl even,
di e weef waar het om gaat, bewust, di e leeft met ons voor
hetzel fde i deaal .
Daartoe zijn mannen noodi g di e in het huwelijk weer meer en
iets anders zi en dan een instelling ter bevredi gi ng van het
sexueel e, ook iets anders dan l i efde al l een; mannen, di e van
de Oostersche vergi fti gi ng vol komen zijn genezen.
Daar rust op ons een groote verantwoordel i j khei d. Op ons man-
nen, di e het onze vrouwen mogel i j k moeten maken, waarlijk
vrouw te zi j n, zonder onder dani ghei d" , als vol komen vol -
waardi ge persoonl i j khei d, door haar dan ook als zoodani g fe
zi en. Doch ook op de vrouwen. Darr heeff eens gezegd:
n
D e
schoot der vrouw, maar ook haar denkwi j ze en gezi ndhei d,
hebben meer aandeel aan het op en neer der gesl achten, aan
het op en neer van den staat, dan de bekwaamheden en onbe-
kwaamheden der mannen. " Dat gol d in de Germaansche oud-
hei d, wij l ezen het dui del i j k uit de saga' s. Maar het gel dt ook
thans. De onderdani ge vrouw kan haar plaats niet i nnemen, di e
haar in onze kuituur van nature" toekomt, di e zij in moet
nemen, zal de hei l i ge Or d e " weer hersteld worden.
Maar ook op de vrouw rust een groote verantwoordel i j khei d.
De Germaansche vrouw kan v r i j " zi j n, want zij is geen
gesl acht swezen" in de eerste plaats, zij leeft niet voor het
sexueel e al l een. Bij haar is niet zooal s bij sommi ge andere
rassen alles op het sexueel e gericht en i ngestel d. Darr spreekt
van een ni et-sexueel e vr i j hei d" der Noordras vrouw, een vri j -
hei d echter, di e in crisistijden van het kultureele l even om kan
slaan in het t egendeel , in sexueel e vr i j hei d". Wi j kennen dit
verschijnsel uit de geschi edeni s van het Noordras en Darr
zegt er van:
Op het oogenbl i k, dat de ni et-sexueel e zedel i j ke vri j hei d
van de Noordras-vrouw omslaat in een onzedel i j ke sexueel e,
is tot op heden in de geschi edeni s nog steeds de opl os-
sing van den staat met verbi j sterende snel hei d i nget reden. "
In plaats van staat, had ook kuituur kunnen staan. Wi j staan
aan den rand van zoo' n omkeer, di e de ondergang befeekent
33
o f a a n het b e g i n v a n e e n h e r b o r e n z e d e l i j k h e i d , o v e r e e n k o ms t i g
o n z e n a a r d .
Wa t i s z e d e l i j k ? z o u d e n wi j k u n n e n v r a g e n wa t i s z e d e -
l i j k h e i d o v e r e e n k o ms t i g o n z e n a a r d ? He t u n i v e r s a l i s me k e n t e e n
a l g e m e e n g e l d e n d e z e d e l i j k h e i d , e e n z e d e l i j k h e i d v o o r a l l e s wa t
e e n me n s c h e n g e z i c h t heef t . Wi j w e f e n e c h t e r d a t o o k di t a a n
r as g e b o n d e n i s. W a t v o o r het N o o r d r a s e e n o n z e d e l i j k e l e v e n s -
h o u d i n g i s, b e h o e f t d a t n o g ni et v o o r a n d e r r as t e z i j n . M a a r
wi j wi l l e n ni ef o n z e z e d e l i j k h e i d g a a n b e s c h r i j v e n e n o ms c h r i j -
v e n ; wi j wi l l e n h a a r ni et d o o d - d e f i n i e e r e n , wa n t zi j mo e t
s p r e k e n ui t h e t g e e n wi j i n d e z e b l a d z i j d e n o v e r d e v e r h o u d i n g
v a n ma n e n v r o u w z e i d e n . M a a r o m o n s a n t i - u n i v e r s a l i s t i s c h e
s t a n d p u n t s c h e r p t e d o e n u i t k o me n , z o u d e n wi j e r di t v a n wi l l e n
z e g g e n :
Zedelijk is, wat d e i n s t a n d h o u d i n g v a n h e t r as b e v o r d e r t .
Ei g e n l i j k sl ui t d a t a l l e s i n z i c h . Z e d e l i j k i s d a n ni et d e v o o r t -
p l a n t i n g z o n d e r me e r , ma a r z e d e l i j k is d a n b o v e n a l d i e v o r m
v a n v o o r t p l a n t i n g , d i e ni et t ot e e n o p l o s s i n g v a n d e n s t a a t "
v o e r t o m d e w o o r d e n v a n Da r r t e g e b r u i k e n , d i e k u i t u u r -
b e h o u d e n d i s e n v o o r t b o u w t o p d e o u d e w a a r d e n , d i e i n o n s
r as b e s l o t e n l i g g e n . Z e d e l i j k i s d a n b o v e n a l d e v e r b i n t e n i s v a n
e d e l b l o e d . O n z e d e l i j k i s d e v e r m e n g i n g me t v r e e m d b l o e d ;
ma a r o o k d e v o o r t p l a n t i n g v a n e r f z i e k b l o e d i s d a n o n z e d e l i j k ,
wa n t o o k d a t b e n a d e e l t d e i n s t a n d h o u d i n g v a n het r as. O n z e d e -
l i j k i s h e t , h e t a a n t a l k i n d e r e n t e b e p e r k e n , w a n n e e r d e m o g e -
l i j k h e d e n v o o r e e n g r o o t g e z i n g e g e v e n z i j n . Z e d e l i j k i s het
a f s t a n d d o e n v a n k i n d e r e n , w a n n e e r wi j w e t e n d a t z i j d r a g e r s
v a n mi n d e r w a a r d i g e n a a n l e g z u l l e n z i j n .
A l l e e n d a n z u l l e n wi j z u i v e r t e g e n o v e r al d e z e d i n g e n k o m e n
t e s t a a n , w a n n e e r wi j g e n e z e n z u l l e n z i j n v a n d e Oo s t e r s c h e
v e r g i f t i g i n g " , wi j ma n n e n z o o w e l al s v r o u w e n .
Wi j v a n het h u i d i g e g e s l a c h f , wi j z i j n n o g ni et z o o v e r , ma a r
wi j z i e n v e r l a n g e n d ui t i n d e t o e k o ms t , d i e v o o r o n z e k i n d e r e n
e n k i n d s - k i n d e r e n z a l z i j n e n wi j t wi j f e l e n ni et d a t z i j z u i v e r d e r ,
e c h t e r z u l l e n s f a a n t e g e n o v e r d e v r a a g s t u k k e n , d i e d e v e r -
h o u d i n g t u s s c h e n ma n e n v r o u w o n s n o g st el t .
Sf e r k z a l bi j d e b e s t e n het b e wu s t z i j n v a n d e p l i c h t e n t e g e n o v e r
3 4
ras en volk zijn en de romantische l i efde van den romantischen
tijd zal ui tgroei en tot een hechte verbondenhei d in de vervul -
l i ng van de gemeenschappel i j ke taak in dit l even; en waar de
voorwaarden daartoe gegeven zi j n, zal in stilte daaronder
bl oei en de l i efde, nief met veel uiterlijk vertoon, niet met veel
woor den, maar ook niet beperkt tot de j onge j aren, doch hecht
en sterk door het l even heen, niet verwel kend, maar j ong, zoo-
als menschen met een taak en een ideaal j ong bl i j ven tot het
ei nd. Zij zijn er trouwens altijd geweest, deze huwel i j ken, want
het zit ons in het bl oed; taak en i deaal echter zijn anders
gewor den.
Wi j hebben de vel e vraagstukken nog nauwelijks aangeroerd
en hebben toch het gevoel aan het ei nd te zi j n, want de beant-
woordi ng zal l angzaam uit het l even moeten gr oei en; uit het
l even van de besten, di e het i deaal vr-l even, z daf zi j ,
di e van eender bl oed zi j n, hun ei gen weg er in herkennen.
Maar dit is ^alreeds zeker: in den gewel di gen strijd, di en het
Noordras om zijn bestaan voert, is sterke voortpl anti ng van de
waardevol ste el ementen noodzaak en plicht. Het gaat om erop
of eronder en mef een f er ugl oopend geboort en-overschot zijn
wij ten doode gedoemd. Daarom reeds sfaan wij geheel
anders t egenover hef bui tenechtel i j ke ki nd van goed ras, dat erf-
gezond is. Het is ons vol waardi g. Maar ook weten wij, dat het
huwelijk in een zeer bepaal den vorm aan het Noordras ei gen
is. Zoogoed als wij anders dan de nomade t egenover den
arbei d staan, di e ons geen vl oek en pl aag is, maar taak en
l evensvoorwaarde, zoogoed staan wij anders t egenover de
vrouw. Maar ook de Germaansche vrouw staat anders t egen-
over den man. Bernhard Kummer zei het dui del i j k en scherp-:
Wi j zijn nu eenmaal niet daartoe gebor en nomaden van den
arbei d en van de l i efde te zi j n. Doch wi e het in het een is, di e
is het in het ander ook. "
Het past in dezen tijd en het past bij onzen aard, om over-
denki ngen, di e toch ons al l erbi nnenste leven raken, met een
haasf nuchtere overwegi ng te bei ndi gen. Gnther wijst erop,
35
dat ook de enkel voudi ge echt, de liefde tot ki nderen, en hef
zi en van het huwelijk als een deel der hei l i ge Or de, op natuur-
lijke wi jze door zifting (selectie) zul l en zijn onfstaan. Eerst
tijden van decadenti e zagen in het huwelijk een inrichting fer
regel i ng van het geslachtsverkeer. Zi n en oorsprong van het
huwelijk is het gezi n, is vaderschap n moederschap, is voort-
pl anti ng n opvoedi ng. Wanneer vrouwen zi ch echter als ge-
sl achtswezens" gaan voel en en door de mannen zoo worden
gezi en, dan is het zwaartepunt ver l egd, dan breken natuur-
lijke verhoudi ngen di e bij ons ras hooren, dan gaan Noordras-
vol ken ten onder. De vergi fti gi ng van het Zui den en de be-
schaving voerden ons op dezen gevaarl i jken weg. Onze taak
is het den weg fe hervi nden naar de natuurlijke, gezonde en
organi sche verhoudi ngen.
Doch wat is nu nat uurl i j k" voor ons? Gnther wijst er op, dat
een zekere i nperki ng van de geslachtsdrift door zeden en wet-
ten reeds bij de eerste menschhei d aanwezi g moet zijn geweest,
daar ongebondenhei d op dit gebi ed de instandhouding van de
soort schaadt. Zoodoende moeten door zifting steeds weer di e
menschengroepen zijn ui t gedel gd, di e niet aan deze voorwaar-
den vol deden. Zoo ontstond een zekere regel i ng en orde op
dit gebi ed, niet als eerste kuituurstadium, maar als voorwaarde
daartoe. (Ehe, bl z. 96.) Op dezel f de wi jze werden di e paren
ui t gezeef d, waarvan man en vrouw bi jeen bl even, want dit
was voorwaarde voor de i nstandhoudi ng; i ndi vi duen, di e deze
nei gi ng niet hadden, werden van de voortpl anti ng ui tgesl oten,
doordat te wei ni g ki nderen opgroei en konden. Ook l i efde tot
de ki nderen werd op deze natuurlijke wi jze door zifting en uit-
del gi ng tot ei genschap van de soort (Ehe, bl z. 255). Zoo waren
dan di e di ngen, wel ke wij zoo gauw als kultuurverschijnselen
aanzi en, geen voortvl oei sel van een vroegste kuituur, maar
voorwaarde voor de geschi edeni s van den mensch als mensch
(Ehe, bl z. 253). De ontwi kkel i ng van het Noordras is in deze
richting voortgegaan en hi el d aan den enkel voudi gen echt van
den oertijd vast tot op heden. Ni ettegenstaande het chri s-
t endom, dat, ontsproten aan ander ras, op dit punt onzeker was.
Want het chri stendom gi ng uit van vol ken met veel wi jveri j.
36
Zooal s bekend, verbi edt het N.T, de veel wi j veri j al l een voor
bi sschoppen en di aconen en eerst de kerk der mi ddel eeuwen
stond pri nci pi eel op het standpunt van den enkel voudi gen echt.
De i nvl oed van het O.T. bracht echter steeds weer onzekerhei d,
daar de hei l i ge aartsvaders immers in veel wi j veri j hadden ge-
l eef d. Noch Roomschen, noch Protestanten konden ui t de
Schri ft" bewi j zen, dat veel wi j veri j verboden was. Zoo hi el d
dan ook de roomsen-kathol iek Caietanus de veel wi j veri j voor
geoorl oof d en Luther meende, dat het niet verboden was;
Mel ancht on hi el d haar voor toel aatbaar, ofschoon niet raad-
zaam, enz. (Ehe, bl z. 105106).
Het voor ons nat uur l i j ke" en zedel i j ke zijn zoodoende niet fe
schei den. Ook hier valt de werel d, onze werel d, niet uiteen in
een natuurlijke voor het l ichaam en een bovennatuurl i j ke voor
den geest. Hier, in dit natuurlijke, ligt het bl i j vende, onver-
anderl i j ke, de scheri ng van het weef sel , ook voor de toekomst,
di e met den ni euwen inslag ni euw patroon zal weven. Instand-
houdi ng, voortbestaan en vri j hei d zijn al l een mogel i j k in de
gebondenhei d aan deze scheri ng. Hoe sterk, gesl oten en recht-
uit was het l even op IJsland in den grooten saga-ti j d, toen de
vrouwen van moedi ge, weerbare gezi ndhei d waren, manende,
waar noodi g, en aansporend, ja dri j vend tot bl oedwraak, wan-
neer de si bbe-eer het eischte, offerend hun persoonl i j k gel uk,
doch niet omdat zij l i efdel oos waren. Maar l i efde had een har-
deren klank, meer als van metaal dan van ruischende zi j de.
Eerst toen in het jaar 1000 het chri stendom offi ci eel was i n-
gevoer d, veranderde ook daar veel in de verhoudi ngen en twee
eeuwen later hooren wij reeds van vr i j e l i ef de".
Trouw, eer, l i efde en manl ijke moed zul l en ook bij ons de
groote waarden zijn, di e het l even zijn kl eur en klank geven;
di e er vastheid en gesl otenhei d aan geven, en di e man en
vrouw gel ijkel ijk zul l en kenmerken bij de besten. De vrouw zal
geen gehoorzaam aanhangsel van den man zi j n; de man zal
zi ch echter ook niet in mannenbonden" t egenover de vrouw
stel l en. Daarom is voor ons el ke nat uurl i j ke or de" si bbe-orde,
37
daarom kan de ff niet mannenorde zij n. De vrouw zal in
Jeugdstorm, in Arbeidsdienst en Moederscholen als het ware
evenwi j di g aan den man worden opgevoed en gevor md. In
den Volksdienst zal zij mi dden in het leven staan, om te dienen
het gezonde dat hulp behoeft, het goede bloed dat in ver-
drukking raakte. Want ook de vrouw zal de harde werkelij kheid
hooghouden, dat het gezonde meer waard is dan het zi eke-
lijke, het naar aanleg edele meer waard dan het onedele; zij
zal weten dat alles erop gericht moet zij n, het meerwaardige
te vermeerderen en het minderwaardige terug te dri ngen, door
de voortplanting te voorkomen. Zakelij k, nuchter, hard. Maar
niet voortkomend uit een verkommerd en vernuchterd gemoeds-
leven, doch uit deze liefde met een klank van metaal. Geen
liefde, die de enkeli ng en de ei gen zali ghei d in allen deemoed
in het mi dden sfelf, maar di e oer-natuurlijke liefde tot waf sterk
en schoon is, zooals di e leeft in al wat gezond is, zooals di e
vormen zal de verhoudi ng van man en vrouw in onze toekomst,
uit onzen aangeboren aard.
De groote verantwoordelij ke taak is daarom het opstellen van
het i deaal, zooals wij dat voor ons zi en. Wi j kunnen het laten
zien in den oud-Germaanschen tijd, ook in later tijd, maar
bovenal zal het moeten worden voorgeleef d in reeksen van
uitgelezen si bben, in den nieuwen adel.
pen en toaar
is het liefbeleben ban het Joorbras getoeest;
n?ebelijit toas slechts
tnat tegen be erfenis ban het ras inbruisthte.
Barr
38
E N K E L E B O E K E N :
H a n s F. K. Onther F o r me n u n d U r g e s c h i c h t e d e r E h e ,
G a f t e n w a h l ,
Richard von Kienle G e r m a n i s c h e G e me i n s c h a f t s f o r me n .
B e r n h a r d K u m m e r H e r d u n d Al t a r , B n d . I.
D i e d e u t s c h e E h e .
G u s f a v Neckel L i e b e u n d E h e b e i d e n v o r c h r i s t l i c h e n
G e r m a n e n .
3 9
K n . i