You are on page 1of 3

1

Hilversum/Heerhugowaard

21 juli 2011



Geacht programmamanagement mGBA,

Een jaar na het gunnen van het mantelcontract hebben wij, Ockham/Procura, de stand van
zaken van het programma mGBA en onze verwachtingen over de toekomst op een rijtje gezet.
Het beeld dat daaruit naar voren komt vinden wij alarmerend. Wij lichten dat hieronder toe.

Ten aanzien van de voortgang van het programma mGBA constateren wij dat, ruim een jaar
na aanvang, er geen voor realisatie bruikbare specificaties van bouwstenen bestaan. Dat is
evident zeer ernstig. De opdeling van de BRP in bouwstenen die als zodanig ter realisatie aan
mantelpartijen zouden worden uitbesteed was immers de basis van de mGBA aanbesteding en
de acht mantelpartijen zijn mede op basis van hun vermogen om op basis van
resultaatverplichtingen software te realiseren geselecteerd. De weerslag van dit
basisuitgangspunt is ook in de Raamovereenkomst opgenomen.

Dat de basis van de specificaties, het gegevensmodel BRP, pas na een vol jaar zodanig is
uitgewerkt dat het in het Expertplatform enigszins kan worden besproken is hiervan een
zorgwekkend voorbeeld, zeker wanneer dan blijkt dat sommige fundamentele ontwerpkeuzen
nog steeds niet zijn gemaakt.

Met de overige BRP specificaties is de situatie zonder meer dramatisch te noemen. Naast het
gegevensmodel is aan tastbare producten de functionele beschrijving van de burgerzakendeel
van het nieuwe BRP-stelsel opgeleverd, maar zonder de voor systeemontwikkeling essentile
koppelvlakbeschrijvingen, waarvan zelfs nog geen contouren beschikbaar zijn.

Met betrekking tot het deelproject migratie is de score wellicht het meest alarmerend. Daar
hebben wij enkel PowerPoint presentaties ontvangen met alternatieven waaruit nog moet
worden gekozen.

Een product dat wel in groot detail is uitgewerkt is de programmaplanning. Waarop deze
planning is gebaseerd is, zeker voor wat betreft de gegevensmigratie, een open vraag.

Het wordt ons steeds duidelijker dat de tijd om ontwerpen te maken voorbij is en dat er bij
gebrek aan specificaties, buiten wat off the shelf software als een document
managementpakket, geen bouwstenen worden aanbesteed. Daarmee valt de basis onder de
aanbesteding waarop onze bedrijven hebben ingeschreven weg.









2
Wat ons, naast het stilzwijgend afscheid nemen van de oorspronkelijke plannen bijzonder
steekt is dat de in huis aanpak stilzwijgend wordt (is?) gegund aan dezelfde personen die
niet in staat zijn geweest om voor derde partijen bruikbare specificaties te maken en van wie
geen enkele vorm van resultaatverplichting wordt gevraagd. Er is daarmee sprake van een
perverse prikkel bij de ontwerpers om niet met resultaten te komen. Dat de leidende
ontwerpers afkomstig zijn van niet-mantelpartijen onderstreept nog eens hoezeer de
aanbesteding tot een dode letter is verworden.

Ockham/Procura heeft zich zoals u weet niet ingeschreven op deze mantel om personen te
detacheren, maar heeft ingeschreven op een aanbesteding die ten principale is gebaseerd op
uitbesteding van door het programma ontworpen componenten aan gespecialiseerde
leveranciers. Recent hebben wij de generieke software die wij in het programma kunnen
inbrengen ook getoond. Het onvermogen om tot specificaties te komen zet ons buitenspel. Wij
doen immers niet aan detachering en zien machteloos toe hoe de slagingskans van het
programma mGBA steeds kleiner wordt.

Naast dit alles wordt ondertussen nog steeds een voor de mantelpartijen zeer kostbare fictie in
stand gehouden als zou de realisatie van de BRP conform de aanbesteding geschieden. De
acht leveranciers worden bijvoorbeeld nog steeds geacht om een kernteam van 7 zware
professionals beschikbaar te houden om op elk moment te worden ingezet om door het
programma uitgezette software componenten te realiseren.

Graag zouden wij antwoord krijgen op de volgende vragen:

1. Deelt u ons beeld van de status van het programma en onze inschatting van de nabije
toekomst?
2. Wanneer mogen wij aanbestedingen van BRP componenten verwachten en welke
componenten zijn dat?
3. Deelt u onze opvatting dat een bewuste of sluipende overgang van het programma naar
een permanente detacheringsconstructie strijdig is met letter en geest van de
aanbesteding?
4. Deelt u onze opvatting dat een permanente detacheringsconstructie schade oplevert voor
partijen binnen de mantel die door het programma in te zetten software kunnen leveren
waarmee BRP componenten realiseerd kunnen worden?
5. Deelt u onze opvatting dat het onvermogen van de ontwerpers tot nu toe om tot
(koppelvlak)specificaties te komen de kans op een succesvolle realisatie van de BRP doet
afnemen?

Tenslotte willen wij benadrukken dat wij niet het conflict zoeken met het programma of met
de ontwerpers die in the lead zijn. We hebben steeds constructief bijgedragen aan het
programma, niet in de laatste plaats door een samenhangende globale architectuur voor de
BRP op te stellen in de hoop dat er hierdoor alsnog ontwerpen tot stand zouden komen. Wat
ons betreft is uw belang gelijk aan dat van ons: een werkende BRP gevuld met beheerst
gemigreerde persoonsgegevens die tegen redelijke kosten is gerealiseerd en onderhoudbaar is.









3
De gebeurtenissen tot nu toe laten zien dat dit alleen gaat lukken als er werkelijk gebruik
wordt gemaakt van bewezen expertise en bewezen software van de mantelpartijen die u
gericht heeft geselecteerd. Dat idee was goed en het is nog steeds mogelijk om het te
realiseren. Het enige dat nodig is, is een serieuze dialoog met de mantelpartijen op basis van
de contractueel overeengekomen uitgangspunten.

Graag vernemen wij binnen een termijn van enkele weken uw reactie.


Met vriendelijke groet,

Henk Sweere
Directeur Ockham Groep BV
Gert Hoff
Directeur Procura BV