16 0£ 6k0£ä£ kM$¡£k0kMM£k 29.05.

2014
Amerikaanse toestanden op Nederlandse universiteit?
Op naar de volgende visitatie
Universiteiten in Nederland
worden afgerekend op score
en rendement, en minder
op kwaliteit en inhoud. Dat
is geen Amerikaans maar
een typisch Nederlands
verschijnsel.
door Esther-Mirjam Sent
beeld Milo
DE WETENSCHAP bevindt zich in een over-
gangsfase naar een nieuw regime dat wordt
gekenmerkt door een schaalvergroting van
wetenschappelijke activiteiten en de opkomst
van nieuwe klant-opdrachtgeverrelaties. Hier-
door veranderen professionele rollen en car-
rièrepaden, vervaagt het onderscheid tussen
de academische wereld en de ‘buitenwereld’ en
verschuiven de grenzen tussen fundamentele en
toegepaste wetenschap en bijvoorbeeld ook tus-
sen wetenschap en technologie.
Over deze ontwikkelingen zijn verschillende
verhalen in omloop. Sommige mensen schrij-
ven ze toe aan het feit dat de wetenschap te snel
gegroeid is. Anderen zijn van mening dat afne-
mende meeropbrengst inherent is aan onder-
zoek. Weer anderen geloven dat de verminderde
belangstelling voor militair onderzoek en mili-
taire ontwikkeling gecombineerd met de toege-
nomen internationale concurrentie de schuld is.
Sommigen treuren om het verdwijnen van een
onzichtbaar college van waarheidszoekers en de
opkomst van wetenschappelijk waardeloze indi-
viduele ondernemers. Sommigen vieren het feit
dat wetenschappers eindelijk gedwongen wor-
den aandacht te hebben voor hun uiteindelijke
klanten, de zakelijke pijlers van de economie.
Weer anderen concluderen dat commercialise-
ring de hedendaagse wetenschap niet drastisch
verandert.
In een dergelijk klimaat, dat wordt geken-
merkt door controle en sturing van de weten-
schap, is het niet verrassend dat er toegeno-
men aandacht is voor de ‘economie van de
wetenschap’ die moet helpen bij het structuur
geven aan de onuitgewerkte impressies van de
verschillende betrokkenen en een basis moet
vormen voor het weloverwogen debat over
wetenschapsbeleid. Daarbij wordt soms met
misplaatst heimwee naar het verleden en vaak
met jaloerse blik naar de ontwikkelingen bin-
nen de Amerikaanse academie gekeken. Van-
uit een economisch-historisch en Amerikaans-
geografisch perspectief kunnen twee lessen
worden getrokken over Nederland. Ten eerste:
zo nieuw zijn die recente ontwikkelingen niet.
Ten tweede: ze zijn al helemaal niet Amerikaans.
Vanuit economisch-historisch perspectief
kunnen drie regimes van de twintigste-eeuwse
wetenschappelijke organisatie in de Verenigde
Staten worden onderscheiden. Als eerste was er
het ‘Captains van Eruditie Regime’ dat duurde
van 1890 tot de Tweede Wereldoorlog en dat
zo is genoemd ter ere van Thorstein Veblen.
De Amerikaanse econoom en socioloog gaf de
vroegste beschrijvingen van de onderzoeks-
universiteit die steeds meer onderworpen werd
aan specifieke corporate organisatorische prin-
cipes. Tijdens het Captains van Eruditie Regime
inspireerde het succes van grootschalige corpo-
rate laboratoria de uitvoer van corporate proto-
collen en structuren voor financiering van uni-
versiteiten door middel van stichtingen. Tijdens
dit regime beleefden scheikunde en elektrotech-
niek hoogtijdagen.
Vervolgens ontstond er het ‘Koude Oorlog
Regime’. Wetenschap was tijdens de Tweede
Wereldoorlog totaal veranderd en continueerde
in een nieuw economisch model dat gedurende
de hele Koude Oorlog domineerde. Het was
tijdens dit regime dat wetenschappers in hoge
mate werden gesponsord door de overheid en
geloofden in de onafhankelijkheid en de isolatie
van de ivoren toren. De wetenschapsgebieden
die tijdens dit regime floreerden, waren natuur-
kunde, operationele research en formele logica.
Tegenwoordig bevinden we ons in het ‘Geglo-
baliseerde Privatisering Regime’ waarvan het
ontstaan werd gestimuleerd door de oliecrisis,
de daaruit voortvloeiende economische vertra-
ging en gebeurtenissen in het voormalige sov-
jetblok. Met andere woorden, de veranderingen
die we ervaren tijdens dit regime zijn meer dan
een reactie op bezuinigingen, en veeleer toe te
schrijven aan een grotere verschuiving in de
samenhang van het management en de finan-
ciering van de wetenschap. Tijdens dit regime
werden met name biogeneeskunde, genetica,
informatica en economie gestimuleerd.
Kortom, een bepaalde vorm van economi-
sche onderbouwing heeft altijd een stempel
gedrukt op de organisatie van Amerikaans
wetenschappelijk onderzoek. Als gevolg hiervan
is de huidige golf van commercialisering niet
geheel nieuw, maar ook niet helemaal hetzelfde.
Alle drie regimes kunnen ook buiten de
Verenigde Staten worden gevonden. Voor het
Captains van Eruditie Regime wijs ik graag
naar NatLab, het Philips Natuurkundig Labo-
ratorium in Eindhoven, dat werd opgericht in
1914. De eerste directeur, Gilles Holst, ontwik-
kelde een academische omgeving onder meer
door middel van het organiseren van lezingen
door vooraanstaande wetenschappers en het
stimuleren van deelname aan congressen en van
academische publicaties door het eigen labora-
toriumpersoneel. Daarnaast heeft NatLab een
belangrijk stempel gedrukt op de technische
natuurkunde aan de Technische Universiteit
van Delft.
Voor het Koude Oorlog Regime noem ik
Cern, de Europese organisatie voor nucleair
onderzoek, ’s werelds grootste laboratorium
voor deeltjesfysica. Dit instituut werd gecre-
eerd op het hoogtepunt van de Koude Oorlog,
in 1954, in een poging om de Europese natuur-
kunde in haar oude grandeur te herstellen mid-
dels een omkering van de braindrain van de
slimsten en besten naar de Verenigde Staten en
het voortzetten en consolideren van naoorlogse
Europese integratie.
Voorbeelden van het Geglobaliseerde Priva-
tisering Regime zijn de doelstellingen van het
verdrag van Lissabon, die erop gericht zijn om
van de Europese Unie de meest concurrerende
en dynamische kenniseconomie in de wereld te
maken. In ons eigen land blijkt het bestaan van
dit regime uit verwijzingen naar de op kennis
gebaseerde economie, de internationale positio-
nering, topstudies, studentenportefeuilles, mul-
tidisciplinaire kennisstrategieën, onderzoeks-
scholen, de toelatingsbeperkingen, postdocs, de
BaMa-structuur, studentvouchers en variabel
collegegeld.
AMERIKA LIJKT het grote voorbeeld in ons ver-
langen om Nederland als kennisland op de kaart
te zetten. Nu heb ik vijftien jaar in de Verenigde
Staten gewoond, eerst als promovendus aan
Stanford University en vervolgens als assistant
en daarna associate professor aan de University
of Notre Dame, en ik moet vanuit Amerikaans-
geografisch perspectief grote verschillen tus-
sen de academie in de Verenigde Staten en die
in Nederland constateren. Waar Amerikaanse
studenten aan de poort worden geselecteerd,
mogen Nederlandse universiteiten dat nog
steeds niet. Waar mijn (voormalige) studen-
ten aan de University of Notre Dame in Indi-
ana 45.000 dollar (ruim 32.500 euro) tuition
betaalden, zijn mijn studenten aan de Radboud
Universiteit Nijmegen 1835 euro collegegeld
Niet de wetenschappers
maar de managers maken de
dienst uit aan Nederlandse
universiteiten
29.05.2014 0£ 6k0£ä£ kM$¡£k0kMM£k 17
kwijt. Waar mijn Amerikaanse studenten 24 uur
per dag en zeven dagen per week de bibliotheek
bevolkten, besteden mijn Nederlandse studen-
ten gemiddeld 32 uur per week aan hun studie.
Maar de culturele verschillen gaan nog die-
per. Waar in Amerika het vertrouwen regeert,
bejegenen Nederlandse universitaire bestuur-
ders hun werknemers met wantrouwen. Dat
Amerikaanse vertrouwen is niet blind, integen-
deel, maar het is wel faciliterend. Waar Ameri-
kanen een heilig geloof hebben in marktwerking
viert de bureaucratie hoogtij op de Nederlandse
universiteiten. Waar mijn onderwijs- en onder-
zoeksprestaties in de Verenigde Staten door col-
lega’s zorgvuldig werden beoordeeld, dien ik in
Nederland te voldoen aan een abstract lijstje
prestatiecriteria opgesteld door bureaucraten
met weinig gevoel voor de dagelijkse weten-
schappelijke praktijk.
Niet de wetenschappers maar de managers
maken de dienst uit aan Nederlandse universi-
teiten. In plaats van onderwijs en onderzoek te
ondersteunen, zijn de administratieve afdelin-
gen vooral druk doende met het samenstellen
van spreadsheets ten behoeve van de volgende
visitatie of accreditatie. Als gevolg daarvan ben
ik bijkans meer tijd kwijt met het verantwoorden
van mijn onderwijs dan met het verzorgen ervan.
Maar het gaat niet om mij persoonlijk, het
gaat om het geld- en tijdverslindende mon-
ster dat door het visitatie- en accreditatiecircus
is gecreëerd. Het verlammende wantrouwen
waarop het Nederlandse systeem is gebaseerd,
belemmert de wetenschappelijke productiviteit
in plaats van deze te bevorderen. Daarnaast
stimuleert het strategisch gedrag. Strategische
onderzoekers richten zich op prestatiecriteria
als het aantal artikelen in tijdschriften met een
hoge impactfactor en leggen zich vooral toe op
het herhalen van veilige wetenschappelijke truc-
jes. Zo worden onderzoeksbevindingen einde-
loos uitgemolken om er maar zo veel mogelijk
onderzoekspunten uit te slepen.
Terwijl we denken het Amerikaanse voor-
beeld te volgen, sluiten de ontwikkelingen bin-
nen de Nederlandse wetenschap juist veel meer
aan bij de algemene maatschappelijke tendens
binnen ons land. De overheersende inzet hier-
bij is het continue streven grip te krijgen op
de toegenomen complexiteit. Waar gespeciali-
seerde wetenschappers op zoek gaan naar steeds
kleinere deeltjes ontwikkelt de politiek steeds
meer verfijnde institutionele arrangementen.
Denk hierbij aan de toegenomen hoeveelheid
wetten en regels, het steeds intensiever orga-
niseren van toezicht, het oprichten van tal van
inspecties. Al deze institutionele arrangemen-
ten hebben één ding gemeen: de behoefte aan
beheersing, dan wel het uitsluiten van fouten en
risico’s.
Maar hoe kun je toezicht houden op bijvoor-
beeld financiële producten waarvan nog slechts
een enkele specialist snapt hoe ze in elkaar zit-
ten? Omdat de toenemende complexiteit steeds
weer weet te ontsnappen aan onze ambitie
in control te zijn, belanden we in een vicieuze
cirkel waaruit ontsnapping niet mogelijk lijkt.
Deze typisch Nederlandse problemen los je niet
op met misplaatste verwijzingen naar Ameri-
kaanse toestanden, maar door de voornaamste
oorzaak aan te pakken.
DE NEDERLANDSE variant van het Geglobali-
seerde Privatisering Regime treft niet alleen
onze wetenschappelijke wereld. Waar op uni-
versiteiten medewerkers worden teruggebracht
tot onderzoeksscores en studenten tot rende-
mentscijfers worden in het onderwijs leerlingen
gereduceerd tot Cito-scores, in de zorg patiënten
tot indicatiestellingen en in de financiële sector
klanten tot risicoprofielen. Oplossingen voor
problemen in de diverse sectoren worden vooral
gezocht in de sfeer van compliance. Uitgaande
van opportunistisch gedrag worden de regels
aangescherpt. Het probleem hierbij is gebrek-
kige informatie. En een spiraal van steeds meer
regels is uiteindelijk niet te handhaven.
Zoals de filosoof Derrida al heeft beargumen-
teerd, betekent iedere toepassing van een regel
meteen de vernietiging van de regel. Een com-
plementaire aanpak benadrukt integriteit. Hier-
bij wordt gezocht naar het optimaliseren van
gedrag door autonome zingevers. Dit gaat die-
per dan de regelcyclus. In de integriteitsbenade-
ring is de focus gericht op de verantwoordelijk-
heid van de mensen. Deze zijn medeschepper
van waarden die actueel zijn. De professionals
in de diverse sectoren hebben uiteraard regels
nodig, maar vooral ook een omgeving waarin
goed gedrag gedijt. Om met Loesje te spreken:
‘Regels: Overtreed de mens niet.’
De pogingen om naar Amerikaans voorbeeld
bovengemiddelde universiteiten te creëren als
Harvard aan de Maas, Stanford aan de Waal en
Princeton aan de Rijn doen me denken aan Lake
Wobegon, een fictieve Amerikaanse stad die
bedacht is door de humorist Garrison Keillor.
Elk verhaal over dit plaatsje in Minnesota begint
met: ‘Welkom in Lake Wobegon, waar alle vrou-
wen sterk zijn, alle mannen aantrekkelijk en alle
kinderen bovengemiddeld.’ Dit is slechts Ame-
rikaanse fictie. De Nederlandse werkelijkheid is
dat onze investeringen in onderzoek en ontwik-
keling blijven hangen op het oeso-gemiddelde
van 1,8 procent van het bruto binnenlands pro-
duct. Willen we internationaal kunnen mee-
draaien als kennisland, dan moet die investe-
ring flink omhoog. Helaas botst ook dit met de
Nederlandse cultuur, want we zitten graag voor
een dubbeltje op de eerste rang.
Esther-Mirjam Sent is hoogleraar economie aan
de Radboud Universiteit
Nacht van de Universiteit
Van 6 op 7 juni vindt in Amsterdam de Nacht van de
Universiteit plaats met debatten, analyses, colleges,
flms, cabaret, performances en muziek. Tussen acht
uur ’s avonds en acht uur ’s ochtends, met bijdragen
van onder anderen Ewald Engelen, Huub Dijstel-
bloem (Science in Transition), Chris Lorenz, Willem
Schinkel, Karl Dittrich (VSNU), Hans Clevers (KNAW)
en de rectoren Rik Torfs (KU Leuven) en Frank van
der Duyn Schouten (VU). Ook studenten, politici en
ambtenaren doen mee. Deelnemers krijgen gratis de
bundel Waartoe is de universiteit op aarde? van Ad
Verbrugge en Jelle van Baardewijk (redactie) die bij
uitgeverij Boom verschijnt. In deze bundel staat ook
een uitgebreidere versie van dit artikel van Esther-
Mirjam Sent.
Kaarten zijn verkrijgbaar via nachtvandeuniversiteit.nl