11

Dinsdag 15 april 2014, Cobouw 71 OPINIE
Samenwerken
Bouwen is feitelijk een geweldige teamsport.
Hoewel er in deze teamsport helaas nog te veel
individualisten actief zijn, zie ik in mijn
omgeving gelukkig toch ook steeds meer
opdrachtgevers en marktpartijen die het belang
van samenwerken ontdekken. Daarmee lijkt het
erop dat eindelijk langzaam maar zeker het besef
begint door te dringen dat echte samenwerking
in ieders belang is.
Natuurlijk gaat deze zoektocht naar eigentijdse
samenwerkingsvormen met vallen en opstaan.
Er moet eerst vaak veel oud zeer worden
opgeruimd of overwonnen worden. Ook zijn de
gevolgde processen om tot een samenwerking te
komen divers en variëren van een plompe vraag
als “wil jij deze grondpositie overnemen, want
wij kunnen er niets meer mee”, tot de inmiddels
tot kunst verheven emvi-selecties met X-facto-
rachtige optredens. Maar er zijn inmiddels ook
opdrachtgevers die de sector aanspreekt op hun
kracht en de vraag stellen; “zullen we samenwer-
ken, ieder vanuit zijn vakkennis en naar beste eer
en geweten?”
Zij hebben inmiddels ontdekt dat wij als
volwaardig lid van het team een absolute
meerwaarde kunnen hebben. Neem de corpora-
tiewereld die sterk aan het veranderen is.
Enerzijds wordt er stevig in hun marktpositie
ingegrepen, anderzijds moeten zij wel betaal-
bare producten voor een specifieke doelgroep
blijven leveren. Wij kunnen als sector samen met
corporaties hiervoor de juiste oplossingen
vinden. Onze organisatie is daar bijvoorbeeld
succesvol in. Zeker omdat wij, naast onze kennis,
vakmanschap, creativiteit en financiële
middelen, vooral ook ons empathische vermo-
gen inzetten om deze nieuwe soort marktvraag
te beantwoorden. Deze ontwikkeling is daarom
absoluut het ontdekken waard. Maar dat moeten
we wel met elkaar doen, sámen. Als een team.
Reageer op de column
via mail of www.Twitter.
com/cobouwNL
Internet of things
stimuleert innovatie
De snelle ontwikkelingen op
het gebied van internet of
things kan de bouwsector
veel opleveren en zorgt voor
innovaties. Nieuwe sec-
toroverschrijdende samen-
werkingscoalities zullen
ontstaan. Het ontwikkelen
van nieuwe businessmodel-
len gebaseerd op het uitwis-
selen en delen van informa-
ties tussen mensen,
machines en organisaties is
noodzakelijk.
Hoe slim zijn uw sokken? Waarschijn-
lijk niet slim of u heeft ‘slimme
sokken’ aan van het bedrijf Black-
socks? In deze sokken zit namelijk een
NFC-chip verwerkt, die de sokken kan
traceren. De technologie helpt ook om
de juiste sokken bij elkaar te houden
en te controleren op slijtage. Als de
kleur van de sokken vervaagt of een of
beide sokken niet meer kan worden
gevonden, ontvangt de klant een
nieuw paar. Fysieke objecten worden
steeds vaker gemaakt en geïntegreerd
in een virtuele omgeving, zijn
onderling verbonden en vormen
netwerken die met elkaar informatie
uitwisselen en delen. Kortom, de
interconnectiviteit van ‘apparaten’
verbonden met het internet in
gebouwen, huizen, op (water)wegen
en de mens blijft toenemen.
Internet of things is een logisch
vervolg in de ontwikkeling van het
reeds bestaande internet. Naast
mensen zullen in deze ontwikkeling
ook objecten steeds meer in wereld-
wijde netwerken worden verbonden. .
In 2012 publiceerde het Amerikaanse
General Electric (GE) zijn visie op de
ontwikkeling van het industriële
internet, waarin intelligente machi-
nes, fabrieken en onderhoudsproces-
sen met elkaar worden verbonden in
netwerken, zelfs op componentni-
veau. Binnen deze netwerken zijn
intelligente machines en mensen met
elkaar in staat om informatie uit te
wisselen en te delen, ongeacht hun
tijd en plaats. Volgens GE leidt deze
revolutie langzaam tot een ‘industrial
internet of things’.
Industrie 4.0
In Europa is Duitsland niet alleen het
toonaangevende land op het gebied
van de industriële productie, maar
wereldwijd ook in de productie van
industriële componenten. Voor
Duitsland is het belangrijk in te
spelen op deze wereldwijde ontwikke-
lingen en daarmee zijn bestaande
toonaangevende economische positie
te behouden in de ontwikkeling van
het industriële internet of things. De
Duitse overheid en de Duitse industrie
hebben gezamenlijk een eigen
antwoord ontwikkeld in de vorm van
Industrie 4.0. De Duitse toekomstvisie
is gebaseerd op de gedachte dat na de
mechanisatie, elektrificatie en de
snelle opkomst van ICT, nu een vierde
revolutie in gang wordt gezet naar de
integratie van industriële productie,
producten en onderhoudsdiensten in
netwerken als internet of things en
services.
Welke gevolgen heeft deze ontwikke-
ling voor de bouw, het bouwproces en
voor de gebouwde omgeving en welke
kansen biedt het in Nederland en
daarbuiten? Ten eerste zal de
interconnectiviteit tussen mensen en
machines in netwerken onvermijde-
lijk gevolgen hebben voor de manier
waarop we onszelf zien als mensen in
onze wereld, hoe we leren en de
manier waarop we samenwerken in
organisaties. Ook zullen door het
gebruik van steeds meer sensoren,
nieuwe materialen en robotica
gebouwen slimmer worden waardoor
ze beter kunnen inspelen op de
bezettingsgraad, zullen auto’s steeds
meer autonoom gaan rijden en zullen
objecten in de gebouwde omgeving
meer gaan inspelen op de aanwezig-
heid van andere gebouwen of mensen
in hun omgeving dan nu het geval is.
Ten tweede zal het internet of things
bijdragen aan een verdere wereldwij-
de informatisering. Dit verhoogt niet
alleen de economische afhankelijk-
heid van informatie in onze samenle-
ving, maar informatie vormt daardoor
ook een steeds meer vanzelfsprekende
factor in onze woon-, werk- en
leefomgeving. McKinsey beoordeelt de
economische impact van het internet
of things als gigantisch, met de
gezondheidszorg, infrastructuur en
openbare dienstensector als de meest
veelbelovende domeinen.
Om succesvol te anticiperen op deze
digitale veranderingen is het
verstandig om de marktontwikkelin-
gen uit andere sectoren te volgen en
het onderwerp te agenderen. De
bouwsector beschikt over de vrijheid
om zelf het ritme van zijn voortbe-
staan te bepalen. De sector wordt
(nog) niet welvarend vanwege een
technologische doorbraak, maar wel
door verzilveren ervan en het
daarmee vergroten van haar concur-
rentiekracht.
Prof. dr. Ben van Lier
Directeur Strategie & Innovatie – Cen-
tric
Menno Lammers
Business innovator – BOO|s|T Business
Innovation
Column
Bart Hendriks
Algemeen directeur
Hendriks Coppelmans
Bouwgroep
Juridisch
Afwijzen algemene voorwaarden
Wat te doen als uw wederpartij
naar eigen algemene voorwaarden
verwijst, en u uw eigen van
toepassing wilt verklaren; een
zogenaamde battle of forms?
Artikel 6:225 lid 3 BW bepaalt dat
de eerste verwijzing geldt, tenzij u
uw voorwaarden van toepassing
verklaart, en daarbij uitdrukkelijk
de voorwaarden van de ander
afwijst. Of een afwijzing uitdruk-
kelijk (genoeg) is kwam aan de
orde in een arrest van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch
(ECLI:NL:GHSHE:2014:748 d.d. 18
maart 2014). Anders dan de
rechtbank meende BUVA wel
voldoende uitdrukkelijk de op
zich correct via diverse offertes
van toepassing verklaarde
algemene voorwaarden van VDL te
hebben afgewezen; haar bestelop-
dracht bevatte de – veelgebruikte
– clausule dat met het accepteren
van de opdracht alleen de
voorwaarden van BUVA van
toepassing zijn. BUVA vindt echter
ook het gerechtshof op haar pad.
Het gerechtshof beschouwt de
clausule slechts als een impliciete
afwijzing van de voorwaarden van
VDL. Dat VDL een stempel op de
clausule had geplaatst, doet
daaraan niet af, omdat daaruit
niet zonder meer blijkt dat VDL
(alsnog) heeft ingestemd met de
voorwaarden van BUVA. Dat de
clausule niet bij wijze van “kleine
lettertjes” in de bestelopdracht was
opgenomen maakt evenmin uit,
omdat de wijze waarop de verschil-
lende verwijzingen in aanbod en
aanvaarding zijn opgenomen voor
artikel 6:225 lid 3 BW niet relevant is.
Het gerechtshof maakt duidelijk dat
de geldende regeling is dat slechts
sprake is van een uitdrukkelijke
afwijzing als duidelijk is dat en welke
voorwaarden worden afgewezen, ook
al is die regeling niet goed afgestemd
op de dagelijkse praktijk van het
handelsverkeer.
Kortom, de standaardclausules
onderaan het briefpapier, zijn
voldoende om via een eerste verwij-
zing de eigen voorwaarden te laten
gelden, maar een onvoldoende
uitdrukkelijke afwijzing, zelfs als
daarin wordt opgenomen dat
uitdrukkelijk de voorwaarden van de
wederpartij worden afgewezen.
Immers, ook moet vermeld worden
welke voorwaarden worden afgewe-
zen.
Maak de toepasselijkheid van
algemene voorwaarden derhalve
onderdeel van de contractvorming, en
benoem ze. Te meer daar algemene
voorwaarden reeds via verzoeken om
offertes van toepassing kunnen zijn,
als zij niet voldoende worden
afgewezen in de daaropvolgende
offerte.
Bard van Veen
Severijn Hulshof advocaten
BOUW EN ICT
nuramonbeansidhe @nuramonsidhe
Toets kostenonderbouwing bouwleges gaat te ver. Nee laten we nog meer in ‘t
geheim doen en vooral niet toetsen.
Carel de Reus, raaadgevend ingenieur @carelone
Hoge Raad sanctioneert gemeentelijke fraude met leges. Waar blijft Plassterk/
PvdA?
Marloes van Drie, young professional @marloesvdrie
Bouwers zeker niet blij met de uitspraak van de Hoge Raad over legeskosten.
Metaalunie @metaalunie
Koninklijke Metaalunie pleit voor afschaffen bouwleges na uitspraak Hoge Raad.
Nicolette Zandvliet @NZandvliet
Neprom niet gelukkig met uitspraken rechter bouwleges.
Manfred Fokkema, advocaat gebiedsontwikkeling @ManfredFokkema
De Hoge Raad-arresten over bouwleges brengen op zich de nodige duidelijkheid,
maar ik betwijfel of bouwers er echt blij mee zullen zijn.
Gemeenten hoeven de hoogte van hun legestarieven niet te
verantwoorden, aldus de Hoge Raad op 4 april. Gemiste kans,
noemde mr. Stan Stubenrouch dat gisteren in deze krant.
TWEETS
Fysieke objecten worden
steeds vaker gemaakt in
een virtuele omgeving

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful