You are on page 1of 9

Nr.

29 oktober 2005 pagina 1


De wet van Mozes zijn regels en voorschriften die golden
binnen de theocratie van het volk Isral.
Het Woord van de Gerechtigheid
Want ieder die nog van melk leeft, is onervaren in het woord van de gerechtigheid (St. vert.): hij is nog
een kind (Hebr. 5:13).
Het woord van de gerechtigheid staat in contrast tot de eerste beginselen van de uitspraken van God
(Hebr. 5:12). Het woord van de gerechtigheid duidt daarom op diepere waarheden waarin God handelt op
basis van Zijn gerechtigheid met ons.
Het Woord van de Gerechtigheid wil een bijdrage leveren om christenen vertrouwd te maken met de
vaste spijs (Hebr. 5:14) van het woord van God om geestelijke volwassenheid mogelijk te maken. Bijbelse
waarheden die nauwelijks worden onderwezen en van cruciaal belang zijn om het einddoel van het geloof
(1 Petr. 1:9) te bereiken, zullen in het bijzonder onderwerp van aandacht zijn.
Het Woord van de Gerechtigheid wordt geredigeerd door Roel Velema
e-mail: roel@velemaweb.nl
website: http://roel.velemaweb.nl/nl/wvdg/wvdg.aspx
De Overtocht over de Jordaan
Deel 4
De Tafelen van het Verbond
Er was niets in de ark dan alleen de twee stenen tafelen die Mozes op Horeb erin gelegd had,
de tafelen van het verbond dat de HERE met de Isralieten gesloten had, bij hun uittocht uit het
land Egypte (1 Kon. 8:9).
In de vorige studie hebben we gezien dat het christelijke leven een metamorfose is van het
natuurlijke naar het geestelijke. God rekent af met het natuurlijke door het kruis van Christus, waarbij
de geestelijke mens leeft uit de kracht van Christus opstanding.
De tafelen van het verbond verwijzen in het bijzonder naar deze metamorfose. Deze tafelen van het
verbond waren de twee stenen tafelen van Mozes, de tafelen met de tien geboden (Ex. 20:1-17).
De twee stenen tafelen hebben typologisch veel te zeggen over het behoud van de ziel. Dit stelt ons
voor een probleem, want een christen staat niet onder de wet. Een christen is niet geroepen de tien
geboden te houden zoals dat gold voor het volk Isral. De wet van Mozes bestaat uit regels en
voorschriften die golden binnen de theocratie van het volk Isral. Een J ood die een christen wordt, is
ontslagen van de wet van Mozes. Een leven met Christus is daarom nooit een (nieuwe) verplichting
om de wet van Mozes te houden, omdat het christelijke leven van een geheel andere aard is.
Een J ood die christen is geworden, heeft de wet van Mozes niet nodig. Zijn oude leven heeft de wet
van Mozes niet nodig, want dat leven is veroordeeld door de wet. Zijnnieuwe leven heeft ook de wet
van Mozes niet nodig, want dat leven leeft uit Christus.
Nr. 29 oktober 2005 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 2
Om in deze bedeling te spreken van Messiasbelijdende J oden, is misplaatst.
Er bestaat niet zo iemand als een J oods christen. In Christus is er noch J ood noch Griek (Gal.
3:28). Maar kunnen we zeggen dat we een Nederlands christen zijn? Dat is mogelijk, want we kunnen
een christen zijn met een Nederlandse staatsburgerschap. Een Joods christen is iets anders, want Gods
doel en handelen met de J ood en de christen is verschillend. Een persoon is bijbels gezien een J ood,
een heiden of een christen. Hij kan echter niet een J oods christen of heidens christen zijn. Dat zou een
vermenging zijn van verschillende bijbelse groepen of scheppingen (vgl. 2 Cor. 5:17).
Wanneer we aan een J ood denken in dezelfde zin als bijvoorbeeld een Canadees, dan bestaat er geen
probleem; we verbinden dan een Jood meer met Isralisch staatsburgerschap dan met bijbels
verschillende scheppingen. In strikte zin heeft echter de naam J ood niet met staatsburgerschap te
maken en is het misplaatst om in deze bedeling te spreken van Messiasbelijdende Joden.
Een J ood die christen wordt, is met Christus gestorven en gestorven voor de wet van Mozes. Hij leeft
niet uit de wet van Mozes, maar uit Christus. Hij is niet langer verbonden met de aardse beloften aan
Isral, maar met hemelse beloften in Christus. Dit brengt echter geen verandering in
staatsburgerschap. Kortom, men kan een Isralisch christen zijn, maar nooit een J oods christen. Het
laatste is een vermenging van twee bijbelse groepen, het eerste niet.
Hoewel een christen niet is geroepen de wet van Mozes te houden, zijn er typologische diepe lessen
verborgen in de wet van Mozes die voor een christen van groot belang zijn.
Exodus 20:1-17 beschrijft de tien geboden. Deze geboden vormen de kern van alles wat door Mozes
is uitgewerkt aan voorschriften voor Isral in elk facet van haar bestaan. Al deze voorschriften waren
echter terug te voeren tot Exodus 20:1-17.
De uitwerking van deze verordeningen begint in Exodus 21:1: Dit zijn de verordeningen die gij hun
zult voorhouden.
De rechten van de Hebreeuwse slaven
Het is geen toeval dat de eerste verordening de rechten van de Hebreeuwse slaven betreft (Ex.
21:2-6). Het is ook geen toeval dat de eerste stap in discipelschap en het behoud van de ziel verwijst
naar het opgeven van onze rechten aan de Heer.
Een slaaf mocht zijn heer in het zevende jaar als vrij man verlaten, maar hij had ook de keuze bij
hem te blijven. Indien hij te kennen gaf dat hij zijn heer liefhad en wilde blijven, doorpriemde zijn heer
het oor van de slaaf en zou hij hem voor altijd dienen (Ex. 21:6).
Het behoud van de ziel houdt in de eerste plaats een overgave in van al onze rechten aan de Heer.
Deze overgave kan niet genoeg worden benadrukt. We moeten de Heer nadrukkelijk laten weten
dat we Hem liefhebben en Hem voor altijd willen dienen.
Geen tafelen van steen, maar tafelen van vlees in de harten
Een christen is niet geroepen om de wet van Mozes te houden, want de wet was gegeven aan
Isral, binnen een theocratie. Deze theocratie behoort tot een andere geestelijke economie (bedeling)
dan waarin wij nu leven.
In 2 Corinthirs 3:2,3 legt Paulus een verband tussen de stenen tafelen van Mozes en het
christelijke leven:
Onze brief zijt gij, geschreven in onze harten, kenbaar en leesbaar voor alle mensen, daar gij
toont een brief van Christus te zijn, door onze dienst opgesteld, niet met inkt geschreven, maar met
de Geest van de levende God, niet op tafelen van steen, maar op tafelen van vlees in de harten.
Nr. 29 oktober 2005 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 3
Bediening voor de Heer is niets anders dan een geestelijke bijdrage
om anderen een brief van Christus te laten zijn.
In vers 1 stelt Paulus de vraag of de Corinthirs aanbevelingsbrieven van hem nodig hebben. Zijn
antwoord is nee, want de Corinthirs zelf zijn Paulus aanbevelingsbrieven. Die aanbevelings-
brieven zijn weliswaar door de dienst van Paulus opgesteld, maar opgeschreven in de harten van de
Corinthirs, niet met inkt, maar met de Geest van de levende God. De Corinthirs tonen daarbij niet
een brief van Paulus te zijn, maar een brief van Christus.
Hieruit zien we dat het Gods doel is, en daarmee ook het doel van alle bediening, dat, door de
Heilige Geest, Christus wordt geschreven in het hart van elke gelovige.
Wat is geestelijke groei? Dat gij toont een brief van Christus te zijn. De mate waarin wij een
brief van Christus zijn, is de mate waarin onze ziel wordt behouden en de mate waarin het kruis korte
metten heeft gemaakt met ons oude leven in Adam.
Onze brief,, door onze dienst opgesteld
2 Corinthirs 3:2,3 zijn verzen met grote diepgang. Het laat allereerst zien wat de essentie is van
Paulus bediening. Het is een brief door de dienst van Paulus opgesteld, maar toch is het een brief van
Christus. Dit is niet de bekwaamheid van Paulus, maar zijn bekwaamheid is Gods werk. Paulus was
zich diep bewust dat zijn bekwaamheid was verbonden met Gods genade. Is dat bij ons ook het geval?
Wat voor dienst of bediening hebben we op het oog? Willen we groot worden in de ogen van de
wereld? Gaat het ons omeer van mensen en om mensen te behagen? Als we mensen willen behagen,
kunnen we de Heer niet dienen (Gal. 1:10).
Bediening voor de Heer is niets anders dan een geestelijke bijdrage om anderen een brief van
Christus te laten zijn. We moeten goed voor ogen hebben wat onze dienst is.
In het algemeen hebben we een verkeerd begrip van onze dienst aan God. We denken dat de Heer
dienen betekent dat we druk bezig zijn met activiteiten in een plaatselijk gemeente. De dienst aan God
heeft zo zijn verleidingen: gefascineerd bezig zijn met het werk van de Heer met alle plannen en
projecten die daar bij horen. Hoe gemakkelijk kan het ons werk worden! Hoe moeilijk is het dan als
dat werk er niet is en de Heer ons aan de zijlijn zet waar niemand ons ziet en niemand notie van ons
neemt. Willen we een grote bijbelleraar zijn en veel uitgekiende bijbelstudies geven? Bijbelstudie is
belangrijk, maar bijbelstudie is niet voldoende om anderen een brief van Christus te laten zijn.
Bijbelstudie vormt de basis om ons wijs te maken tot een groei naar volwassenheid in Christus, maar
bijbelstudie alleen brengt deze groei niet teweeg. Daar is meer voor nodig. De kennis die de Bijbel
geeft, moet leiden tot mr leven in Christus:
Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het,
welke van Mij getuigen, en toch wilt gij niet tot Mij komen om leven te hebben (J oh. 5:39,40).
We onderzoeken de Schriften, omdat we gezien hebben dat de Bijbel spreekt over eeuwig leven.
Het spreekt over twee facetten van eeuwig leven: 1) ons eeuwig heil (J oh. 3:16), en 2) het tijdperk
leven, onze erfenis in het Messiaanse koninkrijk (1 Tim 6:12). In ons verlangen om meer leven te
hebben, is het echter gemakkelijk in alle drukte van het onderzoeken van de Schriften - de Here te
missen en drmee het leven waar we zo naar verlangen.
Nr. 29 oktober 2005 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 4
De eerste les om een brief van Christus te zijn,
is om het onoverbrugbare verschil te zien tussen Christus en ons.
Dienst aan de Heer is alleen te begrijpen als we zien dat het doel van die dienst is dat mensen
levende brieven van Christus moeten worden. Het doel van alle dienst is dat Christus meer gestalte
krijgt in het leven van een gelovige (Gal. 4:19). In Efezirs 4:13 omschrijft Paulus het als volgt:
de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom van de volheid van Christus.
Dit betekent dat wij tot geestelijke volwassenheid moeten komen en de maat van die geestelijke
volwassenheid is de volheid van Christus. De volheid van Christus betekent dat heel ons leven is
vervuld met Hem (Ef. 1:23). Een brief zijn van Christus betekent dat Christus volkomen centraal
moet staan in ons leven. Geestelijke volwassenheid betekent daarom altijd dat Christus meer plaats
krijgt in ons leven. Dit gaat veel verder dan alleen bijbelstudie, want het winnen van Christus (Fil.
3:8), is een intens praktische zaak.
Als we van waarde willen zijn in onze dienst aan God, dan is deeerste les die we moeten leren hoe
totaal onmogelijk het is om in onszelf gelijkvormig worden aan het beeld van Christus. Hoe vaak
vergelijken we onszelf met anderen en worden we teleurgesteld omdat we denken dat de ander van
nature uit een betere mal is gestampt en wij daarom geestelijk minder af zijn. Maar onze zuiverste
motieven zijn onrein voor Hem en al onze gerechtigheden zijn als een bezoedeld kleed (J es. 64:6).
Ons natuurlijke leven in Adam heeft geen plaats in onze dienst voor God.
De eerste les om een brief van Christus te zijn, is om het onoverbrugbare verschil tussen Christus
en ons te zien. Alles wat van God komt en Hem kan behagen, wordt gevonden in de Zoon van God en
nooit in onszelf. De boze zal altijd proberen vat op ons te krijgen door ons aan te spreken op wie wij
in onszelf zijn. Blijven wij echter in Christus, dan kan hij geen vat op ons krijgen en zijn we
overwinnend. Hoe eerder we voorgoed wanhopen aan onszelf om ooit tot geestelijke volwassenheid te
komen, hoe eerder wij in een positie zijn om geestelijk te groeien.
De wanhoop aan onszelf kan ons terneerslaan, maar opent voor de Heer de weg om ons tot Zijn
volheid te brengen. Daarmee wordt er ruimte geschapen voor de kracht van Christus opstanding. Het
evangelie van Gods genade betekent dat Christus voor ons is gestorven. Maar wat ook geldt, is dat
Christus voor ons wil leven. Niet meer mijn ik, maar Christus (Gal. 2:20), betekent Christus in
plaats van mij. God heeft Christus niet gegeven om ons te helpen aan Hem gelijkvormig te worden.
Christus is er niet om mijn nederigheid aan te vullen tot de mate waarin God dat verlangt. Ook is
Christus niet gegeven om Hem te imiteren. Nee, Christus is ons gegeven om ons in Christus te
laten zijn wat we in Adam nooit kon worden. God heeft ons door onze dood met Christus
volkomen afgesneden van wie wij van nature in Adam zijn om in Christus onvergankelijk leven te
ontvangen.
De tweede les om een brief van Christus te zijn, is te zien dat alle wegen van God erop gericht zijn
ons natuurlijke leven te ondermijnen en ruimte te maken om het leven van Christus te openbaren.
Steunend op Gods woord zullen we dan bemerken dat dit altijd verbonden is met de praktische
situaties in ons leven.
Waarom gaat de Heer zon zware weg met mij? Waarom moet ik lijden voor zaken waar anderen
niet voor lijden? Waarom kent mijn leven zoveel beperkingen sinds ik Hem volg? Al deze vragen
kunnen beter begrepen worden als we zien dat Hij ons tot geestelijke mensen wil maken.
Daarom kan het woord van het koninkrijk niet worden losgezien van het woord van het kruis.
Nr. 29 oktober 2005 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 5
Geen kruis, geen koninkrijk; geen kruis, geen kroon.
Geen kruis, geen koninkrijk; geen kruis, geen kroon. Ons toekomstig berfd heil is gebaseerd op
ons huidig behoud (vgl. Hebr. 1:14; 1 Cor. 1:18).
Als wij de Here willen dienen, dan zal de loutere technische studie van de Schrift niet voldoende
blijken als er niet een leven is die in praktische situaties de kracht van Christus opstanding mogelijk
maakt. In dit opzicht is er geen plaats voor bijbelleraren en predikers die niet spreken vanuit hun
ervaring. De Heer wil dat onze woorden in overeenstemming zijn met ons leven.
Bijbelstudie is niet onbelangrijk, maar het is maar n kant van de medaille (Matt. 22:29). Wat we
lezen en bestuderen, moet diep uitgewerkt worden in ons leven, zodat Christus door lijden en
volharding in ons gestalte krijgt. Dit is de test van onze dienst voor de Heer.
En wij allen, ., veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid
De verandering waarvan 2 Corinthirs 3:18 spreekt, is in de Griekse tekst verbonden met het
werkwoordmetamorphoo, waarvan ons woordmetamorfose afkomstig is. Het werkwoord komt vier
keer voor in het Nieuwe Testament (Matt. 7:12, Marc. 9:2, Rom. 12:2 en in 2 Cor. 3:18).
In Matthus en Marcus is er sprake van een verandering van gedaante van de Heer op de berg van
de verheerlijking. Romeinen 12:2 spreekt over een metamorfose in ons denken. 2 Corinthirs 3:8
tenslotte beschrijft een verandering van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals ook gerechtigheid wordt
geopenbaarduit geloof tot geloof (Rom. 1:17).
Rom. 1:17 zegt: uit geloof tot geloof, gelijk geschreven staat: De rechtvaardige zal uit geloof
leven. Geloof gaat vooraf aan werken en goede werken komen altijd voort uit geloof, waarbij het
geloof tot zijn doel wordt gebracht (1 Petr. 1:9). Onze geestelijke wandel is, van het begin tot het
einde, een wandel in geloof. Rom. 1:17 spreekt daarom van een voortdurend geloof dat geestelijke
groei als doel heeft.
Als we tonen een brief van Christus te zijn, dan betekent dat een verandering naar het beeld van de
Heer tot volle maat van de volheid van Christus, namelijk dat Christus geheel ons leven vervuld.
Hoe vindt deze verandering, deze metamorfose, nu plaats?
2 Corinthirs 3:18 gebruikt twee kernwoorden: 1) weerspiegelen (aanschouwende S.V.) en 2)
veranderen (metamorfose).
De metamorfose vindt plaats als wij de heerlijkheid van de Heer aanschouwen. Door het
aanschouwen worden wij veranderd naar hetzelfde beeld, namelijk tot gelijkvormigheid aan het
beeld van Zijn Zoon (Rom. 8:29).
Alle mannen in de Bijbel die de heerlijkheid van de Here aanschouwden, waren daarna nooit meer
hetzelfde. Dit gold bijvoorbeeld voor Mozes, Stefanus en Paulus. Dit gold ook voor J esaja:
Toen zei ik: Wee mij ik ga ten onder, want ik ben een man onrein van lippen, en woon te
midden van een volk, dat onrein van lippen is, - en mijn ogen hebben de Here der heerscharen
gezien(Jes. 6:5).
Het aanschouwen van de Heer is een voortdurende ondermijning van ons natuurlijke leven, maar
het is de basis van de metamorfose. 2 Corinthirs 3:8 spreekt van de metamorfose en 2 Corinthirs 4
werkt dit uit.
Het zien van de heerlijkheid van God is een grote voorwaarde om te veranderen naar het beeld van
Christus.
Nr. 29 oktober 2005 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 6
Het kan niet voldoende benadrukt worden hoe belangrijk het kruis is
voor onze groei naar geestelijke volwassenheid.
Waarom is het woord van het koninkrijk, het evangelie van Gods heerlijkheid (2 Cor. 4:4), z
belangrijk? Omdat we dan de heerlijkheid van de Heer aanschouwen die vereist is om te groeien naar
dat beeld. Maar het woord van het koninkrijk kan niet gescheiden worden van het woord van het
kruis, omdat het woord van het kruis deel uitmaakt van het woord van het koninkrijk.
Het kan niet voldoende benadrukt worden hoe belangrijk het kruis is voor onze groei naar
geestelijke volwassenheid. Het woord van het kruis vormt een onderdeel van het woord van het
koninkrijk, en we kunnen het woord van het koninkrijk niet begrijpen zonder het woord van het kruis.
Veel christenen hebben perplex gestaan nadat zij het woord van het koninkrijk hebben aanvaard.
Zij hadden verwacht dat hun grote ontdekking over de heerlijkheid van Zijn erfenis (Ef. 1:18),
brede weerklank zou vinden te midden van hun broeders en zusters in de Heer. Het tegendeel blijkt
meestal waar. De kern van Paulus theologie en de volle raad van God, wordt met scepsis ontvangen
in het hedendaags christendom (vgl. Hand. 20:24-27), helemaal in overeenstemming met de werking
van de zuurdesem (Matt. 13:33).
In plaats van geopende deuren, ondervinden de zonen van het koninkrijk (Matt. 13:38),
tegenstand, achterdocht en verwijt, en doemen moeilijkheden op van alle kanten. Het lijkt erop dat de
Heer onmachtig is om de boodschap die z dicht aan Zijn hart ligt, in de gemeente van Christus
ingang te doen vinden. Het lijkt er zelfs op dat de satan krachtiger is dan de Heer op dit punt. In
plaats van een rijke bediening ziet de gelovige dat zijn overtuigingen over het woord van het
koninkrijk hem of haar meer en meer gaat beperken en hij of zij met de nieuw gevonden waarheid ten
onder gaat. Zijn of haar christelijke leven begint een vreemde wending te krijgen die tot wanhoop en
doodsheid drijft.
Wat voor goeds kan hier uit voortkomen?, is de logische vraag wanneer het woord van het
koninkrijk ons tot onbegrip en isolement leidt.
Wat is het bijbelse antwoord op deze frustratie en omstandigheden waarvan we ons niet kunnen
losmaken?
In deeerste plaats moeten we beseffen dat het woord van het koninkrijk een regelrechte bedreiging
is voor het koninkrijk van de satan. De christen trekt geestelijk de J ordaan over om het land in bezit te
nemen, om in de komende eeuw met Christus te heersen in het Messiaanse tijdperk. Daarmee
doorbreekt die christen de huidige status-quo die in het christendom heerst. Dat is ook de reden dat
het volk Isral na het overtrekken van de J ordaan meteen in strijd kwam met de inwoners van het
land.
In detweede plaats beproeft de Heer ons in ons verlangen waardig te zijn het koninkrijk binnen te
gaan (2 Thess. 1:5). Wat dit facet betreft, liggen onze moeilijkheden niet bij de Heer, noch bij de
duivel, maar bij ons. De reden hiervan is dat de Heer bovenal is genteresseerd in wat voor persoon
wij in Christus zijn. Geestelijke tegenstand in ons leven moet ons daarom niet verbazen.
Wanneer we het woord van het koninkrijk aanvaarden, aanvaarden we ook het woord van het
kruis. De Heer kan ons vaak niet kan gebruiken, omdat ons leven met Hem is vermengd met ons
natuurlijke leven met onze persoonlijke en wereldse belangen. Hierin ligt de verklaring van onze
moeilijkheden en beproevingen.
Waarom is onze gemeenschap en bediening aan christenen vaak zo beperkt, terwijl rijke
geestelijke omgang toch het natuurlijke gevolg moet zijn van onze leven met de Heer? De enige reden
is dat onze beperking leidt naar meer leven:
Goddie mij ruimte maakt in mijn benauwdheid (Ps. 4:1).
Nr. 29 oktober 2005 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 7
We zullen nooit het echte leven met de Heer ontvangen als we niet naar het kruis zijn
gegaan en onze rechten als Hebreeuwse slaaf hebben opgegeven.
Dit neemt niet weg dat deze benauwdheid jaren kan duren en het lijkt dat God ons heeft vergeten:
Hoe lang HERE? Zult Gij mij voortdurend vergeten? Hoelang zult Gij Uw aangezicht voor mij
verbergen?Ik wil de HERE zingen, omdat Hij mij heeft welgedaan (Ps. 13:2,6).
We moeten zien dat Gods beperking en schijnbaar vergeten van ons niets anders is dan dat Hij ons
weldoet. Dat betekent niet ons leven met de Heer een somber leven is, want onze benauwdheid en ons
juichen gaan altijd samen: over uw verlossing juicht mijn hart (Ps. 13:6).
Over welke verlossing of behoud spreek David in dit vers? Het moet ons huidig behoud zijn,
waarbij de Heer is gericht op onze geestelijke groei door middel van het kruis van Christus.
Om ons te kwalificeren voor het komende koninkrijk, moeten we onze ziel verliezen om het te
behouden (J oh. 12:24,25). Het proces waarbij wij onze ziel verliezen, leidt tot de metamorfose, een
inwendige verandering waarbij het leven van Jezus zich in ons sterfelijk vlees openbaart (2 Cor.
4:11). De metamorfose wordt alleen openbaar als we leven uit de dood ontvangen: Zo werkt dan de
dood in ons, maar het leven in u (2 Cor. 4:12).
We zullen nooit het echte leven van de Heer ontvangen als we niet naar het kruis zijn gegaan en
onze rechten als Hebreeuwse slaven hebben opgegeven. Alles moet in de dood worden gebracht: ons
verlangen naar populariteit, om iemand te willen zijn, een indrukwekkende bediening te hebben of
gesteld te zijn op erkenning en het applaus van anderen.
De Heer wil dat we leren dat ons natuurlijk leven geen plaats heeft bij God en dat het christelijke
leven niets anders is dan een uitdrukking van de kracht van Christus opstanding, onder
voorwaarde dat we een onvermengde en zuiver kanaal zijn van het leven van Christus.
Het leven van Christus is leven uit de dood. Deze dood werkt zodra we het woord van het
koninkrijk hebben aanvaard. Wanneer deze dood doorwerkt door de toepassing van het kruis in ons
leven en de graankorrel sterft, verteert en er niets van het natuurlijke overblijft, kan er, uit het diepst
van het graf, vrucht opspringen door het onvermengde leven van God:
Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan Zijn dood, zullen wij het ook zijn
aan Zijn opstanding (Rom. 6:5).
Zijn we bereid deze prijs te betalen, de prijs van ons leven? We hoeven de prijs niet te betalen als
het gaat om ons eeuwig behoud, maar wel als we, als discipel van Jezus Christus, de J ordaan willen
overtrekken om uiteindelijk deel te krijgen aan de komende heerschappij in het beloofde hemelse land.
Wil ik mijn ziel verliezen of wil ik toch belang houden in deze wereld? Ben ik bereid om voor
mijn broeders een vreemde te zijn (Ps. 69:9), omdat de ijver voor Uw huis mij heeft verteerd (Ps.
69:10)? Of wil ik temidden van hen niet uit de toon vallen, omdat er geen weerklank is voor het
woord van het koninkrijk?
De J ordaan is een kritieke plaats voor elk christen, want het bepaalt niet ons eeuwig behoud, maar
het bereiken van het einddoel van ons geloof (1 Petr. 1:9).
Onze wandel met de Heer moet een verandering van heerlijkheid tot heerlijkheid zijn.
In Matths 7:12 en Marcus 9:2 zien we de Here J ezus op de berg van verheerlijking, als een type
van de toekomstige Messiaanse heerlijkheid van de Heer.
Nr. 29 oktober 2005 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 8
De heerlijkheid van God is de uitdrukking van Gods volkomen welbehagen
met personen of situaties.
Het lijkt er echter op dat deze heerlijkheid niet alleen verbonden is met ons toekomstig berfde
behoud, maar ook met ons huidig behoud.
Wat is heerlijkheid? Het woord heerlijkheid of glorie (Hebr. chavod ) verwijst naar
een uitstraling van innerlijke kracht en gewicht dat eerbied afdwingt. Heel de aarde is vol van uw
heerlijkheid, zeggen de psalmen. Anderzijds zien we Gods heerlijkheid was geweken, toen Isral in
diepe zonde was vervallen.
Petrus, die ooggetuige was geweest van de majesteit van de Heer op de berg van de verheerlijking
hoorde daar: Dit is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb (Matt. 17:1-13; 2 Petr.
1:16-18). We kunnen daarom ook zeggen dat de heerlijkheid van God de uitdrukking is van Gods
volkomen welbehagen met personen of situaties.
We kunnen niet zeggen dat heerlijkheid alleen een toekomstige openbaring is van Gods kracht en
gewicht. In 1 Petrus 4:12-14 lezen we:
Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient u niet bevreemden, alsof u iets vreemds
overkwame. Integendeel, verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus, opdat ook
gij u met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring van Zijn heerlijkheid. Indien gij door de
naam van Christus smaad lijdt, zijt gij zalig, daar de Geest der heerlijkheid en de Geest Gods op u
rust.
Er is een toekomstige openbaring van Gods heerlijkheid, maar ook de geest van de heerlijkheid kan
nu op een gelovige rusten. Als we in een geestelijke strijd zijn gewikkeld en in de Heer een
overwinning hebben behaald, dan komt er in ons een gevoel van zegen. Dit betekent dat we tot het
punt zijn gekomen dat we voldoening hebben gekregen in de Here en we, door de Geest van de
heerlijkheid, in contact komen met Gods volkomen behagen met die situatie.
Dit is wat Paulus bedoelt als hij schrijft: om ons te verlichten met de kennis van de heerlijkheid
van God in het aangezicht van Christus (2 Cor. 4:6).
Enerzijds is er openbaring van Gods heerlijkheid, verbonden met ons toekomstige berfd behoud.
Anderzijds is er huidige werking van de Geest van de heerlijkheid die verbonden is met ons huidig
behoud en onze geestelijke groei.
De Geest van de heerlijkheid, die verbonden is met de metamorfose, is ook de basis van alle
bediening. Bediening is niet alleen een levende brief van Christus te zijn, maar ook het schijnen van de
Geest van de heerlijkheid van ons leven. Wat stralen wij af? Is het onze bijbelkennis, onze studie of is
het ons leven dat de heerlijkheid van God weerspiegelt, omdat deze kennis diep in ons leven is
verwerkt?
Het leven van een christen is van kracht tot kracht (Ps. 84:8), van geloof tot geloof (Rom.
1:17), en van heerlijkheid tot heerlijkheid (2 Cor. 3:8).
De uiteindelijke heerlijkheid is de openbaring van Zijn heerlijkheid, waarin ook wij kunnen
worden verheerlijkt. Maar om met Hem verheerlijkt te worden, moet de Geest van heerlijkheid
op ons rusten. Dit betekent dat de Here een voortdurende behagen en vreugde met onze wandel
moet hebben. Twee geweldige verzen over heerlijkheid zijn:
Psalm 62:7: Op God rust mijn heil en mijn eer (heerlijkheid).
Nr. 29 oktober 2005 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 9
Ik sterf elke dag is de springplank naar de metamorfose.
Psalm 84:11: De Here geeft genade en ere (heerlijkheid).
De Here geeft genade op genade en Hij geeft heerlijkheid op heerlijkheid.
In Hand. 7:2 lezen we dat de God der heerlijkheid aan Abraham verscheen. Abraham begon een
wandel van heerlijkheid tot heerlijkheid. Zolang we, evenals Abraham, ons oog gericht houden op de
Heer, is er sprake van heerlijkheid (2 Cor. 4:6; Hebr. 12:2).
Het komende oordeel zal gebaseerd zijn op de mate van deze heerlijkheid in ons leven. Niets
anders is van blijvend belang.
De metamorfose (Matt. 17:21; Rom. 12:2) is verbonden met de vooruitgang van heerlijkheid tot
heerlijkheid. Een betere vertaling van 2 Corinthirs 3:18 is dat we bezig zijn (in het proces zijn om) te
worden veranderd.
In Romeinen 1:17 en Hebreen 11:6 is geloof de sleutel. 2 Corinthirs 3:18 geeft meer inzicht
waar dit geloof de gelovige heenleidt. 2 Corinthirs 3:18 van heerlijkheid tot heerlijkheid - is een
ander facet van Rom. 1:17 - van geloof tot geloof.
Beide uitdrukkingen hebben een uniek karakter en vormen een verschillend deel van hetzelfde
plaatje. Het complete panorama van heerlijkheid tot heerlijkheid beslaat wat werd verloren in
Adam tot wat werd verlost door de Tweede Mens. De metamorfose is daarom de verandering van
wie we in Adam zijn, naar wie wij in Christus zijn. Positioneel is dat al bereikt, maar in onze
ervaring moeten we door het geloof ons conformeren aan het kruis van Christus.
George Mller heeft eens gezegd:
Er was een dag dat George Mller stierf, aan zijn meningen, aan zijn voorkeuren,
redeneringen en wil stierf voor deze wereld met haar instemming of afkeur stierf voor de
instemming of verwijt van mijn broeders en vrienden en vanaf toen heb ik me erop toegelegd om
me welbeproefd ten dienste van God te stellen.
Ik sterf elke dag (1 Cor. 15:31b), en te allen tijde het sterven van Jezus in ons omdragende
(2 Cor. 4:10), is de springplank naar de metamorfose. Dit was ook het geheim van het leven van
George Mller die bijzondere vrucht voor de Here heeft gedragen.
De prijs voor deze vrucht kost alles, maar opent de deur naar de kracht van Christus opstanding
in dit leven en naar de uit-opstanding in de komende eeuw (Fil. 3:10,11).
Binnen deze context heeft God wat binnen geen mensenhart is opgekomen, weggelegd voor hen
die Hem liefhebben (1 Cor. 2:9). Het is voor hen die een gekruisigd leven hebben geleden en hun
leven hebben verloochend om het te winnen.
Dit is het leven van heerlijkheid tot heerlijkheid, dat in de type wordt weergegeven door de
tafelen van het verbond in de ark van het getuigenis.
We hebben echter gezien dat alle voorwerpen in de ark, de gouden pot met het manna, de staf van
Aron en de tafelen van het verbond, ons diepe typologische lessen leren over het behoud van de ziel.
Dit behoud moet het doel van elk christen zijn.